Procedure : 2016/0060(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0208/2016

Ingediende teksten :

A8-0208/2016

Debatten :

PV 22/06/2016 - 21
CRE 22/06/2016 - 21

Stemmingen :

PV 23/06/2016 - 8.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0289

VERSLAG     *
PDF 442kWORD 86k
16.6.2016
PE 580.493v02-00 A8-0208/2016

over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen op het gebied van de vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen

(COM(2016)0107 – C8-0128/2016 – 2016/0060(CNS))

Commissie juridische zaken

Rapporteur: Jean-Marie Cavada

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen op het gebied van de vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen

(COM(2016)0107 – C8-0128/2016 – 2016/0060(CNS))

(Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2016)0107),

–  gezien artikel 81, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0128/2016),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A8-0208/2016),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het gewijzigd Commissievoorstel;

2.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

3.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

4.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(e bis)  "lidstaat": een lidstaat die krachtens Besluit 2016/…/EU of krachtens een besluit dat overeenkomstig artikel 331, lid 1, tweede of derde alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is vastgesteld, deelneemt aan de nauwere samenwerking op het gebied van de rechterlijke bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake de vermogensstelsels van internationale paren;

Motivering

Voor deze verordening moet een nieuwe definitie van "lidstaat" geïntroduceerd worden, zodat ze alleen betrekking heeft op lidstaten die deelnemen aan de verordening over geregistreerde partnerschappen overeenkomstig de definitie in artikel 3, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1259/2010 van de Raad van 20 december 2010 tot nauwere samenwerking op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed (Rome III).


TOELICHTING

I. Procedure

Onderhavig voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen op het gebied van de vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen is het tweede over dit onderwerp. Nadat de onderhandelingen tussen de lidstaten vast kwamen te zitten – voor afspraken op het gebied van familierecht is immers unanimiteit vereist –, wordt dit voorstel nu aan het Parlement voorgelegd in het kader van nauwere samenwerking. Wat de procedurele aspecten van nauwere samenwerking betreft, wordt verwezen naar de specifieke aanbeveling daarover.

Van dit voorstel bestaat ook een tegenhanger die betrekking heeft op de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen op het gebied van huwelijksvermogensstelsels, waarvan de tekst grotendeels is overgenomen. De thans voorgestelde verordening verschilt van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie uit 2011: zij bevat veel wijzigingen die het Parlement in 2013 had voorgesteld, en komt daardoor overeen met de tekst waarmee 23 lidstaten eind 2015 bereid waren in te stemmen.

II. Reikwijdte

De verordening zal een erg nuttig instrument zijn voor internationale paren in de Europese Unie. Zij betreft namelijk de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen op het gebied van de vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen. Vraagstukken in verband met de handelingsbekwaamheid van de partners, het bestaan, de geldigheid of de erkenning van een partnerschap, de onderhoudsverplichting en de erfopvolging van de overleden partner zijn echter van het toepassingsgebied uitgesloten. De autonomie van de lidstaten inzake familierecht is dus gewaarborgd. De verordening laat ook het materiële recht van de lidstaten betreffende geregistreerde partnerschappen of de vermogensrechtelijke gevolgen ervan onverlet. Er is dus gehoor gegeven aan de verzoeken van het Parlement.

III. Bevoegdheid

In de verordening wordt duidelijk bepaald welke rechtbank bevoegd is zich uit te spreken over vorderingen in verband met de vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen. Houdt de vordering betreffende de vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen verband met de erfopvolging van een overleden partner of een eis tot ontbinding of nietigverklaring van het partnerschap, dan is de rechtbank die krachtens de specifieke voorschriften hieromtrent bevoegd is, ook bevoegd om te beslissen over de vermogensrechtelijke gevolgen. Voor andere gevallen bevat de verordening een lijst van criteria om de bevoegdheid te bepalen, waarbij de betrokken paren in bepaalde gevallen de mogelijkheid wordt gelaten een andere rechtbank te kiezen. Voor het geval een lidstaat het bewuste partnerschap niet erkent, mogen de rechtbanken van die staat de zaak overdragen aan de rechtbanken van een andere lidstaat die het partnerschap wel erkent.

