Procedure : 2016/0070(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0319/2017

Ingediende teksten :

A8-0319/2017

Debatten :

PV 29/05/2018 - 3
CRE 29/05/2018 - 3

Stemmingen :

PV 29/05/2018 - 7.10
CRE 29/05/2018 - 7.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0213

VERSLAG     ***I
PDF 890kWORD 137k
19.10.2017
PE 582.163v02-00 A8-0319/2017

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten

(COM(2016)0128 – C8-0114/2016 – 2016/0070(COD))

Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

Rapporteur: Elisabeth Morin-Chartier, Agnes Jongerius

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN WAARVAN OF PERSONEN VAN WIE DE RAPPORTEUR INPUT HEEFT ONTVANGEN
 MINDERHEIDSSTANDPUNT
 MINDERHEIDSSTANDPUNT
 ADVIES VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN INZAKE DE RECHTSGROND
 ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten

(COM(2016)0128 – C8-0114/2016 – 2016/0070(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0128),

–  gezien artikel 294, lid 2, artikel 53, lid 1, en artikel 62 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8‑0114/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door het Bulgaarse parlement, de Tsjechische Senaat en de Tsjechische kamer van afgevaardigden, het Deense parlement, het Estse parlement, het Kroatische parlement, het Letse parlement, het Litouwse parlement, het Hongaarse parlement, de Poolse Senaat en de Poolse Nationale Vergadering, de Roemeense Senaat en de Roemeense Kamer van Afgevaardigden en het Slowaakse parlement,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 14 december 2016(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 7 december 2016(2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de adviezen van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de Commissie juridische zaken (A8‑0319/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Visum 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 53, lid 1, en artikel 62,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 53, lid 1, artikel 62 en artikel 153, lid 1, onder a) en b), in samenhang met artikel 153, lid 2,

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Vrij verkeer van werknemers, vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten zijn grondbeginselen van de interne markt in de Unie die zijn verankerd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Die beginselen worden verder ten uitvoer gelegd door wetgeving van de Unie die garandeert dat de mededingingsvoorwaarden voor alle ondernemingen gelijk zijn en dat de rechten van de werknemers worden geëerbiedigd.

(1)  Vrij verkeer van werknemers, vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten zijn grondbeginselen van de interne markt in de Unie die zijn verankerd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en die essentieel zijn voor een goed functionerende interne markt. Die beginselen worden verder ten uitvoer gelegd en gehandhaafd door wetgeving van de Unie die garandeert dat de mededingingsvoorwaarden voor alle ondernemingen gelijk zijn, dat de regels niet worden omzeild, dat de rechten van de werknemers worden geëerbiedigd, dat de arbeidsomstandigheden worden verbeterd en dat de sociale cohesie tussen de lidstaten wordt vergroot.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Het vrij verrichten van diensten houdt onder meer in dat ondernemingen het recht hebben om diensten te verrichten in een andere lidstaat, op het grondgebied waarvan zij hun eigen werknemers tijdelijk ter beschikking mogen stellen om die diensten daar te verrichten.

(2)  Het vrij verrichten van diensten houdt onder meer in dat ondernemingen het recht hebben om diensten te verrichten in een andere lidstaat, op het grondgebied waarvan zij hun eigen werknemers tijdelijk ter beschikking mogen stellen om die diensten daar te verrichten. Overeenkomstig artikel 56 VWEU moeten beperkingen op het vrij verrichten van diensten binnen de Unie worden verboden ten aanzien van de onderdanen van de lidstaten die in een andere lidstaat zijn gevestigd dan die waarin degene is gevestigd te wiens behoeve de dienst wordt verricht.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Volgens artikel 3 VEU bevordert de Unie sociale rechtvaardigheid en bescherming. In artikel 9 VWEU wordt de Unie de taak toebedeeld een hoog niveau van werkgelegenheid te bevorderen, adequate sociale bescherming te waarborgen en sociale uitsluiting te bestrijden.

(3)  Volgens artikel 3 VEU bevordert de Unie sociale rechtvaardigheid en bescherming. In artikel 9 VWEU wordt de Unie de taak toebedeeld een hoog niveau van werkgelegenheid te bevorderen, adequate sociale bescherming te waarborgen, sociale uitsluiting te bestrijden en een hoog niveau van onderwijs, opleiding en bescherming van de volksgezondheid te bevorderen.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  Om ervoor te zorgen dat deze richtlijn correct wordt toegepast, moeten de coördinatie tussen de arbeidsinspectiediensten van de lidstaten en de samenwerking op Europees niveau bij de bestrijding van fraude bij de terbeschikkingstelling van werknemers worden versterkt en moet worden gecontroleerd of de sociale bijdragen voor ter beschikking gestelde werknemers regelmatig aan de beheersinstantie van de lidstaat van oorsprong worden betaald.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Bijna twintig jaar na de vaststelling ervan is het noodzakelijk na te gaan of de terbeschikkingstellingsrichtlijn nog steeds het juiste evenwicht houdt tussen de noodzaak het vrij verrichten van diensten te bevorderen en de noodzaak de rechten van ter beschikking gestelde werknemers te beschermen.

(4)  Bijna twintig jaar na de vaststelling ervan en gezien de bewezen gevallen van fraude is het noodzakelijk om de terbeschikkingstellingsrichtlijn te herzien, na te gaan of zij nog steeds het juiste evenwicht houdt tussen de noodzaak om het vrij verrichten van diensten te bevorderen en een eerlijk ondernemingsklimaat en gelijke mededingingsvoorwaarden voor werknemers en ondernemingen op de interne markt te garanderen en de noodzaak om de rechten van ter beschikking gestelde werknemers te beschermen. Er moeten dringend maatregelen worden genomen om de regels te verduidelijken, ervoor te zorgen dat ze op homogene wijze worden toegepast en echte opwaartse sociale convergentie te bewerkstelligen. Naast de herziening van Richtlijn 96/71/EG moet ook prioriteit worden gegeven aan de uitvoering en handhaving van Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad1 bis.

 

___________________

 

1 bis Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt ("de IMI-verordening"), PB L 159 van 28.5.2014, blz. 11.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  Er is nog steeds een gebrek aan toereikende en nauwkeurige gegevens op het gebied van ter beschikking gestelde werknemers, met name wat betreft informatie over het aantal ter beschikking gestelde werknemers in bepaalde beroepssectoren en in bepaalde lidstaten. Het is belangrijk dat de Commissie een begin maakt met het verzamelen en controleren van dergelijke gegevens en een effectbeoordeling uitvoert met betrekking tot ter beschikking gestelde werknemers.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Het beginsel van gelijke behandeling en het verbod op discriminatie op basis van nationaliteit zijn sinds de oprichtingsverdragen in de EU-wetgeving verankerd. Het beginsel van gelijke beloning is via secundair recht ingevoerd, niet enkel voor mannen en vrouwen, maar ook voor werknemers met een contract voor bepaalde tijd en vergelijkbare werknemers in vaste dienst, voor deeltijdse en voltijdse werknemers of voor uitzendkrachten en vergelijkbare werknemers van de inlenende onderneming.

(5)  Het beginsel van gelijke behandeling en het verbod op discriminatie op basis van nationaliteit zijn sinds de oprichtingsverdragen in de EU-wetgeving verankerd, en is ook van toepassing op ondernemingen die grensoverschrijdende diensten verstrekken. Het beginsel van gelijke beloning is via secundair recht ingevoerd, niet enkel voor mannen en vrouwen, maar ook voor werknemers met een contract voor bepaalde tijd en vergelijkbare werknemers in vaste dienst, voor deeltijdse en voltijdse werknemers of voor uitzendkrachten en vergelijkbare werknemers van de inlenende onderneming. Hieronder valt ook het verbod op maatregelen die direct of indirect tot discriminatie tussen burgers kunnen leiden. Bij de toepassing van deze beginselen moet rekening worden gehouden met de betreffende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Volgens de Rome I-verordening mogen werkgevers en werknemers in het algemeen kiezen welk recht van toepassing is op de arbeidsovereenkomst. De bescherming die de werknemer echter geniet op grond van de dwingende bepalingen van het recht van het land waar of, bij ontstentenis, vanwaaruit hij gewoonlijk zijn arbeid verricht, mag hierdoor niet worden aangetast. Bij gebreke van een rechtskeuze geldt voor de overeenkomst het recht van het land waar of, bij ontstentenis, vanwaaruit de werknemer gewoonlijk de arbeid ter uitvoering van de overeenkomst verricht.

(6)  Volgens de Rome I-verordening mogen werkgevers en werknemers in het algemeen kiezen welk recht van toepassing is op de arbeidsovereenkomst. De bescherming die de werknemer echter geniet op grond van de dwingende bepalingen van het recht van het land waar of, bij ontstentenis, vanwaaruit hij gewoonlijk zijn arbeid verricht, mag hierdoor niet worden aangetast. Bij gebreke van een rechtskeuze geldt voor de overeenkomst het recht van het land waar of, bij ontstentenis, vanwaaruit de werknemer gewoonlijk de arbeid ter uitvoering van de overeenkomst verricht. In de Rome I-verordening is ook bepaald dat het land waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht, niet geacht wordt te zijn gewijzigd wanneer de werknemer zijn arbeid tijdelijk in een ander land verricht. De richtlijn verschaft rechtszekerheid bij de toepassing van de Rome I-verordening in een specifieke situatie, zonder de Rome I-verordening op een of andere manier te wijzigen. De werknemer zal met name de bescherming en de voordelen van de Rome I-verordening genieten.

 

 

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  In de Rome I-verordening is bepaald dat het land waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht niet geacht wordt te zijn gewijzigd wanneer de werknemer zijn arbeid tijdelijk in een ander land verricht.

Schrappen

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Met het oog op de lange looptijd van bepaalde terbeschikkingstellingen is het noodzakelijk vast te stellen dat wanneer de terbeschikkingstelling langer duurt dan 24 maanden, de gastlidstaat wordt geacht het land te zijn waar het werk wordt uitgevoerd. Volgens het beginsel van de Rome I-verordening is daarom het recht van de gastlidstaat van toepassing op de arbeidsovereenkomst van die ter beschikking gestelde werknemers indien de partijen geen andere rechtskeuze hebben gemaakt. Indien een andere keuze is gemaakt, mag dat echter niet tot gevolg hebben dat de werknemer de bescherming wordt ontnomen die hem wordt geboden door bepalingen waarvan volgens de wet van de gastlidstaat niet bij overeenkomst kan worden afgeweken. Dit moet van toepassing zijn vanaf het begin van de terbeschikkingstelling wanneer die voor meer dan 24 maanden is gepland en vanaf de eerste dag na de 24 maanden wanneer de terbeschikkingstelling daadwerkelijk langer duurt. Dit voorschrift doet geen afbreuk aan het recht van ondernemingen die werknemers op het grondgebied van een andere lidstaat ter beschikking stellen om ook vrijheid van dienstverrichting in te roepen in omstandigheden waarbij de terbeschikkingstelling langer dan 24 maanden duurt. Het doel is louter rechtszekerheid te creëren bij de toepassing van de Rome I-verordening in een specifieke situatie zonder die verordening op een of andere manier te wijzigen. De werknemer zal met name de bescherming en de voordelen van de Rome I-verordening genieten.

(8)  Met het oog op de lange looptijd van bepaalde terbeschikkingstellingen is het noodzakelijk vast te stellen dat terbeschikkingstelling tijdelijk van aard is. Daarom moeten alle toepasselijke arbeidsvoorwaarden en ‑omstandigheden van de lidstaat waar de werknemer ter beschikking wordt gesteld, na 24 maanden van toepassing zijn, behalve de voorwaarden betreffende de sluiting en beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Dit voorschrift doet geen afbreuk aan het recht van ondernemingen die werknemers op het grondgebied van een andere lidstaat ter beschikking stellen om ook vrijheid van dienstverrichting in te roepen in omstandigheden waarbij de terbeschikkingstelling langer dan 24 maanden duurt. Voor terbeschikkingstellingen die een langere looptijd vereisen, moet het mogelijk zijn om ondernemingen verlengingen toe te staan op basis van een gemotiveerd verzoek aan de bevoegde instantie van de lidstaat waar de werknemer ter beschikking wordt gesteld.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Volgens de vaste rechtspraak mag het vrij verrichten van diensten slechts worden beperkt wanneer dat gerechtvaardigd is door dwingende redenen van algemeen belang en wanneer die beperking evenredig en noodzakelijk is.

(9)  Volgens de vaste rechtspraak mag het vrij verrichten van diensten slechts worden beperkt wanneer dat gerechtvaardigd is door dwingende redenen van algemeen belang en wanneer die beperking noodzakelijk en evenredig is.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gezien de zeer mobiele aard van de arbeid in internationaal wegvervoer doet de uitvoering van de terbeschikkingstellingsrichtlijn bijzondere juridische vragen en moeilijkheden rijzen (vooral waar het verband met de betrokken lidstaat onvoldoende is). Die uitdagingen zouden het best worden aangepakt door middel van sectorspecifieke wetgeving samen met andere EU-initiatieven die gericht zijn op het verbeteren van de interne wegvervoermarkt.

(10)  Gezien de zeer mobiele aard van de arbeid in internationaal wegvervoer doet de uitvoering van de terbeschikkingstellingsrichtlijn in die sector bijzondere juridische vragen en moeilijkheden rijzen, die worden behandeld in het voorstel van de Commissie voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2006/22/EG wat betreft de handhavingsvoorschriften en tot vaststelling van specifieke regels met betrekking tot Richtlijn 96/71/EG en Richtlijn 2014/67/EU voor de terbeschikkingstelling van bestuurders in de wegvervoersector [COD(2017)0121], dat tot doel heeft in sectorspecifieke wetgeving te voorzien.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  In een concurrerende interne markt concurreren dienstverrichters niet enkel op basis van loonkosten maar ook op basis van factoren als productiviteit en efficiëntie of de kwaliteit en innovatie van goederen en diensten.

(11)  In een daadwerkelijk geïntegreerde en concurrerende interne markt concurreren dienstverrichters op basis van factoren als productiviteit, efficiëntie, opleidings- en vaardighedenniveau van de arbeidskrachten, alsook kwaliteit en innovatie van goederen en diensten.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Het is de bevoegdheid van de lidstaten overeenkomstig hun wetgeving en praktijk bezoldigingsvoorschriften vast te stellen. Het toepassen van nationale bezoldigingsvoorschriften op ter beschikking gestelde werknemers moet echter gerechtvaardigd zijn door de noodzaak hen te beschermen en mag grensoverschrijdende dienstverrichting niet op onevenredige wijze beperken.

(12)  Het is de exclusieve bevoegdheid van de lidstaten overeenkomstig hun nationale wetgeving en/of praktijk bezoldigingsvoorschriften vast te stellen. De loonvorming valt onder de exclusieve bevoegdheid van de lidstaten en de sociale partners. Er moet met name op worden gelet dat de nationale loonvormingssystemen en de vrijheid van de betrokken partijen niet wordt ondergraven.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  De componenten van bezoldiging die voortvloeien uit de nationale wetgeving of algemeen verbindende collectieve overeenkomsten moeten duidelijk en transparant zijn voor alle dienstverrichters. Daarom is het gerechtvaardigd de lidstaten te verplichten de componenten van de bezoldiging bekend te maken op de enige website waarin in artikel 5 van de handhavingsrichtlijn is voorzien.

(13)  De componenten van bezoldiging, de methode voor het berekenen van de verschuldigde bezoldiging en, indien van toepassing, de gehanteerde criteria voor de indeling in verschillende salarisschalen moeten duidelijk en transparant zijn voor alle dienstverrichters en ter beschikking gestelde werknemers. Voor de berekening van de bezoldiging moet rekening worden gehouden met alle verplichte elementen die in de wet, in toepasselijke collectieve overeenkomsten of in scheidsrechterlijke uitspraken zijn vastgesteld, mits deze elementen ook op lokaal niveau worden toegepast. Daarom is het gerechtvaardigd de lidstaten te verplichten de in de toepasselijke wet en collectieve overeenkomsten vastgestelde componenten van de bezoldiging bekend te maken op de enige website waarin in artikel 5 van de handhavingsrichtlijn is voorzien, aangezien transparantie en toegang tot informatie van essentieel belang zijn voor de rechtszekerheid en de rechtshandhaving. De op de enige officiële nationale website verstrekte informatie moet in overeenstemming zijn met het nationale recht en de nationale praktijk en moet de autonomie van de sociale partners eerbiedigen. Elke lidstaat zorgt ervoor dat zijn website naar behoren werkt en regelmatig wordt geactualiseerd.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  Richtlijn 2014/67/EU bevat een aantal bepalingen die ervoor moeten zorgen dat de regels met betrekking tot de terbeschikkingstelling van werknemers door alle dienstverrichters worden gehandhaafd en geëerbiedigd. Artikel 4 van Richtlijn 2014/67/EU bevat een duidelijke lijst van elementen die moeten worden beoordeeld om na te gaan of het daadwerkelijk om terbeschikkingstelling gaat en om misbruik en omzeiling te voorkomen.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 ter)  Werkgevers moeten vóór het begin van de terbeschikkingstelling passende maatregelen nemen om overeenkomstig Richtlijn 91/533/EEG van de Raad1 bis essentiële informatie over de arbeidsvoorwaarden en ‑omstandigheden wat betreft de terbeschikkingstelling te verstrekken.

 

_________________

 

1 bis Richtlijn 91/533/EEG van de Raad betreffende de verplichting van de werkgever de werknemer te informeren over de voorwaarden die op zijn arbeidsovereenkomst of ‑verhouding van toepassing zijn (PB L 288 van 18.10.1991, blz. 32).

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 quater)  Deze richtlijn stelt een evenwichtig kader betreffende het vrij verrichten van diensten en de bescherming van ter beschikking gestelde werknemers vast, dat niet-discriminerend, transparant en evenredig is en de diversiteit van de nationale arbeidsverhoudingen eerbiedigt. Deze richtlijn vormt geen beletsel voor de toepassing van arbeidsvoorwaarden en ‑omstandigheden die gunstiger zijn voor ter beschikking gestelde werknemers.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 quinquies)  Deze richtlijn mag geenszins afbreuk doen aan de uitoefening van de grondrechten zoals die in de lidstaten en op Unieniveau zijn erkend, met inbegrip van het stakingsrecht of de stakingsvrijheid dan wel het recht of de vrijheid om conform de in de lidstaten bestaande specifieke stelsels van arbeidsverhoudingen andere acties te voeren overeenkomstig het nationale recht en/of de nationale praktijk. Zij mag evenmin afbreuk doen aan het recht om over collectieve overeenkomsten te onderhandelen, deze te sluiten en naleving ervan af te dwingen, en om collectieve actie te voeren overeenkomstig het nationale recht en/of de nationale praktijk.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Door wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen of collectieve overeenkomsten die van toepassing zijn in de lidstaten kan ervoor worden gezorgd dat ondernemingen bij het contracteren van onderaannemers niet de mogelijkheid krijgen de regels te omzeilen die bepaalde arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden moeten garanderen in verband met bezoldiging. Wanneer dergelijke bezoldigingsvoorschriften op nationaal niveau bestaan, mag de lidstaat deze op niet-discriminerende wijze toepassen op ondernemingen die werknemers ter beschikking stellen op zijn grondgebied op voorwaarde dat zij de grensoverschrijdende dienstverrichting niet op onevenredige wijze beperken.

