VERSLAG over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de aanpak van geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op basis van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging in de interne markt en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG
27.4.2017 - (COM(2016)0289 – C8-0192/2016 – 2016/0152(COD)) - ***I
Commissie interne markt en consumentenbescherming
Rapporteur: Róża Gräfin von Thun und Hohenstein
Rapporteur voor advies (*):
Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Commissie juridische zaken
(*) Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement
- ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
- TOELICHTING
- ADVIES van de Commissie juridische zaken(*)
- ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie
- ADVIES van de Commissie cultuur en onderwijs
- PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
- HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de aanpak van geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op basis van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging in de interne markt en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG
(COM(2016)0289 – C8-0192/2016 – 2016/0152(COD))
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0289),
– gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0192/2016),
– gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door de Oostenrijkse Federale Raad en Nationale Raad en het Luxemburgse parlement, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,
– gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 19 oktober 2016[1],
– gezien artikel 59 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de adviezen van de Commissie juridische zaken, de Commissie industrie, onderzoek en energie en de Commissie cultuur en onderwijs (A8-0172/2017),
1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie haar voorstel door een nieuwe tekst vervangt, ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aanbrengt of voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen;
3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.
Amendement 1 Voorstel voor een verordening Titel 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Voorstel voor een |
Voorstel voor een |
|
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD |
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD |
|
inzake de aanpak van geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op basis van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging in de interne markt en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG |
inzake de aanpak van ongerechtvaardigde geoblocking en andere vormen van discriminatie op basis van nationaliteit, verblijfplaats of tijdelijke locatie van consumenten in de interne markt en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG |
|
|
|
Amendement 2 Voorstel voor een verordening Overweging 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(1) Om de doelstelling van de goede werking van de interne markt als ruimte zonder binnengrenzen waarin onder meer het vrije verkeer van goederen en diensten gewaarborgd wordt, te realiseren, volstaat het niet om tussen de lidstaten alleen de door de staten gestelde belemmeringen af te schaffen. Deze afschaffing kan worden ondermijnd door private partijen die obstakels opwerpen die onverenigbaar zijn met de vrijheden van de interne markt. Dit is het geval wanneer handelaren die in een lidstaat opereren, de toegang tot hun online-interfaces, zoals websites en apps, blokkeren of beperken voor klanten uit andere lidstaten die grensoverschrijdende handelstransacties wensen te verrichten (een praktijk die bekend staat als "geo-blocking"). Voorts is daarvan sprake wanneer bepaalde handelaren voor deze klanten uit andere lidstaten verschillende algemene voorwaarden toepassen voor de toegang tot hun goederen en diensten, zowel online als offline. Hoewel er soms een objectieve rechtvaardiging voor dit verschil in behandeling bestaat, weigeren handelaren de consument die grensoverschrijdende handelstransacties wensen te verrichten, in andere gevallen toegang tot goederen en diensten, of passen zij in dit verband verschillende voorwaarden toe om zuiver commerciële redenen. |
(1) Om de volledige ontplooiing van de interne markt als ruimte zonder binnengrenzen waarin onder meer het vrije verkeer van goederen en diensten gewaarborgd wordt, te realiseren, volstaat het niet om tussen de lidstaten alleen de door de staten gestelde belemmeringen af te schaffen. Deze afschaffing kan worden ondermijnd door private partijen die obstakels opwerpen die onverenigbaar zijn met de vrijheden van de interne markt. Dit is het geval wanneer handelaren die in een lidstaat opereren, de toegang tot hun online-interfaces, zoals websites en apps, blokkeren of beperken voor consumenten uit andere lidstaten die grensoverschrijdende handelstransacties wensen te verrichten (een praktijk die bekend staat als "geo-blocking"). Voorts is daarvan sprake wanneer bepaalde handelaren voor deze consumenten uit andere lidstaten verschillende algemene voorwaarden toepassen voor de toegang tot hun goederen en diensten, zowel online als offline. Hoewel er bij wijze van uitzondering een objectieve rechtvaardiging voor dit verschil in behandeling kan bestaan, hanteren sommige handelaren de praktijk om consumenten die grensoverschrijdende handelstransacties wensen te verrichten de toegang tot goederen en diensten te ontzeggen of te beperken, of om in dit verband verschillende voorwaarden toe te passen die niet objectief gerechtvaardigd zijn. Volgens de uitgevoerde analyses1bis zou het uitbannen van ongerechtvaardigde geoblocking en andere vormen van discriminatie op grond van de nationaliteit, verblijfplaats of tijdelijke locatie van consumenten de groei kunnen stimuleren en de gemiddelde prijzen in de hele interne markt kunnen verlagen. |
|
|
___________________ |
|
|
1bis Zie de effectbeoordeling van de Europese Commissie. Zie tevens de studies van de Beleidsondersteunende afdeling A van het Europees Parlement (1) "Extending the scope of the geoblocking prohibitiion: an economic assessment" http://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/IDAN/2017/595364/IPOL_IDA(2017)595364_NL.pdf en (2) "The Geoblocking proposal: internal market, competition law and other regulatory aspects" http://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2017/595362/IPOL_STU(2017)595362_NL.pdf. |
Amendement 3 Voorstel voor een verordening Overweging 1 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(1 bis) Deze verordening staat niet op zichzelf, maar moet beschouwd worden in samenhang met het voorstel voor een richtlijn betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen1bis en het voorstel voor een richtlijn betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud1ter, die zullen bijdragen tot de vorming van een digitale eengemaakte markt. |
|
|
___________________ |
|
|
1bis COM (2015)0635. |
|
|
1ter COM (2015)0634. |
Motivering | |
Het voorstel voor een verordening moet nadrukkelijk in verband met andere wetgevingsvoorstellen voor de vorming van een digitale eengemaakte markt worden gezien en het succes van dit voorstel is bovendien afhankelijk van de andere voorstellen. Daarom moet een verwijzing worden opgenomen naar de richtlijn betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen en de richtlijn betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud. | |
Amendement 4 Voorstel voor een verordening Overweging 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(2) Op deze wijze delen bepaalde handelaren de interne markt kunstmatig langs binnengrenzen op in segmenten en belemmeren zij het vrije verkeer van goederen en diensten, waardoor zij de rechten van klanten inperken en hen verhinderen te profiteren van een ruimere keuze en optimale voorwaarden. Dergelijke discriminerende praktijken vormen een belangrijke oorzaak voor het relatief geringe aantal grensoverschrijdende handelstransacties binnen de Unie, ook in de sector van de elektronische handel, waardoor het volledige groeipotentieel van de interne markt niet kan worden gerealiseerd. Verduidelijken in welke gevallen er geen rechtvaardiging kan bestaan voor dit soort ongelijke behandeling moet alle deelnemers meer helderheid en rechtszekerheid bieden bij grensoverschrijdende transacties en moet ervoor zorgen dat de regels inzake non-discriminatie daadwerkelijk kunnen worden toegepast en gehandhaafd in de hele interne markt. |
(2) Op deze wijze delen bepaalde praktijken van handelaren de interne markt kunstmatig langs binnengrenzen op in segmenten en belemmeren zij het vrije verkeer van goederen en diensten, waardoor zij de rechten van consumenten inperken en hen verhinderen te profiteren van een ruimere keuze en optimale voorwaarden. Dergelijke discriminerende praktijken vormen een belangrijke oorzaak voor het relatief geringe aantal grensoverschrijdende handelstransacties binnen de Unie, ook in de sector van de elektronische handel, waardoor het volledige groeipotentieel van de interne markt niet kan worden gerealiseerd. Er zijn echter andere achterliggende redenen voor dergelijke praktijken door ondernemingen, met name kmo's en micro-ondernemingen. In veel gevallen dragen de uiteenlopende rechtskaders, de rechtsonzekerheid en de daarmee samenhangende risico’s wat betreft de toepasselijke regelgeving betreffende consumentenbescherming, milieu of etikettering, belasting- en fiscale kwesties, leveringskosten of taalvereisten bij aan de terughoudendheid van handelaren om commerciële betrekkingen aan te gaan met consumenten uit andere lidstaten. In andere gevallen streven handelaren naar fragmentatie van de markt om de prijzen voor de consument te verhogen. Verduidelijken in welke gevallen er geen rechtvaardiging kan bestaan voor dit soort ongelijke behandeling en wat de verantwoordelijkheid van de handelaren moet zijn bij verkopen aan consumenten in verschillende lidstaten, in overeenstemming met deze verordening, moet alle deelnemers meer helderheid en rechtszekerheid bieden bij grensoverschrijdende transacties en moet ervoor zorgen dat de regels inzake non-discriminatie daadwerkelijk kunnen worden toegepast en gehandhaafd in de hele interne markt. |
Amendement 5 Voorstel voor een verordening Overweging 2 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(2 bis) Deze verordening heeft tot doel geoblocking aan te pakken door een belemmering voor de werking van de interne markt weg te nemen. Er moet echter rekening worden gehouden met het feit dat vele verschillen in de wetgeving van de lidstaten, zoals uiteenlopende nationale normen, of een gebrek aan wederzijdse herkenning of harmonisering op het niveau van de Unie, nog aanzienlijke belemmeringen vormen voor grensoverschrijdende handel. Deze belemmeringen blijven tot versnippering van de interne markt leiden, en dwingen handelaren in veel gevallen hun toevlucht tot geoblockingpraktijken te nemen. Daarom moeten het Europees Parlement, de Raad en de Commissie deze belemmeringen blijven aanpakken met het oog op een vermindering van de marktversnippering en de voltooiing van de interne markt. |
Amendement 6 Voorstel voor een verordening Overweging 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(3) Overeenkomstig artikel 20 van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad17 zien de lidstaten erop toe dat in de Unie gevestigde dienstverrichters afnemers van diensten niet verschillend behandelen op grond van hun nationaliteit of verblijfplaats. Deze bepaling is echter niet volledig doeltreffend gebleken bij de bestrijding van discriminatie, en heeft de rechtsonzekerheid in onvoldoende mate teruggedrongen, met name vanwege de mogelijkheid om verschillen in behandeling die daardoor mogelijk zijn te rechtvaardigen, en de bijbehorende moeilijkheden bij de handhaving ervan in de praktijk. Bovendien kunnen geoblocking en andere vormen van discriminatie op grond van nationaliteit, woonplaats of plaats van vestiging ook ontstaan ten gevolge van acties door in derde landen gevestigde bedrijven die buiten het toepassingsgebied van die richtlijn vallen. |
(3) Overeenkomstig artikel 20 van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad17 zien de lidstaten erop toe dat in de Unie gevestigde dienstverrichters afnemers van diensten niet verschillend behandelen op grond van hun nationaliteit of verblijfplaats. Deze bepaling is echter niet volledig doeltreffend gebleken bij de bestrijding van discriminatie en heeft de rechtsonzekerheid in onvoldoende mate teruggedrongen. Deze verordening is bedoeld ter aanvulling van artikel 20 van Richtlijn 2006/123/EG. Zij is niet bedoeld ter vervanging van die richtlijn. Ze is bedoeld om die richtlijn aan te vullen, door het omschrijven van situaties waarin een verschillende behandeling op basis van nationaliteit, verblijfplaats of tijdelijke locatie niet kan worden gerechtvaardigd uit hoofde van artikel 20, lid 2, van Richtlijn 2006/123/EG. Bovendien kunnen ongerechtvaardigde geoblocking en andere vormen van discriminatie op grond van nationaliteit, woonplaats of tijdelijke locatie ook ontstaan ten gevolge van acties door in derde landen gevestigde bedrijven die buiten het toepassingsgebied van die richtlijn vallen. |
|
__________________ |
__________________ |
|
17 Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36). |
17 Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36). |
Amendement 7 Voorstel voor een verordening Overweging 4 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(4) Met het oog op het waarborgen van de goede werking van de interne markt, zijn de gerichte maatregelen die in deze verordening worden vastgesteld en die voorzien in een duidelijke, eenvormige en doeltreffende reeks regels over een geselecteerd aantal onderwerpen, derhalve vereist. |
(4) Met het oog op het waarborgen van de goede werking van de interne markt en het vrije verkeer van personen, goederen en diensten, zonder daarbij te discrimineren op grond van het land van herkomst of de verblijfplaats, zijn de gerichte maatregelen die in deze verordening worden vastgesteld en die voorzien in een duidelijke, eenvormige en doeltreffende reeks regels over een geselecteerd aantal onderwerpen, derhalve vereist. Deze maatregelen moeten zorgen voor een evenwicht tussen consumentenbescherming enerzijds en economische en contractuele vrijheid voor handelaren anderzijds. |
Amendement 8 Voorstel voor een verordening Overweging 5 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(5) Deze verordening beoogt te voorkomen dat klanten worden gediscrimineerd op grond van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging, met inbegrip van geoblocking, in grensoverschrijdende commerciële transacties tussen handelaren en consumenten met betrekking tot de verkoop van goederen en de verlening van diensten in de Unie. Deze verordening beoogt tevens zowel directe als indirecte discriminatie tegen te gaan, en heeft dus ook betrekking op ongerechtvaardigde verschillen in behandeling op grond van andere onderscheidende criteria die tot hetzelfde resultaat leiden als de toepassing van criteria die rechtstreeks zijn gebaseerd op de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van klanten. Dergelijke andere criteria kunnen met name worden gehanteerd aan de hand van informatie over de fysieke locatie van klanten, zoals het IP-adres dat wordt gebruikt om toegang te krijgen tot een online-interface, het adres voor de levering van goederen, de gekozen taal of de lidstaat waar het betaalinstrument van de klant is uitgegeven. |
(5) Deze verordening beoogt te voorkomen dat consumenten worden gediscrimineerd op grond van nationaliteit, verblijfplaats of tijdelijke locatie, met inbegrip van geoblocking, in grensoverschrijdende commerciële transacties tussen een handelaar en een consument met betrekking tot de verkoop van goederen en de verlening van diensten in de Unie. Deze verordening beoogt tevens zowel directe als indirecte discriminatie tegen te gaan, en heeft dus ook betrekking op ongerechtvaardigde verschillen in behandeling op grond van andere onderscheidende criteria die tot hetzelfde resultaat leiden als de toepassing van criteria die rechtstreeks zijn gebaseerd op de nationaliteit, de verblijfplaats of de tijdelijke locatie van consumenten. Dergelijke andere criteria kunnen met name worden gehanteerd aan de hand van informatie over de fysieke locatie van consumenten, zoals het IP-adres dat wordt gebruikt om toegang te krijgen tot een online-interface, het adres voor de levering van goederen, de gekozen taal of de lidstaat waar het betaalinstrument van de consument is uitgegeven. |
Amendement 9 Voorstel voor een verordening Overweging 5 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(5 bis) Deze verordening mag niet van toepassing zijn op zuiver interne situaties waarin geen grensoverschrijdende elementen kunnen worden geacht aanwezig te zijn en alle relevante activiteiten in verband met, onder meer, de nationaliteit, de verblijfplaats of tijdelijke locatie, toegang tot een online interface, toegang tot goederen of diensten of betalingstransacties beperkt zijn tot één en dezelfde lidstaat. |
Amendement 10 Voorstel voor een verordening Overweging 6 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(6) Rekening houdend met het feit dat een aantal wettelijke en bestuursrechtelijke belemmeringen voor handelaren in bepaalde dienstensectoren in de gehele Unie zijn weggenomen als gevolg van de uitvoering van Richtlijn 2006/123/EG, moet wat de materiële werkingssfeer betreft worden gezorgd voor coherentie tussen deze verordening en Richtlijn 2006/123/EG. Bijgevolg moeten de bepalingen van deze verordening onder meer van toepassing zijn op niet-audiovisuele, elektronisch verrichte diensten, waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, onder voorbehoud echter van de specifieke uitsluiting als bedoeld in artikel 4 en de daaropvolgende evaluatie van die uitsluiting als bedoeld in artikel 9. Audiovisuele diensten, met inbegrip van de diensten waarvan het hoofdkenmerk is het verstrekken van toegang tot uitzendingen van sportevenementen, en die worden verleend op basis van exclusieve territoriale licenties, moeten derhalve worden uitgesloten van het toepassingsgebied van deze verordening. De toegang tot financiële retaildiensten, met inbegrip van betalingsdiensten, moeten derhalve ook worden uitgesloten, niettegenstaande de bepalingen van deze verordening met betrekking tot non-discriminatie op het gebied van betalingen. |
(6) Gezien het feit dat een aantal wettelijke en bestuursrechtelijke belemmeringen voor handelaren in bepaalde dienstensectoren in de gehele Unie zijn weggenomen als gevolg van de uitvoering van Richtlijn 2006/123/EG, moet wat de materiële werkingssfeer ervan betreft worden gezorgd voor coherentie tussen deze verordening en Richtlijn 2006/123/EG. Bijgevolg moeten de bepalingen van deze verordening onder meer van toepassing zijn op niet-audiovisuele, elektronisch verrichte diensten, waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, onder voorbehoud echter van de specifieke uitsluiting als bedoeld in artikel 4. Er zij echter op gewezen dat sinds de vaststelling van Richtlijn 2006/123/EG regelgevende en administratieve belemmeringen voor handelaars ook in andere sectoren gedeeltelijk zijn verwijderd. |
Amendement 11 Voorstel voor een verordening Overweging 6 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(6 bis) Gezien de specifieke aard van culturele werken, die op basis van bijzondere bedrijfsmodellen worden verspreid, mag deze verordening geen gevolgen hebben voor het territorialiteitsbeginsel van het auteursrecht in de diverse culturele sectoren. |
Amendement 12 Voorstel voor een verordening Overweging 7 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(7) Discriminatie kan zich ook voordoen met betrekking tot diensten op het gebied van vervoer, met name met betrekking tot de verkoop van toegangsbewijzen voor het vervoer van passagiers. In dit verband bevatten Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad18, Verordening (EU) nr. 1177/2010 van het Europees Parlement en de Raad19 en Verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad20 echter reeds een ruim discriminatieverbod voor alle discriminerende praktijken die deze verordening beoogt te regelen. Voorts is het de bedoeling Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad21 in de nabije toekomst in die zin te wijzigen. Daarom, en om te zorgen voor samenhang met het toepassingsgebied van Richtlijn 2006/123/EG, moeten diensten op het gebied van vervoer buiten het toepassingsgebied van deze verordening blijven. |
(7) Discriminatie doet zich ook voor met betrekking tot diensten buiten het toepassingsgebied van deze verordening, inclusief op het gebied van audiovisuele media, financiële diensten, elektronische communicatie, vervoer of gezondheidszorg. Audiovisuele diensten, met inbegrip van de diensten waarvan het hoofdkenmerk is het verstrekken van toegang tot uitzendingen van sportevenementen, en die worden verleend op basis van exclusieve territoriale licenties, moeten worden uitgesloten van het toepassingsgebied van deze verordening. De toegang tot financiële retaildiensten, met inbegrip van betalingsdiensten, moet ook worden uitgesloten, onverminderd de bepalingen van deze verordening met betrekking tot non-discriminatie op het gebied van betalingen. Met betrekking tot elektronische communicatie, heeft de Commissie een voorstel ingediend voor een Europese code voor elektronische communicatie, ter handhaving van het principe van non-discriminatie17bis. Met betrekking tot vervoer bevatten Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad18, Verordening (EU) nr. 1177/2010 van het Europees Parlement en de Raad19 en Verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad20 echter reeds een ruim discriminatieverbod voor alle discriminerende praktijken die deze verordening beoogt te regelen. Voorts is het de bedoeling Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad21 in de nabije toekomst in die zin te wijzigen. Voor gezondheidszorgdiensten, wordt in Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad21bis al bepaald dat patiënten uit andere lidstaten niet mogen worden gediscrimineerd op grond van nationaliteit. Daarom, en om te zorgen voor samenhang met het acquis, moeten diensten op het gebied van onder meer de audiovisuele sector, financiën, elektronische communicatie, vervoer of gezondheidszorg in dit stadium buiten het toepassingsgebied van deze verordening blijven. |
|
__________________ |
__________________ |
|
|
17bis Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (herschikking) (COM(2016)0590). |
|
18 Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap (PB L 293 van 31.10.2008, blz. 3). |
18 Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap (PB L 293 van 31.10.2008, blz. 3). |
|
19 Verordening (EU) nr. 1177/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende de rechten van passagiers die over zee of binnenwateren reizen en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 1). |
19 Verordening (EU) nr. 1177/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende de rechten van passagiers die over zee of binnenwateren reizen en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 1). |
|
20 Verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 1). |
20 Verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 1). |
|
21 Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (PB L 315 van 3.12.2007, blz. 14). |
21 Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (PB L 315 van 3.12.2007, blz. 14). |
|
|
21bis Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (PB L 88 van 4.4.2011, blz. 45). |
Amendement 13 Voorstel voor een verordening Overweging 8 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Deze verordening laat de regels op het gebied van belastingheffing onverlet, aangezien het Verdrag inzake de werking van de Europese Unie (VWEU) een specifieke basis biedt voor actie op het niveau van de Unie ten aanzien van belastingaangelegenheden. |
(8) (niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Amendement 14 Voorstel voor een verordening Overweging 9 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(9) Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad22 mag de keuze welke wetgeving van toepassing is op contracten tussen consumenten en een beroepsbeoefenaar die zijn commerciële of professionele activiteit uitoefent in het land waar de consument zijn gewoonlijke verblijfplaats heeft of, in ieder geval, die activiteiten richt op dat land of op verschillende landen, met inbegrip van dat land, er niet toe leiden dat de consument de bescherming wordt onthouden die hem wordt geboden door bepalingen waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken op grond van de wetgeving van het land waar de consument gewoonlijk verblijft. Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad23 kan een consument in aangelegenheden die verband houden met de overeenkomst tussen een consument en een beroepsbeoefenaar die zijn commerciële en beroepsactiviteiten ontplooit in de lidstaat waar de consument woonplaats heeft, of dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op die lidstaat, of op meerdere staten met inbegrip van die lidstaat, een rechtsvordering instellen tegen de wederpartij bij de gerechten van de lidstaat waar hij zijn woonplaats heeft en kan een vordering tegen een consument alleen bij deze gerechten worden ingesteld. |
Schrappen |
|
__________________ |
|
|
22 Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6). |
|
|
23 Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1). |
|
Amendement 15 Voorstel voor een verordening Overweging 10 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(10) Deze verordening mag geen afbreuk doen aan de handelingen van het recht van de Unie inzake justitiële samenwerking in burgerlijke zaken, en met name de bepalingen betreffende het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en betreffende de rechterlijke bevoegdheid zoals voorgeschreven bij Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad24 en Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad25, met inbegrip van de toepassing van die handelingen en bepalingen in individuele gevallen. Met name dient het loutere feit dat de handelaar overeenkomstig de bepalingen van deze verordening handelt, niet zodanig te worden opgevat dat hij zijn activiteiten op de lidstaat van de consument richt voor de toepassing ervan. |
(10) Deze verordening moet het recht van de Unie inzake justitiële samenwerking in burgerlijke zaken onverlet laten, en met name de bepalingen betreffende het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en betreffende de rechterlijke bevoegdheid zoals voorgeschreven bij Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad24 en Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad25, met inbegrip van de toepassing van die handelingen en bepalingen in individuele gevallen. Loutere naleving van deze verordening dient niet zodanig te worden opgevat dat een handelaar zijn activiteiten op de lidstaat van de consument richt. Met name wanneer een handelaar die in overeenstemming met de artikelen 3, 4 en 5 handelt, de toegang voor de consument tot zijn online-interface niet blokkeert of beperkt, hem niet doorleidt naar een versie van zijn online-interface die verschilt van de online-interface waartoe de consument oorspronkelijk toegang probeerde te krijgen, ongeacht zijn nationaliteit of verblijfplaats, geen verschillende algemene toegangsvoorwaarden hanteert in situaties als omschreven in deze verordening, of wanneer de handelaar op niet-discriminerende basis betaalinstrumenten aanvaardt die in een andere lidstaat zijn uitgegeven, kan die handelaar louter op deze gronden niet worden beschouwd als een handelaar die zijn activiteiten richt op de lidstaat waar de consument zijn gewone verblijfplaats of woonplaats heeft. Daarnaast kan een handelaar evenmin worden beschouwd als een handelaar die zijn activiteiten richt op de lidstaat waar de consument zijn gewone verblijfplaats of woonplaats heeft, indien de handelaar die deze verordening naleeft de stappen onderneemt die redelijkerwijs door de consument verwacht of verzocht worden of die bij wet vereist zijn om de nodige informatie en assistentie aan de consument te verlenen, ofwel direct, ofwel indirect door de consument in contact te brengen met een derde partij die de vereiste assistentie kan verlenen. |
|
__________________ |
__________________ |
|
24 Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6). |
24 Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6). |
|
25 Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1). |
25 Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1). |
Amendement 16 Voorstel voor een verordening Overweging 11 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(11) De discriminerende praktijken die deze verordening wenst aan te pakken, vinden gewoonlijk plaats via algemene voorwaarden en andere informatie zoals die wordt vastgesteld en toegepast door of namens de betrokken handelaar als voorwaarde voor de toegang tot de betrokken goederen of diensten en die ter beschikking worden gesteld van het grote publiek. Deze algemene voorwaarden voor de toegang omvatten onder meer de prijzen, de leveringsvoorwaarden en de betalingsvoorwaarden. Zij kunnen ter beschikking worden gesteld van het grote publiek door of namens de handelaar via diverse kanalen, zoals gepubliceerde informatie in advertenties, op websites of in precontractuele of contractuele documenten. Deze voorwaarden gelden wanneer geen sprake is van een andersluidende overeenkomst waarover afzonderlijk onderhandeld is en die rechtstreeks is gesloten tussen de handelaar en de consument. De voorwaarden waarover tussen de handelaar en de klanten individueel wordt onderhandeld, mogen voor de toepassing van deze verordening niet worden beschouwd als algemene toegangsvoorwaarden. |
(11) De discriminerende praktijken die deze verordening wenst aan te pakken, vinden gewoonlijk plaats via algemene voorwaarden en andere informatie zoals die wordt vastgesteld en toegepast door of namens de betrokken handelaar als voorwaarde voor de toegang tot de betrokken goederen of diensten en die ter beschikking worden gesteld van het grote publiek. Deze algemene voorwaarden voor de toegang omvatten onder meer de prijzen, de leveringsvoorwaarden en de betalingsvoorwaarden. Zij kunnen ter beschikking worden gesteld van het grote publiek door of namens de handelaar via diverse kanalen, zoals gepubliceerde informatie in advertenties of op websites, of kunnen deel uitmaken van precontractuele of contractuele informatie. Deze voorwaarden gelden wanneer geen sprake is van voorwaarden waarover afzonderlijk onderhandeld is tussen de handelaar en de consument. De voorwaarden waarover tussen de handelaar en de consument afzonderlijk wordt onderhandeld, mogen voor de toepassing van deze verordening niet worden beschouwd als algemene toegangsvoorwaarden. De mogelijkheid van afzonderlijke onderhandelingen over voorwaarden of afzonderlijke afspraken over aanvullende rechten en verplichtingen mag niet resulteren in geoblocking of andere vormen van ongerechtvaardigde discriminatie waarop onderhavige verordening betrekking heeft. |
Amendement 17 Voorstel voor een verordening Overweging 12 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(12) Zowel consumenten als ondernemingen moeten worden beschermd tegen discriminatie op grond van hun nationaliteit, verblijfplaats of vestigingsplaats wanneer zij optreden als klant in de zin van deze verordening. Deze bescherming moet echter niet gelden voor klanten die een goed of een dienst kopen met het oog op wederverkoop, omdat dit gevolgen zou hebben voor op grote schaal gebruikte verdelingsregelingen tussen ondernemingen in een zakelijke context, zoals selectieve en exclusieve distributie, zodat fabrikanten over het algemeen hun detailhandelaren kunnen selecteren, met inachtneming van het mededingingsrecht. |
(12) Consumenten moeten worden beschermd tegen discriminatie op grond van hun nationaliteit, verblijfplaats of tijdelijke locatie. Bij gemengde overeenkomsten, waarbij een overeenkomst wordt gesloten voor doeleinden die deels binnen en deels buiten de handelsactiviteit van de persoon liggen en het handelsoogmerk zo beperkt is dat het binnen de globale context van de overeenkomst niet overheerst, dient die persoon echter ook als consument te worden aangemerkt. |
Amendement 18 Voorstel voor een verordening Overweging 14 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(14) Ter verbetering van de mogelijkheden voor klanten om toegang te krijgen tot informatie met betrekking tot de verkoop van goederen en de verrichting van diensten op de interne markt, en om de transparantie te vergroten, ook wat de prijzen betreft, mag de handelaar de klanten niet via het gebruik van technologische maatregelen of anderszins verhinderen volledige en gelijke toegang tot online interfaces te hebben op grond van hun nationaliteit, verblijfplaats of vestigingsplaats. Dergelijke technologische maatregelen kunnen met name technologieën omvatten die gebruikt worden om de fysieke locatie van de klant vast te stellen, met inbegrip van het opsporen van dat IP-adres door middel van coördinaten die zijn verkregen via een wereldwijd satellietnavigatiesysteem of gegevens in verband met een betalingstransactie. Dat verbod van discriminatie met betrekking tot de toegang tot online interfaces mag echter niet worden opgevat als een verplichting voor de handelaar om commerciële transacties met klanten aan te gaan. |
(14) Ter verbetering van de mogelijkheden voor consumenten om toegang te krijgen tot informatie met betrekking tot de verkoop van goederen en de verrichting van diensten binnen de interne markt, en om de transparantie te vergroten, ook wat de prijzen betreft, mogen handelaars en online markten de consumenten niet via het gebruik van technologische maatregelen of anderszins verhinderen volledige en gelijke toegang tot online interfaces te hebben op grond van hun nationaliteit, verblijfplaats of tijdelijke locatie. Volledige en gelijke toegang tot online interfaces in de vorm van een mobiele applicatie moet de mogelijkheid voor de consument omvatten van het downloaden of toegang krijgen tot een versie van de mobiele applicatie die een handelaar in een of meer lidstaten uitbrengt. Technologische maatregelen die een dergelijke toegang blokkeren kunnen met name technologieën omvatten die gebruikt worden om de fysieke locatie van de consument vast te stellen, met inbegrip van het opsporen van dat IP-adres van die locatie door middel van coördinaten die zijn verkregen via een wereldwijd satellietnavigatiesysteem of gegevens in verband met een betalingstransactie. Dat verbod van discriminatie met betrekking tot de toegang tot online interfaces mag echter niet worden opgevat als een verplichting voor de handelaar om commerciële transacties met een consument aan te gaan. |
Amendement 19 Voorstel voor een verordening Overweging 14 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(14 bis) Om ervoor te zorgen dat consumenten gelijk worden behandeld en om discriminatie in de praktijk te voorkomen, moeten de websites, mobiele applicaties en alle andere interfaces van handelaren worden ontworpen om de gegevensinvoer in formulieren mogelijk te maken uit een andere lidstaat dan die van de handelaar. Websites moeten met name de invoer van adressen, telefoonnummers, met inbegrip van de internationale landcodes, btw-nummers, bankrekeningen, met inbegrip van IBAN- en BIC-nummers, en andere soorten gegevens van een andere lidstaat dan die van de handelaar toestaan, indien die benodigd zijn om een bestelling af te ronden op deze online-interface van de handelaar. Het vereisen dat een consument uitsluitend gebruikmaakt van andere bestelmogelijkheden, zoals e-mail of telefoon, mag niet worden toegestaan, tenzij dit de belangrijkste manier is voor alle consumenten, met inbegrip van consumenten uit de lidstaat van de handelaar, om dergelijke bestellingen te doen. |
Amendement 20 Voorstel voor een verordening Overweging 15 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(15) Bepaalde handelaren gebruiken verschillende versies van hun elektronische interfaces, gericht op klanten uit verschillende lidstaten. Dat moet weliswaar mogelijk blijven, maar een klant van één versie van de online interface naar een andere versie door te leiden zonder diens uitdrukkelijke toestemming, moet worden verboden. Alle versies van de online interface moeten te allen tijde voor de klant gemakkelijk toegankelijk blijven. |
(15) Bepaalde handelaren gebruiken verschillende versies van hun elektronische interfaces, gericht op consumenten uit verschillende lidstaten. Dat moet weliswaar mogelijk blijven, maar een consument van één versie van de online interface naar een andere versie door te leiden zonder diens uitdrukkelijke toestemming, moet worden verboden. Handelaren mogen niet verplicht worden de uitdrukkelijke toestemming van de consument te eisen telkens wanneer dezelfde consument dezelfde online interface bezoekt. Zodra de consument uitdrukkelijke toestemming heeft verleend, moet deze toestemming geldig worden geacht voor alle latere bezoeken van dezelfde consument aan dezelfde online interface. Alle versies van de online interface moeten te allen tijde voor de consument gemakkelijk toegankelijk blijven. |
Amendement 21 Voorstel voor een verordening Overweging 16 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(16) In bepaalde gevallen zou het beperken of blokkeren van de toegang tot of doorleiding naar een alternatieve versie van een elektronische interface, zonder instemming van de klant, nodig kunnen zijn om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging, met het oog op de naleving van een wettelijke vereiste in de wetgeving van de Unie of de wetgeving van de lidstaten in overeenstemming met de wetgeving van de Unie. Dergelijke wetten kunnen de toegang van klanten tot bepaalde goederen of diensten beperken, bijvoorbeeld door een verbod op het weergeven van specifieke inhoud in bepaalde lidstaten. Handelaren mogen niet worden verhinderd dergelijke verplichtingen na te leven en moeten dus de mogelijkheid hebben de toegang tot een online interface voor bepaalde klanten of klanten in bepaalde gebieden te blokkeren of te beperken of de klanten door te leiden naar een online-interface, voor zover dat om die reden nodig is. |
