Procedure : 2015/2176(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0086/2016

Ingediende teksten :

A8-0086/2016

Debatten :

PV 27/04/2016 - 17
CRE 27/04/2016 - 17

Stemmingen :

PV 28/04/2016 - 4.36
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0172

VERSLAG     
PDF 305kWORD 109k
7.4.2016
PE 569.750v02-00 A8-0086/2016

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2176(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Derek Vaughan

AMENDEMENTEN
 1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT


1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2176(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2014, tezamen met het antwoord van de Autoriteit(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd(2), overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 over de aan de Autoriteit te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8-0074/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden(4), en met name artikel 44,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2013 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0086/2016),

1.  verleent de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Autoriteit voor het begrotingsjaar 2014;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2176(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2014, tezamen met het antwoord van de Autoriteit(7),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd(8), overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 over de aan de Autoriteit te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8-0074/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(9), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden(10), en met name artikel 44,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(11),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2013 van het Europees Parlement en de Raad(12), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0086/2016),

1.  stelt vast dat de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid overeenkomt met de weergave in de bijlage bij het verslag van de Rekenkamer;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2014;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2176(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0086/2016),

A.  overwegende dat volgens de financiële staten van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid ("de Autoriteit"), de definitieve begroting van de Autoriteit voor het begrotingsjaar 2014 in totaal 79 701 222 EUR bedroeg, hetgeen een verhoging van 2,11 % ten opzichte van 2013 betekent; overwegende dat de begroting van de Autoriteit volledig wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Autoriteit voor het begrotingsjaar 2014 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Autoriteit betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  merkt op dat inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2014 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,69 %, een stijging met 0,86 % ten opzichte van 2013; merkt daarnaast op dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 89,31 % bedroeg, een daling met 1,48 % ten opzichte van 2013;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

2.  merkt op dat eind 2014 449 posten bezet waren van de 474 die beschikbaar waren, een bezetting die ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten omvat, alsmede gedetacheerde nationale deskundigen; merkt op dat het jaarlijkse gemiddelde postbezettingscijfer voor de personeelsformatie 2014 (tijdelijke functionarissen en ambtenaren) 95,1 % bedraagt, tegen 92,4 % voor arbeidscontractanten;

3.  verzoekt de Autoriteit de maatregelen inzake discretie en uitsluiting met betrekking tot openbare aanbestedingen strikt toe te passen, en erop toe te zien dat in alle gevallen een grondig achtergrondonderzoek wordt verricht, en om de uitsluitingsgronden toe te passen om ondernemingen in geval van belangenconflicten te weren, aangezien dit van essentieel belang is om de financiële belangen van de EU te beschermen;

4.  herinnert de Autoriteit eraan dat de eerste doelstelling van haar onafhankelijkheidsbeleid haar reputatie moet zijn en dat ze er daarom voor moet zorgen dat de Autoriteit vrij is van werkelijke of vermeende belangenconflicten, in het bijzonder met de economische sectoren die zij de facto reguleert;

5.  merkt op dat de Autoriteit een project heeft gestart om de efficiëntie en de naleving in de transactieverwerking te verbeteren door middel van een gecentraliseerde strategie, de invoering van processen en een structuur voor planning, monitoring en rapportage en gecentraliseerde processen en een gecentraliseerde structuur inzake financieringen en aanbestedingen; merkt tevreden op dat dit project de Autoriteit in staat zal stellen haar mandaat efficiënter uit te voeren, door een vermindering van de tijd die nodig is om outputs te produceren en van het aantal personen dat erbij betrokken is, met als resultaat een vermindering met 14 voltijdse personeelsequivalenten in 2015;

6.  is ingenomen met het feit dat de Autoriteit in 2014 een talentmanagementprogramma heeft ingevoerd om haar personele middelen (personeel en deskundigen) beter te benutten;

