Procedure : 2017/2067(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0036/2018

Ingediende teksten :

A8-0036/2018

Debatten :

PV 12/03/2018 - 19
CRE 12/03/2018 - 19

Stemmingen :

PV 13/03/2018 - 7.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0063

VERSLAG     
PDF 402kWORD 80k
23.2.2018
PE 610.712v02-00 A8-0036/2018

over een Europese strategie voor coöperatieve slimme vervoerssystemen

(2017/2067(INI))

Commissie vervoer en toerisme

Rapporteur: István Ujhelyi

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming
 ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over een Europese strategie voor coöperatieve slimme vervoerssystemen

(2017/2067(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 30 november 2016 getiteld "Een Europese strategie betreffende ITS, op weg naar de introductie van coöperatieve, communicerende en geautomatiseerde voertuigen" (COM(2016)0766),

–  gezien Richtlijn 2010/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende het kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen(1), en de verlenging van het mandaat om gedelegeerde handelingen vast te stellen,

–  gezien het advies van het Europees Comité van de Regio's van 11 oktober 2017 over coöperatieve slimme vervoerssystemen(2),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 31 mei 2017 over de "Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's – Een Europese strategie betreffende ITS, op weg naar de introductie van coöperatieve, communicerende en geautomatiseerde voertuigen"(3),

–  gezien de verslagen van het platform voor de invoering van coöperatieve, communicerende en geautomatiseerde vervoerssystemen (C-ITS), met name over het certificerings- en beveiligingsbeleid inzake C-ITS,

–  gezien zijn resolutie van 14 november 2017 betreffende "Mensenlevens redden: Verbeteren van de veiligheid van voertuigen in de EU"(4),

–  gezien de Verklaring van Amsterdam van 14 april 2016 over samenwerking op het gebied van geconnecteerd en geautomatiseerd rijden,

–  gezien zijn resolutie van 1 juni 2017 getiteld "Internettoegang voor groei, concurrentievermogen en cohesie: Europese gigabitmaatschappij en 5G"(5),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme en de adviezen van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0036/2018),

A.  overwegende dat de Europese strategie voor coöperatieve slimme vervoerssystemen (de strategie) naadloos aansluit bij de beleidsprioriteiten van de Commissie en met name de agenda voor banen, groei en investeringen, het creëren van een interne Europese vervoersruimte, de digitale interne markt, klimaatbescherming en de strategie voor de energie-unie;

B.  overwegende dat de autoriteiten in de lidstaten en de industriële sector tegemoet moeten komen aan de prangende behoefte om het vervoer veiliger, schoner, efficiënter, duurzamer, multimodaler en toegankelijker te maken voor alle weggebruikers, met inbegrip van de meest kwetsbare weggebruikers en personen met beperkte mobiliteit;

C.  overwegende dat de verbetering van de verkeersveiligheid waarvan we het afgelopen decennium in de EU getuige konden zijn, vertraagd is en dat 92 % van de verkeersongevallen toe te schrijven is aan menselijk falen, en overwegende dat het gebruik van C-ITS-technologieën van belang is voor het efficiënt functioneren van bepaalde ondersteuningssystemen voor de bestuurder; overwegende dat het wegvervoer verantwoordelijk blijft voor het merendeel van het ruimtegebruik in steden, van de ongevallen en van de vervoersemissies wat betreft geluid, broeikasgassen en luchtverontreinigende stoffen;

D.  overwegende dat weggebruikers en verkeersbeheerders dankzij C-ITS in staat zullen zijn informatie te gebruiken en delen en hun acties doeltreffender te coördineren;

E.  overwegende dat de cyberveiligheid van C-ITS een centraal onderdeel bij de uitvoering vormt, dat versnipperde beveiligingsoplossingen de interoperabiliteit en de veiligheid van de eindgebruiker in gevaar kunnen brengen en dat er daarom duidelijk behoefte is aan optreden op EU-niveau;

F.  overwegende dat de transparantie en verantwoordingsplicht bij het gebruik van algoritmen bestaan uit het nemen van technische en operationele maatregelen waarmee de transparantie en de niet-discriminerende aard van geautomatiseerde besluitvorming en van het proces van kansberekening met betrekking tot het gedrag van personen worden gewaarborgd; overwegende dat transparantie inhoudt dat aan personen bruikbare informatie over de onderliggende logica en het belang en de gevolgen van het proces wordt verstrekt; overwegende dat deze informatie onder meer gegevens moet omvatten die worden gebruikt voor opleiding op het gebied van analyse, en personen in staat moet stellen de besluiten die hen aangaan te begrijpen en te volgen;

G.  overwegende dat de EU digitale technologieën moet stimuleren en verder moet ontwikkelen, niet alleen om menselijke fouten en andere tekortkomingen te beperken maar ook om de kosten te drukken en het gebruik van de infrastructuur te optimaliseren door het verkeer te ontlasten en zodoende de CO2-uitstoot te verminderen;

H.  overwegende dat dit coöperatieve aspect de verkeersveiligheid, de verkeersefficiëntie, de duurzaamheid en de multimodaliteit dankzij digitale en mobiele connectiviteit sterk ten goede zal komen; overwegende dat dit tegelijkertijd een enorm economisch potentieel zal genereren en het aantal verkeersongevallen en het energieverbruik zal terugdringen; overwegende dat C-ITS van fundamenteel belang zijn voor de ontwikkeling van autonome voertuigen en rijsystemen;

I.  overwegende dat geconnecteerd en geautomatiseerd rijden een belangrijke digitale ontwikkeling vormt in de sector en dat de afstemming ervan op alle nieuwe technologieën die in de sector worden gebruikt, zoals de Europese mondiale satellietnavigatiesystemen Galileo en Egnos, inmiddels een hoog niveau van technologische capaciteit heeft bereikt;

J.  overwegende dat de EU verplicht is het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie te eerbiedigen, met name de artikelen 7 en 8 over eerbiediging van het privéleven en bescherming van persoonsgegevens;

K.  overwegende dat verscheidene landen wereldwijd (zoals de VS, Australië, Japan, Korea en China) gestaag verder werken aan de invoering van nieuwe digitale technologieën en dat C-ITS-voertuigen en -diensten nu al op de markt verkrijgbaar zijn;

Algemeen kader

1.  is verheugd over de mededeling van de Commissie over een Europese strategie betreffende coöperatieve slimme vervoerssystemen en over de nauwe samenwerking met deskundigen uit zowel de publieke als private sector, die de basis vormde voor de mededeling; schaart zich achter de resultaten en dringt daarom aan op de snelle invoering van interoperabele C-ITS-diensten in heel Europa;

2.  benadrukt de behoefte aan een duidelijk rechtskader ter ondersteuning van de invoering van C-ITS, en is ingenomen met een toekomstige gedelegeerde handeling op grond van de ITS-richtlijn (Richtlijn 2010/40/EU) om de continuïteit van diensten te waarborgen, interoperabiliteit te bieden en achterwaartse compatibiliteit te ondersteunen;

3.  wijst op het potentieel van C-ITS om de brandstofefficiëntie te verbeteren, de kosten van afzonderlijk transport te verlagen en de negatieve gevolgen van het verkeer voor het milieu te verminderen;

4.  benadrukt het potentieel van digitale technologieën en daaraan gerelateerde bedrijfsmodellen in het wegvervoer, en ziet de strategie als een belangrijke stap op weg naar de ontwikkeling van C-ITS en uiteindelijk volledig communicerende en geautomatiseerde voertuigen; stelt vast dat coöperatieve, communicerende en geautomatiseerde voertuigen de concurrentiepositie van het Europese bedrijfsleven kunnen versterken, het vervoer meer gestroomlijnd en veiliger kunnen laten verlopen, de congestie, het energieverbruik en de emissies kunnen terugdringen, en de interconnectiviteit tussen verschillende vervoerswijzen kunnen verbeteren; is dan ook van mening dat er eisen aan de infrastructuur moeten worden gesteld zodat deze systemen op een veilige en doeltreffende manier kunnen functioneren;

5.  merkt op dat het bedrijfsleven in de EU moet profiteren van zijn voorsprong op de rest van de wereld wat betreft de ontwikkeling en toepassing van C-ITS-technologieën; onderstreept dat er dringend behoefte is aan een ambitieuze EU-strategie waarmee de nationale en regionale inspanningen worden gebundeld, versnippering wordt voorkomen, de invoering van C-ITS-technologieën met bewezen veiligheidsvoordelen wordt versneld, en de samenwerking tussen verschillende sectoren, zoals vervoer, energie en telecommunicatie wordt geoptimaliseerd; dringt er bij de Commissie op aan een concreet tijdschema voor te leggen met duidelijke streefdoelen die de EU tussen 2019 en 2029 moet halen, prioriteit te verlenen aan de invoering van de C-ITS-diensten, uiterlijk in 2019, met het hoogst mogelijke veiligheidsniveau zoals is vastgelegd in de lijst van diensten die het C-ITS-platform heeft voorbereid in het verslag over de tweede fase, en te waarborgen dat deze diensten beschikbaar zijn voor alle nieuwe voertuigen in Europa;

