Procedure : 2015/2319(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0002/2017

Ingediende teksten :

A8-0002/2017

Debatten :

PV 13/02/2017 - 17
CRE 13/02/2017 - 17

Stemmingen :

PV 14/02/2017 - 8.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0021

VERSLAG     
PDF 385kWORD 55k
12.1.2017
PE 575.223v02-00 A8-0002/2017

inzake controle van het register en de samenstelling van de deskundigengroepen van de Commissie

(2015/2319(INI))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Dennis de Jong

Rapporteur voor advies (*):

Sylvia-Yvonne Kaufmann, Commissie juridische zaken

(*) Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie juridische zaken(*)
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

inzake controle van het register en de samenstelling van de deskundigengroepen van de Commissie

(2015/2319(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het besluit van de Commissie van 30 mei 2016 tot vaststelling van horizontale regels voor de oprichting en het functioneren van haar deskundigengroepen (C(2016)3301),

–  gezien de mededeling van de Commissie – Kaderregeling voor deskundigengroepen van de Commissie: horizontale regels en openbaar register, (C(2016) 3300 definitief,

–  gezien het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie(1),

  gezien zijn besluit van donderdag 28 april 2016 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014, afdeling III – Commissie en uitvoerende agentschappen(2),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie ontwikkelingssamenwerking en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken en de Begrotingscommissie (A8-0002/2017),

A.  overwegende dat het zijn bezwaren kenbaar heeft gemaakt over het functioneren van de eerdere kaderregeling voor deskundigengroepen van de Commissie van november 2010(3), die werd ingevoerd om belangrijke functionele innovaties aan te brengen ter versterking van de transparantie en coördinatie in de interinstitutionele werkzaamheden;

B.  overwegende dat de Begrotingscommissie in 2011 en 2014 begrotingsreserves aanhield wegens het gebrek aan transparantie en de onevenwichtige samenstelling van tal van deskundigengroepen, wijzend op de noodzaak van een juist evenwicht in de samenstelling van deskundigengroepen tussen expertise enerzijds en vertegenwoordigde standpunten anderzijds, en eisen stellend - waaraan nog steeds geen gevolg is gegeven - tot hervorming van een en ander ;

C.  overwegende dat in een recente studie die in opdracht van de Begrotingscommissie is uitgevoerd een grootschalig gebrek aan transparantie aan het licht is gekomen, alsmede een onevenwichtige samenstelling van een aantal deskundigengroepen(4);

D.  overwegende dat een evenwichtige samenstelling en transparantie cruciale voorwaarden zijn om te waarborgen dat de deskundigheid in afdoende mate aansluit bij de behoefte aan regelgevende maatregelen en om de legitimiteit van deze deskundigheid en regelgevende maatregelen tegenover de Europese burgers te verzekeren;

E.  overwegende dat de Europese Ombudsman in haar strategisch onderzoek(5) een aanbeveling heeft gedaan omtrent de samenstelling van deskundigengroepen van de Commissie, waarbij zij vooral het accent legde op de noodzaak van meer transparantie rond de deskundigengroepen;

F.  overwegende dat de Commissie overleg heeft gepleegd met vertegenwoordigers van het Parlement en de Europese Ombudsman alvorens het besluit vast te stellen;

G.  overwegende dat de Commissie het Parlement een werkdocument van haar diensten heeft overhandigd waarin op de aanbevelingen in een werkdocument van de rapporteur voor de Commissie begrotingscontrole wordt ingegaan;

H.  overwegende dat dit helaas niet wegneemt dat het werkdocument van de diensten van de Commissie evenmin als het besluit van de Commissie oplossingen biedt op alle door het Parlement aangestipte punten;

1.  verwelkomt het besluit van de Commissie van 30 mei 2016 tot vaststelling van horizontale regels voor de oprichting en het functioneren van haar deskundigengroepen, maar noemt het spijtig dat de Commissie geen volledige openbare raadpleging heeft georganiseerd, ofschoon vele niet-gouvernementele organisaties hier belang in stellen; herhaalt hoezeer het van belang is dat het maatschappelijk middenveld en de sociale partners in enige vorm worden betrokken bij cruciale aspecten als transparantie en functioneren van de Europese instellingen;

