Procedure : 2016/2099(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0121/2017

Ingediende teksten :

A8-0121/2017

Debatten :

PV 27/04/2017 - 3
CRE 27/04/2017 - 3

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.67

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0198

VERSLAG     
PDF 403kWORD 84k
30.3.2017
PE 589.279v02-00 A8-0121/2017

over het jaarverslag over de financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank

(2016/2099(INI))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: Georgios Kyrtsos

Rapporteur voor advies (*):

Eider Gardiazabal Rubial, Begrotingscommissie

(*)  Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES van de Begrotingscommissie (*)
 ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking
 ADVIES van de Commissie internationale handel
 ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het jaarverslag over de financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank

(2016/2099(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het activiteitenverslag 2015 van de Europese Investeringsbank,

–  gezien het financieel verslag 2015 en het statistisch verslag 2015 van de Europese Investeringsbank,

–  gezien de evaluatie van de werking van het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI) van de Europese Investeringsbank van september 2016,

–  gezien het activiteitenplan 2016-2018 dat op de website van de EIB is gepubliceerd,

–  gezien het duurzaamheidsverslag 2015 van de Europese Investeringsbank,

–  gezien de artikelen 15, 126, 175, 177, 208, 209, 271, 308 en 309 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en Protocol nr. 5 bij dit Verdrag betreffende de statuten van de EIB,

–  gezien het mandaat voor externe leningen 2014-2020 dat de Europese Investeringsbank van de Commissie heeft gekregen voor verrichtingen buiten de Europese Unie,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 26 november 2014 getiteld "Een investeringsplan voor Europa" (COM(2014)0903),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 28 januari 2016 over een externe strategie voor effectieve belastingheffing (COM(2016)0024),

–  gezien Verordening (EU) nr. 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 – het Europees Fonds voor strategische investeringen(1),

–  gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1316/2013 en (EU) 2015/1017 wat betreft de verlenging van de looptijd van het Europees Fonds voor strategische investeringen en wat betreft de invoering van technische versterkingen voor dat fonds en de Europese investeringsadvieshub (COM(2016)0597),

–  gezien zijn resolutie van 28 april 2016 over de Europese Investeringsbank (EIB) – jaarverslag 2014(2),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 1 juni 2016 getiteld "Balans van het investeringsplan voor Europa en volgende stappen" (COM(2016)0359),

–  gezien het beleid van de EIB ten aanzien van zwak gereglementeerde, niet-transparante en niet-coöperatieve rechtsgebieden (NCJ's) van 15 december 2010 en het addendum daarbij van 8 april 2014,

–  gezien zijn goedkeuring van de ratificatie van de Overeenkomst van Parijs door de Europese Unie op 4 oktober 2016,

–  gezien de toespraak over de staat van de Unie die voorzitter Juncker op 14 september 2016 heeft gehouden tijdens de plenaire vergadering van het Europees Parlement in Straatsburg,

–  gezien de brieven die de Europese Ombudsman op 22 februari 2016 en 22 juli 2016 aan de EIB heeft gezonden,

–  gezien artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en de adviezen van de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de Commissie internationale handel, de Begrotingscommissie en de Commissie vervoer en toerisme (A8-0121/2017),

A.  overwegende dat de EIB wordt beschouwd als de "financiële arm van de EU" en als een belangrijke instelling voor het ondersteunen van openbare en particuliere investeringen in de EU, en ook buiten de EU een belangrijke rol speelt door haar externe leenactiviteiten; overwegende dat de EIB de Europese integratie blijft versterken en dat haar rol sinds het begin van de financiële crisis in 2008 nog belangrijker is gebleken;

B.  overwegende dat er een uitvoerige en passende verantwoordingsplicht van de EIB ten aanzien van het Parlement moet worden ontwikkeld;

C.  overwegende dat de EIB in 2015 een sterke winstgevendheid heeft gehandhaafd, met een jaarlijks netto-overschot van 2,8 miljard EUR;

D.  overwegende dat de EIB een sterke kredietwaardigheid moet behouden en bij haar verrichtingen selectief moet blijven, en niet alleen rekening dient te houden met de grote omvang en opbrengsten van haar investeringen, maar ook met het sociale en economische effect in verschillende sectoren en regio's en de bijdrage van haar investeringen tot het bredere sociale belang;

E.  overwegende dat de EIB haar inspanningen om haar leningactiviteiten effectief uit te breiden, moet blijven opvoeren, met name in regio's met een lage investeringscapaciteit, en de administratieve rompslomp voor de aanvragers moet verminderen;

F.  overwegende dat de EIB, als instelling die verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI), als voornaamste doelstellingen verder moet streven naar een activaportefeuille van hoge kwaliteit en stevige financiële resultaten met economische voordelen op lange termijn die hoogwaardige banen opleveren;

G.  overwegende dat de EIB met alle instrumenten waarover zij beschikt, regionale ongelijkheden moet helpen wegwerken door advies te geven over de ontwikkeling van nieuwe particuliere projecten en prudente investeringsprojecten, die niet mogen interfereren met of in de plaats mogen komen van reeds bestaande programma's met hetzelfde doel en projecten met een sterke milieu-, sociale en governancedimensie (ESG); overwegende dat de EIB met name extra manieren moet uitdenken om de economische ontwikkeling te ondersteunen van landen die een stabilisatieprogramma hebben moeten uitvoeren;

H.  overwegende dat de investeringen van de EIB in degelijke projecten de jeugdwerkloosheid kunnen helpen aanpakken door jongeren van de nodige reeks vaardigheden te voorzien en toegang kunnen helpen geven tot financiering in verband met werkgelegenheid voor jongeren;

I.  overwegende dat bij de beoordeling en monitoring van alle projecten bijzondere aandacht moet worden besteed aan de ESG-criteria en met name de klimaatverandering; overwegende dat de bevordering van de economische, sociale en territoriale samenhang van vitaal belang is voor de volledige ontwikkeling en een duurzaam welslagen van de Unie;

J.  overwegende dat sinds de EIB in 1957 is opgericht, dankzij de steun van de EIB ruim een biljoen EUR is geïnvesteerd in de vervoerssector, waardoor dit de sector is waarin de EIB het meest actief is geweest;

K.  overwegende dat de verlaging van de emissies van vervoer een enorme uitdaging vormt en dat een aanzienlijke vermindering van de uitstoot van NOx, CO2 en andere relevante emissies in de vervoerssector noodzakelijk is als de EU haar klimaatdoelstellingen op de lange termijn wil bereiken; overwegende dat verkeersdrukte en luchtvervuiling voor grote problemen zorgen bij de ontwikkeling van elke vorm van mobiliteit en de bescherming van de menselijke gezondheid;

L.  overwegende dat de EIB in 2015 14 miljard EUR heeft geïnvesteerd in vervoersprojecten die 338 miljoen passagiers per jaar ten goede zullen komen en het aantal gereisde uren met 65 miljoen uur per jaar zullen doen dalen;

Investeringen in de EU

1.  benadrukt dat de huidige crisis de groei van de Europese economie aanzienlijk heeft verzwakt, en dat een van de voornaamste factoren de daling van de investeringen in de EU is; onderstreept dat de daling van de openbare en particuliere investeringen in de landen die het zwaarst onder de crisis te lijden hebben, alarmerende niveaus heeft bereikt, zoals blijkt uit de bevinding van Eurostat dat de bruto-investeringen in vaste activa (BIVA) tussen 2007 en 2015 met 65 % zijn gedaald in Griekenland en met 35 % in Portugal; is bezorgd over de macro-economische onevenwichtigheden en de werkloosheidscijfers, die in sommige lidstaten nog steeds hoog zijn;

2.  onderstreept dat de bevordering van het concurrentievermogen, de economische groei en de werkgelegenheid in de EU onder meer afhangt van meer investeringen, met name in onderzoek, innovatie, digitalisering, energie-efficiëntie, duurzaamheid, de circulaire economie en steun voor start-ups en bestaande kmo's;

3.  wijst erop dat de EIB dringend moet bijdragen aan het verkleinen van de investeringskloof en zich daarbij moet baseren op degelijke economische criteria; verzoekt de EIB haar inspanningen toe te spitsen op effectievere en energie-efficiëntere investeringen, alsook op het aantrekken en mogelijk maken van particuliere investeringen; vraagt de EIB zich niet in te laten met grootschalige infrastructuurprojecten die ernstige milieueffecten kunnen hebben en geen aantoonbare meerwaarde bieden voor de economie en de plaatselijke bevolking; verzoekt de EIB meer technische bijstand te bieden om geringe capaciteit voor het opzetten van projecten te verhelpen en de lidstaten te helpen rendabele projecten te vinden;

4.  neemt er nota van dat de door de EIB ondertekende leningen in 2015 stabiel zijn gebleven (77,5 miljard EUR, tegen 77 miljard EUR in 2014); wijst erop dat dit bedrag weliswaar overeenkomt met het in het activiteitenplan 2016-2018 van de EIB aangekondigde streefcijfer, maar dat de huidige context de bank ertoe moet aansporen ambitieuzere doelstellingen vast te stellen en meer leningen te ondertekenen; herinnert eraan dat de EIB een fundamentele rol moet spelen bij de tenuitvoerlegging van de Europa 2020-strategie via het Horizon 2020-instrument;

5.  meent dat de EIB, als "de EU-bank", die in de Verdragen en het desbetreffende aangehechte protocol is opgenomen en verankerd, deze bijzondere status, die bijzondere rechten en verantwoordelijkheden met zich brengt, moet waarmaken; stelt vast dat de bank een cruciale rol vervult bij de implementatie van een groeiend aantal financiële instrumenten die de begrotingsmiddelen van de EU een hefboomeffect geven;

6.  neemt nota van het positieve nieuws dat de EIB de toezegging aan haar aandeelhouders om in totaal minstens 180 miljard EUR te investeren, gestand heeft kunnen doen;

7.  wijst erop dat een nieuwe verhoging van het kapitaal van de EIB, met als doel de financieringscapaciteit van de EIB de komende jaren veilig te stellen, zeker het overwegen waard is, maar benadrukt tegelijk dat moet worden gezorgd voor een efficiënt en verantwoord beheer van de middelen;

8.  is van mening dat een grotere leningactiviteit van de EIB kan worden bewerkstelligd door betere synergieën met overheidsfondsen, die op hun beurt publieke en particuliere investeringen zouden bevorderen; benadrukt dat een grotere leningactiviteit gepaard moet gaan met een dienovereenkomstige diversificatie van het productassortiment van de EIB, onder andere door een groter en budgettair prudent gebruik van publiek-private partnerschappen (PPP) – waarbij publieke en particuliere winst in evenwicht blijven – en andere innovatieve instrumenten om beter in te spelen op de behoeften van de reële economie en de markt; benadrukt dat bij het nemen van dergelijke maatregelen niet uit het oog mag worden verloren dat nieuwe producten vaak extra governance-instrumenten vereisen om toe te zien op de geschiktheid ervan, en dat er bijzondere aandacht moet worden besteed aan de strategische toewijzing van financiering en de bevordering van de beleidsdoelstellingen van de EU;