(14)  Door de wet- en regelgeving en de nationale praktijk, waaronder bestuursrechtelijke bepalingen of collectieve overeenkomsten, die van toepassing zijn in de lidstaten kan ervoor worden gezorgd dat ondernemingen bij het contracteren van onderaannemers niet de mogelijkheid krijgen de regels te omzeilen die bepaalde arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden moeten garanderen in verband met bezoldiging. Wanneer dergelijke bezoldigingsvoorschriften op nationaal niveau bestaan, mag de lidstaat deze op niet-discriminerende wijze toepassen op ondernemingen die werknemers ter beschikking stellen op zijn grondgebied.

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 bis)  Om misbruik in situaties van onderaanneming tegen te gaan en om de rechten van ter beschikking gestelde werknemers te beschermen, moeten de lidstaten er overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijk voor zorgen dat ter beschikking gestelde werknemers alle verschuldigde rechten krijgen.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 ter)  De lidstaten moeten bestaande voorschriften en regels inzake onderaanneming op consequente en samenhangende wijze handhaven.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  In Richtlijn 2008/104/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende uitzendarbeid wordt het beginsel uitgedrukt dat de essentiële arbeidsvoorwaarden die voor uitzendkrachten gelden, ten minste dezelfde moeten zijn als die welke voor deze werknemers zouden gelden als zij door de inlenende onderneming voor dezelfde functie in dienst zouden worden genomen. Dat beginsel moet ook gelden voor uitzendkrachten die op het grondgebied van een andere lidstaat ter beschikking worden gesteld.

(15)  In Richtlijn 2008/104/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende uitzendarbeid wordt het beginsel uitgedrukt dat de essentiële arbeidsvoorwaarden die voor uitzendkrachten gelden, ten minste dezelfde moeten zijn als die welke voor deze werknemers zouden gelden als zij door de inlenende onderneming voor dezelfde functie in dienst zouden worden genomen. Dat beginsel moet ook gelden voor uitzendkrachten die op het grondgebied van een andere lidstaat ter beschikking worden gesteld. De lidstaten moeten de gelijke behandeling van ter beschikking gestelde uitzendkrachten en nationale uitzendkrachten garanderen.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 1 – lid 3 – letter c

 

Bestaande tekst

Amendement

 

-1.   In artikel 1, lid 3, wordt punt c) vervangen door:

"c)  als uitzendbedrijf of als onderneming van herkomst, een werknemer ter beschikking stellen van een ontvangende onderneming die op het grondgebied van een Lid-Staat gevestigd is of er werkzaamheden uitvoert, voor zover er gedurende de periode van terbeschikkingstelling een dienstverband tussen het uitzendbureau of de onderneming van herkomst en de werknemer bestaat."

"c)  als uitzendbedrijf of als onderneming van herkomst, een werknemer ter beschikking stellen van een ontvangende onderneming die op het grondgebied van een lidstaat gevestigd is of er werkzaamheden uitvoert, mits er gedurende de periode van terbeschikkingstelling een dienstverband tussen het uitzendbureau of de onderneming van herkomst en de werknemer bestaat."

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 bis (nieuw)

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 1 – lid 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1 bis.    Het volgende lid wordt toegevoegd aan artikel 1:

 

"4 bis.  Deze richtlijn doet geenszins afbreuk aan de uitoefening van de grondrechten zoals die in de lidstaten en op Unieniveau zijn erkend, met inbegrip van het stakingsrecht of de stakingsvrijheid dan wel het recht of de vrijheid om conform de in de lidstaten bestaande specifieke stelsels van arbeidsverhoudingen andere acties te voeren overeenkomstig het nationale recht en/of de nationale praktijk. Zij doet evenmin afbreuk aan het recht om over collectieve overeenkomsten te onderhandelen, deze te sluiten en naleving ervan af te dwingen, en om collectieve actie te voeren overeenkomstig het nationale recht en/of de nationale praktijk."

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 2 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 2 bis

Artikel 2 bis

Terbeschikkingstelling van meer dan 24 maanden

Terbeschikkingstelling van meer dan 24 maanden

1.  Wanneer de verwachte of daadwerkelijke duur van de terbeschikkingstelling meer dan 24 maanden bedraagt, wordt de lidstaat op het grondgebied waarvan een werknemer ter beschikking is gesteld geacht het land te zijn waarin hij of zij het werk gewoonlijk uitvoert.

1.  De terbeschikkingstelling van een werknemer is tijdelijk. Wanneer de verwachte of daadwerkelijke duur van de terbeschikkingstelling meer dan 24 maanden bedraagt, zorgen de lidstaten ervoor dat de in artikel 1, lid 1, bedoelde ondernemingen voor op hun grondgebied ter beschikking gestelde werknemers, naast de in artikel 3, lid 1, bedoelde arbeidsvoorwaarden en omstandigheden en ongeacht welk recht op het dienstverband van toepassing is, alle arbeidsvoorwaarden en omstandigheden garanderen die van toepassing zijn in de lidstaat waar de dienst wordt verricht, mits deze arbeidsvoorwaarden en omstandigheden voor de werknemer gunstiger zijn dan die overeenkomstig het recht dat van toepassing is op het dienstverband, met uitzondering van de voorwaarden betreffende de sluiting en beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

2.  Voor de toepassing van lid 1 moet, wanneer ter beschikking gestelde werknemers op dezelfde plaats en voor hetzelfde werk worden vervangen, rekening worden gehouden met de totale duur van de terbeschikkingstelling van de betrokken werknemers voor zover het werknemers betreft die daadwerkelijk ten minste voor zes maanden ter beschikking worden gesteld.

2.  Voor de toepassing van lid 1 moet, wanneer ter beschikking gestelde werknemers op dezelfde plaats en voor hetzelfde werk worden vervangen, rekening worden gehouden met de totale duur van de terbeschikkingstelling van de betrokken werknemers.

 

2 bis.  Op grond van een gemotiveerd verzoek van een dienstverrichter kan de lidstaat waar de dienst wordt verricht, de termijn waarna de in die lidstaat geldende arbeidsvoorwaarden en ‑omstandigheden worden gegarandeerd als bedoeld in lid 1, verlengen met als argument dat de door die onderneming verrichte diensten langer tijdelijk dienen te blijven.

 

De lidstaat behandelt dergelijke verzoeken tijdig en op evenredige en niet-discriminerende wijze, en motiveert zijn besluit. Wanneer de lidstaat een dergelijk verzoek inwilligt, geeft de onderneming om de twaalf maanden een update van de situatie, tot de verrichting van de betreffende diensten wordt beëindigt.

 

De bevoegde instantie van de gastlidstaat neemt haar besluiten over dergelijke verzoeken op overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 2014/67/EU en Verordening 883/2004/EG en op gerechtvaardigde, evenredige en niet-discriminerende wijze.

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter a

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zien erop toe dat de in artikel 1, lid 1, bedoelde ondernemingen - ongeacht het recht dat van toepassing is op het dienstverband - voor de op hun grondgebied ter beschikking gestelde werknemers wat de hierna genoemde aangelegenheden betreft, de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden garanderen die in de lidstaat waar het werk wordt uitgevoerd, zijn vastgelegd:

1.  De lidstaten zien erop toe dat de in artikel 1, lid 1, bedoelde ondernemingen - ongeacht het recht dat van toepassing is op het dienstverband - voor de op hun grondgebied ter beschikking gestelde werknemers wat de hierna genoemde aangelegenheden betreft, gelijke arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden garanderen die in de lidstaat waar het werk wordt uitgevoerd, zijn vastgelegd:

–  in wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en/of

–  in wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en/of

–  in collectieve arbeidsovereenkomsten of scheidsrechterlijke uitspraken die algemeen verbindend zijn verklaard in de zin van lid 8:

–  in collectieve arbeidsovereenkomsten of scheidsrechterlijke uitspraken in de zin van de leden 8 en 8 bis:

a)  maximale werk- en minimale rustperioden;

a)  maximale werk- en minimale rustperioden, met inbegrip van specifieke maatregelen met betrekking tot nachtwerk, weekendwerk, werk op officiële feestdagen en ploegenarbeid;

b)  minimumaantal betaalde vakantiedagen;

b)  minimumaantal betaalde jaarlijkse verlofdagen;

c)  bezoldiging, inclusief vergoedingen voor overwerk; dit punt is niet van toepassing op de aanvullende bedrijfspensioenregelingen;

c)  bezoldiging, inclusief vergoedingen voor overwerk; dit punt is niet van toepassing op de aanvullende bedrijfspensioenregelingen;

d)  voorwaarden voor het ter beschikking stellen van werknemers, inzonderheid door uitzendbedrijven;

d)  voorwaarden voor het ter beschikking stellen van werknemers, inzonderheid door uitzendbedrijven;

e)  gezondheid, veiligheid en hygiëne op het werk;

e)  gezondheid, veiligheid en hygiëne op het werk;

f)  beschermende maatregelen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden van zwangere of pas bevallen vrouwen, kinderen en jongeren;

f)  beschermende maatregelen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden van zwangere of pas bevallen vrouwen, kinderen en jongeren;

g)  gelijke behandeling van mannen en vrouwen, alsmede andere bepalingen inzake niet-discriminatie.

g)  gelijke behandeling van mannen en vrouwen, alsmede andere bepalingen inzake niet-discriminatie;

 

g bis)  huisvestingsomstandigheden van de werknemers;

 

g ter)  toeslagen voor reis-, maaltijd-, en verblijfkosten van werknemers die ergens anders werken dan op hun gebruikelijke werkplek.

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt onder bezoldiging verstaan alle bezoldigingselementen die verplicht zijn bij nationale wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, collectieve overeenkomsten of scheidsrechterlijke uitspraken die algemeen verbindend zijn verklaard en/of bij ontstentenis van een stelsel voor het algemeen verbindend verklaren van collectieve overeenkomsten of scheidsrechterlijke uitspraken als bedoeld in lid 8, tweede streepje, in de lidstaat op het grondgebied waarvan de werknemer ter beschikking wordt gesteld.

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt het begrip "bezoldiging" vastgesteld door het recht en/of de praktijk van de lidstaat op het grondgebied waarvan de werknemer ter beschikking wordt gesteld.

De lidstaten maken de componenten van de bezoldiging overeenkomstig punt c) bekend op de enige nationale website zoals bedoeld in artikel 5 van Richtlijn 2014/67/EU.

De lidstaten maken overeenkomstig het nationale recht en de nationale praktijk de componenten van de bezoldiging overeenkomstig punt c) van dit lid onverwijld en op transparante wijze bekend op de enige nationale website en via andere passende middelen zoals bedoeld in artikel 5, lid 2, van Richtlijn 2014/67/EU. De lidstaten zorgen ervoor dat de informatie die op de enige nationale website wordt verstrekt, juist en actueel is. De Commissie publiceert de adressen van de enige officiële nationale websites op haar website.

 

Een onderneming is niet aansprakelijk voor het niet toepassen of het niet correct toepassen van dergelijke elementen indien de informatie vóór het begin van de terbeschikkingstelling niet of niet correct wordt verstrekt op de enige officiële nationale website.

 

Om dubbele betaling te vermijden, maakt niets in dit artikel het mogelijk dat een bezoldigingscomponent, toeslag of kostenvergoeding met betrekking tot werk buiten de gebruikelijke werkplek meer dan eens aan een ter beschikking gestelde werknemer wordt betaald. Op de werknemer zijn de voorwaarden en omstandigheden van toepassing die voor hem gunstiger zijn.

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 1 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1 bis.  Als ondernemingen die zijn gevestigd op het grondgebied van een lidstaat bij wettelijke en bestuursrechtelijke bepaling of collectieve overeenkomst verplicht zijn in het kader van hun contractuele verplichtingen enkel onderaannemers te contracteren die bepaalde arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden inzake bezoldiging waarborgen, mag de lidstaat op niet-discriminerende en evenredige basis bepalen dat voor dergelijke ondernemingen dezelfde verplichting geldt voor het contracteren van in artikel 1, lid 1, bedoelde ondernemingen die werknemers op zijn grondgebied ter beschikking stellen.

1 bis.  Als ondernemingen die zijn gevestigd op het grondgebied van een lidstaat bij wettelijke en bestuursrechtelijke bepaling of collectieve overeenkomst verplicht zijn in het kader van hun contractuele verplichtingen enkel onderaannemers te contracteren die bepaalde bezoldigingsvoorwaarden waarborgen, mag de lidstaat ondernemingen die werknemers op zijn grondgebied ter beschikking stellen, op niet-discriminerende en evenredige basis dezelfde verplichtingen opleggen. Dergelijke vereisten zijn uitsluitend van toepassing op de werknemers van de onderaannemer die in die lidstaat ter beschikking worden gesteld.

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b bis (nieuw)

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 1 bis bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  Het volgende lid wordt ingevoegd:

 

"1 bis bis.  In het geval van onderaanneming stelt de contractant een dienstverrichter uit een andere lidstaat vóór de aanvang van de dienstverleningsovereenkomst schriftelijk in kennis van de toepasselijke arbeidsvoorwaarden en ‑omstandigheden inzake bezoldiging."

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b ter (nieuw)

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 1 bis ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b ter)  Het volgende lid wordt ingevoegd:

 

"1 bis ter.  De lidstaten delen maatregelen als bedoeld in dit artikel mee aan de Commissie. De Commissie deelt die maatregelen mee aan de andere lidstaten."

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter c bis (nieuw)

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 7 – alinea 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

c bis)  In lid 7 wordt de tweede alinea vervangen door:

"De toeslagen in verband met de terbeschikkingstelling worden als een deel van het minimumloon beschouwd, voor zover deze niet uitgekeerd worden als vergoeding van daadwerkelijk in verband met de terbeschikkingstelling gemaakte onkosten, zoals reiskosten, verblijfkosten en kosten voor voeding. "

"De toeslagen in verband met de terbeschikkingstelling worden als een deel van de bezoldiging beschouwd, voor zover deze niet uitgekeerd worden als vergoeding van daadwerkelijk in verband met de terbeschikkingstelling gemaakte onkosten, zoals reiskosten, verblijfkosten en kosten voor voeding. In dat geval zijn zij voor rekening van de werkgever en worden zij niet in mindering gebracht op de bezoldiging."

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter c ter (nieuw)

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 8 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c ter)  Het volgende lid wordt ingevoegd:

 

8 bis.  Indien zij daartoe besluiten, kunnen de lidstaten zich ook, overeenkomstig het nationale recht en de nationale praktijk en op niet-discriminerende wijze, baseren op collectieve overeenkomsten of scheidsrechterlijke uitspraken die, als vastgesteld door de lidstaat waar het werk wordt uitgevoerd, representatief zijn in het geografische gebied, het beroep of de sector in kwestie en die de werknemer de gunstigste arbeidsvoorwaarden en ‑omstandigheden bieden.

 

De lidstaten zorgen ervoor dat er informatie over dergelijke collectieve overeenkomsten of scheidsrechterlijke uitspraken beschikbaar is op de enige officiële nationale website. Dergelijke collectieve overeenkomsten zijn slechts op ter beschikking gestelde werknemers van toepassing voor zover zij op de enige officiële nationale website zijn gepubliceerd.

 

Een onderneming is niet aansprakelijk voor het niet toepassen of het niet correct toepassen van dergelijke collectieve overeenkomsten of scheidsrechterlijke uitspraken indien de informatie vóór het begin van de terbeschikkingstelling niet of niet correct wordt verstrekt op de enige officiële nationale website."

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter d

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  Lid 9 wordt geschrapt.

d)   Lid 9 wordt vervangen door:

 

Naast de in lid 1 van dit artikel bedoelde arbeidsvoorwaarden en ‑omstandigheden kunnen de lidstaten bepalen dat de in artikel 1, lid 1, bedoelde ondernemingen werknemers als bedoeld in artikel 1, lid 3, onder c), dezelfde voorwaarden garanderen als die welke gelden voor uitzendkrachten in de lidstaat waar het werk wordt uitgevoerd.

 

Uitzendbureaus of ondernemingen van herkomst die in een lidstaat gevestigd zijn, kunnen een werknemer ter beschikking stellen van een ontvangende onderneming die in een andere lidstaat gevestigd is of actief is, mits de ontvangende onderneming gevestigd is in de lidstaat waar de werknemer ter beschikking wordt gesteld. Zo niet wordt de gastlidstaat van de ter beschikking gestelde werknemer geacht het land te zijn waarin hij gewoonlijk zijn arbeid verricht, onverminderd arbeidsvoorwaarden en omstandigheden die gunstiger zijn voor de ter beschikking gestelde werknemer."

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter d bis (nieuw)

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 10

 

Bestaande tekst

Amendement

 

d bis)  Lid 10 wordt vervangen door:

10.  Deze richtlijn belet niet dat de Lid-Staten, met inachtneming van het Verdrag, op gelijke wijze aan de nationale ondernemingen en aan de ondernemingen van andere Staten arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden voorschrijven

10.  Deze richtlijn belet niet dat de lidstaten, met inachtneming van het Verdrag en overeenkomstig het nationale recht en de nationale praktijk, aan nationale ondernemingen en ondernemingen van andere staten die op hun grondgebied actief zijn, arbeidsvoorwaarden en ‑omstandigheden voorschrijven die betrekking hebben op andere aangelegenheden dan bedoeld in lid 1, eerste alinea, voor zover het gaat om bepalingen van openbare orde.

-   die betrekking hebben op andere aangelegenheden dan bedoeld in lid 1, eerste alinea, voor zover het gaat om bepalingen van openbare orde,

 

-   die zijn vastgesteld in collectieve overeenkomsten of scheidsrechterlijke uitspraken als bedoeld in lid 8, met betrekking tot andere dan de in de bijlage genoemde activiteiten.

 

 

Voor de toepassing van deze richtlijn worden onder bepalingen van openbare orde verstaan: niet-discriminerende maatregelen die in het algemeen belang worden genomen, waaronder maatregelen op het gebied van de bescherming van werknemers, gelijke behandeling, eerlijke concurrentie en de goede werking van de arbeidsmarkt. Dergelijke maatregelen mogen niet voor economische doeleinden dienen.

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)   Lid 10, tweede streepje, wordt geschrapt.

Schrappen

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 4 – lid 2 – alinea 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

2 bis.  In artikel 4, lid 2, wordt de eerste alinea vervangen door:

De Lid-Staten zorgen ervoor dat samengewerkt wordt tussen de overheidsinstanties die overeenkomstig de nationale wetgeving bevoegd zijn voor het toezicht op de arbeidsvoorwaarden en ‑omstandigheden als bedoeld in artikel 3. Deze samenwerking bestaat vooral in het beantwoorden van gemotiveerde verzoeken van die overheidsinstanties om nadere inlichtingen over de transnationale terbeschikkingstelling van werknemers, inclusief over kennelijke gevallen van misbruik of vermoedelijke gevallen van onwettige transnationale activiteiten.

