Procedure : 2016/2025(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0078/2016

Ingediende teksten :

A8-0078/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/04/2016 - 11.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0112

VERSLAG     
PDF 457kWORD 105k
6.4.2016
PE 578.667v02-00 A8-0078/2016

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EGF/2016/000 TA 2016 - Technische bijstand op initiatief van de Commissie)

(COM(2016)0078 – C8-0095/2016 – 2016/2025(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Andrey Novakov

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EGF/2016/000 TA 2016 - Technische bijstand op initiatief van de Commissie)

(COM(2016)0078 – C8-0095/2016 – 2016/2025(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0078 – C8-0095/2016),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1) (EFG-verordening),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) (IIA van 2 december 2013), en met name punt 13,

–  gezien zijn resolutie van 24 juni 2015 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2015/000 TA 2015 – Technische bijstand op initiatief van de Commissie)(4),

–  gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–  gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0078/2016),

A.  overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

B.  overwegende dat steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd tijdens het overleg van 17 juli 2008, en met inachtneming van het IIA van 2 december 2013 met betrekking tot het nemen van besluiten om gebruik te maken van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG);

C.  overwegende dat de vaststelling van de nieuwe EFG-verordening vorm geeft aan de overeenkomst tussen het Parlement en de Raad om het criterium "crisisafwijking" opnieuw in te voeren, de financiële bijdrage van de Unie te verhogen tot 60 % van de totale geraamde kosten van de voorgestelde maatregelen, de efficiëntie voor de behandeling van EFG-aanvragen in de Commissie en door het Parlement en de Raad te verhogen door de termijn voor beoordeling en goedkeuring te verkorten, de subsidiabele maatregelen en begunstigden uit te breiden door zelfstandigen en jongeren toe te voegen en stimuleringsmaatregelen voor de oprichting van een eigen bedrijf te financieren;

D.  overwegende dat het maximale jaarlijkse bedrag dat voor het EFG beschikbaar is 150 miljoen EUR bedraagt (prijzen van 2011) en dat in artikel 11, lid 1, van de EFG-verordening wordt bepaald dat op initiatief van de Commissie jaarlijks maximaal 0,5 % van dit bedrag (d.w.z. 828 060 EUR in 2016) kan worden gebruikt voor technische bijstand, ter financiering van de voorbereiding van, het toezicht op, de gegevensverzameling voor en het creëren van een kennisbasis, administratieve en technische bijstand, informatie- en communicatieactiviteiten alsook boekhoudkundige, controle- en evaluatiewerkzaamheden die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de EFG-verordening;

E.  overwegende dat het Europees Parlement herhaaldelijk heeft gewezen op de noodzakelijke verbetering van de meerwaarde, de doeltreffendheid en de inzetbaarheid van begunstigden van het EFG als EU-instrument ter ondersteuning van werknemers die zijn ontslagen;

F.  overwegende dat het voorgestelde bedrag van 380 000 EUR overeenkomt met circa 0,23 % van het beschikbare jaarlijkse maximumbedrag voor het EFG in 2016;

1.  neemt kennis van de door de Commissie voorgestelde maatregelen als technische bijstand, ter financiering van uitgaven in overeenstemming met artikel 11, leden 1 en 4, en artikel 12, leden 2, 3 en 4, van de EFG-verordening;

2.  wijst andermaal op het belang van netwerken en de uitwisseling van informatie over het EFG en steunt derhalve de financiering van de Deskundigengroep van contactpersonen van het EFG en de netwerkseminars over de implementatie van het EFG; verwacht dat deze informatieuitwisseling ook zal bijdragen tot een betere en gedetailleerdere verslaglegging over de mate van succes van de door het EFG gesteunde maatregelen in de lidstaten, in het bijzonder over het bereik en het herintredingspercentage van begunstigden; steunt tevens alle initiatieven ter verbetering van de participatie en raadpleging van lokale autoriteiten die het dagelijks beheer van de door het EFG gesteunde maatregelen verzorgen;

