Procedure : 2018/0012(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0326/2018

Ingediende teksten :

A8-0326/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/03/2019 - 19.4
CRE 13/03/2019 - 19.4

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0192

VERSLAG     ***I
PDF 1138kWORD 159k
15.10.2018
PE 620.820v02-00 A8-0326/2018

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake havenontvangstvoorzieningen voor de afgifte van scheepsafval, tot intrekking van Richtlijn 2000/59/EG en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG en Richtlijn 2010/65/EU

(COM(2018)0033 – C8-0014/2018 – 2018/0012(COD))

Commissie vervoer en toerisme

Rapporteur: Gesine Meissner

Rapporteur voor advies (*):

Bas Eickhout, Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

(*)  Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN WAARVAN OF PERSONEN VAN WIE DE RAPPORTEUR INFORMATIE HEEFT ONTVANGEN
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 ADVIES van de Commissie visserij
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake havenontvangstvoorzieningen voor de afgifte van scheepsafval, tot intrekking van Richtlijn 2000/59/EG en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG en Richtlijn 2010/65/EU

(COM(2018)0033 – C8-0014/2018 – 2018/0012(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0033),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 100, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0014/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 23 mei 2018(1),

–  na raadpleging van het Europees Comité van de Regio's,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme en de adviezen van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de Commissie visserij (A8-0326/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Titel 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorstel voor een

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake havenontvangstvoorzieningen voor de afgifte van scheepsafval, tot intrekking van Richtlijn 2000/59/EG en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG en Richtlijn 2010/65/EU

inzake havenontvangstvoorzieningen voor de afgifte van scheepsafval, tot intrekking van Richtlijn 2000/59/EG en tot wijziging van Richtlijn 2005/35/EG, Richtlijn 2009/16/EG en Richtlijn 2010/65/EU

(Gekoppeld aan het amendement op artikel 20 bis (nieuw) waarin wordt voorgesteld de definitie van vervuilende stoffen in de richtlijn verontreiniging vanaf schepen te wijzigen.)

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)   In doelstelling 14 van de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling wordt gewezen op de bedreigingen als gevolg van vervuiling van de zee, eutrofiëring, uitputting van hulpbronnen en klimaatverandering, die alle voornamelijk worden veroorzaakt door activiteiten van de mens. Deze bedreigingen zorgen voor toenemende druk op milieusystemen, zoals biodiversiteit en natuurlijke infrastructuur, en tevens voor wereldwijde sociaaleconomische problemen, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, veiligheid en financiële risico's. De Europese Unie moet zich inzetten voor de bescherming van mariene soorten en steun verlenen aan degenen die zijn aangewezen op de zee, zij het voor hun werk, voor hulpbronnen dan wel voor recreatie.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  De voorbij twee decennia hebben het MARPOL-verdrag en de bijlagen daarvan belangrijke wijzigingen ondergaan, waardoor striktere normen en verboden op afvallozingen vanaf schepen op zee zijn ingevoerd.

(4)  De voorbije twee decennia hebben het MARPOL-verdrag en de bijlagen daarvan belangrijke wijzigingen ondergaan, waardoor striktere normen voor de afgifte van afval en verboden op afvallozingen vanaf schepen op zee zijn ingevoerd.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  De Unie moet echter op het niveau van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) blijven werken aan een verbod op lozingen van afvalwater afkomstig van wassers in open modus ("open loop scrubbers") en bepaalde ladingresiduen, teneinde regels tot stand te brengen die even streng zijn voor zeegaande vaartuigen als voor vaartuigen die op de binnenwateren van de Unie varen.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 ter)  De lidstaten moeten ertoe worden aangespoord in hun territoriale wateren een verbod op lozingen in te voeren voor afvalwater afkomstig van wassers in open modus en bepaalde ladingresiduen.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 quater)  De overkoepelende doelstelling van de richtlijn bestaat erin lozing van scheepsafval in zee te voorkomen. Afval van reparatiewerkzaamheden en sedimenten afkomstig van het schoonmaken of repareren van ballasttanks dienen derhalve niet onder het toepassingsgebied van de richtlijn te vallen, aangezien zij altijd aan land worden geloosd wanneer een schip op de ligplaats of in een droogdok ligt. Afval van reparatiewerkzaamheden en sedimenten afkomstig van het schoonmaken of repareren van ballasttanks worden geregeld in respectievelijk de afvalwetgeving van de EU en het Verdrag voor het beheer van ballastwater van de IMO.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Ondanks deze ontwikkelingen op regelgevingsgebied, vinden nog steeds afvallozingen op zee plaats. Dit is te wijten aan een combinatie van factoren: niet elke haven beschikt over toereikende havenontvangstvoorzieningen, de handhaving laat vaak te wensen over en er worden onvoldoende stimulansen gegeven om het afval aan wal af te geven.

(7)  Ondanks deze ontwikkelingen op regelgevingsgebied, vinden nog steeds afvallozingen op zee plaats die met grote sociale, economische en milieukosten gepaard gaan. Dit is te wijten aan een combinatie van factoren: niet elke haven beschikt over toereikende havenontvangstvoorzieningen, de handhaving laat vaak te wensen over en er worden onvoldoende stimulansen gegeven om het afval aan wal af te geven.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  Met name op cruiseschepen kan er ondanks verbeteringen nog altijd sprake zijn van veel voedselafval. Praktijken voor het beheer van voedselafval blijven een gebied waarvoor gescheiden inzameling en hergebruik moeten worden ontwikkeld.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 ter) Initiatieven in de visserijsector die tot doel hebben de hoeveelheid van de visserij afkomstig afval te verminderen of om plastic afval, waaronder verloren vistuig, te bergen, zijn een goede zaak.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Uit de REFIT-evaluatie van de richtlijn is gebleken dat Richtlijn 2000/59/EG heeft bijgedragen tot de vermindering van afvallozingen op zee en tot een toename van het volume aan afval dat aan havenontvangstvoorzieningen wordt afgegeven.

(8)  Volgens Richtlijn 2000/59/EG moeten alle schepen die Europese havens aandoen al bijdragen in de kosten van havenontvangstvoorzieningen, ongeacht of zij er daadwerkelijk gebruik van maken. Uit de REFIT-evaluatie van de richtlijn is gebleken dat Richtlijn 2000/59/EG aldus heeft bijgedragen tot de vermindering van afvallozingen op zee en tot een toename van het volume aan afval dat aan havenontvangstvoorzieningen wordt afgegeven.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Uit die REFIT-evaluatie is echter ook gebleken dat Richtlijn 2000/59/EG niet volledig doeltreffend is geweest, door een gebrek aan samenhang met het MARPOL-kader. Bovendien hebben de lidstaten de belangrijkste begrippen van de richtlijn, zoals de toereikendheid van de voorzieningen, de voorafgaande aanmelding van afval, de verplichte afgifte van afval aan havenontvangstvoorzieningen en de vrijstellingen voor schepen in het geregelde verkeer, op verschillende wijze geïnterpreteerd. De conclusie van de evaluatie luidde dat deze begrippen verder moesten worden geharmoniseerd en in overeenstemming gebracht met het MARPOL-verdrag om onnodige administratieve lasten voor zowel de havens als de havengebruikers te vermijden.

(9)  Uit die REFIT-evaluatie is echter ook gebleken dat Richtlijn 2000/59/EG niet volledig doeltreffend is geweest, door een gebrek aan samenhang met het MARPOL-kader. Bovendien hebben de lidstaten de belangrijkste begrippen van de richtlijn, zoals de toereikendheid van de voorzieningen, de voorafgaande aanmelding van afval, de verplichte afgifte van afval aan havenontvangstvoorzieningen en de vrijstellingen voor schepen in het geregelde verkeer, op verschillende wijze geïnterpreteerd. De conclusie van de evaluatie luidde dat deze begrippen verder moesten worden geharmoniseerd en in overeenstemming gebracht met het MARPOL-verdrag om onnodige administratieve lasten voor zowel de havens als de havengebruikers te vermijden. De afgifteverplichting moet volledig in overeenstemming worden gebracht met de lozingsvoorschriften die zijn vastgelegd in het MARPOL-verdrag.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) Richtlijn 2008/98/EG bevat de belangrijkste beginselen inzake afvalstoffenbeheer, zoals het beginsel "de vervuiler betaalt" en de afvalhiërarchie, volgens dewelke het hergebruik en de recycling van afval voorrang moeten krijgen op andere vormen van hergebruik en verwijdering van afval, en op grond waarvan systemen voor gescheiden afvalinzameling moeten worden opgezet. Deze verplichtingen gelden ook voor het beheer van afval van schepen.

(11) Richtlijn 2008/98/EG bevat de belangrijkste beginselen inzake afvalstoffenbeheer, zoals het beginsel "de vervuiler betaalt" en de afvalhiërarchie, volgens dewelke het hergebruik en de recycling van afval voorrang moeten krijgen op andere vormen van hergebruik en verwijdering van afval, en op grond waarvan systemen voor gescheiden afvalinzameling moeten worden opgezet. Een ander leidend beginsel van de afvalstoffenwetgeving van de Unie is de uitbreiding van de aansprakelijkheid van producenten, op grond waarvan producenten gedurende de gehele levenscyclus van hun producten verantwoordelijk zijn voor de milieueffecten ervan. Die verplichtingen gelden ook voor het beheer van afval van schepen.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Gescheiden inzameling van afval van schepen, met inbegrip van afgedankt vistuig, is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat dit afval verderop in de afvalbeheersketen wordt hergebruikt. Vuilnis wordt aan boord van schepen vaak gescheiden ingezameld, overeenkomstig internationale normen. De wetgeving van de Unie moet ervoor zorgen dat deze inspanningen aan boord van schepen niet worden ondermijnd door gebrekkige regelingen voor gescheiden afvalinzameling aan wal.

(12)  Gescheiden inzameling van afval van schepen, met inbegrip van afgedankt vistuig, is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat dit afval verderop in de afvalbeheersketen wordt hergebruikt en gerecycled, en om te voorkomen dat het schade toebrengt aan het maritieme milieu en de zeefauna. Vuilnis wordt aan boord van schepen vaak gescheiden ingezameld, overeenkomstig internationale normen. De wetgeving van de Unie moet ervoor zorgen dat deze inspanningen aan boord van schepen niet worden ondermijnd door gebrekkige regelingen voor gescheiden afvalinzameling aan wal. De lidstaten moeten het beste gescheiden inzamelsysteem aanmoedigen voor elke haven, afhankelijk van de kenmerken ervan.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis)  De gescheiden inzameling van afval, zoals voedselafval, smeermiddelen en brandstof, moet verder worden ontwikkeld met als specifiek uitgangspunt dat het hergebruik ervan in overeenstemming is met de beginselen van de circulaire economie.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Hoewel het grootste deel van het zwerfvuil op zee afkomstig is van activiteiten op het land, is ook de scheepvaart, met inbegrip van de visserij en de pleziervaart, mede verantwoordelijk, door rechtstreekse lozingen van afval, waaronder plastic en afgedankt vistuig, in zee.

