Procedure : 2017/2226(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0047/2018

Ingediende teksten :

A8-0047/2018

Debatten :

PV 13/03/2018 - 20
CRE 13/03/2018 - 20

Stemmingen :

PV 14/03/2018 - 8.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0077

VERSLAG     
PDF 508kWORD 86k
28.2.2018
PE 615.386v02-00 A8-0047/2018

over het Europees semester voor coördinatie van het economisch beleid: jaarlijkse groeianalyse 2018

(2017/2226(INI))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: Hugues Bayet

Rapporteur voor advies (*):

Jean Arthuis, Begrotingscommissie

(*) Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling
 STANDPUNT IN DE VORM VAN AMENDEMENTEN van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het Europees semester voor coördinatie van het economisch beleid: jaarlijkse groeianalyse 2018

(2017/2226(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name artikel 121, lid 2, artikel 136 en artikel 148,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1175/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid(1),

–  gezien Richtlijn 2011/85/EU van de Raad van 8 november 2011 tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten(2),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1174/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende handhavingsmaatregelen voor de correctie van buitensporige macro-economische onevenwichtigheden in het eurogebied(3),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1177/2011 van de Raad van 8 november 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten(4),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden(5),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1173/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 inzake de effectieve handhaving van het begrotingstoezicht in het eurogebied(6),

–  gezien Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone(7),

–  gezien Verordening (EU) nr. 472/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 21 mei 2013 betreffende de versterking van het economische en budgettaire toezicht op lidstaten in de eurozone die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit(8),

–  gezien de beoordeling van het Europees Begrotingscomité van 20 juni 2017 met betrekking tot de prospectieve begrotingskoers die passend is voor de eurozone,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 25-26 maart 2010 en 17 juni 2010 en de mededeling van de Commissie van 3 maart 2010 getiteld "Europa 2020: Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei" (COM(2010)2020),

–  gezien Aanbeveling (EU) 2015/1184 van de Raad van 14 juli 2015 betreffende de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Europese Unie(9),

–  gezien Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 – het Europees Fonds voor strategische investeringen(10),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 13 januari 2015 over het optimaal benutten van de flexibiliteit binnen de bestaande regels van het stabiliteits- en groeipact (COM(2015)0012),

–  gezien zijn resolutie van 24 juni 2015 over de evaluatie van het kader voor economische governance: balans en uitdagingen(11),

–  gezien het verslag over de voltooiing van de economische en monetaire unie ("verslag van de vijf voorzitters"),

–  gezien het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de Economische en Monetaire Unie,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 21 oktober 2015 getiteld "Stappen naar de voltooiing van de economische en monetaire unie" (COM(2015)0600),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 6 december 2017 betreffende verdere stappen naar de voltooiing van de economische en monetaire unie - COM(2017)0821,

–  gezien de Europese economische najaarsprognose 2017 van de Commissie,

–  gezien de studies en grondige analyses over de coördinatie van het economisch beleid in de eurozone in het kader van het Europees semester die in opdracht van de Commissie economische en monetaire zaken zijn opgesteld (november 2015),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 26 november 2015 over de jaarlijkse groeianalyse 2016 (COM(2015)0690), het waarschuwingsmechanismeverslag 2016 (COM(2015)0691) en het ontwerp van het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid (COM(2015)0700),

–  gezien de interinstitutionele afkondiging van de Europese pijler van sociale rechten die werd getekend en afgekondigd op 17 november 2017 in Gothenburg,

–  gezien Verordening (EU) 2017/825 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het steunprogramma voor structurele hervormingen voor de periode 2017–2020 en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1303/2013 en (EU) nr. 1305/2013,

–  gezien zijn resolutie van 17 december 2015 over de voltooiing van Europa's economische en monetaire unie(12),

–  gezien zijn resolutie van 13 december 2017 over de aanbeveling na het onderzoek naar witwaspraktijken, belastingontwijking en belastingontduiking(13),

–  gezien de aanbeveling voor een aanbeveling van de Raad van 22 november 2017 over het economisch beleid van de eurozone,

–  gezien het debat met de vertegenwoordigers van de nationale parlementen over de prioriteiten van het Europees semester van 2018,

–  gezien het debat met de Commissie in het Europees Parlement over het pakket betreffende het Europees semester – Jaarlijkse groeianalyse 2018,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken, de adviezen van de Begrotingscommissie, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de Commissie regionale ontwikkeling, en het standpunt in de vorm van amendementen Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A8-0047/2018),

A.  overwegende dat volgens de prognoses van de Commissie, hoewel de expansie van de Europese economie zal blijven voortduren, uit het tempo waarin nieuwe banen worden gecreëerd en waarin de koopkracht van de gezinnen toeneemt, kan worden afgeleid dat de dynamiek de komende twee jaar enigszins verloren gaat: de groei bereikte in 2017 in de EU 2,4 %, gevolgd door een geringe vertraging tot 2,2 % in 2018 en 2,0 % in 2019; overwegende dat niettemin verdere beleidsmaatregelen nodig zijn om onopgeloste problemen als gevolg van de mondiale economische crisis aan te pakken;

B.  overwegende dat de huidige situatie van de economie van de EU vraagt om ambitieuze en sociaal evenwichtige structurele hervormingen en investeringen in de lidstaten om te zorgen voor aanhoudende groei, werkgelegenheid, concurrentievermogen en een opwaartse convergentie;

C.  overwegende dat de groei van de particuliere consumptie dit jaar naar verwachting licht zal dalen en vervolgens in 2019 zal afvlakken en dat dit het gevolg is van de inflatie die hoger is dan in 2017, maar nog steeds lager dan, maar dichtbij de door de ECB nagestreefde 2 % ligt;

D.  overwegende dat de Europese investeringsbank en het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI), in aanvulling op de Europese structuur- en investeringsfondsen, de investeringen in de EU aanzienlijk hebben ondersteund; overwegende echter dat de particuliere investeringen nog steeds onder het niveau van 2008 liggen, hetgeen negatieve gevolgen heeft voor mogelijke groei, het scheppen van banen en de productiviteit;

E.  overwegende dat de werkgelegenheid naar verwachting zal blijven toenemen, met in het tweede kwartaal van 2017 een record van 235,4 miljoen werkenden; overwegende dat sommige arbeidsmarktindicatoren wijzen op hardnekkige problemen, zoals de toenemende versnippering van de arbeidsmarkt, die de ongelijkheid in de hand werken, met name ten aanzien van jongeren en personen met een laag opleidingsniveau; overwegende dat de werkloosheid in de EU 7,5 % en in de eurozone 8,9 % bedraagt, percentages die weliswaar de laagste niveaus in respectievelijk negen en acht jaar zijn, maar die nog te hoog zijn, vooral onder jongeren; overwegende dat tussen vele lidstaten aanzienlijke verschillen blijven bestaan en dat de arbeidsparticipatiegraad nog steeds moet herstellen van de crisis en vooral de nationale streefcijfers van de Europa 2020-strategie nog niet heeft bereikt; overwegende dat de verborgen werkloosheid (van mensen die werkloos zijn, bereid zijn te werken, maar niet actief op zoek zijn naar een baan) in 2016 20 % bedroeg;

F.  overwegende dat verschillende lidstaten miljarden euro's aan inkomsten voor het beheer van de overheidsfinanciën zijn misgelopen door belastingontwijking, belastingontduiking en belastingfraude ten voordele van bepaalde grote bedrijven en ten nadele van de kmo's en andere belastingbetalers;

G.  overwegende dat de verbeterde economische situatie kansen biedt voor het doorvoeren van ambitieuze en sociaal evenwichtige structurele hervormingen, met name maatregelen ter bevordering van investeringen, aangezien het niveau van investeringen als aandeel van het bbp momenteel nog altijd lager ligt dan in de periode direct voorafgaand aan de financiële crisis, en ter verbetering van de situatie van de overheidsfinanciën, rekening houdend met de last die de demografische ontwikkelingen leggen op de schuldhoudbaarheid;

1.  neemt nota van de publicatie van het pakket rond de jaarlijkse groeianalyse 2018 en de voorgestelde beleidsmix van investeringen, ambitieuze en sociaal evenwichtige structurele hervormingen en verantwoorde overheidsfinanciën, die wordt gepresenteerd als een manier om de groei verder te bevorderen en het Europees herstel, de opwaartse convergentie en het concurrentievermogen te versterken; deelt de mening dat verdere vooruitgang moet worden geboekt bij de doorvoering van structurele hervormingen teneinde resultaten te boeken op het gebied van groei en banen, alsmede bij de voortzetting van de strijd tegen ongelijkheden die economische groei belemmeren;

