Procedure : 2015/0298(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0231/2016

Ingediende teksten :

A8-0231/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/09/2016 - 4.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0326

AANBEVELING     ***
PDF 367kWORD 84k
15.7.2016
PE 583.950v02-00 A8-0231/2016

over het ontwerp van besluit van de Raad houdende machtiging tot ondertekening van een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en de Volksrepubliek China uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994 betreffende de wijziging van de concessies die vervat zijn in de lijst van verbintenissen van de Republiek Kroatië, in verband met haar toetreding tot de Europese Unie

(15561/2015 – C8-0158/2016 – 2015/0298(NLE))

Commissie internationale handel

Rapporteur: Hermann Winkler

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 KORTE TOELICHTING
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE BUITENLANDSE ZAKEN
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerp van besluit van de Raad houdende machtiging tot ondertekening van een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en de Volksrepubliek China uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994 betreffende de wijziging van de concessies die vervat zijn in de lijst van verbintenissen van de Republiek Kroatië, in verband met haar toetreding tot de Europese Unie

(15561/2015 – C8-0158/2016 – 2015/0298(NLE))

(Goedkeuring)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel voor een besluit van de Raad (COM(2015)0653),

–  gezien de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en de Volksrepubliek China uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994 betreffende de wijziging van de concessies die vervat zijn in de lijsten van verbintenissen van de Republiek Kroatië, in verband met haar toetreding tot de Europese Unie (15562/2015),

–  gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 207, lid 4, eerste alinea en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), v), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C8-0158/2016),

–  gezien artikel 99, lid 1, eerste en derde alinea, en lid 2, en artikel 108, lid 7, van zijn Reglement,

–  gezien de aanbeveling van de Commissie internationale handel (A8-0231/2016),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van de overeenkomst;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Volksrepubliek China.


KORTE TOELICHTING

Met de toetreding van de Republiek Kroatië heeft de Europese Unie haar douane-unie uitgebreid. Uit hoofde van de regels van de Wereldhandelsorganisatie ("WTO") (artikel XXIV, lid 6, van de GATT 1994) moest de Europese Unie bijgevolg onderhandelingen openen met WTO-leden die onderhandelingsrechten hebben met betrekking tot de tarievenlijst van Kroatië om uiteindelijk tot overeenstemming te komen over een compenserende regeling. Een dergelijke aanpassing is nodig indien de toepassing van het buitentarief van de EU leidt tot een tarief dat hoger is dan het niveau waarop het toetredende land zijn tarief bij de WTO heeft geconsolideerd.

Op 15 juli 2013 heeft de Raad de Commissie gemachtigd om onderhandelingen te openen uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, van de GATT 1994. De Commissie heeft onderhandeld met de WTO-leden die onderhandelingsrechten bezitten met betrekking tot de intrekking van specifieke concessies in het kader van de intrekking van de lijst van de Republiek Kroatië, zulks in het kader van haar toetreding tot de Europese Unie.

De Commissie stelt de Raad voor dat de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling met de Volksrepubliek China wordt ondertekend namens de Unie. Tegelijkertijd wordt een afzonderlijk voorstel betreffende de sluiting van deze overeenkomst bij de Raad ingediend.

De resultaten van de overeenkomst moeten, wat industriële goederen betreft, worden opgenomen in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief door middel van een uitvoeringsverordening van de Commissie tot wijziging van de bijlage, op basis van artikel 9 van genoemde verordening, om de in het gemeenschappelijk douanetarief vastgestelde conventionele rechten als volgt te verlagen:

–  op tarieflijn 6404 19 90 (schoeisel met buitenzool van rubber of van kunststof – andere) verlaging van het huidige geconsolideerde EU-recht van 17 % naar 16,9 %;

–  op tarieflijn 8415 10 90 (machines en apparaten voor de regeling van het klimaat in besloten ruimten, van de soort die aan muren of vensters wordt bevestigd, van het type "split-systeem" (systemen met afzonderlijke elementen) verlaging van het huidige geconsolideerde EU-recht van 2,7 % naar 2,5 %.

Voor de verhoging van de landbouwquota keurt de Commissie een uitvoeringsverordening goed om de volgende contingenten te openen en te beheren, overeenkomstig artikel 187, onder a), van de Integrale-GMO-verordening (Verordening (EU) nr. 1308/2013):

–  op tarieflijn 0703 20 00: toevoeging van 2 150 ton aan het aan de Volksrepubliek China toegewezen EU-tariefcontingent voor knoflook en behoud van het huidige recht van 9,6 % binnen het contingent;

–  toevoeging van 650 ton aan de toewijzing voor China in het kader van het EU-tariefcontingent voor paddenstoelen van de soort agaricus, bereid, verduurzaamd of voorlopig verduurzaamd; behoud van de huidige rechten binnen het contingent.