2.  geeft te kennen dat met de nieuwe horizontale regels aan veel van zijn eerdere bezwaren tegemoet is gekomen, in het bijzonder waar het ging om openbare sollicitatieoproepen voor de selectie van leden van deskundigengroepen en om herziening van het Register van deskundigengroepen en het aanbrengen van synergie tussen dat Register, het Transparantieregister van de Commissie en het Parlement, en om de nodige regels ter vermijding van belangenconflicten, met name ten aanzien van deskundigen die in hun persoonlijke hoedanigheid worden benoemd;

3.  stelt vast dat transparantie en coördinatie van interinstitutionele activiteiten van het grootste belang zijn en bijdragen tot een passend evenwicht wat betreft de deskundigheid en de standpunten die in de deskundigengroepen vertegenwoordigd zijn, waardoor de werkzaamheden van deze groepen aan kwaliteit toenemen; acht het dan ook een goede zaak dat de selectieprocedure nu openbaar is; wijst er in dit verband op dat de praktische ervaring en de kwalificaties van de deskundigen zichtbaar moeten zijn; is van mening dat de hele selectieprocedure een hoge mate van transparantie dient te waarborgen en aan duidelijkere en beknoptere criteria zou moeten zijn gebonden, met bijzondere nadruk op de praktische ervaring van de kandidaten, naast hun academische kwalificaties, alsmede op mogelijke belangenconflicten van deskundigen;

4.  acht het een goede zaak dat er reeds een link is aangebracht tussen het Register van deskundigengroepen van de Commissie en het Transparantieregister, waardoor meer transparantie wordt gewaarborgd;

5.  betreurt het dat het streven om een openbare raadpleging over de vaststelling van de nieuwe regels te houden niet geslaagd is; verzoekt de Commissie om transparant op te treden en verantwoording af te leggen aan de burgers van de EU;

6.  herinnert eraan dat ontbreken van transparantie een ongunstig effect heeft op het vertrouwen dat de Europese burger in de EU-instellingen heeft; doeltreffende hervorming van het systeem van deskundigengroepen van de Commissie, volgens duidelijke beginselen van transparantie en evenwichtige samenstelling, zal verbetering brengen in de verkrijgbaarheid en betrouwbaarheid van gegevens, wat op zijn beurt het vertrouwen van de mensen in de EU zal vergroten;

7.  benadrukt dat de nieuwe regels strikt moeten gelden voor alle deskundigengroepen, ongeacht hun benaming (zoals speciale groepen of groepen op hoog niveau of andere "buitengewone" groepen, en formele of informele groepen), die niet uitsluitend zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van de lidstaten of vallen onder het besluit van de Commissie van 20 mei 1998 betreffende de oprichting van Comités voor de sectorale dialoog tussen de sociale partners op Europees niveau6; herhaalt dat de nieuwe regels moeten zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging dankzij deelname van vertegenwoordigers van alle belanghebbende partijen.

8.  is van mening dat de Commissie vooruitgang zou moeten boeken wat een evenwichtigere samenstelling van deskundigengroepen betreft; vindt het echter jammer dat er nog geen uitdrukkelijk onderscheid wordt gemaakt tussen economische en niet-economische belangenvertegenwoordigers, waardoor een optimum aan transparantie en evenwicht zou worden bereikt; wijst er in dit verband op dat de Commissie in haar openbare oproep duidelijk zou moeten vermelden wat zij bedoelt met een evenwichtige samenstelling en welke belangen zij vertegenwoordigd wil zien als er deskundigengroepen worden opgericht; acht het dan ook van belang om het Parlement en het Economisch en Sociaal Comité bij een en ander te betrekken, zodat er een evenwichtigere definitie van dit onderscheid tot stand komt;

9.  vraagt de Commissie om steeds wanneer zij een nieuwe deskundigengroep opricht of de samenstelling van een bestaande wijzigt, in de sollicitatieoproep duidelijk te vermelden wat zij bedoelt met evenwichtige samenstelling en welke belangen zij vertegenwoordigd wil zien en waarom, en ook om, zodra de deskundigengroep eenmaal is opgericht, eventuele afwijkingen van de oorspronkelijk als evenwichtig bedoelde samenstelling te motiveren;

