Procedure : 2017/2028(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0246/2017

Ingediende teksten :

A8-0246/2017

Debatten :

PV 12/09/2017 - 21
CRE 12/09/2017 - 21

Stemmingen :

PV 13/09/2017 - 9.16
CRE 13/09/2017 - 9.16
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0346

VERSLAG     
PDF 511kWORD 89k
28.6.2017
PE 601.131v02-00 A8-0246/2017

over corruptie en het effect op de mensenrechten in derde landen

(2017/2028(INI))

Commissie buitenlandse zaken

Rapporteur: Petras Auštrevičius

Rapporteur voor advies (*):Stelios Kouloglou, Commissie ontwikkelingssamenwerking

(*)  Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking
 ADVIES van de Commissie internationale handel
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over corruptie en het effect op de mensenrechten in derde landen

(2017/2028(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie (UNCAC), dat in werking is getreden op 14 december 2005(1),

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens en de VN-verklaring over mensenrechtenverdedigers,

–  gezien het Handvest van de Verenigde Naties,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het Internationaal Verdrag inzake sociale, economische en culturele rechten,

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien het Verdrag inzake de bestrijding van corruptie van buitenlandse ambtenaren in internationale zakelijke transacties van de Organisatie voor Economische Samenwerking (OESO) en de Aanbeveling van de Raad van 2009 voor de verdere bestrijding van omkoping, de Aanbevelingen van 2009 inzake de aftrekbaarheid van belastingen van steekpenningen voor buitenlandse ambtenaren en aanverwante instrumenten(2),

–  gezien het strategisch kader van de EU voor mensenrechten en democratie dat in 2012 is goedgekeurd, en het actieplan voor mensenrechten en democratie 2015-2019 dat op 20 juli 2015 door de Raad Buitenlandse Zaken is goedgekeurd,

–  gezien de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers, aangenomen tijdens de 2914e zitting van de Raad Algemene Zaken van 8 december 2008(3),

–  gezien de resolutie van de Verenigde Naties over Agenda 2030, getiteld "Onze wereld transformeren: de agenda voor duurzame ontwikkeling tot 2030", die op 25 september 2015 werd aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties(4),

–  gezien het verslag van de Europese Investeringsbank (EIB) getiteld "Beleid inzake het voorkomen en bestrijden van verboden gedrag bij activiteiten van de Europese Investeringsbank" ("Antifraudebeleid van de EIB") dat is vastgesteld op 8 november 2013(5),

–  gezien het verslag van de VN "Guiding Principles on Business and Human Rights: Implementing the United Nations 'Protect, Respect and Remedy' Framework"(6),

–  gezien de conclusies van de Raad van 20 juni 2016 over het bedrijfsleven en mensenrechten(7),

–  gezien zijn resolutie van 25 oktober 2016 over strafrechtelijke aansprakelijkheid van bedrijven voor ernstige schendingen van de mensenrechten in derde landen(8),

–  gezien zijn resolutie van 25 oktober 2016 over de bestrijding van corruptie en de opvolging van de resolutie van de Bijzondere Commissie georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen (CRIM)(9),

–  gezien zijn resolutie van 6 juli 2016 over fiscale rulings en andere maatregelen van vergelijkbare aard of met vergelijkbaar effect(10),

–  gezien zijn resolutie van 25 november 2015 over fiscale rulings en andere maatregelen van vergelijkbare aard of met vergelijkbaar effect(11),

–  gezien zijn resolutie van 8 juli 2015 inzake belastingontwijking en belastingontduiking als uitdagingen voor bestuur, sociale bescherming en ontwikkeling in ontwikkelingslanden(12),

–  gezien zijn resolutie van 11 juni 2015 over recente onthullingen over corruptiezaken op hoog niveau bij de FIFA(13),

–  gezien zijn resolutie van 23 oktober 2013 over georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen: aanbevelingen inzake de benodigde acties en initiatieven(14),

–  gezien zijn resolutie van 8 oktober 2013 over corruptie in de publieke en de private sector: het effect op de mensenrechten in derde landen(15),

–  gezien het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie en het Verdrag inzake de civielrechtelijke bestrijding van corruptie van de Raad van Europa, en de resoluties (98) 7 en (99) 5 tot oprichting van de Groep van staten tegen corruptie (GRECO), die het Comité van ministers van de Raad van Europa respectievelijk op 5 mei 1998 en 1 mei 1999 heeft aangenomen,

–  gezien de verklaring van Jakarta over de beginselen voor agentschappen voor corruptiebestrijding, aangenomen op 26-27 november 2012(16),

–  gezien de Verklaring van Panama tijdens de Zevende jaarlijkse conferentie en algemene vergadering van de International Association of Anti-Corruption Authorities (IAACA), die werd aangenomen op 22-24 november 2013,

–  gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties inzake nationale instellingen voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten, die werd aangenomen op 17 december 2015 en de resolutie van de Raad voor de mensenrechten inzake nationale instellingen voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten, die werd aangenomen op 29 september 2016(17),

–  gezien het eindverslag van 5 januari 2015 van het Raadgevend comité van de VN voor de mensenrechten over de kwestie van de negatieve effecten van corruptie op de mensenrechten(18),

–  gezien het Afrikaanse Unie Verdrag inzake de voorkoming en bestrijding van corruptie (AUCPCC)(19),

–  gezien het UN Global Compact initiatief om strategieën en maatregelen af te stemmen op universele principes over mensenrechten, arbeid, milieu en anti-corruptie(20),

–  gezien de jaarlijkse corruptieperceptie-index van Transparancy International,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en de adviezen van de Commissie ontwikkelingssamenwerking en de Commissie internationale handel (A8-0246/2017),

A.  overwegende dat corruptie een complex mondiaal probleem is dat zowel het Noorden als het Zuiden betreft, en kan worden gedefinieerd als machtsmisbruik met het oog op individueel, collectief, direct of indirect privégewin, dat een ernstige bedreiging vormt voor het openbaar belang, en de maatschappelijke, politieke en economische stabiliteit en veiligheid aangezien het het publieke vertrouwen en de efficiëntie en effectiviteit van instellingen ondermijnt en de waarden van democratie en mensenrechten, ethiek, justitie, duurzame ontwikkeling en goed bestuur ondergraaft;

B.  overwegende dat corruptie kan variëren van kleinschalige inspanningen om personen, ambtenaren of de uitvoering van overheidsdiensten te beïnvloeden tot grootschalige pogingen om politieke, economische en/of rechtsstelsels te ontwrichten en om terrorisme te promoten en financieren, extremisme te stimuleren, belastinginkomsten te verlagen en georganiseerde-misdaadnetwerken te ondersteunen;

C.  overwegende dat corruptie wordt veroorzaakt doordat politieke, economische en rechtsstelsels niet voorzien in solide en onafhankelijk toezicht en verantwoordingsplicht;

D.  overwegende dat het verminderen van corruptie van cruciaal belang is voor economische groei, armoedebestrijding, het creëren van rijkdom, onderwijs, welzijn, gezondheidszorg, de ontwikkeling van infrastructuur en conflictbeslechting, evenals voor het opbouwen van vertrouwen in instellingen, het bedrijfsleven en de politiek;

E.  overwegende dat corruptie in tal van landen niet alleen een beduidende systemische belemmering vormt voor de verwezenlijking van democratie, de eerbiediging van de rechtsstaat, politieke vrijheid en duurzame ontwikkeling, en voor alle civiele, politieke, economische, sociale en culturele mensenrechten, maar ook mensenrechtenschendingen kan veroorzaken; overwegende dat corruptie een van de meest verwaarloosde mensenrechtenschendingen is aangezien zij onrecht, ongelijkheid, onder meer wat betreft financiële en economische bronnen, straffeloosheid, willekeur, politiek en religieus extremisme en conflicten voedt;

F.  overwegende dat corruptie, aangezien zij een bedreiging vormt voor de bestendiging van de democratie en de handhaving van mensenrechten, en aangezien zij de overheidsinstellingen ondermijnt, kan leiden tot sociale onrust, inclusief geweld, burgerprotesten en ernstige politieke instabiliteit; overwegende dat corruptie nog altijd een fundamentele doch systematisch over het hoofd geziene oorzaak en katalysator vormt van conflicten, wijdverbreide schendingen van het internationaal humanitair recht en straffeloosheid in ontwikkelingslanden; overwegende dat de status quo van corruptie en illegale verrijking in machtige overheidsfuncties leidt tot graaien naar macht en de bestendiging van kleptocraten die aan de macht zijn;

G.  overwegende dat grootschalige corruptie in veel landen leidt tot lage menselijke, sociale en economische ontwikkeling, een laag niveau van onderwijs en andere openbare diensten, beperkte politieke en burgerrechten, weinig of geen politieke concurrentie of vrijheid van de media zowel online als offline, en tot tekortkomingen met betrekking tot de rechtsstaat;

H.  overwegende dat corruptie gevolgen heeft voor de uitoefening van mensenrechten en specifieke negatieve en buitenproportionele consequenties heeft voor de meest achtergestelde, gemarginaliseerde en kwetsbare groepen in de samenleving, zoals vrouwen, kinderen, personen met een handicap, ouderen, armen, inheemse volkeren of personen die tot een minderheid behoren, met name omdat corruptie hen de gelijke toegang ontzegt tot politieke participatie, publieke en sociale programma's en diensten, justitie, veiligheid, natuurlijke hulpbronnen, met inbegrip van land, banen, onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting; overwegende dat corruptie eveneens invloed heeft op de vorderingen inzake het beëindigen van discriminatie, gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen, aangezien zij de mogelijkheden van vrouwen om hun rechten op te eisen beperkt; overwegende dat corruptie de omvang en samenstelling van de overheidsuitgaven ontwricht en zo het vermogen van de staat ondermijnen om volledig gebruik te maken van alle beschikbare hulpbronnen teneinde economische, sociale en culturele rechten, de functionering van de democratie en de rechtsstaat en de totstandbrenging van een gezamenlijke moraal te realiseren;

I.  overwegende dat duurzameontwikkelingsdoelstelling 16 van de VN (SDG 16) gericht is op vrede, justitie, het uitbouwen van sterke instellingen en de strijd tegen corruptie; overwegende dat de EU voor de universele verwezenlijking van SDG 16 de aandacht dringend en rechtstreeks moet richten op tal van zaken waarin corruptie een belangrijke rol speelt, gaande van schendingen van de mensenrechten tot armoede, honger en onrecht;

J.  overwegende dat voor de aanpak van corruptie gecoördineerde inspanningen nodig zijn om corruptie op zowel hoog als laag niveau aan te pakken in derde landen en in de EU, gezien de, per geval verschillende, hiërarchische steun, beloningsstelsels en cliëntelisme in de machtsstructuren, die corruptiemisdrijven en straffeloosheid op het hoogste niveau vaak combineren met corruptie op laag niveau die van invloed is op het leven van de bevolking en hun toegang tot basisdiensten;

K.  overwegende dat corruptie niet kan worden aangepakt zonder sterke politieke toezeggingen op het hoogste niveau, ongeacht de bekwaamheid, vaardigheden en bereidwilligheid van nationale toezichthoudende en wetshandhavingsinstanties;

L.  overwegende dat de economische gevolgen van corruptie uiterst negatief zijn, vooral vanwege het effect op de toename van armoede en ongelijkheid onder de bevolking, de kwaliteit van de openbaredienstverlening, veiligheid, toegang tot uitgebreide gezondheidszorg en hoogwaardig onderwijs, infrastructuur, sociaaleconomische mogelijkheden voor individuele en collectieve emancipatie, met name economische groei, het scheppen van banen en arbeidskansen, en wat betreft het ontmoedigen van ondernemerschap en het verlies van investeringen;

M.  overwegende dat corruptie de EU in termen van het bbp bijvoorbeeld tussen de 179 miljard EUR en 990 miljard EUR per jaar kost(21);

N.  overwegende dat volgens de Wereldbank jaarlijks ongeveer één biljoen dollar aan steekpenningen wordt betaald en dat het totale economische verlies als gevolg van corruptie wordt geschat op vele malen dat bedrag;

O.  overwegende dat de georganiseerde misdaad, die in veel landen een ernstig probleem vormt en een grensoverschrijdende dimensie heeft, vaak is gekoppeld aan corruptie;

