Procedure : 2016/2013(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0029/2016

Ingediende teksten :

A8-0029/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/02/2016 - 7.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0057

VERSLAG     
PDF 403kWORD 101k
19.2.2016
PE 575.348v02-00 A8-0029/2016

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag van België - EGF/2015/007 - BE/Henegouwen-Namen glas)

(COM(2016)0001 – C8-0013/2016 – 2016/2013(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Tomáš Zdechovský

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag van België - EGF/2015/007 - BE/Henegouwen-Namen glas)

(COM(2016)0001 – C8-0013/2016 – 2016/2013(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0001 – C8-0013/2016),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1) ("de EFG-verordening"),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) (IIA van 2 december 2013), en met name punt 13,

–  gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–  gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–  gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0029/2016),

A.  overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

B.  overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd tijdens het overleg van 17 juli 2008, en met inachtneming van het IIA van 2 december 2013 met betrekking tot het nemen van besluiten om gebruik te maken van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG);

C.  overwegende dat de vaststelling van de nieuwe EFG-verordening vorm geeft aan de overeenkomst tussen het Parlement en de Raad om het criterium "crisisafwijking" opnieuw in te voeren, de financiële bijdrage van de Unie te verhogen tot 60 % van de totale geraamde kosten van de voorgestelde maatregelen, de efficiëntie voor de behandeling van EFG-aanvragen in de Commissie en door het Parlement en de Raad te verhogen door de termijn voor beoordeling en goedkeuring te verkorten, de subsidiabele maatregelen en begunstigden uit te breiden door zelfstandigen en jongeren toe te voegen en stimuleringsmaatregelen voor de oprichting van een eigen bedrijf te financieren;

D.  overwegende dat België aanvraag EGF/2015/007 BE/Henegouwen-Namen glas heeft ingediend voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van ontslagen in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 - afdeling 23 (Vervaardiging van andere niet-metaalhoudende minerale producten) in de regio's van NUTS-niveau 2 BE32 (de provincie Henegouwen) en BE35 (de provincie Namen) in België, en dat 412 ontslagen werknemers, evenals 100 jongeren uit de regio Henegouwen die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen ("NEET's") van jonger dan 25, naar verwachting zullen deelnemen aan de maatregelen; overwegende dat 144 van deze werknemers werden ontslagen na de sluiting van de fabriek in Roux (Henegouwen), die eigendom is van AGC Europe SA, en 268 na de sluiting van de fabriek in Auvelais (regio Namen), die eigendom is van Saint-Gobain Glass Benelux;

E.  overwegende dat de aanvraag niet voldoet aan de subsidiabiliteitscriteria van artikel 4, lid 1, van de EFG-verordening, maar wel werd ingediend op grond van de criteria voor steunverlening, die een afwijking onder uitzonderlijke omstandigheden toelaten, met name artikel 4, lid 2, van de EFG-verordening in het geval van de ontslagen werknemers, en artikel 6, lid 2, van de EFG-verordening in het geval van de NEET's;

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 2, van de EFG-verordening, en dat België bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage ter hoogte van 1 095 544 EUR, wat overeenkomt met 60 % van de totale kosten van 1 825 907 EUR;

2.  stelt vast dat de Belgische autoriteiten de aanvraag voor een financiële bijdrage uit het EFG op 19 augustus 2015 hebben ingediend, en dat de beoordeling daarvan door de Commissie op 20 januari 2016 is afgerond en op dezelfde dag aan het Parlement is meegedeeld;

3.  merkt op dat de EU-handel in glasproducten de laatste jaren ernstig is ontwricht en benadrukt dat tussen 2000 en 2010 de werkgelegenheid in de hele glassector in Europa met 32 % is afgenomen; wijst erop dat in Wallonië, dat een lange traditie op het gebied van glasproductie heeft, diverse grote bedrijven de afgelopen jaren in moeilijkheden verkeerden, waarbij het aantal banen in de glassector in de regio's Henegouwen en Namen tussen 2007 en 2012 met 19 % is afgenomen en er 1 236 banen verloren zijn gegaan in 2013 en 1 878 in 2014;

4.  wijst erop dat met name Henegouwen wordt geconfronteerd met een moeilijke situatie op de arbeidsmarkt, met een arbeidsparticipatie die 9,2 % lager ligt dan het nationale gemiddelde; merkt op dat de arbeidsmarkt van beide regio's bovendien wordt gekenmerkt door een groot aantal ondergekwalificeerde arbeidskrachten (ongeveer 50 % van de werkzoekenden in beide regio's heeft geen diploma hoger secundair onderwijs);

