Procedure : 2013/0255(APP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0290/2017

Ingediende teksten :

A8-0290/2017

Debatten :

PV 04/10/2017 - 17
CRE 04/10/2017 - 17

Stemmingen :

PV 05/10/2017 - 4.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0384

AANBEVELING     ***
PDF 388kWORD 56k
29.9.2017
PE 609.373v02-00 A8-0290/2017

over het ontwerp van verordening van de Raad betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie

(09941/2017 – C8-0229/2017 – 2013/0255(APP))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Barbara Matera

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerp van verordening van de Raad betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie

(09941/2017 – C8-0229/2017 – 2013/0255(APP))

(Bijzondere wetgevingsprocedure – goedkeuring)

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van verordening van de Raad 09941/2017,

–  gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 86 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C8-0229/2017),

–  gezien artikel 99, leden 1 en 4, van zijn Reglement,

–  gezien de aanbeveling van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0290/2017),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het ontwerp van verordening van de Raad;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.


TOELICHTING

De bescherming tegen en de vervolging van strafbare feiten die ten koste gaan van de EU-begroting en de financiële belangen van de EU vallen thans onder de exclusieve bevoegdheid van de lidstaten. OLAF, Eurojust en Europol zijn niet bevoegd om strafrechtelijk onderzoek uit te voeren. Het Europees Openbaar Ministerie (EOM) zal deze institutionele leemte opvullen.

De instelling van het EOM zal de bescherming van de financiële belangen van de Unie op een nieuwe leest schoeien. Hier zullen Europese en nationale rechtshandhavingsinspanningen worden gebundeld in een uniforme, naadloze en efficiënte aanpak om EU-fraude tegen te gaan. Momenteel kunnen alleen nationale autoriteiten EU-fraude onderzoeken en vervolgen, en hun bevoegdheden houden op bij de nationale grenzen.

Op 17 juli 2013 heeft de Europese Commissie een voorstel voor een verordening van de Raad tot instelling van het Europees Openbaar Ministerie ingediend, waarin de bevoegdheden en procedures worden omschreven. Artikel 86 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) levert de rechtsgrond en regels voor de instelling van het EOM. Op grond van artikel 86 moet de voorgestelde verordening worden aangenomen in overeenstemming met de goedkeuringsprocedure: de Raad moet met eenparigheid van stemmen besluiten, na goedkeuring door het Europees Parlement.

Op 7 februari 2017 heeft de Raad geconstateerd dat het voorstel niet eenparig wordt gesteund. Overeenkomstig artikel 86 van het Verdrag betreffende de werking van de EU kan een groep van ten minste negen lidstaten de tekst nu ter bespreking aan de Europese Raad voorleggen, in een laatste poging om consensus te bereiken. De rapporteur betreurt dat er tot op heden slechts 20 lidstaten aan de nauwere samenwerking deelnemen en spoort niet-deelnemende lidstaten aan om zich in de toekomst ook aan te sluiten.

Op 8 juni hebben de aan de nauwere samenwerking deelnemende lidstaten een algemene oriëntatie over het voorstel aangenomen.

Het EP heeft drie tussentijdse verslagen (2014, 2015 en 2016) over het EOM aangenomen, waarin het een aantal punten aan de orde stelt met betrekking tot de bevoegdheden van het EOM, de PIF-richtlijn, btw-fraude, de structuur, de onderzoeken, de procedurele rechten, de rechterlijke toetsing en de betrekkingen met andere relevante EU-agentschappen.

·De structuur van het EOM

Het EOM wordt een orgaan van de Unie met een gedecentraliseerde structuur, dat tot doel heeft de nationale rechtshandhavingsinstanties te integreren. Het EOM komt onder leiding van een Europese openbare aanklager te staan en elke deelnemende lidstaat wordt door één aanklager vertegenwoordigd. Uit hoofde van de verordening worden de onderzoeken uitgevoerd door gedelegeerde Europese aanklagers in elke lidstaat. Over het aantal gedelegeerde Europese aanklagers per lidstaat wordt op nationaal niveau besloten, maar elke lidstaat moet er ten minste één aanstellen. De gedelegeerde aanklagers maken integraal deel uit van het EOM, maar blijven daarnaast hun functie als nationale openbare aanklager vervullen. Wanneer zij voor het EOM optreden, zijn zij volledig onafhankelijk van de nationale vervolgingsinstanties.

