Procedure : 2016/0817(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0375/2016

Ingediende teksten :

A8-0375/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/12/2016 - 9.13
CRE 14/12/2016 - 9.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0500

VERSLAG     
PDF 412kWORD 63k
8.12.2016
PE 594.026v02-00 A8-0375/2016

over de voordracht van Juhan Parts voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer

(C8-0445/2016 – 2016/0817(NLE))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur voor advies: Bart Staes

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE 1: CURRICULUM VITAE VAN Juhan Parts
 BIJLAGE 2: ANTWOORDEN VAN Juhan Parts OP DE VRAGENLIJST
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de voordracht van Juhan Parts voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer

(C8-0445/2016 – 2016/0817(NLE))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 286, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0445/2016),

–  gelet op artikel 121 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0375/2016),

A.  overwegende dat zijn Commissie begrotingscontrole de kwalificaties van de voorgedragen kandidate heeft onderzocht, met name gelet op de in artikel 286, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vermelde voorwaarden;

B.  overwegende dat de Commissie begrotingscontrole het kandidaat-lid van de Rekenkamer tijdens haar vergadering van 5 december 2016 heeft gehoord;

1.  brengt positief advies uit over de voordracht van de Raad voor de benoeming van Juhan Parts tot lid van de Rekenkamer;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en, ter informatie, aan de Rekenkamer, alsmеde aan de overige instellingen van de Europese Unie en de controle-instellingen van de lidstaten.


BIJLAGE 1: CURRICULUM VITAE VAN Juhan Parts

Onderwijs:

Gustav Adolf Gymnasium (voormalige Tallinn Secondary School No. 1) 1984; Universiteit van Tartu, rechten (cum laude) 1991

Loopbaan:

Ministerie van Justitie, adjunct-secretaris-generaal 1992–1998; Auditeur-generaal 1998–2002;

Eerste minister 2003–2005;

Minister van Economie en Communicatie 2007–2014 Huidig lid van Riigikogu

Partijlidmaatschap:

Res Publica/Pro Patria en Res Publica Union 2002–, voorzitter 2002– 2005, vicevoorzitter

Lidmaatschap van belangenorganisaties:

10e en 11e Riigikogu, 12e Riigikogu (adjunct-fractievoorzitter 2014–2015), 13e Riigikogu (fractievoorzitter); verkozen gemeenteraadslid in Tallinn 2002–2013

Onderscheidingen:

Orde van het Rijkswapen, 2e klasse 2008; Grootofficier in de Orde van de Infant Dom Henrique, Portugal 2003; Grootkruis in de Orde van Verdienste van de Republiek Italië 2004; Grootkruis in de Spaanse Orde van Burgerlijke Verdienste 2007; Commandeur der Eerste Klasse in de Orde van de Poolster van het Koninkrijk Zweden 2011; Orde van de Drie Sterren, 3e klasse 2012; Commandeur Grootkruis in de Orde voor Verdiensten voor Litouwen 2013; Commandeur met Ster in de Orde van Verdienste van de Republiek Polen 2014; Ereteken van de voormalige Estse vereniging van de woudbroeders 2005.


BIJLAGE 2: ANTWOORDEN VAN Juhan Parts OP DE VRAGENLIJST

Beroepservaring

1.  Gelieve uw beroepservaring op het gebied van overheidsfinanciën te vermelden, of dat nu ervaring is op het vlak van begrotingsplanning, begrotingsuitvoering of -beleid, begrotingscontrole of audits.

De belangrijkste ervaring die ik heb opgedaan in mijn functies in de desbetreffende domeinen bestond onder meer in het volgende:

-  Als vicekanselier van het Ministerie van Justitie (1992-1998) was ik tevens verantwoordelijk voor het beheer van de rechtsbedeling op het niveau van het overheidsapparaat. In die functie richtte ik gerechtelijke instanties op en stond ik in voor de uitwerking, de financiële verslaglegging over en het toezicht op hun begroting. De belangrijkste gerechtelijke instanties waren: de rechtbanken van eerste en tweede aanleg (23 in het totaal), het nationale Openbaar Ministerie en regionale Openbare Ministeries (16 in het totaal), gevangenissen (9), reclasseringsdiensten (15) en griffies (15).

-  Lid van de raad van bestuur van het Estse Privatiseringsbureau (1993-1996). Het Privatiseringsbureau was verantwoordelijk voor de herstructurering van nagenoeg alle overheidsbedrijven: het voorbereiden van de privatisering, de eigenlijke privatisering en het toezicht op de naleving van de verplichtingen na de privatisering. Dat was een aanzienlijke opgave, waarbij in de loop van verschillende perioden honderden ondernemingen werden geprivatiseerd die onder de verantwoordelijkheid van het Privatiseringsbureau vielen. Naast de gebruikelijke functies van eigenaar, omvatte dit werk ook bijzondere controles en audits.

-  Als overheidsinspecteur (1998-2002) was ik verantwoordelijk voor externecontroletaken in Estland. De voornaamste opdracht gedurende die periode bestond erin de nationale rekenkamer om te vormen tot een moderne en doeltreffende controle-instantie die voldeed aan internationale auditnormen (voor financiële, nalevingsgerichte en doelmatigheidscontroles).

Daarnaast werkte de nationale rekenkamer actief mee aan de herziening van het volledige financiële beheersysteem van de staat, in samenwerking met het parlement en de regering. De hervorming van het financiële beheersysteem van de staat omvatte: het opstellen van een duidelijke en logische beheer- , verslagleggings- en controleketen in de bestuursstructuur, het omzetten van gewone jaarverslagen over de uitvoering van de staatsbegroting in volledige geconsolideerde financiële verslagen van de staat en de toepassing van internationale internecontrolevereisten voor de overheidssector en van interneauditverplichtingen. Het takenpakket van de nationale rekenkamer werd aangevuld met een jaarlijkse controle en een conformiteitscontrole van de financiële verslagen van de staat.

