VERSLAG over de voordracht van Samo Jereb voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer

17.3.2016 - (C8-0025/2016 – 2015/0804(NLE))

Commissie begrotingscontrole
Rapporteur: Bart Staes

Procedure : 2016/0804(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A8-0060/2016
Ingediende teksten :
A8-0060/2016
Debatten :
Aangenomen teksten :

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de voordracht van Samo Jereb voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer

(C8-0025/2016 – 2015/0804(NLE))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 286, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0025/2016),

–  gezien artikel 121 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0060/2016),

A.  overwegende dat zijn Commissie begrotingscontrole de kwalificaties van de voorgedragen kandidaat heeft onderzocht, met name gelet op de in artikel 286, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vermelde voorwaarden;

B.  overwegende dat de Commissie begrotingscontrole de door de Raad voorgedragen kandidaat voor het lidmaatschap van de Rekenkamer op 15 maart 2016 heeft gehoord

1.  brengt positief advies uit over de voordracht van de Raad voor de benoeming van Samo Jereb tot lid van de Rekenkamer;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en, ter informatie, aan de Rekenkamer, alsmеde aan de overige instellingen van de Europese Unie en de controle-instellingen van de lidstaten.

BIJLAGE 1: CURRICULUM VITAE VAN SAMO JEREB

WERKERVARING

1/12/2013–heden  Vicevoorzitter Rekenkamer van de Republiek Slovenië

Rekenkamer van de Republiek Slovenië

Slovenska 50, 1000 Ljubljana (Slovenië)

http://www.rs-rs.si

▪  Besluitvorming in de Senaat van de Rekenkamer in alle zaken van de Rekenkamer waarin bezwaar tegen een auditverslag werd ingediend, ongeacht het werkterrein

▪  Uitvoering van aan de Rekenkamer opgedragen taken krachtens mandaat van de Voorzitter van de Rekenkamer (doen van voorstellen voor verrichting van audits, instemmen met gedetailleerde auditplannen, ontwerpen en voorstellen voor auditrapporten, deelneming aan trainingsprogramma's voor auditors en examencommissies voor gecertificeerde auditors, uitbrengen van auditrapporten aan de Nationale Vergadering van de Republiek Slovenië en andere geïnteresseerden...). Mijn werkterrein kent geen beperking en strekt zich uit tot alle materie waarin de Rekenkamer jurisdictie heeft en alle soorten audit (financiële audits, regelgevings/nalevingsaudits of prestatie-audits), inclusief rechtstreeks toezicht en controle op de helft van de werkzaamheden van de Rekenkamer. Ik was specifiek verantwoordelijk voor nauwgezet toezicht op de uitvoering van audits van de regelmatigheid en efficiëntie van de oprichting en het functioneren van de Bank Assets Management Company en de prestatie-audit van de grootste investering van de afgelopen jaren (de bouw van Unit 6 van de Šoštanj-energiecentrale) getoetst aan de consequenties voor de winst- en verliesrekening en de cashflow van Holding Slovenske elektrarne (de grootste Sloveense organisatie op gebied van energie-opwekking) en de Sloveense overheidsholding.

  Bedrijfssector en overheidssector

1/12/2004–30/11/2013  Hoogste staatsauditor

Rekenkamer van de Republiek Slovenië

Slovenska 50, 1000 Ljubljana (Slovenia)

http://www.rs-rs.si

▪  Leiden van de auditafdeling voor auditing van overheidsdiensten, milieuaudits, privatiseringsaudits, audits van overheidsorganen en -fondsen. Deze afdeling voerde audits uit van financiële verslagen, en de regelmatigheid van de operaties, de meeste audits waren prestatie-audits bij ministeries (vooral het ministeries van financiën, milieu en ruimtelijke ordening, landbouw, transport en economie en infrastructuur (energievoorziening)), plaatselijke entiteiten als overheidsdiensten (DARS, Motorway Company in the Republic of Slovenia, Slovenian Railways, ELES Electricity Transmission System Operator, SODO Electricity Distribution System Operator, GEN energija, gas- en watervoorziening, en afvalwaterbeheer enz.) en de investeringsmaatschappijen van Slovenië (Sloveense Herstelmaatschappij, Sloveense overheidsholding enz.).

▪  1/2/2013–1/7/2013: Naast het leiden van de auditafdeling ook optreden als vervanger van de hoogste staatsauditor in de afdeling voor het auditen van gouvernementele en niet-gouvernementele gebruikers van de begroting, rechterlijke instanties als gebruikers van de begroting en politieke partijen

  Bedrijfssector en overheidssector

23/9/1996–1/12/2004

Onafhankelijk auditor/consultant

LM Veritas d.o.o.

▪  Zelfstandig uitvoeren van audits van jaarverslagen en financiële verslagen van ondernemingen

▪  Deelneming aan auditing-teams voor uitvoering van audits van jaarverslagen en financiële verslagen van grotere ondernemingen

▪  Uitvoering van afgesproken procedures voor internationaal aanvaarde accountingstandaards als belangrijk element voor verificatie van deugdelijke berekening en aanwending van milieuheffingen

▪  Doceren en adviseren op gebied van accountancy en auditing

▪  Organisatie van seminars en discussiegroepen

1/11/1995–3/3/1996  Onafhankelijk auditor/consultant

LM Veritas d.o.o.

Dunajska 106, 1000 Ljubljana (Slovenië)

http://www.lm-veritas.si

▪  Zelfstandig uitvoeren van audits van jaarverslagen en financiële verslagen van ondernemingen

▪  Deelneming aan auditing-teams voor uitvoering van audits van jaarverslagen en financiële verslagen van grotere ondernemingen

▪  Uitvoering van afgesproken procedures voor internationaal aanvaarde accountingstandaards als belangrijk element voor verificatie van deugdelijke berekening en aanwending van milieuheffingen

▪  Doceren en adviseren op gebied van accountancy en auditing

▪  Organisatie van seminars en discussiegroepen

  Bedrijfs- of sector accounting en auditing

ONDERWIJS EN OPLEIDING

1/10/1991–9/11/1995  Bachelor economie – Accounting en economie  

Economische Faculteit, Universiteit van of Ljubljana

Kardeljeva ploščad 17, 1000 Ljubljana (Slovenië)

http://www.ef.uni-lj.si/en

▪  economische categorieën en relaties tussen categorieën

▪  accountancystandaards en inhoud van financiële, kosten- en management accounting

▪  boekenaudit

▪  statistische verwerking van gegevens

▪  financiële instrumenten en de handel daarin

1/9/1987–30/6/1991  Vakschool voor hotelwezen en toerisme, Ljubljana  

Preglov trg 9, 1000 Ljubljana (Slovenië)

http://www.ssgtlj.si

Persoonlijke kennis en vaardigheden

Moedertaal/-talen  Sloveens

Andere talen  BEGRIP  SPREEKVAARDIGHEID  SCHRIJFVAARDIGHEID

Luisteren  Lezen  Mondelinge interactie  Mondelinge productie  

Engels  C2  C1  B1  B1  B1

Niveaus: A1 en A2: Elementair niveau - B1 en B2: Onafhankelijk niveau - C1 en C2: Vaardig niveau

Gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen

Communicatieve vaardigheden;

▪  Leidinggevende en bestuurlijke kwaliteiten

▪  Communicatieve vaardigheden;

▪  Vindingrijkheid

▪  Onafhankelijkheid

▪  Onderhandelings- en overtuigingsvermogen

▪  Professionele en sterke werkmentaliteit

▪  Interpersonele en interactieve vaardigheden

▪  Kennis van volwassenenonderwijsmethoden (onderwijskwalificaties en ervaring met seminars en discussiepanels)

Doceerervaring:

▪  colleges in accounting en boekhouding in het kader van een goedgekeurd programma voor verkrijging van de kwalificatie van accountant aan het centrum voor volwassenenonderwijs Ljudska univerza Trebnje en het Instituut van de Republiek Slovenië voor beroepsonderwijs Cene Štupar, Ljubljana, in 1998 en 1999,

▪  seminars en interne opleidingsprogramma's voor instellingen en ondernemingen sinds 1996 (rechtenfaculteit, University van Maribor, het Sloveens Instituut van Auditors, Instituut voor overheidsbestuur, LM Veritas d.o.o., Nebra d.o.o., Bureua voor Management, arbeidsbureau Agencija za kadre, Vereniging van ecologische bewegingen in Slovenië enz.)

▪  hoger studieprogramma stedenbouwkunde – cursus/programma financieringsconstructies voor de gemeentelijke economie aan het IZRAZ-Instituut in 2003

▪  toelichten van het werk van de Rekenkamer voor post-graduate studenten aan de economische faculteit Ljubljana als onderdeel van de cursus Management van Non-profit Organisaties (2006, 2007, 2008, 2009, 2014 en 2015), en voor Boekhoudingsauditing (2009)

▪  colleges als onderdeel van het opleidingsprogramma voor behalen van de titel gecertificeerd auditor aan het Sloveens Instituut voor auditors (2009, 2010, 2012)

▪  colleges in kostenaccountancy voor infrastructuurondernemingen aan de economische faculteit Ljubljana (2015)

Media-optredens (persconferenties waarbij de Rekenkamer rapporten toelicht, onafhankelijke persmededelingen, panels, conferenties, seminars enz.)

▪  Uitstekend bekend met organiseren van effectieve vergaderingen met vertegenwoordigers van de Sloveense regering, ministeries en andere gebruikers van openbare middelen, en toelichting op uitgebrachte ontwerprapporten

▪  Bekend met toelichting van professionele kwesties aan werkorganen van de Nationale Vergadering (Commissie voor controle overheidsfinanciën, commissies landbouw en milieu, economie enz.)

▪  Ervaring met organiseren van interne vergaderingen en interviews met personeel; mijn taken als hoofd van de auditafdeling varieerden van werkorganisatie tot jaarlijkse en regelmatige prestatiebeoordelingen van werknemers

Organisationele/bestuurlijke vaardigheden

▪  Als hoofd van de auditafdeling (9 jaar, waarbij in 2015 5 maanden lang hoofd van twee afdelingen) en als vice-voorzitter van de Rekenkamer (2 jaar) ben ik goed bekend met werkorganisatie, projectmanagement, oprichting van werkgroepen en leiderschap en motivatie van werknemers met het oog op de gestelde doeleinden.