·Bevoegdheden

Het EOM zal verantwoordelijk zijn voor het opsporen, vervolgen en voor de rechter brengen van de daders van strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden. De functie van aanklager wordt uitgevoerd voor de bevoegde rechterlijke instanties van de lidstaten in verband met deze strafbare feiten.

De bevoegdheden en procedures voor het EOM omvatten de voorgestelde richtlijn betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt ("PIF-richtlijn"). In december 2016 kwamen het EP en de Raad tot een voorlopig akkoord over het PIF-voorstel. Zij besloten ernstige gevallen van grensoverschrijdende btw-fraude op te nemen in het toepassingsgebied van de richtlijn en stelden een drempelwaarde van 10 miljoen euro vast.

De rapporteur is ingenomen met het feit dat het criterium "schade" grotendeels is afgezwakt door ingevoerde uitzonderingen en niet meer van toepassing is op artikel 3, onder a), b) en d) van de PIF-richtlijn (uitgaven die geen verband houden met aanbestedingen, uitgaven in verband met aanbestedingen en ontvangsten uit eigen middelen uit de btw). Er is in de mogelijkheid voorzien om dossiers van de nationale autoriteiten over te dragen aan het EOM, dat anders in deze gevallen zijn bevoegdheid niet zou kunnen uitoefenen.

De EOM-verordening verruimt het toepassingsgebied van de rapportageverplichtingen voor de nationale autoriteiten en biedt het EOM meer mogelijkheden om aanvullende informatie te vragen. De grensoverschrijdende dimensie van de ernstige misdrijven die onder de bevoegdheid van het EOM vallen, kan in de toekomst worden uitgebreid.

·Rechterlijke toetsing

De EOM-verordening zorgt voor een alomvattende regeling voor rechterlijke toetsing door de nationale rechtbanken en voorziet in mogelijkheden voor rechtstreekse toetsing door het EHvJ (op basis van het EU-recht aangevochten besluit van het EOM om een zaak te seponeren, geschillen over de vergoeding van door het EOM veroorzaakte schade, geschillen inzake arbitragebedingen, personeelszaken en besluiten aangaande de rechten van betrokkenen, zoals het recht op toegang van het publiek tot documenten).

·Onderzoeksmaatregelen

Het EOM zal voldoende onderzoeksmaatregelen tot zijn beschikking hebben om zijn onderzoeksactiviteiten uit te voeren. Artikel 25 van de verordening omvat een lijst maatregelen voor gevallen waarin het te onderzoeken strafbaar feit wordt gestraft met een maximumstraf van minimaal vier jaar gevangenisstraf. In dit verband hebben de medewetgevers overeenstemming bereikt over criteria voor de lidstaten om onderzoeksmaatregelen te vragen op grond van het beginsel van wederzijdse erkenning in Richtlijn 2014/41/EU betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken.

·Procedurele waarborgen

De bescherming van de procedurele rechten van verdachten en beklaagden wordt gegarandeerd met volledige inachtneming van de rechten van verdachten en beklaagden zoals verankerd in het Handvest van de grondrechten. De verordening voorziet in rechten van verdediging voor verdachten voor het EOM, met name het recht op juridische bijstand, het recht op vertolking en vertaling, het recht op informatie en toegang tot het dossier en het recht om bewijs te overleggen en het EOM te verzoeken namens de verdachte bewijs te verzamelen.

·Eurojust, OLAF en Europol

Het EOM moet mogelijk – als noodzakelijk instrument voor de uitoefening van zijn taken – samenwerkingsverbanden aangaan en onderhouden met bestaande agentschappen, bureaus of organen van de Unie, zoals Eurojust, OLAF en Europol.

Om de rechtszekerheid te waarborgen, moeten met name de bevoegdheden van het EOM en Eurojust duidelijk worden vastgelegd. Teneinde schadelijke herhaling en overlapping van bevoegdheden tussen de twee organen te voorkomen, moeten de bevoegdheden duidelijk worden afgebakend en omschreven. De twee organen kunnen in individuele gevallen en op basis van precieze criteria nauw samenwerken en informatie over hun onderzoeken uitwisselen.

In de betrekkingen met OLAF gaat het EOM een nauwe samenwerking aan, met name op het gebied van informatie-uitwisseling. De verordening bevat bepalingen om te voorkomen dat er parallelle onderzoeken naar dezelfde feiten worden verricht. Het EOM kan OLAF verzoeken om informatie te verstrekken, de coördinatie te vergemakkelijken en administratieve onderzoeken uit te voeren.