9.  neemt er nota van dat de EIB in 2015 1,35 miljard EUR heeft verstrekt voor investeringen in projecten in heel Griekenland; neemt er nota van dat de EIB sinds het begin van de crisis meer dan 12 miljard EUR heeft verstrekt voor investeringen in Griekenland;

10.  is ermee ingenomen dat de EIB op de crisis heeft gereageerd met een aanzienlijke uitbreiding van haar activiteiten, ook in de zwaarst getroffen landen; verzoekt de EIB verder bijstand te verlenen aan de landen die aanpassingsprogramma's moeten uitvoeren, om hun economisch herstel een duwtje in de rug te geven, hun overgang naar een duurzame economie te bevorderen en ervoor te zorgen dat ze blijven voldoen aan de EIB-criteria voor degelijke investeringen; wijst erop dat deze bijstand zowel in de vorm van financiële steun als in de vorm van capaciteitsopbouw moet worden verleend om projecten investeringsklaar te helpen maken; benadrukt het belang van regionale ontwikkeling en roept op tot meer dialoog en samenwerking met regionale en plaatselijke overheden;

11.  vestigt de aandacht op de talrijke verzoeken aan de EIB om de verspreiding van best practices in alle lidstaten te stimuleren en te vergemakkelijken, in het bijzonder via de bevoegde nationale stimuleringsbanken en ‑instellingen, die een zeer belangrijk instrument vormen voor een gecoördineerde reactie van de EU op het lage investeringsniveau;

12.  verwacht van de EIB dat ze met de Commissie en de lidstaten blijft samenwerken om de systemische tekortkomingen aan te pakken die bepaalde regio's of landen beletten optimaal gebruik te maken van de financiële activiteiten van de EIB;

13.  stelt vast dat de EIB gebruikmaakt van een breed scala aan financiële instrumenten, zoals leningen, garanties, projectobligaties en PPP's, om publieke en private investeringen in vervoer te steunen; benadrukt dat het belangrijk is dat de verschillende vormen van EU-financiering worden gecoördineerd opdat de beleidsdoelstellingen van de EU op het gebied van vervoer in de hele EU worden bereikt, rekening houdend met het feit dat niet alle projecten geschikt zijn voor financiering door middel van instrumenten van het PPP-type;

14.  benadrukt dat de EIB voorrang moet geven aan op innovatie gebaseerde projecten die een duidelijke Europese meerwaarde bieden; herinnert eraan dat het belangrijk is projecten te financieren met een maximaal effect wat banencreatie betreft; vraagt de EIB projecten grondiger te beoordelen en bijzondere aandacht te besteden aan het aantal en de kwaliteit van de direct en indirect gecreëerde banen; verzoekt de EIB op marktconforme wijze op te treden om een gelijk speelveld te creëren voor andere investeerders;

15.  vraagt dat er financiële steun wordt gegeven aan interne energiebronnen om iets te doen aan de grote afhankelijkheid van Europa van externe energieleveranciers en de bevoorradingszekerheid te waarborgen;

16.  ondersteunt de Commissie bij haar poging om het huidige financieel reglement te herzien; steunt met name de bepalingen van de verordening inzake het gebruik van innovatieve financieringsinstrumenten zoals projectobligaties, mits die er niet toe leiden dat de verliezen op de maatschappij worden afgewenteld en dat de winsten worden geprivatiseerd;

17.  verzoekt de EIB een uitgebreide beoordeling te presenteren van het potentiële effect dat de beslissing van het VK om de EU te verlaten, kan hebben op haar financiële situatie en activiteiten; onderstreept dat de EIB wanneer zij verplichtingen op lange termijn aangaat, rekening moet houden met de beslissing van het VK om de EU te verlaten; verzoekt de EIB met de Britse regering te blijven overleggen om de broodnodige zekerheid te krijgen voor projecten in het VK die momenteel financiering van de EIB ontvangen of waarvoor een aanvraag lopende is; verzoekt de EIB de verschillende mogelijke betrekkingen die de EIB na de brexit met het VK kan hebben, te onderzoeken en te schetsen;

18.  moedigt de EIB-groep aan om zich volledig te scharen achter het standpunt van de Commissie over agressieve belastingontwijkingsstructuren en onderstreept dat, overeenkomstig de eigen waarborgen van de EIB, het gebruik van overheidsfondsen die onder mandaat door de EIB worden beheerd, ook onder de controle van de Europese Rekenkamer valt; vraagt de EIB in dit verband een eind te maken aan de samenwerking met intermediairs, landen en rechtsgebieden die op de EU-lijst van niet-coöperatieve fiscale rechtsgebieden staan; merkt op dat alle projecten die door de EIB worden gefinancierd, inclusief de projecten die door financiële intermediairs worden gefinancierd, worden gepubliceerd op de website van de EIB; stelt voor dat de EIB haar capaciteiten voor onderzoek en sectorale analyse versterkt;

19.  onderstreept dat de bestrijding van alle soorten schadelijke belastingpraktijken een belangrijke prioriteit moet blijven voor de EIB; vraagt de EIB de betreffende EU-wetgeving en ‑normen inzake belastingontwijking, belastingparadijzen en andere daarmee verband houdende kwesties onverwijld toe te passen en van haar cliënten te eisen dat zij zich dienovereenkomstig aan deze regels houden; uit zijn bezorgdheid over het gebrek aan informatie die de EIB openbaar maakt over de uiteindelijke begunstigden, vooral wanneer de financiering gebaseerd is op private-equityfondsen; vraagt de EIB proactief op te treden en verscherpte due-diligencemaatregelen te nemen wanneer EIB-projecten banden blijken te hebben met rechtsgebieden met een bedenkelijke reputatie op het gebied van belastingen;

20.  wijst erop dat de EU-lijst van niet-coöperatieve fiscale rechtsgebieden naar verwachting eind 2017 zal worden gepubliceerd; verzoekt de EIB in dit verband haar beleid inzake niet-transparante en niet-coöperatieve rechtsgebieden (NCJ's) zo snel mogelijk te herzien en te verscherpen zodra de EU-lijst van niet-coöperatieve fiscale rechtsgebieden is opgesteld;

21.  vraagt de EIB haar transparantiepraktijk op alle niveaus van de instelling verder te verbeteren; moedigt de EIB aan ervoor te zorgen dat zowel directe financiering als financiering via intermediairs gegevens per land bevatten; vraagt de EIB gevolg te geven aan de aanbevelingen van de Europese Ombudsman en vraagt dat de onafhankelijkheid van het klachtenmechanisme van de EIB wordt vergroot;

22.  verzoekt de EIB de communicatie met de financiële intermediairs te blijven verbeteren, zodat deze de begunstigden beter kunnen informeren over de EIB-financieringsmogelijkheden die tot hun beschikking staan; is in dit verband verheugd over een onlangs ingestelde regeling die inhoudt dat kredietinstellingen die voor de financiering van een project EIB-middelen gebruiken, een brief naar de begunstigde moeten sturen waarin het gebruik van EIB-financiering uitdrukkelijk wordt vermeld;

23.  is van mening dat transparantie en toegang van de burger tot informatie over de financieringsplannen en ‑structuren essentieel zijn om de projecten weerklank te laten vinden bij de burger;

Ondersteuning van kmo's

24.  is het er volledig mee eens dat de EIB de nadruk legt op de financiering van kmo's, die in 2015 37 % van de nieuwe leningen (28,4 miljard EUR) hebben gekregen; is met name verheugd dat de verrichtingen van de EIB 4,1 miljoen banen in Europese kmo's en midcaps hebben helpen scheppen en behouden (+13 % ten opzichte van 2014); herinnert eraan dat kmo's de ruggengraat van de Europese economie vormen en 85 % van alle nieuwe banen scheppen, en dat het ondersteunen van kmo's een fundamentele doelstelling van de bank moet blijven; onderstreept dat de EIB een van de instellingen is die de financieringskloof waarmee kmo's te kampen hebben, helpen dichten;

25.  is verheugd over de rol van de EIB bij de ontwikkeling van de lokale particuliere sector; wijst erop dat de steun van de EIB voor microfinanciering bijzonder succesvol is geweest omdat met slechts 184 miljoen EUR aan microkredieten voor 230 500 banen in micro-ondernemingen is gezorgd, terwijl met bijna 3 miljard EUR aan leningen aan kmo's en midcaps veel minder is bereikt, namelijk de instandhouding van slechts 531 880 banen; wijst erop dat de hefboomratio van op microfinanciering gerichte investeringsvehikels ook aanzienlijk hoger was dan die van private-equityfondsen; wijst erop dat microkredieten een sterk genderperspectief hebben en twee keer zoveel banen voor vrouwen als voor mannen opleveren; verzoekt de EIB meer middelen voor microfinanciering beschikbaar te stellen; verzoekt de Commissie en de lidstaten dit succes te honoreren met een verhoging van de begrotingstoewijzing voor microkredieten in het mandaat van de EU voor externe leningen; betreurt het dat de EIB geen microfinancieringsinstellingen buiten de ACS-regio heeft ondersteund en wenst dat er soortgelijke microfinancieringssteun wordt verleend aan alle andere ontwikkelingslanden waar de EIB actief is;

26.  is verheugd dat de EIB de laatste jaren sterker de nadruk legt op de ondersteuning van kmo's; stelt met bezorgdheid vast dat de EIB bij de financiering wellicht grotere ondernemingen bevoordeelt door zich te richten op het aantal in stand gehouden banen (ook bestaande banen zonder dat er een ontslagrisico bestaat); verzoekt de EIB zich niet alleen te richten op en verslag uit te brengen over in stand gehouden banen, maar ook banen die dankzij haar financieringsactiviteiten zijn gecreëerd, en te streven naar naleving van de IAO-normen;

27.  verzoekt de EIB van alle ondernemingen die deelnemen aan projecten met medefinanciering van de EIB te verlangen dat zij zich houden aan het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij beloning en in arbeid en beroep; verzoekt de EIB bij haar besluiten over te financieren projecten rekening te houden met de maatregelen die de gegadigden op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen hebben genomen;

28.  herinnert eraan dat projecten van lokale kmo's moeten worden ondersteund met het oog op duurzame investeringen op de lange termijn die zorgen voor werkgelegenheid op gebieden zoals innovatie, O&O en energie-efficiëntie;

29.  meent dat de EIB, gezien de strategische rol van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, ook een strategie moet ontwikkelen om deze ondernemingen meer financiering te verschaffen in landen waar de economie en het bankwezen er slecht aan toe zijn; is van mening dat er bijzondere aandacht moet worden besteed aan concurrerende en flexibele zeer kleine ondernemingen die behoefte hebben aan financiering, micro-ondernemingen en micro-ondernemers, die goed zijn voor 30 % van de particuliere werkgelegenheid in de EU en die kwetsbaarder zijn voor economische schokken dan grotere bedrijven; is van mening dat deze strategie de versterking van de administratieve en adviescapaciteiten moet omvatten teneinde kmo's informatie te verstrekken en technische bijstand te verlenen bij hun ontwikkeling en bij het aanvragen van financiering; is van mening dat de EIB wat toegang tot financiering betreft, de nadruk zou kunnen leggen op het dichten van een eventuele financieringskloof voor micro-ondernemingen via financieringsinstrumenten en producten zoals microfinancieringsfaciliteiten en ‑garanties;

