Procedure : 2017/2065(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0384/2017

Ingediende teksten :

A8-0384/2017

Debatten :

PV 11/12/2017 - 21
CRE 11/12/2017 - 21

Stemmingen :

PV 12/12/2017 - 5.15
CRE 12/12/2017 - 5.15
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0488

VERSLAG     
PDF 516kWORD 85k
29.11.2017
PE 609.638v03-00 A8-0384/2017

Naar een digitale handelsstrategie

(2017/2065(INI))

Commissie internationale handel

Rapporteur: Marietje Schaake

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie
 ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming
 ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

Naar een digitale handelsstrategie

(2017/2065(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 207, lid 3, en artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien de Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten (GATS),

–  gezien de informatietechnologieovereenkomst (ITA) van de Wereldhandelsorganisatie (WTO),

–  gezien het WTO-werkprogramma betreffende e-commerce,

–  gezien de gemeenschappelijke verklaring die de ministers van ICT van de G7 hebben afgelegd tijdens de bijeenkomst in Takamatsu, Kagawa, van 29 en 30 april 2016,

–  gezien de ministeriële verklaring van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) betreffende de digitale economie in Cancun in 2016,

–  gezien de dynamische coalitie betreffende handel op het Forum voor internetbeheer,

–  gezien de lopende handelsbesprekingen tussen de EU en derde landen,

–  gezien het aangekondigde beginselakkoord over de economische partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Japan van 6 juli 2017,

–  gezien Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt ("richtlijn inzake elektronische handel")(1),

–  gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)(2),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 14 oktober 2015 getiteld "Handel voor iedereen: Naar een meer verantwoord handels- en investeringsbeleid" (COM(2015)0497),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 april 2016 getiteld "De digitalisering van het Europese bedrijfsleven" (COM(2016)0180),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 april 2016 getiteld "Europees cloudinitiatief – Bouwen aan een concurrentiële data- en kenniseconomie in Europa" (COM(2016)0178),

–  gezien het verslag van de Commissie van 23 juni 2017 over handels- en investeringsbelemmeringen (COM(2017)0338),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 10 januari 2017 getiteld "Bouwen aan een Europese data-economie" (COM(2017)0009),

–  gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de eerbiediging van het privéleven en de bescherming van persoonsgegevens in elektronische communicatie, en tot intrekking van Richtlijn 2002/58/EG (verordening inzake privacy en elektronische communicatie) (COM(2017)0010),

–  gezien het voorstel van de Commissie van 13 september 2017 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake een kader voor het vrije verkeer van niet-persoonsgebonden gegevens in de Europese Unie (COM(2017) 0495 final),

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 2 mei 2017 getiteld "Digital4Development: de mainstreaming van digitale technologieën en diensten in het EU-ontwikkelingsbeleid" (SWD(2017)0157),

–  gezien zijn resolutie van 5 juli 2016 over een nieuw op te stellen toekomstgerichte en innovatieve strategie voor handel en investeringen(3),

–  gezien zijn resolutie van 3 februari 2016 houdende aanbevelingen van het Europees Parlement aan de Commissie voor de onderhandelingen over de Overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA)(4),

–  gezien zijn resolutie van 8 juli 2015 met de aanbevelingen van het Europees Parlement aan de Commissie betreffende de onderhandelingen over het trans-Atlantisch handels- en investeringspartnerschap (TTIP)(5),

–  gezien de VN-top inzake duurzame ontwikkeling en het op 25 september 2015 door de Algemene Vergadering goedgekeurde slotdocument getiteld "Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development", en de 17 doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling (SDG's),

–  gezien de komende elfde ministeriële conferentie van de WTO, die van 10 tot en met 13 december 2017 in Buenos Aires, Argentinië, zal worden gehouden en waar e-handel waarschijnlijk aan de orde zal komen,

–  gezien de initiatieven van de Internationale Telecommunicatie-unie van de VN ter ondersteuning van ontwikkelingslanden (ITU-D),

–  gezien het Europees Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien artikel 8, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 16, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–  gezien de verslagen van de speciale rapporteur van de Verenigde Naties voor de bescherming van de vrijheid van meningsuiting inzake de vrijheid van meningsuiting en de particuliere sector in het digitale tijdperk (A/HRC/32/38) en de rol van telecomproviders (A/HRC/35/22),

–  gezien de EU-mensenrechtenrichtsnoeren inzake de vrijheid van meningsuiting online en offline, die op 12 mei 2014 door de Raad Buitenlandse Zaken zijn vastgesteld,

–  gezien het Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens (European Treaty Series nr. 108) en het aanvullende protocol daarbij,

–  gezien zijn resolutie van 26 mei 2016 over trans-Atlantische gegevensstromen(6),

–  gezien het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over de uitvoering van de strategie voor handelsbeleid Handel voor iedereen – Zorgen voor een vooruitstrevend handelsbeleid om de mondialisering in goede banen te leiden (COM(2017)0491),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie internationale handel en de adviezen van de Commissie industrie, onderzoek en energie, de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0384/2017),

A.  overwegende dat ondernemingen, met name startende ondernemingen, micro-ondernemingen en kmo's, dankzij technologische ontwikkelingen, toegang tot het open internet en de digitalisering van de economie, die een drijvende kracht zijn voor groei, nieuwe kansen kunnen creëren voor wat betreft het ontwikkelen, bestellen, produceren, in de handel brengen of leveren van producten en diensten, en sneller en goedkoper dan ooit tevoren overal ter wereld klanten kunnen bereiken; overwegende dat opkomende technologieën, zoals de "distributed ledger"-technologie, het potentieel hebben om digitale handel te bevorderen door de transparantie van internationale contracten te vergroten en de waardeoverdracht te versnellen; overwegende dat de handel in fysieke goederen is vervangen door een toenemende mate van grensoverschrijdende overdracht van digitale inhoud, waarbij het onderscheid tussen goederen en diensten soms vervaagt;

B.  overwegende dat gegevensverzameling, gegevensaggregatie en de mogelijkheid van grensoverschrijdende overdracht van gegevens een belangrijke motor kunnen zijn voor innovatie, productiviteit en het economisch concurrentievermogen;

C.  overwegende dat de globalisering en digitalisering van onze economieën en van de internationale handel ondernemingen in staat hebben gesteld zich te ontwikkelen en burgers economische mogelijkheden hebben geboden; overwegende dat de digitalisering van traditionele industrieën invloed heeft op toeleveringsketens, productieprocessen en dienstmodellen, hetgeen niet alleen zou kunnen leiden tot werkgelegenheid in nieuwe industrieën, maar ook zou kunnen resulteren in verstoring van de huidige arbeidsmarkt en precaire arbeidsomstandigheden, aangezien steeds meer van oudsher door mensen uitgevoerde taken worden geautomatiseerd dan wel gedelokaliseerd of beide; benadrukt in dit verband dat er de nodige begeleidende sociale maatregelen moeten worden getroffen, zoals krachtig onderwijs- en opleidingsbeleid, actief arbeidsmarktbeleid en maatregelen om de digitale kloof te overbruggen, opdat zij de gehele samenleving ten goede komen;

D.  overwegende dat voor een digitale economie een op regels gebaseerd kader nodig is, met inbegrip van moderne handelsvoorschriften die de snelle marktontwikkelingen en de consumentenrechten met elkaar in overeenstemming kunnen brengen en voorzien in de beleidsruimte voor nieuwe regelgevingsinitiatieven die regeringen nodig hebben om de bescherming van de mensenrechten te handhaven en te versterken;

E.  overwegende dat toegang tot een vrij, open en veilig internet een voorwaarde is voor op regels gebaseerde handel en vooruitgang op het gebied van de digitale economie; overwegende dat het beginsel van netneutraliteit een essentieel onderdeel van de digitale handelsstrategie van de EU moet vormen om eerlijke mededinging en innovatie op het gebied van de digitale economie mogelijk te maken terwijl de vrijheid van meningsuiting online wordt gewaarborgd;

F.  overwegende dat investeringen in infrastructuur en toegang tot vaardigheden belangrijke uitdagingen blijven voor connectiviteit en bijgevolg ook voor de digitale handel;

G.  overwegende dat in de doelstellingen van de VN inzake duurzame ontwikkeling wordt benadrukt dat het met het oog op de bevordering van ontwikkeling van essentieel belang zal zijn om de bevolking van de minst ontwikkelde landen tegen 2020 te verzekeren van universele en betaalbare toegang tot het internet, aangezien de ontwikkeling van een digitale economie een stimulans zou kunnen zijn voor werkgelegenheid en groei, waarbij e-handel een van de mogelijkheden zou zijn om het aantal kleine exporteurs, de exportvolumes en de diversificatie van de export te vergroten;

H.  overwegende dat vrouwen als ondernemers en als werknemers van een betere toegang tot wereldmarkten en als consumenten van lagere prijzen kunnen profiteren, maar dat nog steeds tal van uitdagingen en ongelijkheden de deelname van vrouwen aan de wereldeconomie in de weg staan, aangezien veel vrouwen in lage- en middeninkomenslanden nog steeds geen toegang tot het internet hebben;

I.  overwegende dat de e-handel ook in ontwikkelingslanden een hoge vlucht neemt;

J.  overwegende dat er overal ter wereld regeringen zijn die zich inlaten met digitaal protectionisme door belemmeringen op te werpen die de toegang tot de markt en directe investeringen verhinderen of oneerlijke voordelen creëren voor ondernemingen uit eigen land; overwegende dat een aantal brede maatregelen die in derde landen zijn getroffen in het kader van de nationale (cyber)veiligheid, een steeds grotere negatieve impact hebben op de handel in ICT-producten;

K.  overwegende dat buitenlandse bedrijven momenteel van een veel uitgebreidere toegang tot de Europese markt profiteren dan Europeanen in derde landen; overwegende dat veel van onze handelspartners in toenemende mate hun binnenlandse markt sluiten en terugvallen op digitaal protectionisme; overwegende dat de EU haar digitale handelsstrategie moet stoelen op de beginselen van wederkerigheid, eerlijke mededinging, slimme regelgeving en transparantie, teneinde het vertrouwen van de consumenten te herstellen en opnieuw een gelijk speelveld voor bedrijven te scheppen;