P.  overwegende dat het bij corruptie en mensenrechtenschendingen meestal gaat om machtsmisbruik, gebrek aan verantwoordingsplicht, de obstructie van de rechtsgang, het gebruik van ongepaste invloed en de institutionalisering van verschillende vormen van discriminatie, cliëntelisme en de verstoring van marktmechanismen; overwegende dat corruptie een sterk verband laat zien met tekortkomingen in de rechtsstaat en goed bestuur, en overwegende dat het de doeltreffendheid van instellingen en entiteiten die belast zijn met het uitvoeren van checks-and-balances en eerbiediging van democratische beginselen en mensenrechten, zoals parlementen, rechtshandhavingsinstanties, de rechtsprekende macht en het maatschappelijk middenveld, vaak ondermijnt; overwegende dat in landen waar de rechtsstaat wordt ondermijnd door corruptie, zowel de tenuitvoerlegging als de versterking van juridische kaders worden belet door corrupte rechters, advocaten, openbaar aanklagers, politiefunctionarissen, onderzoekers en auditors;

Q.  overwegende dat corruptie en mensenrechtenschendingen een fenomeen zijn van niet-integer gedrag en falende overheden en overwegende dat de geloofwaardigheid en de legitimiteit van publieke en private organisaties enkel wordt gewaarborgd als hun dagelijkse bedrijfsvoering gebaseerd is op een cultuur van strikte integriteit;

R.  overwegende dat praktijken zoals verkiezingsfraude, de illegale financiering van politieke partijen, vriendjespolitiek of de indruk van onevenredige invloed van geld in de politiek het vertrouwen in politieke partijen en gekozen vertegenwoordigers, het verkiezingsproces en regeringen ondermijnen, de democratische legitimiteit en het vertrouwen van burgers in de politiek ondergraven en de politieke en burgerrechten beduidend kunnen verzwakken; overwegende dat ontoereikende regelgeving en een gebrek aan transparantie van en toezicht op politieke financiering ruimte kunnen creëren voor oneigenlijke invloed op en bemoeienissen met de gang van openbare zaken; overwegende dat beschuldigingen van corruptie ook kunnen worden gebruikt als politiek instrument om de reputatie van politici in diskrediet te brengen;

S.  overwegende dat corruptie in het gerechtelijk apparaat een inbreuk vormt op de beginselen van gelijkheid, non-discriminatie, toegang tot de rechter en het recht op een eerlijk proces en een doeltreffende voorziening in rechte, die van cruciaal belang zijn bij de handhaving van alle andere mensenrechten en het voorkomen van straffeloosheid; overwegende dat de afwezigheid van een onafhankelijke rechtelijke macht en overheid leidt tot wantrouwen jegens overheidsinstellingen, waardoor de eerbiediging van de rechtsstaat wordt ondermijnd en geweld in sommige gevallen wordt gevoed;

T.  overwegende dat het moeilijk is om corruptie te meten, aangezien er meestal sprake is van illegale praktijken die bewust in de doofpot worden gestopt, hoewel er enkele mechanismen zijn ontwikkeld en ingevoerd om corruptie te identificeren, monitoren, meten en bestrijden;

U.  overwegende dat nieuwe technologieën, zoals gedistribueerde grootboeken of opensourceonderzoekstechnologieën en -methoden, nieuwe kansen bieden voor vergroting van de transparantie van overheidsactiviteiten;

V.  overwegende dat een sterkere bescherming van de mensenrechten, en van het beginsel van non-discriminatie in het bijzonder, een waardevol instrument is voor de corruptiebestrijding; overwegende dat corruptiebestrijding met behulp van het strafrecht en het civiel recht inhoudt dat er repressieve en corrigerende maatregelen moeten worden genomen; overwegende dat de bevordering en versterking van de mensenrechten, de rechtsstaat en goed bestuur essentiële onderdelen van succesvolle en duurzame corruptiebestrijdingsstrategieën vormen;

W.  overwegende dat de totstandkoming van synergieën tussen een strafrechtelijke benadering en een op mensenrechten gebaseerde benadering van corruptie zou kunnen uitmonden in een aanpak van de collectieve en algemene effecten van corruptie en dat dit de systemische uitholling van de mensenrechten als direct of indirect effect van corruptie zou kunnen voorkomen;

X.  overwegende dat internationale inspanningen voor de bestrijding van corruptie verlopen in een evoluerend institutioneel en rechtskader maar dat er een grote kloof gaapt met de toepassing van dat kader door een gebrek aan politieke wil of een robuust handhavingsmechanisme; overwegende dat een op mensenrechten gebaseerde benadering van inspanningen ter bestrijding van corruptie een paradigmaverschuiving zou veroorzaken en zou kunnen bijdragen tot het overbruggen van die kloof door de aanwending van regionale, nationale en internationale mechanismen waarmee toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van de verplichting tot eerbiediging van de mensenrechten;

Y.  overwegende dat het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie het enige bindende universele fraudebestrijdingsinstrument is en vijf hoofdgebieden beslaat: preventieve maatregelen, strafbaarstelling en rechtshandhaving, internationale samenwerking, het terugkrijgen van activa, en technische bijstand en uitwisseling van informatie;

Z.  overwegende dat bestaande internationale verplichtingen goede mechanismen zijn om passende en redelijke maatregelen te nemen om corruptie in overheids- en private sectoren te voorkomen of te bestraffen, met name op grond van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Internationaal Verdrag inzake sociale, economische en culturele rechten en andere toepasselijke mensenrechteninstrumenten;

AA.  overwegende dat het gerechtelijk apparaat, ombudsmannen en nationale instellingen voor de mensenrechten evenals maatschappelijke organisaties een cruciale rol vervullen bij de aanpak van corruptie en dat hun mogelijkheden kunnen worden versterkt door nauwe samenwerking met nationale en internationale corruptiebestrijdingsinstanties;

AB.  overwegende dat er corruptiebestrijdingsmaatregelen moeten worden getroffen door de transparantie, verantwoordingsplicht en de maatregelen ter bestrijding van straffeloosheid in bepaalde landen te verbeteren en door voorrang te verlenen aan de ontwikkeling van strategieën en specifieke beleidsmaatregelen die niet alleen gericht zijn op de bestrijding van corruptie, maar ook helpen bij de ontwikkeling en/of uitbouw van het overheidsbeleid op dit gebied;

AC.  overwegende dat zowel het maatschappelijk middenveld als de private sector een beslissende rol kunnen spelen bij de invulling van de institutionele hervorming om transparantie en verantwoordelijkheid te versterken; overwegende dat er lessen kunnen worden getrokken uit de ervaring van mensenrechtenbewegingen wat betreft het verhogen van het maatschappelijk bewustzijn van de negatieve gevolgen van corruptie en het bouwen van allianties met overheidsinstellingen en de private sector ter ondersteuning van inspanningen om corruptie te bestrijden;

AD.  overwegende dat het gebrek aan vrije media, on- en offline, niet alleen het grondrecht op vrijheid van meningsuiting beperkt, maar ook gunstige voorwaarden schept waarin duistere praktijken, corruptie en wangedrag welig kunnen tieren; overwegende dat onafhankelijke media en een divers en pluralistisch medialandschap een belangrijke rol vervullen bij het waarborgen van transparantie en controle, door berichtgeving, het onderzoeken en aan de kaak stellen van corruptie en het publiek bewuster maken van het verband tussen corruptie en mensenrechtenschendingen; overwegende dat er in meerdere landen lasterwetgeving, zoals de criminalisering van handelingen die worden beschouwd als "laster", is ingevoerd, waaronder in EU-lidstaten, die mogelijk de vrijheid van meningsuiting en van de media ondermijnen en die klokkenluiders en journalisten ervan weerhoudt corrupte activiteiten aan de kaak te stellen;

AE.  overwegende dat veel maatschappelijke organisaties, waaronder corruptiebestrijdings- en mensenrechtenverenigingen, vakbonden, onderzoeksjournalisten, bloggers en klokkenluiders, corruptie, fraude, wanbeheer en mensenrechtenschendingen aan de kaak stellen ondanks het feit dat ze zichzelf daarmee blootstellen aan het risico op vergeldingsmaatregelen, onder meer op de werkplek, aanklachten op grond van laster of belediging alsook aan persoonlijk gevaar; overwegende dat een gebrek aan bescherming tegen wraakacties, aanklachten tegen smaad en belediging en het ontbreken van een onafhankelijk en geloofwaardig onderzoek mensen kunnen ontmoedigen om hun stem te laten horen; overwegende dat de EU de plicht heeft om hen te beschermen door met name optimaal overheidssteun aan te bieden, onder meer door het bijwonen van en waarnemen bij processen van mensenrechtenactivisten, en zo doeltreffend mogelijk gebruik te maken van haar instrumenten, in het bijzonder het Europees instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR); overwegende dat naleving en een deugdelijke tenuitvoerlegging van de huidige wetgeving absoluut noodzakelijk zijn; overwegende dat degenen die corruptie aan het licht brengen het recht moeten hebben om hun identiteit geheim te houden, waarbij garanties inzake een eerlijk proces moeten gelden; overwegende dat klokkenluiders internationale bescherming tegen vervolging moeten krijgen;

AF.  overwegende dat de strijd tegen corruptie ook maatregelen moet omvatten om georganiseerde misdaad, belastingparadijzen, het witwassen van geld, belastingontduiking en illegale kapitaalstromen uit te bannen, evenals de regelingen die ze mogelijk maken, aangezien ze de duurzame ontwikkeling, vooruitgang, welvaart en verantwoordingsplicht van landen verhinderen;

AG.  overwegende dat veel derde landen nog niet de capaciteit hebben om belastinggegevens uit te wisselen met EU-lidstaten en zij daarom van de EU-lidstaten geen informatie ontvangen over hun burgers die mogelijk belastingen ontwijken;

AH.  overwegende dat er voldoende toezicht moet worden gehouden op EU-fondsen aan derde landen, waaronder in noodsituaties, waarbij duidelijke checks-and-balances worden doorgevoerd in de begunstigde landen om eventuele mogelijkheden voor corruptie te voorkomen, wangedrag aan het licht te brengen en corrupte ambtenaren te ontmaskeren;

AI.  overwegende dat het beheersen van corruptie en illegale financiële geldstromen een politieke aangelegenheid is die globaal, wereldwijd en grensoverschrijdend moet worden aangepakt (G20, UN, OECD, WB, IMF);

AJ.  overwegende dat het Internationaal Forum voor integriteit in de sport (IFSI) dat in februari 2017 is gehouden in Lausanne, Zwitserland, de samenwerking tussen regeringen, internationale sportorganen en andere organisaties heeft gestimuleerd om zo corruptie in de sport aan te pakken;

1.  dringt erop aan op nationaal en internationaal niveau collectieve maatregelen te treffen ter voorkoming en bestrijding van corruptie, aangezien corruptie zich over de grenzen heen verspreidt, waarbij naast de werkzaamheden van maatschappelijke organisaties ter bestrijding van corruptie, nauwere samenwerking tussen landen en regio's moet worden aangemoedigd; roept landen op actief deel te nemen aan internationale fora om goede praktijken en beleid dat past bij de specifieke situatie in elke regio te bespreken en hier gezamenlijke besluiten over te nemen, zodat corruptie wordt aangepakt als een onderling verbonden, complex, multidimensionaal fenomeen dat politieke, economische en sociale ontwikkeling belemmert en internationale criminaliteit, inclusief aan terrorisme gerelateerde activiteiten bevordert;

2.  is voornemens gedurende iedere zittingsperiode een voortgangsverslag over corruptie en mensenrechten op te stellen;

3.  is van mening dat corruptiebestrijding gepaard moet gaan met een aanpak in de vorm van een partnerschap tussen private en overheidssectoren en waarschuwt dat, indien dit wordt nagelaten, armoede, ongelijkheid en reputatieschade zich zullen verankeren, externe investeringen zullen afnemen, de levenskansen van jongeren zullen worden ondergraven, terwijl het verband tussen corrupte praktijken en terrorisme niet zal worden verbroken;

4.  is bezorgd over de gebrekkige toepassing en handhaving van de bestaande nationale en internationale corruptiebestrijdingsinstrumenten, zoals het VN-Verdrag tegen omkoping, de VN-richtsnoeren inzake bedrijfsleven en mensenrechten (Ruggie-richtsnoeren), het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie van de Raad van Europa en het OESO-Verdrag tegen omkoping; verzoekt de ondertekenende landen deze volledig toe te passen teneinde hun burgers beter te beschermen; zegt toe samen te werken met internationale partners om ervoor te zorgen dat een toenemend aantal landen ervoor kiest democratische processen te versterken en verantwoordelijke instellingen op te bouwen;

