Procedure : 2016/2022(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0077/2016

Ingediende teksten :

A8-0077/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/04/2016 - 11.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0111

VERSLAG     
PDF 476kWORD 103k
6.4.2016
PE 576.865v02-00 A8-0077/2016

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, (aanvraag van Zweden - EFG/2015/009 SE/Volvo Trucks)

(COM(2016)0061 – C8-0033/2016 – 2016/2022(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Victor Negrescu

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Zweden - EFG/2015/009 SE/Volvo Trucks)

(COM(2016)0061 – C8-0033/2016 – 2016/2022(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0061 – C8-0033/2016),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12 hiervan,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3), en met name punt 13 hiervan,

–  gezien de trialoogprocedure zoals bedoeld in punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013,

–  gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–  gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0077/2016),

A.  overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

B.  overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld om de terugkeer naar de arbeidsmarkt van de ontslagen werknemers te vergemakkelijken, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd tijdens het overleg van 17 juli 2008, en met inachtneming van het IIA van 2 december 2013 met betrekking tot het nemen van besluiten om gebruik te maken van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG);

C.  overwegende dat de vaststelling van de nieuwe EFG-verordening vorm geeft aan de overeenkomst tussen het Parlement en de Raad om het criterium "crisisafwijking" opnieuw in te voeren, de financiële bijdrage van de Unie te verhogen tot 60 % van de totale geraamde kosten van de voorgestelde maatregelen, de efficiëntie voor de behandeling van EFG-aanvragen in de Commissie en door het Parlement en de Raad te verhogen door de termijn voor beoordeling en goedkeuring te verkorten, de subsidiabele maatregelen en begunstigden uit te breiden door zelfstandigen en jongeren toe te voegen en stimuleringsmaatregelen voor de oprichting van een eigen bedrijf te financieren;

D.  overwegende dat Zweden aanvraag EGF/2015/009 SE/Volvo Trucks heeft ingediend voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van ontslagen in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 - afdeling 29 (Vervaardiging van motorvoertuigen, aanhangwagens en downstreamproducenten) voornamelijk in de regio van NUTS-niveau 2 SE33 (Upper Norrland), en dat 500 van de 647 ontslagen werknemers die voor de EFG-bijdrage in aanmerking komen naar verwachting aan de maatregelen zullen deelnemen; overwegende dat 470 van die werknemers zijn ontslagen in de Volvo Group Truck-actie EMEA na reducties in de Umeå-fabriek, en dat 177 andere werknemers zijn ontslagen bij vier leveranciers en downstreamproducenten (IL Logistics AB, Lemia, Caverion en Isringhausen);

E.  overwegende dat de aanvraag is ingediend op grond van de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening, die vereisen dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat ten minste 500 werknemers gedwongen zijn ontslagen, met inbegrip van werknemers die gedwongen zijn ontslagen bij leveranciers, respectievelijk downstreamproducenten, en/of zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd;

F.  overwegende dat de financiële controle van de door het EFG gesteunde maatregelen de verantwoordelijkheid van de lidstaten is, zoals vastgelegd in artikel 2, lid 1, van de EFG-verordening;

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening en dat Zweden bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage uit hoofde van die verordening ter hoogte van 1 793 710 EUR, oftewel 60 % van de totale kosten van 2 989 518 EUR;

2.  stelt vast dat de Zweedse autoriteiten de aanvraag voor een financiële bijdrage uit het EFG op 16 september 2015 hebben ingediend, en dat de beoordeling daarvan door de Commissie op 16 februari 2016 is afgerond en op dezelfde dag aan het Parlement is meegedeeld;

3.  betreurt het dat de Commissie zich door een uitzonderlijke tekort aan personeel niet heeft kunnen houden aan de termijn voor de afronding van de beoordeling van deze aanvraag; herinnert eraan dat de steun in het belang van de begunstigden zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld; verzoekt de lidstaten en de bij het EFG-besluitvormingsproces betrokken instellingen van de Unie alles in het werk stellen om de voor de behandeling benodigde tijd te verminderen en de procedures te vereenvoudigen zodat de besluiten betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG probleemloos en snel kunnen worden vastgesteld;

