VERSLAG     ***I
PDF 807kWORD 344k
20.7.2016
PE 576.958v02-00 A8-02442016

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst voor de toepassing van Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming, en tot wijziging van Richtlijn 2013/32/EU

(COM(2015)0452 – C8-0270/2015 – 2015/0211(COD))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Sylvie Guillaume

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken
 ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst voor de toepassing van Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming, en tot wijziging van Richtlijn 2013/32/EU

(COM(2015)0452 – C8-0270/2015 – 2015/0211(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2015)0452),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 78, lid 2, letter d), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0270/2015),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken en de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A8-0244/2016),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Richtlijn 2013/32/EU bevat gemeenschappelijke criteria voor de aanmerking van derde landen als veilige landen van herkomst op nationaal niveau. Het is echter zo dat slechts bepaalde lidstaten in hun nationale wetgeving landen als veilige landen van herkomst hebben aangemerkt, zodat niet alle lidstaten momenteel gebruik kunnen maken van de daarmee samenhangende procedurele faciliteiten die zijn vastgelegd in Richtlijn 2013/32/EU. Voorts wordt – als gevolg van de bestaande verschillen tussen de nationale lijsten van veilige landen van herkomst die zijn vastgesteld door de lidstaten, die wellicht voortvloeien uit verschillen in de beoordeling van de veiligheid van bepaalde derde landen of uit verschillen in de aard van de stromen van onderdanen van derde landen waarmee zij worden geconfronteerd – het begrip veilig land van herkomst in de zin van Richtlijn 2013/32/EU momenteel niet altijd door de lidstaten toegepast ten aanzien van dezelfde derde landen.

(2)  Richtlijn 2013/32/EU bevat gemeenschappelijke criteria voor de aanmerking van derde landen als veilige landen van herkomst op nationaal niveau. Het is echter zo dat slechts bepaalde lidstaten in hun nationale wetgeving landen als veilige landen van herkomst hebben aangemerkt, zodat niet alle lidstaten momenteel gebruik kunnen maken van de daarmee samenhangende procedurele voorzieningen die zijn vastgelegd in Richtlijn 2013/32/EU. Voorts wordt – als gevolg van de bestaande verschillen tussen de nationale lijsten van veilige landen van herkomst die zijn vastgesteld door de lidstaten, die wellicht voortvloeien uit verschillen in de beoordeling van de veiligheid van bepaalde derde landen of uit verschillen in de aard van de stromen van onderdanen van derde landen waarmee zij worden geconfronteerd – het begrip veilig land van herkomst in de zin van Richtlijn 2013/32/EU momenteel niet altijd door de lidstaten toegepast ten aanzien van dezelfde derde landen.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Gezien de zeer forse stijging sinds 2014 van het aantal verzoeken om internationale bescherming in de Unie, en de daaruit voortkomende ongekende druk op de asielstelsels van de lidstaten, onderkende de Unie de behoefte aan een stringentere toepassing van de bepalingen inzake het veilig land van herkomst van Richtlijn 2013/32/EU, als een essentieel hulpmiddel voor de snelle behandeling van verzoeken die waarschijnlijk ongegrond zijn. Met name refereerde de Europese Raad in zijn conclusies van 25 en 26 juni 2015, in samenhang met de noodzaak om de behandeling van asielverzoeken te versnellen, naar het voornemen van de Commissie zoals uiteengezet in haar mededeling over een Europese migratieagenda8 om deze bepalingen te versterken, onder meer door de mogelijke vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. Bovendien toonde de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken zich in zijn conclusies over veilige landen van herkomst van 20 juli 2015 ingenomen met het voornemen van de Commissie om de bepalingen van Richtlijn 2013/32/EU inzake veilige landen van herkomst te versterken, onder meer door de mogelijke vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst.

(3)  Gezien de zeer forse stijging sinds 2014 van het aantal verzoeken om internationale bescherming in de Unie, en de daaruit voortkomende ongekende druk op de asielstelsels van de lidstaten, onderkende de Unie de behoefte aan een stringentere toepassing van de bepalingen inzake het veilig land van herkomst van Richtlijn 2013/32/EU, als een essentieel hulpmiddel voor de snelle behandeling van verzoeken die waarschijnlijk ongegrond zijn. Met name refereerde de Europese Raad in zijn conclusies van 25 en 26 juni 2015, in samenhang met de noodzaak om de behandeling van asielverzoeken te versnellen, naar het voornemen van de Commissie zoals uiteengezet in haar mededeling van 13 mei 2015 getiteld "een Europese migratieagenda" om deze bepalingen te versterken, onder meer door de mogelijke vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst.

__________________

 

8 COM (2015) 240 final van 13.5.2015.

 

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Er moet een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst worden vastgesteld op basis van de gemeenschappelijke criteria van Richtlijn 2013/32/EU, aangezien dit de toepassing door alle lidstaten van de procedures waarbij het begrip "veilig land van herkomst" een rol speelt, zal vergemakkelijken, en zo de algemene efficiëntie van hun asielstelsels bij de behandeling van verzoeken om internationale bescherming die waarschijnlijk ongegrond zijn, zal verhogen. De vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst zal ook enkele van de bestaande verschillen tussen lidstaten met betrekking tot hun nationale lijsten van veilige landen van herkomst aanpakken, die ertoe leiden dat verzoekers om internationale bescherming uit dezelfde derde landen in de lidstaten niet altijd aan dezelfde procedures worden onderworpen. Hoewel de lidstaten bevoegd moeten blijven tot het toepassen of invoeren van wetgeving die het mogelijk maakt om op nationaal niveau andere derde landen dan die op de gemeenschappelijke EU-lijst aan te merken als veilig land van herkomst, zal de vaststelling van een dergelijke gemeenschappelijke lijst ervoor zorgen dat het begrip door alle lidstaten op uniforme wijze wordt toegepast met betrekking tot verzoekers wier land van herkomst in deze lijst is opgenomen. Dit zal dan ook een eenvormige toepassing van de procedures vergemakkelijken en daardoor ook secundaire stromen van verzoekers om internationale bescherming tegengaan. In die context is het wenselijk dat de mogelijkheid tot het nemen van verdere harmonisatiestappen in de toekomstdie ertoe zouden kunnen leiden dat er geen behoefte meer is aan nationale lijsten van veilige landen van herkomst – na een termijn van drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening op basis van een door de Commissie opgesteld verslag in overweging wordt genomen.

(4)  Er moet een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst worden vastgesteld op basis van de gemeenschappelijke criteria van Richtlijn 2013/32/EU, aangezien dit de toepassing door alle lidstaten van de procedures waarbij het begrip "veilig land van herkomst" een rol speelt, zou vergemakkelijken, en zo de algemene efficiëntie van hun asielstelsels bij de behandeling van verzoeken om internationale bescherming die waarschijnlijk ongegrond zijn, zal verhogen. Door de versnelde behandeling van asielaanvragen van onderdanen van veilige landen van herkomst zouden de lidstaten zich sneller kunnen bezighouden met de toekenning van internationale bescherming aan personen die er het meest behoefte aan hebben. De vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst is ook bedoeld om enkele van de bestaande verschillen tussen lidstaten met betrekking tot hun nationale lijsten van veilige landen van herkomst aan te pakken, die ertoe leiden dat verzoekers om internationale bescherming uit dezelfde derde landen in de lidstaten niet altijd aan dezelfde procedures worden onderworpen. Deze verschillen druisen in tegen de doelstelling van een gemeenschappelijk Europees asielstelsel en kunnen secundaire stromen van asielzoekers doen ontstaan. Hoewel de lidstaten voorlopig bevoegd moeten blijven tot het toepassen of invoeren van wetgeving die het mogelijk maakt om op nationaal niveau andere derde landen dan die op de gemeenschappelijke EU-lijst aan te merken als veilig land van herkomst, zou de vaststelling van een dergelijke gemeenschappelijke lijst ervoor zorgen dat het begrip door alle lidstaten op uniforme wijze wordt toegepast met betrekking tot verzoekers wier land van herkomst in deze lijst is opgenomen. Dit zou dan ook een eenvormige toepassing van de procedures vergemakkelijken en daardoor ook secundaire stromen van verzoekers om internationale bescherming tegengaan. In die context en voor wat betreft verdere harmonisatiestappen, moeten nationale lijsten van veilige landen van herkomst ophouden te bestaan na een termijn van drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening. De Commissie dient aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit te brengen over de toepassing van deze verordening in de lidstaten.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  De invloed van de opstelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst en de intrekking op termijn van de nationale lijsten van veilige landen van herkomst op de convergentie van de asielprocedures in de EU zal pas optimaal zijn als tegelijk met deze maatregelen ook de procedurestappen en -termijnen, met name in het kader van de versnelde procedure, worden geharmoniseerd. Het is wenselijk dat de mogelijkheid om in de toekomst aanvullende harmonisatiemaatregelen met betrekking tot Richtlijn 2013/32/EU te nemen, in overweging wordt genomen.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 ter)  De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de nationale lijsten van veilige landen van herkomst en de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst met elkaar overeenkomen. Als een land van de gemeenschappelijke EU-lijst wordt verwijderd of de vermelding ervan op de lijst wordt geschorst, mag het op nationaal niveau niet als een veilig land van herkomst worden aangemerkt.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 4 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 quater)  De Commissie dient regelmatig onderzoek te doen naar de situatie in derde landen en kan eventueel voorstellen deze aan de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst toe te voegen op basis van een reeks beschikbare informatiebronnen, met name verslagen van de EDEO en informatie van de lidstaten, het EASO, de UNHCR, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties, en nationale of internationale niet-gouvernementele organisaties. De Commissie dient dan met een voorstel te komen om de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst uit te breiden.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 4 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 quinquies)  Met het oog op de harmonisatie van de nationale lijsten van veilige landen van herkomst in de overgangsperiode van drie jaar vanaf de inwerkingtreding van deze verordening, moeten de lidstaten de gelegenheid krijgen de Commissie voorstellen te doen om landen aan de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst toe te voegen. De Commissie moet die voorstellen binnen een termijn van zes maanden behandelen op basis van een reeks beschikbare informatiebronnen, met name verslagen van de EDEO en informatie van de lidstaten, het EASO, de UNHCR, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties, en nationale of internationale niet-gouvernementele organisaties. Wanneer de Commissie besluit dat de opname van een derde land gegrond is, dan formuleert zij een voorstel tot uitbreiding van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 4 sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 sexies)  De Commissie moet ervoor zorgen dat de aanwezigheid van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst gepaard gaat met een efficiënt Europees terugkeerbeleid dat voorziet in overnameovereenkomsten waarvan de volledige naleving een voorwaarde vormt voor de uitkering van EU-steun aan dat land.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  De bepalingen van Richtlijn 2013/32/EU in verband met de toepassing van het begrip "veilig land van herkomst" moeten van toepassing zijn op derde landen op de bij deze verordening vastgestelde gemeenschappelijke EU-lijst. Dit betekent met name dat de omstandigheid dat een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst staat, geen absolute waarborg kan vormen voor de veiligheid van de onderdanen van dat land en daarom een passende individuele beoordeling van hun verzoeken om internationale bescherming niet overbodig maakt. Bovendien moet eraan worden herinnerd dat wanneer een verzoeker geldige redenen aanvoert om het land in zijn bijzondere omstandigheden als niet-veilig te beschouwen, de aanmerking van het land als veilig land niet langer als voor hem ter zake doende kan worden beschouwd.

