Procedure : 2018/2012(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0032/2018

Ingediende teksten :

A8-0032/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 01/03/2018 - 8.12

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0054

VERSLAG     
PDF 527kWORD 63k
23.2.2018
PE 616.588v02-00 A8-0032/2018

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Zweden – EGF/2017/007 SE/Ericsson)

(COM(2017)0782 – C8-0010/2018 – 2018/2012/(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Urmas Paet

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 TOELICHTING
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Zweden – EGF/2017/007 SE/Ericsson)

(COM(2017)0782 – C8-0010/2018 – 2018/2012/(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0782 – C8-0010/2018),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1) (EFG-verordening),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) (Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013), en met name punt 13,

–  gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013,

–  gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–  gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0032/2018),

A.  overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren;

B.  overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld om de terugkeer naar de arbeidsmarkt van de ontslagen werknemers te vergemakkelijken;

C.  overwegende dat Zweden aanvraag EGF/2017/007 SE/Ericsson heeft ingediend voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van 2 388 ontslagen in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 – afdeling 26 (Vervaardiging van informaticaproducten en van elektronische en optische producten) in de regio's van NUTS-niveau 2 Stockholm (SE11), Västsverige (SE23) en Östra Mellansverige (SE12), alsook in de regio Sydsverige (SE22);

D.  overwegende dat de aanvraag is gebaseerd op de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening, die vereisen dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat ten minste 500 werknemers gedwongen zijn ontslagen, met inbegrip van werknemers die gedwongen zijn ontslagen bij leveranciers, downstreamproducenten en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd;

E. overwegende dat er de afgelopen paar jaar meer aanvragen zijn ingediend voor dezelfde of aanverwante sectoren voor grote ondernemingen;

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 13, lid 1, van de EFG-verordening en dat Zweden recht heeft op een financiële bijdrage ter hoogte van 2 130 400 EUR uit hoofde van die verordening, wat overeenkomt met 60 % van de totale kosten van 3 550 667 EUR;

2.  wijst erop dat de Zweedse autoriteiten op 9 augustus 2017 de aanvraag hebben ingediend en dat na ontvangst van aanvullende gegevens van Zweden de beoordeling door de Commissie op 18 december 2017 is afgerond en het Parlement hiervan op 15 januari 2018 in kennis is gesteld;

3.   herinnert eraan dat dit reeds de tweede Zweedse aanvraag is voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van gedwongen ontslagen bij Ericsson, na een eerdere aanvraag in maart 2016 en een positief besluit desbetreffend(4);

4.  betreurt de geringe benutting van het vorige EFG-dossier uit 2016 met betrekking tot ontslagen bij Ericsson, maar is verheugd dat daaruit lering getrokken is; stelt met tevredenheid vast dat voormalige werknemers waarop de huidige aanvraag betrekking heeft de mogelijkheid zullen hebben onderwijs en opleidingen te volgen zonder negatieve gevolgen voor hun ontslagvergoeding;

5.  stelt vast dat Zweden de aanvraag onderbouwt door erop te wijzen dat de ontslagen verband houden met grote structurele veranderingen in de mondiale handelspatronen als gevolg van de globalisering, en met name met de negatieve groei in het vooral op hardware gerichte bedrijfsmodel van de telecomindustrie voor Ericsson in Zweden, vanwege de mondiale concurrentie; wijst erop dat Ericsson zijn personeelsbestand in Zweden geleidelijk heeft afgebouwd, maar tegelijkertijd wereldwijd is gegroeid;

6.  is zich bewust van de grote vraag naar mensen met vaardigheden op it-gebied in de verschillende regio's, en van het feit dat er een kloof gaapt tussen de vaardigheden van het door Ericsson ontslagen personeel en de eisen op arbeidsmarkt; onderkent dat grote aantallen mensen met dezelfde vaardigheden op hetzelfde moment worden ontslagen in dezelfde geografische gebieden; is van mening dat met name productiemedewerkers en oudere werknemers hulp nodig hebben; merkt op dat het EFG ook kan bijdragen tot grensoverschrijdend verkeer van werknemers van krimpende sectoren in sommige lidstaten naar groeisectoren in andere lidstaten;