3.  is ingenomen met het voortgezette werk aan de gestandaardiseerde procedures voor EFG-aanvragen en -beheer waarbij gebruik wordt gemaakt van de functies van het systeem voor elektronische gegevensuitwisseling (SFC2014), hetgeen een vereenvoudiging en snellere verwerking van aanvragen mogelijk maakt, alsmede betere verslaglegging; constateert dat de Commissie voornemens is, als prioriteit voor 2016, de module voor eindverslagen waarmee de implementatie van elk EFG-dossier wordt afgesloten, uit te werken en bij te stellen; stelt echter vast dat de kosten voor de EFG-begroting van het SFC2014-proces relatief hoog blijven;

4.  verwelkomt de integratie van de verslaglegging in het systeem voor elektronische gegevensuitwisseling (SFC2014); is van mening dat dit de administratieve belasting voor de lidstaten zal verminderen en het gebruik van verslagen voor evaluatiedoeleinden zal vergemakkelijken;

5.  wijst erop dat de procedure voor de integratie van het EFG in SFC2014 al jaren loopt en dat de relevante kosten voor het EFG relatief hoog zijn; wijst erop dat dit kostenniveau nog een jaar zal moeten worden aangehouden, waarna de onderhoudskosten lager zullen zijn;

6.  is teleurgesteld dat de Commissie geen uiteenzetting heeft gegeven van de voortgang met de integratie in SFC2014 van begin 2011 tot 2014, als gevraagd in de resolutie van het Parlement van 24 juni 2015 over het voorstel voor de technische bijstand in 2015; herinnert de Commissie eraan dat zij bovengenoemde voortgang moet presenteren, met inbegrip van de laatste ontwikkelingen;

7.  is van mening dat SFC2014 tevens kan worden gebruikt om de Commissie in staat te stellen gedetailleerde gegevens te verzamelen over de effecten van EFG-middelen, vooral ten aanzien van de herintredingspercentages van ontslagen werknemers die van EFG-middelen hebben geprofiteerd; vraagt om een betere evaluatie van het soort en de kwaliteit van de gevonden banen op middellange en lange termijn in het kader van de herintreding door middel van de EFG-maatregelen;

8.  is verheugd dat de Commissie voornemens is 70 000 EUR van de onder technische bijstand beschikbare begroting te investeren, met name ter verbetering van het toezicht op en de evaluatie van de effecten van EFG-steun voor afzonderlijke deelnemers; doet de volgende aanbevelingen:

-   de begroting voor toezicht en evaluatie moet worden gebruikt voor het beoordelen van de gevolgen op langere termijn voor de EFG-begunstigden, de doeltreffendheid en efficiency van de verstrekking van steun ter plaatse, alsmede voor het uitvoeren van een grondiger analyse van de economische veranderingen die de oorzaak zijn van de ontslagen van EFG-begunstigden;

-   de EFG-coördinator en de lidstaten moeten betrouwbare en volledige gegevens leveren over de werkgelegenheidsresultaten voor de begunstigden die twaalf maanden na de implementatie van de maatregelen zijn bereikt; de Commissie moet deze gegevens samenvoegen, met inbegrip van de herintredingspercentages van de begunstigden, en deze aan het Europees Parlement en de Raad ter beschikking stellen;

-   er moet gedetailleerdere informatie worden vastgelegd en op duidelijke wijze worden doorgegeven over maatregelen waarvan gebruik is gemaakt door individuele deelnemers, om bijvoorbeeld een duidelijker kosten-batenanalyse te kunnen maken van de verschillende maatregelen, vooral in het licht van de hogere administratieve kosten (activiteiten uit hoofde van artikel 7, lid 4, van de EFG-verordening);

-   de goedkeuring van de eindverslagen over dossiers en de definitieve afsluiting van dossiers moeten worden gekoppeld aan het leveren van volledige informatie over de resultaten voor de begunstigden (op geaggregeerd niveau);

9.  benadrukt dat het nodig is het contact verder te versterken tussen alle betrokkenen bij EFG-aanvragen, waaronder met name de sociale partners en de belanghebbenden op regionaal en lokaal niveau, om zo veel mogelijk synergieën tot stand te brengen; wijst erop dat de interactie tussen de nationale contactpersoon en de regionale of lokale uitvoeringspartners moet worden versterkt en dat er duidelijke afspraken moeten worden gemaakt over communicatie, ondersteuning en informatievoorziening (interne verdeling van taken en bevoegdheden), waarmee alle partners moeten instemmen;