Daarnaast begon de nationale rekenkamer ook met de geleidelijke toepassing van de beginselen van prestatiebeheer en de 3E-principes in de overheidssector en verrichtte zij een hele reeks doelmatigheidscontroles om het prestatiebeheer te bevorderen.

Daarbij werd bijzondere aandacht geschonken aan de samenwerking tussen de nationale rekenkamer en het Estse Parlement. Tijdens mijn ambtstermijn als eerste minister in 2004 richtten we een commissie voor de overheidsrekeningen op en stelden we een standaardprocedure voor verslaglegging door de nationale rekenkamer vast.

Dat was een breedgedragen hervorming, die ook binnen de nationale rekenkamer om ingrijpende veranderingen vroeg. We voerden die veranderingen door in samenwerking met deskundigen van het Sigma-programma van de OESO, met de hoge controle-instanties van Nederland en Zweden als partners. Een van de essentiële aspecten van het strategische ontwikkelingsplan was een uitgebreid intern opleidingsprogramma over de filosofie, de methodologie en de technieken van financiële en doelmatigheidscontroles.

Ik bracht ook een samenwerking met de ERK tot stand, omdat Estland in die periode voor het eerst gebruik kon maken van de verschillende fondsen die door de Europese Unie worden aangeboden.

Van 1998 tot 2002 was ik lid van de raad van bestuur van EUROSAI, de Europese Organisatie van Hoge Controle-instanties, en nam ik deel aan verschillende projecten voor de uitwerking van auditmethoden om de samenwerking tussen hoge controle-instanties te bevorderen.

-  Volgens de Estse grondwet staat de eerste minister (een ambt dat ik van 2003 tot 2005 bekleedde) aan het hoofd van de uitvoerende macht. We voerden een verplichting voor overheidsinstellingen in om op prestaties gebaseerde actieplannen en verslagen op te stellen; we werkten een kader voor strategisch beheer door de staat uit (ontwikkelingsplannen, langetermijnbeleid en begrotingsplanning om dat beleid uit te voeren).

Er werd een commissie voor de overheidsrekeningen ingesteld binnen het Estse Parlement, met de nodige procedures, bevoegdheden en verplichtingen.

We namen de eerste omvattende strategie voor corruptiepreventie en corruptiebestrijdingsmaatregelen aan en pasten ze toe. Die strategie omvatte ook voorschriften inzake de aansprakelijkheid van bestuurders, interne controles en audits voor de overheidssector en voor beursgenoteerde bedrijven.

Met de toetreding tot de Europese Unie in 2004 werden de kredieten uit de Europese Structuurfondsen volledig beschikbaar. Daartoe moest een grondige hervorming worden doorgevoerd in de overheidssector om aan alle vereisten van de Europese Unie inzake beheer- en controlesystemen voor overheidsfinanciering te voldoen.

-  De minister van Economische Zaken en Communicatie (mijn ambt van 2007 tot 2014) draagt de politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het beheer van alle overheidsmiddelen die aan hem worden toevertrouwd en voor de verslaglegging over en de controle op het gebruik ervan. De minister is onder meer bevoegd voor het gebruik van kredieten uit verschillende structuur- en regionale fondsen van de EU (ondernemingen, innovatie, energiemarkt, vervoer, e-Estland of de toepassing van ICT, telecommunicatie en toerisme). Tijdens de periode van het financieel kader van de EU voor 2007-2013 was ik verantwoordelijk voor de uitwerking en uitvoering van beleid inzake het gebruik van die financiering en was ik belast met de voorbereidingen en onderhandelingen voor de programmeringsperiode 2014-2020. Zo kon ik een ruime kennis en ervaring opdoen inzake het beheer, de verslaglegging en de controles die samenhangen met het gebruik van middelen van de Europese Unie. Ik wil er graag op wijzen dat Estland altijd een van de landen is geweest waar de kredieten van de Europese Structuurfondsen het meest efficiënt en succesvol werden geïnvesteerd in sociaal-economische ontwikkeling.

De minister van Economische Zaken voert taken uit met betrekking tot de algemene vergadering van ondernemingen die geheel of gedeeltelijk eigendom zijn van de staat. Tijdens mijn ambtstermijn was ik zo verantwoordelijk voor een vijfentwintigtal ondernemingen (waaronder energiebedrijven, een haven, de spoorwegen, de post, luchthavens, uitvoerkredieten enz.). Op de algemene vergadering moest een besluit worden genomen inzake de zogeheten "verwachtingen van de eigenaar" en moest worden toegezien op de tenuitvoerlegging van die verwachtingen. Voorts nam de algemene vergadering de gecontroleerde jaarverslagen aan en startte zij waar nodig speciale controles en nam zij besluiten inzake interneauditverplichtingen.

Als lid van het Estse Parlement (van 2014 tot nu) zetel ik in de commissies Europese Zaken en Buitenlandse Zaken. De commissie Europese Zaken is volgens het Estse recht belast met de goedkeuring van alle standpunten van Estland over de verschillende vraagstukken die worden besproken in de verschillende samenstellingen van de Raad van de EU, ook naar aanleiding van de besteding van kredieten uit de Structuurfondsen van de EU en de hoorzittingen over de verslagen van de regering over de stand van zaken.