(13)  Elk jaar komt er alleen al in de Unie tussen de 150 000 en 500 000 ton plastic in zee terecht. Hoewel het grootste deel van het zwerfvuil op zee afkomstig is van activiteiten op het land, is ook de scheepvaart, met inbegrip van de visserij en de pleziervaart, mede verantwoordelijk, door rechtstreekse lozingen van afval, waaronder plastic en afgedankt vistuig, in zee. De Commissie schat dat kunststoffen meer dan 80 % van het zwerfvuil op zee voor hun rekening nemen en dat vistuig dat kunststoffen bevat, 27 % van het marien zwerfvuil vertegenwoordigt dat op Europese stranden wordt aangetroffen, hetgeen overeenkomt met 11 000 ton per jaar.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  Richtlijn 2008/98/EG stelt afvalpreventiemaatregelen vast die de lidstaten moeten nemen om het ontstaan van afval te voorkomen. Deze maatregelen moeten ernaar streven om het ontstaan van zwerfvuil op zee een halt toe te roepen om zo bij te dragen aan de doelstelling van de VN inzake duurzame ontwikkeling om enigerlei mariene verontreiniging te voorkomen en aanzienlijk te verminderen.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis)  Het Internationaal Verdrag van de IMO van 13 februari 2004 voor de controle en het beheer van ballastwater en sedimenten van schepen (BWM-verdrag) is op 8 september 2017 in werking getreden. Het BWM-verdrag verplicht alle schepen om op grond van de IMO-normen procedures voor het beheer van ballastwater te volgen en vereist dat havens en terminals die zijn aangewezen voor het schoonmaken en repareren van ballasttanks, beschikken over adequate voorzieningen voor de ontvangst van sedimenten.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 ter)  Wanneer de lidstaten gebruikmaken van de diensten van het EMSA bij het onderzoek naar gemelde gevallen van vermeende ontoereikendheid van havenontvangstvoorzieningen, moet het EMSA deze verzoeken registreren en de Commissie van deze gegevens voorzien zodat kan worden beoordeeld of in de volgende begroting meer middelen voor het EMSA nodig zijn.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Om te garanderen dat de havenontvangstvoorzieningen toereikend zijn, is het van essentieel belang dat het afvalontvangst- en afvalverwerkingsplan wordt ontwikkeld en opnieuw wordt beoordeeld op basis van overleg met alle relevante havengebruikers. Om praktische en organisatorische redenen mogen naburige havens in dezelfde regio een gezamenlijk plan opstellen, dat betrekking heeft op de beschikbaarheid van havenontvangstvoorzieningen in alle havens die onder het plan vallen, en mogen zij een gemeenschappelijk administratief kader opzetten.

(17)  Om te garanderen dat de havenontvangstvoorzieningen toereikend zijn, is het van essentieel belang dat het afvalontvangst- en afvalverwerkingsplan wordt ontwikkeld en opnieuw wordt beoordeeld op basis van overleg met alle relevante havengebruikers. Om praktische en organisatorische redenen mogen naburige havens in dezelfde geografische regio een gezamenlijk plan opstellen, dat betrekking heeft op de beschikbaarheid van havenontvangstvoorzieningen in alle havens die onder het plan vallen, en mogen zij een gemeenschappelijk administratief kader opzetten.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis)  Voor kleine havens, zoals aanlegplaatsen en jachthavens, die weinig schepen, vooral pleziervaartuigen, ontvangen of slechts tijdens een deel van het jaar in gebruik zijn, kan het moeilijk zijn om afvalontvangst- en afvalverwerkingsplannen op te stellen en erop toe te zien. Het afval van die kleine havens wordt gewoonlijk behandeld door het gemeentelijke afvalbeheersysteem volgens de beginselen van Richtlijn 2008/98/EG, zoals herzien bij Richtlijn (EU) 2018/851. Om de plaatselijke overheden niet al te zwaar te belasten en het afvalbeheer in dergelijke kleine havens te vergemakkelijken, dient het te volstaan dat het afval van plaatselijke aanlegplaatsen en jachthavens wordt opgenomen in de gemeentelijke afvalstroom en dienovereenkomstig wordt beheerd, en dat de haven informatie over de afvalontvangst verstrekt aan de gebruikers van de haven.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Om het probleem van zwerfvuil op zee doeltreffend aan te pakken, is het van fundamenteel belang dat het juiste niveau van stimulansen wordt gegeven voor de afgifte van afval, en met name vuilnis, aan havenontvangstvoorzieningen. Dit is mogelijk via een kostendekkingssysteem, waarvoor moet worden gewerkt met een indirecte vergoeding, die los staat van het feit of al dan niet afval wordt afgegeven en die het recht verleent afval af te geven zonder dat aanvullende directe vergoedingen hoeven te worden betaald. Aangezien de visserij en de pleziervaart mede verantwoordelijk zijn voor zwerfvuil op zee, moeten ook zij in dit systeem worden opgenomen.

(18)  Om het probleem van zwerfvuil op zee doeltreffend aan te pakken, is het van fundamenteel belang dat het juiste niveau van stimulansen wordt gegeven voor de afgifte van afval, en met name vuilnis, aan havenontvangstvoorzieningen. Dit is mogelijk via een kostendekkingssysteem, waarvoor moet worden gewerkt met een indirecte vergoeding, die los staat van het feit of al dan niet afval wordt afgegeven en die het recht verleent afval af te geven zonder dat aanvullende directe vergoedingen hoeven te worden betaald. Scheepsmanagers moeten zich desalniettemin inzetten om de hoeveelheid aan boord geproduceerd afval te verminderen. Aangezien de pleziervaart mede verantwoordelijk is voor zwerfvuil op zee, moet ook deze sector in dit systeem worden opgenomen. De afgifte van opgevist afval mag niet tot extra kosten voor de vissersvaartuigen leiden.

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 bis)  In sommige lidstaten zijn regelingen ingevoerd voor financiering van de kosten die voor vissers kunnen ontstaan bij het inleveren van afgedankt vistuig of actief en passief opgevist afval. Dergelijke regelingen zouden kunnen worden ondersteund door regelingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die de overeenkomstig onderhavige richtlijn ingevoerde kostendekkingssystemen aanvullen. Als zodanig zouden deze kostendekkingssystemen vissersvaartuigen en havengemeenten niet mogen ontmoedigen om aan bestaande inleverregelingen voor actief en passief opgevist afval deel te nemen.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 ter)  Om de afgifte van passief opgevist afval dat bij normale visserijactiviteiten in netten wordt opgehaald te bevorderen, moeten de lidstaten de kosten in verband met de inzameling in havenontvangstvoorzieningen en het daaropvolgend beheer voor hun rekening nemen met inkomsten uit alternatieve inkomstenbronnen.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Met betrekking tot afvalbeheer moet verder werk worden gemaakt van het concept van "groen schip", zodat een effectief beloningssysteem kan worden toegepast voor schepen die hun afval aan boord beperken.

(19)  Met betrekking tot afvalbeheer moet verder werk worden gemaakt van het concept van "groen schip", dat volledig moet worden toegepast. Er dienen op EU-niveau minimumvereisten te worden vastgesteld die zo veel mogelijk op geharmoniseerde wijze worden nageleefd, zodat een effectief beloningssysteem kan worden toegepast voor schepen die door middel van milieuvriendelijke afvalpreventie en ‑beheer hun afval aan boord beperken, in overeenstemming met de beste praktijken. De lidstaten moeten methoden aanmoedigen die verder gaan dan de vereiste normen. Daarnaast wordt afvalvermindering in de eerste plaats bewerkstelligd door een effectieve gescheiden afvalinzameling aan boord van schepen, in overeenstemming met de IMO-richtsnoeren voor MARPOL-bijlage V en de normen van de Internationale Organisatie voor normalisatie. De Commissie dient een deskundigengroep aan te stellen om de criteria vast te stellen waaraan moet worden voldaan opdat een schip als "groen schip" kan worden aangemerkt en dient tevens de uitwisseling aan te moedigen van goede praktijken inzake de ontwikkeling van bottom-upregelingen.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Ladingresiduen blijven eigendom van de eigenaar van de vracht nadat de vracht in de terminal is gelost, en hebben vaak een economische waarde. Om deze reden hoeven ladingresiduen niet te worden opgenomen in de kostendekkingssystemen en moet er ook geen indirecte vergoeding voor worden betaald. Voor de afgifte van ladingresiduen moet de gebruiker van de ontvangstvoorziening, zoals aangeduid in de contractuele regelingen tussen de betrokken partijen of in andere plaatselijke regelingen, een bijdrage betalen.

(20)  Ladingresiduen blijven eigendom van de eigenaar van de vracht nadat de vracht in de terminal is gelost, en hebben vaak een economische waarde. Om deze reden hoeven ladingresiduen niet te worden opgenomen in de kostendekkingssystemen en moet er ook geen indirecte vergoeding voor worden betaald. Voor de afgifte van ladingresiduen moet de gebruiker van de ontvangstvoorziening, zoals aangeduid in de contractuele regelingen tussen de betrokken partijen of in andere plaatselijke regelingen, een bijdrage betalen. Om de geharmoniseerde tenuitvoerlegging van deze richtlijn te bevorderen, dienen technische richtsnoeren inzake het beheer van ladingresiduen te worden ontwikkeld in overeenstemming met de bijlagen I en II bij het MARPOL-verdrag. Dit geldt echter niet voor ladingresiduen die niet gemakkelijk worden teruggewonnen, zoals persistente drijvende stoffen met een hoge viscositeit zoals paraffine. Deze stoffen kunnen een lage economische waarde hebben en daarom het risico lopen te worden weggespoeld op zee indien ze niet correct bij de havenontvangstvoorzieningen worden weggespoeld.

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 bis)  Vistuig van kunststof heeft een groot recyclingpotentieel, met name wanneer het op de juiste wijze is ontworpen. In overeenstemming met het beginsel dat de vervuiler betaalt, moeten er daarom regelingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid worden vastgesteld om een gezond afvalbeheer van vistuig en onderdelen van vistuig te financieren en hoge niveaus van inzameling te bereiken.

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 ter)  Regelingen voor het opvissen van afval zouden financiële ondersteuning moeten krijgen van de lidstaten, opdat het reeds aanwezige afval op zee kan worden gerecycled of correct kan worden verwijderd zonder vissers daarmee te belasten.

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis)  Om de maritieme veiligheid en de bescherming van het mariene milieu te verbeteren, moet Richtlijn 2005/35/EG van het Europees Parlement en de Raad1 bis worden gewijzigd om ook verontreiniging vanaf schepen door afval als gedefinieerd in de bijlagen IV tot en met VI bij het MARPOL-verdrag in het recht van de Unie aan te pakken en ervoor te zorgen dat personen die verantwoordelijk zijn voor illegale lozingen passende sancties opgelegd krijgen.

 

_________________

 

1 bis Richtlijn 2005/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 inzake verontreiniging vanaf schepen en de invoering van sancties, met inbegrip van strafrechtelijke sancties, voor verontreinigingsdelicten (PB L 255 van 30.9.2005, blz. 11).

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 23 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 bis)  De afgifteverplichting dient te worden aangevuld met bepalingen die het lozen van afval verbieden, teneinde een duidelijk signaal te geven over de nalevingsverplichtingen en te zorgen voor een duidelijke basis voor civiel- en strafrechtelijke overtredingen.

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  De monitoring en handhaving moeten worden vergemakkelijkt via een systeem dat gebaseerd is op elektronische rapportering en informatie-uitwisseling. Om dit mogelijk te maken moet het bestaande informatie- en monitoringsysteem dat in het kader van Richtlijn 2000/59/EG is opgezet, verder worden ontwikkeld en worden toegepast op basis van bestaande elektronische informatiesystemen, met name het systeem voor de uitwisseling van maritieme informatie van de Unie (SafeSeaNet) en de inspectiedatabank (THETIS). Ook de informatie over de havenontvangstvoorzieningen die beschikbaar zijn in de verschillende havens moet in het systeem worden ingevoerd.

(24)  De monitoring en handhaving moeten worden vergemakkelijkt via een systeem dat gebaseerd is op elektronische rapportering en informatie-uitwisseling. Om dit mogelijk te maken moet het bestaande informatie- en monitoringsysteem dat in het kader van Richtlijn 2000/59/EG is opgezet, verder worden ontwikkeld en worden toegepast op basis van bestaande elektronische informatiesystemen, met name het systeem voor de uitwisseling van maritieme informatie van de Unie (SafeSeaNet) en de inspectiedatabank (THETIS). Ook de informatie over de havenontvangstvoorzieningen die beschikbaar zijn in de verschillende havens en over het verlies van vistuig moet in het systeem worden ingevoerd.

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 24 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(24 bis)  In overeenstemming met artikel 48 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad moet het verlies van vistuig worden gemeld.

