Procedure : 2018/2059(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0210/2018

Ingediende teksten :

A8-0210/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 03/07/2018 - 11.4

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0272

VERSLAG     
PDF 516kWORD 65k
20.6.2018
PE 621.117v02-00 A8-0210/2018

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Frankrijk – EGF/2017/009 FR/Air France)

(COM(2018)0230 – C8-0161/2018 – 2018/2059(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Alain Lamassoure

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 RECTIFICATIE
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
 BIJLAGE: van de Commissie regionale ontwikkeling
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Frankrijk – EGF/2017/009 FR/Air France)

(COM(2018)0230 – C8-0161/2018 – 2018/2059(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0230 – C8‑0161/2018),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1) (EFG-verordening),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12 hiervan,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) (IIA van 2 december 2013), en met name punt 13,

–  gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–  gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–  gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0210/2018),

A.  overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren;

B.  overwegende dat de financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld;

C.  overwegende dat Frankrijk aanvraag EGF/2017/009 FR/Air France heeft ingediend voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van 1 858 ontslagen in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 afdeling 51 (luchtvervoer) in de regio's van NUTS-niveau 2 Île de France (FR10) en Provence-Alpes-Côte d'Azur (FR82);

D.  overwegende dat het van essentieel belang is dat de Unie luchtvaartmaatschappijen ondersteunt, aangezien het marktaandeel van de Unie in de internationale luchtvervoersector dalende is;

E.  overwegende dat de aanvraag is gebaseerd op de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening, die vereisen dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat ten minste 500 werknemers gedwongen zijn ontslagen, met inbegrip van werknemers die gedwongen zijn ontslagen bij leveranciers, downstreamproducenten en/of zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd;

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 1, van de EFG-verordening en dat Frankrijk recht heeft op een financiële bijdrage ter hoogte van 9 894 483 EUR uit hoofde van die verordening, wat overeenkomt met 60 % van de totale kosten van 16 490 805 EUR, waarvan 16 410 805 EUR voor individuele diensten en 80 000 EUR voor voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit en controle en rapportage;

2.  neemt ter kennis dat de Franse autoriteiten de aanvraag op 23 oktober 2017 hebben ingediend en dat de Commissie, nadat Frankrijk aanvullende gegevens had verstrekt, haar beoordeling op 23 april 2018 heeft afgerond en het Parlement hiervan diezelfde dag nog in kennis heeft gesteld;

3.  neemt er nota van dat Frankrijk op 19 mei 2015 is begonnen met het verlenen van de individuele diensten aan de beoogde begunstigden, wat betekent dat de periode om in aanmerking te komen voor een financiële bijdrage uit het EFG van 19 mei 2015 tot en met 23 oktober 2019 zal lopen;

4.  herinnert eraan dat dit de tweede Franse aanvraag is, en de derde in verband met luchtvervoer, voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van gedwongen ontslagen bij Air France, na de eerdere aanvragen EGF/2013/014 FR/Air France in 2013 en EGF/2015/004 IT Alitalia in 2015 en een positief besluit daarover(4);

5.  herinnert eraan dat de financiële bijdrage uit het EFG bestemd is voor de ontslagen werknemers om hen te helpen een andere baan te vinden, en geen subsidie aan ondernemingen is;

6.  merkt op dat Frankrijk aanvoert dat de ontslagen verband houden met grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen als gevolg van de globalisering, in het bijzonder door een ernstige economische ontwrichting van de internationale luchtvervoerssector, met name de afname van het marktaandeel van de Unie door een spectaculaire groei van drie grote luchtvaartmaatschappijen in de Perzische Golf, die in grote mate staatssteun en subsidies ontvangen en die minder restrictieve sociale en milieuregels hoeven na te leven dan maatschappijen uit de Unie;

7.  betreurt de aanzienlijke hoeveelheid subsidies en staatsteun die Emirates, Qatar Airways en Etihad Airways hebben ontvangen, als gevolg waarvan hun capaciteit fors is toegenomen en de positie van Europese luchtvaarhubs, waaronder Parijs-Charles de Gaulle, is verzwakt;

8.  herinnert eraan dat de Commissie op 8juni 2017 een voorstel voor een verordening inzake de bescherming van de mededinging in de luchtvaart(5) heeft goedgekeurd, dat tot doel heeft eerlijke concurrentie te waarborgen tussen luchtvaartmaatschappijen uit de Unie en luchtvaartmaatschappijen uit derde landen, opdat de voorwaarden voor een hoog niveau van connectiviteit behouden blijven; wijst erop dat het Parlement en de Raad naar verwachting in het najaar van 2018 onderhandelingen over dit wetgevingsvoorstel zullen starten;