30.  is verheugd over de financieringsactiviteiten van de EIB op het gebied van infrastructuur en vervoer, omdat deze projecten het handelspotentieel aanzienlijk vergroten en als hefboom kunnen fungeren bij de internationalisering van kmo's, met name in geografisch benadeelde regio's;

31.  is van mening dat de EIB er nauwlettend op moet toezien dat het netwerk van financiële intermediairs dat zij heeft ontwikkeld, betrouwbaar is en in staat is om dynamische en concurrerende kmo's op effectieve wijze en in overeenstemming met het EU-beleid te financieren; vraagt de EIB meer met regionale openbare instellingen samen te werken om de financieringsmogelijkheden voor kmo's te optimaliseren; benadrukt dat de investeringsprogramma's op kleinschalige projecten moeten worden toegesneden zodat kmo's kunnen deelnemen;

32.  onderstreept dat toegang tot financiering tot de meest dringende uitdagingen voor kmo's behoort; onderstreept dat er een EIB-strategie nodig is om kmo's meer en beter toegang te geven tot financiering, onder meer door handelsfaciliteringsprogramma's en initiatieven als de Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit en de nieuwe faciliteiten voor financiering van handelsactiviteiten van kmo's in Europa en Latijns-Amerikaanse en Caribische landen; stelt voor om intermediaire banken die EIB-middelen verstrekken, te verplichten een proactiever beleid te voeren ten aanzien van kmo's en micro-ondernemingen; pleit voor een verdere verbetering van de transparantie rond de beoordeling van het lokale sociale en economische effect van de EIB-leningen die via intermediairs worden verstrekt; onderstreept dat de bijdrage van de EIB voor kmo-gerelateerde programma's in derde landen die een preferentiële handelsregeling met de EU hebben, op hun integratie in de mondiale toeleveringsketens gericht moet zijn, terwijl deze EIB-programma's specifiek in het oostelijke en zuidelijke nabuurschap op de integratie van kmo's in Europese waardeketens gericht moeten zijn;

33.  vraagt dat de EIB niet alleen middelen voor kmo's uittrekt, maar ook voor de ontwikkeling van gevoelige infrastructuur, omdat het gebrek daaraan in veel partnerlanden de groei van de handel ernstig kan belemmeren en het voor hun bevolking zeer moeilijk kan maken om goederen en diensten uit de EU te kopen en in de EU te verkopen;

EFSI

34.  is verheugd dat het EFSI van start is gegaan nadat de betreffende wetgeving in juli 2015 in werking is getreden; onderstreept dat het succes van het programma afhangt van een spoedige uitvoering ervan;

35.  wijst er in het bijzonder op dat, terwijl de cijfers nog steeds stijgen op het moment dat deze resolutie wordt opgesteld, de totale in het kader van het EFSI goedgekeurde investeringen 168,8 miljard EUR bedragen, d.w.z. 54 % van het aanvankelijke streefcijfer (315 miljard EUR); vestigt de aandacht op het feit dat tot dusver 450 verrichtingen in 28 lidstaten zijn goedgekeurd; verzoekt de EIB meer te doen om te zorgen voor additionaliteit bij de selectie van projecten in het kader van het EFSI en alle nodige inspanningen te leveren om de geografische dekking van de projecten en de bijdrage daarvan aan duurzame en slimme groei te vergroten;

Innovatie en concurrentievermogen

36.  is ingenomen met de sterke verhoging van de EIB-leningen voor innovatieve projecten, die in 2015 18,7 miljard EUR bedroegen, ten opzichte van minder dan 10 miljard EUR in 2008, en is van mening dat deze leningen nog verder moeten worden verhoogd; vraagt de EIB deze inspanning voort te zetten en zich te concentreren op de ontwikkeling van technologieën voor de toekomst, zoals energie-efficiënt vervoer, robotica, de bio-economie, de digitale economie en nieuwe medische behandelingen voor een beter leven; is van mening dat een focus op InnovFin en FinTech projecten met toegevoegde waarde in de lidstaten zal aantrekken; is van mening dat de EIB meer steun moet verstrekken voor innovatie via gerichte investeringen in onderwijs en opleiding, alsook voor start-ups en groeibedrijven, in het bijzonder in minder ontwikkelde regio's;

37.  verzoekt de EIB bij de financiering van vervoersprojecten rekening te houden met en te streven naar synergie met het toerisme om zo de ontwikkeling en het concurrentievermogen van de toerismesector in de EU te bevorderen;

38.  is van oordeel dat geavanceerde en hoogwaardige vervoerssystemen en ‑infrastructuur noodzakelijk zijn voor een innovatieve en doeltreffende economie en tot de prioriteiten moeten behoren; bijzondere aandacht moet worden besteed aan de oostelijke regio's van de EU alsook aan innovatieve multimodale infrastructuuroplossingen, zoals korte multimodale tunnels, bruggen of tunnels in dunbevolkte gebieden;

39.  vraagt de EIB haar inspanningen om via haar advieshub technische bijstand te ontwikkelen, te intensiveren teneinde de beste beheerpraktijken te promoten;

Aanpak van jeugdwerkloosheid

40.  benadrukt dat de EIB haar programma "Vaardigheden en banen – Investeren in de jeugd" moet ontwikkelen en moet blijven investeren in menselijk kapitaal teneinde jongeren van de nodige reeks vaardigheden te voorzien om toegang te krijgen tot financiering in verband met werkgelegenheid voor jongeren in kmo's en midcaps;

41.  is van mening dat de EIB manieren moet bedenken om voor begunstigde ondernemingen in regio's met een jeugdwerkloosheid van meer dan 25 % de voorwaarden te versoepelen teneinde jonge ondernemers te stimuleren en het oprichten van bedrijven te ondersteunen, zonder de levensvatbaarheid van de projecten op losse schroeven te zetten;

42.  herhaalt dat investeringen van de EIB in degelijke investeringsprojecten de sociale inclusie kunnen helpen bevorderen, met name in lidstaten met een hoge werkloosheid en een lage productiviteit; vraagt de EIB haar strategische planningsprogramma te ontwikkelen om iets te doen aan de hoge werkloosheid; is verheugd dat de steun van de EIB aan socialehuisvestingsprojecten de afgelopen jaren continu is toegenomen en verzoekt de EIB haar investeringen in socialehuisvestingsprojecten verder op te voeren;

43.  onderstreept dat in het veerkrachtinitiatief van de EIB de klemtoon moet worden gelegd op kwalitatief hoogstaande projecten, en wijst op de belangrijke rol die in het voorgestelde EU-plan voor externe investeringen voor de EIB is weggelegd bij het opbouwen van veerkrachtiger economieën die de onderliggende oorzaken van armoede aanpakken; onderstreept het belang van initiatieven van de EIB die met name gericht zijn op jongeren en vrouwen, bijdragen aan investeringen in sectoren van sociaal belang zoals watervoorziening, gezondheid en onderwijs, en meer steun bieden voor ondernemerschap en de particuliere sector;

Klimaatactie

44.  In 2015 heeft de EIB na een openbare raadpleging een formele klimaatactiestrategie gepubliceerd met als doel de Overeenkomst van Parijs zowel in de lidstaten als op internationaal niveau te helpen uitvoeren; herhaalt dat de klimaatstrategie van de EIB van 2015 moet worden uitgevoerd en vraagt dat er concreet verslag wordt uitgebracht over de tenuitvoerlegging van de in deze strategie vervatte activiteiten;

45.  vraagt de EIB zich meer in te zetten voor de bestrijding van de klimaatverandering, die aan bod kwam in 27 % van de projecten die in 2015 zijn goedgekeurd en goed was voor een totale investering van 20,6 miljard EUR – het hoogste bedrag dat de EIB ooit in een jaar in de bestrijding van de klimaatverandering heeft geïnvesteerd, en herhaalt dat het belangrijk om van fossiele brandstoffen over te stappen op hernieuwbare energiebronnen en een grotere energie-efficiëntie, overeenkomstig de verbintenis die de Europese Unie in maart 2015 is aangegaan om haar CO2-uitstoot tegen 2030 met minstens 40 % te verminderen; benadrukt dat financiële steun voor interne energiebronnen van belang is om iets te doen aan de grote afhankelijkheid van Europa van externe energieleveranciers en om de bevoorradingszekerheid te waarborgen;

46.  moedigt de EIB aan om duurzaam, veilig, klimaatvriendelijk en innovatief vervoer te blijven steunen en de toegankelijkheid voor passagiers met beperkte mobiliteit te blijven bevorderen; benadrukt dat het de prioriteit van het Unie is om te zorgen voor voldoende financiële middelen voor projecten met een Europese meerwaarde, zoals grensoverschrijdende vervoersverbindingen en met name grensoverschrijdende regionale spoorverbindingen die zijn ontmanteld of buiten gebruik zijn gesteld; benadrukt dat in het Europese investeringsbeleid meer aandacht moet worden besteed aan horizontale thema's, met name vervoer en diensten van de toekomst, waarvoor gelijktijdig en op samenhangende wijze alternatieve-energienetwerken en telecommunicatienetwerken moeten worden ontwikkeld;

47.  benadrukt het belang van de doelstellingen die op de COP21 met betrekking tot vervoer zijn vastgesteld om de klimaatverandering tegen te gaan; benadrukt dat er financiële middelen beschikbaar moeten worden gesteld om de overgang van wegvervoer naar vervoer over het spoor, over zee en over de binnenwateren te realiseren; dringt erop aan dat er aandacht wordt besteed aan investeringen in schone energie en moderne diensten voor vervoer; stelt in dit verband voor dat de capaciteiten van de daarin gespecialiseerde financieringsinstrumenten zoals de European Clean Transport Facility (ECTF) worden vergroot;

48.  benadrukt dat de investeringen gebaseerd moeten zijn op het minimaliseren van de externe kosten, met inbegrip van kosten worden veroorzaakt door de klimaatverandering, om zo de uitdagingen voor toekomstige overheidsbegrotingen te verminderen;

49.  vraagt de Commissie en de EIB investeringen in duurzame stedelijke mobiliteit te steunen, die bij voorkeur gebaseerd moeten zijn op duurzame stedelijke mobiliteitsplannen met geschikte criteria om de verkeersdrukte, klimaatverandering, luchtvervuiling, geluidshinder en verkeersongevallen te verminderen;

50.  merkt op dat om de aan de belastingbetalers en de overheidsfinanciën in het algemeen opgelegde lasten voor de bouw en het onderhoud van infrastructuur te verminderen, vervoersinfrastructuurprojecten in de vorm van publiek-private partnerschappen over het algemeen gebaseerd moeten zijn op het beginsel dat de vervuiler betaalt;

