Procedure : 2016/2080(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0315/2016

Ingediende teksten :

A8-0315/2016

Debatten :

PV 30/11/2016 - 17
CRE 30/11/2016 - 17

Stemmingen :

PV 01/12/2016 - 6.22
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0477

VERSLAG     
PDF 412kWORD 67k
28.10.2016
PE 587.462v03-00 A8-0315/2016

over de belangenverklaringen van commissarissen – Richtsnoeren

(2016/2080(INI))

Commissie juridische zaken

Rapporteur: Pascal Durand

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie begrotingscontrole
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de belangenverklaringen van commissarissen – Richtsnoeren

(2016/2080(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 17, lid 3,

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 245,

–  gezien Bijlage XVI van zijn Reglement (Richtsnoeren voor de goedkeuring van de Commissie), en met name lid 1, onder a), derde alinea,

–  gezien zijn besluit van 28 april 2015 betreffende de toetsing van de verklaringen van voorgedragen commissarissen betreffende hun financiële belangen en de interpretatie van lid 1, onder a) van Bijlage XVI van het Reglement(1),

–  gezien het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie(2), en met name de punten rond Afdeling II – Politieke verantwoordelijkheid,

–  gezien zijn resolutie van 8 september 2015 over de procedures en praktijken met betrekking tot de hoorzittingen met de commissarissen, conclusies over de procedure van 2014(3),

–  gezien de gedragscode voor commissarissen van 20 april 2011(4), en met name de punten 1.3, 1.4, 1.5 en 1.6,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en het advies van de Commissie begrotingscontrole (A8‑0315/2016),

A.  overwegende dat het Parlement zich ingevolge lid 1, onder a), van Bijlage XVI van zijn Reglement (Richtsnoeren voor de goedkeuring van de Commissie) kan uitspreken over de portefeuilleverdeling door de gekozen voorzitter van de Commissie en alle informatie kan verlangen die relevant is om tot een besluit omtrent de geschiktheid van de voorgedragen kandidaten te komen; overwegende dat het Parlement verwacht alle informatie voorgelegd te krijgen over de financiële belangen van voorgedragen commissarissen en dat die belangenverklaringen ter toetsing worden doorgezonden naar de voor juridische zaken bevoegde commissie;

B.  overwegende dat ingevolge punt 3 van Afdeling II (Politieke verantwoordelijkheid van het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie, de voorgedragen leden van de Commissie ervoor zorgen dat alle relevante informatie in verband met de in de verdragen vastgelegde onafhankelijkheidsplicht wordt verstrekt; overwegende dat deze informatie bekend moet worden gemaakt volgens procedures die moeten zorgen voor een open, eerlijke en consistente beoordeling van de voorgedragen Commissie in haar geheel;

C.  overwegende dat ingevolge zijn besluit van 28 april 2015 betreffende de toetsing van de verklaringen van voorgedragen commissarissen betreffende hun financiële belangen (interpretatie van lid 1, onder a) van Bijlage XVI van het Reglement) bij de toetsing van de belangenverklaring van een voorgedragen commissaris door de voor juridische zaken bevoegde commissie niet alleen de juiste invulling van de verklaring wordt geverifieerd, maar wordt beoordeeld of zich uit die verklaring niet een belangenconflict laat afleiden;

D.  overwegende dat het Parlement ingevolge lid 1, onder a), van Bijlage XVI van zijn Reglement de voorgedragen leden van de Commissie onder meer op hun persoonlijke onafhankelijkheid heeft te toetsen; met name tegen het licht van de speciale rol die de Europese Commissie aan de verdragen ontleent als garant van de belangen van de Unie;

E.  overwegende dat het Parlement in voornoemde resolutie van 8 september 2015 de door de Commissie juridische zaken te bevestigen afwezigheid van enig belangenconflict een onmisbare voorwaarde noemde voor de hoorzittingen met de respectieve commissarissen, met name nu het politiek mandaat van de Commissie door het Verdrag van Lissabon is versterkt;

F.  overwegende dat het Parlement in zijn voornoemde resolutie van 8 september 2015 belang hechtte aan door de Commissie juridische zaken uit te vaardigen richtsnoeren in de vorm van een aanbeveling of een initiatiefverslag die de hervorming van de procedures rond de belangenverklaringen van de commissarissen moeten vergemakkelijken, en dat het Parlement daarbij tevens de Commissie verzocht de regels inzake de belangenverklaringen van de commissarissen te herzien;

G.  overwegende dat volgens punt 1.3 van de gedragscode, dat spreekt van onbaatzuchtigheid, integriteit, transparantie, eerlijkheid, verantwoordelijkheid en respect voor de waardigheid het Parlement, de leden van de Commissie opgave moeten doen van alle financiële belangen en vermogensbestanddelen die bij de uitoefening van hun taken een belangenconflict met zich zouden kunnen brengen, welke verplichting zich uitstrekt tot deelnemingen door hun echtgenoten of partners – zoals volgens de geldende regels gedefinieerd(5) – die een belangenconflict kunnen opleveren;

H.  overwegende dat de op te geven financiële belangen alle vormen van individualiseerbare financiële deelneming in het kapitaal van een onderneming omvatten;

I.  overwegende dat de leden van de Commissie ingevolge punt 1.4 van de gedragscode ter vermijding van enig risico van belangenconflicten opgave moeten doen van de beroepsactiviteiten van hun echtgeno(o)t(e)/partner, met vermelding van de aard van de activiteit, de functie en, in voorkomend geval, de naam van de werkgever;

J.  overwegende dat volgens punt 1.5 van de gedragscode, de opgave van financiële belangen moet worden gedaan middels een in de bijlage van die gedragscode opgenomen formulier, dat moet worden ingevuld en overhandigd vóór de hoorzitting met de voorgedragen commissaris in het Europees Parlement, en dat deze verklaring tijdens de ambtsperiode in geval van wijziging van gegevens en ten minste eenmaal per jaar moet worden geactualiseerd;

K.  overwegende dat de informatie in die formulieren te beperkt is en ontoereikend, en geen nadere omschrijving bevat van wat een belangenconflict uitmaakt, waardoor het Parlement niet eerlijk en consistent kan beoordelen of zich een feitelijk of potentieel belangenconflict voordoet dan wel of de voorgedragen commissaris geschikt is om zijn ambt onder naleving van de gedragscode te vervullen;

