Procedure : 2016/2118(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0346/2016

Ingediende teksten :

A8-0346/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 01/12/2016 - 6.17
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0472

VERSLAG     
PDF 444kWORD 60k
25.11.2016
PE 594.113v03-00 A8-0346/2016

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de mobilisering van de marge voor onvoorziene uitgaven in 2017

(COM(2016)0678 – C8-0420/2016 – 2016/2118(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Jens Geier

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de mobilisering van de marge voor onvoorziene uitgaven in 2017

(COM(2016)0678 – C8-0420/2016 – 2016/2118(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0678 – C8-0420/2016),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(1), en met name artikel 10,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(2), en met name punt 14,

–  gezien het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2017, goedgekeurd door de Commissie op 18 juli 2016 (COM(2016)0300), als gewijzigd bij nota van wijzigingen nr. 1/2017 (COM(2016)0679),

–  gezien het standpunt inzake het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2017, vastgesteld door de Raad op 12 september 2016 en toegezonden aan het Europees Parlement op 14 september 2016 (11900/2016 – C8-0373/2016),

–  gezien zijn standpunt van 26 oktober 2016 inzake het ontwerp van algemene begroting 2017(3),

–  gezien de door het bemiddelingscomité op 17 november 2016 goedgekeurde gemeenschappelijke tekst (14635/2016 – C8-0470/2016),

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0346/2016),

A.  overwegende dat, na alle mogelijkheden te hebben onderzocht voor de financiering van extra en onvoorziene vastleggingsbehoeften, de Commissie in de ontwerpbegroting voorstelt een bedrag van 1 164,4 miljoen EUR van de marge voor onvoorziene uitgaven te gebruiken om de vastleggingskredieten met betrekking tot de uitgaven in rubriek 3 van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2017 aan te vullen, bovenop het vastleggingsplafond van 2 578 miljoen EUR in lopende prijzen;

B.  overwegende dat het aannemelijk is dat de behoefte aan financiële middelen in 2017 zal toenemen in verband met de interne veiligheid, de huidige humanitaire crisis en de uitdagingen op het gebied van migratie en vluchtelingen; wijst erop dat deze behoeften de financiering die beschikbaar is in rubriek 3 aanzienlijk te boven kunnen gaan; herinnert eraan dat er geen marge meer beschikbaar is onder het maximum van rubriek 3; verzoekt de Commissie daarom te verduidelijken of en hoe zij denkt aanvullende middelen in te zetten met gebruikmaking van de marge voor onvoorziene uitgaven, om in de loop van 2017 in te kunnen spelen op een eventuele behoefte aan meer middelen binnen rubriek 3;

C.  overwegende dat de Commissie dit voorstel tot mobilisering met nota van wijzigingen 1/2017 heeft gewijzigd om hier ook uitgaven in rubriek 4 onder te laten vallen;

D.  overwegende dat het Bemiddelingscomité, bijeen in het kader van de begroting 2016, instemde met de mobilisering van de marge voor onvoorziene uitgaven voor een bedrag van 1 906,2 miljoen EUR voor rubriek 3 en 4 en daartoe een bedrag van 575,0 miljoen EUR te verrekenen met de niet-toegewezen marge van rubriek 2 Duurzame groei: Natuurlijke hulpbronnen in 2017, en 507,3 miljoen EUR on 2017, 570,0 miljoen EUR in 2018 en 253,9 miljoen EUR in 2019 te verrekenen met de niet-toegewezen marges van rubriek 5 Administratie;

1.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(2)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0411.


BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de mobilisering van de marge voor onvoorziene uitgaven in 2017

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(1), en met name punt 14, tweede alinea,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Artikel 13 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013(2) van de Raad voorziet in de vorming van een marge voor onvoorziene uitgaven van ten hoogste 0,03 % van het bruto nationaal inkomen van de Unie.

(2) Overeenkomstig artikel 6 van deze verordening heeft de Commissie het absolute bedrag van de marge voor onvoorziene uitgaven voor 2017 berekend(3).

(3) Na alle andere financiële mogelijkheden te hebben onderzocht om op onvoorziene omstandigheden te reageren binnen de uitgavenplafonds 2017 van rubriek 3 (Veiligheid en burgerschap) en rubriek 4 (Europa als wereldspeler) van het meerjarig financieel kader, en met het oog op de gebruikmaking van het volledige bedrag van het flexibiliteitsinstrument van 530 000 000 EUR dat in 2017 beschikbaar is, is de gebruikmaking van de marge voor onvoorziene uitgaven noodzakelijk om tegemoet te komen aan de behoeften in verband met de migratie-, vluchtelingen- en veiligheidscrisis door de vastleggingskredieten van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2017 tot boven de plafonds van de rubrieken 3 en 4 van het meerjarig financieel kader te verhogen.

