Procedure : 2016/2169(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0084/2017

Ingediende teksten :

A8-0084/2017

Debatten :

PV 26/04/2017 - 19
CRE 26/04/2017 - 19

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.41
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0172

VERSLAG     
PDF 316kWORD 62k
28.3.2017
PE 593.883v02-00 A8-0084/2017

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2015

(2016/2169(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Inés Ayala Sender

AMENDEMENTEN
1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2015

(2016/2169(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2015, tezamen met het antwoord van het Bureau(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2017 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015 (05873/2017 – C8-0055/2017),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau(4), en met name artikel 68,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0084/2017),

1.  verleent de uitvoerend directeur van het Europees Geneesmiddelenbureau kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2015;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Geneesmiddelenbureau, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2015

(2016/2169(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2015, tezamen met het antwoord van het Bureau(6),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(7) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2017 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015 (05873/2017 – C8-0055/2017),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(8), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau(9), en met name artikel 68,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(10), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0084/2017),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2015;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Geneesmiddelenbureau, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2015

(2016/2169(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0084/2017),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van het Europees Geneesmiddelenbureau ("het Bureau") voor het begrotingsjaar 2015 volgens zijn jaarrekening 308 097 000 EUR bedroeg, hetgeen een toename van 9,07 % ten opzichte van 2014 betekent; overwegende dat deze toename voornamelijk toe te schrijven was aan een begrotingswijziging ter verrekening van een toename van de ontvangsten uit verleende diensten (5 000 000 EUR) en een aanpassing in de bestemmingsontvangsten (980 000 EUR); overwegende dat 11,1 % van de begroting van het Bureau wordt gefinancierd uit de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2015 ("het verslag van de Rekenkamer") heeft verklaard redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Bureau voor het begrotingsjaar 2015 betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Follow-up van de kwijting voor 2014

1.  verneemt van het Bureau dat:

-  de door de begrotingsautoriteit gesignaleerde achterstand bij de inning van bijdragen heeft geen nadelig effect gehad op de taakvervulling door het Bureau en de lidstaten op gebied van gezondheidszorg en geneesmiddelenbewaking; constateert dat alle werkzaamheden op gebied van veiligheidstoezicht en -regelgeving zijn verricht zoals door de wetgeving inzake geneesmiddelenbewaking van de Unie voorgeschreven; erkent voorts dat de financiële transacties rond de vergoedingen voor geneesmiddelenbewaking apart van de eigenlijke kerntaak van het Bureau zijn afgehandeld, alsook dat volgens het verslag van de Commissie "Geneesmiddelenbewaking van geneesmiddelen voor menselijk gebruik door de lidstaten en het Europees Geneesmiddelenbureau (2012 – 2014)" het Bureau zich met succes van zijn taken op gebied van geneesmiddelenbewaking heeft gekweten;

-  alle voorgenomen aanbestedingen in het werkprogramma vermeld zijn in het werkprogramma van het Bureau zoals door de raad van bestuur vastgesteld, en in overeenstemming met de voorschriften van het financieel reglement; erkent dat alle specifieke contracten die voortvloeien uit de kaderovereenkomst voor adviseringsdiensten ingegeven zijn door de wetgevende verantwoordelijkheden van het Bureau en zijn bedrijfsbehoeften, en gestaafd door documenten die de activiteiten, doelstellingen en vereisten nader specificeren;

-  het Bureau voornemens is zijn richtsnoeren voor geharmoniseerde uitvoering van belangenconflicten in sterkere mate als criteria bij aanbestedingsprocedures te laten gelden;

Financieel en begrotingsbeheer

2.  merkt op dat inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2015 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 94,05 %: een daling van 0,27 % ten opzichte van het voorgaande jaar; stelt voorts vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 87,09 % bedroeg, een daling van 4,79 %;