5.  merkt op dat de groep Saint-Gobain zich in 2013 genoopt zag nog een andere fabriek in een gede-industrialiseerde zone in Wallonië te sluiten, waarvoor aanvraag EGF/2013/011 BE/Saint-Gobain Sekurit met betrekking tot 257 ontslagen in dezelfde sector werd ingediend; stelt vast dat verschillende maatregelen in de twee aanvragen soortgelijk zijn;

6.  is ingenomen met het feit dat de Belgische autoriteiten op 10 september 2014 zijn begonnen met het verlenen van de individuele diensten aan de getroffen werknemers, ruimschoots vóór het definitieve besluit over de toekenning van EFG-steun voor het voorgestelde gecoördineerde pakket;

7.  wijst erop dat de afwijking van artikel 4, lid 1, onder a), van de verordening in dit dossier betrekking heeft op een aantal gedwongen ontslagen dat niet aanzienlijk lager is dan de drempel van 500 ontslagen; is erover verheugd dat met de aanvraag tevens wordt beoogd 100 jongeren die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET's) te steunen;

8.  wijst erop dat België zeven soorten maatregelen plant voor ontslagen werknemers voor wie in deze aanvraag steun wordt aangevraagd: i) ondersteuning/begeleiding/integratie, ii) hulp bij het zoeken van een baan, iii) geïntegreerde opleiding, iv) overdracht van ervaring, v) ondersteuning bij het oprichten van een bedrijf, vi) ondersteuning van collectieve projecten, en vii) zoeken naar werk en opleidingstoelagen;

9.  is verheugd over de ondersteuning van collectieve projecten; vraagt de Commissie de resultaten van dit soort maatregelen in andere aanvragen te evalueren teneinde de voordelen voor de deelnemers te bepalen;

10.  is verheugd over het feit dat de aanvraag maatregelen bevat die specifiek gericht zijn op bijstand aan jongeren die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen; merkt op dat de aan NEET's te verstrekken individuele dienstverlening uit de volgende acties bestaat: i) mobilisering en begeleiding, zowel voor aanvullend onderwijs of een aanvullende opleiding als voor een introductieprogramma, ii) opleiding, iii) gepersonaliseerde bijscholing, en iv) zoeken naar werk en opleidingstoelagen;

11.  stelt het op prijs dat de toelagen en stimulansen die als onderdeel van de voorgestelde maatregelen worden verstrekt, worden beperkt tot 5,52 % van de geraamde kosten;

12.  wijst erop dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening werd samengesteld in overleg met de sociale partners, het bedrijfsleven en de openbare diensten voor arbeidsbemiddeling;

13.  herinnert eraan dat in artikel 7 van de EFG-verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het door het EFG gesteunde gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het gecoördineerde pakket gericht dient te zijn op de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie;

14.  herinnert eraan dat de inzetbaarheid van alle werknemers moet worden verbeterd door middel van aangepaste opleidingen en de erkenning van de in de loop van het beroepsleven opgedane vaardigheden en bekwaamheden; verwacht dat de opleiding die in het gecoördineerde pakket wordt aangeboden, niet alleen is afgestemd op de behoeften van de ontslagen werknemers, maar ook op het huidige ondernemingsklimaat;

15.  benadrukt dat de Commissie, in geval van opeenvolgende aanvragen van dezelfde geografische regio, de ervaringen van de voorgaande aanvragen moet verzamelen en analyseren en ervoor zorgen dat bij nieuwe aanvragen terdege rekening wordt gehouden met alle conclusies van die analyse;

16.  verzoekt de Commissie om in haar volgende voorstellen nader aan te geven in welke sectoren de werknemers het meest kans op een nieuwe baan maken en of de aangeboden opleidingen zijn afgestemd op de toekomstige economische vooruitzichten en behoeften van de arbeidsmarkt in de regio's waar de ontslagen plaatsvonden;

17.  wijst erop dat de Belgische autoriteiten bevestigen dat voor de subsidiabele maatregelen geen steun uit andere financieringsinstrumenten van de Unie wordt ontvangen; herhaalt zijn oproep aan de Commissie om in haar jaarverslagen een vergelijkende evaluatie van deze gegevens op te nemen zodat bestaande regelingen volledig in acht worden genomen en wordt voorkomen dat door de Unie gefinancierde diensten dubbel worden aangeboden;

18.  herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe ondernemingen verplicht zijn krachtens de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, noch van maatregelen voor de herstructurering van ondernemingen of sectoren;