De lidstaten zorgen ervoor dat samengewerkt wordt tussen de overheidsinstanties die overeenkomstig de nationale wetgeving bevoegd zijn voor het toezicht op de arbeidsvoorwaarden en ‑omstandigheden als bedoeld in artikel 3. Deze samenwerking bestaat vooral in het beantwoorden van gemotiveerde verzoeken van die overheidsinstanties om nadere inlichtingen over de transnationale terbeschikkingstelling van werknemers en in de bestrijding van kennelijke gevallen van misbruik of vermoedelijke gevallen van onwettige activiteiten, zoals transnationale gevallen van zwartwerk en schijnzelfstandigheid. Deze samenwerking wordt ondersteund door het Europees platform tegen zwartwerk.

 

Als het verbindingsbureau of de bevoegde nationale instantie van de lidstaat van waaruit de werknemer ter beschikking wordt gesteld, niet over de door de bevoegde instantie van de gastlidstaat gevraagde informatie beschikt, vraagt dit verbindingsbureau of deze bevoegde nationale instantie die informatie op bij andere instanties of organen. Indien de verstrekking van informatie aan de gastlidstaat aanhoudend vertraging oploopt, wordt de Commissie in kennis gesteld en neemt zij passende maatregelen."

 

 

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 ter (nieuw)

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 5 – alinea 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

2 ter.  Artikel 5 wordt vervangen door:

De Lid-Staten nemen adequate maatregelen ingeval niet aan de bepalingen van deze richtlijn wordt voldaan.

"De gastlidstaten en de lidstaten van vestiging zijn verantwoordelijk voor het monitoren, controleren en handhaven van de verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn en nemen adequate maatregelen ingeval niet aan de bepalingen van deze richtlijn wordt voldaan. De vastgestelde sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend.

Zij dragen er met name zorg voor dat de werknemers en/of hun vertegenwoordigers over passende procedures beschikken om de naleving van de verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn af te dwingen.

Zij dragen er met name zorg voor dat de werknemers en/of werknemersvertegenwoordigers over passende procedures beschikken om de naleving van de verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn af te dwingen.

 

De lidstaten dragen er zorg voor dat indien er geen sprake is van daadwerkelijke terbeschikkingstelling, ongeacht welk recht op het dienstverband van toepassing is, de voorwaarden en omstandigheden van de lidstaat waar de dienst wordt verricht, van toepassing zijn."

(1)

  PB C 75 van 10.3.2017, blz. 81.

(2)

  PB C 185 van 9.6.2017, blz. 75.


TOELICHTING

Terbeschikkingstelling is een specifieke vorm van tijdelijke arbeidsmobiliteit, die gebaseerd is op het vrij verrichten van grensoverschrijdende diensten op de interne markt. De detacheringsrichtlijn van 1996 stelt een reeks bindende regels vast met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden en ‑omstandigheden die gelden voor ter beschikking gestelde werknemers. Hoewel ter beschikking gestelde werknemers bij een detacherende onderneming in dienst zijn en dus onder het recht van de "detacherende" lidstaat vallen, hebben zij recht op een aantal basisrechten die in de ontvangende lidstaat gelden. Dit moet garanderen dat deze rechten en arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden in de hele EU worden beschermd.

In 2014 waren er volgens de Commissie meer dan 1,9 miljoen terbeschikkingstellingen in de EU, een stijging met 10,3 % ten opzichte van 2013 en met 44,4 % ten opzichte van 2010. De bouwsector is goed voor 43,7 % van het totale aantal terbeschikkingstellingen, maar terbeschikkingstelling komt ook veel voor in de be- en verwerkende industrie, het onderwijs en de gezondheidszorg.

Sinds 1996 zijn de economische situatie en arbeidsmarktsituatie in de Europese Unie sterk veranderd. De afgelopen twintig jaar is de interne markt gegroeid en zijn de loonverschillen toegenomen.

Hoewel terbeschikkingstelling integraal deel uitmaakt van de interne markt, kunnen bepaalde sectoren en regio's onbedoelde gevolgen ondervinden. Volgens de Commissie verdienen ter beschikking gestelde werknemers in sommige sectoren of lidstaten tot wel 50 % minder dan lokale werknemers, waardoor het gelijke speelveld tussen ondernemingen en werknemers wordt verstoord.

Daarom, en gezien de talrijke uitspraken van het Europese Hof van Justitie over de interpretatie van de huidige bepalingen, heeft de Commissie een voorstel tot herziening van de richtlijn betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers ingediend, dat een aanvulling vormt op de in 2014 vastgestelde handhavingsrichtijn.

De handhavingsrichtlijn is voornamelijk bedoeld om de praktische toepassing en handhaving van de bepalingen van de richtlijn van 1996 te versterken door problemen in verband met fraude en ontwijking aan te pakken en de informatie-uitwisseling tussen de lidstaten te verbeteren. Helaas hebben tot dusver nog niet alle lidstaten de richtlijn omgezet.

De handhavingsrichtlijn biedt echter geen oplossing voor de fundamentelere vraagstukken met betrekking tot het kader van 1996, meer bepaald de harde kern van arbeidsvoorwaarden en ‑omstandigheden waarop ter beschikking gestelde werknemers aanspraak kunnen maken.

Met dit ontwerpverslag beogen de corapporteurs voort te bouwen op het Commissievoorstel en een effectief rechtsinstrument te verschaffen om bij de grensoverschrijdende verrichting van diensten een gelijk speelveld, alsook een goede sociale bescherming van ter beschikking gestelde werknemers te garanderen.


BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN WAARVAN OF PERSONEN VAN WIE DE RAPPORTEUR INPUT HEEFT ONTVANGEN

De corapporteurs wensen bekend te maken dat zij tijdens de opstelling van hun verslag onder andere door de volgende vertegenwoordigers van belanghebbenden en lobbyisten zijn benaderd:

Entiteit en/of persoon

Zweeds ministerie van Werkgelegenheid en Integratie

Franse ministerie van Arbeid en Werkgelegenheid

Maltees Ministerie van Sociaal Overleg, Consumentenzaken en Burgerlijke Vrijheden

Secretariaat-generaal voor Europese Zaken van Frankrijk

Permanente Vertegenwoordiging van Zweden bij de Europese Unie

Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij de Europese Unie

Permanente Vertegenwoordiging van Frankrijk bij de Europese Unie

Permanente Vertegenwoordiging van Malta bij de Europese Unie

Permanente Vertegenwoordiging van Polen bij de Europese Unie

Comité van de Regio's

Europees Economisch en Sociaal Comité

Economisch, Sociaal en Milieucomité van Frankrijk

EVV - Europees Verbond van Vakverenigingen

BusinessEurope

European Confederation of Private Employment Services | Eurociett / World Employment Confederation

EFBWW - European Federation of Building and Woodworkers

FIEC - European Construction Industry Federation

Labour Mobility Initiative

Konsentio Public Affairs namens Fair Transport Europe Campaign

ETF - European Transport Workers' Federation

CEEMET - Council of European Employers of the Metal, Engineering and Technology-based Industries

EBC - European Builders Confederation

REIF - Europese vertegenwoordiging van de Franse socialezekerheidsinstellingen

DGB - Deutsche Gewerkschaftsbund

Chambre des salariés du Luxembourg

OGBL - Confédération Syndicale Indépendante du Luxembourg

LCGB - Confédération Luxembourgeoise des Syndicats Chrétiens

FinUnions - Vertegenwoordiging van de Finse vakbonden bij de Europese Unie

Danish Trade Union office

Bureau van de Zweedse vakbonden in Brussel

Norway Trade Union office

FFB - Fédération Française du Batiment

VNO NCW - Verbond van Nederlandse Ondernemingen - Nederlands Christelijk Werkgeversverbond

FNV - Federatie Nederlandse Vakbeweging

Chambre de Commerce et d'Industrie d'Ile de France

ÖGB - Österreichischer Gewerkschaftsbund

CGPME - Confédération générale des petites et moyennes entreprises (Frankrijk)

Koninklijke Vereniging MKB-Nederland

BDA - Bundesvereinigung der Deutschen Arbeitgeberverbände

UPA - Union Professionnelle Artisanale

TBN - Transport Belangen Nederland

MEDEF - Mouvement des entreprises de France

Fédération Nationale des Transports Routiers (Frankrijk)

Fédération Nationale des Travaux Publics (Frankrijk)

ZDH - Zentralverband Des Deutschen Handwerks

APCMA - Assemblée Permanente des Chambres des Métiers et de l'Artisanat (Frankrijk)


MINDERHEIDSSTANDPUNT

ingediend overeenkomstig artikel 52 bis, lid 4, van het Reglement

Martina Dlabajova

Als een van de schaduwrapporteurs heb ik in de commissie tegen het verslag gestemd omdat er naar mijn mening geen evenwicht is bereikt tussen het vrije verkeer van diensten en de bescherming van de werknemers. Zoals blijkt uit de onthoudingen en tegenstemmen, komt het verslag niet volledig tegemoet aan de zorgen van verscheidene nationale delegaties in het Europees Parlement.

Ik ben blij met het akkoord over sectorspecifieke oplossingen voor de vervoerssector en het compromis over de duur van de terbeschikkingstelling (24 maanden met een mogelijke verlenging).

Omdat er onduidelijkheid bestaat over de term "bezoldiging" steun ik de vrijwaringsclausule die ondernemingen vrijstelt van aansprakelijkheid om bezoldigingselementen toe te passen als die niet of onjuist op de nationale website worden vermeld.

Ik constateer met bezorgdheid dat verwijzingen naar het vrije verkeer van diensten overal in de tekst zijn geschrapt en dat wordt geprobeerd om de contractuele vrijheid in het kader van de Rome I-verordening in te perken.

Bovendien ben ik van mening dat het in de praktijk niet realistisch is om buitenlandse ondernemingen te verplichten alle collectieve overeenkomsten toe te passen en dat dit ongerechtvaardigde belemmeringen kan opwerpen voor grensoverschrijdende dienstverlening.

Ik ben het volledig oneens met de uitbreiding van de rechtsgrond tot sociale hoofdstukken, waardoor rechtsonzekerheid ontstaat bij de toepassing van de richtlijn.


MINDERHEIDSSTANDPUNT

overeenkomstig artikel 52 bis, lid 4, van het Reglement

van de ENF-Fractie

A/ Overwegende dat dit ontwerpverslag van het Europees Parlement een paar positieve wijzigingen inhoudt, zoals de gelijke behandeling van ter beschikking gestelde uitzendkrachten en nationale uitzendkrachten, of de vrijheid voor de lidstaten om op nationaal niveau te beslissen of zij de duur van de terbeschikkingstelling al dan niet willen verlengen;

B/ overwegende dat de herziening van deze richtlijn echter te vroeg komt, nog vóór de beoordeling van de uitvoeringsrichtlijn van 2014, en dus zonder concrete informatie over de huidige situatie;

C/ overwegende dat de vervanging van de term "minimumloon" door "bezoldiging", gezien de grote verschillen tussen de stelsels van de lidstaten, niet zal volstaan om herhaaldelijk misbruik te voorkomen, met name wat de betaling van uurtarieven betreft;

D/ overwegende dat de belofte om de aansprakelijkheid uit te breiden tot de opdrachtgever wanneer een onderaannemer misbruik maakt van terbeschikkingstelling, niet wordt nagekomen;

E/ overwegende dat het gunstigste recht van toepassing dient te zijn vanaf de eerste dag van de terbeschikkingstelling;

1. distantieert de ENF-Fractie zich van de werkzaamheden rond dit verslag. Wij erkennen dat er een aantal inspanningen zijn geleverd om de wetgeving strenger te maken, maar wij vinden dat deze tekst niet ver genoeg gaat en kunnen er dus niet achter staan.


ADVIES VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN INZAKE DE RECHTSGROND

15.6.2017

De heer Thomas Händel

Voorzitter

Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

BRUSSEL

Betreft:  Advies inzake de rechtsgrond van het voorstel van de Commissie voor een richtlijn betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers (COM(2016)0128 – C8‑0114/2016 – 2016/0070(COD))

Geachte heer Händel,

Bij schrijven van 24 maart 2017 hebt u, overeenkomstig artikel 39, lid 2, van het Reglement, de Commissie juridische zaken verzocht de juistheid van de rechtsgrond van bovengenoemd Commissievoorstel na te gaan.

De commissie heeft bovengenoemde kwestie behandeld op haar vergadering van 12 juni 2017.

De detachering van werknemers is geregeld in Richtlijn 96/71/EG, die is aangenomen op basis van artikel 57 VEG en artikel 66 VEG. Deze artikelen komen nu overeen met artikel 53, lid 1, VWEU en artikel 62 VWEU, de artikelen waarop de Commissie haar voorstel om de richtlijn te amenderen heeft gebaseerd.

In het ontwerpverslag van de corapporteurs in de EMPL-commissie wordt beoogd artikel 151 VWEU en artikel 153, lid 1, onder a) en b), VWEU toe te voegen als bijkomende rechtsgrondslagen. Er werden amendementen ingediend om artikel 46 VWEU, artikel 56 VWEU of artikel 153 VWEU in zijn geheel toe te voegen als rechtsgrondslag of artikel 53, lid 1, VWEU te vervangen door artikelen 54 en 56 VWEU.

Op haar vergadering van 12 juni 2017 besloot de Commissie juridische zaken met 13 stemmen voor en 11 tegen bij 1 onthouding(1) aan te bevelen dat u de door de Commissie voorgestelde rechtsgrondslagen, artikel 53 VWEU en artikel 62 VWEU, behoudt, aangezien zij geschikt zijn als rechtsgrondslag voor het voorstel tot wijziging van de richtlijn. Artikel 153, lid 2, VWEU moet in overweging worden genomen als bijkomende rechtsgrond, in het bijzonder als het Parlement de bescherming van de rechten van gedetacheerde werknemers nog meer benadrukt. Als artikel 153 VWEU als rechtsgrond wordt toegevoegd, wordt aangeraden in dit geval te verwijzen naar artikel 153, lid 1, onder a) en b), VWEU juncto artikel 153, lid 2, VWEU.

1. Achtergrond

De detachering van werknemers is geregeld in Richtlijn 96/71/EG, die is aangenomen op basis van artikel 57 VEG en artikel 66 VEG. Deze artikelen komen nu overeen met artikel 53, lid 1, VWEU en artikel 62 VWEU, de artikelen waarop de Commissie haar voorstel om de richtlijn te amenderen heeft gebaseerd.

Richtlijn 96/71/EG bevat het EU-regelgevingskader voor het stimuleren en vergemakkelijken van de grensoverschrijdende dienstverlening via de tijdelijke detachering van werknemers in een andere lidstaat. Recenter werd de handhavingsrichtlijn (Richtlijn 2014/67/EU) aangenomen met het oog op de versterking van de beschikbare instrumenten ter bestrijding en bestraffing van omzeiling van de wetgeving, fraude en misbruik bij de detachering van werknemers.

Volgens de regels die momenteel van kracht zijn, moeten ter beschikking stellende ondernemingen in een basispakket van rechten van het gastland voorzien, waaronder minimumlonen. Die bepaling leidt tot aanzienlijke loonverschillen tussen gedetacheerde en lokale werknemers in de gastlanden, die naar schatting 10 % tot 50 % kunnen bedragen naargelang van de landen en sectoren, en verstoort zo de gelijke mededingingsvoorwaarden tussen ondernemingen, door aan detacherende ondernemingen een voordeel op het vlak van loonkosten toe te kennen ten aanzien van lokale ondernemingen in de gastlidstaten.

Volgens de toelichting bij Richtlijn 96/71/EG beoogde het voorstel een "evenwicht te vinden tussen drie doelstellingen: het grensoverschrijdend verrichten van diensten bevorderen en vergemakkelijken, bescherming bieden aan ter beschikking gestelde werknemers en gelijke mededingingsvoorwaarden waarborgen voor buitenlandse en lokale concurrenten", een evenwicht dat momenteel niet wordt bereikt. Om de richtlijn opnieuw in evenwicht te brengen zou het voorstel het beginsel "gelijke regels inzake verloning voor gelijk werk" invoeren, niet langer alleen de betaling van minimumlonen vereisen en de verwijzing naar algemeen verbindende collectieve overeenkomsten uitbreiden naar alle sectoren.

Het voorstel beoogt vast te stellen dat de arbeidswetgeving van de gastlidstaat van toepassing zou zijn bij terbeschikkingstelling voor meer dan 24 maanden wegens het vermoeden dat dit de normale werkplek is. De keuze van 24 maanden is gerechtvaardigd, aangezien deze periode in overeenstemming is met de voorschriften inzake de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels. Het voorstel beoogt tevens de gelijke bezoldiging in te voeren tussen ter beschikking gestelde werknemers in onderaannemingsketens en werknemers van de hoofdcontractant door toepassing van de arbeidsvoorwaarden, met inbegrip van eventuele overeenkomsten op ondernemingsniveau van die laatste, en verplicht gelijke voorwaarden toe te passen voor ter beschikking gestelde uitzendkrachten en lokaal aangeworven uitzendkrachten.

2. Toepasselijke verdragsbepalingen

De rechtsgrond van het Commissievoorstel is artikelen 53 en 62 VWEU, die luiden als volgt:

Artikel 53

(oud artikel 47 VEG)

1. Teneinde de toegang tot werkzaamheden, anders dan in loondienst, en de uitoefening daarvan te vergemakkelijken, stellen het Europees Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure richtlijnen vast inzake de onderlinge erkenning van diploma's, certificaten en andere titels en inzake de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten betreffende de toegang tot werkzaamheden anders dan in loondienst en de uitoefening daarvan.

Artikel 62

(oud artikel 55 VEG)

De bepalingen van de artikelen 51 tot en met 54 zijn van toepassing op het onderwerp dat in dit hoofdstuk is geregeld.

In het ontwerpverslag wordt beoogd artikelen 151 en 153, lid 1, VWEU als rechtsgrond toe te voegen, die als volgt luiden:

Artikel 151

(oud artikel 136 VEG)

De Unie en de lidstaten stellen zich, indachtig sociale grondrechten zoals vastgelegd in het op 18 oktober 1961 te Turijn ondertekend Europees Sociaal Handvest en in het Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten van de werkenden van 1989, ten doel de bevordering van de werkgelegenheid, de gestage verbetering van de levensomstandigheden en de arbeidsvoorwaarden, zodat de onderlinge aanpassing daarvan op de weg van de vooruitgang wordt mogelijk gemaakt, alsmede een adequate sociale bescherming, de sociale dialoog, de ontwikkeling van de menselijke hulpbronnen om een duurzaam hoog werkgelegenheidsniveau mogelijk te maken, en de bestrijding van uitsluiting.

Te dien einde leggen de Unie en de lidstaten maatregelen ten uitvoer waarin rekening wordt gehouden met de verscheidenheid van de nationale gebruiken, met name op het gebied van contractuele betrekkingen, alsmede met de noodzaak om het concurrentievermogen van de economie van de Unie te handhaven.