10.  wijst er in dit verband en met betrekking tot par. 34-45 van bovengenoemd advies van de Ombudsman op dat, hoewel de Commissie haar concept van "evenwicht" nog niet formeel heeft omschreven, dit niet moet worden beschouwd als de uitkomst van een wiskundige berekening, maar als het resultaat van inspanningen om te waarborgen dat de leden van een deskundigengroep beschikken over de technische expertise en verscheidenheid aan gezichtspunten die nodig zijn om het mandaat van de betreffende deskundigengroep uit te oefenen; is van mening dat het begrip evenwicht daarom moet worden opgevat als zijnde verbonden aan de specifieke opdracht van elke afzonderlijke deskundigengroep; is van mening dat de criteria om te beoordelen of een deskundigengroep evenwichtig is samengesteld ook betrekking moeten hebben op de taken van de groep, de vereiste technische expertise, de desbetreffende belanghebbenden, de organisatie van de groep van belanghebbenden en de juiste verhouding tussen economische en niet-economische belangen;

11.  vraagt de Commissie om terstond na te gaan of er een nieuwe klachtenregeling nodig is voor het geval dat de definitie van evenwichtige samenstelling door belanghebbende partijen wordt betwist dan wel of de huidige regelingen volstaan, en verlangt dat het Parlement bij dit controlemechanisme wordt betrokken;

12.  herinnert eraan dat de Commissie in het verleden niet altijd voldoende deskundigen heeft weten te vinden namens kmo, consumenten, vakbonden of andere organisaties van algemeen belang, en dat de reden hiervan vaak de kosten zijn van bijvoorbeeld opnemen van verlof of, in het geval van een kmo, vervanging voor de tijd gemoeid met zitting in een deskundigengroep, hierna aangeduid als ‘alternatieve kosten’;

13.  verlangt daarom dat de Commissie manieren zoekt om de deelname van ondervertegenwoordigde organisaties of sociale groeperingen aan deskundigengroepen te bevorderen en te stimuleren, onder meer door haar voorzieningen voor vergoeding van onkosten nog eens op doelmatigheid en redelijkheid te toetsen, en daarbij te bezien of uitgaven aan dergelijke ‘alternatieve kosten’’ ook kunnen worden gedekt, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel;

14.  vraagt de Commissie om de ontwikkeling van een subsidiestelsel te beproeven dat ondervertegenwoordigde groepen moet ondersteunen bij het verwerven van de expertise die nodig is om ten volle aan een deskundigengroep te kunnen deelnemen;

15.  vraagt de Commissie voor Europese non-gouvernementele organisaties de mogelijkheid te scheppen om zich in deskundigengroepen te doen vertegenwoordigen door vertegenwoordigers van hun nationale aangesloten organisaties, voorzover zij beschikken over een duidelijk mandaat van de Europese organisaties;

16.  vraagt de Commissie erop toe te zien dat als er ondanks specifieke regelingen nog steeds niet voldoende deskundigen gevonden kunnen worden die alle betrokken belangen vertegenwoordigen, de betrokken deskundigengroep alle aangewezen maatregelen neemt om te verzekeren dat het eindrapport van de deskundigengroep daadwerkelijk alle betrokken belangen op een evenwichtige manier vertegenwoordigt;

17.  herinnert eraan dat zowel het Parlement als de Europese Ombudsman de Commissie hebben aangeraden de agenda's, onderliggende documenten, notulen en besprekingen binnen een deskundigengroep openbaar te maken tenzij een gekwalificeerde meerderheid van de leden beslist dat een bepaalde vergadering of deel daarvan geheim moet blijven, en betreurt dat de Commissie vasthoudt aan een systeem waarin vergaderingen geheim blijven tenzij een eenvoudige meerderheid van de leden van een groep beslist dat de besprekingen openbaar moeten worden gemaakt;

18.  benadrukt dat gebruikers toegang moet krijgen tot een reeks documenten (agenda's, referentiedocumenten, verschillende verslagen), zodat de belanghebbenden het debat op doeltreffende wijze kunnen volgen; is verder van mening dat de website van het Register van deskundigengroepen – zij het als zodanig dan wel via hyperlinks naar andere websites – een van de instrumenten of mechanismen zou moeten vormen die worden ingezet om voortdurend geactualiseerde informatie over beleidsmatige ontwikkelingen te verkrijgen, en tegelijkertijd een grote mate van transparantie te waarborgen;