19.  waardeert de verbeterde procedure die de Commissie op verzoek van het Parlement in het leven heeft geroepen om de toekenning van subsidies te versnellen; neemt nota van de tijdsdruk die het nieuwe tijdschema met zich brengt, en van de mogelijke gevolgen voor de doeltreffendheid van de afhandeling van het dossier;

20.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat alle documenten in verband met EFG-zaken openbaar toegankelijk zijn;

21.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

22.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

23.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van België - EGF/2015/007 - BE/Henegouwen-Namen glas)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(4), en met name artikel 15, lid 4,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(5), en met name punt 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Het Europees Fonds voor aanpassing van de globalisering (EFG) heeft tot doel steun te verlenen aan werknemers die werkloos zijn geworden en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van uit de globalisering voortvloeiende grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, doordat de wereldwijde financiële en economische crisis aanhoudt, of door een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren.

(2)  Zoals vastgesteld in artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad(6) mag het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (prijzen 2011) niet overschrijden.

(3)  Op 19 augustus 2015 heeft België een aanvraag ingediend voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van ontslagen en beëindigingen van werkzaamheden in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 - afdeling 23 (Vervaardiging van andere niet-metaalhoudende minerale producten) in de regio's van NUTS-niveau 2 BE32 (de provincie Henegouwen) en BE35 (de provincie Namen) in België. België heeft overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 aanvullende gegevens ingediend. Die aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het EFG overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1309/2013.

(4)  België heeft besloten om door het EFG medegefinancierde individuele dienstverlening overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 ook te verlenen aan 100 NEET's (jongeren die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen).

(5)  Aangezien de ontslagen ernstige gevolgen hebben voor de werkgelegenheid en de plaatselijke, regionale en nationale economie, wordt de aanvraag van België overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 als ontvankelijk beschouwd.

(6)  Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage van 1 095 544 EUR te leveren aan de door België ingediende aanvraag.

(7)  Teneinde zo snel mogelijk middelen uit het EFG ter beschikking te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016 wordt een bedrag van 1 095 544 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het is van toepassing vanaf [de datum van vaststelling](7).

Gedaan te

Voor het Europees Parlement  Voor de Raad

De Voorzitter  De voorzitter

TOELICHTING

I. Achtergrond

Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die lijden onder de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(8) en van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1309/2013(9) mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds niet meer dan 150 miljoen EUR bedragen (prijzen 2011). De benodigde bedragen worden als voorziening opgenomen in de algemene begroting van de Europese Unie.

Overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(10) verloopt de procedure om het fonds te activeren als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend overschrijvingsverzoek. Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt er een trialoogprocedure ingeleid.

II. De aanvraag voor Henegouwen-Namen glas en het voorstel van de Commissie

Op 20 januari 2016 heeft de Commissie een voorstel goedgekeurd voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan België om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te steunen van werknemers die gedwongen zijn ontslagen bij 2 ondernemingen in NACE Rev. 2 - afdeling 23 (Vervaardiging van andere niet-metaalhoudende minerale producten) in de regio's van NUTS(11)-niveau 2 BE32 (de provincie Henegouwen) en BE35 (de provincie Namen) in België.

De aanvraag is de eerste die wordt behandeld in het kader van de begroting 2016 en heeft betrekking op de beschikbaarstelling van een totaalbedrag van 1 095 544 EUR uit het EFG voor België. De aanvraag heeft betrekking op 412 ontslagen werknemers alsook op 100 jongeren die niet werken en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET's).

De aanvraag werd op 19 augustus 2015 bij de Commissie ingediend, en tot en met 28 oktober 2015 werd er aanvullende informatie verstrekt. De Commissie heeft overeenkomstig alle toepasselijke bepalingen van de EFG-verordening geconcludeerd dat de aanvraag aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële bijdrage uit het EFG voldoet.

De Belgische autoriteiten stellen dat de ontslagen het gevolg waren van de ontwikkelingen die de laatste jaren de Europese en met name de Belgische glasindustrie treffen en zware gevolgen hadden voor de glasproductiesector in Wallonië. Een sterke historische traditie op het gebied van glasproductie in Wallonië wordt nu geconfronteerd met een ernstige ontwrichting van de EU-handel in glasproducten, in combinatie met een overcapaciteit van de productie in Azië en hogere productiekosten en strengere milieunormen in Europa.