Artikel 153

(oud artikel 137 VEG)

1. Ter verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 151 wordt het optreden van de lidstaten op de volgende gebieden door de Unie ondersteund en aangevuld:

a) de verbetering van met name het arbeidsmilieu, om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te beschermen;

b) de arbeidsvoorwaarden;

c) de sociale zekerheid en de sociale bescherming van de werknemers;

d) de bescherming van de werknemers bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst;

e) de informatie en de raadpleging van de werknemers;f) de vertegenwoordiging en collectieve verdediging van de belangen van werknemers en werkgevers, met inbegrip van de medezeggenschap, onder voorbehoud van lid 5;

g) de werkgelegenheidsvoorwaarden voor onderdanen van derde landen die op wettige wijze op het grondgebied van de Unie verblijven;

h) de integratie van personen die van de arbeidsmarkt zijn uitgesloten, onverminderd artikel 166;

i) de gelijkheid van mannen en vrouwen wat hun kansen op de arbeidsmarkt en de behandeling op het werk betreft;

j) de bestrijding van sociale uitsluiting;

k) de modernisering van de stelsels voor sociale bescherming, onverminderd punt c).

2. Te dien einde kunnen het Europees Parlement en de Raad:

a) maatregelen aannemen die erop gericht zijn de samenwerking tussen de lidstaten aan te moedigen door middel van initiatieven ter verbetering van de kennis, ontwikkeling van de uitwisseling van informatie en optimale praktijken, bevordering van innoverende benaderingswijzen en evaluatie van ervaringen, met uitsluiting van harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten;

b) op de in lid 1, onder a) tot en met i), bedoelde gebieden door middel van richtlijnen minimumvoorschriften vaststellen die geleidelijk van toepassing zullen worden, met inachtneming van de in elk van de lidstaten bestaande omstandigheden en technische voorschriften. In deze richtlijnen wordt vermeden zodanige administratieve, financiële en juridische verplichtingen op te leggen dat de oprichting en ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen daardoor zou kunnen worden belemmerd.

Het Europees Parlement en de Raad besluiten volgens de gewone wetgevingsprocedure na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

Op de in lid 1, onder c), d), f) en g), bedoelde gebieden besluit de Raad volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement en de beide Comités.

De Raad kan op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement met eenparigheid van stemmen besluiten dat de gewone wetgevingsprocedure van toepassing is op lid 1, punten d), f) en g).

3. Een lidstaat kan de sociale partners, indien zij gezamenlijk daarom verzoeken, belasten met de uitvoering van de krachtens lid 2 vastgestelde richtlijnen of, in voorkomend geval, de uitvoering van een overeenkomstig artikel 155 vastgesteld besluit van de Raad.

In dat geval verzekert de lidstaat zich ervan dat de sociale partners, uiterlijk op de datum waarop een richtlijn of een besluit moet zijn omgezet of uitgevoerd, de nodige maatregelen bij overeenkomst hebben ingevoerd; de betrokken lidstaat moet zelf alle maatregelen treffen om de in de betrokken richtlijn of het betrokken besluit voorgeschreven resultaten te allen tijde te kunnen waarborgen.

Met de in de bevoegde commissie ingediende amendementen wordt beoogd de artikelen 46, 54 en 56 VWEU als bijkomende of alternatieve rechtsgrondslagen in te voeren, die als volgt luiden:

Artikel 46

(oud artikel 40 VEG)

Het Europees Parlement en de Raad stellen volgens de gewone wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité, bij wege van richtlijnen of verordeningen de maatregelen vast welke nodig zijn om tot een vrij verkeer van werknemers te komen zoals dit in artikel 45 is omschreven, met name door:

a) het verzekeren van een nauwe samenwerking tussen de nationale bestuursinstellingen op het gebied van de arbeid;

b) het afschaffen van de administratieve procedures en handelwijzen, alsmede van de wachttijden voor het aanvaarden van aangeboden betrekkingen voortvloeiende hetzij uit de nationale wetgeving hetzij uit voordien tussen de lidstaten gesloten overeenkomsten, waarvan de handhaving een beletsel zou vormen voor het vrijmaken van het verkeer van de werknemers;

c) het afschaffen van alle wachttijden en andere beperkingen gesteld hetzij in de nationale wetgeving hetzij in voordien tussen de lidstaten gesloten overeenkomsten, welke aan de werknemers uit de overige lidstaten andere voorwaarden opleggen voor de vrije keuze van een betrekking dan aan de werknemers van het eigen land;

d) het instellen van organisatorische voorzieningen door welke de aanbiedingen van en de aanvragen om werk met elkaar in aanraking kunnen worden gebracht en door welke het evenwicht daarvan kan worden vergemakkelijkt onder voorwaarden welke ernstige gevaren voor de levensstandaard en de werkgelegenheid in de verschillende gebieden en industrieën uitsluiten.

Artikel 54

(oud artikel 48 VEG)

De vennootschappen welke in overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat zijn opgericht en welke hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de Unie hebben, worden voor de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk gelijkgesteld met de natuurlijke personen die onderdaan zijn van de lidstaten.

Onder vennootschappen worden verstaan maatschappen naar burgerlijk recht of handelsrecht, de coöperatieve verenigingen of vennootschappen daaronder begrepen, en de overige rechtspersonen naar publiek- of privaatrecht, met uitzondering van vennootschappen welke geen winst beogen.

Artikel 56

(oud artikel 49 VEG)

In het kader van de volgende bepalingen zijn de beperkingen op het vrij verrichten van diensten binnen de Unie verboden ten aanzien van de onderdanen der lidstaten die in een andere lidstaat zijn gevestigd dan dat, waarin degene is gevestigd te wiens behoeve de dienst wordt verricht.

Het Europees Parlement en de Raad kunnen, volgens de gewone wetgevingsprocedure, de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing verklaren ten gunste van de onderdanen van een derde staat die diensten verrichten en binnen de Unie zijn gevestigd.

3. Jurisprudentie inzake de rechtsgrond

Het is vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie dat: "Volgens vaste rechtspraak moet de keuze van de rechtsgrondslag van een Gemeenschaps- (nu Unie)-maatregel gebaseerd zijn op objectieve gegevens die voor rechterlijke toetsing vatbaar zijn, waartoe met name het doel en de inhoud van de maatregel behoren"(2). De keuze van een onjuiste rechtsgrondslag kan dan ook aanleiding vormen tot de nietigverklaring van de desbetreffende handeling(3).

Ten aanzien van meervoudige rechtsgrondslagen geldt dat, indien uit onderzoek van een handeling blijkt dat zij een tweeledig doel heeft of dat de inhoud ervan bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als het hoofddoel of de voornaamste component, terwijl het andere doel of de andere component slechts bijkomstig is, de handeling op één enkele rechtsgrondslag gebaseerd moet worden, te weten die welke vereist is uit hoofde van het hoofddoel of de voornaamste component(4). Anderzijds geldt dat, wanneer een handeling verschillende doelstellingen of componenten tegelijk heeft die onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn, zonder dat de ene secundair en indirect is ten opzichte van de andere, deze handeling op de verschillende desbetreffende verdragsbepalingen moet worden gebaseerd(5).

Een dubbele rechtsgrondslag is evenwel uitgesloten wanneer de voor beide rechtsgrondslagen voorgeschreven procedures niet met elkaar zijn te verenigen en/of de cumulatie van rechtsgrondslagen de rechten van het Parlement zou aantasten. (6)

4. Doel en inhoud van het voorstel

Richtlijn 96/71/EG bevat geen artikel waarin het doel en de opzet van de richtlijn expliciet worden gemaakt. De Commissie doet evenmin een voorstel om dit te wijzigen. De eerste vier overwegingen van het voorstel kunnen echter wel als een indicatie worden beschouwd. Zij luiden als volgt:

(1)  Vrij verkeer van werknemers, vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten zijn grondbeginselen van de interne markt in de Unie die zijn verankerd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Die beginselen worden verder ten uitvoer gelegd door wetgeving van de Unie die garandeert dat de mededingingsvoorwaarden voor alle ondernemingen gelijk zijn en dat de rechten van de werknemers worden geëerbiedigd.

(2)  Het vrij verrichten van diensten houdt onder meer in dat ondernemingen het recht hebben om diensten te verrichten in een andere lidstaat, op het grondgebied waarvan zij hun eigen werknemers tijdelijk ter beschikking mogen stellen om die diensten daar te verrichten.

(3)  Volgens artikel 3 VEU bevordert de Unie sociale rechtvaardigheid en bescherming. In artikel 9 VWEU wordt de Unie de taak toebedeeld een hoog niveau van werkgelegenheid te bevorderen, adequate sociale bescherming te waarborgen en sociale uitsluiting te bestrijden.

(4)  Bijna twintig jaar na de vaststelling ervan is het noodzakelijk na te gaan of de terbeschikkingstellingsrichtlijn nog steeds het juiste evenwicht houdt tussen de noodzaak het vrij verrichten van diensten te bevorderen en de noodzaak de rechten van ter beschikking gestelde werknemers te beschermen.

Terwijl in de eerste en de tweede overweging de nadruk wordt gelegd op het vrij verrichten van diensten, wordt in de derde en de vierde overweging het aspect sociale rechtvaardigheid toegevoegd en gesteld dat moet worden nagegaan "of de terbeschikkingstellingsrichtlijn nog steeds het juiste evenwicht houdt tussen de noodzaak het vrij verrichten van diensten te bevorderen en de noodzaak de rechten van ter beschikking gestelde werknemers te beschermen".

Uit een analyse van de inhoud van het voorstel blijkt dat het doel van het voorstel daadwerkelijk ten minste het aspect bevat van opnieuw een evenwicht te vinden tussen het vrij verrichten van diensten en de bescherming van de rechten van werknemers.

Zoals hierboven uiteengezet, beoogt het voorstel gelijke regels inzake bezoldiging in te voeren voor langetermijndetachering en de verwijzing naar algemeen verbindende collectieve overeenkomsten uit te breiden naar alle sectoren.

Gelijke voorschriften in verband met bezoldiging zullen bijdragen tot een verhoging van de lonen van ter beschikking gestelde werknemers, zullen loonverschillen met lokale werknemers verkleinen en gelijke mededingingsvoorwaarden creëren tussen ondernemingen in de gastlanden.

Bovendien kunnen voorschriften voor gelijke behandeling bij terbeschikkingstelling voor meer dan 24 maanden en in het kader van onderaannemingsketens ook de rol van loonkosten als concurrentiefactor verkleinen, door het concurrentievermogen van ondernemingen in lidstaten met lagere loonvoorwaarden, vooral in arbeidsintensieve sectoren, te verminderen.

Meer bepaald handelt het nieuwe, aan Richtlijn 96/71/EG toegevoegde artikel 2 bis, zoals in het voorstel wordt gesteld, "over het arbeidsrecht dat moet worden toegepast op ter beschikking gestelde werknemers wanneer de verwachte of de effectieve duur van de terbeschikkingstelling langer is dan 24 maanden". Bovendien wordt benadrukt dat "volgens de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie het onderscheid tussen de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten op tijdelijke basis per geval moet worden gemaakt, rekening houdend met de duur maar ook met de regelmaat, de frequentie en de continuïteit van de dienstverrichting".

Voorts aangezien het voorstel voor een richtlijn ook tot doel heeft "omzeiling van de bepaling van lid 1 te voorkomen, wordt in lid 2 verklaard dat wanneer een werknemer een andere werknemer vervangt voor dezelfde taak, bij de berekening van de duur van de terbeschikkingstelling rekening moet worden gehouden met de totale duur van de terbeschikkingstelling van de betrokken werknemers. De bepaling van lid 1 is van toepassing wanneer de totale duur van de terbeschikkingstelling langer is dan 24 maanden maar, omwille van het evenredigheidsbeginsel, enkel op werknemers die ten minste 6 maanden ter beschikking gesteld zijn.

Het voorstel brengt ook verschillende wijzigingen aan in artikel 3, punt a), van de richtlijn, namelijk wanneer het gaat over "de verplichting om informatie bekend te maken over de componenten van de bezoldiging", en aan punt b) wordt een nieuwe regel toegevoegd om "de lidstaten de mogelijkheid te geven ondernemingen te verplichten enkel ondernemingen te contracteren die aan werknemers bepaalde bezoldigingsvoorwaarden toekennen die ook de contractant moet toekennen, met inbegrip van voorwaarden die het resultaat zijn van niet algemeen verbindende collectieve overeenkomsten".

In het nieuwe artikel 1, lid 3, onder c), van de richtlijn wordt vastgesteld dat "op uitzendbedrijven die grensoverschrijdend actief zijn dezelfde voorwaarden van artikel 5 van Richtlijn 2008/104/EG moeten worden toegepast die ook gelden voor binnenlandse uitzendbedrijven. In tegenstelling tot artikel 3, lid 9, van de richtlijn zou dit een wettelijke verplichting van de lidstaten zijn".

5. Vaststelling van de juiste rechtsgrond

Zoals hierboven reeds vermeld, moet de keuze van de rechtsgrond van een EU-handeling berusten op objectieve gegevens die voor rechterlijke toetsing vatbaar zijn. Daartoe behoren met name het doel en de inhoud van de handeling. Daarnaast geldt dat het gebruik van een dubbele rechtsgrond uitgesloten is wanneer de procedures welke voor de twee rechtsgrondslagen zijn voorgeschreven, onverenigbaar zijn en/of wanneer de cumulatie van rechtsgrondslagen de rechten van het Parlement aantast.

Eerst en vooral moet worden nagegaan of een voorgestelde verdragsbepaling daadwerkelijk in aanmerking komt als rechtsgrond. Uit het beginsel van bevoegdheidstoedeling, als vastgelegd in artikel 5 VEU, volgt dat de Unie slechts optreedt indien de verdragen in de bevoegdheid hiertoe hebben voorzien. Bovendien moet artikel 289 VWEU zo worden verstaan dat in een verdragsbepaling expliciet moet worden verwezen naar de procedure volgens de welke de Unie een wetgevingshandeling met betrekking tot een specifiek domein kan aannemen. Een bepaling in de verdragen waarin niet wordt verwezen naar een procedure voor de vaststelling van een handeling, kan dus geen rechtsgrond vormen voor een richtlijn. Bovendien moet de als rechtsgrond gebruikte verdragsbepaling uiteraard ook de goedkeuring mogelijk maken van een maatregel waarvan het doel en de inhoud overeenstemmen met de bevoegdheid die wordt overgedragen in de als rechtsgrond gebruikte bepaling.

De door de Commissie voorgestelde bepalingen voldoen duidelijk niet alleen aan de algemene vereisten voor rechtsgrondslagen, maar zijn eveneens geschikt met het oog op het doel en de inhoud van het voorstel, inzoverre dit de bevordering van het vrij verrichten van diensten met behulp van de detachering van werknemers blijft, zoals het geval is bij Richtlijn 96/71/EG.

In dit geval is het gebruik van een dubbele rechtsgrondslag een louter technische aangelegenheid, aangezien hoofdstuk 3 van titel IV betreffende diensten in het VWEU geen passende rechtsgrond bevat voor het soort maatregelen dat Richtlijn 96/71/EG regelt en dat het voorstel beoogt te regelen. Artikel 62 VWEU breidt de toepasselijkheid van de artikelen 51 tot en met 54 VWEU echter uit naar het hoofdstuk over diensten, waardoor het mogelijk wordt om de bepalingen van artikel 53 VWEU juncto artikel 62 VWEU als rechtsgrond te gebruiken.

Aangezien het verzoek van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken voor een advies over de rechtsgrond niet alleen de in het ontwerpverslag opgenomen amendementen op dit vlak vermeldde, maar ook de in de bevoegde commissie ingediende amendementen, zullen deze ook in overweging worden genomen. Twee van de als rechtsgrond voorgestelde bepalingen, artikel 54 VWEU en artikel 151 VWEU, kunnen niet als rechtsgrond worden gebruikt, aangezien zij geen verwijzing naar een wetgevingsprocedure bevatten, waardoor zij verder niet moeten worden overwogen.

Artikel 46 VWEU en artikel 56 VWEU verwijzen naar de gewone wetgevingsprocedure. Uit een onderzoek van de maatregelen die de Unie op basis van deze artikelen kan nemen, blijkt dat zij niet overeenstemmen met het doel en de inhoud van het voorstel. In artikel 46 VWEU wordt een aantal acties opgesomd ter bevordering van het vrij verkeer van werknemers door het vergemakkelijken van de werking van een gemeenschappelijke arbeidsmarkt, hetgeen niet overeenstemt met het doel en de inhoud van de geldende richtlijn noch met het doel en de inhoud van het voorstel. Op basis van artikel 56 VWEU kan het vrij verrichten van diensten worden uitgebreid naar onderdanen van een derde staat die binnen de Unie zijn gevestigd, hetgeen duidelijk niet het onderwerp van het voorstel is. Opdat een van deze artikelen als rechtsgrond van toepassing kan zijn, moet een compleet ander stuk wetgeving worden beoogd.

De resterende vraag is of artikel 153 VWEU kan worden toegevoegd als wat in wezen een tweede rechtsgrond zou zijn. Op basis van lid 2 van dit artikel kunnen door middel van richtlijnen "minimumvoorschriften" worden vastgesteld op de in lid 1 van dit artikel opgesomde gebieden van sociaal beleid. Punten a) en b) van lid 1, die als bijkomende rechtsgrond worden voorgesteld, verwijzen respectievelijk naar "de verbetering van met name het arbeidsmilieu, om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te beschermen" en "de arbeidsvoorwaarden". Richtlijnen die de in punten a) en b) gedefinieerde doelstellingen beogen, moeten door de gewone wetgevingsprocedure worden aangenomen.

Gezien het in de inleidende overwegingen vermelde doel van het voorstel alsook de inhoud van de voorgestelde amendementen op de artikelen van Richtlijn 96/71/EG kan worden geconcludeerd dat in het voorstel meer nadruk wordt gelegd op de bescherming van de rechten van werknemers in vergelijking met de geldende richtlijn, waardoor het in overweging 4 van het voorstel vermelde "evenwicht tussen de noodzaak het vrij verrichten van diensten te bevorderen en de noodzaak de rechten van ter beschikking gestelde werknemers te beschermen" bij goedkeuring zou worden verschoven naar de bescherming van de rechten van gedetacheerde werknemers.

De verwijzing in overweging 4 van het voorstel naar de noodzaak om "na te gaan of de terbeschikkingstellingsrichtlijn nog steeds het juiste evenwicht houdt tussen de noodzaak het vrij verrichten van diensten te bevorderen en de noodzaak de rechten van ter beschikking gestelde werknemers te beschermen" lijkt ook een teken te zijn dat dit laatste een van de redenen is geweest voor het besluit van de Commissie om amendementen op de richtlijn voor te stellen, ook al lijken de gelijke "mededingingsvoorwaarden voor alle ondernemingen" in overweging 1 ook van belang te zijn geweest in dit verband.

Terwijl de bevordering van het vrij verrichten van diensten via de detachering van werknemers als doelstelling van het voorstel de door de Commissie voorgestelde rechtsgrondslagen blijft rechtvaardigen, kan worden aangevoerd dat de grotere nadruk van het voorstel op de bescherming van de rechten van gedetacheerde werknemers verklaart dat dit als een afzonderlijk en even belangrijk doel wordt overwogen, hetgeen wordt weerspiegeld in de inhoud van het voorstel, waardoor een dubbele rechtsgrondslag gepast kan zijn.

Bij de evaluatie van de geschiktheid van de toevoeging van artikel 153 VWEU als een de facto tweede rechtsgrond moet ook rekening worden gehouden met het door het Parlement ingenomen standpunt. Het ontwerpverslag van de corapporteurs in de bevoegde commissie is duidelijk een indicatie op dit vlak en het wil het evenwicht verder naar de bescherming van de rechten van gedetacheerde werknemers verschuiven. Toch zijn er bijna 500 amendementen op het ontwerpverslag, met twee commissies die adviezen over het verslag verstrekken, waardoor voor een definitief advies dus ook rekening moet worden gehouden met het goedgekeurde verslag.