4.  neemt ter kennis dat de productie van bedrijfsvoertuigen niet langer door Europese en Noord-Amerikaanse bedrijven wordt gedomineerd ten gevolg van de opkomst van nieuwe, Aziatische vrachtwagenproducenten; stelt vast dat de productie van zware vrachtwagens in de EU, alsook de exporten van zware bedrijfsvoertuigen, bussen en touringcars, in 2014 zijn gedaald (-11%, ten belope van 6,3 miljard EUR), terwijl de importen van bedrijfsvoertuigen in de Unie zijn toegenomen (+10 %); stelt vast dat de vrachtwagenindustrie het moeilijk heeft met het inspelen op grote veranderingen en met het zich aanpassen aan nieuwe omstandigheden in onze steeds verder globaliserende wereld; neemt ter kennis dat de Zweedse autoriteiten argumenteren dat de gedeeltelijke verplaatsing van de Umeå-fabriek van Volvo gedicteerd wordt door de noodzaak, in het kader van Volvo's optimalisatieprogramma, om de efficiëntie te verhogen en de kosten te drukken, teneinde de bestaande en verwachte wereldwijde concurrentie het hoofd te bieden;

5.  geeft aan dat de gedwongen ontslagen in de regio in kwestie van het district Västerbotten (waar Umeå de hoofdstad van is) een uitdaging vormen, gezien het feit dat de vacatures er banen in het hoogopgeleide segment betreffen, terwijl de meeste betrokken werknemers alleen een middelbareschoolopleiding hebben; neemt ter kennis dat in de aanvraag verwezen wordt naar een recent rapport waarin staat dat in de regio Västerbotten 40 000 nieuwe werknemers nodig zullen zijn; is verheugd over de maatregelen voor werknemers die een gespecialiseerde opleiding nodig hebben;

6.  verzoekt de lidstaten samen met de sociale partners strategieën te ontwikkelen om in te spelen op de verwachte veranderingen op de arbeidsmarkt, en banen en vaardigheden in de Unie te beschermen op basis van een alomvattende beoordeling - door de Commissie - van de impact op de handel van elk handelsakkoord;

7.  neemt ter kennis dat de aanvraag geen betrekking heeft op NEET's (mensen zonder baan en die ook geen onderwijs of opleiding volgen), omdat deze regio onder het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief niet voor maatregelen voor deze groep in aanmerking komt;

8.  is ingenomen met het feit dat de Zweedse autoriteiten op 30 januari 2015 zijn begonnen met het verlenen van de individuele diensten aan de getroffen werknemers, ruimschoots vóór het besluit over de toekenning van EFG-steun voor het voorgestelde gecoördineerde pakket;

9.  wijst erop dat Zweden negen soorten maatregelen plant voor ontslagen werknemers voor wie in deze aanvraag steun wordt aangevraagd: i) diepgaande beoordeling en individuele planning; ii) diverse activiteiten in verband met het zoeken van een baan en coaching; iii) motiverings- en gezondheidsmaatregelen; iv) ondernemerschap en oprichting van een bedrijf; v) onderwijs en opleiding; vi) validatie van competenties; vii) hulp van particuliere dienstverleners bij het zoeken van een baan; viii) reis- en aanverwante kosten; ix) toelage voor het zoeken naar werk;

10.  is ingenomen met de motiverings- en gezondheidsmaatregelen; acht dergelijke maatregelen nodig om de motivering te vergroten en hulp te geven aan diegenen wier gezondheid achteruit is gegaan doordat ze hun baan waren verloren; is daarnaast blij met de maatregelen voor de validatie van de competenties van de deelnemers;

11.  neemt kennis van het grote bedrag voor toelagen en stimulansen; merkt ook op dat de financiering voor deze maatregelen beperkt is tot ten hoogste 35 % van de totale kosten van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening, zoals vastgelegd in de EFG-verordening, en dat deze maatregelen afhankelijk gesteld zijn van de actieve participatie van de begunstigden in activiteiten voor het vinden van werk of opleiding;;

12.  wacht op het antwoord van de Commissie waarin zij bevestigt dat de voorgestelde toelage voor het vinden van werk niet in de plaats komt van de verplichting voor de lidstaat om actieve arbeidsmarktmaatregelen of socialebeschermingsmaatregelen te treffen; verwacht daarnaast een analyse van het aanvullende karakter van de maatregelen waar met middelen van het EFG steun wordt toegekend;

13.  stelt vast het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening werd opgesteld in overleg met de beoogde begunstigden en hun vertegenwoordigers, alsook met de plaatselijke overheidsinstanties.