51.  beveelt aan om de leningverstrekking te concentreren op kleinere, gedecentraliseerde projecten voor hernieuwbare energie die geen aansluiting op het net hebben en waarbij burgers en gemeenschappen betrokken zijn, en om het beginsel "voorrang voor energie-efficiëntie" op te nemen in alle beleidsmaatregelen en operaties van de EIB;

Mandaat voor externe leningen

52.  herinnert eraan dat het externe beleid van de EIB, in het bijzonder de regionale technische operationele richtsnoeren, moet stroken met de doelstellingen van het externe optreden van de Unie overeenkomstig artikel 21 VEU en het Handvest van de grondrechten van de EU;

53.  benadrukt dat alle financiële instrumenten van het externe optreden van de EU samenhangend en gestroomlijnd moeten zijn, met inbegrip van het veerkrachtinitiatief van de EIB, het toekomstige EU-plan voor externe investeringen en de herziening van het externe mandaat van de EIB; verwacht met name dat de informatie in de bijgewerkte regionale technische operationele richtsnoeren of andere gelijkwaardige documenten waarin het externe optreden van de EIB gekoppeld wordt aan de EU-doelstellingen, uitvoeriger is dan tot nog toe het geval was;

54.  verwacht dat beide takken van de begrotingsautoriteit bij de herziening van haar externe mandaat overeenstemming bereiken over ambitieuze toewijzingen aan de landen van het oostelijk nabuurschap, rekening houdend met het feit dat het maximumbedrag voor het oostelijk nabuurschap medio 2017 zal worden bereikt en dat de EIB misschien niet in staat zal zijn om gedurende de gehele periode van het mandaat voor externe leningen in die regio leningen te blijven verstrekken;

55.  benadrukt dat de EIB-activiteiten moeten bijdragen aan de verwezenlijking van de Agenda 2030, en verzoekt met het oog daarop dat de EIB haar capaciteit versterkt om projecten te beoordelen op hun effect op de verwezenlijking van de doelstellingen in de Agenda 2030, onder meer op sociaal, gender-, milieu- en klimaatgebied; is verheugd over de inspanningen van de EIB om een genderstrategie te ontwikkelen, de vaststelling van de klimaatstrategie in het kader van het mandaat van de EIB voor externe leningen in december 2015 en de toezegging om het aandeel van klimaatprojecten in de investeringen van de EIB in ontwikkelingslanden tegen 2020 tot 35 % te verhogen; onderstreept de noodzaak van een gedegen openbare raadpleging over projecten, mede via de toepassing van het beginsel van vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming ten aanzien van de betrokken inheemse gemeenschappen bij aan land en natuurlijke hulpbronnen gerelateerde investeringen;

56.  verwelkomt de ontwikkelingsactiviteiten van de EIB in het kader van de Overeenkomst van Cotonou en het mandaat van de EIB voor externe leningen voor 2014-2020, waarmee een EU-garantie wordt gegeven voor de externe verrichtingen van de EIB tot een bedrag van 30 miljard EUR; legt de nadruk op naleving van de verplichtingen die uit de EU-Verdragen voortvloeien (inclusief artikel 21 VEU en artikel 208 VWEU), het strategisch kader en actieplan van de EU voor de mensenrechten, het Europees Handvest van de grondrechten en de beginselen inzake de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp (waaronder additionaliteit, ownership voor het begunstigde land, afstemming op de ontwikkelingsdoelstellingen van het begunstigde land en transparantie bij de projectkeuze); wijst tevens op speciaal verslag nr. 16 van de Europese Rekenkamer, waarin de Commissie wordt verzocht zorg te dragen voor een gedocumenteerde beoordeling van de uit de EU-subsidies resulterende toegevoegde waarde voor de verwezenlijking van de EU-doelstellingen op het gebied van ontwikkelingsbeleid;

57.  vraagt de EIB het effect van haar projecten buiten de EU beter te beoordelen (vooraf en achteraf) om ervoor te zorgen dat ze met succes worden uitgevoerd, echte meerwaarde opleveren volledig in overeenstemming zijn met de doelstelling van duurzame en inclusieve groei voor de lokale gemeenschappen;

58.  juicht het toe dat de EIB dankzij het kader voor resultatenmeting (ReM) transparanter is geworden en meer verantwoording aflegt; vraagt dat een willekeurige steekproef uit de bijna 400 projecten die bij de beoordeling aan een ReM-toetsing zijn onderworpen, na afloop nogmaals worden beoordeeld door onafhankelijke deskundigen; vraagt dat de resultaten van deze beoordeling ex post worden toegezonden aan het Parlement;

59.  herinnert eraan dat de EIB er met het oog op een hoog niveau van transparantie voor moet zorgen dat leningen die via andere financiële intermediairs lopen (met name commerciële banken, maar ook instellingen voor microfinanciering en coöperaties) aan dezelfde transparantievereisten moeten voldoen als andere soorten leningen;

60.  betreurt het dat de EIB in haar verslag over haar activiteiten buiten de EU met geen woord rept over de omvang en het aantal van de oninbare EIB-leningen; verzoekt de EIB het Parlement een jaarlijks overzicht te verstrekken van de gevallen van uitstel van betaling en van de verliezen die zij bij de financiering van duurzame ontwikkeling heeft geleden; vraagt dat deze informatie naar financieringstype en regio wordt uitgesplitst;

61.  dringt aan op een politiek debat met deelname van het Parlement over de beoogde samenwerking van de EIB met de Aziatische Investeringsbank voor infrastructuur (AIIB); stelt met bezorgdheid vast dat de governancestructuur van de AIIB tot dusverre niet voorziet in een adequate betrokkenheid van de aandeelhouders bij de besluitvorming over projectfinanciering en dat in de voor het publiek beschikbare projectdocumentatie niet wordt ingegaan op de uitvoering van de sociale en milieumaatregelen die de AIIB van haar leningnemers verlangt; dringt erop aan dat de EIB synergiën creëert en eventueel middelen samenvoegt met die van andere regionale ontwikkelingsbanken opdat zij elkaar met hun activiteiten niet beconcurreren; vindt het belangrijk dat de EIB in het kader van haar samenwerking met andere ontwikkelingsbanken opkomt voor strengere prestatienormen inzake transparantie en op sociaal en milieugebied als voorwaarde voor een eventuele kapitaaldeelname; verzoekt de EIB ervoor te zorgen dat van ondernemingen die deelnemen aan projecten met medefinanciering van de EIB gevraagd wordt de beginselen van gelijke beloning en transparante lonen te onderschrijven, alsook het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen, zoals bepaald in Richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep; wijst er bovendien op dat de EIB bij haar besluiten over te financieren projecten rekening moet houden met de maatregelen die de gegadigden hebben getroffen op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen;

62.  is verheugd dat de Europese Raad zich heeft geschaard achter het initiatief van de EIB om snel extra financiering uit te trekken ter ondersteuning van duurzame groei en sociale cohesie in de landen van het zuidelijk nabuurschap en de landen van de westelijke Balkan; herinnert eraan dat de faciliteit voor technische bijstand van de EIB een essentiële aanvulling op de goedgekeurde financiering vormt, met name in arme landen; verzoekt de EIB rekening te houden met de plaatselijke context wanneer ze investeert in derde landen; vraagt de EIB om meer transparantie over de uiteindelijke begunstigden en de eindontvangers van financiering, met name wanneer de financiering gebaseerd is op particuliere equityfondsen; is van mening dat de selectie van financiële intermediairs strenger moet zijn;

63.  verzoekt de EIB rekening te houden met de plaatselijke context wanneer ze investeert in derde landen; herinnert eraan dat investeren in derde landen niet enkel gebaseerd mag zijn op een aanpak ter maximalisatie van de winst, maar ook moet streven naar het genereren van door de particuliere sector geleide duurzame economische groei op lange termijn en op het verkleinen van de armoede door banencreatie en een betere toegang tot productiemiddelen; is van mening dat de selectie van financiële intermediairs in dit opzicht strenger moet zijn;

64.  merkt op dat het veerkrachtinitiatief van de EIB voor de landen van het zuidelijk nabuurschap en de landen van de westelijke Balkan moet worden beschouwd als een aanvulling op het nieuwe initiatief van de Commissie om een plan voor externe investeringen op te zetten;

65.  onderstreept dat de bank bij de verschillende projectpartijen meer zichtbaarheid moet geven aan haar betrokkenheid bij de projectfinanciering, met name buiten de Europese Unie, aangezien dit van cruciaal belang is om de burgers ter plaatse bewust te maken van hun recht om beroep aan te tekenen en een klacht in te dienen bij het bureau van het klachtenmechanisme en bij de Europese Ombudsman;

66.  verzoekt de EIB bijzondere aandacht te besteden aan de ontwikkelingslanden, met name landen die worden geconfronteerd met conflicten en extreme armoede, en vraagt de EIB duurzame groei in de ontwikkelingslanden actief te blijven ondersteunen; verzoekt de EIB om zich samen met de Afrikaanse Ontwikkelingsbank (AfDB) toe te leggen op de financiering van langetermijninvesteringen ten behoeve van de economische ontwikkeling; is verheugd over het feit dat EU-subsidies steeds meer gecombineerd worden met EIB-kredietverlening om betere projectresultaten te behalen in de ontwikkelingslanden;

67.  neemt kennis van de resultaten van de tussentijdse herziening door de Commissie van het mandaat voor externe leningverstrekking door de EIB; onderstreept dat de EIB krachtens een ontwikkelingsmandaat werkt en zich daarbij dus moet laten leiden door het beginsel van beleidscoherentie voor ontwikkeling; vraagt dat de Commissie erop toeziet dat de door de EIB gefinancierde projecten aansluiten bij het EU-beleid en de Europese belangen eerbiedigen, en onderstreept dat de EIB zich in haar hoedanigheid van financiële arm van de EU moet richten naar de duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN;

68.  neemt kennis van de positieve omstandigheid dat de omvang van de middelen die halverwege de programmaperiode zijn toegewezen, in sommige regio's een hoog percentage van het regionale maximum uitmaken; beschouwt dit als een indicatie dat het mogelijk en wenselijk is middelen nauwkeuriger op de prioriteiten van de Unie te richten om beter te reageren op externe beleidsdoelstellingen, bijvoorbeeld met betrekking tot de migratiecrisis;

69.  verzoekt de Commissie een kader te scheppen voor jaarlijkse verslaggeving door de EIB over haar operaties buiten de EU wat betreft de naleving van de voor het extern optreden van de Unie geldende algemene beginselen; steunt de conclusie in de tussentijdse evaluatie dat de regionale technische operationele richtsnoeren van de EIB in nauwe samenwerking met de EDEO moeten worden bijgewerkt om duidelijker te maken dat de EIB qua prioriteiten op één lijn ligt met de Unie; verzoekt de Commissie deze bijwerking aan te grijpen om de basis te leggen voor verslaggeving door de EIB over de naleving van artikel 21 VEU; is van mening dat het optionele aanvullende bedrag voor de EIB alleen mag worden vrijgegeven als er vooruitgang wordt gemaakt met deze verslaggeving;