5.  is bezorgd over de pesterijen, bedreigingen, intimidatie en vergeldingen jegens leden van maatschappelijke organisaties, waaronder anticorruptieverenigingen en mensenrechtenbewegingen, journalisten, bloggers en klokkenluiders die gevallen van corruptie aan het licht brengen en aan de kaak stellen; roept de autoriteiten op alle noodzakelijke maatregelen te nemen om hun fysieke en mentale integriteit te waarborgen en om onmiddellijk, uitgebreid en onpartijdig onderzoek te laten doen om de verantwoordelijken voor het gerecht te brengen, in overeenstemming met internationale normen;

6.  dringt erop aan dat de deelnemers aan de anticorruptietop in Londen in 2016 de gedane toezeggingen nakomen om de oorzaken van corruptie aan te pakken en de methoden toepassen die nodig zijn om transparantie te bevorderen, en tevens ondersteuning bieden aan degenen die er het meest onder lijden;

7.  herinnert eraan dat de ontwikkeling van een externe EU-strategie inzake corruptiebestrijding van wezenlijk belang is om corruptie en financiële misdrijven doeltreffend te bestrijden;

8.  beklemtoont dat staten hun mensenrechtenverplichtingen moeten nakomen uit hoofde van de bepalingen in het VN-Verdrag tegen corruptie en spoort de landen die dit nog niet hebben gedaan, aan het verdrag te ondertekenen; onderstreept dat staten verantwoordelijk zijn voor het voorkomen van corruptie en uiteindelijk verplicht zijn om negatieve effecten ervan binnen hun rechtsgebied aan te pakken;

9.  erkent de verantwoordelijkheid van politieke belanghebbenden alsook van het bedrijfsleven om de mensenrechten te eerbiedigen en corruptie aan te pakken; benadrukt dat in de strategieën voor corruptiebestrijding een mensenrechtenperspectief moet worden opgenomen teneinde een verplicht en effectief preventief beleid ten uitvoer te leggen dat verband houdt met zaken als transparantie, wetgeving inzake toegang tot openbare informatie, de bescherming van klokkenluiders en externe controle;

10.  beveelt aan dat de EU de steun aan internationale instrumenten uitbreidt om zo de transparantie te verhogen in economische sectoren waar het grootste risico op mensenrechtenschendingen en corruptie bestaat;

11.  steunt de vaststelling van modern, transparant en doeltreffend beleid en rechtskaders voor het beheer van natuurlijke hulpbronnen en is van mening dat dergelijke maatregelen kunnen dienen als krachtig wapen tegen corruptie; is in dit verband ingenomen met het initiatief inzake transparantie van winningsindustrieën, en roept de EU op meer steun te verlenen aan grondstoffenrijke landen bij de tenuitvoerlegging ervan, als krachtig wereldwijd hulpmiddel bij de bevordering van openheid en verantwoordingsplicht ten aanzien van het beheer van inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen; is van mening dat de invoering van een doeltreffend rechtskader voor de waarborging van de juiste toepassing van de EITI-beginselen door ondernemingen en andere belanghebbenden die betrokken zijn bij de toeleveringsketens van de olie-, gas- en mijnbouwsectoren een cruciale maatregel is die door de EU moet worden bevorderd;

12.  beveelt aan om bij de aanpak en beteugeling van illegale financiële kapitaalstromen vanuit Afrika bijzondere aandacht te besteden aan die kapitaalstromen die het resultaat zijn van de winning van ertsen en mineralen afkomstig van mijnbouwsites in conflictgebieden;

13.  stelt vast dat corruptie een complex fenomeen is met wortels in tal van economische, politieke, administratieve, sociale en culturele factoren en machtsrelaties, en wijst er dan ook op dat ontwikkelingsbeleid om bij te dragen aan de strijd tegen corruptie niet alleen aandacht moet schenken aan de terugdringing van armoede en ongelijkheid en aan betere integratie, maar ook bevorderend moet zijn voor de mensenrechten, de democratie, de rechtsstaat en openbare sociale voorzieningen, teneinde goed bestuur te stimuleren en sociaal kapitaal, sociale inclusie en sociale cohesie op te bouwen, rekening houdend met specifieke culturele en regionale kenmerken;

14.  benadrukt dat een van de meest doeltreffende manieren om corruptie te voorkomen de beperking van overheidsingrijpen en bureaucratische bemiddeling is, evenals het invoeren van eenvoudigere regelgeving;

Overwegingen over corruptie en mensenrechten in bilaterale betrekkingen van de EU

15.  onderstreept dat het beginsel van lokale en democratische verantwoordelijkheid moet worden geïntegreerd in alle projecten die door bijstandsprogramma's van de EU worden gefinancierd om een minimale transparantienorm te waarborgen; wijst er uitdrukkelijk op dat de externe financiële instrumenten van de EU moeten zijn gebaseerd op corruptiebestrijdingsnormen, op resultaten gebaseerde voorwaardelijkheid, inclusief duidelijke mijlpalen, indicatoren en jaarlijkse voortgangsrapportages, en op toezeggingen van de partnerlanden om zo de absorptie van de financiële EU-steun te verbeteren;

16.  herinnert aan de noodzaak van permanent toezicht op door de EU gefinancierde projecten en de verantwoordingsplicht van de autoriteiten in het begunstigde land wanneer EU-fondsen niet op de juiste wijze worden gebruikt en benadrukt de noodzaak om lokale maatschappelijke organisaties en mensenrechtenactivisten te betrekken bij het toezicht op de tenuitvoerlegging van de contracten; benadrukt voorts dat het noodzakelijk is dat elke contractant die EU-fondsen ontvangt alle vereiste informatie, onder meer inzake economische eigendom en de bedrijfsstructuur, volledig openbaar maakt;

17.  raadt aan dat de EU en andere internationale verstrekkers van subsidies en leningen audits uitvoeren met betrekking tot subsidie-, lenings- en bijstandspakketten en uitgebreid, zorgvuldig onderzoek verrichten bij ontvangende regeringen en organisaties om te voorkomen dat er "huur" wordt betaald aan kleptocratische autoriteiten en organisaties die door hen en hun partners worden gecontroleerd; is in dit verband van mening dat collegiale toetsing moet worden gestimuleerd;

18.  benadrukt het cruciale belang van een corruptiebestrijdingsagenda tijdens het proces van toetredingsonderhandelingen met de EU;

19.  verzoekt de EU om naast mensenrechtenclausules ook een corruptiebestrijdingsclausule op te nemen in overeenkomsten met derde landen, die toezicht, raadpleging en, in laatste instantie, het opleggen van sancties of de opschorting van die overeenkomst vereist in het geval van ernstige en/of systemische corruptie die tot ernstige mensenrechtenschendingen leidt;

20.  roept de EU op beginselen te ontwikkelen voor de bestrijding van grootschalige corruptie als misdrijf in nationale en internationale wetgeving, lopende zaken van straffeloosheid met betrekking tot grootschalige corruptie aan te pakken door strengere handhaving van anticorruptiewetgeving en hervormingen door te voeren om systemische hiaten in nationale rechtskaders te dichten die het mogelijk maken dat de inkomsten van grootschalige corruptie grenzen overschrijden, en aan het toezicht van financiële regelgevers en belastingautoriteiten onttrokken worden;

21.  benadrukt dat er bijzondere aandacht moet worden besteed aan voortdurend en gestructureerd toezicht en beoordeling van de doeltreffende toepassing van het UNCAC in de lidstaten van de EU en landen waarmee de EU een overeenkomst heeft gesloten of voornemens is dat te doen;

22.  vraagt de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden en de lidstaten, gezien het Europese acquis op het gebied van corruptiebestrijding, op internationaal niveau het voortouw te nemen en de strijd tegen corruptie bij partnerlanden van de Unie aan te moedigen;

23.  vraagt de EU om anticorruptiemaatregelen en doeltreffende mechanismen voor publieke deelname en publieke verantwoording te bevorderen, waaronder het recht op toegang tot informatie en de tenuitvoerlegging van open-databeginselen, in alle relevante mensenrechtendialogen en raadplegingen met derde landen en om projecten te financieren die zijn gericht op de invoering, uitvoering en handhaving van deze maatregelen;

24.  benadrukt het belang van opensourceonderzoek met betrekking tot onderzoek in het kader van corruptiebestrijding; verzoekt de EU om organisaties die werken aan opensourceonderzoek en de digitale verzameling van bewijs voor corruptie voldoende te financieren, om zo corrupte functionarissen op te sporen en verantwoordingsplicht te waarborgen;

25.  vraagt de EU onderzoek naar toepassingen voor gedistribueerde grootboeken te financieren, dat kan worden gebruikt voor de transparantie van de verkoop van regeringsactiva, het traceren en volgen van donorgelden in de buitenlandse hulp van de EU en de aanpak van stemfraude;

26.  is ingenomen met de aanhoudende inspanningen in het kader van het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking en het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument voor de oprichting en consolidatie van onafhankelijke en doeltreffende instellingen voor de bestrijding van corruptie;

27.  vraagt de EDEO en de Commissie gezamenlijke programma's voor mensenrechten en corruptiebestrijding op te zetten, met name initiatieven voor de bevordering van de transparantie, de bestrijding van straffeloosheid en de versterking van corruptiebestrijdingsinstanties; is van mening dat deze inspanningen ook de capaciteit van nationale instellingen voor de mensenrechten met een aantoonbare reputatie van onafhankelijkheid en onpartijdigheid om op te treden in corruptiezaken dienen te ondersteunen, onder meer aan de hand van onderzoekscapaciteit om verbanden te leggen tussen corruptie en mensenrechtenschendingen, samenwerking met corruptiebestrijdingsinstanties en doorverwijzingen naar parketten of wetshandhavingsinstanties; verzoekt de Unie en de lidstaten tevens hun programma's voor justitiële samenwerking met derde landen te versterken, teneinde de uitwisseling van goede praktijken en doeltreffende instrumenten in de bestrijding van corruptie te bevorderen;

28.  dringt er bij de EU op aan corruptiebestrijdingsinstellingen die zijn opgericht in derde landen en die beschikken over een aantoonbare reputatie van onafhankelijkheid en onpartijdigheid, zoals de Guatemalteekse Internationale Commissie tegen straffeloosheid (CICIG), te blijven ondersteunen, alsook steun te blijven verlenen aan initiatieven voor het delen van informatie, het uitwisselen van beste praktijken en het verbeteren van capaciteitsopbouw; spoort deze landen aan de instellingen te voorzien van alle noodzakelijke hulpmiddelen, waaronder onderzoeksbevoegdheid, om hun werkzaamheden doeltreffend te kunnen uitvoeren;

29.  vraagt de Commissie en de EDEO meer middelen vrij te maken voor bijstand aan het opzetten en uitvoeren van beschermingsprogramma's ten behoeve van de leden van maatschappelijke organisaties, onder meer corruptiebestrijdingsverenigingen en mensenrechtenbewegingen, journalisten, bloggers en klokkenluiders die corruptiezaken en mensenrechtenschendingen aan het licht brengen en aanklagen; herhaalt eens te meer dat toekomstige actualiseringen van de EU-richtsnoeren inzake mensenrechtenverdedigers, ontwikkelingssteun of richtsnoeren met betrekking tot de toepassing daarvan uitdrukkelijk moeten verwijzen naar en maatregelen moeten bevatten voor de bevordering van de bescherming van mensenrechten en voor corruptiebestrijding, teneinde het voor mensen makkelijker te maken om, zonder bang te hoeven zijn voor wraakacties, verdachte corruptiepraktijken te melden en steun te verlenen aan gemeenschappen die hier het slachtoffer van zijn; is ingenomen met de onlangs door de Commissie opgestarte raadplegingsprocedure in verband met de bescherming van klokkenluiders; benadrukt dat de focuspunten op het gebied van de mensenrechten in EU-delegaties tevens speciale aandacht moeten besteden aan deze doelgroepen en nauw contact moeten onderhouden met lokale maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers, zodat internationale zichtbaarheid en bescherming worden gewaarborgd en zo tevens veilige kanalen tot stand worden gebracht voor het rapporteren van misstanden;