Wat artikel 153 VWEU als rechtsgrond betreft, dient te worden opgemerkt dat niet alleen naar lid 1 van het artikel kan worden verwezen, aangezien lid 2 van het artikel de verwijzingen naar de procedure bevat. Als dus gebruik wordt gemaakt van artikel 153, moet naar lid 2 van dit artikel worden verwezen(7). Er dient eveneens te worden opgemerkt dat in lid 2 naar twee verschillende procedures wordt verwezen: de gewone wetgevingsprocedure en een bijzondere wetgevingsprocedure, naargelang van de doelstelling in lid 1 die een handeling beoogt. Het is derhalve niet raadzaam naar artikel 153 VWEU als geheel te verwijzen. Als de beoogde doelstellingen deze in punten a) en b) van lid 1 zijn, moet worden verduidelijkt dat deze bepalingen in samenhang met lid 2 van dit artikel moeten worden gelezen.

6. Conclusie

De door de Commissie voorgestelde rechtsgrondslagen, artikel 53 VWEU en artikel 62 VWEU, zijn geschikt als rechtsgrondslagen voor het voorstel tot wijziging van de richtlijn. Artikel 153, lid 2, VWEU moet in overweging worden genomen als bijkomende rechtsgrond, in het bijzonder als het Parlement de bescherming van de rechten van gedetacheerde werknemers nog meer benadrukt. Als artikel 153 VWEU als rechtsgrond wordt toegevoegd, wordt aangeraden in dit geval te verwijzen naar artikel 153, lid 1, onder a) en b), VWEU juncto artikel 153, lid 2, VWEU.

Hoogachtend,

Pavel Svoboda

(1)

Tijdens de eindstemming waren aanwezig: Pavel Svoboda (voorzitter), Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (ondervoorzitter), Jean-Marie Cavada (ondervoorzitter), Laura Ferrara (ondervoorzitter), Max Andersson, Joëlle Bergeron, Dominique Bilde (voor Marie-Christine Boutonnet, krachtens artikel 200, lid 2, van het Reglement), Antanas Guoga, Heidi Hautala, Mary Honeyball, Danuta Jazlowiecka (voor Tadeusz Zwiefka, krachtens artikel 200, lid 2, van het Reglement), Sylvia-Yvonne Kaufmann, Katerina Konecná (voor Jiři Maštálka, krachtens artikel 200, lid 2, van het Reglement), Merja Kyllönen (voor Kostas Chrysogonos, krachtens artikel 200, lid 2, van het Reglement), Gilles Lebreton, Victor Negrescu, António Marinho e Pinto, Emil Radev, Dariusz Rosati (voor Rosa Estaràs Ferragut, krachtens artikel 200, lid 2, van het Reglement), Virginie Rozière, Sajjad Karim, Elly Schlein (voor Evelyn Regner, krachtens artikel 200, lid 2, van het Reglement), József Szájer, Axel Voss, Kosma Złotowski.

(2)

Zaak C-411/06, Commissie/Parlement en Raad, Jurispr. 2009, blz. I-7585, punt 45 en zaak C-130/10 Parlement/Raad, Jurispr. 2012, punt 42, en de daarin aangehaalde jurisprudentie.

(3)

Advies 2/00 over het Protocol van Cartagena, Jurispr. 2001, blz. I-9713, punt 5.

(4)

Zaak C-137/12, Commissie/Raad, EU:C:2013:675, punt 53; Zaak C-411/06, Commissie/Parlement en Raad, Jurispr. 2009, blz. I-7585, punt 49 en de daarin aangehaalde jurisprudentie; zaak C-490/10, Parlement/Raad, EU:C:2012:525, punt 45; zaak C-155/07, Parlement/Raad, Jurispr. 2008, blz. I-08103, punt 34.

(5)

Zaak C-211/01, Commissie/Raad, Jurispr. 2003, blz. I-08913, punt 40; zaak C-411/06, Commissie/Parlement en Raad, Jurispr. 2009, blz. I-7585, punt 47; zaak C-178/03 Commissie/Europees Parlement en Raad, Jurispr. 2006, blz. I-107, punten 43-56.

(6)

Zaak C-178/03 Commissie/Europees Parlement en Raad, Jurispr. 2006, blz. I-107, punt 57; gevoegde zaken C-164/97 en C-165/97, Parlement/Raad, Jurispr. 1999, blz. I-1139, punt 14; Zaak C-300/89, Commissie/Raad ("titaandioxide"), Jurispr. 1991, blz. I-2867, punten 17-25; zaak C-338/01, Commissie/Parlement en Raad, Jurispr. 2004, blz. I-4829 (terugvordering van indirecte belastingen), punt 57.

(7)

Traditioneel heeft de Commissie alleen naar lid 2 verwezen. Een recent voorbeeld hiervan is het voorstel tot wijziging van Richtlijn 2004/37/EG betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk (COM(2016) 248 final).


ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (15.5.2017)

aan de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten

(COM(2016)0128 – C8-0114/2016 – 2016/0070(COD))

Rapporteur voor advies: Vicky Ford

AMENDEMENTEN

De Commissie interne markt en consumentenbescherming verzoekt de bevoegde Commissie werkgelegenheid en sociale zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Vrij verkeer van werknemers, vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten zijn grondbeginselen van de interne markt in de Unie die zijn verankerd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Die beginselen worden verder ten uitvoer gelegd door wetgeving van de Unie die garandeert dat de mededingingsvoorwaarden voor alle ondernemingen gelijk zijn en dat de rechten van de werknemers worden geëerbiedigd.

(1)  Vrij verkeer van werknemers, vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten zijn grondbeginselen van de interne markt in de Unie die zijn verankerd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Die beginselen worden verder ten uitvoer gelegd door wetgeving van de Unie die garandeert dat de mededingingsvoorwaarden voor alle ondernemingen gelijk zijn en dat oneerlijke concurrentie wordt bestreden terwijl de rechten van de werknemers worden geëerbiedigd. Verschillen in lonen of salarissen en de toegang tot financiële middelen mogen op zichzelf niet als oneerlijke concurrentie worden beschouwd.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Het vrij verrichten van diensten houdt onder meer in dat ondernemingen het recht hebben om diensten te verrichten in een andere lidstaat, op het grondgebied waarvan zij hun eigen werknemers tijdelijk ter beschikking mogen stellen om die diensten daar te verrichten.

(2)  Het vrij verrichten van diensten houdt onder meer in dat ondernemingen het recht hebben om diensten te verrichten in een andere lidstaat, op het grondgebied waarvan zij hun eigen werknemers tijdelijk ter beschikking mogen stellen om die diensten daar te verrichten. De tijdelijke aard van het verrichten van diensten moet per geval worden beoordeeld aan de hand van de duur, de frequentie, de periodiciteit en de continuïteit van de dienst. In artikel 56 VWEU is bepaald dat beperkingen van het vrij verrichten van diensten verboden zijn.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Volgens artikel 3 VEU bevordert de Unie sociale rechtvaardigheid en bescherming. In artikel 9 VWEU wordt de Unie de taak toebedeeld een hoog niveau van werkgelegenheid te bevorderen, adequate sociale bescherming te waarborgen en sociale uitsluiting te bestrijden.

(3)  Volgens artikel 3 VEU bevordert de Unie sociale rechtvaardigheid en bescherming. In artikel 9 VWEU wordt de Unie de taak toebedeeld een hoog niveau van werkgelegenheid te bevorderen, adequate sociale bescherming te waarborgen en sociale uitsluiting te bestrijden door een hoog niveau van onderwijs, opleiding en bescherming van de volksgezondheid.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  De bestrijding van fraude, sociale dumping, misbruik en het omzeilen van de regels inzake terbeschikkingstelling is een prioriteit. De versterking van de Europese regels inzake terbeschikkingstelling is dan ook een absolute noodzaak.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Bijna twintig jaar na de vaststelling ervan is het noodzakelijk na te gaan of de terbeschikkingstellingsrichtlijn nog steeds het juiste evenwicht houdt tussen de noodzaak het vrij verrichten van diensten te bevorderen en de noodzaak de rechten van ter beschikking gestelde werknemers te beschermen.

(4)  Bijna twintig jaar na de vaststelling ervan, en gezien de talloze fraudegevallen en de ongeschikte nationale wetgeving, blijkt dat de terbeschikkingstellingsrichtlijn er niet in slaagt het juiste evenwicht te houden tussen de noodzaak het vrij verrichten van diensten te bevorderen en de noodzaak de rechten van ter beschikking gestelde werknemers te beschermen.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Het beginsel van gelijke behandeling en het verbod op discriminatie op basis van nationaliteit zijn sinds de oprichtingsverdragen in de EU-wetgeving verankerd. Het beginsel van gelijke beloning is via secundair recht ingevoerd, niet enkel voor mannen en vrouwen, maar ook voor werknemers met een contract voor bepaalde tijd en vergelijkbare werknemers in vaste dienst, voor deeltijdse en voltijdse werknemers of voor uitzendkrachten en vergelijkbare werknemers van de inlenende onderneming.

(5)  Het beginsel van gelijke behandeling en het verbod op discriminatie op basis van nationaliteit zijn sinds de oprichtingsverdragen in de EU-wetgeving verankerd. Het beginsel van gelijke beloning is via secundair recht ingevoerd, niet enkel voor mannen en vrouwen, maar ook voor werknemers met een contract voor bepaalde tijd en vergelijkbare werknemers in vaste dienst, voor deeltijdse en voltijdse werknemers of voor uitzendkrachten en vergelijkbare werknemers van de inlenende onderneming. Bij de toepassing van deze beginselen moet de desbetreffende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof van Justitie) worden meegewogen en geëerbiedigd.

Motivering

Zie onder meer zaak C-341/05, Laval, r.o. 60, zaak C-490/04, r.o. 19, en gevoegde zaken C‑49/98, C-50/98, C-52/98 t/m C-54/98 en C-68/98 t/m C-71/98.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  Uit hoofde van de artikelen 3 en 8 van de Rome I-Verordening moeten individuele arbeidsovereenkomsten worden beheerst door het recht dat de partijen in kwestie hebben gekozen. Deze keuze mag er evenwel niet toe leiden dat de werknemer de bescherming verliest welke hij geniet op grond van de dwingende bepalingen van het recht van het betreffende land die van toepassing zouden zijn geweest bij gebreke van een rechtskeuze.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  De vrijheid van werkgevers en werknemers om te kiezen welk recht van toepassing is, moet een van de hoekstenen vormen van het vrije verkeer van werknemers en het vrij verrichten van diensten.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  In de Rome I-verordening is bepaald dat het land waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht niet geacht wordt te zijn gewijzigd wanneer de werknemer zijn arbeid tijdelijk in een ander land verricht.

(7)  In de Rome I-verordening is bovendien bepaald dat het land waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht niet geacht wordt te zijn gewijzigd wanneer de werknemer zijn arbeid tijdelijk in een ander land verricht.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie volgt dat ter beschikking gestelde werknemers op generlei wijze toegang hebben tot de arbeidsmarkt van het gastland wanneer zij na de afronding van hun werkzaamheden terugkeren naar hun land van herkomst.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 ter)  Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat het tijdelijk karakter van de dienstverrichting moet worden beoordeeld aan de hand van de duur, de frequentie, de periodiciteit en de continuïteit van de dienst. De dienstverrichter in de zin van het Verdrag kan zich in de gastlidstaat voorzien van de infrastructuur die nodig is om de betreffende diensten te kunnen verrichten.

(Zaak C-55/94, Reinhard Gebhard/Consiglio dell'Ordine degli Avvocati e Procuratori di Milano, jurispr. 1995, blz. I-04165, r.o. 39; zaak C-396/1, Sähköalojen ammattiliitto ry c/ Elektrobudowa Spółka Akcyjna, jurispr. 2015, zaak C-396/1).

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 quater)  Voorts is het een van de doelstellingen van Richtlijn 2014/67/EU om daadwerkelijke terbeschikkingstelling te identificeren en misbruik en ontwijking te voorkomen.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Met het oog op de lange looptijd van bepaalde terbeschikkingstellingen is het noodzakelijk vast te stellen dat wanneer de terbeschikkingstelling langer duurt dan 24 maanden, de gastlidstaat wordt geacht het land te zijn waar het werk wordt uitgevoerd. Volgens het beginsel van de Rome I-verordening is daarom het recht van de gastlidstaat van toepassing op de arbeidsovereenkomst van die ter beschikking gestelde werknemers indien de partijen geen andere rechtskeuze hebben gemaakt. Indien een andere keuze is gemaakt, mag dat echter niet tot gevolg hebben dat de werknemer de bescherming wordt ontnomen die hem wordt geboden door bepalingen waarvan volgens de wet van de gastlidstaat niet bij overeenkomst kan worden afgeweken. Dit moet van toepassing zijn vanaf het begin van de terbeschikkingstelling wanneer die voor meer dan 24 maanden is gepland en vanaf de eerste dag na de 24 maanden wanneer de terbeschikkingstelling daadwerkelijk langer duurt. Dit voorschrift doet geen afbreuk aan het recht van ondernemingen die werknemers op het grondgebied van een andere lidstaat ter beschikking stellen om ook vrijheid van dienstverrichting in te roepen in omstandigheden waarbij de terbeschikkingstelling langer dan 24 maanden duurt. Het doel is louter rechtszekerheid te creëren bij de toepassing van de Rome I-verordening in een specifieke situatie zonder die verordening op een of andere manier te wijzigen. De werknemer zal met name de bescherming en de voordelen van de Rome I-verordening genieten.

Schrappen

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Volgens de vaste rechtspraak mag het vrij verrichten van diensten slechts worden beperkt wanneer dat gerechtvaardigd is door dwingende redenen van algemeen belang en wanneer die beperking evenredig en noodzakelijk is.

(9)  Artikel 56 VWEU vereist de opheffing van iedere beperking op het vrij verrichten van diensten, ook indien deze zonder onderscheid geldt voor binnenlandse dienstverrichters en dienstverrichters uit andere lidstaten, en indien die beperkingen de werkzaamheden van dienstverrichters die in een andere lidstaat zijn gevestigd en aldaar rechtmatig gelijksoortige diensten verrichten, onmogelijk maken, belemmeren of minder aantrekkelijk maken. Volgens de vaste rechtspraak mag het vrij verrichten van diensten slechts worden beperkt wanneer dat gerechtvaardigd is door dwingende redenen die verband houden met het algemeen belang en wanneer die beperking passend, evenredig en noodzakelijk is.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Richtlijn 2014/67/EU inzake de handhaving van Richtlijn 96/71/EG voorziet in een aantal bepalingen die als doel hebben te waarborgen dat de regels met betrekking tot de terbeschikkingstelling van werknemers door alle dienstverrichters worden gehandhaafd en geëerbiedigd. Artikel 4 van de handhavingsrichtlijn voorziet in een duidelijke lijst van elementen die moeten worden beoordeeld om daadwerkelijke terbeschikkingstelling te identificeren en misbruik en ontwijking te voorkomen.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Gezien de zeer mobiele aard van de arbeid in internationaal wegvervoer doet de uitvoering van de terbeschikkingstellingsrichtlijn bijzondere juridische vragen en moeilijkheden rijzen (vooral waar het verband met de betrokken lidstaat onvoldoende is). Die uitdagingen zouden het best worden aangepakt door middel van sectorspecifieke wetgeving samen met andere EU-initiatieven die gericht zijn op het verbeteren van de interne wegvervoermarkt.

(10)  Gezien de zeer mobiele aard van de arbeid in internationaal vervoer doet de terbeschikkingstelling van werknemers bijzondere juridische vragen en moeilijkheden rijzen (vooral waar de verbanden met de betrokken lidstaat onvoldoende zijn). De Commissie heeft meegedeeld dat zij deze kwestie aan de hand van sectorspecifieke wetgeving zal aanpakken, waarmee deze sector zal worden vrijgesteld van de bepalingen van Richtlijn 96/71/EG. Vervoersdiensten zoals doorvoer, internationaal goederenvervoer en aanverwante cabotage zijn derhalve uitgesloten van het toepassingsgebied van deze richtlijn.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  In een concurrerende interne markt concurreren dienstverrichters niet enkel op basis van loonkosten maar ook op basis van factoren als productiviteit en efficiëntie of de kwaliteit en innovatie van goederen en diensten.

(11)  In een concurrerende interne markt concurreren dienstverrichters niet enkel op basis van kosten maar ook op basis van factoren als het aanbod van vaardigheden, productiviteit en efficiëntie, waarbij geldt dat lonen, bonussen en toeslagen altijd zijn gebaseerd op een aantal parameters, waaronder ervaring, profiel, niveau van verantwoordelijkheden en arbeidsmarktomstandigheden, of op de kwaliteit en innovatie van goederen en diensten.

Motivering

In overeenstemming met het antwoord op een schriftelijke vraag van commissaris Oettinger namens de Commissie (E-008821/2016, 25 januari 2017). "Net als in iedere andere organisatie is bezoldiging in de EU-instellingen gebaseerd op een aantal parameters, waaronder ervaring, profiel, arbeidsmarktomstandigheden, enz."

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis)  In het VWEU wordt uitdrukkelijk erkend dat de verschillen tussen de nationale stelsels van arbeidsverhoudingen en de autonomie van de sociale partners moeten worden geëerbiedigd.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Het is de bevoegdheid van de lidstaten overeenkomstig hun wetgeving en praktijk bezoldigingsvoorschriften vast te stellen. Het toepassen van nationale bezoldigingsvoorschriften op ter beschikking gestelde werknemers moet echter gerechtvaardigd zijn door de noodzaak hen te beschermen en mag grensoverschrijdende dienstverrichting niet op onevenredige wijze beperken.

(12)  Het is de bevoegdheid van de lidstaten overeenkomstig hun wetgeving en praktijk bezoldigingsvoorschriften vast te stellen. Het toepassen van deze nationale bezoldigingsvoorschriften op ter beschikking gestelde werknemers moet echter evenredig, niet-discriminerend en gerechtvaardigd zijn door de noodzaak hen te beschermen en mag grensoverschrijdende dienstverrichting niet op onevenredige wijze beperken.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis)  Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie volgt dat de sociale bescherming van werknemers kan worden erkend als een dwingende reden die het opleggen rechtvaardigt van verplichtingen die mogelijk een beperking vormen op het vrij verrichten van diensten. Dit is echter niet aan de orde wanneer werknemers die in dienst zijn bij een werkgever, tijdelijk werkzaamheden verrichten in de gastlidstaat en dezelfde of grotendeels dezelfde bescherming genieten op grond van de verplichtingen waar de werkgever al aan is gehouden in de lidstaat waar hij is gevestigd. Dit is met name van belang bij het vermijden van aanvullende verplichtingen waar de ondernemingen al aan zijn gehouden voor dezelfde periode van tewerkstelling in de lidstaat waar zij zijn gevestigd. Het Hof van Justitie heeft ook de rechtmatigheid van nationale bepalingen uitgesloten die het ondernemingen uit andere lidstaten lastiger maken om diensten te verrichten dan ondernemingen die op het nationaal grondgebied zijn gevestigd, en daarmee een belemmering vormen voor het vrije verkeer van diensten.

