Procedure : 2016/2043(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0182/2016

Ingediende teksten :

A8-0182/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 26/05/2016 - 6.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0229

VERSLAG     
PDF 395kWORD 106k
24.5.2016
PE 580.769v02-00 A8-0182/2016

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Frankrijk – EGF/2015/010 FR/MoryGlobal)

(COM(2016)0185 – C8-0136/2016 – 2016/2043(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Anneli Jäätteenmäki

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 TOELICHTING
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Frankrijk – EGF/2015/010 FR/MoryGlobal)

(COM(2016)0185 – C8-0136/2016 – 2016/2043(BUD)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0185) – C8-0136/2016),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1) (EFG-verordening),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) (IIA van 2 december 2013), en met name punt 13,

–  gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–  gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–  gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0182/2016),

A.  overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

B.  overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd tijdens het overleg van 17 juli 2008, en met inachtneming van het IIA van 2 december 2013 met betrekking tot het nemen van besluiten om gebruik te maken van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG);

C.  overwegende dat de vaststelling van de EFG-verordening vorm geeft aan de overeenkomst tussen het Parlement en de Raad om het criterium "crisisafwijking" opnieuw in te voeren, de financiële bijdrage van de Unie te verhogen tot 60 % van de totale geraamde kosten van de voorgestelde maatregelen, de efficiëntie voor de behandeling van EFG-aanvragen in de Commissie en door het Parlement en de Raad te verhogen door de termijn voor beoordeling en goedkeuring te verkorten, de subsidiabele maatregelen en begunstigden uit te breiden door zelfstandigen en jongeren toe te voegen en stimuleringsmaatregelen voor de oprichting van een eigen bedrijf te financieren;

D.  overwegende dat Frankrijk aanvraag EGF/2015/010 FR/MoryGlobal heeft ingediend voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van ontslagen in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 - afdeling 49 (Vervoer te land en vervoer via pijpleidingen) en ook in NACE Rev. 2 - afdeling 52 (Opslag en vervoerondersteunende activiteiten) in heel Europees Frankrijk, en dat 2 132 ontslagen werknemers die voor een EFG-bijdrage in aanmerking komen naar verwachting aan de maatregelen zullen deelnemen; overwegende dat het verzoek voortvloeit uit de gerechtelijke vereffening van MoryGlobal en een vervolg vormt op de eerdere aanvraag EGF/2014/017 FR/Mory-Ducros;

E.  overwegende dat de aanvraag is ingediend op grond van de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening, die vereisen dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat ten minste 500 werknemers gedwongen zijn ontslagen, met inbegrip van werknemers die gedwongen zijn ontslagen bij leveranciers, respectievelijk downstreamproducenten en/of zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd;

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening en dat Frankrijk bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage uit hoofde van die verordening ter hoogte van 5 146 800 EUR, wat neerkomt op 60 % van de totale kosten van 8 528 000 EUR;

2.  stelt vast dat de Commissie de termijn van twaalf weken na de ontvangst van de aanvraag van de Franse autoriteiten op 19 november 2015 heeft gerespecteerd, aangezien zij haar beoordeling van de naleving van de voorwaarden voor het verlenen van een financiële bijdrage op 7 april 2016 heeft afgerond en haar beoordeling dezelfde dag aan het Parlement heeft toegezonden;

3.  is van mening dat de ontslagen bij MoryGlobal verband houden met de algemene daling van de fysieke output in Europa, die heeft geleid tot een afname van de hoeveelheid te vervoeren goederen en een prijzenoorlog in het wegvervoer, wat op zijn beurt heeft geresulteerd in een gestage afkalving van de exploitatiemarges en een aantal verliezen voor de sector in Frankrijk sinds 2007, gevolgd door een golf van faillissementen, waaronder dat van Mory-Ducros en later van MoryGlobal waar 2 107 voormalige werknemers van Mory-Ducros een nieuwe baan hadden gevonden;

4.  wijst erop dat de EFG-steun aan 2 513 voormalige werknemers van Mory-Ducros, goedgekeurd in april 2015(4), 6 052 200 EUR bedraagt;