6.  benadrukt de behoefte aan een coherent kader met sociale, milieu- en veiligheidsvoorschriften om de rechten van werknemers en consumenten te handhaven en eerlijke concurrentie in de sector te waarborgen;

7.  is ingenomen met de resultaten van de tweede fase van het C-ITS-platform en onderstreept het belang van deze resultaten(6);

8.  onderstreept dat de mededeling weliswaar een belangrijke stap is op weg naar een EU-strategie voor coöperatieve, communicerende en geautomatiseerde voertuigen, maar dat er geen verwarring mag bestaan tussen C-ITS en deze verschillende concepten;

9.  dringt erop aan te waarborgen dat de ontwikkeling en de invoering van communicerende en geautomatiseerde voertuigen en C-ITS volledig voldoen aan de doelstellingen om het vervoerssysteem koolstofvrij te maken en het aantal verkeersdoden tot nul te herleiden, en die doelstellingen ook ondersteunen;

10.  wijst erop dat C-ITS systemen zijn met behulp waarvan verschillende ITS-stations (voertuigen, apparatuur langs de weg, verkeerscentrales en nomadische apparaten) met elkaar kunnen communiceren en informatie kunnen delen met gebruikmaking van gestandaardiseerde communicatiearchitectuur en dat de interoperabiliteit van de afzonderlijke systemen dan ook cruciaal is;

11.  wijst erop dat communicerende voertuigen gebruikmaken van C-ITS-technologieën met behulp waarvan wegvoertuigen kunnen communiceren met andere voertuigen, verkeerslichten, permanente infrastructuur langs de weg en horizontale infrastructuur – die moeten worden verbeterd en aangepast, maar die ook innovatieve oplaadsystemen onderweg kunnen bieden en veilig kunnen communiceren met voertuigen – en met andere weggebruikers; wijst erop dat 92 % van de verkeersongevallen toe te schrijven is aan menselijk falen en dat het gebruik van C-ITS-technologieën van belang is voor het efficiënt functioneren van bepaalde ondersteuningssystemen voor de bestuurder;

12.  wijst erop dat geautomatiseerde voertuigen onafhankelijk kunnen functioneren en manoeuvreren in echte verkeerssituaties, waarbij een of meer van de belangrijkste bedieningsinrichtingen voor de bestuurder (stuur, versnellingen, rem) voor een langere periode geautomatiseerd zijn;

13.  benadrukt dat er beveiligingssystemen moeten worden ingebouwd tijdens de overgangsfase van conventionele niet-communicerende voertuigen naar communicerende en geautomatiseerde voertuigen, om de verkeersveiligheid niet in gevaar te brengen; wijst erop dat bepaalde ondersteuningssystemen voor de bestuurder verder moeten worden ontwikkeld en verplicht moeten worden ingebouwd;

14.  verzoekt de Commissie na te denken over de aanpak van het naast elkaar bestaan van coöperatieve, communicerende en geautomatiseerde voertuigen met niet-communicerende voertuigen en bestuurders, aangezien de ouderdom van het voertuigenpark en het resterende deel van de mensen zonder enige mate van connectiviteit betekent dat er oplossingen moeten komen voor het blijvend grote aantal voertuigen dat geen deel uitmaakt van het systeem;

15.  betreurt het gebrek aan een duidelijk tijdschema voor aanbevolen diensten in de tweede fase en daarna, evenals het gebrek aan een uitvoerige effectbeoordeling en precieze informatie over de initiatieven voor de ontwikkeling van C-ITS-diensten en mogelijke uitbreiding van de dienstverlening;

16.  verzoekt de Commissie voorrang te geven aan de C-ITS-diensten met het hoogst mogelijke veiligheidsniveau, de nodige definities en vereisten op te stellen en zonder verder uitstel de Europese beginselverklaring inzake mens/machine-interface voor informatie- en communicatiesystemen aan boord van voertuigen bij te werken, aangezien de interactie tussen de menselijke bestuurder en de machine van belang is(7)

;

17.  herhaalt dat communicerende en geautomatiseerde voertuigen, C-ITS en nieuwe technologieën een belangrijke rol spelen bij het halen van de klimaatdoelen, en acht het daarom noodzakelijk dat de ontwikkeling en invoering van deze voertuigen volledig stroken met en bijdragen tot de doelstelling inzake het koolstofvrij maken van het vervoerssysteem; is ingenomen met het gebruik van C-ITS als middel om het verkeer efficiënter te maken, het brandstofverbruik te verminderen, de impact van het wegvervoer op het milieu (bijv. CO2-emissies) te verkleinen en het gebruik van stedelijke infrastructuur te optimaliseren;

18.  benadrukt het potentieel van innovatieve technologieën zoals geautomatiseerd rijden en "platooning" (het groeperen van verscheidene voertuigen) in het vrachtvervoer over de weg, waardoor beter gebruik wordt gemaakt van de slipstream en bijgevolg het brandstofverbruik en de emissies worden teruggedrongen; pleit voor meer ondersteuning voor onderzoek en ontwikkeling op dat gebied, met name voor de benodigde digitale infrastructuur;

19.  onderstreept dat er meer keuzes, meer gebruiksvriendelijke, betaalbare en op maat gemaakte producten, en meer informatie moet worden verstrekt aan weggebruikers; spoort de Commissie in dit verband aan de uitwisseling van optimale werkwijzen mogelijk te maken die onder andere gericht zijn op economische efficiëntie; dringt er bij alle lidstaten op aan zich aan te sluiten bij het platform C-Roads aangezien dit een belangrijke coördinerende rol moet gaan spelen bij de tenuitvoerlegging van de strategie, mits technologieneutraliteit in acht wordt genomen die nodig is om innovaties te stimuleren; onderstreept dat erop moet worden toegezien dat geavanceerde digitale hulpmiddelen breed en op gecoördineerde wijze worden ingezet in lidstaten, zo ook in het openbaar vervoer; nodigt autofabrikanten uit te beginnen met het inzetten van C-ITS om de strategie uit te voeren;

20.  dringt er bij de Commissie op aan statistieken te ontwikkelen in aanvulling op de bestaande statistieken, met als doel de vooruitgang op het gebied van digitalisering op de diverse terreinen van de wegvervoersector beter te kunnen beoordelen; benadrukt het belang van verdere investeringen in onderzoek naar sensorsystemen, en benadrukt dat bij de ontwikkeling van C-ITS bijzondere aandacht moet worden uitgaan naar rijden in de stad, hetgeen erg verschilt van rijden buiten de stad; merkt op dat rijden in de stad met name inhoudt dat er meer interactie is met motorrijders, fietsers, voetgangers en andere kwetsbare weggebruikers, zoals mensen met een beperking;

21.  dringt er bij de lidstaten op aan alles in het werk te stellen om de beroepsopleidingen en het hoger onderwijs af te stemmen op de kenniseisen van de sector die de ITS-strategie moet gaan ontwikkelen; pleit voor toekomstgerichte analyses van de nieuwe carrières en banen die verband houden met deze nieuwe aanpak van mobiliteit, en voor de uitwisseling van optimale werkmethoden bij de ontwikkeling van modellen voor samenwerking tussen ondernemingen en het onderwijs, met het oog op het genereren van integratiezones voor opleiding, innovatie en productie;

22.  is van mening dat C-ITS-diensten moeten worden geïntegreerd in de ruimtestrategie voor Europa omdat de invoering van C-ITS moet worden gebaseerd op geolocatietechnieken, zoals plaatsbepaling met behulp van satellieten;

23.  wijst erop dat de lidstaten rekening moeten houden met de invoering van C-ITS-diensten binnen een bredere dimensie van mobiliteit als dienst (MaaS), en de integratie met andere vervoerswijzen, met name om ongewenste neveneffecten te vermijden, zoals een vergroting van het aandeel van het wegvervoer;

Privacy- en gegevensbescherming

24.  wijst op het belang van de toepassing van de EU-wetgeving betreffende de privacy- en gegevensbescherming met betrekking tot gegevens uit C-ITS en communicerende ecosystemen, als gevolg waarvan deze gegevens bij wijze van prioriteit uitsluitend mogen worden gebruikt voor C-ITS-doeleinden en niet mogen worden bewaard of gebruikt om andere redenen; benadrukt dat slimme voertuigen volledig moeten voldoen aan de algemene verordening gegevensbescherming (GDPR) en aanverwante regels, en dat aanbieders van C-ITS-diensten bestuurders gemakkelijk toegankelijke informatie en duidelijke voorwaarden moeten aanbieden, op grond waarvan zij vrijwillige en weloverwogen toestemming kunnen geven, in overeenstemming met de bepalingen en beperkingen die zijn vastgelegd in de GDPR;