L.  overwegende dat geoblocking moet worden afgeschaft en er in de toekomst geen sprake mag zijn van vormen van ongerechtvaardigde discriminatie op grond van de nationaliteit, verblijfplaats of vestigingsplaats van een consument binnen de interne markt;

M.  overwegende dat de bouwstenen die het open internet binnen de digitale interne markt van de EU in stand houden, met inbegrip van beginselen zoals eerlijke mededinging, netneutraliteit en vrijwaring van aansprakelijkheid van tussenpersonen, in alle handelsbesprekingen moeten worden bevorderd; overwegende dat de WTO vanwege de internationale dimensie van digitale handel het aangewezen forum is voor de onderhandeling over een op regels gebaseerd multilateraal kader; overwegende dat de 11e ministeriële conferentie van de WTO in december 2017 voorziet in het platform voor de introductie van een dergelijk proces;

N.  overwegende dat de Europese Unie gebonden is aan het Handvest van de grondrechten van de EU, met inbegrip van artikel 8 betreffende het recht op de bescherming van persoonsgegevens, aan artikel 16 VWEU betreffende hetzelfde grondrecht, en aan artikel 2 VEU; overwegende dat het recht op privacy een universeel mensenrecht is; overwegende dat strenge normen op het gebied van gegevensbescherming het vertrouwen van Europese burgers in de digitale economie helpen vergroten en zodoende bijdragen aan de ontwikkeling van de digitale handel; overwegende dat strenge normen op het gebied van gegevensbescherming, met name met betrekking tot gevoelige gegevens, in het digitale tijdperk hand in hand moeten gaan met de bevordering van de internationale handel, teneinde e-handel, encryptie en de vrijheid van meningsuiting en informatie te ondersteunen en digitaal protectionisme, grootschalige controle, cyberspionage en onlinecensuur te verwerpen;

O.  overwegende dat de digitale handel bedreigde wilde planten- en diersoorten moet beschermen en dat onlinemarkten de verkoop van wilde planten en dieren en producten op basis van wilde planten en dieren op hun platforms moeten verbieden;

P.  overwegende dat particuliere ondernemingen binnen de digitale economie steeds meer de normen bepalen, wat op zowel burgers en consumenten als de interne en internationale handel een direct effect zal hebben en tegelijkertijd de ontwikkeling van technologische oplossingen ter bescherming van zakelijke activiteiten en klanten versnelt;

Q.   overwegende dat in de aanbevelingen van de OESO tegen grondslaguitholling en winstverschuiving en de plannen van de EU voor een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting is benadrukt dat verschillende uitdagingen op het gebied van belastingen moeten worden aangepakt, waaronder de door de digitale economie gestelde uitdagingen; overwegende dat belasting daar moet worden betaald waar ook de winst wordt gemaakt; overwegende dat een transparanter, efficiënter en eerlijker systeem voor de berekening van de heffingsgrondslag van grensoverschrijdende bedrijven winstverschuiving en belastingontwijking moet voorkomen; overwegende dat er een coherente EU-benadering inzake de heffing van belasting binnen de digitale economie nodig is om een gelijk speelveld te creëren en ervoor te zorgen dat op een eerlijke en effectieve wijze belastingen worden opgelegd aan ondernemingen; herinnert eraan dat handelsovereenkomsten een clausule van goed bestuur op fiscaal gebied moeten bevatten waarin de verbintenis van de partijen ten aanzien van de uitvoering van overeengekomen internationale normen in de strijd tegen belastingontduiking en -ontwijking nogmaals wordt bevestigd;

R.  overwegende dat volgens de OESO maar liefst 5% van de in de EU ingevoerde goederen is nagemaakt, met een aanzienlijk verlies aan arbeidsplaatsen en belastinginkomsten als gevolg;

S.  overwegende dat over gevoelige sectoren zoals audiovisuele diensten en over grondrechten zoals de bescherming van persoonsgegevens geen handelsbesprekingen zouden mogen plaatsvinden;

T.  overwegende dat de digitale handel ook de bevordering van de groei van kmo's en startende ondernemingen zou moeten nastreven, niet alleen die van multinationals;

U.  overwegende dat Mexico aan de voorwaarden voor toetreding tot Verdrag 108 van de Raad van Europa betreffende de bescherming van persoonsgegevens voldoet;

V.  overwegende dat bij de sluiting van handelsovereenkomsten niet over de bescherming van persoonsgegevens mag worden onderhandeld en dat gegevensbescherming altijd is uitgesloten van EU-mandaten voor handelsbesprekingen;

W.  overwegende dat handelsovereenkomsten een hefboom kunnen zijn voor de verbetering van digitale rechten; overwegende dat het opnemen van bepalingen inzake netneutraliteit en een verbod op gedwongen ongerechtvaardigde gegevenslokaliseringsvereisten, gegevensbeveiliging, beveiliging van gegevensverwerking en -opslag, versleuteling en aansprakelijkheid van tussenpersonen in handelsovereenkomsten in het bijzonder de bescherming van de vrijheid van meningsuiting kan verbeteren;

1.  onderstreept dat de EU, als gemeenschap van waarden en 's werelds grootste exporteur van diensten, de normen zou moeten bepalen van internationale regelingen en overeenkomsten inzake digitale handelsstromen, en wel op basis van drie elementen: (1) de markttoegang van digitale goederen en diensten in derde landen waarborgen, (2) ervoor zorgen dat handelsregelingen concrete voordelen opleveren voor de consument en (3) de eerbiediging van de grondrechten waarborgen en bevorderen;

2.  benadrukt dat de digitale kloof moet worden overbrugd om mogelijke negatieve gevolgen op sociaal en ontwikkelingsvlak tot een minimum te beperken; onderstreept in dit opzicht hoe belangrijk het is om de participatie van vrouwen aan STEM (wetenschap, technologie, engineering en wiskunde) te bevorderen, barrières voor levenslang leren weg te nemen en de verschillen tussen mannen en vrouwen wat betreft de toegang tot en het gebruik van nieuwe technologieën te verkleinen; roept de Commissie op verder te onderzoeken hoe het huidige handelsbeleid en de gelijkheid van mannen en vrouwen met elkaar samenhangen en hoe handel de economische positie van vrouwen kan bevorderen;

3.  merkt op dat het netwerkeffect van de digitale economie het mogelijk maakt dat één onderneming of een klein aantal ondernemingen een aanzienlijk marktaandeel in handen heeft en stelt dat dit buitensporige marktconcentratie tot gevolg zou kunnen hebben; benadrukt hoe belangrijk het is om in handelsovereenkomsten eerlijke en effectieve mededinging te bevorderen, met name tussen digitale dienstverleners zoals onlineplatforms en gebruikers zoals micro-ondernemingen, kmo's en startende ondernemingen, en om de keuze van de consument te bevorderen, niet-discriminerende behandeling van alle marktdeelnemers te waarborgen en het ontstaan van machtsposities die de markten ontwrichten, te vermijden; benadrukt in dit verband hoe belangrijk het is dat netneutraliteit een essentieel onderdeel wordt van zijn digitale handelsstrategie; is van mening dat een digitale handelsstrategie moet worden aangevuld met een versterkt en effectief internationaal kader voor mededingingsbeleid, met inbegrip van een nauwere samenwerking tussen mededingingsautoriteiten en hoofdstukken over sterke concurrentie in handelsovereenkomsten; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat bedrijven en ondernemingen aan de mededingingsregels voldoen en dat van discriminatie van concurrenten ten koste van de belangen van consumenten geen sprake is;

4.  benadrukt dat toegang tot een veilige breedbandinternetverbinding en digitale betaalmethodes, doeltreffende consumentenbescherming (in het bijzonder verhaalmechanismen voor grensoverschrijdende onlineverkoop) en voorspelbare douaneregelingen noodzakelijk zijn om digitale handel, duurzame ontwikkeling en inclusieve groei mogelijk te maken;

5.  is van mening dat handelsovereenkomsten de samenwerking tussen agentschappen voor consumentenbescherming moeten bevorderen en is ingenomen met initiatieven ter bevordering van maatregelen om het consumentenvertrouwen in handelsbesprekingen te vergroten, zoals regelingen inzake elektronische handtekeningen en contracten en inzake ongewenste communicatie; benadrukt dat de rechten van consumenten moeten worden beschermd en in geen geval mogen worden ondermijnd;

6.  onderstreept dat kmo's in ontwikkelingslanden het merendeel van de bedrijven uitmaken en de meeste werknemers in de industrie- en dienstensector in dienst hebben; brengt in herinnering dat de bevordering van grensoverschrijdende e-handel rechtstreeks van invloed kan zijn op het verbeteren van de levensomstandigheden, het bevorderen van een hogere levensstandaard en het stimuleren van de economische ontwikkeling;

7.  verlangt dat niets in handelsovereenkomsten de EU en haar lidstaten ervan weerhoudt hun regels inzake gegevensbescherming te handhaven, te verbeteren en toe te passen; herinnert eraan dat, wanneer aan de thans en in de toekomst in hoofdstuk IV van de huidige richtlijn gegevensbescherming vastgelegde eisen en de in hoofdstuk V van de komende verordening gegevensbescherming vastgelegde eisen wordt voldaan, persoonsgegevens naar derde landen kunnen worden overgedragen zonder gebruik te maken van algemene regelingen in handelsovereenkomsten; erkent dat adequaatheidsbesluiten, waaronder gedeeltelijke en sectorspecifieke adequaatheidsbesluiten, fundamentele mechanismen zijn voor het waarborgen van een veilige overdracht van persoonsgegevens van de EU naar een derde land; merkt op dat de EU alleen adequaatheidsbesluiten heeft vastgesteld ten aanzien van vier van haar twintig grootste handelspartners; onderstreept het belang van het waarborgen, in het bijzonder door middel van adequaatheidsdialogen, van de overdracht van gegevens van derde landen naar de EU;