Opmerkingen van de rapporteur

De rapporteur staat positief tegenover de overeenkomst met de Volksrepubliek China en is van mening dat het Europees Parlement zijn goedkeuring moet verlenen. De Volksrepubliek China heeft recht op herstel van zijn vroegere handelsrechten, na de lichte erosie ervan door de uitbreiding van de EU-douane-unie met de toetreding van Kroatië tot de EU.

In artikel XXIV, lid 4, van de GATT wordt terecht onderstreept dat het doel van een douane-unie of een vrijhandelszone vergemakkelijking van de handel tussen de samenstellende gebieden moet zijn en niet het opwerpen van belemmeringen voor de handel van andere overeenkomstsluitende partijen met dergelijke gebieden. Met deze compenserende overeenkomst wordt opnieuw het signaal gegeven dat de EU hecht aan het multilateraal handelsregime, waarbij de WTO centraal staat.

De Commissie heeft er terecht voor gekozen 1) de tariefcontingenten te verhogen en 2) het huidige geconsolideerde tarief te verlagen als compensatie voor de betrokken Chinese producten om verliezen te compenseren.

De Commissie buitenlandse zaken heeft haar advies uitgebracht in de vorm van een brief en is van oordeel dat het voorstel voor sluiting van de overeenkomst moet worden goedgekeurd, aangezien de overeenkomst proportionele wijzigingen van de concessies omvat en overeenstemt met eerdere maatregelen en het WTO-kader. Voorts heeft zij kennis genomen van de verslagen van de Europese Commissie waarin zij vaststelt dat de compenserende regelingen voor China proportioneel zijn en de rechten van China, die geschaad werden door de intrekking van de concessies van Kroatië, niet overschrijden.


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE BUITENLANDSE ZAKEN

De heer Bernd Lange

Voorzitter

Commissie internationale handel

Ref.: D(2016)19080

Betreft: Voorstel voor een besluit van de Raad houdende machtiging tot ondertekening van een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Volksrepubliek China uit hoofde van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994 en betreffende de wijziging van de concessies in verband met de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie (2015/0298 (NLE))

Geachte collega,

Ik verwijs naar het voorstel van de Commissie van 16 december 2015 voor een besluit van de Raad houdende machtiging tot ondertekening van een overeenkomst tussen de Europese Unie en China betreffende de wijziging van de concessies in het kader van tariefcontingenten in verband met de toetreding van Kroatië tot de Unie.

De voorgestelde overeenkomst volgt op de onderhandelde ontwerpovereenkomst in de vorm van een briefwisseling, die op 7 oktober 2015 in Brussel geparafeerd werd. Ik neem er nota van dat het voorstel in overeenstemming is met de EU-maatregelen bij eerdere uitbreidingen, alsook met de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT). Ik neem ook kennis van de verslagen van de Commissie, waarin zij vaststelt dat de compenserende regelingen voor China proportioneel zijn en de rechten van China, die geschaad werden door de intrekking van de concessies van Kroatië, niet overschrijden.

De Commissie buitenlandse zaken is van oordeel dat het voorstel voor sluiting van de overeenkomst moet worden goedgekeurd, aangezien de overeenkomst proportionele wijzigingen van de concessies omvat en overeenstemt met eerdere maatregelen en het WTO-kader.

Ik vertrouw erop dat uw commissie de evaluatie van het voorstel zal voltooien en zal instemmen met onze positieve beoordeling.

Hoogachtend,

Elmar Brok


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Overeenkomst tussen de EU en China betreffende de wijziging van de concessies die vervat zijn in de lijsten van verbintenissen van de Republiek Kroatië, in verband met haar toetreding tot de Europese Unie

Document- en procedurenummers

15561/2015 – C8-0158/2016 – COM(2015)06542015/0298(NLE)

Datum raadpleging / verzoek om goedkeuring

27.4.2016

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

INTA

9.5.2016

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

AFET

9.5.2016

 

 

 

Geen advies

       Datum besluit

AFET

15.3.2016

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Iuliu Winkler

25.1.2016

 

 

 

Behandeling in de commissie

4.4.2016

15.6.2016

 

 

Datum goedkeuring

14.7.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

31

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

William (The Earl of) Dartmouth, Laima Liucija Andrikienė, Maria Arena, Karoline Graswander-Hainz, Yannick Jadot, Ska Keller, Jude Kirton-Darling, Alexander Graf Lambsdorff, Bernd Lange, Emmanuel Maurel, Anne-Marie Mineur, Sorin Moisă, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Marietje Schaake, Helmut Scholz, Joachim Schuster, Joachim Starbatty, Iuliu Winkler, Jan Zahradil

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Reimer Böge, Victor Boştinaru, Klaus Buchner, Seán Kelly, Gabriel Mato, Bolesław G. Piecha, Pedro Silva Pereira, Ramon Tremosa i Balcells, Wim van de Camp, Jarosław Wałęsa, Pablo Zalba Bidegain

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Mara Bizzotto, Jozo Radoš, Dariusz Rosati, Paul Rübig, Mylène Troszczynski

Datum indiening

15.7.2016

Juridische mededeling - Privacybeleid