7.  is zich terdege bewust van het algemeen belang van het besluitvormingsproces bij de Autoriteit, waarvan het verloop wordt bepaald door haar wettelijke rol en verantwoordelijkheden; benadrukt dat geloofwaardige integriteitsregels essentieel zijn en dat voorts communicatie en beschikbaarheid voor de media cruciaal zijn; merkt op dat de Autoriteit 74 % van haar personele middelen inzet voor wetenschappelijke activiteiten, evaluatie, gegevensverzameling en communicatie; spoort de Autoriteit aan op deze weg verder te gaan;

Preventie en beheer van belangenconflicten en transparantie

8.  neemt kennis van het feit dat de Autoriteit een project heeft gestart voor de aanpassing van de manier waarop zij de jaarlijkse belangenverklaringen controleert en verwerkt, om te zorgen voor meer coherentie en een betere algemene naleving van haar regels inzake belangenverklaringen; merkt voorts op dat in dit nieuwe systeem, dat volgens plan zal worden voltooid in de loop van 2016, is voorzien in een gecentraliseerde controle van de jaarlijkse belangenverklaringen en de overheveling van de verantwoordelijkheid van de wetenschappelijke diensten van de Autoriteit naar haar dienst voor juridische zaken en regelgeving; vraagt de Autoriteit in haar beleid een verbod op te nemen om te werken met deskundigen, onder wie gedelegeerde deskundigen van de lidstaten, die deze verklaring niet naar behoren en nauwgezet invullen; vraagt de Autoriteit in haar beleid de verplichting op te nemen dat deskundigen de Autoriteit op de hoogte moeten brengen van alle veranderingen tijdens de periode waarin zij voor de Autoriteit werken;

9.  merkt bezorgd op dat de Autoriteit, om te kunnen werken met topacademici in de sector en tegelijk te beschikken over het effectiefste beleid inzake belangenconflicten, een systeem hanteert om de belangen van de experts te beoordelen waarbij rekening wordt gehouden met de rol van de experts en het mandaat van de wetenschappelijke werkgroep of het wetenschappelijke panel waarvan de expert deel zou uitmaken, aan de hand van een aantal verschillende criteria; merkt voorts op dat de Autoriteit in 2016 een onderzoek zal uitvoeren van de systemen waarover zij beschikt om belangenconflicten op te sporen, in het kader van de periodieke evaluatiecyclus van haar onafhankelijkheidsbeleid; verzoekt de Autoriteit de kwijtingsautoriteit in kennis te stellen van de resultaten van de evaluatie en de nodige aanpassingsmaatregelen te treffen bij de selectie en controle van experts;

10.  verzoekt de instellingen en agentschappen van de Unie die een gedragscode hebben ingevoerd, waaronder het Europees Parlement, de maatregelen ter uitvoering daarvan, zoals verificaties van de opgaven van financiële belangen, aan te scherpen;

11.  herhaalt zijn verzoek aan de Autoriteit om een afkoelingsperiode van twee jaar in te lassen; aanvaardt de rechtvaardiging van de Autoriteit niet om de herhaalde verzoeken van de kwijtingsautoriteit om een afkoelingsperiode van twee jaar in te lassen voor alle materiële belangen in verband met bedrijven die ze reguleert, naast zich neer te leggen;

12.  is verheugd over het feit dat de Autoriteit, om haar beleid inzake onafhankelijkheid en belangenconflicten met betrekking tot deskundigengroepen te verbeteren, in 2014 een analyse achteraf heeft uitgevoerd van haar regels inzake belangenverklaringen; merkt op dat deze analyse heeft geleid tot een herziening en de vaststelling van een nieuwe, eenvoudigere en gesofisticeerdere versie van de regels in kwestie; roept de Autoriteit op haar beleidslijnen regelmatig onder de loep te nemen om de voortdurende ontwikkeling van haar onafhankelijkheid te verzekeren;