3.  herinnert eraan dat, zoals in het Financieel Reglement bepaald, de ontvangsten op de begroting van het Europees Geneesmiddelenbureau ("het Bureau") bestaan uit contante bijdragen van de Unie en vergoedingen voor vergunningen voor het op de markt brengen van farmaceutische producten, voor activiteiten na de vergunningverlening en voor diverse administratieve activiteiten;

Vastleggingen en overdrachten

4.  stelt met voldoening vast dat het percentage vastleggingskredieten dat naar 2016 werd overgedragen, van 17,70 % in 2014 tot 14,78 % is afgenomen; bevestigt dat de niet-automatische overdracht naar 2016 geschiedde in overeenstemming met het Financieel Reglement, en ter dekking diende van verschillende IT-ontwikkelingen, diensten van bedrijfsadviseurs en wetenschappelijke studies; wijst erop dat deze overdrachten niet duiden op tekortkomingen in planning en uitvoering van de begroting, en evenmin haaks staan op het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit, omdat de betrokken uitgaven niet in 2015 konden worden gedaan om redenen buiten de macht van het Bureau;

Overschrijvingen

5.  merkt op dat uit het jaarlijks activiteitenverslag van het Bureau blijkt dat het niveau en de aard van de overschrijvingen in 2015 binnen de grenzen van de financiële voorschriften van het Bureau gebleven zijn; verneemt van het Bureau dat het gedurende 2015 negen overschrijvingen heeft verricht van een totaalbedrag van 22 026 000 EUR of 7,15 % van de definitieve kredieten; merkt op dat de overgedragen uitgavenkredieten vooral nodig waren voor uitgaven voor IT-uitbouw en aanpassingen voor begrotingsposten voor administratieve uitgaven;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

6.  merkt op dat de uitkomst van de personeelsenquête in 2015 een verdere verbetering te zien geeft ten opzichte van 2013; constateert evenwel dat het nog schort in de samenwerking tussen afdelingen, de objectiviteit bij de besluitvorming en het vertrouwen in leidinggevenden; verneemt van het Bureau dat het in 2016 een actieplan voor deze tekortkomingen heeft ontwikkeld en aangenomen; verzoekt het Bureau om aan de kwijtingsautoriteit over de invoering en de resultaten van dit actieplan verslag uit te brengen;

7.  herinnert eraan dat de werklast van het Bureau voortdurend toeneemt en dat dit terug te zien is in de stijgende opbrengsten van aan aanvragers aangerekende vergoedingen; merkt bezorgd op dat de opgelegde personeelsinkrimping van de afgelopen jaren ook voor personeel gold dat werkte aan door vergoedingen van aanvragers gefinancierde taken zonder rekening te houden met de daaraan verbonden werklast; ondersteunt dan ook ten sterkste de invoering van flexibiliteit en samenhang bij het aanpassen van het aantal posten van de personeelsformatie voor personeel dat werkt aan door vergoedingen van aanvragers gefinancierde taken naargelang de groeiende vraag;

8.  herinnert eraan dat naar aanleiding van het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie van 13 november 2014 waarbij het besluit van de Commissie tot vaststelling van een voordrachtslijst van geschikte kandidaten voor de post van uitvoerend directeur van het Bureau nietig werd verklaard, evenals de aanstelling van de uitvoerend directeur door de raad van bestuur in november 2011, de post van uitvoerend directeur opnieuw werd gepubliceerd en een nieuwe aanstelling plaatsvond, en dat het Bureau ondanks deze moeilijke situatie zijn werkprogramma heeft gerealiseerd;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