8.  verzoekt de Commissie prioriteit te geven aan en vaart te zetten achter de vaststelling van adequaatheidsbesluiten, mits derde landen, uit hoofde van hun nationale wetgeving of hun internationale verbintenissen, voor een beschermingsniveau zorgen dat "wezenlijk gelijkwaardig" is aan het in de EU gegarandeerde niveau; roept de Commissie op actuele en gedetailleerde bindende procedures vast te stellen en openbaar te maken, en een specifieke termijn te stellen om tot deze besluiten te komen, een en ander met volledige inachtneming van de bevoegdheden van nationale toezichthoudende autoriteiten en het advies van het Parlement;

9.  herinnert eraan dat het voor elk type bedrijf dat op internationaal niveau producten en diensten levert, steeds belangrijker wordt om over grenzen heen gegevens te kunnen verkrijgen, verzamelen, verwerken en doorgeven; merkt op dat dit geldt voor zowel persoonsgegevens als niet-persoonsgebonden gegevens en ook communicatie van machine naar machine omvat;

10.  dringt er bij de Commissie op aan zo spoedig mogelijk regels voor grensoverschrijdende gegevensoverdracht op te stellen die volledig in overeenstemming zijn met de huidige en toekomstige Europese regelgeving op het gebied van gegevensbescherming en privacy; vraagt de Commissie voorts om in EU-handelsovereenkomsten een horizontale bepaling op te nemen waardoor een partij ten volle het recht behoudt om persoonsgegevens en de privacy te beschermen, met als enige voorwaarde dat dit recht niet ten onrechte wordt gebruikt om regels voor grensoverschrijdende gegevensoverdracht te omzeilen om andere redenen dan de bescherming van persoonsgegevens; is van mening dat dergelijke regels en bepalingen deel moeten uitmaken van alle nieuwe en onlangs gestarte handelsbesprekingen met derde landen; wijst erop dat regelingen in dit opzicht moeten worden vrijgesteld van het toepassingsgebied van toekomstige hoofdstukken over de bescherming van investeringen;

11.  verzoekt de Commissie om ongerechtvaardigde gegevenslokalisatievereisten in vrijhandelsovereenkomsten strikt te verbieden; meent dat de afschaffing van dergelijke vereisten een topprioriteit moet zijn en benadrukt dat de toepasselijke wetgeving inzake gegevensbescherming in acht moet worden genomen; betreurt alle pogingen om dergelijke vereisten in te zetten als een soort non-tarifaire handelsbelemmering en een vorm van digitaal protectionisme; is van mening dat dergelijk protectionisme een ernstige belemmering vormt voor de kansen van Europese bedrijven op de markten van derde landen en de efficiëntievoordelen van de digitale handel ondermijnt;

12.  verzoekt de Commissie haar standpunt inzake grensoverschrijdende gegevensoverdracht, ongerechtvaardigde gegevenslokalisatievereisten en waarborgen voor gegevensbescherming in handelsbesprekingen zo spoedig mogelijk kenbaar te maken, overeenkomstig het standpunt van het Parlement, zodat het in alle nieuwe en onlangs gestarte onderhandelingen kan worden opgenomen en tegelijkertijd wordt voorkomen dat de EU in internationale handelsbesprekingen buiten spel wordt gezet;

13.  verzoekt de Commissie om maatregelen van derde landen – zoals beleid ter bevordering van lokale aankopen, vereisten met betrekking tot lokale inhoud en gedwongen technologieoverdracht – te bestrijden, voor zover zij niet zijn gerechtvaardigd op grond van door de VN geleide programma's voor het dichten van de digitale kloof of aan TRIPS gerelateerde uitzonderingen, om zodoende te waarborgen dat Europese bedrijven in een eerlijke, voorspelbare omgeving kunnen opereren;

14.  benadrukt dat de EU haar inspanningen op bilateraal, plurilateraal en multilateraal niveau moet voortzetten om te waarborgen dat derde landen een vergelijkbare mate van openheid voor buitenlandse investeringen bieden als de EU en een gelijk speelveld behouden voor marktdeelnemers uit de EU; is verheugd over het voorstel van de EU voor een verordening tot vaststelling van een kader voor beoordeling van directe buitenlandse investeringen in de Unie en steunt de doelstellingen voor een betere bescherming van kritieke infrastructuur en technologieën;

15.  onderstreept dat een digitale handelsstrategie volledig in overeenstemming moet zijn met het beginsel van netneutraliteit en de gelijke behandeling van het internetverkeer moet waarborgen, zonder discriminatie, beperkingen of inmenging en ongeacht zender, ontvanger, soort, inhoud, voorziening, dienst of toepassing; herinnert eraan dat maatregelen inzake verkeersbeheer alleen in uitzonderlijke gevallen mogen worden toegestaan wanneer zij absoluut noodzakelijk zijn, en niet langer dan noodzakelijk, teneinde aan juridische eisen te voldoen, de integriteit en veiligheid van het netwerk te behouden en dreigende netwerkcongestie te voorkomen;

16.  betreurt ten zeerste de praktijken van derde landen die markttoegang afhankelijk maken van het aan staatsautoriteiten bekendmaken en overdragen van broncodes van de software die bedrijven willen verkopen; is van mening dat dergelijke maatregelen onevenredig zijn als algemene eis voor markttoegang; verzoekt de Commissie om regeringen die vrijhandelsovereenkomsten ondertekenen te verbieden zich in te laten met dit soort praktijken; wijst erop dat het voorgaande staatsautoriteiten er niet van mag weerhouden transparantie van software te bevorderen, de openbaarmaking van broncodes middels kosteloze en vrij toegankelijke software te stimuleren en gegevens te delen middels licenties voor open gegevens;

17.  herinnert eraan dat in sommige gevallen vereisten inzake lokale aanwezigheid nodig zijn om effectief bedrijfseconomisch toezicht of toezicht en handhaving inzake regelgeving te waarborgen; herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om daarom beperkte verbintenissen aan te gaan in modus 1, teneinde regelgevingsarbitrage te vermijden;

18.  merkt op dat vereisten inzake overdracht van op ontwikkelingen gerichte technologie niet door regelingen over digitale handel mogen worden uitgesloten;

19.  wenst dat de Commissie autoriteiten van derde landen verbiedt om bedrijven, als voorwaarde voor de productie, verkoop of distributie van producten, te verplichten gegevens met betrekking tot de (cryptografische) technologie die zij in hun producten gebruiken openbaar te maken of over te dragen;

20.  merkt op dat de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten en investeringen in onderzoek en ontwikkeling een eerste vereiste zijn voor de kenniseconomie van de EU, en dat internationale samenwerking van essentieel belang is om de handel in namaakgoederen in de gehele waardeketen te bestrijden; moedigt de Commissie daarom aan te streven naar de wereldwijde tenuitvoerlegging van internationale normen, zoals de TRIPS-overeenkomst van de WTO en de WIPO-internetverdragen; herinnert eraan dat juridische bescherming, zowel online als offline, in de hele EU is vereist voor nieuwe creaties, aangezien dit investeringen zal stimuleren en tot verdere innovaties zal leiden; benadrukt evenwel dat handelsovereenkomsten niet het aangewezen middel zijn om het beschermingsniveau van houders van rechten uit te breiden door te voorzien in ruimere handhavingsbevoegdheden inzake auteursrecht; benadrukt dat de toegang tot medicijnen in derde landen niet mag worden belemmerd op grond van de bescherming van intellectuele eigendom; benadrukt dat de handel in namaakgoederen een duidelijk andere aanpak vergt van inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten in de digitale economie;

21.  dringt er bij de Commissie op aan het gTLD-programma van ICANN, dat domeinnamen naar duizenden generieke namen uitbreidt, nauwlettend in de gaten te houden en overeenkomstig haar verbintenis inzake een vrij en open internet de bescherming van rechthebbenden te waarborgen, met name met betrekking tot geografische aanduidingen;

22.  verzoekt de Commissie handelsovereenkomsten te gebruiken om partijen te beletten buitenlandse aandelenplafonds op te leggen en om concurrentiebevorderende regelgeving voor algemene toegang tot netwerken van gevestigde aanbieders vast te stellen, transparante en niet-discriminerende regels en vergoedingen voor licentieverlening te verstrekken en de toegang tot aansluitingsinfrastructuren in exportmarkten voor EU-telecomaanbieders daadwerkelijk veilig te stellen; herinnert eraan dat op regels gebaseerde mededinging in de telecommunicatiesector tot kwaliteitsvollere diensten en lagere prijzen leidt;

23.  dringt erop aan dat de Commissie inspanningen blijft leveren om een reeks bindende multilaterale regels inzake e-handel in de WTO op te stellen en zich blijft richten op concrete en realistische resultaten;

24.  wenst dat de Commissie, conform de door het Parlement aangenomen aanbevelingen, met spoed de TiSA-onderhandelingen hervat; deelt de mening dat de EU de kans om het voortouw te nemen bij de vaststelling van moderne internationale digitale normen, moet aangrijpen;

25.  herinnert eraan dat de leden van de WTO sinds 1998 een moratorium handhaven op de tarieven voor elektronische overdrachten; benadrukt dat dergelijke tarieven voor zowel bedrijven als consumenten tot onnodige extra kosten zouden leiden; verzoekt de Commissie het moratorium om te zetten in een permanente overeenkomst om tarieven voor elektronische overdrachten te verbieden na zorgvuldige analyse van de gevolgen op het gebied van 3D-printing;

26.  verzoekt de Commissie om handelsovereenkomsten in te zetten voor het bevorderen van de interoperabiliteit van ICT-normen die zowel consumenten als producenten ten goede komen, met name in het kader van een veilig internet der dingen, 5G en cyberveiligheid, zonder echter de legitieme forums voor governance van diverse belanghebbenden te omzeilen die zeer nuttig zijn geweest voor het open internet;