(16) In bepaalde gevallen zou het beperken of blokkeren van de toegang tot of doorleiding naar een alternatieve versie van een elektronische interface, zonder instemming van de consument, nodig kunnen zijn om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats of tijdelijke locatie van de consument, met het oog op de naleving van een wettelijke vereiste in de wetgeving van de Unie of de wetgeving van een lidstaat, in overeenstemming met de wetgeving van de Unie. Dergelijke wetten kunnen de toegang van consumenten tot bepaalde goederen of diensten beperken, bijvoorbeeld door een verbod op het weergeven van specifieke inhoud in bepaalde lidstaten. Handelaren mogen niet worden verhinderd dergelijke verplichtingen na te leven en moeten dus de mogelijkheid hebben de toegang tot een online interface voor bepaalde groepen consumenten of consumenten in bepaalde gebieden te blokkeren of te beperken of de klanten, voor zover dat om die reden nodig kan zijn. |
Amendement 22 Voorstel voor een verordening Overweging 17 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(17) In een aantal specifieke situaties kunnen verschillen in de behandeling van klanten via de toepassing van algemene toegangsvoorwaarden, met inbegrip van rechtstreekse weigeringen om goederen te verkopen of diensten te verlenen om redenen die verband houden met de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van de klanten, niet objectief worden gerechtvaardigd. In die situaties moet een dergelijke discriminatie in alle gevallen worden verboden en moeten klanten derhalve, overeenkomstig de specifieke voorwaarden van deze verordening, het recht hebben om commerciële transacties aan te gaan onder dezelfde voorwaarden als een lokale klant, en volledige en gelijke toegang hebben tot welk van de verschillende aangeboden goederen of diensten dan ook, ongeacht hun nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging. Handelaren moeten daarom waar nodig maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat dit discriminatieverbod wordt nageleefd, indien de betrokken klanten anders zouden worden uitgesloten van een dergelijke volledige en gelijke toegang. Het verbod dat in die situaties van toepassing is, mag echter niet zodanig worden uitgelegd dat de handelaren wordt belet hun activiteiten te richten op verschillende lidstaten of op bepaalde groepen klanten met doelgerichte aanbiedingen en uiteenlopende voorwaarden, onder meer door landspecifieke online interfaces op te zetten. |
(17) In een aantal specifieke situaties kunnen verschillen in de behandeling van consumenten via de toepassing van algemene toegangsvoorwaarden, met inbegrip van rechtstreekse weigeringen om goederen te verkopen of diensten te verlenen om redenen die verband houden met de nationaliteit, de verblijfplaats of de tijdelijke locatie van de consumenten, niet objectief worden gerechtvaardigd. In die situaties moet een dergelijke discriminatie in alle gevallen worden verboden en moeten consumenten derhalve, overeenkomstig de specifieke voorwaarden van deze verordening, het recht hebben om commerciële transacties aan te gaan onder dezelfde voorwaarden als een lokale consument, en volledige en gelijke toegang hebben tot welk van de verschillende aangeboden goederen of diensten dan ook, ongeacht hun nationaliteit, verblijfplaats of tijdelijke locatie. Een handelaar moet daarom waar nodig maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat dit discriminatieverbod wordt nageleefd. Het verbod dat in die situaties van toepassing is, mag echter niet zodanig worden uitgelegd dat de handelaren wordt belet hun activiteiten te richten op verschillende lidstaten of op bepaalde groepen consumenten met doelgerichte aanbiedingen en uiteenlopende algemene voorwaarden voor toegang, onder meer door landspecifieke online interfaces op te zetten, waaronder die met verschillende prijzen. |
Amendement 23 Voorstel voor een verordening Overweging 18 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(18) De eerste van die situaties is die waarbij de handelaar goederen verkoopt en die goederen niet door de verkoper of namens hem over de grens worden geleverd in de lidstaat van verblijf van de klant. In die situatie zou de klant de goederen moeten kunnen kopen tegen precies dezelfde voorwaarden, met inbegrip van de prijs en de voorwaarden voor de levering van de goederen, als vergelijkbare klanten die ingezetenen zijn van de lidstaat van de handelaar. Dat zou kunnen betekenen dat een buitenlandse klant de goederen in die lidstaat moet ophalen of in een andere lidstaat waar de handelaar wel levert. In dit geval is hoeft geen registratie voor de belasting over de toegevoegde waarde ("btw") in de lidstaat van de klant plaats te vinden, en hoeft de grensoverschrijdende levering van goederen niet te worden geregeld. |
(18) De eerste van die situaties is die waarbij de handelaar goederen verkoopt en die goederen niet door de verkoper of namens hem over de grens worden geleverd in de lidstaat van verblijf van de consument. In plaats daarvan biedt de handelaar de levering van die goederen naar een bestemming aan in een andere lidstaat dan de woonlidstaat van de consument, met inbegrip van de mogelijkheid om de goederen op te halen op een plaats die wordt overeengekomen tussen de consument en de handelaar. In die situatie zou de consument de goederen moeten kunnen kopen tegen precies dezelfde voorwaarden, met inbegrip van prijsvoorwaarden en de voorwaarden voor de levering van de goederen, als vergelijkbare consumenten die ingezetenen zijn van de lidstaat waar de goederen worden geleverd of opgehaald. Dat kan betekenen dat een buitenlandse consument de goederen in die lidstaat moet ophalen of in een andere lidstaat waar de handelaar wel levert of zelf, met eigen middelen, de grensoverschrijdende levering van de goederen moet regelen. In dit geval hoeft, overeenkomstig Richtlijn 2006/112/EG1bis, geen registratie voor de belasting over de toegevoegde waarde ("btw") in de lidstaat van de consument plaats te vinden. |
|
|
___________________ |
|
|
1bis Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1). |
Amendement 24 Voorstel voor een verordening Overweging 19 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(19 bis) De derde situatie is die waarbij consumenten langs elektronische weg verrichte diensten wensen te ontvangen met als belangrijkste kenmerk het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal (zoals e-boeken, muziek, spellen en software) op voorwaarde dat de handelaar over de gebruiksrechten beschikt of een licentie heeft verkregen voor dergelijke inhoud voor alle betrokken gebieden. Ook in dit geval is fysieke levering niet vereist, aangezien de diensten langs elektronische weg worden verricht. De handelaar kan btw aangeven en afdragen op een vereenvoudigde manier, in overeenstemming met de regels inzake het zogenaamde mini-éénloketsysteem in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011. |
Amendement 25 Voorstel voor een verordening Overweging 20 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(20) Tot slot, in de situatie waarin de handelaar diensten verricht en die diensten door de klant worden afgenomen in de kantoren van de handelaar of op een plaats die door de handelaar is gekozen en die niet de lidstaat is waarvan de klant de nationaliteit heeft of waar de klant zijn verblijfplaats of plaats van vestiging heeft, hoeft de toepassing van verschillende algemene toegangsvoorwaarden, om redenen die verband houden met dergelijke criteria, ook niet te worden gerechtvaardigd. Deze situaties betreffen, naar gelang van het geval, het verrichten van diensten zoals het bieden van hotelaccommodatie, sportevenementen, autoverhuur en toegangstickets voor muziekfestivals of attractieparken. In die situaties hoeft het bedrijf zich niet voor btw-doeleinden te registreren in een andere lidstaat en ook niet te zorgen voor grensoverschrijdende levering van goederen. |
(20) Tot slot, in de situatie waarin de handelaar diensten verricht en die diensten door de consument worden afgenomen in de kantoren van de handelaar of op een plaats die niet in de lidstaat is waar de consument zijn of haar verblijfplaats heeft, hoeft de toepassing van verschillende algemene toegangsvoorwaarden, om redenen die verband houden met de nationaliteit, de verblijfplaats of de tijdelijke locatie van de consument, ook niet te worden gerechtvaardigd. Deze situaties betreffen, naar gelang van het geval, het verrichten van diensten, met uitzondering van elektronisch verrichte diensten, zoals het bieden van hotelaccommodatie, sportevenementen, autoverhuur en toegangstickets voor muziekfestivals of attractieparken. In die situaties hoeft het bedrijf zich niet voor btw-doeleinden te registreren in een andere lidstaat. |
Amendement 26 Voorstel voor een verordening Overweging 21 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(21) In al deze gevallen is het zo dat wanneer een handelaar zijn activiteiten niet uitoefent in de lidstaat van de klant of zijn activiteiten daar niet op richt, hij dankzij de bepalingen inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en betreffende de rechterlijke bevoegdheid van de Verordeningen (EG) nr. 593/2008 en (EU) nr. 1215/2012, voor de naleving van deze verordening geen extra kosten hoeft te maken in verband met jurisdictie of verschillen in toepasselijk recht. Wanneer een handelaar daarentegen zijn activiteiten in de lidstaat van de consument uitoefent of zijn activiteiten daarop richt, heeft hij zijn bedoeling tot uitdrukking gebracht om commerciële betrekkingen aan te knopen met consumenten uit die lidstaat en is hij dus in staat geweest rekening te houden met dergelijke kosten. |
(21) In al deze gevallen is het zo dat wanneer een handelaar zijn activiteiten niet uitoefent in de lidstaat van de consument of zijn activiteiten daar niet op richt, hij dankzij de bepalingen inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en betreffende de rechterlijke bevoegdheid van de Verordeningen (EG) nr. 593/2008 en (EU) nr. 1215/2012, voor de naleving van deze verordening geen extra kosten hoeft te maken in verband met jurisdictie of verschillen in toepasselijk recht. |
Amendement 27 Voorstel voor een verordening Overweging 21 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(21 bis) In al die situaties moeten de algemene voorwaarden voor toegang in overeenstemming zijn met de wet- en regelgeving van de lidstaat waar de handelaar zijn activiteiten verricht of waar hij zijn activiteiten op richt. Een handelaar hoeft niet te garanderen dat de algemene toegangsvoorwaarden voldoen aan de wet- en regelgeving of beschikbaar zijn in de taal van de lidstaat van de woonplaats van de consument aan wie de handelaar niet voornemens is te verkopen. |
Amendement 28 Voorstel voor een verordening Overweging 21 ter (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(21 ter) Het gebruik van een bepaalde taal op een online interface van een handelaar betekent op zichzelf niet dat de handelaar de intentie heeft aan consumenten uit een andere lidstaat te willen verkopen. |
Motivering | |
De oriëntatie van de handelaar moet weliswaar in de algemene voorwaarden worden genoemd, maar er mag in geval van twijfel niet op grond van uitsluitend een bepaalde taal van worden uitgegaan dat de handelaar zich richt op kopers uit een andere lidstaat waarin deze taal ook wordt gebruikt. | |
Amendement 29 Voorstel voor een verordening Overweging 21 quater (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(21 quater) Overeenkomstig Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad1bis heeft een consument het recht om in geval van een gebrek aan overeenstemming van de goederen met de overeenkomst van de verkoper te eisen dat hij deze goederen kosteloos repareert of vervangt, tenzij dit onmogelijk of buitenproportioneel is. In genoemde richtlijn worden de kosten voor de verkoper beperkt tot de kosten die gemaakt moeten worden om de goederen in overeenstemming te brengen. Bovendien staat genoemde richtlijn er niet aan in de weg dat het recht van de consument op vergoeding van de kosten van reparatie of vervanging waar nodig wordt beperkt tot een bedrag dat evenredig is met de waarde die de goederen zouden hebben indien er geen sprake van een gebrek aan overeenstemming zou zijn, en met de omvang van het gebrek aan overeenstemming. Indien van toepassing, vallen regels inzake precontractuele informatie, taalvereisten, het herroepingsrecht en de uitoefening en gevolgen hiervan, de levering en de overgang van risico's onder Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad1ter. In genoemde richtlijn wordt onder meer bepaald wat de kosten voor de consumenten en handelaren zijn in geval van herroeping van een overeenkomst op afstand of een buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst. De toepassing van deze richtlijn laat de richtlijnen 199/44/EG en 2011/83/EU onverlet. |
|
|
__________________ |
|
|
1bis Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen (PB L 171 van 7.7.1999, blz. 12). |
|
|
1ter Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64). |
Amendement 30 Voorstel voor een verordening Overweging 22 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(22) Handelaren die onder de bijzondere regeling van titel XII, hoofdstuk 1, van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad27 vallen, zijn niet verplicht btw te betalen. Voor deze handelaren zou het verbod op de toepassing van verschillende algemene toegangsvoorwaarden om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging van de klant, wanneer zij langs elektronische weg diensten verrichten, een verplichting tot registratie impliceren om btw van andere lidstaten aan te rekenen, hetgeen extra kosten met zich mee zou kunnen brengen en een onevenredige last zou zijn gezien de omvang en kenmerken van de betrokken handelaars. Daarom moeten die handelaren worden vrijgesteld van dit verbod voor zolang een dergelijke regeling van toepassing is. |
(22) Handelaren die onder de bijzondere regeling van titel XII, hoofdstuk 1, van Richtlijn 2006/112/EG vallen, zijn niet verplicht btw te betalen in de lidstaat waar zij gevestigd zijn. Voor deze handelaren zou het verbod op de toepassing van verschillende algemene toegangsvoorwaarden om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats of tijdelijke locatie van de consument, wanneer zij langs elektronische weg diensten verrichten, een verplichting tot registratie omvatten om btw van andere lidstaten aan te rekenen, hetgeen extra kosten met zich mee zou kunnen brengen en een onevenredige last zou betekenen gezien de omvang en kenmerken van de betrokken handelaars. Daarom moeten die handelaren worden vrijgesteld van dit verbod voor zolang een dergelijke regeling van toepassing is. |
|
__________________ |
|
|
27 Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1). |
|
Amendement 31 Voorstel voor een verordening Overweging 23 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(23) In al deze gevallen kan het zijn dat handelaren in sommige gevallen geen goederen of diensten kunnen verkopen aan bepaalde klanten of aan klanten in bepaalde gebieden, om redenen die verband houden met de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van de klant, als gevolg van een specifiek verbod of een verplichting die is vastgelegd in de wetgeving van de Unie of de wetgeving van de lidstaten in overeenstemming met het recht van de Unie. Op grond van wetgeving van de lidstaten in overeenstemming met het recht van de Unie kan van handelaren eveneens worden verlangd dat zij zich aan bepaalde regels houden over de prijsstelling van boeken. Handelaren mag niet worden belet om dergelijke wetgeving, voor zover nodig, na te leven. |
(23) In al deze gevallen kan het zijn dat handelaren in sommige gevallen geen goederen of diensten kunnen verkopen aan bepaalde groepen consumenten of aan consumenten in bepaalde gebieden, om redenen die verband houden met de nationaliteit, de verblijfplaats of de tijdelijke locatie van de consument, als gevolg van een specifiek verbod of een verplichting die is vastgelegd in de wetgeving van de Unie of de wetgeving van een lidstaat, in overeenstemming met het recht van de Unie. Op grond van wetgeving van de lidstaten in overeenstemming met het recht van de Unie kan van handelaren eveneens worden verlangd dat zij zich aan bepaalde regels houden over de prijsstelling van boeken. Daarnaast kan de wetgeving van lidstaten vereisen dat langs elektronische weg geleverde publicaties in aanmerking moeten kunnen komen voor hetzelfde preferentiële btw-tarief als publicaties op fysieke dragers, als voorzien in het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat btw-tarieven op boeken, kranten en tijdschriften betreft1bis. Handelaren mag niet worden belet om dergelijke wetgeving, voor zover nodig, na te leven. |
|
|
__________________ |
|
|
1bis COM (2016)0758. |
Amendement 32 Voorstel voor een verordening Overweging 24 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(24) Overeenkomstig het recht van de Unie zijn handelaren in beginsel vrij om te beslissen welke betaalmiddelen zij willen accepteren, onder meer betaalmerken. Zodra deze keuze is gemaakt, hebben handelaren, gelet op het bestaande wettelijke kader voor betalingsdiensten, echter geen redenen om de klanten binnen de Unie te discrimineren door bepaalde handelstransacties te weigeren, of door bepaalde verschillende betalingsvoorwaarden voor de betrokken transacties toe te passen, om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging van de klant. In deze specifieke context moet een dergelijke ongerechtvaardigde ongelijke behandeling om redenen die verband houden met de plaats van de betaalrekening, de plaats van vestiging van de betaaldienstverlener of de plaats van afgifte van het betaalinstrument in de Unie, uitdrukkelijk worden verboden. Voorts moet worden gememoreerd dat Verordening (EU) nr. 260/2012 reeds alle begunstigden, waaronder handelaren, verbiedt te eisen dat bankrekeningen in een bepaalde lidstaat zijn gevestigd als voorwaarde om een betaling in euro’s te aanvaarden. |
(24) Overeenkomstig het recht van de Unie zijn handelaren in beginsel vrij om te beslissen welke betaalmiddelen zij willen accepteren. Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 2015/751 van het Europees Parlement en de Raad1bis en Richtlijn 2007/2015/EG van het Europees Parlement en de Raad1ter zijn detailhandelaren die een op kaarten gebaseerd betaalinstrument van een specifiek betaalmerk en een specifieke betaalcategorie aanvaarden niet verplicht op kaarten gebaseerde betaalinstrumenten van dezelfde categorie maar van een ander merk, of van hetzelfde merk maar van een andere categorie, te aanvaarden. Zodra deze keuze is gemaakt, mogen handelaren, gelet op het bestaande wettelijke kader voor betalingsdiensten, de consumenten binnen de Unie echter niet discrimineren door bepaalde handelstransacties te weigeren, of door bepaalde verschillende betalingsvoorwaarden voor de betrokken betalingstransacties toe te passen, om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats of tijdelijke locatie van de consument. In deze specifieke context moet een dergelijke ongerechtvaardigde ongelijke behandeling om redenen die verband houden met de plaats van de betaalrekening, de plaats van vestiging van de betaaldienstverlener of de plaats van afgifte van het betaalinstrument in de Unie, eveneens uitdrukkelijk worden verboden. Voorts moet worden gememoreerd dat Verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad1quater reeds alle begunstigden, waaronder handelaren, verbiedt te eisen dat bankrekeningen in een bepaalde lidstaat zijn gevestigd als voorwaarde om een betaling in euro’s te aanvaarden. |
|
|
__________________ |
|
|
1bis Verordening (EU) 2015/751 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 1). |
|
|
1ter Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG, 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 35). |
|
|
1quater Verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009 (PB L 94 van 30.3.2012, blz. 22). |
Amendement 33 Voorstel voor een verordening Overweging 25 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(25) Bij Richtlijn 2015/2366/EU van het Europees Parlement en de Raad28 zijn strenge veiligheidseisen ingevoerd voor het initiëren en het verwerken van elektronische betalingen, waardoor het gevaar van fraude voor alle nieuwe en meer traditionele betaalmiddelen, vooral onlinebetalingen, is verminderd. Betaaldienstverleners zijn verplicht een zogenaamde sterke cliëntauthenticatie toe te passen, d.w.z. een authenticatieproces dat de identiteit van de gebruiker van een betalingsdienst of van de betalingstransactie valideert. Voor verrichtingen op afstand, zoals onlinebetalingen, gaan de beveiligingseisen nog verder, en is een dynamische link naar het bedrag van de transactie en de rekening van de begunstigde nodig ter verdere bescherming van de gebruiker door de risico’s in het geval van fouten of frauduleuze aanvallen te beperken. Als gevolg van deze bepalingen wordt het risico van betalingsfraude in nationale en grensoverschrijdende aankopen op een gelijk niveau gebracht en mag niet worden gebruikt als argument om binnen de Unie een handelstransactie te weigeren of ongelijk te behandelen. |
(25) Bij Richtlijn 2015/2366/EU zijn strenge veiligheidseisen ingevoerd voor het initiëren en het verwerken van elektronische betalingen, waardoor het gevaar van fraude voor alle nieuwe en meer traditionele betaalmiddelen, vooral onlinebetalingen, is verminderd. Betaaldienstverleners zijn verplicht een zogenaamde sterke consumentenauthenticatie toe te passen, d.w.z. een authenticatieproces dat de identiteit van de gebruiker van een betalingsdienst of van de betalingstransactie valideert. Voor verrichtingen op afstand, zoals onlinebetalingen, gaan de beveiligingseisen nog verder, en is een dynamische link naar het bedrag van de transactie en de rekening van de begunstigde nodig ter verdere bescherming van de gebruiker door de risico’s in het geval van fouten of frauduleuze aanvallen te beperken. Als gevolg van deze bepalingen is het risico van betalingsfraude bij grensoverschrijdende aankopen aanzienlijk beperkt. In het geval van automatische afschrijvingen, waarbij de handelaar de kredietwaardigheid van de consument mogelijkerwijs niet goed kan inschatten of wanneer hij daarvoor een nieuw of gewijzigd contract met een betalingsdienstaanbieder moet sluiten, mag de handelaar verzoeken om voorafgaande betaling middels SEPA-overmaking voordat hij de goederen verzendt of de dienst verleent. Een verschil in behandeling is derhalve gerechtvaardigd in situaties waarin de handelaar niet over alternatieven beschikt om de kredietwaardigheid van de consument te verifiëren. |
|
__________________ |
|
|
28 Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG, 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 35). |
|
Amendement 34 Voorstel voor een verordening Overweging 26 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(26) Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van de mededingingsregels, met name de artikelen 101 en 102 VWEU. Overeenkomsten waarbij ondernemingen worden verplicht om zich te onthouden van passieve verkoop in de zin van Verordening (EU) nr. 330/201029 van de Commissie aan bepaalde klanten of aan klanten in bepaalde gebieden worden over het algemeen beschouwd als mededingingsbeperkend en mogen in principe niet worden vrijgesteld van het verbod van artikel 101, lid 1, VWEU. Zelfs wanneer zij in het kader van de toepassing van deze verordening buiten de werkingssfeer van artikel 101 VWEU vallen, leiden zij tot verstoring van de goede werking van de interne markt en kunnen zij worden gebruikt om de bepalingen van deze verordening te omzeilen. De betrokken bepalingen van dergelijke en andere overeenkomsten op het gebied van passieve verkoop, die de handelaar verplicht in strijd met deze verordening te handelen, moeten dus van rechtswege nietig zijn. Deze verordening, en met name de bepalingen over toegang tot goederen of diensten, geldt niet voor overeenkomsten ter beperking van de actieve verkoop in de zin van Verordening (EU) nr. 330/2010. |
(26) Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van de mededingingsregels, met name de artikelen 101 en 102 VWEU. Overeenkomsten waarbij ondernemingen worden verplicht om zich te onthouden van passieve verkoop in de zin van Verordening (EU) nr. 330/2010 van de Commissie29 aan bepaalde groepen consumenten of aan consumenten in bepaalde gebieden worden over het algemeen beschouwd als mededingingsbeperkend en mogen in principe niet worden vrijgesteld van het verbod van artikel 101, lid 1, VWEU. De betrokken bepalingen van dergelijke overeenkomsten op het gebied van passieve verkoop, die de handelaar verplicht in strijd met deze verordening te handelen, moeten dus van rechtswege nietig zijn. Deze verordening, en met name de bepalingen over toegang tot goederen of diensten, geldt niet voor overeenkomsten ter beperking van de actieve verkoop in de zin van Verordening (EU) nr. 330/2010. |
|
__________________ |
__________________ |
|
29 Verordening (EU) nr. 330/2010 van de Commissie van 20 april 2010 betreffende de toepassing van artikel 101, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen (PB L 102 van 23.4.2010, blz. 1). |
29 Verordening (EU) nr. 330/2010 van de Commissie van 20 april 2010 betreffende de toepassing van artikel 101, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen (PB L 102 van 23.4.2010, blz. 1). |
Amendement 35 Voorstel voor een verordening Overweging 27 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(27) De lidstaten wijzen een of meer instanties aan die verantwoordelijk zijn voor het nemen van doeltreffende maatregelen om toezicht te houden op en de naleving te verzekeren van de bepalingen van deze verordening. De lidstaten moeten er ook voor zorgen dat er doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties kunnen worden opgelegd aan handelaars in geval van schending van deze verordening. |
(27) De lidstaten wijzen een of meer verantwoordelijke instanties aan die beschikken over de nodige bevoegdheden om doeltreffende maatregelen te nemen om toezicht te houden op en de naleving te verzekeren van de bepalingen van deze verordening. De lidstaten moeten er ook voor zorgen dat er doeltreffende, evenredige en afschrikkende maatregelen kunnen worden genomen tegen handelaren in geval van overtreding van deze verordening. |
Amendement 36 Voorstel voor een verordening Overweging 28 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(28) De consument moet bijstand kunnen krijgen van bevoegde autoriteiten ter vergemakkelijking van de beslechting van geschillen met handelaren, die voortvloeien uit de toepassing van deze verordening, onder meer door een uniform klachtenformulier. |
(28) Consumenten moeten bijstand kunnen krijgen van bevoegde organen ter vergemakkelijking van de beslechting van geschillen met handelaren, die voortvloeien uit de toepassing van deze verordening. Daartoe moeten de lidstaten organen aanwijzen die verantwoordelijk zijn voor het verlenen van bijstand, waaronder contactpunten voor online geschillenbeslechting als bedoeld in Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad1bis. |
|
|
________________ |
|
|
1bis Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (verordening ODR consumenten) (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 1). |
Amendement 37 Voorstel voor een verordening Overweging 29 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(29) Deze verordening moet op gezette tijden worden geëvalueerd, met het oog op het voorstellen van wijzigingen, indien nodig. De eerste evaluatie moet in het bijzonder gericht zijn op de mogelijke uitbreiding van het verbod van artikel 4, lid 1, onder b), tot diensten die langs elektronische weg worden verricht, waarvan het belangrijkste kenmerk is het bieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, mits de handelaar over de nodige rechten voor de betrokken gebieden beschikt. |
(29) Deze verordening moet op gezette tijden worden geëvalueerd, met het oog op het voorstellen van wijzigingen, indien nodig. De eerste evaluatie moet de algehele impact van de verordening op de interne markt en de grensoverschrijdende elektronische handel op grondige wijze analyseren. Zij moet in het bijzonder gericht zijn op de mogelijke uitbreiding van het toepassingsgebied van deze verordening tot andere sectoren. Daarbij moet ter dege rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van elke sector. Met name de evaluatie van de uitbreiding tot de audiovisuele diensten moet berusten op gedetailleerde prijs- en kostengegevens waar alleen dienstverrichters over beschikken. Daarom moeten die aanbieders meewerken aan de evaluatie om te beter te kunnen beoordelen of de opname van deze diensten binnen het toepassingsgebied van deze verordening zou leiden tot de ontwikkeling van bedrijfsmodellen die efficiënter zijn dan degene die momenteel worden gebruikt. |
Amendement 38 Voorstel voor een verordening Overweging 30 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(30) Met het oog op vergemakkelijking van de efficiënte toepassing van de in deze verordening vastgestelde voorschriften, moeten de mechanismen voor grensoverschrijdende samenwerking tussen bevoegde instanties van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad30 ook voor die voorschriften kunnen worden toegepast. Aangezien Verordening (EG) nr. 2006/2004 alleen geldt voor wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument, mogen die maatregelen slechts worden toegepast wanneer de klant een consument is. Verordening (EG) nr. 2006/2004 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
(30) Met het oog op vergemakkelijking van de efficiënte toepassing van de in deze verordening vastgestelde voorschriften, moeten de mechanismen voor grensoverschrijdende samenwerking tussen bevoegde instanties van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad30 ook voor die voorschriften kunnen worden toegepast. |
|
__________________ |
__________________ |
|
30 Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming (verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming) (PB L 364 van 9.12.2004, blz. 1). |
30 Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming (verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming) (PB L 364 van 9.12.2004, blz. 1). |
Amendement 39 Voorstel voor een verordening Overweging 31 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(31) Om ervoor te zorgen dat verbodsacties ter bescherming van de collectieve belangen van de consumenten met betrekking tot handelingen die overeenkomstig Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad31 in strijd zijn met deze verordening, kunnen worden ingesteld, moet die richtlijn ook worden gewijzigd om in bijlage I daarvan een verwijzing naar deze verordening op te nemen. |
(31) Om ervoor te zorgen dat verbodsacties ter bescherming van de collectieve belangen van de consumenten met betrekking tot handelingen die overeenkomstig Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad31 in strijd zijn met deze verordening, kunnen worden ingesteld, moet die richtlijn ook worden gewijzigd om in bijlage I daarvan een verwijzing naar deze verordening op te nemen. Consumenten moeten ook worden aangemoedigd om gebruik te maken van mechanismen voor de buitengerechtelijke beslechting van geschillen over contractuele verplichtingen die voortvloeien uit online verkoop- of dienstenovereenkomsten, gesloten in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 524/2013. |
|
__________________ |
__________________ |
|
31 Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van de consumentenbelangen (PB L 110 van 1.5.2009, blz. 30). |
31 Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van de consumentenbelangen (PB L 110 van 1.5.2009, blz. 30). |
Motivering | |
Verduidelijking dat buitengerechtelijke geschillenbeslechting de passende manier van geschillenbeslechting op dit specifieke gebied kan zijn. | |
Amendement 40 Voorstel voor een verordening Overweging 32 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(32) Handelaren, overheden en andere belanghebbenden moeten voldoende tijd krijgen om zich aan te passen aan en te zorgen voor de naleving van de bepalingen van deze verordening. In het licht van de bijzondere kenmerken van langs elektronische weg verrichte diensten, met uitzondering van de diensten waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, is het passend het verbod van artikel 4, lid 1, onder b), pas vanaf een latere datum voor het verlenen van deze diensten toe te passen. |
Schrappen |
Amendement 41 Voorstel voor een verordening Overweging 33 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(33) Ter verwezenlijking van de doelstelling van een effectieve aanpak van directe en indirecte discriminatie op grond van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging van de klanten, is het aangewezen om een verordening vast te stellen die rechtstreeks van toepassing is in alle lidstaten. Dit is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de non-discriminatiebepalingen in de hele Unie uniform worden toegepast en dat zij tegelijk in werking treden. Alleen een verordening garandeert de mate van duidelijkheid, uniformiteit en rechtszekerheid die nodig is om de consument in staat te stellen ten volle profijt te trekken van deze regels. |
(33) Ter verwezenlijking van de doelstelling van een effectieve aanpak van directe en indirecte discriminatie op grond van nationaliteit, verblijfplaats of tijdelijke locatie van consumenten, is het aangewezen om een verordening vast te stellen die rechtstreeks van toepassing is in alle lidstaten. Dit is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de non-discriminatiebepalingen in de hele Unie uniform worden toegepast en dat zij tegelijk in werking treden. Alleen een verordening garandeert de mate van duidelijkheid, uniformiteit en rechtszekerheid die nodig is om de consumenten in staat te stellen ten volle profijt te trekken van deze regels. |
Amendement 42 Voorstel voor een verordening Overweging 34 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(34) Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk het voorkomen van directe en indirecte discriminatie op grond van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging van klanten, met inbegrip van geoblocking, bij handelstransacties met handelaren in de Unie, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, gezien de grensoverschrijdende aard van het probleem en het gebrek aan duidelijkheid van de bestaande regelgeving, maar vanwege de omvang en mogelijke ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer op de interne markt beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen vaststellen in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel als uiteengezet in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken. |
(34) Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk het voorkomen van directe en indirecte discriminatie op grond van de nationaliteit, verblijfplaats of tijdelijke locatie van consumenten, met inbegrip van geoblocking, bij handelstransacties met handelaren in de Unie, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, gezien de grensoverschrijdende aard van het probleem en het gebrek aan duidelijkheid van de bestaande regelgeving, maar vanwege de omvang en mogelijke ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer op de interne markt beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen vaststellen in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel als uiteengezet in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken. |
Amendement 43 Voorstel voor een verordening Overweging 35 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(35) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht. Met name wordt met deze verordening gestreefd naar volledige eerbiediging van de artikelen 16 en 17 daarvan, |
(35) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht. Met name wordt met deze verordening gestreefd naar volledige eerbiediging van de artikelen 11 (vrijheid van meningsuiting en informatie), 16 (vrijheid van ondernemerschap), 17 (recht op eigendom) en 38 (consumentenbescherming) daarvan, |
Amendement 44 Voorstel voor een verordening Artikel 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Artikel 1 |
Artikel 1 |
|
Doel en toepassingsgebied |
Onderwerp |
|
1. Deze verordening heeft tot doel bij te dragen tot de goede werking van de interne markt door het voorkomen van discriminatie die, direct of indirect, op de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van de klanten is gebaseerd. |
Deze verordening heeft tot doel bij te dragen tot de goede werking van de interne markt door het voorkomen van discriminatie die, direct of indirect, op de nationaliteit, de verblijfplaats of de tijdelijke locatie van de klanten is gebaseerd, en artikel 20 van Richtlijn 2006/123/EG verder aan te vullen. |
|
2. Deze verordening is van toepassing op de volgende situaties: |
|
|
(a) wanneer de handelaar goederen verkoopt of diensten verleent, of dit wenst te doen, in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de klant zijn verblijfplaats of plaats van vestiging heeft; |
|
|
(b) wanneer de handelaar goederen verkoopt of diensten verleent, of dit wenst te doen, in dezelfde lidstaat als die waarin de klant zijn verblijfplaats of plaats van vestiging heeft, maar de klant een onderdaan van een andere lidstaat is; |
|
|
(c) wanneer de handelaar goederen verkoopt of diensten levert, of dit wenst te doen, in de lidstaat waar de klant zich tijdelijk bevindt zonder in die lidstaat te verblijven of zijn plaats van vestiging in die lidstaat te hebben. |
|
|
3. Deze verordening is niet van toepassing op de activiteiten als bedoeld in artikel 2, lid 2, van Richtlijn 2006/123/EG. |
|
|
4. Deze verordening doet geen afbreuk aan de regels die van toepassing zijn op het gebied van de belastingen. |
|
|
5. Deze verordening doet geen afbreuk aan besluiten van het recht van de Unie inzake justitiële samenwerking in burgerlijke zaken. De naleving van deze verordening wordt niet zodanig uitgelegd dat een handelaar zijn activiteiten richt op de lidstaat waar de consument zijn gewone verblijfplaats of woonplaats heeft in de zin van artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 593/2008 en van artikel 17, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1215/2012. |
|