30.  benadrukt dat toezichthoudende instanties, lokale wetshandhavers en aanklagers met een aantoonbare reputatie van onafhankelijkheid en onpartijdigheid, evenals klokkenluiders en getuigen van specifieke gevallen, allemaal bijstand en steun van de EU moeten kunnen krijgen door middel van vertegenwoordiging ter plaatse en door hen uit te nodigen om deel te nemen aan opleidingsprogramma's in Europa; benadrukt dat deze steun, indien gepast, openbaar moet worden gemaakt;

31.  vraagt de EU-delegaties gebruik te maken van demarches en openbare diplomatie op lokaal en internationaal niveau om gevallen van corruptie en straffeloosheid aan het licht te brengen, met name wanneer deze leiden tot ernstige mensenrechtenschendingen; vraagt de EU-delegaties en de ambassades van de lidstaten voorts om verslagen over corruptie (in de vorm van systemische analyse of specifieke gevallen) op te nemen in hun briefings aan de EDEO en de lidstaten;

32.  beveelt aan dat de EDEO- en EU-delegaties, waar nodig, een specifieke benchmark opnemen over het verband tussen corruptie en mensenrechten in de landenstrategiedocumenten betreffende mensenrechten en democratie en beveelt bovendien aan dat deze kwestie wordt behandeld als één van de prioriteiten voor de speciale vertegenwoordigers van de EU bij de uitvoering van hun taken; dringt er met name bij de EU op aan om corruptie rechtstreeks aan te pakken in de programmering en in landenspecifieke nota's en om eventuele begrotingsondersteuning aan derde landen te koppelen aan concrete hervormingen in de richting van transparantie en andere corruptiebestrijdingsmaatregelen;

33.  beveelt aan dat het Europees Fonds voor democratie en het uitgebreide mechanisme voor mensenrechtenverdedigers van de EU (protectdefenders.eu) zich moeten richten op specifieke programma's om activisten op het gebied van corruptiebestrijding te beschermen die tevens bijdragen aan de bescherming van de mensenrechten;

34.  roept de EU op om klachtenmechanismen in te stellen, zodat personen die door haar externe acties worden getroffen een klacht kunnen indienen over schendingen van mensenrechten en gevallen van corruptie;

35.  herhaalt zijn oproep uit eerdere resoluties dat de EU de sanctielijst in verband met Magnitsky tegen de 32 Russische overheidsfunctionarissen die verantwoordelijk zijn voor de dood van de Russische klokkenluider Sergei Magnitsky zo snel mogelijk moet voorleggen aam de Raad, zodat deze kan worden vastgesteld en er gerichte sancties aan deze functionarissen kunnen worden opgelegd, zoals een EU-breed visumverbod en het bevriezen van de financiële activa die zij bezitten in de Europese Unie;

36.  spoort de EU-lidstaten aan te overwegen wetgeving aan te nemen waarmee duidelijke criteria worden ingevoerd voor het op de zwarte lijst zetten van en het opleggen van soortgelijke sancties aan onderdanen van derde landen en hun gezinsleden die verantwoordelijk zijn voor, medeplichtig zijn aan, verantwoordelijk zijn voor het opdracht geven tot, controleren van of anderszins opdragen van, het plegen van grootschalige corruptiehandelingen, waaronder de onteigening van private of overheidsactiva voor persoonlijk gewin, corruptie in verband met overheidsopdrachten of de winning van natuurlijke hulpbronnen, omkoping of het faciliteren of overdragen van onrechtmatig verkregen activa naar buitenlandse rechtsgebieden; benadrukt dat criteria voor de opname op de lijst moeten zijn opgebouwd op basis van goed gedocumenteerde, convergerende en onafhankelijke bronnen en overtuigend bewijs, waarin ruimte is voor verhaalmechanismen voor de personen waartegen deze gericht zijn; benadrukt dat de lijst openbaar moet zijn zodat zij een bijdrage levert aan de informatie die entiteiten nodig hebben die, op grond van de antiwitwasrichtlijn van de EU(22), onder meer verplicht cliëntenonderzoek moeten verrichten;

37.  roept de EU op om het beginsel van beleidscoherentie voor ontwikkeling na te leven (artikel 208 VWEU), om actief bij te dragen aan de terugdringing van corruptie, en om rechtstreeks en uitdrukkelijk de strijd aan te binden met straffeloosheid via het extern beleid van de Unie;

38.  verzoekt de EU de transparantie en verantwoordingsplicht van haar officiële ontwikkelingshulp te vergroten, teneinde daadwerkelijk te voldoen aan de normen als vastgelegd in het Internationaal Initiatief inzake transparantie van ontwikkelingshulp (IATI) en aan internationaal overeengekomen beginselen inzake doeltreffendheid van ontwikkelingshulp; roept de EU tevens op een sterk holistisch risicobeheersysteem te ontwikkelen om te voorkomen dat ontwikkelingshulp bijdraagt aan corruptie in ontvangende landen, namelijk door begrotingssteun te koppelen aan duidelijke doelstellingen op het vlak van corruptiebestrijding; benadrukt met het oog hierop dat er stevige mechanismen moeten worden ingevoerd om toezicht te houden op de tenuitvoerlegging van begrotingssteun;

39.  verzoekt de Commissie om in het kader van begrotingssteun, met het oog op de uitbanning van corruptie op hoog niveau, aandacht te besteden aan de transparantie van operaties waarbij sprake is van privatisering en transacties van publieke goederen, met name grond, en om deel te nemen aan OESO-steunprogramma's voor ontwikkelingslanden inzake corporate governance van staatsbedrijven;

40.  verzoekt de Commissie ontwikkelingslanden te ondersteunen in hun strijd tegen belastingontduiking en -ontwijking door hen te helpen evenwichtige, efficiënte, billijke en transparante belastingstelsels tot stand te brengen;

41.  blijft erbij dat de EU, als grootste donor ter wereld, methoden moet bevorderen om de verlening van externe hulp door de EU te koppelen aan belastinghervormingen die gericht zijn op meer transparantie, een grotere toegankelijkheid van gegevens en het bevorderen van een gemeenschappelijke aanpak met andere donoren.

42.  benadrukt met name de ingrijpende negatieve gevolgen van corruptie voor de handel en de voordelen daarvan, economische ontwikkeling, investeringen en openbare-aanbestedingsprocedures en dringt er bij de Commissie op aan dit verband in aanmerking te nemen in alle handelsovereenkomsten en daarin afdwingbare mensenrechten- en anticorruptiebepalingen op te nemen;

43.  herinnert eraan dat het handelsbeleid de waarden van de EU als bedoeld in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, namelijk democratie, de rechtsstaat, eerbiediging van de mensenrechten, vrijheden en grondrechten of nog gelijkheid, helpt te beschermen en te bevorderen; onderstreept dat er samenhang moet bestaan tussen het externe en het interne beleid van de Europese Unie, met name op het gebied van corruptiebestrijding; onderstreept dat de Europese wetgevers in dit verband een belangrijke rol te spelen hebben bij het bevorderen van de handelsbetrekkingen, omdat zij moeten vermijden dat die betrekkingen de deur openzetten voor corruptie;

44.  beschouwt handelsovereenkomsten als een essentieel instrument voor de bevordering van anticorruptiemaatregelen en goed bestuur; is ingenomen met de maatregelen die de EU reeds heeft genomen om corruptie te bestrijden in haar handelsbeleid, bijvoorbeeld aan de hand van SAP+, de opneming van hoofdstukken over duurzame ontwikkeling en de opneming van toezeggingen om internationale anticorruptieovereenkomsten met handelspartners te ratificeren; herbevestigt het in de "handel voor iedereen"-strategie genoemde doel om ambitieuze anticorruptiebepalingen op te nemen in alle toekomstige handelsovereenkomsten; pleit er in dit verband voor dat in toekomstige handelsovereenkomsten toezeggingen worden opgenomen voor multilaterale anticorruptieovereenkomsten, zoals het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie en het OESO-verdrag tegen omkoping, en dat bij de herziening van bestaande handelsovereenkomsten in het kader van een alomvattende benadering horizontale bepalingen worden opgenomen;

45.  onderstreept dat de partijen bij handelsovereenkomsten maatregelen moeten nemen om de actieve participatie van de particuliere sector, maatschappelijke organisaties en binnenlandse adviesgroepen bij de tenuitvoerlegging van programma's en bepalingen ter bestrijding van corruptie in internationale handels- en investeringsovereenkomsten te bevorderen; meent dat, zodra een EU-brede regeling van kracht is, de opneming van bepalingen ter bescherming van klokkenluiders in toekomstige handelsovereenkomsten moet worden overwogen;

46.  herinnert eraan hoe belangrijk het is om heldere richtsnoeren en ondersteuning te verstrekken aan bedrijven om doeltreffende anticorruptieprocedures op te zetten met betrekking tot hun verrichtingen, met name voor kmo's, waarvoor speciale bepalingen in handelsovereenkomsten moeten worden opgenomen om hen in staat te stellen corruptie te bestrijden; benadrukt dat er geen pasklare oplossing is voor de naleving van de anticorruptiebepalingen; verzoekt de Commissie om de ontwikkeling van bijstandsprojecten te overwegen voor capaciteitsopbouw op het gebied van corruptiebestrijding, zoals de uitwisseling van beste praktijken en opleidingen om staten en de bedrijfswereld te helpen het hoofd te bieden aan de uitdagingen waarmee zij inzake corruptiebestrijding worden geconfronteerd;

47.  is ingenomen met de inwerkingtreding in februari 2017 van de WTO-overeenkomst inzake handelsbevordering, die voorziet in maatregelen ter bestrijding van corruptie in de mondiale handel; meent evenwel dat de vaststelling of hervorming van wetgeving alleen ontoereikend is en dat de daadwerkelijke toepassing ervan het belangrijkste is; wijst erop dat een herziening van de wetgeving vergezeld moet gaan van opleidingsmaatregelen voor de gerechtelijke diensten, toegang tot informatie voor het publiek en transparantiemaatregelen, en roept de EU-lidstaten op om in hun strijd tegen corruptie samen te werken op deze gebieden; wijst er tevens op dat handelsovereenkomsten kunnen helpen bij het monitoren van binnenlandse hervormingen met betrekking tot het anticorruptiebeleid;

48.  roept de Commissie op te onderhandelen over handhaafbare anticorruptie- en antiwitwasbepalingen in alle toekomstige handelsovereenkomsten, met inbegrip van doeltreffend toezicht op de tenuitvoerlegging van de anticorruptiebepalingen; verzoekt de lidstaten in dit verband de opneming van anticorruptiemaatregelen in de onderhandelingsmandaten te ondersteunen, zoals de Commissie voorstelt in de ontwerpmandaten die zij aan de lidstaten voorlegt; is verheugd dat in het onderhandelingsmandaat voor de vernieuwing van de overeenkomst tussen de EU en Mexico anticorruptiebepalingen zijn opgenomen; verzoekt de Commissie om corruptie te blijven bestrijden door de onderhandelingen over handelsovereenkomsten transparanter te maken en bepalingen op te nemen om de samenwerking op regelgevingsgebied en de integratie van douaneprocedures en mondiale waardeketens te vergroten; meent dat er samenwerkingsclausules moeten worden opgenomen om corruptie aan te pakken, bijvoorbeeld via de uitwisseling van informatie, en dat er administratieve en technische bijstand moet worden verleend met het oog op het delen en bevorderen van beste praktijken die de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten helpen te versterken; moedigt de Commissie aan om duidelijke en relevante voorwaarden en prestatie-indicatoren vast te stellen die een betere beoordeling en demonstratie van de resultaten mogelijk maken;

49.  brengt in herinnering dat het belangrijk is om tijdens de uitvoering van een overeenkomst een voortdurende en regelmatige dialoog met de handelspartners op gang te houden met het oog op de follow-up en degelijke tenuitvoerlegging van de overeenkomst en de anticorruptiebepalingen; herinnert aan het voorstel dat de Commissie in haar "handel voor iedereen"-strategie heeft geformuleerd, om overlegmechanismen in te voeren in gevallen van systematische corruptie en zwak bestuur, en verzoekt de Commissie de opschorting van de voordelen van een overeenkomst te overwegen in dergelijke gevallen van systematische corruptie en niet-naleving van anticorruptiebepalingen of van de internationale normen wat betreft de bestrijding van corruptie, zoals de gemeenschappelijke verslagleggingsnorm en het actieplan inzake grondslaguitholling en winstverschuiving van de OESO, het centrale register van economische eigendom en de FATF-aanbevelingen; verzoekt de Commissie duidelijke en relevante voorwaarden en prestatie-indicatoren vast te stellen die een betere beoordeling en demonstratie van de resultaten mogelijk maken; verzoekt de Commissie verder vastberaden, evenredig en snel te reageren wanneer de begunstigde regering tekortschiet in de nakoming van de aangegane verplichtingen; verzoekt de Commissie om raadplegingsmechanismen met handelspartners op te zetten in gevallen van systeemcorruptie en om te zorgen voor de uitwisseling van expertise om landen te ondersteunen bij de tenuitvoerlegging van anticorruptiemaatregelen.