(5)  De bepalingen van Richtlijn 2013/32/EU in verband met de toepassing van het begrip "veilig land van herkomst" moeten van toepassing zijn op derde landen op de bij deze verordening vastgestelde gemeenschappelijke EU-lijst. Dit betekent met name dat de omstandigheid dat een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst staat, geen absolute waarborg kan vormen voor de veiligheid van de onderdanen van dat land en daarom een passende individuele beoordeling van hun verzoeken om internationale bescherming in overeenstemming met de procedurele waarborgen die zijn vastgelegd in Richtlijn 2013/32/EU, niet overbodig maakt. Dit houdt onder meer de mogelijkheid van een persoonlijk onderhoud, het krijgen van rechtsbijstand en vertegenwoordiging en toegang tot een doeltreffende voorziening in rechte in. Bovendien moet eraan worden herinnerd dat wanneer een verzoeker geldige redenen aanvoert om het land in zijn bijzondere omstandigheden als niet-veilig te beschouwen, de aanmerking van het land als veilig land niet langer als voor hem ter zake doende kan worden beschouwd. De lidstaten dienen het concept van een veilig land van herkomst niet toe te passen op verzoekers die tot een minderheid of groep personen behoren die in gevaar blijft in het licht van de situatie in het land van herkomst in kwestie, op basis van de in artikel 2, lid 2, genoemde informatiebronnen. Overeenkomstig artikel 46 van Richtlijn 2013/32/EU moeten de lidstaten ervoor zorgen dat voor de verzoekers een daadwerkelijk rechtsmiddel bij een rechterlijke instantie openstaat in geval van een negatieve beslissing inzake hun verzoek om internationale bescherming. Zij moeten ook het recht krijgen om op het grondgebied te blijven tot de termijn waarbinnen zij hun recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel kunnen uitoefenen, is verstreken en, wanneer dat recht binnen die termijn is uitgeoefend, tot de uitkomst van het beroep.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  De gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst mag niet tot doel hebben om het aantal asielzoekers dat afkomstig is van landen waaruit een significant aantal asielzoekers afkomstig is en waarvoor het erkenningspercentage laag is, te verminderen. De aanmerking van een derde land als een veilig land van herkomst mag enkel gebaseerd zijn op de vraag of de situatie in het land in kwestie overeenstemt met de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgelegd in Richtlijn 2013/32/EU voor de aanmerking als veilig land van herkomst.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 ter)  Overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 1989, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden dienen het belang van het kind en de eerbiediging van het familie- en gezinsleven voorop te staan wanneer de lidstaten deze verordening toepassen. Voorts moet bijzondere aandacht worden geschonken aan kwetsbare personen in de zin van artikel 20, lid 3, van Richtlijn 2011/95/EU, alsook aan personen uit etnische minderheden en LHBTI‑personen.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 quater)  De bepalingen van Richtlijn 2013/33/EU tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming moeten van toepassing zijn met betrekking tot onderdanen van derde landen die afkomstig zijn uit landen die zijn opgenomen op de bij deze verordening vastgestelde gemeenschappelijke EU-lijst, zolang hun asielverzoek in behandeling is.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  De Commissie dient regelmatig de situatie te beoordelen in derde landen die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst staan. In geval van een plotselinge verslechtering van de situatie in een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst moet de bevoegdheid tot het vaststellen van handelingen overeenkomstig artikel 290 VWEU worden gedelegeerd aan de Commissie om de vermelding van dit derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst te schorsen voor een termijn van een jaar, wanneer zij op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden van Richtlijn 2013/32/EU om een derde land aan te merken als veilig land van herkomst. Bij deze onderbouwde beoordeling moet de Commissie rekening houden met een reeks beschikbare informatiebronnen, waaronder met name de jaarlijkse voortgangsverslagen van de Commissie voor derde landen die door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat zijn aangewezen, regelmatige verslagen van de Europese dienst voor extern optreden (EDEO) en de informatie van de lidstaten, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO), de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen (UNHCR), de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties. De Commissie moet in staat zijn om de schorsing van de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst te verlengen met een termijn van hoogstens één jaar wanneer zij een wijziging van de verordening heeft voorgesteld met het oog op de verwijdering van dit derde land van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

(6)  De Commissie dient voortdurend de situatie te beoordelen in derde landen die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst staan. Wanneer een plotselinge verslechtering van de situatie in een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst ertoe kan leiden dat dat land niet langer voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2013/32/EU om een derde land aan te merken als veilig land van herkomst, dan moet de bevoegdheid tot het vaststellen van handelingen overeenkomstig artikel 290 VWEU worden gedelegeerd aan de Commissie om de vermelding van dit derde land op de gemeenschappelijke EU‑lijst te schorsen voor een termijn van een jaar, wanneer zij op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden van Richtlijn 2013/32/EU om een derde land aan te merken als veilig land van herkomst. Bij deze onderbouwde beoordeling moet de Commissie rekening houden met een reeks beschikbare informatiebronnen, waaronder met name de jaarlijkse voortgangsverslagen van de Commissie voor derde landen die door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat zijn aangewezen, regelmatige verslagen van de Europese dienst voor extern optreden (EDEO) en de informatie van de lidstaten, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO), de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen (UNHCR), de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties, en nationale of internationale niet-gouvernementele organisaties. De EU-delegaties in deze landen moeten worden belast met de monitoring van gevallen van refoulement en moeten zulke gevallen onmiddellijk melden. Zodra de Commissie zich realiseert dat er sprake is van een verandering van de situatie en in elk geval vóór aanneming van het besluit om de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst te schorsen, dient zij de lidstaten te informeren en aan te bevelen het begrip "veilig land van herkomst" op nationaal niveau niet op dat derde land toe te passen. Wanneer gedurende de periode van schorsing uit de beschikbare informatie blijkt dat de situatie in het derde land weer voldoet aan de voorwaarden van Bijlage I bij Richtlijn 2013/23/EU, zal de Commissie niet eerder dan zes maanden na de aanneming van het besluit tot schorsing, overeenkomstig artikel 290 VWEU, een besluit vaststellen om de schorsing van de vermelding van dat land op de gemeenschappelijke EU‑lijst van veilige landen van herkomst in te trekken. De Commissie moet in staat zijn om de schorsing van de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst te verlengen met een termijn van hoogstens één jaar wanneer zij een wijziging van de verordening heeft voorgesteld met het oog op de verwijdering van dit derde land van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  De Commissie moet diverse informatiebronnen kunnen raadplegen en het advies van deskundigen kunnen inwinnen. Daartoe moet de Commissie bij een herziening van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst, met name het EASO gezien zijn expertise, om hulp kunnen vragen. De Commissie moet voorts internationale organisaties, met name de UNHCR, relevante organisaties van het maatschappelijk middenveld alsook personen met aantoonbare landenspecifieke en mensenrechtenexpertise, kunnen raadplegen.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Naar aanleiding van de conclusies over veilige landen van herkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 20 juli 2015, tijdens welke de lidstaten zijn overeengekomen dat prioriteit moet worden gegeven aan een beoordeling door alle lidstaten van de veiligheid van de Westelijke Balkan, organiseerde het EASO op 2 september 2015 een vergadering van deskundigen met de lidstaten waar er een brede consensus over werd bereikt dat Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo*9, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Montenegro en Servië zijn aan te merken als veilige landen van herkomst in de zin van Richtlijn 2013/32/EU.

Schrappen

__________________

 

9 * Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet, en is in overeenstemming met Resolutie 1244/99 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.

 

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder met name verslagen van de EDEO en informatie van de lidstaten, het EASO, de UNHCR, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties, wordt een aantal derde landen als veilig land van herkomst aangemerkt.

(9)  Op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder met name verslagen van de EDEO en informatie van de lidstaten, het EASO, de UNHCR, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties, en nationale of internationale niet-gouvernementele organisaties, wordt een aantal derde landen als veilig land van herkomst aangemerkt.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  In Albanië vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in vier van de in totaal 150 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen voor eventuele refoulement-incidenten met betrekking tot de eigen burgers. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 7,8 % (1040) van de asielaanvragen van burgers van Albanië gegrond was. Ten minste acht lidstaten hebben Albanië als veilig land van herkomst aangemerkt. Albanië is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen. Op dat moment luidde het oordeel dat Albanië voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en Albanië moet aan deze criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag.

Schrappen

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  In Bosnië en Herzegovina bepaalt de grondwet de wijze waarop de verschillende bevolkingsgroepen van het land de macht onderling delen. De materiële en procedurele wetgeving op het gebied van mensenrechten en antidiscriminatie, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, vormt een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in vijf van de in totaal 1196 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen voor eventuele refoulement-incidenten met betrekking tot de eigen burgers. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 4,6 % (330) van de asielaanvragen van burgers van Bosnië en Herzegovina gegrond was. Ten minste negen lidstaten hebben Bosnië en Herzegovina als veilig land van herkomst aangemerkt.

Schrappen

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  In de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in zes van de in totaal 502 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen voor eventuele refoulement-incidenten met betrekking tot de eigen burgers. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 0,9 % (70) van de asielaanvragen van burgers van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gegrond was. Ten minste zeven lidstaten hebben de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië als veilig land van herkomst aangemerkt. De voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen. Op dat moment luidde het oordeel dat de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië moet aan deze criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag.

Schrappen

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  In Kosovo* vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. Het feit dat Kosovo* geen partij is bij relevante internationale instrumenten op het gebied van de mensenrechten, zoals het EVRM, vloeit voort uit het ontbreken van een internationale consensus over zijn status als soevereine staat. Er zijn geen aanwijzingen voor eventuele refoulement-incidenten met betrekking tot de eigen burgers. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 6,3 % (830) van de asielaanvragen van burgers van Kosovo* gegrond was. Ten minste zes lidstaten hebben Kosovo* als veilig land van herkomst aangemerkt.

Schrappen

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  In Montenegro vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in één van de in totaal 447 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen voor eventuele refoulement-incidenten met betrekking tot de eigen burgers. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 3,0 % (40) van de asielaanvragen van burgers van Montenegro gegrond was. Ten minste acht lidstaten hebben Montenegro als veilig land van herkomst aangemerkt. Montenegro is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen en de onderhandelingen zijn geopend. Op dat moment luidde het oordeel dat Montenegro voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en Montenegro moet aan deze criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag.

Schrappen

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  In Servië vormt de grondwet de basis voor zelfbestuur van minderheden op het gebied van onderwijs, taalgebruik, informatie en cultuur. De materiële en procedurele wetgeving op het gebied van mensenrechten en antidiscriminatie, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, vormt een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in 16 van de in totaal 11 490 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen voor eventuele refoulement-incidenten met betrekking tot de eigen burgers. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 1,8 % (400) van de asielaanvragen van burgers van Servië gegrond was. Ten minste negen lidstaten hebben Servië als veilig land van herkomst aangemerkt. Servië is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen en de onderhandelingen zijn geopend. Op dat moment luidde het oordeel dat Servië voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en Servië moet aan deze criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag.