2.  Wat zijn de belangrijkste successen die u tijdens uw loopbaan heeft geboekt?

Ik heb de afgelopen 25 jaar voortdurend een openbaar ambt bekleed. Estland herwon in 1991 zijn onafhankelijkheid. Daarmee kwam een einde aan de bezetting door de Sovjet-Unie. In de 25 jaar daarna heeft het Estse volk op de ruïnes van het Sovjetimperium een vrije, democratische Europese staat opgebouwd op basis van de markteconomie en het maatschappelijk middenveld. Ik heb de unieke kans gekregen om mijn steentje bij te dragen aan dat historische proces. Een kort overzicht van mijn belangrijkste verwezenlijkingen:

-  De totstandbrenging van een modern rechtsstelsel (wetten, instellingen, informatiesystemen). De uitwerking van het nieuwe Estse privaatrecht (burgerlijk wetboek, handelswetboek) en de oprichting van instellingen om de bescherming van eigendommen, de open markteconomie en particuliere ondernemingen te ondersteunen waren eerste geslaagde stappen om de economie te hervormen. Als vicekanselier van het Ministerie van Justitie was ik tevens verantwoordelijk voor dit proces op het niveau van het overheidsapparaat.

-  De oprichting van een moderne nationale rekenkamer die voldoet aan internationale auditnormen en die het parlementaire toezicht op de uitvoerende macht heeft versterkt en de beste praktijken op het gebied van financieel beheer in de overheidssector nastreeft.

-  Toen ik eerste minister van Estland was, hebben wij het toetredingsproces tot de Europese Unie tot een goed einde weten te brengen. Estland is in 2004 dan ook toegetreden tot de Unie. Ik had tot taak het imago van Estland als nieuwe lidstaat van de EU te ontwikkelen, een strategie voor het lidmaatschap uit te werken en een omvattend EU-beleid aan te nemen. Estland werd in 2004 eveneens lid van de NAVO. Mijn regering moest een nieuwe nationale veiligheids- en defensiestrategie uitwerken, waarin rekening moest worden gehouden met het feit dat we deel zouden gaan uitmaken van de collectieve defensie van de NAVO. Om de economische uitdagingen aan te pakken waarmee Estland werd geconfronteerd, gaf mijn regering de aanzet tot de uitwerking en toepassing van een strategie om Estland om te vormen van een lageloonland naar een land dat prat gaat op innovatie. Om het ondernemingsklimaat te verbeteren en te waarborgen dat overheidsmiddelen efficiënt zouden worden gebruikt, nam de door mij geleide regering een omvattende strategie voor corruptiepreventie en corruptiebestrijdingsmaatregelen aan.

-  Als minister van Economische Zaken was ik onder meer verantwoordelijk voor de bedrijfswereld, innovatie, de interne markt van de EU, toerisme, het toezicht op de mededinging, consumentenbescherming, energie, vervoer, post en telecommunicatie, e-Estland, de bouwsector en huisvesting, staatsondernemingen en ondersteuning voor ecosystemen voor start-ups.

-  De innovatiestrategie (2007-2013) had tot doel een structurele verandering in de Estse economie te ondersteunen, om van een lagelooneconomie te evolueren naar een op innovatie gebaseerde economie. Estland behoort ondertussen tot de Europese middenmoot wanneer het op innovatie aankomt.

-  De volledige openstelling van de energiemarkt en de tenuitvoerlegging van investeringsmaatregelen om de werking van de markt te ondersteunen (ESTLINK 2, BEMIP-programma). Estland geniet tegenwoordig meer energiezekerheid dan de meeste andere landen, en ook het aandeel van hernieuwbare energie in zijn energiemix is aanzienlijk gegroeid.

Een van de onlosmakelijke doelstellingen van het energiebeleid bestond erin bedrijven te motiveren om te investeren in nieuwe, concurrentiekrachtige productiemethoden die voldoen aan hoge milieunormen. Om de energiezekerheid en de continuïteit van de energievoorziening te verzekeren en productiefaciliteiten van voor de jaren 1960, die niet aan de Europese vereisten voldeden, te vervangen, ondersteunden we investeringen in de nieuwe elektriciteitscentrale in Narva en de reservecentrale in Kiisa, in nauwe samenwerking met de Europese Commissie.

Een van de strategische thema's van het Estse energiebeleid is de modernisering van de chemische industrie voor olieschalie en de innovatie in die sector. Een van de componenten van het energiebeleid bestond er dan ook in de internationalisering van de desbetreffende ondernemingen aan te moedigen. De grootste vooruitgang werd geboekt met het omvattende ontwikkelingsproject van Eesti Energie AS in samenwerking met de regering van Jordanië (waarbij in een eerste fase zo'n 2 miljard euro werd geïnvesteerd), waarin ondernemingen uit Maleisië en China met ervaring op het desbetreffende gebied een meerderheidsbelang hebben. Jammer genoeg werden deze energie-investeringen in Estland verkeerd geïnterpreteerd en werd er verkeerde informatie verspreid.

-  e-Estland als de integrale ontwikkeling van de digitale samenleving. De minister van Economische Zaken is verantwoordelijk voor de basisinfrastructuur van de elektronische overheid (de regels voor de digitale samenleving, persoonlijke identiteit in cyberspace, X-road, de uniforme architectuur voor databanken van de staat) en coördineert de ontwikkeling van eenvormige elektronische overheidsdiensten in de gehele overheidssector. In 2013 zetten we een mondiaal project voor e-verblijf op.

-  De prioriteiten voor de vervoerslogistiek zagen er als volgt uit: aangezien de belangrijkste handelspartners van Estland zich in de EU bevinden, moesten er concurrerende verbindingen over de weg, per spoor, over zee en door de lucht worden ontwikkeld, evenals regels ter ondersteuning van die verbindingen. Estland is eeuwenlang een kruispunt geweest voor de handel tussen oost en west. Om de kansen die dat biedt beter te benutten, moet er moderne infrastructuur worden ontwikkeld, moeten er bilaterale en multilaterale internationale overeenkomsten worden gesloten en moet een intensieve internationale samenwerking worden nagestreefd (ook met de Russische Federatie en de Volksrepubliek China).