L.  overwegende dat de leden van de Commissie ingevolge punt 1.6 van de gedragscode geen rol mogen spelen in tot hun portefeuille behorende kwesties waarin zij een persoonlijk belang hebben, in het bijzonder een financieel belang of een belang in verband met familie, wanneer dat hun onafhankelijkheid zou kunnen aantasten;

M.  overwegende dat de Commissie uiteindelijk verantwoordelijk is voor de keuze van de aard en omvang van de in de belangenverklaring van haar leden op te nemen informatie; overwegende daarom dat het aan de Commissie is om de juiste mate van transparantie te betrachten die nodig is voor een goed verloop van de benoemingsprocedure van de voorgedragen commissarissen;

N.  overwegende dat ingevolge punt 5 van het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie, het Parlement de voorzitter van de Commissie kan vragen zijn vertrouwen aan een lid van de Commissie te onthouden; overwegende dat de voorzitter van de Commissie ingevolge punt 7 van dit akkoord gehouden is om in geval van wijziging van de onderlinge taakverdeling tussen de leden van de Commissie, het Parlement hieromtrent te informeren met het oog op de raadpleging van het Parlement over deze wijzigingen;

O.  overwegende dat de situatie op het gebied van de belangenverklaringen van de huidige leden van de Commissie in het algemeen is verbeterd ten opzichte van de periode 2008-2009, maar dat in een flink aantal gevallen nadere verduidelijking van de belangenverklaring noodzakelijk is gebleken;

P  overwegende dat teleurstellend is dat in de gedragscode voor de leden van de Commissie die in 2011 is aangenomen niet aan alle aanbevelingen voor verbetering van het Parlement voldoende gevolg is gegeven, hetgeen met name geldt voor de aanbevelingen inzake de belangenverklaringen van de leden van de Commissie, de beperkingen op het aanvaarden van functies na afloop van de ambtstermijn en de versterking van het ethisch comité ad hoc dat belast is met de beoordeling van belangenconflicten; overwegende dat in dit verband ook rekening gehouden moet worden met de standpunten van het Parlement met betrekking tot de wijzigingen en verbeteringen van de procedure voor het horen van kandidaat-commissarissen;

Q  overwegende dat een van de pijlers van de Europese governance erin bestaat de deontologie en transparantie binnen de EU-instellingen te versterken, teneinde het vertrouwen van de burgers in deze instellingen te doen toenemen, in het bijzonder in het licht van de versterking van het politiek mandaat van de Commissie sinds het Verdrag van Lissabon;

Algemene opmerkingen

1.  herinnert eraan dat de toetsing van de belangenverklaringen van de commissarissen tot doel heeft na te gaan of de voorgedragen commissarissen in staat zijn hun functie in alle onafhankelijkheid te vervullen en toe te zien op maximale transparantie en verantwoordingsplicht zijdens de Commissie, overeenkomstig artikel 17, lid 3 VWEU en artikel 245 VWEU en de gedragscode voor commissarissen; meent op deze grond dat deze toetsing niet beperkt moet blijven tot het aantreden van een nieuwe Commissie maar ook moet geschieden in geval van een vacante zetel als gevolg van aftreden, afzetting of overlijden van een commissaris, toetreding van een nieuwe lidstaat of wezenlijke veranderingen in de portefeuille van een commissaris of in diens financiële belangen;

2.  is van mening dat de beoordeling van een potentieel belangenconflict moet geschieden aan de hand van doorslaggevende, objectieve en relevante elementen en tegen het licht van de portefeuille van de voorgedragen commissaris;

3.  wijst erop dat een belangenconflict wordt gedefinieerd als ‘elke situatie van vermenging van openbare en particuliere belangen die van invloed kan zijn of schijnen op een onafhankelijke, onpartijdige en objectie taakvervulling’;

4.  bevestigt dat de Commissie juridische zaken is gehouden tot een grondige analyse van de financiële belangenverklaringen door middel van een grondige toetsing om na te gaan of de verklaring van de voorgedragen commissaris waarheidsgetrouw is en beantwoordt aan de criteria in de verdragen en de gedragscode, dan wel of zich daaruit een belangenconflict laat afleiden en de voorzitter van de Commissie de vervanging van die commissaris in overweging moet worden gegeven; vraagt de Commissie daarom alle feitelijke gegevens en informatie te leveren zodat de Commissie juridische zaken een volledige en objectieve analyse kan verrichten;

5.  acht het essentieel dat de Commissie juridische zaken voldoende tijd krijgt om te zorgen voor een effectieve en gedetailleerde beoordeling;

6.  herinnert eraan dat de Commissie juridische zaken kwesties rond de belangenverklaringen van voorgedragen commissarissen met inachtneming van de grootste vertrouwelijkheid behandelt, al draagt zij ingevolge het transparantiebeginsel wel zorg voor openbaarmaking van haar conclusies zodra deze zijn uitgesproken;

7.  stelt dat zodra de Commissie juridische zaken tijdens de hoorzitting met de voorgedragen commissaris een mogelijk belangenconflict ontwaart, zij buiten de voor ondervraging toegemeten tijd moet kunnen doorgaan totdat zij de verlangde opheldering verkrijgt;

Procedure voor toetsing van belangenverklaringen voordat de voorgedragen commissarissen worden gehoord

8.  is van mening dat een bevestiging door de Commissie juridische zaken dat er geen sprake is van belangenconflicten, op basis van een grondige analyse van de opgave van financiële belangen, een absolute voorwaarde is voor het houden van de hoorzitting door de bevoegde commissie(6),

9.  is daarom van mening dat bij uitblijven van die bevestiging, of bij constatering door de Commissie juridische zaken van een belangenconflict, de benoeming van de voorgedragen kandidaat moet worden opgeschort;