De betrekkingen tussen het EOM en Europol zijn gebaseerd op nauwe samenwerking en het EOM kan, indien nodig voor een onderzoek, alle relevante informatie verkrijgen waarover Europol beschikt.

·Niet-deelnemende landen

De rapporteur is verheugd over het besluit van de Raad om in de bepalingen van artikel 59 bis betreffende de betrekkingen tussen het EOM en de lidstaten die niet deelnemen aan de nauwere samenwerking het verzoek aan deze lidstaten op te nemen om het EOM te erkennen als bevoegde autoriteit op het gebied van justitiële samenwerking in strafzaken.

·Conclusies

Hoewel de rapporteur een ambitieuzere verordening op prijs zou stellen, is zij van mening dat de bezorgdheden van het EP grotendeels zijn overgenomen in de tekst zoals die er nu uitziet.

De rapporteur betreurt dat niet alle EU-lidstaten deelnemen aan de instelling van het Europees Openbaar Ministerie, maar is verheugd over het feit dat 20 lidstaten overeenstemming hebben bereikt over een algemene oriëntatie die met name betrekking heeft op PIF-misdrijven en, in het bijzonder, ernstige btw-fraude. De rapporteur moedigt niet-deelnemende lidstaten aan om zich in de toekomst aan te sluiten bij de nauwere samenwerking.


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Europees openbaar ministerie

Document- en procedurenummers

09941/2017 – C8-0229/2017 – COM(2013)05342013/0255(APP)

Datum raadpleging / verzoek om goedkeuring

17.7.2017

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

LIBE

11.9.2017

 

 

 

Adviserende commissies

       Datum bekendmaking

BUDG

11.9.2017

CONT

11.9.2017

JURI

11.9.2017

PETI

11.9.2017

Geen advies

       Datum besluit

BUDG

27.9.2017

CONT

27.9.2017

JURI

27.9.2017

PETI

27.9.2017

Rapporteurs

       Datum benoeming

Barbara Matera

10.11.2015

 

 

 

Vervangen rapporteurs

Monica Macovei

 

 

 

Behandeling in de commissie

29.11.2016

25.9.2017

28.9.2017

 

Datum goedkeuring

28.9.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

40

5

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jan Philipp Albrecht, Heinz K. Becker, Malin Björk, Michał Boni, Caterina Chinnici, Rachida Dati, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Frank Engel, Cornelia Ernst, Tanja Fajon, Laura Ferrara, Lorenzo Fontana, Ana Gomes, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Monika Hohlmeier, Brice Hortefeux, Sophia in ‘t Veld, Dietmar Köster, Barbara Kudrycka, Cécile Kashetu Kyenge, Marju Lauristin, Juan Fernando López Aguilar, Monica Macovei, Roberta Metsola, Louis Michel, Péter Niedermüller, Soraya Post, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Helga Stevens, Traian Ungureanu, Marie-Christine Vergiat, Josef Weidenholzer, Cecilia Wikström

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Marina Albiol Guzmán, Anna Hedh, Lívia Járóka, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Jean Lambert, Gilles Lebreton, Angelika Mlinar, Emil Radev, Christine Revault d’Allonnes Bonnefoy, Jaromír Štětina

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Maurice Ponga, Cristian Dan Preda

Datum indiening

29.9.2017


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

40

+

PPE

Heinz K. Becker, Michał Boni, Rachida Dati, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Frank Engel, Monika Hohlmeier, Brice Hortefeux, Lívia Járóka, Barbara Kudrycka, Roberta Metsola, Maurice Ponga, Cristian Dan Preda, Emil Radev, Traian Ungureanu, Jaromír Štětina

S&D

Caterina Chinnici, Tanja Fajon, Ana Gomes, Sylvie Guillaume, Anna Hedh, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Cécile Kashetu Kyenge, Dietmar Köster, Marju Lauristin, Juan Fernando López Aguilar, Péter Niedermüller, Soraya Post, Christine Revault d'Allonnes Bonnefoy, Birgit Sippel, Josef Weidenholzer

ECR

Monica Macovei

ALDE

Nathalie Griesbeck, Sophia in 't Veld, Louis Michel, Angelika Mlinar, Cecilia Wikström

Verts/ALE

Jan Philipp Albrecht, Jean Lambert, Judith Sargentini

EFDD

Laura Ferrara

5

-

ENF

Lorenzo Fontana, Gilles Lebreton

GUE/NGL

Marina Albiol Guzmán, Malin Björk, Cornelia Ernst

2

0

ECR

Helga Stevens

GUE/NGL

Marie-Christine Vergiat

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling - Privacybeleid