|
6. Indien de bepalingen van deze verordening in strijd zijn met de bepalingen van artikel 20, lid 2, van Richtlijn 2006/123/EG, krijgen de bepalingen van deze verordening voorrang. |
|
Amendement 45 Voorstel voor een verordening Artikel 1 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 1 bis |
|
|
Toepassingsgebied |
|
|
1. Deze verordening is niet van toepassing op zuiver interne situaties waarin alle relevante elementen van de transactie binnen één lidstaat blijven. |
|
|
2. Deze verordening is niet van toepassing op de activiteiten als bedoeld in artikel 2, lid 2, van Richtlijn 2006/123/EG. |
|
|
3. Deze verordening doet geen afbreuk aan de regels die van toepassing zijn op het gebied van de belastingen. |
|
|
4. Indien de bepalingen van deze verordening in strijd zijn met de bepalingen van artikel 20, lid 2, van Richtlijn 2006/123/EG, krijgen de bepalingen van deze verordening voorrang. |
|
|
5. Deze verordening laat het toepasselijke recht van de Unie inzake justitiële samenwerking in burgerlijke zaken onverlet. De loutere naleving van deze verordening wordt niet zodanig uitgelegd dat een handelaar zijn activiteiten richt op de lidstaat waar de consument zijn gewone verblijfplaats of woonplaats heeft in de zin van artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 593/2008 en van artikel 17, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1215/2012. Met name wanneer een handelaar die in overeenstemming met de artikelen 3, 4 en 5 handelt, de toegang voor de consument tot zijn online interface niet blokkeert of beperkt, hem niet doorleidt naar een versie van zijn online interface die verschilt van de online interface waartoe de consument oorspronkelijk toegang probeerde te krijgen, ongeacht zijn nationaliteit of verblijfplaats, geen verschillende algemene toegangsvoorwaarden hanteert in situaties als omschreven in deze verordening, of wanneer de handelaar op niet-discriminerende basis betaalinstrumenten aanvaardt die in een andere lidstaat zijn uitgegeven, kan die handelaar louter op deze gronden niet worden beschouwd als een handelaar die zijn activiteiten richt op de lidstaat waar de consument zijn gewone verblijfplaats of woonplaats heeft. |
|
|
Daarnaast kan een handelaar evenmin worden beschouwd als een handelaar die zijn activiteiten richt op de lidstaat waar de consument zijn gewone verblijfplaats of woonplaats heeft, indien de handelaar die handelt overeenkomstig deze verordening de stappen onderneemt die redelijkerwijs door de consument verwacht of verzocht worden of die bij wet vereist zijn om de nodige informatie en assistentie aan de consument te verlenen, ofwel direct, ofwel indirect door de consument in contact te brengen met een derde partij die de vereiste assistentie kan verlenen. |
Amendement 46 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – alinea 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities van artikel 7 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad, artikel 2, punten 10, 20 en 30, van Verordening (EU) nr. 2015/751 van het Europees Parlement en de Raad32 en artikel 4, punten 8, 9, 11, 12, 14, 23, 24 en 30 van Richtlijn (EU) 2015/2366. |
Voor de toepassing van deze verordening geldt: |
|
|
(a) "langs elektronische weg verrichte diensten" heeft de betekenis die aan deze term is gegeven in artikel 7 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011; |
|
|
(b) "afwikkelingsvergoeding" heeft de betekenis die aan deze term is gegeven in artikel 2, lid 10, van Verordening (EU) nr. 2015/751; |
|
|
(c) "op kaarten gebaseerd betaalinstrument" heeft de betekenis die aan deze term is gegeven in artikel 2, lid 20, van Verordening (EU) nr. 2015/751; |
|
|
(d) "betaalmerk" heeft de betekenis die aan deze term is gegeven in artikel 2, lid 30, van Verordening (EU) nr. 2015/751; |
|
|
(e) "betalingstransactie" heeft de betekenis die aan deze term is gegeven in artikel 4, lid 5, van Verordening (EU) nr. 2015/2366; |
|
|
(f) "betaler" heeft de betekenis die aan deze term is gegeven in artikel 4, lid 8, van Verordening (EU) nr. 2015/2366; |
|
|
(g) "betalingsdienstaanbieder" heeft de betekenis die aan deze term is gegeven in artikel 4, lid 11, van Verordening (EU) nr. 2015/2366; |
|
|
(h) "betaalrekening": heeft de betekenis die aan deze term is gegeven in artikel 4, lid 12, van Verordening (EU) nr. 2015/2366; |
|
|
(i) "betaalinstrument": heeft de betekenis die aan deze term is gegeven in artikel 4, lid 14, van Verordening (EU) nr. 2015/2366; |
|
|
(j) "automatische afschrijving": heeft de betekenis die aan deze term is gegeven in artikel 4, lid 23, van Verordening (EU) nr. 2015/2366; |
|
|
(k) "overmaking": heeft de betekenis die aan deze term is gegeven in artikel 4, lid 24, van Verordening (EU) nr. 2015/2366; |
|
|
(i) "sterke cliëntauthenticatie": heeft de betekenis die aan deze term is gegeven in artikel 4, lid 30, van Verordening (EU) nr. 2015/2366; |
|
__________________ |
|
|
32 Verordening (EU) 2015/751 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 1). |
|
Amendement 47 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – alinea 2 – inleidende formule | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Verder wordt verstaan onder: |
Voor de toepassing van deze verordening wordt verder verstaan onder: |
Amendement 48 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – alinea 2 – letter c | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(c) "klant": een consument of een onderneming die onderdaan is van een lidstaat of daar zijn verblijfplaats of plaats van vestiging heeft, en binnen de Unie een goed of een dienst koopt of van plan is te kopen, andere dan bestemd voor wederverkoop; |
Schrappen |
Motivering | |
Om contractuele vrijheid te garanderen moeten B2B-contracten van deze verordening worden uitgesloten met als gevolg dat de verordening alleen van toepassing is op B2C-contracten. | |
Amendement 49 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – alinea 2 – letter d | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(d) "algemene voorwaarden": alle voorwaarden en andere informatie, met inbegrip van verkoopprijzen, regulering van de toegang van klanten tot door een handelaar te koop aangeboden goederen of diensten, die worden vastgesteld, toegepast en ter beschikking gesteld van het grote publiek door of namens de handelaar en die gelden bij ontstentenis van een individueel gesloten overeenkomst tussen de handelaar en de consument; |
(d) "algemene voorwaarden": alle voorwaarden en andere informatie, met inbegrip van netto verkoopprijzen, regulering van de toegang van consumenten tot door een handelaar te koop aangeboden goederen of diensten, die worden vastgesteld, toegepast en ter beschikking gesteld van het grote publiek door of namens de handelaar en die gelden bij ontstentenis van een individueel gesloten overeenkomst tussen de handelaar en de consument; |
Amendement 50 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – alinea 2 – letter e | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(e) "goederen": alle roerende lichamelijke zaken, behalve zaken die executoriaal of anderszins gerechtelijk worden verkocht; water, gas en elektriciteit worden als goederen in de zin van deze verordening beschouwd, als zij voor verkoop gereed zijn gemaakt in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid; |
(e) "goederen": alle roerende lichamelijke zaken, behalve (i) zaken die executoriaal of anderszins gerechtelijk worden verkocht; en (ii) water, gas en elektriciteit tenzij zij voor verkoop gereed zijn gemaakt in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid; |
Motivering | |
Aansluiting bij het voorstel inzake onlineverkoop. | |
Amendement 51 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – alinea 2 – letter f | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(f) "online interface": software, met inbegrip van een website en toepassingen, die wordt beheerd door of namens een handelaar, die dient om klanten toegang te geven tot zijn goederen of diensten met het oog op commerciële transacties met betrekking tot die goederen of diensten; |
(f) "online interface": software, met inbegrip van een website, of een deel daarvan, en mobiele toepassingen, beheerd door of namens een handelaar, die dient om consumenten toegang te geven tot zijn goederen of diensten met het oog op commerciële transacties met betrekking tot die goederen of diensten; |
Amendement 52 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – alinea 2 – letter f bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(f bis) "onlinemarkt": een digitale dienst die het consumenten mogelijk maakt verkoop- of dienstenovereenkomsten te sluiten met handelaars op de website van de onlinemarkt of op de website van een handelaar met gebruikmaking van computerdiensten die de onlinemarkt aanbiedt; |
Amendement 53 Voorstel voor een verordening Artikel 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Artikel 3 |
Artikel 3 |
|
Toegang tot online interfaces |
Toegang tot online interfaces |
|
1. Handelaren mogen de toegang van klanten tot hun online-interface niet blokkeren of beperken door middel van technologische maatregelen of op enige andere wijze, om met de nationaliteit, verblijfplaats of vestigingsplaats van de klant verband houdende redenen. |
1. Een handelaar en een onlinemarkt mogen de toegang van consumenten tot hun online-interface niet blokkeren of beperken door middel van technologische maatregelen of op enige andere wijze, om met de nationaliteit, verblijfplaats of tijdelijke locatie van de consument verband houdende redenen. |
|
2. Handelaren mogen, om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging van de klant, hun klanten niet doorleiden naar een versie van hun online interface die verschilt van de online interface waartoe de klant oorspronkelijk toegang probeerde te krijgen, door middel van de opmaak, het taalgebruik of andere kenmerken die deze specifiek maken voor klanten met een bepaalde nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging, tenzij de klant voorafgaand aan een dergelijke doorleiding zijn uitdrukkelijke toestemming daarvoor geeft. |
2. Een handelaar mag, om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats of tijdelijke locatie van de consument, de consument niet doorleiden naar een versie van zijn of haar online interface die verschilt van de online interface waartoe de consument in eerste instantie toegang probeerde te krijgen, door middel van de opmaak, het taalgebruik of andere kenmerken die deze specifiek maken voor een consument met een bepaalde nationaliteit, verblijfplaats of tijdelijke locatie, tenzij de consument uitdrukkelijk toestemming geeft voor een dergelijke doorleiding. |
|
|
Indien de handelaar de klant toelaat op een persoonlijk account een uitdrukkelijke voorkeur te formuleren die de klant te allen tijde kan wijzigen, heeft de handelaar het recht de klant routinematig door te leiden naar een specifieke landingspagina, mits vanaf die landingspagina duidelijke en eenvoudige toegang mogelijk blijft tot de online interface waartoe de klant oorspronkelijk toegang probeerde te krijgen. |
|
In het geval van een dergelijke doorleiding met de uitdrukkelijke toestemming van de klant, blijft de oorspronkelijke versie van het online interface gemakkelijk toegankelijk voor die klant. |
In het geval van een dergelijke doorleiding met de uitdrukkelijke toestemming van de consument, blijft de versie van de online interface waartoe de consument in eerste instantie toegang wilde krijgen gemakkelijk toegankelijk voor die consument. |
|
3. De verbodsbepalingen van de leden 1 en 2 zijn niet van toepassing wanneer de blokkering, beperking van toegang of doorleiding met betrekking tot bepaalde klanten of klanten in bepaalde gebieden noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting krachtens Unierecht of krachtens het recht van een lidstaat in overeenstemming met het recht van de Unie. |
3. De verbodsbepalingen van de leden 1 en 2 zijn niet van toepassing wanneer de blokkering, beperking van toegang of doorleiding met betrekking tot bepaalde groepen consumenten of consumenten in bepaalde gebieden noodzakelijk is om een handelaar of onlinemarkt te laten voldoen aan een wettelijke verplichting krachtens het Unierecht of krachtens het recht van een lidstaat in overeenstemming met het recht van de Unie. De handelaar of de onlinemarkt motiveert de redenen voor de naleving van de voorschriften duidelijk en expliciet, in de taal van de online interface waartoe de consument in eerste instantie toegang wilde krijgen. |
|
4. Indien een handelaar de toegang van klanten tot een online interface blokkeert of klanten overeenkomstig lid 4 naar een andere versie van de online interface doorleidt, verstrekt de handelaar een duidelijke rechtvaardiging. Deze rechtvaardiging moet worden verstrekt in de taal van de online interface waartoe de klant oorspronkelijk toegang probeerde te krijgen. |
|
|
|
|
Amendement 54 Voorstel voor een verordening Artikel 4 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Artikel 4 |
Artikel 4 |
|
Toegang tot goederen en diensten |
Toegang tot goederen en diensten |
|
1. Handelaren passen geen verschillende algemene voorwaarden voor toegang tot hun goederen of diensten toe om redenen die verband houden met de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van de klant, in de volgende situaties: |
1. Een handelaar past geen verschillende algemene voorwaarden voor toegang tot zijn of haar goederen of diensten toe om redenen die verband houden met de nationaliteit, de verblijfplaats of de tijdelijke locatie van de consument, in situaties waarin de consument beoogt: |
|
(a) wanneer de handelaar goederen verkoopt en die goederen niet door de verkoper of namens hem over de grens worden geleverd in de lidstaat van de klant; |
(a) goederen te kopen en de handelaar de levering van die goederen naar een bestemming in een andere lidstaat dan de woonlidstaat van de consument aanbiedt, met inbegrip van de mogelijkheid om de goederen op te halen op een plaats die wordt overeengekomen tussen de consument en de handelaar; |
|
(b) wanneer de handelaar langs elektronische weg diensten verricht, met uitzondering van de diensten waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal; |
(b) langs elektronische weg verrichte diensten van de handelaar te verkrijgen, anders dan diensten waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal; |
|
|
(b bis) langs elektronische weg verrichte diensten te verkrijgen waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, en de handelaar over de nodige rechten beschikt of een licentie heeft verkregen voor dergelijke inhoud voor de betrokken gebieden; |
|
(c) wanneer de handelaar diensten verricht, andere dan de onder punt b) bedoelde, en die diensten worden verleend aan een klant in de verkoopruimten van de handelaar of op een fysieke locatie waar de handelaar actief is, in een andere lidstaat dan die waarvan de klant een onderdaan is of waar hij zijn verblijfplaats of plaats van vestiging heeft. |
(c) diensten van de handelaar te ontvangen, anders dan langs elektronische weg verrichte diensten, en die diensten worden verleend aan de consument op een fysieke locatie waar de handelaar werkzaam is in een andere lidstaat dan die waar de consument zijn of haar verblijfplaats heeft. |
|
|
1 bis. De verbodsbepaling van lid 1 vormt geen belemmering voor een handelaar om verschillende algemene voorwaarden voor toegang toe te passen in verschillende lidstaten of binnen een enkele lidstaat die worden aangeboden aan consumenten in een bepaald gebied of een bepaalde groep consumenten, mits die niet zijn gedefinieerd op basis van nationaliteit, vestigingsplaats of tijdelijke locatie. |
|
|
1 ter. De verbodsbepaling van lid 1 houdt voor een handelaar geen verplichting in om aan nationale wettelijke voorschriften te voldoen of om klanten over die voorschriften in te lichten wanneer een handelaar zijn of haar activiteiten niet in de specifieke lidstaat uitoefent of deze er niet op richt. |
|
2. Het in lid 1, onder b), vastgestelde verbod is niet van toepassing op handelaren die zijn vrijgesteld van btw op grond van de bepalingen van hoofdstuk 1 van titel XII van Richtlijn 26/112/EG. |
2. Het in lid 1, onder b), vastgestelde verbod is niet van toepassing op handelaren die zijn vrijgesteld van btw op grond van de bepalingen van hoofdstuk 1 van titel XII van Richtlijn 26/112/EG. |
|
3. De verbodsbepaling van lid 1 is niet van toepassing wanneer een specifieke bepaling is vastgesteld in het recht van de Unie of de wetgeving van de lidstaten in overeenstemming met het recht van de Unie die belet dat de handelaar de goederen verkoopt of de diensten verleent aan bepaalde klanten of aan klanten in bepaalde gebieden. |
3. De verbodsbepaling van lid 1 is niet van toepassing wanneer een specifieke bepaling is vastgesteld in het recht van de Unie of de wetgeving van de lidstaten in overeenstemming met het recht van de Unie die belet dat de handelaar de goederen verkoopt of de betreffende diensten verleent aan bepaalde groepen consumenten of aan consumenten in bepaalde gebieden. |
|
Met betrekking tot de verkoop van boeken vormt het in lid 1 vastgestelde verbod geen beletsel voor handelaren om verschillende prijzen toe te passen voor klanten in bepaalde gebieden, voor zover zij daartoe verplicht zijn overeenkomstig de wetgeving van de lidstaten in overeenstemming met het recht van de Unie. |
Met betrekking tot de verkoop van boeken, met inbegrip van e-boeken, laat het in lid 1 vastgestelde verbod specifieke wetgeving inzake prijsstelling in hun lidstaten, die in overeenstemming is met het recht van de Unie, onverlet. |
Amendement 55 Voorstel voor een verordening Artikel 5 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Artikel 5 |
Artikel 5 |
|
Non-discriminatie in verband met betaling |
Non-discriminatie in verband met betaling |
|
1. Handelaren mogen niet om redenen die verband houden met de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van de klant, de locatie van de betaalrekening, de plaats van vestiging van de betaaldienstverlener of de plaats van afgifte van het betaalinstrument binnen de Unie verschillende betalingsvoorwaarden toepassen voor de verkoop van goederen of verrichting van diensten, wanneer: |
1. Een handelaar mag niet om redenen die verband houden met de nationaliteit, de verblijfplaats of de tijdelijke locatie van de consument, de locatie van de betaalrekening, de plaats van vestiging van de betaaldienstverlener of de plaats van afgifte van het betaalinstrument binnen de Unie verschillende voorwaarden voor een betalingstransactie hanteren, wanneer: |
|
(a) die betalingen geschieden via elektronische transacties door overschrijving, rechtstreekse afschrijving of een op kaarten gebaseerd betaalinstrument binnen hetzelfde betalingsmerk; |
(a) die betalingstransactie plaatsvindt door middel van een elektronische transactie door overschrijving, rechtstreekse afschrijving of een op kaarten gebaseerd betaalinstrument binnen hetzelfde betalingsmerk en dezelfde categorie; |
|
(b) de begunstigde op grond van Richtlijn (EU) 2015/2366 kan verzoeken om een sterke cliëntauthenticatie door de betaler; en |
(b) aan de authenticatievoorschriften is voldaan op grond van Richtlijn (EU) 2015/2366; en |
|
(c) de betalingen in een valuta zijn die de begunstigde aanvaardt. |
(c) de betalingstransactie plaatsvindt in een valuta die de handelaar aanvaardt. |
|
|
1 bis. Indien zulks om objectieve redenen gerechtvaardigd is, vormt het in lid 1 vastgestelde verbod geen beletsel voor het recht van de handelaar om met de levering van de goederen of de verlening van de dienst te wachten totdat hij een bevestiging heeft ontvangen dat de betalingstransactie correct is ingeleid. |
|
2. Het in lid 1 vastgestelde verbod belet niet dat de handelaar de mogelijkheid heeft een vergoeding te vragen voor het gebruik van een op kaarten gebaseerd betaalinstrument waarvan de afwikkelingsvergoedingen niet onder hoofdstuk II van Verordening (EU) 2015/751 vallen, en voor betalingsdiensten waarop Verordening (EU) nr. 260/2012 niet van toepassing is. Die vergoeding is niet hoger dan de kosten die de handelaar zelf voor het gebruik van het betaalinstrument maakt. |
2. Het in lid 1 vastgestelde verbod belet niet dat een handelaar een vergoeding vraagt voor het gebruik van een op kaarten gebaseerd betaalinstrument waarvan de afwikkelingsvergoedingen niet onder hoofdstuk II van Verordening (EU) 2015/751 vallen, of voor betalingsdiensten waarop Verordening (EU) nr. 260/2012 niet van toepassing is, tenzij de lidstaat waar de handelaar gevestigd is in overeenstemming met artikel 62, lid 5, van Richtlijn (EU) 2015/2366, dergelijke vergoedingen heeft verboden of beperkt. Die vergoedingen zijn niet hoger dan de directe kosten die de handelaar zelf voor het gebruik van het betaalinstrument maakt. |
|
|
2 bis. De verbodsbepaling van lid 1 belet niet dat de handelaar in het geval van automatische overschrijvingen vooruitbetaling kan eisen door middel van SEPA-overmaking alvorens goederen te leveren of diensten te verlenen, indien hij zich er niet anderszins van kan verzekeren dat de koper aan zijn betalingsverplichting zal voldoen. |
Amendement 56 Voorstel voor een verordening Artikel 6 – alinea 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Overeenkomsten waarbij handelaren in strijd met deze verordening verplichtingen ten aanzien van passieve verkoop aangaan, zijn van rechtswege nietig. |
Contractuele bepalingen waarbij handelaren in strijd met deze verordening verplichtingen ten aanzien van passieve verkoop in de zin van Verordening (EU) nr. 330/2010 worden opgelegd zijn van rechtswege nietig. |
Amendement 57 Voorstel voor een verordening Artikel 7 – titel | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Handhaving door de autoriteiten van de lidstaten |
Handhaving |
Amendement 58 Voorstel voor een verordening Artikel 7 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Elke lidstaat wijst een of meer instanties aan die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van deze verordening. De lidstaten zorgen ervoor dat de instantie of instanties die zijn aangewezen om deze verordening te doen naleven, over passende en doeltreffende middelen beschikken. |
1. Elke lidstaat wijst een of meer instanties aan die verantwoordelijk zijn voor de adequate en doeltreffende handhaving van deze verordening. Onverminderd andere informatie- en samenwerkingsmechanismen zijn deze instanties verantwoordelijk voor het waarborgen van grensoverschrijdende samenwerking met instanties in andere lidstaten via de geëigende middelen. |
Amendement 59 Voorstel voor een verordening Artikel 7 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De lidstaten stellen de sancties vast die bij overtreding van deze verordening worden opgelegd en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze worden toegepast. De sancties waarin wordt voorzien, zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend. |
2. De lidstaten stellen de maatregelen vast die bij overtreding van deze verordening worden toegepast en zorgen ervoor dat deze worden toegepast. De vastgestelde maatregelen zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend. |
Amendement 60 Voorstel voor een verordening Artikel 7 – lid 2 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. De in lid 2 bedoelde maatregelen worden meegedeeld aan de Commissie en worden openbaar gemaakt op de website van de Commissie. |
Amendement 61 Voorstel voor een verordening Artikel 8 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De lidstaten verlenen aan een of meerdere instanties bevoegdheid voor het verlenen van praktische bijstand aan consumenten in geval van een geschil tussen een consument en een handelaar dat voortvloeit uit de toepassing van deze verordening. Elke lidstaat wijst een of meer instanties aan die daarvoor verantwoordelijk zijn. |
Elke lidstaat wijst een instantie of instanties aan die verantwoordelijk is (zijn) voor het verlenen van praktische bijstand aan consumenten in geval van een geschil tussen een consument en een handelaar dat voortvloeit uit de toepassing van deze verordening. |
Motivering | |
Aanpassing van de structuur aan artikel 7, lid 1, | |
Amendement 62 Voorstel voor een verordening Artikel 8 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De in lid 1 bedoelde instanties bieden de consument een uniform modelformulier om klachten bij de in lid 1 en in artikel 7, lid 1, bedoelde instanties in te dienen. De Commissie ondersteunt deze instanties bij de ontwikkeling van dit modelformulier. |
Schrappen |
Motivering | |
Onnodige regelgeving als het modelformulier zou betrekking hebben op verschillende inbreuken zoals bepaald in deze verordening en zou betrekking kunnen hebben op twee verschillende instanties. | |
Amendement 63 Voorstel voor een verordening Artikel 9 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Artikel 9 |
Artikel 9 |
|
Herzieningsclausule |
Herzieningsclausule |
|
1. Uiterlijk op [datum in te vullen: twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens om de vijf jaar brengt de Commissie verslag uit over de evaluatie van deze verordening aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité. Die evaluatie gaat, indien nodig, vergezeld van een voorstel tot wijziging van deze verordening in het licht van de juridische, technische en economische ontwikkelingen. |
1. Uiterlijk op [datum in te vullen: drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens om de vijf jaar brengt de Commissie verslag uit over de evaluatie van deze verordening aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité. Die evaluatie gaat, indien nodig, vergezeld van een voorstel tot wijziging van deze verordening in het licht van de juridische, technische en economische ontwikkelingen. |
|
2. De in lid 1 genoemde eerste evaluatie moet in het bijzonder worden uitgevoerd met het oog op de beoordeling of het verbod van artikel 4, lid 1, onder b), ook van toepassing moet zijn op diensten die langs elektronische weg worden verricht, waarvan het belangrijkste kenmerk is het bieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, mits de handelaar over de nodige rechten voor de betrokken gebieden beschikt. |
2. De in lid 1 genoemde eerste evaluatie moet in het bijzonder worden uitgevoerd met het oog op de beoordeling van de algehele impact van deze verordening op de interne markt en de grensoverschrijdende elektronische handel. In de eerste grondige evaluatie moet worden beoordeeld of het toepassingsgebied van deze richtlijn moet worden uitgebreid tot andere sectoren, zoals de audiovisuele, financiële, vervoers-, elektronische communicatie- of gezondheidszorgsector, rekening houdend met de specifieke kenmerken van elke sector. |
Amendement 64 Voorstel voor een verordening Artikel 10 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. In de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2006/2004 wordt het volgende punt [nummer] toegevoegd: "[nummer] [volledige titel van deze verordening] (PB L XX van XX.XX.Jaar, blz. X), alleen wanneer de klant een consument is in de zin van artikel 2, lid 3, van Verordening (EU) nr. XXXX/Jaar." |
1. In de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2006/2004 wordt het volgende punt [nummer] toegevoegd: "[nummer] [volledige titel van deze verordening] (PB L XX van XX.XX.Jaar, blz. X)." |
Amendement 65 Voorstel voor een verordening Artikel 11 – alinea 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Artikel 4, lid 1, onder b), is evenwel van toepassing met ingang van 1 juli 2018. |
Schrappen |
- [1] Nog niet in het Publicatieblad verschenen.
TOELICHTING
I. Inleiding
Als onderdeel van haar pakket eHandel heeft de Commissie op 25 mei 2016 een voorstel gepresenteerd voor een verordening inzake de aanpak van geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op basis van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging. Het doel van de verordening is ervoor te zorgen dat klanten dezelfde toegang hebben tot goederen en diensten als plaatselijke klanten. De verordening bouwt voort op de bepalingen van de Dienstenrichtlijn (art 20), die al voorziet in het beginsel van non-discriminatie, maar in de praktijk moeilijk blijkt te handhaven vanwege juridische onzekerheid over welke praktijken al dan niet als gerechtvaardigd beschouwd zouden worden.
De verordening beoogt te voorzien in meer rechtszekerheid en uitvoerbaarheid door het vaststellen van specifieke situaties waarin er geen sprake kan zijn van gerechtvaardigde redenen voor discriminatie op grond van nationaliteit of woonplaats. Bovendien verbiedt de voorgestelde verordening het blokkeren van de toegang tot websites en het gebruik van automatische doorleiding zonder voorafgaande instemming van de klant. De voorgestelde verordening omvat tevens bepalingen inzake non-discriminatie ten aanzien van aanvaarde betaalmiddelen.
De verordening maakt deel uit van de algemene strategie voor het stimuleren van grensoverschrijdende elektronische handel, een belangrijke aanjager van groei, door te zorgen voor een betere toegang tot goederen en diensten, door het opbouwen van vertrouwen en het bieden van meer zekerheid en het verminderen van de administratieve lasten.
II. Standpunt van de rapporteur
De rapporteur schaart zich achter de algehele doelstelling van het Commissievoorstel, namelijk om het volledige potentieel van de interne markt te realiseren als een ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrije verkeer van goederen en diensten is gewaarborgd. De interne markt is nog bij lange niet gerealiseerd. eHandel is een belangrijke motor voor groei, met een gemiddelde jaarlijkse groei binnen de EU van ruim 13 %. Niettemin koopt slechts 15 % van de consumenten online vanuit een ander EU-land en verkoopt slechts 8 % van de handelaren grensoverschrijdend (tegenover 24 % in het binnenland). Handelaren en consumenten ondervinden nog steeds belemmeringen. In de onlineomgeving worden dergelijke belemmeringen onmiddellijk duidelijk - voor de consument is het bijvoorbeeld onbegrijpelijk waarom zij geen toegang hebben tot bepaalde websites, waarom zij bepaalde goederen niet in andere lidstaten kunnen kopen of waarom zij een verschillende prijs moeten betalen op grond van hun nationaliteit of woonplaats alleen.
Tegelijkertijd zijn er goed gemotiveerde redenen voor die verschillende behandeling door handelaren. Eén van die reden kan bijvoorbeeld het feit zijn dat de ondernemer niet beschikt over de vereiste intellectuele-eigendomsrechten op een bepaald grondgebied. Daarnaast kunnen handelaren overwegen verschillende voorwaarden voor toegang toe te passen, bijvoorbeeld vanwege de extra kosten die voortvloeien uit de afstand, de technische kenmerken van de dienstverrichting of verschillende marktvoorwaarden.
Het Commissievoorstel is een welkome stap in de goede richting. Het biedt meer duidelijkheid door specifieke situaties vast te stellen waarin discriminatie op grond van nationaliteit of woonplaats in geen geval kan worden gerechtvaardigd. Tevens biedt het welkome duidelijkheid over het soort maatregelen dat als onaanvaardbaar zou worden beschouwd, zoals een verbod op blokkering van de toegang en bepalingen inzake non-discriminatie bij aanvaarde betaalmiddelen. Het voorstel van de Commissie geeft echter geen oplossing voor bepaalde belangrijke kwesties.
1. Rechtszekerheid voor consumenten en handelaren
De rapporteur is van mening dat een van de redenen waarom handelaars terughoudend kunnen zijn om commerciële betrekkingen met consumenten uit andere lidstaten aan te gaan te maken heeft met de rechtsonzekerheid en de daarmee samenhangende risico’s wat betreft de toepasselijke wetgeving inzake consumentenbescherming, milieu of etikettering. Dit komt niet aan de orde in het voorstel van de Commissie, wat aanzienlijke onzekerheid oplevert voor zowel handelaren als consumenten.
Om hier duidelijkheid over te scheppen stelt de rapporteur een nieuw artikel 8 bis over het toepasselijke recht en de rechterlijke bevoegdheid voor. Het artikel dient om duidelijk aan te geven dat indien een handelaar duidelijk zijn voornemen aangeeft om te verkopen aan consumenten uit één of meer lidstaten en een consument uit een andere lidstaat een overeenkomst wil sluiten met deze handelaar uit hoofde van de rechten verleend bij artikel 4 van deze verordening, de handelaar de consument op dezelfde manier dient te behandelen als lokale consumenten. Met andere woorden moet de ondernemer de vereisten inzake consumentenbescherming, milieu, etikettering of productveiligheid van zijn lidstaat kunnen toepassen. Evenzo moet de bevoegde rechter die van de lidstaat van de handelaar zijn.
2. Toepassingsgebied
In het belang van de evenredigheid, stelt de rapporteur voor het toepassingsgebied van de verordening te beperken tot uitsluitend consumenten, met één belangrijke uitzondering, namelijk in geval van gemengde overeenkomsten met een beperkt commercieel bereik, waarbij die persoon ook als consument dient te worden aangemerkt.
De rapporteur kan ermee instemmen dat in dit stadium het toepassingsgebied van deze verordening overeenstemt met dat van de dienstenrichtlijn, voor zover mogelijk, om te zorgen voor consistentie. Met andere woorden zijn niet-economische diensten van algemeen belang, vervoer, audiovisuele diensten, gokken, gezondheidszorg en bepaalde andere diensten uitgesloten van de werkingssfeer van de verordening. De rapporteur is echter van mening dat dit in het kader van de eerste herziening van de verordening geëvalueerd moet worden.
De rapporteur is het echter niet eens met de Commissie over de vraag wat er moet gebeuren met langs elektronische weg geleverde diensten voor het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal. De rapporteur is van mening dat zich een groot aantal gevallen van discriminatie voordoet met betrekking tot langs elektronische weg verrichte diensten, zoals e-boeken, e-muziek, spellen of software. Zij stelt daarom voor deze gebieden op te nemen in de werkingssfeer van artikel 4, mits de handelaar beschikt over de vereiste rechten voor de betrokken gebieden.
3. Aanvullende verduidelijking
Daarnaast stelt de rapporteur een aantal verduidelijkingen voor van de ontwerptekst van de Commissie. Dit betreft met name:
Een verduidelijking dat het discriminatieverbod niet alleen geldt voor nationaliteit en woonplaats maar ook voor een tijdelijke locatie
Een verduidelijking dat zuiver interne situaties zonder grensoverschrijdend element zijn uitgesloten (Art. 1 bis)
Een vereenvoudiging wat betreft art. 3 - toegang tot online interfaces: De rapporteur is van mening dat de door de Commissie voorgestelde bepaling betreffende uitdrukkelijke toestemming te omslachtig is, zowel voor ondernemingen als voor consumenten, en acht het toereikend een informatieverplichting op te leggen met betrekking tot doorleiding, naast volledige toegang tot de oorspronkelijke interface. De rapporteur preciseert dat de toelichtingen moeten worden gegeven in de taal van de online interface. De rapporteur is tevens van mening dat de toegang tot online interfaces niet mag worden beperkt, niet alleen door de handelaren maar evenmin door onlinemarkten.
Een verduidelijking in art. 4 dat handelaren nog andere algemene voorwaarden voor toegang tussen lidstaten of binnen een lidstaat kunnen aanbieden aan consumenten op een bepaald gebied of aan een bepaalde groep van consumenten, zolang deze niet zijn gedefinieerd op basis van nationaliteit, vestigingsplaats of tijdelijke locatie. Met andere woorden kan een handelaar nog steeds verschillende prijzen hanteren op verschillende webportalen, zolang de consument die een bepaalde webwinkel uit een andere lidstaat bezoekt het product kan kopen onder dezelfde voorwaarden als een lokale consument.
Een verduidelijking van art. 5 betreffende betalingswijzen om een verhoogd frauderisico te vermijden in verband met bepaalde betalingsmethoden door te verduidelijken dat de handelaar het recht heeft om te wachten met de levering van een goed of een dienst totdat hij de bevestiging heeft gekregen dat de betalingstransactie correct is ingeleid.
ADVIES van de Commissie juridische zaken(*) (30.3.2017)
aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming
inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de aanpak van geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op basis van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging in de interne markt en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG
(COM(2016)0289 – C8-0192/2016 – 2016/0152(COD))
Rapporteur voor advies: Lidia Joanna Geringer de Oedenberg
BEKNOPTE MOTIVERING
Uw rapporteur is ingenomen met het voorstel van de Commissie, maar is van mening dat het te wensen overlaat wat de afschaffing van geoblocking betreft. Reeds vóór de inwerkingtreding van deze verordening moet het toepassingsgebied van de verordening zijn uitgebreid tot de levering, langs elektronische weg, van niet-audiovisuele auteursrechtelijk beschermde werken of diensten, met inbegrip van e-boeken, software, computerspellen en muziek, en tijdens de eerste herziening, na twee jaar toepassing, moet worden geëvalueerd of het toepassingsgebied eveneens moet worden uitgebreid tot audiovisueel werk. Als voorwaarde hiervoor zou echter gelden dat de handelaar houder is van een copyrightlicentie voor dergelijke werk of anderszins houder van het recht is op alle betrokken gebieden. Voorts is juridische duidelijkheid ten aanzien van de betekenis van "een activiteit richten" vereist, in het bijzonder in gevallen waarin een handelaar zich richt op een specifieke lidstaat en de toepasselijke rechtskeuze leidt tot de toepassing van de wetgeving van de lidstaat van de consument. Er dient geen twijfel te bestaan over de vraag welke wetgeving in dergelijke situaties van toepassing is. Het is echter ook belangrijk om te voorkomen dat handelaren in andere gevallen discrimineren. Bovendien moeten ze worden verplicht om te verkopen aan consumenten en andere handelaren, ongeacht het land van herkomst of verblijf van de consument. Bij dergelijke niet-gerichte transacties moet de wetgeving van de lidstaat van de verkoper derhalve de toepasselijke wetgeving zijn, vooral om het kleine en middelgrote ondernemingen gemakkelijker te maken, aangezien het voor hen een onevenredige belasting zou vormen om te moeten zorgen voor de middelen voor doeltreffende handel met consumenten die onder verschillende rechtsstelsels vallen. Ten slotte is het van essentieel belang dat de verordening zo spoedig mogelijk van toepassing wordt.
