Procedure : 2017/2266(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0055/2018

Ingediende teksten :

A8-0055/2018

Debatten :

PV 14/03/2018 - 21
CRE 14/03/2018 - 21

Stemmingen :

PV 15/03/2018 - 10.5

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0083

VERSLAG     
PDF 414kWORD 59k
5.3.2018
PE 615.458v02-00 A8-0055/2018

met een niet-wetgevingsontwerpresolutie over het ontwerp van besluit van de Raad houdende opzegging van de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Unie van de Comoren

(14423/2017 – C8-0447/2017 – 2017/0241(NLE) – 2017/2266(INI))

Commissie visserij

Rapporteur: João Ferreira

NIET-WETGEVINGSONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

NIET-WETGEVINGSONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerp van besluit van de Raad houdende opzegging van de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Unie van de Comoren

(14423/2017 – C8-0447/2017 – 2017/0241(NLE)2017/2266(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerpbesluit van de Raad (14423/2017),

–  gezien de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Unie van de Comoren(1),

–  gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 43 en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C8-0447/2017),

–  gezien zijn wetgevingsresolutie van …(2) over het ontwerpbesluit,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1936/2001 en (EG) nr. 601/2004 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1093/94 en (EG) nr. 1447/1999(3) (de "IOO-verordening"), en met name artikel 8, lid 8,

–  gezien artikel 99, lid 2, van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie visserij en het advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A8-0055/2018),

A.  overwegende dat de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Unie van de Comoren (hierna "de Comoren" genoemd) voorziet in de beëindiging ervan door elke partij wegens ernstige omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer de door de partijen aangegane verbintenissen tot het bestrijden van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (hierna "IOO-visserij" genoemd) niet worden nagekomen;

B.  overwegende dat illegale visserij een ernstige bedreiging vormt voor de mariene hulpbronnen overal ter wereld, aangezien daardoor de visbestanden worden uitgeput, mariene habitats worden vernield, bonafide vissers worden benadeeld en de bestaansmiddelen van kustgemeenschappen, vooral in ontwikkelingslanden, worden vernietigd;

C.  overwegende dat de EU al het mogelijke moet doen om ervoor te zorgen dat de overeenkomsten inzake duurzame visserij die worden gesloten met derde landen wederzijdse voordelen opleveren voor de EU en de betrokken derde landen en voor hun plaatselijke bevolking en visserijsector;

D.  overwegende dat het algemene doel van het protocol tot sluiting van de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Unie van de Comoren erin bestond de samenwerking op het gebied van de visserij tussen de EU en de Comoren in het belang van beide partijen te verbeteren door een partnerschapskader vast te stellen waarbinnen een duurzaam visserijbeleid kon worden nagestreefd met duurzame exploitatie van de visserijhulpbronnen in de exclusieve economische zone van de Comoren, en een passend aandeel kon worden verkregen van de beschikbare overschotbestanden, in overeenstemming met de belangen van de EU-vloten;

E.  overwegende dat de eerste visserijovereenkomst tussen de EEG en de Comoren van 1988 dateert en dat de vloten van de EEG/EU-lidstaten sindsdien uit hoofde van een reeks uitvoeringsprotocollen toegang hebben gekregen tot vangstmogelijkheden;

F.  overwegende dat de sectorale samenwerking volgens het UNCTAD-verslag getiteld "Fishery Exports and the Economic Development of Least Developed Countries" (Visserijexport en de economische ontwikkeling van de minst ontwikkelde landen) niet verder is geëvolueerd dan een rudimentaire toestand, met zeer weinig invloed op de visserijsector, aanlandingsvoorwaarden, monitoring- en toezichtscapaciteit, wetenschappelijke ontwikkeling, of de technische opleiding van vissers en waarnemers; overwegende dat de prijs die de EU per ton vis (tonijn) aan de Comoren betaalt ongeveer 15 % van de geschatte groothandelsprijs per ton is;

G.  overwegende dat de Comoren op 1 oktober 2015 een kennisgeving hebben ontvangen dat ze mogelijk zouden worden aangemerkt als niet-meewerkend derde land aangezien ze er niet in slagen vaartuigen onder Comorese vlag op passende wijze te controleren; overwegende dat de Comoren in mei 2017 werden aangemerkt als niet-meewerkend derde land en dat ze in juli 2017 op een lijst van niet-meewerkende landen werden geplaatst door de EU, die een "rode kaart" heeft afgegeven, en dat het land er daarna nog steeds niet in geslaagd is de nodige corrigerende maatregelen te treffen om de aangewezen problemen op te lossen en de IOO-visserij te bestrijden;