13.  herinnert aan de recente uitspraak van de Europese ombudsman dat EFSA "haar regels inzake belangenconflicten zou moeten herzien" om te waarborgen dat de deskundigen die op universitair niveau actief zijn, alle relevante informatie aan de Autoriteit doen toekomen; is van mening dat als dit betrekking heeft op ongeveer een derde van de deskundigen, zoals de Autoriteit heeft verklaard, de Autoriteit dan speciale aandacht moet besteden aan deze kwestie en samen met de betrokken academische instellingen specifieke maatregelen moet uitwerken om de integriteit van beide instellingen te waarborgen;

14.  merkt op dat in 2015 een proefproject is ontwikkeld ter verkenning van de beste manier voor de tenuitvoerlegging van de aanbeveling van de kwijtingsautoriteit om het valideringsproces inzake de belangenverklaringen te centraliseren; merkt op dat dit proefproject hetzelfde jaar met succes is afgerond en dat volledige centralisering naar verwachting ten uitvoer zal worden gelegd tegen het einde van het eerste semester van 2016; verzoekt de Autoriteit de kwijtingsautoriteit te informeren over de geslaagde tenuitvoerlegging van deze centralisering;

15.  merkt op dat de Autoriteit in 2014 een aantal bijdragen heeft ontvangen over kwesties in verband met onafhankelijkheid van belanghebbenden en niet-gouvernementele organisaties; merkt voorts op dat deze hebben bijgedragen tot de evaluatie van de uitvoeringsregels voor het onafhankelijkheidsbeleid;

16.  roept op tot een algehele verbetering van de preventie en bestrijding van corruptie door middel van een holistische benadering, te beginnen bij betere toegankelijkheid van documenten voor het publiek en striktere regels voor belangenconflicten, invoering of versterking van transparantieregisters en beschikbaarstelling van voldoende middelen voor wetshandhavingsmaatregelen, alsook door middel van verbeterde samenwerking tussen de lidstaten onderling en met betrokken derde landen;

17.  spoort de Autoriteit aan het beleid inzake belangenconflicten meer onder de aandacht van haar personeel te brengen, naast de lopende bewustmakingsactiviteiten en de opname van integriteit en transparantie als verplichte onderwerpen in aanwervingsprocedures en beoordelingsgesprekken;

18.  wijst erop dat personen op grond van diverse regels van de Unie, waaronder het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het recht hebben op toegang tot openbare documenten; herinnert de Autoriteit eraan dat wetenschappelijke gestrengheid het best wordt verzekerd door transparantie en verantwoordingsplicht van de resultaten; benadrukt dat de Autoriteit derhalve alle gegevens die werden gebruikt om tot bepaalde wetenschappelijke conclusies te komen, in machinaal leesbare vorm openbaar moet maken met het oog op wetenschappelijke toetsbaarheid en gestage vooruitgang;

19.  erkent de inspanningen van de Autoriteit om de transparantie van haar werk en de gegevens die ze hiervoor gebruikt te verbeteren; erkent de bestaande wettelijke beperkingen waarmee ze te maken krijgt voor een grotere transparantie van gegevens; benadrukt dat het doel van de openbaarmaking van gegevens het reproduceerbaar maken van het werk van de Autoriteit is en dat de maatregelen die genomen werden voor de transparantie van het proces van risicobeoordeling derhalve een eerste positieve stap zijn, hoewel de transparantie van gegevens ook moet worden gewaarborgd; is in dit verband verheugd over het in januari 2013 gestarte transparantie-initiatief; verwelkomt in deze context de verbeterde presentatie en toegankelijkheid van gegevens en documenten op de homepage van de Autoriteit en andere maatregelen, zoals risicobeoordelingsadviezen en de gevolgen ervan voor de burgers van de Unie, die tot doel hebben een "open EFSA" te verwezenlijken; spoort de Autoriteit aan op deze weg verder te gaan;