19.  vraagt de Commissie om in een specifieke, in overleg met belanghebbenden, waaronder het Parlement, uit te brengen aanwijzing uit te leggen hoe zij de bepaling interpreteert dat de notulen van de deskundigengroepen zinnig en volledig moeten zijn, temeer nu de vergaderingen niet openbaar zijn, en dringt er op aan dat de Commissie op dit punt voor maximale transparantie zorgt, met openbaarmaking van de agenda, onderliggende documenten, stemmingsuitslagen en gedetailleerde notulen inclusief de minderheidsstandpunten, conform de aanbeveling van de Europese Ombudsman;

20  herinnert eraan dat behalve degenen die in hun persoonlijke hoedanigheid worden benoemd, ook deskundigen van universiteiten, onderzoeksinstituten, advocatenkantoren, Europese en andere denktanks, en adviesbureaus in een belangenconflict kunnen raken, en verlangt dat de Commissie nader aangeeft hoe zij belangenconflicten onder deze specifieke categorieën van deskundigen denkt te vermijden;

21.  vraagt de Commissie om – aan de hand van bestaande positieve voorbeelden – te zorgen voor een stelselmatige uitvoering van verbeterde horizontale regels door middel van een centraal toezicht op de uitvoering van die horizontale regels, en dit niet aan de afzonderlijke directoraten-generaal te delegeren;

22.  vraagt de Commissie om vooral voldoende middelen uit te trekken voor de werkzaamheden rond het Register, zodat dit goed wordt bijgehouden en gegevensexport in machinaal leesbaar formaat toelaat zonder feitelijke onjuistheden of omissies;

23.  merkt op dat de Commissie heeft toegezegd dat tegen eind 2016 het nieuwe kader voor deskundigengroepen in alle directoraten-generaal invulling zal hebben gekregen, en verlangt dat de Commissie het Parlement een uitvoerings- en evaluatieverslag voorlegt uiterlijk een jaar na afkomst van het besluit, d.w.z. voor 1 juni 2017; vraagt de Commissie of er in het kader van een gestructureerde dialoog met Parlement reeds binnen de komende zes maanden een eerste mondelinge presentatie van dat verslag kan worden uitgebracht;

24.  herinnert er verder aan dat de Commissie bij de voorbereiding en opstelling van gedelegeerde en uitvoeringshandelingen en het opstellen van strategische richtsnoeren moet waarborgen dat alle documenten, waaronder ook de ontwerphandelingen, gelijktijdig aan het Europees Parlement en de Raad en aan de deskundigen uit de lidstaten worden toegezonden, zoals is overeengekomen in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016.

25.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie.

(1)

  PB L 304 van 20.11.2010, blz. 47.

(2)

  Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0147.

(3)

  C(2010)7649 van 10 november 2010.

(4)

  Samenstelling van de deskundigengroepen van de Commissie en de status van het register van deskundigengroepen; Beleidsondersteunende afdeling D - Begrotingszaken; 2015

(5)

  OI/6/2014/NF.


TOELICHTING

In het kader van de kwijtingsprocedures voor de Europese Commissie, heeft de Commissie begrotingscontrole (CONT) van het Parlement zich regelmatig bezig moeten houden met de kwestie rond de samenstelling en het functioneren van de deskundigengroepen bij de Commissie. Gezien het gebrek aan transparantie en de onevenwichtige samenstelling van een aantal deskundigengroepen, heeft de Begrotingscommissie (BUDG) in 2011 en 2014 begrotingsreserves aangehouden, waarbij zij eisen stelde tot hervorming op genoemde punten;

Na de vorming van een begrotingsreserve in 2011 verklaarde de Commissie zich bereid tot een informele dialoog met een groep Parlementsleden over de onevenwichtigheden in de samenstelling van bestaande deskundigengroepen en over betere regels voor de oprichting en werking van deskundigengroepen. Na deze informele dialoog heeft het Parlement de begrotingsreserve van 2011 kunnen opheffen, al bleven er twijfels bestaan, zowel rond de inhoud van de bestaande horizontale regels zelf als rond de uitvoering die daaraan door sommige directoraten-generaal van de Commissie wordt gegeven.

