Procedure : 2016/2083(IMM)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0233/2016

Ingediende teksten :

A8-0233/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/09/2016 - 4.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0325

VERSLAG     
PDF 248kWORD 67k
15.7.2016
PE 584.251v02-00 A8-0233/2016

over het verzoek om opheffing van de immuniteit van Sotirios Zarianopoulos

(2016/2083(IMM))

Commissie juridische zaken

Rapporteur: Gilles Lebreton

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verzoek om opheffing van de immuniteit van Sotirios Zarianopoulos

(2016/2083(IMM))

Het Europees Parlement,

–  gezien het verzoek om opheffing van de immuniteit van Sotirios Zarianopoulos, dat op 28 maart 2016 door de procureur bij het Griekse Hooggerechtshof werd ingediend in verband met een door de procureur voorgenomen strafvervolging wegens feiten begaan in Thessaloniki (dossier ABM A2015/1606), welk verzoek op 27 april 2016 ter plenaire vergadering werd bekendgemaakt,

–  gezien het feit dat Sotirios Zarianopoulos afstand heeft gedaan van zijn recht te worden gehoord, overeenkomstig artikel 9, lid 5, van zijn Reglement,

–  gezien de artikelen 8 en 9 van protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,

–  gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 12 mei 1964, 10 juli 1986, 15 en 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011 en 17 januari 2013(1),

–  gezien artikel 62 van de grondwet van de Helleense Republiek,

–  gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 9 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A8–0233/2016),

A.  overwegende dat de procureur bij het Griekse Hooggerechtshof heeft gevraagd om opheffing van de parlementaire immuniteit van Sotirios Zarianopoulos, lid van het Europees Parlement, in verband met vervolging wegens een overtreding;

B.  overwegende dat artikel 9 van Protocol nr. 7 Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie bepaalt dat de leden van het Europees Parlement op hun eigen grondgebied dezelfde immuniteiten genieten welke aan de leden van de volksvertegenwoordiging in hun land zijn verleend,

C.  overwegende dat krachtens artikel 62 van de grondwet van de Helleense Republiek leden van het parlement tijdens de parlementaire zittingsperiode niet kunnen worden vervolgd, gearresteerd, gevangen genomen of op andere wijze aan beperkingen worden onderworpen zonder voorafgaande toestemming van het parlement;

D.  overwegende dat de Griekse autoriteiten Sotirios Zarianopoulos willen vervolgen wegens ambtsverzuim, in vereniging begaan;

E.  overwegende dat de voorgenomen vervolging betrekking heeft op vergunningen die de gemeenteraad van Thessaloniki in 2011 beweerdelijk illegaal zou hebben afgegeven voor gebruik van de openbare ruimte voor inrichting van terrassen op trottoirs, en dat Sotirios Zarianopoulos wordt vervolgd in zijn hoedanigheid van voormalig lid van die gemeenteraad;

F.  overwegende dat de voorgenomen vervolging klaarblijkelijk geen verband houdt met de status van Sotirios Zarianopoulos als lid van het Europees Parlement maar wel met zijn vroegere mandaat van gemeenteraadslid van Thessaloniki;

G.  overwegende dat de voorgenomen vervolging geen betrekking heeft op een mening of stem die de afgevaardigde in de uitoefening van zijn ambt als lid van het Europees Parlement heeft geuit respectievelijk uitgebracht in de zin van artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie;

H.  overwegende dat er geen gronden zijn om aan te nemen dat de strafrechtelijke vervolging is bedoeld om de politieke activiteiten van het lid te schaden (fumus persecutionis), temeer daar de vervolging is gericht tegen alle leden van de toenmalige gemeenteraad tezamen;

1.  besluit de immuniteit van Sotirios Zarianopoulos op te heffen;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de Griekse autoriteiten.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING

IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

11.7.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

17

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean-Marie Cavada, Kostas Chrysogonos, Therese Comodini Cachia, Mary Honeyball, Dietmar Köster, Gilles Lebreton, António Marinho e Pinto, Emil Radev, Julia Reda, Evelyn Regner, Pavel Svoboda, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Sergio Gaetano Cofferati, Heidi Hautala, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Constance Le Grip, Stefano Maullu, Victor Negrescu

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Maria Noichl

(1)

Arrest van het Hof van Justitie van 12 mei 1964, Wagner/Fohrmann en Krier, 101/63, ECLI:EU:C:1964:28; arrest van het Hof van Justitie van 10 juli 1986, Wybot/Faure e.a., 149/85, ECLI:EU:C:1986:310; arrest van het Gerecht van 15 oktober 2008, Mote/Parlement, T-345/05, ECLI:EU:T:2008:440; arrest van het Hof van Justitie van 21 oktober 2008, Marra/De Gregorio en Clemente, C-200/07 en C-201/07, ECLI:EU:C:2008:579; arrest van het Gerecht van 19 maart 2010, Gollnisch/Parlement, T-42/06, ECLI:EU:T:2010:102; arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, Patriciello, C-163/10, ECLI:EU:C:2011:543; EU:C:2011:543; arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T346/11 en T-347/11, ECLI:EU:T:2013:23

Juridische mededeling - Privacybeleid