De individuele dienstverlening die aan de ontslagen werknemers wordt aangeboden bestaat uit zeven soorten maatregelen: i) ondersteuning/begeleiding/integratie, ii) hulp bij het zoeken van een baan, iii) geïntegreerde opleiding, iv) overdracht van ervaring, v) ondersteuning bij het oprichten van een bedrijf, vi) ondersteuning van collectieve projecten, en vii) zoeken naar werk en opleidingstoelagen. De aan NEET's te verstrekken individuele dienstverlening bestaat uit i) mobilisering en begeleiding, zowel voor aanvullend onderwijs of een aanvullende opleiding als voor een introductieprogramma, ii) opleiding, iii) gepersonaliseerde bijscholing, en iv) zoeken naar werk en opleidingstoelagen.

Volgens de Commissie zijn de beschreven maatregelen actieve arbeidsmarktmaatregelen die behoren tot de in artikel 7 van de EFG-verordening vastgestelde subsidiabele acties. Deze maatregelen komen niet in de plaats van maatregelen die gericht zijn op passieve sociale bescherming.

De Belgische autoriteiten hebben op de volgende punten de nodige garanties geboden:

–  bij de toegang tot de voorgestelde acties en hun uitvoering zullen de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie worden gerespecteerd;

–  aan de voorschriften van de nationale en EU-wetgeving betreffende collectieve ontslagen is voldaan;

–  de ondernemingen waar de ontslagen zijn gevallen die hun activiteiten hebben voortgezet, zijn hun wettelijke verplichtingen bij ontslagen nagekomen en hebben voor hun werknemers dienovereenkomstig de nodige maatregelen getroffen;

–  de voorgestelde acties zullen geen financiële steun ontvangen van andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, en dubbele financiering zal worden voorkomen;

–  de voorgestelde maatregelen zullen complementair zijn met acties die door de structuurfondsen worden gefinancierd;

–  de financiële bijdrage uit het EFG zal voldoen aan de procedurele en materiële EU-regels inzake overheidssteun.

België heeft de Commissie meegedeeld dat de Forem (de Waalse dienst voor arbeidsvoorziening en beroepsopleiding) en het Waalse Gewest de bronnen van nationale pre- of medefinanciering zijn.

III. Procedure

Om middelen uit het fonds te kunnen inzetten, heeft de Commissie aan de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek doen toekomen voor een totaalbedrag van 1 095 544 EUR uit de EFG-reserve (40 02 43) naar de EFG-begrotingslijn (04 04 01).

Dit is het eerste voorstel tot overschrijving voor de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds dat tot op heden in 2016 naar de begrotingsautoriteit is gezonden.

Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt overeenkomstig artikel 15, lid 4, van de EFG-verordening de trialoogprocedure ingeleid.

Overeenkomstig een interne afspraak moet de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

ZP/jb D(2016)3679

De heer Jean Arthuis

Voorzitter van de Begrotingscommissie

ASP 09G205

Betreft: Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2015/007 BE/Henegouwen-Namen glas (COM(2016) 1 final)

Geachte voorzitter,

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2015/007 BE/Henegouwen-Namen glas onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de werkgroep EFG zijn voorstander van de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds voor het verlangde doel. De commissie formuleert in dit verband een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling ter discussie te willen stellen.

Bij haar beraadslagingen is de commissie uitgegaan van de volgende overwegingen:

A)  overwegende dat deze aanvraag gebaseerd is op artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 (de EFG-verordening) en betrekking heeft op 412 werknemers die werden ontslagen in AGC Glass (144 werknemers) en Saint-Gobain Glass (268 werknemers) en werkzaam waren in NACE Rev. 2 - afdeling 23 (Vervaardiging van andere niet-metaalhoudende minerale producten) in de regio's van NUTS-niveau 2 BE32 (de provincie Henegouwen) en BE35 (de provincie Namen) in België tijdens de referentieperiode van 31 augustus 2014 tot 31 mei 2015; overwegende dat de aanvraag ook betrekking heeft op 100 jongeren die niet werken en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET's);

B)  overwegende dat om het verband aan te tonen tussen de ontslagen en de grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ingevolge de globalisering België het argument aanhaalt dat de vraag naar glasproducten in Europa de laatste jaren ernstig is gestagneerd, terwijl de invoer sterk is gestegen, waardoor de EU-handel in glasproducten ernstig is ontwricht; overwegende dat de productieovercapaciteit in Azië tot een neerwaartse prijsdruk in Europa heeft geleid; overwegende dat tussen 2000 en 2010 de werkgelegenheid in de hele glassector in Europa met 32 % is afgenomen (in het bijzonder in Duitsland, Polen, Frankrijk en België);

C)  overwegende dat twee fabrieken in Wallonië (eigendom van AGC Europe SA en Saint-Gobain Glass Benelux) in 2014 werden gesloten wegens de sterke concurrentie van voornamelijk Chinese en Japanse producenten;