7.  merkt op dat er verschillende categorieën werknemers zijn ontslagen, zowel productiemedewerkers als hoger personeel; is bezorgd dat sommige werknemers geconfronteerd worden met een arbeidsmarkt waar weinig vraag is in traditionele productiesectoren; wijst erop dat er grootschalige omscholingsmaatregelen nodig zouden zijn om deze werknemers kansen in de publieke of private dienstensector te bieden;

8.  wijst erop dat de aanvraag betrekking heeft op 2 388 gedwongen ontslagen werknemers bij Ericsson, waarvan er 900 in aanmerking zullen komen voor de voorgestelde maatregelen; wijst erop dat meer dan 30 % van de betrokkenen tussen de 55 en de 64 jaar oud is en over voor de hardware-sector van de telecomindustrie specifieke vaardigheden beschikt, waar op de huidige arbeidsmarkt geen vraag meer naar is, en dat zij derhalve op die markt nauwelijks nog kansen op het vinden van een baan hebben en dus langdurig werkloos dreigen te worden; is daarom ingenomen dat het project aandacht besteed aan maatregelen voor groepen in een achterstandspositie;

9.  is verheugd over het besluit om speciale hulp te verlenen aan ontslagen werknemers van boven de 50 jaar die het gevaar lopen langdurig werkloos te worden, en aan degenen met leermoeilijkheden of een lichamelijke handicap, gezien de grotere uitdagingen waarmee zij naar alle waarschijnlijkheid geconfronteerd zullen worden bij het vinden van ander werk;

10.  neemt er kennis van dat de kosten van vergoedingen en stimulansen voor ontslagen werknemers bijna het plafond van 35 % van de totale kosten van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening bereiken zoals bedoeld in artikel 7, lid 1, onder b), van de EFG-verordening, en dat deze acties afhankelijk zijn gesteld van de actieve deelname van de beoogde begunstigden aan opleidingsactiviteiten en activiteiten in verband met het zoeken van een baan;

11.  wijst erop dat Zweden vijf soorten acties plant voor de ontslagen werknemers voor wie in deze aanvraag steun wordt aangevraagd: i) advisering en loopbaanplanning, ii) maatregelen voor groepen in een achterstandspositie, iii) steun bij het opzetten van een eigen bedrijf, iv) onderwijs en opleiding, en v) sollicitatie- en mobiliteitstoelagen; merkt tevens op dat de voorgestelde maatregelen ontslagen werknemers helpen hun vaardigheden aan te passen en de overgang naar een nieuwe baan vergemakkelijken of hen helpen bij het opzetten van een eigen onderneming; benadrukt dat de beschreven maatregelen actieve arbeidsmarktmaatregelen betreffen die behoren tot de in artikel 7, lid 1, van de EFG-verordening vastgestelde subsidiabele acties, en niet in de plaats komen van socialebeschermingsmaatregelen; is ingenomen met het besluit van Zweden om in februari 2017 te beginnen met het verlenen van individuele diensten aan de beoogde begunstigden, vóór de indiening van de EFG-aanvraag;

12.  stelt vast dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening werd opgesteld in overleg met de beoogde begunstigden en hun vertegenwoordigers, alsook met de plaatselijke overheidsinstanties; dringt aan op meer overleg met ondernemers om de ontwikkeling van nieuwe vaardigheden en onderwijs aan te doen sluiten op hun behoeften;

