Procedure : 2018/2223(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0311/2018

Ingediende teksten :

A8-0311/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 23/10/2018 - 7.10

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0394

VERSLAG     
PDF 511kWORD 63k
11.10.2018
PE 627.769v02-00 A8-0311/2018

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Portugal – EGF/2018/002 PT/Norte – Centro – Lisboa kleding)

(COM(2018)0621 – C8-0399/2018 – 2018/2223(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: José Manuel Fernandes

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 TOELICHTING
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Portugal – EGF/2018/002 PT/Norte – Centro – Lisboa kleding)

(COM(2018)0621 – C8-0399/2018 – 2018/2223(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0621 – C8‑0399/2018),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014‑2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006 (EFG‑verordening)(1),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014‑2020(2), en met name artikel 12,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) (IIA van 2 december 2013), en met name punt 13,

–  gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–  gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–  gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8‑0311/2018),

A.  overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren;

B.  overwegende dat de financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld;

C.  overwegende dat Portugal aanvraag EGF/2018/002 PT/Norte – Centro – Lisboa kleding heeft ingediend voor een financiële bijdrage uit het EFG naar aanleiding van 1 161 ontslagen in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 14 (Vervaardiging van kleding) in de regio's van NUTS-niveau 2 Norte (PT11), Centro (PT16) en Lisboa (PT17) in Portugal;

D.  overwegende dat de aanvraag is ingediend in het kader van de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 1, onder b), van de EFG-verordening, dat bepaalt dat binnen een referentieperiode van negen maanden ten minste 500 werknemers gedwongen moeten zijn ontslagen in ondernemingen die actief zijn in dezelfde NACE Rev. 2-afdeling en gevestigd zijn in een regio of in twee of meer dan twee aan elkaar grenzende regio's van NUTS-niveau 2 in een lidstaat, mits er meer dan 500 werknemers getroffen zijn in twee van de regio's tezamen;

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 1, onder b), van de EFG-verordening en dat Portugal recht heeft op een financiële bijdrage uit hoofde van die verordening ter hoogte van 4 655 883 EUR, wat neerkomt op 60 % van de totale kosten van 7 759 806 EUR;

2.  wijst erop dat de Portugese autoriteiten de aanvraag op 24 april 2018 hebben ingediend en dat de Commissie, nadat Portugal aanvullende gegevens had verstrekt, haar beoordeling op 10 september 2018 heeft afgerond en het Parlement hiervan diezelfde dag in kennis heeft gesteld;

3.  wijst erop dat Portugal de ontslagen verklaart door te verwijzen naar grote structurele veranderingen in de mondiale handelspatronen ingevolge de globalisering, meer in het bijzonder de liberalisering van de handel in textiel en kleding na het verstrijken van het Multivezelakkoord van de Wereldhandelsorganisatie eind 2004, wat heeft geleid tot ingrijpende structurele veranderingen in de wereldhandel in textiel en kleding;

4.  stelt vast dat het werkloosheidspercentage in de kledingsector in de districten waar de ontslagen zich hebben voorgedaan hoger is dan het gemiddelde in de regio's Norte, Centro en Lissabon waar deze districten zich bevinden en dat de kansen op het vinden van een nieuwe baan gering zijn aangezien de betrokken werknemers voornamelijk laagopgeleide vrouwen zijn;

5.  wijst erop dat de ontslagen die bij twee ondernemingen in de Portugese sector vervaardiging van kleding zijn gevallen naar verwachting een aanzienlijk negatief effect zullen hebben op de plaatselijke economie en dat de impact van de ontslagen samenhangt met de moeilijkheden om de betrokkenen aan een nieuwe baan te helpen vanwege de schaarste aan banen, de lage scholing van de ontslagen werknemers en het hoge aantal werkzoekenden;