50.  merkt op dat handelsovereenkomsten bindende en afdwingbare clausules inzake mensenrechten moeten omvatten die waarborgen dat particuliere bedrijven en overheidsinstanties de mensenrechten en de hoogste sociale en milieunormen eerbiedigen, wat van essentieel belang is in de strijd tegen corruptie;

Ontwikkeling van EU-inlichtingen over corruptienetwerken en tussenpersonen

51.  vraagt de EDEO het voortouw te nemen bij de oprichting van taskforces tussen de ambassades van de lidstaten en EU-delegaties in derde landen in het kader waarvan diplomaten gegevens kunnen analyseren en delen over de structuur en werking van lokale corrupte netwerken tot het hoogste machtsniveau en genoeg inlichtingen kunnen verzamelen om te voorkomen dat de EU samenspant met kleptocratische regimes; is van mening dat dergelijke informatie aan EU-instellingen moet worden overgebracht door middel van diplomatieke en veilige kanalen; stelt daarnaast voor dat EU-delegaties en ambassades van de lidstaten nauwe contacten stimuleren met de lokale bevolking, met name door middel van een regelmatige dialoog met daadwerkelijke en onafhankelijke maatschappelijke organisaties, journalisten en mensenrechtenverdedigers, om zo betrouwbare informatie te verzamelen over lokale corruptie, cruciale essentiële personen en gevangen functionarissen;

52.  is van mening dat bedrijven ook aan EU-organen moeten rapporteren wanneer hen wordt gevraagd om steekpenningen en/of wanneer zij verplicht moeten investeren in derde landen via lokale tussenpersonen of met lege vennootschappen als partner;

53.  benadrukt dat, gezien de verzamelde informatie, landenspecifieke richtsnoeren moeten worden gedeeld met de civiele en militaire inzet en EU-donoragentschappen om het bewustzijn te vergroten over de risico's die gepaard gaan met de omgang met lokale contractanten, particuliere beveiligingsbedrijven en dienstverleners, wiens gerechtigden in verband kunnen worden gebracht met mensenrechtenschendingen en corrupte netwerken;

Samenhang tussen intern en extern optreden

54.  is van mening dat de EU uitsluitend een geloofwaardige en invloedrijke leider kan worden op het gebied van corruptiebestrijding als zij de problemen in verband met georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen binnen haar eigen grenzen op adequate wijze aanpakt; betreurt in dit verband dat de Commissie beslist heeft om geen vervolg te geven aan haar EU-corruptiebestrijdingsverslag van 2014 en zo een nieuwe analyse te verstrekken van corruptie in de EU-lidstaten, hetgeen ook het voornemen van de EU om een ambitieuze corruptiebestrijdingsagenda in haar buitenlands beleid te bevorderen geloofwaardiger zou hebben gemaakt; benadrukt dat de Commissie en andere EU-instellingen regelmatige, ambitieuze en grondige verslaglegging en zelfbeoordeling moeten uitvoeren overeenkomstig de bepalingen in het VN-Verdrag tegen corruptie en de bijbehorende beoordelingsmechismen en nodigt de Commissie uit nader beleid en nadere wetgevingsinitiatieven te presenteren om corruptie te bestrijden en aan te dringen op meer integriteit en transparantie in de lidstaten;

55.  merkt op dat de decriminalisering van corruptie in eender welke lidstaat de geloofwaardigheid van het overheidsbeleid zou verkleinen en bovendien het vermogen van de EU om aan te dringen op een wereldwijde ambitieuze corruptiebestrijdingsagenda zou uithollen; ondersteunt nauwere samenwerking tussen de EU-lidstaten en de Europese Rekenkamer;

56.  herhaalt zijn verzoek aan de EU-lidstaten om hun strafwetgeving waar nodig te wijzigen, om rechtsbevoegdheid in te stellen voor nationale aanklagers en rechtbanken om de misdrijven omkoping of verduistering van publieke middelen te onderzoeken en voor de rechter te brengen, ongeacht de plaats waar het misdrijf is gepleegd, zolang als de opbrengsten van deze criminele activiteiten zich in de betreffende lidstaat bevinden of daar zijn witgewassen, of de persoon een "nauwe band" heeft met de lidstaat, namelijk via staatsburgerschap, verblijf of economische eigendom van een bedrijf met een hoofdzetel of met dochterondernemingen in de lidstaat;

Bijdrage van de EU aan een op mensenrechten gebaseerde benadering van de corruptiebestrijding op multilaterale fora

57.  verzoekt de lidstaten in de VN een discussie op gang te brengen over de versterking van de normen inzake onafhankelijkheid en de mandaten van corruptiebestrijdingsinstanties, en daarbij gebruik te maken van de ervaring van het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten, het Internationaal coördinatiecomité van nationale mensenrechteninstellingen en VN-organen, meer bepaald het Mensenrechtencomité, met betrekking tot nationale instellingen voor de mensenrechten (beginselen van Parijs);

58.  benadrukt dat de verbanden tussen corruptiebestrijdingsinstanties en nationale instellingen voor de mensenrechten moeten worden versterkt, op basis van het mandaat van laatstgenoemden om corruptie aan te pakken als een mogelijke oorzaak van directe en indirecte mensenrechtenschendingen;

59.  herinnert aan zijn verzoek aan de EU-lidstaten om de instelling van een speciale VN-rapporteur voor financiële criminaliteit, corruptie en mensenrechten met een uitgebreid mandaat te steunen, met inbegrip van een doelstellingsgericht plan en een periodieke beoordeling van de door de lidstaten genomen corruptiebestrijdingsmaatregelen; vraagt de lidstaten om het voortouw te nemen bij de mobilisatie van steun bij de lidstaten van het HRC, en om gezamenlijk een resolutie in te dienen die dit mandaat tot stand brengt;

60.  dringt erop aan dat de VN een normatief instrument inzake illegale geldstromen instelt met het oog op grotere doeltreffendheid;

61.  beklemtoont dat de nationale en internationale communicatie- en bewustmakingscampagnes inzake corruptie om de deelname van burgers te vergroten een extra impuls moeten krijgen om te benadrukken dat corruptie negatieve gevolgen heeft voor de mensenrechten en onder andere leidt tot sociale ongelijkheid, een gebrek aan sociale rechtvaardigheid en toegenomen armoede; spoort de EU aan te zorgen voor de ontwikkeling en uitvoering van specifieke programma's inzake het bestaande straf- en procesrecht en verhaalmechanismen; benadrukt dat het onderwijs en onpartijdige, onafhankelijke openbare informatie een cruciale rol vervullen in het bijbrengen van sociale vaardigheden en integriteitsbeginselen die het algemeen belang dienen en bijdragen aan de rechtsstaat en de sociale en economische ontwikkeling van een samenleving;

62.  beveelt aan om het onderzoek van corruptie als oorzaak van mensenrechtenschendingen, en als gevolg van mensenrechtenschendingen en een zwakke rechtsstaat, op te nemen in de universele periodieke doorlichting als manier om corruptie aan te pakken en transparantie en beste praktijken te bevorderen; benadrukt de rol die het maatschappelijk middenveld kan vervullen door aan dit proces bij te dragen;

63.  dringt aan op een verdieping van de internationale afspraken om de aanpak van corruptie tot prominent onderdeel te maken van de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN als mechanisme voor de bestrijding van armoede wereldwijd;

Corruptie en mensenhandel

64.  is bezorgd dat mensensmokkel kan worden gefaciliteerd door de corruptie van actoren die beschikken over verschillende toevertrouwde bevoegdheidsniveaus, zoals de politie, douanebeambten, grensbewakingsautoriteiten en immigratiediensten die mensenhandel kunnen negeren, tolereren, daaraan kunnen deelnemen of dit kunnen organiseren;

65.  benadrukt in dit verband het belang van corruptiebestrijdingsmaatregelen, zoals het bevorderen van transparantie en verantwoordingsplicht binnen overheden, door het invoeren van een algemeen mechanisme om corruptie te bestrijden en een betere coördinatie te waarborgen van strategieën voor de bestrijding van mensenhandel;

66.  onderstreept de prominente rol die kan worden gespeeld door een gendergevoelige aanpak wanneer beleid voor de bestrijding van corruptie binnen mensenhandel wordt ontwikkeld;

Bedrijfsleven en mensenrechten

67.  spoort alle lidstaten van de VN en met name de EU-lidstaten aan om de VN-richtsnoeren inzake het bedrijfsleven en de mensenrechten volledig toe te passen en daarbij specifieke toezeggingen te doen betreffende corruptiebestrijdingsmaatregelen in hun nationale actieplan voor de mensenrechten (zoals vereist in het actieplan van de EU voor mensenrechten en democratie) of om specifieke wetgeving inzake de bestrijding van omkoping vast te stellen;

68.  is verheugd over het feit dat enkele nationale actieplannen van EU-lidstaten verwijzen naar corruptie, en stelt in dit verband specifieke maatregelen voor ter voorkoming en bestraffing van corrupte praktijken en omkopingen die kunnen leiden tot mensenrechtenschendingen; beveelt aan dat de EU aanvullende maatregelen steunt om de vaststelling en tenuitvoerlegging van codes en normen op het gebied van naleving en omkopings- en corruptiebestrijding binnen afzonderlijke bedrijven te bevorderen, en dat dat ondernemingen die inschrijven op overheidsopdrachten een solide code voor omkopings- en corruptiebestrijding moeten hebben ingevoerd, evenals beginselen voor goed bestuur op het gebied van belastingen; is van mening dat misbruik van overheidsfondsen, onrechtmatige verrijking of omkoping moeten worden bestraft met specifieke aanvullende sancties in het kader van het strafrecht, in het bijzonder wanneer zij rechtstreeks leiden tot mensenrechtenschendingen die worden veroorzaakt door corrupte handelingen;

69.  is ingenomen met de herziene jaarrekeningrichtlijn met betrekking tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit(23) door bepaalde grote ondernemingen en groepen, onder meer over hun inspanningen in verband met de mensenrechten en corruptiebestrijding; spoort bedrijven aan om alle desbetreffende informatie bekend te maken in overeenstemming met de richtsnoeren die binnenkort door de Commissie worden uitgegeven;

70.  hernieuwt zijn oproep aan alle staten en de EU, om op actieve en constructieve wijze betrokken te zijn bij de lopende werkzaamheden van de intergouvernementele werkgroep van de VN inzake transnationale ondernemingen en andere zakelijke bedrijven met betrekking tot de mensenrechten teneinde zo een juridisch bindend instrument te kunnen vaststellen om wanneer zich mensenrechtenschendingen, waaronder schendingen als gevolg van corruptie, voordoen deze te kunnen voorkomen, te onderzoeken, schadeloosstelling te eisen en te beschikken over toegang tot verhaalsmogelijkheden; roept staten al het nodige te doen om civiele rechtsvorderingen voor geleden schade mogelijk te maken jegens degenen die corrupte handelingen uitvoeren, in overeenstemming met artikel 35 van het VN-Verdrag tegen corruptie;

71.  verzoekt de EU en haar lidstaten de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen te hanteren;

Landroof en corruptie

72.  blijft bezorgd over de situatie ten aanzien van landroof als gevolg van corrupte praktijken door ondernemingen, buitenlandse investeerders, nationale en internationale actoren van de staat, functionarissen en autoriteiten; benadrukt dat corruptie landroof vaak mogelijk maakt door middel van gedwongen uitzetting door, onder andere, derden de onrechtmatige controle over land te verlenen zonder toestemming van de mensen die op dat land wonen;