9.  herinnert eraan dat de ontslagen bij Air France wellicht een aanzienlijk negatief effect zullen hebben op de lokale economie, die problemen ondervindt op het gebied van langdurige werkloosheid en nieuwe arbeidsmogelijkheden voor werknemers ouder dan 50 jaar;

10.  dringt er bij Air France op aan te zorgen voor een kwalitatief hoogwaardige sociale dialoog;

11.  merkt op dat de aanvraag betrekking heeft op 1 858 ontslagen werknemers bij Air France, van wie 72,6 % in Île-de-France en van wie de meesten tussen 55 en 64 jaar zijn; erkent tegen deze achtergrond het belang van door het EFG medegefinancierde actieve arbeidsmarktmaatregelen om de kans om opnieuw een baan te vinden te vergroten; wijst er verder op dat geen van de ontslagen werknemers tot de leeftijdsgroep tussen 25 en 29 jaar behoort of ouder is dan 64 jaar;

12.  wijst erop dat Frankrijk vijf soorten acties plant voor de ontslagen werknemers voor wie in deze aanvraag steun wordt aangevraagd: adviesdiensten en loopbaanbegeleiding voor werknemers, (ii) beroepsopleiding, (iii) bijdrage voor herstel van een bedrijfsactiviteit of het opstarten van een onderneming, (iv) toelage voor het zoeken naar werk, en (v) mobiliteitstoelage;

13.  is ingenomen met de wijze waarop het gecoördineerde pakket van individuele diensten werd opgesteld in overleg met beoogde begunstigden ende sociale partners, en is tevens ingenomen met de overeenkomsten tussen Air France, de vakorganisaties en de ondernemingsraad, waardoor ervoor kon worden gezorgd dat alle ontslagen vrijwillig waren;

14.  wijst erop dat de met EFG-middelen medegefinancierde individuele diensten bedoeld zijn voor werknemers die bij hun vrijwillig vertrek nog geen precieze plannen voor re-integratie hebben en in aanmerking wensen te komen voor omscholing, advies of begeleiding of ondersteuning bij het opzetten of overnemen van een bedrijf;

15.  wijst erop dat de Franse arbeidswetgeving bedrijven met meer dan duizend werknemers verplicht tot het nemen van maatregelen en dat de gebruikmaking van het EFG geen bijdrages mogelijk maakt tijdens de eerste vier maanden van het re-integratieverlof, wat overeenkomt met de minimale termijn die de Franse wet voorschrijft;

16.  stelt vast dat de maatregelen inzake inkomenssteun het in de verordening vastgelegde maximum van 35 % zullen uitmaken van het totale pakket van individuele maatregelen en dat deze acties afhankelijk zijn gesteld van de actieve deelname van de beoogde begunstigden aan opleidingsactiviteiten en activiteiten in verband met het zoeken van een baan;

17.  herinnert eraan dat in artikel 7 van de verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met de toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het pakket moet passen in de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie;

18.  benadrukt dat de Franse autoriteiten hebben bevestigd dat voor de subsidiabele acties geen steun uit andere fondsen of financieringsinstrumenten van de Unie wordt ontvangen;

19.  herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe ondernemingen verplicht zijn krachtens de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, noch van maatregelen voor de herstructurering van ondernemingen of sectoren;

20.  verzoekt de Commissie er bij de nationale autoriteiten op aan te dringen om in toekomstige voorstellen meer details te geven over de sectoren met groeipotentieel, waarin dus waarschijnlijk mensen in dienst kunnen worden genomen, alsook onderbouwde gegevens over de impact van de EFG-financiering te verzamelen, onder meer over de kwaliteit van de banen en het herintredingspercentage dat dankzij het EFG bereikt is; verzoekt de Commissie eveneens toezicht te houden op de tenuitvoerlegging van het EFG en verslag uit te brengen aan het Parlement;

21.  herhaalt zijn oproep aan de Commissie ervoor te zorgen dat alle documenten in verband met EFG-zaken openbaar toegankelijk zijn;

22.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

23.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

24.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

  Besluit (EU) 2015/44 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2014 over de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2013/014 FR/Air France, ingediend door Frankrijk) (PB L 8 van 14.1.2015, blz. 18).