Schrappen

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  In Turkije vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in 94 van de in totaal 2 899 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen voor eventuele refoulement-incidenten met betrekking tot de eigen burgers. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 23,1 % (310) van de asielaanvragen van burgers van Turkije gegrond was. Eén lidstaat heeft Turkije als veilig land van herkomst aangemerkt. Turkije is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen en de onderhandelingen zijn geopend. Op dat moment luidde het oordeel dat Turkije voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en Turkije moet aan deze criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag.

Schrappen

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Deze verordening is in overeenstemming met de grondrechten en de beginselen zoals vastgelegd in het Handvest.

(18)  Dit voorstel is in overeenstemming met de grondrechten en de beginselen zoals vastgelegd in het Handvest, met inbegrip van het recht op asiel en bescherming tegen refoulement, zoals bepaald in artikelen 18 en 19 van het Handvest.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Deze verordening strekt tot het vaststellen van een gemeenschappelijke EU-lijst van derde landen die als veilig land van herkomst worden beschouwd in de zin van Richtlijn 2013/32/EU.

1.  Deze verordening strekt tot het vaststellen van een gemeenschappelijke EU-lijst van derde landen die als veilig land van herkomst worden beschouwd in de zin van Richtlijn 2013/32/EU. Onderdanen van derde landen die op de bij deze verordening vastgestelde gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst staan, kunnen gebruikmaken van de procedures voor internationale bescherming en genieten alle relevante procedurele waarborgen waarin is voorzien in Richtlijn 2013/32/EU.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Derde landen die zijn opgenomen in bijlage I bij deze verordening zijn veilige landen van herkomst.

1.  Derde landen die zijn opgenomen in bijlage I bij deze verordening, worden aangemerkt als veilige landen van herkomst.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie evalueert regelmatig de situatie in derde landen op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst, op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder met name regelmatige verslagen van de EDEO en informatie van de lidstaten, het EASO, de UNHCR, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties.

2.  De Commissie evalueert voortdurend de situatie in derde landen die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst staan of waarvan de vermelding op die lijst is geschorst overeenkomstig artikel 3. Zij gaat ook voortdurend na of die landen voldoen aan de voorwaarden voor de aanmerking van een land als veilig land van herkomst van Bijlage I bij Richtlijn 2013/32/EU, op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder met name regelmatige verslagen van de EDEO en de EU-delegaties in die landen, alsmede informatie van de lidstaten, het EASO, de UNHCR, het FRA, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties, en nationale of internationale niet-gouvernementele organisaties. Zij houdt het Europees Parlement naar behoren en tijdig op de hoogte.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Elke wijziging van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst wordt vastgesteld volgens de gewone wetgevingsprocedure.

3.  Elke wijziging van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst wordt vastgesteld volgens de gewone wetgevingsprocedure. Daartoe wordt de volgende procedure gevolgd:

 

(a)  De Commissie neemt de situatie in derde landen regelmatig onder de loep en gaat na of het mogelijk is voor te stellen om deze landen op te nemen op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst.

 

De Commissie formuleert, waar passend, een voorstel tot uitbreiding van de gemeenschappelijke lijst van veilige landen van herkomst na een onderbouwde beoordeling van de vraag of de aan de lijst toe te voegen landen voldoen aan de criteria van Bijlage I bij Richtlijn 2013/32/EU.

 

De beoordeling van de vraag of een land een veilig land van herkomst is overeenkomstig dit artikel wordt gebaseerd op een reeks informatiebronnen, waaronder met name regelmatige verslagen van de EDEO en informatie van de lidstaten, het EASO, de UNHCR, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties, en nationale of internationale niet-gouvernementele organisaties.

 

(b)  Met het oog op de harmonisatie van de nationale lijsten van veilige landen van herkomst in de overgangsperiode van drie jaar vanaf de inwerkingtreding van deze verordening, kunnen de lidstaten voorstellen doen om landen aan de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst toe te voegen. De Commissie behandelt die voorstellen binnen een termijn van zes maanden op basis van een reeks beschikbare informatiebronnen, met name verslagen van de EDEO en informatie van de lidstaten, het EASO, de UNHCR, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties, en nationale of internationale niet-gouvernementele organisaties. Wanneer de Commissie besluit dat de opname van een derde land gegrond is, formuleert zij een voorstel tot uitbreiding van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  In geval van plotselinge veranderingen in de situatie van een derde land op de gemeenschappelijke EU‑lijst van veilige landen van herkomst en indien dwingende redenen van urgentie zulks vereisen, is de in artikel 3 bis (nieuw) neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verwijdering van een derde land van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst in geval van plotselinge veranderingen in de situatie

Schorsing en verwijdering van een derde land van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst in geval van plotselinge veranderingen in de situatie

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In geval van plotselinge veranderingen in de situatie van een derde land dat is opgenomen in de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst, verricht de Commissie een onderbouwde beoordeling van de mate waarin dat land voldoet aan de voorwaarden van bijlage I bij Richtlijn 2013/32/EU en stelt, indien niet meer aan deze voorwaarden wordt voldaan, overeenkomstig artikel 290 VWEU een besluit vast tot schorsing van de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst voor de duur van één jaar.

2.  Indien plotselinge veranderingen in de situatie van een derde land dat is opgenomen in de gemeenschappelijke EU‑lijst van veilige landen van herkomst ertoe kunnen leiden dat dat land niet meer voldoet aan de voorwaarden voor de aanmerking van een land als veilig land van herkomst van Bijlage I bij Richtlijn 2013/32/EU, verricht de Commissie onmiddellijk en met spoed een onderbouwde beoordeling van de mate waarin dat land voldoet aan deze voorwaarden en stelt, indien er niet meer aan wordt voldaan, overeenkomstig artikel 290 VWEU zo spoedig mogelijk een besluit vast tot schorsing van de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst voor de duur van één jaar.

 

Zodra de Commissie zich realiseert dat er sprake is van een verandering van de situatie en in elk geval vóór de aanneming van het besluit om de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU‑lijst te schorsen, informeert zij de lidstaten en raadt zij hen aan het begrip "veilig land van herkomst" op nationaal niveau niet op dat derde land toe te passen.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Wanneer gedurende de periode van schorsing uit de beschikbare informatie blijkt dat de situatie in het derde land weer voldoet aan de voorwaarden van Bijlage I bij Richtlijn 2013/23/EU, zal de Commissie niet eerder dan zes maanden na de aanneming van het besluit tot schorsing, overeenkomstig lid 2 van artikel 290 VWEU, een besluit vaststellen om de schorsing van de vermelding van dat land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst in te trekken.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 3 bis

 

Spoedprocedure

 

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar is aangetekend overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen gebruik wordt gemaakt van de spoedprocedure.

 

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 3, lid 5, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onverwijld in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar aantekent.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 3 ter

 

Raadpleging van derden

 

1.  De Commissie raadpleegt het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken ("het Bureau") in het kader van haar regelmatige onderzoeken naar de situatie in derde landen die zijn opgenomen op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst, inclusief de landen waarvan de vermelding is geschorst. De Commissie kan het Bureau om toetsing van de situatie in zulk een derde land verzoeken teneinde te beoordelen of aan de criteria van Bijlage I van Richtlijn 2013/32/EU wordt voldaan.

 

2.  Bij een herziening van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst raadpleegt de Commissie internationale organisaties, met name de UNHCR, en relevante organisaties van het maatschappelijk middenveld alsook personen met aantoonbare landenspecifieke en mensenrechtenexpertise.

 

3.  De UNHCR, niet-gouvernementele organisaties en afzonderlijke deskundigen met aantoonbare landenspecifieke en mensenrechtenexpertise kunnen de Commissie verzoeken de vermelding van een land op de gemeenschappelijke EU‑lijst van veilige landen van herkomst te schorsen dan wel dat land van de lijst te schrappen. Een daartoe strekkend verzoek bevat een gedetailleerde beschrijving van de mensenrechtensituatie en de aanhoudende ernstige mensenrechtenschendingen in het land in kwestie. Hierin wordt ook nader toegelicht waarom niet aan de criteria van Bijlage I bij Richtlijn 2013/32/EU wordt voldaan ter motivering van de schorsing of verwijdering van dat land van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. Behalve in gevallen waarin de Commissie de verzoeken niet‑ontvankelijk, niet-onderbouwd of repetitief acht, gaat zij over tot een beoordeling van de in dergelijke verzoeken verstrekte informatie.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)

Richtlijn 2013/32/EU

Artikel 25 – lid 6 – letter a – punt i

 

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 25, lid 6, letter a), punt i) wordt als volgt gewijzigd:

i)  de verzoeker uit een land komt dat voldoet aan de criteria om te worden aangemerkt als veilig land van herkomst in de zin van deze richtlijn; of

i)  de verzoeker uit een land komt dat voldoet aan de criteria om te worden aangemerkt als veilig land van herkomst in de zin van deze richtlijn, en passende steun overeenkomstig artikel 24, lid 3, in het kader van die procedure kan worden verleend; of [...]”

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)

Richtlijn 2013/32/EU

Artikel 25 – lid 6 – letter b – punt i

 

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 25, lid 6, letter b), punt i) wordt als volgt gewijzigd:

i)  de verzoeker uit een land komt dat voldoet aan de criteria om te worden aangemerkt als veilig land van herkomst in de zin van deze richtlijn; of

i)  de verzoeker uit een land komt dat voldoet aan de criteria om te worden aangemerkt als veilig land van herkomst in de zin van deze richtlijn, en passende steun overeenkomstig artikel 24, lid 3, in het kader van die procedure kan worden verleend; of [...]”

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 1 (nieuw)

Richtlijn 2013/32/EU

Artikel 36 – lid 1 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Een derde land dat op grond van deze richtlijn door nationale wetgeving als veilig land van herkomst is aangemerkt of dat is opgenomen op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst zoals vastgesteld bij Verordening (EU) nr. XXXX/2015 van het Europees-Parlement en de Raad* [deze verordening] kan voor een bepaalde verzoeker, nadat zijn verzoek afzonderlijk is behandeld, alleen als veilig land van herkomst worden beschouwd wanneer:

1.  Een derde land dat op grond van deze richtlijn door nationale wetgeving als veilig land van herkomst is aangemerkt of dat is opgenomen op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst zoals vastgesteld bij Verordening (EU) nr. XXXX/2015 van het Europees Parlement en de Raad* [deze verordening] kan voor een bepaalde verzoeker, nadat zijn verzoek afzonderlijk is behandeld, met inbegrip van een persoonlijk onderhoud en rechtsbijstand overeenkomstig artikelen 14 en 22, alleen als veilig land van herkomst worden beschouwd wanneer:

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 1 (nieuw)

Richtlijn 2013/32/EU

Artikel 36 – lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

 

 

 

 

 

 

1 bis. De lidstaten passen het concept van een veilig land van herkomst niet toe op verzoekers die tot een minderheid of groep personen behoren die in gevaar blijft in het licht van de situatie in het land van herkomst in kwestie, op basis van de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. XXXX/2015 genoemde informatiebronnen.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 1

Richtlijn 2013/32/EU

Artikel 36 – lid 1 – alinea 1 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter. Vanaf ... [drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] wordt alleen een land dat is opgenomen op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst zoals vastgesteld bij Verordening (EU) nr. XXXX/2015 van het Europees‑Parlement en de Raad*, beschouwd als veilig land van herkomst in de zin van deze richtlijn.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)

Richtlijn 2013/32/EU

Artikel 36 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

Artikel 36 bis

 

"Aanmerking van veilige landen van herkomst voor de toepassing van artikel 36 en artikel 37, lid 1".