AMENDEMENTEN
De Commissie juridische zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:
Amendement 1 Voorstel voor een verordening Titel | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake de aanpak van geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op basis van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging in de interne markt en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG |
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake de aanpak van geoblocking en andere vormen van discriminatie van consumenten op basis van land van herkomst, verblijfplaats of plaats van vestiging in de interne markt en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG |
Motivering | |
Het woord "nationaliteit" moet in de hele tekst worden vervangen door "land van herkomst". | |
Amendement 2 Voorstel voor een verordening Overweging 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(1) Om de doelstelling van de goede werking van de interne markt als ruimte zonder binnengrenzen waarin onder meer het vrije verkeer van goederen en diensten gewaarborgd wordt, te realiseren, volstaat het niet om tussen de lidstaten alleen de door de staten gestelde belemmeringen af te schaffen. Deze afschaffing kan worden ondermijnd door private partijen die obstakels opwerpen die onverenigbaar zijn met de vrijheden van de interne markt. Dit is het geval wanneer handelaren die in een lidstaat opereren, de toegang tot hun online-interfaces, zoals websites en apps, blokkeren of beperken voor klanten uit andere lidstaten die grensoverschrijdende handelstransacties wensen te verrichten (een praktijk die bekend staat als "geo-blocking"). Voorts is daarvan sprake wanneer bepaalde handelaren voor deze klanten uit andere lidstaten verschillende algemene voorwaarden toepassen voor de toegang tot hun goederen en diensten, zowel online als offline. Hoewel er soms een objectieve rechtvaardiging voor dit verschil in behandeling bestaat, weigeren handelaren de consument die grensoverschrijdende handelstransacties wensen te verrichten, in andere gevallen toegang tot goederen en diensten, of passen zij in dit verband verschillende voorwaarden toe om zuiver commerciële redenen. |
(1) Om de doelstelling van de goede werking van de interne markt te realiseren, als ruimte waarin de meeste handelsbelemmeringen zijn weggenomen en onder meer het vrije verkeer van personen, goederen en diensten gewaarborgd wordt, en om de doelstellingen van de strategie voor de digitale markt te verwezenlijken, volstaat het niet om tussen de lidstaten alleen de buitensporige bureaucratie af te schaffen. Deze afschaffing kan worden ondermijnd door bepaalde private partijen die obstakels opwerpen die onverenigbaar zijn met de beginselen en vrijheden van de interne markt. Dit is het geval wanneer handelaren die in een lidstaat opereren, in uitzonderlijke situaties de toegang tot hun online-interfaces, zoals websites en apps, ten onrechte blokkeren of beperken voor consumenten uit andere lidstaten die grensoverschrijdende handelstransacties wensen te verrichten (een praktijk die bekendstaat als "geoblocking"). Voorts is daarvan sprake wanneer bepaalde handelaren voor deze consumenten uit andere lidstaten verschillende beperkende algemene voorwaarden toepassen voor de toegang tot hun goederen en diensten, zowel online als offline. Deze praktijk ondermijnt het kerndoel van de interne markt en beperkt de keuze van consumenten en de concurrentie. |
Amendement 3 Voorstel voor een verordening Overweging 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(2) Op deze wijze delen bepaalde handelaren de interne markt kunstmatig langs binnengrenzen op in segmenten en belemmeren zij het vrije verkeer van goederen en diensten, waardoor zij de rechten van klanten inperken en hen verhinderen te profiteren van een ruimere keuze en optimale voorwaarden. Dergelijke discriminerende praktijken vormen een belangrijke oorzaak voor het relatief geringe aantal grensoverschrijdende handelstransacties binnen de Unie, ook in de sector van de elektronische handel, waardoor het volledige groeipotentieel van de interne markt niet kan worden gerealiseerd. Verduidelijken in welke gevallen er geen rechtvaardiging kan bestaan voor dit soort ongelijke behandeling moet alle deelnemers meer helderheid en rechtszekerheid bieden bij grensoverschrijdende transacties en moet ervoor zorgen dat de regels inzake non-discriminatie daadwerkelijk kunnen worden toegepast en gehandhaafd in de hele interne markt. |
(2) Op deze wijze delen bepaalde handelaren de interne markt kunstmatig langs binnengrenzen op in segmenten en belemmeren zij het vrije verkeer van goederen en diensten, waardoor zij de rechten van consumenten inperken en hen verhinderen te profiteren van een ruimere keuze en optimale voorwaarden. Dergelijke discriminerende praktijken vormen een belangrijke oorzaak voor het relatief geringe aantal grensoverschrijdende handelstransacties binnen de Unie, ook in de sector van de elektronische handel, waardoor het volledige groeipotentieel van een werkelijk geïntegreerde interne markt niet kan worden gerealiseerd en gestimuleerd. Verduidelijken in welke gevallen er geen rechtvaardiging kan bestaan voor dit soort ongelijke behandeling moet alle deelnemers meer helderheid en rechtszekerheid bieden bij grensoverschrijdende transacties en moet ervoor zorgen dat de regels inzake non-discriminatie daadwerkelijk kunnen worden toegepast en gehandhaafd in de hele interne markt. |
Amendement 4 Voorstel voor een verordening Overweging 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(3) Overeenkomstig artikel 20 van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad17 zien de lidstaten erop toe dat in de Unie gevestigde dienstverrichters afnemers van diensten niet verschillend behandelen op grond van hun nationaliteit of verblijfplaats. Deze bepaling is echter niet volledig doeltreffend gebleken bij de bestrijding van discriminatie, en heeft de rechtsonzekerheid in onvoldoende mate teruggedrongen, met name vanwege de mogelijkheid om verschillen in behandeling die daardoor mogelijk zijn te rechtvaardigen, en de bijbehorende moeilijkheden bij de handhaving ervan in de praktijk. Bovendien kunnen geoblocking en andere vormen van discriminatie op grond van nationaliteit, woonplaats of plaats van vestiging ook ontstaan ten gevolge van acties door in derde landen gevestigde bedrijven die buiten het toepassingsgebied van die richtlijn vallen. |
(3) Overeenkomstig artikel 20 van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad17 zien de lidstaten erop toe dat in de Unie gevestigde dienstverrichters afnemers van diensten niet verschillend behandelen op grond van hun land van herkomst of verblijfplaats. Deze bepaling is echter niet volledig doeltreffend gebleken bij de bestrijding van discriminatie, en heeft de rechtsonzekerheid in onvoldoende mate teruggedrongen, met name vanwege de mogelijkheid om verschillen in behandeling die daardoor mogelijk zijn te rechtvaardigen, en de bijbehorende moeilijkheden bij de handhaving ervan in de praktijk. Bovendien zouden geoblocking en andere vormen van discriminatie op grond van land van herkomst of woonplaats ook kunnen ontstaan ten gevolge van acties door in derde landen gevestigde bedrijven die buiten het toepassingsgebied van die richtlijn vallen maar wel moeten worden aangepakt. |
|
_________________ |
_________________ |
|
17 Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36). |
17 Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36). |
Amendement 5 Voorstel voor een verordening Overweging 3 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(3 bis) Hoewel deze verordening specifiek betrekking heeft op geoblocking, moet bijzondere aandacht worden besteed aan de vergroting van het consumentenvertrouwen in e-handel en aan de verbetering van het aanbod en de toegang tot goedkopere goederen en diensten. |
Amendement 6 Voorstel voor een verordening Overweging 4 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(4) Met het oog op het waarborgen van de goede werking van de interne markt, zijn de gerichte maatregelen die in deze verordening worden vastgesteld en die voorzien in een duidelijke, eenvormige en doeltreffende reeks regels over een geselecteerd aantal onderwerpen, derhalve vereist. |
(4) Met het oog op het waarborgen van zowel de goede werking van de interne markt als het vrije verkeer van personen, goederen en diensten, zonder daarbij te discrimineren op grond van het land van herkomst of de verblijfplaats, zijn de gerichte maatregelen die in deze verordening worden vastgesteld en die voorzien in een duidelijke, eenvormige en doeltreffende reeks regels over een geselecteerd aantal onderwerpen, derhalve vereist. Deze maatregelen moeten zorgen voor een evenwicht tussen consumentenbescherming enerzijds en economische en contractuele vrijheid voor handelaren anderzijds. |
Amendement 7 Voorstel voor een verordening Overweging 5 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(5) Deze verordening beoogt te voorkomen dat klanten worden gediscrimineerd op grond van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging, met inbegrip van geoblocking, in grensoverschrijdende commerciële transacties tussen handelaren en consumenten met betrekking tot de verkoop van goederen en de verlening van diensten in de Unie. Deze verordening beoogt tevens zowel directe als indirecte discriminatie tegen te gaan, en heeft dus ook betrekking op ongerechtvaardigde verschillen in behandeling op grond van andere onderscheidende criteria die tot hetzelfde resultaat leiden als de toepassing van criteria die rechtstreeks zijn gebaseerd op de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van klanten. Dergelijke andere criteria kunnen met name worden gehanteerd aan de hand van informatie over de fysieke locatie van klanten, zoals het IP-adres dat wordt gebruikt om toegang te krijgen tot een online-interface, het adres voor de levering van goederen, de gekozen taal of de lidstaat waar het betaalinstrument van de klant is uitgegeven. |
(5) Deze verordening beoogt te voorkomen dat klanten worden gediscrimineerd op grond van plaats van herkomst of verblijfplaats in grensoverschrijdende commerciële transacties tussen handelaren en consumenten met betrekking tot de verkoop van goederen en de verstrekking van immateriële goederen en diensten in de Unie. Deze verordening beoogt tevens zowel directe als indirecte discriminatie te voorkomen. Onder indirecte discriminatie moet de toepassing van andere onderscheidende criteria dan het land van herkomst of de verblijfplaats van consumenten worden verstaan, die deterministisch of statistisch gezien tot hetzelfde resultaat leiden als de directe toepassing van die criteria. Ook beoogt deze verordening ongerechtvaardigde verschillen in behandeling op grond van andere onderscheidende criteria te omvatten, die tot hetzelfde resultaat leiden als de toepassing van criteria die rechtstreeks zijn gebaseerd op het land van herkomst, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van consumenten. Dergelijke andere criteria kunnen met name worden gehanteerd aan de hand van informatie over de fysieke locatie van consumenten, zoals het IP-adres dat wordt gebruikt om toegang te krijgen tot een online-interface, het adres voor de levering van goederen, de gekozen taal of de lidstaat waar het betaalinstrument van de consument is uitgegeven. Het ten onrechte blokkeren van de toegang tot websites en andere onlineondernemingen, automatische doorleiding van consumenten van de versie van het ene land naar die van een ander land, discriminatie van consumenten in specifieke gevallen van verkoop van goederen en diensten, alsook het omzeilen van dat verbod op discriminatie in passieve verkoopovereenkomsten, moeten derhalve door deze verordening worden verboden. |
Amendement 8 Voorstel voor een verordening Overweging 6 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(6) Rekening houdend met het feit dat een aantal wettelijke en bestuursrechtelijke belemmeringen voor handelaren in bepaalde dienstensectoren in de gehele Unie zijn weggenomen als gevolg van de uitvoering van Richtlijn 2006/123/EG, moet wat de materiële werkingssfeer betreft worden gezorgd voor coherentie tussen deze verordening en Richtlijn 2006/123/EG. Bijgevolg moeten de bepalingen van deze verordening onder meer van toepassing zijn op niet-audiovisuele, elektronisch verrichte diensten, waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, onder voorbehoud echter van de specifieke uitsluiting als bedoeld in artikel 4 en de daaropvolgende evaluatie van die uitsluiting als bedoeld in artikel 9. Audiovisuele diensten, met inbegrip van de diensten waarvan het hoofdkenmerk is het verstrekken van toegang tot uitzendingen van sportevenementen, en die worden verleend op basis van exclusieve territoriale licenties, moeten derhalve worden uitgesloten van het toepassingsgebied van deze verordening. De toegang tot financiële retaildiensten, met inbegrip van betalingsdiensten, moeten derhalve ook worden uitgesloten, niettegenstaande de bepalingen van deze verordening met betrekking tot non-discriminatie op het gebied van betalingen. |
(6) Rekening houdend met het feit dat een aantal wettelijke en bestuursrechtelijke belemmeringen voor handelaren in bepaalde dienstensectoren in de gehele Unie zijn weggenomen als gevolg van de uitvoering van Richtlijn 2006/123/EG, moet wat de materiële werkingssfeer betreft worden gezorgd voor coherentie tussen deze verordening en Richtlijn 2006/123/EG. Bijgevolg moeten de bepalingen van deze verordening onder meer van toepassing zijn op niet-audiovisuele auteursrechtelijk beschermde werken en elektronisch verrichte diensten en immateriële goederen, waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal ten aanzien waarvan de handelaar voor alle betrokken gebieden over de rechten voor het gebruik van dergelijke inhoud beschikt of daartoe een licentie heeft verkregen. Audiovisuele werken, met inbegrip van cinematografisch werk, en audiovisuele diensten, met inbegrip van de diensten waarvan het hoofdkenmerk is het verstrekken van toegang tot uitzendingen van sportevenementen, en die worden verleend op basis van exclusieve territoriale licenties, moeten derhalve voorlopig worden uitgesloten van het toepassingsgebied van deze verordening, in afwachting van een grondige herziening van de wetgeving. De toegang tot financiële retaildiensten, met inbegrip van betalingsdiensten, moet derhalve ook worden uitgesloten. De Commissie moet desalniettemin de mogelijkheden onderzoeken om deze op te nemen in het toepassingsgebied van de verordening, niettegenstaande de bepalingen van deze verordening met betrekking tot non-discriminatie op het gebied van betalingen. |
Amendement 9 Voorstel voor een verordening Overweging 7 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(7) Discriminatie kan zich ook voordoen met betrekking tot diensten op het gebied van vervoer, met name met betrekking tot de verkoop van toegangsbewijzen voor het vervoer van passagiers. In dit verband bevatten Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad18, Verordening (EU) nr. 1177/2010 van het Europees Parlement en de Raad19 en Verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad20 echter reeds een ruim discriminatieverbod voor alle discriminerende praktijken die deze verordening beoogt te regelen. Voorts is het de bedoeling Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad21 in de nabije toekomst in die zin te wijzigen. Daarom, en om te zorgen voor samenhang met het toepassingsgebied van Richtlijn 2006/123/EG, moeten diensten op het gebied van vervoer buiten het toepassingsgebied van deze verordening blijven. |
(7) Discriminatie doet zich voor met betrekking tot diensten op het gebied van vervoer, met name met betrekking tot de verkoop van toegangsbewijzen voor het vervoer van passagiers, hoewel Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad18, Verordening (EU) nr. 1177/2010 van het Europees Parlement en de Raad19 en Verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad20 reeds een ruim discriminatieverbod bevatten. Voorts is het de bedoeling Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad21 in de nabije toekomst in die zin te wijzigen. Daarom moeten diensten op het gebied van vervoer na de herziening van deze verordening in het toepassingsgebied van deze verordening worden opgenomen of moet het verbod op discriminatie, dat alle discriminatoire praktijken omvat, op doeltreffende wijze worden gehandhaafd door middel van specifieke Uniewetgeving op dat gebied. |
|
_________________ |
_________________ |
|
18 Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap (PB L 293 van 31.10.2008, blz. 3). |
18 Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap (PB L 293 van 31.10.2008, blz. 3). |
|
19 Verordening (EU) nr. 1177/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende de rechten van passagiers die over zee of binnenwateren reizen en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 1). |
19 Verordening (EU) nr. 1177/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende de rechten van passagiers die over zee of binnenwateren reizen en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 1). |
|
20 Verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 1). |
20 Verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 1). |
|
21 Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (PB L 315 van 3.12.2007, blz. 14). |
21 Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (PB L 315 van 3.12.2007, blz. 14). |
Amendement 10 Voorstel voor een verordening Overweging 7 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(7 bis) Deze verordening moet ook van toepassing zijn op de verkoop van pakketten van diensten. Een handelaar mag echter niet verplicht worden het pakket van diensten te verkopen wanneer hij niet het wettelijke recht heeft om een deel van de diensten of één of meerdere diensten te verlenen die deel uitmaken van het pakket. |
Amendement 11 Voorstel voor een verordening Overweging 9 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(9) Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad22 mag de keuze welke wetgeving van toepassing is op contracten tussen consumenten en een beroepsbeoefenaar die zijn commerciële of professionele activiteit uitoefent in het land waar de consument zijn gewoonlijke verblijfplaats heeft of, in ieder geval, die activiteiten richt op dat land of op verschillende landen, met inbegrip van dat land, er niet toe leiden dat de consument de bescherming wordt onthouden die hem wordt geboden door bepalingen waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken op grond van de wetgeving van het land waar de consument gewoonlijk verblijft. Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad23 kan een consument in aangelegenheden die verband houden met de overeenkomst tussen een consument en een beroepsbeoefenaar die zijn commerciële en beroepsactiviteiten ontplooit in de lidstaat waar de consument woonplaats heeft, of dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op die lidstaat, of op meerdere staten met inbegrip van die lidstaat, een rechtsvordering instellen tegen de wederpartij bij de gerechten van de lidstaat waar hij zijn woonplaats heeft en kan een vordering tegen een consument alleen bij deze gerechten worden ingesteld. |
(9) Deze verordening moet Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad22 onverlet laten, krachtens welke, in gevallen waarin een beroepsbeoefenaar zijn activiteiten uitoefent of op enigerlei wijze actief richt op een land of verschillende landen waar de consument zijn gewoonlijke verblijfplaats heeft, of in gevallen waarin de beroepsbeoefenaar verklaart dat dit het geval is, de keuze voor de wetgeving die van toepassing is op contracten tussen een consument en een beroepsbeoefenaar er niet toe mag leiden dat de consument de bescherming wordt onthouden die hem wordt geboden door bepalingen waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken op grond van de wetgeving van het land waar de consument gewoonlijk verblijft. Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad23 kan een consument in aangelegenheden die verband houden met de overeenkomst tussen een consument en een beroepsbeoefenaar die zijn commerciële en beroepsactiviteiten ontplooit in de lidstaat waar de consument woonplaats heeft, of dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op die lidstaat, of op meerdere staten met inbegrip van die lidstaat, een rechtsvordering instellen tegen de wederpartij bij de gerechten van de lidstaat waar hij zijn woonplaats heeft en kan een vordering tegen een consument alleen bij deze gerechten worden ingesteld. |
|
_________________ |
_________________ |
|
22 Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6). |
22 Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6). |
|
23 Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1). |
23 Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1). |
Amendement 12 Voorstel voor een verordening Overweging 10 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(10) Deze verordening mag geen afbreuk doen aan de handelingen van het recht van de Unie inzake justitiële samenwerking in burgerlijke zaken, en met name de bepalingen betreffende het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en betreffende de rechterlijke bevoegdheid zoals voorgeschreven bij Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad24 en Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad25, met inbegrip van de toepassing van die handelingen en bepalingen in individuele gevallen. Met name dient het loutere feit dat de handelaar overeenkomstig de bepalingen van deze verordening handelt, niet zodanig te worden opgevat dat hij zijn activiteiten op de lidstaat van de consument richt voor de toepassing ervan. |
(10) Deze verordening moet het recht van de Unie inzake justitiële samenwerking in burgerlijke zaken onverlet laten, en met name de bepalingen betreffende het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en betreffende de rechterlijke bevoegdheid zoals voorgeschreven bij Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad24 en Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad25, met inbegrip van de toepassing van die handelingen en bepalingen in individuele gevallen. Er is met name juridische duidelijkheid vereist ten aanzien van de betekenis van "een activiteit richten", en het loutere feit dat de handelaar overeenkomstig de bepalingen van deze verordening handelt, dient niet zodanig te worden opgevat dat dat hij zijn activiteiten op de lidstaat van de consument richt in de zin van artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 593/2008 en van artikel 17, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1215/2012, overeenkomstig de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het loutere feit dat de handelaar de toegang tot zijn online-interface voor consumenten uit een andere lidstaat niet blokkeert of beperkt, geen verschillende algemene toegangsvoorwaarden toepast in de in deze verordening bedoelde gevallen, of geen verschillende voorwaarden toepast voor betalingstransacties in het tijdschema voor betalingen, dient niet te worden opgevat als het richten van zijn activiteiten op de lidstaat van de consument. Een voornemen om een activiteit te richten op de lidstaat van een consument kan niet alleen dan als kenbaar gemaakt worden beschouwd als de handelaar de wettelijke verplichtingen naleeft die in deze verordening zijn vastgesteld. Wanneer een handelaar zijn activiteiten richt op de lidstaat van een consument, zelfs wanneer dergelijke commerciële praktijken niet expliciet worden genoemd op de online-interface van de handelaar, mogen consumenten de voordelen van Verordening (EG) nr. 593/2008 en Verordening (EU) 1215/2012, die van toepassing moeten blijven omwille van de rechtszekerheid, evenwel niet verliezen. |
|
_________________ |
_________________ |
|
24 Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6). |
24 Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6). |
|
25 Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1). |
25 Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1). |
Amendement 13 Voorstel voor een verordening Overweging 10 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(10 bis) In gevallen waarin een handelaar klanten echter toegang biedt tot zijn online-interface, zonder verschillende algemene toegangsvoorwaarden toe te passen bij de verkoop van goederen of de levering van diensten, of indien de aanvaarding van betaalinstrumenten die in andere lidstaten zijn uitgegeven niet gericht is op de lidstaat waar de consument zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft, dient de wetgeving van de lidstaat van de verkoper de toepasselijke wetgeving te zijn. |
Amendement 14 Voorstel voor een verordening Overweging 11 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(11) De discriminerende praktijken die deze verordening wenst aan te pakken, vinden gewoonlijk plaats via algemene voorwaarden en andere informatie zoals die wordt vastgesteld en toegepast door of namens de betrokken handelaar als voorwaarde voor de toegang tot de betrokken goederen of diensten en die ter beschikking worden gesteld van het grote publiek. Deze algemene voorwaarden voor de toegang omvatten onder meer de prijzen, de leveringsvoorwaarden en de betalingsvoorwaarden. Zij kunnen ter beschikking worden gesteld van het grote publiek door of namens de handelaar via diverse kanalen, zoals gepubliceerde informatie in advertenties, op websites of in precontractuele of contractuele documenten. Deze voorwaarden gelden wanneer geen sprake is van een andersluidende overeenkomst waarover afzonderlijk onderhandeld is en die rechtstreeks is gesloten tussen de handelaar en de consument. De voorwaarden waarover tussen de handelaar en de klanten individueel wordt onderhandeld, mogen voor de toepassing van deze verordening niet worden beschouwd als algemene toegangsvoorwaarden. |
(11) De discriminerende praktijken die deze verordening wenst aan te pakken, vinden gewoonlijk plaats via algemene voorwaarden en andere informatie zoals die wordt vastgesteld en toegepast door of namens de betrokken handelaar als voorwaarde voor de toegang tot de betrokken goederen of diensten en die ter beschikking worden gesteld van het grote publiek. Deze algemene voorwaarden voor de toegang omvatten onder meer de prijzen, de leveringsvoorwaarden en de betalingsvoorwaarden. Zij kunnen ter beschikking worden gesteld van het grote publiek door of namens de handelaar via diverse kanalen, zoals gepubliceerde informatie in advertenties, op websites of in precontractuele of contractuele documenten. Deze voorwaarden gelden wanneer geen sprake is van een andersluidende overeenkomst waarover afzonderlijk onderhandeld is en die rechtstreeks is gesloten tussen de handelaar en de consument. De voorwaarden waarover tussen de handelaar en de consumenten individueel wordt onderhandeld, mogen voor de toepassing van deze verordening niet worden beschouwd als algemene toegangsvoorwaarden. |
Amendement 15 Voorstel voor een verordening Overweging 12 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(12) Zowel consumenten als ondernemingen moeten worden beschermd tegen discriminatie op grond van hun nationaliteit, verblijfplaats of vestigingsplaats wanneer zij optreden als klant in de zin van deze verordening. Deze bescherming moet echter niet gelden voor klanten die een goed of een dienst kopen met het oog op wederverkoop, omdat dit gevolgen zou hebben voor op grote schaal gebruikte verdelingsregelingen tussen ondernemingen in een zakelijke context, zoals selectieve en exclusieve distributie, zodat fabrikanten over het algemeen hun detailhandelaren kunnen selecteren, met inachtneming van het mededingingsrecht. |
Schrappen |
Amendement 16 Voorstel voor een verordening Overweging 13 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(13) De gevolgen voor de consumenten en op de interne markt van discriminerende behandeling met betrekking tot commerciële transacties in verband met de verkoop van goederen of de verrichting van diensten in de Unie zijn dezelfde, ongeacht of de handelaar is gevestigd in een lidstaat of in een derde land. Daarom, en om ervoor te zorgen dat concurrerende marktdeelnemers zijn onderworpen aan dezelfde vereisten op dit gebied, moeten de in deze verordening beschreven maatregelen gelden voor alle marktdeelnemers die in de Unie actief zijn. |
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Amendement 17 Voorstel voor een verordening Overweging 14 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(14) Ter verbetering van de mogelijkheden voor klanten om toegang te krijgen tot informatie met betrekking tot de verkoop van goederen en de verrichting van diensten op de interne markt, en om de transparantie te vergroten, ook wat de prijzen betreft, mag de handelaar de klanten niet via het gebruik van technologische maatregelen of anderszins verhinderen volledige en gelijke toegang tot online interfaces te hebben op grond van hun nationaliteit, verblijfplaats of vestigingsplaats. Dergelijke technologische maatregelen kunnen met name technologieën omvatten die gebruikt worden om de fysieke locatie van de klant vast te stellen, met inbegrip van het opsporen van dat IP-adres door middel van coördinaten die zijn verkregen via een wereldwijd satellietnavigatiesysteem of gegevens in verband met een betalingstransactie. Dat verbod van discriminatie met betrekking tot de toegang tot online interfaces mag echter niet worden opgevat als een verplichting voor de handelaar om commerciële transacties met klanten aan te gaan. |
(14) Ter verbetering van de mogelijkheden voor consumenten om toegang te krijgen tot informatie met betrekking tot de verkoop van goederen en de verrichting van diensten op de interne markt, en om de transparantie te vergroten, ook wat de prijzen betreft, mag de handelaar de consumenten niet via het gebruik van technologische maatregelen of anderszins verhinderen volledige en gelijke toegang tot online-interfaces te hebben op grond van hun land van herkomst of verblijfplaats. De toegang van consumenten tot online-interfaces in de vorm van een mobiele applicatie mag op geen enkele manier worden geblokkeerd wanneer consumenten er de voorkeur aan geven op die manier toegang te krijgen tot de online-interface van hun keuze en een handelaar een dergelijke mogelijkheid aanbiedt in een lidstaat. Technologische maatregelen die deze toegang verhinderen, kunnen met name technologieën omvatten die gebruikt worden om de fysieke locatie van de consument vast te stellen, met inbegrip van het IP-adres dat is gebruikt om toegang te krijgen tot een online-interface, coördinaten die zijn verkregen via een wereldwijd satellietnavigatiesysteem of gegevens in verband met een betalingstransactie. Dat verbod van discriminatie met betrekking tot de toegang tot online-interfaces mag echter niet worden opgevat als een verplichting voor de handelaar om commerciële transacties met consumenten aan te gaan. |
Amendement 18 Voorstel voor een verordening Overweging 15 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(15) Bepaalde handelaren gebruiken verschillende versies van hun elektronische interfaces, gericht op klanten uit verschillende lidstaten. Dat moet weliswaar mogelijk blijven, maar een klant van één versie van de online interface naar een andere versie door te leiden zonder diens uitdrukkelijke toestemming, moet worden verboden. Alle versies van de online interface moeten te allen tijde voor de klant gemakkelijk toegankelijk blijven. |
(15) Bepaalde handelaren gebruiken verschillende versies van hun elektronische interfaces, gericht op consumenten uit verschillende lidstaten. Dat moet weliswaar mogelijk blijven, maar een consument van één versie van de online-interface naar een andere versie door te leiden zonder diens uitdrukkelijke toestemming, moet worden verboden. Alle versies van de online-interface moeten te allen tijde gemakkelijk toegankelijk blijven voor de consument. |
Amendement 19 Voorstel voor een verordening Overweging 16 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(16) In bepaalde gevallen zou het beperken of blokkeren van de toegang tot of doorleiding naar een alternatieve versie van een elektronische interface, zonder instemming van de klant, nodig kunnen zijn om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging, met het oog op de naleving van een wettelijke vereiste in de wetgeving van de Unie of de wetgeving van de lidstaten in overeenstemming met de wetgeving van de Unie. Dergelijke wetten kunnen de toegang van klanten tot bepaalde goederen of diensten beperken, bijvoorbeeld door een verbod op het weergeven van specifieke inhoud in bepaalde lidstaten. Handelaren mogen niet worden verhinderd dergelijke verplichtingen na te leven en moeten dus de mogelijkheid hebben de toegang tot een online interface voor bepaalde klanten of klanten in bepaalde gebieden te blokkeren of te beperken of de klanten door te leiden naar een online-interface, voor zover dat om die reden nodig is. |
(16) In bepaalde gevallen zou het beperken of blokkeren van de toegang tot of doorleiding naar een alternatieve versie van een elektronische interface, zonder instemming van de consument, alleen kunnen worden gerechtvaardigd indien dit nodig is om redenen die verband houden met het land van herkomst of de verblijfplaats van de consument, met het oog op de naleving van een wettelijke vereiste in de wetgeving van de Unie of de wetgeving van een lidstaat, in overeenstemming met de wetgeving van de Unie, die de handelaar moet naleven wanneer hij commerciële activiteiten uitvoert in de desbetreffende lidstaat. Dergelijke wetten zouden de toegang van consumenten tot bepaalde goederen of diensten kunnen beperken, bijvoorbeeld door een verbod op het weergeven van specifieke inhoud in bepaalde lidstaten. Handelaren mogen niet worden verhinderd dergelijke verplichtingen na te leven en moeten dus de mogelijkheid hebben de toegang tot een online-interface voor bepaalde consumenten of consumenten in bepaalde gebieden te blokkeren of te beperken of de klanten door te leiden naar een online-interface, voor zover dat om die reden nodig kan zijn. In verband hiermee moet een consument op een online-interface worden geïnformeerd over het doel van het blokkeren, beperken of doorleiden naar een alternatieve versie van een online-interface. |
Amendement 20 Voorstel voor een verordening Overweging 17 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(17) In een aantal specifieke situaties kunnen verschillen in de behandeling van klanten via de toepassing van algemene toegangsvoorwaarden, met inbegrip van rechtstreekse weigeringen om goederen te verkopen of diensten te verlenen om redenen die verband houden met de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van de klanten, niet objectief worden gerechtvaardigd. In die situaties moet een dergelijke discriminatie in alle gevallen worden verboden en moeten klanten derhalve, overeenkomstig de specifieke voorwaarden van deze verordening, het recht hebben om commerciële transacties aan te gaan onder dezelfde voorwaarden als een lokale klant, en volledige en gelijke toegang hebben tot welk van de verschillende aangeboden goederen of diensten dan ook, ongeacht hun nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging. Handelaren moeten daarom waar nodig maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat dit discriminatieverbod wordt nageleefd, indien de betrokken klanten anders zouden worden uitgesloten van een dergelijke volledige en gelijke toegang. Het verbod dat in die situaties van toepassing is, mag echter niet zodanig worden uitgelegd dat de handelaren wordt belet hun activiteiten te richten op verschillende lidstaten of op bepaalde groepen klanten met doelgerichte aanbiedingen en uiteenlopende voorwaarden, onder meer door landspecifieke online interfaces op te zetten. |
(17) In een aantal specifieke situaties kunnen verschillen in de behandeling van consumenten via de toepassing van algemene toegangsvoorwaarden, met inbegrip van rechtstreekse weigeringen om goederen te verkopen, bepaalde financiële transacties te accepteren die officieel door een handelaar worden vermeld of diensten te verlenen om redenen die verband houden met het land van herkomst of de verblijfplaats van de consumenten, niet objectief worden gerechtvaardigd. In die situaties moet een dergelijke discriminatie in alle gevallen worden verboden en moeten consumenten derhalve, overeenkomstig de specifieke voorwaarden van deze verordening, het recht hebben om commerciële transacties aan te gaan onder dezelfde voorwaarden als een lokale consument, en volledige en gelijke toegang hebben tot welk van de verschillende aangeboden goederen of diensten dan ook, ongeacht hun land van herkomst of verblijfplaats. Handelaren moeten daarom waar nodig maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat dit discriminatieverbod wordt nageleefd, indien de betrokken consumenten anders zouden worden uitgesloten van een dergelijke volledige en gelijke toegang. |
Amendement 21 Voorstel voor een verordening Overweging 18 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(18) De eerste van die situaties is die waarbij de handelaar goederen verkoopt en die goederen niet door de verkoper of namens hem over de grens worden geleverd in de lidstaat van verblijf van de klant. In die situatie zou de klant de goederen moeten kunnen kopen tegen precies dezelfde voorwaarden, met inbegrip van de prijs en de voorwaarden voor de levering van de goederen, als vergelijkbare klanten die ingezetenen zijn van de lidstaat van de handelaar. Dat zou kunnen betekenen dat een buitenlandse klant de goederen in die lidstaat moet ophalen of in een andere lidstaat waar de handelaar wel levert. In dit geval is hoeft geen registratie voor de belasting over de toegevoegde waarde ("btw") in de lidstaat van de klant plaats te vinden, en hoeft de grensoverschrijdende levering van goederen niet te worden geregeld. |
(18) De eerste van die situaties is die waarbij de handelaar goederen verkoopt en die goederen niet door de verkoper of namens hem over de grens worden geleverd in de lidstaat van verblijf van de consument. In die situatie zou de consument de goederen moeten kunnen kopen tegen precies dezelfde voorwaarden, met inbegrip van de prijs en de voorwaarden voor de levering van de goederen, als vergelijkbare consumenten die ingezetenen zijn van de lidstaat van de handelaar. Dat zou kunnen betekenen dat een buitenlandse consument de goederen in die lidstaat moet ophalen of in een andere lidstaat waar de handelaar wel levert. In dit geval is de handelaar niet verplicht extra kosten voor de grensoverschrijdende levering te dekken. Bovendien hoeft de belasting over de toegevoegde waarde ("btw") niet te worden geregistreerd in de lidstaat van de consument, en hoeft de grensoverschrijdende levering van goederen niet te worden geregeld. |
Amendement 22 Voorstel voor een verordening Overweging 19 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(19) De tweede situatie is wanneer de handelaar langs elektronische weg verrichte diensten levert, met uitzondering van de diensten waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, zoals clouddiensten, gegevensopslagdiensten, webhosting en het opzetten van firewalls. In dit geval is fysieke levering niet vereist, aangezien de diensten langs elektronische weg worden verricht. De handelaar kan btw aangeven en afdragen op een vereenvoudigde manier, in overeenstemming met de regels inzake het zogenaamde mini-éénloketsysteem in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad. |
(19) De tweede situatie is wanneer de handelaar langs elektronische weg verrichte diensten levert, met uitzondering van audiovisuele diensten waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, zoals sociale-netwerkdiensten, clouddiensten, gegevensopslagdiensten, webhosting en het opzetten van firewalls. In dit geval is fysieke levering niet vereist, aangezien de diensten langs elektronische weg worden verricht. De handelaar kan btw aangeven en afdragen op een vereenvoudigde manier, in overeenstemming met de regels inzake het zogenaamde mini-éénloketsysteem in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad. |
Amendement 23 Voorstel voor een verordening Overweging 19 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(19 bis) Wanneer een handelaar langs elektronische weg niet-audiovisuele auteursrechtelijk beschermde werken of diensten levert die niet onder Richtlijn 2010/13/EU vallen, met inbegrip van e-boeken, software, computerspellen en muziek, waarvoor hij over de nodige gebruikersrechten beschikt of een licentie heeft verkregen om dergelijke inhoud voor alle betrokken gebieden te gebruiken, moet evenzo worden voorkomen dat hij discrimineert op grond van het land van herkomst of de verblijfplaats van de consument. |
Amendement 24 Voorstel voor een verordening Overweging 20 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(20) Tot slot, in de situatie waarin de handelaar diensten verricht en die diensten door de klant worden afgenomen in de kantoren van de handelaar of op een plaats die door de handelaar is gekozen en die niet de lidstaat is waarvan de klant de nationaliteit heeft of waar de klant zijn verblijfplaats of plaats van vestiging heeft, hoeft de toepassing van verschillende algemene toegangsvoorwaarden, om redenen die verband houden met dergelijke criteria, ook niet te worden gerechtvaardigd. Deze situaties betreffen, naar gelang van het geval, het verrichten van diensten zoals het bieden van hotelaccommodatie, sportevenementen, autoverhuur en toegangstickets voor muziekfestivals of attractieparken. In die situaties hoeft het bedrijf zich niet voor btw-doeleinden te registreren in een andere lidstaat en ook niet te zorgen voor grensoverschrijdende levering van goederen. |
(20) Tot slot, in de situatie waarin de handelaar diensten verricht en die diensten door de consument worden afgenomen in de kantoren van de handelaar of op een plaats die door de handelaar is gekozen en die niet de lidstaat is waarvan de consument de nationaliteit heeft of waar de consument zijn verblijfplaats heeft, hoeft de toepassing van verschillende algemene toegangsvoorwaarden, om redenen die verband houden met dergelijke criteria, ook niet te worden gerechtvaardigd. Deze situaties betreffen, naar gelang van het geval, het verrichten van diensten zoals het bieden van hotelaccommodatie, sportevenementen, autoverhuur en toegangstickets voor muziekfestivals of attractieparken. In die situaties hoeft het bedrijf zich niet voor btw-doeleinden te registreren in een andere lidstaat en ook niet te zorgen voor grensoverschrijdende levering van goederen. |
Amendement 25 Voorstel voor een verordening Overweging 21 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(21) In al deze gevallen is het zo dat wanneer een handelaar zijn activiteiten niet uitoefent in de lidstaat van de klant of zijn activiteiten daar niet op richt, hij dankzij de bepalingen inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en betreffende de rechterlijke bevoegdheid van de Verordeningen (EG) nr. 593/2008 en (EU) nr. 1215/2012, voor de naleving van deze verordening geen extra kosten hoeft te maken in verband met jurisdictie of verschillen in toepasselijk recht. Wanneer een handelaar daarentegen zijn activiteiten in de lidstaat van de consument uitoefent of zijn activiteiten daarop richt, heeft hij zijn bedoeling tot uitdrukking gebracht om commerciële betrekkingen aan te knopen met consumenten uit die lidstaat en is hij dus in staat geweest rekening te houden met dergelijke kosten. |
(21) In al deze gevallen is het zo dat wanneer een handelaar zijn activiteiten niet uitoefent in de lidstaat van de consument of zijn activiteiten daar niet actief op richt, of wanneer de consument geen consument is, hij dankzij de bepalingen inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en betreffende de rechterlijke bevoegdheid van de Verordeningen (EG) nr. 593/2008 en (EU) nr. 1215/2012, voor de naleving van deze verordening geen extra kosten hoeft te maken in verband met jurisdictie of verschillen in toepasselijk recht. Wanneer een handelaar daarentegen zijn activiteiten in de lidstaat van de consument uitoefent of zijn activiteiten daarop richt, onder meer door de taal te gebruiken – eventueel, afhankelijk van de taal, in combinatie met andere criteria – of onder verwijzing naar een munteenheid of via een groot aantal treffers in de resultaten van lokale zoekmachines, en zijn bedoeling tot uitdrukking brengt om commerciële betrekkingen aan te knopen met consumenten uit die lidstaat, moet hij dus in staat zijn rekening te houden met dergelijke kosten. Het discriminatieverbod uit hoofde van deze verordening mag derhalve niet worden opgevat als een verplichting om goederen over de grens in een andere lidstaat te leveren wanneer de handelaar zijn consumenten die vorm van levering anders niet zou aanbieden, of als een verplichting om de terugname van goederen in een andere lidstaat te aanvaarden, of daarbij extra kosten te dragen, wanneer de handelaar niet anderszins daartoe verplicht is. |
Amendement 26 Voorstel voor een verordening Overweging 22 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(22) Handelaren die onder de bijzondere regeling van titel XII, hoofdstuk 1, van Richtlijn 2006/112/EG27 van de Raad vallen, zijn niet verplicht btw te betalen. Voor deze handelaren zou het verbod op de toepassing van verschillende algemene toegangsvoorwaarden om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging van de klant, wanneer zij langs elektronische weg diensten verrichten, een verplichting tot registratie impliceren om btw van andere lidstaten aan te rekenen, hetgeen extra kosten met zich mee zou kunnen brengen en een onevenredige last zou zijn gezien de omvang en kenmerken van de betrokken handelaars. Daarom moeten die handelaren worden vrijgesteld van dit verbod voor zolang een dergelijke regeling van toepassing is. |
