Procedure : 2016/2120(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0351/2016

Ingediende teksten :

A8-0351/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 01/12/2016 - 6.18
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0473

VERSLAG     
PDF 367kWORD 57k
25.11.2016
PE 594.114v02-00 A8-0351/2016

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument ter financiering van onmiddellijke budgettaire maatregelen voor de aanpak van de aanhoudende migratie-, vluchtelingen-, en veiligheidscrisis

(COM(2016)0313 – C8-0246/2016 – 2016/2120(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Jens Geier

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument ter financiering van onmiddellijke budgettaire maatregelen voor de aanpak van de aanhoudende migratie-, vluchtelingen-, en veiligheidscrisis

(COM(2016)0313 – C8-0246/2016 – 2016/2120(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0313) – C8-0246/2016),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(1), en met name artikel 11,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2015/623 van 21 april 2015 tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(2), en met name punt 12,

–  gezien het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2017, goedgekeurd door de Commissie op 18 juli 2016 (COM(2016)0300), als gewijzigd bij nota van wijzigingen nr. 1/2017 (COM(2016)0679),

–  gezien het standpunt inzake het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2017, vastgesteld door de Raad op 12 september 2016 en toegezonden aan het Europees Parlement op 14 september 2016 (11900/2016 – C8-0373/2016),

–  gezien zijn standpunt van 26 oktober 2016 inzake het ontwerp van algemene begroting 2017(3),

–  gezien de door het bemiddelingscomité op 17 november 2016 goedgekeurde gemeenschappelijke tekst (14635/2016 – C8-0470/2016),

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0351/2016),

A.  overwegende dat het, na alle mogelijkheden voor een herschikking van vastleggingskredieten binnen rubriek 3 te hebben onderzocht, nodig is middelen uit het flexibiliteitsinstrument beschikbaar te stellen ten behoeve van vastleggingskredieten;

B.  overwegende dat de Commissie had voorgesteld middelen uit het flexibiliteitsinstrument beschikbaar te stellen ter aanvulling van de financiering op de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2017 boven het maximum van rubriek 3 voor een bedrag van 530 miljoen EUR ter financiering van maatregelen op het gebied van migratie, vluchtelingen en veiligheid;

C.  overwegende dat het totaalbedrag van het flexibiliteitsinstrument voor het begrotingsjaar 2017 daarmee volledig is gebruikt;

1.  wijst erop dat de maxima voor 2017 voor rubriek 3 geen ruimte bieden voor een adequate financiering van urgente maatregelen op het gebied van migratie, vluchtelingen en veiligheid;

2.  stemt er daarom mee in middelen uit het flexibiliteitsinstrument ter beschikking te stellen voor een bedrag van 530 miljoen EUR aan vastleggingskredieten;

3.  stemt verder in met de voorgestelde toewijzing van de overeenkomstige betalingskredieten, te weten 238,3 miljoen EUR in 2017, 91 miljoen EUR in 2018, 141,9 miljoen EUR in 2019 en 58,8 miljoen EUR in 2020;

4.  wijst er nogmaals op dat de beschikbaarstelling van middelen uit dit instrument, als voorzien in artikel 11 van de MFK-verordening, opnieuw laat zien dat de begroting van de Unie dringend flexibeler moet worden en herhaalt zijn standpunt naar voren gebracht in het kader van de tussentijdse evaluatie/herziening van het MFK dat het jaarlijkse bedrag voor het flexibiliteitsinstrument moet worden verhoogd tot 2 miljard EUR;

5.  herhaalt zijn standpunt dat het van oudsher verdedigt, namelijk dat, onverminderd de mogelijkheid om via het flexibiliteitsinstrument betalingskredieten voor specifieke begrotingslijnen beschikbaar te stellen zonder eerst middelen vast te leggen, de betalingen die voortvloeien uit eerder via het flexibiliteitsinstrument beschikbaar gestelde vastleggingskredieten alleen buiten de maxima kunnen worden geboekt;

6.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

7.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(2)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0411.


BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument ter financiering van onmiddellijke budgettaire maatregelen voor de aanpak van de aanhoudende migratie-, vluchtelingen-, en veiligheidscrisis

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(1), en met name punt 12,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Met het flexibiliteitsinstrument kunnen nauwkeurig bepaalde uitgaven worden gefinancierd die niet binnen de voor een of meer andere rubrieken beschikbare maxima konden worden gefinancierd.