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 24 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(24 ter)  Richtlijn 2010/65/EU, die momenteel wordt herzien, zorgt voor een vereenvoudiging en harmonisering van de administratieve procedures die van toepassing zijn op het zeevervoer door de algemene invoering van de elektronische overdracht van gegevens en door rationalisering van de meldingsformaliteiten. Om onnodige en tegenstrijdige IT-ontwikkelingen te vermijden, moeten de nieuwe meldingsformaliteiten met betrekking tot scheepsafval ten uitvoer worden gelegd in overeenstemming met de herziene Richtlijn 2010/65/EU.

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  Om rekening te houden met ontwikkelingen op internationaal niveau en om milieuvriendelijk afvalbeheer aan boord te bevorderen, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 VWEU worden gedelegeerd aan de Commissie zodat zij deze richtlijn en de bijlagen in overeenstemming kan brengen met internationale instrumenten en verwijzingen naar internationale instrumenten kan aanpassen, teneinde, indien nodig, te voorkomen dat wijzigingen in die instrumenten leiden tot wijzigingen in de richtlijn, en gemeenschappelijke criteria kan opstellen voor de erkenning van "groene schepen", met het oog op de toekenning van een korting op de voor die schepen verschuldigde afvalvergoeding. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet er bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen voor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

(30)  Om rekening te houden met ontwikkelingen op internationaal niveau en om milieuvriendelijk afvalbeheer aan boord te bevorderen, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 VWEU worden gedelegeerd aan de Commissie zodat zij deze richtlijn en de bijlagen in overeenstemming kan brengen met internationale instrumenten en verwijzingen naar internationale instrumenten kan aanpassen, teneinde, indien nodig, te voorkomen dat wijzigingen in die instrumenten leiden tot wijzigingen in de richtlijn, en gemeenschappelijke criteria kan wijzigen voor de erkenning van "groene schepen" en deze kan invoeren en verder kan verfijnen, rekening houdend met de bestaande goede praktijken en bottom‑upregelingen, met het oog op de toekenning van een korting op de voor die schepen verschuldigde afvalvergoeding. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet er bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen voor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 31 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(31 bis)  Goede arbeidsvoorwaarden voor havenpersoneel dat in havenontvangstvoorzieningen werkt, zijn uiterst belangrijk om te komen tot een veilige, efficiënte en sociaal verantwoordelijke maritieme sector, die in staat is gekwalificeerde werknemers aan te trekken en een breed gelijk speelveld te waarborgen in Europa. Initiële opleiding en bijscholing van personeel zijn cruciaal om de kwaliteit van diensten te waarborgen en om de havenwerkers te beschermen. Havenautoriteiten en instanties voor ontvangstvoorzieningen zorgen ervoor dat personeelsleden de nodige opleiding krijgen om de voor het verrichten van hun werkzaamheden vereiste kennis te vergaren, met bijzondere aandacht voor de gezondheids- en veiligheidsaspecten van het werken met gevaarlijke stoffen, en zorgen ervoor dat de opleidingsvereisten op regelmatige basis worden geactualiseerd om aan de uitdagingen van technologische innovatie tegemoet te komen.

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 32 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(32 bis)  Er moet rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van de ultraperifere regio's, erkend in artikel 349 van het VWEU, zodat de lidstaten de mogelijkheid hebben om specifieke nationale financieringsmaatregelen te treffen in deze regio's, zodat zij voor de beschikbaarheid van toereikende havenontvangstvoorzieningen kunnen zorgen.

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het doel van deze richtlijn is het mariene milieu te beschermen tegen de negatieve effecten van lozingen van afval van schepen die gebruikmaken van havens in de Unie, en tegelijk te zorgen voor vlot maritiem vervoer, door de beschikbaarheid van toereikende havenontvangstvoorzieningen en de afgifte van afval aan die voorzieningen te verbeteren.

Het doel van deze richtlijn is het mariene milieu te beschermen tegen de negatieve effecten van lozingen van afval van schepen die gebruikmaken van havens in de Unie, en tegelijk te zorgen voor vlot maritiem vervoer, door de beschikbaarheid en het gebruik van toereikende havenontvangstvoorzieningen en de afgifte van afval aan die voorzieningen te verbeteren.

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  "vast of drijvend platform": vast of drijvend platform, met inbegrip van boorplatforms, installaties voor drijvende productie, opslag en verlading die worden gebruikt voor de offshoreproductie en -opslag van olie, en drijvende netten die worden gebruikt voor de offshoreopslag van geproduceerde olie;

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  "afval van schepen": alle afval, met inbegrip van ladingresiduen, dat tijdens de exploitatie van een schip of tijdens laad-, los- en schoonmaakactiviteiten ontstaat, of afval dat tijdens visserijactiviteiten in netten terechtkomt, en dat onder het toepassingsgebied van de bijlagen I, II, IV, V en VI van MARPOL valt;

(c)  "afval van schepen": alle afval, met inbegrip van ladingresiduen, dat tijdens de exploitatie van een schip of een vast of drijvend platform, of tijdens laad-, los-, schoonmaak- en reparatieactiviteiten ontstaat, inclusief sedimenten afkomstig van het schoonmaken of repareren van ballasttanks, en dat onder het toepassingsgebied van de bijlagen I, II, IV, V en VI van MARPOL valt;

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  "afval van vissersvaartuigen": alle afval dat tijdens de exploitatie van een vissersvaartuig of tijdens laad-, los- en schoonmaakactiviteiten ontstaat, en dat rechtstreeks onder het toepassingsgebied van de bijlagen I, II, IV, V en VI van MARPOL valt, maar uitgezonderd verse hele vis of niet-verse vis afkomstig van visserijactiviteiten die tijdens de reis of aquacultuuractiviteiten worden uitgevoerd.

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter c ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c ter)  "passief opgevist afval": afval dat onbedoeld in netten terechtkomt tijdens visserijactiviteiten;

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter c quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c quater)  "actief verzameld afval": afval dat wordt verzameld tijdens voor andere doeleinden dan visserij plaatsvindende reizen naar op basis van een milieubeoordeling vastgestelde afvalhotspots die uitsluitend tot doel hebben afval uit de zee te verwijderen;

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter c quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c quinquies)  "visreis": elke verplaatsing die een vissersvaartuig met het oog op het verrichten van visserijactiviteiten maakt en die begint wanneer het vissersvaartuig een haven verlaat en eindigt wanneer het in de haven van vertrek aankomt dan wel in een andere haven waar het zijn lading lost;

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  "ladingresiduen": de restanten van lading aan boord die na het laden en lossen achterblijven aan dek of in het ruim, inclusief overschotten of restanten die gevolg zijn van morsen bij het laden en lossen, in natte of droge toestand of meegevoerd in waswater, en exclusief ladingstof dat na vegen op het dek achterblijft of stof op de buitenoppervlakken van het schip;

(d)  "ladingresiduen": de restanten van lading aan boord die na het laden en lossen achterblijven aan dek, in het ruim of in tanks, inclusief overschotten of restanten die gevolg zijn van morsen bij het laden en lossen, in natte of droge toestand of meegevoerd in waswater, en exclusief ladingstof dat na vegen op het dek achterblijft of stof op de buitenoppervlakken van het schip;

Amendement    44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter f bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(f bis)  "vistuig": elk voorwerp of werktuig dat wordt gebruikt in de visserij en de aquacultuur om in zee levende organismen af te zonderen of te vangen, of dat op het zeeoppervlak drijft en wordt uitgezet met als doel dergelijke in zee levende organismen aan te trekken en te vangen;

Amendement    45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g)  "pleziervaartuig": elk schip met een romplengte van 2,5 meter of meer, ongeacht het type of de aandrijving, dat bestemd is voor sport- of recreatiedoeleinden en niet voor handelsdoeleinden wordt gebruikt.

(g)  "pleziervaartuig": elk schip met een romplengte van 2,5 meter tot 24 meter, ongeacht het type of de aandrijving, dat bestemd is voor sport- of recreatiedoeleinden en niet voor handelsdoeleinden wordt gebruikt;

Amendement    46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter g bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g bis)  "groen schip": een schip dat op uit milieuoogpunt duurzame manier is ontworpen, wordt geëxploiteerd en uiteindelijk wordt gerecycled, waarbij schadelijke lozingen en emissies afkomstig van de exploitatie op een geïntegreerde manier worden verwijderd; het beleid inzake ontwerp, uitrusting, exploitatie en aankoop zorgt voor synergieën, waardoor het schip beperkte hoeveelheden produceert van het soort afval waarop de vergoeding van toepassing is en zijn afval op duurzame en milieuvriendelijke wijze beheert;

Amendement    47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter i bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(i bis)  "internationale reis": een reis in zeegebieden van een haven buiten de Unie naar een haven in een lidstaat;

Amendement    48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter j

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(j)  "haven": een plaats of geografisch gebied met verbeteringswerken en voorzieningen die de ontvangst van schepen mogelijk maken, met inbegrip van de ankerplaatsen binnen de jurisdictie van de haven;

(j)  "haven": een plaats of geografisch gebied met verbeteringswerken en voorzieningen die voornamelijk de ontvangst van schepen mogelijk maken, met inbegrip van de ankerplaatsen binnen de jurisdictie van de haven;

Amendement    49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter k

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(k)  "keukenafval en etensresten": alle voedselresten, met inbegrip van gebruikte bak- en braadolie van restaurants, cateringvoorzieningen en keukens;

(k)  "keukenafval en etensresten": alle voedselresten, met inbegrip van gebruikte bak- en braadolie van restaurants, cateringvoorzieningen en keukens, evenals glas en plastic;

Amendement    50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter k bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(k bis)  "internationaal keukenafval en etensresten": alle voedselresten die ontstaan tijdens een internationale reis, met inbegrip van gebruikte bak- en braadolie van restaurants, cateringvoorzieningen en keukens, evenals glas en plastic;

Amendement    51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter l

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(l)  "toereikende opslagcapaciteit": voldoende capaciteit om het afval aan boord op te slaan vanaf het ogenblik van vertrek tot de volgende aanloophaven, met inbegrip van het afval dat waarschijnlijk zal ontstaan tijdens de reis;

(l)  "toereikende opslagcapaciteit": voldoende capaciteit die specifiek is bestemd voor de opslag van elk soort afval aan boord volgens de scheepscertificaten of afvalbeheerplannen vanaf het ogenblik van vertrek tot de volgende aanloophaven, met inbegrip van het afval dat waarschijnlijk zal ontstaan tijdens de reis;

Amendement    52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter m

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(m)  "geregeld verkeer": verkeer op basis van een gepubliceerde of geplande lijst van vertrek- en aankomsttijden tussen bepaalde havens of terugkerende overtochten die een erkende dienstregeling vormen;

(m)  "geregeld verkeer": verkeer op basis van een gepubliceerde of geplande lijst van vertrek- en aankomsttijden tussen twee bepaalde havens of terugkerende overtochten die een erkende dienstregeling vormen; het schema van het schip dient op voorhand te worden vastgesteld en ten minste vier maanden stabiel te blijven;

Amendement    53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter p bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(p bis)  "verwerking": nuttige toepassing of verwijdering, met inbegrip van aan toepassing of verwijdering voorafgaande voorbereidende handelingen;

Amendement    54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  alle schepen, ongeacht hun vlag, die een haven in een lidstaat aandoen of daar in bedrijf zijn, met uitzondering van oorlogsschepen, marinehulpschepen en andere schepen in eigendom of onder beheer van een staat die uitsluitend op niet-commerciële basis door de overheid worden gebruikt;

(a)  alle schepen, ongeacht hun vlag, die een haven in een lidstaat aandoen of daar in bedrijf zijn, met uitzondering van schepen die havendiensten verrichten in de zin van artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) 2017/352, oorlogsschepen, marinehulpschepen en andere schepen in eigendom of onder beheer van een staat die uitsluitend op niet-commerciële basis door de overheid worden gebruikt;

Amendement    55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  alle havens van de lidstaten die gewoonlijk worden aangedaan door schepen welke onder het toepassingsgebied van punt a) vallen.