25.  benadrukt dat er aanzienlijk meer transparantie en verantwoordingsplicht bij het gebruik van algoritmen moet worden betracht ten aanzien van de verwerking en analyse van gegevens door bedrijven; herinnert eraan dat de GDPR al voorziet in het recht te worden geïnformeerd over welke logica aan de gegevensverwerking ten grondslag ligt; onderstreept daarnaast dat het noodzakelijk is zogenaamde "driving walls" te vermijden, aangezien dat zou betekenen dat gebruikers hun eigen slimme auto niet kunnen gebruiken zonder toestemming te geven; pleit voor het toevoegen van een offlinemodus aan slimme auto's, waarmee gebruikers de overdracht van persoonsgegevens naar andere apparaten kunnen uitschakelen en toch gebruik kunnen blijven maken van hun voertuig;

26.  wijst erop dat er tijdens de gegevensverwerking aandacht moet zijn voor de bescherming en de vertrouwelijkheid van de gegevens; benadrukt dat de "bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van gegevens door ontwerp en door standaardinstellingen" het uitgangspunt moet vormen bij het ontwerpen van ITS-toepassingen en -systemen; herinnert eraan dat anonimiseringstechieken kunnen bijdragen aan een groter vertrouwen onder gebruikers in de diensten die zij gebruiken;

Cyberbeveiliging

27.  wijst erop dat er hoge beveiligingsnormen voor cyberbeveiliging moeten worden gehanteerd om hacking en cyberaanvallen in alle lidstaten te voorkomen, vooral omdat de beveiliging van C-ITS-communicatie-uitingen cruciaal is; merkt op dat cyberbeveiliging een essentiële uitdaging is waaraan vanwege de toenemende digitalisering en connectiviteit van het vervoer het hoofd moet worden geboden; hamert erop dat geautomatiseerde en communicerende voertuigen en de databanken waarin de gegevens verwerkt en/of opgeslagen worden kwetsbaar zijn voor een cyberaanval, en dat om die reden alle zwakke punten en risico's die kunnen worden vastgesteld of die in dit stadium van de ontwikkeling denkbaar zijn moeten worden uitgesloten, en wel door een gemeenschappelijk beveiligingsbeleid, met inbegrip van strikte beveiligingsnormen, en een certificeringsbeleid op te zetten voor de invoering van C-ITS;

28.  onderstreept dat er in de EU, in alle lidstaten en in alle mogelijke samenwerkingsverbanden met derde landen even hoge en geharmoniseerde beveiligingsnormen moeten worden gehanteerd; wijst erop dat deze normen de toegang van derde reparateurs tot de boordsystemen echter niet mogen belemmeren, opdat voertuigeigenaren niet afhankelijk hoeven te zijn van autofabrikanten voor de nodige controles en/of reparaties van de software aan boord;

Communicatietechnologie en frequenties

29.  is van mening dat een technologieneutrale, hybride communicatiebenadering, waarmee interoperabiliteit en achterwaartse compatibiliteit gewaarborgd worden en waarbij elkaar aanvullende communicatietechnologieën worden gebruikt, de juiste aanpak is en dat een combinatie van draadloze communicatie op korte afstand en cellulaire en satelliettechnologieën op dit moment de beste perspectieven biedt als hybride communicatiepakket, waarmee optimale steun wordt geboden voor de invoering van de C-ITS-basisdiensten;

30.  merkt op dat er een verband wordt gelegd tussen communicerende voertuigen en de Europese satellietnavigatiesystemen Egnos en Galileo; stelt dan ook voor om strategieën die gericht zijn op communicerende voertuigen op te nemen in ruimtevaarttechnologieën; is van mening dat interoperabiliteit essentieel is voor de veiligheid en de keuzevrijheid van de consument, en onderstreept dat de capaciteit van voertuigen om te communiceren met 5G- en satellietnavigatiesystemen in de toekomst moet worden opgenomen in het hybride communicatiepakket, zoals is vermeld in het 5G-actieplan van de Commissie;

31.  spoort autofabrikanten en telecommunicatie-exploitanten die C-ITS-diensten ondersteunen aan om samen te werken voor onder andere de vlotte invoering van C-ITS-diensten op het gebied van communicatietechnologie, wegentol en slimme digitale tachograafdiensten, zonder interferentie tussen deze diensten;

32.  verzoekt de Commissie en de lidstaten financiering te blijven verstrekken voor onderzoek en innovatie (Horizon 2020), met name om op de lange termijn de ontwikkeling van adequate infrastructuur voor de invoering van C-ITS mogelijk te maken;

33.  wijst op het belang van sensorsystemen om gegevens te verstrekken, bijvoorbeeld over voertuigdynamica, congestie en luchtkwaliteit; pleit voor meer en goed op elkaar afgestemde investeringen in de lidstaten om volledige interoperabiliteit van de gebruikte sensoren te verzekeren, en wenst dat wordt nagegaan of deze kunnen worden gebruikt voor andere dan veiligheidsdoeleinden, bijvoorbeeld het op afstand meten van emissies;

34.  verzoekt de Commissie met voorstellen te komen om ervoor te zorgen dat informatie over vervuilende emissies die beschikbaar is dankzij sensoren in voertuigen verzameld wordt en ter beschikking wordt gesteld van de bevoegde autoriteiten;

Gemeenschappelijke Europese aanpak

35.  spoort de lidstaten en de plaatselijke autoriteiten, voertuigfabrikanten, wegbeheerders en de ITS-sector aan om C-ITS uiterlijk in 2019 in te voeren, en beveelt de Commissie, de plaatselijke autoriteiten en de lidstaten aan toereikende financiering beschikbaar te stellen uit de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (CEF), de Europese structuur- en investeringsfondsen en het Europees Fonds voor strategische investeringen om de toekomstige weginfrastructuur te kunnen verbeteren en te onderhouden door middel van een sectoroverschrijdende thematische aanpak; verzoekt de Commissie en de lidstaten financiering te blijven verstrekken voor onderzoek en innovatie (Horizon 2020), met volledige eerbiediging van het beginsel van transparantie en de verstrekking van regelmatige informatie over cofinanciering van de EU;

36.  spoort de lidstaten en de Commissie aan initiatieven en maatregelen te ondersteunen ter bevordering van meer onderzoek en informatievergaring over de ontwikkeling en de impact van C-ITS op het EU-vervoersbeleid; is van oordeel dat als er in 2022 geen significante vooruitgang is geboekt mogelijkerwijs wetgeving nodig zal zijn om minimumregels vast te stellen en integratie op dit vlak af te dwingen;

37.  benadrukt het belang van de kwaliteit van de fysieke weginfrastructuur, die geleidelijk moet worden aangevuld met digitale infrastructuur; pleit voor de modernisering en het onderhoud van de toekomstige weginfrastructuur;

38.  benadrukt dat er een volwaardig multimodaal vervoerssysteem in het leven moet worden geroepen waarbij alle vervoerswijzen worden gebundeld tot één mobiliteitsdienst met gebruikmaking van realtime-informatie, waarbij rekening wordt gehouden met geïntegreerde ticketverkoop, gedeelde mobiliteitsdiensten en wandelen en fietsen waarmee naadloos vervoer van personen en goederen van deur tot deur mogelijk wordt en de algehele efficiëntie en de duurzaamheid van het vervoer verbetert; verzoekt de Commissie in dit verband de samenwerking en investeringen op EU-niveau in de digitalisering van de vervoersector te waarborgen en te bevorderen via bestaande en nieuwe fondsen, teneinde slimme vervoerssystemen te integreren in de verschillende vervoerswijzen (C-ITS, ERTMS, Sesar, RIS(8)); onderstreept het belang van een geïntegreerde benadering van hulpmiddelen voor informatie, boekingen en tickets om aantrekkelijke mobiliteitsketens van deur tot deur op te zetten;

39.  dringt erop aan dat deze planningsprocedure uitgaat van de visie van gebruikers van reizigers- en goederenvervoer als basisbron van informatie om het toepassingsgebied van de C-ITS-applicatie te verruimen en zakelijke modellen te genereren met betrekking tot dit nieuwe concept van geïntegreerde duurzame mobiliteit;

40.  spoort de EU en de lidstaten aan om het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap en de op stapel staande richtlijn inzake de toegankelijkheidseisen voor producten en diensten goed te handhaven zodat alle burgers zonder belemmeringen gebruik kunnen maken van C-ITS;

41.  beveelt de Commissie aan snel een passend rechtskader op te zetten om in de hele EU grensoverschrijdende interoperabiliteit tot stand te brengen alsook een kader voor de regels ten aanzien van de verantwoordelijkheid voor het gebruik van de verschillende communicerende vervoersvormen; verzoekt de Commissie uiterlijk aan het eind van het jaar een wetgevingsvoorstel te publiceren over de toegang tot gegevens en hulpmiddelen in voertuigen; is van mening dat met dit voorstel de volledige automobielsector en eindgebruikers voordeel moeten kunnen halen uit de mogelijkheden van digitalisering, waarbij gelijke voorwaarden en maximale veiligheid worden gegarandeerd met betrekking tot de opslag van voertuiggegevens en de toegankelijkheid daarvan voor alle derden, die eerlijk, tijdig en onbeperkt moet zijn om de consumentenrechten te beschermen, innovatie te bevorderen en eerlijke, niet-discriminerende concurrentie op deze markt te waarborgen, in overeenstemming met het beginsel van technologische neutraliteit; benadrukt dat er moet worden bijgedragen aan de modernisering van alle stedelijke en plattelandsinfrastructuur die gekoppeld is aan openbaarvervoersdiensten; verzoekt de Commissie te waarborgen dat de GDPR in alle gevallen volledig wordt nageleefd en dat ze jaarlijks verslag uitbrengt aan het Parlement over het toezicht daarop;