13.  herinnert eraan dat, overeenkomstig artikel 7 van de EFG-verordening, het ontwerp van het gecoördineerde pakket gepersonaliseerde diensten in moet spelen op toekomstige arbeidsmarktperspectieven en de op die markten benodigde vaardigheden, en verenigbaar moet zijn met de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie; is ingenomen met de verplichting voor de Zweedse openbare dienst voor arbeidsvoorziening om milieu-eisen op te nemen in zijn aanbestedingen en zijn eigen praktijk;

14.  benadrukt dat de Zweedse autoriteiten hebben bevestigd dat voor de subsidiabele acties geen steun uit andere fondsen of financieringsinstrumenten van de Unie wordt ontvangen;

15.  herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe ondernemingen verplicht zijn krachtens de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, noch van maatregelen voor de herstructurering van ondernemingen of sectoren;

16.  verzoekt de Commissie er bij de nationale autoriteiten op aan te dringen om in toekomstige voorstellen meer details te geven over de sectoren met groeipotentieel, waarin dus waarschijnlijk mensen in dienst kunnen worden genomen, alsook onderbouwde gegevens over de impact van de EFG-financiering te verzamelen, onder meer over de kwaliteit, de duur en duurzaamheid van de banen, het aantal en percentage van zelfstandigen en nieuwe ondernemingen, en het herintredingspercentage dat dankzij het EFG bereikt is;

17.  herhaalt zijn oproep aan de Commissie ervoor te zorgen dat alle documenten in verband met EFG-zaken openbaar toegankelijk zijn;

18.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

19.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

20.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

PB L 284 van 20.10.2016, blz. 25.


BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Zweden – EGF/2017/007 SE/Ericsson)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1), en met name artikel 15, lid 4,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(2), en met name punt 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om steun te verlenen aan werknemers die werkloos zijn geworden en aan zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van uit de globalisering voortvloeiende grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, het aanhouden van de wereldwijde financiële en economische crisis of een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren.

(2)  Zoals vastgesteld in artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad, mag het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (in prijzen van 2011) niet overschrijden(3).

(3)  Op 9 augustus 2017 heeft Zweden een aanvraag ingediend voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van ontslagen bij Ericsson (Telefonaktiebolaget LM Ericsson) in Zweden. Zweden heeft overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 aanvullende gegevens verstrekt. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het EFG overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1309/2013.

(4)  Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om naar aanleiding van de door Zweden ingediende aanvraag een financiële bijdrage van 2 130 400 EUR te verstrekken.

(5)  Teneinde zo snel mogelijk middelen uit het EFG ter beschikking te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2018 wordt een bedrag van 2 130 400 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het is van toepassing vanaf [datum van vaststelling van het besluit](4)*.

Gedaan te

Voor het Europees Parlement  Voor de Raad

De Voorzitter  De Voorzitter

(1)

  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

  PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(3)

  Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014‑2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).

(4)

*   Datum door het Parlement in te voegen vóór bekendmaking in het PB.


TOELICHTING

I.  Achtergrond

Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(1) en van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1309/2013(2) mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds niet meer dan 150 miljoen EUR bedragen (prijzen 2011). De benodigde bedragen worden als voorziening opgenomen in de algemene begroting van de Unie.

Overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) verloopt de procedure om het fonds te activeren als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend overschrijvingsverzoek. Indien geen eensgezindheid bestaat, wordt een trialoogprocedure ingeleid.

II.  De aanvraag van Zweden en het voorstel van de Commissie

Op 18 december 2017 heeft de Commissie een voorstel goedgekeurd voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan Zweden om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te steunen van werknemers die gedwongen zijn ontslagen bij een onderneming in de economische sector NACE Rev. 2 – afdeling 26 (Vervaardiging van informaticaproducten en van elektronische en optische producten) in de regio's van NUTS-niveau 2 Stockholm (SE11), Västsverige (SE23) en Östra Mellansverige (SE12), en in de regio Sydsverige (SE22) in Zweden. Op 15 januari 2018 is het voorstel bij het Europees Parlement ingediend.

