Procedure : 2017/0802(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0166/2017

Ingediende teksten :

A8-0166/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.6
CRE 27/04/2017 - 5.6

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0137

VERSLAG     
PDF 885kWORD 73k
19.4.2017
PE 602.806v02-00 A8-0166/2017

over de voordracht van Ildikó Gáll-Pelcz voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer

(C8-0110/2017 – 2017/0802(NLE))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Indrek Tarand

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE 1: CURRICULUM VITÆ VAN Ildikó Gáll-Pelcz
 BIJLAGE 2: ANTWOORDEN VAN Ildikó Gáll-Pelcz OP DE VRAGENLIJST
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de voordracht van Ildikó Gáll-Pelcz voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer

(C8-0110/2017 – 2017/0802(NLE))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 286, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0110/2017),

–  gezien artikel 121 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0166/2017),

A.  overwegende dat zijn Commissie begrotingscontrole de kwalificaties van de voorgedragen kandidaat heeft onderzocht, met name gelet op de in artikel 286, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vermelde voorwaarden;

B.  overwegende dat de Commissie begrotingscontrole het kandidaat-lid van de Rekenkamer tijdens haar vergadering van 12 april 2017 heeft gehoord;

1.  brengt positief advies uit over de voordracht van de Raad voor de benoeming van Ildikó Gáll-Pelcz tot lid van de Rekenkamer;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en, ter informatie, aan de Rekenkamer, alsmеde aan de overige instellingen van de Europese Unie en de controle-instellingen van de lidstaten.


BIJLAGE 1: CURRICULUM VITÆ VAN Ildikó Gáll-Pelcz

Werkervaring

 

2000-

(Opmerking: momenteel opgeschort door mijn activiteiten als lid van het Europees Parlement)

 

 

Instituutsdirecteur, afdelingshoofd, universitair hoofddocent

 

 

Instituut voor Bedrijfseconomie, Universiteit van Miskolc

Afdeling Bedrijfskunde

 

 

 

1992-2000

 

 

Adjunct-afdelingshoofd, universitair hoofddocent, universitair docent, docent

 

 

Faculteit Bedrijfseconomie, Universiteit van of Miskolc

 

 

 

1989-1992

 

 

Adjunct-directeur, toezichthouder binnen organisatie

 

 

Rekencentrum, Universiteit van Miskolc

 

 

 

1985-1989

 

 

Systeem-, coderings- en onderzoekstechnicus

 

 

Tüzeléstechnikai Kutató és Fejlesztő Vállalat, een bedrijf dat actief is in brandbestrijdingstechnologie en ontwikkeling daarvan

Campus Miskolc

 

(Gespecialiseerde) politieke activiteiten:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lidmaatschap van commissies:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lidmaatschap van politieke partijen en functies in politieke organisaties:

 

 

1.7.2014-...

Ondervoorzitter van het Europees Parlement

 

16.11.2010-...

Lid van het bureau van de Europese Volkspartij (christendemocraten)

 

2.6.2010-...

Lid van de fractie van de Europese Volkspartij (christendemocraten)

 

2009-2010

Vicevoorzitter van het Hongaarse parlement

 

2006-2010

Lid van het Hongaarse parlement, lid en vicevoorzitter van de groep van de Fidesz – Hongaarse burgerfederatie

 

2002-2006

Gemeenteraadslid van de stad Miskolc (stad met comitaatsrecht), lid en vicevoorzitter van de fractie Fidesz-KDNP

 

21.1.2016-... : Enquêtecommissie emissiemetingen in de automobielsector

 

24.6.2016-...: Enquêtecommissie die onderzoek moet doen naar vermeende inbreuken op en gevallen van wanbeheer bij de toepassing van het Unierecht met betrekking tot witwaspraktijken, belastingontwijking en belastingontduiking

 

2.12.2015-...: Bijzondere Commissie fiscale rulings en andere maatregelen van vergelijkbare aard of met vergelijkbaar effect (TAXE 2)

 

12.2.2015-30.11.2015: Bijzondere Commissie fiscale rulings en andere maatregelen van vergelijkbare aard of met vergelijkbaar effect

 

1.7.2014-...: Commissie interne markt en consumentenbescherming

 

6.6.2010-...: Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid

 

6.10.2010-...: Commissie economische en monetaire zaken

 

6.10.2010-31.7.2011: Bijzondere Commissie financiële, economische en sociale crisis

 

2008-2010: Voorzitter van de Hongaarse parlementscommissie voor onderzoek naar het gebruik van EU-fondsen

 

2006-2010: Lid van de Hongaarse parlementscommissie Europese aangelegenheden

 

2002-2006: Voorzitter van de Hongaarse parlementscommissie begrotingscontrole

 

2006-...: Vicevoorzitter van Fidesz – Hongaarse burgerfederatie

2005-...: Voorzitter van de vrouwenafdeling van Fidesz

2004-...: Lid van Fidesz – Hongaarse burgerfederatie

 

Onderwijs en opleiding

 

2004

Gekwalificeerd belastingdeskundige, internationale belastingvormen

 

 

Penta Unió Oktatási Centrum Kft.

 

 

1996

 

 

Beëdigd auditeur en belastingadviseur

 

 

Perfekt Rt.

 

 

1993

 

 

Beëdigd accountant

 

 

Perfekt Rt.

 

 

 

1991

 

 

Commercieel ingenieur

 

 

Faculteit Economie, Universiteit van Miskolc

Vervolgens onderwijs in techniek en economie, meer bepaald bedrijfseconomie

 

 

1985

 

 

Gekwalificeerd ingenieur werktuigbouwkunde op het gebied van procesontwerp

 

 

Technische universiteit voor zware industrie

Faculteit Werktuigbouwkunde

 

 

Academische titels:

 

1997

 

 

Dr. univ.