H.  overwegende dat het vorige protocol bij de visserijovereenkomst met de Comoren op 30 december 2016 is verstreken en dat het niet werd verlengd wegens het gebrek aan inzet van de Comoren om IOO-visserij te bestrijden; overwegende dat aan het protocol een totaalbedrag van 600 000 EUR per jaar was verbonden, waarvan 300 000 EUR was bestemd voor steun aan het visserijbeleid van de Comoren, met het oog op de bevordering van duurzaamheid en een degelijk beheer van de visbestanden in de wateren van het land;

I.  overwegende dat de EU de bestrijding van illegale visserij en alle daaruit voortvloeiende activiteiten zeer ernstig neemt, zoals blijkt uit de IOO-verordening;

J.  overwegende dat de EU en haar lidstaten in verschillende sectoren samenwerking nastreven met de Comoren; overwegende dat de opzegging van de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij door de EU kan worden teruggedraaid (indien de nodige corrigerende maatregelen worden getroffen) en overwegende dat de opzegging van deze overeenkomst niet uitsluit dat in de toekomst zal worden onderhandeld over een andere overeenkomst of een andere vorm van partnerschap in de visserijsector;

K.  overwegende dat de identificatie van niet-meewerkende derde landen alleen niet volstaat om IOO-visserij te bestrijden maar dat er ook oplossingen moeten worden gevonden om vastgestelde situaties te verhelpen; overwegende dat de Comoren zonder hulp van buitenaf niet in staat zullen zijn hun beleid inzake marien beheer voor met name de visbestanden te verbeteren, meer bepaald wat betreft aanlandingsvoorwaarden, monitoring- en toezichtscapaciteit, wetenschappelijke ontwikkeling of de technische opleiding van vissers en waarnemers;

L.  overwegende dat in de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) voor het eerst een doelstelling is opgenomen die verband houdt met de instandhouding en duurzame exploitatie van zeeën en mariene hulpbronnen (doelstelling 14);

1.  betreurt dat de Comoren, ondanks waarschuwingen van de EU, er niet in zijn geslaagd de nodige corrigerende maatregelen te treffen om de aangewezen problemen op te lossen en de IOO-visserij te bestrijden;

2.  wijst opnieuw op het belang van doelmatige controle door de vlaggenstaat, en herhaalt dat het ontbreken daarvan een onderliggende oorzaak van IOO-visserij is; is van mening dat de Comoren hun verplichtingen uit hoofde van het internationaal recht met betrekking tot het toezicht op en de controle van vaartuigen die onder hun vlag varen, dienen na te komen; is er sterk van overtuigd dat dit gebrek aan toezicht en aan machtigingen om te vissen dergelijke vaartuigen in staat stelt om straffeloos aan IOO-visserij te doen;

3.  meent dat de Comoren betrekkingen met de EU moeten blijven onderhouden en dat ze deze gelegenheid dienen aan te grijpen om de nodige maatregelen vast te stellen ter verbetering van hun capaciteit om illegale visserij aan te pakken;

4.  betreurt dat het in de nagenoeg 30 jaar dat er visserijovereenkomsten bestaan tussen de EU en de Comoren – waarvan een onderdeel gericht was op samenwerking en ondersteuning voor de ontwikkeling van de Comorese visserijsector – onmogelijk is gebleken tastbaardere resultaten te bereiken inzake de ontwikkeling van de sector, onder meer op het gebied van monitoring- en toezichtscapaciteit, wetenschappelijke ontwikkeling, en technische opleiding voor vissers en waarnemers;

5.  meent dat de beschikbare instrumenten voor ontwikkelingssamenwerking, met name het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF), doeltreffender moeten worden afgestemd op algemene ondersteuning voor capaciteitsontwikkeling in de visserijsector;

6.  wijst erop dat de Comoren zowel uit hoofde van de met de EU gesloten Partnerschapsovereenkomst inzake visserij en andere internationale instrumenten, als binnen het kader voor de verwezenlijking van de Agenda 2030 en de SDG's, de plicht hebben de beginselen van goed bestuur op het gebied van visserij en van verantwoorde visserij te eerbiedigen, de visbestanden op peil te houden en het mariene ecosysteem te beschermen in de eigen exclusieve economische zone;

