Procedure : 2017/0803(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0164/2017

Ingediende teksten :

A8-0164/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.5

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0136

VERSLAG     *
PDF 374kWORD 57k
19.4.2017
PE 602.774v02-00 A8-0164/2017

over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Raad van houdende goedkeuring van de sluiting door de Europese Politiedienst (Europol) van de Overeenkomst voor operationele en strategische samenwerking tussen het Koninkrijk Denemarken en Europol

(07281/2017 – C8-0120/2017 – 2017/0803(CNS))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Agustín Díaz de Mera García Consuegra

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Raad van houdende goedkeuring van de sluiting door de Europese Politiedienst (Europol) van de Overeenkomst voor operationele en strategische samenwerking tussen het Koninkrijk Denemarken en Europol

(07281/2017 – C8-0120/2017 – 2017/0803(CNS))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van de Raad (07281/2017),

–  gezien artikel 39, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, zoals gewijzigd bij het Verdrag van Amsterdam, en artikel 9 van Protocol (Nr. 36) betreffende de overgangsbepalingen, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0120/2017),

–  gezien Besluit 2009/371/JBZ van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de Europese Politiedienst (Europol)(1), en met name artikel 23, lid 2,

–  gezien Besluit 2009/935/JBZ van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van de lijst van derde staten en organisaties waarmee Europol overeenkomsten(2) moet sluiten, zoals gewijzigd bij uitvoeringsbesluit (EU) 2017/290 van de Raad(3),

–  gezien Besluit 2009/934/JBZ van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van de uitvoeringsregels voor de betrekkingen van Europol met partners, inclusief de uitwisseling van persoonsgegevens en gerubriceerde informatie(4) en met name de artikelen 5 en 6,

–  gezien de verklaring van de voorzitter van de Europese Raad, de voorzitter van de Commissie en de eerste minister van Denemarken van 15 december 2016, waarin niet alleen de operationele behoeften worden benadrukt, maar ook het feit dat de geplande overeenkomst tussen Europol en Denemarken uitzonderlijk van aard is en een overgangskaraker heeft,

–  gezien voornoemde verklaring, waarin wordt benadrukt dat de geplande regeling alleen in werking kan treden onder de volgende voorwaarden: voortgezet lidmaatschap van Denemarken van de Unie en van de Schengenzone, de verplichting van Denemarken om Richtlijn (EU) 2016/680/EU(5) betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens vóór 1 mei 2017 volledig om te zetten in de Deense wetgeving, instemming van Denemarken wat betreft de erkenning van de rechtsmacht van het Europees Hof van Justitie, en de bevoegdheid van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming,

–  gezien artikel 294, lid 22, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de uitkomst van het Deense referendum van 3 december 2015 in relatie tot Protocol nr. 22 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien zijn wetgevingsresolutie van 14 februari 2017 over het ontwerp van besluit van de Raad tot wijziging van Besluit 2009/935/JBZ wat betreft de lijst van derde staten en organisaties waarmee Europol overeenkomsten moet sluiten(6) en met name paragraaf 4 van die resolutie waarin het Parlement de Raad verzoekt om in de toekomstige regeling tussen Europol en Denemarken een vervaldatum op te nemen van vijf jaar na de datum van inwerkingtreding ervan, zodat het overgangskarakter gewaarborgd blijft met uitzicht op een meer permanente regeling,

–  gezien artikel 78c van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0164/2017),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het ontwerp van de Raad;

2.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

3.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in de door het Parlement goedgekeurde tekst;

4.  dringt er bij de Raad en de Commissie op aan om in het kader van de beoordeling die op grond van artikel 25 van de Overeenkomst voor operationele en strategische samenwerking tussen het Koninkrijk Denemarken en Europol moet worden uitgevoerd van de bepalingen van die overeenkomst, het Europees Parlement regelmatig te informeren en te raadplegen, met name via de krachtens artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/794(7) op te richten Gezamenlijke Parlementaire Controlegroep van Europol;

5.  verzoekt alle betrokken partijen alle mogelijkheden van het primair en secundair recht te benutten om Denemarken nogmaals de gelegenheid te bieden volwaardig lid van Europol te worden;

4.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan Europol.

(1)

PB L 121 van 15.5.2009, blz. 37.

(2)

PB L 325 van 11.12.2009, blz. 12.