10.  meent dat bij de toetsing van de belangenverklaringen door de Commissie juridische zaken de volgende richtlijnen moeten worden gehanteerd:

a)  wanneer de voor juridische zaken bevoegde commissie bij de toetsing van een belangenverklaring op grond van voorgelegde documenten tot de slotsom komt dat de verklaring waarheidsgetrouw en volledig is en geen aanwijzingen bevat voor een feitelijk of potentieel belangenconflict in verband met de portefeuille van de kandidaat, geeft de commissievoorzitter aan de bevoegde commissie of – in geval van een toetsingsprocedure tijdens de lopende ambtsperiode – aan de bevoegde commissies de schriftelijke verklaring af dat geen sprake is van een belangenconflict;

b)  wanneer de Commissie juridische zaken meent dat de belangenverklaring onvolledig of tegenstrijdig is, dan wel nadere toelichting behoeft, vraagt zij de voorgedragen commissaris krachtens het Reglement(7) en de kaderovereenkomst inzake de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie(8) om die aanvullende informatie onverwijld te leveren en wacht zij met haar besluit totdat zij die informatie terdege heeft bestudeerd en geanalyseerd; de Commissie juridische zaken kan zo nodig besluiten de voorgedragen commissaris voor een hoorzitting uit te nodigen;

c)  wanneer de Commissie juridische zaken uit de belangenverklaring of uit de bij de voorgedragen kandidaat verschafte nadere informatie een belangenconflict afleidt, brengt zij aanbevelingen uit die dat belangenconflict moeten opheffen; die aanbevelingen kunnen inhouden dat de betrokkene afstand doet van de financiële belangen waarom het gaat, of dat de voorzitter van de Commissie hem een andere portefeuille geeft; in de meer ernstige gevallen kan de Commissie juridische zaken, als zij geen andere oplossing voor het belangenconflict weet aan te bevelen, als uiterste middel concluderen dat de voorgedragen commissaris zijn taak niet volgens het Verdrag en de gedragscode kan vervullen; de voorzitter van het Parlement moet dan bij de voorzitter van de Commissie informeren naar de verdere stappen die deze denkt te zullen nemen;

Procedure voor toetsing van belangenverklaringen van een commissaris tijdens diens ambtstermijn

11.  wijst met nadruk op de verplichting voor iedere commissaris om erop toe te zien dat zijn belangenverklaring onmiddellijk wordt aangepast bij iedere wijziging in zijn financiële belangen, en verlangt van de Commissie dat elke substantiële wijziging onverwijld aan het Parlement wordt doorgegeven, evenals elke omstandigheid die aanleiding kan geven tot een (potentieel) belangenconflict;

12.  is daarom van mening dat de belangenverklaring huidige of vroegere belangen moet vermelden of activiteiten van de laatste twee jaar die betrekking hebben op eigendomsrechtelijke, professionele, persoonlijke of familiaire aard, met het oog op de aangeboden portefeuille; daarbij moet er rekening mee worden gehouden dat het belang een voordeel kan behelzen voor de betrokkene zelf of een derde, en dat dit voordeel van immateriële, materiële of financiële aard kan zijn;

13.  meent dat elke wijziging in de financiële belangen van een zittende commissaris en elke herschikking van taken tussen de leden van de Commissie een nieuwe situatie oplevert waarin zich de mogelijkheid van een belangenconflict kan voordoen; gelooft daarom dat een dergelijke situatie aanleiding moet zijn voor toetsing door het Parlement conform overweging 10 van deze resolutie en ingevolge punt (2) van bijlage XVI (richtsnoeren voor goedkeuring van de Commissie) van het Reglement van het Europees Parlement;

14.  herinnert eraan dat bij tussentijdse vervanging van een zittende commissaris overeenkomstig artikel 246, tweede alinea, VWEU het Parlement moet worden geraadpleegd; stelt dat deze raadpleging een verificatie moet omvatten van onder meer afwezigheid van belangenconflicten conform overweging 10 van deze resolutie en het bepaalde in bijlage XVI (richtsnoeren voor goedkeuring van de Commissie) van het Reglement(9) inzake de bevoegdheden van het Europees Parlement in geval van een veranderde samenstelling van het college van commissarissen of een substantiële wijziging in de portefeuilleverdeling in de lopende ambtstermijn;

15.  meent dat wanneer tijdens de ambtstermijn een belangenconflict wordt geconstateerd en de Commissie na afloop van de in overweging 10 beschreven procedure aan de aanbevelingen van het Parlement voor opheffing van dat belangenconflict geen gevolg geeft, de Commissie juridische zaken aanbevelingen kan richten aan de voorzitter van de Commissie in die zin dat deze zijn vertrouwen in de betrokken commissaris intrekt overeenkomstig artikel 17, lid 6 VEU, of dat het Parlement de voorzitter van de Commissie vraagt om te handelen volgens artikel 245, lid 2 VWEU en de betrokken commissaris zijn pensioenrechten of andere aanspraken te ontnemen;

Gedragscode voor commissarissen

16.  stelt vast dat de gedragscode voor de leden van de Commissie betreffende onpartijdigheid, eerlijkheid, transparantie, zorgvuldigheid, integriteit, verantwoordelijkheid en respect, die op 20 april 2011 is aangenomen (C(2011)2904) met betrekking tot de opgave van financiële belangen verbeteringen laat zien ten opzichte van de vorige gedragscode uit 2004, in die zin dat de leden ook kennisgeving moeten doen van de activiteiten van hun partner en dat de belangenverklaringen in geval van wijziging en ten minste eenmaal per jaar moeten worden geactualiseerd;

17.  wijst erop dat the geloofwaardigheid van de belangenverklaring afhangt van de precisie van het formulier dat aan de beoogde commissaris wordt voorgelegd; is van mening dat de huidige reikwijdte van de belangenverklaringen van de voorgedragen kandidaten te beperkt is en het toelichtend gedeelte dubbelzinnig; vraagt de Commissie daarom de gedragscode zo snel mogelijk te herzien om te zorgen dat de belangenverklaring de Commissie juridische zaken accurate informatie verschaft waarmee zij haar besluiten eenduidig kan onderbouwen;

18.  is van mening dat voor een vollediger beeld van de financiële situatie van de betrokken commissaris, de belangenverklaringen bedoeld onder punten 1.3 t/m 1.5 van de gedragscode alle financiële belangen en werkzaamheden van de voorgedragen commissaris en diens echtgenoot of partner behoren te omvatten, en in geen geval alleen de werkzaamheden die "aanleiding kunnen geven tot een belangenconflict";

19.  is van mening dat de onder punt 1.6 van de gedragscode bedoelde familiebelangen eveneens in de belangenverklaring behoren te worden vermeld; vraagt de Commissie in dit verband een redelijke manier aan te geven voor aanwijzing van familiebelangen die het risico van belangenconflicten kunnen meebrengen;

20.  acht het voor uitbreiding en verbetering van de regels rond belangenconflicten nodig dat de belangenverklaringen ook details vermelden van eventuele contractuele verhoudingen van de beoogde commissaris die bij de vervulling van zijn taak voor een belangenconflict zouden kunnen zorgen;