20.  neemt kennis van het feit dat het personeel van de Autoriteit wettelijk verplicht is tot naleving van het personeelsstatuut(13) met betrekking tot toekomstig dienstverband; merkt bovendien op dat de evaluatie van het toekomstig dienstverband van het personeel plaatsheeft op systematische basis en dat in geval van een dienstverband met een potentieel belangenconflict van een dienstverband moet worden afgezien zolang het belangenconflict niet conform duidelijke, transparante en controleerbare criteria is opgelost; wijst erop dat in 2013, van de 29 statutaire personeelsleden die hun dienstverband bij de Autoriteit hebben stopgezet, er drie zijn vertrokken naar de chemische/farmaceutische sector, waarbij voor deze individuen is voorzien in een reeks beperkingen; neemt kennis van het feit dat de Autoriteit van mening is reeds over een duidelijk juridisch en governancekader voor draaideursituaties te beschikken;

21.  neemt kennis van het feit dat de Autoriteit een interne actie heeft uitgevoerd om de impact te beoordelen van het afschaffen van de mogelijkheid voor experts om bepaalde belangen in hun belangenverklaringen anoniem te maken; verneemt van de Autoriteit dat de praktijk van het anoniem maken van belangen in het verleden in een erg klein aantal gevallen is gevolgd; merkt voorts op dat bij de recentste vervanging van panelleden in 2015 geen wetenschappelijke experts ervoor hebben gekozen hun belangen anoniem te maken; merkt tevreden op dat de Autoriteit niet langer anoniem gemaakte belangen aanvaardt en dat zij deze optie voor experts bij de invulling van hun belangenverklaring heeft ingetrokken; vraagt de Autoriteit reeds aangeworven experts, die nog vóór 2015 ervoor hebben gekozen hun belangen anoniem te maken, onder de loep te nemen;

22.  verlangt dat de Autoriteit uitvoering geeft aan artikel 16 van het statuut van de ambtenaren, door elk jaar bekend te maken welke hooggeplaatste ambtenaren de dienst hebben verlaten, en een lijst van belangenconflicten te publiceren;

23.  kijkt uit naar de resultaten van de systeemevaluatie van de Autoriteit van het beleid inzake onafhankelijkheid en wetenschappelijke besluitvormingsprocessen in 2016; is verheugd over het engagement van de Autoriteit om te overwegen de bezoldigingen voor de aangegeven activiteiten van deskundigen te publiceren;

24.  vraagt de Autoriteit meer gebruik te maken van een nieuwe status voor "deskundigen op hoorzittingen", naar het voorbeeld van het internationaal agentschap voor onderzoek naar kanker van de Wereldgezondheidsorganisatie; roept de Autoriteit op aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over het gebruik van deskundigen op hoorzittingen;

25.  benadrukt dat deskundigen in regelgevende agentschappen moeten worden betaald voor hun werk zodat zij onafhankelijk kunnen zijn van de sector die zij reguleren; vraagt de Commissie in de financiële middelen te voorzien zodat de Autoriteit externe deskundigen kan betalen en intern onderzoek kan ontwikkelen om onafhankelijkheid te waarborgen;

26.  vraagt het bevoegde orgaan van de Autoriteit de fraudebestrijdingsstrategie zo spoedig mogelijk ten uitvoer te leggen;

Interne audit

27.  merkt op dat zes aanbevelingen van de dienst Interne Audit van de Commissie (Internal Audit Service, IAS) met de vermelding "zeer belangrijk", begin 2014 open stonden; neemt kennis van het feit dat de Autoriteit over vier van de aanbevelingen met de vermelding "zeer belangrijk" heeft gemeld dat zij ten uitvoer zijn gelegd en dat het voor deze aanbevelingen momenteel wachten is op een follow-up door de IAS; merkt op dat de twee overige aanbevelingen door de IAS zijn gesloten als gevolg van de invoering in begrotingsjaar 2014 van het nieuwe personeelsstatuut; kijkt uit naar de volgende evaluatie door de IAS met betrekking tot de stand van de ten uitvoer gelegde aanbevelingen;