10.  roept de Commissie andermaal op het Parlement, binnen redelijke termijnen, uit te nodigen voor de vergaderingen en seminars van de Deskundigengroep, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie(5);

11.  verzoekt de Commissie een rechtvaardiging te geven voor het besluit om de uit hoofde van artikel 20, lid 1, onder (a), van de EFG-verordening vereiste tussentijdse evaluatie uit te besteden aan een externe contractant; dringt erop aan dat de Commissie een besluit neemt over de aanpak op basis van een kosten-/batenanalyse met een duidelijke nadruk op objectiviteit, resultaten, meerwaarde, inzetbaarheid en efficiëntie;

12.  verzoekt de Commissie in de tussentijdse evaluatie van het EFG alle aspecten inzake de kostenefficiëntie van alle EFG-projecten en gegevens over steun voor rechtstreekse uitkeringen op te nemen, alsmede suggesties voor de verbetering van de participatie van de lidstaten in het EFG en synergieën met maatregelen die vallen onder het ESF of nationale programma's; stelt vast dat een en ander moet worden gekoppeld aan de inspanning om een volledige databank op te zetten over de resultaten van alle interventies door het EFG; roept op tot een debat over de resultaten van de tussentijdse evaluatie, om te beoordelen of het EFG het efficiëntste instrument is om de problemen rond gedwongen ontslagen aan te pakken;

13.  verzoekt de Commissie om een kwalitatieve en kwantitatieve analyse op te stellen van de EFG-steun aan jongeren tot 25 jaar zonder werk, scholing of stage (NEETs) en deze maatregel na december 2017 te handhaven, op permanente en duurzame wijze door middel van een voorstel voor een nieuwe EFG-verordening, vooral met het oog op de tenuitvoerlegging van de jongerengarantie en de aanhoudende crisis op het gebied van de jeugdwerkloosheid;

14.  onderstreept het belang van het geven van meer bekendheid en zichtbaarheid aan het EFG; herinnert de lidstaten die aanvragen indienen aan hun taak om bekendheid te geven aan de acties die met het EFG worden gefinancierd en zich daarbij te richten tot de beoogde begunstigden, de autoriteiten, de sociale partners, de media en het grote publiek, zoals bepaald in artikel 12 van de EFG-verordening;

15.  verzoekt de lidstaten en alle betrokken instellingen de nodige inspanningen te leveren om de procedurele en begrotingsregelingen verder te verbeteren ten einde de effecten van het EFG te vergroten; wijst in dit verband op het feit dat het Parlement bezig is een initiatiefverslag op te stellen op basis van de evaluatie door de Commissie om de balans op te maken van de werking van de EFG-verordening en de onderzochte gevallen;

16.  waardeert de verbeterde procedure die de Commissie op verzoek van het Parlement heeft ingevoerd om de toekenning van subsidies te versnellen; neemt nota van de tijdsdruk die het nieuwe tijdschema met zich meebrengt, en van de mogelijke gevolgen voor de doeltreffendheid van de afhandeling van dossiers; doet een beroep op de lidstaten om meer gebruik te maken van de bijstand van de Commissie alvorens officiële aanvragen in te dienen;

17.  verzoekt de lidstaten en alle betrokken instellingen om in te stemmen met het gebruik van de ontheffing van de drempel voor het in aanmerking komen voor steun, met name voor kmo's, de verlenging van de referentieperiode en de mogelijkheid om ontslagen werknemers gerelateerde diensten te laten aanbieden aan ontslagen werknemers van de betreffende onderneming, wat bijdraagt aan een doeltreffender en waardevoller gebruik van het EFG;

18.  verzoekt de lidstaten de additionaliteit van de EFG-middelen en de banden met andere middelen duidelijker te benadrukken, en de geschiktste manieren te vinden om met het EFG een meerwaarde te bieden, te zorgen voor synergie met andere geldbronnen, en overdrachten en overlappingen te voorkomen;

19.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

20.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

21.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EGF/2016/000 TA 2016 - Technische bijstand op initiatief van de Commissie)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering

(2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(6), en met name artikel 11, lid 2,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(7), en met name punt 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) beoogt steun te verlenen aan werknemers die werkloos zijn geworden en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van uit de globalisering voortvloeiende grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, doordat de wereldwijde financiële en economische crisis aanhoudt, of door een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren.