 

 

De rol van boekhoudsystemen in de werking van bedrijven

 

 

 

 

 

1997

 

 

PhD

 

 

Vergroten van de economische efficiëntie middels geavanceerde analytische en planningsmethodes voor bedrijfsprocessen

 

 

 

2016

Dr. habil

Het potentieel van de eengemaakte interne markt benutten

 

 

 

Talenkennis

 

Moedertaal: Hongaars

Overige talen

 

Engels

Duits

Russisch

 

 

B2

B1

A1

 

 

1995

1984

1982

 

 

 

 

 

 

Andere beroepsbezigheden

 

Academische commissie in Miskolc van de Hongaarse Academie van Wetenschappen

Lid van de commissie van economisch deskundigen

Hoofd van de werkgroep advies aan ondernemingen

Lid van de subcommissie inzake organisatie

Vicevoorzitter van de Hongaarse vereniging voor economische wetenschappen in de provincie Borsod-Abaúj-Zemplén

 

Overige publieke activiteiten

 

Oprichter en voorzitter van de Vereniging van deugden van Miskolc

 

Onderscheidingen

 

Prijs voor jonge onderzoekers van de academische commissie van de afdeling Miskolc van de Hongaarse Academie van Wetenschappen (2000)

Meszléri Zoltán-prijs (2000)

Getuigschrift uitmuntend docent (2005)

Erkenning als voorvechtster vrouwenrechten (2008)


BIJLAGE 2: ANTWOORDEN VAN Ildikó Gáll-Pelcz OP DE VRAGENLIJST

Beroepservaring

1.  Gelieve uw beroepservaring op het gebied van overheidsfinanciën te vermelden, of dat nu ervaring is op het vlak van begrotingsplanning, begrotingsuitvoering of ‑beleid, begrotingscontrole of audits.

  Sinds ik aan de universiteit ben afgestudeerd, schaaf ik mijn beroepskennis op de gebieden van bedrijfseconomie, financieel beheer, begrotingen, begrotingscontrole en administratie voortdurend bij via de ervaring die ik zowel in Hongarije (als voorzitter van de Commissie financiën en begrotingscontrole van het Hongaarse parlement en als gemeenteraadslid van de stad met comitaatsrecht Miskolc) als internationaal (als lid van het Europees Parlement) heb opgedaan.

Ik wens de aandacht te vestigen op mijn kwalificaties inzake economisch en begrotingstoezicht en in de financiële sector. Ik heb mijn kwalificaties als belastingdeskundige en belastingadviseur in zowel de private sector als in administratieve functies gebruikt. Het werk dat ik in een aantal bedrijven heb gedaan, bood me een uitgelezen kans om nog beter vertrouwd te worden met kwesties in verband met boekhouding en effectbeoordeling.

Vanaf 2010 werk ik als lid van het Europees Parlement voornamelijk aan twee soorten taken: ten eerste fundamentele kwesties rond economie, de interne markt, financiën, belastingen en fiscaal beleid, en ten tweede begrotingskwesties.

Tijdens mijn loopbaan heb ik een grondige theoretische kennis en praktijkervaring opgedaan in de werking van de EU-instellingen en over een aantal besluitvormingstypes en kwesties met betrekking tot de instellingen. Ik ben ervan overtuigd dat ik door mijn rechtstreekse, dagelijkse ervaring die ik in EU-kwesties heb opgedaan, efficiënt kan werken in een werkomgeving die complex en dynamisch is als het op beleid aankomt. Daarnaast vind ik het essentieel te begrijpen hoe de Europese Unie werkt, omdat dit een stevige professionele basis kan vormen en gefundeerde informatie kan opleveren over de huidige situatie, potentiële problemen en mogelijke oplossingen. Ik acht deze kennis zeer nuttig voor de Rekenkamer en de te bekleden functie.

Tijdens de jaren die ik in het Europees Parlement heb doorgebracht, heb ik ook verdere degelijke beroepservaring opgedaan op het gebied van het controleren van EU-instellingen. Als vicevoorzitter van het Europees Parlement voer ik de taken van voorzitter van de begrotingscontrole-instantie uit. Door de normen van financieel beheer en controle en van interne en externe audit in Hongarije vroeger en nu te vergelijken, kan ik met genoegen zeggen het proces van het uitwisselen van beste praktijken vlotter te doen verlopen.

In het Europees Parlement heb ik een aantal keer de functie van rapporteur of schaduwrapporteur bekleed. Ik werkte onder andere aan verslagen en adviezen die relevant zijn voor begrotingscontrole en de economie zoals hierna opgesomd:

Verslagen als rapporteur

  Verslag over de governance van de interne markt binnen het Europees Semester 2015;

  Wijziging van Verordening (EG) nr. 184/2005 betreffende de communautaire statistiek inzake de betalingsbalans, de internationale handel in diensten en buitenlandse directe investeringen wat betreft de toekenning van gedelegeerde en uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie voor het vaststellen van bepaalde maatregelen;

  Verslag over het jaarverslag over belastingen: het EU-potentieel voor economische groei benutten;

  Verslag over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat de behandeling van vouchers betreft;

  Verslag over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijke belastingregeling inzake uitkeringen van interest en royalty's tussen verbonden ondernemingen van verschillende lidstaten (herschikking).

Verslagen als schaduwrapporteur

  Verslag over consumentenbescherming – bescherming van de consument bij openbare dienstverlening;

  Verslag over de governance van de interne markt binnen het Europees Semester 2014;

  Verslag over de Europese Investeringsbank – Jaarverslag 2013;

  Verslag over het Jaarverslag van de Europese Centrale Bank voor 2012;

  Verslag over het jaarverslag 2011 van de Europese Centrale Bank.

Adviezen als rapporteur

  Advies betreffende het standpunt van de Raad inzake de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016 (IMCO);

  Advies inzake de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014 – alle afdelingen (IMCO).

Adviezen als schaduwrapporteur

  Advies over het standpunt van de Raad met betrekking tot het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015 (IMCO);

  Advies over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2012;

  Advies over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen voor het begrotingsjaar 2012;

  Advies over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2012.

Ik vertrouw erop dat ik met mijn kennis en ervaring de Rekenkamer zal kunnen helpen bij het oplossen van bepaalde problemen. Ik hoop dat in dit stadium van de reeks vragen blijkt dat ik me, bij het vormgeven van mijn loopbaan, heb laten leiden door de wil om een specialist en beleidsmaker worden met een brede theoretische en rijke praktische achtergrond. Verder ben ik ervan overtuigd dat de sterkte van de Rekenkamer niet alleen in haar nationale diversiteit ligt, maar eerst en vooral in de diversiteit aan beroepservaringen van haar leden.