27.   meent dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan de toenemende aantallen consumenten en particulieren die artikelen kopen en verkopen via internet en verwikkeld zijn geraakt in omslachtige douaneprocedures in verband met goederen die via internet zijn aangeschaft; brengt in herinnering dat er een vereenvoudigde, belastingvrije en douanerechtenvrije douanebehandeling van online verkochte en ongebruikte geretourneerde artikelen moet worden ingevoerd; herinnert eraan dat de handelsfacilitatieovereenkomst van de WTO erop gericht is om douaneprocedures te versnellen en om de verantwoordingsplicht en transparantie ervan te bevorderen; wijst op de noodzaak douane-informatie en -beheer te digitaliseren via onlineregistratie en -informatiegebruik, hetgeen inklaring aan de grens, samenwerking op het gebied van fraudeopsporing, corruptiebestrijdingsmaatregelen en transparantie van prijzen op douanegebied moet bevorderen; is van mening dat een breder gebruik van instrumenten zoals onlinegeschillenbeslechting nuttig zou zijn voor consumenten;

28.  roept de Commissie op ondertekenaars van handelsovereenkomsten aan te moedigen in het hoofdstuk over telecommunicatie van vrijhandelsovereenkomsten bepalingen op te nemen om de kosten voor zowel internationale roaming als voor internationaal bellen en sms'en transparant, billijk, redelijk en consumentgericht te maken; verzoekt de Commissie om beleid te ondersteunen dat kostprijs-georiënteerde retailprijzen voor roamingdiensten bevordert met het oog op prijsverlaging, dat transparantie bevordert en dat handelspraktijken voorkomt die oneerlijk zijn of negatieve gevolgen hebben voor de consument;

29.  erkent dat de beginselen van de richtlijn inzake elektronische handel (Richtlijn 2000/31/EG) vanwege het creëren van gunstige voorwaarden voor innovaties en het waarborgen van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van ondernemerschap van essentieel belang zijn geweest voor de ontwikkeling van de digitale economie; herinnert eraan dat de Commissie bij haar handelsbesprekingen gebonden is aan het EU-acquis;

30.  wenst dat de Commissie digitale technologieën en diensten nog meer tot een algemeen onderdeel van het EU-ontwikkelingsbeleid maakt, zoals onder meer uiteengezet in de Digital4Development-agenda; verzoekt de Commissie handelsovereenkomsten in te zetten voor de verbetering en bevordering van digitale rechten; erkent dat wereldwijd slechts 53,6% van alle huishoudens toegang tot het internet heeft; betreurt dat er nog altijd een aanzienlijke digitale kloof bestaat; roept de Commissie op deze kloof te dichten door het aantal investeringen in digitale infrastructuur op het zuidelijk halfrond te verhogen, onder meer door publiek-private partnerschappen te bevorderen, evenwel met inachtneming van de beginselen inzake de doeltreffendheid van ontwikkelingssamenwerking; wijst in dit verband op de bijdrage van de ITU-D van de VN aan het creëren, ontwikkelen en verbeteren van telecommunicatie en ICT-apparatuur en -netwerken; roept de Commissie op ervoor te zorgen dat investeringen in breedbandinfrastructuur in ontwikkelingslanden een integrale bijdrage leveren aan en afhankelijk worden gesteld van vrij, open en veilig internet en wenst dat de Commissie passende oplossingen ontwikkelt om mobiele internettoegang te bevorderen; wijst erop dat, om digitaal met multinationale ondernemingen te kunnen interageren en toegang te krijgen tot wereldwijde waardeketens, dergelijke investeringen van bijzonder belang zijn voor lokale micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, met name in ontwikkelingslanden; herinnert eraan dat de bevordering van grensoverschrijdende e-handel rechtstreeks van invloed kan zijn op het verbeteren van de levensomstandigheden, het bevorderen van een hogere levensstandaard en het stimuleren van de economische ontwikkeling; brengt in herinnering dat dergelijke inspanningen kunnen bijdragen tot de bevordering van gendergelijkheid, aangezien een groot aantal van deze ondernemingen in eigendom is van en beheerd wordt door vrouwen; benadrukt dat de digitale handel ook voor overheidsdiensten een hulpmiddel kan zijn en zo kan bijdragen aan de ontwikkeling van de elektronische overheid;

31.  benadrukt dat digitale handelsstrategieën volledig in overeenstemming moeten zijn met het beginsel van beleidscoherentie voor ontwikkeling en met name startende ondernemingen en micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in staat moeten stellen deel te nemen aan grensoverschrijdende e-handel, verwijzend naar de bijdrage die dit zou leveren aan de gelijkheid van mannen en vrouwen;

32.  is van mening dat digitale kwesties ook nadrukkelijker aanwezig moeten zijn in het EU-beleid betreffende hulp voor handel om de groei van de e-handel te bevorderen middels versterking van de steun voor innovatie en infrastructuur en de toegang tot financiering, met name via microfinancieringsinitiatieven en bijstand voor het vergroten van de onlinezichtbaarheid van e-commercebedrijven in ontwikkelingslanden, het vergemakkelijken van toegang tot platforms en het bevorderen van de beschikbaarheid van elektronische betalingsoplossingen en de toegang tot kostenefficiënte logistieke en leveringsdiensten;

33.  wijst erop dat digitale handelsstrategieën, inclusief de begeleidende maatregelen, volledig in overeenstemming moeten zijn met en moeten bijdragen tot de verwezenlijking van de agenda voor duurzame ontwikkeling voor 2030; merkt op dat SDG 4 (inzake kwaliteitsvol onderwijs voor gratis, onpartijdig en kwaliteitsvol basis- en voortgezet onderwijs voor alle meisjes en jongens), SDG 5 (inzake het verwezenlijken van gendergelijkheid en het versterken van de positie van alle vrouwen en meisjes), SDG 8.10. (inzake het bevorderen van inclusieve en duurzame economische groei, met name middels versterkte capaciteit van binnenlandse financiële instellingen en toegang tot financiële diensten), SDG 9.1. (inzake het ontwikkelen van betrouwbare en veerkrachtige infrastructuur gericht op gelijke toegang voor iedereen) en SDG 9.3. (inzake het vergroten van de toegang van kleine ondernemingen, met name in ontwikkelingslanden, tot financiële diensten, met inbegrip van betaalbaar krediet, en de integratie ervan in waardeketens en markten) bijzonder relevant zijn in dit opzicht;

34.  verbindt zich ertoe zijn digitale handelsstrategie om de vijf jaar te actualiseren;

35.  onderstreept dat de aanleg van en de toegang tot infrastructuur, met name in landelijke gebieden, berggebieden en afgelegen gebieden, die qua dekking, kwaliteit en veiligheid adequaat zijn en netneutraliteit ondersteunen, cruciaal zijn voor de digitalisering van de Europese industrie en de uitbreiding van e-governance;

36.  schaart zich achter de mededeling van de Commissie van 19 april 2016 over normalisatieprioriteiten op ICT-gebied voor de digitale eengemaakte markt (COM(2016) 0176); benadrukt dat een duidelijkere reeks prioriteiten voor de normalisatie in de ICT-sector, gecombineerd met politieke steun op hoog niveau, het concurrentievermogen zal versterken, hoewel normalisatie in de ICT-sector ook in de toekomst hoofdzakelijk door de sector dient te worden aangestuurd, vrijwillig dient te zijn en gebaseerd dien te zijn op consensus en op de beginselen van transparantie, openheid, onpartijdigheid, consensus, doeltreffendheid, relevantie en samenhang; merkt op dat de instrumenten van het Europees normalisatiesysteem bij dit proces moeten worden ingezet en dat er een breed scala van belanghebbenden, zowel binnen de EU als op internationaal niveau, bij moet worden betrokken, met het doel betere normaliseringsprocessen te ontwikkelen, in overeenstemming met het gezamenlijke initiatief voor normalisatie; verzoekt de Commissie om de ontwikkeling van mondiale industrienormen voor essentiële 5G-technologie en netwerkarchitectuur onder leiding van de EU te stimuleren, in het bijzonder door belangrijke Europese en internationale normalisatie-instanties de resultaten van het publiek-private partnerschap inzake 5G (5G PPP) te laten benutten;

37.  neemt kennis van de inspanningen van de WTO om haar werkprogramma inzake e-handel verder te ontwikkelen; verzoekt de Commissie ernaar te streven meer producten en WTO-leden op te nemen in de informatietechnologieovereenkomst van de WTO en neemt kennis van de ministeriële conferentie van de WTO in Buenos Aires die gepland staat voor december 2017; wenst dat de Commissie, met het oog op het waarborgen van een gemeenschappelijk Europees standpunt, zo snel mogelijk overleg pleegt met Europese bedrijven en lidstaten over haar standpunt met betrekking tot e-handel en andere kwesties inzake digitale handel waarover op de conferentie overeenstemming moet worden bereikt;

38.  is van mening dat de digitale handel meer gestimuleerd moet worden in het openbare aanbestedingsbeleid, onder andere door gebruik te maken van de mogelijkheid om diensten op afstand te verlenen en door ervoor te zorgen dat de Europese ondernemingen, met name kmo's, eerlijke toegang hebben tot particuliere en overheidsopdrachten;

39.  benadrukt het belang van internationale normen inzake digitale apparatuur en diensten, in het bijzonder op het gebied van cyberbeveiliging; verzoekt de Commissie zich in te zetten voor de invoering van essentiële maatregelen voor cyberbeveiliging in producten van het internet der dingen en cloudgebaseerde diensten;

40.  benadrukt dat, hoewel middels de strategie voor de digitale interne markt tal van problemen waarmee de digitale handel te kampen heeft worden aangepakt, EU-bedrijven nog steeds aanlopen tegen ernstige mondiale belemmeringen, zoals niet-transparante regelgeving, overheidsbemoeienis en ongerechtvaardigde gegevenslokalisering en -opslag; wijst erop dat bepaalde belangrijke maatregelen in het kader van de strategie voor de digitale interne markt, waaronder het EU-cloudinitiatief en de hervorming van het auteursrecht, een internationale dimensie hebben die in een Europese strategie voor de digitale handel aan de orde kan worden gesteld;

41.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de EDEO.