Hoofdstuk 1 – Investeringen en groei

2.  onderstreept het hardnekkige structurele probleem dat potentiële productie, productiviteit en concurrentievermogen niet voldoende toenemen, in combinatie met een te laag niveau van particuliere en overheidsinvesteringen en het ontbreken van ambitieuze en sociaal evenwichtige structurele hervormingen in sommige lidstaten;

3.  herinnert eraan dat sommige lidstaten nog steeds over grote overschotten op de lopende rekening beschikken die zouden kunnen worden aangewend om particuliere en overheidsinvesteringen te stimuleren en de economische groei te bevorderen;

4.  herinnert aan het belang van een combinatie van particuliere en overheidsinvesteringen en structurele hervormingen om de economische groei te bevorderen en ten volle te benutten;

5.  onderstreept dat het belangrijk is overheidsinvesteringen in de EU te bevorderen teneinde een oplossing te bieden voor de huidige teruggang van de overheidsinvesteringen; dringt voorts aan op de voltooiing van de kapitaalmarktenunie teneinde particuliere investeringen in de gehele interne markt te bevorderen; is van mening dat het regelgevingskader voor particuliere investeringen verder moet worden verbeterd;

6.  benadrukt in dit verband de noodzaak van meer investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie alsook in technologische modernisering om de productiviteit te bevorderen; herinnert eraan dat investeringen in sectoren zoals infrastructuur, kinderopvang, sociale woningbouw, onderwijs, opleiding, gezondheidszorg onderzoek, digitale innovatie en de circulaire economie de productiviteit en/of de werkgelegenheid kunnen vergroten; dringt er bij de Commissie op aan landspecifieke aanbevelingen op te stellen met betrekking tot energie-efficiëntie en hulpbronnenconsumptie, en te waarborgen dat de landspecifieke aanbevelingen volledig stroken met de klimaatovereenkomst van Parijs;

7.  verzoekt de Commissie om de huidige belemmeringen voor belangrijke groeibevorderende infrastructuurprojecten te evalueren gedurende de gehele levenscyclus van dergelijke investeringen, en met het Parlement en de Raad manieren te bespreken om dergelijke belemmeringen in het bestaande rechtskader aan te pakken;

Hoofdstuk 2 – Verantwoorde overheidsfinanciën

8.   neemt nota van de in de aanbevelingen voor de eurozone voorgestelde algemene neutrale begrotingskoers en stelt vast dat de begrotingskoers in 2018 in een aantal lidstaten naar verwachting enigszins expansief zal zijn; herinnert eraan dat een consequente uitvoering en naleving van de belastingregels van de Unie, met inbegrip van de volledige naleving van de bestaande flexibiliteitsclausules, van essentieel belang zijn voor de werking van de EMU;

9.  benadrukt het feit dat de begrotingskoers op nationaal niveau en het niveau van de eurozone moet zorgen voor evenwicht tussen de duurzaamheid op de lange termijn van de overheidsfinanciën en -investeringen enerzijds, met volledig naleving van het stabiliteits- en groeipact, en de macro-economische stabilisatie op de korte termijn anderzijds;

10.  is ingenomen met de verbetering van de overheidsfinanciën, die van essentieel belang is om een sterkere, duurzamere en efficiëntere groei te realiseren, in het bijzonder de geleidelijk dalende schuld-bbp-verhouding in de EU en de eurozone en de dalende nominale begrotingstekorten; benadrukt tegelijkertijd dat de brutoschuldquote in de eurozone nog steeds rond de 90 % schommelt, terwijl diverse lidstaten ruim boven dit niveau zitten; onderstreept dat deze lidstaten hun hoge brutoschuldquote zo snel mogelijk moeten verlagen, aangezien dit veel gemakkelijker is in tijden van economisch herstel; herinnert eraan dat de vergrijzing van de samenleving en andere demografische ontwikkelingen een enorme last betekenen voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën; doet derhalve een beroep op de lidstaten om hun verantwoordelijkheid te nemen ten aanzien van de toekomstige generaties;

11.  onderstreept dat meer aandacht moet worden besteed aan de samenstelling en het beheer van de nationale begrotingen; is derhalve ingenomen met de toegenomen praktijk van uitgavenevaluaties en spoort de lidstaten aan de kwaliteit van hun begrotingen te beoordelen;

Hoofdstuk 3 – Structurele hervormingen

12.   herinnert eraan dat sommige lidstaten sociaal duurzame, milieuvriendelijke en groeibevorderende structurele hervormingen moeten blijven doorvoeren, vooral in het licht van een verbeterde economische situatie in de gehele EU en de groei van het bbp in bijna alle lidstaten teneinde het concurrentievermogen, het creëren van banen, de groei en de opwaartse convergentie te bevorderen;

13.  dringt erop aan de O&O-uitgaven dichter in de buurt van de EU 2020-doelstellingen te brengen; verzoekt de lidstaten adequaat beleid in te voeren en voor investeringen te zorgen, te (blijven) zorgen voor gelijke toegang tot hoger onderwijs en opleiding met inachtneming van de ontwikkeling van de arbeidsmarkt, met inbegrip van de opkomst van nieuwe beroepen;

14.  onderstreept dat digitalisering, globalisering en technologische veranderingen een radicale verandering van onze arbeidsmarkten teweegbrengen, die onder andere gepaard gaat met ingrijpende veranderingen in arbeidsvormen- en status die een aangepaste; overgang vergen; beklemtoont derhalve het belang van dynamische arbeidsmarkten met toegankelijke en hoogwaardige socialezekerheidsstelsels die kunnen inspringen op de nieuwe realiteit op de arbeidsmarkten;

15.  is van mening dat hervormingen die knelpunten voor investeringen wegnemen, onmiddellijke steun mogelijk maken voor economische activiteiten en tegelijkertijd de voorwaarden scheppen voor groei op de lange termijn;

16.  dringt aan op belastingherzieningen waarmee wordt gestreefd naar een billijker evenwicht bij de belastingen op kapitaal, arbeid en consumptie;

Hoofdstuk 4 – Investeringen en inclusie

17.  onderstreept dat het Europees Semester en de landspecifieke aanbevelingen moeten bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie, met inbegrip van die van de pijler van sociale rechten, en resultaten moeten boeken ten aanzien van groei en banen; is derhalve ingenomen met het "sociale scorebord" als een instrument om toe te zien op de tenuitvoerlegging van de sociale pijler;

18.  benadrukt dat in de afgelopen periode de reële loongroei is achtergebleven bij de groei van de productiviteit, terwijl zich op de arbeidsmarkt verbeteringen hebben voorgedaan; onderstreept tegen deze achtergrond dat er ruimte kan zijn voor loonsverhogingen in bepaalde sectoren en gebieden in gelijke tred met productiviteitsdoelstellingen teneinde een goede levensstandaard te waarborgen met inachtneming van het concurrentievermogen en de noodzaak ongelijkheden aan te pakken;

19.  wijst erop dat in het begrotingsbeleid rekening moet worden gehouden met het monetair beleid waarbij de onafhankelijkheid van de ECB moet worden gerespecteerd;

20.  dringt er bij de Commissie op aan een brede strategie ter ondersteuning van investeringen te ontwikkelen waarmee de ecologische duurzaamheid wordt bevorderd, en te zorgen voor een gedegen verband tussen de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN en het Europees Semester;

21.  is ingenomen met het feit dat in de jaarlijkse groeianalyse 2018 wordt erkend dat efficiënte en billijke belastingstelsels die deugdelijke stimulansen voor economische activiteit bieden, noodzakelijk zijn; steunt de initiatieven van de Commissie om te komen tot meer transparantie en een hervormd btw-stelsel, en neemt nota van het werk dat is verricht om te komen tot een gemeenschappelijke geconsolideerde belastinggrondslag voor vennootschappen; is ingenomen met de internationale inspanningen ter bestrijding van belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking; wijst erop dat de verbetering van de doeltreffendheid van nationale belastingstelsels de overheidsinkomsten aanzienlijk kan vergroten;

22.  verzoekt de lidstaten om gepaste maatregelen goed te keuren om jongeren die niet werken en geen onderwijs of opleiding volgen (NEET), evenals vluchtelingen te helpen en te integreren, en om in een vroeg stadium te anticiperen op de voorwaarden die hun vlotte overgang naar de arbeidsmarkt vergemakkelijken, teneinde te voorkomen dat zij in de zwarte economie terechtkomen en ervoor te zorgen dat overheidsdiensten beschikken over toereikende middelen; benadrukt dat de sociale partners een cruciale rol moeten spelen om de integratie van NEET en vluchtelingen te vergemakkelijken en te waarborgen dat ze op de arbeidsmarkt niet worden gediscrimineerd;