-  Binnen het vervoerbeleid kwam er veel commentaar op de investeringen van de Estse regering in de nationale luchtvaartmaatschappij, Estonian Air. In 2010-2011 besloot de Estse regering om samen met particuliere investeerders over te gaan tot een kapitaalinjectie in de onderneming, op basis van het beginsel van de particuliere marktinvesteerder, hetgeen is toegestaan op de Europese interne markt. Het ondernemingsplan van de onderneming, dat werd opgesteld in samenwerking met luchtvaartconsultants, moest het bedrijf in staat stellen om te groeien, om zo de nodige verbindingen om de ontwikkeling van de Estse economie te ondersteunen, op een meer doeltreffende wijze te verzekeren. Jammer genoeg werd de onderneming bij de tenuitvoerlegging van haar ondernemingsplan met verschillende belemmeringen geconfronteerd. De regering lanceerde daarom een procedure voor staatssteun, in overeenstemming met de richtsnoeren voor het herstructureren van bedrijven in moeilijkheden.

-  We wisten het probleem met de ijsbrekercapaciteit op te lossen dat de zeevaart al tientallen jaren bemoeilijkte. Deze investering was rendabeler voor een overheidsbedrijf (doordat ijsbrekers voor diverse activiteiten kunnen worden ingezet, kunnen er in de lente en de herfst aanzienlijk meer diensten worden verricht in maritieme en oceanografische bouw- en onderzoeksprojecten), en de staat kreeg de toelating om – op een veel kosteneffectievere wijze dan voordien – ijsbrekercapaciteit aan te kopen in samenwerking met de Europese Commissie. Met kredieten uit de Europese structuurfondsen deden we de grootste investering in milieuvriendelijk openbaar vervoer van de afgelopen 20 jaar. Daartoe vervingen we in samenwerking met de betrokken onderneming een groot deel van het rollend spoormaterieel in heel Estland. De nieuwe treinen werden in de volksmond de "wortels van Parts" genoemd (naar hun oranje kleur). Deze investering toonde ook uitstekend aan hoe EU-middelen doeltreffend kunnen worden ingezet en kwam de populariteit van de EU zeker ten goede.

-  Maatregelen om de economische crisis van 2008-2009 aan te pakken: intensieve aanpassingsmaatregelen in zowel de particuliere als de overheidssector; een programma van maatregelen ter ondersteuning van de uitvoer en internationalisering van bedrijven. Toegang tot durfkapitaal (het publiekrechtelijke ontwikkelingsfonds) en de invoering van het start-upprogramma versnelden de oprichting en ontwikkeling van startende bedrijven in Estland. De verhoging van overheidsinvesteringen was een andere essentiële stap om de economie te stimuleren in tijden van crisis. Estland trad in 2011 toe tot de eurozone.

3.  In hoeverre heeft u beroepservaring opgedaan bij internationale multiculturele en meertalige organisaties of instellingen die in andere landen dan uw thuisland zijn gevestigd?

-  Bij de totstandbrenging van het rechtsstelsel hebben we verschillende juridische en economische deskundigen uit de Bondsrepubliek Duitsland, Nederland, de VS, Finland en Zweden betrokken. Het ging daarbij niet om eenmalige projecten, maar om een duurzaam samenwerkingsprogramma voor de ontwikkeling van alle aspecten van een moderne staat die geregeld worden door de rechtsstaat (deskundigen inzake wetgeving, omvattende opleidingsprogramma's, samenwerkingsseminars en wetenschappelijke conferenties).

-  Als overheidsinspecteur was ik lid van de raad van bestuur van EUROSAI. De nationale rekenkamer kon voor de uitwerking van strategieën rekenen op deskundige partners van OESO SIGMA en op de samenwerking met partners van de nationale rekenkamers van Nederland en Zweden.

-  De eerste minister vertegenwoordigt Estland in de Europese Raad en is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van veelomvattende bilaterale internationale betrekkingen. De eerste minister zit de werkzaamheden in de Oostzeeraad voor op het niveau van de regeringsleiders, evenals de NB8 (de Noords-Baltische Acht) en de Baltische Raad.

-  Als minister van Economische Zaken vertegenwoordigde ik Estland in de Mededingingsraad en de Raad Vervoer, telecommunicatie en energie van de EU. Estland werd in 2012 lid van de OESO, en de minister van Economische Zaken was verantwoordelijk voor gesprekken op uiteenlopende gebieden. Ik stond eveneens aan het hoofd van het team dat de onderhandelingen voerde over het Estse lidmaatschap van het Internationaal Energieagentschap. Ik heb Estland vertegenwoordigd in talrijke internationale organisaties (waaronder de Internationale Telecommunicatie-Unie, de Internationale Postunie, de ICAO enzovoort). Als medevoorzitter namens de Republiek Estland heb ik meerdere bilaterale intergouvernementele comités voorgezeten: het Ests-Oekraïense Intergouvernementele Comité; het Ests-Kazachse Intergouvernementele Comité; het Ests-Azerbeidjaanse Intergouvernementele Comité. Die intergouvernementele comités houden zich niet alleen bezig met samenwerking in economische aangelegenheden en handel, maar ook met cultuur, onderwijs en andere aspecten van het leven.

-  Ik heb deelgenomen aan talrijke internationale fora (waaronder het World Economic Forum, het Crans Montana Forum, enzovoort) en was uitgenodigd als spreker op evenementen georganiseerd door internationale denktanks (zoals het CATO Institute en de Heritage Foundation).

4.  Heeft men u kwijting verleend voor de managementtaken die u voorheen uitvoerde, indien een dergelijke procedure van toepassing is?