(1)

PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1.

(2)

PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0299.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0041.

(5)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0252.

(6)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0233.


ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie (8.11.2017)

aan de Commissie internationale handel

inzake naar een digitale handelsstrategie

(2017/2065(INI))

Rapporteur voor advies: Reinhard Bütikofer

SUGGESTIES

De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

–  gezien Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (de richtlijn inzake elektronische handel)(1),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 28 september 2017 getiteld "De bestrijding van illegale online-inhoud: Naar een grotere verantwoordelijkheid voor onlineplatforms" (COM(2017)0555),

1.  merkt op dat de hogere snelheid en het toegenomen gebruiksgemak van digitale middelen de positie van bedrijven versterkt en hun bereik vergroot; benadrukt dat de EU strategieën moet ontwikkelen om haar burgers, ondernemingen en consumenten te laten profiteren van de voordelen van digitale technologie, de digitale kloof tussen gebieden en generaties te overbruggen, een eerlijke, transparante en duurzame markttoegang te waarborgen en de grondrechten van burgers, waaronder vrijheid van meningsuiting en gegevensbescherming, te beschermen;

2.  merkt op dat informatie- en communicatietechnologie (ICT) een inclusieve economie bevordert en een belangrijke motor voor innovatie, groei en banen kan vormen, hetgeen weer positieve overloopeffecten kan hebben op de gehele waardeketen en in alle sectoren en regio's, met inbegrip van consumenten en werknemers; verzoekt de Commissie dan ook om moderne handelsovereenkomsten na te streven waarin de essentie van de vooruitgang op het gebied van technologie en internet alsmede het potentieel hiervan voor welvaart worden erkend; verzoekt de Commissie in deze context een coherent verband aan te tonen tussen de strategie voor de digitale interne markt en een digitale handelsstrategie en om de voordelen voor de EU-burgers duidelijk te maken;

3.  neemt nota van de lopende onderhandelingen over de wetgevingsdossiers inzake de digitale interne markt en verzoekt de Commissie om voor samenhang tussen de nieuwe digitale interne markt van de EU en haar externe beleid te zorgen, teneinde naar een geïntegreerde aanpak van de handelsonderhandelingen te streven; wijst erop dat vrijhandelsovereenkomsten niet het enige samenwerkingsinstrument mogen zijn om digitale handel te bevorderen;

4.  onderstreept dat de aanleg van en de toegang tot infrastructuur, met name in landelijke gebieden, berggebieden en afgelegen gebieden, die qua dekking, kwaliteit en veiligheid adequaat is en netneutraliteit ondersteunt, cruciaal zijn voor de digitalisering van de Europese industrie en de uitbreiding van e-governance;

5.  merkt op dat er om de strategische connectiviteitsdoelstellingen van de EU voor 2025 te halen, het komende decennium naar schatting 500 miljard EUR moet worden geïnvesteerd in infrastructuur met een bijzonder hoge capaciteit; benadrukt dat het Europees Wetboek voor elektronische communicatie een belangrijke rol zal spelen in de totstandbrenging van een voorspelbaarder investeringsklimaat, in het bijzonder via regelgeving die is aangepast aan de risico's en uitdagingen waarmee de uitrol van grotendeels nieuwe netwerken gepaard gaat, met beloningen voor vroege instappers;

6.  onderstreept de noodzaak van vereenvoudiging en afstemming van de regels via een technologisch vooruitstrevend en transparant model voor e-governance met betrekking tot administratieve procedures; verzoekt de lidstaten om hun beleid, wetgeving en praktijken inzake e-governance snel verder te ontwikkelen;

7.  benadrukt het mondiale karakter van de beste ICT-normen en technische specificaties voor handelsinfrastructuur, zowel op lokaal als internationaal niveau; verzoekt daarom om nauwere samenwerking op het niveau van de G7 en de G20; onderstreept dat de onlineomgeving als toegang fungeert voor de toepassing van een reeks andere normen, onder meer inzake consumentenrechten, milieu, gezondheid en sociale en grondrechten;

8.  sluit zich aan bij de mededeling van de Commissie van 19 april 2016 over normalisatieprioriteiten op ICT-gebied voor de digitale eengemaakte markt (COM(2016) 0176); benadrukt dat, hoewel normalisatie in de ICT-sector ook in de toekomst hoofdzakelijk door de sector dient te worden aangestuurd, vrijwillig dient te zijn en op een consensus dient te zijn gebaseerd, uitgaand van de beginselen van transparantie, openheid, onpartijdigheid, consensus, doeltreffendheid, relevantie en samenhang, een duidelijkere reeks prioriteiten voor de normalisatie in de ICT-sector, gecombineerd met politieke steun op hoog niveau, het concurrentievermogen zal versterken; merkt op dat de instrumenten van het Europese normalisatiesysteem bij dit proces moeten worden gebruikt, en dat een breed scala van belanghebbenden, zowel binnen de EU als op internationaal niveau, hierbij moeten worden betrokken, met het doel betere normaliseringsprocessen te ontwikkelen, in overeenstemming met het gezamenlijke initiatief voor normalisatie; verzoekt de Commissie om de ontwikkeling van mondiale industrienormen voor essentiële 5G-technologie en netwerkarchitectuur onder leiding van de EU te stimuleren, in het bijzonder door de resultaten van het publiek-private partnerschap inzake 5G (5G PPP) te benutten in belangrijke Europese en internationale normalisatie-instanties;

9.  wijst erop dat digitale connectiviteit bevorderlijk is voor het handelsvolume, maar dat een doeltreffend bezorgsysteem voor onlinehandelaren een absolute vereiste is; onderstreept in dat verband dat de EU voorstander is van geharmoniseerde etiketten, die tot betere en efficiëntere grensoverschrijdende traceerdiensten kunnen leiden; is ingenomen met de open IT-normen die binnen het Europees Comité voor normalisatie (CEN) zijn ontwikkeld en stelt voor dat de Commissie dergelijke doeltreffende instrumenten bij haar internationale handelspartners promoot om de kosten van grensoverschrijdende bezorging te drukken, hetgeen uiteindelijk de eindgebruikers en de consumenten ten goede komt;

10.  merkt op dat consumenten die online winkelen nog steeds belemmeringen ondervinden wanneer zij aankopen doen bij handelaren in andere lidstaten, zoals betalingen die worden geweigerd of producten die niet kunnen worden geleverd in hun land;

11.  onderstreept dat voor de EU een grote rol is weggelegd in de wereldwijde ontwikkeling en bevordering van deze normen;

12.  onderstreept dat de EU op het gebied van digitale handel intensiever zou moeten samenwerken met haar handelspartners, die strenge normen hanteren door op multilateraal, plurilateraal en bilateraal niveau zowel tarifaire als niet-tarifaire belemmeringen aan te pakken via instrumenten als e-etikettering en wereldwijd erkende normen te bevorderen; waarschuwt voor het gebruik van handelsovereenkomsten als normaliseringsinstrument;

13.  onderstreept dat hoewel in de EU-handelsovereenkomsten steeds meer aandacht moet worden geschonken aan "belemmeringen achter de grenzen", naast tarifaire kwesties, deze overeenkomsten de primaire functie van regelgeving, namelijk het nastreven van het algemeen belang, moeten behouden en beperkt dienen te worden tot het bevorderen van de handel en van investeringen door onnodige technische handelsbelemmeringen te identificeren, evenals dubbele of overbodige administratieve belemmeringen die het mkb onevenredig zwaar belasten, en dat er tegelijkertijd voor moet worden gezorgd dat de technische procedures en normen inzake de bescherming van de gezondheid, de veiligheid, de consumenten, de arbeidsrechten, de sociale rechten en het milieu alsmede de culturele diversiteit niet in het gedrang komen; herinnert eraan dat de wederzijdse mechanismen gebaseerd moeten zijn op een verbeterde uitwisseling van informatie en een betere invoering van internationale technische normen en tot een verhoogde convergentie moeten leiden, waarbij in geen geval de democratisch gelegitimeerde besluitvormingsprocedures van de handelspartners mogen worden ondermijnd of vertraagd;

14.  benadrukt dat producten op de digitale markt duidelijk moeten zijn geëtiketteerd zodat burgers en bedrijven de oorsprong en veiligheid van deze goederen kunnen controleren;

15.  benadrukt de grote maatschappelijke effecten van digitale handel op werkgelegenheid, arbeidsomstandigheden, arbeidsrechten, scholing en vaardigheden; dringt erop aan dat handelsovereenkomsten eerlijke concurrentie waarborgen, verdere verplaatsing van ondernemingen voorkomen, de Europese normen niet verlagen, waarbij de rechten van werknemers en hun socialezekerheidsuitkeringen worden beschermd en digitale uitbuiting wordt voorkomen, en geen lagere normen uit partnerlanden hanteren als middel om sociale en kwaliteitsnormen te ontwijken;

16.  benadrukt dat in alle handelsovereenkomsten een eerlijke en soortgelijke behandeling van belanghebbenden moet worden opgenomen; is van mening dat Europese ondernemingen met het oog op wederkerigheid dezelfde rechten zouden moeten genieten als economische actoren uit partnerlanden, zodat de cyberbeveiliging van hun activiteiten en de vertrouwelijkheid van hun communicatieverkeer volledig kunnen worden gewaarborgd; onderstreept dat de nodige bescherming moet worden geboden om te voorkomen dat bepaalde eisen het vermogen van ondernemingen of burgers om de cyberveiligheid en de vertrouwelijkheid van hun communicatie te verzekeren, zouden aantasten;