6.  beveelt aan om gebruik te maken van de structuur- en investeringsfondsen, in het bijzonder het Europees Sociaal Fonds, om de kwalificaties van de Portugese werknemers te verbeteren en zo de werkloosheid, in het bijzonder de jeugdwerkloosheid en de langdurige werkloosheid, terug te dringen;

7.  wijst erop dat de aanvraag betrekking heeft op 1 161 gedwongen ontslagen werknemers, waarvan er 730 in aanmerking zullen komen voor de voorgestelde maatregelen; wijst erop dat de meerderheid van de ontslagen werknemers vrouwen zijn (88,63 %); wijst er verder op dat 20,55 % van de ontslagen werknemers 55 jaar of ouder is; erkent tegen deze achtergrond het belang van door het EFG medegefinancierde actieve arbeidsmarktmaatregelen om de kans te vergroten dat deze kwetsbare groepen opnieuw een baan vinden;

8.  verwelkomt het feit dat door het EFG medegefinancierde individuele dienstverlening verstrekt zal worden aan maximaal 730 jongeren onder de 30 jaar die geen werk hebben, en geen onderwijs of een opleiding volgen (NEET's);

9.  wijst erop dat Portugal drie soorten acties plant voor de ontslagen werknemers voor wie in deze aanvraag steun wordt aangevraagd: (i) opleiding en herscholing, (ii) bevordering van ondernemerschap en (iii) vergoedingen en toelagen;

10.  beklemtoont dat opleiding en herscholing daadwerkelijke alternatieven voor re‑integratie in de regio zal creëren, rekening houdend met sectoren met een toenemende vraag naar werknemers;

11.  stelt vast dat de financiële vergoedingen en toelagen, d.w.z. de vergoedingen en toelagen voor opleiding, mobiliteit en maaltijden, niet méér uitmaken dan het maximum van 35 % als bedoeld in de verordening en dat hierbij de voorwaarde geldt dat de werknemers waarop de maatregelen betrekking hebben actief participeren in sollicitatietrajecten of opleidingsactiviteiten;

12.  wijst erop dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening is opgesteld in overleg met een werkgroep, die bestond uit de openbare dienst voor arbeidsvoorziening, de vertegenwoordigers van de vakbonden, het instituut voor sociale zekerheid en de autoriteit voor arbeidsvoorwaarden;

13.  benadrukt dat de Portugese autoriteiten hebben bevestigd dat voor de subsidiabele acties geen steun uit andere fondsen of financieringsinstrumenten van de Unie wordt ontvangen, en de verzekering hebben gegeven dat dubbele financiering zal worden voorkomen en dat de maatregelen complementair zullen zijn met acties die uit de Structuurfondsen worden gefinancierd;

14.  herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe ondernemingen verplicht zijn krachtens de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, noch van maatregelen voor de herstructurering van ondernemingen of sectoren, en is tevreden dat Portugal dat heeft bevestigd;

15.  herinnert eraan dat in artikel 7 van de EFG-verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met de toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het pakket moet passen in de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie;

16.  verzoekt de Commissie er bij de nationale autoriteiten op aan te dringen om in toekomstige voorstellen meer details te geven over de sectoren met groeipotentieel, waarin dus waarschijnlijk mensen in dienst kunnen worden genomen, alsook onderbouwde gegevens over de impact van de EFG-financiering te verzamelen, onder meer over de kwaliteit van de banen en het herintredingspercentage dat dankzij het EFG bereikt is;

17.  herhaalt zijn oproep aan de Commissie ervoor te zorgen dat alle documenten in verband met EFG-zaken openbaar toegankelijk zijn;

18.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

19.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

20.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.


BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Portugal – EGF/2018/002 PT/Norte – Centro – Lisboa kleding)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014‑2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1), en met name artikel 15, lid 4,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(2), en met name punt 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om steun te verlenen aan werknemers die werkloos zijn geworden en aan zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van uit de globalisering voortvloeiende grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, het aanhouden van de wereldwijde financiële en economische crisis of een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren.