9.  neemt kennis van het in november 2014 gepubliceerde herziene beleid van het Bureau inzake de omgang met belangenverklaringen van leden van wetenschappelijke comités en deskundigen, dat in januari 2015 in werking is getreden; verneemt met voldoening dat na de invoering van dat beleid de belangenverklaringen van de deskundigen die aan de werkzaamheden van het Bureau deel hebben, aan het herziene beleid werden getoetst; verneemt dat het Bureau stelselmatige controles vooraf uitvoert op de belangenverklaringen van nieuwe experts; neemt bovendien kennis van de conclusie van de jaarlijkse controle achteraf van de behandeling van belangenverklaringen van de comitéleden en experts die aan vergaderingen deelnemen; merkt op dat het Bureau in oktober 2016 zijn beleid heeft aangepast ter nadere verduidelijking van de geldende restricties voor aanvaarding van een baan in het bedrijfsleven door een expert en gelijkstelling van de restricties voor de nauwe verwanten van comitéleden met belangen in het bedrijfsleven, met de restricties zoals die reeds gelden voor bestuursleden; verzoekt het Bureau de kwijtingsautoriteit een samenvatting te doen toekomen van de effectbeoordeling van het herziene beleid;

10.  merkt op dat de beleidsherziening voor de omgang met de belangenverklaringen van EMA-personeelsleden en sollicitanten in oktober 2016 gereedkwam; merkt op dat dit beleid hiermee op één lijn werd gebracht met het herziene beleid voor bestuursleden en leden en deskundigen van het wetenschappelijk comité;

11.  merkt op dat het herziene beleid voor omgang met belangenconflicten voor de bestuursleden van het Bureau in december 2015 door de raad van bestuur werd vastgesteld; merkt tevens op dat het nieuwe beleid in mei 2016 is ingegaan;

12.  merkt op dat de raad van bestuur in juni 2016 een overkoepelend raamwerk vaststelde voor relatiemanagement met de belanghebbenden, waarin de principes zijn vervat voor het beheer van de relaties met de belangrijkste partners en transparantie wordt uitgeroepen tot essentieel principe in dat beheer; merkt op dat de raad van bestuur in juni 2016 een geformaliseerd raamwerk vaststelde voor interactie met de belanghebbenden in het bedrijfsleven en jaarlijks een rapport uitbrengt van die interactie; merkt tevens op dat er in juni 2016 selectiecriteria voor belanghebbenden in het bedrijfsleven gereed zijn gekomen voor toepassing in 2017 en dat er een lijst van volgens die criteria te selecteren belanghebbenden in januari 2017 op de website van EMA zal worden gepubliceerd;

13.  merkt op dat de "vertrouwensbreuk-procedure voor leden/experts van wetenschappelijke comités" in april 2015 werd bijgewerkt; merkt op dat deze procedure bepaalt hoe het Bureau moet handelen in geval van onjuiste of onvolledige belangenverklaringen van deskundigen of comitéleden; onderkent dat het Bureau een lid van een wetenschappelijk comité of een werkgroep meteen uitsluit van deelneming aan de beoordeling van geneesmiddelen wanneer deze van plan is bij een farmaceutisch bedrijf in dienst te treden;

14.  stelt vast dat het Bureau in het kader van zijn antifraude-strategie een fraude-afdeling heeft opgericht; merkt op dat het Bureau een interne enquête heeft gehouden onder de leidinggevende managers ter meting van het fraudebewustzijn, en vervolgens een speciaal ontwikkeld antifraude e-learning cursus voor al het personeel van start liet gaan; merkt voorts op dat de standaard-aanbestedingscontracten zijn gewijzigd en voortaan antifraude-clausules bevatten;

15.  neemt er nota van dat het Bureau de richtsnoeren van de Commissie over interne klokkenluiders in november 2014 heeft overgenomen; constateert eveneens dat het Bureau op dit moment werkt aan een beleid voor de omgang met externe rapporten over zaken binnen zijn werksfeer (d.w.z. regels voor externe klokkenluiders), en dat dit nieuwe beleid naar verwachting eind 2017 zal worden goedgekeurd; is tevreden over dit beleid dat de inspanningen van het Bureau voor een cultuur van integriteit en regelnaleving moet versterken in afwachting van de uitvaardiging en voorlegging van gedocumenteerde regelgeving;

16.  stelt met voldoening vast dat er sinds 31 december 2016 nieuwe regels gelden voor de afkoelingsperiode voor de deskundigen en het personeel van het Bureau;