5.  merkt op dat tot nu toe voor de sector "Vervoer te land en vervoer via pijpleidingen" twee andere EFG-aanvragen zijn ingediend: aanvraag EGF/2014/017 FR/Mory-Ducros en aanvraag EGF/2011/001 AT/Niederösterreich-Oberösterreich, die beide op de wereldwijde financiële en economische crisis waren gebaseerd, met betrekking tot 2 804 ontslagen in die sector; stelt vast dat meerdere maatregelen in de twee aanvragen soortgelijk zijn;

6.  merkt op dat de Franse autoriteiten reeds op 23 april 2015 zijn begonnen met het verlenen van de individuele diensten aan de getroffen werknemers, dus ruimschoots vóór de aanvraag tot toekenning van EFG-steun voor het voorgestelde gecoördineerde pakket;

7.  is ingenomen met het feit dat Frankrijk het sociaal plan heeft ingevoerd, waaraan MoryGlobal ook financieel bijdraagt, alvorens de extra steun uit het EFG te hebben aangevraagd; waardeert het dat de gevraagde steun uit het EFG geen maatregelen bevat op grond van artikel 7, lid 1, onder b), van de EFG-verordening, namelijk vergoedingen, maar gericht is op maatregelen met echte meerwaarde voor de herintegratie op de arbeidsmarkt van de ontslagen werknemers;

8.  merkt op dat de door het EFG medegefinancierde individuele dienstverlening bestaat uit advies en begeleiding door een team van deskundige adviseurs, die een aanvulling vormen op het sociaal plan en het Contrat de Sécurisation Professionnelle die door de Franse overheid worden gefinancierd om de werknemers aan een nieuwe baan te helpen; constateert dat de drie contractanten die het team consultants vormen, dezelfde consultants zijn die diensten verlenen aan de bij Mory-Ducros ontslagen werknemers; verwacht dat de Commissie en de Franse autoriteiten zich nauwgezet zullen houden aan het beginsel dat de betalingen aan deze bureaus moeten gebeuren op basis van de behaalde resultaten;

9.  merkt op dat de contractanten (BPI, Sodie en AFPA Transitions) de ontslagen werknemers zullen bijstaan en hen zullen helpen oplossingen te vinden om op de arbeidsmarkt te blijven en een nieuwe baan te vinden, door middel van individuele dienstverlening zoals collectieve en individuele informatiesessies, overgang naar een nieuwe baan en begeleiding bij de herintegratie op de arbeidsmarkt;

10.  is van mening dat werknemers in de leeftijdsgroep van 55 tot 64 jaar een groter risico lopen op langdurige werkloosheid en uitsluiting van de arbeidsmarkt, met sociale uitsluiting als mogelijk gevolg; is daarom van mening dat deze werknemers, die samen goed zijn voor ruim 19 % van de beoogde begunstigden van de voorgestelde maatregelen, specifieke behoeften hebben in verband met het aanbieden van individuele dienstverlening overeenkomstig artikel 7 van de EFG-verordening;

11.  constateert dat Frankrijk heeft aangegeven dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening werd opgesteld in overleg met de vertegenwoordigers van de werknemers voor wie steun wordt aangevraagd en de sociale partners;

12.  herinnert eraan dat in artikel 7 van de EFG-verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het gecoördineerde pakket gericht moet zijn op de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie; is ingenomen met het feit dat Frankrijk alle nodige garanties heeft geboden dat de voorgestelde maatregelen complementair zullen zijn met acties die door de structuurfondsen worden gefinancierd, als een gecombineerde maatregel ter aanpassing aan de mondiale uitdagingen teneinde te zorgen voor duurzame economische groei, zoals vermeld in de beoordeling van de uitvoering van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering 2007-2014(5);

13.  constateert dat de contractanten die het team consultants vormen, dezelfde consultants zijn die diensten verlenen aan de bij Mory-Ducros ontslagen werknemers; verzoekt de Commissie een beoordeling te verstrekken van de kosten-/batenanalyse van de huidige steun voor de ontslagen werknemers van Mory-Ducros, aangezien deze aanvraag een vervolg vormt op de eerdere aanvraag EGF/2014/017 FR/Mory-Ducros, alsook van de individuele diensten die door dezelfde contractanten worden verleend;

14.  houdt rekening met het gevoelige karakter van deze specifieke arbeidsmarkt aangezien Frankrijk het grootste meerwaarde-aandeel van de EU-28 in de dienstensector "vervoer te land" heeft;