42.  verzoekt de Commissie een mondiale aanpak voor technische harmonisatie en standaardisering van gegevens te hanteren, om de compatibiliteit van C-ITS, de schaalvoordelen voor fabrikanten en meer comfort voor consumenten te waarborgen;

43.  onderstreept hoe belangrijk het is om in een vroeg stadium de dialoog aan te gaan met de sociale partners en consumentenbonden en zo een klimaat van transparantie en vertrouwen te scheppen om een goed evenwicht te vinden tussen de positieve en de negatieve gevolgen voor de sociale en arbeidsomstandigheden en voor consumentenrechten; merkt op dat het eSafety-forum een stappenplan voor de invoering van C-ITS moet opstellen, op dezelfde manier als bij het eCall-systeem;

44.  is van mening dat er een algehele omschakeling op een koolstofarme economie nodig is om aan de internationale klimaatverbintenissen te voldoen en de interne doelstellingen van de EU te halen; wijst er dan ook op dat er nieuwe criteria nodig zijn voor de toewijzing van verschillende EU-fondsen ter bevordering van de CO2-reductie en maatregelen ter verhoging van de energie-efficiëntie, ook binnen C-ITS; meent dat er in geen geval EU-financiering mag worden toegewezen aan projecten die in strijd zijn met de doelstellingen en het beleid inzake CO2-reductie;

45.  verzoekt autofabrikanten consumenten te voorzien van toereikende en duidelijke informatie over hun rechten en de voordelen en beperkingen van nieuwe C-ITS-technologieën op het gebied van veiligheid; moedigt voorlichtingscampagnes aan als middel om de huidige bestuurders vertrouwd te maken met nieuwe C-ITS-technologieën, het nodige vertrouwen te scheppen bij de eindgebruikers en draagvlak onder de bevolking te creëren; is van mening dat het gebruik van C-ITS de veiligheid en efficiency van het vervoerssysteem kan verbeteren zonder afbreuk te doen aan de regels inzake privacy en gegevensbescherming;

°

°  °

46.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 207 van 6.8.2010, blz. 1.

(2)

COTER-VI/028.

(3)

PB C 288 van 31.8.2017, blz. 85.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0423.

(5)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0234.

(6)

Eindrapport van de tweede fase van het C-ITS-platform: https://ec.europa.eu/transport/sites/transport/files/2017-09-c-its-platform-final-report.pdf

(7)

Aanbeveling van de Commissie van 26 mei 2008 betreffende veilige en efficiënte informatie- en communicatiesystemen aan boord van voertuigen: bijwerking van de Europese verklaring inzake beginselen voor mens/machine-interfaces; PB L 216 van 12.8.2008, blz. 1.Beschikbaar op: http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A32008H0653

(8)

Europees beheersysteem voor het spoorverkeer (ERTMS); ATM-onderzoek voor het gemeenschappelijk Europees luchtruim (Sesar); Rivier Informatiediensten (RIS).


TOELICHTING

Inleiding

De wereld en daarbinnen de Europese gemeenschap staat een razendsnelle industriële en digitale revolutie te wachten – waarvan wij nu al in zekere mate deel uitmaken – waarop noch de Europese economie noch de Europese samenleving voldoende is voorbereid. Er zijn grote verschillen te bespeuren in de mate van ontwikkeling en paraatheid van de lidstaten: de digitalisering en de technologische ontwikkelingen mogen deze scheve verhoudingen echter niet verder in de hand werken; elke Europese burger moet in gelijke mate kunnen profiteren van de nieuwe industriële revolutie en de voordelen daarvan. Ook de vervoerssector staat aan de vooravond van een explosieve verandering waarop de Europese Unie relevante antwoorden voor de lange termijn moet formuleren. We moeten voldoen aan de eisen van veiligheid, efficiëntie en duurzaamheid. De ontwikkeling van digitale technologieën in de vervoerssector maakt de rechtstreeks gegevensuitwisseling van aan het verkeer deelnemende vervoermiddelen mogelijk, waardoor bijvoorbeeld het aantal ongevallen afneemt, de vervoerssystemen worden gerationaliseerd en de uitstoot van schadelijke stoffen wordt verminderd. De nieuwe technologieën, waarvan de coöperatieve slimme vervoerssystemen (C-ITS) die in dit verslag aan bod komen deel uitmaken, brengen een ingrijpende ontwikkeling met zich mee en vormen een wezenlijke taak voor de Europese besluitvormers, onder andere bij de onderlinge afstemming van wettelijke voorschriften die tot nu toe niet goed waren gestructureerd en die voortdurend nieuwe problemen aan het licht brengen. We kunnen rustig stellen dat de Europese Commissie en de andere Europese instellingen schandalig achterlopen op dit gebied; de technologische revolutie gaat veel sneller dan het institutionele systeem kan bijbenen. Het is van het grootste belang dat we met onze tijd meegaan. Tevens moeten we onder ogen zien dat de Europese Unie voor de digitale ontwikkeling van de vervoerssector in plaats van geïsoleerde concurrentie parallelle samenwerking nodig heeft, want alleen zo kan zij de uitdagingen van de mondiale ontwikkeling het hoofd bieden, en de strijd aanbinden met bijvoorbeeld de Verenigde Staten en China, waar de ontwikkelingen met C-ITS-technologie al veel verder gevorderd zijn. De nieuwe industriële revolutie biedt dus aan de ene kant geweldige mogelijkheden voor de ontwikkeling van veiligere vervoerssystemen, maar vereist aan de andere kant verantwoordelijke en voortdurende aanpassingen van de regelgeving.

Algemeen kader

De Europese Commissie en het Europees Parlement houden zich al bijna tien jaar bezig met het vraagstuk van slimme vervoerssystemen en voertuigen. De Europese invoering van slimme voertuigen en het eCall-systeem vormt ook een belangrijk onderdeel van dit proces. De rapporteur is ingenomen met de wetgevingsprocedure als resultaat waarvan het Europees Parlement een advies opstelt over het vergroten van de veiligheid van auto's, de bevoegdheden en opleiding van bestuurders en de Europese strategie voor emissiearme mobiliteit. De wijziging van Richtlijn 2010/40/EU over de verlengde toepassing van gedelegeerde handelingen is van groot belang. Deze wetgevingshandelingen vormen een aanvulling op de in de mededeling van de Commissie vastgestelde strategie over de introductie van slimme vervoerssystemen (COM(2016)0766).

De rapporteur vindt het belangrijk dat er gelijktijdig verschillende onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's van de Unie en Europese initiatieven worden uitgevoerd, waaronder C-Roads en GEAR-2030. Met name moet hier worden stilgestaan bij de resultaten van het programma ITS-platform van 2016-2017 in het kader waarvan de Europese Commissie het resultaat van het werk van acht werkgroepen enkele dagen geleden heeft gepubliceerd.

In de eerste plaats moeten de telecomsector, de auto-industrie en de energie- en vervoerssector hun krachten bundelen zodat de resultaten van de digitale ontwikkeling op de juiste wijze worden ingevoerd en toegepast. Even onontbeerlijk is de samenwerking tussen de Europese instellingen en de betrokkenheid van de lidstaten. De rapporteur is verheugd over het advies van het Comité van de Regio's en het Europees Economisch en Sociaal Comité. De meerderheid van de voertuigen op het grondgebied van de EU is verouderd en vervaardigd met technologie die niet kan worden aangesloten op de nieuwste technologieën zodat er dus geen digitale dialoog mogelijk is. Hetzelfde geldt voor de wegen die niet tot de trans-Europese netwerken behoren en geen snelwegen zijn. De vraag is terecht hoe we deze voertuigen aan elkaar moeten koppelen en wie daarvan de kosten zal dragen.

Wie draait er op voor de kosten?

Voor de invoering van de eerste golf C-diensten, waarmee ongeveer 30 miljoen auto's met elkaar verbonden kunnen worden, is bijna 3 miljard euro per jaar nodig. Met middelen uit EU-fondsen, zoals de CEF, de ESIF en het EFSI, kunnen nu al breedbandnetwerken en vervoersinfrastructuur ontwikkeld worden. Daarnaast worden er momenteel in het kader van Horizon 2020 onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten uitgevoerd. De rapporteur is er stellig van overtuigd dat de ontwikkelingen in een veel hoger tempo plaatsvinden dan blijkt uit de strategische planning en de streefdata. Daarom moeten de lidstaten bij dit proces worden betrokken en moeten er meer middelen worden uitgetrokken. De hamvraag is hoe we bij de volgende financiële planning rekening gaan houden met de rol van digitale technologieën.