2.  Wat zijn de belangrijkste successen die u tijdens uw loopbaan heeft geboekt?

  In mijn loopbaan heb ik een eerste mijlpaal bereikt in 2000. De oprichting van het Instituut voor Bedrijfseconomie en van twee afdelingen (de afdeling Bedrijfseconomie en de afdeling Bedrijfskunde) aan de Universiteit van Miskolc was een mijlpaal in mijn leven als universitair docent en onderzoeker, die de sluitsteen vormt van mijn ervaring in mijn professionele en wetenschappelijk werk vanuit het standpunt van een universitair docent.

In mijn werk heb ik altijd de nadruk gelegd op het verzekeren van een hoge norm bij het lesgeven (voltijds, briefwisseling en doctoraatsopleiding). Bij de oprichting van het instituut was het mijn bedoeling studenten geavanceerde en concurrerende kennis bij te brengen, die op flexibele wijze aangepast is aan de veranderende behoeften van de markten en voldoet aan de vereisten van de Europese Unie. Hiertoe hebben wij, in samenwerking met de universiteiten van verscheidene lidstaten en in het kader van EU-projecten, syllabi opgesteld die ik voortdurend heb geactualiseerd, en hebben wij de meest recente resultaten uit binnenlands en internationaal onderzoek geïntegreerd.

Een andere belangrijke verwezenlijking zijn mijn activiteiten die ik als vicevoorzitter heb uitgevoerd. De afgelopen bijna drie jaar had ik de eer de functies van een van de vicevoorzitters van het Europees Parlement te mogen bekleden. Mijn activiteiten omvatten de verantwoordelijkheid voor de controle-instanties van het Parlement en de toegang tot documenten. Tijdens deze periode ging ik door met het behandelen van een aanzienlijk aantal vragen van privépersonen, leden van ngo's, bedrijven en andere groeperingen en heb ik heel wat betrokken partijen geholpen een oplossing te vinden voor hun problemen. Met betrekking tot het verbeteren van de transparantie en het vergroten van het belang van het Parlement wist ik de transparantie en verantwoording van het Europees Parlement gunstig te beïnvloeden, waar alle burgers en inwoners van de EU beter van zijn geworden. Het was misschien ook als erkenning van dit werk dat de plenaire vergadering van het Europees Parlement nogmaals vertrouwen in mij heeft getoond en mijn functie als vicevoorzitter heeft verlengd.

3.  In hoeverre heeft u beroepservaring opgedaan bij internationale multiculturele en meertalige organisaties of instellingen die in andere landen dan uw thuisland zijn gevestigd?

In mijn werk als vicevoorzitter van het Hongaarse parlement was ik verantwoordelijk voor de Interparlementaire Unie. Vervolgens heb ik als lid van het bureau van het Europees Parlement internationale – of beter gezegd: wereldwijde – ervaring opgedaan dankzij mijn regelmatige werk als lid van parlementaire delegaties die samenwerkten met internationale delegaties of delegaties van andere landen. Het is belangrijk op te merken dat dagelijks werken met leden van het Europees Parlement mij beter heeft doen inzien hoe zij ook ons, Hongaren, zien en wat zij vinden van onze mentaliteit en besluitvorming.

Het merendeel van mijn ervaring met begrotingscontrole heb ik overigens in het buitenland opgedaan. De beschrijving van mijn loopbaan moet ook aantonen dat ik altijd in een zeer gevarieerde, voornamelijk wetenschappelijke werkomgeving heb gewerkt. In mijn activiteiten als universitair docent voerde ik ook regelmatig gesprekken met ondernemers in verschillende sectoren en instellingen voor wetenschappelijk onderzoek van andere lidstaten.

Ik ben van mening dat, door zich aan te passen aan andere culturen, men ten eerste de dingen beter gaat begrijpen en ten tweede een individu zichzelf gaat onderzoeken en zijn of haar kennis gaat bijschaven. Diversiteit is een essentieel element van Europa. Deze diversiteit zit in mij ingebakken, en ik denk dat ik mijn volledige potentieel voornamelijk in een multiculturele omgeving kan benutten.

4.  Heeft men u kwijting verleend voor de managementtaken die u voorheen uitvoerde, indien een dergelijke procedure van toepassing is?

  De taken die ik in het verleden heb uitgevoerd, waren niet onderworpen aan een kwijtingsprocedure.

5.  Welke van de door u vervulde functies waren het gevolg van een politieke benoeming?

Ik startte mijn politieke loopbaan door me bezig te houden met de actualiteit in Miskolc, in de "Vereniging voor Miskolc", waar ik de functie van vicevoorzitter bekleedde. In 2003 sloot ik me, tijdens de reorganisatie daarvan, aan Fidesz – Hongaarse burgerfederatie. In 2005 werd ik verkozen tot nationaal vicevoorzitter van de partij en sindsdien ben ik bij elke organisatorische vernieuwing herverkozen in mijn functie. Sinds datzelfde jaar bekleed ik ook de functie van voorzitter van de vrouwenafdeling van de partij.

Bij de parlementsverkiezingen van 2006 in Hongarije kreeg ik een mandaat als kandidaat voor mijn partij op de regionale lijst van het district Borsod-Abaúj-Zemplén. Datzelfde jaar werd ik verkozen tot vicevoorzitter van de Fidesz-fractie.

In 2009 werd ik verkozen tot een van de vicevoorzitters van het Hongaarse parlement. Ik heb deze functie bekleed tot 2010, toen het nieuwe parlement werd gevormd. Bij die verkiezingen kreeg ik ook een mandaat vanuit de regionale lijst van het district Borsod-Abaúj-Zemplén. In 2010 werd ik verkozen als lid van het Europees Parlement en sinds 1 juli 2014 bekleed ik de functies van een van de vicevoorzitters van het Europees Parlement.