28.  neemt kennis van het feit dat de Autoriteit een simulatie heeft uitgevoerd om de impact te beoordelen van de toepassing van een afkoelingsperiode van twee jaar voor bepaalde belangen van experts die in de panels van de Autoriteit werken; merkt tevreden op dat de Autoriteit vóór de volgende vervanging van panelleden afkoelingsperioden van twee jaar voor bovengenoemde belangen zal invoeren; merkt op dat de Autoriteit, wat afkoelingsperioden voor onderzoeksfinanciering betreft, al beschikt over een systeem om de private herkomst van onderzoeksmiddelen te beperken tot maximum 25 % van het totale onderzoeksbudget dat een expert van de Autoriteit controleert;

Interne controles

29.  neemt kennis van het feit dat in de in 2014 uitgevoerde evaluatie van de internecontrolenormen (ICN) van de Autoriteit werd geconcludeerd dat het internecontrolesysteem van de Autoriteit aan deze normen voldoet; merkt evenwel op dat er gebieden zijn waar verbeteringen kunnen worden gerealiseerd om de kwaliteit van het internecontrolesysteem op te voeren, met name wat de personeelsbeoordeling en -ontwikkeling, de operationele structuur en de activiteitenbeoordeling betreft; verzoekt de Autoriteit bij de kwijtingsautoriteit een verslag in te dienen over de acties die worden gepland om deze kwestie aan te pakken en over de vooruitgang die op dit gebied wordt geboekt;

30.  stelt vast dat de interne controledienst (Internal Audit Capability, IAC) van de Autoriteit van mening is dat het gehanteerde internecontrolesysteem een redelijke zekerheid biedt dat de bedrijfsdoelstellingen worden gehaald die voor de gecontroleerde processen zijn bepaald, met uitzondering van het toezicht op de in het ABAC-boekhoudsysteem verleende toegangsrechten van gebruikers en de formele aanstelling van financiële actoren; verzoekt de Autoriteit de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de vorderingen die op dit gebied worden geboekt;

31.  merkt op dat de IAC een follow-up heeft uitgevoerd van alle uitstaande corrigerende acties op het gebied van gegevensbeheer, bedrijfscontinuïteit en IT-veiligheid; merkt met name op dat de acties in verband met gegevensbeheer en IT-veiligheid volledig ten uitvoer zijn gelegd; merkt op dat, wat bedrijfscontinuïteit betreft, het merendeel van de acties ten uitvoer is gelegd en de overige acties volgens plan ten uitvoer gelegd zullen worden tegen eind 2016;

Overige opmerkingen

32.  maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat het Statuut van de ambtenaren, nadat het in 2004 werd gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 723/2004 van de Raad, bepalingen bevat dat de toekomstige bezoldiging van vóór 1 mei 2004 aangeworven ambtenaren niet minder mag bedragen dan krachtens het eerdere Statuut; merkt op dat uit de controle van de Rekenkamer bleek dat hier niet aan werd voldaan en dat dit bij acht van de 71 toenmalige werknemers leidde tot onderbetaling van 87 000 EUR voor de periode 2005-2014; stelt vast dat de Autoriteit de nodige acties zal ondernemen om deze kwestie te gepasten tijde op te lossen;

33.  merkt tevreden op dat de Autoriteit een aantal maatregelen heeft ontwikkeld ter ondersteuning van de doelstellingen op het gebied van openheid en transparantie, alsmede dialoog met de belanghebbenden, inclusief vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld; neemt kennis van het feit dat de Autoriteit nieuwe initiatieven heeft gestart om de maatschappij meer te betrekken bij het risicobeoordelingsproces van de Autoriteit, bijvoorbeeld plenaire vergaderingen in Brussel met een specifieke sessie voor interactie met waarnemers en belanghebbenden, openbare raadplegingen voor verkennende documenten inzake richtsnoeren, openbare raadplegingen voor ontwerpadviezen met vervolgens specifieke vergaderingen voor belanghebbenden en aanwezigheid op de sociale media;