(5)

  COM(2017)0289


BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Frankrijk – EGF/2017/009 FR/Air France)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1), en met name artikel 15, lid 4,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(2), en met name punt 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) heeft tot doel steun te verlenen aan werknemers die werkloos zijn geworden en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van uit de globalisering voortvloeiende grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, doordat de wereldwijde financiële en economische crisis aanhoudt, of door een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren.

(2)  Zoals vastgesteld in artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad(3) mag het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (prijzen van 2011) niet overschrijden.

(3)  Op 23 oktober 2017 heeft Frankrijk een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG ter beschikking te stellen voor ontslagen bij Air France in Frankrijk. Frankrijk heeft overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 aanvullende gegevens ingediend. Die aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het EFG overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1309/2013.

(4)  Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage van 9 894 483 EUR te leveren in het kader van de door Frankrijk ingediende aanvraag.

(5)  Teneinde zo snel mogelijk middelen uit het EFG ter beschikking te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2018 wordt een bedrag van 9 894 483 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het is van toepassing vanaf [de datum van vaststelling](4)*.

Gedaan te ...

Voor het Europees Parlement           Voor de Raad

De Voorzitter                 De Voorzitter

(1)

  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

  PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(3)

  Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).

(4)

*  Datum in te voegen door het Parlement vóór de bekendmaking in het PB.


RECTIFICATIE

I.  Achtergrondinformatie

Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(1) en van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1309/2013(2) mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds niet meer dan 150 miljoen EUR bedragen (prijzen 2011). De benodigde bedragen worden als voorziening opgenomen in de algemene begroting van de Unie.

Overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) verloopt de procedure om het fonds te activeren als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend overschrijvingsverzoek. Indien geen eensgezindheid bestaat, wordt een trialoogprocedure ingeleid.

II.  De aanvraag van Frankrijk en het voorstel van de Commissie

Op 23 april 2018 heeft de Commissie een voorstel goedgekeurd voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan Frankrijk om de terugkeer op de arbeidsmarkt te ondersteunen van werknemers die zijn ontslagen bij één onderneming die is ingedeeld in NACE Rev. 2 – afdeling 51 (luchtvervoer). De ontslagen bij Air France vielen vooral in de regio's van NUTS-niveau 2 Île de France (FR10) en Provence-Alpes-Côte d'Azur (FR82) in Frankrijk. Het voorstel werd op 23 april 2018 toegestuurd aan het Europees Parlement.

Dit de zesde aanvraag die in het kader van de begroting 2018 wordt behandeld en de derde in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 – afdeling 51 (luchtvervoer) sinds de oprichting van het EFG. De aanvraag heeft betrekking op 1 858 ontslagen werknemers en omvat een totaalbedrag van 9 894 483 EUR uit het EFG voor Frankrijk.

De aanvraag werd op 23 oktober 2017 bij de Commissie ingediend, en op 1 februari 2018 werden aanvullende gegevens verstrekt. De Commissie heeft haar beoordeling op 23 april 2018 afgerond en overeenkomstig alle toepasselijke bepalingen van de EFG‑verordening geconcludeerd dat de aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële bijdrage uit het EFG, als bedoeld in artikel 4, lid 1, van de EFG‑verordening.

Frankrijk voert aan dat de ontslagen verband houden met grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen als gevolg van de globalisering, in het bijzonder door een ernstige economische ontwrichting van de internationale luchtvervoerssector, met name de afname van het marktaandeel van de EU. De Franse autoriteiten schrijven de nadeligste effecten van de mondialisering van het luchtvervoer voor de vervoerders uit de EU toe aan de zeer sterke toename van de capaciteit van Emirates, Qatar Airways en Etihad Airways, die sinds 2012 gestaag voortduurt.

De meeste ontslagen vielen in Île-de-France (76,2 %) en in Provence-Alpes-Côte d'Azur – PACA (11,7 %), gebieden die problemen ondervinden op het vlak van langdurige werkloosheid en nieuwe jobmogelijkheden voor werknemers ouder dan 50 jaar. Deze leeftijdsgroep vertegenwoordigt 79 % van het totale aantal ontslagen. Ook zijn een groot aantal van de ontslagen werknemers vrouwen (47,6 %). Door het EFG medegefinancierde actieve arbeidsmarktmaatregelen zijn dan ook uitermate belangrijk voor het vergroten van de kans van deze groepen op het vinden van een nieuwe baan.