17.  stelt met voldoening vast dat het Bureau in 2015 een nieuwe vijfjarige kaderstrategie voor bedrijfscommunicatie heeft uitgevaardigd, naar aanleiding van de uitkomsten van een dat jaar gehouden enquête onder belanghebbenden; constateert dat die strategie duidelijk maakt hoe het Bureau beter denkt te communiceren ter ondersteuning van zijn taak, doelstellingen en prioriteiten voor de bevordering van de volksgezondheid in de Unie;

18.  herinnert het Bureau eraan dat in Richtlijn 2003/63/EG is bepaald dat geneesmiddelen alleen in aanmerking kunnen komen voor een vergunning voor het in de handel brengen in de Unie indien ze zijn getest overeenkomstig ethische beginselen, en herinnert het Bureau aan zijn verbintenis om extra controles van buiten de Europese Unie uitgevoerde klinische proeven te verrichten voordat een geneesmiddel wordt toegelaten tot de Uniemarkt(11); verzoekt het Bureau, vanwege de bijzondere kwetsbaarheid van deze proeven, om aan de kwijtingsautoriteit elk jaar verslag uit te brengen over de acties die zijn ondernomen om ervoor te zorgen dat geneesmiddelen die bestemd zijn voor de Uniemarkt ethisch zijn getest in landen met een laag of middeninkomen, overeenkomstig de wet;

19.  spoort het Bureau aan het beleid inzake belangenconflicten meer onder de aandacht van zijn personeel te brengen, naast zijn lopende bewustmakingsactiviteiten en de opname van integriteit en transparantie als verplichte onderwerpen in aanwervingsprocedures en beoordelingsgesprekken;

Prestaties

20.  stelt met voldoening vast dat het Bureau zijn doelstellingen voor het merendeel van de gevolgde kwalitatieve en kwantitatieve prestatie-indicatoren in zijn jaarlijkse activiteitenverslag heeft gehaald; merkt op dat deze prestatie-indicatoren betrekking hebben op het percentage van vervulde vacatures binnen het organogram, het percentage van de betalingen die binnen de grenzen van het financieel reglement zijn gebleven, of de tevredenheid onder partners en/of belanghebbenden met de communicatie van het Bureau;

Interne controles

21.  neemt ter kennis dat het Bureau in 2014 een analyse heeft gemaakt van de mogelijke risico's die de realisering van de doelstellingen van het Bureau kunnen beïnvloeden; merkt op dat geen van de gesignaleerde risico's als kritisch werd aangemerkt en dat geen ervan zich in 2015 had bewaarheid;

22.  merkt op dat de effectiviteit van de internecontrolenormen (ICN) is getoetst door middel van een interne vragenlijst die onder de managers van het Bureau werd rondgedeeld; erkent dat deze toetsing uitwees dat de ICN effectief worden toegepast; merkt voorts op dat het Bureau maatregelen wil nemen ter verdere verbetering van de efficiëntie en toepassing van de ICN waar het gaat om doelstellingen en prestatie-indicatoren, operationele structuur, documentatiebeheer, en informatie en communicatie;

Interne audit

23.  merkt op dat er tegen einde 2015 11 aanbevelingen met de aantekening "zeer belangrijk" openstonden die nog resulteerden uit een door de interne auditdienst van het Bureau (IAC) uitgevoerde audit; erkent dat voor al deze aanbevelingen de met IAC afgesproken termijn nog loopt;

24.  stelt met voldoening vast dat er per december 2015 geen aanbeveling van de interne auditdienst van de Commissie (IAS) openstond met de aantekening "kritisch" of "zeer belangrijk"; onderkent dat de IAS in 2015 een audit verrichtte op het gebied van pediatrische reguleringsprocedures en daarbij geen kritische of zeer belangrijke kwesties heeft gesignaleerd;