D)  overwegende dat de overgrote meerderheid (97,82 %) van de werknemers waarop de maatregelen betrekking hebben man is, en 2,18 % vrouw; overwegende dat 71,12 % van de werknemers tussen de 30 en 54 jaar oud is en 23,54 % tussen de 55 en 64 jaar;

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt derhalve de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de Belgische aanvraag op te nemen:

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 2, van de EFG-verordening nr. 1309/2013 en dat België bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage op grond van die verordening;

2.  wijst erop dat de afwijking van artikel 4, lid 1, onder a), van de verordening in dit dossier betrekking heeft op een aantal gedwongen ontslagen dat niet aanzienlijk lager is dan de drempel van 500 ontslagen; is erover verheugd dat met de aanvraag tevens wordt beoogd 100 jongeren die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET's) te steunen;

3.  merkt op dat de aanvraag volgt op aanvraag EGF/2013/011 BE/Saint-Gobain Sekurit, een eerdere aanvraag van België met betrekking tot 257 ontslagen in dezelfde sector; stelt vast dat verschillende maatregelen in de twee aanvragen soortgelijk zijn;

4.  is verheugd over de ondersteuning van collectieve projecten; vraagt de Commissie de resultaten van dit soort maatregelen in andere aanvragen te evalueren teneinde de voordelen voor de deelnemers te bepalen;

5.  benadrukt dat de Commissie, in geval van opeenvolgende aanvragen van dezelfde geografische regio, de ervaringen van de voorgaande aanvragen moet verzamelen en analyseren en ervoor zorgen dat bij nieuwe aanvragen terdege rekening wordt gehouden met alle conclusies;

6.  is verheugd over het feit dat de aanvraag maatregelen bevat die specifiek gericht zijn op bijstand aan jongeren die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen;

7.  stelt het op prijs dat de toelagen en stimulansen die als onderdeel van de voorgestelde maatregelen worden verstrekt, worden beperkt tot 5,52 % van de geraamde kosten;

8.  herinnert eraan dat in artikel 7 van de verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het gecoördineerde pakket gericht moet zijn op de overgang naar een hulpbronnenefficiënte en duurzame economie.

Hoogachtend,

Thomas HÄNDEL

Voorzitter EMPL

BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING

De heer Jean ARTHUIS

Voorzitter

Begrotingscommissie

Europees Parlement

Mijnheer de voorzitter,

Betreft:  Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering

Er is een Commissievoorstel voor een besluit om middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) beschikbaar te stellen, voor advies doorverwezen naar de Commissie regionale ontwikkeling. Ik heb begrepen dat het de bedoeling is dat op 18 februari 2016 een verslag over dit voorstel in de Begrotingscommissie wordt goedgekeurd:

-  COM(2016) 1 definitief behelst een voorstel voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG ter hoogte van 1 095 544 EUR voor actieve arbeidsmarktmaatregelen om 412 werknemers die zijn ontslagen in de sector Vervaardiging van andere niet-metaalhoudende minerale producten in de regio's van NUTS-niveau 2 BE32 (de provincie Henegouwen) en BE35 (de provincie Namen) in België, te helpen bij hun terugkeer naar de arbeidsmarkt.

De regels die van toepassing zijn op de financiële bijdragen uit het EFG zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006.

De commissiecoördinatoren hebben deze voorstellen besproken, en mij verzocht u te schrijven dat de meerderheid in deze commissie geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van het voornoemde bedrag uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, zoals door de Commissie voorgesteld.

Hoogachtend,

Iskra MIHAYLOVA

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

18.2.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

29

6

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean Arthuis, Richard Ashworth, Reimer Böge, Lefteris Christoforou, Jean-Paul Denanot, Gérard Deprez, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Esteban González Pons, Ingeborg Gräßle, Bernd Kölmel, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Siegfried Mureşan, Victor Negrescu, Younous Omarjee, Petri Sarvamaa, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Paul Tang, Indrek Tarand, Isabelle Thomas, Inese Vaidere, Monika Vana, Daniele Viotti, Marco Zanni, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Xabier Benito Ziluaga, Andrey Novakov, Pavel Poc, Nils Torvalds, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Birgit Collin-Langen, Nathan Gill, Dietmar Köster

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(5)

  PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(6)

  Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).

(7)

  Datum in te voegen door het Parlement vóór de publicatie in het PB.

(8)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(9)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(10)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(11)

Verordening (EU) nr. 1046/2012 van de Commissie van 8 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS), wat de indiening van tijdreeksen voor de nieuwe regionale indeling betreft (PB L 310 van 9.11.2012, blz. 34).

Juridische mededeling - Privacybeleid