▪  In 1996 volgde ik de officiersopleiding en werd ik reserve kapitein; hierbij verwierf ik ervaring met het commanderen en leiden van een militaire eenheid.

Werkgerelateerde vaardigheden

▪  1997–1998: opleidingsprogramma voor behalen van de kwalificatie van AUDITOR. Als een van de eersten van mijn generatie heb ik dit programma doorlopen (Certificaat No. 110 van 24 maart 1998)

▪  2000–2001: opleidingsprogramma voor behalen van de kwalificatie van GECERTIFICEERD AUDITOR (Certificaat No. 010 van 12 november 2001); beide kwalificaties werden ingevolge de auditingwet gebundeld en er werd een nieuw certificaat afgegeven voor de beroepskwalificatie van AUDITOR (Certificaat No. 084 van 15 juli 2008)

▪  2000: opleidingsprogramma voor behalen van de kwalificatie van GECERTIFICEERD BEDRIJFSTAXATEUR. Ik slaagde voor alle examens maar ik heb van mijn afsluitende scriptie afgezien omdat ik deze praktijk niet wilde vervolgen.

▪  2001: in zijn 53e zitting op 30 november 2001 heeft de Sloveense Raad van Deskundigen voor beroeps- en technisch onderwijs tot goedkeuring van de titel Hogeschool-docent voor het vak/ programma financieringsconstructies voor de gemeentelijke economie

▪  2003: onderwijsbevoegdheid verkregen als hogeschool-docent aan de Faculteit kunstgeschiedenis van de Universiteit van Ljubljana (Certificaat van 12 mei 2003)

▪  2004: erkenning aangevraagd en verkregen van de titel State Interne staatsauditor (Certificaat 120-DNR-MF dd19 maart 2004). In 2013 verkreeg ik de titel van GEVERIFIEERD INTERNE STAATSAUDITOR (certificaat No. 77-PDNR-MF dd 14 mei 2013)

▪  2007: titel verkregen van STAATSAUDITOR (certificaat No. 88 van 26 januari 2007) en in 2012 die van GEVERIFIEERD INTERNE STAATSAUDITOR met zijn scriptie "meting van de financiële prestaties van de Rekenkamer van Slovenië" (Certificaat No. 49 dd 27 september 2012)

▪  In 2009 en 2012 was ik aan de Sloveense Rekenkamer DOCENT ACCOUNTANCY IN DE OPENBARE SECTOR in het kader van het programma voor verkrijging van de kwalificatie Staatsauditor. Als lid van de commissie zat ik in een aantal examencomités voor Staatsauditors en gecertificeerde Staatsauditors

▪  2010: Certificaat verkregen voor elementaire training op gebied van gegevensverwerking en -bescherming en verkrijging van veiligheidsclearance op vertrouwelijk niveau

▪  2006: Certificaat voor elementaire training als lid van de raad van toezicht resp. van bestuur

Digitale competentie  

▪  Proficient in Microsoft Office suite inclusief Word, Excel en Power Point

▪  Gebruiker van Lotus Notes

Rijbewijs  B, G, H

AANVULLENDE INFORMATIE

Als hoogste staatsauditor en vice-voorzitter van de Rekenkamer heb ik:

▪  in februari 2011 een artikel in het Engels geschreven en een toelichting gegeven op een conferentie van hoogste staatsinstellingen over publiek-private partnerschap – »PPP and public sector auditing« –

▪  een bijeenkomst bijgewoond van Europese rekenkamers over de invoering van Europese Accounting Standaards voor de openbare sector (EPSAS)

▪  als hoogste staatsauditor bevoegd voor milieuaudits, heb ik verschillende internationale milieuaudits begeleid in samenwerking met internationale overheidsinstellingen (klimaatverandering, beheer van beschermde gebieden (natuurparken enz.) waterbekkens, bossen, behoud van grote vleeseters enz.) in het Engels

▪  Ik heb deskundigenseminars bijgewoond die dor andere rekenkamers werden georganiseerd, evenals het EUROSAI-congres

▪  Ik heb deelgenomen aan verschillende bilaterale bijeenkomsten met vertegenwoordigers van andere rekenkamers en organisaties (Europese Centrale Bank etc.), en uitvoerders van de peer review door de Rekenkamer onder leiding van de National Audit Office van het VK

Andere vaardigheden  

In mijn vrije tijd houd ik van tuinieren en fotografie. Aan de hand van mijn ervaring met de eigen tuin heb ik meegewerkt aan een tweetal boeken:

▪  Alenka Gorza, Jereb Samo, Matic Sever, Tomaž Vesel: Perennials for all seasons: Successful plantings in Slovenian gardens. Ljubljana: Cankarjeva založba, 2009, 227 blz.

▪  Alenka Gorza, Jereb Samo, Tomaž Vesel: Charming Slovenian gardens: 26 private ornamental gardens. Ljubljana: Cankarjeva založba, 2010, 236 blz.

Mijn artikelen en foto's werden gepubliceerd in de tijdschriften Delo in Dom en Delo in dom Plus.

Publicaties

  Ik heb in de periode 1998–2004 regelmatige jaarlijkse raadplegingen georganiseerd, geleid en bijgewoond over "Accounting in openbare ondernemingen" ten behoeve van de infrastructuurbouw-sector en gemeenten, waarbij ik de volgende artikelen (in het Sloveens) heb gepresenteerd die in een collectie bundels werden gepubliceerd – Accounting in openbare ondernemingen:

1)   Jereb Samo: Financiering van de wederopbouw en uitbouw van de openbare infrastructuur in Slovenië. Paperbundel - Accounting in openbare ondernemingen 2010 Radenci: LM Veritas d. o. o., 2010, pp. 53–72.

2)   Jereb Samo: Economische beginselen (en rechtsgrondslag) voor toekomstige regulering van een openbare infrastructuur. Paperbundel - Accounting in openbare ondernemingen 2009 Radenci: LM Veritas d. o. o., 2009, pp. 13–34.

3)   Jereb Samo: Agreement on infrastructure between infrastructure owners and a public utility. Paperbundel - Accounting in openbare ondernemingen 2008 Portorož: LM Veritas d. o. o., 2008, pp. 37–56.

4)   Jereb Samo: Nieuwe economische betrekkingen tussen plaatselijke entiteiten en openbare ondernemingen. Paperbundel - Accounting in openbare ondernemingen 2007 Portorož: LM Veritas d. o. o., 2007, pp. 5– 22.

5)   Jereb Samo: Economisch platform voor prijsvorming bij nutsbedrijven. Paperbundel - Accounting in openbare ondernemingen 2006 Radenci: LM Veritas d. o. o., 2006, pp. 37–52.

6)   Jereb Samo: Public utility infrastructure if invested in as an in-kind contribution. Paperbundel - Accounting in openbare ondernemingen 2006 Radenci: LM Veritas d. o. o., 2006, pp. 79–96.

7)   Jereb Samo: Depreciatie van infrastructuur bij nutsbedrijven. Paperbundel - Accounting in openbare ondernemingen 2005 Radenci: LM Veritas d. o. o., 2005, pp. 5–32.

8)   Jereb Samo: Application of the SRS 35 standard to public enterprises and concessionaires – both now and in the future. Paperbundel - Accounting in openbare ondernemingen 2004 Radenci: LM Veritas d. o. o., 2004, pp. 65-80.

9)   Jereb Samo: Accounting and tax issues of waste management utility service. Paperbundel - Accounting in openbare ondernemingen 2004 Radenci: LM Veritas d. o. o., 2004, pp. 91-108.

10)   Jereb Samo: Preparation of income statement by activity and municipality separately for utility services and commercial activities. Paperbundel – Accounting in openbare ondernemingen 2003. Radenci: LM Veritas d. o. o., 2003, pp. 33–59.

11)   Jereb Samo, Loncner Matej: Data analysis of annual reports of utility services. Paperbundel – Accounting in openbare ondernemingen 2003. Radenci: LM Veritas d. o. o., 2003, pp. 93-127.

12)   Jereb Samo: Methods of analysis of income statements preparations in public services by activity and municipality. Paperbundel – Accounting in openbare ondernemingen 2002. Radenci: LM Veritas d. o. o., 2002, pp. 5-42.

13)   Jereb Samo: Recording of fixed assets under management on the basis of the valuation of infrastructure networks. Paperbundel – Accounting in openbare ondernemingen 2002. Radenci: LM Veritas d. o. o., 2002, pp. 57-76.

14)   Jereb Samo: Ensuring the viability of public companies. Paperbundel – Accounting in openbare ondernemingen 2001. Radenci: LM Veritas d. o. o., 2001, pp. 19–42.

15)   Jereb Samo: Setting up and disbursing long-term capacity reservations for the remediation of landfills. Paperbundel – Accounting in openbare ondernemingen 2001, Radenci: LM Veritas d. o. o., 2001, pp. 79-98.

16)   Jereb Samo: The allocation of depreciation costs by municipalities. Paperbundel – Accounting in openbare ondernemingen 2000. Radenci: LM Veritas d. o. o., 2000, pp. 63–81.

17)   Jereb Samo: Drawing up the sub-balance of assets and liabilities in public companies and determining the availability of funding for investments in infrastructure. Paperbundel – Accounting in openbare ondernemingen 2000. Radenci: LM Veritas d. o. o., 2000, pp. 83–113.

18)   Jereb Samo: Amendments to the regulations and explanations of the Ministry of Finance regarding value-added tax in utility service companies. Paperbundel – Accounting in openbare ondernemingen 1999. Ljubljana: LM Veritas d. o. o., 1999, pp. 37-54.

19)   Jereb Samo: Distribution of net income in public companies. Paperbundel – Accounting in openbare ondernemingen 1999. Ljubljana: LM Veritas d. o. o., 1999, pp. 73-117.

20)   Jereb Samo: Specificity of fixed assets’ inventory in management. Paperbundel – Accounting in openbare ondernemingen 1998. Ljubljana: LM Veritas d. o. o., 1998, pp. 117-147.