23.  is bezorgd over het feit dat kloven en discriminatie nog steeds de arbeidsmarkten in een aantal lidstaten bepalen hetgeen bijdraagt tot verschillen tussen mannen en vrouwen op het gebied van beloning, pensioen en participatie in de besluitvorming;

Hoofdstuk 5 – Europees Semester: eigen inbreng en uitvoering

24.  is ingenomen met de toegenomen aandacht voor de geaggregeerde begrotingskoers van de eurozone, en wijst op de verplichtingen van de afzonderlijke lidstaten om te voldoen aan het stabiliteits- en groeipakt, met inbegrip van de volledige naleving van de daarin opgenomen flexibiliteitsclausules; benadrukt dat het concept van een geaggregeerde begrotingskoers niet inhoudt dat overschotten en tekorten in verschillende lidstaten tegen elkaar kunnen worden weggestreept;

25.  is bezorgd over de geringe naleving van de landspecifieke aanbevelingen, met inbegrip van de aanbevelingen die zijn gericht op de bevordering van de convergentie en het concurrentievermogen en de terugdringing van de macro-economische onevenwichtigheden; is van mening dat meer nationale eigen inbreng door middel van daadwerkelijke publieke debatten op nationaal niveau zou leiden tot een betere tenuitvoerlegging van de landspecifieke aanbevelingen; acht het belangrijk ervoor te zorgen dat de nationale parlementen over landverslagen en landspecifieke aanbevelingen debatteren; is van mening dat regionale en plaatselijke autoriteiten beter moeten worden betrokken bij het proces van het Europees Semester; verzoekt de Commissie alle bestaande instrumenten te gebruiken om de naleving af te dwingen van de landspecifieke aanbevelingen die gericht zijn op de aanpak van deze uitdagingen, die een bedreiging vormen voor de houdbaarheid van de monetaire unie;

26.  beklemtoont dat alle verdere stappen in de richting van een verdieping van de EMU gepaard moeten gaan met sterkere democratische controles; dringt erop aan dat, met het oog hierop, de rol van het Europees Parlement en de nationale parlementen wordt versterkt overeenkomstig het aansprakelijkheidsbeginsel; vraagt dat de sociale partners zowel op nationaal als Europees niveau worden geraadpleegd tijdens het onderhandelingsproces;

Sectorale bijdragen aan het verslag over de jaarlijkse groeianalyse 2018

Begrotingen

27.  is van mening dat de EU-begrotingen een stimulans moeten vormen voor duurzame groei, convergentie, investeringen en hervormingen, via oplossingen en synergie ten aanzien van de nationale begrotingen; is daarom van mening dat de jaarlijkse groeianalyse als richtsnoer dient voor de lidstaten en voor de opstelling van de nationale en EU-begrotingen, met name bij de voorbereiding van het meerjarig financieel kader voor de periode na 2020;

28.  herhaalt in dit verband dat er meer synergie moet zijn tussen de nationale begrotingen en de EU-begroting; wijst erop dat de Commissie vanwege haar betrokkenheid bij het Europees semester en bij de voorbereiding en uitvoering van de EU-begroting in dit opzicht een sleutelrol te vervullen heeft;

29.  is ingenomen met het voorstel voor meer synergie en tegen versnippering van de EU-begroting, zoals uiteengezet in de aanbevelingen in het eindverslag van de Groep op hoog niveau inzake eigen middelen van december 2016 getiteld "De toekomstige financiering van de EU";

Milieu, volksgezondheid en voedselveiligheid

30.  is ingenomen met het initiatief van de Commissie om een webportaal over gezondheidsbevordering en ziektepreventie te lanceren, dat actuele informatie over onderwerpen in verband met de bevordering van gezondheid en welzijn biedt en een belangrijke bron van duidelijke, betrouwbare informatie voor het brede publiek is; benadrukt dat dit portaal volledig toegankelijk moet zijn voor alle EU-burgers, inclusief mensen met dyslexie en andere soortgelijke problemen;

31.  dringt aan op een grotere coherentie met ander EU-beleid op het gebied van rampenpreventie en paraatheid, zoals de EU-strategie voor de aanpassing aan de klimaatverandering, de Europese structuur- en investeringsfondsen, het Solidariteitsfonds, de milieuwetgeving en het onderzoeks- en innovatiebeleid;

32.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en nationale parlementen van de lidstaten en de Europese Centrale Bank.

(1)

PB L 306 van 23.11.2011, blz. 12.

(2)

PB L 306 van 23.11.2011, blz. 41.

(3)

PB L 306 van 23.11.2011, blz. 8.

(4)

PB L 306 van 23.11.2011, blz. 33.

(5)

PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25.

(6)

PB L 306 van 23.11.2011, blz. 1.

(7)

PB L 140 van 27.5.2013, blz. 11.

(8)

PB L 140 van 27.5.2013, blz. 1.

(9)

PB L 192 van 18.7.2015, blz. 27.

(10)

PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1.

(11)

PB C 407 van 1.12.2016, blz. 105.

(12)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0469.

(13)

Aangenomen teksten, P8_TA-PROV(2017)0491


TOELICHTING

De Europese Unie maakt sinds 2008 een ernstige economische en monetaire crisis door. Na tien jaar beginnen de economische resultaten en de groei in de eurozone zich voorzichtig te herstellen.

Maar deze macro-economische indicatoren nemen niet weg dat de ongelijkheid binnen de lidstaten toeneemt, zoals blijkt uit het steeds vaker voorkomende fenomeen van de werkende armen, en dat er een gebrek aan convergentie is tussen de lidstaten van de eurozone.

Het Europees Semester 2018 moet worden aangegrepen als een kans om een economisch beleid te voeren dat groei, investeringen en volledige werkgelegenheid garandeert. Het moet ook ten volle bijdragen aan de tenuitvoerlegging van de doelstellingen die de Europese Unie heeft vastgesteld in de pijler van sociale rechten.

Het is duidelijk dat het huidige kader voor Europees economisch bestuur zijn beperkingen heeft. Zonder een koerswijziging in het begrotingsbeleid van de eurozone zal duurzame groei met kwaliteitsvolle banen een ijdele droom blijven! De rapporteur pleit dan ook voor een hervorming van het stabiliteits- en groeipact, een begrotingscapaciteit voor de eurozone en een ambitieus plan voor overheidsinvesteringen.

Met het plan-Juncker is een belangrijke eerste stap gezet voor de private sector, maar dit moet gepaard gaan met een investeringsplan voor de overheidssector.

Kwaliteitsvolle openbare infrastructuur is één van de aanjagers van ons mededingingsvermogen.

Maar het risico bestaat dat Europa deze troef zal kwijtraken door het huidige gebrek aan investeringen. Dit gebrek aan investeringen resulteert in een veroudering van de infrastructuur, wat gevolgen heeft op het gebied van verkeersopstopping, vertragingen op het spoor en onzekerheid in verband met investeringen op de energiemarkt.

De Europese Unie dient eveneens een duurzaam investeringsbeleid te voeren waarmee de ecologische overgang kan worden verzekerd en waarmee de Europese Unie de doelstellingen die ze heeft vooropgesteld, kan halen. Deze prioriteit moet volledig worden meegenomen in het Europees Semester.

De rapporteur zal eveneens andere prioriteiten verdedigen, zoals:

  een stijging van de lonen en de bescherming van de sociale stelsels;

  een harmonisering van de belastingen op Europees niveau en de bestrijding van belastingontwijking om te komen tot fiscale rechtvaardigheid;

  meer financiering voor onderzoek en ontwikkeling om de productiviteit op Europees niveau te verhogen.