(2)   Zoals vastgesteld in artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad(8), mag het EFG het jaarlijkse maximumbedrag van 150 miljoen EUR (prijzen 2011) niet overschrijden.

(3)   Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1309/2013 kan elk jaar op initiatief van de Commissie maximaal 0,5 % van het jaarlijkse maximumbedrag voor het EFG voor technische bijstand worden gebruikt.

(4)   Er moeten daarom middelen uit het EFG ten belope van 380 000 EUR beschikbaar worden gesteld voor technische bijstand op initiatief van de Commissie,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016 wordt een bedrag van 380 000 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het

Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te [...],

Voor het Europees Parlement   Voor de Raad

De voorzitter      De voorzitter

TOELICHTING

I.  Achtergrond

Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(9) en van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1309/2013(10) mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds niet meer dan 150 miljoen EUR bedragen (in prijzen van 2011). De benodigde bedragen worden als voorziening opgenomen in de algemene begroting van de Europese Unie.

Overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(11) verloopt de procedure om het fonds te activeren als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend overschrijvingsverzoek. Indien geen eensgezindheid bestaat, wordt een trialoogprocedure ingeleid.

II.  Het voorstel van de Commissie

Op maandag 22 februari 2016 heeft de Commissie een nieuw voorstel gedaan voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG.

Het betreft de beschikbaarstelling van 380 000 EUR uit het fonds, voor technische bijstand voor de Commissie. De technische bijstand is gericht op de financiering van monitoring, informatie, de totstandbrenging van een kennisbasisinterface en de verstrekking van advies aan de lidstaten in verband met het gebruik, de opvolging en de evaluatie van het EFG. In artikel 11, lid 1, van de EFG-verordening is bepaald dat op initiatief van de Commissie jaarlijks maximaal 0,5 % van het EFG (d.w.z. 828 060 EUR in 2016) kan worden gebruikt voor technische bijstand.

Volgens het voorstel van de Commissie dient het gevraagde bedrag in 2016 ter dekking van de volgende activiteiten:

1.  Monitoring en gegevensverzameling: de Commissie zal gegevens verzamelen over ontvangen, betaalde en afgewikkelde aanvragen, alsook over voorgestelde en uitgevoerde maatregelen. Deze gegevens zullen op de website ter beschikking worden gesteld en in geschikte vorm worden samengevoegd voor het tweejaarlijks verslag van 2017. De kosten van deze activiteit, waarbij kan worden voortgebouwd op het werk van de afgelopen jaren, bedragen 20 000 EUR.

2.  Informatie: de EFG-website(12), die de Commissie binnen haar website Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie heeft gecreëerd en die zij overeenkomstig artikel 12, lid 2, van de EFG-verordening moet bijhouden, zal geregeld worden bijgewerkt en uitgebreid, en elk nieuw element zal ook in alle EU-talen worden vertaald. De algemene bekendheid en de zichtbaarheid van het EFG zullen worden bevorderd. Zoals bepaald in artikel 11, lid 4, van de EFG-verordening zal in diverse publicaties en audiovisuele activiteiten van de Commissie over het EFG worden bericht. De kosten van al deze vormen van technische bijstand in 2016 worden op 20 000 EUR geraamd.

3.  Totstandbrenging van een kennisbasis/interface voor het indienen van aanvragen: de Commissie gaat verder met haar werkzaamheden om gestandaardiseerde procedures op te zetten voor EFG-aanvragen en voor het beheer van het fonds. Deze functionaliteit wordt geïntegreerd in SFC20143, zodat gebruik kan worden gemaakt van de functies van dit systeem. Hierdoor kunnen aanvragen in het kader van de EFG-verordening worden vereenvoudigd en sneller worden verwerkt, en kunnen verslagen voor allerlei doeleinden gemakkelijker worden opgeroepen. Dit jaar wordt prioriteit verleend aan het uitwerken en bijstellen van de module voor eindverslagen waarmee de implementatie van elk EFG-dossier wordt afgesloten, teneinde de administratieve belasting voor de lidstaten te beperken en de EFG-dossiers onder de huidige verordening van begin tot einde in SFC te integreren. De kosten van deze activiteiten worden op 100 000 EUR geraamd; dit betreft de bijdrage van het EFG aan de ontwikkeling en het regelmatig onderhoud van het SFC. Naar verwachting moeten de bijdragen nog een jaar op dit niveau blijven, zodat alle EFG-modules in SFC kunnen worden gerealiseerd. Daarna zullen de kosten dalen, aangezien de nadruk dan hoofdzakelijk op het onderhoud zal liggen.