34.  erkent dat veel van de problemen van de Autoriteit om haar onafhankelijkheid te verzekeren voortvloeien uit het feit dat de Commissie consequent weigert haar voldoende werkingsmiddelen toe te kennen om te werken aan de verdediging van voedselveiligheid voor burgers van de Unie, los van de invloed van de gereguleerde industrie;

35.  is ingenomen met de inspanningen van de Autoriteit om corrigerende maatregelen toe te passen naar aanleiding van eerdere opmerkingen van de Rekenkamer, in het bijzonder verbeteringen van haar jaarlijkse werkprogramma zodat het meer details over geplande aanbestedingen en subsidies bevat;

°

°  °

18  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van [xx xxxx 2016](14) [over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen].

26.1.2016

ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2014

(2015/2176(DEC))

Rapporteur voor advies: Giovanni La Via

SUGGESTIES

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  merkt op dat in 2014 een bedrag van 80 547 505 EUR uit de algemene begroting van de Europese Unie beschikbaar werd gesteld aan de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (de Autoriteit) en dat dit bedrag 0,056% van de totale EU-begroting vertegenwoordigt;

2.  constateert dat het uitvoeringspercentage 98,9% bedraagt, wat betekent dat een bedrag van 0,918 miljoen EUR niet benut is; merkt ook op dat dit onbenutte bedrag overeenkomt met de niet-gebruikte bestemmingsontvangsten (het begrotingsresultaat van de Autoriteit van 2013), die in 2015 hergebruikt werden;

3.  merkt op dat eind 2014 330 van de 344 posten bezet waren; is verheugd dat de bezettingsgraad hoger is dan in 2013;

4.  is ingenomen met het feit dat de Autoriteit in 2014 een talentmanagementprogramma heeft ingevoerd om haar personele middelen (personeel en deskundigen) beter te benutten;

5.  is zich terdege bewust van het algemeen belang van het besluitvormingsproces bij de Autoriteit, waarvan het verloop wordt bepaald door haar wettelijke rol en verantwoordelijkheden; benadrukt dat geloofwaardige integriteitsregels essentieel zijn en dat voorts communicatie en beschikbaarheid voor de media cruciaal zijn; merkt op dat de Autoriteit 74% van haar personele middelen inzet voor wetenschappelijke activiteiten, evaluatie, gegevensverzameling en communicatie; spoort de Autoriteit aan op deze weg verder te gaan;

6.  neemt nota van de opmerking van de Rekenkamer, die de nadruk legt op fouten bij de salarisbetalingen die tot te lage betalingen in de periode 2005-2014 hebben geleid, en verzoekt de Autoriteit zo spoedig mogelijk de nodige corrigerende maatregelen te nemen;

7.  is ingenomen met de inspanningen van de Autoriteit om corrigerende maatregelen toe te passen naar aanleiding van eerdere opmerkingen van de Rekenkamer, in het bijzonder verbeteringen van haar jaarlijkse werkprogramma zodat het meer details over geplande aanbestedingen en subsidies bevat; erkent het sinds 2012 verrichte werk om de doeltreffendheid van het interne controlesysteem van de Autoriteit te verbeteren via nauwgezette zelfbeoordeling, een proces dat nog aan de gang is;

8.  is ook verheugd over de inspanningen van de Autoriteit om corrigerende maatregelen toe te passen naar aanleiding van de opmerkingen die het Parlement in het kader van de kwijting 2013 heeft gemaakt over de financiële controle, de normen voor interne controle en de interne audit; neemt ook nota van de inspanningen van de Autoriteit om het bestaande systeem voor het beheer van de belangen van de wetenschappelijk deskundigen van de Autoriteit te verbeteren;

9.  herinnert de Autoriteit aan de recente uitspraak van de Europese ombudsman dat EFSA "haar regels inzake belangenconflicten zou moeten herzien" om te waarborgen dat deskundigen die voor universiteiten werken alle relevante informatie aan de Autoriteit verstrekken;

10.  kijkt uit naar de resultaten van de systeemevaluatie van de Autoriteit van het beleid inzake onafhankelijkheid en het wetenschappelijke besluitvormingsproces;