73.  benadrukt dat onderzoek uitwijst dat corruptie wijdverspreid is bij landbeheer en in toenemende mate alle fases van landtransacties aantast, met een uitgebreide reeks nadelige effecten op de mensenrechten tot gevolg, variërend van gedwongen ontheemding van gemeenschappen zonder toereikende vergoeding tot het vermoorden van landbeschermers(24); stelt bovendien met bezorgdheid vast dat er een risico bestaat dat mensenrechtenschendingen zullen toenemen, gezien de stijgende vraag naar voedsel, brandstoffen en grondstoffen en steeds grootschaligere investeringen in grond in ontwikkelingslanden;

74.  wijst erop dat er een cruciale rol is weggelegd voor de financiële sector om corrupte praktijken te voorkomen die met name landroof in de hand werken; wijst er nogmaals op dat banken en financiële instellingen moeten instaan voor "cliëntenonderzoek" ter bestrijding van witwaspraktijken die verband houden met corruptie, en erop moeten toezien dat de investeerders die ze ondersteunen doeltreffende zorgvuldigheidsmaatregelen op het vlak van mensenrechten nemen; verzoekt de EU en haar lidstaten te eisen dat nadere gegevens over grondaankopen van bedrijven in derde landen worden bekendgemaakt, en meer steun te geven aan ontwikkelingslanden om te zorgen voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van de vrijwillige richtsnoeren voor verantwoord beheer van bodemgebruik, visserij en bosbouw (VGGT) als een manier om corruptie in grondtransacties aan te pakken;

Verkiezing en werking van democratisch verkozen organen

75.  beklemtoont dat een einde maken aan ernstig misbruik dat de democratie en politieke processen verstoort een van de doelstellingen van de corruptiebestrijding moet zijn en dat de bevordering van een onafhankelijk, onpartijdig en doeltreffend gerechtelijk apparaat een andere doelstelling is; roept op tot de versterking van politieke partijen in hun rol als kanalen van democratische vertegenwoordiging en politieke participatie door op efficiënte wijze te worden toegerust; wijst erop dat in dit verband de regulering van politieke financiering, waaronder de identificatie van donoren en andere financieringsbronnen centraal staan in het behoud van de democratie;

76.  merkt bezorgd op dat verkiezingsfraude en corruptie in verband met verkiezingsprocessen en de werking van verkozen representatieve instanties en vergaderingen het vertrouwen in de democratische instellingen sterk ondermijnen en de politieke en burgerrechten verzwakken aangezien zij een gelijke en billijke vertegenwoordiging onmogelijk maken en doordat zij de aard van de rechtsstaat ter discussie stellen; wijst op de positieve rol van waarnemingsmissies bij verkiezingen en de bijdrage die zij leveren aan het deugdelijke verloop van verkiezingen en de hervorming van kieswetten; stimuleert verdere samenwerking met gespecialiseerde internationale organen, zoals de Raad van Europa of de OVSE op dit gebied;

77.  wijst uitdrukkelijk op de specifieke noodzaak om de hoogst mogelijke ethische en transparantienormen te betrachten bij de werking van internationale organisaties en regionale vergaderingen die belast zijn met de bescherming en bevordering van de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat, door instellingen en beroepen over de hele wereld aan elkaar te koppelen en zo capaciteit op te bouwen en een gedeelde cultuur van integriteit te bevorderen; benadrukt de noodzaak van de bevordering van transparante praktijken door gedragscodes en specifieke transparantiemaatregelen uit te werken om eventuele fraude of eventueel wangedrag te voorkomen en te onderzoeken;

78.  benadrukt hoe noodzakelijk het is om lobbyen streng te reguleren in overeenstemming met de beginselen van openheid en transparantie, om zo te waarborgen dat alle belangengroepen gelijke toegang hebben tot besluitvormers en om een eind te maken corruptie en het risico op mensenrechtenschendingen; verzoekt de EU en de lidstaten om alle vormen van verborgen, onethisch en illegaal lobbyen te identificeren en veroordelen; verzoekt de EU om transparante processen voor besluitvorming en wetgeving te bevorderen, zowel in de lidstaten als in betrekkingen met derde landen;

Grote sportevenementen en verbanden met mensenrechtenschendingen en corruptie

79.  blijft zich zorgen maken over ernstige mensenrechtenschendingen, onder meer van het arbeidsrecht, en corruptie op hoog niveau in verband met grote internationale sportevenementen en de bijbehorende grootschalige infrastructuurprojecten; moedigt samenwerking aan tussen sportbestuurslichamen en internationale corruptiebestrijdingsinstanties en ngo's teneinde te komen tot transparante en controleerbare toezeggingen inzake de mensenrechten door de organisatoren van grote sportevenementen en degenen die zich inschrijven om gastheer te zijn; benadrukt dat deze criteria deel moeten uitmaken van de gunningscriteria voor het optreden als gastheer van dergelijke evenementen;

80.  is van mening dat ook grote niet-gouvernementele internationale sportfederaties inspanningen ter bestrijding van corruptie moeten leveren en deze inspanningen moeten intensiveren, en meent dat niet-gouvernementele internationale sportfederaties moeten erkennen dat zij verantwoordelijkheid dragen voor de naleving van de mensenrechten; pleit er daarom voor dat de met corruptiebestrijding belaste overheidsinstanties meer bevoegdheden krijgen voor het onderzoeken en bestraffen van gevallen van corruptie bij grote niet-gouvernementele sportfederaties;

81.  is van mening dat corruptie op hoog niveau in sportbesturen, matchfixing, verwerving, goedkeuringsdeals, de selectie van locaties, illegaal gokken en doping, evenals de betrokkenheid van de georganiseerde misdaad, de geloofwaardigheid van sportorganen heeft beschadigd;

82.  is van mening dat integriteit in de sport kan bijdragen aan de wereldwijde ontwikkelingsagenda en internationaal goed bestuur;

Belastingparadijzen

83.  dringt aan op de toepassing van een nultolerantiebeleid ten aanzien van belastingparadijzen en het witwassen van geld, op het verscherpen van de internationale transparantienormen en spoort aan tot nauwere internationale samenwerking om de economische eigendom van geheimzinnige lege vennootschappen en trusts vast te stellen die worden gebruikt als kanalen voor belastingontduiking, fraude, illegale handel, kapitaalstromen en witwassen, en die profiteren van corruptie;

84.  is groot voorstander van de uitvoering van openbare verslagleggingsnormen per land in Europa en in derde landen, waarbij multinationals verplicht moeten worden om verslagen in te dienen met financiële basisgegevens voor elk rechtsgebied waarin zij actief zijn om corruptie en belastingontduiking te voorkomen;

85.  herinnert aan de verantwoordelijkheid van de EU bij de bestrijding van belastingontduiking door transnationale ondernemingen en personen en bij de aanpak van de illegale geldstromen uit ontwikkelingslanden die hun mogelijkheden om gebruik te maken van voldoende hulpbronnen om te voldoen aan mensenrechtenverplichtingen belemmeren;

86.  is verheugd over initiatieven onder leiding van Europa om een wereldwijde uitwisseling te ontwikkelen van informatie over economisch eigendom om de doeltreffendheid van de Common Reporting Standards te verhogen die kunnen helpen bij het aan het licht brengen van financiële vergrijpen;

87.  stimuleert wereldwijde samenwerking om gestolen activa op te sporen en deze veilig terug te bezorgen aan de rechtmatige eigenaren; herhaalt dat de EU de plicht heeft om derde landen te helpen onrechtmatig verkregen activa terug te krijgen die zijn verborgen in de financiële systemen van de EU-lidstaten en in vastgoed en om de daders, essentiële personen en tussenpersonen te vervolgen; dringt er bij de EU op aan deze kwestie die zeer relevant is in derde landen die door een democratiseringsproces gaan, voorrang te verlenen, met name door juridische belemmeringen en het gebrek aan bereidheid van financiële centra om samen te werken, aan te pakken; benadrukt in dit verband het belang van het loskoppelen van de inbeslagname van activa afkomstig van veroordelingen in de verzoekende staat ten behoeve van de verstrekking van wederzijdse juridische bijstand en de voortzetting van vervolging, indien er sprake is van voldoende bewijs van vergrijpen;

88.  herinnert eraan dat corruptie sterk verband houdt met activiteiten als witwaspraktijken, belastingontduiking en illegale handel; benadrukt in dit verband dat transparantie de hoeksteen moet vormen van alle corruptiebestrijdingsstrategieën;

89.  benadrukt dat de EU in alle relevante internationale fora prioriteit moet geven aan de bevordering van de strijd tegen belastingparadijzen, het bankgeheim en witwassen, van de opheffing van excessief beroepsgeheim, en van de verwezenlijking van openbare verslaglegging per land door alle multinationals en openbare registers van de begunstigde eigenaren van ondernemingen; wijst erop dat de meeste van de hulpmiddelen voor de bestrijding van belastingontduiking en -ontwijking geschikt zijn om corruptie en het witwassen van geld te bestrijden;

Vrijheid van de media

90.  onderstreept het grote belang van onafhankelijke media, online zowel als offline, bij de bestrijding van corruptie en het aanklagen van mensenrechtenschendingen; verzoekt de Commissie om de mogelijke negatieve effecten van wetten inzake laster in derde landen aan te pakken en tegen te gaan en herhaalt zijn oproep aan alle lidstaten om te overwegen laster niet langer strafbaar te stellen en uitsluitend civiele procedures te gebruiken om de reputatie van personen te beschermen; onderstreept dat digitale veiligheid een belangrijk onderdeel is van de bescherming van activisten; beveelt ten sterkste aan dat de transparantie in verband met de eigenaren en sponsors van media moet worden gegarandeerd aan de hand van nationale wetgeving;

91.  verlangt dat in de internationale betrekkingen tussen de EU en derde landen meer nadruk wordt gelegd op de eerbiediging van de vrijheid van de media; is van mening dat politieke dialoog die de EU voert, alsook de samenwerking die zij onderhoudt met derde landen teneinde mediahervormingen te waarborgen open, transparant en onderworpen aan toezicht moeten zijn; dringt er in dit verband bij de EU op aan te waarborgen dat EU-projecten in derde landen onder meer gericht zijn op de instandhouding van de vrijheid van de media en de betrokkenheid van maatschappelijke organisaties; verzoekt de EU om openlijk de invoering van wetgeving waarmee beperkingen worden opgelegd aan de vrijheid van de media en de activiteiten van maatschappelijke organisaties, te veroordelen;

92.  stimuleert de waarden van een open en veilig internet bij het verhogen van het bewustzijn van corrupte praktijken van personen, organisaties en regeringen en uit zijn bezorgdheid dat degenen die trachten online vrijheden te beperken dat doen om verantwoordingsplicht te voorkomen;

93.  dringt erop aan dat openbare aanbestedingen eerlijk, verantwoordelijk, open en transparant verlopen om diefstal en misbruik van het geld van de belastingbetaler te voorkomen en aan het licht te brengen;

94.  wijst erop dat de EU in alle fora voor dialoog met derde landen, waaronder bilaterale fora, moet benadrukken hoe belangrijk het is om het recht op toegang tot openbare informatie in stand te houden; benadrukt met name de noodzaak om normen vast te stellen die zowel de meest volledige als de snelst mogelijke openbare toegang waarborgen tot dergelijke informatie, aangezien de snelheid van de toegang van groot belang is bij inspanningen om mensenrechten in stand te houden en corruptie te bestrijden; verzoekt de EU om de toegang tot openbare informatie zowel in de lidstaten als in derde landen te bevorderen;

95.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Europese Centrale Bank.

(1)

https://www.unodc.org/unodc/en/treaties/CAC/

(2)

http://www.oecd.org/daf/anti-bribery/ConvCombatBribery_ENG.pdf

(3)

http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=LEGISSUM:l33601&from=NL

(4)

http://www.un.org/ga/search/view_doc.asp?symbol=A/RES/70/1&Lang=E

(5)

http://www.eib.org/attachments/strategies/anti_fraud_policy_20130917_en.pdf

(6)

http://www.ohchr.org/Documents/Publications/GuidingPrinciplesBusinessHR_EN.pdf

(7)

http://www.consilium.europa.eu/en/press/press-releases/2016/06/20-fac-business-human-rights-conclusions/

(8)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0405.

(9)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0403.

(10)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0310.

(11)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0408.

(12)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0265.

(13)

PB C 407 van 4.11.2016, blz. 81.

(14)

PB C 208 van 10.6.2016, blz. 89.