(3)

PB L 42 van 18.2.2017, blz. 17.

(4)

PB L 325 van 11.12.2009, blz. 6.

(5)

Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en intrekking van het Kaderbesluit van de Raad 2008/977/JBZ (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).

(6)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0023.

(7)

Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53).


TOELICHTING

Denemarken neemt momenteel volledig deel aan Europol, dat opereert op grond van het huidige besluit van de Raad (2009/371/JBZ). Op grond van Protocol nr. 22 bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie kon Denemarken niet deelnemen aan de vaststelling van deze nieuwe Europolverordening, en is deze verordening niet van toepassing op het land. De nieuwe Europolverordening is met ingang van 1 mei 2017 van toepassing en op deze datum wordt het huidige besluit van de Raad inzake Europol automatisch ingetrokken. Dit betekent dat Denemarken per 1 mei 2017 geen deel meer zal nemen aan Europol en niet deel zal kunnen nemen aan de activiteiten van Europol, de gegevensbanken niet zal kunnen raadplegen en evenmin gegevens met Europol zal kunnen uitwisselen.

Op 3 december 2015 heeft Denemarken een referendum gehouden over het omzetten van zijn huidige, inflexibele opt-outregeling op grond van Protocol nr. 22 voor kwesties betreffende justitie en binnenlandse zaken in een meer flexibele, selectieve opt-inregeling, die vergelijkbaar is met de regeling die momenteel geldt voor Ierland en het Verenigd Koninkrijk. De uitkomst van het referendum was echter negatief (53,1 % stemde tegen en 46,9 % stemde voor).

Na de negatieve uitkomst van dit referendum vonden informele besprekingen plaats tussen de Deense autoriteiten en de Europese instellingen. Tijdens deze besprekingen werd gezocht naar manieren om Denemarken zo nauw mogelijk te associëren met Europol.

Deze informele besprekingen leidden tot een gezamenlijke verklaring op 15 december 2016 van de voorzitter van de Europese Raad, de voorzitter van de Europese Commissie en de eerste minister van Denemarken. In deze gezamenlijke verklaring wordt voorgesteld om Denemarken te associëren met Europol door middel van een operationele samenwerkingsovereenkomst, zodat de negatieve effecten van het Deense vertrek uit Europol tot een minimum beperkt blijven. Deze samenwerkingsovereenkomst tussen Europol en Denemarken moet vóór 1 mei 2017 gesloten zijn, zodat eventuele operationele leemten voorkomen kunnen worden.

Het juridische traject hiervoor omvat twee achtereenvolgende wetgevingsprocedures, waarbij Denemarken eerst op de lijst wordt geplaatst van derde landen waarmee Europol internationale samenwerkingsovereenkomsten moet sluiten, waarna de operationele samenwerkingsovereenkomst tussen Europol en Denemarken gesloten wordt. Het Europees Parlement dient over beide voorstellen geraadpleegd te worden.

Op 14 februari 2017 keurde het Europees Parlement met overweldigende meerderheid de aanbeveling goed tot wijziging van Besluit 2009/935/JBZ, zodat Denemarken op de lijst geplaatst wordt van derde staten en organisaties waarmee Europol internationale samenwerkingsovereenkomsten moet sluiten.

Dit verslag handelt over de raadpleging van het Parlement over het ontwerp voor een operationele samenwerkingsovereenkomst tussen Europol en Denemarken.

Uw rapporteur pleit voor goedkeuring van dit voorstel. De bestrijding van grensoverschrijdende, zware en georganiseerde criminaliteit en internationaal terrorisme binnen de Unie maakt nauwe samenwerking en uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten noodzakelijk. Een plotseling vertrek van Denemarken uit Europol zonder een soepele overgangsregeling met het oog op een vorm van associatie tussen Denemarken en Europol, kan leiden tot operationele leemten en tot een geringere capaciteit van de EU om georganiseerde criminaliteit en terrorisme effectief te bestrijden. Daarom is het belangrijk erop toe te zien dat er voldoende samenwerking bestaat tussen Denemarken en Europol, ook op het gebied van de uitwisseling van de nodige persoonsgegevens en geclassificeerde informatie, onder afdoende waarborgen en gegevensbescherming.