6.  Wat zijn de drie belangrijkste beslissingen waarbij u tijdens uw loopbaan betrokken bent geweest?

1. De ontwikkeling van de interne markt van de EU

De eengemaakte markt is momenteel een prioriteit op de Europese politieke agenda. Ze wordt geprezen als een strategie die landen kan helpen herstellen van economische crises en langetermijngroei kan bewerkstelligen. Dat is echter niet altijd zo geweest. De afgelopen zes en een half jaar heb ik er mede voor gezorgd dat de eengemaakte markt weer in ere hersteld wordt en dat we ze tot haar volledige potentieel kunnen ontwikkelen.

Als rapporteur voor het Verslag over de governance van de interne markt en als auteur van een aantal onderzoeken over de eengemaakte markt ben ik erin geslaagd significante resultaten te behalen om ons te helpen de bestaande mechanismen te verbeteren en te versterken en betere synergieën uit te werken met het oog op een meer doeltreffende versterking van de wetgeving inzake de eengemaakte markt. Ik heb enorme ingespannen verricht om ervoor te zorgen dat kwesties op nationaal niveau en waar mogelijk op informele wijze kunnen worden opgelost. Mijn strategische beslissingen over het onderwerp en mijn maatregelen om het aan te pakken, hebben verscheidene kansen gecreëerd voor consumenten, omdat mijn aanbevelingen in de eerste plaats hebben geleid tot kwaliteitsnormen en een meer concurrerende prijsbepaling. Ik wil benadrukken dat dit onderwerp me niet alleen vanuit politiek, maar ook wetenschappelijk oogpunt interesseert. Ik kan met trots zeggen dat ik in 2017, door de algemene analysebenadering van mijn proefschrift te verbeteren, ook de academische graad van "dr. habil" heb behaald voor mijn wetenschappelijk werk over het benutten van het potentieel van de eengemaakte markt.

  2. De eerste richtingen voor het fiscaal beleid voor de EU vastleggen

De recente schuldencrisis heeft een aantal nieuwe problemen in de Europese Unie doen rijzen. Om aan die problemen het hoofd te bieden, moet het fiscale beleid in de verschillende lidstaten op korte, middellange en lange termijn naar behoren op elkaar worden afgestemd. Als rapporteur voor het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat de behandeling van vouchers betreft en het Verslag over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijke belastingregeling inzake uitkeringen van interest en royalty's tussen verbonden ondernemingen van verschillende lidstaten, kon ik aan deze fiscale aanpassingen werken en heb ik ook een nieuwe economische beleidsrichting met betrekking tot het fiscaal beleid ingevoerd. Als mogelijke oplossing heb ik een voorstel uiteengezet voor het uitwerken van een intelligent en gecoördineerd "belastingslang"‑systeem, dat tot nog toe in een aantal voorstellen is opgenomen.

3. Gezinsbeleid in Hongarije en Europa

Als vrouw en moeder is een van mijn voornaamste doelstellingen sinds het begin van mijn politieke loopbaan vrouwen en gezinnen te ondersteunen. Dit is ook mijn voornaamste missie. Ik heb er altijd naar gestreefd dat gezinsondersteunende maatregelen duidelijk met het oog op de veranderende demografische ontwikkelingen moeten worden genomen. Mijn voorstellen hebben ertoe geleid dat het stelsel van gezinsbelasting voortdurend werd uitgebreid. De afgelopen jaren wisten we met de invoering van een pakket maatregelen rond "moederschapstoelage extra", waardoor vrouwen met kleine kinderen gemakkelijker aan het werk konden, ook een belangrijke doelstelling te behalen. Met de toelage kon een Hongaars gezin gedurende een periode van vier jaar gemiddeld 3 000 EUR extra uitgeven, wat wil zeggen dat dit bedrag bovenop de vroegere toelagen kon worden gegeven.

Onafhankelijkheid

7.  In het Verdrag wordt bepaald dat de leden van de Rekenkamer hun ambt "volkomen onafhankelijk" uitoefenen. Hoe zou u bij de uitoefening van uw toekomstige functie invulling geven aan deze verplichting?

Artikelen 285 en 286 van het VWEU bepalen dat alle leden van de Rekenkamer volledig onafhankelijk moeten blijven bij de uitvoering van hun taken. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de onafhankelijkheid van de leden van de Rekenkamer een van de voornaamste punten is die alle leden moeten respecteren en die bepaalt of een kandidaat zijn of haar taken kan uitvoeren. Ik zal de bepalingen van het VWEU met betrekking tot het onafhankelijkheidscriterium uiteraard ten volle naleven en zal mij onthouden van alle activiteiten die niet verenigbaar zijn met mijn taken of die de uitvoering ervan in het gedrang kunnen brengen.

8.  Heeft u of hebben uw naaste familieleden (uw ouders, broers en zussen, wettelijke partner en kinderen) zakelijke of financiële belangen of andere verplichtingen waardoor een conflict met uw toekomstige taken zou kunnen optreden?

  Noch ik, noch een van mijn nauwe verwanten heeft zakelijke of kapitaalbelangen die mogelijk strijdig zijn met mijn toekomstige taken als lid van de Rekenkamer. Ook is er naar mijn weten geen sprake van andere engagementen die tot een dergelijk conflict zouden kunnen leiden.

9.  Bent u bereid om al uw financiële belangen en andere verplichtingen aan de voorzitter van de Rekenkamer te onthullen en ze openbaar te maken?

  As lid van het Europees Parlement breng ik momenteel verslag uit van mijn financiële belangen en zal ik de vereiste informatie over mijn financiële belangen overeenkomstig de regels verstrekken. Ik zal de bepalingen van het VWEU inzake mogelijke belangenconflicten die onverenigbaar zouden zijn met de uitoefening van mijn ambt, ten volle naleven.

10.  Bent u momenteel betrokken bij een gerechtelijke procedure? Zo ja, waarom? Specificeer a.u.b.

  Ik ben betrokken bij een gerechtelijke procedure. Ik heb namelijk een eis ingediend betreffende de inbreuk op mijn persoonlijkheidsrechten bij de rechtbank van Boedapest.

11.  Hebt u een actieve of uitvoerende rol in de politiek, en zo ja, op welk niveau? Heeft u de afgelopen 18 maanden een politieke functie vervuld? Zo ja, waarom? Specificeer a.u.b.