ADVIES van de Begrotingscommissie (25.1.2018)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake het Europees semester voor coördinatie van het economisch beleid: jaarlijkse groeianalyse 2018

(2017/2226(INI))

Rapporteur voor advies: Jean Arthuis

(*)  Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

SUGGESTIES

De Begrotingscommissie verzoekt de bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  is van mening dat de EU-begroting een stimulans moet vormen voor duurzame groei, convergentie, investeringen en hervormingen, via oplossingen en synergie ten aanzien van de nationale begrotingen; is daarom van mening dat de jaarlijkse groeianalyse (AGS) dient als richtsnoer voor de lidstaten en voor de opstelling van de nationale begrotingen en de EU-begroting, met name bij de voorbereiding van het meerjarig financieel kader (MFK) voor de periode na 2020;

2.  verzoekt de Commissie er in het kader van het volgende MFK voor te zorgen dat de middelen voor het Europees Sociaal Fonds aanzienlijk worden verhogen, met name ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de Europese pijler van sociale rechten (EPSR);

3.  verzoekt de Commissie een concreet wetgevingsplan voor de periode 2018-2019 op te stellen ter verbetering van de leef- en werkomstandigheden in het kader van de afkondiging van de Europese pijler van sociale rechten, en met name de afkondiging aan te moedigen van een sociaal protocol dat aan de Verdragen moet worden gehecht om te garanderen dat de fundamentele sociale rechten voorrang hebben op economische vrijheden;

4.  herhaalt in dit verband dat er meer synergie moet zijn tussen de nationale begrotingen en de EU-begroting; wijst erop dat de Commissie vanwege haar betrokkenheid bij het Europees semester en bij de voorbereiding en uitvoering van de EU-begroting in dit opzicht een belangrijke rol te vervullen heeft;

5.  dringt er bij de Commissie op aan met voorstellen te komen voor ambitieuze hervormingen van de governance van de eurozone, onder meer de invoering en het gebruik van een speciaal instrument ter ondersteuning van de toetreding tot de euro door lidstaten buiten de eurozone; is ingenomen met het voorstel voor meer synergie en tegen versnippering van de EU-begroting, zoals uiteengezet in het eindverslag en de aanbevelingen van de Groep op hoog niveau inzake eigen middelen van december 2016 getiteld "De toekomstige financiering van de EU";

6.  spreekt opnieuw zijn steun uit voor de invoering van een begrotingscapaciteit voor de eurozone om convergentie te bereiken en symmetrische en asymmetrische macro-economische schokken op te vangen alsmede het concurrentievermogen en de stabiliteit van de economieën van de lidstaten te vergroten, zoals voorgesteld in zijn resolutie van 16 februari 2017 over de begrotingscapaciteit voor de eurozone; is van mening dat de financiering afkomstig moet zijn van de leden van de eurozone en andere deelnemers, via een tussen de deelnemende lidstaten overeen te komen bron van ontvangsten, in het kader van de overdracht van bevoegdheden, en is verder van mening dat deze begrotingscapaciteit in een stabiele situatie ook moet worden gefinancierd uit eigen middelen, zoals de heffing op financiële transacties; is van mening dat deze begrotingscapaciteit moet worden opgenomen in de EU-begroting, boven de huidige maxima van het meerjarig financieel kader, en moet worden beschouwd als bestemmingsontvangsten en garanties;

7.  verzoekt de Commissie hervormingen in de belastingstelsels aan te moedigen die gericht zijn op een verhoging van de hoogste schijf van de inkomensbelasting en met name van de belasting op inkomen uit kapitaal, waardoor middelen vrijkomen voor de overdracht van openbare goederen en diensten en een halt wordt toegeroepen aan trends die een gevaar vormen voor de groei en werkgelegenheid als gevolg van ongelijkheden in inkomen en vermogen, en waarmee primair de 40 % van de bevolking met de laagste inkomens te kampen heeft;

8.  neemt kennis van de routekaart voor het verdiepen van de Economische en Monetaire Unie, die de Commissie op 6 december 2017 heeft gepresenteerd; is met name ingenomen met het voorstel om het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) om te vormen tot een in het EU-kader te integreren Europees Monetair Fonds; betreurt het dat het voorstel van de Commissie om intergouvernementele instrumenten met betrekking tot de euro in het EU-kader te integreren, gebaseerd is op een rechtsgrond die een passende betrokkenheid van het Europees Parlement als medewetgever uitsluit, benadrukt dat er blijk moet worden gegeven van een grotere ambitie om een volwaardige begrotingscapaciteit voor de eurozone in te voeren;

9.  herinnert aan het belang van bestrijding van belastingontduiking, belastingontwijking en agressieve fiscale planning voor de begrotingsmiddelen van de EU en haar lidstaten; is ingenomen met de door de EU opgestelde zwarte lijst van belastingparadijzen, maar betreurt het dat de Raad de criteria heeft afgezwakt; benadrukt dat de zwarte lijst gepaard moet gaan met zware afschrikkende sancties tegen de op die lijst genoemde landen; dringt aan op openbare verslaglegging per land en op de invoering van een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB) om fiscale transparantie en gelijke randvoorwaarden te bevorderen;

10.  is van mening dat openbare en particuliere investeringen in infrastructuur, onderzoek, ontwikkeling, innovatie en onderwijs moeten worden aangemoedigd om de productiviteit te verhogen en de economische groei en de lonen positief te beïnvloeden; dringt aan op een krachtig en doeltreffend cohesiebeleid dat naast andere prioriteiten de uitvoering van een economische beleidsmix moet ondersteunen die gericht is op een sterke ontwikkeling en groei en op het stimuleren van nieuwe werkgelegenheid;

11.  is van oordeel dat dit voorstel verder moet worden uitgewerkt en aangescherpt wat betreft de verantwoordingsplicht van het EMF jegens het Europees Parlement en zijn vermogen om al zijn taken te vervullen, met name als gemeenschappelijk vangnet voor de bankenunie, en wat betreft zijn concrete beslissingsbevoegdheid in het kader van zijn stabilisatietaak;

12.  is bezorgd over de lage inflatie in de eurozone, waarop de ECB reeds meermaals heeft gewezen; is van oordeel dat de lonen in sommige lidstaten kunstmatig laag worden gehouden, wat negatieve gevolgen heeft voor de hele economie in de EU;

13.  spreekt de aanbeveling uit dat alle lidstaten die zich hebben verplicht tot invoering van de euro, maar dit nog niet hebben gedaan, zo spoedig mogelijk concrete plannen goedkeuren voor de invoering van de gemeenschappelijke Europese munt;

14.  benadrukt dat de werkloosheid onder jongeren in de EU 17 % bedraagt, en is ingenomen met het feit dat de EU begrotingsmiddelen heeft uitgetrokken om dit probleem aan te pakken, met name in het kader van het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief (YEI); herinnert eraan dat 75 % van de totale begroting voor het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief tot 2020 is vastgelegd in projecten en dat 19 % reeds door de lidstaten is besteed, waarmee het uitvoeringspercentage van de YEI-begroting het hoogste van alle Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen) is; verzoekt de Commissie en de lidstaten, gezien het belang van deze kwestie, maatregelen te nemen om de besteding van de middelen verder te verbeteren.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

24.1.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

25

6

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Jean Arthuis, Richard Ashworth, Gérard Deprez, Manuel dos Santos, André Elissen, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, John Howarth, Zbigniew Kuźmiuk, Siegfried Mureşan, Liadh Ní Riada, Jan Olbrycht, Răzvan Popa, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Indrek Tarand, Isabelle Thomas, Inese Vaidere, Monika Vana, Tiemo Wölken

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Xabier Benito Ziluaga, Heidi Hautala, Ivana Maletić, Stanisław Ożóg, Ivan Štefanec

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Rosa Estaràs Ferragut, Dietmar Köster, Monika Smolková

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

25

+

ALDE

Nedzhmi Ali, Jean Arthuis, Gérard Deprez

ECR

Zbigniew Kuźmiuk,

PPE

Rosa Estaràs Ferragut, José Manuel Fernandes, Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, Ivana Maletić, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Ivan Štefanec, Patricija Šulin, Inese Vaidere

S&D

Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, John Howarth, Dietmar Köster, Răzvan Popa, Monika Smolková, Isabelle Thomas, Tiemo Wölken, Manuel dos Santos

6

-

ECR

Richard Ashworth, Stanisław Ożóg

ENF

André Elissen

GUE/NGL

Xabier Benito Ziluaga, Liadh Ní Riada

NI

Eleftherios Synadinos

3

0

VERTS/ALE

Heidi Hautala, Indrek Tarand, Monika Vana

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (2.2.2018)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake het Europees semester voor coördinatie van het economisch beleid: Jaarlijkse groeianalyse 2018

(2017/2226(INI))

Rapporteur voor advies: Nuno Melo

SUGGESTIES

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  benadrukt dat de bescherming van het milieu geen belemmering vormt voor economische groei en werkgelegenheid en dat het koolstofarm maken van de economie juist moet worden gezien als een belangrijke bron van nieuwe en duurzame economische groei en werkgelegenheid; is van mening dat de EU meer moet investeren om haar positie als internationale koploper bij de overschakeling naar een koolstofarme economie en een duurzaam productie-consumptiesysteem te handhaven;