In overeenstemming met het Estse recht keurt het Estse Parlement jaarlijks de verslagen van de regering over de uitvoering van de staatsbegroting goed, nadat het het advies van de nationale rekenkamer heeft gehoord. Uit juridisch oogpunt verschilt deze procedure op veel punten van de kwijtingsprocedure die in het Europees Parlement wordt toegepast.

5.  Welke van de door u vervulde functies waren het gevolg van een politieke benoeming?

De vicekanselier bij het ministerie van Justitie is een openbare ambtenaar en zijn benoeming is niet politiek van aard. Het beginsel van een professioneel ambtenarenapparaat wordt in Estland toegepast sinds 1992.

De overheidsinspecteur wordt aangesteld door het parlement, op voordracht van de president van de Republiek en moet onpartijdig en onafhankelijk zijn wat het partijlidmaatschap betreft.

In Estland is de regering steeds een coalitieregering geweest: er zijn politieke overeenkomsten tussen de partijen voor nodig. Doorgaans is diegene die tot eerste minister wordt benoemd de leider van de partij die de meeste stemmen heeft behaald bij de verkiezingen en die een coalitieregering kan vormen die kan functioneren. De kandidaat voor het ambt van eerste minister wordt voorgedragen door de president van de Republiek, en hij of zij moet een motie van vertrouwen krijgen van het parlement.

Kandidaten voor ministeriële ambten worden voorgedragen door de bevoegde instanties van de partijen die de coalitieregering vormen, in overeenstemming met de verdeling van de portefeuilles over de partijen. De kandidaat die door de partijen wordt voorgesteld, moet worden goedgekeurd door de eerste minister, die een overeenkomstig voorstel doet aan de president van de Republiek.

6.  Wat zijn de drie belangrijkste beslissingen waarbij u tijdens uw loopbaan betrokken bent geweest?

-  Het referendum over de toetreding van Estland tot de Europese Unie in september 2003. Bij het referendum stemde 67 % voor toetreding en eveneens voor een overeenkomstige wijziging van de grondwet. Als regeringsleider was ik een van de voorstanders van een stem voor toetreding.

-  De status van het Estse rechtsstelsel als onderdeel van het rechtsstelsel van het Europese vasteland. Na het herstel van de onafhankelijkheid moest de fundamentele politieke en culturele keuze worden gemaakt welk rechtsstelsel aan de basis moest liggen van de wederopbouw van de Estse staat in 1992.

-  De toetreding van Estland tot de eurozone en de strategie om de economische crisis van 2008-2009 het hoofd te bieden.

-  Daarnaast waren er vele andere gewichtige beslissingen. Zie ook het antwoord op de vragen 1-3.

Onafhankelijkheid

7.  In het Verdrag wordt bepaald dat de leden van de Rekenkamer hun ambt "volkomen onafhankelijk" uitoefenen. Hoe zou u bij de uitoefening van uw toekomstige functie invulling geven aan deze verplichting?

Ik ben voornemens de onafhankelijkheidsvereisten die voortvloeien uit het Verdrag betreffende de Europese Unie en de ethische code en gedragscode van de ERK volledig na te leven. Ik houd mij ook aan de beginselen die zijn aangenomen door de Internationale Organisatie van Hoge Controle-instanties (INTOSAI) in haar verklaringen van Lima en Mexico.

Als lid van de ERK zou ik situaties die tot belangenconflicten zouden kunnen leiden strikt mijden. Dat betekent dat ik bij de uitoefening van mijn functie geen instructies van regeringen of andere instanties zou vragen of aanvaarden. Ik zou mij ook onthouden van iedere handeling die onverenigbaar is met mijn ambt. Ik zal mij bij de uitoefening van mijn functie uitsluitend laten leiden door de gemeenschappelijke belangen van de Europese Unie.

8.  Heeft u of hebben uw naaste familieleden (uw ouders, broers en zussen, wettelijke partner en kinderen) zakelijke of financiële belangen of andere verplichtingen waardoor een conflict met uw toekomstige taken zou kunnen optreden?

Noch ik, noch mijn naaste familieleden hebben zakelijke of financiële belangen of andere verplichtingen waardoor een conflict met mijn toekomstige taken als lid van de ERK zou kunnen optreden.

9.  Bent u bereid om al uw financiële belangen en andere verplichtingen aan de voorzitter van de Rekenkamer te onthullen en ze openbaar te maken?

Ik ben bereid de president van de Rekenkamer in te lichten over al mijn financiële belangen en andere verbintenissen, en het is het vaste gebruik die te publiceren. In de afgelopen 18 jaar heb ik, zoals vereist uit hoofde van de Estse wetgeving, mijn financiële belangen en andere verbintenissen kenbaar gemaakt aan de passende commissie (momenteel de parlementaire commissie voor corruptiebestrijding), die deze verklaringen ook heeft gepubliceerd.

10.  Bent u momenteel betrokken bij een gerechtelijke procedure? Zo ja, verstrek nadere bijzonderheden.

Nee, ik ben momenteel niet betrokken bij enige gerechtelijke procedure.

11.  Hebt u een actieve of uitvoerende rol in de politiek, en zo ja, op welk niveau? Heeft u de afgelopen 18 maanden een politieke functie vervuld? Zo ja, verstrek nadere bijzonderheden.

Ik werd bij de algemene verkiezingen van 2015 verkozen tot lid van het Estse parlement. In het Estse parlement ben ik lid van de commissie Europese Zaken en de commissie Buitenlandse Zaken en van mijn partij in het parlement. Ik maak deel uit van het bureau en de raad van de partij Isamaa ja Res Publica Liit.

12.  Zou u een functie waarvoor u gekozen bent, of een actieve functie met verantwoordelijkheden in een politieke partij opgeven als u wordt benoemd tot lid van de Rekenkamer?

Ja, ik zal aftreden als lid van het Estse parlement en zal alle partijfuncties waarvoor ik ben verkozen (bureau, raad) opgeven.