(15)

PB C 181 van 19.5.2016, blz. 2.

(16)

https://www.unodc.org/documents/corruption/WG-Prevention/Art_6_Preventive_anti-corruption_bodies/JAKARTA_STATEMENT_en.pdf

(17)

http://nhri.ohchr.org/EN/AboutUs/Governance/Resolutions/A.HRC.RES.33.15%20EN.pdf

(18)

http://www.ohchr.org/EN/HRBodies/HRC/RegularSessions/Session28/Documents/A_HRC_28_73_ENG.doc

(19)

http://www.eods.eu/library/AU_Convention%20on%20Combating%20Corruption_2003_EN.pdf

(20)

https://www.unglobalcompact.org/what-is-gc/mission/principles

(21)

http://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2016/579319/EPRS_STU%282016%29579319_EN.pdf

(22)

PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73.

(23)

PB L 330 van 15.11.2014, blz. 1.

(24)

Olivier De Schutter, ‘Tainted Lands: "Tainted Lands. Corruption in Large-Scale Land Deals", in opdracht van International Corporate Accountability Roundtable en Global Witness (november 2016). https://www.globalwitness.org/en/campaigns/land-deals/tainted-lands-corruption-large-scale-land-deals/


ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (2.6.2017)

aan de Commissie buitenlandse zaken

inzake corruptie en mensenrechten in derde landen

(2017/2028(INI))

Rapporteur voor advies (*): Stelios Kouloglou

(*)  Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

SUGGESTIES

De Commissie ontwikkelingssamenwerking verzoekt de ten principale bevoegde Commissie buitenlandse zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A.  overwegende dat corruptie een wereldwijd fenomeen is dat zowel in het noorden als in het zuiden voorkomt en dat corruptie de zwaarste gevolgen heeft voor de meest behoeftigen in ontwikkelingslanden door de ondermijning van duurzame ontwikkeling, de vergroting van ongelijkheid en de verbreding van de kloof tussen de regerende elite en de meerderheid van de bevolking; overwegende dat corruptie de mensenrechten, de democratie, democratische verantwoordingsplicht, goed bestuur, de rechtsstaat, rechtszekerheid, alsook de economische capaciteit, het sociaal kapitaal en het vertrouwen in de instellingen van landen ondergraaft;

B.  overwegende dat duurzameontwikkelingsdoelstelling 16 van de VN (SDG 16) gericht is op vrede, justitie, het uitbouwen van sterke instellingen en de strijd tegen corruptie; overwegende dat de EU voor de universele verwezenlijking van SDG 16 de aandacht dringend en rechtstreeks moet richten op tal van zaken waarin corruptie een belangrijke rol speelt, gaande van schendingen van de mensenrechten tot armoede, honger en onrecht; overwegende dat de noodzaak om corruptie te bestrijden altijd voorrang moet krijgen boven het najagen van commerciële belangen;

1.  roept de EU op om het beginsel van beleidscoherentie voor ontwikkeling na te leven (artikel 208 VWEU), om actief bij te dragen aan de terugdringing van corruptie, en om rechtstreeks en uitdrukkelijk de strijd aan te binden met straffeloosheid via het extern beleid van de Unie;

2.  benadrukt dat onderzoek uitwijst dat corruptie wijdverspreid is bij landbeheer en zo langzamerhand alle fases van landtransacties aantast, met een uitgebreide reeks nadelige effecten op de mensenrechten tot gevolg, variërend van gedwongen ontheemding van gemeenschappen zonder toereikende vergoeding tot het vermoorden van landbeschermers(1); stelt bovendien met bezorgdheid vast dat er een risico bestaat dat mensenrechtenschendingen steeds meer zullen toenemen, gezien de stijgende vraag naar voedsel, brandstoffen en grondstoffen en steeds grootschaligere investeringen in grond in ontwikkelingslanden;

3.  onderstreept dat corruptie landroof op verschillende manieren in de hand werkt, met name als investeerders overheidsambtenaren omkopen in ruil voor gunstige pachtregelingen of grondaankopen zonder toestemming van de mensen die op die grond wonen, of als investeerders profiteren van een zwakke rechtsstaat of corrupte verhaalregelingen om grondgebruikers de toegang tot rechtsmiddelen te ontzeggen; dringt er andermaal bij investerende ondernemingen op aan de vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming te vragen van alle betrokken gemeenschappen, met inbegrip van inheemse volkeren, en zorgvuldigheidsmaatregelen te nemen op het vlak van de mensenrechten, onder andere door een krachtig mechanisme voor de bescherming van klokkenluiders in te stellen, zodat hun dochterondernemingen en zakenpartners zich niet inlaten met corrupte praktijken;

4.  wijst erop dat er een cruciale rol is weggelegd voor de financiële sector om corrupte praktijken te voorkomen die met name landroof in de hand werken; wijst er nogmaals op dat banken en financiële instellingen moeten instaan voor "cliëntenonderzoek" ter bestrijding van witwaspraktijken die verband houden met corruptie, en erop moeten toezien dat de investeerders die ze ondersteunen doeltreffende zorgvuldigheidsmaatregelen op het vlak van mensenrechten nemen; verzoekt de EU en haar lidstaten te eisen dat nadere gegevens over grondaankopen van bedrijven in derde landen worden bekendgemaakt, en meer steun te geven aan ontwikkelingslanden om te zorgen voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van de vrijwillige richtsnoeren voor verantwoord beheer van bodemgebruik, visserij en bosbouw (VGGT) als een manier om corruptie in grondtransacties aan te pakken;

5.  merkt op dat handelsovereenkomsten bindende en afdwingbare clausules inzake mensenrechten moeten omvatten die waarborgen dat particuliere bedrijven en overheidsinstanties de mensenrechten en de hoogste sociale en milieunormen eerbiedigen, wat van essentieel belang is in de strijd tegen corruptie;

6.  stelt vast dat corruptie een complex fenomeen is met wortels in tal van economische, politieke, administratieve, sociale en culturele factoren en machtsrelaties, en wijst er dan ook op dat ontwikkelingsbeleid om bij te dragen aan de strijd tegen corruptie niet alleen aandacht moet schenken aan de terugdringing van armoede en ongelijkheid en aan betere integratie, maar ook bevorderend moet zijn voor de mensenrechten, de democratie, de rechtsstaat en openbare sociale voorzieningen, teneinde goed bestuur te stimuleren en sociaal kapitaal, sociale inclusie en sociale cohesie op te bouwen, rekening houdend met specifieke culturele en regionale kenmerken;

7.  merkt op dat onderwijs van fundamenteel belang is in de strijd tegen corruptie; spoort de EU aan te zorgen voor de ontwikkeling en uitvoering van specifieke programma's gewijd aan bewustmaking met betrekking tot corruptie, de kosten ervan voor de samenleving en de methoden om er de strijd mee aan te gaan, waaronder het geldende straf- en procesrecht en de bestaande klachtenmechanismen; is er ten stelligste van overtuigd dat er intern meer voorlichting en informatie over dit onderwerp moet worden gegeven, dat dit ook in het buitenland sterk moet worden gestimuleerd en moet worden afgestemd op specifieke doelgroepen (ondernemers, het grote publiek enz., met inbegrip van schoolkinderen);

8.  stelt met bezorgdheid vast dat de belangrijkste desbetreffende internationale verdragen, zoals het VN-Verdrag tegen corruptie (UNCAC), en initiatieven ter bestrijding van corruptie en illegale geldstromen er niet in slagen in het stadium van uitvoering concrete resultaten op te leveren; herinnert eraan dat de ontwikkeling van een externe EU-strategie inzake corruptiebestrijding van wezenlijk belang is om corruptie en financiële misdrijven doeltreffend te bestrijden;

9.  wijst erop dat de bestrijding van corruptie en illegale geldstromen een politiek reactie is waarvoor eendrachtig optreden op mondiaal niveau nodig is (G20, OESO, VN, Wereldbank, IMF) en dat transparantie en bindende regels vereist;

10.  verzoekt de EU en haar lidstaten de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen te hanteren;

11.  dringt erop aan dat de VN een normatief instrument inzake illegale geldstromen instelt met het oog op grotere doeltreffendheid;

12.  verzoekt de EU de transparantie en verantwoordingsplicht van haar officiële ontwikkelingshulp te vergroten, teneinde daadwerkelijk te voldoen aan de normen als vastgelegd in het Internationaal Initiatief inzake transparantie van ontwikkelingshulp (IATI) en aan internationaal overeengekomen beginselen inzake doeltreffendheid van ontwikkelingshulp; roept de EU tevens op een sterk holistisch risicobeheersysteem te ontwikkelen om te voorkomen dat ontwikkelingshulp bijdraagt aan corruptie in ontvangende landen, namelijk door begrotingssteun te koppelen aan duidelijke doelstellingen op het vlak van corruptiebestrijding; benadrukt met het oog hierop dat er stevige mechanismen moeten worden ingevoerd om toezicht te houden op de tenuitvoerlegging van begrotingssteun;

13.  verzoekt de Commissie om in het kader van begrotingssteun, met het oog op de uitbanning van corruptie op hoog niveau, aandacht te besteden aan de transparantie van operaties waarbij sprake is van privatisering en transacties van publieke goederen, met name grond, en om deel te nemen aan OESO-steunprogramma's voor ontwikkelingslanden inzake corporate governance van staatsbedrijven;

14.  verzoekt de Commissie ontwikkelingslanden te ondersteunen in hun strijd tegen belastingontduiking en -ontwijking door hen te helpen evenwichtige, efficiënte, billijke en transparante belastingstelsels tot stand te brengen;

15.  herinnert eraan dat corruptie sterk verband houdt met activiteiten als witwaspraktijken, belastingontduiking en illegale handel; benadrukt in dit verband dat transparantie de hoeksteen moet vormen van alle corruptiebestrijdingsstrategieën; onderstreept met name hoe belangrijk het is iets te ondernemen tegen belastingfraude en belastingontwijking, die verhinderen dat er nationale middelen vrijkomen voor sociaal beleid en die groei en werkgelegenheid in gevaar brengen, door doeltreffende maatregelen in te voeren zoals verplichte verslaglegging per land en bekendmaking van de uiteindelijke begunstigden van ondernemingen, trusts of holdings;

16.  roept de EU op om klachtenmechanismen in te stellen, zodat personen die door haar externe acties worden getroffen klacht kunnen indienen over schendingen van mensenrechten en gevallen van corruptie;

17.  blijft erbij dat de EU, als grootste donor ter wereld, methoden moet bevorderen om de verlening van externe hulp door de EU te koppelen aan belastinghervormingen die gericht zijn op meer transparantie, een grotere toegankelijkheid van gegevens en het bevorderen van een gemeenschappelijke aanpak met andere donoren.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

30.5.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

22

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Beatriz Becerra Basterrechea, Ignazio Corrao, Doru-Claudian Frunzulică, Enrique Guerrero Salom, Maria Heubuch, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Stelios Kouloglou, Arne Lietz, Linda McAvan, Vincent Peillon, Lola Sánchez Caldentey, Elly Schlein, Eleni Theocharous, Paavo Väyrynen, Bogdan Brunon Wenta, Anna Záborská

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Frank Engel, Ádám Kósa, Cécile Kashetu Kyenge, Paul Rübig, Judith Sargentini

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

22

+

ALDE

Beatriz Becerra Basterrechea, Paavo Väyrynen

ECR

Eleni Theocharous

EFDD

Ignazio Corrao

GUE/NGL

Stelios Kouloglou, Lola Sánchez Caldentey

PPE

Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Frank Engel, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Ádám Kósa, Paul Rübig, Bogdan Brunon Wenta, Anna Záborská

S&D

Doru-Claudian Frunzulică, Enrique Guerrero Salom, Cécile Kashetu Kyenge, Arne Lietz, Linda McAvan, Vincent Peillon, Elly Schlein

VERTS/ALE

Maria Heubuch, Judith Sargentini

 

-

 

 

 

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

Olivier De Schutter, "Tainted Lands. Corruption in Large-Scale Land Deals", in opdracht van International Corporate Accountability Roundtable en Global Witness (november 2016). https://www.globalwitness.org/en/campaigns/land-deals/tainted-lands-corruption-large-scale-land-deals/


ADVIES van de Commissie internationale handel (30.5.2017)

aan de Commissie buitenlandse zaken

inzake corruptie en mensenrechten in derde landen

(2017/2028(INI))