  Ik ben actief lid van Fidesz – Hongaarse burgerfederatie sinds 2003 en vicevoorzitter sinds 2006.

12.  Zou u een functie waarvoor u gekozen bent, of een actieve functie met verantwoordelijkheden in een politieke partij opgeven als u wordt benoemd tot lid van de Rekenkamer?

Als ik verkozen word, zal ik mijn functie als lid van het Europees Parlement neerleggen en mijn lidmaatschap en rol als vicevoorzitter zoals beschreven in sectie 11 opgeven. Indien nodig zal ik mijn lidmaatschap in elke stichting opzeggen om mijn volledige onafhankelijkheid tijdens mijn mandaat te bewaren.

13.  Hoe zou u te werk gaan bij een zaak die verband houdt met een ernstige onregelmatigheid, of zelfs fraude en/of corruptie, waarbij personen uit uw lidstaat van herkomst betrokken zijn?

Gevallen van fraude en/of corruptie bestrijden en omgaan met onregelmatigheden in de administratie is uiterst belangrijk als we willen dat de Europese burger vertrouwen heeft in de EU-instellingen. Als er tijdens een controle onder mijn leiding iemand wordt beschuldigd van fraude of corruptie of als ik weet krijg van een onwettige handeling, zou ik de desbetreffende informatie doorgeven aan de voorzitter van de Rekenkamer en zou ik ook het Europees bureau voor fraudebestrijding inlichten. Daarbij zou ik de samenwerking tussen de twee instellingen in het achterhoofd houden. Onder geen beding zou ik soepeler zijn als de betrokken partijen afkomstig waren uit Hongarije. Indien in het kader van de vervolging van deze zware vergrijpen ook maar de geringste schijn of het vermoeden bestaat dat ik vooringenomen ben, zou ik de vervolging van deze feiten overdragen en mijn eigen bevoegdheden niet langer uitoefenen. Ik wens te benadrukken dat ik als vicevoorzitter van het Europees Parlement in dergelijke gevallen altijd op vergelijkbare wijze heb gehandeld. Ik heb de voorzitter van het Parlement namelijk op de hoogte gebracht van verzoeken om toegang tot documenten in verband met mijn land en gevraagd dat mijn bevoegdheden aan een andere vicevoorzitter zouden worden overgedragen.

Helaas ben ik ook op de hoogte van aantijgingen dat in het verleden iemand zijn of haar mandaat bij de Rekenkamer heeft gebruikt om zijn of haar eigen land in een beter daglicht te plaatsen en het te beschermen tegen bepaalde kritische stemmen. Ik acht dit gedrag verwerpelijk en een fundamentele verwarring van functies. Of de aantijgingen nu gefundeerd zijn of niet, ik vind het al een probleem dat dergelijke zorgen zelfs maar bij de belastingbetaler opkomen. Om de reputatie van de instelling te vrijwaren zal ik me veel moeite getroosten om dergelijke situaties te vermijden.

Uitoefening van het ambt

14.  Wat zijn volgens u de belangrijkste kenmerken van een cultuur van goed financieel beheer in eender welke openbare dienst? Hoe zou de Rekenkamer hiertoe kunnen bijdragen?

Het is een fundamentele vereiste van EU-burgers en ze moeten ook zien dat het geld optimaal wordt gebruikt. Als wij zorgen voor een volledige boekhouding en voor de naleving van de regels, betekent dat niet noodzakelijk dat het geld efficiënt zal worden gebruikt in door de EU ondersteunde projecten.

Als het voor burgers niet duidelijk is of ze beter worden van het systeem, kunnen we van hen niet verwachten dat ze er vertrouwen in hebben. Dit gebrek aan vertrouwen is gebleken uit de uitslag van het brexitreferendum in 2016.

  Ik vind dat er geen vertrouwen kan zijn zonder transparantie. Daarom moet de Commissie verslag uitbrengen over de gepaste onderwerpen voor het Parlement en de bevolking, en wat er in het verslag staat moet afdoende worden geverifieerd door een onafhankelijke auditeur.

Essentiële delen van deze cultuur zijn ook een ethische en gepaste benadering met betrekking tot de algemene geldende moraal, want niet alles kan door de wetgeving worden geregeld. In het leven kunnen er altijd situaties ontstaan die niet correct beschreven staan in de wetgeving.

15.  Volgens het Verdrag moet de Rekenkamer het Parlement bijstaan in de uitoefening van zijn bevoegdheid voor controle op de uitvoering van de begroting. Hoe zou u de samenwerking tussen de Rekenkamer en het Europees Parlement (in het bijzonder de Commissie begrotingscontrole) verder verbeteren om zowel het overheidstoezicht op de algemene uitgaven als het rendement ervan te bevorderen?

Ik kan met zekerheid zeggen dat ik alles zal doen wat in mijn mogelijkheden ligt om het gezamenlijke werk van de Europese Rekenkamer en het Parlement doeltreffend en blijvend te bevorderen en te ondersteunen. De verslagen moeten zo exact en betrouwbaar mogelijk zijn om gedegen antwoorden te kunnen geven en zo de toets der kritiek van de gecontroleerde gebieden kunnen doorstaan. Tegelijkertijd moeten ze zo recent mogelijk zijn, zodat ze niet alleen interessant zijn voor de Commissie begrotingscontrole – en haar in staat stellen snel conclusies te trekken uit deze verslagen, om te voorkomen dat er eventueel nog meer schade ontstaat of om snel verbeteringen te kunnen invoeren – maar ook om het publiek zo snel mogelijk op de hoogte te kunnen brengen. Ik ben ook van mening dat het tempo van de controle van administratie en financieel beheer en de doelmatigheidscontrole dringend moeten worden opgevoerd.

De verslagen van de Rekenkamer moeten tijdiger en explicieter zijn opdat het Parlement ze goed kan gebruiken. Ofschoon de werkelijkheid vaak complex en ingewikkeld is en duidelijke zwartwitverdelingen zeldzaam zijn, zou ik grote inspanningen leveren om klare taal te gebruiken. Het Parlement moet immers evalueren in hoeverre de implementatie van een specifiek beleid als een succes of als een mislukking kan worden beschouwd.