(2)  Het jaarlijks maximumbedrag dat beschikbaar is voor het flexibiliteitsinstrument is 471 miljoen EUR (prijzen 2011), zoals vastgesteld in artikel 11 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad(2).

(3)  In verband met dringende behoeften is het noodzakelijk aanzienlijke extra kredieten ter beschikking te stellen om maatregelen te financieren ter verlichting van de aanhoudende migratie-, vluchtelingen- en veiligheidscrisis.

(4)  Na bestudering van alle mogelijkheden tot herschikking van kredieten onder het uitgavenmaximum voor rubriek 3 (Veiligheid en burgerschap), is het nodig middelen uit het flexibiliteitsinstrument beschikbaar te stellen ter aanvulling van de middelen op de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2017, te weten 530,0 miljoen EUR boven het maximum van rubriek 3, ter financiering van maatregelen op het gebied van migratie, vluchtelingen en veiligheid.

(5)  Op basis van het verwachte betalingsprofiel moeten de met het gebruik van het flexibiliteitsinstrument corresponderende betalingskredieten worden verdeeld over verschillende begrotingsjaren. De betalingskredieten worden geraamd op 238,3 miljoen EUR in 2017, 91,0 miljoen EUR in 2018, 141,9 miljoen EUR in 2019 en 58,8 miljoen EUR in 2020.

(6)  Om de tijd die nodig is voor de mobilisering van het flexibiliteitsinstrument zoveel mogelijk te beperken, dient dit besluit vanaf het begin van het begrotingsjaar 2017 van toepassing te zijn,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.  Voor de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2017 wordt uit het flexibiliteitsinstrument 530,0 miljoen EUR aan vastleggingskredieten in rubriek 3 (Veiligheid en burgerschap) ter beschikking gesteld.

Dit bedrag zal worden gebruikt ter financiering van maatregelen om de aanhoudende migratie-, vluchtelingen- en veiligheidscrisis aan te pakken.

2.  Op basis van het verwachte betalingsprofiel worden de met het gebruik van het flexibiliteitsinstrument corresponderende betalingskredieten als volgt verdeeld:

(a) 238,3 miljoen EUR in 2017;

(b) 91,0 miljoen EUR in 2018;

(c) 141,9 miljoen EUR in 2019;

(d) 58,8 miljoen EUR in 2020.

De specifieke bedragen voor elk begrotingsjaar worden goedgekeurd in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Het is van toepassing met ingang van 1 januari 2017.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement  Voor de Raad

De Voorzitter  De Voorzitter

(1)

  PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(2)

  Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).


ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (17.11.2016)

aan de Begrotingscommissie

inzake de terbeschikkingstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument ter financiering van onmiddellijke budgettaire maatregelen voor de aanpak van de aanhoudende migratie-, vluchtelingen-, en veiligheidscrisis

(2016/2120(BUD))

Rapporteur voor advies: Monica Macovei

SUGGESTIES

De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  neemt kennis van de voorgestelde beschikbaarstelling van een bedrag van 530 miljoen EUR uit het flexibiliteitsinstrument voor rubriek 3 van het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2017 en herinnert eraan dat dit overeenkomt met het volledige bedrag dat in 2017, overeenkomstig de huidige MFK-regels, in het kader van dit instrument beschikbaar kan worden gesteld; herhaalt dat de flexibiliteit van de begroting beperkt is en slechts een oplossing op korte termijn kan zijn voor onvoorziene gebeurtenissen die vervolgens met gewone begrotingslijnen moeten worden opgevangen; benadrukt evenwel dat dit bedrag niet toereikend is om de toenemende uitdagingen aan te pakken;

2.   beseft dat ten tijde van de vaststelling van het huidige MFK in 2013 geen rekening is gehouden met de financiële gevolgen van de huidige interne veiligheidscrises, alsook de humanitaire en migratieproblematiek; herinnert eraan dat het flexibiliteitsinstrument gebruikt moet worden voor nauwkeurig bepaalde uitgaven die niet binnen de voor een of meer andere rubrieken beschikbare maxima kunnen worden gefinancierd; betreurt het dat de Commissie geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om het maximumbedrag van rubriek 3 bij de tussentijdse herziening van het MFK dienovereenkomstig te wijzigen;