(4) Gezien deze zeer uitzonderlijke situatie, is aan de voorwaarde inzake het laatste redmiddel van artikel 13, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad voldaan.

(5) Om de tijd die nodig is voor de mobilisering van de marge voor onvoorziene uitgaven zoveel mogelijk te beperken, dient dit besluit vanaf het begin van het begrotingsjaar 2017 van toepassing te zijn,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2017 wordt de marge voor onvoorziene uitgaven gebruikt om 1 176 030 960 EUR aan vastleggingskredieten bovenop het vastleggingsmaximum van rubriek 3 Veiligheid en burgerschap en 730 120 000 EUR aan vastleggingskredieten bovenop het vastleggingsmaximum van rubriek 4 Europa als wereldspeler van het meerjarig financieel kader beschikbaar te stellen. 

Artikel 2

Het uit artikel 1 voortvloeiende totaalbedrag van 1 906 150 960 EUR aan vastleggingskredieten wordt verrekend met de marges onder het vastleggingsplafond voor de jaren 2017 tot 2019 van de volgende rubrieken van het meerjarig financieel kader:

(a)  2017:  (i) rubriek 2 (Duurzame groei – Natuurlijke hulpbronnen): 575 000 000 EUR;

  (ii) rubriek 5 (Administratie): 507 268 804 EUR;

(b)  2018: rubriek 5 (Administratie): 570 000 000 EUR;

(c)  2019: rubriek 5 (Administratie): 253 882 156 EUR.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Het is van toepassing met ingang van 1 januari 2017.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement  Voor de Raad

De Voorzitter  De Voorzitter

(1)

  PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(2)

  Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).

(3)

  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2016 betreffende de technische aanpassing van het financieel kader voor 2017 in overeenstemming met de ontwikkeling van het bni (COM(2016) 311).


ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (18.11.2016)

aan de Begrotingscommissie

inzake de gebruikmaking van de marge voor onvoorziene uitgaven in 2017

(2016/2118(BUD))

Rapporteur voor advies: Monica Macovei

SUGGESTIES

De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  neemt kennis van het voorstel van de Commissie op de ontwerpbegroting van de Europesen Unie voor het begrotingsjaar 2017 om gebruik te maken van de marge voor onvoorziene uitgaven voor een bedrag van 1 164,4 miljoen EUR aan vastleggingskredieten boven het vastleggingsplafond van rubriek 3, teneinde in te spelen op de toegenomen behoefte aan middelen ten gevolge van de veiligheidscrisis, de migratieproblematiek en de humanitaire uitdagingen waar de Unie mee geconfronteerd wordt, en gezien het feit dat de beschikbare marge onder het plafond van rubriek 3 en het flexibiliteitsinstrument voor 2017 reeds volledig zijn benut;

2.  acht het aannemelijk dat de behoefte aan financiële middelen ten gevolge van de interne-veiligheidscrises en de huidige humanitaire uitdagingen en migratie- en vluchtelingenproblematiek in 2017 zal stijgen; wijst erop dat deze behoefte aan financiële middelen de beschikbare middelen in rubriek 3 verre te boven kan gaan; wijst erop dat er geen marge meer beschikbaar is onder het plafond van rubriek 3; verzoekt de Commissie daarom om te verduidelijken of en hoe zij denkt aanvullende middelen in te zetten met gebruikmaking van de marge voor onvoorziene uitgaven, om in de loop van 2017 in te kunnen spelen op een eventuele behoefte aan meer middelen binnen rubriek 3;

3.  verwelkomt de voorstellen van de Commissie om in het kader van de tussentijdse herziening van het MFK rubriek 3 voor de periode 2018-2020 te versterken met een aanvullend bedrag van 2,55 miljard EUR, teneinde te voorzien in voldoende middelen voor JBZ-agentschappen en rekening te houden met de recente voorstellen van de Commissie inzake veiligheid en migratie; benadrukt dat de veiligheidscrises en de migratie- en vluchtelingenproblemen nopen tot onmiddellijke actie en is van oordeel dat alle betrokken actoren moeten zorgen voor volledige transparantie van betalingen en regelmatige controle van en verslaglegging over de uitgaven; betreurt dat de Commissie geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om het plafond bij de tussentijdse herziening van het MFK dienovereenkomstig te wijzigen;