(Arblade, gevoegde zaken 369/96 en 376/96 (r.o. 51) Seco, gevoegde zaken 62 en 63/81, Seco SA v. Etablissement d'Assurance contre la Vieillesse et l'Invalidité en Raymond Vander Elst/Office des Migrations Internationales zaak C-43/93.)

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 ter)  Het Hof van Justitie heeft verder verduidelijkt dat bepalingen met betrekking tot collectieve overeenkomsten niet per definitie een uitzonderingsbepaling uit hoofde van de openbare orde vormen in de zin van artikel 3, lid 10, van Richtlijn 96/71/EG.

(C-319/06, Commissie van de Europese Gemeenschappen/Groothertogdom Luxemburg, r.o. 64.)

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  De componenten van bezoldiging die voortvloeien uit de nationale wetgeving of algemeen verbindende collectieve overeenkomsten moeten duidelijk en transparant zijn voor alle dienstverrichters. Daarom is het gerechtvaardigd de lidstaten te verplichten de componenten van de bezoldiging bekend te maken op de enige website waarin in artikel 5 van de handhavingsrichtlijn is voorzien.

(13)  De informatie over componenten van bezoldiging die voortvloeien uit de nationale wetgeving of algemeen verbindende collectieve overeenkomsten of scheidsrechterlijke uitspraken die algemeen verbindend zijn verklaard in de zin van artikel 3, lid 8, moet duidelijk, up-to-date, transparant en openbaar toegankelijk zijn voor alle dienstverrichters. Daarom is het gerechtvaardigd de lidstaten te verplichten deze informatie bekend te maken op de enige website waarin in artikel 5 van de handhavingsrichtlijn is voorzien. Sociale partners zijn eveneens verplicht alle collectieve overeenkomsten openbaar te maken die op grond van deze richtlijn van toepassing zijn. Ook buitenlandse onderaannemers moeten schriftelijk in kennis worden gesteld van de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden die zij ten aanzien van ter beschikking gestelde werknemers moeten toepassen.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  Alle bij deze richtlijn ingevoerde maatregelen zijn gerechtvaardigd en evenredig, zodat ze niet leiden tot administratieve lasten of tot blokkering van het potentieel van bedrijven, met name kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's), om nieuwe banen te creëren, terwijl de gedetacheerde werknemers ermee worden beschermd.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Door wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen of collectieve overeenkomsten die van toepassing zijn in de lidstaten kan ervoor worden gezorgd dat ondernemingen bij het contracteren van onderaannemers niet de mogelijkheid krijgen de regels te omzeilen die bepaalde arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden moeten garanderen in verband met bezoldiging. Wanneer dergelijke bezoldigingsvoorschriften op nationaal niveau bestaan, mag de lidstaat deze op niet-discriminerende wijze toepassen op ondernemingen die werknemers ter beschikking stellen op zijn grondgebied op voorwaarde dat zij de grensoverschrijdende dienstverrichting niet op onevenredige wijze beperken.

(14)  Lidstaten hebben het recht op hun grondgebied passende maatregelen in te stellen die van toepassing zijn op dienstverrichters, waaronder dienstverrichters uit een andere lidstaat, teneinde naleving van de toepasselijke regels te waarborgen met betrekking tot terbeschikkingstelling in het geval van onderaannemingsketens. Waar het de bouwsector betreft, zijn de lidstaten uit hoofde van Richtlijn 2014/67/EU al verplicht passende aansprakelijkheidsmaatregelen te nemen ter waarborging van eerlijke concurrentie en de rechten van werknemers. Door wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen of algemeen verbindende collectieve overeenkomsten die van toepassing zijn in de lidstaten kan er dan ook voor worden gezorgd dat ondernemingen bij het contracteren van onderaannemers niet de mogelijkheid krijgen de regels te omzeilen die bepaalde arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden moeten garanderen in verband met bezoldiging. Wanneer dergelijke bezoldigingsvoorschriften op nationaal niveau bestaan, mag de lidstaat deze op niet-discriminerende wijze toepassen op ondernemingen die werknemers ter beschikking stellen op zijn grondgebied op voorwaarde dat zij de grensoverschrijdende dienstverrichting niet op onevenredige wijze beperken.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 1 – lid 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-1)  Artikel 1, lid 2, wordt vervangen door:

"2.   Deze richtlijn is niet van toepassing op het zeevarend personeel van koopvaardijondernemingen."

"2.   Deze richtlijn is niet van toepassing op het zeevarend personeel van koopvaardijondernemingen en vervoersdiensten zoals doorvoer, internationaal vervoer en aanverwante cabotage."

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 2 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 2 bis

Artikel 2 bis

1.  Wanneer de verwachte of daadwerkelijke duur van de terbeschikkingstelling meer dan 24 maanden bedraagt, wordt de lidstaat op het grondgebied waarvan een werknemer ter beschikking is gesteld geacht het land te zijn waarin hij of zij het werk gewoonlijk uitvoert.

1.  Wanneer de daadwerkelijke duur van de ononderbroken terbeschikkingstelling van een werknemer meer dan 24 maanden bedraagt, wordt de lidstaat op het grondgebied waarvan een werknemer ter beschikking is gesteld geacht het land te zijn waarin hij of zij het werk gewoonlijk uitvoert, voor zover de partijen geen andere rechtskeuze hebben gemaakt overeenkomstig artikel 3, lid 1, van de Rome I-verordening.

 

1 bis.   Een werkgever mag op basis van gegronde redenen een verzoek indienen voor een afwijking van deze 24 maanden, dat door de bevoegde autoriteit van de gastlidstaat moet worden goedgekeurd.

 

De bevoegde autoriteit van de gastlidstaat neemt haar besluiten over verzoeken om afwijking op gerechtvaardigde, evenredige en niet-discriminerende wijze en overeenkomstig Verordening 883/2004/EG en artikel 4 van Richtlijn 2014/67/EU.

 

Voordat de bevoegde autoriteit van de gastlidstaat een besluit neemt over een dergelijk verzoek om afwijking, raadpleegt zij, overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van Richtlijn 2014/67/EU, de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de werknemer.

2.  Voor de toepassing van lid 1 moet, wanneer ter beschikking gestelde werknemers op dezelfde plaats en voor hetzelfde werk worden vervangen, rekening worden gehouden met de totale duur van de terbeschikkingstelling van de betrokken werknemers voor zover het werknemers betreft die daadwerkelijk ten minste voor zes maanden ter beschikking worden gesteld.

 

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter a

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 1 – streepje 2 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  in collectieve arbeidsovereenkomsten of scheidsrechterlijke uitspraken die algemeen verbindend zijn verklaard in de zin van lid 8:

-  in collectieve arbeidsovereenkomsten of scheidsrechterlijke uitspraken die algemeen verbindend zijn verklaard in de zin van lid 8, op voorwaarde dat ze zijn gepubliceerd op de enige officiële nationale website zoals bedoeld in artikel 5 van Richtlijn 2014/67/EU:

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter a

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 1 – streepje 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  minimumaantal betaalde vakantiedagen

b)  minimumaantal jaarlijkse vakantiedagen met behoud van loon

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter a

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 1 – streepje 2 – letter g bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

g bis)   toeslagen voor reiskosten en maaltijd- en verblijfskosten voor werknemers die beroepshalve van huis zijn.

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter a

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 1 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt onder bezoldiging verstaan alle bezoldigingselementen die verplicht zijn bij nationale wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, collectieve overeenkomsten of scheidsrechterlijke uitspraken die algemeen verbindend zijn verklaard en/of bij ontstentenis van een stelsel voor het algemeen verbindend verklaren van collectieve arbeidsovereenkomsten of scheidsrechterlijke uitspraken als bedoeld in lid 8, tweede streepje, in de lidstaat op het grondgebied waarvan de werknemer ter beschikking wordt gesteld.

In verband met deze richtlijn wordt bezoldiging gedefinieerd krachtens het nationaal recht en/of de nationale praktijk van de lidstaat op het grondgebied waarvan de werknemer ter beschikking wordt gesteld, bij nationale wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, collectieve overeenkomsten of scheidsrechterlijke uitspraken die algemeen verbindend zijn verklaard of bij ontstentenis van een stelsel voor het algemeen verbindend verklaren van collectieve arbeidsovereenkomsten of scheidsrechterlijke uitspraken als bedoeld in lid 8, tweede streepje, in de lidstaat op het grondgebied waarvan de werknemer ter beschikking wordt gesteld.

 

Voor het berekenen van de bezoldiging in de zin van deze richtlijn moet rekening worden gehouden met minimumlonen, inclusief uurloon en/of loon voor stukwerk overeenkomstig loongroepen en vergoedingen voor overwerk, toeslagen, bonussen en andere verplichte componenten. De componenten op basis waarvan de bezoldiging wordt berekend, moeten componenten zijn die overeenkomstig de bepalingen van dit artikel worden betaald aan lokaal ingehuurde werknemers.

 

Als in verband met de terbeschikkingstelling onkosten worden gemaakt die voor de rekening van de werkgever zijn, waaronder reiskosten en maaltijd- en verblijfskosten, wordt de vergoeding die ter compensatie van deze onkosten wordt betaald, niet als deel van het minimumloon beschouwd.

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter a

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 1 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten maken de componenten van de bezoldiging overeenkomstig punt c) bekend op de enige nationale website zoals bedoeld in artikel 5 van Richtlijn 2014/67/EU.

De lidstaten maken de componenten van de bezoldiging, de geografische en persoonlijke reikwijdte ervan en de berekeningsmethode overeenkomstig punt c) bekend op de enige nationale website zoals bedoeld in artikel 5 van Richtlijn 2014/67/EU.

 

Bij de berekening van de aan een ter beschikking gestelde werknemer verschuldigde bedragen worden dubbele betalingen van gelijke of soortgelijke aard voorkomen.

 

De nationale instanties leggen geen sanctie op voor een foutieve berekening van een betaling of voor een niet-verrichte betaling aan een ter beschikking gestelde werknemer als gevolg van op de enige nationale website bekendgemaakte ontoegankelijke, incorrecte of ontoereikende informatie.

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter a bis (nieuw)

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid -1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  Het volgende lid wordt toegevoegd:

 

"-1 bis.   Wanneer kan worden aangetoond dat de gastlidstaat de componenten van de lonen, met inbegrip van alle bonussen en toeslagen overeenkomstig punt c, niet heeft bekendgemaakt op de enige nationale website zoals bedoeld in artikel 5 van Richtlijn 2014/67/EU, of wanneer de informatie niet op een duidelijke, transparante en ondubbelzinnige wijze is verstrekt, worden dienstverrichters vrijgesteld van de verplichting om de boete te betalen die hun is opgelegd vanwege het feit dat zij minder betalen dan het in de gastlidstaat wettelijk vastgelegde minimumloon.

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 1 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1 bis.  Als ondernemingen die zijn gevestigd op het grondgebied van een lidstaat bij wettelijke en bestuursrechtelijke bepaling of collectieve overeenkomst verplicht zijn in het kader van hun contractuele verplichtingen enkel onderaannemers te contracteren die bepaalde arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden inzake bezoldiging waarborgen, mag de lidstaat op niet-discriminerende en evenredige basis bepalen dat voor dergelijke ondernemingen dezelfde verplichting geldt voor het contracteren van in artikel 1, lid 1, bedoelde ondernemingen die werknemers op zijn grondgebied ter beschikking stellen.

1 bis.  Als ondernemingen die zijn gevestigd op het grondgebied van een lidstaat bij wettelijke en bestuursrechtelijke bepaling of collectieve overeenkomst verplicht zijn in het kader van hun contractuele verplichtingen enkel onderaannemers te contracteren die bepaalde arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden inzake bezoldiging waarborgen, moet de lidstaat die gebruikmaakt van de in dit lid vermelde mogelijkheid, ervoor zorgen dat een onderneming die een andere onderneming contracteert als bedoeld in artikel 1, lid 1, van deze richtlijn, die onderneming schriftelijk op de hoogte brengt van de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden inzake bezoldiging die moeten worden gewaarborgd voordat de partijen relevante contractuele verbintenissen aangaan.

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b bis (nieuw)

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 1 bis bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  Het volgende lid wordt toegevoegd:

 

"1 bis bis.  De aannemer moet de onderaannemer op een duidelijke, transparante en ondubbelzinnige wijze informatie verstrekken over de van toepassing zijnde arbeidsomstandigheden, met inbegrip van bezoldiging.

 

Wanneer er aanwijzingen zijn dat de ondernemer niet naar behoren op de hoogte was gebracht door de aannemer, is de onderaannemer vrijgesteld van de verplichting om bepaalde arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden te waarborgen en om de loonkosten te dekken zoals volgens lid 1 is vastgelegd binnen de onderneming van de aannemer."

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter c bis (nieuw)

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 1 ter bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  Het volgende lid wordt toegevoegd:

 

"1 ter bis.  De inlenende onderneming brengt het uitzendbureau op een duidelijke, transparante en ondubbelzinnige wijze op de hoogte van de van toepassing zijnde regelgeving met betrekking tot arbeidsomstandigheden en lonen."

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter c ter (nieuw)

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 1 ter ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c ter)  Het volgende lid wordt toegevoegd:

 

"1 ter ter. De coördinatie tussen de arbeidsinspectiediensten van de lidstaten, alsook de Europese samenwerking bij de bestrijding van fraude bij terbeschikkingstelling, worden versterkt."

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter c quater (nieuw)

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 7 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c quater)  in lid 7 wordt de tweede alinea geschrapt.

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter e bis (nieuw)

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 10 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)   Het volgende lid wordt toegevoegd:

 

"10 bis.  De lidstaten, na raadpleging van de sociale partners in overeenstemming met de tradities en praktijken van elke lidstaat, stellen werkgevers en werknemers vrij van de vereisten van artikel 3, lid 1, onder a), b) en c), hierboven wanneer de activiteiten van de werkgever en de werknemers plaatsvinden in de volgende sectoren:

 

a)  de vervaardiging, de levering, de reparatie of het onderhoud van machines, uitrusting en andere producten aan organisaties die medische behandelingen verstrekken aan burgers van de Unie;

 

b)  de vervaardiging, de levering, de reparatie of het onderhoud van machines, uitrusting en andere producten in de defensiesector of in andere gebieden die nodig zijn voor de verdediging van een lidstaat van de Unie;

 

c)  de vervaardiging, de levering, de reparatie of het onderhoud van machines, uitrusting en andere producten in de ruimtevaartsector;

 

d)  de vervaardiging, de levering, de reparatie of het onderhoud van machines, uitrusting en andere producten in de spoorwegsector;

 

e)  de vervaardiging, de levering, de reparatie of het onderhoud van machines, uitrusting en andere producten van belang voor de kritieke nationale infrastructuur van een of meer lidstaten, met inbegrip van energievoorziening en telecommunicatiediensten;

 

f)  de vervaardiging, de levering, de reparatie of het onderhoud van machines, uitrusting en andere producten van belang voor het behoud van de grensbeveiliging van een lidstaat van de Unie;

 

g)  de vervaardiging, de levering, de reparatie of het onderhoud van machines, uitrusting en andere producten van belang voor de gezondheid en veiligheid van werknemers of burgers van de Unie.

Motivering

Veel fabrikanten in de EU verkopen hun goederen (bijvoorbeeld medische scanners) met een diensten- en onderhoudscontract voor de gehele levensduur van het product. Dit artikel wil lidstaten in staat stellen ter beschikking gestelde werknemers vrij te stellen van bepaalde vereisten die, indien zij werden toegepast, hun mogelijkheid om vrij diensten te verstrekken in een andere lidstaat zouden beperken.

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter e ter (nieuw)

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 10 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e ter)   Het volgende lid wordt toegevoegd:

 

10 ter.  De lidstaten, na raadpleging van de sociale partners in overeenstemming met de tradities en praktijken van elke lidstaat, stellen werkgevers en werknemers vrij van de vereisten van artikel 3, lid 1, onder a), b) en c), hierboven wanneer de activiteiten van de werkgever en de werknemers gericht zijn op de bevordering van het onderwijs en de opleiding van de eigen werknemers of anderen.

Motivering

Veel fabrikanten in de EU verkopen hun goederen (bijvoorbeeld medische scanners) met een diensten- en onderhoudscontract voor de gehele levensduur van het product. Dit artikel wil lidstaten in staat stellen ter beschikking gestelde werknemers vrij te stellen van bepaalde vereisten die, indien zij werden toegepast, hun mogelijkheid om vrij diensten te verstrekken in een andere lidstaat zouden beperken.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten

Document- en procedurenummers

COM(2016)0128 – C8-0114/2016 – 2016/0070(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

EMPL

11.4.2016

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

IMCO

11.4.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Vicky Ford

20.4.2016

Behandeling in de commissie

28.11.2016

6.3.2017

25.4.2017

 

Datum goedkeuring

11.5.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

14

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Dita Charanzová, Carlos Coelho, Anna Maria Corazza Bildt, Daniel Dalton, Nicola Danti, Dennis de Jong, Pascal Durand, Ildikó Gáll-Pelcz, Evelyne Gebhardt, Sergio Gutiérrez Prieto, Robert Jarosław Iwaszkiewicz, Antonio López-Istúriz White, Eva Maydell, Jiří Pospíšil, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Olga Sehnalová, Jasenko Selimovic, Ivan Štefanec, Catherine Stihler, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Mylène Troszczynski, Anneleen Van Bossuyt, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Lucy Anderson, Pascal Arimont, Birgit Collin-Langen, Edward Czesak, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Kaja Kallas, Othmar Karas, Arndt Kohn, Julia Reda, Marc Tarabella, Ulrike Trebesius

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Anne-Marie Mineur

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

21

+

ALDE

ECR

EFDD

GUE/NGL

PPE

 

 

S&D

Dita Charanzová, Kaja Kallas, Jasenko Selimovic

Edward Czesak, Daniel Dalton, Ulrike Trebesius

Robert Jarosław Iwaszkiewicz

Anne-Marie Mineur

Pascal Arimont, Carlos Coelho, Birgit Collin-Langen, Anna Maria Corazza Bildt, Ildikó Gáll-Pelcz, Othmar Karas, Antonio López-Istúriz White, Eva Maydell, Jiří Pospíšil, Andreas Schwab, Ivan Štefanec, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein

Lidia Joanna Geringer de Oedenberg

14

-

EFDD

GUE/NGL

S&D

 

 

Verts/ALE

Marco Zullo

Dennis de Jong

Lucy Anderson, Nicola Danti, Evelyne Gebhardt, , Sergio Gutiérrez Prieto, Arndt Kohn, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Olga Sehnalová, Catherine Stihler, Marc Tarabella

Pascal Durand, Julia Reda

2

0

ECR

ENF

Anneleen Van Bossuyt

Mylène Troszczynski

 

Corrections to vote

+

 

-

Anne-Marie Mineur

0

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie juridische zaken (22.6.2017)

aan de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten

(COM(2016)0128 – C8-0114/2016 – 2016/0070(COD))

Rapporteur voor advies: Jean-Marie Cavada

BEKNOPTE MOTIVERING

Inleiding

De Commissie heeft op 8 maart 2016 een voorstel(1) tot herziening van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers(2) goedgekeurd. Het voorstel gaat vergezeld van een effectbeoordeling(3). De Commissie merkt op dat Richtlijn 96/71/EG, 20 jaar na de vaststelling ervan, niet langer voldoet gezien de huidige economische en sociale omstandigheden in de lidstaten. Het voorstel beoogt specifieke in kaart gebrachte problemen aan te pakken door middel van een beperkt aantal wijzigingen.