(b)  alle havens van de lidstaten die gewoonlijk worden aangedaan door schepen welke onder het toepassingsgebied van punt a) vallen. Voor de toepassing van deze richtlijn, en om onnodige vertraging voor schepen te vermijden, kunnen de lidstaten besluiten de ankerplaatsen van hun havens uit te sluiten ten behoeve van de toepassing van de artikelen 6, 7 en 8.

 

 

Amendement    56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  schepen die op de binnenwateren van de Unie varen.

Amendement    57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten nemen maatregelen om ervoor te zorgen dat schepen die niet onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen hun afval, voor zover mogelijk, afgeven op een wijze die in overeenstemming is met deze richtlijn.

De lidstaten nemen maatregelen om ervoor te zorgen dat schepen die niet onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen hun afval, voor zover dat redelijk en haalbaar is, afgeven op een wijze die in overeenstemming is met deze richtlijn.

Amendement    58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de havenontvangstvoorzieningen het mogelijk maken afval van schepen op milieuvriendelijke wijze te beheren, overeenkomstig de voorschriften van Richtlijn 2008/98/EG en andere relevante Uniewetgeving inzake afval. Daartoe zorgen de lidstaten ervoor dat het afval van schepen gescheiden wordt ingezameld in de havens, overeenkomstig de afvalwetgeving van de Unie, met name Richtlijn 2008/98/EG, Richtlijn 2012/19/EU en Richtlijn 2006/66/EG. Punt c) doet geen afbreuk aan de strengere eisen die door Verordening (EG) nr. 1069/2009 worden opgelegd voor het beheer van keukenafval en etensresten van internationaal vervoer.

(c)  de havenontvangstvoorzieningen het mogelijk maken afval van schepen op milieuvriendelijke wijze te beheren, overeenkomstig de voorschriften van Richtlijn 2008/98/EG en andere relevante Uniewetgeving en nationale wetgeving inzake afval. Voor de toepassing van punt c) zorgen de lidstaten ervoor dat het afval van schepen gescheiden wordt ingezameld in de havens, overeenkomstig de afvalwetgeving van de Unie, met name Richtlijn 2008/98/EG, Richtlijn 2012/19/EU en Richtlijn 2006/66/EG, om het hergebruik en de recycling ervan te faciliteren. Dit punt doet geen afbreuk aan de strengere eisen die door Verordening (EG) nr. 1069/2009 worden opgelegd voor het beheer van keukenafval en etensresten van internationaal vervoer.

Amendement    59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten onderzoeken alle gemelde gevallen van vermeende ontoereikendheid en zien erop toe dat alle partijen die betrokken zijn bij de afgifte of ontvangst van afval van schepen schadevergoeding wegens onnodige vertraging kunnen vragen.

4.  De lidstaten onderzoeken, indien nodig in overleg met het EMSA, alle gemelde gevallen van vermeende ontoereikendheid en zien erop toe dat alle partijen die betrokken zijn bij de afgifte of ontvangst van afval van schepen, schadevergoeding wegens onnodige vertraging in verband met niet-naleving van het afvalontvangst- en afvalverwerkingsplan kunnen vragen.

Amendement    60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De betreffende havenautoriteiten, ofwel de bevoegde autoriteiten, zorgen ervoor dat de handelingen voor de afgifte of ontvangst van afvalstoffen met voldoende veiligheidsmaatregelen worden uitgevoerd om zowel persoonlijke als milieurisico's in de onder deze richtlijn vallende havens te voorkomen.

Amendement    61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 ter.  Gezien de situatie van de ultraperifere regio's, erkend in artikel 349 van het VWEU, kunnen de lidstaten specifieke nationale financieringsmaatregelen treffen om voor de beschikbaarheid van toereikende havenontvangstvoorzieningen te zorgen.

Amendement    62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor elke haven moet een passend afvalontvangst- en afvalverwerkingsplan worden opgesteld en toegepast, na regelmatig overleg met de betrokken partijen, met name de havengebruikers en hun vertegenwoordigers. Dit overleg moet zowel tijdens de opstelling van de plannen als na de goedkeuring ervan plaatsvinden, met name wanneer aanzienlijke wijzigingen van de eisen van de artikelen 4, 6 en 7 hebben plaatsgevonden. Nadere voorschriften voor de opstelling van dergelijke plannen zijn opgenomen in bijlage I.

1.  Voor elke haven moet een passend afvalontvangst- en afvalverwerkingsplan worden opgesteld en toegepast, na regelmatig overleg met de betrokken partijen, waaronder met de havengebruikers en hun vertegenwoordigers en het maatschappelijk middenveld. Dit overleg moet zowel tijdens de opstelling van de plannen als na de goedkeuring ervan plaatsvinden, met name wanneer aanzienlijke wijzigingen van de eisen van de artikelen 4, 6 en 7 hebben plaatsgevonden. Nadere voorschriften voor de opstelling van dergelijke plannen zijn opgenomen in bijlage 1.

Amendement    63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zien erop toe dat de volgende informatie uit de afvalontvangst- en afvalverwerkingsplannen over de beschikbaarheid van toereikende ontvangstvoorzieningen in hun havens en de daarmee gepaard gaande kosten duidelijk wordt meegedeeld aan de scheepsexploitanten en openbaar wordt gemaakt, ofwel via de website van de havens, ofwel in gedrukte vorm:

De lidstaten zien erop toe dat de volgende informatie uit de afvalontvangst- en afvalverwerkingsplannen over de beschikbaarheid van toereikende ontvangstvoorzieningen in hun havens en de structuur van de kosten duidelijk wordt meegedeeld aan de scheepsexploitanten, openbaar wordt gemaakt en gemakkelijk toegankelijk is, zowel in het Engels als in de officiële talen van de lidstaat waar de haven is gelegen:

Amendement    64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de locatie van de havenontvangstvoorzieningen voor iedere aanlegplaats;

(a)  de locatie van de havenontvangstvoorzieningen voor iedere aanlegplaats, met inbegrip van de openingsuren;

Amendement    65

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  een beschrijving van de kostendekkingssystemen; en

(e)  een beschrijving van de kostendekkingssystemen; waaronder de vergoedingen en de grondslag voor de berekening ervan; en

Amendement    66

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Indien dit nodig is om redenen van efficiëntie kunnen de in lid 1 bedoelde afvalontvangst- en afvalverwerkingsplannen door twee of meer naburige havens in dezelfde regio samen worden opgesteld, met passende inbreng van elke haven, mits de behoefte aan havenontvangstvoorzieningen en de beschikbaarheid daarvan voor elke haven apart worden vermeld.

3.  Indien dit nodig is om redenen van efficiëntie kunnen de in lid 1 bedoelde afvalontvangst- en afvalverwerkingsplannen door twee of meer naburige havens in dezelfde geografische regio samen worden opgesteld, met passende inbreng van elke haven, mits de behoefte aan havenontvangstvoorzieningen en de beschikbaarheid daarvan voor elke haven apart worden vermeld.

Amendement    67

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten evalueren het afvalontvangst- en afvalverwerkingsplan, keuren het goed, zien toe op de uitvoering ervan en zorgen ervoor dat het ten minste om de drie jaar nadat het is goedgekeurd of opnieuw is goedgekeurd, en na significante veranderingen in de werking van de haven opnieuw wordt goedgekeurd. Onder significante veranderingen worden onder meer, maar niet uitsluitend, verstaan: structurele veranderingen in het verkeer naar de haven, de ontwikkeling van nieuwe infrastructuur, wijzigingen in de vraag naar en terbeschikkingstelling van havenontvangstvoorzieningen, en nieuwe technieken om afval aan boord te behandelen.

4.  De lidstaten evalueren het afvalontvangst- en afvalverwerkingsplan, keuren het goed, zien toe op de uitvoering ervan en zorgen ervoor dat het ten minste om de vier jaar nadat het is goedgekeurd of opnieuw is goedgekeurd, en na significante veranderingen in de werking van de haven opnieuw wordt goedgekeurd. Onder significante veranderingen worden onder meer, maar niet uitsluitend, verstaan: structurele veranderingen in het verkeer naar de haven, de ontwikkeling van nieuwe infrastructuur, wijzigingen in de vraag naar en terbeschikkingstelling van havenontvangstvoorzieningen, en nieuwe technieken om afval aan boord te behandelen.

Amendement    68

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Kleine niet-commerciële havens waar zelden of slechts af en toe verkeer is, uitsluitend van pleziervaartuigen, kunnen worden vrijgesteld van het toepassingsgebied van dit artikel als hun havenontvangstvoorzieningen zijn geïntegreerd in het afvalverwerkingssysteem dat wordt beheerd door of namens de gemeente, en de lidstaten waar deze havens zich bevinden, ervoor zorgen dat informatie over het afvalbeheersysteem wordt verstrekt aan de gebruikers van die havens.

 

De lidstaten waar deze havens zich bevinden, vermelden de locatie en naam van deze havens elektronisch in het in artikel 14 bedoelde luik van het informatie-, monitoring- en handhavingssysteem.

Amendement    69

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in de eerste alinea bedoelde informatie wordt ook elektronisch gerapporteerd in het in artikel 14 van deze richtlijn bedoelde luik van het informatie-, monitoring- en handhavingssysteem, overeenkomstig Richtlijn 2010/65/EU en Richtlijn 2002/59/EG.

2.  De in lid 1 bedoelde informatie wordt ook elektronisch gerapporteerd in het in artikel 14 van deze richtlijn bedoelde luik van het informatie-, monitoring- en handhavingssysteem, overeenkomstig Richtlijn 2010/65/EU en Richtlijn 2002/59/EG, en verstrekt aan de relevante belanghebbenden, waaronder exploitanten van havenontvangstvoorzieningen.

Amendement    70

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De kapitein van een schip dat een haven in de Unie aandoet, geeft alvorens de haven te verlaten al het aan boord van het schip meegevoerde afval af aan een havenontvangstvoorziening overeenkomstig de relevante lozingsnormen van het MARPOL-verdrag.

1.  De kapitein van een schip dat een haven in de Unie aandoet, geeft alvorens de haven te verlaten al het aan boord van het schip meegevoerde afval af aan een havenontvangstvoorziening en loost, na de haven te hebben verlaten, geen scheepsafval in zee, overeenkomstig de relevante afgifte- en lozingsnormen en ‑voorschriften van het MARPOL-verdrag.

Amendement    71

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  In overeenstemming met het MARPOL-verdrag en de bestaande EU-wetgeving, meer in het bijzonder Richtlijn 2005/35/EG, is het lozen van kunststoffen, met inbegrip van synthetische koorden, synthetische visnetten, plastic vuilnis en bodemassen van kunststofproducten, verboden, behalve in de volgende situaties:

 

(a)  de lozing van kunststoffen van een schip waar dat noodzakelijk is om de veiligheid van het schip en diegenen aan boord te verzekeren of om mensenlevens te redden op zee;

 

(b)  het onopzettelijke verlies van kunststoffen ten gevolge van schade aan een schip of zijn uitrusting, voor zover voor en na het ontstaan van de schade alle redelijke voorzorgsmaatregelen zijn getroffen om het onopzettelijke verlies te voorkomen of tot een minimum te beperken;

 

(c)  het onopzettelijke verlies van vistuig van een schip voor zover alle redelijke voorzorgsmaatregelen zijn getroffen om dat verlies te voorkomen;

 

(d)  de lozing van vistuig van een schip met het oog op de bescherming van het mariene milieu of om de veiligheid van het schip of zijn bemanning te verzekeren.

 

De Commissie is bevoegd om middels in overeenstemming met artikel 19 vastgestelde gedelegeerde handelingen alle redelijke voorzorgsmaatregelen vast te stellen om het onopzettelijke verlies van vistuig te voorkomen.

Amendement    72

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij de afgifte vult de exploitant van de havenontvangstvoorziening of de autoriteit van de haven waar het afval werd afgegeven, nauwkeurig het formulier van bijlage 3 in en geeft hij een ontvangstbewijs af aan het schip.