14.  herinnert eraan dat in artikel 7 van de EFG-verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het gecoördineerde pakket gericht dient te zijn op de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie;

15.  herinnert eraan dat de inzetbaarheid van alle werknemers moet worden verbeterd door middel van aangepaste opleidingen en de erkenning van de in de loop van het beroepsleven opgedane vaardigheden en bekwaamheden; verwacht dat de opleiding die in het gecoördineerde pakket wordt aangeboden, niet alleen is afgestemd op de behoeften van de ontslagen werknemers, maar ook op de huidige ondernemingsomgeving en de toekomst van de beroepssectoren;

16.  verzoekt de Commissie om in haar volgende voorstellen nader aan te geven in welke sectoren de werknemers het meest kans op een nieuwe baan maken en of de aangeboden opleidingen afgestemd zijn op de toekomstige economische vooruitzichten en behoeften van de arbeidsmarkt in de regio's waar de ontslagen plaatsvonden;

17.  wijst erop dat de Zweedse autoriteiten bevestigen dat voor de subsidiabele maatregelen geen steun uit andere financieringsinstrumenten van de Unie wordt ontvangen; herhaalt zijn oproep aan de Commissie om in haar jaarverslagen een vergelijkende evaluatie van deze gegevens op te nemen zodat bestaande regelingen volledig in acht worden genomen en wordt voorkomen dat door de Unie gefinancierde diensten dubbel worden aangeboden;

18.  stelt vast dat tot op heden voor de sector "Vervaardiging van auto's, aanhangwagens en opleggers", met inbegrip van deze aanvraag, 22 EFG-aanvragen zijn ingediend, waarvan er 12 gebaseerd waren op handelsgerelateerde globalisering en 10 op de wereldwijde financiële en economische crisis.

19.  verzoekt de Commissie goed te kijken naar de gevallen waarin een aanvraag voor EFG-financiering wordt ingediend voor ontslagen die het gevolg zijn van delocalisatiestrategieën van bedrijven en erop toe te zien dat de bedrijven in kwestie zich volledig houden aan de wettelijke of de CAO-verplichtingen ten opzichte van de ontslagen werknemers en dat het EFG als een aanvullende maatregel wordt ingezet;

20.  herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe ondernemingen verplicht zijn krachtens de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, noch van maatregelen voor de herstructurering van ondernemingen of sectoren;

21.  waardeert de verbeterde procedure die de Commissie op verzoek van het Parlement in het leven heeft geroepen om de toekenning van subsidies te versnellen; neemt nota van de tijdsdruk die het nieuwe tijdschema met zich brengt, en van de mogelijke gevolgen voor de doeltreffendheid van de afhandeling van het dossier;

22.  herinnert de Commissie aan haar verantwoordelijkheid en aan de verplichting om tijdig gedetailleerde informatie te verstrekken die bevestigt dat de voorgestelde toelage voor het vinden van werk niet in de plaats komt van de verplichting voor de lidstaat om actieve arbeidsmarktmaatregelen of socialebeschermingsmaatregelen te treffen, alsmede een gedetailleerde analyse te overleggen waaruit blijkt dat deze EFG-maatregelen een complementair karakter hebben;

23.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat alle documenten in verband met EFG-zaken openbaar toegankelijk zijn;

24.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

25.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

26.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Zweden – EGF/2015/009 SE/Volvo Trucks)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(4), en met name artikel 15, lid 4,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(5), en met name punt 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Het Europees Fonds voor aanpassing van de globalisering (EFG) heeft tot doel steun te verlenen aan werknemers die werkloos zijn geworden en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van uit de globalisering voortvloeiende grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, doordat de wereldwijde financiële en economische crisis aanhoudt, of door een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren.

(2)  Zoals vastgesteld in artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013(6) van de Raad mag het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (prijzen van 2011) niet overschrijden.

(3)  Op 16 september 2015 heeft Zweden aanvraag EGF/2015/009 SE/Volvo Trucks ingediend voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van ontslagen bij Volvo Trucks (Volvo Group Truck Operation, EMEA) en vier leveranciers en downstreamproducenten in Zweden. Zweden heeft overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 aanvullende gegevens ingediend. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het EFG overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1309/2013.

(4)  Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage van 1 793 710 EUR te leveren aan de door Zweden ingediende aanvraag.