In 2015 gaven CONT/BUDG een studie in opdracht over de samenstelling van deskundigengroepen van de Commissie en de stand van zaken rond het register van deskundigengroepen, waarin een verregaand gebrek aan transparantie en een onevenwichtige samenstelling van tal van deskundigengroepen werden gesignaleerd.

Naar aanleiding van deze studie die een passend vervolg moest krijgen, aanvaardde de Conferentie van commissievoorzitters op 26 november 2015 het CONT-voorstel tot uitbrengen van een initiatiefverslag over deze kwestie. In dat verslag zouden concrete aanbevelingen aan de Commissie worden gedaan voor verbeteringen op het punt van evenwichtige samenstelling en transparantie in haar deskundigengroepen. Het verslag zou daarmee als grondslag kunnen dienen voor een hervatte informele dialoog met de Commissie. Daartoe zou het moeten voortbouwen op de naspeuringen en aanbevelingen van de Europese Ombudsman die hun neerslag hebben gekregen in haar formele aanbeveling van 26 januari 2016.

Bij de presentatie van de studie door CONT/BUDG, in september 2015, gaven de diensten van de Europese Commissie te kennen dat er al veel vorderingen waren gemaakt met een herziene kaderregeling voor haar deskundigengroepen, bestaande uit (herziene) horizontale regels en een verbeterd openbaar register. Ondanks herhaalde verzoeken van het Parlement aan de Commissie om met de formele vaststelling van haar nieuwe kaderregeling te wachten totdat het Parlement zijn standpunt kenbaar zou kunnen maken in het verslag en de daaruit voortvloeiende resolutie, scheen de Commissie daartoe niet bereid.

Op 1 maart 2016 bracht de rapporteur voor CONT daarom een werkdocument uit waarin hij zijn belangrijkste bezwaren omtrent de huidige horizontale regels en het register opsomde. Dit werkdocument was een poging van de rapporteur voor CONT om alsnog invloed te krijgen op de nieuwe regels van de Commissie. De diensten van de Commissie beantwoordden dit van hun kant met een werkdocument waarin zij op de verschillende aanbevelingen van de rapporteur ingingen. De CONT-commissie is gelukkig met de vorderingen van de Commissie maar zag nog niet al haar bezwaren weggenomen, in het bijzonder op het punt van de uitvoering van de nieuwe kaderregeling.

Na deze uitwisseling van documenten heeft de eerste vice-voorzitter van de Commissie besprekingen gevoerd met de Europese Ombudsman, NGO’s en de rapporteurs van het Europees Parlement (d.w.z. de CONT- en JURI-rapporteurs voor het CONT/JURI-verslag en de BUDG-rapporteur voor het BUDG-advies). Bij deze besprekingen werd gediscussieerd over de resterende bezwaren van de Ombudsman, NGO’s en de rapporteurs. Hierbij kwamen onder meer de openbaarheid van de besprekingen binnen de deskundigengroepen, en van de notulen daarvan, aan de orde, evenals de verzekering van een evenwichtige samenstelling in specifieke gevallen, bijvoorbeeld wanneer voldoende deskundigen voor alle te vertegenwoordigen belangen moeilijk te vinden blijken. Daarnaast ging het om de handhaving van de herziene regels en de terugbetaling van ook andere onkosten van belangenvertegenwoordigers dan alleen reis- en verblijfskosten.

Ofschoon de besprekingen met de EVV nuttig waren en praktische oplossingen op de meeste overblijvende punten opleverden, waren die oplossingen niet terug te vinden in de kaderregeling zoals de Commissie die heeft vastgesteld. Tegen deze achtergrond achten de rapporteurs een initiatiefverslag nog steeds van nut, deels omdat de Commissie de aanbevelingen in het verslag altijd nog kan verwerken in een uitvoeringshandleiding voor haar diensten, en deels omdat het Parlement in dit verslag kan verlangen dat de Commissie hem over de uitvoering van haar besluit rapport uitbrengt.