7.  beklemtoont dat IOO-visserij wereldwijd moet worden bestreden en dat er voor staten stimulansen moeten worden gecreëerd opdat zij hun verantwoordelijkheid ernstig nemen en de nodige hervormingen aanbrengen in hun visserijsectoren;

8.  wijst erop dat de bestrijding van IOO-visserij niet alleen op de identificatie van niet-meewerkende derde landen mag berusten en dat het, om illegale visserij in al zijn vormen daadwerkelijk te bestrijden, noodzakelijk is manieren te vinden om landen, en met name kleine eilandstaten in ontwikkeling, zoals de Comoren, te helpen hun beleid inzake marien beheer te wijzigen;

9.  deelt de mening van de Commissie en de Raad dat de in artikel 38, lid 8, van de IOO-verordening bedoelde maatregelen moeten worden toegepast, namelijk de opzegging van alle bestaande bilaterale visserijovereenkomsten met de Comoren die voorzien in de beëindiging van die overeenkomsten wanneer dit land zijn verplichtingen inzake de bestrijding van IOO-visserij niet nakomt;

10.  neemt kennis van de andere in artikel 38, lid 8, van de IOO-verordening vermelde gevolgen, die onder meer een verbod op charterovereenkomsten, omvlagging en particuliere regelingen inhouden;

11.  is echter van mening dat een dergelijke opzegging niet het einde van de samenwerking op het gebied van visserij tussen de EU en de Comoren mag betekenen; dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat deze betrekkingen zo spoedig mogelijk opnieuw kunnen worden opgenomen, uitgaande van de veronderstelling dat vissersgemeenschappen en kleinschalige ambachtelijke visserij centraal moeten staan bij de ontwikkeling van het land en dat daartoe investeringen en technische bijstand moeten worden bevorderd op de volgende terreinen:

  administratief en bestuurlijk systeem voor de visserij, wetgeving, institutionele structuur, capaciteitsopbouw voor personele middelen (vissers, wetenschappers, inspecteurs en anderen), en opwaardering van de commerciële en culturele waarde van het traditionele Comorese vistuig en de traditionele Comorese vis;

  monitoring en wetenschappelijke capaciteit, capaciteit voor kustbescherming en voor inspectie, toezicht en kwaliteitscontrole;

  oprichting van voorzieningen voor de koeling, distributie en verwerking van vis;

  bouw en verbetering van aanlandings- en beveiligingsinfrastructuur in havens;

  vernieuwing van de kleinschalige Comorese visserijvloot om de veiligheid en viscapaciteit te verbeteren, en ervoor te zorgen dat de schepen langer op zee kunnen blijven;

12.  vraagt om een bepaling op te nemen waarbij, als de Comoren de tekortkomingen verhelpen, de procedure wordt stopgezet en de rode kaart wordt ingetrokken, zodat de EU-vloot kan terugkeren;

13.  verzoekt de Commissie passende maatregelen te nemen om de situatie te normaliseren, door IOO-visserij doeltreffender te helpen bestrijden en de EU-vloot naar dit visgebied te laten terugkeren zodra de onderhandelingen over een nieuw protocol zijn afgerond;

14.  verzoekt de Commissie en de Raad, elk binnen hun bevoegdheidsgebied, het Parlement volledig en onverwijld op de hoogte te brengen van alle ontwikkelingen die zich hierbij voordoen;

15.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Unie der Comoren.

(1)

PB L 290 van 20.10.2006, blz. 7.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(0000)0000.

(3)

PB L 286 van 29.10.2008, blz. 1.


TOELICHTING

De Unie van de Comoren (de Comoren) is een groep van drie hoofdeilanden in de westelijke Indische Oceaan, voor de kust van Oost-Afrika. De eilandengroep, die sinds 1975 onafhankelijk is, omvat nog een vierde eiland, Mayotte, dat ervoor koos onder de Franse soevereiniteit te vallen.

Volgens cijfers uit 2013 hebben de Comoren een bevolking van ongeveer 734 000 inwoners. Door de historische context, politieke onstabiliteit en de moeilijke toegang tot hulpbronnen behoren de Comoren tot de minst ontwikkelde landen, met een economie die sterk afhankelijk is van buitenlandse subsidies en technische bijstand.