21.  betreurt dat de gedragscode geen bepaling bevat waarin het vereiste van artikel 245 VWEU wordt neergelegd, namelijk dat de leden van de Commissie gehouden zijn om "gedurende hun ambtsperiode en na afloop daarvan de uit hun taak voortvloeiende verplichtingen na te komen, in het bijzonder eerlijkheid en kiesheid te betrachten in het aanvaarden van bepaalde functies of voordelen na afloop van die ambtsperiode";

22.  betreurt dat de gedragscode geen vereisten inzake desinvestering bevat, ofschoon een dergelijk vereiste in geen deontologische regeling mag ontbreken; vindt het buitengewoon belangrijk dat dit aspect zo spoedig mogelijk wordt geregeld;

23.  merkt op dat de gedragscode geen concrete termijn noemt voor indiening van de verklaringen voordat de hoorzittingen van het Parlement met de kandidaat-commissarissen beginnen; beschouwt dit vereiste als een fundamenteel aspect van de herziening van de procedure voor het horen van kandidaat-commissarissen;

24.  betreurt dat de Commissie niet geregeld verslag uitbrengt over de omgang met de gedragscode en met name de belangenverklaringen, en is van mening dat de gedragscode moet worden gewijzigd en aangevuld met een klachten- en sanctieregeling voor inbreuken, afgezien van ernstig wangedrag als bedoeld in de artikelen 245 en 247 VWEU;

25.  betreurt met name de afwijzende reactie van de voorzitter van de Commissie op het verzoek van de Europese Ombudsman om besluiten tot verlening van toestemming voor activiteiten door voormalige leden van de Commissie na afloop van hun ambtstermijn, alsmede adviezen van het ethisch comité ad hoc, proactief bekend te maken; benadrukt dat het enkel publiceren van de notulen van vergaderingen van de Commissie onvoldoende is om het Parlement en de maatschappij inzicht te verschaffen in de uitlegging die in de praktijk gegeven wordt aan "mogelijke belangenconflicten" en in het integriteitsbeleid dat in dit kader is ontwikkeld door het ethisch comité ad hoc;

26.  wijst erop dat alle voormalige leden van de Commissie zich 18 maanden lang moeten onthouden van lobbyactiviteiten bij commissarissen of hun assistenten ten behoeve van hun bedrijf, cliënt of werkgever inzake aangelegenheden die tot hun portefeuille hebben behoord, maar dat zij na hun afscheid van de Commissie drie jaar lang recht hebben op een zeer ruime overbruggingstoelage van tussen de 40 en 65% van het laatste basissalaris;

27.  juicht toe dat in de gedragscode een bepaling is opgenomen betreffende de herverdeling van dossiers tussen de leden van de Commissie in geval van risico van een belangenconflict, maar vindt het teleurstellend dat:

(a)  er geen nadere omschrijving wordt gegeven van wat een belangenconflict uitmaakt;

(b)  deze bepaling uitsluitend betrekking heeft op aangelegenheden die tot de portefeuille van de betrokken commissaris behoren, en daarmee voorbijgaat aan het functioneren van de commissaris als lid van een college;

(c)  er geen criteria zijn vastgesteld op basis waarvan de voorzitter beslissingen kan nemen over de herverdeling en evenmin een bindend kader voor kennisgeving aan het Parlement, noch een procedure voor gevallen waarin een lid van de Commissie nalaat een belangenconflict te melden of activiteiten ontplooit die niet verenigbaar zijn met de aard van zijn taken;

28.  verzoekt de Commissie de gedragscode voor de leden van de Commissie van 2011 op korte termijn te herzien om gevolg te geven aan de aanbevelingen die het Parlement in zijn recente resoluties heeft geformuleerd en rekening te houden met de ontwikkeling van de algemene ethische normen en transparantienormen die voor alle Europese instellingen gelden; acht het raadzaam dat de Commissie haar gedragscode voor de leden van de Commissie wijzigt om te bereiken dat:

(a)  de leden van de Commissie kennisgeving doen van alle financiële belangen, waaronder alle activa en passiva boven 10 000 EUR;

(b)  leden van de Commissie opgave doen van al hun belangen (als aandeelhouder, lid van een raad van bestuur, adviseur, consultant, lid van aanverwante stichtingen, enz.) met betrekking tot alle bedrijven waarbij zij betrokken zijn geweest, en tevens van de belangen van hun naaste familieleden, alsook van de wijzigingen die hebben plaatsgevonden sinds het moment waarop zij zich kandidaat hebben gesteld;

(c)  de familieleden ten laste en/of naaste familieleden van leden van de Commissie dezelfde gegevens overleggen als echtgenoten of partners;

(d)  leden van de Commissie de doelstellingen van de organisaties waarbij zij en/of hun echtgeno(o)t(e) en/of hun kinderen ten laste betrokken zijn duidelijk omschrijven, zodat vast te stellen is of zich een belangenconflict voordoet;

(e)  leden van de Commissie kennisgeving doen van lidmaatschappen van niet-gouvernementele organisaties, geheime verenigingen of verenigingen die hun bestaan verborgen houden en activiteiten uitoefenen die gericht zijn op inmenging in de uitvoering van taken van overheidsinstanties, en van donaties aan ngo's van bedragen hoger dan 500 EUR;

(f)  leden van de Commissie en hun familieleden ten laste kennisgeving doen van lidmaatschappen van niet-gouvernementele organisaties en van donaties aan ngo's van bedragen hoger dan 500 EUR;

(g)  de gedragscode in overeenstemming met artikel 245 VWEU aldus wordt gewijzigd dat de wachttijd voor aanvaarding van bepaalde functies na de ambtstermijn wordt verruimd tot twee jaar;

(h)  de gedragscode specifieke vereisten inzake desinvestering bevat;

(i)  kandidaat-commissarissen hun belangenverklaring binnen een bepaalde termijn en ruim tevoren inleveren, zodat het ethisch comité ad hoc ruim voor de hoorzitting in het Parlement bij het Parlement zijn standpunt omtrent mogelijke belangenconflicten kenbaar kan maken;

(j)  leden van de Commissie uitsluitend ontmoetingen hebben met vertegenwoordigers van belangengroepen die geregistreerd staan in het transparantieregister, dat informatie bevat over personen die de beleidsvorming van de EU-instellingen pogen te beïnvloeden;

(k)  de leden van de Commissie wanneer zij worden benoemd, een ondertekende verklaring overleggen waarin zij bevestigen dat zij voor om het even welke commissie van het Parlement zullen verschijnen in verband met de activiteiten die onder hun ambt vallen;