70.  verzoekt de EIB meer aandacht te besteden aan de gevolgen van haar werkzaamheden voor de mensenrechten en de arbeidsrechten, en haar beleid inzake sociale normen verder uit te werken tot een mensenrechtenbeleid op het gebied van bankieren; stelt met het oog daarop voor dat de EIB mensenrechtenbenchmarks opneemt in haar projectevaluaties;

Vluchtelingencrisis en migratie binnen de EU

71.  verzoekt de EIB actie te blijven ondernemen om iets aan de migranten- en vluchtelingenstroom te doen door noodprojecten in de landen van bestemming en de transitlanden te financieren en waar mogelijk toezeggingen op lange termijn te doen voor projecten die beogen banen te scheppen en de groei te stimuleren in de landen van herkomst;

72.  verzoekt de EIB leningen voor socialehuisvestingsprojecten te blijven verstrekken om het hoofd te bieden aan de aankomst van een groot aantal vluchtelingen in de EU-lidstaten, en met name in Griekenland en Italië;

73.  benadrukt dat de EIB meer transparantie aan de dag moet leggen en meer verantwoording moet afleggen; onderstreept dat de EIB jaarlijks drie verschillende verslagen over haar activiteiten indient bij het Europees Parlement en dat de president en personeelsleden van de EIB regelmatig hoorzittingen bijwonen op verzoek van het Europees Parlement en zijn verschillende commissies; meent echter dat er nog ruimte voor verbetering is wat betreft meer parlementair toezicht op de activiteiten van de EIB; vraagt in dit verband dat er een interinstitutionele overeenkomst tussen de EIB en het Parlement wordt ondertekend over de uitwisseling van informatie, waarbij de leden de mogelijk krijgen om schriftelijke vragen aan de president van de EIB te stellen;

74.  prijst de EIB voor haar inzet om gedwongen migratie tegen te gaan en op te treden in de landen die door de migratiecrisis zwaar op de proef worden gesteld, onder meer door het opvoeren van humanitair optreden, ondersteuning van de economische groei, de aanleg van infrastructuur en het scheppen van banen; verwelkomt in dit verband het crisisrespons- en veerkrachtinitiatief van de EIB, dat tot doel heeft de steun aan de zuidelijke buurlanden van de EU en de Balkanlanden met 6 miljard EUR te verhogen; wenst dat dit initiatief leidt tot echte additionaliteit wat de huidige EIB-activiteiten in de regio betreft;

75.  verzoekt de EIB het pakket "migratie voor de ACS-landen" snel ten uitvoer te leggen en dringt erop aan dat de gefinancierde projecten in de eerste plaats worden toegespitst op het voorkomen van gedwongen migratie in de regio ten zuiden van de Sahara;

76.  is verheugd over het voorstel van de Commissie voor een Europees plan voor externe investeringen (EEIP), dat de onderliggende oorzaken van migratie moet aanpakken door de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling te helpen verwezenlijken; hoopt de EIB hierbij een belangrijke rol te zien spelen, met name door de verstrekking van aanvullende financiële middelen aan begunstigden in de privésector;

77.  verzoekt de EIB strenge criteria inzake belangenconflicten, fraude en corruptie toe te passen om het openbaar belang veilig te stellen;

78.  verzoekt de EIB de participatie van nationale regeringen, regionale en plaatselijke overheden te verbeteren; moedigt de EIB aan om de uitwisseling van best practices te vergemakkelijken en de betrokkenheid van de nationale kantoren van de EIB te versterken;

79.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de EIB en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1)

PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0200.


ADVIES van de Begrotingscommissie (*) (11.11.2016)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake het jaarverslag over de financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank

(2016/2099(INI))

Rapporteur voor advies(*): Eider Gardiazabal Rubial

  (*)  Medeverantwoordelijke commissie – Artikel 54 van het Reglement

SUGGESTIES

De Begrotingscommissie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  meent dat de EIB, als "de EU-bank", die in de Verdragen en het desbetreffende bijgevoegde protocol is opgenomen en verankerd, deze bijzondere status, die bijzondere rechten en verantwoordelijkheden meebrengt, moet waarmaken; stelt vast dat de bank een cruciale rol vervult bij de implementatie van een groeiend aantal financiële instrumenten waarvoor begrotingsmiddelen van de EU worden uitgetrokken;

2.  vestigt de aandacht op de talrijke verzoeken aan de EIB om de verspreiding van optimale praktijken in alle lidstaten te stimuleren en te vergemakkelijken, in het bijzonder via de desbetreffende nationale stimuleringsbanken en -instellingen, die een zeer belangrijk instrument vormen voor een gecoördineerde EU-reactie op het lage investeringsniveau;

3.  herinnert aan de overeenkomst(1) van het Europees Parlement en de Raad om de behandeling van dividenden van het Europees Investeringsfonds aan te pakken in het kader van de volgende herziening van de op de algemene begroting van de Unie van toepassing zijnde financiële regels of, ten laatste, in het kader van het tussentijds verslag over de verwezenlijking van de daarin vastgestelde doelstellingen, dat vóór 31 december 2016 door de Commissie moet zijn ingediend;

4.  meent dat de informatie over financiële instrumenten die momenteel wordt verstrekt aan de burgers en aan de begrotingsautoriteit in termen van volledigheid, tijdigheid en bruikbaarheid verbeterd kan worden om met kennis van zaken besluiten te kunnen nemen over de begrotingstoewijzingen, de toekomstige financiële regels van de EU en het toekomstige financieel kader van de EU; verwacht dat de EIB, gezien haar unieke deskundigheid en positie, actief bijdraagt aan de leesbaarheid van de EU-begroting; vindt het met name noodzakelijk om "informatiekanalen" op te zetten die zijn gericht op regionale en lokale overheidsinstanties, zodat deze tijdig informatie van betere kwaliteit over financiële mogelijkheden kunnen ontvangen; vraagt de EIB om haar transparantiebeleid te ontwikkelen en daarbij naar behoren rekening te houden met de besluiten van de Europese Ombudsman;

5.  is van mening dat de rol van de EIB na de inwerkingtreding van het Europees Fonds voor strategische investeringen aanzienlijk versterkt is en juicht in dit verband het voorstel toe om de oorspronkelijke termijn die voor het EFSI was uitgetrokken, te verlengen;

6.  verwacht van de EIB dat ze blijft samenwerken met de Commissie en de lidstaten om de systemische tekortkomingen aan te pakken die bepaalde regio's of landen beletten om optimaal gebruik te maken van de financiële activiteiten van de EIB;

7.  dringt erop aan dat alle financiële instrumenten van het extern optreden van de EU coherent en geïntegreerd worden ingezet, met inbegrip van het "weerbaarheidsinitiatief" van de EIB, het toekomstige EU-plan voor externe investeringen en de herziening van het externe mandaat van de EIB; verwacht met name dat de informatie in de bijgewerkte regionale technische operationele richtsnoeren of andere gelijkwaardige documenten waarin het extern optreden van de EIB gekoppeld wordt aan de EU-doelstellingen, uitvoeriger is dan wat tot nu toe is meegedeeld;

8.  verwacht dat in het kader van de herziening van haar externe mandaat, beide takken van de begrotingsautoriteit overeenstemming bereiken over een ambitieus niveau voor toewijzing aan de landen van het oostelijk nabuurschap, waarbij rekening wordt gehouden met het gegeven dat het leningsmaximum in het oostelijk nabuurschap vanaf medio 2017 zal worden bereikt en dat de EIB mogelijk niet in staat is om gedurende de gehele periode van het mandaat voor externe leningen in die regio leningen te blijven verstrekken;

9.  vraagt de EIB dat zij een nieuw, verantwoordelijk belastingheffingsbeleid tot stand brengt en dat zij de vereisten voor goed bestuur omzet in haar overeenkomsten met alle geselecteerde financiële tussenpersonen, in overeenstemming met de "Externe strategie voor effectieve belastingheffing"; verwacht dat het op handen zijnde fiscale actieplan van de EIB zal leiden tot een verbeterde kwaliteit van de informatie over uiteindelijke begunstigden en tot het voorkomen van transacties die plaatsvinden met financiële tussenpersonen die negatief scoren op het gebied van transparantie, fraude of corruptie, of die geregistreerd zijn in offshore financiële centra of belastingparadijzen;

10.  vraagt de EIB om de bepalingen van de door de Raad op 12 juli 2016 aangenomen EU-richtlijn inzake de bestrijding van belastingontwijking te beoordelen en snel toe te passen, alsmede de door de Raad op 25 mei 2016 goedgekeurde herziene richtlijn administratieve samenwerking.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

10.11.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

27

3

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean Arthuis, Richard Ashworth, Reimer Böge, Lefteris Christoforou, Jean-Paul Denanot, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Esteban González Pons, Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, Vladimír Maňka, Ernest Maragall, Clare Moody, Siegfried Mureşan, Liadh Ní Riada, Jan Olbrycht, Paul Rübig, Patricija Šulin, Indrek Tarand, Isabelle Thomas, Inese Vaidere, Monika Vana, Daniele Viotti, Marco Zanni, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Stanisław Ożóg, Nils Torvalds, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

John Stuart Agnew

(1)

Zoals vastgelegd in de bijlage bij Besluit nr. 562/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de deelname van de Europese Unie in de kapitaalverhoging bij het Europees Investeringsfonds (PB L 156 van 24.5.2014, blz. 1).


ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (10.11.2016)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake het jaarverslag over de financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank

(2016/2099(INI))

Rapporteur voor advies: Bernd Lucke

SUGGESTIES

De Commissie ontwikkelingssamenwerking verzoekt de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  benadrukt dat de EIB-activiteiten moeten bijdragen tot de verwezenlijking van de Agenda 2030, en verzoekt met het oog daarop dat de EIB haar mogelijkheden versterkt om projecten te beoordelen op hun bijdrage aan het halen van de doelstellingen in de Agenda 2030, o.a. op sociaal, gender-, milieu- en klimaatgebied; is verheugd over de inspanningen die de EIB momenteel doet om een genderstrategie te ontwikkelen, de vaststelling van de klimaatstrategie in het kader van het mandaat van de EIB voor leningen in derde landen in december 2015 en de toezegging om het aandeel van klimaatprojecten in de investeringen van de EIB in ontwikkelingslanden tegen 2020 tot 35 % te verhogen; onderstreept de noodzaak van een gedegen openbare raadpleging over projecten, mede via de toepassing van het beginsel van vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming ten aanzien van de betrokken inheemse gemeenschappen bij aan land en natuurlijke hulpbronnen gerelateerde investeringen;

2.  verwelkomt de ontwikkelingsactiviteiten van de EIB in het kader van de Overeenkomst van Cotonou en het mandaat van de EIB voor leningen in derde landen voor 2014-2020, waarmee een EU-garantie wordt gegeven voor de externe verrichtingen van de EIB tot een bedrag van 30 miljard EUR; legt de nadruk op naleving van de verplichtingen die uit de EU-Verdragen voortvloeien (inclusief artikel 21 VEU en artikel 208 VWEU), het strategisch kader en actieplan van de EU voor de mensenrechten, het Europees Handvest van de grondrechten en de beginselen inzake de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp (waaronder additionaliteit, verantwoordelijkheid van het begunstigde land, afstemming op de ontwikkelingsdoelstellingen van het begunstigde land en transparantie bij de projectkeuze); wijst tevens op speciaal verslag nr. 16 van de Europese Rekenkamer, waarin de Commissie wordt verzocht om zorg te dragen voor een gedocumenteerde beoordeling van de uit de EU-subsidies resulterende toegevoegde waarde voor de verwezenlijking van de EU-doelstellingen op het gebied van ontwikkelingsbeleid;

3.  juicht het toe dat de EIB dankzij het kader voor resultatenmeting (ReM) transparanter is geworden en meer verantwoording aflegt; doet het verzoek om een willekeurige steekproef uit de bijna 400 projecten die bij de beoordeling aan een ReM-toetsing zijn onderworpen, na de voltooiing door onafhankelijke deskundigen opnieuw te laten evalueren; vraagt dat de resultaten van deze evaluatie ex post worden doorgegeven aan het Parlement;

4.   vindt het zorgwekkend dat veel van de private-equity-instrumenten waarop de EIB een beroep doet als financiële intermediairs, gevestigd zijn in belastingparadijzen en rechtsgebieden met bankgeheim; steunt de externe strategie voor effectieve belastingheffing 2016 van de Commissie waar het gaat om de naleving van de internationale transparantienormen op belastinggebied (waaronder de bevordering van internationale verslaglegging per land); verzoekt de EIB om haar activiteiten gericht op naleving van de zorgvuldigheidseisen te versterken teneinde de kwaliteit van de informatie over de uiteindelijke begunstigden te verbeteren en op doeltreffende wijze te voorkomen dat er transacties plaatsvinden met financiële tussenpersonen met negatieve antecedenten op het gebied van transparantie, fraude, corruptie, georganiseerde misdaad, witwassen van geld en activiteiten die schadelijke sociale en milieugevolgen hebben; verzoekt de EIB om doeltreffende maatregelen tegen belastingontwijking te nemen en haar beleid inzake niet-coöperatieve rechtsgebieden (NCJ's) te herzien;

5.  herinnert eraan dat de EIB er met het oog op een hoog niveau van transparantie voor moet zorgen dat leningen die via andere financiële intermediairs lopen (met name commerciële banken, maar ook instellingen voor microfinanciering en coöperaties) aan dezelfde transparantievereisten moeten voldoen als andere soorten leningen;

6.  is verheugd over de rol van de EIB bij de ontwikkeling van de lokale particuliere sector; wijst erop dat de steun van de EIB voor microfinanciering bijzonder succesvol is geweest omdat met slechts 184 miljoen EUR aan microkredieten voor 230 500 banen in micro-ondernemingen is gezorgd, terwijl met bijna 3 miljard EUR aan leningen aan kmo's en midcapbedrijven veel minder is bereikt, namelijk de instandhouding van slechts 531 880 banen; wijst erop dat de hefboomratio van op microfinanciering gerichte investeringsvehikels ook aanzienlijk hoger was dan die van private-equity-fondsen; wijst erop dat microkredieten een sterk genderperspectief hebben en twee keer zoveel banen voor vrouwen als voor mannen opleveren; verzoekt de EIB meer middelen voor microfinanciering beschikbaar te stellen; verzoekt de Commissie en de lidstaten dit succes te honoreren met een verhoging van de begrotingstoewijzing voor microkredieten in het mandaat van de EU voor leningen in derde landen; betreurt het dat de EIB geen microfinancieringsinstellingen buiten de ACS-regio heeft ondersteund en wenst dat er een soortgelijke microfinancieringssteun wordt verleend aan alle andere ontwikkelingslanden waar de EIB actief is;

7.  is verheugd dat de EIB de laatste jaren sterker de nadruk legt op de ondersteuning van kmo's; stelt met zorg vast dat de EIB bij de financiering wellicht grotere ondernemingen bevoordeelt door zich te richten op het aantal in stand gehouden banen (waaronder bestaande banen zonder dat er een ontslagrisico bestaat); verzoekt de EIB zich niet alleen op in stand gehouden banen te richten en daarvan in haar verslagen melding te maken, maar ook op de banen die door haar financieringsactiviteiten zijn gecreëerd, en te streven naar naleving van de IAO-normen;

8.  verzoekt de EIB van alle ondernemingen die deelnemen aan projecten met medefinanciering van de EIB te verlangen dat zij zich houden aan het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij beloning en in arbeid en beroep; verzoekt de EIB bij haar besluiten over te financieren projecten rekening te houden met de maatregelen die de kandidaat-ondernemingen op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen hebben genomen;

9.  onderstreept dat de bank tegenover de verschillende projectpartijen meer zichtbaarheid moet geven aan haar betrokkenheid bij de projectfinanciering, met name buiten de Europese Unie, aangezien dit van cruciaal belang is om de burgers ter plaatse bewust te maken van hun recht om beroep aan te tekenen en een klacht in te dienen bij het bureau van het klachtenmechanisme en bij de Europese Ombudsman;

10.  verzoekt de EIB ervoor te zorgen dat alle bij haar verrichtingen betrokken ondernemingen en financiële instellingen informatie bekendmaken met betrekking tot de feitelijke eigendom van juridische structuren die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de onderneming, met inbegrip van trusts, stichtingen en bankrekeningen;

11.  brengt in herinnering dat de internationale particuliere financiële sector voor de EIB niet het belangrijkste kanaal mag zijn om ontwikkelingsfinanciering naar plaatselijke inheemse particuliere ondernemingen te sluizen; is van mening dat de controles door financiële intermediairs, zowel vooraf als achteraf, teveel middelen zouden opslorpen zonder noodzakelijkerwijs tot een positief resultaat bij te dragen, middelen die anders zouden kunnen worden gebruikt voor de directe ondersteuning van de lokale openbare en particuliere sector, in overeenstemming met een benadering van ontwikkeling waarbij wordt getracht de eigen middelen en capaciteiten van een land te mobiliseren;

12.  herinnert aan de noodzaak om projecten van lokale kmo's te ondersteunen met het oog op duurzame investeringen op de lange termijn die zorgen voor werkgelegenheid op gebieden zoals innovatie, O&O en energie-efficiëntie;

13.  betreurt het dat de EIB in haar verslag over haar activiteiten buiten de EU met geen woord rept over de omvang en het aantal oninbare EIB-leningen; verzoekt de EIB het Parlement een jaarlijks overzicht te verstrekken van de gevallen van uitstel van betaling en van de verliezen die zij in haar financiering van duurzame ontwikkeling heeft geleden; verzoekt om uitsplitsing van deze informatie naar financieringstype en regio;

14.  onderstreept dat in het weerbaarheidsinitiatief van de EIB de klemtoon moet worden gelegd op kwalitatief hoogstaande projecten, en wijst op de belangrijke rol die in het voorgestelde EU-plan voor externe investeringen voor de EIB is weggelegd bij het opbouwen van veerkrachtiger economieën die de onderliggende oorzaken van armoede aanpakken; onderstreept het belang van initiatieven van de EIB die met name gericht zijn op jongeren en vrouwen, bijdragen aan investeringen in sectoren van sociaal belang zoals watervoorziening, gezondheid en onderwijs, en meer steun bieden voor ondernemerschap en de particuliere sector;

15.  verzoekt de EIB bijzondere aandacht te besteden aan de ontwikkelingslanden, met name landen die worden geconfronteerd met conflicten en extreme armoede, en vraagt de EIB duurzame groei in de ontwikkelingslanden actief te blijven ondersteunen; verzoekt de EIB om zich samen met de Afrikaanse Ontwikkelingsbank (AfDB) toe te leggen op de financiering van langetermijninvesteringen ten behoeve van de economische ontwikkeling; is verheugd over het feit dat EU-subsidies steeds meer gecombineerd worden met EIB-kredietverlening om betere projectresultaten te behalen in de ontwikkelingslanden.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

8.11.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

19

1

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Louis Aliot, Nicolas Bay, Beatriz Becerra Basterrechea, Ignazio Corrao, Raymond Finch, Enrique Guerrero Salom, Maria Heubuch, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Arne Lietz, Linda McAvan, Norbert Neuser, Cristian Dan Preda, Elly Schlein, Eleni Theocharous, Paavo Väyrynen, Bogdan Brunon Wenta, Anna Záborská

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Marina Albiol Guzmán, Bernd Lucke, Judith Sargentini, Patrizia Toia

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Maria Grapini


ADVIES van de Commissie internationale handel (24.11.2016)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake het jaarverslag over de financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank

(2016/2099(INI))

Rapporteur voor advies: Yannick Jadot

SUGGESTIES

De Commissie internationale handel verzoekt de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  neemt kennis van de resultaten van de tussentijdse herziening door de Commissie van het mandaat voor externe leningverstrekking door de Europese Investeringsbank (EIB); onderstreept dat de EIB krachtens een ontwikkelingsmandaat werkt en zich daarbij dus moet laten leiden door het beginsel van samenhang in het ontwikkelingsbeleid; dringt erop aan dat de Commissie erop toeziet dat de door de EIB gefinancierde projecten aansluiten bij het EU-beleid en de Europese belangen eerbiedigen, en onderstreept dat de EIB zich in haar hoedanigheid van financiële arm van de EU moet richten naar de duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN;

2.  neemt kennis van de positieve omstandigheid dat de omvang van de middelen die halverwege de programmaperiode zijn toegewezen, in sommige regio's een hoog percentage van het regionale maximum uitmaken; beschouwt dit als een indicatie dat het mogelijk en wenselijk is middelen nauwkeuriger op de prioriteiten van de Unie te richten om beter te reageren op externe beleidsdoelstellingen, bijvoorbeeld met betrekking tot de migratiecrisis;

3.  verzoekt de Commissie om een kader te scheppen voor jaarlijkse verslaggeving door de EIB over haar operaties buiten de EU op het punt van naleving van de voor het extern optreden van de Unie geldende algemene beginselen; steunt de conclusie in de tussentijdse evaluatie dat de regionale technische operationele richtsnoeren van de EIB in nauwe samenwerking met de EDEO moeten worden bijgewerkt om duidelijker te maken dat de EIB qua prioriteiten op één lijn ligt met de Unie; verzoekt de Commissie deze bijwerking aan te grijpen om de basis te leggen voor de verslaggeving door de EIB over de naleving van artikel 21 VEU; is van mening dat het optioneel aanvullend bedrag voor de EIB alleen mag worden vrijgegeven als er vooruitgang met deze verslaggeving wordt gemaakt;