17.  erkent dat de beginselen van de richtlijn inzake elektronische handel van essentieel belang zijn geweest voor de ontwikkeling van de digitale economie en het waarborgen van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van ondernemerschap; wijst erop dat voor onlinetussenpersonen geen algemene verplichting zou mogen gelden om toezicht te houden op de informatie die zij verzenden of opslaan, noch om actief te zoeken naar feiten of omstandigheden die op illegale activiteit duiden; is evenwel van mening dat zij hun medewerking zouden moeten verlenen om illegale inhoud snel op te sporen en te verwijderen en te voorkomen dat die inhoud opnieuw online wordt geplaatst en om de billijke vergoeding van auteurs en rechthebbenden te waarborgen, bijvoorbeeld door te voorzien in een bezwaarprocedure waarlangs gebruikers en rechthebbenden onrechtmatig gebruikte inhoud van derden kunnen melden of door het gebruik van filters te verbeteren, en te voorkomen dat legale inhoud ten onrechte wordt verwijderd door een mechanisme voor tegenmeldingen op te zetten;

18.  benadrukt dat handelsovereenkomsten het gebruik van geavanceerde technologieën, de interoperabiliteit van systemen, de voorspelbaarheid van contractuele betrekkingen evenals de suprematie van het recht moeten bevorderen; wijst erop dat de douane-informatie en het douanebeheer moeten worden gedigitaliseerd via onlineregistratie en -beheer van informatie, in overeenstemming met internationale normen, e-certificering en onlinebetaling van douanerechten; verzoekt de Commissie te overwegen om nieuwe samenwerkingsmechanismen tussen regelgevende instanties op te zetten om de samenwerking op het gebied van O&O, de uitwisseling van beste praktijken om innovatie te stimuleren en de opzet van nieuwe ecosystemen (zoals slimme steden) te ondersteunen en de hoogste normen op het gebied van consumentenbescherming en cyberbeveiliging te waarborgen;

19.  benadrukt het belang van compatibiliteit en interoperabiliteit van digitale en grensoverschrijdende betaalsystemen en duidelijke en bindende regels omtrent de afdracht van belastingen en heffingen; benadrukt dat belastingen moeten worden betaald in de lidstaat waar de winst wordt gegenereerd; vestigt in dit verband de aandacht op btw-fraude; verzoekt de Commissie om de vrijstelling voor kleine zendingen te herzien en doeltreffende btw-regelingen toe te passen;

20.  benadrukt dat digitale handel het best wordt gefaciliteerd door een open uitwisseling van gegevens, mits minimaal wordt voorzien in een basisbepaling in handelsovereenkomsten om ervoor te zorgen dat grensoverschrijdende gegevensdoorgiften in overeenstemming zijn met het huidige en het toekomstige EU-rechtskader voor gegevensbescherming, en in het bijzonder met adequaatheidsbesluiten, en mits in EU-handelsovereenkomsten een horizontale bepaling wordt opgenomen waardoor een partij bij de overeenkomst ten volle het recht behoudt om persoonsgegevens en privacy te beschermen, onder de duidelijke voorwaarde dat dit recht niet wordt gebruikt om gegevensstromen te beperken om andere redenen dan de bescherming van persoonsgegevens, en daarnaast een tweede bepaling wordt opgenomen ter voorkoming van ongerechtvaardigde gegevenslokaliseringsvereisten, daar gedwongen datalokalisering als protectionistisch instrument kan worden gebruikt en als zodanig een handelsbelemmering kan vormen die mkb-bedrijven in een nadelige positie plaatst; herhaalt dat de bescherming van persoonsgegevens een prioriteit is als het erom gaat het vertrouwen van de consument en de grondrechten te versterken;

21.  benadrukt dat telecommunicatieondernemingen overal ter wereld niet alleen hun eigen producten en diensten aanbieden, maar ook als katalysatoren gelden voor andere sectoren, doordat zij de connectiviteitsinfrastructuur leveren die essentieel is voor het functioneren en groeien in de digitale economie, in het bijzonder met het oog op vernieuwende ondernemingsmodellen, en dringt er in dat verband bij de Commissie op aan om in handelsovereenkomsten bepalingen te blijven opnemen die soortgelijke niveaus van toegang als in de EU verzekeren; is van mening dat handelspartners met concurrentiebevorderende telecommunicatienetwerken de handelskansen voor de EU zullen vergroten en zullen helpen om de digitale kloof tussen ontwikkelde en met minder ontwikkelde landen met een beperkte toegang tot het internet te overbruggen;

22.  verzoekt de Commissie om op regels gebaseerde concurrentie in de telecommunicatiesector te bevorderen, de onafhankelijkheid van regelgevende instanties te garanderen en voor eerlijke en niet-discriminerende toegang tot telecommunicatienetwerken te zorgen voor Europese ondernemingen, hetgeen de consument meer keuzemogelijkheden zal bieden; is groot voorstander van het beginsel van niet-discriminerende toegang tot internet en spoort de Commissie ertoe aan dit beginsel op multilateraal niveau en in vrijhandelsovereenkomsten actief te bevorderen;

23.  benadrukt dat de digitale handel in goederen wereldwijd wordt geconfronteerd met het probleem van namaak en dringt er bij de Commissie op aan initiatieven zoals een IT-keurmerk voor open systemen te bevorderen om het vertrouwen van de consumenten in e-handelaren te stimuleren en eerlijke mededingingsvoorwaarden te scheppen; moedigt het gebruik van instrumenten als het memorandum van overeenstemming over de internetverkoop van namaakgoederen (COM/2013/0209) aan.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

6.11.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

36

2

6

Bij de eindstemming aanwezige leden

Bendt Bendtsen, Jonathan Bullock, Reinhard Bütikofer, Angelo Ciocca, Jakop Dalunde, Pilar del Castillo Vera, Christian Ehler, Fredrick Federley, Adam Gierek, Theresa Griffin, Kaja Kallas, Barbara Kappel, Peter Kouroumbashev, Zdzisław Krasnodębski, Christelle Lechevalier, Janusz Lewandowski, Edouard Martin, Miroslav Poche, Carolina Punset, Paul Rübig, Massimiliano Salini, Sven Schulze, Claude Turmes, Vladimir Urutchev, Henna Virkkunen, Martina Werner, Lieve Wierinck, Anna Záborská, Flavio Zanonato, Carlos Zorrinho

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Eugen Freund, Françoise Grossetête, Benedek Jávor, Jude Kirton-Darling, Olle Ludvigsson, Vladimír Maňka, Răzvan Popa, Dennis Radtke, Sofia Sakorafa, Pavel Telička

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Inés Ayala Sender, Michael Gahler, György Hölvényi, Agnes Jongerius

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

36

+

ECR

Zdzisław Krasnodębski

ENF

Angelo Ciocca, Barbara Kappel

PPE

Bendt Bendtsen, Christian Ehler, Michael Gahler, Françoise Grossetête, György Hölvényi, Janusz Lewandowski, Dennis Radtke, Paul Rübig, Massimiliano Salini, Sven Schulze, Vladimir Urutchev, Henna Virkkunen, Anna Záborská, Pilar del Castillo Vera

S&D

Inés Ayala Sender, Eugen Freund, Adam Gierek, Theresa Griffin, Agnes Jongerius, Jude Kirton-Darling, Peter Kouroumbashev, Olle Ludvigsson, Edouard Martin, Vladimír Maňka, Miroslav Poche, Răzvan Popa, Martina Werner, Flavio Zanonato, Carlos Zorrinho

Verts/ALE

Reinhard Bütikofer, Jakop Dalunde, Benedek Jávor, Claude Turmes

2

-

EFDD

Jonathan Bullock

GUE/NGL

Sakorafa Sofia

6

0

ALDE

Fredrick Federley, Kaja Kallas, Carolina Punset, Pavel Telička, Lieve Wierinck

ENF

Christelle Lechevalier

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1.


ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (12.10.2017)

aan de Commissie internationale handel

Naar een digitale handelsstrategie

(2017/2065(INI))

Rapporteur voor advies: Daniel Dalton

SUGGESTIES

De Commissie interne markt en consumentenbescherming verzoekt de bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  spreekt nogmaals haar steun uit voor de strategie "Handel voor iedereen" van de Commissie; spoort de Commissie aan prioriteit te blijven toekennen aan de ontwikkeling van nieuwe methoden om de handel in digitale goederen en diensten mogelijk te maken en digitale non-tarifaire belemmeringen op te heffen; is van oordeel dat de EU een leidende rol moet spelen om kwesties inzake digitale handel op internationaal niveau onder de aandacht te brengen en is van mening dat alle opties voor vooruitgang op dit gebied verkend moeten worden;

2.  onderstreept dat de nieuwe uitdagingen die digitale handel met zich meebrengt, ook moeten terugkomen in het onderwijs en in de bevordering van digitale vaardigheden, met name in plattelandsgebieden en minder ontwikkelde economieën, en dat dit belangrijk is voor zowel consumenten als ondernemingen; benadrukt dat het van cruciaal belang is het concurrentievermogen van Europese ondernemingen op de wereldmarkt te versterken om het economisch potentieel van de EU ten volle te benutten;

3.  benadrukt dat de beoogde maatregelen met betrekking tot de strategie voor de digitale interne markt, waaronder het verbeteren van de stelsels voor consumentenbescherming, het afschaffen van geoblocking, het bevorderen van netneutraliteit en het verbeteren van cyberbeveiliging, zowel kunnen bijdragen aan het buitenlandse handelsbeleid van de EU en de versterking van de interne markt als aan de versterking van de onderhandelingspositie van de EU in dit verband wanneer handel wordt gedreven met derde landen; pleit er daarom in algemene zin voor de belemmeringen op de interne markt voor digitale handel op te sporen en weg te nemen;

4.  wijst in dit verband op het belang van markttoegang voor EU-telecommunicatiebedrijven;

5.  neemt kennis van de inspanningen van de WTO om haar werkprogramma inzake e-handel verder te ontwikkelen; verzoekt de Commissie te streven naar opname van meer producten en meer WTO-leden in de Overeenkomst inzake informatietechnologie van de WTO en neemt kennis van de Ministeriële Conferentie van de WTO in Buenos Aires die gepland staat voor december 2017; verzoekt de Commissie zo snel mogelijk overleg te plegen met Europese bedrijven en de lidstaten over haar standpunt met betrekking tot e-handel en andere kwesties inzake digitale handel waarover op de conferentie overeenstemming moet worden bereikt, om een gemeenschappelijk Europees standpunt te waarborgen;