(22) Handelaren die onder de bijzondere regeling van titel XII, hoofdstuk 1, van Richtlijn 2006/112/EG27 van de Raad vallen, zijn niet verplicht btw te betalen. Voor deze handelaren zou het verbod op de toepassing van verschillende algemene toegangsvoorwaarden om redenen die verband houden met het land van herkomst of de verblijfplaats van de consument, wanneer zij langs elektronische weg diensten verrichten, een verplichting tot registratie impliceren om btw van andere lidstaten aan te rekenen, hetgeen extra kosten met zich mee zou kunnen brengen en een onevenredige last zou zijn gezien de omvang en kenmerken van de betrokken handelaars. Daarom moeten die handelaren worden vrijgesteld van dit verbod voor zolang een dergelijke regeling van toepassing is. |
|
_________________ |
_________________ |
|
27 Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1-118). |
27 Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1-118). |
Amendement 27 Voorstel voor een verordening Overweging 23 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(23) In al deze gevallen kan het zijn dat handelaren in sommige gevallen geen goederen of diensten kunnen verkopen aan bepaalde klanten of aan klanten in bepaalde gebieden, om redenen die verband houden met de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van de klant, als gevolg van een specifiek verbod of een verplichting die is vastgelegd in de wetgeving van de Unie of de wetgeving van de lidstaten in overeenstemming met het recht van de Unie. Op grond van wetgeving van de lidstaten in overeenstemming met het recht van de Unie kan van handelaren eveneens worden verlangd dat zij zich aan bepaalde regels houden over de prijsstelling van boeken. Handelaren mag niet worden belet om dergelijke wetgeving, voor zover nodig, na te leven. |
(23) In deze gevallen kan het zijn dat handelaren in sommige gevallen geen goederen of diensten kunnen verkopen aan bepaalde consumenten of aan consumenten in bepaalde gebieden, als gevolg van een specifiek verbod of een verplichting die is vastgelegd in de wetgeving van de Unie of de wetgeving van de lidstaten in overeenstemming met het recht van de Unie. Op grond van wetgeving van de lidstaten in overeenstemming met het recht van de Unie kan van handelaren eveneens worden verlangd dat zij zich aan bepaalde regels houden over de prijsstelling van boeken. Daarnaast kan de wetgeving van lidstaten vereisen dat langs elektronische weg geleverde diensten en publicaties in aanmerking moeten kunnen komen voor hetzelfde preferentiële btw-tarief als publicaties op fysieke dragers, in lijn met de richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat btw-tarieven op boeken, kranten en tijdschriften betreft. Voor zover nodig en voor zover de beginselen en de wetgeving van de Unie worden geëerbiedigd, alsook de grondrechten zoals deze zijn verankerd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, mag handelaren niet worden belet om dergelijke wetgeving na te leven. |
Amendement 28 Voorstel voor een verordening Overweging 26 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(26) Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van de mededingingsregels, met name de artikelen 101 en 102 VWEU. Overeenkomsten waarbij ondernemingen worden verplicht om zich te onthouden van passieve verkoop in de zin van Verordening (EU) nr. 330/201029 van de Commissie aan bepaalde klanten of aan klanten in bepaalde gebieden worden over het algemeen beschouwd als mededingingsbeperkend en mogen in principe niet worden vrijgesteld van het verbod van artikel 101, lid 1, VWEU. Zelfs wanneer zij in het kader van de toepassing van deze verordening buiten de werkingssfeer van artikel 101 VWEU vallen, leiden zij tot verstoring van de goede werking van de interne markt en kunnen zij worden gebruikt om de bepalingen van deze verordening te omzeilen. De betrokken bepalingen van dergelijke en andere overeenkomsten op het gebied van passieve verkoop, die de handelaar verplicht in strijd met deze verordening te handelen, moeten dus van rechtswege nietig zijn. Deze verordening, en met name de bepalingen over toegang tot goederen of diensten, geldt niet voor overeenkomsten ter beperking van de actieve verkoop in de zin van Verordening (EU) nr. 330/2010. |
(26) Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van de mededingingsregels, met name de artikelen 101 en 102 VWEU. Overeenkomsten waarbij ondernemingen worden verplicht om zich te onthouden van passieve verkoop in de zin van Verordening (EU) nr. 330/201029 van de Commissie aan bepaalde consumenten of aan consumenten in bepaalde gebieden worden over het algemeen beschouwd als mededingingsbeperkend en mogen in principe niet worden vrijgesteld van het verbod van artikel 101, lid 1, VWEU. Zelfs wanneer zij in het kader van de toepassing van deze verordening buiten de werkingssfeer van artikel 101 VWEU vallen, leiden zij tot verstoring van de goede werking van de interne markt en kunnen zij worden gebruikt om de bepalingen van deze verordening te omzeilen. De betrokken bepalingen van dergelijke en andere overeenkomsten op het gebied van passieve verkoop, die de handelaar verplicht in strijd met deze verordening te handelen, moeten dus van rechtswege nietig zijn. Deze verordening, en met name de bepalingen over toegang tot goederen of diensten, geldt niet voor overeenkomsten ter beperking van de actieve verkoop in de zin van Verordening (EU) nr. 330/2010. |
|
_________________ |
_________________ |
|
29 Verordening (EU) nr. 330/2010 van de Commissie van 20 april 2010 betreffende de toepassing van artikel 101, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen (PB L 102 van 23.4.2010, blz. 1). |
29 Verordening (EU) nr. 330/2010 van de Commissie van 20 april 2010 betreffende de toepassing van artikel 101, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen (PB L 102 van 23.4.2010, blz. 1). |
Amendement 29 Voorstel voor een verordening Overweging 27 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(27) De lidstaten wijzen een of meer instanties aan die verantwoordelijk zijn voor het nemen van doeltreffende maatregelen om toezicht te houden op en de naleving te verzekeren van de bepalingen van deze verordening. De lidstaten moeten er ook voor zorgen dat er doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties kunnen worden opgelegd aan handelaars in geval van schending van deze verordening. |
(27) De lidstaten wijzen een of meer verantwoordelijke instanties aan die over de nodige bevoegdheden beschikken om doeltreffende maatregelen te nemen om toezicht te houden op en de naleving te verzekeren van de bepalingen van deze verordening. De lidstaten moeten er ook voor zorgen dat er doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties kunnen worden opgelegd aan handelaars in geval van schending van deze verordening. |
Amendement 30 Voorstel voor een verordening Overweging 28 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(28) De consument moet bijstand kunnen krijgen van bevoegde autoriteiten ter vergemakkelijking van de beslechting van geschillen met handelaren, die voortvloeien uit de toepassing van deze verordening, onder meer door een uniform klachtenformulier. |
(28) De consument moet bijstand kunnen krijgen van bevoegde instanties ter vergemakkelijking van de beslechting van geschillen met handelaren, die voortvloeien uit de toepassing van deze verordening, onder meer door een uniform klachtenformulier. |
Amendement 31 Voorstel voor een verordening Overweging 29 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(29) Deze verordening moet op gezette tijden worden geëvalueerd, met het oog op het voorstellen van wijzigingen, indien nodig. De eerste evaluatie moet in het bijzonder gericht zijn op de mogelijke uitbreiding van het verbod van artikel 4, lid 1, onder b), tot diensten die langs elektronische weg worden verricht, waarvan het belangrijkste kenmerk is het bieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, mits de handelaar over de nodige rechten voor de betrokken gebieden beschikt. |
(29) Deze verordening moet op gezette tijden worden geëvalueerd, met het oog op het voorstellen van wijzigingen, indien nodig. De eerste evaluatie moet gericht zijn op het in kaart brengen van situaties waarin verschillen in behandeling niet kunnen worden gerechtvaardigd op grond van Richtlijn 2006/123/EG, en in het bijzonder op de mogelijke uitbreiding van de toepassing van artikel 4, lid 1, onder b), tot diensten die langs elektronische weg worden verricht en immateriële goederen, waarvan het belangrijkste kenmerk is het bieden van toegang tot en gebruik van audiovisuele auteursrechtelijk beschermde werken en diensten of ander beschermd materiaal ten aanzien waarvan de handelaar voor de betrokken gebieden over de rechten voor het gebruik van dergelijke inhoud beschikt, een en ander in afwachting van een grondige herziening van de wetgeving inzake deze diensten en met het oog op de mogelijke uitbreiding tot andere gevallen en de ontwikkeling van consumentenprijzen en koopkracht op de interne markt naar aanleiding van deze verordening. Voor wat betreft de herziening van het auteursrecht, de sector audiovisuele diensten en grensoverschrijdende portabiliteit van online-inhoudsdiensten voor abonnees die tijdelijk elders verblijven dan in hun lidstaat van verblijf, dient voorts rekening te worden gehouden met de technologische ontwikkelingen en de ontwikkelingen op wetgevingsgebied in de lidstaten. Tijdens deze eerste evaluatie moet tevens de uitbreiding worden overwogen van het toepassingsgebied van deze verordening tot diensten op het gebied van financiën, vervoer of gezondheidszorg. Aanbieders van audiovisuele diensten moeten in de toekomst meewerken aan de evaluatie om te beoordelen of de opname van deze diensten binnen het toepassingsgebied van deze verordening zou leiden tot de ontwikkeling van bedrijfsmodellen die efficiënter zijn dan de modellen die momenteel worden gebruikt. |
Amendement 32 Voorstel voor een verordening Overweging 30 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(30) Met het oog op vergemakkelijking van de efficiënte toepassing van de in deze verordening vastgestelde voorschriften, moeten de mechanismen voor grensoverschrijdende samenwerking tussen bevoegde instanties van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad30 ook voor die voorschriften kunnen worden toegepast. Aangezien Verordening (EG) nr. 2006/2004 alleen geldt voor wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument, mogen die maatregelen slechts worden toegepast wanneer de klant een consument is. Verordening (EG) nr. 2006/2004 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
(30) Met het oog op vergemakkelijking van de efficiënte toepassing van de in deze verordening vastgestelde voorschriften, moeten de mechanismen voor grensoverschrijdende samenwerking tussen bevoegde instanties van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad30 ook voor die voorschriften kunnen worden toegepast. Aangezien Verordening (EG) nr. 2006/2004 alleen geldt voor wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument, moet zij dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
_________________ |
_________________ |
|
30 Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming (verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming) (PB L 364 van 9.12.2004, blz. 1). |
30 Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming (verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming) (PB L 364 van 9.12.2004, blz. 1). |
Amendement 33 Voorstel voor een verordening Overweging 33 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(33) Ter verwezenlijking van de doelstelling van een effectieve aanpak van directe en indirecte discriminatie op grond van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging van de klanten, is het aangewezen om een verordening vast te stellen die rechtstreeks van toepassing is in alle lidstaten. Dit is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de non-discriminatiebepalingen in de hele Unie uniform worden toegepast en dat zij tegelijk in werking treden. Alleen een verordening garandeert de mate van duidelijkheid, uniformiteit en rechtszekerheid die nodig is om de consument in staat te stellen ten volle profijt te trekken van deze regels. |
(33) Ter verwezenlijking van de doelstelling van een effectieve aanpak van directe en indirecte discriminatie op grond van het land van herkomst of de verblijfplaats van de consumenten, is het aangewezen om een verordening vast te stellen die rechtstreeks van toepassing is in alle lidstaten. Dit is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de non-discriminatiebepalingen in de hele Unie uniform worden toegepast en dat zij tegelijk in werking treden. Alleen een verordening garandeert de mate van duidelijkheid, uniformiteit en rechtszekerheid die nodig is om consumenten in staat te stellen ten volle profijt te trekken van deze regels. |
Amendement 34 Voorstel voor een verordening Overweging 34 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(34) Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk het voorkomen van directe en indirecte discriminatie op grond van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging van klanten, met inbegrip van geoblocking, bij handelstransacties met handelaren in de Unie, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, gezien de grensoverschrijdende aard van het probleem en het gebrek aan duidelijkheid van de bestaande regelgeving, maar vanwege de omvang en mogelijke ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer op de interne markt beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen vaststellen in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel als uiteengezet in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken. |
(34) Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk het voorkomen van directe en indirecte discriminatie op grond van het land van herkomst of de verblijfplaats van consumenten, met inbegrip van geoblocking, bij handelstransacties met handelaren in de Unie, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, gezien de grensoverschrijdende aard van het probleem en het gebrek aan duidelijkheid van de bestaande regelgeving, maar vanwege de omvang en mogelijke ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer op de interne markt beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen vaststellen in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel als uiteengezet in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken. |
Amendement 35 Voorstel voor een verordening Overweging 35 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(35) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht. Met name wordt met deze verordening gestreefd naar volledige eerbiediging van de artikelen 16 en 17 daarvan, |
(35) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht. Met name wordt met deze verordening gestreefd naar volledige eerbiediging van de artikelen 11, 16 en 17 daarvan, |
Amendement 36 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – titel | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Doel en toepassingsgebied |
Onderwerp en toepassingsgebied |
Amendement 37 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Deze verordening heeft tot doel bij te dragen tot de goede werking van de interne markt door het voorkomen van discriminatie die, direct of indirect, op de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van de klanten is gebaseerd. |
1. Het doel van deze verordening is bij te dragen tot de goede werking van de interne markt en een hoog niveau van consumentenbescherming te bereiken door het voorkomen van geoblocking die, direct of indirect, op het land van herkomst of de verblijfplaats van consumenten is gebaseerd. In deze verordening worden situaties gedefinieerd waarin toegangsvoorwaarden niet kunnen worden gerechtvaardigd op grond van de objectieve criteria zoals deze zijn vastgelegd in de bepalingen van artikel 20, lid 2, van Richtlijn 2006/123/EG. Indien de bepalingen van deze verordening in strijd zijn met de bepalingen van artikel 20, lid 2, van Richtlijn 2006/123/EG, krijgen de bepalingen van deze verordening voorrang. Artikel 20, lid 2, van Richtlijn 2006/123/EG blijft volledig van toepassing in situaties die niet onder deze verordening vallen en die binnen de werkingssfeer van Richtlijn 2006/123/EG vallen. |
Amendement 38 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 2 – letter a | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(a) wanneer de handelaar goederen verkoopt of diensten verleent, of dit wenst te doen, in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de klant zijn verblijfplaats of plaats van vestiging heeft; |
(a) wanneer de handelaar goederen verkoopt of diensten verleent, met inbegrip van niet-audiovisuele auteursrechtelijk beschermde werken en diensten, of dit wenst te doen, in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de consument zijn verblijfplaats heeft; |
Amendement 39 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 2 – letter b | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(b) wanneer de handelaar goederen verkoopt of diensten verleent, of dit wenst te doen, in dezelfde lidstaat als die waarin de klant zijn verblijfplaats of plaats van vestiging heeft, maar de klant een onderdaan van een andere lidstaat is; |
(b) wanneer de handelaar goederen verkoopt of diensten verleent, met inbegrip van niet-audiovisuele auteursrechtelijk beschermde werken en diensten, of dit wenst te doen, in dezelfde lidstaat als die waarin de consument zijn verblijfplaats of plaats van vestiging heeft, maar de klant een onderdaan van een andere lidstaat is; |
Amendement 40 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 2 – letter c | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(c) wanneer de handelaar goederen verkoopt of diensten levert, of dit wenst te doen, in de lidstaat waar de klant zich tijdelijk bevindt zonder in die lidstaat te verblijven of zijn plaats van vestiging in die lidstaat te hebben. |
(c) wanneer de handelaar goederen verkoopt of diensten levert, met inbegrip van niet-audiovisuele auteursrechtelijk beschermde werken en diensten, of dit wenst te doen, in de lidstaat waar de consument zich tijdelijk bevindt zonder in die lidstaat te verblijven. |
Amendement 41 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 5 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Deze verordening doet geen afbreuk aan besluiten van het recht van de Unie inzake justitiële samenwerking in burgerlijke zaken. De naleving van deze verordening wordt niet zodanig uitgelegd dat een handelaar zijn activiteiten richt op de lidstaat waar de consument zijn gewone verblijfplaats of woonplaats heeft in de zin van artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 593/2008 en van artikel 17, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1215/2012. |
5. Deze verordening laat besluiten van het recht van de Unie inzake justitiële samenwerking in burgerlijke zaken onverlet. De loutere naleving van deze verordening wordt niet zodanig uitgelegd dat een handelaar zijn activiteiten richt op de lidstaat waar de consument zijn gewone verblijfplaats of woonplaats heeft in de zin van artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 593/2008 en van artikel 17, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1215/2012. Met name wanneer een handelaar die in overeenstemming met de artikelen 3, 4 en 5 handelt, de toegang van consumenten tot zijn online-interface niet blokkeert of beperkt, hen niet doorleidt naar een versie van zijn online-interface die verschilt van de online-interface waartoe de consument oorspronkelijk toegang probeerde te krijgen, ongeacht hun land van herkomst of verblijfplaats, geen verschillende algemene toegangsvoorwaarden hanteert in situaties die onder deze verordening vallen, kan die handelaar louter op deze gronden niet worden beschouwd als een handelaar die zijn activiteiten richt op de lidstaat waar de consument zijn gewone verblijfplaats of woonplaats heeft. Dit is echter niet van toepassing wanneer uit bijkomende elementen, die verder gaan dan het eenvoudigweg naleven van de bestaande dwingende bepalingen, blijkt dat de handelaar zijn beroeps- of handelsactiviteiten op die lidstaat richt. |
Amendement 42 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – alinea 2 – letter c | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(c) "klant": een consument of een onderneming die onderdaan is van een lidstaat of daar zijn verblijfplaats of plaats van vestiging heeft, en binnen de Unie een goed of een dienst koopt of van plan is te kopen, andere dan bestemd voor wederverkoop; |
Schrappen |
Amendement 43 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – alinea 2 – letter d | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(d) "algemene voorwaarden": alle voorwaarden en andere informatie, met inbegrip van verkoopprijzen, regulering van de toegang van klanten tot door een handelaar te koop aangeboden goederen of diensten, die worden vastgesteld, toegepast en ter beschikking gesteld van het grote publiek door of namens de handelaar en die gelden bij ontstentenis van een individueel gesloten overeenkomst tussen de handelaar en de consument; |
(d) "algemene voorwaarden": alle voorwaarden en andere informatie, met inbegrip van verkoopprijzen, regulering van de toegang van consumenten tot door een handelaar te koop aangeboden goederen of diensten, die worden vastgesteld, toegepast en ter beschikking gesteld van het grote publiek door of namens de handelaar en die gelden bij ontstentenis van een individueel gesloten overeenkomst tussen de handelaar en de consument; |
Amendement 44 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – alinea 2 – letter e | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(e) "goederen": alle roerende lichamelijke zaken, behalve zaken die executoriaal of anderszins gerechtelijk worden verkocht; water, gas en elektriciteit worden als goederen in de zin van deze verordening beschouwd, als zij voor verkoop gereed zijn gemaakt in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid; |
(e) "goederen": alle roerende lichamelijke zaken, behalve zaken die executoriaal of anderszins gerechtelijk worden verkocht; |
Amendement 45 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – alinea 2 – letter f | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(f) "online-interface": software, met inbegrip van een website en toepassingen, die wordt beheerd door of namens een handelaar, die dient om klanten toegang te geven tot zijn goederen of diensten met het oog op commerciële transacties met betrekking tot die goederen of diensten; |
(f) "online-interface": software, met inbegrip van een website en toepassingen, die wordt beheerd door of namens een handelaar, die dient om consumenten toegang te geven tot zijn goederen of diensten met het oog op commerciële transacties met betrekking tot die goederen of diensten; |
Amendement 46 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – alinea 2 – letter h bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(h bis) "geoblocking": een ongerechtvaardigde beperking, om geografische redenen en door middel van technologische maatregelen of op enige andere wijze, van de toegang tot bepaalde online-interfaces. |
Amendement 47 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Handelaren mogen de toegang van klanten tot hun online-interface niet blokkeren of beperken door middel van technologische maatregelen of op enige andere wijze, om met de nationaliteit, verblijfplaats of vestigingsplaats van de klant verband houdende redenen. |
1. Handelaren mogen de toegang van consumenten tot hun online-interface niet blokkeren of beperken door middel van technologische maatregelen of op enige andere wijze, om met de plaats van herkomst of de verblijfplaats van de consument verband houdende redenen. |
Amendement 48 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 2 – alinea 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Handelaren mogen, om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging van de klant, hun klanten niet doorleiden naar een versie van hun online interface die verschilt van de online interface waartoe de klant oorspronkelijk toegang probeerde te krijgen, door middel van de opmaak, het taalgebruik of andere kenmerken die deze specifiek maken voor klanten met een bepaalde nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging, tenzij de klant voorafgaand aan een dergelijke doorleiding zijn uitdrukkelijke toestemming daarvoor geeft. |
Handelaren mogen, om redenen die verband houden met het land van herkomst of de verblijfplaats van de consument, consumenten niet doorleiden naar een versie van hun online-interface die verschilt van de online-interface waartoe de consument oorspronkelijk toegang probeerde te krijgen, door middel van de opmaak, het taalgebruik of andere kenmerken die deze specifiek maken voor consumenten uit een bepaald land van herkomst of met een bepaalde verblijfplaats, tenzij de consument voorafgaand aan een dergelijke doorleiding van de online-interface waartoe de consument oorspronkelijk toegang probeerde te krijgen, zijn uitdrukkelijke toestemming daarvoor geeft. |
Amendement 49 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 2 – alinea 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
In het geval van een dergelijke doorleiding met de uitdrukkelijke toestemming van de klant, blijft de oorspronkelijke versie van het online interface gemakkelijk toegankelijk voor die klant. |
In het geval van een dergelijke doorleiding met de uitdrukkelijke toestemming van de consument, blijft de versie van het online-interface waartoe de consument in eerste instantie toegang wilde krijgen gemakkelijk toegankelijk voor die consument. |
Amendement 50 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De verbodsbepalingen van de leden 1 en 2 zijn niet van toepassing wanneer de blokkering, beperking van toegang of doorleiding met betrekking tot bepaalde klanten of klanten in bepaalde gebieden noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting krachtens Unierecht of krachtens het recht van een lidstaat in overeenstemming met het recht van de Unie. |
3. De verbodsbepalingen van de leden 1 en 2 zijn niet van toepassing wanneer de blokkering of beperking van toegang van klanten tot de online-interface van de handelaar of doorleiding met betrekking tot bepaalde consumenten of consumenten in bepaalde gebieden noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting krachtens het Unierecht of krachtens het recht van een lidstaat in overeenstemming met het recht van de Unie waaraan de activiteiten van de handelaar onderworpen zijn. |
Amendement 51 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 4 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Indien een handelaar de toegang van klanten tot een online interface blokkeert of klanten overeenkomstig lid 4 naar een andere versie van de online interface doorleidt, verstrekt de handelaar een duidelijke rechtvaardiging. Deze rechtvaardiging moet worden verstrekt in de taal van de online interface waartoe de klant oorspronkelijk toegang probeerde te krijgen. |
4. Indien een handelaar de toegang van consumenten tot een online-interface blokkeert of consumenten overeenkomstig lid 3 naar een andere versie van de online-interface doorleidt, verstrekt de handelaar een duidelijke rechtvaardiging en uitleg aan de consument. Deze rechtvaardiging moet worden verstrekt in de taal van de online-interface waartoe de consument oorspronkelijk toegang probeerde te krijgen. |
Amendement 52 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 1 – inleidende formule | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Handelaren passen geen verschillende algemene voorwaarden voor toegang tot hun goederen of diensten toe om redenen die verband houden met de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van de klant, in de volgende situaties: |
1. Handelaren passen geen verschillende algemene voorwaarden voor toegang tot hun goederen of diensten toe om redenen die verband houden met het land van herkomst of de verblijfplaats van de consument, wanneer: |
Amendement 53 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 1 – letter a | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(a) wanneer de handelaar goederen verkoopt en die goederen niet door de verkoper of namens hem over de grens worden geleverd in de lidstaat van de klant; |
(a) de handelaar goederen verkoopt en die goederen niet door de verkoper of namens hem over de grens worden geleverd in de lidstaat van de consument, maar worden opgehaald op een plaats waar de handelaar actief is en die de handelaar en consument zijn overeengekomen; |
Amendement 54 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 1 – letter b | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(b) wanneer de handelaar langs elektronische weg diensten verricht, met uitzondering van de diensten waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal; |
(b) wanneer de handelaar langs elektronische weg diensten verricht, met uitzondering van de diensten waarvan het hoofdkenmerk is het verkopen in niet-materiële vorm of het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal; |
Amendement 55 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 1 – letter b bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(b bis) wanneer de handelaar langs elektronische weg niet-audiovisuele werken of diensten levert waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en het gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, en de handelaar over de nodige gebruiksrechten voor dergelijke inhoud voor de betrokken gebieden beschikt, of daartoe een licentie heeft verkregen; |
Amendement 56 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – alinea 1 – letter c | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(c) wanneer de handelaar diensten verricht, andere dan de onder punt b) bedoelde, en die diensten worden verleend aan een klant in de verkoopruimten van de handelaar of op een fysieke locatie waar de handelaar actief is, in een andere lidstaat dan die waarvan de klant een onderdaan is of waar hij zijn verblijfplaats of plaats van vestiging heeft. |
(c) de handelaar diensten verricht, andere dan de onder b) bedoelde, en die diensten worden verleend aan een consument in de verkoopruimten van de handelaar of op een fysieke locatie waar de handelaar actief is, in een andere lidstaat dan die waarvan de consument een onderdaan is of waar de consument zijn verblijfplaats heeft. |
Amendement 57 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. De verbodsbepaling van lid 1 belet handelaren niet algemene toegangsvoorwaarden aan te bieden, met inbegrip van verkoopprijzen, die van lidstaat tot lidstaat verschillen en die worden aangeboden aan consumenten in een bepaald gebied of aan bepaalde groepen consumenten. |
Amendement 58 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 2 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. Handelaren mogen ervoor kiezen zich te onthouden van grensoverschrijdende levering van goederen of diensten in gevallen waarin de levering of de verstrekking extra kosten met zich meebrengt en/of de handelaar extra regelwerk oplevert. |
Amendement 59 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 3 – alinea 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De verbodsbepaling van lid 1 is niet van toepassing wanneer een specifieke bepaling is vastgesteld in het recht van de Unie of de wetgeving van de lidstaten in overeenstemming met het recht van de Unie die belet dat de handelaar de goederen verkoopt of de diensten verleent aan bepaalde klanten of aan klanten in bepaalde gebieden. |
Door de handelaar te beletten de goederen alleen te verkopen of de diensten alleen te verlenen aan bepaalde consumenten of aan consumenten in bepaalde gebieden, wordt bij de toepassing van de verbodsbepaling van lid 1 rekening gehouden met de specifieke bepalingen die zijn vastgelegd in het recht van de Unie of in wetgeving van de lidstaten die in overeenstemming is met het recht van de Unie. |
Amendement 60 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 3 – alinea 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Met betrekking tot de verkoop van boeken vormt het in lid 1 vastgestelde verbod geen beletsel voor handelaren om verschillende prijzen toe te passen voor klanten in bepaalde gebieden, voor zover zij daartoe verplicht zijn overeenkomstig de wetgeving van de lidstaten in overeenstemming met het recht van de Unie. |
Met betrekking tot de verkoop van boeken laat het in lid 1 vastgestelde verbod specifieke wetgeving inzake prijsstelling in de lidstaten, die in overeenstemming is met het recht van de Unie, onverlet. |
Amendement 61 Voorstel voor een verordening Artikel 4 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 4 bis |
|
|
Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepasselijke regels die betrekking hebben op auteursrecht en aanverwante rechten. |
Motivering | |
De toegang tot en het gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal moet niet in het toepassingsgebied van deze verordening worden opgenomen. Dit zou namelijk tot overlap met andere EU-wetgeving leiden. | |
Amendement 62 Voorstel voor een verordening Artikel 5 – lid 1 – inleidende formule | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Handelaren mogen niet om redenen die verband houden met de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van de klant, de locatie van de betaalrekening, de plaats van vestiging van de betaaldienstverlener of de plaats van afgifte van het betaalinstrument binnen de Unie verschillende betalingsvoorwaarden toepassen voor de verkoop van goederen of verrichting van diensten, wanneer: |
1. Handelaren mogen niet om redenen die verband houden met de plaats van herkomst of de verblijfplaats van de consument, de locatie van de betaalrekening, de plaats van vestiging van de betaaldienstverlener of de plaats van afgifte van het betaalinstrument binnen de Unie verschillende betalingsvoorwaarden toepassen voor de verkoop van goederen of verrichting van diensten, wanneer: |
Amendement 63 Voorstel voor een verordening Artikel 6 – alinea 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Overeenkomsten waarbij handelaren in strijd met deze verordening verplichtingen ten aanzien van passieve verkoop aangaan, zijn van rechtswege nietig. |
Bepalingen waarbij handelaren in strijd met deze verordening verplichtingen ten aanzien van passieve verkoop aangaan in de zin van Verordening (EU) nr. 330/2010, zijn van rechtswege nietig en ongeldig. |
Amendement 64 Voorstel voor een verordening Artikel 7 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De lidstaten stellen de sancties vast die bij overtreding van deze verordening worden opgelegd en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze worden toegepast. De sancties waarin wordt voorzien, zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend. |
2. De lidstaten stellen de regels vast betreffende de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de bepalingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze worden uitgevoerd. De sancties waarin wordt voorzien, zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend. |
Amendement 65 Voorstel voor een verordening Artikel 7 – lid 2 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. De in lid 2 bedoelde sancties moeten worden meegedeeld aan de Commissie en moeten openbaar worden gemaakt op de website van de Commissie. |
Amendement 66 Voorstel voor een verordening Artikel 9 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Uiterlijk op [datum in te vullen: twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens om de vijf jaar brengt de Commissie verslag uit over de evaluatie van deze verordening aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité. Die evaluatie gaat, indien nodig, vergezeld van een voorstel tot wijziging van deze verordening in het licht van de juridische, technische en economische ontwikkelingen. |
1. Uiterlijk op [datum in te vullen: twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening], en vervolgens zoals vereist en tenminste om de vier jaar, beoordeelt de Commissie de toepassing van deze verordening in het licht van de juridische, technische en economische ontwikkelingen en legt zij een op haar bevindingen gebaseerd verslag voor aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité. Dit verslag gaat, indien nodig, vergezeld van een wetgevingsvoorstel tot herziening van onderhavige verordening. |
|
|
In het in lid 1 bedoelde verslag wordt een beoordeling opgenomen van de mogelijke uitbreiding van het verbod van artikel 4, lid 1, onder b), tot diensten die langs elektronische weg worden verricht, waarvan het belangrijkste kenmerk is het bieden van toegang tot en het gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, alsook de toegang tot andere sectoren, zoals de sectoren die gericht zijn op muziek, e-boeken, spellen en software. |
|
|
Voorts wordt in het verslag bijzondere aandacht besteed aan eventuele economische gevolgen voor kmo's en startende ondernemingen, de doeltreffendheid van de in artikel 7 van deze verordening bedoelde nationale rechtshandhavingsautoriteiten en de focus op het gebruik en de bescherming van persoonsgegevens. |
Amendement 67 Voorstel voor een verordening Artikel 9 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De in lid 1 genoemde eerste evaluatie moet in het bijzonder worden uitgevoerd met het oog op de beoordeling of het verbod van artikel 4, lid 1, onder b), ook van toepassing moet zijn op diensten die langs elektronische weg worden verricht, waarvan het belangrijkste kenmerk is het bieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, mits de handelaar over de nodige rechten voor de betrokken gebieden beschikt. |
2. De in lid 1 genoemde eerste evaluatie moet in het bijzonder worden uitgevoerd met het oog op de beoordeling of het toepassingsgebied van deze richtlijn moet worden uitgebreid tot andere sectoren, zoals de sectoren financiën, vervoer, elektronische communicatie, gezondheidszorg en audiovisuele diensten, op voorwaarde dat de handelaar een licentie heeft verkregen of over de gebruiksrechten voor audiovisuele werken en immateriële goederen of diensten beschikt, waarvan het belangrijkste kenmerk is het bieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal voor alle betrokken gebieden. |
Amendement 68 Voorstel voor een verordening Artikel 11 – alinea 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Artikel 4, lid 1, onder b), is evenwel van toepassing met ingang van 1 juli 2018. |
Schrappen |
PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE
|
Titel |
Aanpak van geoblokkering en andere vormen van discriminatie op grond van de nationaliteit, woon- of vestigingsplaats van klanten op de interne markt |
||||
|
Document- en procedurenummers |
COM(2016)0289 – C8-0192/2016 – 2016/0152(COD) |
||||
|
Commissie ten principale Datum bekendmaking |
IMCO 9.6.2016 |
|
|
|
|
|
Advies uitgebracht door Datum bekendmaking |
JURI 9.6.2016 |
||||
|
Medeverantwoordelijke commissies - datum bekendmaking |
19.1.2017 |
||||
|
Rapporteur voor advies Datum benoeming |
Lidia Joanna Geringer de Oedenberg 12.9.2016 |
||||
|
Behandeling in de commissie |
29.11.2016 |
31.1.2017 |
|
|
|
|
Datum goedkeuring |
23.3.2017 |
|
|
|
|
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
14 3 4 |
|||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Max Andersson, Joëlle Bergeron, Marie-Christine Boutonnet, Jean-Marie Cavada, Kostas Chrysogonos, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Mary Honeyball, Sajjad Karim, Sylvia-Yvonne Kaufmann, António Marinho e Pinto, Jiří Maštálka, Julia Reda, Pavel Svoboda, Tadeusz Zwiefka |
||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers |
Isabella Adinolfi, Daniel Buda, Jytte Guteland, Angelika Niebler, Virginie Rozière, Rainer Wieland |
||||
|
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2) |
Eugen Freund, Maria Noichl |
||||
HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE
|
14 |
+ |
|
|
ALDE |
Jean-Marie Cavada, António Marinho e Pinto |
|
|
EFDD |
Joëlle Bergeron |
|
|
GUE/NGL-Fractie |
Kostas Chrysogonos, Jiří Maštálka |
|
|
PPE |
Pavel Svoboda |
|
|
S&D |
Eugen Freund, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Jytte Guteland, Mary Honeyball, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Maria Noichl |
|
|
Verts/ALE-Fractie |
Max Andersson, Julia Reda |
|
|
3 |
- |
|
|
EFDD |
Isabella Adinolfi |
|
|
ENF |
Marie-Christine Boutonnet |
|
|
PPE |
Angelika Niebler |
|
|
4 |
0 |
|
|
ECR |
Sajjad Karim |
|
|
PPE |
Daniel Buda, Rainer Wieland, Tadeusz Zwiefka |
|
Verklaring van de gebruikte tekens:
+ : voor
- : tegen
0 : onthouding
ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie (10.2.2017)
aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming
inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de aanpak van geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op basis van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging in de interne markt en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG
(COM(2016)0289 – C8-0192/2016 – 2016/0152(COD))
Rapporteur voor advies: Eva Kaili
BEKNOPTE MOTIVERING
De verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de aanpak van geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op basis van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging in de interne markt vormt de hoeksteen van het beleid dat erop gericht is te garanderen dat consumenten en handelaren zonder welke ongerechtvaardigde discriminatie dan ook commerciële transacties kunnen sluiten.
De tekst bevat juridisch bindende verplichtingen waar handelaren zich vanaf de datum van inwerkingtreding aan moeten houden, teneinde klanten in de gelegenheid te stellen zonder discriminatie op grond van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging, of betalingsdienst, toegang te hebben tot producten en deze te kopen. Het doel is ongerechtvaardigde belemmeringen voor e-commerce te elimineren en een doorslaggevende bijdrage te leveren aan de voltooiing van de digitale interne markt.
Naast het wegnemen van de obstakels die in ongerechtvaardigde discriminatie resulteren, maakt deze verordening ook duidelijk dat bedrijven niet verplicht zijn overal in Europa activiteiten te ontplooien. Erkend wordt dat de verplichting voor bedrijven om klanten te bedienen die zich buiten het grondgebied van hun activiteiten bevinden, verduidelijking behoeft. Het is van primordiaal belang handelaren niet met nog meer lasten op te zadelen.
Daarnaast erkent de tekst van de verordening het belang van de totstandbrenging van een daadwerkelijke digitale interne markt voor alle burgers, en wordt aangegeven in welke richting andere belangrijke wettelijke hervormingen zouden moeten gaan, waaronder (maar niet beperkt tot) de hervorming van het auteursrecht, de hervorming van de audiovisuele sector en de belastinghervorming. Dezelfde beginselen moeten als uitgangspunt dienen, teneinde te komen tot een gebruikers- en bedrijvenvriendelijke digitale interne markt.
Dit advies strekt ertoe de verordening op een aantal punten te verbeteren en te verduidelijken en wel als volgt.
Inhoud en toepassingsgebied van deze verordening
Het toepassingsgebied van deze verordening is met het oog op juridische continuïteit en zekerheid voor handelaren en klanten afgestemd op dat van Richtlijn 2006/123/EG. Dit betekent onder andere dat niet-economische diensten van algemeen belang, audiovisuele diensten, diensten op het gebied van vervoer, diensten van de gezondheidszorg, gokactiviteiten en bepaalde sociale diensten zijn uitgesloten van de werkingssfeer van deze verordening. Wat materiaal onder auteursrecht en audiovisuele inhoud betreft, is het belangrijk dat de respectieve hervormingen plaatsvinden voordat wordt beoordeeld of een bepaalde opname voor consumenten en de sectoren in kwestie positieve gevolgen zou hebben.
Toegang tot online-interfaces
Het weigeren van toegang tot online-interfaces en 'redirecting' worden gezien als frustrerende praktijken voor klanten en dit voorstel doet hier iets aan, in die zin dat het garandeert dat klanten te allen tijde en ongeacht de plaats waar ze zich bevinden toegang hebben tot de interface van hun keuze.
Discriminatie van klanten op basis van verblijfplaats
De toepassing van verschillende algemene bedingen en voorwaarden op klanten als product van discriminatie op grond van verblijfplaats is verboden. Inachtneming van de bepalingen van deze verordening moet niet worden opgevat als een beperking voor handelaren om in verschillende lidstaten middels gerichte aanbiedingen en verschillende bedingen en voorwaarden activiteiten te ontplooien, op voorwaarde dat een buitenlandse klant onder dezelfde contractuele voorwaarden (rechten en plichten) toegang tot de bedoelde producten en diensten heeft als binnenlandse klanten. Daarnaast behelst inachtneming van de bepalingen van deze verordening noch de verplichting goederen grensoverschrijdend te leveren, noch de verplichting ermee akkoord te gaan deze van de markt van de verblijfplaats of plaats van vestiging van de klant te nemen.
Discriminatie in het kader van betalingen
In deze verordening wordt bepaald dat handelaren betalingsinstrumenten niet kunnen verwerpen of wat deze instrumenten betreft anderszins mogen discrimineren. Wat meer specifiek op kaarten gebaseerde betaalinstrumenten betreft, is een handelaar die een bepaald merk en een bepaalde categorie aanvaardt verplicht hetzelfde merk en dezelfde categorie te aanvaarden ongeacht het land van herkomst van die betaalmethode. Deze bepaling houdt niet in dat handelaren verplicht zijn alle op kaarten gebaseerde betaalinstrumenten te aanvaarden.
Handhaving en bijstand aan klanten
Er wordt voorgesteld dat de lidstaten instanties aanwijzen die toezien op de toepassing van deze verordening en dat deze instanties ook bijstand verlenen aan klanten die hier behoefte aan hebben.
Evaluatie van de verordening
De eerste evaluatie is van groot belang, aangezien de Commissie in dat kader het toepassingsgebied en de toepassing van het onderhavige voorstel tegen het licht moet houden, daarbij rekening houdend met de ontwikkelingen op het gebied van wetgeving inzake auteursrecht, belastingen, audiovisuele diensten en meeneembaarheid van online-inhoud.
Datum van toepassing
Deze verordening is van toepassing vanaf 6 maanden vanaf de datum van publicatie, hetgeen klanten in staat stelt te profiteren van de eliminatie van de belemmeringen die in ongerechtvaardigde discriminatie resulteren.