Veiligheid en beveiliging

De rapporteur sluit zich aan bij het voorstel van de Commissie en is ingenomen met ambitieuze doelen zoals de invoering van het protocol voor de eerste resp. tweede golf en met het plan om het eerste pakket al in 2019 in te voeren. Aan de andere kant ontbreken zijns inziens een precies tijdschema en een haalbaarheidsonderzoek om deze doelen te verwezenlijken. Hij schaart zich achter de vaststelling van de werkgroep die zich bezighoudt met de tweede fase, d.w.z. de veiligheid en beveiliging van het C-ITS-platform, namelijk dat elk voertuig moet voldoen aan minimale vereisten(1). De rapporteur is ervan overtuigd dat deze technologie en automatisering alleen zinvol zijn als elk voertuig aangesloten zal zijn op het vervoerssysteem. Daarom moeten we stapsgewijs te werk gaan. In de overgangsperiode, totdat het volledige C-ITS beschikbaar wordt, is het van wezenlijk belang dat er een beveiligingsprotocol wordt opgesteld waarin ook rekening wordt gehouden met de menselijke factor en voldoende tijd wordt geboden voor de interactie tussen mens en machine(2).

Gegevensbeveiliging

De snelle en onmiddellijke uitwisseling van big data neemt hand over hand toe en raakt ingeburgerd, hetgeen vragen opwerpt over het gebruik van de juiste technologie en de beveiliging van de gegevens. Het is cruciaal dat we de bestaande Europese regelgeving uitbreiden naar het domein van automatisering. De Europese Commissie heeft enkele dagen geleden een voorstel over cyberbeveiliging ingediend op grond waarvan er een nieuw Europees certificeringssysteem moet worden opgezet waarmee het veilige gebruik van digitale producten en diensten wordt gegarandeerd. Daarnaast is de rapporteur van mening dat belangrijke aspecten van de toekomstige taken de precieze definiëring van de toegang tot door bewegende voertuigen gegenereerde gegevens en het vraagstuk van toegang tot gegevens door derden zijn. We moeten luisteren naar de meningen en voorstellen van alle partijen en daaruit de beste, gemeenschappelijke oplossing distilleren.

Communicatietechnologie en frequenties

Als we naar de hele Europese Unie kijken en naar de programma's die de afgelopen maanden zijn uitgevoerd, constateren we enorme verschillen bij de verwezenlijking ervan. Aan de ene kant van het scala bevindt zich het volledige gebrek aan internetdekking (gebieden waar zelfs geen wifi is en de algemene dekking maximaal 2G is) en aan het andere uiteinde "platooning" (groeperen van verscheidene vrachtwagens). We moeten erop toezien dat we de digitale kloof niet verbreden. Op het vlak van technologie zijn we het erover eens dat er geen sprake mag zijn van exclusiviteit, d.w.z. dat de hybride toepassing van de bestaande technologieën de oplossing kan zijn. Ook hierover vindt voortdurend overleg plaats tussen de beroepsorganisaties en de Commissie.

Andere belangrijke terreinen, opmerkingen

De toekomst van stedelijke mobiliteit is ook een belangrijk element van automatisering en de ontwikkeling daarvan moet centraal staan. De indeling van steden en de omliggende regio's in slimme vervoersnetwerken is cruciaal voor regionale ontwikkeling. We hebben het steeds over de onderlinge aansluiting van voertuigen en infrastructuur. Maar hoe zit het met de zogenaamde kwetsbare groepen, de voetgangers, fietsers en motorrijders? Hoe kunnen deze groepen worden geïntegreerd in de slimme en coöperatieve systemen? En we moeten ook niet vergeten hoe de voorwaarden voor het halen van een rijbewijs veranderen als we richting volledige automatisering gaan, en welke vaardigheden we moeten gaan overdragen. Hoe moeten rijlessen worden ingevuld, zowel qua vorm als qua inhoud?

(1)

Tweede en laatste fase van het C-ITS-platform. https://ec.europa.eu/transport/sites/transport/files/2017-09-c-its-platform-final-report.pdf

(2)

Door de Commissie in 2008 uitgebrachte Europese verklaring inzake beginselen voor mens/machine-interfaces. https://goo.gl/zXSXHe


ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (2.2.2018)

aan de Commissie vervoer en toerisme

inzake de Europese Strategie voor coöperatieve slimme vervoerssystemen

(2017/2067(INI))

Rapporteur voor advies: Christel Schaldemose

SUGGESTIES

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de bevoegde Commissie vervoer en toerisme onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  brengt de Europese strategie voor emissiearme mobiliteit van juli 2016 in herinnering, waarin wordt gewezen op het potentieel van coöperatieve, communicerende en geautomatiseerde voertuigen om een mobiliteitsecosysteem te creëren en aldus het energieverbruik en de emissies door het wegvervoer, die nog steeds het grootste deel van de emissies door vervoer uitmaken, terug te dringen;

2.  roept de Commissie op het groeiende belang van emissies gedurende de hele levenscyclus, tijdens de energievoorzienings-, vervaardigings- en afdankingsfase, te erkennen door holistische voorstellen te doen die fabrikanten naar optimale oplossingen leiden, om ervoor te zorgen dat de upstream- en downstreamemissies de voordelen van het verbeterde operationele gebruik van communicerende en geautomatiseerde voertuigen niet uithollen;

3.  is ingenomen met de Europese strategie betreffende coöperatieve slimme vervoerssystemen (C-ITS) als gemeenschappelijk actiekader; is sterk voorstander van de ontwikkeling van een passend EU-rechtskader voor de invoering van C-ITS, ook in gebieden die geen deel uitmaken van het Europese vasteland, en voor het faciliteren van investeringen in de daarvoor noodzakelijke infrastructuur; verzoekt de Commissie na te gaan welke mogelijkheden de ITS-Richtlijn 201/40/EU in dit verband biedt;

4.  verzoekt de Commissie ook stedelijk vervoer door de lucht en over het water op te nemen in de C-ITS-strategie en daarbij de nadruk te leggen op multimodaliteit en de integratie van verschillende vervoerswijzen, die het vervoer duurzamer en efficiënter kunnen maken;

5.  benadrukt dat overheidssteun bij voorrang bestemd moet zijn voor het potentieel van C-ITS om collectieve vervoerswijzen en carpooling te bevorderen; dringt daarom bij de Commissie en de lidstaten aan op nauwe samenwerking met lokale en regionale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het openbaar vervoer om de mogelijkheden van C-ITS voor openbaar en intermodaal vervoer te onderzoeken, teneinde een hoog niveau van integratie van particulier en openbaar vervoer te bereiken en zo de mobiliteit duurzamer te maken;

6.  is er vast van overtuigd dat bij de invoering van C-ITS de nadruk moet liggen op de gebruiker en dat burgers met hun privéauto moeten kunnen aansluiten op C-ITS-systemen;

7.  is ingenomen met de mogelijkheden die C-ITS biedt om de veiligheid op de weg en de naleving van de verkeersregels te verbeteren; verwelkomt ook de voordelen van C-ITS-communicatie, zoals het feit dat er veiliger kan worden gereden doordat de bestuurders snel en nauwkeurig worden geïnformeerd over de verkeerssituatie, gevaarlijke gebieden en problemen die zich in hun omgeving voordoen, alsook het feit dat centra voor verkeersgeleiding en verkeersinformatie rechtstreeks van de voertuigen nauwkeurige en volledige informatie kunnen ontvangen, waardoor ze snel en doeltreffend de verkeersstromen kunnen regelen en beïnvloeden, en de veiligheid kunnen verhogen;

8.  wijst erop dat ook het opzetten van C-ITS op basis van communicatie (gegevensuitwisseling), niet alleen tussen afzonderlijke voertuigen maar ook tussen voertuigen en infrastructuur, een aanzienlijke uitdaging vormt op het gebied van auto-elektronica en ITS; wijst erop dat C-ITS-systemen het mogelijk maken dat voertuigen rechtstreeks met elkaar communiceren en dat voertuigen en ITS-eenheden informatie sturen naar verkeersinfrastructuur, die op haar beurt deze informatie doorstuurt naar verkeersgeleidings- en verkeersinformatiecentra, hetgeen bijdraagt tot de vermindering van de milieugevolgen van het verkeer;

9.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om de mogelijkheden van C-ITS ten volle te benutten voor preventieve maatregelen om smog en te hoge ozonconcentraties tegen te gaan en geluidsemissie en de uitstoot van fijn stof, NOx en CO2 te verminderen;

10.  herinnert eraan dat de aanvaarding van alternatieve brandstoffen door de eindgebruikers sterk afhankelijk is van de beschikbaarheid van tank- of oplaadinfrastructuur en benadrukt dat de beschikbaarheid van informatie over die infrastructuur (bijv. onbezette oplaadpunten in de nabijheid) de vraag zou kunnen stimuleren; verzoekt de Commissie met klem meer prioriteit toe te kennen aan de invoering van dergelijke diensten;