(5)  Teneinde zo snel mogelijk middelen uit het EFG ter beschikking te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016 wordt een bedrag van 1 793 710 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het is van toepassing vanaf [datum van vaststelling]*.

(7)Gedaan te ,

Voor het Europees Parlement  Voor de Raad

De Voorzitter  De Voorzitter

TOELICHTING

I.  Achtergrond

Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(8) en van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1309/2013(9) mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds niet meer dan 150 miljoen EUR bedragen (prijzen 2011). De benodigde bedragen worden als voorziening opgenomen in de algemene begroting van de Europese Unie.

Overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(10) verloopt de procedure om het fonds te activeren als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend overschrijvingsverzoek. Indien geen eensgezindheid bestaat, wordt een trialoogprocedure ingeleid.

II.  De aanvraag voor Volvo Trucks en het voorstel van de Commissie

Op 16 februari 2016 heeft de Commissie een voorstel goedgekeurd voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan Zweden om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te steunen van werknemers die gedwongen zijn ontslagen bij 5 ondernemingen in NACE Rev. 2 - afdeling 29 (Vervaardiging van motorvoertuigen, aanhangwagens en semi-aanhangwagens) in de regio's van NUTS-niveau(11) 2 SE33 (Upper Norrland) in Zweden.

Deze aanvraag is de tweede die in het kader van de begroting 2016 wordt behandeld en de 22e voor de productie van motorvoertuigen, aanhangwagens en semi-aanhangwagens, en heeft betrekking op de beschikbaarstelling van een totaalbedrag van 1 793 710 EUR uit het EFG voor Zweden . De aanvraag heeft betrekking op 500 werknemers die zijn ontslagen.

De aanvraag werd op 16 september 2015 bij de Commissie ingediend, en tot en met 11 november 2015 werd er aanvullende informatie verstrekt. De Commissie heeft overeenkomstig alle toepasselijke bepalingen van de EFG-verordening geconcludeerd dat de aanvraag aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële bijdrage uit het EFG voldoet.

De Zweedse autoriteiten stellen dat de ontslagen toe te schrijven zijn aan ontwikkelingen waar de Europese bedrijfsvoertuigensector, en met name de vrachtwagensector, de afgelopen jaren mee wordt geconfronteerd, te weten de opkomst van Aziatische vrachtwagenproducenten, en aan de problemen die de vrachtwagenindustrie heeft om zich aan te passen, waardoor de sector gedwongen is de doeltreffendheid te vergroten en de kosten te reduceren.

De individuele dienstverlening die aan de ontslagen werknemers wordt aangeboden bestaat uit negen soorten maatregelen: verzoeken: i) gedetailleerde beoordeling en individuele planning, ii) verschillende activiteiten op het vlak van het zoeken van werk en coaching, iii) motivatie- en gezondheidsmaatregelen, iv) ondernemerschap en het opzetten van een bedrijf, v) onderwijs en opleiding, vi) validering van vaardigheden, vii) steun op het vlak van het zoeken van werk met particuliere dienstverleners, viii) reiskosten en gerelateerde kosten, en ix) toelage voor het zoeken van werk.

Volgens de Commissie zijn de beschreven maatregelen actieve arbeidsmarktmaatregelen die behoren tot de in artikel 7 van de EFG-verordening vastgestelde subsidiabele acties. Deze acties komen niet in de plaats van maatregelen die gericht zijn op een passieve sociale bescherming.

De Zweedse autoriteiten hebben op de volgende punten de nodige garanties geboden:

–  bij de toegang tot de voorgestelde acties en hun uitvoering zullen de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie worden gerespecteerd,

–  aan de voorschriften van de nationale en EU-wetgeving betreffende collectieve ontslagen is voldaan,

–  Volvo Trucks heeft zijn activiteiten na de ontslagen voortgezet, is zijn wettelijke verplichtingen bij ontslagen nagekomen en heeft voor zijn werknemers dienovereenkomstig de nodige maatregelen getroffen,

–  de voorgestelde maatregelen zullen geen financiële steun ontvangen van andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, en dubbele financiering zal worden voorkomen,

–  de voorgestelde maatregelen zullen complementair zijn met acties die door de Structuurfondsen worden gefinancierd,

–  de financiële bijdrage van het EFG zal voldoen aan de procedurele en materiële EU-regels inzake overheidssteun.