6.  betreurt dat er in dit verband slechts traag vooruitgang wordt geboekt; verzoekt de Commissie ambitieus te zijn bij het afbakenen van de problemen die in het programma aan de orde moeten worden gesteld; meent dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan het toenemende aantal consumenten dat verwikkeld is in douaneprocedures en mogelijke overtredingen met betrekking tot goederen die op het internet zijn aangeschaft; is van mening dat een breder gebruik van instrumenten zoals onlinegeschillenbeslechting in dit verband nuttig zou zijn voor consumenten; is van mening dat er in het kader van handelsbesprekingen naar een hoger de‑minimisniveau moet worden gestreefd en dat dit tevens de regels voor internationale handel zou vereenvoudigen;

7.  is in dit verband van mening dat het regelgevingskader voor e-handel enerzijds moet waarborgen dat consumenten doeltreffend worden beschermd tegen inbreuken en voldoende worden geïnformeerd over de kenmerken van goederen wanneer zij deze aanschaffen op het internet, om het vertrouwen in digitale handel te vergroten, en anderzijds de administratieve lasten moet verminderen voor kmo's, start-ups, scale-ups en micro-ondernemingen, die het meeste te winnen hebben bij de gewaarborgde zichtbaarheid van onlinehandel en kunnen profiteren van verdere digitalisering en meer digitale handel;

8.  benadrukt dat doeltreffende instrumenten zoals veilige en betrouwbare internationale onlinebetaalsystemen en innovatieve regelingen voor geschillenbeslechting cruciaal zijn om onlinefraude terug te dringen, oneerlijke praktijken aan te pakken en de toegang tot informatie over consumentenrechten te verbeteren om de verhaalsmogelijkheden van consumenten te vergroten; verzoekt de Commissie gezien de toename van het internationale handelsverkeer dergelijke verbeteringen te bevorderen en na te streven;

9.  verzoekt de Commissie douane- en belastingovereenkomsten te onderzoeken om te waarborgen dat digitale handel geen schade ondervindt van regels die uitsluitend op fysieke goederen zijn gebaseerd, en om in voorkomend geval herziening na te streven;

10.  is van mening dat de digitale handel meer gestimuleerd moet worden in beleid inzake openbare aanbestedingen, onder andere door gebruik te maken van de mogelijkheid om diensten op afstand te verlenen en door ervoor te zorgen dat Europese ondernemingen, met name kmo's, eerlijke toegang hebben tot particuliere en overheidsopdrachten;

11.  benadrukt dat digitale handel het best gestimuleerd kan worden door middel van open uitwisseling van gegevens zonder geografische beperkingen; meent dat de afschaffing van lokalisatievereisten voor gegevens een topprioriteit moet zijn, maar benadrukt daarbij dat de toepasselijke wetgeving inzake gegevensbescherming in acht moet worden genomen; betreurt pogingen om dergelijke vereisten te gebruiken als een vorm van non-tarifaire handelsbelemmering en digitaal protectionisme; is van mening dat de eerste stap naar een wereldwijd verbod op datalokalisatievereisten een verbod moet zijn op de interne markt van de gehele Unie en in de vaststelling van het vrije verkeer van gegevens als "vijfde vrijheid" in Europa, en ondersteunt alle inspanningen van de Commissie in dit verband;

12.  verzoekt de Commissie om digitale handel en gegevensstromen in de toekomst in elk mandaat voor handelsbesprekingen op te nemen; vraagt de Commissie bovendien waar mogelijk in het kader van de lopende overeenkomsten te ijveren voor de toevoeging van bijlagen inzake digitale handel en gegevensstromen; verzoekt om de ontwikkeling van een internationale conventie inzake gegevensstromen, alsmede om bilaterale overeenkomsten inzake vrij verkeer van gegevens, en benadrukt daarbij dat bestaande vereisten met betrekking tot de bescherming van intellectuele eigendom moeten worden nageleefd en dat bij grensoverschrijdende doorgifte van persoonsgegevens de eerbiediging van het huidige en toekomstige EU-rechtskader moet worden gewaarborgd, met name door middel van adequaatheidsbesluiten;

13.  onderstreept dat bij open uitwisseling van gegevens de beginselen van bescherming van intellectuele eigendom geëerbiedigd moeten worden;

14.  stelt vast dat multilaterale internationale-handelsbesprekingen over digitale handel achterlopen op vergelijkbare debatten over de digitale interne markt; beveelt aan dat de Commissie ten minste op bilateraal niveau standpunten inneemt met betrekking tot de verwachte ontwikkelingen op het gebied van digitale handel, waaronder de adequate aanpassing van consumentenbescherming, de handel in producten waar de grenzen tussen goederen en diensten onduidelijk zijn (bv. 3D-printen) en goederen met essentiële digitale onderdelen (bv. communicerende voertuigen);

15.  is er voorstander van om het huidige WTO-moratorium op douanerechten op elektronische transmissies een permanent karakter te verlenen; verzoekt de lidstaten de Europese belangen te verdedigen tegen eventuele pogingen door derde landen om door middel van dergelijke douanerechten inkomsten te verwerven;

16.  onderstreept de waarde van de deeleconomie, zowel op de interne markt als tussen bedrijven in de EU en consumenten en bedrijven buiten de EU; is van mening dat de mondiale groei van dit type handel als positieve ontwikkeling voor de toekomst van de handel moet worden beschouwd;

17.  benadrukt het belang van internationale normen inzake digitale apparatuur en diensten, in het bijzonder op het gebied van cyberbeveiliging; verzoekt de Commissie zich in te zetten voor de invoering van elementaire maatregelen voor cyberbeveiliging in producten van het internet der dingen en cloudgebaseerde diensten.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

12.10.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

4

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

John Stuart Agnew, Dita Charanzová, Carlos Coelho, Sergio Gaetano Cofferati, Anna Maria Corazza Bildt, Dennis de Jong, Liisa Jaakonsaari, Philippe Juvin, Antonio López-Istúriz White, Marlene Mizzi, Nosheena Mobarik, Jiří Pospíšil, Christel Schaldemose, Olga Sehnalová, Jasenko Selimovic, Igor Šoltes, Catherine Stihler, Mylène Troszczynski, Anneleen Van Bossuyt, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Birgit Collin-Langen, Edward Czesak, Anna Hedh, Arndt Kohn, Roberta Metsola, Marc Tarabella

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Andrey Kovatchev

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

20

+

ALDE

Dita Charanzová, Jasenko Selimovic

ECR

Edward Czesak, Nosheena Mobarik, Anneleen Van Bossuyt

PPE

Carlos Coelho, Birgit Collin-Langen, Anna Maria Corazza Bildt, Antonio López-Istúriz White, Roberta Metsola, Jiří Pospíšil

S&D

Sergio Gaetano Cofferati, Anna Hedh, Liisa Jaakonsaari, Arndt Kohn, Marlene Mizzi, Christel Schaldemose, Olga Sehnalová, Catherine Stihler, Marc Tarabella

4

-

EFDD

John Stuart Agnew

ENF

Mylène Troszczynski

GUE/NGL

Dennis de Jong

Verts/ALE

Igor Šoltes

3

0

EFDD

Marco Zullo

PPE

Philippe Juvin, Andrey Kovatchev

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (24.10.2017)

aan de Commissie internationale handel

Naar een digitale handelsstrategie

(2017/2065(INI))

Rapporteur voor advies: Angelika Mlinar

SUGGESTIES

De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

–  gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming),

–  gezien het Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens (European Treaty Series nr. 108) en het aanvullende protocol daarbij,

–  gezien zijn resolutie van 26 mei 2016 over trans-Atlantische gegevensstromen(1),

–  gezien artikel 45 van Verordening (EU) 2016/679, waarin wordt bepaald dat een derde land een passend beschermingsniveau voor persoonsgegevens moet waarborgen op grond van zijn nationale wetgeving of de internationale verbintenissen die het is aangegaan, de rechtsstatelijkheid, de eerbiediging van de mensenrechten en het bestaan en het effectief functioneren van een of meer onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten,

–  gezien het arrest van het Europees Hof van Justitie in zaak C-362/14 (Schrems), waarin werd verduidelijkt dat een passend beschermingsniveau in een derde land moet worden geacht in grote lijnen overeen te komen met het niveau dat binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd op grond van Richtlijn 95/46/EG, gelezen in samenhang met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over de uitvoering van de strategie voor handelsbeleid Handel voor iedereen – Zorgen voor een vooruitstrevend handelsbeleid om de mondialisering in goede banen te leiden (COM(201)0491),

A.  overwegende dat de Europese Unie gebonden is aan het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met inbegrip van artikel 8 betreffende het recht op de bescherming van persoonsgegevens, en aan artikel 16 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) betreffende hetzelfde grondrecht, en aan artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU);

B.  overwegende dat over de bescherming van persoonsgegevens bij de sluiting van handelsovereenkomsten niet kan worden onderhandeld en dat gegevensbescherming altijd uitgesloten is van EU-mandaten voor handelsbesprekingen;

C.  overwegende dat het vrije verkeer van gegevens onlosmakelijk deel uitmaakt van de hedendaagse economie, het aanbieden van grensoverschrijdende diensten mogelijk maakt en daarmee vele tastbare voordelen oplevert voor de gebruiker, het mondiale bereik bevordert van het Europese bedrijfsleven, waaronder kleine en middelgrote ondernemingen, en de komende jaren alleen maar zal toenemen;

D.  overwegende dat "vrij verkeer" van gegevens binnen de EU en met derde landen al is toegestaan op grond van het EU-kader gegevensbescherming, mits de hierin vastgelegde bepalingen worden nageleefd, teneinde ervoor te zorgen dat het in de Unie gewaarborgde beschermingsniveau voor persoonsgegevens als gevolg van de doorgifte niet wordt uitgehold;