AMENDEMENTEN
De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:
Amendement 1 Voorstel voor een verordening Titel | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de aanpak van geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op basis van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging in de interne markt en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG |
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake de aanpak van ongerechtvaardigde geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op basis van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging in de interne markt en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG |
Amendement 2 Voorstel voor een verordening Visum 1 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
gezien Protocol nr. 1 bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie, |
Amendement 3 Voorstel voor een verordening Visum 1 ter (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
gezien Protocol nr. 2 bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, |
Amendement 4 Voorstel voor een verordening Overweging 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(1) Om de doelstelling van de goede werking van de interne markt als ruimte zonder binnengrenzen waarin onder meer het vrije verkeer van goederen en diensten gewaarborgd wordt, te realiseren, volstaat het niet om tussen de lidstaten alleen de door de staten gestelde belemmeringen af te schaffen. Deze afschaffing kan worden ondermijnd door private partijen die obstakels opwerpen die onverenigbaar zijn met de vrijheden van de interne markt. Dit is het geval wanneer handelaren die in een lidstaat opereren, de toegang tot hun online-interfaces, zoals websites en apps, blokkeren of beperken voor klanten uit andere lidstaten die grensoverschrijdende handelstransacties wensen te verrichten (een praktijk die bekend staat als "geo-blocking"). Voorts is daarvan sprake wanneer bepaalde handelaren voor deze klanten uit andere lidstaten verschillende algemene voorwaarden toepassen voor de toegang tot hun goederen en diensten, zowel online als offline. Hoewel er soms een objectieve rechtvaardiging voor dit verschil in behandeling bestaat, weigeren handelaren de consument die grensoverschrijdende handelstransacties wensen te verrichten, in andere gevallen toegang tot goederen en diensten, of passen zij in dit verband verschillende voorwaarden toe om zuiver commerciële redenen. |
(1) Om de doelstelling van de goede werking van de interne markt als ruimte zonder binnengrenzen waarin onder meer het vrije verkeer van goederen en diensten gewaarborgd wordt, te realiseren, volstaat het niet om tussen de lidstaten alleen de door de staten gestelde belemmeringen af te schaffen. Deze afschaffing kan worden ondermijnd door private partijen die verschillende soorten obstakels opwerpen die onverenigbaar zijn met de vrijheden van de interne markt. Dit is het geval wanneer handelaren die in een lidstaat opereren, de toegang tot hun online-interfaces, zoals websites en apps, blokkeren of beperken voor klanten uit andere lidstaten die grensoverschrijdende handelstransacties wensen te verrichten (een praktijk die bekend staat als "geo-blocking"). Voorts is daarvan sprake wanneer bepaalde handelaren voor deze klanten uit andere lidstaten verschillende algemene voorwaarden toepassen voor de toegang tot hun goederen en diensten, zowel online als offline. Hoewel er in uitzonderlijke gevallen een objectieve rechtvaardiging voor dit verschil in behandeling bestaat, weigeren handelaren de consument die grensoverschrijdende handelstransacties wensen te verrichten, in andere gevallen toegang tot goederen en diensten, of passen zij in dit verband verschillende voorwaarden toe om niet-objectieve redenen. Volgens de analyses die voor de effectbeoordeling van de Commissie zijn uitgevoerd, zou het beëindigen van ongerechtvaardigde geoblocking en andere vormen van discriminatie op basis van de nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging van de klanten binnen de interne markt kunnen bijdragen tot een groei van de marktomvang met 1,1% en tot een gemiddelde prijsverlaging van tussen de -0,5% en -0,6%. Daarnaast zou het, en dat is ook gebleken uit de raadpleging van de betrokken partijen door de Commissie, kunnen bijdragen tot minder frustratie bij de klanten aangezien geoblocking hiervan één van de voornaamste oorzaken is. |
Amendement 5 Voorstel voor een verordening Overweging 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(2) Op deze wijze delen bepaalde handelaren de interne markt kunstmatig langs binnengrenzen op in segmenten en belemmeren zij het vrije verkeer van goederen en diensten, waardoor zij de rechten van klanten inperken en hen verhinderen te profiteren van een ruimere keuze en optimale voorwaarden. Dergelijke discriminerende praktijken vormen een belangrijke oorzaak voor het relatief geringe aantal grensoverschrijdende handelstransacties binnen de Unie, ook in de sector van de elektronische handel, waardoor het volledige groeipotentieel van de interne markt niet kan worden gerealiseerd. Verduidelijken in welke gevallen er geen rechtvaardiging kan bestaan voor dit soort ongelijke behandeling moet alle deelnemers meer helderheid en rechtszekerheid bieden bij grensoverschrijdende transacties en moet ervoor zorgen dat de regels inzake non-discriminatie daadwerkelijk kunnen worden toegepast en gehandhaafd in de hele interne markt. |
(2) Op deze wijze delen bepaalde handelaren de interne markt kunstmatig langs binnengrenzen op in segmenten en belemmeren zij het vrije verkeer van goederen en diensten, waardoor zij de rechten van klanten inperken en hen verhinderen te profiteren van een ruimere keuze aan producten en diensten en optimale voorwaarden. Dergelijke discriminerende praktijken vormen een belangrijke oorzaak voor het relatief geringe aantal grensoverschrijdende handelstransacties binnen de Unie, ook in de sector van de elektronische handel, waardoor het volledige groeipotentieel van de interne markt niet kan worden gerealiseerd. Verduidelijken in welke gevallen er geen rechtvaardiging kan bestaan voor dit soort ongelijke behandeling moet alle deelnemers meer helderheid en rechtszekerheid bieden bij grensoverschrijdende transacties en moet ervoor zorgen dat de regels inzake non-discriminatie daadwerkelijk kunnen worden toegepast en gehandhaafd in de hele interne markt. |
Amendement 6 Voorstel voor een verordening Overweging 2 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(2 bis) Hoewel de huidige verordening ten doel heeft geoblocking aan te pakken en zodoende een belemmering voor de werking van de interne markt weg te nemen, moet rekening worden gehouden met het feit dat vele verschillen in de wetgeving van de lidstaten, zoals uiteenlopende nationale normen, of een gebrek aan wederzijdse herkenning of harmonisering op het niveau van de Unie, nog aanzienlijke belemmeringen vormen die tot versnippering van de interne markt blijven leiden, en hiermee handelaren in veel gevallen dwingen hun toevlucht tot geoblockingpraktijken te nemen. Daarom moeten het Europees Parlement, de Raad en de Commissie deze belemmeringen blijven aanpakken met het oog op een vermindering van de marktversnippering en de voltooiing van de interne markt. |
Amendement 7 Voorstel voor een verordening Overweging 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(3) Overeenkomstig artikel 20 van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad17 zien de lidstaten erop toe dat in de Unie gevestigde dienstverrichters afnemers van diensten niet verschillend behandelen op grond van hun nationaliteit of verblijfplaats. Deze bepaling is echter niet volledig doeltreffend gebleken bij de bestrijding van discriminatie, en heeft de rechtsonzekerheid in onvoldoende mate teruggedrongen, met name vanwege de mogelijkheid om verschillen in behandeling die daardoor mogelijk zijn te rechtvaardigen, en de bijbehorende moeilijkheden bij de handhaving ervan in de praktijk. Bovendien kunnen geoblocking en andere vormen van discriminatie op grond van nationaliteit, woonplaats of plaats van vestiging ook ontstaan ten gevolge van acties door in derde landen gevestigde bedrijven die buiten het toepassingsgebied van die richtlijn vallen. |
(3) Overeenkomstig artikel 20 van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad17 zien de lidstaten erop toe dat in de Unie gevestigde dienstverrichters afnemers van diensten niet verschillend behandelen op grond van hun nationaliteit of verblijfplaats. Deze bepaling is echter niet volledig doeltreffend gebleken bij de bestrijding van discriminatie, en heeft de rechtsonzekerheid in onvoldoende mate teruggedrongen, met name vanwege de mogelijkheid om verschillen in behandeling die daardoor mogelijk zijn te rechtvaardigen, en de bijbehorende moeilijkheden bij de handhaving ervan in de praktijk. Bovendien kunnen geoblocking en andere vormen van discriminatie op grond van nationaliteit, woonplaats of plaats van vestiging ook ontstaan ten gevolge van acties door in derde landen gevestigde bedrijven die buiten het toepassingsgebied van die richtlijn vallen. Dientengevolge dient deze verordening van toepassing te zijn op zowel handelaren, als dienstverrichters, en zowel op goederen, als diensten. |
|
__________________ |
__________________ |
|
17 Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36). |
17 Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36). |
Amendement 8 Voorstel voor een verordening Overweging 3 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(3 bis) Deze verordening is bedoeld ter verduidelijking van artikel 20 van Richtlijn 2006/123/EG. Zij is niet bedoeld ter vervanging van Richtlijn 2006/123/EG, noch wat het toepassingsgebied van die richtlijn betreft, hoewel deze verordening wel op dezelfde beginselen stoelt, in die zin dat de activiteiten zoals bedoeld in artikel 2, lid 2, van Richtlijn 2006/123/EG van zijn toepassingsgebied uitgesloten zijn, noch wat de werking ervan betreft, aangezien de toepassing van Richtlijn 2006/123/EG losstaat van en complementair is aan de toepassing van deze verordening. Deze verordening mag niet leiden tot inperking van de vrijheid van ondernemerschap en het beginsel van contractvrijheid, zoals bedoeld in artikel 16 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. |
Amendement 9 Voorstel voor een verordening Overweging 4 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(4) Met het oog op het waarborgen van de goede werking van de interne markt, zijn de gerichte maatregelen die in deze verordening worden vastgesteld en die voorzien in een duidelijke, eenvormige en doeltreffende reeks regels over een geselecteerd aantal onderwerpen, derhalve vereist. |
(4) Met het oog op het waarborgen van de goede werking van de interne markt, zijn de gerichte maatregelen die in deze verordening worden vastgesteld en die voorzien in een duidelijke, eenvormige en doeltreffende reeks regels over een geselecteerd aantal onderwerpen, derhalve vereist. Deze maatregelen zouden moeten zorgen voor evenwicht tussen consumentenbescherming enerzijds en economische en contractuele vrijheid voor handelaren anderzijds. In dit verband mogen handelaren er niet toe verplicht worden onevenredige kosten of administratieve lasten op zich te nemen of aan alle lidstaten te leveren. Voorts mogen de nieuwe verplichtingen voor de lidstaten niet verder gaan dan noodzakelijk voor de tenuitvoerlegging van de nieuwe regels. |
Amendement 10 Voorstel voor een verordening Overweging 5 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(5) Deze verordening beoogt te voorkomen dat klanten worden gediscrimineerd op grond van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging, met inbegrip van geoblocking, in grensoverschrijdende commerciële transacties tussen handelaren en consumenten met betrekking tot de verkoop van goederen en de verlening van diensten in de Unie. Deze verordening beoogt tevens zowel directe als indirecte discriminatie tegen te gaan, en heeft dus ook betrekking op ongerechtvaardigde verschillen in behandeling op grond van andere onderscheidende criteria die tot hetzelfde resultaat leiden als de toepassing van criteria die rechtstreeks zijn gebaseerd op de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van klanten. Dergelijke andere criteria kunnen met name worden gehanteerd aan de hand van informatie over de fysieke locatie van klanten, zoals het IP-adres dat wordt gebruikt om toegang te krijgen tot een online-interface, het adres voor de levering van goederen, de gekozen taal of de lidstaat waar het betaalinstrument van de klant is uitgegeven. |
(5) Deze verordening beoogt te voorkomen dat klanten worden gediscrimineerd op grond van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging, met inbegrip van geoblocking, in grensoverschrijdende commerciële transacties tussen handelaren en consumenten met betrekking tot de verkoop van goederen en de verlening van diensten in de Unie. Deze verordening beoogt tevens zowel directe als indirecte discriminatie te voorkomen. Onder indirecte discriminatie wordt verstaan de toepassing van andere onderscheidende criteria dan de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van klanten die deterministisch of statistisch gezien tot hetzelfde resultaat leiden als de directe toepassing van die criteria. Ook heeft deze verordening betrekking op ongerechtvaardigde verschillen in behandeling op grond van andere onderscheidende criteria die tot hetzelfde resultaat leiden als de toepassing van criteria die rechtstreeks zijn gebaseerd op de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van klanten. Dergelijke andere criteria kunnen met name worden gehanteerd aan de hand van informatie over de fysieke locatie van klanten, zoals het IP-adres dat wordt gebruikt om toegang te krijgen tot een online-interface, het adres voor de levering van goederen, de gekozen taal of de lidstaat waar het betaalinstrument van de klant is uitgegeven. |
Amendement 11 Voorstel voor een verordening Overweging 6 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(6bis) Overweging 29 van Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad1bis bepaalt dat het vraagstuk van de uitputting niet rijst in het geval van diensten en in het bijzonder on-linediensten. |
|
|
_______________________ |
|
|
1bis Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij |
Amendement 12 Voorstel voor een verordening Overweging 10 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(10) Deze verordening mag geen afbreuk doen aan de handelingen van het recht van de Unie inzake justitiële samenwerking in burgerlijke zaken, en met name de bepalingen betreffende het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en betreffende de rechterlijke bevoegdheid zoals voorgeschreven bij Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad24 en Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad25, met inbegrip van de toepassing van die handelingen en bepalingen in individuele gevallen. Met name dient het loutere feit dat de handelaar overeenkomstig de bepalingen van deze verordening handelt, niet zodanig te worden opgevat dat hij zijn activiteiten op de lidstaat van de consument richt voor de toepassing ervan. |
(10) Deze verordening geldt onverminderd de handelingen van het recht van de Unie inzake justitiële samenwerking in burgerlijke zaken, en met name de bepalingen betreffende het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en betreffende de rechterlijke bevoegdheid zoals voorgeschreven bij Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad24 en Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad25, met inbegrip van de toepassing van die handelingen en bepalingen in individuele gevallen. Met name dient het loutere feit dat de handelaar overeenkomstig de bepalingen van deze verordening handelt, niet zodanig te worden opgevat dat hij zijn activiteiten op de lidstaat van de consument richt voor de toepassing ervan. Om die reden, en om rechtszekerheid te waarborgen voor handelaren die deze verordening naleven, moet duidelijk worden gemaakt dat het feit dat een handelaar zijn online-interface toegankelijk maakt voor consumenten uit een andere lidstaat of geen verschillende algemene toegangsvoorwaarden handhaaft in de gevallen die in deze verordening zijn vastgelegd – bijvoorbeeld door in voorkomend geval contracten te sluiten – of betaalinstrumenten uit andere lidstaten aanvaardt, op zich, met het oog op het vaststellen van de toepasselijke wetgeving en rechtsmacht, geen aanwijzing vormt dat de activiteiten van de handelaar gericht zijn op de lidstaat van de consument, tenzij aan de hand van andere elementen kan worden aangetoond dat de handelaar de intentie heeft zijn activiteiten overeenkomstig het recht van de Unie op de lidstaat in kwestie te richten. |
|
_________________ |
_________________ |
|
24Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6). |
24Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6). |
|
25Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1). |
25Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1). |
Amendement 13 Voorstel voor een verordening Overweging 11 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(11) De discriminerende praktijken die deze verordening wenst aan te pakken, vinden gewoonlijk plaats via algemene voorwaarden en andere informatie zoals die wordt vastgesteld en toegepast door of namens de betrokken handelaar als voorwaarde voor de toegang tot de betrokken goederen of diensten en die ter beschikking worden gesteld van het grote publiek. Deze algemene voorwaarden voor de toegang omvatten onder meer de prijzen, de leveringsvoorwaarden en de betalingsvoorwaarden. Zij kunnen ter beschikking worden gesteld van het grote publiek door of namens de handelaar via diverse kanalen, zoals gepubliceerde informatie in advertenties, op websites of in precontractuele of contractuele documenten. Deze voorwaarden gelden wanneer geen sprake is van een andersluidende overeenkomst waarover afzonderlijk onderhandeld is en die rechtstreeks is gesloten tussen de handelaar en de consument. De voorwaarden waarover tussen de handelaar en de klanten individueel wordt onderhandeld, mogen voor de toepassing van deze verordening niet worden beschouwd als algemene toegangsvoorwaarden. |
(11) De discriminerende praktijken die deze verordening wenst aan te pakken, vinden gewoonlijk plaats via algemene voorwaarden en andere informatie zoals die wordt vastgesteld en toegepast door of namens de betrokken handelaar als voorwaarde voor de toegang tot de betrokken goederen of diensten en die ter beschikking worden gesteld van het grote publiek. Deze algemene voorwaarden voor de toegang omvatten onder meer de prijzen, vereisten op basis van telefoonnummers met een bepaalde landcode, de leveringsvoorwaarden en de betalingsvoorwaarden. Zij kunnen ter beschikking worden gesteld van het grote publiek door of namens de handelaar via diverse kanalen, zoals gepubliceerde informatie in advertenties, op websites of in precontractuele of contractuele documenten. Deze voorwaarden gelden wanneer geen sprake is van een andersluidende overeenkomst waarover afzonderlijk onderhandeld is en die rechtstreeks is gesloten tussen de handelaar en de consument. De voorwaarden waarover tussen de handelaar en de klanten individueel wordt onderhandeld, mogen voor de toepassing van deze verordening niet worden beschouwd als algemene toegangsvoorwaarden. |
Motivering | |
Er kan sprake zijn van discriminatie wanneer handelaren consumenten om een telefoonnummer met een bepaalde landcode vragen voor het voltooien van een transactie. | |
Amendement 14 Voorstel voor een verordening Overweging 11 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(11 bis) De prijsvorming in de lidstaten behoort niet tot de discriminerende praktijken. |
Amendement 15 Voorstel voor een verordening Overweging 12 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(12) Zowel consumenten als ondernemingen moeten worden beschermd tegen discriminatie op grond van hun nationaliteit, verblijfplaats of vestigingsplaats wanneer zij optreden als klant in de zin van deze verordening. Deze bescherming moet echter niet gelden voor klanten die een goed of een dienst kopen met het oog op wederverkoop, omdat dit gevolgen zou hebben voor op grote schaal gebruikte verdelingsregelingen tussen ondernemingen in een zakelijke context, zoals selectieve en exclusieve distributie, zodat fabrikanten over het algemeen hun detailhandelaren kunnen selecteren, met inachtneming van het mededingingsrecht. |
(12) Zowel consumenten als ondernemingen moeten worden beschermd tegen discriminatie op grond van hun nationaliteit, verblijfplaats of vestigingsplaats wanneer zij optreden als klant in de zin van deze verordening. Deze bescherming moet echter niet gelden voor klanten die een goed of een dienst kopen met het oog op wederverkoop, commerciële verhuur, of transformatie en verwerking, omdat dit gevolgen zou hebben voor op grote schaal gebruikte verdelingsregelingen tussen ondernemingen in een zakelijke context, zoals selectieve en exclusieve distributie, zodat fabrikanten over het algemeen hun detailhandelaren kunnen selecteren, met inachtneming van het mededingingsrecht. Consumenten moeten uitsluitend worden beschermd tegen discriminatie op grond van hun nationaliteit, verblijfplaats of vestigingsplaats wanneer zij een goed of een dienst kopen voor eindgebruik. |
Amendement 16 Voorstel voor een verordening Overweging 14 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(14) Ter verbetering van de mogelijkheden voor klanten om toegang te krijgen tot informatie met betrekking tot de verkoop van goederen en de verrichting van diensten op de interne markt, en om de transparantie te vergroten, ook wat de prijzen betreft, mag de handelaar de klanten niet via het gebruik van technologische maatregelen of anderszins verhinderen volledige en gelijke toegang tot online interfaces te hebben op grond van hun nationaliteit, verblijfplaats of vestigingsplaats. Dergelijke technologische maatregelen kunnen met name technologieën omvatten die gebruikt worden om de fysieke locatie van de klant vast te stellen, met inbegrip van het opsporen van dat IP-adres door middel van coördinaten die zijn verkregen via een wereldwijd satellietnavigatiesysteem of gegevens in verband met een betalingstransactie. Dat verbod van discriminatie met betrekking tot de toegang tot online interfaces mag echter niet worden opgevat als een verplichting voor de handelaar om commerciële transacties met klanten aan te gaan. |
(14) Ter verbetering van de mogelijkheden voor klanten om toegang te krijgen tot informatie met betrekking tot de verkoop van goederen en de verrichting van diensten op de interne markt, en om de transparantie te vergroten, onder meer, maar niet uitsluitend, wat de prijzen betreft, mag de handelaar of een andere partij die namens hem optreedt, inclusief tussenpersonen en exploitanten van online-interfaces met het oog op toegang, de klanten niet via het gebruik van technologische maatregelen of anderszins verhinderen volledige en gelijke toegang tot online-interfaces te hebben op grond van hun nationaliteit, verblijfplaats of vestigingsplaats. Dergelijke technologische maatregelen kunnen met name, maar hoeven niet uitsluitend, technologieën (te) omvatten die gebruikt worden om de fysieke locatie van de klant vast te stellen, met inbegrip van het opsporen van zijn IP-adres, surfgedrag en/of -gewoonten en het traceren of lokaliseren van zijn mobiele telefoon, door middel van coördinaten die zijn verkregen via een wereldwijd satellietnavigatiesysteem of gegevens in verband met een betalingstransactie. Dat verbod van discriminatie met betrekking tot de toegang tot online interfaces mag echter niet worden opgevat als een verplichting voor de handelaar om commerciële transacties met klanten aan te gaan. |
Amendement 17 Voorstel voor een verordening Overweging 14 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(14 bis) In bepaalde gevallen zou het beperken of blokkeren van de toegang tot of doorleiding naar een alternatieve versie van een elektronische interface, zonder instemming van de klant, nodig kunnen zijn om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging, met het oog op de naleving van een wettelijke vereiste in de wetgeving van de Unie of de wetgeving van de lidstaten in overeenstemming met de wetgeving van de Unie. Dergelijke wetten kunnen de toegang van klanten tot bepaalde goederen of diensten beperken, bijvoorbeeld door een verbod op het weergeven van specifieke inhoud in bepaalde lidstaten. Handelaren mogen niet worden verhinderd dergelijke verplichtingen na te leven en moeten dus de mogelijkheid hebben de toegang tot een online interface voor bepaalde klanten of klanten in bepaalde gebieden te blokkeren of te beperken of de klanten door te leiden naar een online-interface, voor zover dat om die reden nodig is. Indien een handelaar toegang tot een online-interface blokkeert of beperkt met het oog op de naleving van juridische vereisten in het kader van het EU-recht of nationale wetgeving in overeenstemming met het EU-recht, moet de handelaar een duidelijke verklaring verstrekken. |
Amendement 18 Voorstel voor een verordening Overweging 16 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(16) In bepaalde gevallen zou het beperken of blokkeren van de toegang tot of doorleiding naar een alternatieve versie van een elektronische interface, zonder instemming van de klant, nodig kunnen zijn om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging, met het oog op de naleving van een wettelijke vereiste in de wetgeving van de Unie of de wetgeving van de lidstaten in overeenstemming met de wetgeving van de Unie. Dergelijke wetten kunnen de toegang van klanten tot bepaalde goederen of diensten beperken, bijvoorbeeld door een verbod op het weergeven van specifieke inhoud in bepaalde lidstaten. Handelaren mogen niet worden verhinderd dergelijke verplichtingen na te leven en moeten dus de mogelijkheid hebben de toegang tot een online interface voor bepaalde klanten of klanten in bepaalde gebieden te blokkeren of te beperken of de klanten door te leiden naar een online-interface, voor zover dat om die reden nodig is. |
(16) In bepaalde gevallen zou het beperken of blokkeren van de toegang tot of doorleiding naar een alternatieve versie van een elektronische interface, zonder instemming van de klant, nodig kunnen zijn om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging, met het oog op de naleving van een wettelijke vereiste in de wetgeving van de Unie of de wetgeving van de lidstaten in overeenstemming met de wetgeving van de Unie. Dergelijke wetten kunnen de toegang van klanten tot bepaalde goederen of diensten beperken, bijvoorbeeld door een verbod op het weergeven van specifieke inhoud in bepaalde lidstaten. Handelaren mogen niet worden verhinderd dergelijke verplichtingen na te leven en moeten dus de mogelijkheid hebben de toegang tot een online interface voor bepaalde klanten of klanten in bepaalde gebieden te blokkeren of te beperken of de klanten door te leiden naar een online-interface, voor zover dat om die reden nodig is. De toepassing van deze verordening mag niet verhinderen dat de lidstaten hun fundamentele regels en beginselen met betrekking tot de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting ten uitvoer leggen. |
Amendement 19 Voorstel voor een verordening Overweging 17 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(17) In een aantal specifieke situaties kunnen verschillen in de behandeling van klanten via de toepassing van algemene toegangsvoorwaarden, met inbegrip van rechtstreekse weigeringen om goederen te verkopen of diensten te verlenen om redenen die verband houden met de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van de klanten, niet objectief worden gerechtvaardigd. In die situaties moet een dergelijke discriminatie in alle gevallen worden verboden en moeten klanten derhalve, overeenkomstig de specifieke voorwaarden van deze verordening, het recht hebben om commerciële transacties aan te gaan onder dezelfde voorwaarden als een lokale klant, en volledige en gelijke toegang hebben tot welk van de verschillende aangeboden goederen of diensten dan ook, ongeacht hun nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging. Handelaren moeten daarom waar nodig maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat dit discriminatieverbod wordt nageleefd, indien de betrokken klanten anders zouden worden uitgesloten van een dergelijke volledige en gelijke toegang. Het verbod dat in die situaties van toepassing is, mag echter niet zodanig worden uitgelegd dat de handelaren wordt belet hun activiteiten te richten op verschillende lidstaten of op bepaalde groepen klanten met doelgerichte aanbiedingen en uiteenlopende voorwaarden, onder meer door landspecifieke online interfaces op te zetten. |
(17) In een aantal specifieke situaties kunnen verschillen in de behandeling van klanten via de toepassing van algemene toegangsvoorwaarden, met inbegrip van rechtstreekse weigeringen om goederen te verkopen of diensten te verlenen om redenen die verband houden met de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van de klanten, niet objectief worden gerechtvaardigd. In die situaties moet een dergelijke discriminatie in alle gevallen worden verboden en moeten klanten derhalve, overeenkomstig de specifieke voorwaarden van deze verordening, het recht hebben om commerciële transacties aan te gaan onder dezelfde voorwaarden als een lokale klant, en volledige en gelijke toegang hebben tot welk van de verschillende aangeboden goederen of diensten dan ook, ongeacht hun nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging, of enig ander aan deze criteria gerelateerd middel dat niet op basis van objectieve grond rechtmatig is zoals bedoeld in artikel 20 van Richtlijn 2006/123/EG. Handelaren moeten daarom waar nodig maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat dit discriminatieverbod wordt nageleefd, indien de betrokken klanten anders zouden worden uitgesloten van een dergelijke volledige en gelijke toegang. Het verbod dat in die situaties van toepassing is, mag echter niet zodanig worden uitgelegd dat de handelaren wordt belet hun activiteiten te richten op verschillende lidstaten of op bepaalde groepen klanten met doelgerichte aanbiedingen en uiteenlopende voorwaarden, onder meer door landspecifieke online interfaces op te zetten. Indien voor goederen of diensten evenwel verschillende voorwaarden gelden op basis van objectieve gronden, is dit geen onrechtmatige discriminatie zoals bedoeld in overweging 95 en in artikel 20 van Richtlijn 2006/123/EG. |
Amendement 20 Voorstel voor een verordening Overweging 17 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(17 bis) Artikel 6 van Verordening (EG) nr. 593/2008 (Rome I) is van toepassing op consumentenovereenkomsten. Overeenkomsten tussen een consument en een verkoper worden overeenkomstig artikel 6 van de hierboven bedoelde verordening beheerst door het recht van het land waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft, op voorwaarde dat de verkoper zijn commerciële of beroepsactiviteiten met ongeacht welke middelen op dat land richt. In de in artikel 4, lid 1, punten a) t/m c) bedoelde gevallen richt de verkoper zijn activiteiten niet op de lidstaat van de consument. De ROM I-verordening bepaalt dat de overeenkomst in deze gevallen niet door het recht van het land van de consument wordt beheerst. Hier geldt het beginsel van de vrijheid van rechtskeuze (artikel 3 van de ROM I-verordening). Hetzelfde geldt voor de rechterlijke bevoegdheid, die in Verordening (EU) nr. 1215/2012 geregeld wordt. |
Amendement 21 Voorstel voor een verordening Overweging 18 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(18) De eerste van die situaties is die waarbij de handelaar goederen verkoopt en die goederen niet door de verkoper of namens hem over de grens worden geleverd in de lidstaat van verblijf van de klant. In die situatie zou de klant de goederen moeten kunnen kopen tegen precies dezelfde voorwaarden, met inbegrip van de prijs en de voorwaarden voor de levering van de goederen, als vergelijkbare klanten die ingezetenen zijn van de lidstaat van de handelaar. Dat zou kunnen betekenen dat een buitenlandse klant de goederen in die lidstaat moet ophalen of in een andere lidstaat waar de handelaar wel levert. In dit geval is hoeft geen registratie voor de belasting over de toegevoegde waarde ("btw") in de lidstaat van de klant plaats te vinden, en hoeft de grensoverschrijdende levering van goederen niet te worden geregeld. |
(18) De eerste van die situaties is die waarbij de handelaar goederen verkoopt en die goederen niet door de verkoper of namens hem over de grens worden geleverd in de lidstaat van verblijf van de klant. Op voorwaarde dat een overeenkomst tussen een handelaar en een consument wordt gesloten, zou de klant in die situatie de goederen moeten kunnen kopen tegen precies dezelfde voorwaarden, met inbegrip van de voorwaarden voor de levering van de goederen, als vergelijkbare klanten die ingezetenen zijn van de lidstaat van de handelaar. Dat zou kunnen betekenen dat een buitenlandse klant de goederen in die lidstaat moet ophalen of in een andere lidstaat waar de handelaar wel levert. In dit geval is hoeft geen registratie voor de belasting over de toegevoegde waarde ("btw") in de lidstaat van de klant plaats te vinden, en hoeft de grensoverschrijdende levering van goederen niet te worden geregeld. Voor de handelaar mag geen leveringsverplichting ontstaan. |
Amendement 22 Voorstel voor een verordening Overweging 19 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(19) De tweede situatie is wanneer de handelaar langs elektronische weg verrichte diensten levert, met uitzondering van de diensten waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, zoals clouddiensten, gegevensopslagdiensten, webhosting en het opzetten van firewalls. In dit geval is fysieke levering niet vereist, aangezien de diensten langs elektronische weg worden verricht. De handelaar kan btw aangeven en afdragen op een vereenvoudigde manier, in overeenstemming met de regels inzake het zogenaamde mini-éénloketsysteem in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad26. |
De tweede situatie is wanneer de handelaar langs elektronische weg verrichte diensten levert, met uitzondering van de diensten waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, zoals clouddiensten, gegevensopslagdiensten, webhosting en het opzetten van firewalls. In dit geval is fysieke levering niet vereist, aangezien de diensten langs elektronische weg worden verricht. De handelaar kan btw aangeven en afdragen op een vereenvoudigde manier, in overeenstemming met de regels inzake het zogenaamde mini-éénloketsysteem in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad26. Verschillen in de eindprijs als gevolg van de toepassing van verschillende btw-tarieven overeenkomstig de toepasselijke wetgeving op de plaats waar de goederen worden gekocht of de diensten worden verricht, resulteren niet in de toepassing van verschillende toegangsvoorwaarden. |
|
__________________ |
__________________ |
|
26 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad van 15 maart 2011 houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 77 van 23.3.2011, blz. 1). |
26 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad van 15 maart 2011 houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 77 van 23.3.2011, blz. 1). |
Amendement 23 Voorstel voor een verordening Overweging 21 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(21 bis) Het verbod op discriminatie in die situaties mag niet worden uitgelegd als een beperking van het recht van handelaren om hun businessstrategie te ontwikkelen door hun activiteiten met doelgerichte aanbiedingen en uiteenlopende bedingen en voorwaarden, waaronder landen- of regiospecifieke online-interfaces, op verschillende lidstaten of op bepaalde groepen klanten te richten. Wanneer een buitenlandse klant toegang tot dergelijke online-interfaces en specifieke aanbiedingen probeert te krijgen, in overeenstemming met een vaste reeks bedingen en voorwaarden, geniet hij of zij evenwel dezelfde contractuele rechten en gelden voor hem of haar dezelfde verplichtingen als in het geval van nationale transacties. De verstrekking van diensten-na-verkoop op basis van bedingen en voorwaarden waar de klant mee heeft ingestemd, in overeenstemming met het Unierecht en de krachtens dat recht toepasselijke nationale wetgeving, kan krachtens de onderhavige verordening aan territoriale beperkingen worden onderworpen. Inachtneming van deze verordening behelst noch de verplichting voor handelaren goederen grensoverschrijdend te leveren, noch de verplichting goederen terug te nemen van de markt van de verblijfplaats of plaats van vestiging van de klant. |
Amendement 24 Voorstel voor een verordening Overweging 22 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(22) Handelaren die onder de bijzondere regeling van titel XII, hoofdstuk 1, van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad27 vallen, zijn niet verplicht btw te betalen. Voor deze handelaren zou het verbod op de toepassing van verschillende algemene toegangsvoorwaarden om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging van de klant, wanneer zij langs elektronische weg diensten verrichten, een verplichting tot registratie impliceren om btw van andere lidstaten aan te rekenen, hetgeen extra kosten met zich mee zou kunnen brengen en een onevenredige last zou zijn gezien de omvang en kenmerken van de betrokken handelaars. Daarom moeten die handelaren worden vrijgesteld van dit verbod voor zolang een dergelijke regeling van toepassing is. |
(22) Handelaren die onder de bijzondere regeling van titel XII, hoofdstuk 1, van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad27 vallen, zijn niet verplicht btw te betalen in de lidstaat waar zij gevestigd zijn. Voor deze handelaren zou het verbod op de toepassing van verschillende algemene toegangsvoorwaarden om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging van de klant, wanneer zij langs elektronische weg diensten verrichten, een verplichting tot registratie impliceren om btw van andere lidstaten aan te rekenen, hetgeen extra kosten met zich mee zou kunnen brengen en een onevenredige last zou zijn gezien de omvang en kenmerken van de betrokken handelaars. Daarom moeten die handelaren worden vrijgesteld van dit verbod voor zolang een dergelijke regeling van toepassing is. |
|
_________________ |
_________________ |
|
27Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1). |
27Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1). |
Amendement 25 Voorstel voor een verordening Overweging 24 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(24) Overeenkomstig het recht van de Unie zijn handelaren in beginsel vrij om te beslissen welke betaalmiddelen zij willen accepteren, onder meer betaalmerken. Zodra deze keuze is gemaakt, hebben handelaren, gelet op het bestaande wettelijke kader voor betalingsdiensten, echter geen redenen om de klanten binnen de Unie te discrimineren door bepaalde handelstransacties te weigeren, of door bepaalde verschillende betalingsvoorwaarden voor de betrokken transacties toe te passen, om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging van de klant. In deze specifieke context moet een dergelijke ongerechtvaardigde ongelijke behandeling om redenen die verband houden met de plaats van de betaalrekening, de plaats van vestiging van de betaaldienstverlener of de plaats van afgifte van het betaalinstrument in de Unie, uitdrukkelijk worden verboden. Voorts moet worden gememoreerd dat Verordening (EU) nr. 260/2012 reeds alle begunstigden, waaronder handelaren, verbiedt te eisen dat bankrekeningen in een bepaalde lidstaat zijn gevestigd als voorwaarde om een betaling in euro’s te aanvaarden. |
(24) Overeenkomstig het recht van de Unie zijn handelaren in beginsel vrij om te beslissen welke betaalmiddelen zij willen accepteren. Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 2015/751 van het Europees Parlement en de Raad1bis en Richtlijn 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad1ter zijn handelaren die een op kaarten gebaseerd betaalinstrument van een specifiek betaalmerk en een specifieke betaalcategorie aanvaarden niet verplicht op kaarten gebaseerde betaalinstrumenten van dezelfde categorie maar van een ander merk, of van hetzelfde merk maar van een andere categorie, te aanvaarden. Zodra deze keuze is gemaakt, hebben handelaren, gelet op het bestaande wettelijke kader voor betalingsdiensten, echter geen redenen om de klanten binnen de Unie te discrimineren door bepaalde handelstransacties te weigeren, of door bepaalde verschillende betalingsvoorwaarden voor de betrokken transacties toe te passen, om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging van de klant. In deze specifieke context moet een dergelijke ongerechtvaardigde ongelijke behandeling om redenen die verband houden met de plaats van de betaalrekening, de plaats van vestiging van de betaaldienstverlener of de plaats van afgifte van het betaalinstrument in de Unie, uitdrukkelijk worden verboden. De Commissie moet het gebruik van stimulansen evalueren om het gebruik van Europese betaaldiensten te bevorderen. Daarnaast moet de Commissie beoordelen of al dan niet in het wettelijk kader moet worden voorzien dat, met inachtneming van de contractvrijheid, de bescherming van bedrijven en klanten waarborgt in gevallen waarin de transactie plaatsvindt met gebruikmaking van alternatieve betalingswijzen, inclusief virtuele munteenheden, andere transacties van het 'blockchain'-type, en elektronische portemonnees. De persoonsgegevens die in het geval van e-commercetransacties worden gegenereerd, moeten in datacentra in de Unie worden opgeslagen, ongeacht de plaats van vestiging van het betalingsbedrijf, tenzij de overdracht van dergelijke gegevens naar een derde land plaatsvindt in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 2016/679 en daarbij voor een passend niveau van bescherming van de klanten en de bedrijven wordt gezorgd. Voorts moet worden gememoreerd dat Verordening (EU) nr. 260/2012 reeds alle begunstigden, waaronder handelaren, verbiedt te eisen dat bankrekeningen in een bepaalde lidstaat zijn gevestigd als voorwaarde om een betaling in euro’s te aanvaarden. Het moet handelaren onverminderd vrij staan kosten in rekening te brengen voor het gebruik van een betaalinstrument. Op dit recht moeten evenwel de beperkingen van toepassing zoals bedoeld in artikel 62 van Richtlijn (EU) 2015/23661quater, wat onder meer inhoudt dat deze aanvullende vergoeding niet hoger mag zijn dan de daadwerkelijk door de handelaar gemaakte kosten. |
|
|
__________________ |
|
|
1bis Verordening (EU) 2015/751 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 1). |
|
|
1ter Richtlijn 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 betreffende betalingsdiensten in de interne markt tot wijziging van de Richtlijnen 97/7/EG, 2002/65/EG, 2005/60/EG en 2006/48/EG, en tot intrekking van Richtlijn 97/5/EG (PB L 319 van 5.12.2007, blz. 1). |
|
|
1quater Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG, 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 35). |
Amendement 26 Voorstel voor een verordening Overweging 24 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(24 bis) Indien een lidstaat, centrale bank of ander regelgevend orgaan maatregelen, zoals kapitaalbeperkingen, neemt om de stroom van kapitaal vanuit en naar een economie van een lidstaat te beperken, blijft deze verordening van toepassing in overeenstemming met het Unierecht en de toepasselijke nationale wetgeving en de desbetreffende beperkingen zoals opgelegd in overeenstemming met het Unierecht. Dientengevolge moet elke directe of indirecte discriminatie op grond van de nationaliteit van de klant, diens verblijfplaats of plaats van vestiging, of de plaats van vestiging van de betaalrekening, de betaaldienstverlener of de plaats van afgifte van het betaalinstrument in de Unie, uitdrukkelijk worden verboden. |
Amendement 27 Voorstel voor een verordening Overweging 25 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(25 bis) Met e-commerce en onlinetransacties gegenereerde gegevens moeten voldoen aan de wetgeving inzake dataverkeer en -locatie, het bewaren van gegevens, gegevensbescherming en -analyse, met volledige inachtneming van het Unierecht. Netwerk- en informatiesystemen moeten zich volledig houden aan de desbetreffende bepalingen van Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad1bis, teneinde ervoor te zorgen dat de netwerken en informatiesystemen maximaal beveiligd zijn. |
|
|
_____________________ |
|
|
1bis Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie (PB L 194 van 19.7.2016, blz. 1). |