Rapporteur voor advies: Karoline Graswander-Hainz

SUGGESTIES

De Commissie internationale handel verzoekt de ten principale bevoegde Commissie buitenlandse zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  herinnert eraan dat corruptie de mensenrechten, gelijkheid, sociale rechtvaardigheid, economische groei, armoedebestrijding, ontwikkeling en het milieu ondermijnt; benadrukt met name de ingrijpende negatieve gevolgen van corruptie voor de handel en de voordelen daarvan, economische ontwikkeling, investeringen en openbare-aanbestedingsprocedures en dringt er bij de Commissie op aan dit verband in aanmerking te nemen in alle handelsovereenkomsten en daarin afdwingbare mensenrechten- en anticorruptiebepalingen op te nemen;

2.  herinnert eraan dat het handelsbeleid de waarden van de EU als bedoeld in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, namelijk democratie, de rechtsstaat, eerbiediging van de mensenrechten, vrijheden en grondrechten of nog gelijkheid, helpt te beschermen en te bevorderen; onderstreept dat er samenhang moet bestaan tussen het externe en het interne beleid van de Europese Unie, met name op het gebied van corruptiebestrijding; onderstreept dat de Europese wetgevers in dit verband een belangrijke rol te spelen hebben bij het bevorderen van de handelsbetrekkingen, omdat zij moeten vermijden dat die betrekkingen de deur openzetten voor corruptie;

3.  beschouwt handelsovereenkomsten als een essentieel instrument voor de bevordering van anticorruptiemaatregelen en goed bestuur; is ingenomen met de maatregelen die de EU reeds heeft genomen om corruptie te bestrijden in haar handelsbeleid, bijvoorbeeld aan de hand van SAP+, de opneming van hoofdstukken over duurzame ontwikkeling en de opneming van toezeggingen om internationale anticorruptieovereenkomsten met handelspartners te ratificeren; herbevestigt het in de "handel voor iedereen"-strategie genoemde doel om ambitieuze anticorruptiebepalingen op te nemen in alle toekomstige handelsovereenkomsten; pleit er in dit verband voor dat in toekomstige handelsovereenkomsten toezeggingen worden opgenomen voor multilaterale anticorruptieovereenkomsten, zoals het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie en het OESO-verdrag tegen omkoping, en dat bij de herziening van bestaande handelsovereenkomsten in het kader van een alomvattende benadering horizontale bepalingen worden opgenomen;

4.  onderstreept dat de partijen bij handelsovereenkomsten maatregelen moeten nemen om de actieve participatie van de particuliere sector, maatschappelijke organisaties en binnenlandse adviesgroepen bij de tenuitvoerlegging van programma's en bepalingen ter bestrijding van corruptie in internationale handels- en investeringsovereenkomsten te bevorderen; verwelkomt in het licht van de lopende interne discussies binnen de EU de vooruitgang die is geboekt om doeltreffende maatregelen vast te stellen ter bescherming van klokkenluiders in de gehele EU en meent dat, eens een EU-regeling van kracht is, de opneming van bepalingen ter bescherming van klokkenluiders in toekomstige handelsovereenkomsten moet worden overwogen;

5.  herinnert eraan hoe belangrijk het is om heldere richtsnoeren en ondersteuning te verstrekken aan bedrijven om doeltreffende anticorruptieprocedures op te zetten met betrekking tot hun verrichtingen, met name voor kmo's, waarvoor speciale bepalingen in handelsovereenkomsten moeten worden opgenomen om hen in staat te stellen corruptie te bestrijden; benadrukt dat er geen pasklare oplossing is voor de naleving van de anticorruptiebepalingen; verzoekt de Commissie om de ontwikkeling van bijstandsprojecten te overwegen voor capaciteitsopbouw op het gebied van corruptiebestrijding, zoals de uitwisseling van beste praktijken en opleidingen om staten en de bedrijfswereld te helpen het hoofd te bieden aan de uitdagingen waarmee zij inzake corruptiebestrijding worden geconfronteerd;

6.  is ingenomen met de inwerkingtreding in februari 2017 van de WTO-overeenkomst inzake handelsbevordering, die voorziet in maatregelen ter bestrijding van corruptie in de mondiale handel; meent evenwel dat de vaststelling of hervorming van wetgeving alleen ontoereikend is en dat de daadwerkelijke toepassing ervan het belangrijkste is; wijst erop dat een herziening van de wetgeving vergezeld moet gaan van opleidingsmaatregelen voor de gerechtelijke diensten, toegang tot informatie voor het publiek en transparantiemaatregelen, en roept de EU-lidstaten op om in hun strijd tegen corruptie samen te werken op deze gebieden; wijst er tevens op dat handelsovereenkomsten kunnen helpen bij het monitoren van binnenlandse hervormingen met betrekking tot het anticorruptiebeleid;

7.  roept de Commissie op te onderhandelen over handhaafbare anticorruptie- en antiwitwasbepalingen in alle toekomstige handelsovereenkomsten, met inbegrip van doeltreffend toezicht op de tenuitvoerlegging van de anticorruptiebepalingen; verzoekt de lidstaten in dit verband de opneming van anticorruptiemaatregelen in de onderhandelingsmandaten te ondersteunen, zoals de Commissie voorstelt in de ontwerpmandaten die zij aan de lidstaten voorlegt; is verheugd dat in het onderhandelingsmandaat voor de vernieuwing van de overeenkomst tussen de EU en Mexico anticorruptiebepalingen zijn opgenomen; verzoekt de Commissie om corruptie te blijven bestrijden door de onderhandelingen over handelsovereenkomsten transparanter te maken en bepalingen op te nemen om de samenwerking op regelgevingsgebied en de integratie van douaneprocedures en mondiale waardeketens te vergroten; meent dat er samenwerkingsclausules moeten worden opgenomen om corruptie aan te pakken, bijvoorbeeld via de uitwisseling van informatie, en dat er administratieve en technische bijstand moet worden verleend met het oog op het delen en bevorderen van beste praktijken die de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten helpen te versterken; moedigt de Commissie aan om duidelijke en relevante voorwaarden en prestatie-indicatoren vast te stellen die een betere beoordeling en demonstratie van de resultaten mogelijk maken;

8.  brengt in herinnering dat het belangrijk is om tijdens de uitvoering van een overeenkomst een voortdurende en regelmatige dialoog met de handelspartners op gang te houden met het oog op de follow-up en degelijke tenuitvoerlegging van de overeenkomst en de anticorruptiebepalingen; herinnert aan het voorstel dat de Commissie in haar "handel voor iedereen"-strategie heeft geformuleerd, om overlegmechanismen in te voeren in gevallen van systematische corruptie en zwak bestuur, en verzoekt de Commissie de opschorting van de voordelen van een overeenkomst te overwegen in dergelijke gevallen van systematische corruptie en niet-naleving van anticorruptiebepalingen of van de internationale normen wat betreft de bestrijding van corruptie, zoals de gemeenschappelijke verslagleggingsnorm en het actieplan inzake grondslaguitholling en winstverschuiving van de OESO, het centrale register van economische eigendom en de FATF-aanbevelingen; verzoekt de Commissie duidelijke en relevante voorwaarden en prestatie-indicatoren vast te stellen die een betere beoordeling en demonstratie van de resultaten mogelijk maken; verzoekt de Commissie verder vastberaden, evenredig en snel te reageren wanneer de begunstigde regering tekortschiet in de nakoming van de aangegane verplichtingen; verzoekt de Commissie om raadplegingsmechanismen met handelspartners op te zetten in gevallen van systeemcorruptie en om te zorgen voor de uitwisseling van expertise om landen te ondersteunen bij de tenuitvoerlegging van anticorruptiemaatregelen.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

30.5.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

30

2

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Maria Arena, Tiziana Beghin, David Campbell Bannerman, Daniel Caspary, Santiago Fisas Ayxelà, Christofer Fjellner, Karoline Graswander-Hainz, Heidi Hautala, Yannick Jadot, Bernd Lange, David Martin, Emmanuel Maurel, Anne-Marie Mineur, Sorin Moisă, Franz Obermayr, Artis Pabriks, Franck Proust, Viviane Reding, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Marietje Schaake, Helmut Scholz, Joachim Schuster, Joachim Starbatty, Adam Szejnfeld, Hannu Takkula

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Reimer Böge, Dita Charanzová, Edouard Ferrand, Agnes Jongerius, Syed Kamall, Sajjad Karim, Seán Kelly, Fernando Ruas, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Ramon Tremosa i Balcells, Jarosław Wałęsa

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

30

+

ALDE

Dita Charanzová, Marietje Schaake, Hannu Takkula, Ramon Tremosa i Balcells

EFDD

Tiziana Beghin

GUE/NGL

Anne-Marie Mineur, Helmut Scholz

PPE

Reimer Böge, Daniel Caspary, Santiago Fisas Ayxelà, Christofer Fjellner, Seán Kelly, Artis Pabriks, Franck Proust, Viviane Reding, Fernando Ruas, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Adam Szejnfeld, Jarosław Wałęsa

S&D

Maria Arena, Karoline Graswander-Hainz, Agnes Jongerius, Bernd Lange, David Martin, Emmanuel Maurel, Sorin Moisă, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Joachim Schuster

VERTS/ALE

Heidi Hautala, Yannick Jadot

2

-

ENF

Edouard Ferrand, Franz Obermayr

4

0

ECR

David Campbell Bannerman, Syed Kamall, Sajjad Karim, Joachim Starbatty

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

20.6.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

47

3

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Lars Adaktusson, Michèle Alliot-Marie, Nikos Androulakis, Petras Auštrevičius, Bas Belder, Victor Boştinaru, Elmar Brok, James Carver, Lorenzo Cesa, Georgios Epitideios, Anna Elżbieta Fotyga, Eugen Freund, Sandra Kalniete, Tunne Kelam, Janusz Korwin-Mikke, Andrey Kovatchev, Ilhan Kyuchyuk, Ryszard Antoni Legutko, Barbara Lochbihler, Sabine Lösing, Andrejs Mamikins, Ramona Nicole Mănescu, Alex Mayer, Tamás Meszerics, Francisco José Millán Mon, Clare Moody, Javier Nart, Demetris Papadakis, Ioan Mircea Paşcu, Tonino Picula, Kati Piri, Julia Pitera, Cristian Dan Preda, Jozo Radoš, Sofia Sakorafa, Jordi Solé, Jaromír Štětina, Dubravka Šuica, Charles Tannock, Miguel Urbán Crespo, Ivo Vajgl, Elena Valenciano, Geoffrey Van Orden, Anders Primdahl Vistisen

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Reinhard Bütikofer, Luis de Grandes Pascual, María Teresa Giménez Barbat, Ana Gomes, Andrzej Grzyb, Marek Jurek, Igor Šoltes, Ernest Urtasun, Marie-Christine Vergiat

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Costas Mavrides


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

47

+

ALDE

Ilhan Kyuchyuk, Ivo Vajgl, Jozo Radoš, Javier Nart, María Teresa Giménez Barbat, Petras Auštrevičius

ECR

Anna Elżbieta Fotyga, Anders Primdahl Vistisen, Bas Belder, Charles Tannock, Geoffrey Van Orden, Marek Jurek, Ryszard Antoni Legutko

PPE

Andrey Kovatchev, Andrzej Grzyb, Cristian Dan Preda, Dubravka Šuica, Elmar Brok, Francisco José Millán Mon, Jaromír Štětina, Julia Pitera, Lars Adaktusson, Lorenzo Cesa, Luis de Grandes Pascual, Michèle Alliot-Marie, Ramona Nicole Mănescu, Sandra Kalniete, Tunne Kelam

S&D

Alex Mayer, Ana Gomes, Andrejs Mamikins, Clare Moody, Costas Mavrides, Demetris Papadakis, Elena Valenciano, Eugen Freund, Ioan Mircea Paşcu, Kati Piri, Nikos Androulakis, Tonino Picula, Victor Boştinaru

VERTS/ALE

Barbara Lochbihler, Ernest Urtasun, Igor Šoltes, Jordi Solé, Reinhard Bütikofer, Tamás Meszerics

3

EFDD

James Carver

NI

Georgios Epitideios, Janusz Korwin-Mikke

4

0

GUE/NGL

Marie-Christine Vergiat, Miguel Urbán Crespo, Sabine Lösing, Sofia Sakorafa

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling - Privacybeleid