Seminars – publicaties in het Sloveens

Ik heb andere seminars georganiseerd, geleid en bijgewoond over actuele onderwerpen rond het beheer van openbare diensten en gemeenten, waarbij ik de volgende artikelen heb gepresenteerd:

a) Seminars over actuele juridische kwesties rond openbare ondernemingen

1)   Jereb Samo: Tax on waste disposal (in conjunction with the ownership of the landfill and drawing up the sub-balance of operated assets). Paperbundel – actuele juridische kwesties rond openbare ondernemingen 2003. Ljubljana: LM Veritas d. o. o., 2003, pp. 11-29.

2)   Jereb Samo: Amendments in the Companies Act and Slovenian Accounting Standards SRS 35 which affect accounting in public companies. Paperbundel – actuele juridische kwesties rond openbare ondernemingen 2002. Ljubljana: LM Veritas d. o. o., 2002, pp. 60–81.

3)   Jereb Samo: Distribution of liabilities of sources of financing the infrastructure in individual municipalities in a public company’s balance. Paperbundel – Current Financial and Legal Issues in Public Companies 2001. Ljubljana: LM Veritas d. o. o., 2001, pp. 49-69.

b) Seminars over milieuheffingen:

1)   Jereb Samo: Audit of the targeted use of tax assets. Seminar materials – Water fees and tax on waste disposal. Ljubljana: LM Veritas d. o. o., 2003, pp. 55–61.

2)   Jereb Samo: The accounting treatment of taxes in public companies. Seminar materials – Tax on waste disposal. Ljubljana: LM Veritas d. o. o., 2002, pp. 33–42.

3)   Jereb Samo: The accounting treatment of taxes and refunds charged in public utility service companies on the basis of regulations of the Republic of Slovenia. Seminar materials – Water fees and tax on waste disposal. Ljubljana: LM Veritas d. o. o., 2001, pp. 34–53

c) Seminars over de jaarverslagen van openbare nutsbedrijven:

1)   Jereb Samo, Fekonja Benjamin, Lozej Marko, MSc: Annual report of utility service companies. Seminar materials – Annual report of utility service companies. Ljubljana: LM Veritas d. o. o., 2004, 121 pages.

2)   Jereb Samo, Fekonja Benjamin, Lozej Marko MSc: Annual report of utility service companies. Seminar materials – Annual report of municipal utility service companies. Ljubljana: LM Veritas d. o. o., 2003, 115 pages.

d)   Andere door LM Veritas georganiseerde seminars en gepubliceerde artikelen:

1)   Materiaal en inleidingen voor een aantal seminars over waardering van vaste activa bij vennootschappen, overheidsbedrijven en instellingen van 1996 tot 2004, meest recente materiaal: Jereb Samo: Examples of booking of transactions related to fixed assets. Fixed assets accounting, Seminar materials. Ljubljana: LM Veritas d. o. o., 2004, pp. 8–165.

e) Internationale seminars:

Jereb Samo, Petrovič Jorg Kristijan. MSC PPP and public sector auditing. Seminar materials – The Audit of Public-Private Partnerships (Gezamenlijke training van het EU Contact Comité en EUROSAI). Bonn: Bundes rechnungnshof, 2011.

Publicaties in het Sloveens:

  Artikelen in het Sloveense tijdschrift voor overheidsbestuur:

Jereb Samo: Ensuring the transparency of financial relations between municipalities and the utility sector after the termination of the disclosure of assets under management. Public Administration Journal, Vol. 44, Nos. 2–3, Ljubljana: Institute of Public Administration at the Faculty of Law in Ljubljana, 2008, pp. 57–84.

Artikelen in het Sloveense accountancy-tijdschrift Revizor:

1)   Jereb Samo, Jorg Kristijan Petrovič MSc: Accounting of the various forms of public-private partnerships (Part One). Revizor, Journal of Auditing, No. 5/08, Vol. IX. Ljubljana: Sloveens Instituut van Auditors, 2008, pp. 26–40.

2)   Jereb Samo, Jorg Kristijan Petrovič MSc: Accounting of the various forms of public-private partnerships (Part One). Revizor, Journal of Auditing, Vol. IX/ No. 6/08. Ljubljana: Sloveens Instituut van Auditors, 2008, pp. 23–40.

3)   Jereb Samo: Items from previous periods (Correction of fundamental errors), Revizor, Journal of Auditing No. 11/97, Vol. VIII. Ljubljana: Sloveens Instituut van Auditors, 1997, pp. 7-30.

Ander materiaal:

  Artikelen gepubliceerd tijdens symposiums over moderne methoden voor accounting, financiën en audit, Verslagen van conferenties over de jaarrekening of seminarmateriaal van jaarlijkse conferenties van taxateurs:

1)   Jereb Samo: Pricing of environmental public services and (un)conformity of the approach to balances, Seminarmateriaal voor de 18e jaarlijkse accountantsconferentie. Zreče: Sloveens Instituut van Auditors, 2015.

2)   Jereb Samo: Public duties and (non)application of the principle of balance completeness in practice, Seminar materials for the 17th Annual Accountants Conference. Zreče: Sloveens Instituut van Auditors, 2014.

3)   Jereb Samo: Court of Audit experience with reports of asset valuers and authorised assessors about the value assessment, Seminar materials for the 17th Annual Value Assessors Conference. Rogaška Slatina: Sloveens Instituut van Auditors, 2014.

4)   Jereb Samo: Impact of (non)implication of reevaluation of the state and municipalities public economic infrastructure on the cost of public utilities’ services, Seminar materials for the 16th Annual Accountants Conference. Zreče: Sloveens Instituut van Auditors, 2013.

5.   Jereb Samo: Elimination of assets under management in relation to solutions in the International Financial Reporting Standards. Paperbundel voor 42e Symposium over moderne methoden voor accounting, financiering en auditing. Ljubljana: Union of Economists of Slovenia and Association of Accountants, Financiers and Auditors of Slovenia, 2010, pp. 49–88.

6)   Jereb Samo: Accounting questions of separate accounts for various activities of the utilities sector, Collection of papers, 12th Annual Accountants Conference. Portorož: Sloveens Instituut van Auditors, 2009, pp. 107-148.

7)   Jereb Samo: Accounting records for various forms of public-private partnerships, Collection of papers, 11th Annual Accountants Conference. Portorož: Sloveens Instituut van Auditors, 2008, pp. 81–104.

8)   Jereb Samo: Problems relating to determining financial results in public companies. Paperbundel voor 38e Symposium over moderne methoden voor accounting, financiering en auditing. Ljubljana: Union of Economists of Slovenia and Association of Accountants, Financiers and Auditors of Slovenia, 2006, pp. 47-78.

9)   Jereb Samo: Audit in public companies. Paperbundel voor 34e Symposium over moderne methoden voor accounting, financiering en auditing. Ljubljana: Union of Economists of Slovenia and Association of Accountants, Financiers and Auditors of Slovenia, 2002, pp. 263-284.

Artikel in handboek Publiek-Private Partnerschappen:

Jereb Samo: (Un)viability of infrastructure ownership transfer to the utility sector. Manual Public-private partnerships – Professional guidance and useful solutions for the successful realisation of public-private partnerships projects. Maribor: Založba Forum Media d. o. o., 2009, Chapter 16, 56 pages.

Artikelen in het blad Gospodarski vestnik:

1)   Jereb Samo: Small Tools (Part One). Gospodarski vestnik – bijlage Advisor, no. 7, Vol. 45. Ljubljana: Gospodarski vestnik, 1996, pp. 65–68.

2)   Jereb Samo: Small Tools (Part One). Gospodarski vestnik – bijlage Adviser, No. 8, Vol. 45. Ljubljana: Gospodarski vestnik, 1996, pp. 61-64.

BIJLAGE 2: ANTWOORDEN VAN SAMO JEREB OP DE VRAGENLIJST

Beroepservaring

1.  Gelieve uw beroepservaring op het gebied van overheidsfinanciën te vermelden, of dat nu ervaring is op het vlak van begrotingsplanning, begrotingsuitvoering of -beleid, begrotingscontrole of audits.

Mijn hele professionele bestaan (20 jaar) is aan auditing gewijd geweest. Meteen na mijn afstuderen trad ik toe tot een particuliere auditfirma in november 1995 en sindsdien heb ik alle stadia van de opleiding en de dagelijkse praktijk van een auditor doorlopen.. De eerste 9 jaar voerde ik audits uit bij verschillende bedrijven en studeerde ik voor auditor en gecertificeerd auditor aan het Sloveens Instituut voor Auditing. Ingevolge de vennootschapswet is een gecertificeerd auditor bevoegd verslag uit te brengen over kapitaalinbreng in natura. Daarom schreef ik me ook in voor een opleiding tot gecertificeerd bedrijfstaxateur om de nodige kennis op te doen omtrent waarderingsmethoden. Ik slaagde voor alle examens maar ik heb van mijn afstudeerscriptie afgezien omdat ik deze praktijk niet verder wilde vervolgen. Een belangrijk deel van mijn werk in die tijd was het auditen van openbare nutsbedrijven. Ook heb ik voor vertegenwoordigers van gemeenten en aanbieders van infrastructuurwerken seminars en raadplegingen georganiseerd, en artikelen gepubliceerd over praktische problemen en oplossingen rond de openbare infrastructuur die verband hielden met accounting, verslaglegging, de wettelijke en bestuurlijke kwesties bij het organiseren van openbare infrastructuurwerken, vorming en bepaling van prijzen en heffingen etc.