15.  wijst erop dat de Franse autoriteiten bevestigen dat voor de voorgestelde maatregelen geen financiële steun uit andere fondsen of financieringsinstrumenten van de Unie wordt ontvangen en dat de voorgestelde maatregelen complementair zijn met maatregelen die vanuit de structuurfondsen worden gefinancierd;

16.  herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun een aanvulling vormt op nationale maatregelen en niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe lidstaten of ondernemingen verplicht zijn;

17.  waardeert de verbeterde procedure die de Commissie op verzoek van het Parlement in het leven heeft geroepen om de toekenning van subsidies te versnellen; wijst op de tijdsdruk die het nieuwe tijdschema met zich brengt, en op de mogelijke gevolgen voor de doeltreffendheid van de afhandeling van het dossier;

18.  herhaalt zijn oproep aan de Commissie ervoor te zorgen dat alle documenten in verband met EFG-zaken openbaar toegankelijk zijn;

19.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

20.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

21.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

Besluit (EU) 2015/738 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Frankrijk – EGF/2014/017 FR/Mory-Ducros) (PB L 117 van 8.5.2015, blz. 47).

(5)

http://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/IDAN/2016/558763/EPRS_IDA(2016)558763_EN.pdf


BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering(aanvraag van Frankrijk – EGF/2015/010 FR/MoryGlobal)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1), en met name artikel 15, lid 4,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(2), en met name punt 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) heeft tot doel steun te verlenen aan werknemers die werkloos zijn geworden en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van uit de globalisering voortvloeiende grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, doordat de wereldwijde financiële en economische crisis aanhoudt, of door een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren.

(2)  Zoals vastgesteld in artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad(3) mag het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (prijzen 2011) niet overschrijden.

(3)  Op 19 november 2015 heeft Frankrijk aanvraag EGF/2015/010 FR/MoryGlobal ingediend voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van ontslagen bij MoryGlobal SAS in Frankrijk. Frankrijk heeft overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 aanvullende gegevens ingediend. Die aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het EFG overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1309/2013.

(4)  Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage van 5 146 800 EUR te leveren aan de door Frankrijk ingediende aanvraag.

(5)  Teneinde zo snel mogelijk middelen uit het EFG ter beschikking te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016 wordt een bedrag van 5 146 800 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het is van toepassing vanaf [datum van vaststelling van het besluit](4)

Gedaan te .....,

Voor het Europees Parlement  Voor de Raad

De Voorzitter  De Voorzitter

(1)

  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

  PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(3)

  Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020, (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).

(4)

Datum in te voegen door het Parlement vóór de publicatie in het PB.


TOELICHTING

I.  Achtergrond

Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(1) en van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1309/2013(2) mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds niet meer dan 150 miljoen EUR bedragen (in prijzen van 2011). De benodigde bedragen worden als voorziening opgenomen in de algemene begroting van de Europese Unie.

Overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) verloopt de procedure om het fonds te activeren als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend overschrijvingsverzoek. Indien geen eensgezindheid bestaat, wordt een trialoogprocedure ingeleid.

II.  De aanvraag voor MoryGlobal en het voorstel van de Commissie

Op 7 april 2016 heeft de Commissie een voorstel goedgekeurd voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan Frankrijk om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te steunen van werknemers die gedwongen zijn ontslagen bij MoryGlobal SAS, dat is ingedeeld in NACE Rev. 2 - afdeling 49 (Vervoer te land en vervoer via pijpleidingen) en ook in NACE Rev. 2 - afdeling 52 (Opslag en vervoerondersteunende activiteiten) in 22 departementen in Europees Frankrijk.

Deze aanvraag is de vierde die in het kader van de begroting 2016 wordt behandeld en de derde voor de sector "vervoer te land en vervoer via pijpleidingen", en heeft betrekking op de beschikbaarstelling van een totaalbedrag van 5 146 800 EUR uit het EFG voor Frankrijk. De aanvraag heeft betrekking op 2 132 werknemers die zijn ontslagen.

De aanvraag werd op 19 november 2015 bij de Commissie ingediend, en tot en met 14 januari 2016 werd er aanvullende informatie verstrekt. De Commissie heeft overeenkomstig alle toepasselijke bepalingen van de EFG-verordening geconcludeerd dat de aanvraag aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële bijdrage uit het EFG voldoet.