(2)  Conform artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad(3) mag het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (prijzen van 2011) niet overschrijden.

(3)  Op 24 april 2018 heeft Portugal een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG ter beschikking te stellen voor ontslagen in de sector vervaardiging van kleding in de regio's Norte, Centro en Lisboa in Portugal. Portugal heeft overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 aanvullende gegevens ingediend. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het EFG overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1309/2013.

(4)  Portugal heeft besloten om door het EFG medegefinancierde individuele dienstverlening overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 ook te verlenen aan 730 NEET's (jongeren die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen).

(5)  Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage van 4 655 883 EUR te leveren aan de door Portugal ingediende aanvraag.

(6)  Teneinde zo snel mogelijk middelen uit het EFG ter beschikking te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2018 wordt een bedrag van 4 655 883 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het is van toepassing vanaf ... [datum van vaststelling van het besluit].

Gedaan te …

Voor het Europees Parlement           Voor de Raad

De Voorzitter           De Voorzitter

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(3)

Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).


TOELICHTING

I.  Achtergrond

Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(1) en van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1309/2013(2) mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds niet meer dan 150 miljoen EUR bedragen (prijzen 2011). De benodigde bedragen worden als voorziening opgenomen in de algemene begroting van de Unie.

Overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) verloopt de procedure om het fonds te activeren als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend overschrijvingsverzoek. Indien geen eensgezindheid bestaat, wordt een trialoogprocedure ingeleid.

II.  De aanvraag van Portugal en het voorstel van de Commissie

Op 10 september 2018 heeft de Commissie een voorstel goedgekeurd voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan Portugal om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te steunen van werknemers die gedwongen zijn ontslagen bij twee ondernemingen actief in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 – afdeling 14 (Vervaardiging van kleding) in de regio van NUTS-niveau 2 Norte (PT11), Centro (PT16) en Lisboa (PT17) in Portugal. Het voorstel werd op 10 september 2018 toegestuurd aan het Europees Parlement.

Dit de achtste aanvraag die in het kader van de begroting voor 2018 wordt behandeld en de zesde in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 – afdeling 14 (Vervaardiging van kleding), sinds de oprichting van het EFG. De aanvraag heeft betrekking op 1 161 ontslagen werknemers en omvat een totaalbedrag van 4 655 883 EUR uit het EFG voor Portugal.

De aanvraag werd op 24 april 2018 bij de Commissie ingediend, en tot 19 juni 2018 werden aanvullende gegevens verstrekt. De Commissie heeft haar beoordeling op 10 september 2018 afgerond en overeenkomstig alle toepasselijke bepalingen van de EFG‑verordening geconcludeerd dat de aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële bijdrage uit het EFG, als bedoeld in artikel 4, lid 1, van de EFG‑verordening.

Portugal verklaart de ontslagen door te wijzen op de grote structurele veranderingen in de mondiale handelspatronen ingevolge de globalisering, met name de ernstige economische ontwrichting in de kledingsector in de vorm van de afname van het marktaandeel van de EU na het verstrijken van het Multivezelakkoord in 2004. De stijging van de invoer in de Unie heeft de prijzen onder druk gezet, wat een negatief effect heeft gehad op de financiële situatie van ondernemingen in de textielsector in de Unie, en heeft geleid tot een algemene tendens in de textiel- en kledingindustrie om de productie naar lagelonenlanden buiten de Unie over te brengen.

In Portugal heeft dit in de regio's Norte, Centro en Lisboa geleid tot een gestage afname van het aantal werknemers in de kledingsector, van 130 000 in 2005 tot 90 000 in 2016. In 2017 was de werkloosheid in Norte en Lisboa met 9,5 % hoger dan het nationale gemiddelde van 8,9 %). De massale ontslagen in deze sector zullen de situatie naar verwachting nog verergeren.