(l)  belangenverklaringen gepubliceerd worden in een open data-formaat, zodat deze gemakkelijk in databanken kunnen worden verwerkt;

(m)  de procedure voor de herverdeling van dossiers in geval van risico van een belangenconflict aldus verbeterd wordt dat rekening gehouden wordt met de taken van de Commissieleden als lid van het college van commissarissen, dat criteria inzake eerlijkheid en kiesheid worden ingevoerd op basis waarvan de voorzitter een besluit kan nemen over de herverdeling van dossiers, dat er een bindende procedure wordt ingevoerd voor gevallen waarin een lid van de Commissie nalaat informatie te verstrekken over een mogelijk belangenconflict en dat er een bindende procedure met sancties wordt ingevoerd voor kennisgeving aan het Parlement over voornoemde gevallen;

(n)  de Commissie jaarlijks verslag uitbrengt over de tenuitvoerlegging van de gedragscode voor de leden van de Commissie en voorziet in klachtenprocedures en sancties, niet alleen voor ernstig tekortschieten, maar ook voor niet-naleving van vereisten, met name de vereisten inzake de opgave van financiële belangen;

(o)  criteria worden vastgesteld voor de eerbiediging van artikel 245 VWEU, dat de leden van de Commissie ertoe verplicht "eerlijkheid en kiesheid te betrachten in het aanvaarden van bepaalde functies of voordelen na afloop van die ambtsperiode";

(p)  besluiten betreffende het verlenen van toestemming voor het verrichten door voormalige leden van de Commissie van activiteiten na afloop van de ambtstermijn, alsmede adviezen van het ethisch comité ad hoc, proactief bekend worden gemaakt;

(q)  dat het ethisch comité ad hoc wordt samengesteld uit onafhankelijke deskundigen die zelf nooit lid van de Commissie zijn geweest;

(r)  dat het ethisch comité ad hoc jaarlijks een activiteitenverslag opstelt en publiceert, waarin het desgewenst aanbevelingen kan opnemen ter verbetering van de gedragscode of de uitvoering daarvan;

29.  vraagt de Commissie met het Parlement besprekingen te beginnen over wellicht nodig blijkende wijzigingen in het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie;

30.  vraagt de Commissie constitutionele zaken om in het Reglement van het Parlement, en specifiek in de Bijlage XVI, de wijzigingen aan te brengen die wellicht voor de uitvoering van deze resolutie nodig zullen blijken;

31.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0096.

(2)

PB L 304 van 20.11.2010, blz. 47.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0287.

(4)

C(2011)2904.

(5)

Vaste partner zoals gedefinieerd in Verordening nr. 2278/69 (PB L 289 van 17.11.1969) en in artikel 1(2)(c) van bijlage VII van het Statuut.

(6)

Zie de resolutie van het Europees Parlement van 8 september 2015 over de procedures en praktijken met betrekking tot de hoorzittingen met de commissarissen, conclusies over de procedure van 2014, overweging 4.

(7)

Zie punt 1a van bijlage XVI van het Reglement.

(8)

Zie afdeling (II)(3) van het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie

(9)

Zie punt 2 van bijlage XVI van het Reglement.


TOELICHTING

Achtergrond

Bijlage XVI bij het Reglement van het Europees Parlement met richtsnoeren voor de goedkeuring van de Commissie bepaalt: "het Parlement kan alle informatie inwinnen die relevant is om tot een besluit over de bekwaamheid van de voorgedragen kandidaten te komen Het verwacht volledige openbaarmaking van informatie betreffende hun financiële belangen. De belangenverklaringen van de voorgedragen kandidaten worden ter toetsing naar de voor juridische zaken bevoegde commissie verwezen.

Deze bepaling zwijgt jammer genoeg over de precieze omvang van de toetsing door de Commissie juridische zaken, in het bijzonder over de vraag of deze toetsing zich moet beperken tot een formele analyse van de verschafte informatie dan wel of een inhoudelijke analyse nodig is. Naar aanleiding van de praktische moeilijkheden die een zo weinig gedetailleerde bepaling oplevert – en die zich met name bij de laatste benoemingsprocedure van de Commissie hebben voorgedaan – hebben de coördinatoren van de Commissie juridische zaken besloten te rade te gaan bij de Commissie constitutionele zaken, als zijnde bevoegd voor onder meer de uitlegging van het Reglement.

De door de Commissie constitutionele zaken aanbevolen uitlegging werd in de plenaire van 28 april 2015 overgenomen. Zij luidt als volgt:

"De toetsing van de verklaring van een voorgedragen commissaris betreffende zijn financiële belangen door de voor juridische zaken bevoegde commissie houdt niet alleen in dat geverifieerd wordt of de verklaring naar behoren is ingevuld maar ook dat beoordeeld wordt of er uit de inhoud van de verklaring een belangenconflict kan worden afgeleid. Het is vervolgens aan de voor de hoorzitting verantwoordelijke commissie om te besluiten of zij al dan niet nadere informatie verlangt van de voorgedragen commissaris".

Volgens deze uitlegging is er inderdaad een inhoudelijke toetsing nodig, maar is het de taak van de voor de hoorzitting bevoegde commissie om aanvullende informatie op te vragen.

In zijn resolutie van 8 september 2015 over de procedures en praktijken met betrekking tot de hoorzittingen met de commissarissen, conclusies over de procedure van 2014, houdt het Parlement daarentegen vast aan de rol van de Commissie juridische zaken, waar het immers "van mening is dat de controle die de Commissie juridische zaken uitvoert van de door de kandidaat-commissarissen ingediende opgave van financiële belangen, moet worden verbeterd; [...]; "is van mening dat een bevestiging door de Commissie juridische zaken dat er geen sprake is van belangenconflicten, op basis van een grondige analyse van de opgave van financiële belangen, een absolute voorwaarde is voor het houden van de hoorzitting door de bevoegde commissie" (overweging 4).

Daarom noemt het Parlement het belangrijk "dat de Commissie juridische zaken de komende maanden een aantal richtsnoeren bekendmaakt, in de form van een aanbeveling of een initiatiefverslag, om het proces inzake de hervorming van de procedures betreffende de belangenverklaringen van de commissarissen te vereenvoudigen;" (overweging 13).

Om aan deze wens van de plenaire vergadering gevolg te geven heeft de Commissie juridische zaken toestemming aangevraagd voor het uitbrengen van een initiatiefverslag over deze kwestie.