Volgens de Commissie heeft het voorstel tot doel het grensoverschrijdend verrichten van diensten te vergemakkelijken in een klimaat van eerlijke concurrentie en eerbiediging van de rechten van ter beschikking gestelde werknemers, die in een lidstaat wonen en door hun werkgever naar een andere lidstaat worden gestuurd om daar tijdelijk te gaan werken. Het voorstel beoogt met name te zorgen voor eerlijke loonvoorwaarden en een gelijk speelveld voor ondernemingen die werknemers ter beschikking stellen en lokale ondernemingen in het gastland.

Gemotiveerde adviezen en een "gele kaart"

Binnen de in artikel 6 van Protocol nr. 2 vastgestelde termijn hebben veertien kamers van nationale parlementen gemotiveerde adviezen aan de Commissie toegezonden waarin wordt gesteld dat het voorstel niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel. Daarmee is de "gele kaart"-procedure in gang gezet. De voornaamste argumenten die in de gemotiveerde adviezen worden aangevoerd, zijn dat de bestaande voorschriften toereikend en geschikt zijn, dat de Unie niet het geschikte niveau voor de maatregelen is, dat de bevoegdheden van de lidstaten in verband met bezoldiging en arbeidsvoorwaarden in het voorstel niet uitdrukkelijk worden erkend, en dat de motivering in het voorstel in verband met het subsidiariteitsbeginsel te beknopt is. Na de argumenten te hebben onderzocht, heeft de Commissie besloten het voorstel te handhaven. In haar mededeling aan het Europees Parlement, de Raad en de nationale parlementen van 20 juli 2016 concludeert zij dat het voorstel strookt met het subsidiariteitsbeginsel.

Verenigbaarheid met het EU-recht

Afgezien van de bezwaren van de nationale parlementen zijn er in de commissie ook vragen opgeworpen over de verenigbaarheid van het voorstel met bepaalde elementen van het EU-recht. Het gaat daarbij voornamelijk over de relatie tussen het voorstel en de volgende rechtshandelingen en normen:

– Verordening (EG) nr. 593/2008 (hierna: "Rome I")(4), die met betrekking tot overeenkomsten die vanaf 17 december 2009 worden gesloten, in de plaats treedt van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst ("Verdrag van Rome"(5)),

– Verordening nr. 1215/2012(6) (hierna: "Brussel I"), die de bevoegdheidsregels voor individuele verbintenissen uit arbeidsovereenkomst vaststelt,

– Richtlijn 2014/67/EU inzake de handhaving van Richtlijn 96/71/EG (hierna: "de handhavingsrichtlijn ")(7), en

– het vrij verrichten van diensten als bedoeld in de artikelen 26 en 56 van het VWEU.

Met betrekking tot de Rome I-verordening is het met name de vraag of artikel 2 bis van het voorstel verenigbaar is met artikel 8 van de verordening, of het voorstel kan worden beschouwd als een wijziging van de verordening, en zo ja, of het passend is om een verordening te wijzigen door middel van een richtlijn.

Met betrekking tot de Brussel I-verordening is het vooral de vraag of artikel 2 bis van het voorstel gevolgen zal hebben voor de toepassing van de bevoegdheidsregels van de artikelen 20 tot en met 23 van de verordening.

Ten slotte is het de vraag of de invoering van een termijn van 24 maanden waarna het arbeidsrecht van het gastland op een ter beschikking gestelde werknemer van toepassing zou zijn, kan worden beschouwd als een schending van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op de interne markt door een beperking van het grensoverschrijdend verrichten van diensten door ter beschikking gestelde werknemers.

De Commissie JURI is bevoegd voor de eerbiediging van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, voor de uitlegging van het recht van de Unie en voor de conformiteit van handelingen van de Unie met het primaire recht. In deze hoedanigheid heeft de commissie de in de gemotiveerde adviezen aangevoerde argumenten onderzocht. Op 29 november 2016 heeft de commissie de Juridische Dienst van het Parlement gehoord naar aanleiding van vragen van de leden over de verenigbaarheid van het voorstel met het acquis en de Verdragen.

Standpunt van de rapporteur

Na de aan de orde gestelde kwesties zorgvuldig te hebben onderzocht, is de rapporteur tot onderstaande conclusies gekomen, die ook tot uiting komen in de voorgestelde amendementen op het voorstel van de Commissie.

Wat de relatie tussen artikel 8 van de Rome I-verordening en artikel 2 bis van het voorstel betreft, moet rekening worden gehouden met artikel 23 van de verordening, dat als volgt luidt: "Met uitzondering van artikel 7 laat deze verordening onverlet de toepassing van de in de bepalingen van het Gemeenschapsrecht vervatte en op bepaalde gebieden geldende regels inzake het toepasselijk recht op verbintenissen uit overeenkomst". Artikel 23 verduidelijkt dat Rome I tot doel heeft de algemene regels van internationaal privaat overeenkomstenrecht binnen de EU vast te stellen. In overweging 34 van de verordening wordt dit verder verduidelijkt met betrekking tot de terbeschikkingstellingsrichtlijn. De rapporteur concludeert dat het voorstel duidelijk een lex specialis is, die voorrang heeft op Rome I.

Wat de Brussel I-verordening betreft, lijkt het voorstel niet strijdig te zijn met de regels van de verordening betreffende de forumkeuze, en die evenmin substantieel te wijzigen. Artikel 21 van de verordening bevat een lijst van de rechtbanken waarvoor werknemers hun werkgever kunnen dagen. Een van de mogelijkheden waarover de werknemer beschikt, is "het gerecht van de plaats waar of van waaruit de werknemer gewoonlijk werkt". Indien de plaats waar de werknemer gewoonlijk werkt, overeenkomstig de terbeschikkingstellingsrichtlijn na 24 maanden niet langer de lidstaat van herkomst maar de gastlidstaat is, zijn bijgevolg de rechtbanken van de gastlidstaat bevoegd om het geschil te onderzoeken als de werknemer voor dit forum kiest.

Het vrij verrichten van diensten is weliswaar een van de grondbeginselen van het recht van de Unie, maar deze vrijheid is niet onbeperkt. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat een maatregel die het vrij verrichten van diensten beperkt, gerechtvaardigd kan zijn "voor zover zij beantwoordt aan een dwingende reden van algemeen belang en dat belang niet reeds wordt gewaarborgd door de regels die voor de dienstverrichter gelden in de lidstaat waar deze is gevestigd, en zij geschikt is om de verwezenlijking van het gestelde doel te waarborgen en niet verder gaat dan ter bereiking van dat doel noodzakelijk is"(8). Bovendien heeft het Hof van Justitie de sociale bescherming van ter beschikking gestelde werknemers erkend als een dwingende reden van algemeen belang een beperking van het vrij verrichten van diensten kan rechtvaardigen(9).

De rapporteur concludeert bijgevolg dat het voorstel een passende maatregel is om de nagestreefde doelen te bereiken en niet verder gaat dan wat nodig is, zodat het ook strookt met het evenredigheidsbeginsel.

AMENDEMENTEN

De Commissie juridische zaken verzoekt de bevoegde Commissie werkgelegenheid en sociale zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Vrij verkeer van werknemers, vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten zijn grondbeginselen van de interne markt in de Unie die zijn verankerd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Die beginselen worden verder ten uitvoer gelegd door wetgeving van de Unie die garandeert dat de mededingingsvoorwaarden voor alle ondernemingen gelijk zijn en dat de rechten van de werknemers worden geëerbiedigd.

(1)  Vrij verkeer van werknemers, vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten zijn grondbeginselen van de interne markt in de Unie die zijn verankerd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Die beginselen worden verder ten uitvoer gelegd en gehandhaafd door wetgeving van de Unie die garandeert dat de mededingingsvoorwaarden voor alle ondernemingen gelijk zijn, dat de rechten van de werknemers worden geëerbiedigd en dat er vrije arbeidsmobiliteit op de interne markt is.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  Krachtens 153, lid 5, VWEU is de Unie niet bevoegd om lonen te reglementeren.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  Om ervoor te zorgen dat deze richtlijn correct wordt toegepast, moeten de coördinatie tussen de arbeidsinspectiediensten van de lidstaten alsook de Europese samenwerking bij de bestrijding van fraude bij terbeschikkingstelling worden versterkt en moet worden gecontroleerd of de sociale bijdragen voor gedetacheerde werknemers regelmatig aan de beheersinstantie van de lidstaat van oorsprong worden betaald.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)   Bijna twintig jaar na de vaststelling ervan is het noodzakelijk na te gaan of de terbeschikkingstellingsrichtlijn nog steeds het juiste evenwicht houdt tussen de noodzaak het vrij verrichten van diensten te bevorderen en de noodzaak de rechten van ter beschikking gestelde werknemers te beschermen.

(4)  Bijna twintig jaar na de vaststelling ervan is het noodzakelijk na te gaan of de terbeschikkingstellingsrichtlijn nog steeds het juiste evenwicht houdt tussen de noodzaak het vrij verrichten van diensten te bevorderen en de noodzaak de rechten van ter beschikking gestelde werknemers behoorlijk te beschermen. Daarom zijn er nieuwe en sterkere instrumenten nodig om eerlijke concurrentie tussen bedrijven in de EU te bevorderen, grensoverschrijdende dienstverlening te faciliteren en fraude en misbruik op dit gebied tegen te gaan in het kader van de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2014/67/EU. Er moet ook een Europese portaalsite in alle talen van de lidstaten worden opgezet om uitleg te geven over de desbetreffende wetgeving, nationale verschillen en verdere maatregelen die arbeidsbemiddelaars, mogelijke begunstigden en werknemers moeten nemen.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Het beginsel van gelijke behandeling en het verbod op discriminatie op basis van nationaliteit zijn sinds de oprichtingsverdragen in de EU-wetgeving verankerd. Het beginsel van gelijke beloning is via secundair recht ingevoerd, niet enkel voor mannen en vrouwen, maar ook voor werknemers met een contract voor bepaalde tijd en vergelijkbare werknemers in vaste dienst, voor deeltijdse en voltijdse werknemers of voor uitzendkrachten en vergelijkbare werknemers van de inlenende onderneming.

(5)  Het beginsel van gelijke behandeling en het verbod op discriminatie op basis van nationaliteit zijn sinds de oprichtingsverdragen in de EU-wetgeving verankerd, en de EU moedigt de naleving van deze beginselen aan, zodat ze in alle lidstaten worden toegepast. Het beginsel van gelijke beloning is via secundair recht ingevoerd, niet enkel voor mannen en vrouwen, maar ook voor werknemers met een contract voor bepaalde tijd en vergelijkbare werknemers in vaste dienst, voor deeltijdse en voltijdse werknemers of voor uitzendkrachten en vergelijkbare werknemers van de inlenende onderneming. Bij de toepassing van deze beginselen moet rekening worden gehouden met de betreffende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  In de Rome I-verordening is bepaald dat het land waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht niet geacht wordt te zijn gewijzigd wanneer de werknemer zijn arbeid tijdelijk in een ander land verricht.

(7)  In de Rome I-verordening is bepaald dat het land waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht niet geacht wordt te zijn gewijzigd wanneer de werknemer zijn arbeid tijdelijk in een ander land verricht. De term "tijdelijke arbeid" wordt er niet in gespecifieerd of gedefinieerd. Het is dan ook van essentieel belang dat voor ter beschikking gestelde werknemers die per definitie gedurende een beperkte periode werk verrichten in een andere lidstaat, in deze richtlijn een specifieke bepaling wordt opgenomen om te voorzien in een periode waarna het land waar de diensten worden verricht, wordt geacht het land van gewoonlijke tewerkstelling te zijn geworden. Er moet duidelijk worden vermeld dat deze specifieke bepaling niet-discriminerend, transparant en evenredig is, onverminderd arbeidsvoorwaarden en ‑omstandigheden die gunstiger zijn voor de werknemer.

Motivering

De invoering van een afgebakende periode waarna het land waar de diensten worden verricht, wordt geacht het land van gewoonlijke tewerkstelling te zijn geworden, doet geen afbreuk aan de mogelijke duur van een tijdelijke dienstverrichting.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Met het oog op de lange looptijd van bepaalde terbeschikkingstellingen is het noodzakelijk vast te stellen dat wanneer de terbeschikkingstelling langer duurt dan 24 maanden, de gastlidstaat wordt geacht het land te zijn waar het werk wordt uitgevoerd. Volgens het beginsel van de Rome I-verordening is daarom het recht van de gastlidstaat van toepassing op de arbeidsovereenkomst van die ter beschikking gestelde werknemers indien de partijen geen andere rechtskeuze hebben gemaakt. Indien een andere keuze is gemaakt, mag dat echter niet tot gevolg hebben dat de werknemer de bescherming wordt ontnomen die hem wordt geboden door bepalingen waarvan volgens de wet van de gastlidstaat niet bij overeenkomst kan worden afgeweken. Dit moet van toepassing zijn vanaf het begin van de terbeschikkingstelling wanneer die voor meer dan 24 maanden is gepland en vanaf de eerste dag na de 24 maanden wanneer de terbeschikkingstelling daadwerkelijk langer duurt. Dit voorschrift doet geen afbreuk aan het recht van ondernemingen die werknemers op het grondgebied van een andere lidstaat ter beschikking stellen om ook vrijheid van dienstverrichting in te roepen in omstandigheden waarbij de terbeschikkingstelling langer dan 24 maanden duurt. Het doel is louter rechtszekerheid te creëren bij de toepassing van de Rome I-verordening in een specifieke situatie zonder die verordening op een of andere manier te wijzigen. De werknemer zal met name de bescherming en de voordelen van de Rome I-verordening genieten.

(8)  Met het oog op de lange looptijd van bepaalde terbeschikkingstellingen is het noodzakelijk vast te stellen dat wanneer de terbeschikkingstelling langer duurt dan 18 maanden, de gastlidstaat wordt geacht het land te zijn waar het werk wordt uitgevoerd, onverminderd arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden die gunstiger zijn voor de werknemer. Volgens het beginsel van de Rome I-verordening is daarom het recht van de gastlidstaat van toepassing op de arbeidsovereenkomst van die ter beschikking gestelde werknemers indien de partijen geen andere rechtskeuze hebben gemaakt. Indien een andere keuze is gemaakt, mag dat echter niet tot gevolg hebben dat de werknemer de bescherming wordt ontnomen die hem wordt geboden door bepalingen waarvan volgens de wet van de gastlidstaat niet bij overeenkomst kan worden afgeweken. Dit moet van toepassing zijn vanaf het begin van de terbeschikkingstelling wanneer die voor meer dan 18 maanden is gepland en vanaf de eerste dag na de 18 maanden wanneer de terbeschikkingstelling daadwerkelijk langer duurt, tenzij de werkgever van de bevoegde autoriteit van de gastlidstaat een afwijking heeft verkregen volgens de administratieve procedures van de artikelen 4, 6 en 7 van Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad1 bis en overeenkomstig Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad1 ter. Dit voorschrift doet geen afbreuk aan het recht van ondernemingen die werknemers op het grondgebied van een andere lidstaat ter beschikking stellen om ook vrijheid van dienstverrichting in te roepen in omstandigheden waarbij de terbeschikkingstelling langer dan 18 maanden duurt.

 

______________

 

1 bis Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt ("de IMI-verordening") (PB L 159 van 28.5.2014, blz. 11).

 

1 ter Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1).

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)   Volgens de vaste rechtspraak mag het vrij verrichten van diensten slechts worden beperkt wanneer dat gerechtvaardigd is door dwingende redenen van algemeen belang en wanneer die beperking evenredig en noodzakelijk is.

(9)  Aangezien dit voorstel een beperking van de duur van de terbeschikkingstelling inhoudt, zou het kunnen worden gezien als een inperking van het vrij verrichten van diensten dat is vastgelegd in artikel 56 VWEU. Volgens de vaste rechtspraak mag het vrij verrichten van diensten slechts worden beperkt wanneer dat gerechtvaardigd is door dwingende redenen van algemeen belang en wanneer die beperking evenredig en noodzakelijk is. De dwingende redenen die betrekking hebben op het algemeen belang en door het Hof zijn erkend, omvatten de bescherming van werknemers en in het bijzonder de sociale rechten van werknemers in de bouwsector. Aangezien de beperking tot doel heeft de rechten van de werknemers te beschermen en tijdelijk en weerlegbaar is, voldoet zij volledig aan bovengenoemde voorwaarden en is zij niet strijdig met het beginsel van het vrij verrichten van diensten.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Gezien de zeer mobiele aard van de arbeid in internationaal wegvervoer doet de uitvoering van de terbeschikkingstellingsrichtlijn bijzondere juridische vragen en moeilijkheden rijzen (vooral waar het verband met de betrokken lidstaat onvoldoende is). Die uitdagingen zouden het best worden aangepakt door middel van sectorspecifieke wetgeving samen met andere EU-initiatieven die gericht zijn op het verbeteren van de interne wegvervoermarkt.

(10)  Gezien de zeer mobiele aard van de arbeid in internationaal wegvervoer doet de uitvoering van de terbeschikkingstellingsrichtlijn bijzondere juridische vragen en moeilijkheden rijzen (vooral waar het verband met de betrokken lidstaat onvoldoende is). Daarom vallen vervoersdiensten zoals doorvoer, internationaal vervoer en gebonden cabotage onder een ander wetgevingsvoorstel in het kader van het pakket Europese mobiliteit en vervoer.

Motivering

Sectorspecifieke bepalingen zijn nodig om juridische duidelijkheid te scheppen. De Europese Commissie heeft reeds duidelijk gesteld dat doorvoer niet als terbeschikkingstelling moet worden aangemerkt. Volgens het verslag van de werkgroep op hoog niveau inzake de ontwikkeling van de communautaire markt voor goederenvervoer over de weg moet gebonden cabotage worden beschouwd als een internationale activiteit. Internationaal vervoer en gebonden cabotage moeten derhalve niet worden onderworpen aan pr registratie of aan Richtlijn 96/71/EG.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  In een concurrerende interne markt concurreren dienstverrichters niet enkel op basis van loonkosten maar ook op basis van factoren als productiviteit en efficiëntie of de kwaliteit en innovatie van goederen en diensten.

(11)  In een concurrerende interne markt concurreren dienstverrichters niet enkel op basis van loonkosten maar ook op basis van factoren als productiviteit en efficiëntie, waarbij geldt dat lonen, bonussen en toeslagen altijd zijn gebaseerd op een aantal parameters, waaronder ervaring, profiel, niveau van verantwoordelijkheden en arbeidsmarktomstandigheden, of op basis van de kwaliteit en innovatie van goederen en diensten.

Motivering

In overeenstemming met het antwoord op een schriftelijke vraag van commissaris Oettinger namens de Commissie (E-008821/2016, 25 januari 2017). "Net als in iedere andere organisatie is bezoldiging in de EU-instellingen gebaseerd op een aantal parameters, waaronder ervaring, profiel, arbeidsmarktomstandigheden, enz."