Tegelijkertijd kan een dergelijke samenwerkingsovereenkomst met Denemarken uiteraard slechts van tijdelijke aard zijn en geenszins gelijk te stellen met volledig lidmaatschap van Europol, Dat heeft het Europees Parlement in zijn standpuntbepaling van 14 februari 2017 ook duidelijk te verstaan gegeven.

Ten slotte constateert de rapporteur met voldoening dat een en ander genoegzaam in de ontwerp-samenwerkingsovereenkomst is terug te vinden, evenals in de voorwaarden die in de gezamenlijke verklaring van 15 december 2015 zijn genoemd, namelijk dat de voorgestelde regeling alleen geldt zolang Denemarken lid blijft van de Schengenzone, dat Denemarken de richtlijn gegevensbescherming (EU 2016/680) vóór 1 mei 2017 volledig moet omzetten in de Deense wetgeving, dat Denemarken moet instemmen met de rechtsmacht van het Europees Hof van Justitie, en met de bevoegdheid van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. Voorts juicht hij toe dat Denemarken het zijne aan de begroting van Europol zal blijven bijdragen.


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Overeenkomst voor operationele en strategische samenwerking tussen het Koninkrijk Denemarken en Europol

Document- en procedurenummers

07281/2017 – C8-0120/2017 – 2017/0803(CNS)

Datum raadpleging EP

21.3.2017

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

3.4.2017

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Agustín Díaz de Mera García Consuegra

23.3.2017

 

 

 

Behandeling in de commissie

23.3.2017

30.3.2017

11.4.2017

 

Datum goedkeuring

11.4.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

51

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jan Philipp Albrecht, Michał Boni, Caterina Chinnici, Daniel Dalton, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Frank Engel, Tanja Fajon, Raymond Finch, Monika Flašíková Beňová, Lorenzo Fontana, Mariya Gabriel, Kinga Gál, Ana Gomes, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Jussi Halla-aho, Monika Hohlmeier, Filiz Hyusmenova, Sophia in ‘t Veld, Dietmar Köster, Barbara Kudrycka, Cécile Kashetu Kyenge, Marju Lauristin, Juan Fernando López Aguilar, Roberta Metsola, Claude Moraes, Alessandra Mussolini, Soraya Post, Birgit Sippel, Branislav Škripek, Csaba Sógor, Helga Stevens, Traian Ungureanu, Marie-Christine Vergiat, Harald Vilimsky, Udo Voigt, Josef Weidenholzer, Kristina Winberg, Tomáš Zdechovský, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Carlos Coelho, Anna Maria Corazza Bildt, Gérard Deprez, Cătălin Sorin Ivan, Jean Lambert, Ulrike Lunacek, Artis Pabriks, Morten Helveg Petersen, Emil Radev, Elly Schlein, Barbara Spinelli, Anders Primdahl Vistisen, Axel Voss

Datum indiening

19.4.2017


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

51

+

ALDE

Gérard Deprez, Nathalie Griesbeck, Filiz Hyusmenova, Sophia in 't Veld, Morten Helveg Petersen

ECR

Daniel Dalton, Jussi Halla-aho, Branislav Škripek, Helga Stevens, Anders Primdahl Vistisen

EFDD

Kristina Winberg

ENF

Lorenzo Fontana, Harald Vilimsky

GUE/NGL

Barbara Spinelli, Marie-Christine Vergiat

NI

Udo Voigt

PPE

Michał Boni, Carlos Coelho, Anna Maria Corazza Bildt, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Frank Engel, Mariya Gabriel, Kinga Gál, Monika Hohlmeier, Barbara Kudrycka, Roberta Metsola, Alessandra Mussolini, Artis Pabriks, Emil Radev, Csaba Sógor, Traian Ungureanu, Axel Voss, Tomáš Zdechovský

S&D

Caterina Chinnici, Tanja Fajon, Monika Flašíková Beňová, Ana Gomes, Sylvie Guillaume, Cătălin Sorin Ivan, Cécile Kashetu Kyenge, Dietmar Köster, Marju Lauristin, Juan Fernando López Aguilar, Claude Moraes, Soraya Post, Elly Schlein, Birgit Sippel, Josef Weidenholzer

VERTS/ALE

Jan Philipp Albrecht, Jean Lambert, Ulrike Lunacek

1

-

ENF

Auke Zijlstra

1

0

EFDD

Raymond Finch

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling - Privacybeleid