Wegens mijn werk met aanbieders van infrastructuurwerken en gemeenten werd ik gevraagd als hoogste staatsauditor bij de Sloveense Rekenkamer (hierna: COARS), die de auditafdeling voor openbare diensten, milieuaudits, privatiseringsaudits, en van openbare instanties en fondsen moest leiden (hierna: de afdeling). Deze afdeling heeft audits uitgevoerd van financiële verslagen, en de regelmatigheid van de operaties, maar de meeste audits waren prestatie-audits bij ministeries, plaatselijke entiteiten en overheidsdiensten. De afdeling voerde ook audits uit bij investeringsmaatschappijen van Slovenië (Sloveense Herstelmaatschappij, Sloveense overheidsholding enz.) op het beheer van hun financiële activa en passiva en hun privatiseringsprocessen. Ik heb die taken gedurende 9 jaar met succes uitgevoerd aan het hoofd van de afdeling met 15 tot 20 auditors (referentie: de heer Igor Šoltes, voormalig voorzitter van de COARS). We verrichtten alle mogelijke soorten audits in de openbare sector – regelmatigheids- en prestatieaudits met adviezen over economie van middelen, efficiëntie en doelmatigheid. Omdat onze bevindingen niet altijd naar behoren door de gecontroleerde entiteiten ter harte werden genomen, verrichtten we ook verschillende vervolgaudits en droegen daarmee bij aan belangrijke financiële en organisationele veranderingen in het openbaar bestuur. Omdat ik veranderingen ten goede in het openbaar bestuur wilde aanbrengen gingen we bij onze audits diepgaand op elke auditdoelstelling in en deden we aanbevelingen waarbij we gewoonlijk ook aandrongen op corrigerende maatregelen. Mijn interesse voor verbetering van het openbaar bestuur via het werk van de COARS heeft ook geleid tot mijn afstudeerscriptie voor verkrijging van de titel geverifieerd staatsauditor: "Measurement of the Financial Performance of the Work of the Court of Audit of the Republic of Slovenia".

Naast het leiden van auditafdeling voor openbare infrastructuur trad ik in 2013 ook op als vervanger van de hoogste staatsauditor in de afdeling voor het auditen van gouvernementele en niet-gouvernementele gebruikers van de begroting, rechterlijke instanties als gebruikers van de begroting en politieke partijen Toendertijd gaf ik leiding bij de audit van de staatsbegroting voor 2014 (verklaring waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd).

Per december 2013 werd ik door het Sloveense parlement benoemd tot tweede vice-voorzitter van de COARS. Ik ben verantwoordelijk voor de besluitvorming in de Senaat van de COARS in alle zaken van de Rekenkamer waarin bezwaar tegen een auditverslag werd ingediend, ongeacht het werkterrein. Mijn werk omvat nu grotendeels: doen van voorstellen voor verrichting van audits; instemmen met gedetailleerde auditplannen, ontwerpen en voorstellen voor auditrapporten; deelneming aan trainingsprogramma's voor accountants en examencommissies voor gecertificeerde auditors; uitbrengen van auditrapporten aan de Nationale Vergadering van de Republiek Slovenië en andere geïnteresseerden, inclusief de media. Mijn werkterrein kent geen beperking en strekt zich uit tot alle materie waarin de COARS jurisdictie heeft en alle soorten audit (financiële audits, regelgevings/nalevingsaudits of prestatie-audits), inclusief rechtstreeks toezicht en controle op de helft van de werkzaamheden van de COARS. Ik was specifiek verantwoordelijk voor het nauwlettende toezicht op de uitvoering van audits van de regelmatigheid en efficiëntie van de oprichting en het functioneren van de Bank Assets Management Company en de prestatie-audit van de grootste investering van de afgelopen jaren (de bouw van Unit 6 van de Šoštanj-energiecentrale) getoetst aan de consequenties voor de winst- en verliesrekening en de cashflow van Holding Slovenske elektrarne (de grootste Sloveense organisatie op gebied van energie-opwekking) en de Sloveense overheidsholding.

Als hoogste staatsauditor bevoegd voor milieuaudits, heb ik verschillende internationale milieu audits begeleid in samenwerking met internationale overheidsinstellingen (klimaatverandering, beheer van beschermde gebieden (natuurparken enz.) waterbekkens, bossen, behoud van grote vleeseters enz.) in het Engels Sommige audits werden gezamenlijk uitgevoerd met Europese rekenkamers of parallel met Europese en andere rekenkamers, dus ik ben vertrouwd met internationale samenwerking met en tussen de rekenkamers. Verantwoordelijk als ik was voor privatiseringsaudits trad ik op als vertegenwoordiger van de COARS in de INTOSAI-werkgroep voor privatisering en publiek-private partnerschappen. Ik heb in februari 2011 in het Engels een artikel geschreven en een toelichting gegeven op een conferentie georganiseerd door het Bundesrechnungshof voor rekenkamervertegenwoordigers in Bonn over publiek-private partnerschap – »PPP and public sector auditing«. Ik ben ook zeer geïnteresseerd in het EPSAS-project. In januari 2016 heb ik een bijeenkomst bijgewoond van Europese rekenkamers over de invoering van Europese Accounting Standaards voor de openbare sector (EPSAS) en een seminar bij de Europese Rekenkamer over "Better Accounts, Better Budgets, Better Spending".

Na het behalen van diploma's van (gecertificeerd) auditor, geverifieerd staatsauditor en geverifieerd intern staatsauditor, wilde ik mijn kennis aan anderen doorgeven en heb daarom niet alleen seminars en onderwijsprogramma's georganiseerd maar ook actief deelgenomen aan de colleges voor auditors, managers, burgemeesters, accountants, studenten, etc. Voor een betere kennisoverdracht heb ik ook onderwijskwalificaties behaald als hogeschooldocent. Ook heb ik de titel behaald van Hogeschool-docent voor het vak/ programma financieringsconstructies voor de gemeentelijke economie. In 2009 en 2012 was ik bij de COARS de organisator en docent van "Accounting in de openbare sector" in het kader van het programma voor de kwalificatie van staatsauditor. Als lid van de commissie zat ik in een aantal examencomités voor kandidaten voor de titel staatsauditor en gecertificeerd staatsauditors.

Ik denk dat mijn uitgebreide ervaring met audits in de openbare sector, met bestuur en onderwijs en met gezamenlijke en parallelle auditing met nationale rekenkamers zeker te stade zullen komen bij de in de Europese Rekenkamer (hierna: ERK) te verrichten werkzaamheden.

2.  Wat zijn de belangrijkste successen die u tijdens uw loopbaan hebt geboekt?

Ik heb tijdens mijn carrière altijd geprobeerd om mijn ervaring op het gebied van financieel toezicht in de publieke sector in te zetten voor de verbetering van controleerbaarheid en transparantie, daarbij strevend naar voortdurende verbetering van en blijvend vertrouwen van belanghebbenden in een juist gebruik van overheidsmiddelen en de werking van het openbaar bestuur. Daarom wilde ik hier ingaan op drie aspecten van auditing in de publieke sector.

a)  Namelijk meer bekendheid geven aan de regels inzake staatssteun, de prijs van infrastructuur, belastingvorming en -bepaling en terugvordering van gelden.

Omdat de meeste gecontroleerde ondernemingen die tegen de regels zondigen, slechts voor de toekomst worden gecorrigeerd, heb ik veel moeite gedaan om de COARS, het parlement en de betrokken ondernemingen ervan te doordringen dat gelden die ten onrechte zijn uitbetaald ten laste van de burgers moeten worden terugbetaald, en dat belastingen en heffingen die over voorgaande jaren niet zijn geïnd, alsnog moeten worden nagevorderd. Daarom hebben we audits verricht op de volgende punten:

- teveel geheven heffingen: de gemeente Maribor en de meeste andere gemeenten hebben de burgers te hoog aangeslagen in de milieuheffing op afvalverwijdering doordat het Ministerie van Milieu en Ruimtelijke Ordening hierop geen toezicht heeft gehouden. Van de gemeente Maribor hebben we verlangd dat de teveel geheven belasting wordt teruggegeven en van het Ministerie van Milieu dat de 8 miljoen euro die in het geauditeerde jaar in Slovenië teveel is geheven integraal aan de belastingbetalers worden teruggegeven. Het Ministerie van Milieu gaf geen gevolg aan dit verlangen en daarom hebben we voor het eerst in de geschiedenis van de COARS een oproep tot aftreden van de minister doen gedaan op grond van de Wet op de Rekenkamer.

- heffing van vergunningleges: Het Ministerie van Milieu moet vergunning verlenen aan ondernemingen die water gebruiken voor industriële of andere commerciële doeleinden, ingevolge de volgens de Waterwet die het Parlement in 2002 heeft vastgesteld, en die vóór 2005 moest zijn omgezet. Het ministerie heeft in 2005 inderdaad enkele vergunningen afgegeven en die ondernemingen betalen nu leges voor het watergebruik, maar dat gold slechts een klein deel van de ondernemingen die water gebruikten. We deden een audit over het jaar 2006 en verlangden van het ministerie dat steeds vergunning wordt verleend en dat bij alle waterverbruikende ondernemingen de leges wordt geïnd. Bij een vervolgaudit over 2010–2012 bleek het ministerie geen verdere vergunningen te hebben afgegeven zodat de meeste ondernemingen water waren blijven gebruiken zonder de vergunningleges te betalen. Dit stilzitten van het ministerie verschafte een concurrentievoordeel aan de ondernemingen de geen vergunningleges voor watergebruik betalen. Onder verwijzing naar de regels inzake mededinging en staatssteun verlangden we dat het ministerie zou overgaan tot navordering over de gehele periode waarin die ondernemingen water hebben gebruikt. Na met geweldige inspanning ons standpunt te hebben doorgezet heeft het parlement een wijzigingswet op de waterwet aangenomen, waarin de verplichting tot betaling van vergunningleges over de gehele periode van waterverbruik uitdrukkelijk is opgenomen. De potentiële opbrengst voor de staatsbegroting van die audit zou 25 miljoen euro zijn geweest maar het parlement heeft de leges verlaagd zodat de operatie in werkelijkheid 9 miljoen euro heeft opgeleverd.

- prijsvorming en -bepaling bij nutsbedrijven: we hebben audits uitgevoerd op de prijsvorming en -bepaling bij nutsbedrijven. Het meeste effect voor de gebruikers van zulke diensten sorteerden we bij de audit van de bedrijvers van het elektriciteitstransmissie-netwerk. In die audit verlangden we een herberekening van de prijs na correcties in de kostprijs ten bedrage van 17 miljoen euro ten voordele van de gebruikers. Ook hebben we het Constitutionele Hof van Slovenië de vraag voorgelegd of de Energiewet verenigbaar is met de grondwet. Op dit moment doe ik veel moeite om het ministerie van milieu en de gemeentelijke nutsbedrijven ervan te overtuigen dat de Europese Commissie nieuwe regels heeft uitgevaardigd inzake staatssteun voor diensten van algemeen economisch belang (SGEI) en dat zij die moeten toepassen.