Dit de tweede aanvraag die in het kader van de begroting voor 2018 wordt behandeld en de zeventiende in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 – afdeling 26 (Vervaardiging van informaticaproducten en van elektronische en optische producten) sinds de oprichting van het EFG. Het is reeds de tweede aanvraag van Zweden voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG voor Ericsson. De aanvraag heeft betrekking op 2 388 ontslagen werknemers en omvat een bedrag van in totaal 2 130 400 EUR uit het EFG voor Zweden.

De aanvraag werd op 9 augustus 2017 bij de Commissie ingediend, en tot 4 oktober 2017 werden aanvullende gegevens verstrekt. De Commissie heeft haar beoordeling op 18 december 2017 afgerond en overeenkomstig alle toepasselijke bepalingen van de EFG-verordening geconcludeerd dat de aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële bijdrage uit het EFG, als bedoeld in artikel 4 van de EFG‑verordening.

Zweden onderbouwt de aanvraag met het argument dat de ontslagen verband houden met grote structurele veranderingen in de mondiale handelspatronen als gevolg van de globalisering, en met name met de negatieve groei in het vooral op hardware gerichte bedrijfsmodel van de telecomindustrie voor Ericsson in Zweden, vanwege de mondiale concurrentie. Ericsson gaat een onzekere toekomst tegemoet als gevolg van de structurele veranderingen in de desbetreffende industrie als gevolg van de globalisering en de toegenomen concurrentie van branchegenoten, met name in Azië. Hoewel het aantal werknemers van Ericsson wereldwijd tussen 2005 en 2014 is toegenomen van 56 055 tot 118 055, is dit aantal daarna weer gedaald tot 109 127 in juni 2017.

De ontwikkelingen die tot deze ontslagen en tot de stopzetting van activiteiten hebben geleid, maken onderdeel uit van de herstructurerings- en offshoringsactiviteiten die het bedrijf in 2014 in gang heeft gezet. In deze periode zijn productielijnen van hardware op telecomgebied op meerdere locaties stopgezet en werden drie fabrieken van Ericsson helemaal gesloten.

Een groot deel van de ontslagen werknemers bestaat uit mannen en de grote meerderheid van hen is tussen de 30 en 54 jaar oud, terwijl 30 % tussen de 55 en de 64 jaar oud is. Door het EFG medegefinancierde actieve arbeidsmarktmaatregelen zijn dan ook uitermate belangrijk voor het vergroten van de kans van deze groepen op het vinden van een nieuwe baan.

De vijf soorten maatregelen die aan de ontslagen werknemers worden aangeboden en waarvoor medefinanciering uit het EFG wordt gevraagd, bestaan uit:

–  advisering en loopbaanplanning: deze maatregel betreft onder andere een gedetailleerde beoordeling en individuele planning, hulp bij het zoeken van een baan, en motivatietraining en loopbaanplanning.

–  maatregelen voor groepen in een achterstandspositie: deze maatregel richt zich in het bijzonder op het bieden van hulp aan ontslagen werknemers in een achterstandspositie, aan diegenen die ouder zijn dan 50 jaar en het risico lopen langdurig werkloos te worden, en aan diegenen met leerproblemen en/of een lichamelijke handicap die mogelijkerwijs extra ondersteuning nodig hebben. De maatregel omvat specialistische hulp (waaronder van psychologen en artsen) om mensen te helpen bij de overstap naar een nieuw beroep.

–  steun bij het opzetten van een eigen bedrijf: deze maatregel bevordert ondernemerschap bij de doelgroep door de personen in kwestie in de gelegenheid te stellen 'start-up'-subsidies aan te vragen middels het PES-programma (dit omvat gedetailleerde bedrijfsadviserings- en haalbaarheidsdiensten voorafgaand aan de toekenning van de subsidie van zes maanden).