Amendement 28 Voorstel voor een verordening Overweging 28 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(28) De consument moet bijstand kunnen krijgen van bevoegde autoriteiten ter vergemakkelijking van de beslechting van geschillen met handelaren, die voortvloeien uit de toepassing van deze verordening, onder meer door een uniform klachtenformulier. |
(28) De klant moet bijstand kunnen krijgen van bevoegde autoriteiten ter vergemakkelijking van de beslechting van geschillen met handelaren, die voortvloeien uit de toepassing van deze verordening, onder meer door een uniform klachtenformulier. |
Amendement 29 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Deze verordening heeft tot doel bij te dragen tot de goede werking van de interne markt door het voorkomen van discriminatie die, direct of indirect, op de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van de klanten is gebaseerd. |
1. Deze verordening heeft tot doel bij te dragen tot de goede werking van de interne markt door het voorkomen van discriminatie die, direct of indirect, op de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van de klanten is gebaseerd, en door - onder andere - situaties in kaart te brengen waarin een verschillende behandeling zoals bedoeld in artikel 20, lid 2, van Richtlijn 2006/123/EG onder geen enkele voorwaarde gerechtvaardigd is, met uitzondering van situaties waarin verschillende voorwaarden voor goederen of diensten van toepassing kunnen zijn op basis van objectieve gronden zoals bedoeld in hetzelfde artikel van Richtlijn 2006/123/EG. |
Amendement 30 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 1 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. Deze verordening mag niet leiden tot inperking van de vrijheid van ondernemerschap en het beginsel van contractvrijheid, zoals verankerd in artikel 16 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. |
Amendement 31 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 5 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Deze verordening doet geen afbreuk aan besluiten van het recht van de Unie inzake justitiële samenwerking in burgerlijke zaken. De naleving van deze verordening wordt niet zodanig uitgelegd dat een handelaar zijn activiteiten richt op de lidstaat waar de consument zijn gewone verblijfplaats of woonplaats heeft in de zin van artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 593/2008 en van artikel 17, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1215/2012. |
5. Deze verordening doet geen afbreuk aan besluiten van het recht van de Unie inzake justitiële samenwerking in burgerlijke zaken. De naleving van deze verordening wordt niet zodanig uitgelegd dat een handelaar zijn activiteiten richt op de lidstaat waar de consument zijn gewone verblijfplaats of woonplaats heeft in de zin van artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 593/2008 en van artikel 17, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1215/2012. Met name indien een handelaar in overeenstemming met deze verordening toegang tot zijn online-interface waarborgt voor klanten ongeacht hun nationaliteit of verblijfplaats, geen verschillende algemene toegangsvoorwaarden toepast bij het verkopen van goederen of het bieden van diensten in de gevallen die in deze verordening zijn vastgelegd of indien de handelaar op niet-discriminerende basis betaalinstrumenten aanvaardt die in andere lidstaten zijn uitgegeven, wordt dit niet zodanig uitgelegd dat een handelaar zijn activiteiten richt op de lidstaat waar de consument zijn gewone verblijfplaats of woonplaats heeft, tenzij andere aanvullende elementen erop wijzen dat de handelaar de algemene intentie heeft zijn activiteiten op die lidstaat te richten. |
Amendement 32 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – alinea 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities van artikel 7 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad, artikel 2, punten 10, 20 en 30, van Verordening (EU) nr. 2015/751 van het Europees Parlement en de Raad32 en artikel 4, punten 8, 9, 11, 12, 14, 23, 24 en 30 van Richtlijn (EU) 2015/2366. |
Voor de toepassing van deze verordening gelden de definitie van "langs elektronische weg verrichte diensten" van artikel 7 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad, de definities van "afwikkelingsvergoeding", "op kaarten gebaseerde betaalinstrument", "betaalmerk", "debetkaart", "kredietkaart" en "vooraf betaalde kaart" van artikel 2, punten 10, 20, 30, 33, 34 en 35, van Verordening (EU) nr. 2015/751, en de definities van "betalingstransactie", "betaler", "betalingsdienstaanbieder", "betaalrekening", "betaalinstrument", "automatische afschrijving", "overmaking" en "sterke cliëntauthenticatie" van artikel 4, punten 5, 8, 11, 12, 14, 23, 24 en 30 van Richtlijn (EU) 2015/2366. |
|
__________________ |
|
|
32 Verordening (EU) 2015/751 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 1). |
|
Amendement 33 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – alinea 2 – inleidende formule | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Verder wordt verstaan onder: |
Voor de toepassing van deze verordening wordt verder verstaan onder: |
Amendement 34 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – alinea 2 – letter c | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(c) "klant": een consument of een onderneming die onderdaan is van een lidstaat of daar zijn verblijfplaats of plaats van vestiging heeft, en binnen de Unie een goed of een dienst koopt of van plan is te kopen, andere dan bestemd voor wederverkoop; |
(c) "klant": een consument of een onderneming die onderdaan is van een lidstaat of daar zijn verblijfplaats of plaats van vestiging heeft, en binnen de Unie een goed of een dienst koopt of van plan is te kopen, andere dan bestemd voor wederverkoop, verhuur, transformatie of verwerking op commerciële schaal; Eindgebruik door die consument of onderneming is het enige gebruik dat onder het toepassingsgebied van deze verordening valt. |
Amendement 35 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – alinea 2 – letter d | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(d) "algemene voorwaarden": alle voorwaarden en andere informatie, met inbegrip van verkoopprijzen, regulering van de toegang van klanten tot door een handelaar te koop aangeboden goederen of diensten, die worden vastgesteld, toegepast en ter beschikking gesteld van het grote publiek door of namens de handelaar en die gelden bij ontstentenis van een individueel gesloten overeenkomst tussen de handelaar en de consument; |
(d) "algemene voorwaarden": alle voorwaarden en andere informatie, met inbegrip van verkoopprijzen, vereisten op basis van telefoonnummers met een bepaalde landcode, regulering van de toegang van klanten tot door een handelaar te koop aangeboden goederen of diensten, die worden vastgesteld, toegepast en ter beschikking gesteld van het grote publiek door of namens de handelaar en die gelden bij ontstentenis van een individueel gesloten overeenkomst tussen de handelaar en de consument; |
Motivering | |
Er kan sprake zijn van discriminatie wanneer handelaren consumenten om een telefoonnummer met een bepaalde landcode vragen voor het voltooien van een transactie. | |
Amendement 36 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – alinea 2 – letter f | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(f) "online-interface": software, met inbegrip van een website en toepassingen, die wordt beheerd door of namens een handelaar, die dient om klanten toegang te geven tot zijn goederen of diensten met het oog op commerciële transacties met betrekking tot die goederen of diensten; |
(f) "online-interface": software, met inbegrip van een website, of een deel daarvan, en toepassingen, die wordt beheerd door of namens een handelaar, die dient om klanten toegang te geven tot zijn goederen of diensten met het oog op commerciële transacties met betrekking tot die goederen of diensten; |
Amendement 37 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 2 – alinea 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Handelaren mogen, om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging van de klant, hun klanten niet doorleiden naar een versie van hun online interface die verschilt van de online interface waartoe de klant oorspronkelijk toegang probeerde te krijgen, door middel van de opmaak, het taalgebruik of andere kenmerken die deze specifiek maken voor klanten met een bepaalde nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging, tenzij de klant voorafgaand aan een dergelijke doorleiding zijn uitdrukkelijke toestemming daarvoor geeft. |
Handelaren mogen, om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging van de klant, hun klanten niet doorleiden naar een versie van hun online-interface die verschilt van de online interface waartoe de klant in eerste instantie toegang probeerde te krijgen, door middel van de opmaak, het taalgebruik of andere kenmerken die deze specifiek maken voor klanten met een bepaalde nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging, tenzij de klant voorafgaand aan een dergelijke doorleiding zijn uitdrukkelijke toestemming daarvoor geeft. |
Amendement 38 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 2 – alinea 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
In het geval van een dergelijke doorleiding met de uitdrukkelijke toestemming van de klant, blijft de oorspronkelijke versie van het online interface gemakkelijk toegankelijk voor die klant. |
In het geval van een dergelijke doorleiding met de uitdrukkelijke toestemming van de klant, blijft de versie van het online-interface waartoe de klant in eerste instantie toegang wilde krijgen gemakkelijk toegankelijk voor die klant. |
Amendement 39 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De verbodsbepalingen van de leden 1 en 2 zijn niet van toepassing wanneer de blokkering, beperking van toegang of doorleiding met betrekking tot bepaalde klanten of klanten in bepaalde gebieden noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting krachtens Unierecht of krachtens het recht van een lidstaat in overeenstemming met het recht van de Unie. |
3. De verbodsbepalingen van de leden 1 en 2 zijn niet van toepassing wanneer de blokkering van het online-interface, de beperking van toegang of de doorleiding met betrekking tot bepaalde klanten of klanten in bepaalde gebieden noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting krachtens Unierecht of krachtens het recht van een lidstaat in overeenstemming met het recht van de Unie. |
Amendement 40 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 4 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Indien een handelaar de toegang van klanten tot een online interface blokkeert of klanten overeenkomstig lid 4 naar een andere versie van de online interface doorleidt, verstrekt de handelaar een duidelijke rechtvaardiging. Deze rechtvaardiging moet worden verstrekt in de taal van de online interface waartoe de klant oorspronkelijk toegang probeerde te krijgen. |
4. Indien een handelaar de toegang van klanten tot een online interface blokkeert of klanten overeenkomstig lid 3 naar een andere versie van de online interface doorleidt, verstrekt de handelaar de klanten in kwestie een duidelijke verklaring. Deze verklaring moet worden verstrekt in de taal van de online-interface waartoe de klant in eerste instantie toegang probeerde te krijgen. |
Amendement 41 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 1 – inleidende formule | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Handelaren passen geen verschillende algemene voorwaarden voor toegang tot hun goederen of diensten toe om redenen die verband houden met de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van de klant, in de volgende situaties: |
1. Handelaren passen geen verschillende algemene voorwaarden voor toegang tot hun goederen of diensten toe om redenen die verband houden met de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van de klant, in situaties waarin de klant beoogt: |
Amendement 42 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 1 – letter a | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(a) wanneer de handelaar goederen verkoopt en die goederen niet door de verkoper of namens hem over de grens worden geleverd in de lidstaat van de klant; |
(a) goederen te kopen van een handelaar en die goederen niet door de verkoper of namens hem over de grens worden geleverd in de lidstaat van de klant; |
Amendement 43 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 1 – letter b | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(b) wanneer de handelaar langs elektronische weg diensten verricht, met uitzondering van de diensten waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal; |
(b) langs elektronische weg verrichte diensten van een handelaar te verkrijgen, met uitzondering van de diensten waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal; |
Amendement 44 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 1 – letter c | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(c) wanneer de handelaar diensten verricht, andere dan de onder punt b) bedoelde, en die diensten worden verleend aan een klant in de verkoopruimten van de handelaar of op een fysieke locatie waar de handelaar actief is, in een andere lidstaat dan die waarvan de klant een onderdaan is of waar hij zijn verblijfplaats of plaats van vestiging heeft. |
(c) diensten, andere dan de onder punt b) bedoelde, te verkrijgen van een handelaar in een lidstaat, wanneer die handelaar actief is in, en wanneer die klant onderdaan is van, of zijn verblijfplaats of plaats van vestiging heeft in een andere lidstaat. |
Amendement 45 Voorstel voor een verordening Artikel 5 – lid 1 – inleidende formule | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Handelaren mogen niet om redenen die verband houden met de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van de klant, de locatie van de betaalrekening, de plaats van vestiging van de betaaldienstverlener of de plaats van afgifte van het betaalinstrument binnen de Unie verschillende betalingsvoorwaarden toepassen voor de verkoop van goederen of verrichting van diensten, wanneer: |
1. Handelaren mogen, binnen de reeks elektronische betaalmiddelen, te weten overmakingen, automatische afschrijvingen of op kaarten gebaseerde betaalinstrumenten van een specifiek merk en een specifieke categorie, niet om redenen die verband houden met de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van de klant, de locatie van de betaalrekening, de plaats van vestiging van de betaaldienstverlener of de plaats van afgifte van het betaalinstrument binnen de Unie verschillende betalingsvoorwaarden toepassen voor de verkoop van goederen of verrichting van diensten, wanneer: |
Amendement 46 Voorstel voor een verordening Artikel 5 – lid 1 – letter a | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(a) die betalingen geschieden via elektronische transacties door overschrijving, rechtstreekse afschrijving of een op kaarten gebaseerd betaalinstrument binnen hetzelfde betalingsmerk; |
Schrappen |
Amendement 47 Voorstel voor een verordening Artikel 5 – lid 1 – letter b | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(b) de begunstigde op grond van Richtlijn (EU) 2015/2366 kan verzoeken om een sterke cliëntauthenticatie door de betaler; en |
(b) de identiteit van de betaler of de geldigheid van het gebruik van de betaalmiddelen middels een sterke cliëntauthenticatie op grond van Richtlijn (EU) 2015/2366 kan worden geverifieerd; en |
Amendement 48 Voorstel voor een verordening Artikel 5 – lid 1 – letter c | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(c) en de betalingen in een valuta zijn die de begunstigde aanvaardt. |
(c) en de betalingstransacties in een valuta zijn die de handelaar aanvaardt. |
Amendement 49 Voorstel voor een verordening Artikel 5 – lid 1 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. Het in lid 1 vastgestelde verbod doet geen afbreuk aan het recht van de handelaar om op grond van objectieve redenen te wachten met de levering van de goederen of de dienst, totdat de betalingstransactie correct is ingeleid. |
Amendement 50 Voorstel voor een verordening Artikel 5 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Het in lid 1 vastgestelde verbod belet niet dat de handelaar de mogelijkheid heeft een vergoeding te vragen voor het gebruik van een op kaarten gebaseerd betaalinstrument waarvan de afwikkelingsvergoedingen niet onder hoofdstuk II van Verordening (EU) 2015/751 vallen, en voor betalingsdiensten waarop Verordening (EU) nr. 260/2012 niet van toepassing is. Die vergoeding is niet hoger dan de kosten die de handelaar zelf voor het gebruik van het betaalinstrument maakt. |
2. Het in lid 1 vastgestelde verbod belet niet dat de handelaar de mogelijkheid heeft een vergoeding te vragen voor het gebruik van een op kaarten gebaseerd betaalinstrument waarvan de afwikkelingsvergoedingen niet onder hoofdstuk II van Verordening (EU) 2015/751 vallen, en voor betalingsdiensten waarop Verordening (EU) nr. 260/2012 niet van toepassing is, tenzij in de wetgevingen van de lidstaten, in overeenstemming met artikel 62, lid 5, van Richtlijn (EU) 2015/2366, verboden betreffende of beperkingen van het recht om een vergoeding te vragen voor het gebruik van op kaarten gebaseerde betaalinstrumenten zijn vastgesteld. Die vergoeding is niet hoger dan de kosten die de handelaar zelf voor het gebruik van het betaalinstrument maakt. |
Amendement 51 Voorstel voor een verordening Artikel 6 – alinea 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Overeenkomsten waarbij handelaren in strijd met deze verordening verplichtingen ten aanzien van passieve verkoop aangaan, zijn van rechtswege nietig. |
Contractuele bepalingen waarbij handelaren in strijd met deze verordening verplichtingen ten aanzien van passieve verkoop aangaan in de zin van Verordening (EU) nr. 330/2010 van de Commissie zijn van rechtswege ongeldig en nietig. |
Amendement 52 Voorstel voor een verordening Artikel 7 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Elke lidstaat wijst een of meer instanties aan die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van deze verordening. De lidstaten zorgen ervoor dat de instantie of instanties die zijn aangewezen om deze verordening te doen naleven, over passende en doeltreffende middelen beschikken. |
1. Elke lidstaat wijst een of meer bestaande instanties aan die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van deze verordening met betrekking tot handelaren en klanten. Onverminderd andere informatie- en samenwerkingsmechanismen zijn deze instanties verantwoordelijk voor het waarborgen van grensoverschrijdende samenwerking met instanties in andere lidstaten via de geëigende middelen. De lidstaten zorgen ervoor dat de instantie of instanties die zijn aangewezen om deze verordening te doen naleven, over passende en doeltreffende middelen beschikken. |
Amendement 53 Voorstel voor een verordening Artikel 7 – lid 1 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. Wanneer er geen andere informatie- en samenwerkingsmechanismen bestaan, wordt gebruik gemaakt van de bestaande structuren. Voor de toepassing van dit artikel wordt gebruik gemaakt van het informatiesysteem interne markt (IMI), ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1024/2012 van het Europees Parlement en de Raad1bis. |
|
|
______________________ |
|
|
1 bisVerordening (EU) nr. 1024/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt en tot intrekking van Beschikking 2008/49/EG van de Commissie („de IMI-verordening”)(PB L 316 van 14.11.2012, blz. 1). |
Amendement 54 Voorstel voor een verordening Artikel 8 – titel | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Bijstand aan consumenten |
Bijstand aan klanten |
Amendement 55 Voorstel voor een verordening Artikel 8 – lid -1 (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
-1. Handelaren vermelden de algemene toegangsvoorwaarden en mogelijke beperkingen in overeenstemming met deze verordening uiterlijk aan het begin van het bestelproces in overeenstemming met artikel 8 van Richtlijn 2011/83/EU. |
Amendement 56 Voorstel voor een verordening Artikel 8 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De lidstaten verlenen aan een of meerdere instanties bevoegdheid voor het verlenen van praktische bijstand aan consumenten in geval van een geschil tussen een consument en een handelaar dat voortvloeit uit de toepassing van deze verordening. Elke lidstaat wijst een of meer instanties aan die daarvoor verantwoordelijk zijn. |
1. De lidstaten verlenen aan een of meerdere instanties bevoegdheid voor het verlenen van praktische bijstand, alsook informatie aan consumenten over de instanties die in geval van een geschil tussen een consument en een handelaar dat voortvloeit uit de toepassing van deze verordening met de handhaving zijn belast. |
Amendement 57 Voorstel voor een verordening Artikel 8 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De in lid 1 bedoelde instanties bieden de consument een uniform modelformulier om klachten bij de in lid 1 en in artikel 7, lid 1, bedoelde instanties in te dienen. De Commissie ondersteunt deze instanties bij de ontwikkeling van dit modelformulier. |
2. De in lid 1 bedoelde instanties bieden de consument een uniform modelformulier om klachten bij de in lid 1 van dit artikel en in artikel 7, lid 1, bedoelde instanties in te dienen. De Commissie ondersteunt deze instanties bij de ontwikkeling van dit modelformulier. Zij zijn onder andere belast met het verzamelen van klachten van klanten, het aan de instanties in andere lidstaten doorsturen van de klachten en het vergemakkelijken van de communicatie tussen de klant en de handelaar, teneinde een oplossing van het geschil dichterbij te brengen. |
Amendement 58 Voorstel voor een verordening Artikel 9 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Uiterlijk op [datum in te vullen: twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens om de vijf jaar brengt de Commissie verslag uit over de evaluatie van deze verordening aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité. Die evaluatie gaat, indien nodig, vergezeld van een voorstel tot wijziging van deze verordening in het licht van de juridische, technische en economische ontwikkelingen. |
1. Uiterlijk op [datum in te vullen: twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens om de drie jaar brengt de Commissie verslag uit over de evaluatie van deze verordening aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité. Die evaluatie gaat, indien nodig, vergezeld van een voorstel tot wijziging van deze verordening in het licht van de juridische, technische en economische ontwikkelingen. |
Amendement 59 Voorstel voor een verordening Artikel 9 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De in lid 1 genoemde eerste evaluatie moet in het bijzonder worden uitgevoerd met het oog op de beoordeling of het verbod van artikel 4, lid 1, onder b), ook van toepassing moet zijn op diensten die langs elektronische weg worden verricht, waarvan het belangrijkste kenmerk is het bieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, mits de handelaar over de nodige rechten voor de betrokken gebieden beschikt. |
Schrappen |
Motivering | |
De toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal moet niet in het toepassingsgebied van deze verordening worden opgenomen. Dit zou namelijk tot overlappingen met andere EU-wetgeving leiden. | |
Amendement 60 Voorstel voor een verordening Artikel 11 – alinea 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Zij is van toepassing met ingang van [datum: zes maanden na de dag van de bekendmaking ervan]. |
Zij is van toepassing met ingang van [datum: 12 maanden na de bekendmaking ervan]. |
PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE
|
Titel |
Aanpak van geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op basis van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging in de interne markt en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG |
||||
|
Document- en procedurenummers |
COM(2016)0289 – C8-0192/2016 – 2016/0152(COD) |
||||
|
Commissie ten principale Datum bekendmaking |
IMCO 9.6.2016 |
|
|
|
|
|
Advies uitgebracht door Datum bekendmaking |
ITRE 9.6.2016 |
||||
|
Rapporteur voor advies Datum benoeming |
Eva Kaili 6.7.2016 |
||||
|
Behandeling in de commissie |
9.11.2016 |
|
|
|
|
|
Datum goedkeuring |
26.1.2017 |
|
|
|
|
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
44 13 0 |
|||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Bendt Bendtsen, Xabier Benito Ziluaga, José Blanco López, David Borrelli, Jerzy Buzek, Angelo Ciocca, Edward Czesak, Jakop Dalunde, Pilar del Castillo Vera, Christian Ehler, Fredrick Federley, Ashley Fox, Theresa Griffin, András Gyürk, Rebecca Harms, Roger Helmer, Hans-Olaf Henkel, Eva Kaili, Seán Kelly, Jeppe Kofod, Jaromír Kohlíček, Peter Kouroumbashev, Miapetra Kumpula-Natri, Janusz Lewandowski, Paloma López Bermejo, Edouard Martin, Csaba Molnár, Nadine Morano, Dan Nica, Angelika Niebler, Miroslav Poche, Carolina Punset, Michel Reimon, Herbert Reul, Algirdas Saudargas, Neoklis Sylikiotis, Dario Tamburrano, Patrizia Toia, Evžen Tošenovský, Claude Turmes, Vladimir Urutchev, Henna Virkkunen, Martina Werner, Lieve Wierinck, Hermann Winkler, Anna Záborská, Flavio Zanonato, Carlos Zorrinho |
||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers |
Amjad Bashir, Michał Boni, Gunnar Hökmark, Werner Langen, Olle Ludvigsson, Massimiliano Salini, Anne Sander, Davor Škrlec, Pavel Telička |
||||
ADVIES van de Commissie cultuur en onderwijs (24.1.2017)
aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming
inzake het voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de aanpak van geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op basis van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging in de interne markt en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG
(COM(2016)0289 – C8-0192/2016 – 2016/0152(COD))
Rapporteur voor advies: Therese Comodini Cachia
BEKNOPTE MOTIVERING
Doel en toepassingsgebied
Het Commissievoorstel heeft tot doel de toegang tot grensoverschrijdende goederen en diensten te verbeteren door directe en indirecte discriminatie op grond van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging van klanten te voorkomen. Daartoe scherpt het voorstel het vrij algemeen geformuleerde non-discriminatiebeginsel van artikel 20, lid 2, van de dienstenrichtlijn (2006/123/EG) verder aan.
Om precies te zijn wordt voorgesteld ongerechtvaardigde vormen van geoblocking te verbieden waarbij handelaren hetzij de toegang tot een specifieke online-interface blokkeren, hetzij klanten zonder hun voorafgaande toestemming doorleiden naar een andere online-interface (art. 3). Ook worden handelaren volgens het voorstel verplicht om consistente algemene toegangsvoorwaarden toe te passen op klanten, ongeacht hun nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging – met uitzondering van de beperking inzake toepassingsgebied, die hieronder wordt toegelicht (art. 4). En ten slotte wordt discriminatie om redenen die verband houden met de betaling verboden (art. 5). Er dient te worden benadrukt dat het Commissievoorstel geen "leveringsverplichting" invoert, d.w.z. dat handelaren die zich niet op markten in andere landen willen richten, niet verplicht zijn goederen of diensten te leveren, maar klanten wel moeten toestaan deze onder dezelfde voorwaarden te kopen als "doelklanten" (bijvoorbeeld door de goederen op te halen bij de handelaar).
Wat het toepassingsgebied betreft moet op twee belangrijke aspecten worden gewezen. Ten eerste is de voorgestelde verordening van toepassing op "klanten", waarmee zowel "consumenten" (d.w.z. natuurlijke personen) worden bedoeld als bedrijven die optreden als eindgebruikers en geen aankopen doen om deze door te verkopen. Ten tweede geldt de voorgestelde verordening niet "wanneer de handelaar langs elektronische weg diensten verricht, met uitzondering van de diensten waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal" (art. 4, lid 1 b)), hetgeen betekent dat e-boeken of diensten voor het streamen van muziek bijvoorbeeld buiten het toepassingsgebied vallen. Niettemin voorziet de Commissie in een evaluatieclausule (art. 9), waarin bepaald wordt dat bij de eerste evaluatie – twee jaar nadat de verordening in werking is getreden – met name wordt beoordeeld of deze uitzondering al dan niet moet worden geschrapt.
Algemeen standpunt van de rapporteur
De rapporteur is ingenomen met de algemene tendens en de evenwichtige opzet van het Commissievoorstel en is van mening dat dit een belangrijke stap vormt bij de verdere ontwikkeling van de interne markt. Een in alle opzichten functionerende interne markt is van essentieel belang voor de culturele sector en zal op de langere termijn ten goede komen aan de culturele diversiteit en het gemeenschappelijk cultureel erfgoed in de hele Europese Unie.
Afgezien van een aantal amendementen die bedoeld zijn om sommige bepalingen duidelijker te formuleren of de leesbaarheid ervan te vergroten, hebben de door de rapporteur ingediende amendementen vooral betrekking op twee belangrijke aspecten:
De evaluatieclausule
De rapporteur is het eens met het besluit van de Commissie om diensten die langs "elektronische weg (worden) verricht, met uitzondering van de diensten waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal" buiten het toepassingsgebied van onderhavige verordening te laten en deze uitzondering als onderdeel van de eerste, na twee jaar uit te voeren evaluatie opnieuw tegen het licht te houden. Culturele goederen en diensten, zoals e-boeken en diensten voor het streamen van muziek, hebben een afwijkend bedrijfsmodel en specifieke kenmerken die nader en zorgvuldig onderzoek behoeven. De rapporteur meent dat het verstandig is om na twee jaar na te gaan of deze sectoren in het toepassingsgebied moeten worden opgenomen, maar dringt erop aan dat bij de evaluatie vooral aandacht moet worden besteed aan de bijzondere aard van culturele goederen en diensten.
De term "klant" en bijstand in geval van een geschil
Zoals hierboven beschreven zou de voorgestelde verordening van toepassing zijn op consumenten en op bedrijven die als eindgebruiker en niet ten behoeve van doorverkoop commerciële transacties uitvoeren – samengevat onder de term "klanten" zoals gedefinieerd in art. 2 c). De rapporteur kan deze benadering waarderen. In de voorgestelde bepalingen inzake steun bij geschillenbeslechting (art. 8) voorziet de Commissie evenwel alleen voor consumenten in bijstand door aangewezen instanties. Volgens de rapporteur dient dergelijke bijstand aan alle "klanten" in de zin van de verordening te worden verleend. Dit is belangrijk, zowel omdat hiermee voor consistentie wordt gezorgd als omdat veel kleine en micro-ondernemingen, met inbegrip van verenigingen met rechtspersoonlijkheid, aanzienlijk benadeeld zouden worden indien zij alleen via de rechter verhaal zouden kunnen halen. En het is vooral van belang voor veel exploitanten in de culturele sector, die vaak vrijwilligersorganisaties of zeer kleine bedrijven zijn. Bovendien houden de geschillen waarbij de aangewezen instanties bijstand moeten verlenen aan klanten rechtstreeks verband met de tenuitvoerlegging van onderhavige verordening en niet met andere kwesties die mogelijk uit de commerciële transactie voortvloeien.
De door de rapporteur ingediende amendementen handhaven de niet-voorschrijvende benadering waaraan de Commissie de voorkeur geeft en waardoor de lidstaten de vrijheid houden om te beslissen welke instanties zij aanwijzen en hoe deze in het geval van een geschil bijstand moeten verlenen.
AMENDEMENTEN
De Commissie cultuur en onderwijs verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:
Amendement 1 Voorstel voor een verordening Overweging 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(1) Om de doelstelling van de goede werking van de interne markt als ruimte zonder binnengrenzen waarin onder meer het vrije verkeer van goederen en diensten gewaarborgd wordt, te realiseren, volstaat het niet om tussen de lidstaten alleen de door de staten gestelde belemmeringen af te schaffen. Deze afschaffing kan worden ondermijnd door private partijen die obstakels opwerpen die onverenigbaar zijn met de vrijheden van de interne markt. Dit is het geval wanneer handelaren die in een lidstaat opereren, de toegang tot hun online-interfaces, zoals websites en apps, blokkeren of beperken voor klanten uit andere lidstaten die grensoverschrijdende handelstransacties wensen te verrichten (een praktijk die bekend staat als "geo-blocking"). Voorts is daarvan sprake wanneer bepaalde handelaren voor deze klanten uit andere lidstaten verschillende algemene voorwaarden toepassen voor de toegang tot hun goederen en diensten, zowel online als offline. Hoewel er soms een objectieve rechtvaardiging voor dit verschil in behandeling bestaat, weigeren handelaren de consument die grensoverschrijdende handelstransacties wensen te verrichten, in andere gevallen toegang tot goederen en diensten, of passen zij in dit verband verschillende voorwaarden toe om zuiver commerciële redenen. |
(1) Het is van essentieel belang dat er een ruimte zonder binnengrenzen tot stand wordt gebracht waarin het vrije verkeer van onder meer goederen en diensten wordt gewaarborgd en dat de doelstellingen van de nieuwe strategie voor de digitale markt worden bereikt. Nog aanwezige ongerechtvaardigde belemmeringen dienen uit de weg te worden geruimd om een volledig functionerende interne markt voor goederen en diensten te waarborgen, met name in de culturele sector, hetgeen van essentieel belang is voor het bevorderen van de culturele diversiteit, het verspreiden van cultuur en het tot stand brengen van gemeenschappelijk cultureel erfgoed in de hele Unie. Het volstaat niet om alleen de door de staten gestelde belemmeringen af te schaffen, daar dit kan worden ondermijnd door private partijen die obstakels opwerpen die onverenigbaar zijn met de vrijheden van de interne markt. Van zulke belemmeringen is sprake wanneer handelaren die in een lidstaat opereren, de toegang tot hun online-interfaces, zoals websites en applicaties, blokkeren of beperken voor klanten uit andere lidstaten die grensoverschrijdende handelstransacties wensen te verrichten (een praktijk die bekend staat als "geoblocking"). Dergelijke belemmeringen doen zich ook voor wanneer bepaalde handelaren voor deze klanten uit andere lidstaten verschillende algemene voorwaarden toepassen voor de toegang tot hun goederen en diensten, zowel online als offline. Hoewel er soms een objectieve rechtvaardiging voor een verschil in behandeling zoals voorzien in Richtlijn 2006/123/EG bestaat, weigeren handelaren de consument die grensoverschrijdende handelstransacties wensen te verrichten, in andere gevallen toegang tot goederen en diensten, of passen zij in dit verband verschillende voorwaarden toe om zuiver commerciële redenen. |
Amendement 2 Voorstel voor een verordening Overweging 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(2) Op deze wijze delen bepaalde handelaren de interne markt kunstmatig langs binnengrenzen op in segmenten en belemmeren zij het vrije verkeer van goederen en diensten, waardoor zij de rechten van klanten inperken en hen verhinderen te profiteren van een ruimere keuze en optimale voorwaarden. Dergelijke discriminerende praktijken vormen een belangrijke oorzaak voor het relatief geringe aantal grensoverschrijdende handelstransacties binnen de Unie, ook in de sector van de elektronische handel, waardoor het volledige groeipotentieel van de interne markt niet kan worden gerealiseerd. Verduidelijken in welke gevallen er geen rechtvaardiging kan bestaan voor dit soort ongelijke behandeling moet alle deelnemers meer helderheid en rechtszekerheid bieden bij grensoverschrijdende transacties en moet ervoor zorgen dat de regels inzake non-discriminatie daadwerkelijk kunnen worden toegepast en gehandhaafd in de hele interne markt. |
(2) Op deze wijze delen bepaalde handelaren de interne markt kunstmatig langs binnengrenzen op in segmenten en belemmeren zij het vrije verkeer van goederen en diensten, waardoor zij de rechten van klanten inperken en hen verhinderen te profiteren van een ruimere keuze en optimale voorwaarden. Dergelijke discriminerende praktijken vormen een belangrijke oorzaak voor het relatief geringe aantal grensoverschrijdende handelstransacties binnen de Unie, ook in de sector van de elektronische handel, waardoor het volledige groeipotentieel van de interne markt niet kan worden gerealiseerd. Onderhavige verordening verduidelijkt in welke gevallen er geen rechtvaardiging kan bestaan voor dit soort ongelijke behandeling, hetgeen alle deelnemers meer helderheid en rechtszekerheid zou moeten bieden bij grensoverschrijdende transacties en ervoor zou moeten zorgen dat de regels inzake non-discriminatie daadwerkelijk kunnen worden toegepast en gehandhaafd in de hele interne markt. |
Amendement 3 Voorstel voor een verordening Overweging 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(3) Overeenkomstig artikel 20 van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad17 zien de lidstaten erop toe dat in de Unie gevestigde dienstverrichters afnemers van diensten niet verschillend behandelen op grond van hun nationaliteit of verblijfplaats. Deze bepaling is echter niet volledig doeltreffend gebleken bij de bestrijding van discriminatie, en heeft de rechtsonzekerheid in onvoldoende mate teruggedrongen, met name vanwege de mogelijkheid om verschillen in behandeling die daardoor mogelijk zijn te rechtvaardigen, en de bijbehorende moeilijkheden bij de handhaving ervan in de praktijk. Bovendien kunnen geoblocking en andere vormen van discriminatie op grond van nationaliteit, woonplaats of plaats van vestiging ook ontstaan ten gevolge van acties door in derde landen gevestigde bedrijven die buiten het toepassingsgebied van die richtlijn vallen. |
(3) Overeenkomstig artikel 20 van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad17 zien de lidstaten erop toe dat in de Unie gevestigde dienstverrichters afnemers van diensten niet verschillend behandelen op grond van hun nationaliteit of verblijfplaats. Deze bepaling is echter niet volledig doeltreffend gebleken bij de bestrijding van discriminatie, en heeft de rechtsonzekerheid in onvoldoende mate teruggedrongen, met name vanwege de mogelijkheid om verschillen in behandeling die daardoor mogelijk zijn te rechtvaardigen, en de bijbehorende moeilijkheden bij de handhaving ervan in de praktijk. Bovendien kunnen ongerechtvaardigde geoblocking en andere vormen van discriminatie op grond van nationaliteit, woonplaats of plaats van vestiging ook ontstaan ten gevolge van acties door in derde landen gevestigde bedrijven die buiten het toepassingsgebied van die richtlijn vallen. |
|
_________________ |
_________________ |
|
17 Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36). |
17 Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36). |
Amendement 4 Voorstel voor een verordening Overweging 5 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(5) Deze verordening beoogt te voorkomen dat klanten worden gediscrimineerd op grond van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging, met inbegrip van geoblocking, in grensoverschrijdende commerciële transacties tussen handelaren en consumenten met betrekking tot de verkoop van goederen en de verlening van diensten in de Unie. Deze verordening beoogt tevens zowel directe als indirecte discriminatie tegen te gaan, en heeft dus ook betrekking op ongerechtvaardigde verschillen in behandeling op grond van andere onderscheidende criteria die tot hetzelfde resultaat leiden als de toepassing van criteria die rechtstreeks zijn gebaseerd op de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van klanten. Dergelijke andere criteria kunnen met name worden gehanteerd aan de hand van informatie over de fysieke locatie van klanten, zoals het IP-adres dat wordt gebruikt om toegang te krijgen tot een online-interface, het adres voor de levering van goederen, de gekozen taal of de lidstaat waar het betaalinstrument van de klant is uitgegeven. |
(5) Deze verordening beoogt te voorkomen dat klanten worden gediscrimineerd op grond van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging, met inbegrip van geoblocking, in grensoverschrijdende commerciële transacties tussen handelaren en consumenten met betrekking tot de verkoop van goederen en de verlening van diensten in de Unie. Deze verordening beoogt tevens zowel directe als indirecte discriminatie tegen te gaan, en heeft dus ook betrekking op ongerechtvaardigde verschillen in behandeling op grond van andere onderscheidende criteria die tot hetzelfde resultaat leiden als de toepassing van criteria die rechtstreeks zijn gebaseerd op de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van klanten. Dergelijke andere criteria kunnen met name worden gehanteerd aan de hand van informatie over de fysieke locatie van klanten, zoals het IP-adres dat wordt gebruikt om toegang te krijgen tot een online-interface, het adres voor de levering van goederen, de gekozen taal of de lidstaat waar het betaalinstrument van de klant is uitgegeven. |
Amendement 5 Voorstel voor een verordening Overweging 6 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(6) Rekening houdend met het feit dat een aantal wettelijke en bestuursrechtelijke belemmeringen voor handelaren in bepaalde dienstensectoren in de gehele Unie zijn weggenomen als gevolg van de uitvoering van Richtlijn 2006/123/EG, moet wat de materiële werkingssfeer betreft worden gezorgd voor coherentie tussen deze verordening en Richtlijn 2006/123/EG. Bijgevolg moeten de bepalingen van deze verordening onder meer van toepassing zijn op niet-audiovisuele, elektronisch verrichte diensten, waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, onder voorbehoud echter van de specifieke uitsluiting als bedoeld in artikel 4 en de daaropvolgende evaluatie van die uitsluiting als bedoeld in artikel 9. Audiovisuele diensten, met inbegrip van de diensten waarvan het hoofdkenmerk is het verstrekken van toegang tot uitzendingen van sportevenementen, en die worden verleend op basis van exclusieve territoriale licenties, moeten derhalve worden uitgesloten van het toepassingsgebied van deze verordening. De toegang tot financiële retaildiensten, met inbegrip van betalingsdiensten, moeten derhalve ook worden uitgesloten, niettegenstaande de bepalingen van deze verordening met betrekking tot non-discriminatie op het gebied van betalingen. |
(6) Rekening houdend met het feit dat een aantal wettelijke en bestuursrechtelijke belemmeringen voor handelaren in bepaalde dienstensectoren in de gehele Unie zijn weggenomen als gevolg van de uitvoering van Richtlijn 2006/123/EG, moet wat de materiële werkingssfeer betreft worden gezorgd voor coherentie tussen deze verordening en Richtlijn 2006/123/EG. Bijgevolg moeten de bepalingen van deze verordening onder meer van toepassing zijn op niet-audiovisuele, elektronisch verrichte diensten, waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal. Gezien de bijzondere aard van dergelijke diensten vallen deze momenteel onder een specifieke uitsluiting als bedoeld in artikel 4, die vervolgens zal worden onderworpen aan een evaluatie zoals bedoeld in artikel 9 met betrekking tot de specifieke aard van culturele goederen en diensten. Audiovisuele diensten, met inbegrip van de diensten waarvan het hoofdkenmerk is het verstrekken van toegang tot uitzendingen van sportevenementen, en die worden verleend op basis van exclusieve territoriale licenties, moeten derhalve worden uitgesloten van het toepassingsgebied van deze verordening. De toegang tot financiële retaildiensten, met inbegrip van betalingsdiensten, moeten derhalve ook worden uitgesloten, niettegenstaande de bepalingen van deze verordening met betrekking tot non-discriminatie op het gebied van betalingen. |
Amendement 6 Voorstel voor een verordening Overweging 6 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(6 bis) In haar verslag over de evaluatie van onderhavige verordening zou de Commissie rekening moeten houden met het feit dat het territorialiteitsbeginsel nog steeds een essentieel element van het auteursrechtensysteem in de Unie vormt en dat de benadering voor het aanpakken van geoblocking en het stimuleren van grensoverschrijdende onlinediensten daarom moet worden afgezet tegen de noodzaak om de culturele diversiteit en het economische model van bedrijven in de culturele sector te beschermen. |
Amendement 7 Voorstel voor een verordening Overweging 7 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(7) Discriminatie kan zich ook voordoen met betrekking tot diensten op het gebied van vervoer, met name met betrekking tot de verkoop van toegangsbewijzen voor het vervoer van passagiers. In dit verband bevatten Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad18, Verordening (EU) nr. 1177/2010 van het Europees Parlement en de Raad19 en Verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad20 echter reeds een ruim discriminatieverbod voor alle discriminerende praktijken die deze verordening beoogt te regelen. Voorts is het de bedoeling Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad21 in de nabije toekomst in die zin te wijzigen. Daarom, en om te zorgen voor samenhang met het toepassingsgebied van Richtlijn 2006/123/EG, moeten diensten op het gebied van vervoer buiten het toepassingsgebied van deze verordening blijven. |