 

Een land wordt als veilig land van herkomst beschouwd wanneer op basis van de rechtstoestand, de toepassing van de rechtsvoorschriften in een democratisch stelsel en de algemene politieke omstandigheden kan worden aangetoond dat er algemeen gezien en op duurzame wijze geen sprake is van vervolging in de zin van artikel 9 van Richtlijn 2011/95/EU, noch van foltering of onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, noch van bedreiging door willekeurig geweld in het kader van een internationaal of intern gewapend conflict.

 

Bij deze beoordeling wordt onder meer rekening gehouden met de mate waarin bescherming wordt geboden tegen vervolging of mishandeling door middel van:

 

a)  de desbetreffende wetten en andere voorschriften van het betrokken land en de wijze waarop die worden toegepast;

 

b)  de naleving van de rechten en vrijheden die zijn neergelegd in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en/of het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en/of het Verdrag van de Verenigde Naties tegen foltering, in het bijzonder de rechten waarop geen afwijkingen uit hoofde van artikel 15, lid 2, van voornoemd Europees Verdrag zijn toegestaan;

 

c)  de naleving van het beginsel van non-refoulement overeenkomstig het Verdrag van Genève;

 

d)  het beschikbaar zijn van een systeem van daadwerkelijke rechtsmiddelen tegen schendingen van voornoemde rechten en vrijheden."

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/32/EU

Artikel 37 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten kunnen voor de behandeling van verzoeken om internationale bescherming wetgeving handhaven of invoeren met het oog op de nationale aanmerking, overeenkomstig bijlage I, van andere veilige landen van herkomst dan die van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst die is vastgesteld bij Verordening (EU) nr. XXXX/2015 [deze verordening]".

1.  Uiterlijk op... [drie jaar na de datum van inwerkingtreding van Verordening (EU) nr. xxx/2015] kunnen de lidstaten voor de behandeling van verzoeken om internationale bescherming wetgeving handhaven of invoeren met het oog op de nationale aanmerking, overeenkomstig bijlage I, van andere veilige landen van herkomst dan die van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst die is vastgesteld bij Verordening (EU) nr. XXXX/2015 [deze verordening]".

 

In die periode moeten zij de samenhang tussen de nationale lijsten van veilige landen van herkomst en de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst waarborgen. Dit houdt het volgende in:

 

a)  De lidstaten stellen de Commissie in kennis van alle wijzigingen die worden aangebracht in hun nationale lijst.

 

b)  De lidstaten kunnen voorstellen derde landen aan de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst toe te voegen. De Commissie behandelt die voorstellen binnen een termijn van zes maanden op basis van een reeks beschikbare informatiebronnen, met name verslagen van de EDEO en informatie van de lidstaten, het EASO, de UNHCR, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties, en nationale of internationale niet‑gouvernementele organisaties. Wanneer de Commissie besluit dat de opname van een derde land gegrond is, formuleert zij een voorstel tot uitbreiding van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst.

 

c)  Wanneer de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU‑lijst van veilige landen van herkomst overeenkomstig artikel 3, lid 2, van die verordening wordt geschorst, merken de lidstaten dat land op nationaal niveau niet als een veilig land van herkomst aan.

 

d)  Wanneer een derde land krachtens artikel 2, lid 3, van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst wordt verwijderd, kan een lidstaat de Commissie melden dat hij van mening is dat het derde land na veranderingen in de situatie van dat land opnieuw voldoet aan de voorwaarden van bijlage I bij deze richtlijn om aan de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst te worden toegevoegd.

 

De Commissie onderzoekt elke melding van een lidstaat en dient, zo nodig, een voorstel in bij het Europees Parlement en de Raad om de gemeenschappelijke EU‑lijst van veilige landen van herkomst in die zin te wijzigen.

 

Indien de Commissie besluit geen daartoe strekkend voorstel in te dienen, mogen de lidstaten dat land op nationaal niveau niet als een veilig land van herkomst aanmerken.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)

Richtlijn 2013/32/EU

Artikel 46 – lid 6 – letter a

 

Bestaande tekst

Amendement

 

2 bis.  Artikel 46, lid 6, letter a), wordt vervangen door:

a)  een verzoek als kennelijk ongegrond te beschouwen overeenkomstig artikel 32, lid 2, of als ongegrond na behandeling overeenkomstig artikel 31, lid 8, behoudens de gevallen waarin deze beslissingen zijn genomen op basis van de in artikel 31, lid 8, onder h), genoemde omstandigheden;

a)  een verzoek als kennelijk ongegrond te beschouwen overeenkomstig artikel 32, lid 2, of als ongegrond na behandeling overeenkomstig artikel 31, lid 8, behoudens de gevallen waarin deze beslissingen zijn genomen op basis van de in artikel 31, lid 8, onder b) en h), genoemde omstandigheden;

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 4 bis

 

Toezicht en evaluatie

 

Uiterlijk op... [twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de tenuitvoerlegging van deze verordening en stelt zij eventueel de noodzakelijke wijzigingen voor. Uiterlijk op... [18 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] zenden de lidstaten de Commissie alle informatie toe die nodig is voor de voorbereiding van dat verslag. Nadat de Commissie het verslag heeft ingediend, brengt ze bij het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de toepassing van deze verordening.

 

Als onderdeel van haar verslag rapporteert de Commissie over de methodologie die zij heeft gebruikt voor de beoordeling van de situatie in derde landen op de gemeenschappelijke EU-lijst of de mogelijke toevoeging van dergelijke landen aan de lijst of de schorsing ervan. Zij rapporteert eveneens over de tenuitvoerlegging van procedurele waarborgen voor asielzoekers die afkomstig zijn van een land dat is opgenomen op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Bijlage I

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst bedoeld in artikel 2

Gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst bedoeld in artikel 2

Albanië,

 

Bosnië en Herzegovina,

 

voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië,

 

Kosovo*11 ,

 

Montenegro,

 

Servië,

 

Turkije.

 

__________________

 

11* Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet, en is in overeenstemming met Resolutie 1244/99 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.

 


TOELICHTING

Voorstel van de Commissie: beginselen en doelstellingen

De Europese Commissie heeft op 13 mei 2015 een Europese migratieagenda gepresenteerd. De agenda schetst, in aanvulling op de onmiddellijke maatregelen, verdere initiatieven die moeten worden genomen om structurele oplossingen te bieden met het oog op een beter beheer van migratie. Als onderdeel van de onderzochte structurele initiatieven heeft de Commissie benadrukt dat het gemeenschappelijk Europees asielstelsel moet worden versterkt en dat misbruik doeltreffender moet worden aangepakt. In deze context heeft zij op 9 september 2015 voorgesteld de bepalingen inzake veilige landen van herkomst van Richtlijn 2013/32/EU betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (de zogenaamde richtlijn asielprocedures) te versterken.

Naast de invoering van het begrip veilig land van herkomst worden in het voorstel een aantal landen reeds aan de lijst van veilige landen van herkomst toegevoegd (Albanië, Bosnië en Herzegovina, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Kosovo, Montenegro, Servië en Turkije). De Commissie heeft een drievoudige doelstelling: 1) de algemene doeltreffendheid van asielstelsels verhogen; 2) pogingen tot misbruik van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel ontmoedigen en ervoor zorgen dat de lidstaten meer middelen besteden aan personen die bescherming nodig hebben; 3) de bestaande verschillen tussen lidstaten met betrekking tot hun nationale lijsten van veilige landen van herkomst verkleinen en zo de convergentie in de procedures bevorderen.

Algemene opmerkingen over het begrip veilig land van herkomst en de toepassing ervan

Ten eerste wil de rapporteur enige verwarring en misvattingen omtrent het begrip veilig land van herkomst uit de wereld helpen.

Als een aanvrager afkomstig is van een land dat als een veilig land van herkomst wordt beschouwd, wil dat niet zeggen dat zijn aanvraag niet zal worden onderzocht of dat hij onmiddellijk zal worden teruggezonden. Dit vormt geen absolute waarborg voor de veiligheid van deze aanvrager en maakt een passende individuele beoordeling van zijn verzoek in overeenstemming met de in de richtlijn asielprocedures vastgelegde bepalingen en procedurele waarborgen niet overbodig.

Het begrip "veilig land van herkomst" mag trouwens niet verward worden met het begrip "veilig derde land". Deze twee begrippen worden op verschillende groepen toegepast (het eerste op onderdanen van een als veilig land van herkomst aangemerkt land, het tweede op onderdanen van andere landen dan het als veilig derde land aangemerkte land) en gaan gepaard met verschillende regels en procedurele waarborgen.

Als een Europese lijst het gebruik van het begrip veilig land van herkomst voor alle lidstaten zou kunnen veranderen, kunnen de lidstaten reeds krachtens de richtlijn asielprocedures voorzien in dit procedureel instrument. Zo kunnen ze de aanvragen van onderdanen van een veilig land van herkomst reeds versneld behandelen of aan de grens inhoudelijk onderzoeken. Zonder het belang van dit instrument voor het zoeken naar gemeenschappelijke oplossingen te ontkennen, mag het potentieel van dit voorstel in de context van de huidige migratiecrisis evenwel niet worden overschat. De meerwaarde van een Europese lijst van veilige landen van herkomst moet worden beoordeeld in het licht van een globaal en doeltreffend beheer van asielstelsels in de EU en de volledige invoering van de bepalingen van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel.

Vragen en voorbehouden over het voorstel van de Commissie

We moeten ons verheugen over de aanzet van de Commissie tot harmonisering in de richting van een gemeenschappelijk Europees asielstelsel. De rapporteur heeft echter een aantal vragen en voorbehouden:

1) over de harmoniserende impact van dit voorstel

De aanname van een gemeenschappelijke lijst van veilige landen van herkomst zal niet noodzakelijk leiden tot meer harmonisatie, omdat de nationale lijsten van de lidstaten kunnen blijven bestaan naast deze Europese lijst. Als de Commissie de mogelijkheid voor ogen heeft tot het nemen van verdere harmonisatiestappen in de toekomst – die ertoe zouden kunnen leiden dat er geen behoefte meer is aan nationale lijsten van veilige landen van herkomst –, dan heeft zij dit in haar voorstel niet geconcretiseerd. Zij definieert de link tussen de nationale lijsten en de EU-lijst niet duidelijk. Zij stelt evenmin aanpassingen voor om de bestaande verschillen tussen de nationale lijsten aan te pakken.