Bij de afgifte vult de exploitant van de havenontvangstvoorziening of de autoriteit van de haven waar het afval werd afgegeven, nauwkeurig het formulier van bijlage 3 in en geeft hij zonder onnodige vertraging een ontvangstbewijs af aan het schip.

Amendement    73

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze eis geldt niet in kleine onbemande havens of in afgelegen havens, mits de lidstaat waarin een dergelijke haven is gelegen, deze informatie elektronisch heeft ingevoerd in het in artikel 14 van deze richtlijn bedoelde luik van het informatie-, monitoring- en handhavingssysteem.

Deze eis geldt niet in kleine havens met onbemande voorzieningen of in afgelegen havens, mits de lidstaat waarin een dergelijke haven is gelegen, deze informatie elektronisch heeft ingevoerd in het in artikel 14 van deze richtlijn bedoelde luik van het informatie-, monitoring- en handhavingssysteem.

Amendement    74

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De exploitant, agent of kapitein van een schip dat onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2002/59/EG valt, voert vóór vertrek de informatie uit het ontvangstbewijs elektronisch in het in artikel 14 van deze richtlijn bedoelde luik van het informatie-, monitoring- en handhavingssysteem, overeenkomstig Richtlijn 2010/65/EU en Richtlijn 2002/59/EG.

3.  De exploitant, agent of kapitein van een schip dat onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2002/59/EG valt, voert vóór vertrek, of zo snel mogelijk na ontvangst ervan, de informatie uit het ontvangstbewijs elektronisch in het in artikel 14 van deze richtlijn bedoelde luik van het informatie-, monitoring- en handhavingssysteem, overeenkomstig Richtlijn 2010/65/EU en Richtlijn 2002/59/EG.

Amendement    75

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De kapitein van een vissersvaartuig dat een haven in de Unie aandoet, stelt binnen de 24 uur de bevoegde autoriteit van zijn vlaggenlidstaat in kennis van eventueel verlies van vistuig, in overeenstemming met artikel 48 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

 

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 19 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de vorm van deze kennisgeving door vissersvaartuigen te bepalen.

Amendement    76

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.   Als het verloren vistuig niet kan worden teruggehaald, neemt de kapitein van het vaartuig de informatie over het verloren vistuig in het logboek op. De bevoegde autoriteit van de vlaggenlidstaat brengt de bevoegde autoriteit van de kustlidstaat op de hoogte.

 

De lidstaten verzamelen en registreren informatie over verloren vistuig en verstrekken die informatie jaarlijks aan de Commissie.

Amendement    77

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 5 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  het schip minder dan 24 uur blijft aangemeerd of in slechte weersomstandigheden;

(a)  het schip minder dan 24 uur blijft aangemeerd, in afwachting van bevrachting of in slechte weersomstandigheden;

Amendement    78

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Als de volgende aanloophaven zich buiten de Unie bevindt of als er goede redenen zijn om aan te nemen dat in de volgende aanloophaven geen toereikende havenontvangstvoorzieningen beschikbaar zijn, of als deze haven niet bekend is, verplicht de lidstaat het schip om al zijn afval vóór vertrek af te geven.

7.  Als het op basis van de beschikbare informatie, met inbegrip van informatie die elektronisch beschikbaar is in het in artikel 14 van deze richtlijn bedoelde informatie-, monitoring- en handhavingssysteem of in GISIS, niet mogelijk is vast te stellen of er in de volgende aanloophaven toereikende havenontvangstvoorzieningen beschikbaar zijn, of als de volgende aanloophaven niet bekend is, verplicht de lidstaat het schip om al het afval dat niet adequaat in ontvangst genomen of behandeld kan worden in de volgende aanloophaven, vóór vertrek af te geven.

Amendement    79

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 7 bis

 

De kapitein van een schip dat een haven in de Unie aandoet, past alvorens de haven te verlaten voorwasprocedures toe voor persistente drijvende stoffen met een hoge viscositeit, zoals paraffine, in overeenstemming met bijlage II bij het MARPOL-verdrag, en verwijdert alle residuen en watermengsels in de loshaven totdat de tank leeg is en de afvoerleidingen vrij zijn van residuen.

Amendement    80

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 7 ter

 

Voorkomen van verloren vistuig

 

1.  De kapitein van een schip dat een haven in een lidstaat aandoet en deelneemt aan visserijactiviteiten, zorgt ervoor dat alle redelijke voorzorgsmaatregelen zijn getroffen om het verlies van vistuig te voorkomen.

 

2.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 19 gedelegeerde handelingen vast te stellen om alle redelijke maatregelen te vast te stellen die moeten worden genomen om het verlies van vistuig te voorkomen.

Amendement    81

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 7 quater

 

Circulaire karakter van vistuig

 

De Commissie verzoekt de Europese normalisatieorganisaties om geharmoniseerde normen te ontwikkelen om het circulaire ontwerp van vistuig te verzekeren, in het bijzonder met betrekking tot de voorbereiding op hergebruik en de mogelijkheid tot recyclen, onverminderd Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad.

Amendement    82

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de kosten van de werking van havenontvangstvoorzieningen voor de ontvangst en verwerking van afval van schepen, met uitzondering van ladingresiduen, worden gedekt door vergoedingen van schepen. Deze kosten omvatten de in bijlage 4 vermelde elementen.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de kosten van de werking van havenontvangstvoorzieningen voor de ontvangst en verwerking van afval van schepen, inclusief ladingresiduen van persistente drijvende stoffen met een hoge viscositeit, maar geen andere ladingresiduen, worden gedekt door vergoedingen van schepen, volgens het beginsel van "de vervuiler betaalt". Deze kosten omvatten de in bijlage 4 vermelde elementen.

Amendement    83

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de indirecte vergoeding dekt de indirecte administratieve kosten en een aanzienlijk gedeelte van de directe werkingskosten, zoals bepaald in bijlage 4. Dit aanzienlijke gedeelte van de directe werkingskosten bedraagt minstens 30 % van de totale jaarlijkse directe kosten voor de werkelijke afgifte van het afval;

(b)  de indirecte vergoeding dekt de indirecte administratieve kosten en een aanzienlijk gedeelte van de directe werkingskosten, zoals bepaald in bijlage 4, en dit aanzienlijke gedeelte bedraagt minstens 30 % van de totale directe kosten voor de werkelijke afgifte van het afval tijdens het voorgaande jaar. Kosten in verband met het verwachte verkeersvolume voor het komende jaar kunnen eveneens in aanmerking worden genomen;

Amendement    84

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  om de afgifte van afval zoveel mogelijk te stimuleren, zoals bepaald in bijlage V van MARPOL, met inbegrip van afval dat tijdens visserijactiviteiten in netten terechtkomt, moet de indirecte vergoeding alle kosten van de havenontvangstvoorzieningen voor dit afval dekken en het recht verlenen om afval af te geven zonder dat aanvullende directe vergoedingen hoeven te worden betaald;

(c)  om de afgifte van afval zoveel mogelijk te stimuleren, zoals bepaald in bijlage V van MARPOL, met uitzondering van ladingresiduen, behalve ladingresiduen van persistente drijvende stoffen met een hoge viscositeit, worden voor dit afval geen directe vergoedingen aangerekend, teneinde een recht van afgifte zonder extra kosten te verzekeren op basis van het afgegeven afvalvolume, behalve indien dit de maximale specifieke opslagcapaciteit als vermeld in het in bijlage 2 bij deze richtlijn genoemde formulier te boven gaat. Passief opgevist afval valt ook onder deze regeling, inclusief het recht van afgifte; de indirecte vergoeding dekt de hoeveelheden die normaal worden afgegeven naargelang van de categorie, het type en de grootte van het schip;

Amendement    85

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  om regelingen voor het opvissen van zwerfvuil te bevorderen en te voorkomen dat de kosten van de inzameling in havenontvangstvoorzieningen en van de verdere verwerking van opgevist afval ten laste komen van de havengebruikers, dekken de lidstaten deze kosten volledig met de inkomsten uit alternatieve inkomstenbronnen, waaronder regelingen voor een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en recyclingregelingen; beschikbare regionale, nationale en Europese financiering wordt ook gebruikt om deze kosten te dekken;

Amendement    86

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  De indirecte vergoeding heeft geen betrekking op afval van uitlaatgasreinigingssystemen; de kosten daarvan worden in rekening gebracht op basis van de soort en hoeveelheid afval dat wordt afgegeven.

(d)  de indirecte vergoeding heeft geen betrekking op afval van uitlaatgasreinigingssystemen; de kosten daarvan worden in rekening gebracht op basis van de soort en hoeveelheid afval dat wordt afgegeven.

Amendement    87

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het gedeelte van de kosten dat eventueel niet wordt gedekt door de onder b) vermelde vergoeding wordt in rekening gebracht op basis van de feitelijk door het schip afgegeven soorten en hoeveelheden afval;

3.  Het gedeelte van de kosten dat eventueel niet wordt gedekt door de in lid 2, onder b), vermelde vergoeding wordt in rekening gebracht op basis van de feitelijk door het schip afgegeven soorten en hoeveelheden afval.

Amendement    88

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De vergoedingen kunnen variëren op basis van, bijvoorbeeld, de categorie, het type en de grootte van het schip en het type verkeer waaraan het schip deelneemt, en op basis van diensten die buiten de normale werktijd in de haven worden verleend.

4.  De vergoedingen kunnen variëren op basis van, bijvoorbeeld, de categorie, het type en de grootte van het schip en het soort handel waarvoor het schip wordt gebruikt, op basis van het gevaarlijke karakter van het afval en op basis van diensten die buiten de normale werktijd in de haven worden verleend.

Amendement    89

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De vergoedingen worden verlaagd als het ontwerp, de apparatuur en de exploitatie van het schip zodanig zijn dat kan worden aangetoond dat het schip beperkte hoeveelheden afval produceert en zijn afval op duurzame en milieuvriendelijke wijze beheert. De Commissie krijgt de bevoegdheid om, aan de hand van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 19, criteria op te stellen om te bepalen of een schip voldoet aan de eisen van deze alinea met betrekking tot afvalbeheer aan boord.

5.  De vergoedingen worden verlaagd als het ontwerp, de apparatuur, het aankoopbeleid en de exploitatie van het schip zodanig zijn dat kan worden aangetoond dat het schip beperkte hoeveelheden afval produceert en zijn afval op duurzame en milieuvriendelijke wijze beheert. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 19 gedelegeerde handelingen vast tot aanvulling van deze richtlijn door criteria op te stellen om te bepalen of een schip voldoet aan de eisen van dit lid met betrekking tot afvalbeheer aan boord. Dit gebeurt in overeenstemming met de beste praktijken en de IMO-richtsnoeren.

Amendement    90

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Teneinde te verzekeren dat de vergoedingen billijk, transparant en niet-discriminerend zijn en de kosten van de ter beschikking gestelde en, voorzover van toepassing, gebruikte voorzieningen en diensten weerspiegelen, dienen de bedragen en de grondslag waarop ze zijn berekend aan de havengebruikers te worden meegedeeld.

6.  Teneinde te verzekeren dat de vergoedingen billijk, transparant, eenvoudig te identificeren en niet-discriminerend zijn en de kosten van de ter beschikking gestelde en, voor zover van toepassing, gebruikte voorzieningen en diensten weerspiegelen, dienen de bedragen en de grondslag waarop ze zijn berekend in het Engels aan de havengebruikers te worden meegedeeld in de afvalontvangst- en afvalverwerkingsplannen.

Amendement    91

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 8 bis

 

Regelingen voor het opvissen van zwerfvuil en het schoonmaken van stranden

 

1.  De lidstaten richten een nationaal fonds op ter ondersteuning van activiteiten en projecten voor het verzamelen van passief opgevist afval van vissersvaartuigen en afval dat langs de kustlijn wordt aangetroffen in de buurt van havens en langs vaarroutes, en handhaven dat fonds.