ADVIES van de Commissie juridische zaken(*) (29.11.2016)

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake controle van het register en de samenstelling van de deskundigengroepen van de Commissie

(2015/2319(INI))

Rapporteur voor advies (*): Sylvia-Yvonne Kaufmann

(*)  Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

SUGGESTIES

De Commissie juridische zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  stelt vast dat transparantie en coördinatie van interinstitutionele activiteiten van het grootste belang zijn en bijdragen tot een passend evenwicht wat betreft de deskundigheid en de standpunten die in de deskundigengroepen vertegenwoordigd zijn, waardoor de werkzaamheden van deze groepen aan kwaliteit toenemen; acht het dan ook een goede zaak dat de selectieprocedure nu openbaar is; wijst er in dit verband op dat de praktische ervaring en de kwalificaties van de deskundigen zichtbaar moeten zijn; is van mening dat de hele selectieprocedure een hoge mate van transparantie dient te waarborgen en aan duidelijkere en beknoptere criteria zou moeten zijn gebonden, met bijzondere nadruk op de praktische ervaring van de kandidaten, naast hun academische kwalificaties, alsmede op mogelijke belangenconflicten van deskundigen;

2.  acht het een goede zaak dat er reeds een link is aangebracht tussen het Register van deskundigengroepen van de Commissie en het Transparantieregister, waardoor meer transparantie wordt gewaarborgd;

3.  betreurt het dat het streven om een openbare raadpleging over de vaststelling van de nieuwe regels te houden niet geslaagd is; verzoekt de Commissie om transparant op te treden en verantwoording af te leggen aan de burgers van de EU;

4.  is van mening dat de Commissie vooruitgang zou moeten boeken wat een evenwichtigere samenstelling van deskundigengroepen betreft; betreurt het evenwel dat er nog geen uitdrukkelijk onderscheid wordt gemaakt tussen economische en niet-economische belangenvertegenwoordigers, waardoor een optimum aan transparantie en evenwicht zou worden bereikt; wijst er in dit verband op dat de Commissie in haar openbare oproep duidelijk zou moeten vermelden wat zij bedoelt met een evenwichtige samenstelling en welke belangen zij vertegenwoordigd wil zien als er deskundigengroepen worden opgericht; acht het dan ook van belang om het Parlement en het Economisch en Sociaal Comité bij een en ander te betrekken, zodat er een evenwichtigere definitie van dit onderscheid tot stand komt;

5.  betreurt het dat participatie van ondervertegenwoordigde groepen, vaak vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en van kleine en middelgrote ondernemingen of andere organisaties van algemeen publiek belang, soms om financiële en organisatorische reden niet mogelijk is; roept de Commissie daarom op om met het oog op een evenwichtige samenstelling van deskundigengroepen te overwegen financiële steun te bieden zodat alle categorieën van deskundigen kunnen deelnemen;

6.  verzoekt de Commissie er ten behoeve van grotere transparantie voor te zorgen dat alle notulen van de vergaderingen openbaar worden gemaakt; benadrukt in dit verband dat de inhoud en de door de deskundigen in deze vergaderingen ingenomen standpunten duidelijk zichtbaar moeten zijn en op een voor de Europese burger toegankelijke manier uitgedrukt moeten worden; dringt er bovendien op aan dat er minderheidsbesluiten gepubliceerd moeten kunnen worden; herhaalt hoe belangrijk het is dat de besprekingen binnen een deskundigengroep van de Commissie openbaar worden gemaakt, gezien het feit dat de deskundigen die zitting hebben in deze groepen een openbare dienst verrichten en dat de debatten die tot de goedkeuring van hun beslissingen leiden, als regel en niet als uitzondering openbaar zouden moeten zijn;

7.  benadrukt dat gebruikers toegang moet krijgen tot een reeks documenten (agenda's, referentiedocumenten, verschillende verslagen), zodat de belanghebbenden het debat op doeltreffende wijze kunnen volgen; is verder van mening dat de website van het Register van deskundigengroepen – zij het als zodanig dan wel via hyperlinks naar andere websites – een van de instrumenten of mechanismen zou moeten vormen die worden ingezet om voortdurend geactualiseerde informatie over beleidsmatige ontwikkelingen te verkrijgen, en tegelijkertijd een grote mate van transparantie te waarborgen;