13.  Hoe zou u te werk gaan bij een zaak die verband houdt met een ernstige onregelmatigheid, of zelfs fraude en/of corruptie, waarbij personen uit uw lidstaat van herkomst betrokken zijn?

Fraude, corruptie en ernstige onregelmatigheden ondermijnen de fundamenten van de democratische samenleving. Elke burger heeft de plicht ze te bestrijden.

In al mijn voorgaande ambten heb ik een nultolerantie gehanteerd tegenover misbruik van overheidsmiddelen. Voor mij spelen zowel preventieve maatregelen als effectieve controletaken een essentiële rol.

Als ik in mijn toekomstige ambt geconfronteerd zou worden met onregelmatigheden uit mijn land van herkomst, zou ik onpartijdig optreden. Ik zou dergelijke zaken dus op dezelfde manier behandelen als zaken uit andere lidstaten.

Bij de ERK zijn passende procedures ingesteld om dergelijke zaken te behandelen. Ik ben voornemens mij strikt aan de desbetreffende regels te houden.

Indien een zaak betrekking zou hebben op mensen die ik reeds kende, zou ik het nodig achten de voorzitter van de ERK daarover te raadplegen. In fraude- en corruptiezaken is het van cruciaal belang dat de getroffen maatregelen niet alleen correct zijn, maar ook als correct worden beschouwd. In sommige zaken kan het beter zijn dat het lid uit de betrokken lidstaat de verantwoordelijkheid voor bepaalde delen van controles overdraagt aan een lid uit een andere lidstaat.

Voldoen aan verplichtingen

14.  Wat zijn volgens u de belangrijkste kenmerken van een cultuur van goed financieel beheer in eender welke openbare dienst? Hoe zou de Rekenkamer hiertoe kunnen bijdragen?

De begrotingsmiddelen die door de overheidssector kunnen worden gebruikt, worden betaald door de belastingbetaler. Dat geldt ook voor de EU-begroting. De belastingbetalers hebben het recht te weten of hun geld op de best mogelijke manier is besteed. Begrotingsmiddelen moeten met andere woorden overeenkomstig de beginselen van goed financieel beheer worden besteed – geld moet dus zuinig, efficiënt en doelmatig worden gebruikt.

Ook in het EU-recht (het Verdrag en het Financieel Reglement) is bepaald dat begrotingsmiddelen moeten worden besteed overeenkomstig de beginselen van goed financieel beheer.

Een basisvereiste van goed financieel beheer is dat het beheer, de verslaglegging en de controle-/auditketens duidelijk en logisch moeten zijn vastgesteld:

-  de begroting, de doelstellingen en de gewenste resultaten worden bepaald door de instanties die de begroting goedkeuren;

-  de instantie die verantwoordelijk is voor de begrotingsuitvoering beschikt over de nodige middelen en bevoegdheden om de gewenste resultaten te bereiken en past de overeengekomen beleidslijnen plichtsgetrouw toe;

-  de instantie die verantwoordelijk is voor de begrotingsuitvoering brengt op overeengekomen tijdstippen verslag uit over de besteding van de middelen en de verwezenlijking van de doelstellingen;

-  de controle-/auditinstanties (in het bijzonder de hoge controle-instantie) verzekeren dat de door de uitvoerende macht verstrekte informatie correct en relevant is, zowel aan de instantie die de begroting goedkeurt als aan het grote publiek;

-  de instanties die over de begroting beslissen bestuderen het activiteitenverslag van de uitvoerende macht zorgvuldig om de belastingbetalers zekerheid te bieden dat hun geld op regelmatige en effectieve wijze werd besteed. Bij problemen krijgt de uitvoerende macht duidelijke aanbevelingen om de situatie te verbeteren.

Ik wil hierbij graag benadrukken dat het bij al deze procedurele stappen van cruciaal belang is de transparantie van de besluiten en de verslaglegging te waarborgen. Het is van essentieel belang dat iedereen duidelijk weet wat de Commissie en de instanties van de lidstaten moesten verwezenlijken en wat zij werkelijk hebben verwezenlijkt.

Het verslag moet niet alleen duizenden feiten bevatten, het moet in zijn geconsolideerde vorm ook eenvoudig toegankelijk en begrijpelijk zijn voor het parlement en de bevolking.

Als hoogste controle-instantie van de EU kan en moet de ERK haar steentje bijdragen om te verzekeren dat het genoemde beheer, de verslaglegging en de controleketens adequaat en doeltreffend werken. Er moet natuurlijk eerst en vooral worden verzekerd dat de Rekenkamer haar kerntaak perfect vervult en dat zij dus verslag uitbrengt over de vraag of de prestaties van en verslaglegging door de uitvoerende macht voor een zuinig, efficiënt en doelmatig gebruik van de middelen zorgen.

Ik ben van mening dat de ERK ook meer aandacht zou moeten schenken aan het verbeteren van het algemene beheer van de besteding van alle EU-middelen. Het recente Speciaal verslag nr. 27/2016 over "Governance bij de Europese Commissie — beste praktijken?" is een stap in de goede richting. Ik kan me enkel aansluiten bij het standpunt van de ERK dat de Commissie een voorbeeldfunctie dient te vervullen in het beheer en een voortrekkersrol dient te spelen bij de uitwerking van beste praktijken.

15.  Volgens het Verdrag moet de Rekenkamer het Parlement bijstaan in de uitoefening van zijn bevoegdheid voor controle op de uitvoering van de begroting. Hoe zou u de samenwerking tussen de Rekenkamer en het Europees Parlement (in het bijzonder de Commissie begrotingscontrole) verder verbeteren om zowel het overheidstoezicht op de algemene uitgaven als het rendement ervan te bevorderen?