Zweden heeft de Commissie laten weten dat de EFG-maatregelen medefinanciering zullen ontvangen van de Zweedse regering, die daarvoor middelen van de begroting van de Zweedse publieke arbeidsbemiddelingsdienst (Arbetsförmedlingen) zal gebruiken.

III.  Procedure

Om middelen uit het EFG te kunnen inzetten, heeft de Commissie aan de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek doen toekomen voor een totaalbedrag van 1 793 710 EUR uit de EFG-reserve (40 02 43) naar de EFG-begrotingslijn (04 04 01).

Dit is het tweede voorstel tot overschrijving voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG dat tot op heden in 2016 naar de begrotingsautoriteit is gezonden.

Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt overeenkomstig artikel 15, lid 4, van de EFG-verordening de trialoogprocedure ingeleid.

Overeenkomstig een interne afspraak moet de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

ZP/jb D(2015)12392

De heer Jean Arthuis

Voorzitter van de Begrotingscommissie

ASP 09G205

Betreft: Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2015/009 SE/Volvo Trucks van Zweden (COM(2016) 61 final)

Geachte voorzitter,

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2015/009 SE Volvo Trucks onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de werkgroep EFG zijn voorstander van de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds voor het verlangde doel. De commissie formuleert in dit verband een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling ter discussie te willen stellen.

Bij haar beraadslagingen is de commissie uitgegaan van de volgende overwegingen:

A)  de aanvraag is gebaseerd op artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1309/2013 (EFG-verordening) en heeft betrekking op 647 in de referentieperiode van 24 februari 2015 tot 24 juni 2015 werkloos geworden werknemers van Volvo Trucks, dat actief is in de NACE Rev. 2-afdeling 29 (Vervaardiging van motorvoertuigen, aanhangwagens en opleggers), en vier leveranciers en downstreamproducenten, die voornamelijk actief zijn in de regio van NUTS-niveau 2 SE33 (Upper Norrland in Zweden);

B)  Zweden legt het verband tussen de ontslagen en de grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ingevolge de globalisering met het argument dat de productie van bedrijfsvoertuigen, een relatief klein segment binnen de grote automobielsector, niet langer wordt gedomineerd door Europese en Noord-Amerikaanse producenten; de nieuwe Aziatische vrachtwagenproducenten in China en India hebben via joint ventures met gevestigde marktleiders in het Westen toegang gekregen tot nieuwe technologie;

C)  binnen de sector bedrijfsvoertuigen vertoonde de productie van het segment zware vrachtwagens in 2014 een negatieve trend in vergelijking met 2013; in 2014 heeft zich in de EU-handel een belangrijke verschuiving voorgedaan, aangezien de uitvoer door de producenten in de EU daalde en de invoer van voertuigen steeg;

D)  de meerderheid (77,4%) van de werknemers waarop de maatregelen betrekking hebben, is man, en 22,6% is vrouw; 60% van de werknemers is tussen de 30 en 54 jaar oud, 15% is tussen de 25 en 29 jaar, en 12,2% is tussen de 55 en 64 jaar.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Begrotingscommissie derhalve onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de Zweedse aanvraag op te nemen:

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1309/2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering en dat Zweden bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage op grond van die verordening;

2.  betreurt het dat de Commissie zich niet heeft kunnen houden aan de termijn voor de afronding van de beoordeling van deze aanvraag  ; neemt er kennis van dat de reden hiervoor een buitengewoon tekort aan personeel was; is van oordeel dat indien de vertraging het gevolg is van recente personeelsverlagingen bij de Commissie de steun in het belang van de begunstigden zo snel en doeltreffend mogelijk ter beschikking moet worden gesteld; de lidstaten en de bij het EFG-besluitvormingsproces betrokken instellingen van de Unie moeten alles in het werk stellen om de voor de behandeling benodigde tijd te verminderen en de procedures te vereenvoudigen zodat de besluiten betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG probleemloos en snel kunnen worden vastgesteld;

3.  neemt ter kennis dat de aanvraag geen betrekking heeft op NEET's (mensen zonder baan en die ook geen onderwijs of opleiding volgen), omdat deze regio onder het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief niet voor maatregelen voor deze groep in aanmerking komt;