  2) over de methodologie om een land als veilig land van herkomst aan te merken

De methodologie is cruciaal. Zoals het Europees Hof van Justitie heeft gesteld, is het aan de Europese medewetgevers om aan te tonen dat zij een evenwichtige afweging hebben gemaakt tussen enerzijds de doelstellingen van de verordening in kwestie en anderzijds de in het Handvest van de grondrechten van de EU neergelegde grondrechten. Bovendien geeft de Commissie in het voorstel aan dat deze lijst van zeven landen slechts een begin is en stelt zij voor later andere landen aan de lijst toe te voegen. Het voorstel lijkt echter geen duidelijke en uitvoerige methodologie te bevatten voor de beoordeling van de situatie van derde landen, noch voor de aanname van de lijst noch voor de herziening ervan. Het bevat evenmin een beargumenteerde beoordeling van de situatie van de zeven landen in kwestie om te rechtvaardigen waarom zij werden opgenomen in de gemeenschappelijke lijst.

  3) over de aanname- en de beoordelingsprocedure

In het voorstel wordt niet formeel gepreciseerd hoe de wijzigingen van de Europese lijst gevolgen kunnen hebben voor de nationale lijsten, noch met betrekking tot de verwijdering van de lijst noch met betrekking tot de schorsing. Naast dit gebrek aan rechtszekerheid ontbreekt het het voorstel ook aan flexibiliteit wat de in artikel 3 vermelde schorsingsprocedure betreft.

Informatie-inwinning over de inhoud van de lijst, een beter kader voor zijn architectuur

Op basis van deze verschillende opmerkingen stelt de rapporteur een aanpak voor waarbij enerzijds onontbeerlijke informatie over de landen op de lijst wordt ingewonnen en het kader van de structuur van de lijst wordt versterkt.

  1) Onontbeerlijke informatie-inwinning en onderzoek

Om de landen in bijlage I beter te kunnen beoordelen hebben zowel het Parlement als de Raad het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken formeel om bijkomende en bijgewerkte informatie over de situatie in de Westelijke Balkan en Turkije verzocht. Ter aanvulling heeft het Parlement het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten eveneens verzocht de gevolgen van het voorstel op het vlak van grondrechten te duiden.

  2) Een partieel standpunt, waarbij de landen tijdelijk van de lijst worden uitgesloten

In afwachting van de bijdragen van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken kunnen de medewetgevers hun standpunt niet geven over de delen die specifiek betrekking hebben op de zeven derde landen die in het voorstel van de Commissie worden aangemerkt als veilige landen van herkomst. Op dit moment geeft de rapporteur derhalve geen beoordeling over de bijlage en de overeenstemmende overwegingen. De Raad volgt dezelfde aanpak. Dankzij deze werkwijze kunnen de medewetgevers de interinstitutionele onderhandelingen over de andere delen van de tekst beginnen. Zodra de bijdragen van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken verstrekt worden, kunnen zij hun partiële standpunt aanvullen.

  3) Versterking van de architectuur van de lijst

Door middel van de amendementen van de rapporteur wordt beoogd een antwoord te bieden op bovenstaande opmerkingen. Ze hebben met name tot doel:

    a) de link tussen de nationale lijsten en de EU-lijst te verduidelijken

Om voor een zo groot mogelijke harmoniserende impact te zorgen stelt de rapporteur onder meer voor de nationale lijsten van veilige landen van herkomst na een termijn van drie jaar op te heffen en in tussentijd te voorzien in duidelijk gedefinieerde procedures in geval van schorsing of verwijdering van een land van de gemeenschappelijke lijst.

    b) de methodologie voor de beoordeling van derde landen te versterken in het kader van de aanname en de herziening van de lijst

Zoals vereist door de rechtspraak, moeten de in het voorstel voor een verordening vermelde bronnen worden aangevuld met door niet-gouvernementele organisaties verschafte verslagen en informatie van op het terrein. Bovendien moet de methodologie worden versterkt om een duidelijke procedure toe te passen in geval van wijziging van de lijst. Elke wijziging van de lijst moet immers worden gemotiveerd en gerechtvaardigd, rekening houdend met de door de verschillende relevante actoren verschafte informatie. In dit verband wordt voorzien in de oprichting van een adviesorgaan inzake informatie over veilige landen van herkomst. Dit orgaan bestaat permanent uit vertegenwoordigers van de UNHCR en van het EASO alsook uit niet-permanente leden die worden geselecteerd op basis van hun erkende landenspecifieke en/of mensenrechtengerelateerde deskundigheid. De taken van dit orgaan liggen vast voor elke etappe van de aanname of herziening van de lijst. Dit adviesorgaan draagt dus bij tot een verbetering van de beoordeling van de toepassing van het begrip veilig land van herkomst op een bepaald derde land.

    c) te voorzien in een sneller en soepeler mechanisme voor de herziening van de lijst

De rapporteur wil zorgen voor een grotere flexibiliteit voor de herziening van de lijst in geval van plotselinge veranderingen in de situatie van een derde land en zo een te trage reactie en een ongepaste aanwezigheid van een land op de lijst van veilige landen van herkomst vermijden.

    d) het toepasselijke procedurele kader van Richtlijn 2013/32/EU opnieuw te bevestigen.

Voor het vaststellen van een gemeenschappelijke EU-lijst is niet alleen een gemotiveerde en geïnformeerde beoordeling van de situatie in de derde landen in kwestie noodzakelijk, maar ook een volledige toepassing van de bepalingen van de richtlijn asielprocedures en meer bepaald de procedurele waarborgen. De rapporteur stelt derhalve voor het toepasselijke procedurele kader en het feit dat het door alle lidstaten moet worden ingevoerd, opnieuw te bevestigen. Uiterlijk twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening moet de Commissie een verslag opstellen over de tenuitvoerlegging van de procedurele waarborgen van de richtlijn asielprocedures met betrekking tot de aanvragers die onderdaan zijn van een land op de gemeenschappelijke lijst van veilige landen van herkomst. Met betrekking tot het begrip veilig land van herkomst moet eraan worden herinnerd dat de aanwezigheid van een land op de lijst enkel gebaseerd mag zijn op de vraag of de situatie in het land overeenstemt met de criteria in de richtlijn asielprocedures.


ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken (15.6.2016)

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst voor de toepassing van Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming, en tot wijziging van Richtlijn 2013/32/EU

(COM(2015)0452 – C8-0270/2015 – 2015/0211(COD))

Rapporteur voor advies: Jozo Radoš

BEKNOPTE MOTIVERING

De Commissie heeft bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel ingediend dat de vaststelling beoogt van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst, op basis van de in Richtlijn 2013/32/EU vastgestelde gemeenschappelijke criteria. Uitgaande van informatie van de Europese Dienst voor extern optreden, de lidstaten, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, de Raad van Europa, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen en andere relevante internationale organisaties, wordt in dit stadium voorgesteld om zes landen van de westelijke Balkan en Turkije op deze lijst te plaatsen.

De rapporteur is verheugd over dit voorstel dat moet bijdragen een de snelle behandeling van asielaanvragen van personen afkomstig uit deze landen en de verschillen tussen de bestaande nationale lijsten moet beperken. In dit voorstel zijn bepalingen opgenomen over de regelmatige herziening van de situatie in de landen van de gemeenschappelijke lijst en over de verwijdering van een land van de lijst in geval van een plotselinge verandering van de situatie.

Het is belangrijk te benadrukken dat de opname van een land op de lijst geen absolutie waarborg vormt voor de veiligheid van de inwoners van dat land en dat hiermee de noodzaak niet wordt weggenomen om elk verzoek om internationale bescherming aan een passende individuele beoordeling te onderwerpen.

De rapporteur merkt op dat in geval van Turkije het percentage asielaanvragen dat door EU‑lidstaten als gegrond wordt beschouwd relatief hoog is, hetgeen ervan getuigt dat er in dit land nog altijd sprake is van discriminatie en van schendingen van de mensenrechten van personen die tot kwetsbare groepen behoren. De rapporteur is het eens met de conclusie van de Commissie dat Turkije een veilig land van herkomst is in de zin van Richtlijn 2013/32/EU, maar acht het evenwel van bijzonder belang te waarborgen dat de verplichting om elke asielaanvraag individueel te beoordelen, volledig wordt geëerbiedigd.

AMENDEMENTEN

De Commissie buitenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  Overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 1989, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden dienen het belang van het kind en de eerbiediging van het familie- en gezinsleven de eerste overweging van de lidstaten te vormen wanneer zij deze verordening toepassen. Bovendien moet bijzondere aandacht worden geschonken aan kwetsbare personen in de zin van artikel 20, lid 3, van Richtlijn 2011/95/EU, en aan personen die tot een etnische minderheid behoren en LGBTI-personen.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  De Commissie dient regelmatig de situatie te beoordelen in derde landen die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst staan. In geval van een plotselinge verslechtering van de situatie in een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst moet de bevoegdheid tot het vaststellen van handelingen overeenkomstig artikel 290 VWEU worden gedelegeerd aan de Commissie om de vermelding van dit derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst te schorsen voor een termijn van een jaar, wanneer zij op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden van Richtlijn 2013/32/EU om een derde land aan te merken als veilig land van herkomst. Bij deze onderbouwde beoordeling moet de Commissie rekening houden met een reeks beschikbare informatiebronnen, waaronder met name de jaarlijkse voortgangsverslagen van de Commissie voor derde landen die door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat zijn aangewezen, regelmatige verslagen van de Europese dienst voor extern optreden (EDEO) en de informatie van de lidstaten, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO), de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen (UNHCR), de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties. De Commissie moet in staat zijn om de schorsing van de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst te verlengen met een termijn van hoogstens één jaar wanneer zij een wijziging van de verordening heeft voorgesteld met het oog op de verwijdering van dit derde land van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

(6)  De Commissie dient voortdurend de situatie te monitoren in derde landen die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst staan en dient in dit verband ten minste elke zes maanden een evaluatie te verrichten. In geval van een plotselinge verslechtering van de situatie in een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst moet de bevoegdheid tot het vaststellen van handelingen overeenkomstig artikel 290 VWEU worden gedelegeerd aan de Commissie om de vermelding van dit derde land op de gemeenschappelijke EU‑lijst te schorsen voor een termijn van een jaar, wanneer zij op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden van Richtlijn 2013/32/EU om een derde land aan te merken als veilig land van herkomst. Bij deze onderbouwde beoordeling moet de Commissie rekening houden met een reeks beschikbare informatiebronnen, waaronder met name de jaarlijkse voortgangsverslagen van de Commissie voor derde landen die door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat zijn aangewezen, regelmatige verslagen van de Europese dienst voor extern optreden (EDEO) en de informatie van de lidstaten, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO), de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen (UNHCR), de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties. De EU-delegaties in deze landen moeten worden belast met de monitoring van gevallen van refoulement en moeten onmiddellijk melding doen van dergelijke gevallen. De Commissie moet in staat zijn om de schorsing van de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst te verlengen met een termijn van hoogstens één jaar wanneer zij een wijziging van de verordening heeft voorgesteld met het oog op de verwijdering van dit derde land van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  In Albanië vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in vier van de in totaal 150 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen voor eventuele refoulement-incidenten met betrekking tot de eigen burgers. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 7,8 % (1040) van de asielaanvragen van burgers van Albanië gegrond was. Ten minste acht lidstaten hebben Albanië als veilig land van herkomst aangemerkt. Albanië is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen. Op dat moment luidde het oordeel dat Albanië voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en Albanië moet aan deze criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag.