Als waarnemer heb ik de indruk dat er voortdurend wordt samengewerkt tussen de ERK en het Europees Parlement, en in het bijzonder de Commissie begrotingscontrole. De ERK levert een zichtbare bijdrage. Het lijkt erop dat er een zekere grens is bereikt wat het aantal activiteiten betreft. Zo'n 40 verslagen inzake doelmatigheidscontroles per jaar zou meer dan voldoende moeten zijn.

De ERK kan het Europees Parlement helpen met bepaalde aspecten van het toezicht op de uitvoering van zijn begroting, in het bijzonder door op het juiste moment passendere auditverslagen op te stellen. Daartoe zou de ERK zelf in staat moeten zijn om controlewerkzaamheden te verrichten op een hoger niveau. Het is echter ook van cruciaal belang dat zij actief inspeelt op de wensen van het Parlement inzake specifieke kwesties die kunnen worden gecontroleerd.

Ik ben van mening dat als we meer effect willen sorteren met de controles door de ERK, die controles ook moeten worden besproken door andere commissies van het Parlement. Het Parlement kan natuurlijk intern op soevereine wijze bepalen hoe het zijn werkzaamheden wil organiseren, maar besprekingen van controles op bijvoorbeeld landbouw – die technisch van aard zijn – zouden bijzonder nuttige informatie kunnen verschaffen aan de desbetreffende commissie.

Ik ben persoonlijk bereid om al mijn ervaring aan te wenden om de samenwerking tussen beide instellingen te ondersteunen om het welslagen van het Europese project te bevorderen. Ik ben ervan overtuigd dat de ERK via haar werkzaamheden het Europees Parlement aanzienlijk kan helpen, en zo ook kan helpen om het vertrouwen van de bevolking in de EU en haar instellingen te herstellen.

16.  Wat is volgens u de toegevoegde waarde van doelmatigheidscontroles en hoe moeten de bevindingen worden geïntegreerd in de beheerprocedures?

Toen ik overheidsinspecteur was in Estland, besteedde ik bijzondere aandacht aan de ontwikkeling van doelmatigheidscontroles. Ik deed dat echter niet alleen om moderne controleproducten uit te werken, maar vooral om de doelmatigheidscontroles van de volledige overheidsadministratie naar een hoger niveau te tillen.

De doeltreffendheid van doelmatigheidscontroles wordt hoofdzakelijk bepaald door de juiste keuze van de thema's op het juiste moment. Hoe goed een controle ook wordt uitgevoerd, ze kan nooit een echte meerwaarde bieden voor de samenleving als ze betrekking heeft op bijkomstige zaken. In de collegiale toetsing van de ERK van 2014 zijn talrijke nuttige aanbevelingen gedaan voor de verdere ontwikkeling van de deskundigheid van de ERK op het gebied van doelmatigheidscontroles.

De doeltreffendheid van doelmatigheidscontroles moet worden bepaald aan de hand van veranderingen in de werkelijke situatie, de problemen die werkelijk worden opgelost en het aantal voorstellen dat niet is aanvaard en toegepast. Ik houd in het achterhoofd dat het succes van de controleur en van de instantie die wordt gecontroleerd niet wordt gemeten aan de hand van de aanvaarde en toegepaste aanbevelingen. Dat leidt al snel tot een situatie waarin voorstellen worden geformuleerd die voor beide partijen voordelig zijn. In veel gevallen moet de routine bij de uitvoerende macht op een positieve manier worden doorbroken, en in dergelijke situaties zijn het begrip en de steun van het Europees Parlement van essentieel belang.

Om effect te kunnen sorteren met de doelmatigheidscontroles, is het van essentieel belang om te kunnen terugvallen op een partner die er belang bij heeft om de problemen die in de controles worden aangekaart, op te lossen. De ERK heeft in de Commissie begrotingscontrole een uitstekende partner. Het lijdt geen twijfel dat uw commissie het parlementaire toezicht op het optreden van de uitvoerende macht in de meest directe zin van het woord uitoefent. Tegelijkertijd is het van cruciaal belang dat de gecontroleerde instantie (in dit geval de Europese Commissie) op de hoogte wordt gebracht van de problemen die er zijn en dat zij doortastende maatregelen treft om de situatie recht te zetten.

Een van de essentiële aspecten van een doelmatigheidscontrole is de mogelijkheid om niet alleen aandacht te besteden aan de negatieve aspecten. Een doelmatigheidscontrole kan ook bijzonder doeltreffend zijn als er goede praktijken worden vastgesteld en meegedeeld.

17.  Hoe kan de samenwerking tussen de Rekenkamer, de nationale controle-instanties en het Europees Parlement (Commissie begrotingscontrole) worden verbeterd op het punt van de controle van de EU-begroting?

Het EU-Verdrag schrijft voor dat de Europese Rekenkamer en de hoge controle-instanties van de lidstaten samenwerken in onderling vertrouwen en met behoud van hun onafhankelijkheid.

Een dergelijke samenwerking vindt plaats onder de auspiciën van een zogeheten contactcomité. Ik weet uit mijn eerdere ervaring dat de ERK deze samenwerking voortdurend actief nastreeft. Zelf ben ik altijd bereid om een intensifiëring van de controlesamenwerking tussen de ERK en de hoge controle-instanties van de lidstaten te ondersteunen.

Volgens mij zijn er mogelijkheden om de samenwerking op het gebied van doelmatigheidscontroles te verruimen, en dan vooral op die gebieden waarop mondiale problemen doeltreffender kunnen worden gecontroleerd via internationale samenwerking. Zo zouden vraagstukken als de opwarming van de aarde en energie op een zinvolle manier kunnen worden aangepakt door voor een zo breed mogelijke benadering te kiezen. Het contactcomité heeft onlangs ook verklaard voorstander te zijn van een intensievere samenwerking op deze domeinen.