De Franse autoriteiten stellen dat de ontslagen het gevolg zijn van het faillissement en de sluiting van het bedrijf. Volgens de ramingen van de Franse centrale bank is het aantal faillissementen in de sector wegvervoer tussen 2007 en 2013 jaarlijks met 35 % toegenomen. Dit wordt beschouwd als het resultaat van de wereldwijde financiële en economische crisis waardoor het wegvervoer met voertuigen van meer dan 3,5 ton tussen 2007 en 2012 in de EU met 13,7 % en in Frankrijk met 21 % is afgenomen (Eurostat). Deze afname volgde op de algemene daling van de fysieke output in Europa. Aangezien er minder volume moest worden vervoerd brak in de sector een prijzenoorlog uit, die nog werd verergerd door de stijging van diverse kosten (brandstof, lonen, materiaal), met als resultaat een gestage afkalving van de exploitatiemarges en een aantal verliezen voor de sector in Frankrijk sinds 2007.

De aanvraag vormt een vervolg op de eerdere aanvraag EGF/2014/017 FR/Mory-Ducros, die betrekking had op de werknemers van Mory-Ducros die niet terecht konden bij MoryGlobal.

De individuele dienstverlening aan de ontslagen werknemers bestaat uit advies aan en begeleiding van de ontslagen werknemers door een team van deskundige adviseurs van drie contractanten. Zij moeten elke deelnemer voorzien van a) een persoonlijk loopbaantraject en b) voldoende vacatures; zij moeten c) elke deelnemer de gelegenheid bieden om algemene deskundigen en/of deskundigen op het gebied van de oprichting van een onderneming te raadplegen, die de arbeidsmarkt in de regio zeer goed kennen, beschikbaar zijn en aan de behoeften van de ontslagen werknemers tegemoetkomen. Zij zullen ook opleidingsworkshops voor algemene competenties aanbieden (zoals het opstellen van een cv, het voorbereiden van een sollicitatiegesprek, vaardigheden om een baan te zoeken of een bedrijf op te richten), alsook opleiding over het gebruik van internet, banenbeurzen en ontmoetingen met werkgevers of vertegenwoordigers van een sector, en contacten met opleidingsinstellingen.

Volgens de Commissie zijn de beschreven maatregelen actieve arbeidsmarktmaatregelen die behoren tot de in artikel 7 van de EFG-verordening vastgestelde subsidiabele acties. Deze acties komen niet in de plaats van maatregelen die gericht zijn op een passieve sociale bescherming.

De Franse autoriteiten hebben op de volgende punten de nodige garanties geboden:

-  bij de toegang tot de voorgestelde acties en hun uitvoering zullen de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie worden gerespecteerd,

-  aan de voorschriften van de nationale en EU-wetgeving betreffende collectieve ontslagen is voldaan,

-  de voorgestelde maatregelen zullen geen financiële steun ontvangen van andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, en dubbele financiering zal worden voorkomen,

-  de voorgestelde maatregelen zullen complementair zijn met acties die door de Structuurfondsen worden gefinancierd,

-  de financiële bijdrage van het EFG zal voldoen aan de procedurele en materiële EU-regels inzake overheidssteun.

Frankrijk heeft de Commissie medegedeeld dat de EFG-maatregelen worden voor- en medegefinancierd door het Ministerie van Arbeid, Werkgelegenheid, Beroepsopleiding en Sociale Dialoog, met name uit het begrotingsonderdeel voor het in goede banen leiden van de economische veranderingen en het bevorderen van de werkgelegenheid.

III.  Procedure

Om middelen uit het EFG te kunnen inzetten, heeft de Commissie aan de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek doen toekomen voor een totaalbedrag van 5 146 800 EUR uit de EFG-reserve (40 02 43) naar de EFG-begrotingslijn (04 04 01).

Dit is het vierde voorstel betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds dat tot op heden in 2016 bij de begrotingsautoriteit is ingediend.

Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt overeenkomstig artikel 15, lid 4, van de EFG-verordening de trialoogprocedure ingeleid.