2.  benadrukt dat het milieu- en duurzaamheidsbeleid een belangrijker rol moeten krijgen in het Europees semester, met name wanneer het gaat om essentiële onderwerpen als hulpbronnenefficiëntie, natuurlijk kapitaal en ecosysteemdiensten, groene banen, duurzame innovatie en groene financiering;

3.  herhaalt dat aangezien ten minste 20 % van de EU-begroting voor 2014-2020 naar klimaatgerelateerde maatregelen moet gaan, de bijdrage voor 2018 hoger moet zijn dan de algehele doelstelling, dit ter compensatie van de lagere toewijzingen uit de eerste helft van het huidige meerjarig financieel kader; beklemtoont dat stabiele en passende financiering van cruciaal belang is om de verbintenissen van de Europese Unie te kunnen verwezenlijken, met name in het licht van het klimaatakkoord van Parijs; vraagt de Commissie in dit verband te garanderen dat het mechanisme voor het mainstreamen van de klimaatverandering volledig geoptimaliseerd wordt;

4.  stelt het op prijs dat de Commissie heeft toegezegd de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG's) in alle EU-beleidslijnen en -initiatieven te zullen integreren; onderstreept dat het essentieel is dat de doelstellingen van de Agenda 2030 integraal zijn terug te vinden in het Europees semester, wil de EU deze doelstellingen kunnen halen; vraagt dat de Commissie onverwijld een stappenplan voor de lange termijn uitwerkt met het oog op de volledige tenuitvoerlegging van de SDG's in de EU, in het besef dat de diverse doelstellingen onderling samenhangen en even belangrijk zijn; verzoekt de Commissie bovendien alle resterende aspecten van de Agenda 2030 en het zevende milieuactieprogramma in het Europees semester te integreren;

5.  benadrukt dat het debat in het kader van het Europees semester van bijzonder belang is omdat er een nieuw model moet worden gevonden voor de ontwikkeling van structurele hervormingen en selectieve investeringen, waarbij wordt geïnvesteerd in strategische domeinen;

6.  wijst op het milieubelang en de sociaaleconomische voordelen van biodiversiteit, waarvan het Natura 2000-netwerk een voorbeeld is, dat 1,7 à 2,5 % van het bbp van de EU uitmaakt via de verstrekking van ecosysteemdiensten zoals koolstofopslag, waterzuivering, bestuiving en toerisme; stelt bezorgd vast dat de biodiversiteitsdoelstellingen van de EU voor 2020 niet zullen worden bereikt zonder aanzienlijke bijkomende inspanningen en aangepaste financiële toezeggingen, waarvoor het Europees semester een essentieel instrument is;

7.  betreurt het dat de Commissie de toekomst van de EU-economie in haar jaarlijkse groeianalyse voor 2018 nog altijd niet in de context van het noodzakelijke uitfaseren van koolstofemissies en de omschakeling naar een circulaire economie plaatst, en daarmee de gelegenheid laat voorbijgaan om de Europese economie in de richting van meer stabiliteit, inclusie, productiviteit en veerkracht te sturen;

8.  wijst op de noodzaak van horizontale toepassing van duurzaamheidscriteria en op prestatie gebaseerde doelstellingen voor alle Europese structuur- en investeringsfondsen, met inbegrip van het Europees Fonds voor strategische investeringen, om een volledige overschakeling naar duurzame en inclusieve economische groei te bewerkstelligen; vraagt de Commissie en de lidstaten om een heroriëntering van investeringen naar duurzame technologieën en ondernemingen, met als doel de groei op duurzame wijze en op lange termijn te financieren;

9.  stelt dat meet- en ijkmethoden voor hulpbronnenefficiëntie en broeikasgasintensiteit een plaats moeten krijgen in zowel het Europees semester - in het kader van het scorebord voor macro-economische onevenwichtigheden - als de herziening van de Europa 2020-strategie;

10.  is verheugd over de toenemende hoeveelheid institutioneel en particulier kapitaal die voor de financiering van de SDG's wordt uitgetrokken; verzoekt de Commissie en de lidstaten duurzame-ontwikkelingscriteria te ontwikkelen voor institutionele EU-uitgaven, mogelijke wetgevende obstakels en stimulansen voor investeringen in de SDG's in kaart te brengen, en de mogelijkheden voor convergentie en samenwerkingsverbanden tussen publieke en private investeerders te onderzoeken;

11.  pleit ervoor om met de maatregelen ter ondersteuning van verder herstel te streven naar het aantrekken van investeringen waarmee de overgang wordt ondersteund naar een efficiënte economie die niet op fossiele, maar op hernieuwbare brandstoffen is gebaseerd en die de binnenlandse werkgelegenheid en vraag aanzwengelt;

12.  benadrukt dat investeringen in hulpbronnenefficiëntie, energiebesparingen en emissiereducties zowel voor meer productiviteit in de hele economie zullen zorgen als tot minder externe kosten en effecten zullen leiden; wijst op de mogelijkheden om de overstap naar een circulaire economie te ondersteunen en zo nieuwe banen te creëren in innovatieve onderhouds- en reparatiediensten alsook in het ontwerpen en produceren van nieuwe, duurzamere producten;

13.  is van mening dat de Commissie in het kader van het debat over het Europees semester met nieuwe beleidsmaatregelen en stimulansen moet komen om de lidstaten aan te zetten tot een snelle uitfasering van subsidies voor fossiele brandstoffen tot 2020, aangezien deze subsidies een van de grootste hindernissen vormen voor het bereiken van de EU-doelstellingen inzake klimaat en hernieuwbare energie, de Europa 2020-doelstellingen en de SDG's;

14.  wijst nogmaals op de noodzaak van afschaffing van andere subsidies die ten koste van het milieu gaan (uiterlijk in 2020), en van een verschuiving van de belasting op arbeid naar milieugerelateerde belastingheffing;

15.  vindt het verheugend dat op de sociale top voor eerlijke werkgelegenheid en groei in Göteborg de Europese pijler van sociale rechten is afgekondigd, die berust op 20 beginselen, waaronder het recht op toegang tot kwalitatief goede en betaalbare preventieve en curatieve gezondheidszorg;

16.  verzoekt de Commissie en de lidstaten grotere inspanningen te leveren bij de ontwikkeling, hervorming en doeltreffende uitvoering van beleidsmaatregelen voor gezondheidsbevordering en ziektepreventie, ook met technische steun van het programma van de Commissie ter ondersteuning van structurele hervormingen (SRSP);

17.  is ingenomen met het initiatief van de Commissie om een webportaal over gezondheidsbevordering en ziektepreventie te lanceren, dat actuele informatie over onderwerpen in verband met gezondheidsbevordering en welzijn biedt en een belangrijke bron van duidelijke, betrouwbare informatie voor het brede publiek is; benadrukt dat dit portaal volledig toegankelijk moet zijn voor alle EU-burgers, inclusief mensen met dyslexie en andere soortgelijke problemen;

18.  benadrukt dat in de context van de herziening van het Europese mechanisme voor civiele bescherming een doeltreffende EU-reserve voor de civiele bescherming moet worden opgezet met voorzieningen die een aanvulling vormen op de nationale middelen, zodat Europa beter kan reageren op rampen zoals bosbranden en aardbevingen; benadrukt dat er naar meer samenwerking moet worden gestreefd met betrekking tot de geavanceerde planning van Europese hulp bij rampen, onder meer middels het in kaart brengen van de middelen van de lidstaten, het opstellen van noodplannen en een betere planning van het risicobeheer;

19.  dringt aan op een grotere coherentie met ander EU-beleid op het gebied van rampenpreventie en paraatheid, zoals de EU-strategie voor de aanpassing aan de klimaatverandering, de Europese structuur- en investeringsfondsen, het Solidariteitsfonds, de milieuwetgeving en het onderzoeks- en innovatiebeleid;

20.  benadrukt dat extreme gebeurtenissen, zoals droogte in Zuid-Europese landen, orkanen en rampzalige overstromingen, van de landen die partij zijn bij de Overeenkomst van Parijs, verlangen dat zij ambitieuzer te werk gaan om de gestelde doelen te halen;

21.  verzoekt de Commissie een echte strategie voor het duurzame beheer en de bescherming van de bossen uit te stippelen om de gevolgen van de klimaatverandering te helpen tegengaan, met de nadruk op "duurzaam" en met bijzondere aandacht voor de in deze bossen aanwezige boomsoorten; vraagt de Commissie eveneens om de aanzet te geven tot en uitvoering te geven aan een project ter bevordering van het aanplanten van bomen en struiken langs de oevers van stromen en rivieren, om zo het effect van langdurige zware neerslag te matigen;