Wat de nalevingsgerichte controles betreft, zou de ERK open moeten zijn en haar controlemethoden (zoals vragenlijsten voor de controles op steun voor de landbouw) moeten delen met alle controle- en toezichtinstanties die daarvoor belangstelling tonen. Op die manier zou kunnen worden gegarandeerd dat de controles die moeten worden verricht dezelfde reikwijdte hebben en zouden alle instanties in de toezichtketen elkaars werk beter kunnen benutten. De praktijk die tot nu toe werd toegepast, waarbij gezamenlijke controles met de lidstaten werden verricht, heeft om verschillende redenen niet de gewenste resultaten opgeleverd. Tegelijkertijd wil ik erop wijzen dat veel hoge controle-instanties hun eigen rol te spelen hebben in de controleketen voor EU-middelen, wat betekent dat zij in veel lidstaten als certificeringsinstantie optreden.

De ERK dient de wens van het Europees Parlement om samen te werken bij de controle van de EU-begroting uiteraard ernstig te nemen. De ERK dient deze controles niet alleen te bundelen, maar dient zelf ook actief opties voor te stellen.

18.  Hoe zou u de verslaglegging van de Rekenkamer verder ontwikkelen teneinde het Europees Parlement van alle noodzakelijke informatie te voorzien met betrekking tot de juistheid van de gegevens die door de lidstaten aan de Europese Commissie worden verstrekt?

De auditverslagen van de ERK leveren belangrijke input voor de jaarlijkse kwijting van de EU-begroting door het Europees Parlement en de Raad.

80 % van de Europese begrotingskredieten wordt besteed door officiële instanties van de lidstaten. Het is daarom altijd legitiem dat de lidstaten niet alleen verslag uitbrengen over de regelmatigheid, maar ook over de doelmatigheid waarmee de middelen zijn gebruikt. De Europese Commissie moet controleren dat die informatie relevant en correct is. De ERK heeft als onafhankelijke externe controleur de taak om het Europees Parlement, de Raad en de bevolking via haar verslagen te laten weten dat de door de lidstaten en de Commissie gepubliceerde gegevens relevant en correct zijn.

Ik begrijp heel goed dat het Parlement meer – en vooral geloofwaardigere – informatie wil krijgen over de maatregelen van de officiële instanties in de lidstaten die gevolgen hebben voor de begrotingskredieten waarvoor een gedeelde verantwoordelijkheid bestaat. Ik ben er zeker van dat de ERK bij de planning van haar controles rekening kan houden met die wens. Ik heb uit de huidige kwijtingsprocedure meegenomen dat de ERK eveneens op zoek is naar oplossingen.

Op de middellange en lange termijn moet echter zorgvuldig worden geëvalueerd of de informatie die de lidstaten en de Commissie moeten overleggen, net die informatie is die van essentieel belang is voor de kwijtingsprocedure of andere toezichtprocedures. Als we de informatie bekijken die door de verschillende directoraten-generaal van de Commissie wordt aangeleverd, lijkt het er soms op dat bureaucraten de klant bewust met informatie overstelpen. Het verslag over de huidige programmeringsperiode is hoofdzakelijk bedoeld om nalevingsinformatie te verschaffen (het foutenpercentage in fonds x en fonds z). De informatie over het doelmatige gebruik van de begroting is echter net zo belangrijk. Ondertussen – sinds vorig jaar – besteedt de Commissie meer aandacht aan het doelmatige gebruik van de middelen. Ik wil er graag op wijzen dat de regels voor deze programmeringsperiode al een aantal jaar geleden zijn aangenomen. Toch besef ik dat de ERK in dat verband meer inspanningen moet leveren en actief moet helpen nadenken over hoe de EU-middelen doelmatiger kunnen worden gebruikt. Daarbij mogen we niet vergeten dat het eveneens van essentieel belang is dat de regels worden gevolgd. Als de wil er is, zou het verslagleggingssysteem al bij de volgende tussentijdse herziening van het meerjarig begrotingskader kunnen worden geoptimaliseerd en in overeenstemming kunnen worden gebracht met de verwachtingen van het Europees Parlement en de belastingbetalers.

Andere vraagstukken

19.  Zou u uw kandidatuur intrekken indien het Parlement een ongunstig advies uitbrengt over uw benoeming als lid van de Rekenkamer?

Elk lid van de ERK moet absoluut het vertrouwen van het Europees Parlement wegdragen om zijn taken met succes te kunnen vervullen.

Ik ben ervan overtuigd dat de ervaring die ik tot nu toe heb opgedaan in mijn werk en mijn leven volledig voldoet aan de vereisten die van toepassing zijn op leden van de ERK.

Als het Europees Parlement desondanks van mening is dat er redenen zijn om te betwijfelen of ik aan de vereisten voor leden van de ERK voldoe en/of om te twijfelen aan mijn onafhankelijkheid, zou ik de Estse regering vragen om mijn kandidatuur in te trekken.


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Gedeeltelijke herbenoeming van de leden van de Rekenkamer - EE kandidaat

Document- en procedurenummers

12886/2016 – C8-0445/2016 – 2016/0817(NLE)

Datum raadpleging / verzoek om goedkeuring

27.10.2016

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

CONT

21.11.2016

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Bart Staes

14.11.2016

 

 

 

Datum goedkeuring

5.12.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

15

5

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Inés Ayala Sender, Martina Dlabajová, Luke Ming Flanagan, Ingeborg Gräßle, Bogusław Liberadzki, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Georgi Pirinski, Bart Staes, Indrek Tarand, Michael Theurer, Marco Valli, Derek Vaughan, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Caterina Chinnici, Andrey Novakov, Julia Pitera, Miroslav Poche, Patricija Šulin

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Tunne Kelam

Datum indiening

8.12.2016

Juridische mededeling - Privacybeleid