(10)  In Albanië vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in vier gevallen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen voor eventuele refoulement‑incidenten met betrekking tot de eigen burgers. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 7,8 % (1040) van de asielaanvragen van burgers van Albanië gegrond was. Ten minste acht lidstaten hebben Albanië als veilig land van herkomst aangemerkt. Albanië is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen. Op dat moment luidde het oordeel dat Albanië voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en Albanië moet aan deze criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag.

Motivering

Het feit dat het aantal arresten waarin schendingen worden vastgesteld op het totale aantal aanvragen in een bepaald jaar relatief laag is, is geen relevante indicator en kan misleidend zijn, aangezien de meeste aanvragen niet op hun merites worden beoordeeld, een deel ervan tot een minnelijke schikking leidt en een deel nog in behandeling is.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  In Bosnië en Herzegovina bepaalt de grondwet de wijze waarop de verschillende bevolkingsgroepen van het land de macht onderling delen. De materiële en procedurele wetgeving op het gebied van mensenrechten en antidiscriminatie, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, vormt een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in vijf van de in totaal 1196 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen voor eventuele refoulement-incidenten met betrekking tot de eigen burgers. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 4,6 % (330) van de asielaanvragen van burgers van Bosnië en Herzegovina gegrond was. Ten minste negen lidstaten hebben Bosnië en Herzegovina als veilig land van herkomst aangemerkt.

(11)  In Bosnië en Herzegovina bepaalt de grondwet de wijze waarop de verschillende bevolkingsgroepen van het land de macht onderling delen. De materiële en procedurele wetgeving op het gebied van mensenrechten en antidiscriminatie, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, vormt een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in vijf gevallen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen voor eventuele refoulement‑incidenten met betrekking tot de eigen burgers. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 4,6 % (330) van de asielaanvragen van burgers van Bosnië en Herzegovina gegrond was. Ten minste negen lidstaten hebben Bosnië en Herzegovina als veilig land van herkomst aangemerkt.

Motivering

Het feit dat het aantal arresten waarin schendingen worden vastgesteld op het totale aantal aanvragen in een bepaald jaar relatief laag is, is geen relevante indicator en kan misleidend zijn, aangezien de meeste aanvragen niet op hun merites worden beoordeeld, een deel ervan tot een minnelijke schikking leidt en een deel nog in behandeling is.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  In de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in zes van de in totaal 502 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen voor eventuele refoulement-incidenten met betrekking tot de eigen burgers. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 0,9 % (70) van de asielaanvragen van burgers van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gegrond was. Ten minste zeven lidstaten hebben de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië als veilig land van herkomst aangemerkt. De voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen. Op dat moment luidde het oordeel dat de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië moet aan deze criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag.

(12)  In de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in zes gevallen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen voor eventuele refoulement-incidenten met betrekking tot de eigen burgers. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 0,9 % (70) van de asielaanvragen van burgers van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gegrond was. Ten minste zeven lidstaten hebben de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië als veilig land van herkomst aangemerkt. De voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen. Op dat moment luidde het oordeel dat de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië moet aan deze criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag.

Motivering

Het feit dat het aantal arresten waarin schendingen worden vastgesteld op het totale aantal aanvragen in een bepaald jaar relatief laag is, is geen relevante indicator en kan misleidend zijn, aangezien de meeste aanvragen niet op hun merites worden beoordeeld, een deel ervan tot een minnelijke schikking leidt en een deel nog in behandeling is.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  In Montenegro vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in één van de in totaal 447 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen voor eventuele refoulement-incidenten met betrekking tot de eigen burgers. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 3,0 % (40) van de asielaanvragen van burgers van Montenegro gegrond was. Ten minste acht lidstaten hebben Montenegro als veilig land van herkomst aangemerkt. Montenegro is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen en de onderhandelingen zijn geopend. Op dat moment luidde het oordeel dat Montenegro voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en Montenegro moet aan deze criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag.

(14)  In Montenegro vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in één geval sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen voor eventuele refoulement-incidenten met betrekking tot de eigen burgers. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 3,0 % (40) van de asielaanvragen van burgers van Montenegro gegrond was. Ten minste acht lidstaten hebben Montenegro als veilig land van herkomst aangemerkt. Montenegro is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen en de onderhandelingen zijn geopend. Op dat moment luidde het oordeel dat Montenegro voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en Montenegro moet aan deze criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag.

Motivering

Het feit dat het aantal arresten waarin schendingen worden vastgesteld op het totale aantal aanvragen in een bepaald jaar relatief laag is, is geen relevante indicator en kan misleidend zijn, aangezien de meeste aanvragen niet op hun merites worden beoordeeld, een deel ervan tot een minnelijke schikking leidt en een deel nog in behandeling is.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  In Servië vormt de grondwet de basis voor zelfbestuur van minderheden op het gebied van onderwijs, taalgebruik, informatie en cultuur. De materiële en procedurele wetgeving op het gebied van mensenrechten en antidiscriminatie, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, vormt een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in 16 van de in totaal 11 490 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen voor eventuele refoulement-incidenten met betrekking tot de eigen burgers. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 1,8 % (400) van de asielaanvragen van burgers van Servië gegrond was. Ten minste negen lidstaten hebben Servië als veilig land van herkomst aangemerkt. Servië is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen en de onderhandelingen zijn geopend. Op dat moment luidde het oordeel dat Servië voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en Servië moet aan deze criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag.

(15)  In Servië vormt de grondwet de basis voor zelfbestuur van minderheden op het gebied van onderwijs, taalgebruik, informatie en cultuur. De materiële en procedurele wetgeving op het gebied van mensenrechten en antidiscriminatie, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, vormt een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in 16 gevallen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen voor eventuele refoulement-incidenten met betrekking tot de eigen burgers. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 1,8 % (400) van de asielaanvragen van burgers van Servië gegrond was. Ten minste negen lidstaten hebben Servië als veilig land van herkomst aangemerkt. Servië is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen en de onderhandelingen zijn geopend. Op dat moment luidde het oordeel dat Servië voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en Servië moet aan deze criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag.

Motivering

Het feit dat het aantal arresten waarin schendingen worden vastgesteld op het totale aantal aanvragen in een bepaald jaar relatief laag is, is geen relevante indicator en kan misleidend zijn, aangezien de meeste aanvragen niet op hun merites worden beoordeeld, een deel ervan tot een minnelijke schikking leidt en een deel nog in behandeling is.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) In Turkije vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in 94 van de in totaal 2899 aanvragen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen voor eventuele refoulement-incidenten met betrekking tot de eigen burgers. In 2014 waren de lidstaten van oordeel dat 23,1 % (310) van de asielaanvragen van burgers van Turkije gegrond was. Eén lidstaat heeft Turkije als veilig land van herkomst aangemerkt. Turkije is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen en de onderhandelingen zijn geopend. Op dat moment luidde het oordeel dat Turkije voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en Turkije moet aan deze criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag.

(16)  In Turkije vormt de materiële en procedurele mensenrechten- en antidiscriminatiewetgeving, inclusief het lidmaatschap van alle belangrijke internationale mensenrechtenverdragen, een adequate rechtsgrondslag voor bescherming tegen vervolging en mishandeling. In 2014 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat in 94 gevallen sprake was van schendingen. Er zijn geen aanwijzingen voor eventuele refoulement‑incidenten met betrekking tot de eigen burgers. In 2014 waren de lidstaten echter van oordeel dat 23,1 % (310) van de asielaanvragen van burgers van Turkije gegrond was. Slechts één lidstaat heeft Turkije als veilig land van herkomst aangemerkt. Turkije is door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat aangewezen en de onderhandelingen zijn geopend. Op dat moment luidde het oordeel dat Turkije voldeed aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen van 21-22 juni 1993 met betrekking tot de stabiliteit van de instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen, en Turkije moet aan deze criteria blijven voldoen om lid te worden in overeenstemming met de aanbevelingen in het jaarlijkse voortgangsverslag. Gezien verscheidene gemelde schendingen van de vrijheid van meningsuiting en het lopende gewapende conflict in de oostelijke en zuidoostelijke regio's van Turkije, waarbij de Koerdische minderheid betrokken is, moet met de nodige omzichtigheid worden beoordeeld of Turkije momenteel voldoet aan de criteria zoals neergelegd in Richtlijn 2013/32/EU. Het besluit om Turkije als een veilig land van herkomst aan te merken moet ten uitvoer worden gelegd met de nodige aandacht voor de bepalingen van die richtlijn wat betreft de noodzaak om elk verzoek om internationale bescherming aan een passende individuele beoordeling te onderwerpen, en onder volledige eerbiediging van de in die richtlijn opgenomen verplichtingen betreffende het houden van een persoonlijk onderhoud.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie evalueert regelmatig de situatie in derde landen op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst, op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder met name regelmatige verslagen van de EDEO en informatie van de lidstaten, het EASO, de UNHCR, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties.

2.  De Commissie evalueert de situatie in derde landen op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst tweemaal per jaar, op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder met name regelmatige verslagen van de EDEO en de EU-delegaties in die landen, alsmede informatie van de lidstaten, het EASO, de UNHCR, het FRA, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties. Zij houdt het Europees Parlement naar behoren en tijdig op de hoogte.

Motivering

Alle relevante informatiebronnen moeten in aanmerking worden genomen en het Europees Parlement moet als medewetgever naar behoren en tijdig op de hoogte worden gesteld.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 3 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst te schorsen.

4.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 3 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst onverwijld te schorsen. Binnen drie maanden na de schorsing dient de Commissie een wetgevingsvoorstel in tot wijziging van de verordening teneinde het derde land van de gemeenschappelijke EU-lijst te verwijderen. De herclassificatie van het betreffende land vereist de aanneming van een wijziging overeenkomstig de gewone wetgevingsprocedure.

Motivering

De procedure voor de schorsing en heropneming van een land in de gemeenschappelijke EU-lijst moet nader worden bepaald. De gedelegeerde handeling heeft als doel om onverwijld op te treden ten aanzien van de schorsing, maar mag geen afbreuk doen aan de rechten van het Parlement als medewetgever en aan zijn mogelijkheid om het definitieve besluit te bepalen en te beïnvloeden.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Het Europees Parlement en/of de Raad kunnen de Commissie verzoeken een voorstel te doen om een land op te nemen in of uit te sluiten van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst.

Motivering

Onverminderd de primaire rol van de Commissie bij het initiëren van wetgeving moet het Europees Parlement de mogelijkheid hebben om de Commissie te verzoeken deze rol uit te oefenen, overeenkomstig artikel 225 VWEU.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In geval van plotselinge veranderingen in de situatie van een derde land dat is opgenomen in de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst, verricht de Commissie een onderbouwde beoordeling van de mate waarin dat land voldoet aan de voorwaarden van bijlage I bij Richtlijn 2013/32/EU en stelt, indien niet meer aan deze voorwaarden wordt voldaan, overeenkomstig artikel 290 VWEU een besluit vast tot schorsing van de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst voor de duur van één jaar.