22.  dringt erop aan dat het maatschappelijk middenveld en milieuorganisaties nauwer en gestructureerd bij het Europees semester worden betrokken, en vraagt om een grotere betrokkenheid bij het Europees Semester van de ministers van Milieubeheer, op het niveau van de Raad;

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

24.1.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

50

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Pilar Ayuso, Ivo Belet, Simona Bonafè, Biljana Borzan, Paul Brannen, Soledad Cabezón Ruiz, Nessa Childers, Birgit Collin-Langen, Seb Dance, Stefan Eck, José Inácio Faria, Francesc Gambús, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Arne Gericke, Julie Girling, Françoise Grossetête, Andrzej Grzyb, Jytte Guteland, Anneli Jäätteenmäki, Karin Kadenbach, Urszula Krupa, Giovanni La Via, Jo Leinen, Peter Liese, Susanne Melior, Gilles Pargneaux, Piernicola Pedicini, Bolesław G. Piecha, John Procter, Julia Reid, Frédérique Ries, Daciana Octavia Sârbu, Annie Schreijer-Pierik, Renate Sommer, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Ivica Tolić, Adina-Ioana Vălean, Jadwiga Wiśniewska, Damiano Zoffoli

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Elena Gentile, Martin Häusling, Norbert Lins, Nuno Melo, Ulrike Müller, Christel Schaldemose, Bart Staes, Keith Taylor, Carlos Zorrinho

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Jiří Maštálka

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

50

+

ALDE

Gerben-Jan Gerbrandy, Anneli Jäätteenmäki, Ulrike Müller, Frédérique Ries

ECR

Arne Gericke, Julie Girling, Urszula Krupa, Bolesław G. Piecha, John Procter, Jadwiga Wiśniewska

EFDD

Piernicola Pedicini

GUE/NGL

Stefan Eck, Jiří Maštálka

EPP

Pilar Ayuso, Ivo Belet, Birgit Collin-Langen, José Inácio Faria, Francesc Gambús, Elisabetta Gardini, Françoise Grossetête, Andrzej Grzyb, Giovanni La Via, Peter Liese, Norbert Lins, Nuno Melo, Annie Schreijer-Pierik, Renate Sommer, Ivica Tolić, Adina-Ioana Vălean

S&D

Simona Bonafè, Biljana Borzan, Paul Brannen, Soledad Cabezón Ruiz, Nessa Childers, Seb Dance, Elena Gentile, Jytte Guteland, Karin Kadenbach, Jo Leinen, Susanne Melior, Gilles Pargneaux, Christel Schaldemose, Daciana Octavia Sârbu, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Damiano Zoffoli, Carlos Zorrinho

Verts/ALE

Marco Affronte, Martin Häusling, Bart Staes, Keith Taylor

1

-

EFDD

Julia Reid

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling (20.2.2018)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake het Europees semester voor coördinatie van het economisch beleid: jaarlijkse groeianalyse 2018

(2017/2226(INI))

Rapporteur voor advies: Iskra Mihaylova

SUGGESTIES

De Commissie regionale ontwikkeling verzoekt de bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  neemt er kennis van dat de Europese economie de afgelopen vier en een half jaar tekenen van herstel vertoont, met positieve en geleidelijke groei en de laagste werkloosheidscijfers in de lidstaten sinds de crisis; beklemtoont overigens dat er, zoals blijkt uit de meest recente welzijnsindex van de OESO, tussen samenlevingen en individuen onmiskenbare en significante verschillen zijn wat betreft opleidingsniveau, inkomen, vermogen en leeftijd, alsook op grond van geboorteplaats; stelt vast dat deze verschillen, met name wat de jeugd- en de langdurige werkloosheid alsook de armoede betreft, zich in verschillende regio's waar het herstel achterblijft nog steeds op het niveau van de crisis bevinden; wijst in dit verband op het probleem van de structurele werkloosheid, en op de negatieve economische, sociale en politieke gevolgen daarvan; vindt het zorgwekkend dat mensen jonger dan 25 jaar bijzonder zwaar door het verschijnsel werkloosheid worden getroffen, en een 60 % grotere kans hebben om werkloos te worden dan mensen in de leeftijdscategorie van 25 tot 54 jaar; beklemtoont het belang van de verlenging van de looptijd van het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief (YEI) tot de periode 2017-2020, en van de verhoging van 1,2 miljard EUR voor de begroting ervan;

2.  onderstreept dan ook dat gewerkt moet worden aan meer convergentie en inclusie; juicht het toe dat de Commissie onderkent dat er sprake is van momentum voor het ondersteunen van de voortzetting van het herstel middels economische groei, sociale convergentie, structurele hervormingen en territoriale cohesie, en dat zij nu minder dan vroeger het geval was op bezuinigingen inzet; beklemtoont dat de Europese Unie als zodanig, om tot een algemene harmonieuze ontwikkeling te komen, maatregelen moet formuleren en implementeren die leiden tot versterking van haar economische, sociale en territoriale cohesie, en die gericht zijn op het reduceren van de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de verschillende regio's, en op het aanpakken van de problemen van de achterstandsregio's in de EU (met name die met een laag inkomen en een lage groei); wijst op de noodzaak van een alomvattende kwalitatieve transformatie van de huidige beleidsmix, middels prioritisering van de implementatie - op zo kort mogelijke termijn - van de beginselen en rechten zoals bedoeld in de Europese pijler van sociale rechten; beklemtoont in dit verband dat het cohesiebeleid in de periode na 2020 over voldoende financiële middelen moet beschikken, en verzoekt de Commissie daartoe een voorstel te presenteren; stelt vast dat investeringen nodig zijn in innovatie, onderwijs en nieuwe vaardigheden om tot een grotere productiviteit te komen, hetgeen een conditio sine qua non is - naast andere maatregelen - om tot grotere groei te komen;

3.  verwelkomt het dat de landenspecifieke aanbevelingen gestroomlijnd en nader toegespitst zijn; spreekt er tegelijkertijd zijn bezorgdheid over uit dat deze aanbevelingen niet op alle beleidsterreinen en niet in alle landen in dezelfde mate ten uitvoer worden gelegd; herinnert aan het belang van een synergetische benadering bij het gebruik van alle beschikbare EU-fondsen, en verzoekt de Commissie en de lidstaten hierbij nauw samen te werken en voor coördinatie van het proces te zorgen, teneinde ondersteuning van méér economische, sociale en territoriale cohesie te waarborgen, en investeringen, banen en groei te bevorderen, en te onderkennen dat plaatselijke en regionale overheden hierbij een nuttige rol kunnen spelen; beklemtoont het belang van capaciteitsopbouw en van een verdere vereenvoudiging van de tenuitvoerlegging van de EU-fondsen, in de wetenschap dat veel van de landenspecifieke aanbevelingen 2017 betrekking hadden op administratieve capaciteit; beklemtoont dat de landenspecifieke aanbevelingen beter bij de situatie van de afzonderlijke lidstaten moeten aansluiten; beklemtoont het belang van meer synergie tussen de begroting van de EU en de begrotingen van de lidstaten, teneinde de prioriteiten van de jaarlijkse groeianalyse te verwezenlijken en uitvoering te geven aan de landenspecifieke aanbevelingen;

4.  beklemtoont de belangrijke rol van het cohesiebeleid voor het herstelproces, als het voornaamste instrument voor publieke investeringen, groei en ontwikkeling dat aansluit op de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei; herinnert eraan dat het cohesiebeleid in de periode 2015-2017 financiering heeft verstrekt gelijk aan 8,5 % van de publieke kapitaalinvesteringen in de Europese Unie (EU), een percentage dat oploopt tot 41 % indien wordt gekeken naar de laatste 13 lidstaten die tot de EU toegetreden zijn na 2004, en tot meer dan 50 % in zeven lidstaten; is van oordeel dat dit percentage in het toekomstige meerjarig financieel kader ten minste moet worden gehandhaafd; vindt overigens dat de wisselwerking tussen dit beleid en het Europees semester de verwezenlijking van de eigen doelstellingen zoals bedoeld in de Verdragen, waaronder de territoriale dimensie, niet mag belemmeren, maar evenwichtig moet zijn en de implementatie van de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen) moet verbeteren en ten goede moet komen aan het multiplicatoreffect van de middelen van dit beleid en van de bijdrage die het levert aan duurzame en inclusieve groei, hetgeen weer gunstig is voor het creëren van fatsoenlijke banen en het tot stand brengen van sociale ontwikkeling; acht het in dit verband nuttig de plaatselijke en regionale autoriteiten te betrekken bij het afbakenen van de parameters van het Europees semester; geeft aan dat meer flexibiliteit nodig is bij het vaststellen van de activiteiten en de projecten waaraan steun wordt toegekend met middelen van de ESI-fondsen en die aansluiten bij de jaarlijks vastgestelde landenspecifieke aanbevelingen en groeianalyses;