Ik denk een waardevolle bijdrage te hebben geleverd aan een groter besef omtrent de noodzaak van een wettige en effectieve berekening van heffingen, leges en prijzen die d burger tot voordeel strekken.

b)  Overheidsschuld

Tot de belangrijkste kwesties voor de COARS in de afgelopen jaren behoort de overheidsschuld. Weliswaar had Slovenië voor de crisis een lage schuldratio (33% van het bnp eind 2007) maar in onze audits hebben wij aan het licht gebracht dat sommige staats- of gemeentebedrijven ten onrechte werden gebruikt met het oogmerk om schulden voor overheidsinvesteringen buiten de begroting te houden. Na enkele van deze audits besloot de COARS meer aandacht te schenken aan kwesties rond de overheidsschuld, en dus hebben we voor en tijdens de economische en budgettaire crisis de overheidsschuld van alle kanten bekeken en gecontroleerd. Helaas heeft de politiek geen gehoor gegeven aan onze waarschuwingen en serieuze hervorming in de openbare sector achterwege gelaten, waardoor de overheidsschuld van Slovenië tot meer dan 80 percent van het bnp is gestegen.

Onder mijn leiding controleerde de afdeling ondernemingen als de Sloveense Restitutie-maatschappij (thans Sloveense overheidsholding) die verantwoordelijk was voor teruggave door de staat van eigendommen in het kader van de privatiseringsoperatie van 1991, afwikkeling van schade uit de tweede wereldoorlog en de periode daarna, privatisering van het telecombedrijf etc. Ook controleerden we infrastructuurbedrijven voor de watervoorziening (infrastructuur voor rivierregulering, rivierbekkens etc.), Sloveense autowegmaatschappij, de luchtverkeersleiding en publiek-private partnerschappen (hierna: PPP) voor aanleg van infrastructuur en voor nutsdiensten.

Als tweede vicevoorzitter was ik specifiek verantwoordelijk voor nauwlettend toezicht op de uitvoering van audits van de regelmatigheid en efficiëntie van de oprichting en het functioneren van de Bank Assets Management Company, die voor stabiliteit in de bankensector moest zorgen maar niettemin de overheidsschuld bij de herkapitalisering van de banken met 5 miljard euro of 13% van het bnp heeft doen toenemen.

Onze aanbevelingen en verzoeken voor corrigerende maatregelen hebben geresulteerd in betere accounting van overheidsschuld, richtlijnen voor accounting van PPP en meer besef bij de overheid van de ongunstige doorwerking van een hoge overheidsschuld. We hebben het Ministerie van Financiën er nog steeds niet van kunnen overtuigen om over te gaan op accounting op transactiebasis om een realistischer beeld te krijgen van de overheidsschuld, gezien met name de PPP's die soms niet op de balans worden opgevoerd (off-off position).

Ik meen dat mijn inspanningen tot betere verantwoording van overheidsschuld op de begroting hebben geleid en tot meer besef van de gevaren van een hoge overheidsschuld die de criteria van Maastricht te boven gaat. Er moet nog heel wat werk worden verzet op dit gebied, vooral waar het gaat om transactie-accounting, PPP-verslaglegging en vooral hervormingen in de openbare sector en van pensioenregelingen.

c)  Ontwikkeling van milieu-auditing

COARS had al voor 2004 pogingen ondernomen tot milieu-auditing, maar met mijn steun en leiding hebben de auditors het belang hiervan onderkend, evenals de mogelijkheden die door milieu-auditing geboden worden. In de negenjarige periode van mijn mandaat als hoogste staatsauditor hebben we de meeste milieukwesties behandeld (opvang van klimaatverandering, gemeentelijk afvalbeheer en recycling van verpakkingsafval, illegale afvalstorting, grensoverschrijdend afvaltransport, bouwafval, waterzuivering, recycling van afgedankte voertuigen, etc.). Veel van die audits werden uitgevoerd als cross-cutting audits, waarbij de prestaties werden beoordeeld van het Ministerie van milieu, gemeenten en nutsbedrijven of andere ontvangers van overheidsgeld. Met deze benadering konden auditors grondig onderzoek doen naar alle aspecten en problemen rond organisatie, beheer en financiering van geselecteerde gebieden van milieukwesties, en aanbevelingen uitbrengen die degelijk zijn en in dank worden ontvangen. COARS geniet door dit werk een uitstekende reputatie onder alle belanghebbenden, van het Ministerie van Milieu tot NGO's, en zij speelt ook een actieve rol in de INTOSAI- en EUROSAI-werkgroep voor milieu-auditing.

3.  In hoeverre hebt u beroepservaring opgedaan bij internationale multiculturele en meertalige organisaties of instellingen die in andere landen dan uw thuisland gevestigd zijn?

Slovenië was een deel van het voormalige Joegoslavië en in ons dagelijks leven hebben wij te maken met mensen met andere nationaliteiten, religies en talen uit het vroegere Joegoslavië. Ook al lijken onze talen op elkaar (Zuid-Slavische taalgroep) er zijn toch subtiele culturele verschillen waarop moet worden gelet bij het werken met organisaties en instellingen in andere ex-Joegoslavische republieken, ondanks ons "gemeenschappelijke" verleden. Werken in een cultureel diverse omgeving verlangt interpersoonlijke vaardigheden, namelijk bereidheid tot luisteren en een behoorlijke dosis respect, geduld en begrip.

Daarnaast heb ik zoals gezegd als hoogste staatsauditor meerdere internationale milieu-audits begeleid, in samenwerking met internationale hoogste staatsinstellingen, in het Engels. Sommige audits werden gezamenlijk uitgevoerd met Europese rekenkamers of parallel met Europese en andere rekenkamers, dus ik ben vertrouwd met internationale samenwerking met de rekenkamers. Buiten deze sfeer heb ik in beperkte mate nog andere professionele ervaring met multiculturele en multilinguistische organisaties. Ik verheug me erop in de Europese Rekenkamer mijn ervaring op ruimer Europees niveau verder uit te kunnen breiden.

Ik beschouw mezelf als iemand die open staat voor andere ideeën en ik zie er absoluut niet tegenop om met mensen van andere nationaliteit, godsdienst, seksuele oriëntatie enz. samen te werken. Ik geloof dat samen met anderen naar oplossingen te zoeken kan helpen om tot de juiste oplossing te komen tot profijt van de gemeenschap in ruimere zin. Daarom geloof ik stellig dat werken in een dergelijke organisatie mij zal helpen meer inzicht te krijgen in andere levensbeschouwingen en professionele wijzen van problemenaanpak, een lering die alleen met levensechte ervaring kan worden opgedaan.

4.  Heeft men u kwijting verleend voor de managementtaken die u voorheen uitvoerde, indien een dergelijke procedure van toepassing is?

Een dergelijke procedure is in Slovenië niet van toepassing.

Wat evenwel het meest in de richting gaat van een kwijting van mijn bestuurlijke werkzaamheden is (a) een voordracht van de President van Slovenië voor het ambt van de tweede vice-voorzitter van de Rekenkamer en verkiezing in het Sloveense parlement voor dat ambt, die gegrond was op mijn werk als hoogste staatsauditor en (b) een voordracht als lid van de Europese Rekenkamer zonder bezwaar van de regering of het parlement, gegrond op mijn werk als hoogste staatsauditor en vice-voorzitter van de COARS.

5.  Welke van de door u vervulde functies waren het gevolg van een politieke benoeming?

Mijn huidige ambt (tweede vice-voorzitter van COARS) is het resultaat van een politieke benoeming, evenals mijn voordracht voor de ERK.

Voor mij huidige functie werd in 2013 een oproep uitgeschreven door de President van Slovenië. Hij heeft me uit 9 kandidaten gekozen en voorgedragen aan het Sloveense parlement, waar ik bij geheime stemming tot tweede vice-voorzitter werd gekozen.

De voordracht voor de ERK was eveneens het resultaat van een publieke oproep, uitgebracht door de Minister van Financiën. Ik werd gekozen uit 7 kandidaten en door de regering voorgedragen. De regering heeft mijn voordracht bekrachtigd en de commissie EU-aangelegenheden van het Sloveense parlement heeft voor mijn kandidatuur gestemd en een positief advies uitgebracht over het besluit van de regering.

6.  Wat zijn de drie belangrijkste beslissingen waarbij u tijdens uw loopbaan betrokken bent geweest?

Omdat mijn belangrijkste beslissingen grotendeels overlappen met de drie belangrijkste prestaties die ik in antwoord op vraag 2 heb genoemd, vat ik ze hier kort samen:

-  beslissingen omtrent behoorlijke berekening van heffingen, leges en prijzen over voorgaande perioden (teruggave van teveel geheven heffingen, berekening van vergunningsleges voor gehele periode van waterverbruik, herberekening van elektriciteitslevering door systeembedrijver etc),

-  beperking van oneigenlijke vermijding van overheidsschuld door staats- en gemeentebedrijven,

-  ontwikkeling van milieu-auditing

Onafhankelijkheid

7.  In het Verdrag wordt bepaald dat de leden van de Rekenkamer hun ambt "volkomen onafhankelijk" uitoefenen. Hoe zou u bij de uitoefening van uw toekomstige functie invulling geven aan deze verplichting?

Onafhankelijkheid is het belangrijkste vereiste in de verklaring van Lima over de richtlijnen voor de beginselen van de controle van INTOSAI, de aanvullende beginselen in de verklaring van Mexico over de onafhankelijkheid van hoge controle-instanties, en de bepalingen over de onafhankelijkheid van de Rekenkamer in het Verdrag betreffende de werking van de EU. Het Verdrag noemt de elementaire richtsnoeren voor de onafhankelijkheid van leden van de Rekenkamer die "... worden gekozen uit personen die in hun eigen staat behoren of behoord hebben tot de externe controle-instanties of die voor deze functie bijzonder geschikt zijn. Zij moeten alle waarborgen voor onafhankelijkheid bieden.