2.  In geval van plotselinge veranderingen in de situatie van een derde land dat is opgenomen in de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst, verricht de Commissie een onderbouwde beoordeling van de mate waarin dat land voldoet aan de voorwaarden van bijlage I bij Richtlijn 2013/32/EU. Indien niet meer aan deze voorwaarden wordt voldaan, stelt zij binnen een redelijke termijn die strookt met de urgentie van de situatie ter plaatse, overeenkomstig artikel 290 VWEU een besluit vast tot schorsing van de vermelding van dat derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst voor de duur van één jaar.

Motivering

De termijn waarbinnen de Commissie een onderbouwde beoordeling moet verrichten moet in overeenstemming zijn met de urgentie van de situatie.

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst voor de toepassing van gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van internationale bescherming

Document- en procedurenummers

COM(2015)0452 – C8-0270/2015 – 2015/0211(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

16.9.2015

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

AFET

16.9.2015

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Jozo Radoš

19.11.2015

Behandeling in de commissie

18.4.2016

 

 

 

Datum goedkeuring

14.6.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

30

11

18

Bij de eindstemming aanwezige leden

Lars Adaktusson, Nikos Androulakis, Francisco Assis, Petras Auštrevičius, Goffredo Maria Bettini, Elmar Brok, Lorenzo Cesa, Arnaud Danjean, Mark Demesmaeker, Georgios Epitideios, Anna Elżbieta Fotyga, Eugen Freund, Sandra Kalniete, Manolis Kefalogiannis, Tunne Kelam, Janusz Korwin-Mikke, Andrey Kovatchev, Eduard Kukan, Ilhan Kyuchyuk, Arne Lietz, Barbara Lochbihler, Sabine Lösing, Andrejs Mamikins, Ramona Nicole Mănescu, David McAllister, Francisco José Millán Mon, Pier Antonio Panzeri, Demetris Papadakis, Ioan Mircea Paşcu, Tonino Picula, Andrej Plenković, Cristian Dan Preda, Jozo Radoš, Sofia Sakorafa, Jacek Saryusz-Wolski, Jaromír Štětina, Charles Tannock, László Tőkés, Ivo Vajgl, Johannes Cornelis van Baalen, Geoffrey Van Orden, Hilde Vautmans, Boris Zala

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Brando Benifei, Ana Gomes, Takis Hadjigeorgiou, Liisa Jaakonsaari, Javi López, Antonio López-Istúriz White, Norica Nicolai, Urmas Paet, Igor Šoltes, Renate Sommer, Dubravka Šuica, Eleni Theocharous, Ernest Urtasun, Janusz Zemke

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Heidi Hautala, Hans-Olaf Henkel


ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (22.4.2016)

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst voor de toepassing van Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming, en tot wijziging van Richtlijn 2013/32/EU

(COM(2015)0452 – C8-0270/2015 – 2015/0211(COD))

Rapporteur voor advies: Seb Dance

BEKNOPTE MOTIVERING

De Commissie heeft bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel ingediend dat de vaststelling beoogt van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst, op basis van de in Richtlijn 2013/32/EU vastgestelde gemeenschappelijke criteria. Uitgaande van informatie van de Europese Dienst voor extern optreden, de lidstaten, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO), de Raad van Europa, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen en andere relevante internationale organisaties, wordt in dit stadium voorgesteld om zes landen van de Westelijke Balkan (vier kandidaat-lidstaten: Albanië, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Montenegro en Servië, en twee potentiële kandidaat-lidstaten: Bosnië en Herzegovina, en Kosovo) en Turkije (kandidaat-lidstaat) op deze lijst te plaatsen.

De rapporteur spreekt zijn bezorgdheid uit over het voorstel, met inbegrip van de door de Commissie gehanteerde beoordeling op grond waarvan zij deze landen in de lijst wil opnemen en de gebruikte methode. Het voorstel wekt ook bezorgdheid over de mogelijke gevolgen van de harmonisatie ervan en over de manier waarop de lijst moet worden goedgekeurd en herzien.

De rapporteur is van mening dat, op dit ogenblik, een gedeeltelijk mandaat van het Parlement waarbij geen standpunt wordt ingenomen over de voorgestelde veilige landen van herkomst de voorkeur verdient. De verantwoordelijke commissie (LIBE) heeft formeel verzocht om een deskundig advies van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en het EASO, en het Parlement zou er goed aan doen deze adviezen af te wachten.

De rapporteur wijst erop dat dit voorstel de mogelijkheid biedt om andere derde landen op te nemen in de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst die de EU beoogt vast te stellen. In dit verband merkt hij bezorgd op dat in het voorstel reeds een aantal ontwikkelingslanden worden genoemd die zouden kunnen worden opgenomen in een eventuele vernieuwde gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen. De rapporteur uit zijn ernstige bezorgdheid over deze zin in de toelichting bij het voorstel van de Commissie: "Daarbij zal prioriteit worden gegeven aan derde landen waaruit een significant aantal verzoekers om internationale bescherming in de EU afkomstig is, zoals Bangladesh, Pakistan en Senegal." Hij betreurt dat deze eventuele toevoeging uitsluitend interne EU‑migratiedoeleinden kan dienen en schadelijk kan zijn voor het ontwikkelingsbeleid van de EU ten aanzien van de landen in kwestie, alsook voor het beginsel om beleidscoherentie voor ontwikkeling te waarborgen in alle werkzaamheden van de EU.

Hoewel de rapporteur voorstander is van een doeltreffende verwerking van asielaanvragen, moet de Commissie zich bewust zijn van de mogelijkheid dat het aanwijzen van een veilig land van herkomst een onevenredige impact heeft op de meest kwetsbare groepen. Er kan reden zijn om te vrezen dat het beginsel van non-refoulement niet kan worden geëerbiedigd ten aanzien van minderheden, aangezien de verordening hen kan opleggen hun minderheidsstatus te bewijzen om toegang te krijgen tot een vollediger onderzoek van afzonderlijke asielaanvragen. De rapporteur wijst er nogmaals op dat collectieve uitzettingen verboden zijn. Hij benadrukt dat deze twee absolute rechten van de mens — non-refoulement en het verbod op collectieve uitzettingen — waarop geen beperkingen zijn toegestaan, bij uitstek toepasselijk kunnen zijn op de situatie van kinderen die internationale bescherming nodig hebben en gevlucht zijn uit door conflicten geteisterde ontwikkelingslanden, alsook op de situatie van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksuelen die verklaren dat zij uit vrees voor vervolging gevlucht zijn uit bepaalde ontwikkelingslanden.

De Commissie moet regelmatig contact onderhouden met maatschappelijke groeperingen in het kader van haar beoordelingsprocedure, met het oog op het evalueren van de tenuitvoerlegging in reële situaties en de daadwerkelijke toegang tot rechtsmiddelen tegen schendingen van de rechten en vrijheden zoals uiteengezet in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.

AMENDEMENTEN

De Commissie ontwikkelingssamenwerking verzoekt de ten principale bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) Gezien de zeer forse stijging sinds 2014 van het aantal verzoeken om internationale bescherming in de Unie, en de daaruit voortkomende ongekende druk op de asielstelsels van de lidstaten, onderkende de Unie de behoefte aan een stringentere toepassing van de bepalingen inzake het veilig land van herkomst van Richtlijn 2013/32/EU, als een essentieel hulpmiddel voor de snelle behandeling van verzoeken die waarschijnlijk ongegrond zijn. Met name refereerde de Europese Raad in zijn conclusies van 25 en 26 juni 2015, in samenhang met de noodzaak om de behandeling van asielverzoeken te versnellen, naar het voornemen van de Commissie zoals uiteengezet in haar mededeling over een Europese migratieagenda8 om deze bepalingen te versterken, onder meer door de mogelijke vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. Bovendien toonde de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken zich in zijn conclusies over veilige landen van herkomst van 20 juli 2015 ingenomen met het voornemen van de Commissie om de bepalingen van Richtlijn 2013/32/EU inzake veilige landen van herkomst te versterken, onder meer door de mogelijke vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst.

(3) Gezien de zeer forse stijging sinds 2014 van het aantal verzoeken om internationale bescherming in de Unie, en de daaruit voortkomende ongekende druk op de asielstelsels van de lidstaten, onderkende de Unie de behoefte aan een stringentere toepassing van de bepalingen inzake het veilig land van herkomst van Richtlijn 2013/32/EU, als een essentieel hulpmiddel voor de snelle behandeling van verzoeken die mogelijk ongegrond zijn. Met name refereerde de Europese Raad in zijn conclusies van 25 en 26 juni 2015, in samenhang met de noodzaak om de behandeling van bepaalde asielverzoeken te versnellen, naar het voornemen van de Commissie zoals uiteengezet in haar mededeling over een Europese migratieagenda8 om deze bepalingen te versterken, onder meer door de mogelijke vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. Bovendien toonde de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken zich in zijn conclusies over veilige landen van herkomst van 20 juli 2015 ingenomen met het voornemen van de Commissie om de bepalingen van Richtlijn 2013/32/EU inzake veilige landen van herkomst te versterken, onder meer door de mogelijke vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst.

________________

________________

8 COM (2015) 240 final, van 13 mei 2015.

8 COM (2015) 240 final, van 13 mei 2015.

Motivering

Het is van belang te erkennen dat er nog steeds onopgeloste problemen kunnen zijn in de landen op de potentiële lijst voor wat de mensenrechtensituatie van minderheden betreft. Aangezien vaak asiel wordt aangevraagd om aan vervolging te ontkomen, zijn niet alle asielaanvragen "waarschijnlijk" ongegrond. Deze zin impliceert een zeker voorbarig oordeel over de uitslag van de aanvragen.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) De bepalingen van Richtlijn 2013/32/EU in verband met de toepassing van het begrip "veilig land van herkomst" moeten van toepassing zijn op derde landen op de bij deze verordening vastgestelde gemeenschappelijke EU-lijst. Dit betekent met name dat de omstandigheid dat een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst staat, geen absolute waarborg kan vormen voor de veiligheid van de onderdanen van dat land en daarom een passende individuele beoordeling van hun verzoeken om internationale bescherming niet overbodig maakt. Bovendien moet eraan worden herinnerd dat wanneer een verzoeker geldige redenen aanvoert om het land in zijn bijzondere omstandigheden als niet-veilig te beschouwen, de aanmerking van het land als veilig land niet langer als voor hem ter zake doende kan worden beschouwd.