4.  ziet uit naar verdere initiatieven van de EIB voor meer transparantie en om te zorgen dat belanghebbenden gedetailleerd en constant worden geraadpleegd, want het is essentieel dat voor de door de regeringen van de lidstaten verschafte gelden aan de hoogste normen voor effectiviteit en verantwoording moeten gelden; verzoekt de EIB de nodige toegang tot informatie te verbeteren, niet alleen voor het Europees Parlement en andere instellingen maar ook voor het algemene publiek, met name ten aanzien van het systeem van contracten en de financiële gegevens rond de door de EIB gefinancierde projecten;

5.  verzoekt de EIB meer aandacht te besteden aan de gevolgen van haar werkzaamheden voor de mensenrechten en de arbeidsrechten, en haar beleid inzake sociale normen verder uit te werken tot een mensenrechtenbeleid op het gebied van bankieren; stelt met het oog daarop voor dat de EIB mensenrechtenbenchmarks opneemt in haar projectevaluaties;

6.  juicht het toe dat de EIB met haar kwantitatieve streefcijfers voor klimaatmaatregelen op schema ligt; stelt voor om strengere kwalitatieve criteria voor de keuze van klimaatmaatregelen in te voeren, bijvoorbeeld verlaging van de emissiedrempel tot 350g CO2/kWh, zodat alleen de meest efficiënte met fossiele brandstoffen gestookte centrales steun ontvangen; roept de EIB op ambitieuze actieplannen te ontwerpen in het kader van haar nieuwe klimaatstrategie, ter versterking van haar leidende positie op klimaatgebied, vooral een ambitieus tijdschema voor de geleidelijke afschaffing van alle steun voor fossiele brandstoffen;

7.  beveelt aan om de leningverstrekking te concentreren op kleinere, gedecentraliseerde projecten voor hernieuwbare energie die geen aansluiting op het net hebben en waarbij burgers en gemeenschappen betrokken zijn, en om het beginsel "voorrang voor energie-efficiëntie" op te nemen in alle beleidsmaatregelen en operaties van de EIB;

8.  prijst de EIB voor haar inzet om gedwongen migratie tegen te gaan en op te treden in de landen die door de migratiecrisis zwaar op de proef worden gesteld, onder meer door het opvoeren van humanitair optreden, ondersteuning van de economische groei, de aanleg van infrastructuur en het scheppen van banen; verwelkomt in dit verband het crisisrespons- en weerbaarheidsinitiatief van de EIB, dat tot doel heeft de steun aan de zuidelijke nabuurlanden van de EU en de Balkanlanden met zes miljard euro te verhogen; dringt er op aan met dit initiatief voor werkelijke additionaliteit te zorgen waar het gaat om de huidige EIB-activiteiten in de regio;

9.  verzoekt de EIB het pakket "migratie voor de ACS-landen" snel ten uitvoer te leggen en dringt erop aan dat de gefinancierde projecten in de eerste plaats worden toegespitst op het voorkomen van gedwongen migratie in de regio ten zuiden van de Sahara;

10.  verzoekt de EIB de communicatie met de financiële intermediairs te blijven verbeteren, zodat deze de begunstigden beter kunnen informeren over de EIB-financieringsmogelijkheden die tot hun beschikking staan; is in dit verband verheugd over een onlangs ingestelde regeling die inhoudt dat kredietinstellingen die voor de financiering van een project EIB-middelen gebruiken, een brief naar de begunstigde moeten sturen waarin uitdrukkelijk op het gebruik van EIB-gelden wordt gewezen;

11.  is verheugd over de financieringsactiviteiten van de EIB op het gebied van infrastructuur en vervoer, omdat deze projecten het handelspotentieel aanzienlijk vergroten en als hefboom kunnen fungeren bij de internationalisering van kmo's, met name in geografisch benadeelde regio's;

12.  onderstreept dat toegang tot financiering tot de meest dringende uitdagingen voor kmo’s behoort; onderstreept dat een EIB-strategie nodig is om kmo’s ruimer en vlotter toegang te geven tot financiering, mede door handelsfaciliteringsprogramma’s en initiatieven als de Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit en de nieuwe faciliteiten voor financiering van handelsactiviteiten van kmo's in Europa en Latijns Amerika/Cariben; stelt voor om intermediaire banken die EIB-middelen verstrekken, te verplichten tot een sterker proactief beleid ten aanzien van kmo's en micro-ondernemingen; spreekt zich uit voor een verdere verbetering van de transparantie rond de beoordeling van het lokale sociaaleconomische effect van de EIB-leningen die via intermediairs worden verstrekt; onderstreept dat de bijdrage van de EIB voor kmo-gerelateerde programma’s in derde landen die een preferentiële handelsregeling met de EU hebben gericht moet zijn op hun integratie in de mondiale toeleveringsketens, terwijl die EIB-programma’s specifiek in the oostelijke en zuidelijke nabuurschap op integratie van kmo’s in Europese waardeketens gericht moeten zijn;

13.  is verheugd over het voorstel van de Commissie voor een Europees extern investeringsplan (EEIP), waarmee de fundamentele oorzaken van de migratie moeten worden aangepakt door ertoe bij te dragen dat de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling worden gehaald; hoopt de EIB hierbij een belangrijke rol te zien spelen, met name door de verstrekking van aanvullende financiële middelen aan begunstigden in de privésector;

14.  dringt er bij de EIB op aan haar faciliteit voor technische bijstand en financiële expertise ten behoeve van lokale en regionale overheden in de fase voorafgaand aan de goedkeuring van projecten verder uit te breiden, met het oog op betere toegankelijkheid en betrokkenheid van alle lidstaten, met name de lidstaten met een lage successcore van goedgekeurde projecten;

15.  dringt er op aan de EIB-gelden niet alleen op kmo's te richten, maar ook op de ontwikkeling van gevoelige infrastructuur, want het ontbreken hiervan kan in veel partnerlanden de groei van de handel ernstig belemmeren en het voor de bevolking zeer moeilijk maken goederen en diensten uit de EU te betrekken en daarheen te verkopen;

16.  dringt aan op een politiek debat met deelname van het Parlement over de beoogde samenwerking van de EIB met de Aziatische Investeringsbank voor infrastructuur (AIIB); stelt met bezorgdheid vast dat de governancestructuur van de AIIB tot dusverre niet voorziet in een adequate betrokkenheid van de aandeelhouders bij de besluitvorming over projectfinanciering en dat in de voor het publiek beschikbare projectdocumentatie niet wordt ingegaan op de uitvoering van de sociale en milieumaatregelen die de AIIB van haar leningnemers verlangt; dringt erop aan dat de EIB synergiën creëert en eventueel middelen samenvoegt met die van andere regionale ontwikkelingsbanken om te zorgen dat zij elkaar met hun activiteiten niet beconcurreren; vindt het belangrijk dat de EIB in het kader van haar samenwerking met andere ontwikkelingsbanken opkomt voor strengere prestatienormen inzake transparantie en op sociaal en milieugebied, bij wijze van voorwaarde voor een eventuele kapitaaldeelname; verzoekt de EIB ervoor te zorgen dat van ondernemingen die deelnemen aan projecten met medefinanciering van de EIB gevraagd wordt de beginselen van gelijke beloning en transparante lonen te onderschrijven, alsook het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen, zoals bepaald in Richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep; wijst er bovendien op dat de EIB bij haar besluiten over te financieren projecten rekening moet houden met de maatregelen die de kandidaat-ondernemingen hebben getroffen op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen;

17.  verzoekt de EIB op haar website gedetailleerde informatie te publiceren over de beslissingen met betrekking tot de selectie van projecten die financiële steun zullen ontvangen, en daarbij in het bijzonder aandacht te besteden aan de redenen voor verwerping van ingediende projecten, de resultaten van interne onderzoeken en de selectie, controle en evaluatie van haar activiteiten en programma's, op basis van duidelijke en meetbare indicatoren, alsmede de methoden en resultaten van voorafgaande effectbeoordelingen en verslaglegging achteraf voor elk gefinancierd project;

18.  verzoekt de EIB, rekening houdend met de ontoereikende capaciteit voor het opzetten van projecten in de openbare en de particuliere sector en de lage leencapaciteit in sommige lidstaten, alsmede om het tekort aan investeringen in de Unie te verminderen, te onderzoeken of eenmalige bijdragen van de lidstaten, ofwel van een lidstaat ofwel van nationale stimuleringsbanken die zijn ingedeeld bij de sector algemene overheid of die namens een lidstaat optreden, aan door de EIB gefinancierde projecten dienen te worden beschouwd als eenmalige maatregelen, in de zin van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad en artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

10.11.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

34

2

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Laima Liucija Andrikienė, Maria Arena, Tiziana Beghin, David Borrelli, David Campbell Bannerman, Daniel Caspary, Salvatore Cicu, Santiago Fisas Ayxelà, Christofer Fjellner, Karoline Graswander-Hainz, Ska Keller, Jude Kirton-Darling, Bernd Lange, David Martin, Anne-Marie Mineur, Sorin Moisă, Alessia Maria Mosca, Franz Obermayr, Artis Pabriks, Franck Proust, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Marietje Schaake, Helmut Scholz, Joachim Schuster, Joachim Starbatty, Adam Szejnfeld, Hannu Takkula, Iuliu Winkler, Jan Zahradil

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Klaus Buchner, Nicola Danti, Syed Kamall, Frédérique Ries, Fernando Ruas, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Philippe Loiseau


ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme (15.11.2016)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake het jaarverslag over de financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank

(2016/2099(INI))

Rapporteur voor advies: Bogusław Liberadzki

SUGGESTIES

De Commissie vervoer en toerisme verzoekt de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A.  overwegende dat de EIB, met investeringen van meer dan een biljoen euro in de vervoerssector dankzij de steun van de EIB sinds haar oprichting in 1958, het meest actief is in deze sector;

B.  overwegende dat de verlaging van de emissies van vervoer een enorme uitdaging vormt en dat een aanzienlijke vermindering van de uitstoot van NOx, CO2 en andere relevante emissies in de vervoerssector noodzakelijk is wil de EU haar klimaatdoelstellingen voor de lange termijn bereiken; overwegende dat verkeersdrukte en luchtvervuiling voor grote problemen zorgen bij de ontwikkeling van elke vorm van mobiliteit en de bescherming van de menselijke gezondheid;

C.  overwegende dat de EIB in 2015 14 miljard EUR heeft geïnvesteerd in vervoersprojecten die voordelen opleveren voor 338 miljoen passagiers per jaar en die ertoe zullen leiden dat het aantal gereisde uren daalt met 65 miljoen uren per jaar;