Wat tijdigheid en actualiteit betreft, weet ik dat er een aantal pogingen zijn gedaan om de controles sneller te doen verlopen. Dat mag uiteraard niet ten koste gaan van de kwaliteit, maar ik heb het gevoel dat er ook daar nog ruimte voor verbetering is. Het speciale verslag over migratiegerelateerde uitgaven (nr. 9/2016), dat in maart 2016 werd gepubliceerd, onderzoekt bijvoorbeeld slechts de uitgaven tot 2014, waardoor het natuurlijk veel aan relevantie inboet.

Natuurlijk moet er in een specifiek controleverslag worden verwezen naar de argumenten van de gecontroleerde partij en is overleg een tijdrovend proces; tegelijkertijd zou ik erop wijzen dat het niet altijd nodig is een consensus te bereiken met de gecontroleerde partij. Dergelijke verschillen van mening boezemen mij geen angst in.

Tegelijkertijd vind ik de adviezen van de Rekenkamer die de wetgevende initiatieven van de Commissie doorlichten, zeer nuttig. Ik zou twee actuele voorbeelden willen aanhalen: het ene is het advies over de doorlichting van het Financieel Reglement van de EU, het andere is het document betreffende de uitbreiding van het EFSI, die mijns inziens de werkzaamheden van de wetgevende macht aanzienlijk vooruit kunnen helpen. Deze richting moeten we uitgaan. Als lid van het Europees Parlement weet ik precies wat het EP nodig heeft; ik zal de verzoeken van de leden van de Commissie begrotingscontrole dan ook blijven controleren in het belang van een efficiënte samenwerking.

16.  Wat is volgens u de toegevoegde waarde van doelmatigheidscontroles en hoe moeten de bevindingen worden geïntegreerd in de beheerprocedures?

  Een beheercontrole is een van de manieren waarop belastingbetalers, burgers, schuldeisers en bestuurders controle kunnen uitoefenen op een aantal regeringsactiviteiten en deze kunnen bekijken.

Ik ben van mening dat de efficiëntie van de besteding van de EU-middelen aanzienlijk verbeterd kan worden door het onderzoek en de doelmatigheidscontroles te intensiveren. Ik ben er ook van overtuigd dat er bijzondere aandacht moet worden besteed aan het gepaste gebruik van financiële middelen. Zowel volledige controles van een sector als individuele, gerichte controles van het gebruik van fondsen kunnen specifieke tekortkomingen in het behalen van doelstellingen aan het licht brengen. Dat kan dan weer leiden tot aanbevelingen op basis van die controles, die zouden kunnen helpen ongewenste ontwikkelingen een halt toe te roepen of te vermijden en een sleutelrol spelen in een efficiënter gebruik van de Europese middelen.

Doelmatigheidscontroles zijn daarom van groot belang, niet alleen voor de naleving van de beginselen van goed financieel beheer, maar ook om te komen tot een jaarlijkse vermindering van het foutenrisico op de afzonderlijke beleidsvelden en om ervoor te zorgen dat de middelen doelmatiger worden besteed. Deze doelmatigheidscontroles kunnen uiteraard zowel intern als extern van aard zijn.

Naar mijn mening heeft een externe controle overigens ook de volgende toegevoegde waarde: de externe autoriteit is volledig onafhankelijk en de uitkomsten zijn niet alleen bestemd voor deze autoriteit, maar ook voor het Parlement, dat vervolgens zelf conclusies kan trekken uit de adviezen. Uit de aard van de procedure vloeit voort dat tijdens een doelmatigheidscontrole op verschillende manieren rekening kan worden gehouden met de opmerkingen op het gebied van administratie. De eerste mogelijkheid is dat, in een sfeer van vertrouwen en positiviteit, het departement dat aan de controle wordt onderworpen, er misschien van overtuigd is dat de invoering van de maatregelen die er door de controleurs aan worden voorgesteld, een goede zaak zou zijn. Een andere mogelijkheid is dat de instelling waartoe de gecontroleerde dienst behoort, de adviezen en conclusies van de Rekenkamer opvolgt en binnen haar organisatie in praktijk brengt. Op dit punt speelt ook het Europees Parlement een grotere rol, aangezien het, als het dit nodig acht, besluiten kan nemen naar aanleiding van de adviezen van de Rekenkamer.

Samengevat vind ik dat het ook in het geval van doelmatigheidscontroles belangrijk is aanhoudend en regelmatig de vervolgmaatregelen te controleren die voortvloeien uit de bevindingen en aanbevelingen van de Rekenkamer.

Foutpercentages op zichzelf geven slechts ten dele een volledig beeld van de doeltreffendheid van specifiek EU-beleid. De beoordeling van resultaten en impact zijn bijzonder belangrijk, aangezien we ons immers gevallen kunnen inbeelden waarin alles volgens de regels verliep, maar waarin de uitvoering van het project ons niet dichter bij het bereiken van doelstellingen heeft gebracht. Wat is de bouw van een brug bijvoorbeeld waard als er geen wegen naartoe leiden? In hoeverre draagt zo'n project bij tot meer werkgelegenheid of tot het stimuleren van de economische groei in de streek in kwestie?

De doelmatigheidscontrole mag echter geen afbreuk doen aan de controle op de naleving van de regels. Ik weet hoe belangrijk het voor het Parlement is om toegang te hebben tot foutpercentages die zijn opgesplitst naar het probleemgebied. De stabiliteit en consistentie in de tijd van de verstrekking van evenwichtige gegevens zijn net zo belangrijk, want alleen zo kunnen trends worden ontwaard en kunnen er vergelijkingen in tijd en ruimte worden gemaakt.

17.  Hoe kan de samenwerking tussen de Rekenkamer, de nationale controle-instanties en het Europees Parlement (Commissie begrotingscontrole) worden verbeterd op het punt van de controle van de EU-begroting?

De Rekenkamer speelt een voortreffelijke rol in het regelmatig verstrekken van belangrijke informatie aan het Europees Parlement over de implementatie van de begroting van de EU. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de dialoog tussen de twee instellingen een aanzienlijke toegevoegde waarde heeft.