25.  neemt er kennis van dat de interne-auditcapaciteit in 2015 op diverse terreinen controles heeft uitgevoerd en dat er aan het eind van het jaar geen belangrijke aanbevelingen meer openstonden; merkt op dat de audits op de punten van veiligheid en productinformatie, bouwstenen van garanties en videobewaking, nog ruimte signaleerden voor verdere verbetering; bevestigt dat het Bureau actieplannen heeft gemaakt om die punten aan te vatten; verzoekt het Bureau de kwijtingsautoriteit t.z.t. in te lichten over het resultaat van die actieplannen;

Overige opmerkingen

26.  merkt op dat het Bureau in 2015 twintig jaar bestond, terwijl het vijftig jaar geleden was dat de eerste farmaceutische wetgeving in de Unie werd aangenomen;

27.  wijst erop dat het Bureau in 2015 heeft aanbevolen voor 93 geneesmiddelen een vergunning voor het in de handel brengen ervan te verlenen, waaronder voor 39 nieuwe werkzame stoffen; benadrukt dat in de Unie in het verleden nooit een vergunning is verleend om deze stoffen in een geneesmiddel te gebruiken en dat deze stoffen niet verwant zijn aan de chemische structuur van enige andere stof waarvoor een vergunning is verleend;

28.  onderstreept dat het Bureau de dialoog met belanghebbenden en burgers moet blijven bevorderen en moet opnemen in de uit te voeren prioriteiten en activiteiten;

29.  wijst nogmaals op de belangrijke rol die het Bureau vervult bij de bescherming en bevordering van de volks- en diergezondheid door geneesmiddelen voor menselijk of veterinair gebruik te beoordelen en te controleren;

30.  erkent dat het Bureau in maart 2014 een pilotproject is gestart over de veiligheid van de snellere afwikkeling van toelatingsprocedures voor geneesmiddelen; merkt op dat dit pilotproject tot doel heeft de geschikte instrumenten in het huidige regelgevingskader aan te wijzen om geneesmiddelen in de handel te brengen die voldoen aan de onvervulde medische behoeften van een bepaalde patiëntenpopulatie en ervoor te zorgen dat een vergunning voor het in de handel brengen alleen wordt verleend als er een positief evenwicht is tussen de voordelen en de risico's, zonder daarbij de veiligheid van de patiënt in gevaar te brengen of de normen voor officiële toelating te veranderen;

31.  herinnert eraan dat de burgers van het Verenigd Koninkrijk (VK) op 23 juni 2016 voor uittreding uit de Europese Unie hebben gestemd; wijst erop dat artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie bepaalt dat een lidstaat die besluit zich terug te trekken uit de Unie, van zijn voornemen kennisgeeft aan de Europese Raad en dat de Unie met die staat onderhandelt en tot een akkoord komt over de voorwaarden voor zijn terugtrekking; maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat de rekeningen en bijbehorende toelichting van de Autoriteit, die in Londen (VK) is gevestigd, werden opgesteld aan de hand van de informatie die beschikbaar was op de datum van de ondertekening van deze rekeningen, toen de uitkomst van het referendum nog niet bekend was en de formele kennisgeving van de inroeping van artikel 50 nog niet is gedaan;

32.  neemt ter kennis dat het Bureau na de uitslag van het referendum van 23 juni 2016 een speciale werkgroep heeft belast met voorbereidingen van verhuizing, operationele en financiële consequenties, personeelsaangelegenheden en (interne en externe) communicatie-aspecten; merkt op dat het werk zich op dit moment richt op het effect van het verlies van personeel in het geval van verhuizing, en het verlies van externe expertise door het mogelijk wegvallen van Britse deskundigen in de wetenschappelijke comités en andere EMA-fora; verneemt dat tegen het einde van het eerste kwartaal van 2017 een effectbeoordeling met tegenmaatregelen gereed zal zijn;

33.  vindt het een goede zaak dat het Bureau de kwijtingsautoriteit op de hoogte heeft gesteld van zijn lopende contractuele verplichtingen in verband met zijn fysieke aanwezigheid in het VK; constateert met enige zorg dat het huurcontract van het Bureau tot 2039 loopt maar geen vroegtijdige opzeggingsclausule bevat die het Bureau van doorbetaling van huur en nevenkosten kan bevrijden, en dat de over de resterende termijn van 2017 tot 2039 te betalen huur wordt geschat op een bedrag van 347,6 miljoen EUR; verzoekt het Bureau de kwijtingsautoriteit te berichten over eventuele nieuwe ontwikkelingen in deze kwestie;