 

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat monitoringgegevens over het volume, de hoeveelheid en het soort passief opgevist afval en langs de kustlijn in de buurt van havens en langs vaarroutes aangetroffen afval worden verzameld, en zorgen ervoor dat die monitoringgegevens worden doorgegeven aan een elektronische gegevensbank die wordt opgezet en onderhouden door de Commissie.

 

3.  De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 31 december [twee jaar na de aanname] in kennis van het uit hoofde van lid 1 opgericht nationale fonds en leggen vervolgens om de twee jaar een verslag over inzake de activiteiten en projecten die financiering hebben gekregen. Deze verslagen worden openbaar gemaakt.

 

De Commissie is bevoegd in overeenstemming met artikel 19 gedelegeerde handelingen vast te stellen om methodes voor het verzamelen van monitoringgegevens en het formaat voor de verslaglegging te bepalen.

Amendement    92

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  de vrijstelling geen negatieve gevolgen heeft voor de maritieme veiligheid, de gezondheid, het leven of de werkomstandigheden aan boord of het mariene milieu;

Amendement    93

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  het bestaan van een onder b) bedoelde regeling wordt aangetoond door een ondertekende overeenkomst met een haven of afvalbedrijf, door ontvangstbewijzen voor de afgifte van afval, en door de bevestiging dat deze regeling door alle havens op de route van het schip wordt aanvaard. Een schip kan alleen aantonen dat het aan de bepalingen van deze alinea voldoet aan de hand van een regeling voor de levering en betaling van de vergoeding in een haven die in de Unie is gelegen.

(c)  het bestaan van een onder b) bedoelde regeling wordt aangetoond door een ondertekende overeenkomst met een haven of afvalbedrijf, door ontvangstbewijzen voor de afgifte van afval, en door de bevestiging dat deze regeling aan alle havens op de route van het schip kenbaar is gemaakt. Een schip kan alleen aantonen dat het aan de bepalingen van deze alinea voldoet aan de hand van een regeling voor de levering en betaling van de vergoeding in een haven of in een andere haven, voor zover op basis van de elektronisch in het in artikel 14 bedoelde informatie-, monitoring- en handhavingssysteem en in GISIS ingevoerde informatie kan worden vastgesteld dat er toereikende voorzieningen beschikbaar waren in de haven waarmee de onder b) bedoelde regeling is getroffen.

Amendement    94

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 9 bis

 

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid

 

De lidstaten stellen regelingen vast inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor vistuig en onderdelen van vistuig. Naast de in artikel 8 bis van Richtlijn 2008/98/EG vastgestelde minimumvereisten worden in deze regelingen de volgende elementen opgenomen:

 

(a)  een gedifferentieerde vergoeding ter aanmoediging van het in de handel brengen van vistuig dat is ontworpen voor hergebruik en recycling;

 

(b)  statiegeldsystemen die ervoor zorgen dat oud, in onbruik geraakt of onbruikbaar vistuig wordt teruggegeven en opgehaald.

Amendement    95

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zien er op toe dat elk schip geïnspecteerd kan worden om na te gaan of het voldoet aan de eisen van deze richtlijn.

De lidstaten zien er op toe dat elk schip geïnspecteerd kan worden, ook steekproefsgewijs, om na te gaan of het voldoet aan de eisen van deze richtlijn.

Amendement    96

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wat schepen betreft die niet onder Richtlijn 2009/16/EG vallen, zien de lidstaten erop toe dat minstens 20 % van het totale aantal individuele vaartuigen uit elk van de hierna vermelde categorieën wordt geïnspecteerd:

1.  Wat schepen betreft die niet onder Richtlijn 2009/16/EG vallen, zien de lidstaten erop toe dat minstens 25 % van het totale aantal individuele vaartuigen per jaar uit elk van de hierna vermelde categorieën wordt geïnspecteerd:

Amendement    97

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De lidstaten stellen procedures vast voor inspecties van vissersvaartuigen van minder dan 100 brutoton en pleziervaartuigen van minder dan 100 brutoton, om te garanderen dat ze voldoen aan de toepasselijke voorschriften van deze richtlijn. De lidstaten zorgen er hierbij voor dat per jaar minstens 20 % van het totale aantal individuele vissersvaartuigen en pleziervaartuigen die een haven in de relevante lidstaat aandoen, wordt geïnspecteerd.

Amendement    98

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De resultaten van de in lid 1 bedoelde inspecties worden geregistreerd in het in artikel 15 bedoelde gedeelte van het informatie-, monitoring- en handhavingssysteem.

2.  De resultaten van de in de leden 1 en 1 bis bedoelde inspecties worden geregistreerd in het in artikel 15 bedoelde gedeelte van het informatie-, monitoring- en handhavingssysteem.

Amendement    99

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten stellen procedures vast voor inspecties van vissersvaartuigen en pleziervaartuigen van minder dan 100 brutoton, om te garanderen dat ze voldoen aan de toepasselijke voorschriften van deze richtlijn.

Schrappen

Amendement    100

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – lid 2 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d bis)  bij verlies van vistuig, de op grond van artikel 48 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad1 bis vereiste informatie;

 

______________

 

1 bis Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1).

Amendement    101

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De informatie die met het oog op de toepassing van artikel 4 en artikel 5, lid 2, wordt gerapporteerd, wordt vervolgens door de Commissie doorgestuurd naar de Port Reception Facilities Database van de IMO binnen GISIS.

4.  De informatie die met het oog op de toepassing van artikel 4 en artikel 5, lid 2, wordt gerapporteerd, wordt vervolgens door de Commissie doorgestuurd naar de Port Reception Facilities Database van de IMO binnen GISIS, die regelmatig zal moeten worden bijgewerkt.

Amendement    102

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Op basis van de overeenkomstig lid 2, onder d bis), gerapporteerde informatie publiceert de Commissie uiterlijk op 31 december 2022 en vervolgens om de twee jaar een samenvattend verslag over het verlies van vistuig.

Amendement    103

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De Commissie ziet erop toe dat alle relevante door de lidstaten gerapporteerde gegevens in de inspectiedatabank kunnen worden opgevraagd met het oog op de monitoring van de tenuitvoerlegging van de richtlijn.

4.  De Commissie ziet erop toe dat alle relevante door de lidstaten gerapporteerde gegevens in de inspectiedatabank kunnen worden opgevraagd met het oog op de monitoring van de tenuitvoerlegging van de richtlijn. De Commissie controleert de databank regelmatig om toezicht te houden op de tenuitvoerlegging van de richtlijn en vestigt de aandacht op eventuele twijfels in verband met volledige tenuitvoerlegging om corrigerende maatregelen in werking te stellen.

Amendement    104

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 15 bis

 

Opleiding van personeel

 

Havenautoriteiten en instanties voor havenontvangstvoorzieningen zorgen ervoor dat personeelsleden de nodige opleiding krijgen om de voor het verrichten van hun werkzaamheden met betrekking tot het omgaan met afval vereiste kennis te vergaren, met bijzondere aandacht voor de gezondheids- en veiligheidsaspecten van het werken met gevaarlijke stoffen, en zorgen ervoor dat de opleidingsvereisten op regelmatige basis worden geactualiseerd om aan de uitdagingen van technologische innovatie tegemoet te komen.

Amendement    105

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten stellen de regels vast inzake de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en treffen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat zij worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

De lidstaten stellen de regels vast inzake de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en treffen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat zij worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn, en rekening houden met de ernst van de inbreuk en met de vraag of de instantie, exploitant, agent, kapitein of andere relevante betrokken partij al eerder een soortgelijke inbreuk heeft gepleegd.

Amendement    106

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie zorgt ervoor dat nationale autoriteiten en deskundigen van de lidstaten, met inbegrip van deskundigen uit de privésector, ervaringen kunnen uitwisselen over de toepassing van deze richtlijn in havens in de Unie.

De Commissie zorgt ervoor dat nationale autoriteiten en deskundigen van de lidstaten, met inbegrip van deskundigen uit de privésector, het maatschappelijk middenveld en de vakbonden, ervaringen kunnen uitwisselen over de toepassing van deze richtlijn in havens in de Unie.

Amendement    107

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten brengen uiterlijk ... [12 maanden na de datum van goedkeuring van deze richtlijn] en vervolgens om de twee jaar verslag uit bij de Commissie over hun beste praktijken met betrekking tot duurzaam afvalbeheer aan boord van schepen en in hun havens. Zes maanden na de indieningstermijn voor elk verslag stelt de Commissie een rapport op over deze beste praktijken dat als leidraad dient op weg naar de verwezenlijking van de doelstellingen van deze richtlijn.

Amendement    108

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 bis – alinea 1 – punt 1 (nieuw)

Richtlijn 2005/35/EG

Artikel 2 – alinea 1 – punt 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 20 bis

 

Wijzigingen van Richtlijn 2005/35/EG

 

Richtlijn 2005/35/EG wordt als volgt gewijzigd:

 

(1)  Artikel 2, punt 2, wordt vervangen door:

2. "Verontreinigende stoffen": stoffen die vallen onder de bijlagen I (olie) en II (schadelijke vloeistoffen in bulk) van Marpol 73/78.

"2.  "Verontreinigende stoffen": stoffen die vallen onder de bijlagen I (olie), II (schadelijke vloeistoffen in bulk), IV (afvalwater), V (vuilnis) en VI (met luchtverontreiniging verband houdende residuen) van Marpol 73/78, in de meeste actuele versie.".

((https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02005L0035-20091116)( Gekoppeld aan het amendement op artikel 20 bis (nieuw) waarin wordt voorgesteld de definitie van vervuilende stoffen in de richtlijn verontreiniging vanaf schepen te wijzigen.))

Amendement    109

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 bis – alinea 1 – punt 2 (nieuw)

Richtlijn 2005/35/EG

Artikel 5 – lid 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(2)   Artikel 5, lid 1, wordt vervangen door:

1.   Een lozing van verontreinigende stoffen in een van de in artikel 3, lid 1, bedoelde gebieden wordt niet als inbreuk aangemerkt, wanneer zij voldoet aan de voorwaarden van bijlage I, voorschriften 15, 34, 4.1 of 4.3, of van bijlage II, voorschriften 13, 3.1.1 of 3.1.3 van Marpol 73/78.

"1.   Een lozing van verontreinigende stoffen in een van de in artikel 3, lid 1, bedoelde gebieden wordt niet als inbreuk aangemerkt, wanneer zij voldoet aan de voorwaarden van bijlage I, voorschriften 15, 34, 4.1 of 4.3, bijlage II, voorschriften 13, 3.1.1 of 3.1.3, bijlage IV, voorschriften 3 en 11, bijlage V, voorschriften 4, 5, 6 of 7, of bijlage VI, voorschrift 3, van Marpol 73/78, in de meest actuele versie.".

((https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02005L0035-20091116) (Gekoppeld aan het amendement op artikel 20 bis (nieuw) waarin wordt voorgesteld de definitie van vervuilende stoffen in de richtlijn verontreiniging vanaf schepen te wijzigen.))

Amendement    110

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 bis – alinea 1 – punt 3 (nieuw)

Richtlijn 2005/35/EG

Artikel 5 – lid 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(3)   Artikel 5, lid 2, wordt vervangen door:

2.   Een lozing van verontreinigende stoffen in de in artikel 3, lid 1, onder c), d) en e), bedoelde gebieden wordt voor de eigenaar, de kapitein of de bemanning niet als inbreuk aangemerkt, wanneer zij voldoet aan de voorwaarden van bijlage I, voorschrift 4.2, of van bijlage II, voorschrift 3.1.2 van Marpol 73/78.

"2.   Een lozing van verontreinigende stoffen in de in artikel 3, lid 1, onder c), d) en e), bedoelde gebieden wordt voor de eigenaar, de kapitein of de bemanning niet als inbreuk aangemerkt, wanneer zij voldoet aan de voorwaarden van bijlage I, voorschrift 4.2, bijlage II, voorschrift 3.1.2, bijlage IV, voorschriften 3 en 11, bijlage V, voorschriften 4, 5, 6 of 7, of bijlage VI, voorschrift 3, van Marpol 73/78, in de meest actuele versie.".