De communicatie moet in alle omstandigheden in twee richtingen gaan. Een efficiënte en nauwe coördinatie zal bijdragen tot een betere afbakening van de prioritaire werkterreinen en zal de leden van de Commissie begrotingscontrole tijdig relevante informatie verstrekken in verband met bepaalde aandachtspunten.

Het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de EU-begroting is een essentieel instrument voor elke jaarlijkse kwijtingsprocedure en kan een breed overzicht geven van de systemen op de verschillende beleidsterreinen. Ook dient het belang van speciale verslagen die door de Rekenkamer worden opgesteld, te worden benadrukt. Zij dragen immers aanzienlijk bij tot de verdere ontwikkeling van de individuele gebieden: ze vestigen de aandacht op specifieke tekorten en stellen ook oplossingen voor.

Het zou me bijvoorbeeld ook verheugen dat het Europees Parlement, overeenkomstig zijn nieuwe procedureregels die op 1 januari 2017 van kracht werden, beslissingen neemt over het opstellen van verslagen waarmee het begonnen is en die gebaseerd zouden zijn op de speciale verslagen die door de Rekenkamer werden geproduceerd. Het werk van de leden van het Parlement zou toegevoegde waarde stimuleren.

Als lid van de Rekenkamer zal ik er onder alle omstandigheden voor zorgen dat de documenten die ik aan het Europees Parlement verstrek, op doeltreffende wijze zullen bijdragen tot het werk van de Commissie begrotingscontrole. Een efficiënte bilaterale communicatie zal een leidraad zijn in mijn betrekkingen met het Europees Parlement.

Ik wil regelmatig met geïnteresseerde leden van de commissie samenkomen om van gedachten te wisselen over kwesties die het Parlement aangaan. Ik ben ervan overtuigd dat dit de Europese Rekenkamer ook zal helpen adequater te antwoorden op de vragen bedoeld om de belangen van de Europese belastingbetaler te behartigen.

De Europese Rekenkamer kan haar werk goed doen als ze daarbij kan steunen op de activiteiten van de nationale controle-instanties. Hiermee kan dubbel werk en het onnodige "lastigvallen" van de begunstigden van uitkeringen en de toename van hun administratieve lasten worden vermeden. Dergelijke samenwerking is uiteraard sterk verankerd in de INTOSAI. Er kan bijvoorbeeld aanzienlijke vooruitgang worden geboekt in de normalisatie van methodes. Het is belangrijk dat de resultaten van nationale controles kunnen worden geïntegreerd in de activiteiten van de Europese Rekenkamer. Tegelijkertijd zie ik nog meer kansen voor het voeren van gezamenlijke controles.

Ik vind het zeer belangrijk dat de nationale controle-instellingen hun inspanningen inzake de controle op het gebruik van EU-fondsen in de lidstaten opvoeren. Het is zeer zeker een vooruitstrevend en goed voorbeeld wanneer de parlementen deze verslagen bespreken en conclusies trekken uit de inhoud van de verslagen. Dit verbetert immers de efficiëntie van de manier waarop fondsen in de toekomst worden gebruikt. Als voorzitter van de commissie die toezicht houdt op de EU-fondsen in het Hongaars parlement, was dat nu precies mijn taak.

Ik beschouw het in dit opzicht als essentieel om het gebruik van nationale controlecertificaten (nationale aangiften) te verspreiden. Ik weet dat dit voor federale staten niet altijd gemakkelijk is, maar het is een stap die de cultuur van een duidelijke verantwoordelijkheid en verantwoording ondersteunt.

Ik stel voor dat de nationale controle-instanties, in hun hoedanigheid van onafhankelijke externe controleurs en met inachtneming van de internationale controlenormen, nationale controlecertificaten betreffende het beheer van de EU-middelen kunnen afgeven, die aan de regeringen van de lidstaten zouden worden gegeven. Deze certificaten zouden op hun beurt kunnen worden gebruikt tijdens de kwijtingsprocedure overeenkomstig een interinstitutionele procedure die geschikt is voor het doel en later zal worden ingevoerd.

18.  Hoe zou u de verslaglegging van de Rekenkamer verder ontwikkelen teneinde het Europees Parlement van alle noodzakelijke informatie te voorzien met betrekking tot de juistheid van de gegevens die door de lidstaten aan de Europese Commissie worden verstrekt?

Aangezien een aanzienlijk deel van de EU-begroting wordt uitgevoerd via gedeeld beheer zijn kwaliteit, volledigheid en tijdigheid van de informatie die de lidstaten verstrekken, fundamenteel bepalend voor de kwaliteit van de daaropvolgende analyse en daardoor voor de kwaliteit van de garanties die de Commissie biedt.

Uit de jaarverslagen van de Rekenkamer blijkt dat de directoraten-generaal van de Commissie bij de opstelling van hun jaarlijkse activiteitenverslagen voornamelijk de informatie gebruiken die hun door de nationale overheden is verstrekt (bijvoorbeeld controleverslagen). In de jaarverslagen van de Rekenkamer wordt mijns inziens herhaaldelijk benadrukt dat er een paar zwakke punten zijn (vooral op het gebied van nauwkeurigheid) in de werkzaamheden van de controleautoriteiten, die op dit moment niet door het verificatiesysteem van de Commissie kunnen worden voorkomen.

Om bovengenoemde redenen ben ik dan ook van mening dat de verslagen van de Europese Rekenkamer de aandacht moeten blijven vestigen op zwakke punten, of dat nu de onjuistheid van de door de lidstaten verstrekte gegevens is of tekorten in het controlewerk dat door de Commissie is uitgevoerd. De Rekenkamer moet ook zo duidelijk en gedetailleerd mogelijk uitleggen wat de zwakke punten zijn en hoe deze kunnen worden verholpen.

Ik vind dat, ofschoon de lidstaten min of meer op de hoogte zijn van onze aanbevelingen, er grote verschillen zijn in de praktische implementatie ervan op nationaal niveau. Daarom zijn er op nationaal niveau maar weinig aanwijzingen dat er veranderingen plaatsvinden in de beleidsvorming en in de dagelijkse praktijk.