3.  benadrukt dat er, zelfs als het uit hoofde van het flexibiliteitsinstrument volledige beschikbare bedrag de komende jaren systematisch beschikbaar wordt gesteld voor rubriek 3, onvoldoende financiële middelen beschikbaar zullen zijn om op de gestegen behoeften in te spelen; is van mening dat daarom een billijke verdeling van financiële middelen in overeenstemming met de prioriteiten, volledig transparantie en controleerbaarheid, van cruciaal belang is;

4.  is ingenomen met de voorstellen van de Commissie in het kader van de tussentijdse herziening van het MFK ter uitbreiding van de mogelijkheden die de begroting biedt om snel en op passende wijze op onvoorziene gebeurtenissen in te spelen; wijst met name op het voorstel tot oprichting van een crisisreserve van de Europese Unie die wordt gefinancierd met geannuleerde kredieten en de verdubbeling van de omvang van het flexibiliteitsinstrument en de reserve voor noodhulp; benadrukt dat de wijzigingen die bij de tussentijdse herziening van het MFK worden doorgevoerd de stabiliteit en voorspelbaarheid van de begroting voor het resterende deel van het MFK 2014-2020 moeten waarborgen;

5.  brengt in herinnering dat de billijke en transparante verdeling van de beschikbare middelen over de diverse doelstellingen van het Fonds voor asiel, migratie en integratie (het Fonds) voor het Parlement een van de prioriteiten was tijdens de onderhandelingen die hebben geleid tot de instelling van Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Fonds(1); verzoekt de Commissie het aantal begrotingslijnen dat betrekking heeft op het Fonds dienovereenkomstig te verhogen, ter vergroting van het inzicht in en de transparantie van de wijze waarop de financiële middelen over de verschillende doelstellingen en dus ook over die begrotingslijnen worden verdeeld en uitgegeven; verzoekt de Commissie met name om in alle toekomstige ontwerpbegrotingen een onderscheid te maken tussen uitgaven die bestemd zijn voor legale migratie en het bevorderen van de effectieve integratie van onderdanen van derde landen, zoals voorgesteld in paragraaf 12 van het advies van 24 september 2014 van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken aan de Begrotingscommissie over het standpunt van de Raad over het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015(2);

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

17.11.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

38

3

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Malin Björk, Caterina Chinnici, Frank Engel, Tanja Fajon, Mariya Gabriel, Kinga Gál, Ana Gomes, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Jussi Halla-aho, Monika Hohlmeier, Filiz Hyusmenova, Sophia in ‘t Veld, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Marju Lauristin, Juan Fernando López Aguilar, Monica Macovei, Roberta Metsola, Claude Moraes, József Nagy, Péter Niedermüller, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Branislav Škripek, Csaba Sógor, Helga Stevens, Traian Ungureanu, Bodil Valero, Harald Vilimsky, Josef Weidenholzer, Kristina Winberg, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Anna Hedh, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Ska Keller, Jeroen Lenaers, Andrejs Mamikins, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Christine Revault D’Allonnes Bonnefoy, Barbara Spinelli

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Verónica Lope Fontagné, Mylène Troszczynski, Tom Vandenkendelaere

(1)

Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot oprichting van het Fonds voor asiel, migratie en integratie, tot wijziging van Beschikking 2008/381/EG van de Raad en tot intrekking van Beschikkingen nr. 573/2007/EG en nr. 575/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking 2007/435/EG van de Raad (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 168).

(2)

PE536.206v03-00.


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

24.11.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

32

4

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Jonathan Arnott, Jean Arthuis, Richard Ashworth, Reimer Böge, Lefteris Christoforou, Jean-Paul Denanot, Gérard Deprez, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, Bernd Kölmel, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Ernest Maragall, Clare Moody, Siegfried Mureşan, Victor Negrescu, Liadh Ní Riada, Younous Omarjee, Urmas Paet, Pina Picierno, Paul Rübig, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Indrek Tarand, Inese Vaidere, Monika Vana, Daniele Viotti, Marco Zanni, Auke Zijlstra, Stanisław Żółtek

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Ivana Maletić, Andrey Novakov, Tomáš Zdechovský

Juridische mededeling - Privacybeleid