De visserijsector is de op een na grootste sector in het land, na de landbouw, en wordt als een strategische prioriteit beschouwd. De sector is goed voor 10 % van de banen en 8 % van het bbp (cijfers van 2013). Deze percentages wijzen echter op een daling in het economische belang van de sector en in zijn belang op het gebied van werkgelegenheid, doordat de sector kwetsbaar is voor externe factoren – alle binnenlandse activiteiten (8 000 vissers) betreffen artisanale, kleinschalige activiteiten met kleine bootjes van glasvezel van 6-7 m lengte, met een motorcapaciteit van maximaal 25 CV, en uiterst rudimentaire technische uitrusting, of niet-gemotoriseerde kano’s.

Het visbestand dat in de EEZ van de Comoren kan worden geëxploiteerd – voornamelijk grote pelagische vissen (tonijn en zwaardvis) – wordt geraamd op 33 000 ton per jaar, maar de lokale vissers halen jaarlijks ongeveer 16 000 ton op. De resterende vissen worden gevangen door buitenlandse industriële vloten en elders aan land gebracht. De vis, met inbegrip van de vis die door de lokale vloot wordt gevangen, wordt eveneens buiten de Comoren verwerkt.

Bilaterale visserijbetrekkingen tussen de Europese Unie (en haar voorgangers) en de Comoren dateren van 1988. Vanaf 2006 werden deze betrekkingen echter geregeld door een Partnerschapsovereenkomst inzake visserij die voorzag in een financiële bijdrage bestaande uit twee afzonderlijke delen: een gedeelte voor toegang tot visbestanden; en een gedeelte voor sectorale ondersteuning ter ontwikkeling van de plaatselijke capaciteiten.

De in dit verslag besproken overeenkomst omvatte een financiële bijdrage van in totaal 1 845 750 euro, waarvan ongeveer 49 % was gereserveerd voor sectorale steun. De overeenkomst stond toe dat er 45 vergunningen werden afgegeven voor vaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen en 25 vergunningen voor vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug (verdeeld tussen Spanje, Frankrijk en Portugal). De overeenkomst verplichtte EU-vaartuigen die in het kader daarvan hun activiteiten beoefenden ook een minimumaantal Comorese personeelsleden in dienst te hebben, en omvatte een exclusiviteitsclausule met betrekking tot de soorten waarop zou worden gevist.

Ondanks de voorwaarden die zijn vastgesteld in de overeenkomst en het bijbehorende protocol, golden er verschillende beperkingen op de tenuitvoerlegging ervan –met name in verband met piraterij – wat tot gevolg had dat deze visvergunningen niet werden gebruikt. Tegelijkertijd heeft de betrokkenheid van de Comoren bij activiteiten die een inbreuk vormen op de Verordening inzake illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IOO), met name door het omvlaggen toe te staan van vaartuigen die bij IOO-visserij betrokken zijn, de EU ertoe gebracht de Comoren in oktober 2015 te melden dat zij mogelijk zouden worden aangemerkt als een niet-meewerkend land – hetgeen in mei en juni 2017 ook daadwerkelijk is gebeurd (toen het land een "rode kaart" ontving).

Aangezien de Comorese autoriteiten tijdens deze procedure niet hebben gereageerd, stellen de Commissie en de Raad voor om de overeenkomst op te zeggen.

De rapporteur ziet in het algemeen geen reden om niet akkoord te gaan met de opzegging van de overeenkomst, maar vindt wel dat er twee kwesties in overweging moeten worden genomen: de zeer precaire sociale toestand op de Comoren; en een aantal beoordelingen van VN-organen waarin kritiek wordt geleverd op de sterke positie van de EU als het gaat om het opstellen van overeenkomsten en het vaststellen van visprijzen (waarbij een prijs onder de geraamde groothandelsprijs voor tonijn wordt betaald), en waarin erop wordt gewezen dat het door middel van partnerschapsovereenkomsten inzake visserij niet is gelukt de ontwikkeling van de plaatselijke sector te ondersteunen.

De rapporteur wenst erop te wijzen dat, tijdens de bijna 30 jaar van visserijovereenkomsten tussen de EU en de Comoren – waarvan een onderdeel gericht was op samenwerking en ondersteuning voor de ontwikkeling van de Comorese visserijsector – het onmogelijk is gebleken om tastbaardere resultaten te bereiken voor de ontwikkeling van de sector, onder meer op het gebied van monitoring- en toezichtscapaciteit, en technische opleiding voor vissers en waarnemers.