Als lid van de Rekenkamer wens ik nauwer met u samen te werken om het financieel beheer in de EU te verbeteren. Als wij in de EU een financieel systeem tot stand willen brengen waarmee wij het vertrouwen van onze burgers opnieuw kunnen winnen, dan moet de EU een begin maken met de nodige hervormingen, en wel snel; en niet alleen hier, in Brussel, maar in heel de EU. De lidstaten moeten volledige, wezenlijke en actuele informatie kunnen verschaffen over hun bestuur, hun financieel beheer en hun internecontrole- en -auditsystemen. In het geval van zwakke punten moet de Commissie nauw gaan samenwerken met de lidstaten om alle informatie ter beschikking te stellen die nodig is om een geïnformeerde beoordeling van de systemen van de lidstaten voor de uitvoering van de EU-begroting te kunnen maken.

Ik heb verder begrip voor de bezorgdheid over de kosten en voordelen van het verstrekken van informatie, maar als we als gemeenschappelijk doel ervoor willen zorgen dat de begrotingsinstantie de kwalitatief meest hoogstaande auditbeoordeling kan uitvoeren, zoals uiteengezet in internationale normen, dan mag geen moeite worden gespaard. Belangrijk om te vermelden vind ik ook dat het maar al te vaak gebeurt dat het probleem niet de gebrekkige informatie is, maar het onvermogen van de nationale controleautoriteiten of de gecontracteerde controleurs om de informatie correct te gebruiken.

Een van de belangrijkste controleresultaten in het jaarverslag dat in zowel het Parlement als de Raad uitvoerig werd besproken, was het geraamde foutenpercentage dat door de Rekenkamer wordt gerapporteerd. Ik heb de afgelopen jaren discussies omtrent kwijting gevolgd en ben dan ook blij met het feit dat de Rekenkamer de onderliggende informatie betreffende de belangrijkste oorzaken van de fouten elk jaar verbetert. Ik denk dat er nog steeds vooruitgang nodig is met betrekking tot het verminderen van fouten, maar er moet verder overleg worden gepleegd met de betrokken partijen over de manier waarop ze moeten worden geïdentificeerd.

Bovendien zal ik erop toezien dat de Rekenkamer de status van de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen die zijn gedaan in de jaarlijkse kwijtingsverslagen van het Europees Parlement nauwer en regelmatiger controleert. Deze kwijtingsverslagen omvatten een aantal kwesties die jaar na jaar terugkeren, waarvan de tenuitvoerlegging helaas extreem langzaam verloopt of helemaal uitblijft. Dit is zeer frustrerend. De Rekenkamer moet zijn audits dan ook doortastender uitvoeren en zijn toezichtwerkzaamheden opvoeren. Het Parlement moet weten in hoeverre zijn aanbevelingen worden opgevolgd.

Als een van de belangrijkste uitdagingen van het moment zou ik het "budget galaxy" aanhalen. Zoals de Commissaris voor begroting ook heeft gezegd tijdens een van zijn recente bezoeken aan het Parlement, zorgt de toegenomen uitbesteding van openbare fondsen buiten de begroting van de EU voor een slechtere transparantie, kan ze het principe van de eenheid van de begroting schaden en zorgt ze ervoor dat de controles door de controlerende instanties een kleiner bereik hebben. Deze alarmerende trend, waarbij de Rekenkamer slechts beperkte bevoegdheden heeft, moet een halt worden toegeroepen.

Zoals ik reeds heb uitgelegd in mijn antwoord op vraag 15, moet er meer aandacht worden besteed aan de prioriteiten van wetgevers met betrekking tot kwesties die van groot belang zijn voor de EU-burgers. Ik beschouw de Rekenkamer als een nauwe bondgenoot van het Parlement. Wij delen dezelfde opdracht: de belangen van de Europese belastingbetaler behartigen. Wij moeten ervoor zorgen dat elke euro wordt uitgegeven voor de beoogde doelen en dat de EU-fondsen doeltreffend worden gebruikt, en we moeten de strijd aanbinden tegen verspilling, nutteloze uitgaven, nalatig financieel beheer en elke vorm van fraude.

Ik wil er verder op wijzen dat de Rekenkamer in 2016 36 speciale verslagen heeft laten opstellen. Zo zijn er recentelijk vier verslagen over jeugdwerkloosheid opgesteld. Ik zou aanbevelen dat er wordt gewerkt rond thema's, want het Parlement is gewoonweg niet in staat zo'n groot aantal verslagen met de vereiste grondigheid te verwerken. Deze zeer waardevolle en degelijke verslagen krijgen vaak niet de aandacht die ze verdienen. Ik weet hoezeer de Commissie begrotingscontrole heeft geprobeerd de verwerking van deze speciale verslagen door het Parlement te verbeteren – voorlopig helaas zonder succes. Tegelijkertijd kan de Rekenkamer, misschien door thematische concentratie, ook hier een helpende hand bieden: minder maar degelijker verslagen zouden immers beter kunnen worden gebruikt door het Parlement.

Overige aangelegenheden

19.  Zou u uw kandidatuur intrekken indien het Parlement een ongunstig advies uitbrengt over uw benoeming als lid van de Rekenkamer?

Ja, dat zou ik doen, omdat het voor mijn werk essentieel is dat het Parlement vertrouwen heeft in mij; zonder dit vertrouwen zou ik mijn werkzaamheden niet naar behoren kunnen uitvoeren.


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Gedeeltelijke herbenoeming van de leden van de Rekenkamer - Hongaarse kandidaat

Document- en procedurenummers

07080/2017 – C8-0110/2017 – 2017/0802(NLE)

Datum raadpleging / verzoek om goedkeuring

10.3.2017

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

CONT

16.3.2017

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Indrek Tarand

15.3.2017

 

 

 

Behandeling in de commissie

12.4.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

12.4.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

16

2

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Inés Ayala Sender, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Luke Ming Flanagan, Ingeborg Gräßle, Cătălin Sorin Ivan, Jean-François Jalkh, Arndt Kohn, Bogusław Liberadzki, Claudia Schmidt, Bart Staes, Indrek Tarand, Marco Valli, Derek Vaughan, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Caterina Chinnici, Monika Hohlmeier, Andrey Novakov, Markus Pieper, Julia Pitera

Datum indiening

19.4.2017

Juridische mededeling - Privacybeleid