–  onderwijs en opleiding: deze maatregel betreft onder meer 'leer-werk'-kansen, met een combinatie van formeel onderwijs en het opdoen van ervaring in bedrijven (iets wat het PES-programma in de regel niet aanbiedt), alsook het gebruik van de diensten van arbeidsbemiddelingsorganisaties. Verder helpt deze maatregel bij het verkrijgen van toegang tot academische en op-maat-gemaakte cursussen, alsook tot gespecialiseerd onderwijs (voor maximaal twaalf maanden, of maximaal twee semesters in het geval van onderwijsinstellingen van het derde niveau).

–  sollicitatie- en mobiliteitstoelagen: deze maatregel helpt de betrokken personen bij het dagelijks leven, en betaalt de reiskosten in het geval van sollicitatiegesprekken (boven 60 020 Zweedse kronen) en opleiding, in de periode dat zij op zoek zijn naar een baan.

Volgens de Commissie zijn de beschreven maatregelen actieve arbeidsmarktmaatregelen die behoren tot de in artikel 7 van de EFG-verordening vastgestelde subsidiabele acties, en betreft het geen passieve socialebeschermingsmaatregelen.

De Zweedse autoriteiten hebben op de volgende punten de nodige garanties geboden:

–  bij de toegang tot de voorgestelde acties en hun uitvoering zullen de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie worden gerespecteerd;

–  aan de voorschriften van de nationale en EU-wetgeving betreffende collectieve ontslagen is voldaan;

–  Ericsson heeft zijn activiteiten na de ontslagen voortgezet, is zijn wettelijke verplichtingen bij ontslagen nagekomen en heeft voor zijn werknemers dienovereenkomstig de nodige maatregelen getroffen;

–  de voorgestelde acties zullen geen financiële steun ontvangen van andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, en dubbele financiering zal worden voorkomen;

–  de voorgestelde maatregelen zullen complementair zijn met acties die door de structuurfondsen worden gefinancierd;

–  de financiële bijdrage van het EFG zal voldoen aan de procedurele en materiële EU-regels inzake overheidssteun.

Zweden heeft de Commissie laten weten dat de nationale voor- of medefinanciering zal worden verstrekt met middelen van de begroting van de Zweedse dienst voor arbeidsbemiddeling (Arbetsförmedlingen). De financiële bijdrage zal net als in het geval van de eerdere aanvraag voor Ericsson door de Zweedse dienst voor arbeidsbemiddeling (Arbetsförmedlingen) worden beheerd. De rekeningen van het project zullen worden gecontroleerd door de eenheid interne audit, een afzonderlijk orgaan dat verbonden is aan de raad van bestuur van de Zweedse dienst voor arbeidsbemiddeling (Arbetsförmedlingen). Het is de taak van dit orgaan om toezicht uit te oefenen op het proces van interne controle en verificatie van de Zweedse dienst voor arbeidsbemiddeling (Arbetsförmedlingen).

III.  Procedure

Om middelen uit het fonds te kunnen inzetten, heeft de Commissie de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek doen toekomen voor een totaalbedrag van 2 130 400 EUR uit de EFG-reserve (40 02 43) naar de EFG-begrotingslijn (04 04 01).

Dit is het zevende voorstel tot overschrijving voor de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds dat tot op heden in 2017 naar de begrotingsautoriteit is gezonden.

Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt overeenkomstig artikel 15, lid 4, van de EFG-verordening de trialoogprocedure ingeleid.

Overeenkomstig een interne afspraak moet de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

De heer Jean Arthuis

Voorzitter van de Begrotingscommissie

ASP 09G205

Betreft: Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2017/007 SE/Ericsson

Geachte voorzitter,

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2017/007 SE/Ericsson onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De Commissie EMPL en de werkgroep EFG zijn voorstander van de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds voor het gevraagde doel. De Commissie EMPL formuleert in dit verband een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling ter discussie te willen stellen.