Deze beoordeling maakt dat het, in de context van dit besluit, essentieel is om voorstellen te doen die bijdragen tot de continuïteit van de ondersteuning voor ontwikkeling en die een verbetering van de visserijomstandigheden in de Comoren, in de bijbehorende activiteiten en in de levenskwaliteit voor vissers en hun gemeenschappen tot stand helpen brengen.

In deze context van voortgezette samenwerking tussen de EU en de Comoren – met name op het gebied van het ontwikkelingsbeleid – is het belangrijk dat het beleid van de EU en haar lidstaten ten aanzien van dit land gericht is op de strategische prioriteiten, waarvan de visserijsector een centraal deel uitmaakt. De EU dient derhalve overdrachten te bevorderen die de Comoren in staat zullen stellen om onder meer:

  hun administratief en bestuurlijk systeem voor de visserij te verbeteren op het gebied van wetgeving en met betrekking tot de institutionele structuur, capaciteitsopbouw voor personele middelen (vissers, wetenschappers, inspecteurs, enz.), en de commerciële en culturele waarde van het traditionele Comorese vistuig en de traditionele Comorese vis op te waarderen;

  hun capaciteiten met betrekking tot monitoring en wetenschappelijke beoordeling, kustbescherming, inspectie, toezicht en kwaliteitscontrole te ontwikkelen;

  voorzieningen op te richten of te renoveren voor de koeling, verdeling en verwerking van vis;

  aanvoer- en beveiligingsinfrastructuur in havens te bouwen en te verbeteren;

  de vernieuwing van de kleinschalige vloot te bevorderen om de veiligheid en viscapaciteit te verbeteren en ervoor te zorgen dat de schepen langer op zee kunnen blijven.

De rapporteur is van mening dat overeenkomsten inzake duurzame visserij die door de EU worden gesloten met derde landen beide partijen voordelen moeten opleveren en dat er daarbij voorrang moet worden verleend aan maatregelen die de soevereiniteit van derde landen over hun visserij, de ontwikkeling van aanverwante economische activiteiten en de bescherming van mariene hulpbronnen, vissers en hun gemeenschappen versterken. Dit soort ontwikkeling, en niet de uitputting van middelen, is de doeltreffendste en billijkste manier om IOO-visserij te bestrijden.

De rapporteur vraagt voorts dat het Europees Parlement meteen op de hoogte wordt gebracht van toekomstige ontwikkelingen in dit proces.


ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (21.2.2018)

aan de Commissie visserij

inzake het ontwerp van besluit van de Raad houdende opzegging van de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Unie van de Comoren

(2017/2266(INI))

Rapporteur voor advies: Norbert Neuser

SUGGESTIES

De Commissie ontwikkelingssamenwerking verzoekt de bevoegde Commissie visserij onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A.  overwegende dat aan het meest recente protocol bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij (POV), dat op 31 december 2016 afliep, een totaalbedrag van 600 000 EUR per jaar was verbonden, waarvan 300 000 EUR was bestemd voor steun aan het visserijbeleid van de Comoren, met het oog op de bevordering van duurzaamheid en een degelijk beheer van de visbestanden in de wateren van het land;

B.  overwegende dat illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IOO-visserij) in de kustgebieden van de Comoren nadelige gevolgen heeft voor de plaatselijke visserij en biodiversiteit, waardoor het inkomen en de bestaansmiddelen van kleinschalige vissers, de voedselzekerheid en de duurzame ontwikkeling van de Comoren op het spel komen te staan en uiteindelijk ook de armoede toeneemt;

C.  overwegende dat maritieme hulpbronnen niet onbeperkt zijn; overwegende dat het Afrikaanse continent jaarlijks miljarden dollars verliest door IOO-visserij;

D.  overwegende dat illegale visserij volgens cijfers van de FAO jaarlijks zo'n 26 miljoen ton vis vertegenwoordigt, hetgeen overeenstemt met meer dan 15 % van de totale mondiale visvangst; overwegende dat illegale overbevissing de herstelcapaciteit van de visbestanden in gevaar brengt, een bedreiging vormt voor de biodiversiteit, het mariene ecosysteem en de voedselzekerheid, en grote economische verliezen tot gevolg heeft;