11.  wijst erop dat personen in het kader van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie het recht hebben op toegang tot openbare documenten; herinnert eraan dat wetenschappelijke nauwkeurigheid het best wordt verzekerd door transparantie en verantwoordingsplicht met betrekking tot resultaten;

12.  is van mening dat de Autoriteit bijzondere aandacht moet blijven besteden aan de publieke opinie en zich zo veel mogelijk moet inzetten voor openheid en transparantie; merkt op dat de maatregelen die met betrekking tot de transparantie van risicobeoordelingsprocessen genomen zijn een eerste stap in de goede richting betekenen, maar dat ook de transparantie van gegevens moet worden gewaarborgd; is in dit verband verheugd over het in januari 2013 gestarte transparantie-initiatief; verwelkomt in deze context de verbeterde presentatie en toegankelijkheid van gegevens en documenten op de homepage van de Autoriteit en andere maatregelen, zoals risicobeoordelingsadviezen en de gevolgen ervan voor de burgers van de Unie, die tot doel hebben een "open EFSA" te verwezenlijken; spoort de Autoriteit aan op deze weg verder te gaan;

13.  vraagt het bevoegde orgaan van de Autoriteit de fraudebestrijdingsstrategie zo spoedig mogelijk ten uitvoer te leggen;

14.  is ingenomen met de melding van de Rekenkamer dat de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van de Autoriteit voor het begrotingsjaar 2014 op alle materiële punten wettig en regelmatig waren;

15.  beveelt op grond van de beschikbare feiten aan om kwijting te verlenen aan de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor de uitvoering van de begroting van de Autoriteit voor het begrotingsjaar 2014.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

21.1.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

49

14

5

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Pilar Ayuso, Zoltán Balczó, Catherine Bearder, Ivo Belet, Simona Bonafè, Soledad Cabezón Ruiz, Nessa Childers, Birgit Collin-Langen, Mireille D’Ornano, Miriam Dalli, Seb Dance, Angélique Delahaye, Jørn Dohrmann, Ian Duncan, Stefan Eck, Bas Eickhout, Eleonora Evi, José Inácio Faria, Francesc Gambús, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Jens Gieseke, Julie Girling, Sylvie Goddyn, Matthias Groote, Françoise Grossetête, Jytte Guteland, György Hölvényi, Jean-François Jalkh, Benedek Jávor, Karin Kadenbach, Peter Liese, Norbert Lins, Valentinas Mazuronis, Susanne Melior, Miroslav Mikolášik, Piernicola Pedicini, Bolesław G. Piecha, Marcus Pretzell, Frédérique Ries, Daciana Octavia Sârbu, Annie Schreijer-Pierik, Davor Škrlec, Renate Sommer, Tibor Szanyi, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Estefanía Torres Martínez, Nils Torvalds, Glenis Willmott, Damiano Zoffoli

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Paul Brannen, Herbert Dorfmann, Christofer Fjellner, Luke Ming Flanagan, Elena Gentile, Martin Häusling, Karol Karski, Andrey Kovatchev, Merja Kyllönen, Marijana Petir, Christel Schaldemose, Jasenko Selimovic, Bart Staes, Mihai Ţurcanu, Tom Vandenkendelaere, Carlos Zorrinho

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Daniel Dalton

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

4.4.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

12

7

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Louis Aliot, Inés Ayala Sender, Dennis de Jong, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Dan Nica, Gilles Pargneaux, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Marian-Jean Marinescu

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Bodil Valero

(1)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 160.

(2)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 160.

(3)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(5)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(6)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(7)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 160.

(8)

PB C 409 van 9.12.2015, blz. 160.

(9)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(10)

PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(11)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(12)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(13)

Verordening (EU, Euratom) nr. 1023/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 tot wijziging van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 15).

(14)

Aangenomen teksten van die datum, P[8_TA(-PROV)(2016)0000].

Juridische mededeling - Privacybeleid