4.  Administratieve en technische ondersteuning: de Deskundigengroep van contactpersonen van het EFG, die één lid per lidstaat telt, zal twee vergaderingen houden (eind 2016/eerste helft van 2017), die samen op 70 000 EUR worden geraamd.

5.  Daarnaast zal de Commissie, met het oog op de bevordering van het netwerken tussen de lidstaten, twee seminars organiseren waaraan de EFG-uitvoeringsorganen en de sociale partners zullen deelnemen. In de mate van het mogelijke zullen deze seminars plaatsvinden omstreeks dezelfde data als de vergaderingen van de Deskundigengroep en zullen zij hoofdzakelijk gewijd zijn aan de concrete problemen die kunnen ontstaan bij de praktische uitvoering van de EFG-verordening. De kosten van deze seminars worden op 120 000 EUR geraamd.

6.  Evaluatie: in 2015 werd de overheidsopdracht voor de tussentijdse evaluatie afgerond, ten einde de evaluatie overeenkomstig artikel 20, lid 1, onder a), van de EFG-verordening uiterlijk op 30 juni 2017 af te sluiten. In 2016 is voorzien in een budget van 50 000 EUR voor de tijdige voltooiing, vertaling en publicatie van het verslag, dat midden 2017 moet worden gepresenteerd. In 2017 worden geen uitgaven voor evaluatie in de begroting opgenomen.

III.  Procedure

Om middelen uit het fonds te kunnen inzetten, heeft de Commissie de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek doen toekomen voor een totaalbedrag van 380 000 EUR uit de EFG-reserve (04 04 01) naar de EFG-begrotingslijn (04 01 04 04).

Dit het derde overschrijvingsvoorstel betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds dat tot op heden in 2016 naar de begrotingsautoriteit is gezonden.

Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt overeenkomstig artikel 15, lid 4, van de EFG-verordening de trialoogprocedure ingeleid.

Overeenkomstig een interne afspraak moet de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het Fonds.

BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

CO/jb

D(2016)12395

dhr. Jean Arthuis

Voorzitter van de Begrotingscommissie

ASP 09G205

Betreft: Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2016/000 TA 2016 - Technische bijstand op initiatief van de Commissie (COM(2016)78 final)

Geachte voorzitter,

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2016/000 TA 2016 onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de werkgroep EFG hebben bedenkingen bij de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds voor het verlangde doel. In dit verband wil de commissie EMPL enkele opmerkingen plaatsen en aanbevelingen doen aan de ten principale bevoegde Begrotingscommissie om het voorstel voor beschikbaarstelling van middelen uit het Fonds met betrekking tot dit voorstel zorgvuldig te bestuderen. Bij haar beraadslagingen is de commissie EMPL uitgegaan van de volgende overwegingen:

A)  overwegende dat het beschikbaar te stellen bedrag van 380 000 EUR voor technische bijstand in 2016 dat wordt voorgesteld door de Commissie lager is dan het maximum van 0,5 % van het jaarlijkse maximumbedrag van het EFG (150 miljoen EUR in prijzen van 2011), zoals vastgelegd in artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020;

B)  overwegende dat het voorstel dezelfde te financieren vormen van bijstand bevat als in het voorgaande jaar;

C)  overwegende dat de integratie van het EFG in het systeem voor elektronische gegevensuitwisseling (SFC2014) in 2016 wordt voortgezet;

D)  overwegende dat de technische bijstand die de Commissie aan de lidstaten verleent de gebruikmaking van het EFG ondersteunt en bevordert door middel van voorlichting over de toepassingen ervan en door onder de lidstaten optimale werkmethodes te verspreiden;

E)  overwegende dat het voorstel van de Commissie, naast de 300 000 EUR waarover reeds in 2015 overeenstemming was bereikt, een bedrag omvat van 50 000 EUR als reserve ter financiering van de tussentijdse evaluatie van de doeltreffendheid en duurzaamheid van de met het EFG bereikte resultaten;

F)  overwegende dat de Commissie heeft besloten een openbare aanbesteding te starten voor de tussentijdse evaluatie;