E.  overwegende dat een duurzaam beheer van de mariene ecosystemen van cruciaal belang is om de schadelijke gevolgen van de klimaatverandering te beperken; overwegende dat op de COP 21 is benadrukt dat de tendens tot overproductie zo snel mogelijk moet worden omgebogen;

F.  overwegende dat in de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) voor het eerst een doelstelling is opgenomen die verband houdt met de instandhouding en duurzame exploitatie van zeeën en mariene hulpbronnen (doelstelling 14);

1.  is zich ervan bewust dat IOO-visserij overal ter wereld een groot economisch en milieuprobleem vormt, zowel in de zee- als de zoetwatervisserij, dat de duurzaamheid van de visbestanden en de voedselzekerheid in het gedrang brengt en een bedreiging vormt voor de biodiversiteit van 's werelds oceanen; benadrukt dat IOO-visserij ook inspanningen op het gebied van visserijbeheer ondermijnt en oneerlijke concurrentie vormt voor vissers – met name uit de ambachtelijke visserij – en anderen die bij het ontplooien van hun activiteiten overeenkomstig de wet handelen, hetgeen ernstige sociale, economische en milieugevolgen heeft; stelt vast dat grootschalige IOO-visserij vaker lijkt voor te komen in landen met een zwak bestuur;

2.  benadrukt dat ontwikkelingslanden bijzonder kwetsbaar zijn voor IOO-visserij vanwege hun beperkte capaciteit om controle en toezicht te houden op hun wateren, waardoor het beheer van de visserij op hun grondgebied nog verder destabiliseert; wijst erop dat IOO-visserij voor ontwikkelingslanden een verlies van inkomsten en voedsel betekent, met name wanneer deze activiteiten plaatsvinden op dezelfde visgronden waar ook kleinschalige plaatselijke vissers actief zijn;

3.  is blij met het nultolerantiebeleid dat de EU op mondiaal niveau voert ten aanzien van illegale visvangst;

4.  betreurt dat de Comorese autoriteiten er ondanks de sectorale steun waarin was voorzien in het kader van het protocol bij de POV niet in zijn geslaagd de nodige maatregelen te nemen voor het tot stand brengen van een nationaal register van vissersvaartuigen en het opstellen en uitvoeren van een degelijk nationaal actieplan en rechtskader tegen IOO-visserij in de Comorese wateren en door vaartuigen die onder de Comorese vlag varen, waardoor de Comoren zijn aangemerkt als een land dat niet meewerkt in het kader van de IOO-verordening;

5.  betreurt dat niet alleen is gebleken dat de Comoren niet over de nodige bestuurlijke capaciteit beschikken om IOO-visserij aan te pakken, maar dat de Commissie ook een gebrek aan governance/onvoldoende politieke wil heeft vastgesteld bij de Comorese nationale autoriteiten om samen te werken;

6.  vraagt om de capaciteit van ontwikkelingslanden te versterken, zowel op bestuurlijk vlak als op het gebied van het in kaart brengen en beoordelen van hulpbronnen; vraagt bovendien om hen te helpen bij de samenstelling van betrouwbare en objectieve statistieken, hetgeen bijdraagt aan de ontwikkeling van beleid en strategieën op economisch gebied en op het vlak van bewaking en bescherming van de legale visserij;

7.  wijst erop dat de Comoren zowel uit hoofde van de met de EU gesloten POV en andere internationale instrumenten, als binnen het kader voor de verwezenlijking van de Agenda 2030 en de SDG's, de plicht hebben de beginselen van goed bestuur op het gebied van visserij en van verantwoorde visserij te eerbiedigen, de visbestanden op peil te houden en het mariene ecosysteem te beschermen in de eigen exclusieve economische zone;

8.  wijst in het bijzonder op SDG 14, doelstelling 4, die erop gericht is om op een doeltreffende manier de visvangst te reguleren en een einde te maken aan overbevissing, IOO-visserij en destructieve visserijpraktijken, alsook om op wetenschap gebaseerde beheerplannen ten uitvoer te leggen, teneinde de visbestanden zo snel mogelijk te herstellen, op zijn minst tot op een niveau dat een maximale duurzame opbrengst kan opleveren als bepaald door hun biologische kenmerken;