4.  verzoekt de Commissie goed te kijken naar de gevallen waarin een aanvraag voor EFG-financiering wordt ingediend voor ontslagen die het gevolg zijn van delocalisatiestrategieën van bedrijven en erop toe te zien dat de bedrijven in kwestie zich volledig houden aan de wettelijke of de CAO-verplichtingen ten opzichte van de ontslagen werknemers en dat het EFG als een aanvullende maatregel wordt ingezet;

5.  wacht op het antwoord van de Commissie waarin wordt bevestigd dat de voorgestelde toelage voor het vinden van werk niet in de plaats komt van de verplichting voor de lidstaat om actieve arbeidsmarktmaatregelen of socialebeschermingsmaatregelen te treffen, alsmede op een gedetailleerde analyse waaruit blijkt dat deze EFG-maatregelen een complementair karakter hebben;

6.  neemt ter kennis dat in de aanvraag verwezen wordt naar een recent rapport waarin staat dat in de regio Västerbotten 40 000 nieuwe werknemers nodig zullen zijn; is verheugd over de maatregelen voor de werknemers die hun opleidingsniveau als onvoldoende beschouwen voor de vacatures in de regio, en die specialistische opleidingen nodig hebben;

7.  is ingenomen met de motiverings- en gezondheidsmaatregelen; acht dergelijke maatregelen nodig om de motivering te vergroten en hulp te geven aan diegenen wier gezondheid achteruit is gegaan doordat ze hun baan waren verloren; is daarnaast blij met de maatregelen voor de validatie van de competenties van de deelnemers;

8.  neemt kennis van het grote bedrag dat voor toelagen en stimulansen is bedoeld, en neemt er nota van dat de financiering van deze maatregelen geplafonneerd is op 35% van de totale kosten van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening, zoals vastgelegd in de EFG-verordening; neemt er nota van dat deze acties afhangen van de actieve deelname van de beoogde begunstigden aan opleidingsactiviteiten en activiteiten in verband met het zoeken van een baan;

9.  herinnert eraan dat overeenkomstig artikel 7 van de verordening het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening zo moet worden samengesteld dat rekening wordt gehouden met de toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het pakket verenigbaar moet zijn met de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie.

Hoogachtend,

Thomas HÄNDEL

Voorzitter EMPL

BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING

De heer Jean ARTHUIS

Voorzitter

Begrotingscommissie

Europees Parlement

Betreft:  Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering

Geachte heer Arthuis,

Er is een Commissievoorstel voor een besluit om middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) beschikbaar te stellen, voor advies doorverwezen naar de Commissie regionale ontwikkeling. Ik heb begrepen dat het de bedoeling is dat op 16 maart een verslag over dit voorstel in de Begrotingscommissie wordt goedgekeurd.

COM(2016) 61 bevat een voorstel voor een EFG-bijdrage van 1 793 710 EUR voor 470 werknemers die zijn ontslagen bij Volvo trucks en 177 werknemers die zijn ontslagen bij 4 leveranciers en downstreamproducenten. De primaire onderneming is actief in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 29 (Vervaardiging van auto's, aanhangwagens en opleggers). De ontslagen bij de primaire onderneming vielen hoofdzakelijk in de regio van NUTS-niveau 2 SE33 (Upper Norrland, in Zweden).

De regels die van toepassing zijn op de financiële bijdragen uit het EFG zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006.

De commissiecoördinatoren hebben deze voorstellen besproken, en mij verzocht u te schrijven dat de meerderheid in deze commissie geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van het voornoemde bedrag uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, zoals door de Commissie voorgesteld.

Hoogachtend,

Iskra MIHAYLOVA

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

4.4.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

17

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean Arthuis, Lefteris Christoforou, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Jens Geier, Iris Hoffmann, Bernd Kölmel, Ernest Maragall, Clare Moody, Younous Omarjee, Eleftherios Synadinos, Indrek Tarand, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Anneli Jäätteenmäki, Pavel Poc, Alfred Sant

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Isabella Adinolfi, Jonás Fernández, Arne Gericke, Edouard Martin, Emilian Pavel

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(5)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(6)

Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).

(7)

*Datum in te voegen door het Parlement vóór de publicatie in het PB.

(8)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(9)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(10)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(11)

Verordening (EU) nr. 1046/2012 van de Commissie van 8 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS), wat de indiening van tijdreeksen voor de nieuwe regionale indeling betreft (PB L 310 van 9.11.2012, blz. 34).

Juridische mededeling - Privacybeleid