34.  erkent dat de afwezigheid van een opzeggingsclausule is opgemerkt in het advies van de Begrotingscommissie van 24 mei 2011 en dat de huurovereenkomst werd gesloten in 2011, toen een mogelijk vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie niet te voorzien was; erkent evenwel dat redelijkerwijs kan worden verwacht dat de aan de verplaatsing verbonden kosten onderdeel zullen worden van de onderhandelingen over de terugtrekkingsovereenkomst tussen de Unie en de regering van het Verenigd Koninkrijk; verzoekt het Bureau de kwijtingsautoriteit te berichten over eventuele nieuwe ontwikkelingen in deze kwestie;

35.  wijst op het risico van volatiliteit van de begroting waarmee het Bureau te maken krijgt als gevolg van de uitkomst van het Britse referendum over het lidmaatschap van de Unie; stelt in de geest van goed financieel beheer voor dat het Bureau een begrotingsreserve beschikbaar mag houden om in te spelen op onvoorziene kosten en ongunstige wisselkoersschommelingen die zich in 2017 of daarna ten gevolge van dat besluit kunnen voordoen, om ervoor te zorgen dat het Bureau zijn taken doeltreffend kan blijven uitvoeren; verzoekt het Bureau in dit verband ook een alomvattend bedrijfscontinuïteitsplan te produceren dat de twee met elkaar samenhangende risico's van begrotings- en bedrijfsvolatiliteit tot een minimum beperkt;

36.  merkt op dat het Bureau in maart 2014 een project inzake "adaptive pathways" is gestart, dat erop gericht is de afgifte van vergunningen voor het in de handel brengen van specifieke geneesmiddelen te versnellen door middel van de zogeheten vergunning na het in de handel brengen; is bezorgd dat het proefproject tot diverse volksgezondheidsproblemen zal leiden en de kerntaak van het Bureau, te weten het waarborgen van de veiligheid van geneesmiddelen, zal ondermijnen; verzoekt het Bureau aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over het project en de maatregelen die het heeft genomen om ervoor de zorgen dat deze versnelde procedure de vervulling van zijn kerntaak niet ondermijnt;

°

°  °

37.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van [xx april 2017](12) [over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen].).

15.2.2017

ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2015

(2016/2169(DEC))

Rapporteur voor advies: Giovanni La Via

SUGGESTIES

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  herinnert eraan dat, zoals in het Financieel Reglement bepaald, de ontvangsten op de begroting van het Europees Geneesmiddelenbureau ("het Bureau") bestaan uit contante bijdragen van de Unie en vergoedingen voor vergunningen voor het op de markt brengen van farmaceutische producten, voor activiteiten na de vergunningverlening en voor diverse administratieve activiteiten;

2.  merkt op dat in 2015 de totale begroting van het Bureau 304 000 000 EUR bedroeg waarvan 18 669 000 EUR uit de basisfinanciering uit de algemene begroting van de Europese Unie;

3.  merkt op dat het Bureau in 2015 twintig jaar bestond, terwijl het vijftig jaar geleden was dat de eerste farmaceutische wetgeving in de Unie werd aangenomen;

4.  merkt op dat wat de vastleggings- en betalingskredieten betreft, in 2015 alle nieuwe kredieten werden vastgelegd en betaald; erkent dat het uitvoeringspercentage 94,6 % bedraagt, wat betekent dat een bedrag van 1 949 000 EUR niet is benut; wijst er evenwel op dat deze onderbesteding overeenkomt met de niet-gebruikte bestemmingsontvangsten (het resultaat van het Bureau voor 2014), die in 2016 alsnog zijn gebruikt;