9.  verzoekt de Commissie om de politieke dialoog en de sectorale dialoog in de visserijsector met de Comorese autoriteiten verder te zetten, opdat deze laatste de bepalingen van de IOO-verordening zouden naleven en dit land uiteindelijk kan worden verwijderd van de lijst van landen die niet meewerken; dringt in afwachting hiervan aan op een heroriëntering van de bijstand die de Comoren ontvangen in het kader van andere EU-financieringsinstrumenten, zodat de bevolking niet het gelag moet betalen;

10.  benadrukt dat visserijcontroleautoriteiten overal ter wereld voldoende personele, financiële en technologische middelen moeten krijgen om de wetten en voorschriften inzake visserij volledig te kunnen toepassen;

11.  is ervan overtuigd dat de strijd tegen IOO-visserij een multilaterale benadering vergt en in grote mate afhangt van een samenhangende respons op internationaal niveau, onder meer van vlaggenstaten, kuststaten, havenstaten en marktstaten; is van mening dat deze respons moet stoelen op de uniforme toepassing van internationale wetten en voorschriften inzake IOO-visserij en op een uitgebreide en nauwgezette uitwisseling van informatie; verzoekt de internationale gemeenschap soortgelijke maatregelen als die van de EU te treffen om de markten af te sluiten voor uit IOO-visserij afkomstige vis.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

20.2.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Ignazio Corrao, Mireille D’Ornano, Nirj Deva, Doru-Claudian Frunzulică, Enrique Guerrero Salom, Maria Heubuch, György Hölvényi, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Arne Lietz, Norbert Neuser, Vincent Peillon, Cristian Dan Preda, Lola Sánchez Caldentey, Eleftherios Synadinos, Eleni Theocharous, Paavo Väyrynen, Bogdan Brunon Wenta, Anna Záborská, Željana Zovko

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Thierry Cornillet, Paul Rübig, Rainer Wieland

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

21

+

ALDE

Thierry Cornillet, Paavo Väyrynen

ECR

Nirj Deva, Eleni Theocharous

EFDD

Ignazio Corrao, Mireille D’Ornano

GUE/NGL

Lola Sánchez Caldentey

PPE

György Hölvényi, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Cristian Dan Preda, Paul Rübig, Bogdan Brunon Wenta, Rainer Wieland, Željana Zovko, Anna Záborská

S&D

Doru-Claudian Frunzulică, Enrique Guerrero Salom, Arne Lietz, Norbert Neuser, Vincent Peillon

Verts/ALE

Maria Heubuch

1

-

NI

Eleftherios Synadinos

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

27.2.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

0

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Clara Eugenia Aguilera García, Alain Cadec, David Coburn, Linnéa Engström, João Ferreira, Sylvie Goddyn, Mike Hookem, Carlos Iturgaiz, Werner Kuhn, António Marinho e Pinto, Gabriel Mato, Norica Nicolai, Liadh Ní Riada, Ulrike Rodust, Annie Schreijer-Pierik, Remo Sernagiotto, Isabelle Thomas, Ruža Tomašić, Peter van Dalen, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Izaskun Bilbao Barandica, José Blanco López, Nicola Caputo, Ole Christensen, Rosa D’Amato, Norbert Erdős, John Flack, Elisabetta Gardini, Jens Gieseke, Anja Hazekamp, Maria Heubuch, Czesław Hoc, Yannick Jadot, France Jamet, Seán Kelly, Verónica Lope Fontagné, Linda McAvan, Francisco José Millán Mon, Nosheena Mobarik, Cláudia Monteiro de Aguiar, Rolandas Paksas, Daciana Octavia Sârbu, David-Maria Sassoli, Maria Lidia Senra Rodríguez, Nils Torvalds

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Liliana Rodrigues


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

20

+

ALDE

António Marinho e Pinto, Norica Nicolai

ECR

Peter van Dalen, Remo Sernagiotto, Ruža Tomašić

ENF

Sylvie Goddyn

GUE/NGL

João Ferreira, Liadh Ní Riada

PPE

Alain Cadec, Norbert Erdős, Carlos Iturgaiz, Werner Kuhn, Gabriel Mato, Annie Schreijer-Pierik, Jarosław Wałęsa

S&D

Clara Eugenia Aguilera García, Liliana Rodrigues, Ulrike Rodust, Isabelle Thomas

VERTS/ALE

Linnéa Engström

0

-

 

 

2

0

EFDD

David Coburn, Mike Hookem

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 8 maart 2018Juridische mededeling - Privacybeleid