8.  benadrukt dat de maatregelen die zijn voorzien onmiddellijk moeten worden getroffen als er belangenconflicten aan het licht komen, met name bij individuele deskundigen die in een particuliere hoedanigheid zijn benoemd, als onafhankelijke deskundigen optreden en in het algemeen belang hun persoonlijk standpunt uitspreken; wijst erop dat deze maatregelen nader onder de loep dienen te worden genomen, daar de toepassing ervan de onafhankelijkheid van deskundigen zal waarborgen;

9.  herinnert er verder aan dat de Commissie bij de voorbereiding en opstelling van gedelegeerde en uitvoeringshandelingen en het opstellen van strategische richtsnoeren moet waarborgen dat alle documenten, waaronder ook de ontwerphandelingen, gelijktijdig aan het Europees Parlement en de Raad en aan de deskundigen uit de lidstaten worden toegezonden, zoals is overeengekomen in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

29.11.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

0

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Max Andersson, Joëlle Bergeron, Marie-Christine Boutonnet, Jean-Marie Cavada, Kostas Chrysogonos, Therese Comodini Cachia, Mady Delvaux, Rosa Estaràs Ferragut, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Mary Honeyball, Dietmar Köster, António Marinho e Pinto, Emil Radev, Julia Reda, Evelyn Regner, Pavel Svoboda, Axel Voss, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Daniel Buda, Angel Dzhambazki, Angelika Niebler, Virginie Rozière, Kosma Złotowski


ADVIES van de Begrotingscommissie (27.4.2016)

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake controle van het register en de samenstelling van de deskundigengroepen van de Commissie

(2015/2319(INI))

Rapporteur voor advies: Helga Trüpel

SUGGESTIES

De Begrotingscommissie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A.  overwegende dat de Begrotingscommissie in 2011 en 2014 begrotingsmiddelen in de reserve heeft geplaatst, gezien het gebrek aan transparantie en de onevenwichtige samenstelling van een bepaald aantal deskundigengroepen en gezien de noodzaak ervoor te zorgen dat de samenstelling van deskundigengroepen evenwichtig is wat betreft deskundigheid en gezichtspunten, en voorwaarden heeft gesteld met betrekking tot het veranderen van de opzet van die groepen;

B.  overwegende dat in een recente studie die in opdracht van de Begrotingscommissie is uitgevoerd(1) een grootschalig gebrek aan transparantie aan het licht is gekomen, alsmede een onevenwichtige samenstelling van een aantal deskundigengroepen;

C.  overwegende dat de Europese Ombudsman aanbevelingen heeft gedaan waarin zij de noodzaak van grotere transparantie aangaande de deskundigengroepen benadrukte(2);

D.  overwegende dat een evenwichtige samenstelling en transparantie cruciale voorwaarden zijn om te waarborgen dat de deskundigheid in afdoende mate aansluit bij de behoefte aan regelgevende maatregelen en om de legitimiteit van deze deskundigheid en regelgevende maatregelen tegenover de Europese burgers te verzekeren;

E.  overwegende dat het initiatief van de Commissie voor een spoedige hervorming van de deskundigengroepen wordt verwelkomd als eerste stap;

1.  benadrukt dat onlangs de voortgang die dankzij de reserve op de begroting 2011 is geboekt, de Commissie de horizontale regels voor deskundigengroepen en de praktijken op dit gebied tot nu toe niet heeft gewijzigd op een manier die tegemoet komt aan de eisen van het Parlement inzake transparantie, en dat het aantal deskundigengroepen met een onevenwichtige samenstelling sinds 2013 grotendeels gelijk is gebleven (momenteel 9 % van alle deskundigengroepen);

2.  wijst er in dit verband en met betrekking tot par. 34-45 van bovengenoemd advies van de Ombudsman op dat, hoewel de Commissie haar concept van "evenwicht" nog niet formeel heeft omschreven, dit niet moet worden beschouwd als de uitkomst van een wiskundige berekening, maar als het resultaat van inspanningen om te waarborgen dat de leden van een deskundigengroep beschikken over de technische expertise en verscheidenheid aan gezichtspunten die nodig zijn om het mandaat van de betreffende deskundigengroep uit te oefenen; is van mening dat het concept van evenwicht daarom moet worden beschouwd als verbonden aan het specifieke mandaat van elke afzonderlijke deskundigengroep; is van mening dat de criteria om te beoordelen of een deskundigengroep evenwichtig is samengesteld ook betrekking moeten hebben op de taken van de groep, de vereiste technische expertise, de desbetreffende belanghebbenden, de organisatie van de groep van belanghebbenden en de juiste verhouding tussen economische en niet-economische belangen;