5.  herhaalt dat de implementatie van de ESI-fondsen moet worden versneld, aangezien zij een uitermate belangrijk instrument voor economische groei, duurzame ontwikkeling en nieuwe banen zijn, en derhalve significante ondersteuning bieden aan het investeringsbeleid van de lidstaten en bijdragen aan relevante structurele hervormingen; verzoekt de lidstaten robuustere coördinatie- en planningstructuren en governancekaders te ontwikkelen, en hun publieke diensten doeltreffender te maken, en de administratieve lasten te reduceren, teneinde het gebruik ervan doeltreffender en efficiënter te maken; verzoekt de Commissie daarnaast de lidstaten met alle beschikbare instrumenten en middelen bij te staan, teneinde het risico van vrijmaking, alsook de opeenstapeling van achterstallige betalingen, te vermijden;

6.  juicht de verlenging van de looptijd en de uitbreiding van het toepassingsgebied van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) tot 2020 toe, voor het helpen aanzwengelen van investeringen, het voorkomen van financieringsonderbrekingen en het bieden van zekerheid aan projectpromotoren dat zij nog altijd projecten kunnen plannen na de oorspronkelijke investeringsperiode; onderstreept het belang van complementariteit van en synergie-effecten tussen de ESI-fondsen, het EFSI en andere financiële instrumenten, alsook de horizontale communautaire programma's, waarbij de ESI-fondsen wel het belangrijkste instrument van het investeringsbeleid van de EU moeten blijven; vindt het belangrijk dat het EFSI op een territoriaal evenwichtiger wijze wordt geïmplementeerd, aldus bijdragend tot een harmonieuze ontwikkeling van de EU en voorkomend dat de verschillen tussen de lidstaten, regio's en bevolkingen nog verder toenemen; herinnert eraan dat projecten in het kader van het uitgebreide EFSI gericht moeten blijven zijn op het aanpakken van suboptimale investeringssituaties en tekortkomingen van de markt; dringt aan op een nieuwe territoriale verdeling van de investeringen en voor een grotere opname door de markt in minder ontwikkelde regio's; beklemtoont dan ook dat er in deze context moet worden gewerkt aan het vergemakkelijken van het combineren van het EFSI met andere bronnen van EU-financiering;

7.  beklemtoont de rol van het programma ter ondersteuning van structurele hervormingen bij het ondersteunen van op-maat-gemaakte bijstand om de lidstaten te helpen bij het implementeren van hervormingen gericht op het tot stand brengen van méér cohesie, het - met inachtneming van de termijnen - toepassen van het EU-recht, en het doeltreffender en efficiënter gebruiken van de EU-fondsen; wijst er met nadruk op dat de ervaring tot nu toe laat zien dat veel lidstaten steun met middelen van het programma hebben aangevraagd en dat de steunaanvragen verdeeld zijn over alle in aanmerking komende beleidsterreinen; verzoekt de Commissie in het jaarlijkse verslag over de implementatie van het programma volledige openheid te betrachten met betrekking tot de concrete resultaten van de afzonderlijke projecten; onderstreept in dit verband het belang van het in kaart brengen en implementeren van relevante structurele hervormingen op alle bestuursniveaus, en van het elimineren van bureaucratie bij lopende investeringen, met als doel het verbeteren van de implementatie van de ESI-fondsen en van het ondernemings- en investeringsklimaat.

8.  onderstreept dat zekerheid moet bestaan over de middelen voor de financiering van het programma ter ondersteuning van de structurele hervormingen na 2020, middelen die niet mogen worden onttrokken aan de streefdoelen en doelstellingen van de ESI-fondsen.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

20.2.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

31

7

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Mercedes Bresso, Steeve Briois, Andrea Cozzolino, Raymond Finch, John Flack, Iratxe García Pérez, Michela Giuffrida, Krzysztof Hetman, Ivan Jakovčić, Constanze Krehl, Sławomir Kłosowski, Louis-Joseph Manscour, Martina Michels, Iskra Mihaylova, Andrey Novakov, Paul Nuttall, Mirosław Piotrowski, Stanislav Polčák, Liliana Rodrigues, Fernando Ruas, Monika Smolková, Ruža Tomašić, Ramón Luis Valcárcel Siso, Ángela Vallina, Lambert van Nistelrooij, Kerstin Westphal, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Daniel Buda, Andor Deli, Ivana Maletić, Urmas Paet, Tonino Picula, Georgi Pirinski, Bronis Ropė, Milan Zver

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Eleonora Evi, Anna Hedh, Bogdan Brunon Wenta

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

31

+

ALDE

Ivan Jakovčić, Iskra Mihaylova, Paet Urmas

ECR

John Flack, Sławomir Kłosowski, Mirosław Piotrowski, Ruža Tomašić

PPE

Daniel Buda, Andor Deli, Krzysztof Hetman, Ivana Maletić, Andrey Novakov, Stanislav Polčák, Fernando Ruas, Ramón Luis Valcárcel Siso, Bogdan Brunon Wenta, Milan Zver, Lambert van Nistelrooij

S&D

Mercedes Bresso, Andrea Cozzolino, Iratxe García Pérez, Michela Giuffrida, Anna Hedh, Constanze Krehl, Louis-Joseph Manscour, Tonino Picula, Georgi Pirinski, Liliana Rodrigues, Monika Smolková, Kerstin Westphal

VERTS/ALE

Bronis Ropė

7

-

EFDD

Eleonora Evi, Raymond Finch, Paul Nuttall

ENF

Steeve Briois

GUE/NGL

Martina Michels, Ángela Vallina

PPE

Joachim Zeller

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


STANDPUNT IN DE VORM VAN AMENDEMENTEN van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (11.1.2018)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake het Europees semester voor coördinatie van het economisch beleid: jaarlijkse groeianalyse 2018

(2017/2226(INI))

Rapporteur voor advies: Evelyn Regner

AMENDEMENTEN

De Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid verzoekt de bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Ontwerpresolutie

Paragraaf 4 bis (nieuw)

Ontwerpresolutie

Amendement

 

4 bis. beklemtoont dat met betrekking tot het Europees economisch bestuur de aandacht moet verschuiven van de beperkte doelstelling inzake groei van het bbp naar welzijn en convergentie met hoge minimumnormen voor gendergelijkheid; is van mening dat de nieuwe, op welzijn gerichte economische beleidsvorming moet worden gebaseerd op een zogenaamde magische polygoon, die is opgebouwd uit eerlijke verdeling van materiële welvaart, levenskwaliteit, financiële stabiliteit, prijsstabiliteit, volledige werkgelegenheid en fatsoenlijk werk, ecologische duurzaamheid, stabiele activiteit in de openbare sector en evenwichtige externe economische betrekkingen;

Amendement    2

Ontwerpresolutie

Paragraaf 6 bis (nieuw)

Ontwerpresolutie

Amendement

 

6 bis. merkt op dat debatten over een slimme toewijzing van overheidsuitgaven en beleidsprioriteiten in de EU-begroting regelmatig plaatsvinden, en dat een dergelijke kritische beoordeling ook onontbeerlijk is om onder meer de kwaliteit van overheidsbegrotingen van de lidstaten op de middellange en lange termijn te verbeteren en lineaire bezuinigingen op de begroting, die met name vrouwen kunnen treffen, te vermijden;

Amendement    3

Ontwerpresolutie

Paragraaf 6 ter (nieuw)

Ontwerpresolutie

Amendement

 

6 ter. is van oordeel dat het verbeteren van de structuur en de kwaliteit van de overheidsbegrotingen essentieel is om te waarborgen dat de EU-regels inzake de overheidsfinanciën in acht worden genomen en om financiering vrij te maken voor absoluut noodzakelijke uitgaven, bijvoorbeeld met betrekking tot de socialezekerheidsstelsels, die voor vrouwen bijzonder belangrijk zijn, het opbouwen van reserves voor onvoorziene behoeften en, tot slot, het financieren van minder essentiële uitgaven;

Amendement    4

Ontwerpresolutie

Paragraaf 7 bis (nieuw)

Ontwerpresolutie

Amendement

 

7 bis. wijst erop dat de sociale indicatoren in het kader van het Europees semester daarom grondig moeten worden geanalyseerd en aan een uitgebreidere beoordeling moeten worden onderworpen; verzoekt de Commissie nog meer sociale indicatoren toe te voegen, die op voet van gelijkheid met de economische indicatoren geplaatst moeten worden;