Bij de vervulling van hun taken vragen noch aanvaarden de leden van de Rekenkamer instructies van enige regering of enig lichaam. Zij onthouden zich van iedere handeling welke onverenigbaar is met het karakter van hun ambt.

De leden van de Rekenkamer mogen gedurende hun ambtsperiode geen andere beroepswerkzaamheden, al dan niet tegen beloning, verrichten. Bij hun ambtsaanvaarding verbinden zij zich plechtig om gedurende hun ambtsperiode en na afloop daarvan de uit hun taak voortvloeiende verplichtingen na te komen, in het bijzonder eerlijkheid en kiesheid te betrachten in het aanvaarden van bepaalde functies of voordelen na afloop van die ambtsperiode."

Bovendien bepaalt artikel 1 van de gedragscode voor leden van de Rekenkamer dat leden van de Rekenkamer handelen overeenkomstig de bepalingen van de verdragen en tevens overeenkomstig de hieruit voorkomende wetgevingsbesluiten. Hun betrekkingen met organen of belangengroeperingen dienen te voldoen aan het beginsel dat de onafhankelijkheid gewaarborgd blijft.

Omdat de Europese Rekenkamer een onafhankelijke instelling is, is de onafhankelijkheid van haar leden een eerste voorwaarde wil de Rekenkamer kunnen functioneren. Ik zou mij bij de uitoefening van mijn toekomstige taken houden aan dezelfde ethische normen als er nu binnen de COARS voor mij gelden. Daarom ben ik nooit lid gewest van een politieke partij of enige andere politieke of bestuurlijke groepering. Al mijn colleges en lezingen hebben zich beperkt tot open seminars op algemeen niveau en ik ben nooit opgetreden als adviseur voor een individuele partij in een specifiek geval.

Bij het uitvoeren van mijn mandaat als lid van de Rekenkamer zou ik iedere situatie vermijden die tot een belangenconflict zou kunnen leiden en zou ik mij onafhankelijk opstellen bij al mijn betrekkingen met andere instellingen en organen. Dat betekent dat ik geen instructies van regeringen of andere organen zou accepteren. Bij het uitvoeren van mijn taken zou ik een neutrale houding aannemen ongeacht het land waarin een bepaalde audit zich afspeelt (inclusief mijn eigen geboorteland). Ik zou mijn activiteiten en auditconclusies uitsluitend baseren op feiten, gegevens en relevant, toereikend en betrouwbaar bewijsmateriaal, evenals op mijn auditnormen en mijn beroepsmatige kennis en ervaring. Ik zou mij ook onthouden van elke professionele of zelfs politieke activiteit. Ik zou ophouden met doceren en lezingen geven en mij alleen beperken tot toelichten van de bevindingen in de auditverslagen van de ERK aan het Europese en Sloveense parlement, de Sloveense regering, de COARS en andere belanghebbende partijen (universiteiten etc.) voorzover verenigbaar met de regels van de ERK en de toe te lichten inhoud is vrijgegeven.

8.  Hebt u of hebben uw naaste familieleden (uw ouders, broers en zussen, wettelijke partner en kinderen) zakelijke of financiële belangen of andere verplichtingen waardoor een conflict met uw toekomstige taken zou kunnen optreden?

Ik noch mijn naaste familie hebben zakelijke of financiële belangen die met mijn beoogde functie in strijd zouden kunnen komen.

9.  Bent u bereid om al uw financiële belangen en andere verplichtingen aan de voorzitter van de Rekenkamer te onthullen en ze openbaar te maken?

Ik ben bereid om al mijn financiële belangen en andere verplichtingen aan de voorzitter van de Rekenkamer te onthullen en ze openbaar te maken. In de afgelopen 11 jaar gold voor mij de wettelijke plicht (waaraan ik mij ook hield) om mijn financiële belangen en verplichtingen te melden bij de commissie ter voorkoming van corruptie in Slovenië, en die verplichting blijft ook gelden zolang ik mijn functie van lid van de Europese Rekenkamer vervul.

10.  Bent u momenteel betrokken bij een gerechtelijke procedure? Zo ja, gelieve nadere bijzonderheden te verstrekken.

Ik ben niet betrokken bij gerechtelijke procedures.

11.  Hebt u een actieve of uitvoerende rol in de politiek, en zo ja, op welk niveau? Hebt u de afgelopen 18 maanden een politieke functie vervuld? Zo ja, gelieve nadere bijzonderheden te verstrekken.

Nee, ik heb geen actieve of uitvoerende rol in de politiek.

Ik ben geen lid van een politieke partij en heb nooit een politieke functie bekleed of een uitvoerende rol in de politiek gehad.

12.  Zou u een functie waarvoor u gekozen bent, of een actieve functie met verantwoordelijkheden in een politieke partij opgeven als u wordt benoemd tot lid van de Rekenkamer?

Ik bekleed geen functie waarvoor ik gekozen ben, noch een actieve functie met verantwoordelijkheden in een politieke partij. Ik ben geen lid van een politieke partij en ben dat ook nooit geweest.

Eenmaal benoemd als lid van de ERK zal ik aftreden als tweede vice-voorzitter van de COARS, voor welke functie ik in 2013 door het Sloveense parlement op voordracht van de President van de Republiek Slovenië werd gekozen.

13.  Hoe zou u te werk gaan bij een zaak die verband houdt met een ernstige onregelmatigheid, of zelfs fraude en/of corruptie, waarbij personen uit uw lidstaat van herkomst betrokken zijn?

In mijn functie van hoogste staatsauditor (9 jaar) en van tweede vice-voorzitter van de COARS (afgelopen 2 jaar) ben ik vaak op grotere onregelmatigheden gestuit, en soms waren er ook aanwijzingen voor fraude en/of corruptie. Ik heb nooit geaarzeld om zulke gevallen intern te rapporteren en daarvan aangifte te doen bij justitie en ik heb waar nodig ook samengewerkt met de politie of het openbaar ministerie of met andere instanties (zoals de commissie voor voorkoming van corruptie, Bureau voor voorkoming van geldwasserij etc.). Wat de mogelijkheden betreft die de wet op de rekenkamer biedt, heb ik de Voorzitter van de Rekenkamer in zeven gevallen voorgesteld om op het ontslag van de verantwoordelijke functionaris aan te dringen. Ik hoop dat dit laat zien hoezeer ik de opvatting huldig dat een auditor van de openbare sector moet waken over de openbare financiën en niet de gezagsdragers moet toetsen op hun politieke richting, nationaliteit, sekse, religie of welk ander kenmerk dan ook. Persoonlijk ben ik sterk voorstander van een zero-tolerancebeleid ten aanzien van fraude en corruptie.

Aan die opvatting zal ik ook als lid van de ERK blijven vasthouden bij het controleren van de Europese begroting (uitbrengen van betrouwbaarheidsverklaringen) en regelmatigheids-(naleving) of doelmatigheidsauditing omtrent de manier waarop geld van de Europese begroting wordt besteed. Als ik een grotere onregelmatigheid zou tegenkomen, dan wel fraude en/of corruptie, zou ik dat intern en bij OLAF melden, volgend de procedures bij de ERK. Dat zou ik doen ongeacht de betrokken persoon of lidstaat. Als mij ooit gevraagd wordt met OLAF mee te werken aan het onderzoek tegen fraude, corruptie en andere illegale activiteiten die schadelijk zijn voor de financiële belangen van de Unie dan zal ik mijn volle medewerking geven aan dat onderzoek.

Uitoefening van het ambt

14.  Wat zijn volgens u de belangrijkste kenmerken van een cultuur van goed financieel beheer in eender welke openbare dienst? Hoe zou de Rekenkamer hiertoe kunnen bijdragen?

Een cultuur van gezond financieel beheer in elke openbare dienst moet zijn gebaseerd op het besef dat regeringen en andere entiteiten in de openbare sector verantwoordelijk zijn voor een economisch effectief en efficiënt gebruik van openbare financiële middelen die afkomstig zijn uit de belastingen en andere bronnen bij het leveren van hoogwaardige diensten aan burgers en andere ontvangers. De hoogste doelstelling van elke openbare dienst dient de klant- c.q. publiekstevredenheid te zijn.

Om dat te bereiken moet een organisatie "zachte " en "harde" elementen voor een cultuur van gezond financieel beheer invoeren. De "zachte" elementen moeten verbonden zijn aan de algemene politieke en bestuurlijke cultuur zoals een democratische manier van handelen en denken, wat leidt tot transparante en voorspelbare handelwijze en verslaglegging, en bevorderlijk is voor ethische waarden en de mogelijkheid van toetsing. Tot de "Harde" elementen moeten worden gerekend duidelijke en operationele doelstellingen en strategieën, duidelijk omlijnde gebieden van autoriteit en verantwoordelijkheid, informatie en training van werknemers, efficiënt informatiebeheer en een verslagleggingssysteem dat transparante verslaggeving oplevert en de publicatie van de bereikte resultaten en een effectief intern en extern controlesysteem. Iedere organisatie dient zich te richten op de wettigheid en economie van middelen bij de uitgaven, alsook op verkrijging van zoveel mogelijk waar voor het geld.

De opdracht van de ERK tot prestatie-auditing verlangt (wat de geselecteerde doelen betreft) dat auditors vooral de "harde" elementen van een cultuur van gezond financieel beheer bekijken. In haar auditverslagen wijst de ERK op de nadelen van het bedrijfsmodel van een geauditeerde entiteit en doet zij aanbevelingen voor verbetering daarvan; dat is de elementaire voorwaarde voor verbetering van gezond financieel beheer. De verslaglegging moet de lezer van een auditverslag duidelijk maken waar en hoe het presteren van de gecontroleerde entiteit te verbeteren valt. Aan de hand van het auditverslag kan de ERK bij haar presentaties voor belanghebbenden (Europees Parlement, met name de Commissie begrotingscontrole (hierna: CONT), nationale parlementen, nationale rekenkamers, media, …) de juiste steun winnen om uitgebrachte aanbevelingen kracht bij te zetten als zij door de betrokken entiteit niet worden opgevolgd. Als ook dat niet helpt heeft de ERK de mogelijkheid om haar waarschuwingen te herhalen in andere verslagen aan het Parlement (cumulatieve verslagen, overzichtsrapporten…) of om een vervolgaudit uit te brengen en nogmaals aan te wijzen wat er moet worden gecorrigeerd.