5.  herinnert eraan dat naar aanleiding van het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie dat op 13 november 2014 bekend werd gemaakt en waarmee het besluit van de Commissie om een shortlist op te stellen van mogelijke kandidaten voor de post van uitvoerend directeur van het Bureau nietig werd verklaard net als bijgevolg de benoeming van de uitvoerend directeur door de raad van bestuur in november 2011, de post van uitvoerend directeur opnieuw werd gepubliceerd en een nieuwe benoeming plaatsvond, en dat het Bureau ondanks deze moeilijke situatie zijn werkprogramma heeft uitgevoerd;

6.  herinnert eraan dat het Bureau eind 2014 is begonnen met het innen van vergoedingen in verband met geneesmiddelenbewakingsactiviteiten; wijst erop dat voor het begrotingsjaar 2015 21 640 000 EUR werden teruggevorderd;

7.  spoort het Bureau aan het beleid inzake belangenconflicten meer onder de aandacht van zijn personeel te brengen, naast zijn lopende bewustmakingsactiviteiten en de opname van integriteit en transparantie als verplichte onderwerpen in aanwervingsprocedures en beoordelingsgesprekken;

8.  wijst erop dat het Bureau in 2015 heeft aanbevolen voor 93 geneesmiddelen een vergunning voor het in de handel brengen ervan te verlenen, waaronder voor 39 nieuwe werkzame stoffen; benadrukt dat in de Unie in het verleden nooit een vergunning is verleend om deze stoffen in een geneesmiddel te gebruiken en dat deze stoffen niet verwant zijn aan de chemische structuur van enige andere stof waarvoor een vergunning is verleend;

9.  onderstreept dat het Bureau de dialoog met belanghebbenden en burgers moet blijven bevorderen en moet opnemen in de uit te voeren prioriteiten en activiteiten;

10.  wijst nogmaals op de belangrijke rol die het Bureau vervult bij de bescherming en bevordering van de volks- en diergezondheid door geneesmiddelen voor menselijk of veterinair gebruik te beoordelen en te controleren;

11.  erkent dat het Bureau in maart 2014 een pilotproject is gestart over de veiligheid van de snellere afwikkeling van toelatingsprocedures voor geneesmiddelen; merkt op dat dit pilotproject tot doel heeft de geschikte instrumenten in het huidige regelgevingskader te identificeren om geneesmiddelen in de handel te brengen die voldoen aan de onvervulde medische behoeften van een bepaalde patiëntenpopulatie en ervoor te zorgen dat een vergunning voor het in de handel brengen alleen wordt verleend als er een positief evenwicht is tussen de voordelen en de risico's, zonder daarbij de veiligheid van de patiënt in gevaar te brengen of de normen voor officiële toelating te veranderen;

12.  herinnert eraan dat de werklast van het Bureau voortdurend toeneemt en dat dit wordt weerspiegeld in de stijging van de opbrengsten van aan aanvragers aangerekende vergoedingen; merkt met bezorgdheid op dat de opgelegde personeelsinkrimping van de afgelopen jaren betrekking had op personeel dat werkte aan door vergoedingen van aanvragers gefinancierde taken zonder rekening te houden met de daaraan verbonden werklast; ondersteunt dan ook ten sterkste de invoering van flexibiliteit bij het aanpassen van het aantal posten van de personeelsformatie voor personeel dat werkt aan door vergoedingen van aanvragers gefinancierde taken naargelang de groeiende vraag;

13.  wijst op het risico van volatiliteit van de begroting waarmee het Bureau te maken krijgt als gevolg van de uitkomst van het Britse referendum over het lidmaatschap van de Unie; stelt in de geest van goed financieel beheer voor dat het Bureau een begrotingsreserve beschikbaar mag houden om in te spelen op onvoorziene kosten en ongunstige wisselkoersschommelingen waar in 2017, of erna, als een gevolg van dat besluit, sprake van kan zijn, om ervoor te zorgen dat het Bureau zijn taken op doeltreffende wijze kan blijven uitvoeren;