E.  overwegende dat de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) niet alleen de regels verduidelijkt voor het bepalen van het beschermingsniveau van derde landen (adequaatheidsbesluiten), maar ook een van de instrumenten codificeert die al gebruikt worden voor internationale overdrachten (bindende bedrijfsvoorschriften) en voorziet in twee aanvullende opties om de overdracht van persoonsgegevens te vereenvoudigen (certificeringen en gedragscodes);

F.  overwegende dat de bescherming van persoonsgegevens een grondrecht is en dat hoge normen op dit gebied bijdragen aan het scheppen van vertrouwen in de digitale economie en zodoende de ontwikkeling van digitale handel bevorderen; overwegende dat het bevorderen van een hoog gegevensbeschermingsniveau en het vergemakkelijken van internationale handel hand in hand moeten gaan in dit digitale tijdperk; overwegende dat de AVG derhalve niet als belemmering voor gegevensstromen mag worden beschouwd;

G.  overwegende dat handelsovereenkomsten een hefboom kunnen zijn voor de verbetering van digitale rechten; overwegende dat het opnemen van bepalingen inzake netneutraliteit, een verbod op gedwongen ongerechtvaardigde gegevenslokaliseringsvereisten, gegevensbeveiliging, beveiliging van gegevensverwerking en -opslag, versleuteling en aansprakelijkheid van tussenpersonen in handelsovereenkomsten in het bijzonder de bescherming van de vrijheid van meningsuiting kan verbeteren;

H.  overwegende dat het verzamelen, opslaan, verwerken en doorgeven van gegevens overeenkomstig het EU-acquis inzake gegevensbescherming en het digitaliseren van die gegevens zijn uitgegroeid tot een onlosmakelijk deel van de hedendaagse bedrijfsmodellen;

I.  overwegende dat de lidstaten moeten kunnen profiteren van de digitale handel en dat dit een nauwe samenwerking tussen de Commissie, de lidstaten en het bedrijfsleven van de EU vergt;

1.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat grensoverschrijdende gegevensoverdracht in overeenstemming is met het EU-acquis inzake gegevensbescherming en de EU-normen inzake grondrechten, met name op bilateraal niveau middels adequaatheidsbesluiten, en op internationaal niveau door in onze handelsovereenkomsten een horizontale bepaling op te nemen die het recht van een partij om persoonsgegevens en privacy te beschermen ten volle behoudt en ongerechtvaardigde gegevenslokaliseringsvereisten voorkomt, met als belangrijkste voorwaarde dat dit recht niet mag worden gebruikt om gegevensstromen te beperken om andere redenen dan de bescherming van persoonsgegevens; verzoekt de Commissie de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) en het toekomstige Europees Comité voor gegevensbescherming (EDPB) formeel om advies te vragen over dergelijke regels die reeds in voorbereiding zijn;

2.  bepleit het doelmatige gebruik van alle instrumenten waarin de AVG voorziet met als doel een solide juridisch kader te waarborgen, maar erkent tegelijkertijd dat de EU-regels inzake de overdracht van persoonsgegevens een verbod kunnen inhouden voor de verwerking van dergelijke gegevens in derde landen wanneer zij niet aan de EU-normen voldoen;

3.  onderstreept de noodzaak om alle vormen van digitaal protectionisme, waaronder ongerechtvaardigde gegevenslokaliseringsvereisten met andere doeleinden dan gegevensbescherming, met absolute voorrang aan te pakken, aangezien een dergelijk protectionisme in strijd is met de EU-regels op het gebied van gegevensbescherming en de efficiëntievoordelen van de digitale handel ondermijnt; benadrukt dat elke beperking van gegevensstromen gerechtvaardigd moet worden;

4.  verzoekt de Commissie om te fungeren als maatstaf voor het vaststellen van hoge normen betreffende de bescherming van gegevensstromen op internationaal niveau en om de aangewezen gegevensbeschermingsinstellingen en -organen van de EU te raadplegen, zowel voor als tijdens het onderhandelingsproces van internationale overeenkomsten of handelsovereenkomsten die mogelijkerwijs effect zullen hebben op de bescherming van gegevens; benadrukt in dit verband de verplichting van de Commissie uit hoofde van artikel 218, lid 10, VWEU, om het Parlement in iedere fase van de procedure onverwijld en ten volle te informeren;

5.  benadrukt dat het handelsbeleid reeds bijdraagt aan de bestrijding van corruptie, bijvoorbeeld door de transparantie van regels en aanbestedingsprocedures te verbeteren en door de douaneprocedures te vereenvoudigen; wijst erop dat de digitale handelsstrategie nog steeds kan worden gebruikt om corruptie te bestrijden en te zorgen voor de tenuitvoerlegging van internationale overeenkomsten en beginselen, eerlijke concurrentie op de eengemaakte markt, harmonisering van normen en consumentenbescherming en -veiligheid;

6.  benadrukt dat, hoewel met de strategie voor de digitale eengemaakte markt vele problemen waarmee de digitale handel te kampen heeft worden aangepakt, EU-bedrijven nog steeds aanlopen tegen ernstige mondiale belemmeringen, zoals niet-transparante regelgeving, overheidsbemoeienis en ongerechtvaardigde gegevenslokalisering en -opslag; wijst erop dat belangrijke maatregelen in het kader van de strategie voor de digitale eengemaakte markt, waaronder het EU-cloudinitiatief en de hervorming van het auteursrecht, een internationale dimensie hebben die in een Europese strategie voor de digitale handel kan worden aangepakt.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

19.10.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

52

3

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Asim Ahmedov Ademov, Jan Philipp Albrecht, Gerard Batten, Heinz K. Becker, Michał Boni, Caterina Chinnici, Daniel Dalton, Rachida Dati, Cornelia Ernst, Laura Ferrara, Raymond Finch, Ana Gomes, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Jussi Halla-aho, Monika Hohlmeier, Sophia in 't Veld, Eva Joly, Dietmar Köster, Barbara Kudrycka, Cécile Kashetu Kyenge, Marju Lauristin, Juan Fernando López Aguilar, Monica Macovei, Roberta Metsola, Claude Moraes, Alessandra Mussolini, József Nagy, Péter Niedermüller, Soraya Post, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Csaba Sógor, Helga Stevens, Traian Ungureanu, Bodil Valero, Harald Vilimsky, Kristina Winberg, Tomáš Zdechovský, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Anna Maria Corazza Bildt, Ignazio Corrao, Gérard Deprez, Lívia Járóka, Dennis de Jong, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Andrejs Mamikins, Angelika Mlinar, Kati Piri, Jaromír Štětina, Axel Voss

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Xabier Benito Ziluaga, Josu Juaristi Abaunz, Kaja Kallas, Martin Sonneborn, Janusz Zemke

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

52

+

ALDE

Gérard Deprez, Nathalie Griesbeck, Sophia in 't Veld, Kaja Kallas, Angelika Mlinar

ECR

Daniel Dalton, Jussi Halla-aho, Monica Macovei, Helga Stevens

EFDD

Ignazio Corrao, Laura Ferrara, Kristina Winberg

ENF

Harald Vilimsky

GUE/NGL

Xabier Benito Ziluaga, Cornelia Ernst, Josu Juaristi Abaunz

NI

Martin Sonneborn

PPE

Asim Ahmedov Ademov, Heinz K. Becker, Michał Boni, Anna Maria Corazza Bildt, Rachida Dati, Monika Hohlmeier, Lívia Járóka, Barbara Kudrycka, Roberta Metsola, Alessandra Mussolini, József Nagy, Csaba Sógor, Jaromír Štětina, Traian Ungureanu, Axel Voss, Tomáš Zdechovský

S&D

Caterina Chinnici, Ana Gomes, Sylvie Guillaume, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Cécile Kashetu Kyenge, Dietmar Köster, Marju Lauristin, Juan Fernando López Aguilar, Andrejs Mamikins, Claude Moraes, Péter Niedermüller, Kati Piri, Soraya Post, Birgit Sippel, Janusz Zemke

Verts/ALE

Jan Philipp Albrecht, Eva Joly, Judith Sargentini, Bodil Valero

3

-

EFDD

Gerard Batten, Raymond Finch

ENF

Auke Zijlstra

1

0

GUE/NGL

Dennis de Jong

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0233.


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.11.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

33

0

5

Bij de eindstemming aanwezige leden

William (The Earl of) Dartmouth, Laima Liucija Andrikienė, Maria Arena, Daniel Caspary, Salvatore Cicu, Edouard Ferrand, Santiago Fisas Ayxelà, Karoline Graswander-Hainz, Heidi Hautala, Nadja Hirsch, France Jamet, Jude Kirton-Darling, Bernd Lange, David Martin, Emma McClarkin, Anne-Marie Mineur, Alessia Maria Mosca, Artis Pabriks, Franck Proust, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Viviane Reding, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Tokia Saïfi, Marietje Schaake, Helmut Scholz, Joachim Schuster, Joachim Starbatty, Adam Szejnfeld, Jan Zahradil

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Klaus Buchner, Nicola Danti, Bolesław G. Piecha, Frédérique Ries, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Ramon Tremosa i Balcells, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Merja Kyllönen, Marco Zullo


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

33

+

ALDE

Frédérique Ries, Marietje Schaake, Nadja Hirsch, Ramon Tremosa i Balcells

ECR

Bolesław G. Piecha, Emma McClarkin, Jan Zahradil, Joachim Starbatty

EFDD

Marco Zullo, William (The Earl of) Dartmouth

PPE

Adam Szejnfeld, Artis Pabriks, Daniel Caspary, Franck Proust, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Jarosław Wałęsa, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Laima Liucija Andrikienė, Salvatore Cicu, Santiago Fisas Ayxelà, Tokia Saïfi, Viviane Reding

S&D

Alessia Maria Mosca, Bernd Lange, David Martin, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Joachim Schuster, Jude Kirton-Darling, Karoline Graswander-Hainz, Maria Arena, Nicola Danti

VERTS/ALE

Heidi Hautala, Klaus Buchner

0

-

 

 

5

0

ENF

Edouard Ferrand, France Jamet

GUE/NGL

Anne-Marie Mineur, Helmut Scholz, Merja Kyllönen

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling - Privacybeleid