Overeenkomstig een interne afspraak moet de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het fonds.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

CO/jb D(2016)19091

De heer Jean Arthuis

Voorzitter van de Begrotingscommissie

ASP 09G205

Betreft: Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2015/010 FR/MoryGlobal, Frankrijk (COM(2016) 185 final)

Geachte voorzitter,

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2015/010 FR/MoryGlobal onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de werkgroep EFG zijn voorstander van de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds voor het verlangde doel. De commissie formuleert in dit verband een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling ter discussie te willen stellen.

Bij haar beraadslagingen is de commissie uitgegaan van de volgende overwegingen:

A)  overwegende dat de aanvraag is gebaseerd op artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1309/2013 (EFG-verordening) en betrekking heeft op 2 132 in de referentieperiode van 27 april 2015 tot 27 augustus 2015 werkloos geworden werknemers van MoryGlobal SAS in Frankrijk, die zowel actief zijn in de NACE Rev. 2-afdeling 49 (Vervoer te land en vervoer via pijpleidingen) als in de NACE Rev. 2-afdeling 52 (Opslag en vervoerondersteunende activiteiten), voornamelijk in NUTS-regio's van niveau 2, waarbij de meeste ontslagen zijn gevallen in de regio's Centre (FR24); Ile-de-France (FR10); Rhône-Alpes (FR71); Pays-de-la-Loire (FR51); Lorraine (FR41) en Alsace (FR42);

B)  overwegende dat Frankrijk het verband legt tussen de ontslagen enerzijds en het voortduren van de in Verordening (EG) nr. 546/2009 behandelde wereldwijde financiële en economische crisis anderzijds, met het argument dat MoryGlobal actief was op de gebieden koeriersdiensten, het vervoer en de levering van vracht, opslag en verhuur van gerelateerd materiaal en deze diensten zowel binnen als buiten Frankrijk verstrekte, en dat, ten gevolge van de crisis, het wegvervoer met voertuigen van meer dan 3,5 ton tussen 2007 en 2012 in de EU met 13,7 % en in Frankrijk met 21 % is afgenomen (Eurostat) en in 2014 meer dan 10 % onder het niveau van vóór de crisis bleef; overwegende dat de afname van het vervoersvolume een prijzenoorlog ontketende in de sector, hetgeen resulteerde in een gestage afkalving van de exploitatiemarges, gevolgd door een golf van faillissementen in de wegvervoersector;

C)  overwegende dat het verzoek voortvloeit uit het faillissement dat heeft geleid tot de gerechtelijke vereffening van MoryGlobal, en een vervolg vormt op de eerdere aanvraag EGF/2014/017 FR/Mory-Ducros;

D)  overwegende dat de meerderheid (81,6 %) van de werknemers waarop de maatregelen betrekking hebben, man is, en 18,4 % vrouw; overwegende dat 59,5 % van de werknemers tussen de 30 en 54 jaar oud is, 21,2 % tussen de 25 en 29 jaar, en 19,1 % tussen de 55 en 64 jaar;

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt derhalve de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de Franse aanvraag op te nemen:

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening en dat Frankrijk bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage ter hoogte van 5 146 800 EUR, wat overeenkomt met 60 % van de totale kosten van 8 578 000 EUR;

2.  merkt op dat de Commissie de termijn van twaalf weken na de ontvangst van de aanvraag van de Franse autoriteiten op 19 november 2015 heeft gerespecteerd, aangezien zij haar beoordeling van de naleving van de voorwaarden voor het verlenen van een financiële bijdrage afrondde op 7 april 2016 en het Parlement nog dezelfde dag hiervan in kennis stelde;

3.  merkt op dat de door het EFG medegefinancierde individuele dienstverlening aan de ontslagen werknemers bestaat uit advies en begeleiding door een team van deskundige adviseurs, die bovenop het sociaal plan en het Contrat de Sécurisation Professionnelle komen die door Frankrijk worden gefinancierd om de werknemers te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt; verwacht dat de Commissie en de Franse autoriteiten zich strikt zullen houden aan het beginsel dat de betalingen aan de bureaus waarmee een overeenkomst is gesloten, op basis van de behaalde resultaten moeten worden gedaan;

4.  is ingenomen met het feit dat Frankrijk het sociaal plan heeft ingevoerd, waaraan MoryGlobal ook financieel bijdraagt, alvorens de extra steun uit het EFG te hebben aangevraagd; waardeert het dat de gevraagde steun uit het EFG geen maatregelen bevat op grond van artikel 7, lid 1, onder b), van de EFG-verordening, namelijk vergoedingen, maar gericht is op maatregelen met echte meerwaarde voor de herintegratie op de arbeidsmarkt van de ontslagen werknemers;