(7) Discriminatie kan zich ook voordoen met betrekking tot diensten op het gebied van vervoer, met name met betrekking tot de verkoop van toegangsbewijzen voor het vervoer van passagiers. Daarom moeten de bepalingen van deze verordening eveneens van toepassing zijn op die diensten. |
|
_________________ |
|
|
18Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap (PB L 293 van 31.10.2008, blz. 3). |
|
|
19Verordening (EU) nr. 1177/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende de rechten van passagiers die over zee of binnenwateren reizen en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 1). |
|
|
20Verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 1). |
|
|
21Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (PB L 315 van 3.12.2007, blz. 14). |
|
Amendement 8 Voorstel voor een verordening Overweging 8 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(8) Deze verordening laat de regels op het gebied van belastingheffing onverlet, aangezien het Verdrag inzake de werking van de Europese Unie (VWEU) een specifieke basis biedt voor actie op het niveau van de Unie ten aanzien van belastingaangelegenheden. |
(8) Deze verordening laat de regels op het gebied van belastingheffing onverlet, aangezien het Verdrag inzake de werking van de Europese Unie (VWEU) een specifieke basis biedt voor actie op het niveau van de Unie ten aanzien van belastingaangelegenheden. |
Amendement 9 Voorstel voor een verordening Overweging 11 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(11) De discriminerende praktijken die deze verordening wenst aan te pakken, vinden gewoonlijk plaats via algemene voorwaarden en andere informatie zoals die wordt vastgesteld en toegepast door of namens de betrokken handelaar als voorwaarde voor de toegang tot de betrokken goederen of diensten en die ter beschikking worden gesteld van het grote publiek. Deze algemene voorwaarden voor de toegang omvatten onder meer de prijzen, de leveringsvoorwaarden en de betalingsvoorwaarden. Zij kunnen ter beschikking worden gesteld van het grote publiek door of namens de handelaar via diverse kanalen, zoals gepubliceerde informatie in advertenties, op websites of in precontractuele of contractuele documenten. Deze voorwaarden gelden wanneer geen sprake is van een andersluidende overeenkomst waarover afzonderlijk onderhandeld is en die rechtstreeks is gesloten tussen de handelaar en de consument. De voorwaarden waarover tussen de handelaar en de klanten individueel wordt onderhandeld, mogen voor de toepassing van deze verordening niet worden beschouwd als algemene toegangsvoorwaarden. |
(11) De discriminerende praktijken die deze verordening wenst aan te pakken, vinden gewoonlijk plaats via algemene voorwaarden en andere informatie zoals die wordt vastgesteld en toegepast door of namens de betrokken handelaar als voorwaarde voor de toegang tot de betrokken goederen of diensten en die ter beschikking worden gesteld van het grote publiek. Deze algemene voorwaarden voor de toegang omvatten onder meer de prijzen, de leveringsvoorwaarden en de betalingsvoorwaarden. Zij kunnen ter beschikking worden gesteld van het grote publiek door of namens de handelaar via diverse kanalen, zoals gepubliceerde informatie in advertenties, op websites of in precontractuele of contractuele documenten. Deze voorwaarden gelden wanneer geen sprake is van een andersluidende overeenkomst waarover afzonderlijk onderhandeld is en die rechtstreeks is gesloten tussen de handelaar en de consument. De voorwaarden waarover tussen de handelaar en de klanten individueel wordt onderhandeld, mogen voor de toepassing van deze verordening niet worden beschouwd als algemene toegangsvoorwaarden. Van voorwaarden mag niet worden gezegd dat hierover individueel onderhandeld is als zij door een partij zijn voorgeschreven zonder dat de andere partij invloed op de inhoud heeft kunnen uitoefenen. In het geval van een overeenkomst tussen een handelaar en een klant ligt de bewijslast dat over de overeenkomst individueel is onderhandeld, bij de handelaar. |
Motivering | |
Bedoeld om de betekenis van een "overeenkomst waarover afzonderlijk onderhandeld is" te verduidelijken om te waarborgen dat deze geen "graag of niet"-voorwaarden omvat voor het gebruik van een website, waardoor geoblocking via de achterdeur toch mogelijk zou zijn. Ook bedoeld om duidelijk te maken dat de handelaar verplicht is aan te tonen dat over een overeenkomst "individueel is onderhandeld". | |
Amendement 10 Voorstel voor een verordening Overweging 12 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(12) Zowel consumenten als ondernemingen moeten worden beschermd tegen discriminatie op grond van hun nationaliteit, verblijfplaats of vestigingsplaats wanneer zij optreden als klant in de zin van deze verordening. Deze bescherming moet echter niet gelden voor klanten die een goed of een dienst kopen met het oog op wederverkoop, omdat dit gevolgen zou hebben voor op grote schaal gebruikte verdelingsregelingen tussen ondernemingen in een zakelijke context, zoals selectieve en exclusieve distributie, zodat fabrikanten over het algemeen hun detailhandelaren kunnen selecteren, met inachtneming van het mededingingsrecht. |
(12) Zowel consumenten als ondernemingen moeten worden beschermd tegen rechtstreekse of onrechtstreekse discriminatie op grond van hun nationaliteit, verblijfplaats of vestigingsplaats wanneer zij optreden als klant in de zin van deze verordening. Deze bescherming moet echter niet gelden voor klanten die een goed of een dienst kopen met het oog op wederverkoop, omdat dit gevolgen zou hebben voor op grote schaal gebruikte verdelingsregelingen tussen ondernemingen in een zakelijke context, zoals selectieve en exclusieve distributie, zodat fabrikanten over het algemeen hun detailhandelaren kunnen selecteren, met inachtneming van het mededingingsrecht. |
Amendement 11 Voorstel voor een verordening Overweging 14 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(14) Ter verbetering van de mogelijkheden voor klanten om toegang te krijgen tot informatie met betrekking tot de verkoop van goederen en de verrichting van diensten op de interne markt, en om de transparantie te vergroten, ook wat de prijzen betreft, mag de handelaar de klanten niet via het gebruik van technologische maatregelen of anderszins verhinderen volledige en gelijke toegang tot online interfaces te hebben op grond van hun nationaliteit, verblijfplaats of vestigingsplaats. Dergelijke technologische maatregelen kunnen met name technologieën omvatten die gebruikt worden om de fysieke locatie van de klant vast te stellen, met inbegrip van het opsporen van dat IP-adres door middel van coördinaten die zijn verkregen via een wereldwijd satellietnavigatiesysteem of gegevens in verband met een betalingstransactie. Dat verbod van discriminatie met betrekking tot de toegang tot online interfaces mag echter niet worden opgevat als een verplichting voor de handelaar om commerciële transacties met klanten aan te gaan. |
(14) Ter verbetering van de mogelijkheden voor klanten om toegang te krijgen tot informatie met betrekking tot de verkoop van goederen en de verrichting van diensten op de interne markt, en om de transparantie te vergroten, ook wat de prijzen betreft, mag de handelaar de klanten niet via het gebruik van technologische maatregelen of anderszins verhinderen volledige en gelijke toegang tot online interfaces te hebben op grond van hun nationaliteit, verblijfplaats of vestigingsplaats. Dergelijke technologische maatregelen kunnen met name technologieën omvatten die gebruikt worden om de fysieke locatie van de klant vast te stellen, met inbegrip van het opsporen van dat IP-adres door middel van coördinaten die zijn verkregen via een wereldwijd satellietnavigatiesysteem of gegevens in verband met een betalingstransactie. Het verbod op discriminatie met betrekking tot de toegang tot online-interfaces mag echter niet worden opgevat als een verplichting voor de handelaar om commerciële transacties met klanten aan te gaan. |
Amendement 12 Voorstel voor een verordening Overweging 15 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(15) Bepaalde handelaren gebruiken verschillende versies van hun elektronische interfaces, gericht op klanten uit verschillende lidstaten. Dat moet weliswaar mogelijk blijven, maar een klant van één versie van de online interface naar een andere versie door te leiden zonder diens uitdrukkelijke toestemming, moet worden verboden. Alle versies van de online interface moeten te allen tijde voor de klant gemakkelijk toegankelijk blijven. |
(15) Bepaalde handelaren gebruiken verschillende versies van hun elektronische interfaces, gericht op klanten uit verschillende lidstaten. Dat moet weliswaar mogelijk blijven, maar een klant van één versie van de online interface naar een andere versie door te leiden zonder diens uitdrukkelijke toestemming, moet worden verboden. Alle versies van de online-interface moeten te allen tijde gemakkelijk toegankelijk blijven voor gebruik door de klant. |
Motivering | |
Bedoeld om aan te geven dat een interface niet alleen toegankelijk moet blijven voor de klant maar ook gebruikt moet kunnen worden voor transacties. | |
Amendement 13 Voorstel voor een verordening Overweging 18 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(18) De eerste van die situaties is die waarbij de handelaar goederen verkoopt en die goederen niet door de verkoper of namens hem over de grens worden geleverd in de lidstaat van verblijf van de klant. In die situatie zou de klant de goederen moeten kunnen kopen tegen precies dezelfde voorwaarden, met inbegrip van de prijs en de voorwaarden voor de levering van de goederen, als vergelijkbare klanten die ingezetenen zijn van de lidstaat van de handelaar. Dat zou kunnen betekenen dat een buitenlandse klant de goederen in die lidstaat moet ophalen of in een andere lidstaat waar de handelaar wel levert. In dit geval is hoeft geen registratie voor de belasting over de toegevoegde waarde ("btw") in de lidstaat van de klant plaats te vinden, en hoeft de grensoverschrijdende levering van goederen niet te worden geregeld. |
(18) De eerste van die situaties is die waarbij de handelaar goederen verkoopt en die goederen niet door de verkoper of namens hem over de grens worden geleverd in de lidstaat van verblijf van de klant. In die situatie zou de klant de goederen moeten kunnen kopen tegen precies dezelfde voorwaarden, met inbegrip van de prijs en de voorwaarden voor de levering van de goederen, als klanten die ingezetenen zijn van de lidstaat van de handelaar. Dat zou kunnen betekenen dat een buitenlandse klant de goederen in die lidstaat moet ophalen of in een andere lidstaat waar de handelaar wel levert. In dit geval is hoeft geen registratie voor de belasting over de toegevoegde waarde ("btw") in de lidstaat van de klant plaats te vinden, en hoeft de grensoverschrijdende levering van goederen niet te worden geregeld. |
Amendement 14 Voorstel voor een verordening Overweging 19 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(19) De tweede situatie is wanneer de handelaar langs elektronische weg verrichte diensten levert, met uitzondering van de diensten waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, zoals clouddiensten, gegevensopslagdiensten, webhosting en het opzetten van firewalls. In dit geval is fysieke levering niet vereist, aangezien de diensten langs elektronische weg worden verricht. De handelaar kan btw aangeven en afdragen op een vereenvoudigde manier, in overeenstemming met de regels inzake het zogenaamde mini-éénloketsysteem in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad. |
(19) De tweede situatie is wanneer de handelaar langs elektronische weg verrichte diensten levert, met uitzondering van de diensten waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, zoals clouddiensten, gegevensopslagdiensten, webhosting en het opzetten van firewalls. In dit geval is fysieke levering niet vereist, aangezien de diensten langs elektronische weg worden verricht. De handelaar kan btw aangeven en afdragen op een vereenvoudigde manier, in overeenstemming met de regels inzake het zogenaamde mini-éénloketsysteem in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad. |
|
__________________ |
__________________ |
|
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad van 15 maart 2011 houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 77 van 23.3.2011, blz. 1). |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad van 15 maart 2011 houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 77 van 23.3.2011, blz. 1). |
Amendement 15 Voorstel voor een verordening Overweging 20 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(20) Tot slot, in de situatie waarin de handelaar diensten verricht en die diensten door de klant worden afgenomen in de kantoren van de handelaar of op een plaats die door de handelaar is gekozen en die niet de lidstaat is waarvan de klant de nationaliteit heeft of waar de klant zijn verblijfplaats of plaats van vestiging heeft, hoeft de toepassing van verschillende algemene toegangsvoorwaarden, om redenen die verband houden met dergelijke criteria, ook niet te worden gerechtvaardigd. Deze situaties betreffen, naar gelang van het geval, het verrichten van diensten zoals het bieden van hotelaccommodatie, sportevenementen, autoverhuur en toegangstickets voor muziekfestivals of attractieparken. In die situaties hoeft het bedrijf zich niet voor btw-doeleinden te registreren in een andere lidstaat en ook niet te zorgen voor grensoverschrijdende levering van goederen. |
(20) Tot slot, in de situatie waarin de handelaar diensten verricht en die diensten door de klant worden afgenomen in de kantoren van de handelaar of op een plaats die door de handelaar is gekozen en niet in de lidstaat waarvan de klant de nationaliteit heeft of waar de klant zijn verblijfplaats of plaats van vestiging heeft, hoeft de toepassing van verschillende algemene toegangsvoorwaarden, om redenen die verband houden met dergelijke criteria, ook niet te worden gerechtvaardigd. Deze situaties kunnen bijvoorbeeld het verrichten van diensten betreffen zoals het bieden van hotelaccommodatie, sportevenementen, autoverhuur en toegangstickets voor muziekfestivals of attractieparken. In die situaties hoeft het bedrijf zich niet voor btw-doeleinden te registreren in een andere lidstaat en ook niet te zorgen voor grensoverschrijdende levering van goederen. |
Amendement 16 Voorstel voor een verordening Overweging 21 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(21) In al deze gevallen is het zo dat wanneer een handelaar zijn activiteiten niet uitoefent in de lidstaat van de klant of zijn activiteiten daar niet op richt, hij dankzij de bepalingen inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en betreffende de rechterlijke bevoegdheid van de Verordeningen (EG) nr. 593/2008 en (EU) nr. 1215/2012, voor de naleving van deze verordening geen extra kosten hoeft te maken in verband met jurisdictie of verschillen in toepasselijk recht. Wanneer een handelaar daarentegen zijn activiteiten in de lidstaat van de consument uitoefent of zijn activiteiten daarop richt, heeft hij zijn bedoeling tot uitdrukking gebracht om commerciële betrekkingen aan te knopen met consumenten uit die lidstaat en is hij dus in staat geweest rekening te houden met dergelijke kosten. |
(21) In al deze gevallen is het zo dat wanneer een handelaar zijn activiteiten niet uitoefent in de lidstaat van de klant of zijn activiteiten daar niet op richt, dankzij de bepalingen inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en betreffende de rechterlijke bevoegdheid van de Verordeningen (EG) nr. 593/2008 en (EU) nr. 1215/2012, de naleving van deze verordening voor de handelaar geen extra kosten meebrengt in verband met jurisdictie of verschillen in toepasselijk recht. Dit geldt ook als de klant geen consument is maar een bedrijf dat als eindgebruiker een aankoop doet en aldus een transactie verricht op dezelfde wijze als een consument. Wanneer een handelaar daarentegen zijn activiteiten in de lidstaat van de klant uitoefent of zijn activiteiten daarop richt, heeft hij zijn bedoeling tot uitdrukking gebracht om commerciële betrekkingen aan te knopen met klanten uit die lidstaat en is hij dus in staat geweest rekening te houden met dergelijke kosten. |
Motivering | |
Bedoeld om duidelijk te maken dat bedrijven die als eindgebruikers een aankoop doen, zich gedragen als consumenten en onder de definitie van "klant" in de verordening vallen, en dat er geen extra kosten ontstaan, ongeacht of de "klant" een consument of een bedrijf is. | |
Amendement 17 Voorstel voor een verordening Overweging 21 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(21 bis) In de verordening moet rekening worden gehouden met het evenredigheidsbeginsel, met name voor kleine en middelgrote alsmede micro-ondernemingen, en het recht van marktdeelnemers om marktselectie toe te passen door hun activiteiten op verschillende lidstaten of bepaalde groepen klanten te richten. Daarom moet de verordening streven naar een evenwicht tussen het beginsel van vrijheid van handel en vrije keuze wat de bedrijfsstrategie betreft, en de noodzaak om een einde te maken aan ongerechtvaardigde geoblockingpraktijken ten aanzien van klanten en bedrijven in uiteenlopende lidstaten. |
Amendement 18 Voorstel voor een verordening Overweging 24 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(24) Overeenkomstig het recht van de Unie zijn handelaren in beginsel vrij om te beslissen welke betaalmiddelen zij willen accepteren, onder meer betaalmerken. Zodra deze keuze is gemaakt, hebben handelaren, gelet op het bestaande wettelijke kader voor betalingsdiensten, echter geen redenen om de klanten binnen de Unie te discrimineren door bepaalde handelstransacties te weigeren, of door bepaalde verschillende betalingsvoorwaarden voor de betrokken transacties toe te passen, om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging van de klant. In deze specifieke context moet een dergelijke ongerechtvaardigde ongelijke behandeling om redenen die verband houden met de plaats van de betaalrekening, de plaats van vestiging van de betaaldienstverlener of de plaats van afgifte van het betaalinstrument in de Unie, uitdrukkelijk worden verboden. Voorts moet worden gememoreerd dat Verordening (EU) nr. 260/2012 reeds alle begunstigden, waaronder handelaren, verbiedt te eisen dat bankrekeningen in een bepaalde lidstaat zijn gevestigd als voorwaarde om een betaling in euro’s te aanvaarden. |
(24) Overeenkomstig het recht van de Unie zijn handelaren in beginsel vrij om te beslissen welke betaalmiddelen zij willen accepteren, onder meer betaalmerken. Zodra deze keuze is gemaakt, hebben handelaren, gelet op het bestaande wettelijke kader voor betalingsdiensten, echter geen redenen om klanten binnen de Unie te discrimineren door bepaalde handelstransacties te weigeren, of door bepaalde verschillende betalingsvoorwaarden voor de betrokken transacties toe te passen, om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging van de klant. In deze specifieke context moet een dergelijke ongerechtvaardigde ongelijke behandeling om redenen die verband houden met de plaats van de betaalrekening, de plaats van vestiging van de betaaldienstverlener of de plaats van afgifte van het betaalinstrument in de Unie, eveneens uitdrukkelijk worden verboden. Voorts moet worden gememoreerd dat Verordening (EU) nr. 260/2012 reeds alle begunstigden, waaronder handelaren, verbiedt te eisen dat bankrekeningen in een bepaalde lidstaat zijn gevestigd als voorwaarde om een betaling in euro’s te aanvaarden. |
Amendement 19 Voorstel voor een verordening Overweging 25 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(25) Bij Richtlijn 2015/2366/EU van het Europees Parlement en de Raad zijn strenge veiligheidseisen ingevoerd voor het initiëren en het verwerken van elektronische betalingen, waardoor het gevaar van fraude voor alle nieuwe en meer traditionele betaalmiddelen, vooral onlinebetalingen, is verminderd. Betaaldienstverleners zijn verplicht een zogenaamde sterke cliëntauthenticatie toe te passen, d.w.z. een authenticatieproces dat de identiteit van de gebruiker van een betalingsdienst of van de betalingstransactie valideert. Voor verrichtingen op afstand, zoals onlinebetalingen, gaan de beveiligingseisen nog verder, en is een dynamische link naar het bedrag van de transactie en de rekening van de begunstigde nodig ter verdere bescherming van de gebruiker door de risico’s in het geval van fouten of frauduleuze aanvallen te beperken. Als gevolg van deze bepalingen wordt het risico van betalingsfraude in nationale en grensoverschrijdende aankopen op een gelijk niveau gebracht en mag niet worden gebruikt als argument om binnen de Unie een handelstransactie te weigeren of ongelijk te behandelen. |
(25) Bij Richtlijn 2015/2366/EU van het Europees Parlement en de Raad zijn strenge veiligheidseisen ingevoerd voor het initiëren en het verwerken van elektronische betalingen, waardoor het gevaar van fraude voor alle nieuwe en meer traditionele betaalmiddelen, vooral onlinebetalingen, is verminderd. Betaaldienstverleners zijn verplicht een zogenaamde sterke cliëntauthenticatie toe te passen, d.w.z. een authenticatieproces dat de identiteit van de gebruiker van een betalingsdienst of van de betalingstransactie valideert. Voor verrichtingen op afstand, zoals onlinebetalingen, gaan de beveiligingseisen nog verder, en is een dynamische link naar het bedrag van de transactie en de rekening van de begunstigde nodig ter verdere bescherming van de gebruiker door de risico’s in het geval van fouten of frauduleuze aanvallen te beperken. Als gevolg van deze bepalingen gaan grensoverschrijdende aankopen niet gepaard met een grotere kans op betalingsfraude dan nationale aankopen, hetgeen betekent dat het risico van betalingsfraude niet mag worden gebruikt als argument om binnen de Unie een handelstransactie te weigeren of ongelijk te behandelen. |
|
__________________ |
__________________ |
|
Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG, 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 35). |
28 Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG, 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 35). |
Amendement 20 Voorstel voor een verordening Overweging 25 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(25 bis) Met e-handel en onlinetransacties gegenereerde gegevens en metagegevens moeten voldoen aan de wetgeving inzake dataverkeer en -locatie, het bewaren van gegevens, gegevensbescherming en -analyse, met volledige inachtneming van het Unierecht. Naast dit minimumvereiste dienen bedrijven die e-handel drijven te worden aangemoedigd om innoverende bedrijfsmodellen te ontwikkelen die van zo min mogelijk gegevens gebruik maken, niet meer dan de minimale hoeveelheid gegevens verzamelen die voor het legitieme doel nodig zijn, en deze gegevens voor de kortst mogelijke tijd opslaan. |
Amendement 21 Voorstel voor een verordening Overweging 26 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(26) Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van de mededingingsregels, met name de artikelen 101 en 102 VWEU. Overeenkomsten waarbij ondernemingen worden verplicht om zich te onthouden van passieve verkoop in de zin van Verordening (EU) nr. 330/2010 van de Commissie aan bepaalde klanten of aan klanten in bepaalde gebieden worden over het algemeen beschouwd als mededingingsbeperkend en mogen in principe niet worden vrijgesteld van het verbod van artikel 101, lid 1, VWEU. Zelfs wanneer zij in het kader van de toepassing van deze verordening buiten de werkingssfeer van artikel 101 VWEU vallen, leiden zij tot verstoring van de goede werking van de interne markt en kunnen zij worden gebruikt om de bepalingen van deze verordening te omzeilen. De betrokken bepalingen van dergelijke en andere overeenkomsten op het gebied van passieve verkoop, die de handelaar verplicht in strijd met deze verordening te handelen, moeten dus van rechtswege nietig zijn. Deze verordening, en met name de bepalingen over toegang tot goederen of diensten, geldt niet voor overeenkomsten ter beperking van de actieve verkoop in de zin van Verordening (EU) nr. 330/2010. |
(26) Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van de mededingingsregels, met name de artikelen 101 en 102 VWEU. Overeenkomsten waarbij ondernemingen worden verplicht om zich te onthouden van passieve verkoop in de zin van Verordening (EU) nr. 330/2010 van de Commissie aan bepaalde klanten of aan klanten in bepaalde gebieden worden over het algemeen beschouwd als mededingingsbeperkend en mogen in principe niet worden vrijgesteld van het verbod van artikel 101, lid 1, VWEU. Zelfs wanneer dergelijke overeenkomsten in het kader van de toepassing van deze verordening buiten de werkingssfeer van artikel 101 VWEU vallen, leiden zij tot verstoring van de goede werking van de interne markt en kunnen zij worden gebruikt om de bepalingen van deze verordening te omzeilen. De betrokken bepalingen van dergelijke en andere overeenkomsten op het gebied van passieve verkoop, die de handelaar verplicht in strijd met deze verordening te handelen, moeten dus van rechtswege nietig zijn. Deze verordening, en met name de bepalingen over toegang tot goederen of diensten, geldt niet voor overeenkomsten ter beperking van de actieve verkoop in de zin van Verordening (EU) nr. 330/2010. |
|
__________________ |
__________________ |
|
Verordening (EU) nr. 330/2010 van de Commissie van 20 april 2010 betreffende de toepassing van artikel 101, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen (PB L 102 van 23.4.2010, blz. 1). |
Verordening (EU) nr. 330/2010 van de Commissie van 20 april 2010 betreffende de toepassing van artikel 101, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen (PB L 102 van 23.4.2010, blz. 1). |
Amendement 22 Voorstel voor een verordening Overweging 29 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(29) Deze verordening moet op gezette tijden worden geëvalueerd, met het oog op het voorstellen van wijzigingen, indien nodig. De eerste evaluatie moet in het bijzonder gericht zijn op de mogelijke uitbreiding van het verbod van artikel 4, lid 1, onder b), tot diensten die langs elektronische weg worden verricht, waarvan het belangrijkste kenmerk is het bieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, mits de handelaar over de nodige rechten voor de betrokken gebieden beschikt. |
(29) Deze verordening moet op gezette tijden worden geëvalueerd, met het oog op het voorstellen van wijzigingen, indien nodig. De eerste evaluatie moet in het bijzonder gericht zijn op de mogelijke uitbreiding van het verbod van artikel 4, lid 1, onder b), tot diensten die langs elektronische weg worden verricht, waarvan het belangrijkste kenmerk is het bieden van toegang tot en gebruik of verkoop van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, mits de handelaar over de nodige rechten voor de betrokken gebieden beschikt. Bij de eerste evaluatie moet rekening worden gehouden met de ontwikkelingen op wetgevingsgebied in de lidstaten wat de herziening van het auteursrecht, audiovisuele mediadiensten en diensten op het gebied van de grensoverschrijdende meeneembaarheid van online-inhoud betreft. |
Amendement 23 Voorstel voor een verordening Overweging 33 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(33) Ter verwezenlijking van de doelstelling van een effectieve aanpak van directe en indirecte discriminatie op grond van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging van de klanten, is het aangewezen om een verordening vast te stellen die rechtstreeks van toepassing is in alle lidstaten. Dit is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de non-discriminatiebepalingen in de hele Unie uniform worden toegepast en dat zij tegelijk in werking treden. Alleen een verordening garandeert de mate van duidelijkheid, uniformiteit en rechtszekerheid die nodig is om de consument in staat te stellen ten volle profijt te trekken van deze regels. |
(33) Teneinde de doelstelling te verwezenlijken om directe en indirecte discriminatie op grond van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging van de klanten te voorkomen en doeltreffende rechtsmiddelen te bieden aan klanten die vinden dat zij hiervan het slachtoffer zijn geworden, is het aangewezen om een verordening vast te stellen die rechtstreeks van toepassing is in alle lidstaten. Dit is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de non-discriminatiebepalingen in de hele Unie uniform worden toegepast en dat zij tegelijk in werking treden. Alleen een verordening garandeert de mate van duidelijkheid, uniformiteit en rechtszekerheid die nodig is om de consument in staat te stellen ten volle profijt te trekken van deze regels. |
Amendement 24 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 2 – letter a | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(a) wanneer de handelaar goederen verkoopt of diensten verleent, of dit wenst te doen, in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de klant zijn verblijfplaats of plaats van vestiging heeft; |
(a) wanneer de handelaar goederen verkoopt of diensten verleent, of dit wenst te doen, in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de klant zijn/haar verblijfplaats of plaats van vestiging heeft; |
Amendement 25 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 2 – letter b | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(b) wanneer de handelaar goederen verkoopt of diensten verleent, of dit wenst te doen, in dezelfde lidstaat als die waarin de klant zijn verblijfplaats of plaats van vestiging heeft, maar de klant een onderdaan van een andere lidstaat is; |
(b) wanneer de handelaar goederen verkoopt of diensten verleent, of dit wenst te doen, in dezelfde lidstaat als die waarin de klant zijn/haar verblijfplaats of plaats van vestiging heeft, maar de klant een onderdaan van een andere lidstaat is; |
Amendement 26 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 2 – letter c | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(c) wanneer de handelaar goederen verkoopt of diensten levert, of dit wenst te doen, in de lidstaat waar de klant zich tijdelijk bevindt zonder in die lidstaat te verblijven of zijn plaats van vestiging in die lidstaat te hebben. |
(c) wanneer de handelaar goederen verkoopt of diensten levert, of dit wenst te doen, in de lidstaat waar de klant zich tijdelijk bevindt zonder in die lidstaat te verblijven of zijn/haar plaats van vestiging in die lidstaat te hebben. |
Amendement 27 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 4 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
4 bis. Deze verordening doet geen afbreuk aan de regels die van toepassing zijn op het gebied van auteursrechten en aanverwante rechten. |
Amendement 28 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – lid 5 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Deze verordening doet geen afbreuk aan besluiten van het recht van de Unie inzake justitiële samenwerking in burgerlijke zaken. De naleving van deze verordening wordt niet zodanig uitgelegd dat een handelaar zijn activiteiten richt op de lidstaat waar de consument zijn gewone verblijfplaats of woonplaats heeft in de zin van artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 593/2008 en van artikel 17, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1215/2012. |
5. Deze verordening doet geen afbreuk aan besluiten van het recht van de Unie inzake justitiële samenwerking in burgerlijke zaken. De naleving van deze verordening wordt niet zodanig uitgelegd dat een handelaar zijn/haar activiteiten richt op de lidstaat waar de consument zijn/haar gewone verblijfplaats of woonplaats heeft in de zin van artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 593/2008 en van artikel 17, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1215/2012. |
Amendement 29 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – alinea 2 – letter e | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(e) "goederen": alle roerende lichamelijke zaken, behalve zaken die executoriaal of anderszins gerechtelijk worden verkocht; water, gas en elektriciteit worden als goederen in de zin van deze verordening beschouwd, als zij voor verkoop gereed zijn gemaakt in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid; |
(e) "goederen": alle roerende lichamelijke zaken, behalve zaken die executoriaal of anderszins gerechtelijk worden verkocht; |
Motivering | |
Het specifieke geval dat hier wordt genoemd is weliswaar overgenomen uit de definitie van "goederen" in de richtlijn consumentenrechten (2011/83/EG), maar lijkt niet relevant in een verordening inzake ongerechtvaardigde geoblocking. | |
Amendement 30 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 2 – alinea 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
In het geval van een dergelijke doorleiding met de uitdrukkelijke toestemming van de klant, blijft de oorspronkelijke versie van het online interface gemakkelijk toegankelijk voor die klant. |
In het geval van een dergelijke doorleiding met de uitdrukkelijke toestemming van de klant, blijft de oorspronkelijke versie van het online interface gemakkelijk toegankelijk voor gebruik door die klant. |
Motivering | |
Bedoeld om aan te geven dat een interface niet alleen toegankelijk moet blijven voor de klant maar ook gebruikt moet kunnen worden voor transacties. | |
Amendement 31 Voorstel voor een verordening Artikel 3 – lid 4 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Indien een handelaar de toegang van klanten tot een online interface blokkeert of klanten overeenkomstig lid 4 naar een andere versie van de online interface doorleidt, verstrekt de handelaar een duidelijke rechtvaardiging. Deze rechtvaardiging moet worden verstrekt in de taal van de online interface waartoe de klant oorspronkelijk toegang probeerde te krijgen. |
4. Indien een handelaar de toegang van klanten tot een online-interface blokkeert of klanten overeenkomstig lid 3 naar een andere versie van de online-interface doorleidt, verstrekt de handelaar een duidelijke rechtvaardiging. Deze rechtvaardiging moet worden verstrekt in de taal van de online interface waartoe de klant oorspronkelijk toegang probeerde te krijgen. |
Amendement 32 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 1 – letter b | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(b) wanneer de handelaar langs elektronische weg diensten verricht, met uitzondering van de diensten waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal; |
(b) wanneer de handelaar langs elektronische weg diensten verricht, met uitzondering van de diensten waarvan het hoofdkenmerk is het aanbieden van toegang tot en gebruik of verkoop van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal; |
Amendement 33 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 1 – letter c | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(c) wanneer de handelaar diensten verricht, andere dan de onder punt b) bedoelde, en die diensten worden verleend aan een klant in de verkoopruimten van de handelaar of op een fysieke locatie waar de handelaar actief is, in een andere lidstaat dan die waarvan de klant een onderdaan is of waar hij zijn verblijfplaats of plaats van vestiging heeft. |
(c) wanneer de handelaar diensten verricht, andere dan de onder punt b) bedoelde, en die diensten worden verleend aan een klant in de verkoopruimten van de handelaar of op een fysieke locatie waar de handelaar actief is, in een andere lidstaat dan die waarvan de klant een onderdaan is of waar hij/zij zijn/haar verblijfplaats of plaats van vestiging heeft. |
Amendement 34 Voorstel voor een verordening Artikel 5 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Het in lid 1 vastgestelde verbod belet niet dat de handelaar de mogelijkheid heeft een vergoeding te vragen voor het gebruik van een op kaarten gebaseerd betaalinstrument waarvan de afwikkelingsvergoedingen niet onder hoofdstuk II van Verordening (EU) 2015/751 vallen, en voor betalingsdiensten waarop Verordening (EU) nr. 260/2012 niet van toepassing is. Die vergoeding is niet hoger dan de kosten die de handelaar zelf voor het gebruik van het betaalinstrument maakt. |
2. Het in lid 1 vastgestelde verbod belet de handelaar niet om een vergoeding te vragen voor het gebruik van een op kaarten gebaseerd betaalinstrument waarvan de afwikkelingsvergoedingen niet onder hoofdstuk II van Verordening (EU) 2015/751 vallen, en voor betalingsdiensten waarop Verordening (EU) nr. 260/2012 niet van toepassing is. Die vergoeding is niet hoger dan de kosten die de handelaar zelf voor het gebruik van het betaalinstrument maakt. |
Amendement 35 Voorstel voor een verordening Artikel 7 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Elke lidstaat wijst een of meer instanties aan die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van deze verordening. De lidstaten zorgen ervoor dat de instantie of instanties die zijn aangewezen om deze verordening te doen naleven, over passende en doeltreffende middelen beschikken. |
1. Elke lidstaat wijst een of meer instanties aan die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van deze verordening. De lidstaten zorgen ervoor dat de instantie of instanties die zijn aangewezen om deze verordening te doen naleven, onder meer via mechanismen voor grensoverschrijdende samenwerking, over passende en doeltreffende middelen beschikken. |
Motivering | |
Dit amendement blijft in de geest van het Commissievoorstel en staat de lidstaten toe te bepalen welke instantie(s) zij willen aanwijzen en hoe zij de regels willen handhaven, maar benadrukt dat de regelingen mechanismen voor grensoverschrijdende samenwerking moeten omvatten teneinde de doeltreffendheid ervan te garanderen. | |
Amendement 36 Voorstel voor een verordening Artikel 8 – titel | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Bijstand aan consumenten |
Bijstand aan klanten |
Motivering | |
Aangezien de verordening niet alleen van toepassing is op "consumenten" maar ook op bedrijven die als eindverbruikers ("klanten") transacties verrichten, dienen de mechanismen voor bijstand en geschillenbeslechting alle "klanten" in de zin van onderhavige verordening te omvatten. | |
Amendement 37 Voorstel voor een verordening Artikel 8 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De in lid 1 bedoelde instanties bieden de consument een uniform modelformulier om klachten bij de in lid 1 en in artikel 7, lid 1, bedoelde instanties in te dienen. De Commissie ondersteunt deze instanties bij de ontwikkeling van dit modelformulier. |
2. De in lid 1 bedoelde instanties bieden de klant een uniform modelformulier om klachten bij de in lid 1 en in artikel 7, lid 1, bedoelde instanties in te dienen. De Commissie ondersteunt deze instanties bij de ontwikkeling van dit modelformulier. |
Motivering | |
Aangezien de verordening niet alleen van toepassing is op "consumenten" maar ook op bedrijven die als eindverbruikers ("klanten") transacties verrichten, dienen de mechanismen voor bijstand en geschillenbeslechting alle "klanten" in de zin van onderhavige verordening te omvatten. | |
Amendement 38 Voorstel voor een verordening Artikel 9 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De in lid 1 genoemde eerste evaluatie moet in het bijzonder worden uitgevoerd met het oog op de beoordeling of het verbod van artikel 4, lid 1, onder b), ook van toepassing moet zijn op diensten die langs elektronische weg worden verricht, waarvan het belangrijkste kenmerk is het bieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, mits de handelaar over de nodige rechten voor de betrokken gebieden beschikt. |
2. De in lid 1 genoemde eerste evaluatie moet in het bijzonder worden uitgevoerd met het oog op de beoordeling of het verbod van artikel 4, lid 1, onder b), ook van toepassing moet zijn op diensten die langs elektronische weg worden verricht, waarvan het belangrijkste kenmerk is het bieden van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal, mits de handelaar over de nodige rechten voor de betrokken gebieden beschikt. Bij de evaluatie wordt rekening gehouden met de specifieke kenmerken van auteursrechtelijk beschermde goederen en diensten. |
Motivering | |
De evaluatieclausule is specifiek ontworpen om het toepassingsgebied van de verordening eventueel uit te breiden tot "de levering van langs elektronische weg verrichte diensten waarvan het hoofdkenmerk het aanbieden is van toegang tot en gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal". Dit amendement benadrukt nog eens dat de specifieke kenmerken van culturele goederen en diensten in alle opzichten moeten worden meegenomen in de evaluatie. | |
PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE
|
Titel |
De aanpak van geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op basis van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging in de interne markt |
||||
|
Document- en procedurenummers |
COM(2016)0289 – C8-0192/2016 – 2016/0152(COD) |
||||
|
Commissie ten principale Datum bekendmaking |
IMCO 9.6.2016 |
|
|
|
|
|
Advies uitgebracht door Datum bekendmaking |
CULT 9.6.2016 |
||||
|
Rapporteur voor advies Datum benoeming |
Therese Comodini Cachia 7.7.2016 |
||||
|
Datum goedkeuring |
24.1.2017 |
|
|
|
|
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
21 1 5 |
|||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Dominique Bilde, Andrea Bocskor, Silvia Costa, Mircea Diaconu, Angel Dzhambazki, Jill Evans, María Teresa Giménez Barbat, Giorgos Grammatikakis, Petra Kammerevert, Andrew Lewer, Svetoslav Hristov Malinov, Curzio Maltese, Luigi Morgano, Momchil Nekov, John Procter, Michaela Šojdrová, Yana Toom, Helga Trüpel, Sabine Verheyen, Julie Ward, Bogdan Brunon Wenta, Theodoros Zagorakis, Bogdan Andrzej Zdrojewski, Milan Zver, Krystyna Łybacka |
||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers |
Therese Comodini Cachia, Sylvie Guillaume |
||||
PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
|
Titel |
Aanpak van geoblokkering en andere vormen van discriminatie op grond van de nationaliteit, woon- of vestigingsplaats van klanten op de interne markt |
||||
|
Document- en procedurenummers |
COM(2016)0289 – C8-0192/2016 – 2016/0152(COD) |
||||
|
Datum indiening bij EP |
25.5.2016 |
|
|
|
|
|
Commissie ten principale Datum bekendmaking |
IMCO 9.6.2016 |
|
|
|
|
|
Medeadviserende commissies Datum bekendmaking |
ITRE 9.6.2016 |
CULT 9.6.2016 |
JURI 9.6.2016 |
|
|
|
Medeverantwoordelijke commissies Datum bekendmaking |
JURI 19.1.2017 |
|
|
|
|
|
Rapporteurs Datum benoeming |
Róża Gräfin von Thun und Hohenstein 17.6.2016 |
|
|
|
|
|
Behandeling in de commissie |
29.9.2016 |
6.3.2017 |
21.3.2017 |
|
|
|
Datum goedkeuring |
25.4.2017 |
|
|
|
|
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
30 3 4 |
|||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Dita Charanzová, Carlos Coelho, Sergio Gaetano Cofferati, Anna Maria Corazza Bildt, Daniel Dalton, Nicola Danti, Dennis de Jong, Pascal Durand, Evelyne Gebhardt, Maria Grapini, Robert Jarosław Iwaszkiewicz, Liisa Jaakonsaari, Morten Løkkegaard, Eva Maydell, Marlene Mizzi, Marcus Pretzell, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Olga Sehnalová, Jasenko Selimovic, Ivan Štefanec, Catherine Stihler, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Anneleen Van Bossuyt, Marco Zullo |
||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers |
Pascal Arimont, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Roberta Metsola, Franz Obermayr, Julia Reda, Ulrike Trebesius, Sabine Verheyen |
||||
|
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2) |
David Coburn, Pál Csáky, Andor Deli, Dieter-Lebrecht Koch |
||||
|
Datum indiening |
27.4.2017 |
||||
HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
|
30 |
+ |
|
|
ALDE EFDD PPE
S&D
Verts/ALE |
Dita Charanzová, Morten Løkkegaard, Jasenko Selimovic Robert Jarosław Iwaszkiewicz, Marco Zullo Pascal Arimont, Carlos Coelho, Anna Maria Corazza Bildt, Pál Csáky, Andor Deli, Dieter-Lebrecht Koch, Eva Maydell, Roberta Metsola, Andreas Schwab, Ivan Štefanec, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Sabine Verheyen Sergio Gaetano Cofferati, Nicola Danti, Evelyne Gebhardt, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Maria Grapini, Liisa Jaakonsaari, Marlene Mizzi, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Olga Sehnalová, Catherine Stihler Pascal Durand, Julia Reda |
|
|
3 |
- |
|
|
EFDD ENF |
David Coburn Franz Obermayr, Marcus Pretzell |
|
|
4 |
0 |
|
|
ECR GUE/NGL |
Daniel Dalton, Ulrike Trebesius, Anneleen Van Bossuyt Dennis de Jong |
|
Verklaring van de gebruikte tekens:
+ : voor
- : tegen
0 : onthouding