IV. Toepasselijk recht

Het hoofdstuk over het toepasselijke recht is universeel van toepassing, dat wil zeggen dat ook het recht van een derde staat kan worden toegepast. De belangrijkste stap voorwaarts in dit verband is het beginsel van de eenheid van het toepasselijke recht, dat inhoudt dat het recht dat op de vermogensrechtelijke gevolgen van het geregistreerde partnerschap van toepassing is, geldt voor alle vermogensbestanddelen in het kader van dat partnerschap, ongeacht waar deze zich bevinden. Hiermee komt dus een einde aan de versnippering van het rechtsstelsel dat op de goederen van de partners van toepassing is. De verordening biedt de mogelijkheid overeen te komen welk recht op de vermogensrechtelijke gevolgen van een geregistreerd partnerschap van toepassing is, zij het dat de partners onderdaan moeten zijn van of hun gewone verblijfplaats moeten hebben in de betrokken staat. Het verschil met de verordening betreffende huwelijksvermogensstelsels zit hem hierin dat geregistreerde partners ook kunnen kiezen voor het recht van de staat waar het partnerschap geregistreerd is. Wordt er geen keuze gemaakt, dan is het toepasselijke recht dat van de plaats van registratie, tenzij er sprake is van een uitzondering. De eerder door het Parlement verlangde mogelijkheid om het toepasselijke recht overeen te komen en diverse verduidelijkingen zijn in de tekst opgenomen.

V. Erkenning, uitvoerbaarheid en tenuitvoerlegging van beslissingen

Wat de erkenning, de uitvoerbaarheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen op het gebied van de vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen betreft, is de huidige tekst grotendeels geïnspireerd op het standpunt van het Parlement van 2013. Zo zijn de zeer nauwgezette bepalingen dienaangaande van Verordening (EU) nr. 650/2012 (over grensoverschrijdende erfopvolging) overgenomen. Hierdoor wordt een beslissing wel automatisch erkend maar is zij pas uitvoerbaar nadat in de betrokken lidstaat een uitvoerbaarverklaring verkregen is. Dit heeft te maken met de gevoeligheid van familierechtelijke beslissingen en komt ook overeen met de oplossing die geldt voor grensoverschrijdende erfopvolgingszaken. De uitvoerbaarverklaring kan echter slechts geweigerd worden in enkele welomschreven gevallen, waaronder strijdigheid met de openbare orde.

VI. Authentieke akten en gerechtelijke schikkingen

Zoals gevraagd door het Parlement maakt de verordening onder bepaalde voorwaarden ook de uitwisseling en de uitvoerbaarheid van authentieke akten mogelijk. Soortgelijke bepalingen gelden voor gerechtelijke schikkingen.

VII. Informatieverstrekking aan de betrokkenen

Ten slotte worden bij de verordening middelen ingesteld voor de verspreiding van de juridische basisinformatie die internationale paren nodig hebben.

VIII. Conclusie

Concluderend is uw rapporteur van mening dat de Unie en internationale paren duidelijk belang hebben bij de voorgestelde verordening over de vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen. Zij zal het mogelijk maken vele gevallen van onduidelijkheid en juridische problemen uit de wereld te helpen. Het voorliggende voorstel is het tweede in dit verband en bevat veel van de door het Parlement voorgestelde amendementen. Uw rapporteur stelt dan ook voor dat het Parlement een gunstig advies over dit voorstel uitbrengt, voorlopig zonder wezenlijke wijzigingen.


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

De bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen op het gebied van de vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen

Document- en procedurenummers

COM(2016)0107 – C8-0128/2016 – 2016/0060(CNS)

Datum raadpleging EP

30.3.2016

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

JURI

11.4.2016

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

LIBE

11.4.2016

FEMM

11.4.2016

 

 

Geen advies

       Datum besluit

LIBE

14.4.2016

FEMM

19.4.2016

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Jean-Marie Cavada

15.3.2016

 

 

 

Behandeling in de commissie

20.4.2016

23.5.2016

 

 

Datum goedkeuring

14.6.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

15

3

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Max Andersson, Joëlle Bergeron, Marie-Christine Boutonnet, Jean-Marie Cavada, Therese Comodini Cachia, Mady Delvaux, Rosa Estaràs Ferragut, Enrico Gasbarra, Dietmar Köster, Gilles Lebreton, António Marinho e Pinto, Emil Radev, Julia Reda, Evelyn Regner, Pavel Svoboda, Axel Voss, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Daniel Buda, Angel Dzhambazki, Evelyne Gebhardt, Sylvia-Yvonne Kaufmann

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Kazimierz Michał Ujazdowski

Datum indiening

16.6.2016

Juridische mededeling - Privacybeleid