Bij haar beraadslagingen is de Commissie EMPL uitgegaan van de volgende overwegingen:

A)  overwegende dat deze aanvraag gebaseerd is op artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1309/2013 (EFG-verordening) en betrekking heeft op 2 388 werknemers die zijn ontslagen in één onderneming die actief is in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 26 (Vervaardiging van informaticaproducten en van elektronische en optische producten);

B)  overwegende dat Zweden, teneinde een verband te leggen tussen de ontslagen en de grote structurele veranderingen in de mondiale handelspatronen als gevolg van de globalisering, stelt dat it- en telecomindustrieën naar Azië gaan vanwege de gunstiger verhouding tussen kosten en kwaliteit van de productie in India en China, en vanwege de omvang van de groeiende markten dichtbij de productiefaciliteiten voor hardwareproducten;

C)  overwegende dat twee derde van de werknemers waarop de maatregelen betrekking hebben man is, en een derde vrouw; overwegende dat 68,56 % van de beoogde begunstigden tussen de 30 en 54 jaar oud zijn, en 30,22 % tussen de 55 en 64 jaar oud.

Daarom verzoekt de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken de bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de Zweedse aanvraag op te nemen:

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de criteria die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 1, onder a), van de Verordening (EU) nr. 1309/2013, en dat Zweden derhalve uit hoofde van deze verordening recht heeft op een financiële bijdrage van 2 130 400 EUR, wat overeenkomt met 60 % van de totale kosten van 3 550 667 EUR;

2.  is zich bewust van het feit dat, hoewel er een grote vraag naar mensen met vaardigheden op it-gebied is, er een kloof gaapt tussen de vaardigheden van het door Ericsson ontslagen personeel en de vaardigheden waar op de arbeidsmarkt vraag naar is; is van mening dat met name productiemedewerkers en oudere werknemers hulp nodig hebben;

3.  stelt vast dat de met EFG-middelen medegefinancierde individuele diensten voor de ontslagen werknemers onder andere advisering en loopbaanplanning, maatregelen voor groepen in een achterstandspositie, steun bij het opzetten van een eigen bedrijf, onderwijs en opleiding, en sollicitatie- en mobiliteitstoelagen omvatten; is ingenomen met het besluit van Zweden om in februari 2017 te beginnen met het verlenen van individuele diensten aan de beoogde begunstigden, voor de indiening van de EFG-aanvraag;

4.  is verheugd over het besluit om speciale hulp te verlenen aan ontslagen werknemers van boven de 50 jaar die het gevaar lopen langdurig werkloos te worden, en aan degenen met leermoeilijkheden of een lichamelijke handicap, gezien de grotere uitdagingen waarmee zij naar alle waarschijnlijkheid geconfronteerd zullen worden bij het vinden van ander werk;

5.  verwelkomt de raadpleging van de belanghebbende partijen, waaronder de doelgroep en hun vertegenwoordigers, vakbonden, vertegenwoordigers van de onderneming, plaatselijke overheden en arbeidsbemiddelingsbureaus, met het oog op het ontwikkelen van een gecoördineerd pakket individuele diensten;

6.  stelt vast dat de maatregelen inzake inkomenssteun 34,76 % zullen uitmaken van het totale pakket individuele maatregelen, hetgeen net onder het maximum van 35 % ligt dat is vastgelegd in de verordening; stelt vast dat deze acties afhankelijk zijn gesteld van de actieve deelname van de beoogde begunstigden aan opleidingsactiviteiten en activiteiten in verband met het zoeken van een baan;

7.  betreurt de geringe benutting in het kader van het vorige dossier uit 2016 met betrekking tot ontslagen bij Ericsson, maar is blij dat daaruit lering getrokken is; stelt met tevredenheid vast dat voormalige werknemers waarop de huidige aanvraag betrekking heeft de mogelijkheid hebben onderwijs en opleidingen te volgen zonder negatieve gevolgen voor hun ontslagvergoeding;