Amendement    5

Ontwerpresolutie

Paragraaf 7 ter (nieuw)

Ontwerpresolutie

Amendement

 

7 ter. blijft bezorgd over het gebrek aan genderbenadering en -indicatoren in het kader van het Europees semester, en dringt aan op grotere aandacht voor het gendermainstreamingperspectief bij de formulering van landspecifieke aanbevelingen, convergentieprogramma's en nationale hervormingsprogramma's; benadrukt dat het nodig is toe te zien op de sociale vooruitgang en de vooruitgang inzake gendergelijkheid en op de impact van de hervormingen in de loop van de tijd; verzoekt daarom om het gebruik van naar gender uitgesplitste gegevens, de berekening van nieuwe indicatoren en de opneming van nieuwe informatie over elk van de vijf kerndoelen van de Europa 2020-strategie, met inbegrip van de doelen inzake O&O en energie, om toe te zien op de vooruitgang en genderverschillen op te sporen;

Amendement    6

Ontwerpresolutie

Paragraaf 7 quater (nieuw)

Ontwerpresolutie

Amendement

 

7 quater. dringt aan op een stijging van de minimumlonen, meer loontransparantie en op bedrijfsniveau te verrichten loonaudits om te komen tot gelijke beloning voor gelijk werk in alle sectoren en beroepen; roept de lidstaten er bovendien toe op de richtlijn vrouwelijke bestuurders niet langer te blokkeren; onderstreept bovendien hoe belangrijk het is een kader voor daadwerkelijk evenwicht tussen werk en privéleven tot stand te brengen zodat alle vrouwen en mannen hun werk en privéleven kunnen combineren;

Amendement    7

Ontwerpresolutie

Paragraaf 7 quinquies (nieuw)

Ontwerpresolutie

Amendement

 

7 quinquies. benadrukt dat prioriteit moet worden gegeven aan de aanpak van werkloosheid, armoede en sociale uitsluiting, die met name grote gevolgen hebben voor vrouwen, en dat daarbij eerst moet worden gezorgd voor duurzame werkgelegenheid en hoogwaardige banen, investeringen en overheidsdiensten van goede kwaliteit die leiden tot sociale integratie, vooral op het gebied van onderwijs, gezondheid, kinderopvang, zorg voor afhankelijke personen, openbaar vervoer en sociale voorzieningen;

Amendement    8

Ontwerpresolutie

Paragraaf 7 sexies (nieuw)

Ontwerpresolutie

Amendement

 

7 sexies. dringt erop aan dat het tweede beginsel van de pijler van sociale rechten ten volle in het Europees semester wordt geïntegreerd, namelijk dat gelijke behandeling en gelijke kansen voor vrouwen en mannen moeten worden gewaarborgd en bevorderd op alle vlakken, waaronder dat van de participatie op de arbeidsmarkt, arbeidsvoorwaarden en loopbaanontwikkeling, en dat vrouwen en mannen recht hebben op gelijke beloning voor gelijkwaardige arbeid;

Amendement    9

Ontwerpresolutie

Paragraaf 16 bis (nieuw)

Ontwerpresolutie

Amendement

 

16 bis. stelt met bezorgdheid vast dat de ongelijkheid nog steeds aanzienlijk is en dat de segregatie op de arbeidsmarkt groot blijft in de Europese Unie, en dat dit bijdraagt tot genderverschillen, waaronder aanzienlijke verschillen in loon, pensioen en welvaart, ongelijke participatie van vrouwen aan besluitvormingsprocedures en kortere loopbanen van vrouwen; benadrukt dat de werkgelegenheidsgraad bij vrouwen weliswaar een recordhoogte heeft bereikt, maar toch nog 11 % lager ligt dan bij mannen; beklemtoont dat het verschil in arbeidsparticipatie vooral groot is bij moeders en vrouwen met zorgtaken;

Amendement    10

Ontwerpresolutie

Paragraaf 16 ter (nieuw)

Ontwerpresolutie

Amendement

 

16 ter. stelt met bezorgdheid vast hoe zwaar vrouwen worden getroffen door het bezuinigingsbeleid; onderstreept in dit verband dat vrouwen op de lange termijn zwaarder worden getroffen door bezuinigingen in de overheidsuitgaven, herverdelingen in het beleid inzake evenwicht tussen werk en privéleven, en bezuinigingen op de socialezekerheidsstelsels;

Amendement    11

Ontwerpresolutie

Paragraaf 16 quater (nieuw)

Ontwerpresolutie

Amendement

 

16 quater. beklemtoont dat genderdiscriminatie alomtegenwoordig blijft, zoals blijkt uit de genderloonkloof en het verschil qua werkgelegenheidsgraad tussen vrouwen en mannen, terwijl het gemiddelde bruto-uurloon van mannelijke werknemers ongeveer 16 % hoger ligt dan dat van vrouwelijke werknemers; benadrukt dat deze verschillen voortvloeien uit de ondervertegenwoordiging van vrouwen in goedbetaalde sectoren, discriminatie op de arbeidsmarkt en het grote aantal vrouwen in deeltijdbanen; dringt met klem aan op verdere vooruitgang om deze verschillen te verkleinen; verzoekt in dit verband de Commissie in de Europa 2020-strategie een gendergelijkheidspijler en een overkoepelende gendergelijkheidsdoelstelling te introduceren; spoort de lidstaten aan zich er meer op toe te leggen het loonverschil tussen vrouwen en mannen te elimineren en actievere maatregelen te nemen ter bevordering van de arbeidsparticipatie van vrouwen;

Amendement    12

Ontwerpresolutie

Paragraaf 19 bis (nieuw)

Ontwerpresolutie

Amendement

 

19 bis. vraagt de verantwoordelijke commissarissen elk jaar de genderaspecten van de jaarlijkse groeianalyse te bespreken met de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid;

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

4.12.2017

 

 

 


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

21.2.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

45

7

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Burkhard Balz, Hugues Bayet, Udo Bullmann, Thierry Cornillet, Esther de Lange, Markus Ferber, Jonás Fernández, Sven Giegold, Neena Gill, Roberto Gualtieri, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Cătălin Sorin Ivan, Petr Ježek, Wolf Klinz, Georgios Kyrtsos, Werner Langen, Sander Loones, Olle Ludvigsson, Ivana Maletić, Gabriel Mato, Costas Mavrides, Alex Mayer, Bernard Monot, Luděk Niedermayer, Stanisław Ożóg, Sirpa Pietikäinen, Dariusz Rosati, Pirkko Ruohonen-Lerner, Anne Sander, Alfred Sant, Martin Schirdewan, Molly Scott Cato, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Theodor Dumitru Stolojan, Kay Swinburne, Paul Tang, Ramon Tremosa i Balcells, Ernest Urtasun, Marco Valli, Miguel Viegas, Jakob von Weizsäcker

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Matt Carthy, Bas Eickhout, Ramón Jáuregui Atondo, Alain Lamassoure, Paloma López Bermejo, Thomas Mann, Luigi Morgano, Laurenţiu Rebega, Joachim Starbatty, Lieve Wierinck


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

45

+

ALDE

Thierry Cornillet, Petr Ježek, Wolf Klinz, Ramon Tremosa i Balcells, Lieve Wierinck

ECR

Sander Loones, Stanisław Ożóg, Pirkko Ruohonen-Lerner, Joachim Starbatty, Kay Swinburne

PPE

Burkhard Balz, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Georgios Kyrtsos, Alain Lamassoure, Esther de Lange, Werner Langen, Ivana Maletić, Thomas Mann, Gabriel Mato, Luděk Niedermayer, Sirpa Pietikäinen, Dariusz Rosati, Anne Sander, Theodor Dumitru Stolojan

S&D

Hugues Bayet, Udo Bullmann, Jonás Fernández, Neena Gill, Roberto Gualtieri, Cătălin Sorin Ivan, Ramón Jáuregui Atondo, Olle Ludvigsson, Costas Mavrides, Alex Mayer, Luigi Morgano, Alfred Sant, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Paul Tang, Jakob von Weizsäcker

VERTS/ALE

Bas Eickhout, Sven Giegold, Molly Scott Cato, Ernest Urtasun

7

-

EFDD

Marco Valli

ENF

Bernard Monot

GUE/NGL

Matt Carthy, Paloma López Bermejo, Martin Schirdewan, Miguel Viegas

PPE

Markus Ferber

1

0

ENF

Laurenţiu Rebega

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 5 maart 2018Juridische mededeling - Privacybeleid