15.  Volgens het Verdrag moet de Rekenkamer het Parlement bijstaan in de uitoefening van diens bevoegdheid voor controle op de uitvoering van de begroting. Hoe zou u de samenwerking tussen de Rekenkamer en het Europees Parlement (in het bijzonder de Commissie begrotingscontrole (CONT) verder verbeteren om zowel het overheidstoezicht op de algemene uitgaven als het rendement ervan te bevorderen?

Het mandaat van de Rekenkamer, zoals vastgelegd in het Verdrag, biedt het kader waarbinnen de Rekenkamer haar rol moet spelen als onafhankelijke externe auditor van de EU-begroting. Dat mandaat geeft de ERK een aanzienlijke flexibiliteit in de wijze waarop zij haar rol kan vervullen om een maximaal effect te sorteren. Een belangrijke doelstelling voor de ERK is audit verslagen aan het Europees Parlement uit te brengen waarin de voor het Parlement belangrijke onderwerpen terug te vinden zijn, die actueel en relevant zijn en die aanbevelingen bevatten die kunnen helpen waarde toe te voegen aan de uitgaven uit de EU-begroting.

Maar de samenwerking tussen ERK en EP, met name de CONT-commissie gaat verder dan de verslaglegging en begint met de keuze van audit-onderwerpen. CONT dient de gelegenheid te krijgen om audit-onderwerpen voor te stellen die belangrijk zijn met het oog op de begrotingscontrole (ook al worden dergelijke voorstellen die niet bindend zijn door de nationale rekenkamers gewoonlijk overgenomen). De ERK kan haar steun geven aan CONT bij de toelichtende vergadering tussen de leden van CONT en de ERK voordat het auditverslag in de openbare vergadering van CONT wordt besproken. De ERK zou een vragenlijst kunnen opstellen aan de hand van audituitkomsten waardoor de CONT-leden minder tijd nodig zouden hebben voor de voorbereiding van die vergadering. De CONT-leden zouden omgekeerd de ERK kunnen helpen door aanbevelingen in de auditverslagen te bekrachtigen, vooral wanneer daar wetswijziging voor nodig zou zijn. Om de uitvoering van ERK-aanbevelingen te helpen bekrachtigen hebben geauditeerde autoriteiten na enige tijd herhaalde CONT-vergaderingen nodig. Geauditeerden zijn verplicht aan de ERK dan wel direct aan CONT te melden wat er met de aanbevelingen is gedaan. Dat stimuleert hen om de aanbevelingen serieus te bespreken en, belangrijker nog, op te volgen. Een van de manieren daarvoor is ook een vervolgaudit te verrichten, waarin de ERK de commissie CONT informeert omtrent de veranderingen naar aanleiding van de eerdere audit van de ERK en de conclusies van CONT die waren aangenomen ten aanzien van de aanbevelingen van de ERK. Daaruit zou dan moeten blijken of de geauditeerde autoriteiten de bevindingen van de audit respecteren en of er strengere maatregelen nodig zijn zoals een debat in de plenaire of veranderingen in de wetgeving.

Als hoogste staatsauditor en vice-voorzitter heb ik aan al deze gezamenlijke activiteiten van COARS en de commissie CONT en andere organen in het Sloveense parlement deelgenomen en ik sta geheel achter zulke gezamenlijke activiteiten van ERK en CONT.

16.  Wat is volgens u de meerwaarde van prestatieaudits en hoe moeten de bevindingen worden geïntegreerd in de beheersprocedures?

Een doelmatigheidscontrole is een onafhankelijk, objectief en betrouwbaar onderzoek naar de vraag of regerings- of EU-instanties, systemen, acties, programma's en activiteiten in overeenstemming zijn met de beginselen van zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid (Economy, Efficiency en Effectiveness - de drie E's) en of er wellicht verbeteringen wenselijk zijn. De voordelen of toegevoegde waarde van prestatie-audits zijn de aanbevelingen aan de geauditeerden voor verbetering van hun bedrijfsprocessen. Daarvoor moet een auditor de specifieke bedrijfsprocessen tot in detail bestuderen, een vergelijkbare beste praktijk voor die processen kiezen en/of nagaan wat er beter had gekund. In haar auditverslagen doet een nationale rekenkamer niet alleen aanbevelingen omtrent de wijze van verbetering van bedrijfsprocessen ter vermijding van potentiële risico's (niet-financiële voordelen), maar ook voor potentiële besparingen (of betere resultaten) voor de geauditeerden (financiële voordelen). De potentiële besparingen voor de geauditeerden kunnen worden aangemerkt als de financiële meerwaarde die een audit oplevert. Een van de eerste methodologieën voor het meten van de financiële meerwaarde van een audit door een nationale rekenkamer werd ontwikkeld door het National Audit Office of Great Britain, maar wegens de tekortkomingen daarvan werd deze meting nadien gestaakt of althans niet meer gerapporteerd. Desondanks luidde de titel van mijn doctoraalscriptie voor de titel van geverifieerd staatsauditor: "Measurement of the Financial Performance of the Work of the Court of Audit of the Republic of Slovenia" waarin ik een methodologie voorstelde voor het beoordelen van de financiële effecten van auditwerk die de NAO- methodologie op een hoger plan brengt en is toegespitst op de Sloveense Rekenkamerwet. Ik acht het belangrijk dat de nationale rekenkamers de belastingbetaler laten zien dat de activiteiten van geauditeerden naar aanleiding van hun audits kunnen bijdragen aan potentiële besparingen die – op zijn minst– groter zijn dan de kosten van het functioneren van de nationale rekenkamers zelf. Maar omdat de nationale rekenkamers slechts beperkte bevoegdheden hebben voor de uitvoering van aanbevelingen moet men wel begrijpen dat de verantwoordelijkheid voor uitvoering van de aanbevelingen en het realiseren van mogelijke besparingen bij de geauditeerden zelf ligt. Voor de toegevoegde waarde van de nationale rekenkamers hoeft dus enkel te worden gekeken naar de potentiële besparingen van openbare middelen of de betere resultaten (inkomsten, outputs of uitkomsten).

Voor de controle van overheidsuitgaven zijn de drie E's als volgt gedefinieerd:

▪  Economy/zuinigheid betekent dat de kosten van middelen zoveel mogelijk worden beperkt, rekening houdend met de kwaliteit. De ingezette middelen moeten hierbij tijdig, in passende hoeveelheid en kwaliteit en tegen de best mogelijke prijs beschikbaar worden gesteld.

▪  Efficiency/efficiëntie houdt in dat met de beschikbare middelen het best haalbare resultaat wordt bereikt. Het gaat hierbij om de verhouding tussen de ingezette middelen en de verkregen resultaten, wat betreft kwantiteit, kwaliteit en timing.

▪  Effectiveness/doeltreffendheid betekent dat de gestelde doelen en de beoogde resultaten worden bereikt.

Auditing van doeltreffendheid in de openbare sector houdt sterk verband met de regels voor openbare aanbesteding of voor werkgelegenheid en beloning. Omdat regelgeving inzake openbare aanbesteding onder meer is gebaseerd op het beginsel van economie van middelen, wordt de vraag naar doeltreffendheid meestal geauditeerd door middel van regelmatigheids-(nalevings-) audits.

Auditing van efficiëntie is anderzijds het ruimste oogmerk van de doelmatigheidsaudit omdat het onderzoek behelst naar de ratio tussen inputs en outputs (uitkomsten) en dus bevindingen bevat omtrent economie maar ook over bereiken van de gestelde doelen. Maar wanneer er een (on)gunstige ratio wordt geconstateerd moet de auditor de gezamenlijke operaties van de geauditeerde entiteit onderzoeken om de redenen van het slechte presteren te vinden. Dat kost meer tijd maar geeft de auditor de mogelijkheid om verbeteringen aan te bevelen die uitwerking hebben op wegnemen van risico's, verbetering van de inkoopprocedures met rationalisering van hoeveelheid inputs of de prijs daarvan, of verbeteringen in het proces zelf die doorwerken in een hogere, betere of misschien andere output die een beter resultaat oplevert.

Auditing van doelmatigheid zet de doelstellingen af tegen de output of de uitkomst van het proces. Voor de evaluatie van de kwaliteit van de gestelde doelen heeft Sir John Whitmore een model ontwikkeld van mnemonische acronymen als SMART (Specific, Measurable, Achievable, Relevant, Time-bound, Specifiek, Meetbaar, Haalbaar Relevant, Tijdsgebonden), PURE (Positively stated, Understood, Relevant, Ethical) of CLEAR (Challenging, Legal, Environmentally sound, Appropriate, Recorded). De ERK en de COARS gebruiken gewoonlijk SMART-criteria voor de beoordeling van de geschiktheid van de gestelde doelen, en RACER (Relevant, Accepted, Credible, Easy, Robust) voor het evalueren van de kwaliteit van de indicatoren. Bij het meten van doelstellingen zijn de uitkomsten belangrijker dan de outputs, omdat volgens de ERK en COARS outputs vaak worden gehaald (soms zijn ze niet eens behoorlijk gedefinieerd) zonder dat de verwachte resultaten worden verwezenlijkt. In Slovenië bijvoorbeeld werd alle voor landbouw bestemde geld op de EU-begroting uitgegeven, werd het ten doel gestelde aantal "nieuwe tractoren" (output) gehaald, maar bleek de toegevoegde waarde voor gesubsidieerde landbouwbedrijven (outcome) lager dan voordat de tractoren werden aangekocht. Gerichtheid op uitkomst in plaats van output is waarschijnlijk de reden (afgezien van de beëindiging van de regel n+2 na afloop van de periode 2007–2013) dat het auditprogramma van de ERK voor 2016 hoofdzakelijk bestaat uit audits naar de doelmatigheid van EU-programma's, met name cohesiefondsen.