8.  stelt vast dat de Zweedse autoriteiten de verzekering hebben gegeven dat voor de voorgestelde acties geen financiële steun zal worden ontvangen uit andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, dat dubbele financiering zal worden voorkomen en dat de maatregelen complementair zullen zijn met acties die uit de Structuurfondsen worden gefinancierd;

9.  is ingenomen met het feit dat Zweden heeft bevestigd dat een financiële bijdrage uit het EFG niet in de plaats zal komen van maatregelen die de betrokken onderneming verplicht is te nemen krachtens het nationale recht of ingevolge collectieve arbeidsovereenkomsten;

10.  herinnert eraan dat in artikel 7 van de verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met de toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat dit pakket moet passen in de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie; is ingenomen met de verplichting voor de Zweedse openbare dienst voor arbeidsvoorziening om milieu-eisen op te nemen in zijn aanbestedingen en zijn eigen praktijk.

Hoogachtend,

Marita ULVSKOG

Waarnemend voorzitter EMPL


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING

De heer Jean ARTHUIS

Voorzitter

Begrotingscommissie

Europees Parlement

Betreft:  Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering

Mijnheer de voorzitter,

Een voorstel van de Commissie voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is voor advies doorverwezen naar de Commissie regionale ontwikkeling. Naar ik heb begrepen is het de bedoeling dat op 21-22 februari 2018 een verslag over dit voorstel in de Begrotingscommissie wordt goedgekeurd:

-  in document COM(2017)0782 wordt voorgesteld een EFG-bijdrage ten belope van 2 130 400 EUR beschikbaar te stellen voor 900 werknemers die ontslagen zijn door Ericsson (het moederbedrijf Telefonaktiebolaget LM Ericsson en de dochter Ericsson AB) in Zweden. Deze onderneming is hoofdzakelijk actief in de economische sector die is ingedeeld bij NACE Rev. 2, afdeling 26 (Vervaardiging van informaticaproducten en van elektronische en optische producten). De ontslagen bij Ericsson vielen vooral in de regio's van NUTS-niveau 2 Stockholm (SE11), Västsverige (SE23) en Östra Mellansverige (SE12), maar eveneens in de regio Sydsverige (SE22).

De regels die van toepassing zijn op de financiële bijdragen uit het EFG zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006.

De commissiecoördinatoren hebben dit voorstel besproken, en mij verzocht u te schrijven dat de meerderheid in deze commissie geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van het voornoemde bedrag uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, zoals door de Commissie voorgesteld.

Hoogachtend,

Iskra MIHAYLOVA


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.2.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

30

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Lefteris Christoforou, Gérard Deprez, Manuel dos Santos, André Elissen, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Esteban González Pons, John Howarth, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Urmas Paet, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Jordi Solé, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Indrek Tarand, Isabelle Thomas, Inese Vaidere, Daniele Viotti, Tiemo Wölken, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Xabier Benito Ziluaga, Jean-Paul Denanot, Janusz Lewandowski, Ivana Maletić, Pavel Poc, Tomáš Zdechovský


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

30

+

ALDE

Nedzhmi Ali, Gérard Deprez, Urmas Paet

ECR

Zbigniew Kuźmiuk

ENF

Marco Zanni

GUE/NGL

Xabier Benito Ziluaga

PPE

Lefteris Christoforou, José Manuel Fernandes, Esteban González Pons, Janusz Lewandowski, Ivana Maletić, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Inese Vaidere, Tomáš Zdechovský, Patricija Šulin

S&D

Jean-Paul Denanot, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, John Howarth, Vladimír Maňka, Pavel Poc, Isabelle Thomas, Daniele Viotti, Tiemo Wölken, Manuel dos Santos

Verts/ALE

Jordi Solé, Indrek Tarand

2

-

ENF

André Elissen

NI

Indrek Tarand

0

0

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 26 februari 2018Juridische mededeling - Privacybeleid