De vijf soorten maatregelen die aan de ontslagen werknemers worden aangeboden en waarvoor medefinanciering uit het EFG wordt gevraagd, bestaan uit:

– Adviesdiensten en loopbaanbegeleiding voor werknemers: De werknemers worden begeleid en georiënteerd naar hun persoonlijke re-integratie als werknemer in loondienst of als zelfstandige. De deelnemers zullen in aanmerking komen voor advies en begeleiding van werk naar werk, ondersteuning bij het zoeken van werk, coaching, informatie over beschikbare opleiding, bevordering van ondernemerschap en advies bij het oprichten van een bedrijf enz.

– Beroepsopleiding: Aan de werknemers zullen verschillende soorten opleiding worden aangeboden die zijn toegesneden op hun behoeften, zoals die werden vastgesteld door de adviseurs die de adviesdiensten aanbieden. Er zal bijzondere aandacht worden besteed aan de "parcours encadrés"; dit zijn langdurige beroepsopleidingen voor beroepen waar vraag naar is.

– Bijdrage voor herstel van een bedrijfsactiviteit of het opstarten van een onderneming: Werknemers die een eigen bedrijf oprichten (herstel van een bedrijfsactiviteit of het opstarten van een onderneming), zullen maximaal 15 000 EUR ontvangen voor het dekken van de oprichtingskosten, investeringen in activa en lopende uitgaven. De betaling van de bijdrage zal in verschillende termijnen gebeuren zodra bepaalde mijlpalen zijn bereikt.

– Toelage voor het zoeken naar werk: Deze maandelijkse toelage, die wordt uitbetaald tot het eind van het re-integratieverlof, bedraagt 70 % van het laatste brutosalaris van de werknemer. Bij de berekening van dit bedrag wordt uitgegaan van de voltijdse deelname van de werknemer aan actieve arbeidsmarktmaatregelen; neemt de werknemer niet voltijds deel, dan zal het EFG de werknemer een toelage uitbetalen die evenredig is met zijn of haar werkelijke deelname.

– Mobiliteitstoelage: Een werknemer voor wie steun wordt aangevraagd die een baan aanvaardt waarvoor hij of zij verder dan 100 km van zijn of haar huidige woonplaats moet verhuizen, zal een eenmalige som van 3 000 EUR ontvangen om de kosten te dekken. Dit bedrag zal met 500 EUR worden verhoogd voor de niet-gescheiden huwelijkspartner, de Pacs-partner(4) of de partner bij samenwoning ("concubinage") en met 500 EUR extra per kind.

Volgens de Commissie zijn de beschreven maatregelen actieve arbeidsmarktmaatregelen die behoren tot de in artikel 7 van de EFG-verordening vastgestelde subsidiabele acties, en vormen zij geen vervanging van passieve socialebeschermingsmaatregelen.

De Franse autoriteiten hebben op de volgende punten de nodige garanties geboden:

–  bij de toegang tot de voorgestelde acties en de uitvoering ervan zullen de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie in acht worden genomen;

–  aan de voorschriften van de nationale en EU-wetgeving betreffende collectieve ontslagen is voldaan;

–  de onderneming waar de ontslagen zijn gevallen en die haar activiteiten heeft voortgezet is haar wettelijke verplichtingen bij ontslagen nagekomen en heeft voor haar werknemers de nodige maatregelen getroffen;

–  voor de voorgestelde acties zal geen financiële steun worden ontvangen uit andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, en dubbele financiering zal worden voorkomen;

–  de financiële bijdrage uit het EFG zal voldoen aan de procedurele en materiële EU-regels inzake overheidssteun.

Frankrijk heeft de Commissie ingelicht dat de bron van de nationale voor- of medefinanciering Air France is. De financiële bijdrage zal worden beheerd door de Délégation générale à l'emploi et à la formation professionnelle (DGEFP) van het Ministerie van Arbeid, Werkgelegenheid, Beroepsopleiding en Sociale dialoog, met name door de eenheid Fonds national de l'emploi (DGEFP - MFNE).

III.  Procedure

Om middelen uit het fonds beschikbaar te kunnen stellen, heeft de Commissie de begrotingsautoriteit een verzoek doen toekomen tot overschrijving van een totaalbedrag van 9 894 483 EUR uit de EFG-reserve (40 02 43) naar de EFG-begrotingslijn (04 04 01).

Dit is het zesde voorstel tot overschrijving voor de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds dat tot op heden in 2018 naar de begrotingsautoriteit is gezonden.

Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt overeenkomstig artikel 15, lid 4, van de EFG-verordening de trialoogprocedure ingeleid.

Overeenkomstig een interne afspraak moet de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

Partners die verbonden zijn door een samenlevingscontract ("pacte civil de solidarité" (PACS)).


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

D(2018)17345

Dhr Jean Arthuis

voorzitter van de Begrotingscommissie

ASP 09G205

Betreft: Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2017/009 FR/Air France

Geachte voorzitter,

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2017/009 FR/Air France onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De Commissie EMPL en de werkgroep EFG zijn voorstander van de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds voor het gevraagde doel. De Commissie EMPL formuleert in dit verband een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling ter discussie te willen stellen.

Bij haar beraadslagingen is de Commissie EMPL uitgegaan van de volgende overwegingen:

A)  overwegende dat deze aanvraag gebaseerd is op artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1309/2013 (EFG-verordening) en betrekking heeft op 1 858 werknemers die zijn ontslagen in één onderneming, Air France, die actief is in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 51 (luchtvervoer);

B)  overwegende dat de Franse autoriteiten het verband leggen tussen de ontslagen en de grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ingevolge de globalisering met het argument dat de sector van het internationaal luchtvervoer economisch ernstig is ontwricht, met name door een afname van het marktaandeel van de EU. De zeer sterke toename van de capaciteit van de luchtvaartmaatschappijen uit de Golf heeft een grote rol gespeeld bij deze afname;

C)  overwegende dat 52,4 % van de werknemers waarop de maatregelen betrekking hebben man is, en 47,6 % vrouw; overwegende dat 64,4 % van de beoogde begunstigden tussen de 55 en 64 jaar oud is en 35,6 % tussen de 30 en 54 jaar oud;

D)  overwegende dat voormalig werknemers van deze onderneming EFG-steun hebben ontvangen in het kader van een eerder dossier (EGF/2013/014, FR Air France).

Daarom verzoekt de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken de bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de Franse aanvraag op te nemen:

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de interventiecriteria die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1309/2013, en dat Frankrijk derhalve uit hoofde van deze verordening recht heeft op een financiële bijdrage van 9 894 483 EUR, hetgeen overeenkomt met 60 % van de totale kosten van 16 490 805 EUR;

2.  stelt vast dat de Commissie de termijn van 12 weken na de ontvangst van de volledige aanvraag van de Franse autoriteiten heeft gerespecteerd, aangezien zij haar beoordeling van de naleving van de voorwaarden voor het verlenen van een financiële bijdrage heeft afgerond op 23 april 2018 en het Parlement hiervan op dezelfde dag in kennis heeft gesteld;

3.  betreurt de aanzienlijke hoeveelheid subsidies en staatsteun die Emirates, Qatar Airways en Etihad hebben ontvangen, leidend tot een massale toename van hun capaciteit en tot verzwakking van de positie van Europese luchtvaarhubs, waaronder Parijs-Charles de Gaulle;

4.  herinnert eraan dat de Commissie op 8 juni 2017 een verordening inzake de bescherming van de mededinging in de luchtvaart heeft gepresenteerd(1), die tot doel heeft eerlijke concurrentie te waarborgen tussen luchtvaartmaatschappijen uit de Unie en luchtvaartmaatschappijen uit derde landen, met het oog op het behoud van voorwaarden die bevorderlijk zijn voor een hoog niveau van connectiviteit in de Unie; wijst erop dat het Parlement en de Raad in het najaar onderhandelingen over dit voorstel zullen starten;

5.  wijst erop dat het hoge aandeel werknemers boven de 50 jaar het moeilijker maakt om alternatieve werkgelegenheid te vinden voor de beoogde begunstigden;

6.  wijst erop dat de met EFG-middelen medegefinancierde individuele diensten bedoeld zijn voor werknemers die bij hun vrijwillig vertrek nog geen precieze plannen voor re-integratie hebben en in aanmerking wensen te komen voor omscholing, advies of begeleiding of ondersteuning bij het opzetten of overnemen van een bedrijf;

7.  wijst erop dat de Franse arbeidswetgeving bedrijven met meer dan duizend werknemers verplicht tot het nemen van maatregelen en dat de gebruikmaking van het EFG geen bijdrages mogelijk maakt tijdens de eerste vier maanden van het reïntegratieverlof, wat overeenkomt met de minimale bij wet voorgeschreven termijn;