Standpunt van de rapporteur

De rapporteur wil trachten de omvang van de toetsing van de belangenverklaringen door de Commissie juridische zaken nader te omlijnen. Daartoe wil hij hier ingaan op zowel de interne procedures bij het Parlement bij de aanstelling van de nieuwe Commissie als de op de leden van de Commissie rustende transparantieplicht.

Algemeen gezien sluit de rapporteur zich aan bij het standpunt van het Parlement dat de verificatie van de afwezigheid van belangenconflict niet op één lijn te stellen is met de beoordeling van de bekwaamheid van de kandidaat en daarom als voorwaarde moet gelden voor het doorgaan van de hoorzitting. Bovendien meent hij dat het begrip belangenconflict strikt beperkt moet blijven tot objectieve en verifieerbare elementen en alleen in verbinding met een bepaalde portefeuille betekenis krijgt.

Dat brengt hem tot de conclusie dat het de taak van de Commissie juridische zaken is om een oordeel te geven over de aanwezigheid van een potentieel belangenconflict en al naar het geval aanbevelingen te formuleren voor opheffing daarvan. Die aanbevelingen kunnen afstand van bepaalde financiële belangen behelzen of verandering van portefeuille. Om de toetsing tot een goed einde te brengen moet de Commissie juridische zaken in geval van een twijfelachtige, onvolledige of tegenstrijdige verklaring aanvullende informatie opvragen.

Ook is de rapporteur van mening dat de controle van de belangenverklaring en in ruimere zin van potentiële belangenconflicten waar het de leden van de Commissie betreft, zich verder moet uitstrekken dan tot alleen de benoemingsprocedure van de Commissie, en meent hij daarom dat elke substantiële wijziging in de financiële belangen van een zittende commissaris en elke herschikking van taken onder de leden van de Commissie opnieuw de vraag oproept van een mogelijk belangenconflict, en dus aanleiding moet zijn voor een toetsing door het Parlement.

De rapporteur richt zich hier ook tot de Europese Commissie. Die is immers uiteindelijk verantwoordelijk voor de keuze van de aard en omvang van de in de belangenverklaring van haar leden op te nemen informatie. De rapporteur stelt de Commissie daarom een aantal wijzigingen voor in haar gedragscode en in de belangenverklaringen om te zorgen dat die verklaringen voldoende informatie bevatten voor de beoordeling van financiële belangen van de commissarissen en dat het Parlement op de hoogte blijft van eventuele veranderingen.

Ook meent de rapporteur dat dat aan de Commissie constitutionele zaken moet worden gevraagd om in het Reglement van het Parlement, en specifiek in de Bijlage XVI, de wijzigingen aan te brengen die wellicht voor de uitvoering van de in dit verslag geschetste richtsnoeren nodig zullen blijken.


ADVIES van de Commissie begrotingscontrole (28.9.2016)

aan de Commissie juridische zaken

inzake belangenverklaringen van commissarissen - Richtsnoeren

(2016/2080(INI))

Rapporteur voor advies: Ingeborg Gräßle

SUGGESTIES

De Commissie begrotingscontrole verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 245,

A.  overwegende dat de situatie op het gebied van de belangenverklaringen van de huidige leden van de Commissie in het algemeen is verbeterd ten opzichte van de periode 2008‑2009, maar dat in een flink aantal gevallen nadere verduidelijking van de belangenverklaringen noodzakelijk is gebleken;

B.  overwegende dat het betreurenswaardig is dat in de gedragscode voor de leden van de Commissie die in 2011 is aangenomen niet aan alle aanbevelingen voor verbetering van het Parlement voldoende gevolg is gegeven, hetgeen met name geldt voor de aanbevelingen inzake de belangenverklaringen van de leden van de Commissie, de beperkingen inzake de uitoefening van functies na afloop van de ambtstermijn en de versterking van het ethisch comité ad hoc dat belast is met de beoordeling van belangenconflicten; overwegende dat in dit verband ook rekening gehouden moet worden met de standpunten van het Parlement met betrekking tot de wijzigingen en verbeteringen van de procedure voor het horen van kandidaat-commissarissen;

C.  overwegende dat een van de pijlers van de Europese governance erin bestaat de ethiek en transparantie binnen de EU-instellingen te versterken, teneinde het vertrouwen van de burgers in deze instellingen te doen toenemen, in het bijzonder in het licht van de versterking van het politiek mandaat van de Commissie sinds het Verdrag van Lissabon;

Verbeteringen in de gedragscode van 2011

1.  stelt vast dat de gedragscode voor de leden van de Commissie betreffende onpartijdigheid, eerlijkheid, transparantie, zorgvuldigheid, integriteit, verantwoordelijkheid en respect, die op 20 april 2011 is aangenomen (C(2011)2904) met betrekking tot de opgave van financiële belangen verbeteringen laat zien ten opzichte van de vorige gedragscode uit 2004, in die zin dat de leden ook kennisgeving moeten doen van de activiteiten van hun partner en dat de belangenverklaringen in geval van wijziging en ten minste eenmaal per jaar moeten worden geactualiseerd;

Follow-up van de aanbevelingen van CONT

2.  laakt het feit dat in de gedragscode van 2011 niet aan alle aanbevelingen van de Commissie begrotingscontrole van het Parlement van 2 maart 2011(1) gevolg is gegeven en wijst er met name op dat leden van de Commissie verplicht moeten worden kennisgeving te doen van al hun financiële belangen en vermogensbestanddelen, en niet uitsluitend van die belangen of vermogensbestanddelen "die bij de uitoefening van hun taken een belangenconflict zouden kunnen veroorzaken", dat er geen verplichting bestaat om kennisgeving te doen van schulden en verplichtingen en dat kinderen ten laste niet dezelfde informatie hoeven te verstrekken als echtgenoten;

3.  benadrukt in het bijzonder, met name gelet op de rol van de Commissie als hoedster van de Verdragen, dat leden van de Commissie geacht worden zelf te beoordelen wat aanleiding kan geven tot een belangenconflict, omdat er nergens een duidelijke definitie of regelgevingskader is waarop zij zich kunnen baseren;

Tenuitvoerlegging door de Europese Commissie

4.  spreekt zijn bezorgdheid uit over de geactualiseerde studie "The Code of conduct for Commissioners - Improving effectiveness and efficiency" (IP/D/CONT/IC/2014-053), waarin een aantal tekortkomingen aan het licht wordt gebracht met betrekking tot de belangenverklaringen van de huidige leden van de Commissie. Deze tekortkomingen hebben met name betrekking op:

(a)  de omschrijving van de functies die de voorgaande tien jaren bekleed zijn bij stichtingen of soortgelijke organisaties, omdat het doel van de desbetreffende organisatie onvoldoende duidelijk was omschreven om te kunnen beoordelen of er sprake zou kunnen zijn van een belangenconflict;

(b)  de beschrijving van de aard van "andere beroepswerkzaamheden";

(c)  de vermelding van bezit van aandelen, effecten of andere vermogensbestanddelen of rechten die vermogen vertegenwoordigen en andere immateriële activa;

(d)  de kennisgeving van onroerend goed, omdat leden van de Commissie kennisgeving hadden gedaan van woningen voor exclusief gebruik door de eigenaar, ondanks het feit dat voor dergelijke woningen geen kennisgevingsverplichting geldt;

benadrukt dat er geen overhaaste conclusies getrokken moeten worden die niet met feiten op basis van een omvangrijke analyse van de tot nu toe verzamelde gegevensreeksen kunnen worden onderbouwd;

5.  betreurt dat de gedragscode geen bepaling bevat waarin het vereiste van artikel 245 VWEU wordt neergelegd, namelijk dat de leden van de Commissie gehouden zijn om "gedurende hun ambtsperiode en na afloop daarvan de uit hun taak voortvloeiende verplichtingen na te komen, in het bijzonder eerlijkheid en kiesheid te betrachten in het aanvaarden van bepaalde functies of voordelen na afloop van die ambtsperiode";

6.  betreurt dat de gedragscode geen vereisten inzake desinvestering bevat, ondanks het feit dat dergelijke vereisten in ethische regelingen standaard moeten zijn; vindt het buitengewoon belangrijk dat dit aspect zo spoedig mogelijk wordt geregeld;

7.  merkt op dat de gedragscode geen concrete termijn bevat waarbinnen de verklaringen, voorafgaand aan het horen van de kandidaat-commissarissen door het Parlement, moeten worden ingediend; beschouwt dit vereiste als een fundamenteel aspect van de herziening van de procedure voor het horen van kandidaat-commissarissen;

8.  betreurt dat verklaringen uitsluitend in pdf-formaat worden gepubliceerd, omdat pdf-bestanden lastig in te voeren zijn in een elektronische databank;

9.  betreurt dat de Commissie geen verslag uitbrengt over de tenuitvoerlegging van de gedragscode voor de leden van de Commissie, en met name over de belangenverklaringen, en is van mening dat de gedragscode moet worden gewijzigd door er een bepaling in op te nemen die, naast de mogelijkheid van het instellen van een procedure overeenkomstig de artikelen 245 en 247 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wegens ernstig tekortschieten, voorziet in de mogelijkheid om in geval van niet-naleving van de gedragscode een klacht in te dienen of een sanctie op te leggen;

10.  betreurt met name de negatieve reactie van de voorzitter van de Commissie op het verzoek van de Europese Ombudsman om besluiten betreffende het verlenen van toestemming voor het verrichten door voormalige leden van de Commissie van activiteiten na afloop van de ambtstermijn, alsmede adviezen van het ethisch comité ad hoc, proactief bekend te maken; benadrukt dat het enkel publiceren van de notulen van vergaderingen van de Commissie onvoldoende is om het Parlement en de maatschappij inzicht te verschaffen in de uitlegging die in de praktijk gegeven wordt aan "mogelijke belangenconflicten" en in het integriteitsbeleid dat in dit kader is ontwikkeld door het ethisch comité ad hoc;

11.  wijst erop dat alle voormalige leden van de Commissie zich er gedurende een periode van 18 maanden van moeten onthouden druk uit te uitoefenen op dan wel hun onderneming, cliënt of werknemer te verdedigen bij de leden van de Commissie en hun personeel met betrekking tot zaken die tijdens hun mandaat tot hun portefeuille behoorden, maar na hun vertrek uit de Commissie gedurende drie jaar recht hebben op een zeer ruime overbruggingstoelage van tussen de 40 en 65% van het laatste basissalaris;

12.  is verheugd dat in de gedragscode een bepaling is opgenomen betreffende de herverdeling van dossiers tussen de leden van de Commissie in geval van risico van een belangenconflict, maar betreurt:

(a)  dat het begrip "belangenconflict" nergens nauwkeurig wordt omschreven;

(b)  dat deze bepaling uitsluitend betrekking heeft op kwesties in de portefeuille van het betrokken lid van de Commissie, en dus voorbijgaat aan het feit dat de leden van de Commissie ook taken uitvoeren als lid van een college;

(c)  dat er geen criteria zijn vastgesteld op basis waarvan de voorzitter beslissingen kan nemen over de herverdeling en evenmin een bindend kader voor kennisgeving aan het Parlement, noch een procedure voor gevallen waarin een lid van de Commissie nalaat een belangenconflict te melden of activiteiten ontplooit die niet verenigbaar zijn met de aard van zijn taken;

Aanbevelingen

13.  herinnert eraan dat de afwezigheid van enig belangenconflict een essentiële voorwaarde moet zijn voor het houden van hoorzittingen met de commissarissen, en dat de formulieren voor de verklaring van financiële belangen daarom ingevuld moeten zijn en beschikbaar moeten worden gesteld alvorens een commissaris door de bevoegde commissie van het Europees Parlement wordt gehoord, en dat de belangenverklaringen in geval van wijziging en ten minste eenmaal per jaar moeten worden geactualiseerd;

14.  vraagt de Commissie, die de eindverantwoordelijkheid draagt voor het waarborgen van het niveau aan transparantie dat nodig is om de procedure voor de benoeming van leden van de Commissie goed te laten verlopen, substantiële verbeteringen aan te brengen in de formulieren voor de verklaring van de financiële belangen van de leden van de Commissie, zodat het Parlement naar behoren kan beoordelen of de leden van de Commissie ten eerste al dan niet reële of potentiële belangenconflicten hebben en ten tweede in staat zijn hun ambt uit te oefenen;

15.  verzoekt de Commissie de gedragscode voor de leden van de Commissie van 2011 op korte termijn te herzien om gevolg te geven aan de aanbevelingen die het Parlement in zijn recente resoluties heeft geformuleerd en rekening te houden met de ontwikkeling van de algemene ethische normen en transparantienormen die voor alle Europese instellingen gelden; beveelt de Commissie aan haar gedragscode voor de leden van de Commissie te wijzigen om te waarborgen:

(a)  dat de leden van de Commissie kennisgeving doen van alle financiële belangen, waaronder alle activa en passiva boven 10 000 EUR;