(5) De bepalingen van Richtlijn 2013/32/EU in verband met de toepassing van het begrip "veilig land van herkomst" moeten van toepassing zijn op derde landen op de bij deze verordening vastgestelde gemeenschappelijke EU-lijst. Dit betekent met name dat de omstandigheid dat een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst staat geen exclusief criterium, noch een systematische en absolute waarborg kan vormen voor de veiligheid van de onderdanen van dat land, en daarom niet mag betekenen dat de nationale autoriteiten afzien van hun verplichting om een passende en grondige individuele beoordeling te verrichten van hun verzoeken om internationale bescherming. Bovendien moet eraan worden herinnerd dat wanneer er in het licht van de individuele situatie van de verzoeker geldige redenen zijn om het land in zijn bijzondere omstandigheden als niet-veilig te beschouwen, de aanmerking van het land als veilig land niet langer als voor hem ter zake doende kan worden beschouwd. De lidstaten moeten zich ervan bewust zijn dat voor bepaalde minderheden zoals lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksuelen (LGBTI) enkel het feit dat zij verklaren tot deze minderheid te behoren in het kader van de asielprocedure genoeg kan zijn om hen in gevaar te brengen in hun land van herkomst. Verzoekers moeten daarom niet verplicht zijn aan te tonen of te bewijzen dat zij tot een kwetsbare groep of minderheid behoren, met name wanneer hiermee de waardigheid van de persoon wordt aangetast. Het recht van verzoekers op een doeltreffende voorziening in rechte in het geval van een negatief besluit moet gegarandeerd worden.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6) De Commissie dient regelmatig de situatie te beoordelen in derde landen die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst staan. In geval van een plotselinge verslechtering van de situatie in een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst moet de bevoegdheid tot het vaststellen van handelingen overeenkomstig artikel 290 VWEU worden gedelegeerd aan de Commissie om de vermelding van dit derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst te schorsen voor een termijn van een jaar, wanneer zij op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden van Richtlijn 2013/32/EU om een derde land aan te merken als veilig land van herkomst. Bij deze onderbouwde beoordeling moet de Commissie rekening houden met een reeks beschikbare informatiebronnen, waaronder met name de jaarlijkse voortgangsverslagen van de Commissie voor derde landen die door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat zijn aangewezen, regelmatige verslagen van de Europese dienst voor extern optreden (EDEO) en de informatie van de lidstaten, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO), de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen (UNHCR), de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties. De Commissie moet in staat zijn om de schorsing van de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst te verlengen met een termijn van hoogstens één jaar wanneer zij een wijziging van de verordening heeft voorgesteld met het oog op de verwijdering van dit derde land van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

(6) De Commissie dient regelmatig de situatie te beoordelen in derde landen die op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst staan. In geval van een plotselinge verslechtering van de situatie in een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst moet de bevoegdheid tot het vaststellen van handelingen overeenkomstig artikel 290 VWEU worden gedelegeerd aan de Commissie om de vermelding van dit derde land op de gemeenschappelijke EU‑lijst te schorsen voor een termijn van een jaar, wanneer zij op basis van een onderbouwde beoordeling van oordeel is dat niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden van Richtlijn 2013/32/EU om een derde land aan te merken als veilig land van herkomst. Bij deze onderbouwde beoordeling moet de Commissie rekening houden met een reeks beschikbare informatiebronnen, waaronder met name de jaarlijkse voortgangsverslagen van de Commissie voor derde landen die door de Europese Raad als kandidaat-lidstaat zijn aangewezen, regelmatige verslagen van de Europese dienst voor extern optreden (EDEO) en de informatie van de lidstaten, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO), de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen (UNHCR), de Raad van Europa, maatschappelijke groeperingen en andere relevante internationale organisaties. De Commissie moet in staat zijn om de schorsing van de vermelding van een derde land op de gemeenschappelijke EU-lijst te verlengen met een termijn van hoogstens één jaar wanneer zij een wijziging van de verordening heeft voorgesteld met het oog op de verwijdering van dit derde land van de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad. De Commissie moet snel en doeltreffend kunnen reageren op humanitaire crises, overeenkomstig de verbintenissen van de Unie ten aanzien van derde landen en vluchtelingen.

Motivering

Er mag geen discrepantie bestaan tussen de periode waarin zich een grootschalige humanitaire crisis in een derde land voordoet en de toegang tot een volledige asielprocedure voor de betrokken bevolking overeenkomstig het Vluchtelingenverdrag van Genève van 1951.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8) Overeenkomstig Richtlijn 2013/32/EU wordt een land als veilig land van herkomst beschouwd wanneer op basis van de rechtstoestand, de toepassing van de rechtsvoorschriften in een democratisch stelsel en de algemene politieke omstandigheden kan worden aangetoond dat er algemeen gezien en op duurzame wijze geen sprake is van vervolging in de zin van artikel 9 van Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad10, noch van foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, noch van bedreiging door willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.

(8) Overeenkomstig Richtlijn 2013/32/EU wordt een land als veilig land van herkomst beschouwd wanneer op basis van de rechtstoestand, de daadwerkelijke toepassing van de rechtsvoorschriften en het gemak waarmee toegang tot justitie wordt verkregen in een democratisch stelsel en de algemene politieke omstandigheden kan worden aangetoond dat er algemeen gezien en op duurzame wijze geen sprake is van vervolging in de zin van artikel 9 van Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad10, van de algemene bevolking, kwetsbare personen, etnische minderheden, personen die zichzelf als LGBTI zien of personen die tot een minderheid behoren, noch van foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, noch van bedreiging door willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.

____________

____________

10 Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking) (PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9).

10 Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking) (PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9).

Motivering

Bij het beoordelen van de veiligheid van een derde land moet niet alleen worden gekeken naar welke wetten en gewoonten er gelden, maar ook naar de wijze waarop deze worden toegepast. De Commissie heeft zelf erkend dat alle voornoemde landen te kampen hebben met onopgeloste problemen met betrekking tot bepaalde minderheden. In het voorstel moet rekening worden gehouden met het bestaan van de gewoonte om bepaalde minderheden stelselmatig te vervolgen, en er moet worden gecommuniceerd met het maatschappelijk middenveld met het oog op het evalueren van de daadwerkelijke toegang tot rechtsmiddelen die voor de burgers in deze landen beschikbaar zijn. Maatschappelijke groeperingen die gevestigd zijn in of nauw samenwerken met deze derde landen bevinden zich vaak in de beste positie om verslag uit te brengen over de ervaringen van de minderheden ter plaatse met gewoonten en gebruiken — de zogenaamde "zachte gegevens" die bij andere empirische beoordelingen over het hoofd kunnen worden gezien.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Derde landen die zijn opgenomen in bijlage I bij deze verordening zijn veilige landen van herkomst.

1. Derde landen die zijn opgenomen in bijlage I bij deze verordening zijn veilige landen van herkomst naargelang de individuele situatie van de verzoeker.

Motivering

De verordening dient de beginselen van beleidscoherentie voor ontwikkeling te eerbiedigen, en te waarborgen dat de potentiële gevolgen ervan naar behoren worden beoordeeld, met name met betrekking tot de toevoeging van landen aan de lijst.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie evalueert regelmatig de situatie in derde landen op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst, op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder met name regelmatige verslagen van de EDEO en informatie van de lidstaten, het EASO, de UNHCR, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties.

2. De Commissie evalueert stelselmatig de gevolgen van de verordening voor het ontwikkelingsbeleid van de EU, waarbij zij rekening houdt met het beginsel van beleidscoherentie voor ontwikkeling. De Commissie evalueert bovendien regelmatig de situatie in derde landen op de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst, op basis van een reeks informatiebronnen, waaronder met name regelmatige verslagen van de EDEO en informatie van de lidstaten, het EASO, de UNHCR, de Raad van Europa, maatschappelijke groeperingen en andere relevante internationale organisaties.

Motivering

De verordening dient de beginselen van beleidscoherentie voor ontwikkeling te eerbiedigen, en te waarborgen dat de potentiële gevolgen ervan naar behoren worden beoordeeld, met name met betrekking tot de toevoeging van landen aan de lijst.

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst voor de toepassing van gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van internationale bescherming

Document- en procedurenummers

COM(2015)0452 – C8-0270/2015 – 2015/0211(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

16.9.2015

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

DEVE

10.3.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Seb Dance

4.3.2016

Vervangen rapporteur voor advies

Seb Dance

Behandeling in de commissie

15.3.2016

 

 

 

Datum goedkeuring

20.4.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

14

2

9

Bij de eindstemming aanwezige leden

Beatriz Becerra Basterrechea, Ignazio Corrao, Nirj Deva, Doru-Claudian Frunzulică, Charles Goerens, Heidi Hautala, Maria Heubuch, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Linda McAvan, Maurice Ponga, Cristian Dan Preda, Lola Sánchez Caldentey, Elly Schlein, Pedro Silva Pereira, Davor Ivo Stier, Paavo Väyrynen, Bogdan Brunon Wenta, Anna Záborská

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Marina Albiol Guzmán, Brian Hayes, Paul Rübig, Patrizia Toia

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Amjad Bashir, Tiziana Beghin, Miroslav Poche


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst voor de toepassing van gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van internationale bescherming

Document- en procedurenummers

COM(2015)0452 – C8-0270/2015 – 2015/0211(COD)

Datum indiening bij EP

8.9.2015

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

16.9.2015

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

AFET

16.9.2015

DEVE

10.3.2016

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Sylvie Guillaume

1.10.2015

 

 

 

Behandeling in de commissie

22.9.2015

14.1.2016

28.4.2016

30.5.2016

 

27.6.2016

 

 

 

Datum goedkeuring

27.6.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

36

10

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jan Philipp Albrecht, Heinz K. Becker, Michał Boni, Caterina Chinnici, Rachida Dati, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Frank Engel, Cornelia Ernst, Tanja Fajon, Laura Ferrara, Monika Flašíková Beňová, Lorenzo Fontana, Mariya Gabriel, Ana Gomes, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Jussi Halla-aho, Monika Hohlmeier, Brice Hortefeux, Filiz Hyusmenova, Iliana Iotova, Eva Joly, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Barbara Kudrycka, Marju Lauristin, Monica Macovei, Barbara Matera, Roberta Metsola, Louis Michel, Claude Moraes, József Nagy, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Csaba Sógor, Traian Ungureanu, Kristina Winberg

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Anna Maria Corazza Bildt, Dennis de Jong, Gérard Deprez, Anna Hedh, Petr Ježek, Petra Kammerevert, Jean Lambert, Gilles Lebreton, Andrejs Mamikins, Salvatore Domenico Pogliese, Christine Revault D’Allonnes Bonnefoy, Barbara Spinelli

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Georg Mayer

Datum indiening

8.8.2016


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

36

+

ALDE

Gérard Deprez, Nathalie Griesbeck, Filiz Hyusmenova, Petr Ježek, Louis Michel

ECR

Monica Macovei,

PPE

Heinz K. Becker, Michał Boni, Anna Maria Corazza Bildt, Rachida Dati, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Frank Engel, Mariya Gabriel, Monika Hohlmeier, Brice Hortefeux, Barbara Kudrycka, Barbara Matera, Roberta Metsola, József Nagy, Salvatore Domenico Pogliese, Csaba Sógor, Traian Ungureanu

S&D

Caterina Chinnici, Tanja Fajon, Monika Flašíková Beňová, Ana Gomes, Sylvie Guillaume, Anna Hedh, Iliana Iotova, Petra Kammerevert, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Marju Lauristin, Andrejs Mamikins, Claude Moraes, Christine Revault D'Allonnes Bonnefoy, Birgit Sippel

10

-

EFDD

Kristina Winberg

ENF

Lorenzo Fontana, Gilles Lebreton

GUE/NGL

Cornelia Ernst, Barbara Spinelli, Dennis de Jong

VERTS/ALE

Jan Philipp Albrecht, Eva Joly, Jean Lambert, Judith Sargentini

3

0

ECR

Jussi Halla-aho

EFDD

Laura Ferrara

ENF

Georg Mayer

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling - Privacybeleid