4.  brengt in herinnering dat de billijke en transparante verdeling van de beschikbare middelen over de diverse doelstellingen van het Fonds voor asiel, migratie en integratie (het Fonds) voor het Parlement een van de prioriteiten was tijdens de onderhandelingen die hebben geleid tot de instelling van Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad(1) tot oprichting van het Fonds; verzoekt de Commissie het aantal begrotingslijnen dat betrekking heeft op het Fonds dienovereenkomstig te verhogen, ter vergroting van het inzicht in en de transparantie van de wijze waarop de financiële middelen over de verschillende doelstellingen en dus ook over die begrotingslijnen worden verdeeld en uitgegeven; verzoekt de Commissie met name om in alle toekomstige ontwerpbegrotingen een onderscheid te maken tussen uitgaven die bestemd zijn voor legale migratie en het bevorderen van de effectieve integratie van onderdanen van derde landen, zoals voorgesteld in paragraaf 12 van het advies van 24 september 2014 van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken aan de Begrotingscommissie over het standpunt van de Raad over het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015(2);

5.  wijst erop dat de Commissie als onderdeel van haar mededeling over de tussentijdse herziening van het MFK (+1,4 miljard EUR voor rubriek 4 in de periode 2017-2020) voorstelt gebruik te maken van de marge voor onvoorziene uitgaven voor een bedrag van circa 1 miljard EUR in 2017 met als specifiek doel de financiering van door de Commissie voorgestelde acties in het kader van rubriek 4 van het MFK (Europa als wereldspeler); wijst erop dat de met de marge voor onvoorziene uitgaven gemobiliseerde middelen voor een deel (750 miljoen EUR van de 1 miljard EUR) worden gebruikt voor verhogingen in 2017 van de middelen voor het instrument voor ontwikkelingssamenwerking (+500 miljoen EUR) en het Europees nabuurschapsinstrument (+250 miljoen EUR) om landen in de Mediterrane regio te ondersteunen en de achterliggende oorzaken van migratie aan te pakken door landen in Afrika ten zuiden van de Sahara en in Azië te helpen; wijst er tevens op dat de resterende gemobiliseerde middelen (250 miljoen EUR van de 1 miljard EUR) worden gebruikt om het nieuwe Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling te voorzien van middelen op de begroting 2017, in het kader van het nieuwe extern investeringsplan van de Commissie om de achterliggende oorzaken van migratie op langere termijn aan te pakken.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

17.11.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

38

3

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Malin Björk, Caterina Chinnici, Frank Engel, Tanja Fajon, Mariya Gabriel, Kinga Gál, Ana Gomes, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Jussi Halla-aho, Monika Hohlmeier, Filiz Hyusmenova, Sophia in ‘t Veld, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Marju Lauristin, Juan Fernando López Aguilar, Monica Macovei, Roberta Metsola, Claude Moraes, József Nagy, Péter Niedermüller, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Branislav Škripek, Csaba Sógor, Helga Stevens, Traian Ungureanu, Bodil Valero, Harald Vilimsky, Josef Weidenholzer, Kristina Winberg, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Anna Hedh, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Ska Keller, Jeroen Lenaers, Andrejs Mamikins, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Christine Revault D’Allonnes Bonnefoy, Barbara Spinelli

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Lynn Boylan, Verónica Lope Fontagné, Mylène Troszczynski, Tom Vandenkendelaere

(1)

Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot oprichting van het Fonds voor asiel, migratie en integratie, tot wijziging van Beschikking 2008/381/EG van de Raad en tot intrekking van Beschikkingen nr. 573/2007/EG en nr. 575/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking 2007/435/EG van de Raad (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 168).

(2)

PE536.206v03-00.


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

24.11.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

25

2

5

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Jonathan Arnott, Jean Arthuis, Richard Ashworth, Reimer Böge, Lefteris Christoforou, Jean-Paul Denanot, Gérard Deprez, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Bernd Kölmel, Zbigniew Kuźmiuk, Ernest Maragall, Clare Moody, Siegfried Mureşan, Victor Negrescu, Liadh Ní Riada, Younous Omarjee, Urmas Paet, Pina Picierno, Paul Rübig, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Indrek Tarand, Inese Vaidere, Monika Vana, Daniele Viotti, Marco Zanni, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Ivana Maletić, Tomáš Zdechovský

Juridische mededeling - Privacybeleid