11.  wijst op het grote potentieel van C-ITS om de brandstofefficiëntie te verbeteren, de kosten van individueel transport te verlagen en de negatieve gevolgen van het verkeer voor het milieu te verminderen;

12.  herhaalt dat communicerende en geautomatiseerde voertuigen, C-ITS en nieuwe technologieën een belangrijke rol spelen bij het bereiken van de klimaatdoelen; acht het daarom dringend noodzakelijk dat de ontwikkeling en uitrol van deze voertuigen volledig stroken met en bijdragen tot de doelstelling inzake het koolstofvrij maken van het vervoerssysteem; verwelkomt het gebruik van C-ITS als middel om het verkeer doeltreffender te maken, het energieverbruik te verminderen, de impact van het wegvervoer op het milieu (bijv. CO2-emissies) te verkleinen en het gebruik van stedelijke infrastructuur te optimaliseren;

13.  benadrukt het potentieel van innovatieve technologieën zoals geautomatiseerd rijden en "platooning" (groeperen van verscheidene voertuigen) in het vrachtvervoer over de weg, waardoor beter gebruik wordt gemaakt van de slipstream en bijgevolg het brandstofverbruik en de emissies worden verminderd; vraagt om meer ondersteuning voor onderzoek en ontwikkeling op dat gebied, met name voor de benodigde digitale infrastructuur;

14.  benadrukt het belang van interoperabiliteit en is van mening dat de Commissie interoperabele systemen op technologieneutrale wijze moet stimuleren;

15.  wijst op het belang van sensorsystemen om data te verstrekken, bijvoorbeeld over voertuigdynamica, congestie en luchtkwaliteit; pleit voor meer en homogenere investeringen in de lidstaten om volledige interoperabiliteit van de gebruikte sensoren te verzekeren en wenst dat wordt nagegaan of deze kunnen worden gebruikt voor andere dan veiligheidsdoeleinden, bijvoorbeeld het op afstand meten van emissies;

16.  verzoekt de Commissie met voorstellen te komen om ervoor te zorgen dat informatie over vervuilende emissies die beschikbaar is dankzij sensoren in voertuigen verzameld wordt en ter beschikking van de bevoegde autoriteiten wordt gesteld;

17.  wijst op het potentieel van C-ITS om de integratie van autonome voertuigen vooruit te helpen met als doel het probleem van de laatste kilometer, d.w.z. de afstand tussen het vervoersknooppunt en de eindbestemming, op te lossen;

18.  onderstreept dat C-ITS kan leiden tot een aanzienlijke verbetering van de verkeersveiligheid door het risico op menselijke fouten, die nog steeds de belangrijkste oorzaak van verkeersongevallen zijn, te beperken;

19.  verzoekt de Commissie de toegang tot gegevens over het verkeer te vergemakkelijken voor publieke en private actoren, zoals aanbieders van digitale landkaarten en navigatiediensten, aangezien dergelijke diensten essentieel zijn om intermodaal vervoer, efficiëntere verkeersgeleiding en geautomatiseerd rijden mogelijk te maken; benadrukt echter dat het vertrouwen van de eindgebruiker in de bescherming van persoonsgegevens en privacy essentieel is om het delen van individuele gegevens ingang te doen vinden; steunt daarom de aanpak van de Commissie met betrekking tot "gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen", zoals geschetst in de C-ITS-strategie;

20.  benadrukt dat samenwerking op lokaal en regionaal niveau voor de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van interoperabele en indien nodig geharmoniseerde C-ITS in Europa, met inbegrip van de EU-gebieden die geen deel uitmaken van het Europese vasteland, van cruciaal belang is;

21.  benadrukt dat de verwezenlijking van grensoverschrijdende C-ITS een van de doelen van de EU is en dat met het oog daarop genomen maatregelen de grondslagen leggen voor Europabreed gebruik van C-ITS; wijst erop dat technologieën voor coöperatieve systemen zijn ontwikkeld als onderdeel van Europese wetenschappelijke en onderzoeksprojecten en overal in Europa getest zijn; wijst erop dat de noodzakelijke en geschikte technologie voor coöperatieve systemen in de meeste gevallen al voldoet aan de normen van het Europees Comité voor normalisatie (CEN), het Europees Instituut voor telecommunicatienormen (ETSI) en de Internationale Organisatie voor normalisatie (ISO);

22.  verzoekt de Commissie rekening te houden met de feedback en resultaten van de proefprojecten in de context van de Connecting Europe Facility;

23.  wijst erop dat de systematische opbouw van een intelligent vervoerssysteem dat de voorwaarden voor het veilig, soepel, economisch en milieuvriendelijk vervoer van personen en goederen schept, een belangrijke uitdaging vormt voor de hedendaagse maatschappij; is van mening dat een mogelijke manier om die uitdaging aan te gaan bestaat in de totstandbrenging van stabiele, langlopende partnerschappen tussen de betrokken Europese en nationale instanties en onderzoeksinstellingen, waardoor de ontwikkeling van technologieën en vervoerssystemen op een punt wordt gebracht waarop dagelijks gebruik ervan de langetermijndoelen van EU-beleid zou kunnen helpen verwezenlijken;

24.  wijst erop dat op EU-niveau reeds aanzienlijke middelen voor coöperatieve, communicerende en geautomatiseerde voertuigen is vrijgemaakt; verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat voldoende middelen ter beschikking worden gesteld om C-ITS op de lange termijn ten uitvoer te leggen en te waarborgen dat de verschillende systemen internationaal compatibel en interoperabel zijn;

25.  is van mening dat er een omvattende omschakeling op een koolstofarme economie nodig is om aan de internationale klimaatverbintenissen te voldoen en de interne doelstellingen van de EU te halen; wijst erop dat daarom nieuwe criteria nodig zijn voor de toewijzing van verschillende EU-fondsen ter bevordering van de CO2-reductie en maatregelen ter verhoging van de energie-efficiëntie, ook in het kader van C-ITS; meent dat in geen geval EU-financiering mag worden toegewezen aan projecten die in strijd zijn met de doelstellingen en het beleid inzake CO2-reductie ;

26.  verzoekt de Commissie bij de ontwikkeling van C-ITS voldoende aandacht te besteden aan gegevensbescherming, aansprakelijkheidsregels en terrorismebestrijding.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

24.1.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

50

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Pilar Ayuso, Ivo Belet, Simona Bonafè, Biljana Borzan, Paul Brannen, Soledad Cabezón Ruiz, Nessa Childers, Birgit Collin-Langen, Seb Dance, Mark Demesmaeker, Stefan Eck, José Inácio Faria, Francesc Gambús, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Arne Gericke, Julie Girling, Françoise Grossetête, Andrzej Grzyb, Jytte Guteland, Anneli Jäätteenmäki, Karin Kadenbach, Urszula Krupa, Giovanni La Via, Jo Leinen, Peter Liese, Susanne Melior, Gilles Pargneaux, Piernicola Pedicini, Bolesław G. Piecha, John Procter, Julia Reid, Frédérique Ries, Daciana Octavia Sârbu, Annie Schreijer-Pierik, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Ivica Tolić, Adina-Ioana Vălean, Jadwiga Wiśniewska, Damiano Zoffoli

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Elena Gentile, Martin Häusling, Norbert Lins, Nuno Melo, Ulrike Müller, Christel Schaldemose, Bart Staes, Keith Taylor, Carlos Zorrinho

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Jiří Maštálka

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

50

+

ALDE

Gerben-Jan Gerbrandy, Anneli Jäätteenmäki, Ulrike Müller, Frédérique Ries

ECR

Mark Demesmaeker, Arne Gericke, Julie Girling, Urszula Krupa, Bolesław G. Piecha, John Procter, Jadwiga Wiśniewska

EFDD

Piernicola Pedicini

GUE/NGL

Stefan Eck, Jiří Maštálka

EPP

Pilar Ayuso, Ivo Belet, Birgit Collin-Langen, José Inácio Faria, Francesc Gambús, Elisabetta Gardini, Françoise Grossetête, Andrzej Grzyb, Giovanni La Via, Peter Liese, Norbert Lins, Nuno Melo, Annie Schreijer-Pierik, Ivica Tolić, Adina-Ioana Vălean

S&D

Simona Bonafè, Biljana Borzan, Paul Brannen, Soledad Cabezón Ruiz, Nessa Childers, Seb Dance, Elena Gentile, Jytte Guteland, Karin Kadenbach, Jo Leinen, Susanne Melior, Gilles Pargneaux, Christel Schaldemose, Daciana Octavia Sârbu, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Damiano Zoffoli, Carlos Zorrinho

Verts/ALE

Marco Affronte, Martin Häusling, Bart Staes, Keith Taylor

1

-

EFDD

Julia Reid

1

0

PPE

Renate Sommer

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (5.12.2017)

aan de Commissie vervoer en toerisme

inzake een Europese strategie betreffende coöperatieve slimme vervoerssystemen

(2017/2067(INI))

