Procedure : 2013/0016(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0056/2016

Ingediende teksten :

A8-0056/2016

Debatten :

PV 28/04/2016 - 3
CRE 28/04/2016 - 3

Stemmingen :

PV 28/04/2016 - 4.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0145

AANBEVELING VOOR DE TWEEDE LEZING     ***II
PDF 376kWORD 85k
17.3.2016
PE 575.332v02-00 A8-0056/2016

betreffende het standpunt van de Raad in eerste lezing met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake spoorwegveiligheid (herschikking)

(10580/1/2015 – C8-0417/2015 – 2013/0016(COD))

Commissie vervoer en toerisme

Rapporteur: Michael Cramer

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

betreffende het standpunt van de Raad in eerste lezing met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake spoorwegveiligheid (herschikking)

(10580/1/2015 – C8-0417/2015 – 2013/0016(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het standpunt van de Raad in eerste lezing (10580/1/2015 – C8-0417/2015),

–  gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door het Litouwse parlement, de Roemeense senaat en het Zweedse parlement, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 11 juli 2013(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 8 oktober 2013(2),

–  gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt(3) inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2013)0031),

–  gezien artikel 294, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 76 van het Reglement,

-  gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie vervoer en toerisme (A8-0056/2016),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het standpunt van de Raad in eerste lezing;

2.  neemt kennis van de aan deze resolutie gehechte verklaring van de Commissie;

3.  constateert dat het besluit is vastgesteld overeenkomstig het standpunt van de Raad;

4.  verzoekt zijn Voorzitter het besluit samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 297, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie te ondertekenen;

5.  verzoekt zijn secretaris-generaal het besluit te ondertekenen nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en met de secretaris-generaal van de Raad zorg te dragen voor publicatie ervan, samen met de daarop betrekking hebbende verklaring van de Commissie, in het Publicatieblad van de Europese Unie;

6.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE

Verklaring van de Commissie betreffende toelichtende stukken

De Commissie verwijst naar de Gezamenlijke politieke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 27 oktober 2011 over toelichtende stukken waarin deze instellingen hebben onderkend dat de inlichtingen die de lidstaten aan de Commissie verstrekken met betrekking tot de omzetting van richtlijnen in nationaal recht 'duidelijk en nauwkeurig dienen te zijn' teneinde de vervulling door de Commissie van haar taak inzake toezicht op de toepassing van het recht van de Unie te vergemakkelijken. In onderhavig geval zouden toelichtende stukken hiertoe nuttig zijn geweest. De Commissie betreurt derhalve dat in de definitieve tekst geen bepalingen in die zin zijn opgenomen.

TOELICHTING

Regelgevingskader inzake spoorwegveiligheid:

Met het oog op de totstandbrenging van een interne markt voor spoorvervoersdiensten moet een gemeenschappelijk regelgevingskader inzake spoorwegveiligheid worden gecreëerd. De lidstaten hebben hoofdzakelijk veiligheidsvoorschriften en -normen voor nationale spoorlijnen ontwikkeld op grond van nationale technische en operationele begrippen. Tegelijkertijd hebben de verschillen in beginselen, aanpak en cultuur ervoor gezorgd dat het moeilijk is technische obstakels te overwinnen en internationale vervoersactiviteiten op te zetten.

Richtlijn 2004/49/EG inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen was een grote stap in de goede richting, naar een gemeenschappelijk regelgevingskader inzake spoorwegveiligheid. Om de lidstaten te ontmoedigen veiligheidsvoorschriften en -normen op nationaal niveau te blijven ontwikkelen op basis van nationale technische en operationele begrippen voorzag de richtlijn in een kader voor de inhoudelijke standaardisering van veiligheidsvoorschriften, veiligheidscertificering van spoorwegondernemingen en de taken en functies van de veiligheidsinstanties en het onderzoeken van ongevallen. Veiligheidscertificering werd echter gehandhaafd op nationaal niveau. De ontwikkeling en invoering van één EU-veiligheidscertificaat is altijd een doelstelling voor de lange termijn geweest.

De belangrijkste doelstelling van het voorstel van de Commissie om Richtlijn 2004/49/EC te herzien was de overgang naar één veiligheidscertificaat voor de hele Unie ter vervanging van het huidige tweeledige systeem (delen A en B).

Belangrijkste successen van het Europees Parlement:

Het Europees Spoorwegbureau (ESB) zal een cruciale rol spelen bij de afgifte van veiligheidscertificaten voor spoorwegondernemingen. Het ESB zal bevoegd zijn om veiligheidscertificaten af te geven voor spoorwegondernemingen die in meer dan één lidstaat actief zijn. Spoorwegondernemingen die in één lidstaat opereren, kunnen kiezen of ze gecertificeerd worden door het ESB of door een nationale veiligheidsinstantie.