De meerderheid van de ontslagen werknemers zijn vrouwen (88,63 %) met een laag onderwijsniveau. 20,55 % van de ontslagen werknemers is 55 jaar of ouder. Tot 730 van hen zijn jongeren die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET's) en die jonger zijn dan 30 jaar. Door het EFG medegefinancierde actieve arbeidsmarktmaatregelen zijn uitermate belangrijk voor het vergroten van de kans van deze kwetsbare groepen op het vinden van een nieuwe baan.

De drie soorten maatregelen die aan de ontslagen werknemers en aan de NEET's worden aangeboden en waarvoor medefinanciering uit het EFG wordt gevraagd, bestaan uit:

–  Opleiding en herscholing: Dit omvat stages, beroepsopleiding en bijscholing alsook plannen met het oog op integratie voor werknemers en NEET's. De activiteiten zijn ontworpen om het aanbod af te stemmen op de vraag op de arbeidsmarkt en de deelnemers te helpen hun vaardigheden te ontwikkelen.

–  Bevordering van ondernemerschap: Deze maatregel zal voor de deelnemers een subsidie inhouden om zelfstandige activiteiten te stimuleren, in combinatie met ondernemerschapsopleiding en de mogelijkheid deel te nemen aan de Startup Incubation die wordt ondersteund door de Portugese openbare dienst voor arbeidsvoorziening (IEFP).

–  Vergoedingen en toelagen: Het gaat onder meer om: 1) opleidingstoelagen die zijn bestemd voor het dekken van kosten die de werkzoekende of de NEET maakt tijdens opleidingen; 2) mobiliteitstoelagen ter vergoeding van reiskosten tussen de woonplaats en de plaats(en) waar de opleidingsactiviteiten plaatsvinden; 3) maaltijdvergoedingen om de uitgaven van deelnemers te helpen dekken wanneer zij verplicht zijn buitenshuis te eten.

Volgens de Commissie zijn de beschreven maatregelen actieve arbeidsmarktmaatregelen die behoren tot de in artikel 7 van de EFG-verordening vastgestelde subsidiabele acties, en vormen zij geen vervanging van maatregelen die gericht zijn op passieve sociale bescherming.

De Portugese autoriteiten hebben op de volgende punten de nodige garanties geboden:

–  bij de toegang tot de voorgestelde acties en de uitvoering ervan zullen de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie in acht worden genomen;

–  aan de voorschriften van de nationale en EU-wetgeving betreffende collectieve ontslagen is voldaan;

–  voor de voorgestelde acties zal geen financiële steun worden ontvangen uit andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, en dubbele financiering zal worden voorkomen;

–  de voorgestelde maatregelen zullen complementair zijn met acties die door de structuurfondsen worden gefinancierd;

–  de financiële bijdrage uit het EFG zal voldoen aan de procedurele en materiële EU‑regels inzake overheidssteun.

Portugal heeft de Commissie ingelicht dat de Portugese openbare dienst voor arbeidsvoorziening (IEFP) de bron is van de nationale voor- of medefinanciering. De financiële bijdrage zal worden beheerd en gecontroleerd door dezelfde instanties die ook verantwoordelijk zijn voor het Europees Sociaal Fonds (ESF).

De Portugese autoriteiten moeten gebruikmaken van de structuur- en investeringsfondsen, in het bijzonder het Europees Sociaal Fonds, om de kwalificaties van de Portugese werknemers te verbeteren en zo de werkloosheid, in het bijzonder de jeugdwerkloosheid en de langdurige werkloosheid, terug te dringen.

III.  Procedure

Om middelen uit het fonds beschikbaar te kunnen stellen, heeft de Commissie de begrotingsautoriteit een verzoek doen toekomen tot overschrijving van een totaalbedrag van 4 655 883 EUR uit de EFG-reserve (40 02 43) naar de EFG-begrotingslijn (04 04 01).

Dit is het achtste voorstel tot overschrijving voor de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds dat tot op heden in 2018 naar de begrotingsautoriteit is gezonden.

Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt overeenkomstig artikel 15, lid 4, van de EFG-verordening de trialoogprocedure ingeleid.

Overeenkomstig een interne afspraak moet de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

D(2018)37581

De heer Jean Arthuis

Voorzitter van de Begrotingscommissie

ASP 09G205

Betreft: Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2018/002PT

Geachte voorzitter,

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2018/002PT onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De commissie EMPL en de werkgroep EFG zijn voorstander van de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds voor het verlangde doel. De commissie EMPL formuleert in dit verband een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling ter discussie te willen stellen.

Bij haar beraadslagingen is de commissie EMPL uitgegaan van de volgende overwegingen:

A) overwegende dat de aanvraag gebaseerd is op artikel 4, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 1309/2013 (de EFG‑verordening) en betrekking heeft op 1 161 werknemers die werden ontslagen bij twee ondernemingen in de economische sectoren ingedeeld in NACE Rev. 2 – afdeling 14 (Vervaardiging van kleding) in de regio's van NUTS-niveau 2 Norte, Centro en Lisboa in Portugal;

B) overwegende dat de Portugese autoriteiten, om het verband te leggen tussen de ontslagen en de grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ingevolge de globalisering, het argument naar voren brengen dat de kledingsector getroffen is door een afname van het marktaandeel van de EU na het verstrijken van het Multivezelakkoord in 2004;

C) overwegende dat 88,6 % van de werknemers waarop de maatregelen betrekking hebben vrouw is, en 11,4 % man; overwegende dat 74,9 % van de beoogde begunstigden tussen de 30 en 54 jaar oud is, meer dan 20 % meer dan 55 jaar oud is en 4,3% jonger dan 30 jaar is;

D) overwegende dat dit tot nu toe de zesde aanvraag is voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG voor de kledingsector, en dat in vier gevallen verwezen werd naar de veranderingen in de wereldhandelspatronen ingevolge de globalisering.

Daarom verzoekt de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de Portugese aanvraag op te nemen:

1. is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de criteria voor steunverlening die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 1309/2013, en dat Portugal bijgevolg uit hoofde van deze verordening recht heeft op een financiële bijdrage ter hoogte van 4 655 883 EUR, wat overeenkomt met 60 % van de totale kosten van 7 759 806 EUR;

2. wijst erop dat de Portugese autoriteiten de aanvraag op 24 april 2018 hebben ingediend en dat de Commissie, nadat Portugal aanvullende gegevens had verstrekt, haar beoordeling van de naleving van de voorwaarden voor het verlenen van een financiële bijdrage op 10 september 2018 heeft afgerond en het Parlement hiervan diezelfde dag in kennis heeft gesteld;

3. stelt vast dat het werkloosheidspercentage in de kledingsector in de regio's waar de ontslagen zich voordoen - Norte, Centro en Lissabon - hoger is dan gemiddeld en dat de kansen op het vinden van een nieuwe baan gering zijn aangezien de betrokken werknemers voornamelijk laagopgeleide vrouwen zijn;

4. juicht het besluit van de Portugese autoriteiten toe om de steun te richten op zowel ontslagen werknemers, als ook op ten hoogste 730 jongeren die geen baan hebben en ook geen onderwijs of een opleiding volgen (NEET's);

5. stelt vast dat Portugal actieve arbeidsmarktmaatregelen voor de ontslagen werknemers plant, waaronder opleiding en herscholing in overeenstemming met de behoeften van de arbeidsmarkt, bevordering van ondernemerschap, en vergoedingen en toelagen;

6. beklemtoont dat (her)scholing daadwerkelijke alternatieven voor re-integratie in de regio zal creëren, rekening houdend met sectoren met een toenemende vraag naar werknemers;