Rapporteur voor advies: Matthijs van Miltenburg

SUGGESTIES

De Commissie interne markt en consumentenbescherming verzoekt de ten principale bevoegde Commissie vervoer en toerisme onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  is ingenomen met de strategie van de Commissie betreffende coöperatieve slimme vervoerssystemen (C-ITS); onderkent de potentie van slimmer gebruik van gegevens in de vervoerssector voor zowel gebruikers, met inbegrip van personen met een beperking, die bijzondere behoeften hebben, als bedrijven; is van mening dat C-ITS aanzienlijk kunnen bijdragen aan de veiligheid, efficiëntie, duurzaamheid en gebruiks- en milieuvriendelijkheid van vervoer door verhoging van de energie-efficiëntie, verlaging van de uitstoot en beperking van het risico op ongevallen;

2.  verzoekt de Europese Unie met klem om in het belang van de economische groei en het concurrentievermogen van de lidstaten hogere normen vast te stellen teneinde haar leidende, mondiale rol op het gebied van C-ITS te bevorderen; spoort alle belanghebbenden aan de toepassing van C-ITS-technologieën te versnellen; benadrukt in dit verband de behoefte aan hoogwaardige, veilige, concurrerende, toegankelijke, continue en betrouwbare diensten in de gehele Unie;

3.  acht het van essentieel belang dat het recht van consumenten op privacy en het recht van consumenten op bescherming van persoonsgegevens van meet af aan ten volle geëerbiedigd worden overeenkomstig het EU-rechtskader inzake gegevensbescherming; verzoekt de Commissie derhalve met klem te waarborgen dat de algemene verordening gegevensbescherming correct ten uitvoer wordt gelegd; verzoekt autofabrikanten consumenten afdoende en op duidelijke wijze op de hoogte te stellen van hun rechten, alsmede van de voordelen en beperkingen van de nieuwe C-ITS-technologieën op het gebied van veiligheid; verzoekt autofabrikanten bovendien geen voertuiggegevens te verkopen, bewaren, gebruiken of verwerken voor andere doeleinden zonder hiervoor vooraf uitdrukkelijk toestemming te hebben gekregen;

4.  wijst erop dat nauwgezette aandacht moet worden besteed aan cyberbeveiliging, teneinde met succes coöperatieve slimme vervoerssystemen te ontwikkelen en ten uitvoer te leggen; onderstreept de noodzaak om een gemeenschappelijk beleid inzake communicatiebeveiliging van de C-ITS te ontwikkelen met strenge veiligheidsnormen, om het vervoerssysteem te beschermen tegen hackers en cyberaanvallen;

5.  benadrukt het belang van technologische neutraliteit, achterwaartse compatibiliteit, technische harmonisatie en standaardisering van gegevens en definities met betrekking tot C-ITS ter waarborging van een open markt; meent bovendien dat interoperabiliteit een cruciale rol speelt op het gebied van veiligheid en de keuzemogelijkheden van de consument; verzoekt de Commissie en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de geslaagde uitrol en de interoperabiliteit van C-ITS op elk niveau te garanderen;

6.  verzoekt de Commissie in voorkomend geval een mondiale aanpak voor technische harmonisatie en standaardisering van gegevens vast te stellen, om de compatibiliteit van C-ITS, de schaalvoordelen voor fabrikanten en meer comfort voor consumenten te waarborgen;

7.  is verheugd dat de betrokkenheid van de gebruiker in de strategie centraal staat; spoort de Commissie aan de uitwisseling van beste praktijken te bevorderen; onderstreept de behoefte aan specifieke, grensoverschrijdende C-ITS-proefprojecten en voldoende financiering hiervoor; spoort de lidstaten aan onverwijld deel te nemen aan het C-Roadsplatform en samen te werken om interoperabiliteit te bewerkstelligen;

8.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie om het mandaat voor de vaststelling van gedelegeerde handelingen op grond van ITS-Richtlijn 2010/40/EU te verlengen;

9.  is ingenomen met het feit dat de verordening inzake typegoedkeuringseisen voor de uitrol van het op de 112-dienst gebaseerde eCall-boordsysteem(1) in 2018 in werking treedt; herinnert de Commissie in dit verband aan haar verplichting om de behoefte aan een interoperabel, veilig, gestandaardiseerd, vrij toegankelijk platform te beoordelen.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

4.12.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

32

1

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pascal Arimont, Sergio Gaetano Cofferati, Lara Comi, Daniel Dalton, Nicola Danti, Pascal Durand, Evelyne Gebhardt, Robert Jarosław Iwaszkiewicz, Liisa Jaakonsaari, Nosheena Mobarik, Jiří Pospíšil, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Olga Sehnalová, Jasenko Selimovic, Igor Šoltes, Ivan Štefanec, Catherine Stihler, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Mylène Troszczynski, Anneleen Van Bossuyt, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Lucy Anderson, Biljana Borzan, Birgit Collin-Langen, Kaja Kallas, Roberta Metsola, Matthijs van Miltenburg, Lambert van Nistelrooij, Sabine Verheyen

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Jonathan Bullock, Rupert Matthews, Bogdan Brunon Wenta, Flavio Zanonato

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

32

+

ALDE

Kaja Kallas, Jasenko Selimovic, Matthijs van Miltenburg

ECR

Daniel Dalton, Nosheena Mobarik, Rupert Matthews, Anneleen Van Bossuyt

EFDD

Marco Zullo

PPE

Pascal Arimont, Birgit Collin-Langen, Lara Comi, Roberta Metsola, Jiří Pospíšil, Andreas Schwab, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Sabine Verheyen, Bogdan Brunon Wenta, Lambert van Nistelrooij, Ivan Štefanec

S&D

Lucy Anderson, Biljana Borzan, Sergio Gaetano Cofferati, Nicola Danti, Evelyne Gebhardt, Liisa Jaakonsaari, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Olga Sehnalová, Catherine Stihler, Flavio Zanonato

Verts/ALE

Pascal Durand, Igor Šoltes

1

-

EFDD

Jonathan Bullock

2

0

EFDD

Robert Jarosław Iwaszkiewicz

ENF

Mylène Troszczynski

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

Verordening (EU) 2015/758 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 inzake typegoedkeuringseisen voor de uitrol van het op de 112-dienst gebaseerde eCall-boordsysteem en houdende wijziging van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 123, 19.5.2015, blz. 77).


ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (29.1.2018)

aan de Commissie vervoer en toerisme

inzake een Europese strategie betreffende coöperatieve slimme vervoerssystemen

(2017/2067(INI))

Rapporteur voor advies: Maria Grapini

SUGGESTIES

De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken verzoekt de bevoegde Commissie vervoer en toerisme onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A.  overwegende dat de EU verplicht is het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie te eerbiedigen, met name de artikelen 7 en 8 over eerbiediging van het privéleven en bescherming van persoonsgegevens;

B.  overwegende dat het bij de gegevens die door coöperatieve slimme vervoerssystemen (C-ITS) worden verspreid, om persoonsgegevens gaat die betrekking hebben op een geïdentificeerde of identificeerbare persoon, en dat de C-ITS-berichten zullen worden verstuurd voor een breed spectrum aan diensten en tussen een scala aan actoren;

C.  overwegende dat C-ITS gebaseerd zijn op de verzameling, verwerking en uitwisseling van een grote verscheidenheid aan gegevens uit openbare en particuliere bronnen, voertuigen, gebruikers en infrastructuur, en dat het van essentieel belang is de lijst van C-ITS-diensten zo optimaal mogelijk samen te stellen om daarover in een vroeg stadium overleg te voeren met de lidstaten, lokale overheden, voertuigfabrikanten en wegenexploitanten;

D.  overwegende dat de basis voor de uitvoering van de systemen wordt gevormd door geolocatietechnieken, zoals plaatsbepaling met behulp van satellieten, en contactloze technieken die de verstrekking van allerlei openbare en/of commerciële diensten zullen vergemakkelijken, en dat deze in overeenstemming moeten zijn met het acquis van de EU inzake privacy- en gegevensbescherming, aan strenge regels voor de vertrouwelijkheid moeten voldoen en ook moeten aansluiten op de doelstellingen en praktijken van de ruimtestrategie voor Europa;

E.  overwegende dat de cyberveiligheid van de coöperatieve ITS een centraal onderdeel bij de uitvoering vormt, dat versnipperde oplossingen voor de beveiliging de interoperabiliteit en de veiligheid van de eindgebruikers in gevaar zouden brengen en dat er daarom duidelijk behoefte is aan optreden op EU-niveau;

F.  overwegende dat transparantie en verantwoordingsplicht ten aanzien van algoritmen neerkomen op het nemen van technische en operationele maatregelen waarmee de transparantie en de niet-discriminerende aard van geautomatiseerde besluitvorming en van het proces van kansberekening met betrekking tot het gedrag van personen worden gewaarborgd; overwegende dat transparantie inhoudt dat aan personen bruikbare informatie over de onderliggende logica en het belang en de gevolgen van het proces wordt verstrekt; overwegende dat deze informatie onder meer gegevens moet omvatten die worden gebruikt voor opleiding op het gebied van analyse, en personen in staat moet stellen de besluiten die hen aangaan te begrijpen en te volgen;