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Het is de bevoegdheid van de lidstaten overeenkomstig hun wetgeving en praktijk bezoldigingsvoorschriften vast te stellen. Het toepassen van nationale bezoldigingsvoorschriften op ter beschikking gestelde werknemers moet echter gerechtvaardigd zijn door de noodzaak hen te beschermen en mag grensoverschrijdende dienstverrichting niet op onevenredige wijze beperken.

(12)  Het is de exclusieve bevoegdheid van de lidstaten overeenkomstig nationale wetgeving en praktijk bezoldigingsvoorschriften vast te stellen.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  De componenten van bezoldiging die voortvloeien uit de nationale wetgeving of algemeen verbindende collectieve overeenkomsten moeten duidelijk en transparant zijn voor alle dienstverrichters. Daarom is het gerechtvaardigd de lidstaten te verplichten de componenten van de bezoldiging bekend te maken op de enige website waarin in artikel 5 van de handhavingsrichtlijn is voorzien.

(13)  De componenten van bezoldiging die voortvloeien uit de nationale wetgeving of algemeen verbindende collectieve overeenkomsten, moeten duidelijk, up-to-date en transparant zijn voor alle dienstverrichters. In de zin van deze richtlijn omvatten deze elementen met name en in voorkomend geval minimumlonen, alle bonussen en toelagen die verplicht zijn op grond van de nationale wetgeving, regelgeving, bestuursrechtelijke bepalingen en/of algemeen verbindende collectieve arbeidsovereenkomsten en arbitrale beslissingen. Daarom is het gerechtvaardigd de lidstaten te verplichten de componenten van de bezoldiging bekend te maken op de enige website waarin in artikel 5 van de handhavingsrichtlijn is voorzien.

Motivering

Bezoldiging is in deze vorm een nogal vaag begrip met een onzekere wettelijke betekenis, en daarom is het contraproductief om het hier in te voeren. Bezoldiging kan bestaan uit niet-vergelijkbare componenten die verschillen per lidstaat, waardoor de hele reden voor opneming ophoudt te bestaan.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 bis)  Ten behoeve van de transparantie en overeenkomstig Richtlijn 2014/67/EU moet de continuïteit van de onderneming die werknemers ter beschikking stelt, worden gewaarborgd om het kunstmatig opzetten van brievenbusmaatschappijen tegen te gaan. Bovendien moet de werkgever kunnen aantonen dat de werknemer de nodige anciënniteit heeft in de onderneming die hem ter beschikking stelt.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 ter)  Misbruik en juridische onzekerheid in het geval van terbeschikkingstellingen in het kader van onderaannemingsketens waar verschillende rechtsgebieden mee gemoeid zijn, moeten worden voorkomen. Wanneer een terbeschikkingstellingssituatie onder meer dan twee nationale rechtsgebieden valt, moeten de toepasselijke arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden daarom die van de lidstaat zijn waar de dienst wordt verricht, onverminderd arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden die gunstiger zijn voor de werknemer en hem worden geboden door bepalingen waarvan door partijen niet bij overeenkomst kan worden afgeweken op grond van het nationale recht dat anders van toepassing zou zijn geweest.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  In Richtlijn 2008/104/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende uitzendarbeid wordt het beginsel uitgedrukt dat de essentiële arbeidsvoorwaarden die voor uitzendkrachten gelden, ten minste dezelfde moeten zijn als die welke voor deze werknemers zouden gelden als zij door de inlenende onderneming voor dezelfde functie in dienst zouden worden genomen. Dat beginsel moet ook gelden voor uitzendkrachten die op het grondgebied van een andere lidstaat ter beschikking worden gesteld.

(15)  In Richtlijn 2008/104/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende uitzendarbeid wordt het beginsel uitgedrukt dat de essentiële arbeidsvoorwaarden die voor uitzendkrachten gelden, ten minste dezelfde moeten zijn als die welke voor deze werknemers zouden gelden als zij door de inlenende onderneming voor dezelfde functie in dienst zouden worden genomen. Er zij op gewezen dat er thans fraude aan het licht wordt gebracht met de "dubbele terbeschikkingstelling" van uitzendkrachten. Door een groter aantal tussenpersonen wordt het moeilijker om controles uit te voeren en worden de verantwoordelijkheden verwaterd. Daarom moet dat beginsel ook gelden voor uitzendkrachten die op het grondgebied van een andere lidstaat ter beschikking worden gesteld. De onderneming die de uitzendkracht gebruikt/levert verstrekt het uitzendbureau dan ook schriftelijk duidelijke, transparante en ondubbelzinnige informatie over de regels inzake arbeidsvoorwaarden en beloning die zij toegepast.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 2 bis – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Wanneer de verwachte of daadwerkelijke duur van de terbeschikkingstelling meer dan 24 maanden bedraagt, wordt de lidstaat op het grondgebied waarvan een werknemer ter beschikking is gesteld geacht het land te zijn waarin hij of zij het werk gewoonlijk uitvoert.

1.  Wanneer de verwachte of daadwerkelijke duur van de terbeschikkingstelling meer dan 18 maanden bedraagt, wordt de lidstaat op het grondgebied waarvan een werknemer ter beschikking is gesteld geacht het land te zijn waarin hij of zij het werk gewoonlijk uitvoert, tenzij de partijen een andere rechtskeuze zijn overeengekomen overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad1 bis. Dit vormt geen beletsel voor arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden die gunstiger zijn voor de werknemers.

 

______________

 

1 bis Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6).

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 2 bis – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Voor de toepassing van lid 2 wordt het begrip "hetzelfde werk op dezelfde plaats" vastgesteld met inachtneming van de aard van de te verlenen dienst, de te verrichten werkzaamheden en, in voorkomend geval, het adres of de adressen van de werkplek als bepaald in artikel 9, lid 1, punt a), onder v) en vi), van Richtlijn 2014/67/EU.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 2 bis – lid 2 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.   Bij wijze van uitzondering kan de werkgever met opgave van redenen om een afwijking van de periode van 18 maanden verzoeken, die door de bevoegde autoriteit van de gastlidstaat kan worden toegestaan. De bevoegde autoriteit van de gastlidstaat baseert haar besluit om een dergelijke afwijking toe te staan op objectieve redenen, zoals het tijdsbestek van de opdracht waarvoor de werknemer ter beschikking is gesteld, nadat zij heeft gecontroleerd of Richtlijn 2014/67/EU en Verordening (EG) nr. 883/2004 volledig in acht zijn genomen. Het besluit wordt gerechtvaardigd en is evenredig, niet-discriminerend en op feiten gebaseerd. Voordat de bevoegde autoriteit van de gastlidstaat een besluit neemt over een dergelijk verzoek om afwijking, raadpleegt zij, overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van Richtlijn 2014/67/EU, de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de werknemer. Om de zes maanden na het begin van de afwijkingsperiode bewijst de dienstverlener aan de bevoegde autoriteiten van de gastlidstaat dat de afwijking nog steeds gerechtvaardigd is.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter a

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 1 – alinea 1 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zien erop toe dat de in artikel 1, lid 1, bedoelde ondernemingen - ongeacht het recht dat van toepassing is op het dienstverband - voor de op hun grondgebied ter beschikking gestelde werknemers wat de hierna genoemde aangelegenheden betreft, de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden garanderen die in de lidstaat waar het werk wordt uitgevoerd, zijn vastgelegd:

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter a

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 1 – alinea 1 – streepje 2 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)   bezoldiging, inclusief vergoedingen voor overwerk; dit punt is niet van toepassing op de aanvullende bedrijfspensioenregelingen;

c)  bezoldiging in de zin van deze richtlijn, inclusief vergoedingen voor overwerk; dit punt is niet van toepassing op de aanvullende bedrijfspensioenregelingen;

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter a

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 1 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt onder bezoldiging verstaan alle bezoldigingselementen die verplicht zijn bij nationale wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, collectieve overeenkomsten of scheidsrechterlijke uitspraken die algemeen verbindend zijn verklaard en/of bij ontstentenis van een stelsel voor het algemeen verbindend verklaren van collectieve arbeidsovereenkomsten of scheidsrechterlijke uitspraken als bedoeld in lid 8, tweede streepje, in de lidstaat op het grondgebied waarvan de werknemer ter beschikking wordt gesteld.

Bezoldiging wordt bepaald door de nationale wetgeving en/of praktijk van de lidstaat op het grondgebied waarvan de werknemer ter beschikking wordt gesteld en omvat alle elementen die verplicht zijn bij nationale wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, collectieve overeenkomsten of scheidsrechterlijke uitspraken die algemeen verbindend zijn verklaard.

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter a

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 1 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten maken de componenten van de bezoldiging overeenkomstig punt c) bekend op de enige nationale website zoals bedoeld in artikel 5 van Richtlijn 2014/67/EU.

De lidstaten maken de componenten van de bezoldiging overeenkomstig punt c) bekend op de enige nationale website zoals bedoeld in artikel 5 van Richtlijn 2014/67/EU. De verstrekte informatie is up-to-date, duidelijk en transparant.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 1 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1 bis.   Als ondernemingen die zijn gevestigd op het grondgebied van een lidstaat bij wettelijke en bestuursrechtelijke bepaling of collectieve overeenkomst verplicht zijn in het kader van hun contractuele verplichtingen enkel onderaannemers te contracteren die bepaalde arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden inzake bezoldiging waarborgen, mag de lidstaat op niet-discriminerende en evenredige basis bepalen dat voor dergelijke ondernemingen dezelfde verplichting geldt voor het contracteren van in artikel 1, lid 1, bedoelde ondernemingen die werknemers op zijn grondgebied ter beschikking stellen.

1 bis.   De lidstaten zorgen ervoor dat de bepalingen van deze richtlijn van toepassing zijn op alle ondernemingen wanneer zij werknemers ter beschikking stellen, ongeacht of zij als hoofdcontractant dan wel als onderaannemer optreden.

 

Het is belangrijk dat de onderaannemers de informatie over de daadwerkelijke aard van de terbeschikkingstelling aan de hoofdcontractant verstrekken.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter c

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 1 ter

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1 ter.  De lidstaten bepalen dat de in artikel 1, lid 3, onder c), bedoelde ondernemingen de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden die krachtens artikel 5 van Richtlijn 2008/104/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende uitzendarbeid gelden voor uitzendkrachten die worden uitgezonden door uitzendbedrijven die zijn gevestigd in de lidstaat waar het werk wordt uitgevoerd ook garanderen voor ter beschikking gestelde werknemers.

1 ter.  De lidstaten bepalen dat de in artikel 1, lid 3, onder c), bedoelde ondernemingen de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden die krachtens artikel 5 van Richtlijn 2008/104/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende uitzendarbeid gelden voor uitzendkrachten die worden uitgezonden door uitzendbedrijven die zijn gevestigd in de lidstaat waar het werk wordt uitgevoerd ook garanderen voor ter beschikking gestelde werknemers. Daarbij garanderen de lidstaten de gelijke behandeling van bovengenoemde uitzendkrachten en nationale uitzendkrachten.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter c bis (nieuw)

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 1 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)   het volgende lid wordt toegevoegd:

 

"1 quater.   De terbeschikkingstelling van een werknemer door een uitzendbureau of arbeidsbemiddelingsbureau in een lidstaat waarvan de werknemer onderdaan is, mag niet worden beschouwd als een terbeschikkingstelling in de zin van deze richtlijn, tenzij objectieve redenen, zoals een verschillende gewone verblijfplaats van de werknemer, dat rechtvaardigen."

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter c ter (nieuw)

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 1 quinquies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c ter)   het volgende lid wordt toegevoegd:

 

"1 quinquies.  Aangezien uitzendbureaus en arbeidsbemiddelingsbureaus alleen werknemers met een tijdelijke arbeidsovereenkomst kunnen aanwerven, zien de lidstaten erop toe dat deze bureaus alleen werknemers met een tijdelijke arbeidsovereenkomst ter beschikking stellen."

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter d

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  Lid 9 wordt geschrapt.

Schrappen

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter d bis

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 3 – lid 9 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  het volgende lid wordt ingevoegd:

 

"9 bis.  Indien een terbeschikkingstellingssituatie onder meer dan twee nationale jurisdicties valt, gelden de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden van de lidstaat op het grondgebied waarvan een werknemer ter beschikking is gesteld en waar de dienst wordt verricht, voor zover ze voor de werknemer gunstiger zijn dan die welke van toepassing zijn volgens het recht waaronder de individuele arbeidsovereenkomst is gesloten."

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)

Richtlijn 96/71/EG

Artikel 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.   het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 5 bis

 

De lidstaten zien erop toe dat ondernemingen die werknemers in een andere lidstaat ter beschikking stellen, moeten kunnen aantonen dat een voldoende redelijk deel van hun omzet wordt gemaakt in de lidstaat waar zij wettelijk gevestigd zijn."

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten

Document- en procedurenummers

COM(2016)0128 – C8-0114/2016 – 2016/0070(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

EMPL

11.4.2016

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

JURI

11.4.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Jean-Marie Cavada

23.5.2016

Behandeling in de commissie

12.10.2016

28.11.2016

12.4.2017

 

Datum goedkeuring

20.6.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

12

9

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Max Andersson, Joëlle Bergeron, Mady Delvaux, Rosa Estaràs Ferragut, Laura Ferrara, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Mary Honeyball, Sylvia-Yvonne Kaufmann, António Marinho e Pinto, Emil Radev, Julia Reda, Evelyn Regner, Pavel Svoboda, József Szájer, Axel Voss

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Daniel Buda, Angel Dzhambazki, Angelika Niebler, Jens Rohde, Virginie Rozière, Tiemo Wölken, Kosma Złotowski

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Gerolf Annemans, Mylène Troszczynski

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

12

+

ALDE

EFDD

S&D

Verts/ALE

António Marinho e Pinto, Jens Rohde

Joëlle Bergeron, Laura Ferrara

Mady Delvaux, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Mary Honeyball, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Evelyn Regner, Tiemo Wölken

Max Andersson, Julia Reda

9

-

ECR

PPE

Angel Dzhambazki, Kosma Złotowski

Daniel Buda, Rosa Estaràs Ferragut, Angelika Niebler, Emil Radev, Pavel Svoboda, József Szájer, Axel Voss

2

0

ENF

Gerolf Annemans, Mylène Troszczynski

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

COM(2016) 128 final, http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52016PC0128&qid=1459769597959&from=NL

(2)

Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (PB L 18 van 21.1.1997, blz. 1).

(3)

SWD(2016) 52.

(4)

Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6).

(5)

Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, ter ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980 (PB L 266 van 9.10.1980, blz. 1).

(6)

Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking) (PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1).

(7)

Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt, PB L 159 van 28.5.2014, blz. 11.

(8)

Zie de arresten van 30 november 1995, Gebhard, C-55/94, EU:C:1995:411, punt 37; van 23 november 1999, Arblade e.a., C-369/96 en C–376/96, EU:C:1999:575, punten 34 en 35; van 7 oktober 2010, dos Santos Palhota e.a., C-515/08, EU:C:2010:589, punt 45 en aldaar aangehaalde rechtspraak; en van 3 december 2014, De Clercq e.a., C-315/13, EU:C:2014:2408, punt 62.

(9)

Zie onder andere de arresten van 23 november 1999, Arblade e.a., C-369/96 en C-376/96, EU:C:1999:575, punt 36; van 15 maart 2001, Mazzoleni en ISA, C-165/98, EU:C:2001:162, punt 27; van 25 oktober 2001, Finalarte e.a., C-49/98, C-50/98, C-52/98 t/m C-54/98 en C-68/98 t/m C-71/98, EU:C:2001:564, punt 33; van 7 oktober 2010, dos Santos Palhota e.a., C-515/08, EU:C:2010:589, punt 47 en aldaar aangehaalde rechtspraak; en van 3 december 2014, De Clercq e.a., C-315/13, EU:C:2014:2408, punt 65.


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten

Document- en procedurenummers

COM(2016)0128 – C8-0114/2016 – 2016/0070(COD)

Datum indiening bij EP

8.3.2016

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

EMPL

11.4.2016

 

 

 

Adviserende commissies

       Datum bekendmaking

IMCO

11.4.2016

JURI

11.4.2016

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Elisabeth Morin-Chartier

10.5.2016

Agnes Jongerius

10.5.2016

 

 

Betwisting rechtsgrondslag

       Datum JURI-advies

JURI

12.6.2017

 

 

 

Behandeling in de commissie

12.10.2016

8.11.2016

26.1.2017

16.2.2017

 

23.3.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

16.10.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

32

8

13

Bij de eindstemming aanwezige leden

Laura Agea, Guillaume Balas, Brando Benifei, Enrique Calvet Chambon, Ole Christensen, Martina Dlabajová, Lampros Fountoulis, Danuta Jazłowiecka, Agnes Jongerius, Rina Ronja Kari, Jan Keller, Ádám Kósa, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Verónica Lope Fontagné, Thomas Mann, Dominique Martin, Anthea McIntyre, Elisabeth Morin-Chartier, Emilian Pavel, João Pimenta Lopes, Georgi Pirinski, Dennis Radtke, Terry Reintke, Robert Rochefort, Claude Rolin, Ulrike Trebesius, Marita Ulvskog, Tatjana Ždanoka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Georges Bach, Karima Delli, Mircea Diaconu, Zdzisław Krasnodębski, Marju Lauristin, Edouard Martin, Anne Sander, Sven Schulze, Jasenko Selimovic, Michaela Šojdrová, Helga Stevens, Kosma Złotowski

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Malin Björk, Dita Charanzová, Ismail Ertug, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Sylvie Goddyn, John Howarth, Merja Kyllönen, Julia Pitera, Barbara Spinelli, Mylène Troszczynski, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska

Datum indiening

23.10.2017


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

32

+

ALDE

EFDD

GUE/NGL

PPE

 

 

S&D

 

 

Verts/ALE

Robert Rochefort

Laura Agea

Malin Björk, Rina Ronja Kari, Merja Kyllönen, Barbara Spinelli

Georges Bach, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Veronica Lope Fontagné, Thomas Mann, Elisabeth Morin-Chartier, Dennis Radtke, Claude Rolin, Anne Sander, Sven Schulze

Guillaume Balas, Brando Benifei, Ole Christensen, Ismail Ertug, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, John Howarth, Agnes Jongerius, Jan Keller, Marju Lauristin,Edouard Martin, Georgi Pirinski, Marita Ulvskog

Karima Delli, Terry Reintke, Tatjana Ždanoka

8

-

ALDE

ECR

PPE

Enrique Calvet-Chambon, Dita Charanzová, Mircea Diaconu, Martina Dlabajová, Jasenko Selimovic,

Zdzislaw Krasnodebski, Kosma Zlotowski

Michaela Šojdrová

13

0

ECR

ENF

GUE/NGL

NI

PPE

S&D

Anthea McIntyre, Helga Stevens, Ulrike Trebesius

Sylvie Goddin, Dominique Martin, Mylène Troszczynski

Joao Pimenta Lopes

Lampros Fountoulis

Danuta Jazłowiecka, Ádám Kósa, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Julia Pitera

Emilian Pavel

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling - Privacybeleid