7. stelt vast dat de financiële vergoedingen en toelagen, d.w.z. de vergoedingen en toelagen voor opleiding, mobiliteit en maaltijden, niet méér uitmaken dan het maximum van 35 % als bedoeld in de verordening en dat hierbij de voorwaarde geldt dat de werknemers waarop de maatregelen betrekking hebben actief participeren in sollicitatietrajecten of opleidingsactiviteiten;

8.verwelkomt het dat bij het opstellen van het gecoördineerde pakket gepersonaliseerde diensten de betrokken partijen zijn geraadpleegd in een werkgroep waarin de dienst voor arbeidsvoorziening, vakbondsvertegenwoordigers, het instituut voor sociale zekerheid en de autoriteit voor arbeidsvoorwaarden vertegenwoordigd zijn;

9. stelt vast dat de Portugese autoriteiten de verzekering hebben gegeven dat voor de voorgestelde acties geen financiële steun zal worden ontvangen uit andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, dat dubbele financiering zal worden voorkomen en dat de maatregelen complementair zullen zijn met acties die uit de Structuurfondsen worden gefinancierd;

10. is ingenomen met het feit dat Portugal heeft bevestigd dat een financiële bijdrage uit het EFG niet in de plaats zal komen van maatregelen die de betrokken onderneming verplicht is te nemen krachtens het nationale recht of ingevolge collectieve arbeidsovereenkomsten;

11. herinnert eraan dat in artikel 7 van de verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met de toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het pakket moet passen in de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie.

Met de meeste hoogachting,

Marita ULVSKOG


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING

De heer ARTHUIS

Voorzitter

Begrotingscommissie

Europees Parlement

Betreft:  Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering

Geachte heer Arthuis,

Een voorstel van de Commissie voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is voor advies doorverwezen naar de Commissie regionale ontwikkeling. Ik heb begrepen dat het de bedoeling is dat de Begrotingscommissie op haar vergadering van 8 en 9 oktober 2018 een verslag hierover goedkeurt:

  In COM(2018)0621 wordt voorgesteld uit het EFG een financiële bijdrage van 4 655 883 EUR beschikbaar te stellen voor 730 werknemers die gedwongen zijn ontslagen in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 14 (Vervaardiging van kleding). De ontslagen in de betrokken bedrijven zijn hoofdzakelijk gevallen in de regio's van NUTS-niveau 2 Norte (PT11), Centro (PT16) en Lisboa (PT17) in Portugal.

De regels die van toepassing zijn op de financiële bijdragen uit het EFG zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006.

De commissiecoördinatoren hebben dit voorstel besproken en mij verzocht u te schrijven dat de meerderheid in deze commissie geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van het voornoemde bedrag uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, zoals door de Commissie voorgesteld.

(Slotformule en ondertekening)


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

9.10.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

29

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Jean Arthuis, Richard Ashworth, Reimer Böge, Lefteris Christoforou, Gérard Deprez, Manuel dos Santos, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, John Howarth, Bernd Kölmel, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Younous Omarjee, Răzvan Popa, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Jordi Solé, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Inese Vaidere, Monika Vana, Tiemo Wölken

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Andrey Novakov

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Auke Zijlstra


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

29

+

ALDE

Nedzhmi Ali, Jean Arthuis, Gérard Deprez

ECR

Zbigniew Kuźmiuk

GUE/NGL

Younous Omarjee

NI

Eleftherios Synadinos

PPE

Richard Ashworth, Reimer Böge, Lefteris Christoforou, José Manuel Fernandes, Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, Siegfried Mureşan, Andrey Novakov, Jan Olbrycht, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Patricija Šulin, Inese Vaidere

S&D

Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Iris Hoffmann, John Howarth, Vladimír Maňka, Răzvan Popa, Manuel dos Santos, Tiemo Wölken

Verts/ALE

Jordi Solé, Monika Vana

2

-

ECR

Bernd Kölmel

ENF

Auke Zijlstra

0

0

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 19 oktober 2018Juridische mededeling - Privacybeleid