3.  benadrukt dat het vertrouwen van de Europese burgers in de EU wordt aangetast door een gebrek aan transparantie en een te grote rol voor economische actoren bij de besluitvorming van de EU, en benadrukt daarom dat een doeltreffende hervorming van het systeem van deskundigengroepen van de Commissie de legitimiteit van de EU zal versterken;

4.  verwelkomt de openbare toezegging van de Commissie dat in het herziene kader voor deskundigengroepen een aantal suggesties van het Parlement en de Ombudsman zal worden opgenomen, zoals verplichte open oproepen tot het indienen van sollicitaties, een verbeterd register, verplichte registratie in het transparantieregister voor vertegenwoordigers van belanghebbenden, een definitie voor elke deskundigengroep van de profielen die nodig zijn voor een evenwichtige samenstelling, alsmede verplichte verklaringen inzake belangenconflicten, die in het register zullen worden opgenomen;

5.  dringt er bovendien bij de Commissie op aan de aanbevelingen van de Ombudsman inzake transparantie uit te voeren, en met name dat de agenda's, achtergronddocumenten en notulen van vergaderingen van deskundigengroepen gepubliceerd moeten worden, en dat de gepubliceerde notulen zoveel mogelijk informatie moeten bevatten en de standpunten van de leden duidelijk moeten weergeven;

6.  dringt er bij de Commissie op aan beste praktijken te volgen en voort te bouwen op de bestaande positieve voorbeelden en te zorgen voor een systematische tenuitvoerlegging van verbeterde horizontale regels, en in dat kader een toezichtmechanisme in te voeren voor alle directoraten-generaal, zodat een coherente praktijk gewaarborgd kan worden;

7.  verzoekt de Commissie om in samenwerking met de wetgever en het maatschappelijk middenveld manieren te onderzoeken om de participatie van ondervertegenwoordigde groepen, zoals maatschappelijke organisaties en vakbonden, in deskundigengroepen te vergemakkelijken en aan te moedigen, en bestaande informatieasymmetrieën aan te pakken, en de ontwikkeling te onderzoeken van een systeem van toelagen om deze groepen te helpen bij het verwerven van de nodige deskundigheid voor een doelmatige participatie in de deskundigengroepen;

8.  benadrukt voornemens te zijn de hervormingsmaatregelen kritisch onder loep te nemen in het kader van de stemming over de jaarlijkse begroting 2017, en benadrukt vastbesloten te zijn een bedrag in de reserve op te nemen indien niet op afdoende wijze tegemoet wordt gekomen aan de eisen van het Parlement;

9.  dringt er bij de Commissie op aan te waarborgen dat groepen die momenteel ondervertegenwoordigd zijn uitvoerig worden geraadpleegd voorafgaand aan het doen van voorstellen voor de hervorming van deskundigengroepen;

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

26.4.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

30

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Jean Arthuis, Jean-Paul Denanot, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Bernd Kölmel, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Ernest Maragall, Sophie Montel, Clare Moody, Siegfried Mureşan, Liadh Ní Riada, Jan Olbrycht, Younous Omarjee, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Patricija Šulin, Inese Vaidere, Monika Vana, Daniele Viotti

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Andrey Novakov, Helga Trüpel, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Isabella Adinolfi, Jens Gieseke

(1)

  Samenstelling van de deskundigengroepen van de Commissie en de status van het register van deskundigengroepen; Beleidsondersteunende afdeling D - Begrotingszaken; 2015

(2)

  Aanbeveling van de Europese Ombudsman in haar onderzoek OI/6/2014/NF betreffende de samenstelling van deskundigengroepen van de Commissie, 29 januari 2016.


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

9.1.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Inés Ayala Sender, Ryszard Czarnecki, Dennis de Jong, Martina Dlabajová, Luke Ming Flanagan, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Dan Nica, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Brian Hayes, Cătălin Sorin Ivan, Benedek Jávor, Julia Pitera, Miroslav Poche, Patricija Šulin

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Clare Moody

Juridische mededeling - Privacybeleid