14.  beveelt op grond van de beschikbare gegevens aan de uitvoerend directeur van het Europees Geneesmiddelenbureau kwijting te verlenen voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2015.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

31.1.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

50

19

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Margrete Auken, Pilar Ayuso, Zoltán Balczó, Simona Bonafè, Biljana Borzan, Paul Brannen, Soledad Cabezón Ruiz, Nessa Childers, Alberto Cirio, Mireille D’Ornano, Miriam Dalli, Angélique Delahaye, Mark Demesmaeker, Ian Duncan, Stefan Eck, Bas Eickhout, José Inácio Faria, Karl-Heinz Florenz, Francesc Gambús, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Jens Gieseke, Julie Girling, Sylvie Goddyn, Françoise Grossetête, Andrzej Grzyb, Jytte Guteland, György Hölvényi, Anneli Jäätteenmäki, Jean-François Jalkh, Benedek Jávor, Karin Kadenbach, Kateřina Konečná, Urszula Krupa, Giovanni La Via, Peter Liese, Norbert Lins, Valentinas Mazuronis, Susanne Melior, Miroslav Mikolášik, Gilles Pargneaux, Piernicola Pedicini, Pavel Poc, Julia Reid, Frédérique Ries, Daciana Octavia Sârbu, Renate Sommer, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Ivica Tolić, Estefanía Torres Martínez, Adina-Ioana Vălean, Jadwiga Wiśniewska, Damiano Zoffoli

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Clara Eugenia Aguilera García, Jørn Dohrmann, Herbert Dorfmann, Martin Häusling, Jan Huitema, Peter Jahr, Merja Kyllönen, Gesine Meissner, James Nicholson, Gabriele Preuß, Bart Staes, Tiemo Wölken

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Dieter-Lebrecht Koch, Jiří Maštálka, Clare Moody

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.3.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

7

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Inés Ayala Sender, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Luke Ming Flanagan, Ingeborg Gräßle, Cătălin Sorin Ivan, Jean-François Jalkh, Bogusław Liberadzki, Monica Macovei, Notis Marias, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Hannu Takkula, Derek Vaughan, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Richard Ashworth, Gerben-Jan Gerbrandy, Benedek Jávor, Karin Kadenbach, Julia Pitera, Patricija Šulin

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Raymond Finch, Jens Geier, Piernicola Pedicini, Janusz Zemke

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

21

+

ALDE

ECR

PPE

S&D

VERTS/ALE

Martina Dlabajová, Gerben-Jan Gerbrandy, Hannu Takkula

Monica Macovei

Tamás Deutsch, Ingeborg Gräßle, Julia Pitera, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Joachim Zeller, Patricija Šulin

Inés Ayala Sender, Jens Geier, Cătălin Sorin Ivan, Karin Kadenbach, Bogusław Liberadzki, Derek Vaughan, Janusz Zemke

Benedek Jávor, Bart Staes

7

-

ECR

EFDD

ENF

GUE/NGL

Richard Ashworth, Notis Marias

Raymond Finch, Piernicola Pedicini

Jean-François Jalkh

Luke Ming Flanagan, Dennis de Jong

0

0

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB C 449 van 1.12.2016, blz. 123.

(2)

PB C 449 van 1.12.2016, blz. 123.

(3)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1.

(5)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(6)

PB C 449 van 1.12.2016, blz. 123.

(7)

PB C 449 van 1.12.2016, blz. 123.

(8)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(9)

PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1.

(10)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(11)

Reflection paper on ethical and GCP aspects of clinical trials of medicinal products for human use conducted outside of the EU/EEA and submitted in marketing authorisation applications to the EU Regulatory Authorities http://www.fercap-sidcer.org/publications/pdf/201205/08-FERCAP-21-EMA%20Reflection%20Paper%20on%20Ethical%20and%20GCP%20Aspects%20of%20Clinical%20Trials.pdf

(12)

Aangenomen teksten van die datum, P[8_TA(-PROV)(2017)0000].

Juridische mededeling - Privacybeleid