1.  benadrukt dat de Uniewetgeving inzake gegevensbescherming, namelijk de algemene verordening gegevensbescherming, die van toepassing is met ingang van 25 mei 2018, en de e-privacyrichtlijn (Richtlijn 2002/58/EG), volledig van toepassing is op alle aspecten van de verwerking van persoonsgegevens voor C-ITS, in het bijzonder de beginselen van doelbinding en minimale gegevensverwerking en de rechten van de betrokkenen, aangezien C-ITS-berichten indirect tot identificatie van gebruikers kunnen leiden;

2.  benadrukt dat gegevens in het geval van "slimme auto's" standaard alleen moeten worden verwerkt in de auto('s) zelf en enkel wanneer dit vanuit technisch oogpunt strikt noodzakelijk is voor de werking van de C-ITS, waarna ze onmiddellijk moeten worden verwijderd; onderstreept dat elke verdere verwerking of overdracht aan andere verwerkingsverantwoordelijken enkel mogelijk mag zijn op grond van de op informatie gebaseerde, vrijwillig gegeven, duidelijke en uitdrukkelijke toestemming van gebruikers en passagiers voor verzameling en verwerking van hun gegevens; onderstreept daarnaast dat het noodzakelijk is zogenaamde "driving walls" te vermijden, aangezien deze ertoe leiden dat gebruikers hun eigen slimme auto niet zouden kunnen gebruiken zonder toestemming te geven; pleit voor het toevoegen van een offlinemodus aan slimme auto's, waarmee gebruikers de overdracht van persoonsgegevens naar andere apparaten zouden kunnen uitschakelen en toch gebruik kunnen blijven maken van hun voertuig;

3.  benadrukt dat de bescherming van privacy en persoonsgegevens van cruciaal belang is voor de aanvaarding van de nieuwe diensten door eindgebruikers; vestigt er de aandacht op dat bij een dienst die op basis van locatiegegevens wordt verstrekt, relevante informatie moet worden verstrekt aan de gebruikers, die hun toestemming moeten kunnen intrekken;

4.  benadrukt dat er aanzienlijk meer transparantie en verantwoordingsplicht voor algoritmen moet worden betracht ten aanzien van de verwerking en analyse van gegevens door bedrijven; herinnert eraan dat de algemene verordening gegevensbescherming al voorziet in het recht te worden geïnformeerd over welke logica aan de gegevensverwerking ten grondslag ligt;

5.  benadrukt dat rekening moet worden gehouden met gegevensbeveiliging, niet alleen wanneer de C-ITS-apparatuur ingeschakeld is, maar ook in de databanken waarin de gegevens worden verwerkt en/of opgeslagen; benadrukt voorts dat er voor alle verwerkingsfasen passende technische, administratieve en organisatorische eisen moeten worden geformuleerd, met inbegrip van verplichte eind-tot-eindversleuteling (end-to-end encryption), zodat een adequaat veiligheidsniveau gewaarborgd is;

6.  herhaalt dat producenten op het gebied van C-ITS het belangrijkste uitgangspunt vormen voor aanscherping van aansprakelijkheidsregelingen, wat leidt tot een betere productkwaliteit en een veiligere omgeving met betrekking tot externe toegang en de mogelijkheid om updates te installeren;

7.  wijst erop dat er gedurende het gehele verwerkingsproces aandacht moet zijn voor de bescherming en de vertrouwelijkheid van de gegevens; benadrukt dat de invulling van de "bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van gegevens door ontwerp en door standaardinstellingen" het uitgangspunt moet vormen voor het ontwerp van ITS-toepassingen en -systemen; herinnert eraan dat anonimiseringstechieken kunnen bijdragen aan de versterking van het vertrouwen van gebruikers in de diensten die zij gebruiken;

8.  merkt op dat de Commissie een rechtskader voor gegevensbescherming zal opzetten door overeenkomstig de ITS-richtlijn (Richtlijn 2010/40/EU) gedelegeerde handelingen vast te stellen en verzoekt de Commissie daarom het hoogste niveau van bescherming te waarborgen met betrekking tot de volledige eerbiediging van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het EU-acquis.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

25.1.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

50

3

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Asim Ademov, Jan Philipp Albrecht, Michał Boni, Caterina Chinnici, Daniel Dalton, Rachida Dati, Frank Engel, Cornelia Ernst, Tanja Fajon, Kinga Gál, Ana Gomes, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Jussi Halla-aho, Sophia in ‘t Veld, Dietmar Köster, Barbara Kudrycka, Cécile Kashetu Kyenge, Juan Fernando López Aguilar, Monica Macovei, Roberta Metsola, Péter Niedermüller, Ivari Padar, Birgit Sippel, Csaba Sógor, Sergei Stanishev, Traian Ungureanu, Bodil Valero, Marie-Christine Vergiat, Udo Voigt, Josef Weidenholzer, Cecilia Wikström, Tomáš Zdechovský, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Ignazio Corrao, Pál Csáky, Dennis de Jong, Maria Grapini, Anna Hedh, Lívia Járóka, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Ska Keller, Gilles Lebreton, Jeroen Lenaers, Sander Loones, Angelika Mlinar, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, John Procter, Emil Radev, Barbara Spinelli, Jaromír Štětina, Axel Voss

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Anna Záborská

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

50

+

ALDE

Nathalie Griesbeck, Sophia in ‘t Veld, Angelika Mlinar, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Cecilia Wikström

ECR

Daniel Dalton, Jussi Halla-aho, Sander Loones, Monica Macovei, John Procter

EFDD

Ignazio Corrao

ENF

Gilles Lebreton

GUE/NGL

Dennis de Jong, Cornelia Ernst, Barbara Spinelli, Marie-Christine Vergiat

NI

Udo Voigt

PPE

Asim Ademov, Michał Boni, Pál Csáky, Rachida Dati, Kinga Gál, Lívia Járóka, Barbara Kudrycka, Jeroen Lenaers, Roberta Metsola, Emil Radev, Csaba Sógor, Jaromír Štětina, Traian Ungureanu, Anna Záborská, Tomáš Zdechovský

S&D

Caterina Chinnici, Tanja Fajon, Ana Gomes, Maria Grapini, Sylvie Guillaume, Anna Hedh, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Dietmar Köster, Cécile Kashetu Kyenge, Juan Fernando López Aguilar, Péter Niedermüller, Ivari Padar, Birgit Sippel, Sergei Stanishev, Josef Weidenholzer

VERTS/ALE

Jan Philipp Albrecht, Ska Keller, Bodil Valero

3

-

ENF

Auke Zijlstra

PPE

Frank Engel, Axel Voss

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

20.2.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

39

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Daniela Aiuto, Lucy Anderson, Marie-Christine Arnautu, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Deirdre Clune, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Andor Deli, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Jacqueline Foster, Dieter-Lebrecht Koch, Miltiadis Kyrkos, Bogusław Liberadzki, Marian-Jean Marinescu, Renaud Muselier, Markus Pieper, Tomasz Piotr Poręba, Gabriele Preuß, Christine Revault d’Allonnes Bonnefoy, Dominique Riquet, Massimiliano Salini, Claudia Schmidt, Jill Seymour, Keith Taylor, Pavel Telička, István Ujhelyi, Wim van de Camp, Marie-Pierre Vieu, Janusz Zemke, Roberts Zīle, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Jakop Dalunde, Michael Detjen, Markus Ferber, Rolandas Paksas, Jozo Radoš, Evžen Tošenovský, Henna Virkkunen

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Olle Ludvigsson


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

39

+

ALDE

Izaskun Bilbao Barandica, Jozo Radoš, Dominique Riquet, Pavel Telička

ECR

Jacqueline Foster, Tomasz Piotr Poręba, Evžen Tošenovský, Roberts Zīle

EFDD

Daniela Aiuto, Rolandas Paksas

ENF

Marie-Christine Arnautu

PPE

Georges Bach, Deirdre Clune, Andor Deli, Markus Ferber, Dieter-Lebrecht Koch, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Marian-Jean Marinescu, Renaud Muselier, Markus Pieper, Massimiliano Salini, Claudia Schmidt, Henna Virkkunen, Luis de Grandes Pascual, Wim van de Camp

S&D

Lucy Anderson, Isabella De Monte, Michael Detjen, Ismail Ertug, Miltiadis Kyrkos, Bogusław Liberadzki, Olle Ludvigsson, Gabriele Preuß, Christine Revault d'Allonnes Bonnefoy, István Ujhelyi, Janusz Zemke

Verts/ALE

Michael Cramer, Jakop Dalunde, Keith Taylor

1

-

EFDD

Jill Seymour

1

0

GUE/NGL

Marie-Pierre Vieu

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 5 maart 2018Juridische mededeling - Privacybeleid