Een betere veiligheidscultuur en rapportage van voorvallen bij spoorwegondernemingen en infrastructuurbeheerders. Hierdoor zal het personeel worden gestimuleerd om voorvallen te melden in een sfeer van vertrouwelijkheid en zal de spoorwegsector daar lering uit kunnen trekken en vervolgens de manier van werken kunnen verbeteren. Bovendien zullen er opleidingsprogramma's komen voor het personeel, met onder andere modules over fysieke en psychologische fitheid.

De lidstaten zullen verplicht zijn te controleren of machinisten zich houden aan de voorschriften voor werk-, rij- en rusttijden.

Het ESB zal misschien een instrument ontwikkelen voor de uitwisseling van informatie tussen de belangrijke spelers over veiligheidsrisico's. Hierdoor zal de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie verder worden vergemakkelijkt als er sprake is van een veiligheidsrisico, bijv. als hetzelfde type rollend materieel wordt gebruikt in meer dan één lidstaat.

Betere informatieverschaffing aan familieleden van slachtoffers en een verbeterde coördinatie van noodhulpdiensten.

Het ESB zal onderzoeksorganen ondersteunen met technische bijstand en een secretariaat voor de samenwerking met andere onderzoeksorganen. Onderzoeksorganen zouden 'peer reviews' uitvoeren om hun doeltreffendheid en onafhankelijkheid te toetsen. Aangezien het ESB vergunningen afgeeft, kan het zich echter niet rechtstreeks bezighouden met onderzoek vanwege mogelijke belangenverstrengeling."

Onderhandelingen:

Na de vaststelling van het standpunt van het Parlement in eerste lezing op 26 februari 2014 en het besluit van de Commissie TRAN om een begin te maken met de onderhandelingen op 13 oktober 2014, vonden tijdens het Italiaanse en Letse voorzitterschap van de Raad informele onderhandelingen plaats om in tweede lezing snel een akkoord te bereiken. De onderhandelingsteams van Parlement en Raad bereikten op 17 juni 2015 overeenstemming over het dossier. De tekst die tijdens die onderhandelingen tot stand is gekomen, werd door de Commissie vervoer en toerisme op 10 november 2015 goedgekeurd. Op basis van de goedkeuring door de commissie deed de voorzitter van de commissie in zijn brief aan de voorzitter van het Comité van permanente vertegenwoordigers de aanbeveling aan de plenaire vergadering zonder wijzigingen in te stemmen met het standpunt van de Raad in eerste lezing. Na de juridisch-linguïstische verificatie stelde de Raad zijn standpunt in eerste lezing vast waarmee de overeenkomst op 10 december 2015 werd bekrachtigd.

Aanbeveling:

Aangezien het standpunt van de Raad in eerste lezing in overeenstemming is met het tijdens de trialogen bereikte akkoord, doet de Commissie vervoer en toerisme de aanbeveling het standpunt van de Raad in eerste lezing goed te keuren.

PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Spoorwegveiligheid (herschikking)

Document- en procedurenummers

10580/1/2015 – C8-0417/2015 – 2013/0016(COD)

Datum eerste lezing EP – P-nummer

26.2.2014                     T7-0150/2014

Voorstel van de Commissie

COM(2013)0031 - C7-0028/2013

Datum bekendmaking ontvangst standpunt van de Raad in eerste lezing

4.2.2016

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

TRAN

4.2.2016

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Michael Cramer

16.7.2014

 

 

 

Behandeling in de commissie

16.2.2016

 

 

 

Datum goedkeuring

15.3.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

37

4

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Lucy Anderson, Inés Ayala Sender, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Deirdre Clune, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Andor Deli, Karima Delli, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Jacqueline Foster, Dieter-Lebrecht Koch, Stelios Kouloglou, Merja Kyllönen, Miltiadis Kyrkos, Peter Lundgren, Marian-Jean Marinescu, Georg Mayer, Gesine Meissner, Cláudia Monteiro de Aguiar, Jens Nilsson, Markus Pieper, Salvatore Domenico Pogliese, Tomasz Piotr Poręba, Gabriele Preuß, Dominique Riquet, Massimiliano Salini, David-Maria Sassoli, Claudia Schmidt, Jill Seymour, Keith Taylor, Pavel Telička, Peter van Dalen, Wim van de Camp, Kosma Złotowski, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Francisco Assis, Rosa D’Amato, Karoline Graswander-Hainz, Werner Kuhn, Franck Proust

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Mylène Troszczynski

Datum indiening

17.3.2016

(1)

  PB L 327 van 12.11.2013, blz. 122.

(2)

  PB L 356 van 5.12.2013, blz. 92.

(3)

  Aangenomen teksten P7_TA(2014)0150.

Juridische mededeling - Privacybeleid