1.   is verheugd over het plan voor herziening van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) dat Commissievoorzitter Juncker heeft aangekondigd om de capaciteit van het investeringsplan voor Europa te verhogen van 315 miljard EUR naar 630 miljard EUR tot 2022; benadrukt evenwel dat dit niet moet leiden tot een verlaging van andere goed functionerende financieringsbronnen voor duurzame vervoersinfrastructuur; verwacht met name dat de middelen die ten behoeve van het Europees Investeringsfonds worden bespaard op instrumenten zoals de Connecting Europe Facility, weer worden aangevuld; benadrukt het belang van een evenwichtige verdeling van de middelen tussen de regio's en onderstreept de noodzaak om het TEN-V-kernnetwerk tegen 2030 te voltooien;

2.  is van mening dat, aangezien tot op heden slechts 8 % van de EFSI-investeringen de EU-13-landen heeft bereikt, de huidige werking van het EFSI in strijd is met de fondsverordening waarin wordt gesteld dat het EFSI moet bijdragen tot de versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang van de Unie; is voorts van mening dat de concentratie van kapitaal in de EU-15-landen en het achterstellen van de EU-13-landen, de sociale en economische kloof tussen de westelijke en oostelijke regio's van de EU vergroot; merkt op dat deze kloof leidt tot een braindrain en de emigratie van jongeren uit de armere EU-lidstaten naar de westerse EU-landen, hetgeen vervolgens extra druk zet op de sociale vangnetten van deze laatste landen; merkt voorts op dat er een groeiende onvrede in de westerse EU-landen heerst met betrekking tot veranderingen van hun arbeidsmarktstructuren, veroorzaakt door immigratie vanuit de armere EU-lidstaten, hetgeen er vaak toe leidt dat de regeringen van de westerse EU-landen wijzigingen van hun sociale wetgeving vaststellen die feitelijk discriminatoir van aard zijn;

3.   spoort de EIB aan duurzaam, veilig, klimaatvriendelijk en innovatief vervoer te blijven steunen, ook en de toegankelijkheid voor passagiers met beperkte mobiliteit te blijven bevorderen; benadrukt dat het de prioriteit van het Unie is om te zorgen voor voldoende financiële middelen voor projecten met een Europese meerwaarde, zoals grensoverschrijdende vervoersverbindingen en met name grensoverschrijdende regionale spoorverbindingen die zijn ontmanteld of buiten gebruik zijn gesteld; benadrukt de noodzaak om in het Europese investeringsbeleid meer aandacht te hebben voor horizontale thema's, met name voor vervoer en diensten van de toekomst waarvoor netwerken voor alternatieve energie en voor telecommunicatie gelijktijdig en coherent moeten worden ontwikkeld.

4.  verzoekt de EIB om bij de financiering van vervoersprojecten rekening te houden en te streven naar synergie met het toerisme om zo de ontwikkeling en het concurrentievermogen van de toerismesector in de EU te bevorderen;

5.  is van oordeel dat een systeem en infrastructuur voor geavanceerd en hoogwaardig vervoer voorwaarde zijn voor het realiseren van een innovatieve en doeltreffende economie en tot de prioriteiten moeten behoren; bijzondere aandacht moet worden besteed aan de oostelijke regio's van de EU alsook aan innovatieve multimodale infrastructuuroplossingen, zoals korte multimodale tunnels of bruggen in dunbevolkte gebieden of lokale gemeenschappen;

6.  beklemtoont het verschil(1) tussen het aantal investeringsprojecten dat in de westelijke en de oostelijke EU-landen wordt gefinancierd; wijst in dit verband erop dat gewaarborgd moet worden dat er bij investeringen met betrokkenheid van de EIB sprake is van een geografisch evenwicht en verwacht van de EIB en de Commissie dat zij landen die dat nodig hebben passende technische en administratieve ondersteuning bieden bij de voorbereiding van projecten; benadrukt de belangrijke rol die lokale en regionale overheden bij dit proces spelen;

7.  ondersteunt de Commissie bij haar wil om het geldende financieel reglement te herzien; steunt met name de bepalingen van de verordening inzake het gebruik van innovatieve financiële instrumenten, zoals projectobligaties, op voorwaarde dat deze bepalingen niet leiden tot het afwentelen van de verliezen op de maatschappij en het privatiseren van winsten;

8.  waarschuwt voor de tendens dat investeringsfondsen op basis van publiek-private partnerschappen (PPP's) de traditionele financieringsmechanismen van de EU vervangen en, in het kader van het EFSI, dat zij deels worden gefinancierd met middelen die oorspronkelijk voor andere doeleinden waren bestemd; merkt op dat, aangezien het EFSI tot dusverre niet in staat is gebleken bij te dragen tot de economische, sociale en territoriale cohesie van de EU, de structuurfondsen van de EU nog steeds de voornaamste fondsen zijn waarmee de doelstellingen van het cohesiebeleid kunnen worden gefinancierd;

9.  benadrukt het belang van de doelstellingen die op de COP21 met betrekking tot vervoer zijn vastgesteld voor de bestrijding van klimaatverandering; benadrukt dat de financiële middelen beschikbaar moeten worden gesteld om de overgang van wegvervoer naar vervoer via het spoor, via water en via binnenwateren te realiseren; dringt erop aan dat aandacht wordt besteed aan investeringen in schone energie en moderne diensten voor vervoer; stelt in dit verband voor dat de capaciteiten van de hiervoor gespecialiseerde financieringsinstrumenten zoals de European Clean Transport Facility (ECTF) worden vergroot;

10.  benadrukt dat investeringen gebaseerd moeten zijn op het minimaliseren van de externe kosten, met inbegrip van die welke worden veroorzaakt door de klimaatverandering, om zo de uitdagingen voor toekomstige overheidsbegrotingen te verminderen;

11.  dringt er bij de Commissie en de EIB op aan investeringen in duurzame stedelijke mobiliteit te steunen, die bij voorkeur gebaseerd zijn op duurzame stedelijke mobiliteitsplannen met geschikte criteria om de verkeersdrukte, klimaatverandering, luchtvervuiling, geluidshinder en verkeersongevallen te verminderen;

12.  merkt op dat om de aan de belastingbetalers en de overheidsfinanciën in het algemeen opgelegde lasten voor de bouw en het onderhoud van infrastructuur te verminderen, vervoersinfrastructuurprojecten in de vorm van publiek-private partnerschappen over het algemeen gebaseerd moeten zijn op het beginsel dat de vervuiler betaalt;

13.  stelt vast dat de EIB gebruik maakt van een breed scala aan financiële instrumenten, zoals leningen, garanties, projectobligaties en PPP's, om publieke en private investeringen in vervoer te steunen; benadrukt dat het belangrijk is dat de verschillende vormen van EU-financiering gecoördineerd worden, om te waarborgen dat de beleidsdoelstellingen van de EU op het gebied van vervoer in de hele EU worden bereikt, waarbij rekening gehouden wordt met het feit dat niet alle projecten geschikt zijn voor financiering door middel van instrumenten van het PPP-type;

14.  benadrukt hoe belangrijk het is om het investeringsbeleid van de Unie te optimaliseren door verschillende instrumenten voor investeringssteun (EFSI, ESIF, CEF, projectobligaties, verschillende fondsen enz.) te combineren; vraagt dat een coördinatiestructuur tussen de EIB en de Europese Commissie wordt opgezet om het gezamenlijk gebruik van deze verschillende instrumenten project per project te optimaliseren, waardoor het mogelijk wordt in de beste omstandigheden voor eenzelfde project leningen, subsidies en garantiemechanisme met elkaar te combineren.

15.  is van mening dat transparantie en toegang van de burger tot informatie over de financieringsplannen en -structuren van essentieel belang zijn voor een goede indruk en acceptatie van de projecten door de burgers.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

10.11.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

34

3

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Daniela Aiuto, Lucy Anderson, Marie-Christine Arnautu, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Deirdre Clune, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Andor Deli, Karima Delli, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Jacqueline Foster, Bruno Gollnisch, Merja Kyllönen, Miltiadis Kyrkos, Bogusław Liberadzki, Peter Lundgren, Marian-Jean Marinescu, Cláudia Monteiro de Aguiar, Renaud Muselier, Jens Nilsson, Markus Pieper, Salvatore Domenico Pogliese, Gabriele Preuß, Dominique Riquet, Massimiliano Salini, David-Maria Sassoli, Claudia Schmidt, Jill Seymour, Claudia Țapardel, Pavel Telička, István Ujhelyi, Wim van de Camp, Roberts Zīle, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Maria Grapini, Ramona Nicole Mănescu, Matthijs van Miltenburg

(1)

Onafhankelijk evaluatieverslag van de EIB "‘Evaluation of the functioning of the European Fund for Strategic Investments", (Evaluatie van de werking van het Europees Fonds voor strategische investeringen) (http://www.eib.org/infocentre/publications/all/evaluation-of-the-functioning-of-the-efsi.htm).


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.3.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

37

7

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Hugues Bayet, Pervenche Berès, Udo Bullmann, Esther de Lange, Markus Ferber, Jonás Fernández, Sven Giegold, Neena Gill, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Cătălin Sorin Ivan, Georgios Kyrtsos, Alain Lamassoure, Sander Loones, Bernd Lucke, Olle Ludvigsson, Ivana Maletić, Gabriel Mato, Costas Mavrides, Stanisław Ożóg, Dimitrios Papadimoulis, Sirpa Pietikäinen, Pirkko Ruohonen-Lerner, Alfred Sant, Peter Simon, Theodor Dumitru Stolojan, Kay Swinburne, Paul Tang, Ramon Tremosa i Balcells, Ernest Urtasun, Marco Valli, Tom Vandenkendelaere, Cora van Nieuwenhuizen, Jakob von Weizsäcker, Steven Woolfe, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Enrique Calvet Chambon, David Coburn, Syed Kamall, Jan Keller, Paloma López Bermejo, Thomas Mann

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Krzysztof Hetman, Agnes Jongerius, Tatjana Ždanoka


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

37

+

ECR

Syed Kamall, Sander Loones, Bernd Lucke, Stanisław Ożóg, Pirkko Ruohonen-Lerner, Kay Swinburne

PPE

Markus Ferber, Brian Hayes, Krzysztof Hetman, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Georgios Kyrtsos, Alain Lamassoure, Ivana Maletić, Thomas Mann, Gabriel Mato, Sirpa Pietikäinen, Theodor Dumitru Stolojan, Tom Vandenkendelaere, Esther de Lange

S&D

Hugues Bayet, Pervenche Berès, Udo Bullmann, Jonás Fernández, Neena Gill, Cătălin Sorin Ivan, Agnes Jongerius, Jan Keller, Olle Ludvigsson, Costas Mavrides, Alfred Sant, Peter Simon, Paul Tang, Jakob von Weizsäcker

Verts/ALE

Sven Giegold, Ernest Urtasun, Tatjana Ždanoka

7

-

ALDE

Enrique Calvet Chambon, Ramon Tremosa i Balcells, Cora van Nieuwenhuizen

EFDD

David Coburn

ENF

Marco Zanni

GUE/NGL

Paloma López Bermejo

NI

Steven Woolfe

2

0

EFDD

Marco Valli

GUE/NGL

Dimitrios Papadimoulis

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling - Privacybeleid