G)  overwegende dat artikel 20 van de verordening de mogelijkheid biedt om steun van externe deskundigen in te roepen voor de uitvoering van een evaluatie achteraf;

H)  overwegende dat de werkgroep EFG de Commissie heeft verzocht om uitleg over de gekozen procedure en om details over de gunning van de opdracht;

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt derhalve de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds voor technische bijstand door de Commissie op te nemen:

1.  neemt kennis van de door de Commissie voorgestelde maatregelen als technische bijstand, ter financiering van uitgaven in overeenstemming met artikel 11, leden 1 en 4, en artikel 12, leden 2, 3 en 4, van de EFG-verordening;

2.  verwelkomt de integratie van de verslaglegging in het systeem voor elektronische gegevensuitwisseling (SFC2014); is van mening dat dit de administratieve belasting voor de lidstaten zal verminderen en het gebruik van verslagen voor evaluatiedoeleinden zal vergemakkelijken;

3.  wijst erop dat de procedure voor de integratie van het EFG in SFC2014 al jaren loopt en dat de relevante kosten voor de EFG-begroting relatief hoog zijn; wijst erop dat dit kostenniveau nog een jaar zal moeten worden aangehouden, waarna de onderhoudskosten lager zullen zijn;

4.  is teleurgesteld dat de Commissie geen uiteenzetting heeft gegeven van de voortgang met de integratie in SFC2014 van begin 2011 tot 2014, als gevraagd in de resolutie van het Parlement van 24 juni 2015 over het voorstel voor de technische bijstand in 2015; herinnert de Commissie eraan dat zij bovengenoemde voortgang moet presenteren, met inbegrip van de laatste ontwikkelingen;

5.  wijst andermaal op het belang van netwerken en de uitwisseling van informatie over het EFG en steunt derhalve de financiering van de Deskundigengroep van contactpersonen van het EFG en de netwerkseminars over de implementatie van het EFG; verwacht dat deze informatieuitwisseling ook zal bijdragen tot een betere en gedetailleerdere verslaglegging over de mate van succes van de maatregelen in de lidstaten, in het bijzonder over het bereik en het herintredingspercentage van begunstigden;

6.  roept de Commissie op het Parlement uit te nodigen voor de vergaderingen en seminars van de Deskundigengroep, overeenkomstig de relevante bepalingen van het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie(13); verwelkomt het feit dat de sociale partners ook zijn uitgenodigd om hieraan deel te nemen;

7.  spreekt zijn bezorgdheid uit over het feit dat de Commissie heeft besloten een openbare aanbesteding te starten voor de tussentijdse evaluatie, aangezien artikel 20 van de verordening slechts voorziet in steun van externe deskundigen in het geval van een evaluatie achteraf; verzoekt de Commissie om uitleg over de gekozen procedure en om details over de gunning van de opdracht;

8.  onderstreept het belang van het geven van meer bekendheid en zichtbaarheid aan het EFG; herinnert de lidstaten die aanvragen indienen aan hun taak om bekendheid te geven aan de acties die met het EFG worden gefinancierd en zich daarbij te richten tot de beoogde begunstigden, de autoriteiten, de sociale partners, de media en het grote publiek, zoals bepaald in artikel 12 van de verordening.

Hoogachtend,

Thomas Händel

Voorzitter EMPL

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

4.4.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

16

4

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean Arthuis, Lefteris Christoforou, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Jens Geier, Iris Hoffmann, Bernd Kölmel, Ernest Maragall, Clare Moody, Younous Omarjee, Eleftherios Synadinos, Indrek Tarand, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers

Anneli Jäätteenmäki, Pavel Poc, Alfred Sant

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Isabella Adinolfi, Jonás Fernández, Arne Gericke, Edouard Martin, Emilian Pavel

(1)

   PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

   PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

   PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

  Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0237.

(5)

PB L 304 van 20.11.2010, blz. 47.

(6)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(7)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(8)

Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).

(9)

   PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(10)

   PB L 347 van 30.12.2013, blz. 855.

(11)

   PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(12)

  http://ec.europa.eu/social/main.jsp?catId=326&langId=nl

(13)

PB L 304 van 20.11.2010, blz. 47.

Juridische mededeling - Privacybeleid