5.  constateert dat de contractanten die het team consultants vormen, dezelfde consultants zijn die diensten verlenen aan de bij Mory-Ducros ontslagen werknemers; verzoekt de Commissie een beoordeling te verstrekken van de kosten-/batenanalyse van de huidige steun voor de ontslagen werknemers van Mory-Ducros, aangezien deze aanvraag een vervolg vormt op de eerdere aanvraag EGF/2014/017 FR/Mory-Ducros, alsook van de individuele diensten die door dezelfde contractanten worden verleend;

6.  merkt op dat de contractanten (BPI, Sodie en AFPA Transitions) de ontslagen werknemers zullen bijstaan en hen zullen helpen oplossingen te vinden om op de arbeidsmarkt te blijven en een nieuwe baan te vinden, door middel van individuele dienstverlening zoals collectieve en individuele informatiesessies, overgang naar een nieuwe baan en begeleiding bij de herintegratie op de arbeidsmarkt;

7.  constateert dat Frankrijk heeft aangegeven dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening werd opgesteld in overleg met de vertegenwoordigers van de werknemers voor wie steun wordt aangevraagd en de sociale partners;

8.  wijst erop dat de Franse autoriteiten bevestigen dat voor de voorgestelde maatregelen geen financiële steun uit andere fondsen of financieringsinstrumenten van de Unie wordt ontvangen en dat de voorgestelde maatregelen complementair zijn met maatregelen die vanuit de structuurfondsen worden gefinancierd;

9.  herhaalt zijn oproep aan de Commissie ervoor te zorgen dat alle documenten in verband met EFG-zaken openbaar toegankelijk zijn;

10.  herinnert eraan dat in artikel 7 van de verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het gecoördineerde pakket gericht moet zijn op de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie.

Hoogachtend,

Thomas HÄNDEL

Voorzitter EMPL


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING

De heer Jean ARTHUIS

Voorzitter

Begrotingscommissie

Europees Parlement

Betreft:  Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering

Mijnheer de voorzitter,

Er is een Commissievoorstel voor een besluit om middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) beschikbaar te stellen, voor advies doorverwezen naar de Commissie regionale ontwikkeling. Ik heb begrepen dat het de bedoeling is dat op 23 mei 2016 een verslag over dit voorstel in de Begrotingscommissie wordt goedgekeurd.

-  In COM(2016)0185 wordt voorgesteld te voorzien in een EFG-bijdrage van 5 146 800 EUR voor 2 132 ontslagen werknemers bij MoryGlobal SAS. Deze onderneming was hoofdzakelijk actief in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 - afdeling 49 ("Vervoer te land en vervoer via pijpleidingen") en ook in NACE Rev. 2 - afdeling 52 ("Opslag en vervoerondersteunende activiteiten"). De ontslagen bij MoryGlobal SAS vielen in heel Europees Frankrijk. De vestigingen waar het meest ontslagen zijn gevallen, bevinden zich in de volgende NUTS 2-regio's: Centre (FR24), Ile-de-France (FR10), Rhône-Alpes (FR71), Pays-de-la-Loire (FR51), Lorraine (FR41), Alsace (FR42).

De regels die van toepassing zijn op de financiële bijdragen uit het EFG zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006.

De commissiecoördinatoren hebben deze voorstellen besproken, en mij verzocht u te schrijven dat de meerderheid in deze commissie geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van het voornoemde bedrag uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, zoals door de Commissie voorgesteld.

Hoogachtend,

Iskra MIHAYLOVA


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.5.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

22

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean Arthuis, Lefteris Christoforou, Jean-Paul Denanot, José Manuel Fernandes, Bernd Kölmel, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Ernest Maragall, Sophie Montel, Liadh Ní Riada, Jan Olbrycht, Younous Omarjee, Urmas Paet, Paul Rübig, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Paul Tang, Daniele Viotti, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Anneli Jäätteenmäki, Georgios Kyrtsos, Andrej Plenković, Ivan Štefanec, Nils Torvalds

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Laura Agea, Rainer Wieland

Juridische mededeling - Privacybeleid