Ik ben ook vertrouwd met het 6E-beginsel, dat ook meer sociale of ecologische en minder economische doelstellingen omvat (Equality, Ecology & Ethics). Audit-doelstellingen worden gewoonlijk omschreven als Economie, Efficiëntie of Effectiviteit, omdat die doelstellingen het input/output-model van elk bedrijfsproces weerspiegelen. Maar Equality, Ecology & Ethics laat zich invullen als:

-  deel van de door de geauditeerde gestelde doelstellingen; bijvoorbeeld auditing van de effectiviteit van het realiseren van gendergelijkheid (mannen/vrouwen) tussen werknemers in leidende functie. Diezelfde benadering is te gebruiken voor auditing van de effectiviteit van ecologische en ethische aspecten;

-  bij auditing van efficiëntie van bedrijfsprocessen (projectbeheer); bij auditing van bijvoorbeeld het proces rond de aanleg van een snelweg kan een nationale rekenkamer nagaan of de geauditeerde gedacht heeft aan zaken als wildpassages, behoud van bedreigde soorten, zuivering van afvoerwater, mogelijke overstroming, terugdringing van broeikasgassen etc.;

-  bij auditing van spaarzaamheid en/of efficiëntie rond aanbesteding; bijvoorbeeld, auditing of ethische en ecologische aspecten aan bod zijn gekomen bij de aanbesteding, waarbij te denken valt aan regelgeving inzake groene aanbesteding, eerlijke handel of lokale landbouwproductie etc.

17.  Hoe kan de samenwerking tussen de Rekenkamer, de nationale controle-instanties en het Europees Parlement (Commissie begrotingscontrole) worden verbeterd op het punt van de controle van de EU-begroting?

In artikel 287, lid 3, is bepaald dat de Rekenkamer en de nationale controle-instanties van de lidstaten bij controle in de lidstaten in onderling vertrouwen en met behoud van hun onafhankelijkheid samenwerken. De Rekenkamer heeft het exclusieve mandaat om een onafhankelijk standpunt in te nemen over de financiële rekeningen van de EU en om verslag te doen over kwesties verband houdende met een gezond financieel beheer, met de regelmatigheid en wettigheid van de onderliggende verrichtingen en met de betrouwbaarheid van die rekeningen. Tegelijkertijd functioneren de hoge controle-instanties binnen de nationale kaders op grond van hun eigen mandaten, waarbij zij volledig onafhankelijk van de EU-instellingen opereren en verantwoording schuldig zijn ten opzichte van de nationale parlementen. Tachtig procent van de begroting wordt besteed onder gedeeld beheer door de Commissie en de lidstaten, reden waarom samenwerking tussen de ERK en de nationale rekenkamers zo essentieel is, maar er bestaat geen gedeelde verantwoordelijkheid voor de audit van de EU-begroting tussen de ERK en de nationale rekenkamers. Deze asymmetrie wordt nog eens versterkt door de diversiteit van de nationale rekenkamers, door hun verschillende auditbenaderingen en door de wijze waarop zij binnen de nationale systemen verantwoording moeten afleggen. Naar mijn mening biedt het Contact Comité van de Europese nationale rekenkamers een goed platform voor die samenwerking. Over dergelijke gemeenschappelijke manieren van auditing wordt discussie gevoerd binnen het Contact Comité, zoals de lopende discussie over auditsamenwerking in het kader van de Europa 2020-Strategie. Het hoofdzakelijke doel is de onderlinge afstemming van het werk van de EU-instellingen en dat van de nationale rekenkamers bij het auditing van EU-gelden. De discussie over vragen rond de single audit-aanpak of nationale verklaringen is nog steeds gaande en er is hierover nog niets beslist. Ik ben van mening dat het belangrijkste argument voor een betere samenwerking een groter besef bij de nationale parlementen, regeringen en hoge controle-instanties is dat een effectiever gebruik en efficiëntere controle van de EU-fondsen ook aan hun eigen ambities en belangen beantwoordt. Uiteraard speelt een groter wederzijds begrip bij alle betrokkenen van de nationale belangen en de punten van zorg van de EU-instellingen ook een belangrijke rol. Er is al een zekere mate van samenwerking tussen de ERK en de rekenkamers, want de ERK stuurt zijn werkprogramma door naar de nationale rekenkamers, waardoor vertegenwoordigers van die rekenkamers bij een audit kunnen worden betrokken, wat helpt voor het delen van kennis, beste praktijken en voor meer onderling begrip. Nationale rekenkamers auditen ook in zekere mate EU-gelden die op de nationale begroting verschijnen, maar hun benaderingen zijn nog niet voldoende vergelijkbaar. Niettemin kan de ERK hierdoor de meest relevante bevindingen van een nationale rekenkamer gebruiken voor programmering, speciale verslagen en sommige aspecten van een betrouwbaarheidsverklaring (DAS).

Er is echter altijd ruimte voor verbetering: Europa gaat toe naar gemeenschappelijke accounting standaards voor de openbare sector (EPSAS) en de Europese Commissie versterkt de onderlinge afstemming van het begrotingsproces en de verslaglegging met het Europese semester. De ERK en de nationale rekenkamers kunnen de samenwerking versterken door delen van kennis, uitvoeren van parallelle begrotingsaudits, vooral in de planningsfase, ontwerpen van gemeenschappelijke modellen voor begrotingsaudits voor EU-gelden, delen van auditervaring en auditresultaten tussen de audits. Leren van elkaars ervaring zou zeer heilzaam zijn om de beste praktijken in alle rekenkamers ingang te doen vinden en tijdige, relevante en vergelijkbare informatie aan belanghebbenden te verschaffen.

18.  Hoe zou u de verslaglegging van de Rekenkamer verder ontwikkelen teneinde het Europees Parlement van alle noodzakelijke informatie te voorzien met betrekking tot de juistheid van de gegevens die door de lidstaten aan de Europese Commissie worden verstrekt?

Dit is waarschijnlijk een van de belangrijkste kwesties voor de toekomstige rol van de Europese Commissie en de ERK in de relaties met de lidstaten en de nationale rekenkamers en is niet iets waar de ERK in haar eentje voor verbetering kan zorgen. Zoals reeds gezegd zijn de nationale rekenkamers onafhankelijk en is de ERK niet in de positie om hun werk te dicteren. Samenwerking op basis van vrijwilligheid bij uitvoering van audits is mogelijk, maar het lijkt niet waarschijnlijk dat alle nationale rekenkamers zich bij een gecoördineerde audit laten betrekken. Dankzij het werk van het Contactcomité wordt er evenwel enige vooruitgang geboekt.

Afgezien van deze inspanningen van het Contactcomité en andere nog lopende discussie over invoering van een gemeenschappelijke audit-aanpak of nationale verklaringen, is het duidelijk dat een vorm van versterkte samenwerking tussen de ERK en de nationale rekenkamers noodzakelijk zal zijn. De capaciteit van de ERK uitbouwen om parallel met de nationale rekenkamers audits in de lidstaten uit te voeren zou niet beantwoorden aan gezond financieel beheer en is dus volgens mij niet de juiste oplossing.

Aangezien de Europese Commissie (en niet de ERK) verplicht is om accurate gegevens bij de lidstaten op te vragen, ligt het volgens mij ook op haar weg om het Europees Parlement voor te stellen regelgeving aan te nemen op grond waarvan alle lidstaten jaarlijks verslag moeten uitbrengen omtrent de juistheid van de gegevens die hun respectieve nationale rekenkamers naar de Europese Commissie zenden. Misschien is het niet nodig om alle gegevens te rapporteren die elk jaar naar de Commissie worden gezonden (omdat de capaciteit van een nationale rekenkamer daarvoor niet groot genoeg is) maar alleen de elk jaar te selecteren en bij de lidstaten op te vragen gegevens, naargelang de door de Europese Commissie onderkende risico's, het werkprogramma van de ERK en d suggesties van het Europees Parlement.

De ERK speelt een rol bij de onderlinge afstemming van de audit-aanpak van de respectieve rekenkamers met het oog op de samenstelling van de benodigde verslagen, wat in het kader van het Contact Comité kan worden gedaan. Maar in de eerste plaats is het de taak van de ERK om na te gaan in hoeverre de Europese Commissie accurate gegevens van de lidstaten weet te verkrijgen en interne controles kan verrichten naar de juistheid van de ontvangen gegevens, volgens de bij de Commissie zelf geldende procedures. De ERK verzamelt steekproeven bij de lidstaten en verricht audits met controle achteraf van de juistheid van de gegevens, maar zulks uitsluitend om de goede werking van de door de Commissie zelf vooraf verrichte controles te bevestigen en niet om het werk van de Commissie over te doen.

Overige vragen

19.  Zou u uw kandidatuur intrekken indien het Parlement een ongunstig advies uitbrengt over uw benoeming als lid van de Rekenkamer?

Ja dan zou ik mijn kandidatuur intrekken. Ik geloof dat vertrouwen en respect tussen de leden van de ERK en die van het Europees Parlement (met name van CONT) een noodzakelijke voorwaarde is voor goede samenwerking bij onze gemeenschappelijke taak.

Niettemin heb ik er vertrouwen in dat het Europees Parlement zich door mijn carrière tot dusver (waaruit mijn zin voor onafhankelijke en professionele auditing wel afdoende blijkt), de unanieme steun van de Sloveense regering en de commissie EU-aangelegenheden van het Sloveense parlement, en mijn hier geschreven en in de hoorzitting in de commissie gegeven antwoorden, voldoende zal laten overtuigen en positief advies zal uitbrengen omtrent mijn kandidatuur, en zijn steun zal uitspreken voor mijn benoeming tot lid van de ERK.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

15.3.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

17

3

6

Bij de eindstemming aanwezige leden

Louis Aliot, Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Ryszard Czarnecki, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Bogusław Liberadzki, Monica Macovei, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Igor Šoltes, Bart Staes, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Richard Ashworth, Karin Kadenbach, Andrey Novakov, Julia Pitera, Miroslav Poche

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Xabier Benito Ziluaga