8.  is ingenomen met het feit dat het gecoördineerde pakket van individuele diensten werd opgesteld in overleg met beoogde begunstigden en de sociale partners, en is tevens ingenomen met de overeenkomsten tussen de onderneming, de vakorganisaties en de ondernemingsraad, waardoor ervoor kon worden gezorgd dat alle ontslagen vrijwillig waren;

9.  stelt vast dat de maatregelen inzake inkomenssteun 35 % uitmaken van het totale pakket van individuele maatregelen, als vastgelegd in de verordening; en dat deze acties afhankelijk zijn gesteld van de actieve deelname van de beoogde begunstigden aan opleidingsactiviteiten en activiteiten in verband met het zoeken van een baan;

10.  wijst erop dat de Franse autoriteiten hebben bevestigd dat voor de voorgestelde maatregelen geen steun uit nationale fondsen of andere financieringsinstrumenten van de Unie wordt ontvangen;

11.  is ingenomen met het feit dat Frankrijk heeft verzekerd dat een financiële bijdrage uit het EFG niet in de plaats zal komen van maatregelen die de betrokken onderneming verplicht is te nemen krachtens het nationale recht of ingevolge collectieve arbeidsovereenkomsten;

12.  herinnert eraan dat in artikel 7 van de verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met de toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het gecoördineerde pakket gericht moet zijn op de overgang naar een grondstofefficiënte en duurzame economie.

Met de meeste hoogachting,

Marita ULVSKOG

Eerste ondervoorzitter en fungerend voorzitter EMPL

(1)

COM(2017)289


BIJLAGE: van de Commissie regionale ontwikkeling

Vertaling

Betreft:  Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering

Geachte heer Arthuis,

Een voorstel van de Commissie voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is voor advies doorverwezen naar de Commissie regionale ontwikkeling. Ik heb begrepen dat het de bedoeling is dat op 4 juni 2018 een verslag over dit voorstel in de Begrotingscommissie wordt goedgekeurd:

-  COM(2018)0230 bevat een voorstel voor een bijdrage uit het EFG van 9 894 483 EUR voor 1 858 werknemers die werden ontslagen bij Air France. Air France is actief in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2, afdeling 51 (luchtvervoer). De ontslagen bij de bewuste onderneming vielen vooral in de regio's van NUTS-niveau 2 Île de France (FR10) en Provence-Alpes-Côte d'Azur (FR82).

De regels die van toepassing zijn op de financiële bijdragen uit het EFG zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006.

De commissiecoördinatoren hebben dit voorstel besproken en mij verzocht u te schrijven dat de meerderheid in deze commissie geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van het voornoemde bedrag uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, zoals door de Commissie voorgesteld.

(Slotformule en ondertekening)


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

19.6.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

31

3

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Jean Arthuis, Richard Ashworth, Gérard Deprez, Manuel dos Santos, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, John Howarth, Bernd Kölmel, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Răzvan Popa, Petri Sarvamaa, Jordi Solé, Patricija Šulin, Isabelle Thomas, Inese Vaidere, Monika Vana, Tiemo Wölken, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Anneli Jäätteenmäki, Alain Lamassoure, Janusz Lewandowski, Verónica Lope Fontagné, Andrey Novakov, Pavel Poc, Claudia Țapardel

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

John Stuart Agnew, Martina Anderson, Auke Zijlstra, Ivan Štefanec


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

31

+

ALDE

Nedzhmi Ali, Jean Arthuis, Gérard Deprez, Anneli Jäätteenmäki

ECR

Zbigniew Kuźmiuk

PPE

Richard Ashworth, José Manuel Fernandes, Monika Hohlmeier, Alain Lamassoure, Janusz Lewandowski, Verónica Lope Fontagné, Siegfried Mureşan, Andrey Novakov, Jan Olbrycht, Petri Sarvamaa, Ivan Štefanec, Patricija Šulin, Inese Vaidere

S&D

Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Iris Hoffmann, John Howarth, Vladimír Maňka, Pavel Poc, Răzvan Popa, Manuel dos Santos, Claudia Țapardel, Isabelle Thomas, Tiemo Wölken

VERTS/ALE

Jordi Solé, Monika Vana

3

-

ECR

Bernd Kölmel

EFDD

John Stuart Agnew

ENF

Auke Zijlstra

2

0

ENF

Marco Zanni

GUE/NGL

Martina Anderson

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 27 juni 2018Juridische mededeling - Privacybeleid