(b)  dat leden van de Commissie opgave doen van al hun belangen (als aandeelhouder, lid van een raad van bestuur, adviseur, consultant, lid van aanverwante stichtingen, enz.) met betrekking tot alle bedrijven waarbij zij betrokken zijn geweest, en tevens van de belangen van hun naaste familieleden, alsook van de wijzigingen die hebben plaatsgevonden sinds het moment waarop zij zich kandidaat hebben gesteld;

(c)  dat de familieleden ten laste en/of naaste familieleden van leden van de Commissie dezelfde gegevens overleggen als echtgenoten of partners;

(d)  dat leden van de Commissie de doelstellingen van de organisaties waarbij zij en/of hun echtgeno(o)t(e) en/of hun kinderen ten laste betrokken zijn duidelijk omschrijven, zodat vastgesteld kan worden of er sprake is van een belangenconflict;

(e)  dat leden van de Commissie kennisgeving doen van lidmaatschappen van niet-gouvernementele organisaties, geheime verenigingen of verenigingen die hun bestaan verborgen houden en activiteiten uitoefenen die gericht zijn op inmenging in de uitvoering van taken van overheidsinstanties, en van donaties aan ngo's van bedragen hoger dan 500 EUR;

(f)  dat leden van de Commissie en hun familieleden ten laste kennisgeving doen van lidmaatschappen van niet-gouvernementele organisaties en van donaties aan ngo's van bedragen hoger dan 500 EUR;

(g)  dat de gedragscode in overeenstemming met artikel 245 VWEU aldus wordt gewijzigd dat de periode waarbinnen beperkingen gelden inzake de uitoefening van functies na afloop van de ambtstermijn wordt verruimd tot twee jaar;

(h)  dat de gedragscode specifieke vereisten inzake desinvestering bevat;

(i)  dat kandidaat-commissarissen hun belangenverklaringen indienen binnen een bepaalde termijn en voldoende ruim van tevoren, zodat het ethisch comité ad hoc ruim voor de hoorzitting in het Parlement bij het Parlement zijn standpunt kan indienen inzake mogelijke belangenconflicten;

(j)  dat leden van de Commissie uitsluitend ontmoetingen hebben met vertegenwoordigers van belangengroepen die geregistreerd staan in het transparantieregister, dat informatie bevat over personen die invloed proberen uit te oefenen op de beleidsvorming van de EU-instellingen;

(k)  dat de leden van de Commissie wanneer zij worden benoemd, een ondertekende verklaring overleggen waarin zij bevestigen dat zij voor om het even welke commissie van het Parlement zullen verschijnen in verband met de activiteiten die onder hun ambt vallen;

(l)  dat belangenverklaringen gepubliceerd worden in een open data-formaat, zodat deze gemakkelijk in databanken kunnen worden verwerkt;

(m)  dat de Commissie punt 1.3 van de gedragscode herziet, waarin wordt bepaald dat de leden van de Commissie kennisgeving moeten doen van alle financiële belangen en vermogensbestanddelen die bij de uitoefening van hun taken een belangenconflict zouden kunnen veroorzaken, met bijzondere aandacht voor de uitlegging van het begrip "belangenconflict", om ervoor te zorgen dat alle financiële belangen en voorschriften ter zake helder gedefinieerd zijn, en dat de Commissie zowel kandidaat-commissarissen als zittende leden van de Commissie instrueert over de wijze waarop zij volledig en omvattend uitvoering moeten geven aan punt 1.3 van de gedragscode;

(n)  dat de procedure voor de herverdeling van dossiers in geval van risico van een belangenconflict aldus verbeterd wordt dat rekening gehouden wordt met de taken van de Commissieleden als lid van het college van commissarissen, dat criteria inzake eerlijkheid en kiesheid worden ingevoerd op basis waarvan de voorzitter een besluit kan nemen over de herverdeling van dossiers, dat er een bindende procedure wordt ingevoerd voor gevallen waarin een lid van de Commissie nalaat informatie te verstrekken over een mogelijk belangenconflict en dat er een bindende procedure met sancties wordt ingevoerd voor kennisgeving aan het Parlement over voornoemde gevallen;

(o)  dat de Commissie jaarlijks verslag uitbrengt over de tenuitvoerlegging van de gedragscode voor de leden van de Commissie en voorziet in klachtenprocedures en sancties, niet alleen voor ernstig tekortschieten, maar ook voor niet-naleving van vereisten, met name de vereisten inzake de opgave van financiële belangen;

(p)  dat criteria worden vastgesteld voor de eerbiediging van artikel 245 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dat de leden van de Commissie ertoe verplicht "eerlijkheid en kiesheid te betrachten in het aanvaarden van bepaalde functies of voordelen na afloop van die ambtsperiode";

(q)  dat besluiten betreffende het verlenen van toestemming voor het verrichten door voormalige leden van de Commissie van activiteiten na afloop van de ambtstermijn, alsmede adviezen van het ethisch comité ad hoc, proactief bekend worden gemaakt;

(r)  dat het ethisch comité ad hoc wordt samengesteld uit onafhankelijke deskundigen die zelf nooit lid van de Commissie zijn geweest;

(s)  dat het ethisch comité ad hoc jaarlijks een activiteitenverslag opstelt en publiceert, waarin het desgewenst aanbevelingen kan opnemen ter verbetering van de gedragscode of de uitvoering daarvan.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

26.9.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

23

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Ryszard Czarnecki, Dennis de Jong, Martina Dlabajová, Luke Ming Flanagan, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Verónica Lope Fontagné, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Marco Valli, Derek Vaughan, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Cătălin Sorin Ivan, Andrey Novakov, Julia Pitera, Richard Sulík

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

John Stuart Agnew, Edouard Ferrand

(1)

Brief van de heer De Magistris, voorzitter van de Commissie begrotingscontrole, aan de heer Lehne, voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters.


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

13.10.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Max Andersson, Joëlle Bergeron, Marie-Christine Boutonnet, Jean-Marie Cavada, Kostas Chrysogonos, Therese Comodini Cachia, Mady Delvaux, Rosa Estaràs Ferragut, Enrico Gasbarra, Gilles Lebreton, António Marinho e Pinto, Julia Reda, Evelyn Regner, Pavel Svoboda, József Szájer, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Sergio Gaetano Cofferati, Pascal Durand, Evelyne Gebhardt, Constance Le Grip, Virginie Rozière

Juridische mededeling - Privacybeleid