((https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02005L0035-20091116)( Gekoppeld aan het amendement op artikel 20 bis (nieuw) waarin wordt voorgesteld de definitie van vervuilende stoffen in de richtlijn verontreiniging vanaf schepen te wijzigen.))

Amendement    111

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 24 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie zal deze richtlijn evalueren en de resultaten van de evaluatie uiterlijk zeven naar na de inwerkingtreding van de richtlijn indienen bij het Europees Parlement en de Raad.

De Commissie zal deze richtlijn evalueren en de resultaten van de evaluatie uiterlijk vier jaar na de inwerkingtreding van de richtlijn indienen bij het Europees Parlement en de Raad. De Commissie evalueert tevens of de bevoegdheden van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA) moeten worden uitgebreid met het oog op de handhaving van deze richtlijn. Dit zou een herziening van en onderzoek naar gevallen van vermeende ontoereikendheid van havenontvangstvoorzieningen in de zin van artikel 4 kunnen omvatten.

Amendement    112

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 25 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten dienen uiterlijk op 31 december 2020 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

De lidstaten dienen uiterlijk op 31 december 2020 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede. De tenuitvoerlegging van de verplichtingen uit artikel 4, lid 3, artikel 5, lid 2, laatste alinea, artikel 6, lid 2, artikel 7, lid 3, en artikel 9, lid 3, gebeurt overeenkomstig Richtlijn 2010/65/EU.

Amendement    113

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 4 – kopje 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Categorieën van kosten voor de werking en het beheer van havenontvangstvoorzieningen

Categorieën van kosten en netto-inkomsten in verband met de werking en het beheer van havenontvangstvoorzieningen

Amendement    114

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 4 – tabel – kolom 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Inkomsten

 

Inkomsten uit de regeling inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (EPR) en beschikbare nationale/regionale financiering, met inbegrip van de hieronder genoemd elementen.

 

- Inzameling, vervoer en behandeling van niet gescheiden ingezameld afval (afval dat onder de EPR valt maar niet in een afzonderlijk inzamelingskanaal komt, bijvoorbeeld afval dat samen met gemengd gemeentelijk afval wordt ingezameld);

 

- Voorlichting aan en bewustmaking van het publiek;

 

- Maatregelen ter voorkoming van het ontstaan van afval;

 

- Voorkoming en beheer van zwerfafval;

 

- Handhaving van en toezicht op het EPR-systeem (met inbegrip van audits, maatregelen tegen profiteurs, enz.);

 

- Administratie, communicatie alsmede gegevensbeheer en verslaglegging met betrekking tot het inzetten van collectieve regelingen;

 

- Financiering uit hoofde van het EFMZV;

 

- Andere financiering of subsidies voor havens ten behoeve van afvalbeheer en visserij.

Amendement    115

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Netto-inkomsten

 

Netto-opbrengsten uit afvalbeheerregelingen en nationale/regionale financiering, met inbegrip van de onderstaande inkomstenelementen:

 

– financiële nettovoordelen afkomstig van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid;

 

– andere netto-inkomsten afkomstig van afvalbeheer zoals recyclingregelingen;

 

– financiering in het kader van het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij;

 

– andere financiering of subsidies voor havens ten behoeve van afvalbeheer en visserij.

Amendement    116

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 5 – regel 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

[naam van het schip] [IMO-nummer] [naam van de vlaggenstaat]

[naam van het schip] [IMO-nummer] [naam van de vlaggenstaat]

voert geregelde diensten uit, waarbij frequent en regelmatig havens worden aangedaan in [naam van de lidstaat] volgens een dienstregeling of een vooraf vastgestelde route:

voert geregelde diensten of visreizen uit, waarbij frequent en regelmatig havens worden aangedaan in [naam van de lidstaat] volgens een dienstregeling of een vooraf vastgestelde route:

(1)

PB C 283 van 10.8.2018, blz. 61.


TOELICHTING

Inleiding:

De beperking van zwerfvuil op zee en van zeevervuiling is langzamerhand uitgegroeid tot een van de grootste uitdagingen voor het milieu. Elk jaar komt er tussen de 4,8 en 12,7 miljoen ton plastic afval in zee terecht. Zo goed als alle soorten plastic materialen en voorwerpen zijn terug te vinden in de zee, van de diepe oceaanbodem tot in het verre Arctische gebied. Dit lichte en onverslijtbare materiaal wordt op grote schaal gebruikt en niet op correcte wijze verwijderd, waardoor het in de vorm van macro- en microplastics een bedreiging is geworden voor het mariene ecosysteem. Ook al is zwerfvuil op zee grotendeels afkomstig van het land, toch kan deze uitdaging alleen worden aangepakt aan de hand van een holistische benadering. Maatregelen om iets te doen aan afval en afvalwater dat opzettelijk of per ongeluk door schepen wordt geloosd, kunnen dan ook een grote rol spelen in het streven om de zee plasticvrij en gezond te maken, zodat het wezenlijk belang van de zee voor het welzijn van de mens ook in de toekomst gevrijwaard blijft.

De problemen aan wal zijn geregeld bij Richtlijn 2000/59/EG, die bepalingen bevat inzake de beschikbaarheid van havenontvangstvoorzieningen en de afgifte van afval aan die voorzieningen. Deze richtlijn geeft uitvoering aan de desbetreffende internationale normen, meer bepaald de normen van het MARPOL-Verdrag (Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen). Sinds de inwerkingtreding van de richtlijn is er inmiddels 17 jaar verstreken en het wordt dus tijd voor een grondige herziening. Het toepassingsgebied en de definities stroken niet langer met het internationale kader en de lidstaten geven een verschillende interpretatie aan de basisconcepten van de richtlijn, zodat er verwarring ontstaat tussen de betrokken partijen (schepen, havens en exploitanten).

Effectbeoordelingsstudie van de Commissie

De effectbeoordelingsstudie van de Commissie heeft twee hoofdproblemen aan het licht gebracht waaraan vijf onderliggende problemen ten grond liggen. De twee hoofdproblemen zijn: scheepsafval en ladingresiduen die op zee worden geloosd en de administratieve rompslomp die de uitvoering van de richtlijn havenontvangstvoorzieningen met zich meebrengt. De vijf onderliggende problemen zijn: ontoereikende ontvangst en verwerking van afval door havenontvangstvoorzieningen; ontoereikende financiële stimulansen voor de afgifte van scheepsafval; niet-doeltreffende en ontoereikende handhaving van de afgifteverplichting; onsamenhangende en verouderde definities en formulieren; onsamenhangende toepassing van vrijstellingen voor schepen in het geregelde verkeer.

Commissievoorstel

De twee algemene doelstellingen van het Commissievoorstel tot wijziging van Richtlijn 2000/59/EG luiden als volgt: lozingen van scheepsafval op zee terugdringen en de administratieve rompslomp voor havens, havengebruikers en bevoegde autoriteiten beperken. Om deze algemene doelstellingen te bereiken, werden de volgende vijf specifieke doelstellingen geformuleerd: zorgen voor de beschikbaarheid van toereikende havenontvangstvoorzieningen; zorgen voor doeltreffende (financiële) stimulansen voor de afgifte van afval aan de havenontvangstvoorzieningen door een onrechtstreekse vergoeding van 100 % in te voeren voor vuilnis en passief opgevist afval; belemmeringen voor handhaving wegnemen; harmonisering en actualisering van de definities en normen; harmonisering van de vrijstellingsregels.

Standpunt van de rapporteur

•  De rapporteur toont zich verheugd over het Commissievoorstel als onderdeel van een strategie voor de overgang naar een circulaire economie.

•  De rapporteur schaart zich achter de algemenere definitie van "afval van schepen", in samenhang met de desbetreffende bijlagen bij het MARPOL-Verdrag, waartoe ook ladingresiduen en residuen van uitlaatgasreinigingssystemen (bestaande uit slib en aftapwater van deze systemen) worden gerekend. Dit zorgt voor volledige overeenstemming met de definities van het MARPOL-Verdrag en een betere afstemming op de standaardformulieren en -certificaten van de IMO. Ze is echter van mening dat er een bijkomend lozingsverbod nodig is voor bepaalde ladingresiduen en voor afvalwater afkomstig van wassers in open modus. Ze spoort de lidstaten aan om maatregelen te nemen in hun territoriale wateren en dringt er bij de EU op aan hier werk van te maken op het niveau van de IMO.

•  De rapporteur stelt bovendien voor om het toepassingsgebied van de richtlijn uit te breiden naar afval afkomstig van scheepsreparatieactiviteiten en beheer van ballastwater volgens het Verdrag voor het beheer van ballastwater van de IMO dat in september 2017 in werking is getreden.

•  De rapporteur benadrukt hoe belangrijk het is minder afval te produceren aan boord en beklemtoont dat moet worden gezorgd voor bewustmakingsacties en positieve stimulansen op dit gebied, zoals een aanpassing van het concept van "groen schepen" in samenhang met het afvalbeheer aan boord.

•  Omdat er weinig cijfers beschikbaar zijn over verloren vistuig, een fenomeen dat een gevaar vormt voor het mariene milieu en de veiligheid van schepen, vermeldt de rapporteur specifiek de meldingsplicht voor verloren vistuig bij terugkeer naar de haven.

•  De rapporteur vestigt de aandacht op passief opgevist afval en de noodzaak om projecten voor het inzamelen van zwerfvuil op zee een duwtje in de rug te geven. De kosten die worden veroorzaakt door de verwerking van passief opgevist afval mogen dan ook niet op de schouders van havengebruikers en vissers terechtkomen, maar moeten worden gedragen door alternatieve financieringsregelingen, zoals regelingen voor afvalbeheer of overheidsgeld.

•  De rapporteur maakt zich zorgen over de situatie in kleine havens, die in grote problemen dreigen terecht te komen vanwege de beperkte beschikbare middelen in termen van personeel, structuur, organisatie, enz. Om hen geen onevenredig grote administratieve lasten op te leggen, moeten kleine havens worden vrijgesteld van de verplichting een afvalbeheersplan op te stellen en ontvangstbewijzen af te geven.

•  De rapporteur merkt op dat vaartuigen die worden gebruikt in de korte vaart zware administratieve lasten te verwerken zullen krijgen als er geen rekening wordt gehouden met hun specifieke status. Daarom moet ook worden nagedacht over de mogelijkheid om voor dit specifieke type van schepen een lagere vergoeding in te voeren.

•  Verder beperkt de rapporteur de verplichting om afval af te geven in een EU-haven vóór het vertrek naar een derde land tot die gevallen waarin er in de volgende aanloophaven geen geschikte voorzieningen beschikbaar zijn.

•  Aangezien de controle op het verbod op lozingen op zee een groot probleem is, stelt de rapporteur voor dat de Commissie bij de herziening van de richtlijn onderzoekt welke rol het EMSA kan spelen bij de handhaving van de richtlijn.


BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN WAARVAN OF PERSONEN VAN WIE DE RAPPORTEUR INFORMATIE HEEFT ONTVANGEN

De volgende lijst wordt op zuiver vrijwillige basis opgesteld onder de exclusieve bevoegdheid van de rapporteur. De rapporteur heeft bij de opstelling van het verslag tot het moment van goedkeuring in de commissie informatie ontvangen van de volgende entiteiten of personen:

Entiteit en/of persoon

Hazardous Waste Europe

EUROSHORE

Seas at Risk

European Sea Ports Organisation (ESPO)

Union des Ports de France

Port of Rotterdam

Hanse-Office, Vertretung der Hansestadt Hamburg und Schleswig-Holsteins bei der EU

European Community Shipowners’ Associations (ECSA)

Verband Deutscher Reeder (VdR)

Union of Greek Shipowners

Cruise Lines International Association (CLIA)

Association of National Organisations of Fishing Enterprises in the EU (europêche)

Representatives from various Member States governments

Representatives from the European Commission


ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (18.9.2018)

aan de Commissie vervoer en toerisme

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake havenontvangstvoorzieningen voor de afgifte van scheepsafval, tot intrekking van Richtlijn 2000/59/EG en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG en Richtlijn 2010/65/EU

(COM(2018)0033 – C8-0014/2018 – 2018/0012(COD))

Rapporteur voor advies (*): Bas Eickhout

(*)  Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

BEKNOPTE MOTIVERING

Lozingen van afval van schepen vormen een aanzienlijke bedreiging voor het mariene milieu, met effecten op de menselijke gezondheid en zware economische gevolgen. Hoewel bronnen op het land het meest bijdragen aan het ontstaan van zwerfvuil op zee, zijn ook bronnen op zee verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel, met een geschat EU-gemiddelde van 32 % en percentages tot 50 % voor sommige zeebekkens van de EU. Om de kwestie van zwerfvuil op zee vanaf schepen aan te pakken, heeft de Commissie een voorstel ingediend voor een herziening van de richtlijn inzake havenontvangstfaciliteiten.

Met het voorstel van de Commissie worden alle havens van de Unie verplicht om een no-special-fee systeem van 100 % voor afval in te voeren om de economische stimulans voor schepen om hun afval op zee te lozen, weg te nemen. De rapporteur verwelkomt deze belangrijke wijziging die door de Commissie is voorgesteld. Schepen mogen geen economische stimulansen krijgen om afval op zee te dumpen.

De rapporteur is ook verheugd over de opname van vissersvaartuigen in de kostendekkingssystemen. Er zijn echter geen specifieke maatregelen voorgesteld voor het vistuig zelf, ondanks het feit dat een groot deel van de visnetten verloren gaat (33 %), hetgeen resulteert in "spookvisserij", de visbestanden aantast en schade berokkent aan de mariene fauna. Het leidt ook tot aanzienlijke economische verliezen, aangezien de netten vaak schade toebrengen aan andere schepen. De rapporteur meent dat deze kwestie grotendeels kan worden aangepakt door middel van verplichte regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. De lidstaten zouden gebruik moeten maken van gedifferentieerde vergoedingen om te stimuleren dat vistuig zo wordt ontworpen dat het gemakkelijk kan worden gerecycleerd, en zouden ook statiegeld voor nieuw vistuig moeten invoeren om de afgifte van afgedankt vistuig aan te moedigen.

Bovendien is de rapporteur van mening dat, wanneer een vaartuig vistuig kwijtraakt, het alle relevante informatie moet verstrekken aan de bevoegde autoriteit van de vlaggenlidstaat. Deze informatie moet systematisch worden verzameld in een centrale databank (SafeSeaNet) om de situatie te volgen, specifieke problemen op te sporen en het terughalen te vergemakkelijken. Dit zou ook helpen om het verbod op het dumpen van oud vistuig te handhaven. De Commissie zal van deze gegevens uitgaan voor haar periodieke verslaglegging, waardoor verloren vistuig in kaart kan worden gebracht ter ondersteuning van programma's voor het terughalen van vistuig en andere maatregelen.

Vissersvaartuigen vangen zeer vaak afval in hun netten. Volgens de rapporteur mag het niet economisch ontmoedigend werken om dit afval naar de haven te brengen. De Commissie tracht de afgifte van passief opgevist afval aan te moedigen door dit op te nemen in het systeem van 100 % indirecte bijdragen. De rapporteur vindt dit een welkome toevoeging, maar het zou nog steeds kunnen leiden tot een verhoogd algemeen geldend tarief voor vissersvaartuigen. De rapporteur introduceert daarom de vereiste dat de kosten van de inzameling van passief opgevist afval in havenontvangstvoorzieningen en de daaropvolgende verwerking gefinancierd moeten worden uit alternatieve inkomstenbronnen die voortvloeien uit de herziene richtlijn havenontvangstvoorzieningen, bijvoorbeeld via de nieuwe EPR-regelingen, of via subsidies.

De Commissie introduceert het concept van "groene schepen": schepen die hun afval aan boord verminderen, kunnen in aanmerking komen voor een verlaagd tarief. Volgens de rapporteur moeten de minimumvoorschriften worden verduidelijkt en geharmoniseerd. De rapporteur introduceert in een nieuwe bijlage een reeks maatregelen die in overeenstemming zijn met de beginselen van de circulaire economie en de MARPOL-richtsnoeren inzake afval. De maatregelen variëren van scheiding aan de bron en inzameling tot opleiding en het vermijden van wegwerpmateriaal.

De rapporteur stelt verder voor ervoor te zorgen dat het lozen van afval en residuen van luchtverontreinigende stoffen, indien dit met opzet, door roekeloosheid of door ernstige nalatigheid gebeurt, volgens de EU-wetgeving als een strafbaar feit wordt beschouwd, zodat de lidstaten verplicht zijn adequate sancties vast te stellen. Uitzonderingen op deze toevoeging moeten in overeenstemming zijn met die van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (MARPOL).

Ten slotte vallen offshoreplatforms die worden gebruikt voor de productie en opslag van olie, of deze nu vast of drijvend zijn, momenteel niet onder het voorstel van de Commissie tot herziening van de richtlijn havenontvangstvoorzieningen, In 2015 had de EU 232 offshoreplatforms met elk ongeveer 100-200 personeelsleden. Analisten zijn tot de conclusie gekomen dat zij een groot aandeel hebben in de bronnen van afval op zee. De rapporteur stelt voor ervoor te zorgen dat hun afval ook naar havenontvangstvoorzieningen wordt gebracht.

AMENDEMENTEN

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de bevoegde Commissie vervoer en toerisme onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Titel 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorstel voor een

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake havenontvangstvoorzieningen voor de afgifte van scheepsafval, tot intrekking van Richtlijn 2000/59/EG en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG en Richtlijn 2010/65/EU

inzake havenontvangstvoorzieningen voor de afgifte van scheepsafval, tot intrekking van Richtlijn 2000/59/EG en tot wijziging van Richtlijn 2005/35/EG, Richtlijn 2009/16/EG en Richtlijn 2010/65/EU

(Gekoppeld aan het amendement op artikel 20 bis (nieuw) waarin wordt voorgesteld de definitie van vervuilende stoffen in de richtlijn verontreiniging vanaf schepen te wijzigen.)

Motivering

In Richtlijn 2005/35/EG worden regels vastgesteld voor het opleggen van sancties in geval van lozingen van verontreinigende stoffen vanaf schepen. Richtlijn 2005/35/EG heeft momenteel alleen betrekking op afval genoemd in de bijlagen I (olie) en II (schadelijke vloeistoffen in bulk) bij MARPOL. De richtlijn dient te worden gewijzigd om de lozingen genoemd in de bijlagen V (afvalstoffen) en VI (met luchtverontreiniging verband houdende residuen) erin op te nemen.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (het MARPOL-verdrag) bevat een algemeen verbod op lozingen vanaf schepen op zee, maar bevat ook voorwaarden waaronder bepaalde soorten afval in het mariene milieu mogen worden geloosd. Het MARPOL-verdrag verplicht de lidstaten om te zorgen voor toereikende ontvangstvoorzieningen in hun havens.

(2)  Het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (het MARPOL-verdrag) bevat een algemeen verbod op lozingen vanaf schepen op zee en vaste of drijvende platforms, maar bevat ook voorwaarden waaronder bepaalde soorten afval in het mariene milieu mogen worden geloosd. Het MARPOL-verdrag verplicht de lidstaten om te zorgen voor toereikende ontvangstvoorzieningen in hun havens.

Motivering

MARPOL regelt ook lozingen van vaste of drijvende platforms. Deze moeten hier worden toegevoegd.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  De voorbij twee decennia hebben het MARPOL-verdrag en de bijlagen daarvan belangrijke wijzigingen ondergaan, waardoor striktere normen en verboden op afvallozingen vanaf schepen op zee zijn ingevoerd.

(4)  De voorbij twee decennia hebben het MARPOL-verdrag en de bijlagen daarvan belangrijke wijzigingen ondergaan, waardoor striktere normen voor de afgifte van afval en verboden op afvallozingen vanaf schepen op zee zijn ingevoerd.

Motivering

MARPOL heeft ook betrekking op de afgifte van afval aan havenontvangstvoorzieningen.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Ondanks deze ontwikkelingen op regelgevingsgebied, vinden nog steeds afvallozingen op zee plaats. Dit is te wijten aan een combinatie van factoren: niet elke haven beschikt over toereikende havenontvangstvoorzieningen, de handhaving laat vaak te wensen over en er worden onvoldoende stimulansen gegeven om het afval aan wal af te geven.

(7)  Ondanks deze ontwikkelingen op regelgevingsgebied, vinden nog steeds afvallozingen op zee plaats die met grote sociale, economische en milieukosten gepaard gaan. Dit is te wijten aan een combinatie van factoren: niet elke haven beschikt over toereikende havenontvangstvoorzieningen, de handhaving laat vaak te wensen over en er worden onvoldoende stimulansen gegeven om het afval aan wal af te geven.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  Met name op cruiseschepen kan er ondanks verbeteringen nog altijd sprake zijn van veel voedselafval. Praktijken voor het beheer van voedselafval blijven een gebied waarvoor gescheiden inzameling en hergebruik moeten worden ontwikkeld.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Gescheiden inzameling van afval van schepen, met inbegrip van afgedankt vistuig, is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat dit afval verderop in de afvalbeheersketen wordt hergebruikt. Vuilnis wordt aan boord van schepen vaak gescheiden ingezameld, overeenkomstig internationale normen. De wetgeving van de Unie moet ervoor zorgen dat deze inspanningen aan boord van schepen niet worden ondermijnd door gebrekkige regelingen voor gescheiden afvalinzameling aan wal.

(12)  Gescheiden inzameling van afval van schepen, met inbegrip van afgedankt vistuig, is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat dit afval verderop in de afvalbeheersketen wordt hergebruikt en gerecycled, en om te voorkomen dat het schade toebrengt aan het maritieme milieu en de zeefauna. Vuilnis wordt aan boord van schepen vaak gescheiden ingezameld, overeenkomstig internationale normen. De wetgeving van de Unie moet ervoor zorgen dat deze inspanningen aan boord van schepen niet worden ondermijnd door gebrekkige regelingen voor gescheiden afvalinzameling aan wal. De lidstaten moeten het beste gescheiden inzamelsysteem aanmoedigen voor elke haven, afhankelijk van de kenmerken ervan.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis)  De gescheiden inzameling van afval, zoals voedselafval, smeermiddelen en brandstof, moet verder worden ontwikkeld met als specifiek uitgangspunt dat het hergebruik ervan in overeenstemming is met de beginselen van de circulaire economie.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Hoewel het grootste deel van het zwerfvuil op zee afkomstig is van activiteiten op het land, is ook de scheepvaart, met inbegrip van de visserij en de pleziervaart, mede verantwoordelijk, door rechtstreekse lozingen van afval, waaronder plastic en afgedankt vistuig, in zee.

(13)  Hoewel het grootste deel van het zwerfvuil op zee afkomstig is van activiteiten op het land, is ook de scheepvaart, met inbegrip van de visserij en de pleziervaart, mede verantwoordelijk, door rechtstreekse lozingen van afval, waaronder plastic en afgedankt vistuig, in zee. De Commissie schat dat kunststoffen meer dan 80 % van het zwerfvuil op zee voor hun rekening nemen en dat vistuig dat kunststoffen bevat, 27 % van het zwerfvuil vertegenwoordigt dat op Europese stranden wordt aangetroffen, hetgeen overeenkomt met 11 000 ton per jaar.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  Richtlijn 2008/98/EG stelt afvalpreventiemaatregelen vast die de lidstaten moeten nemen om het ontstaan van afval te voorkomen. Deze maatregelen moeten ernaar streven om het ontstaan van zwerfvuil op zee een halt toe te roepen om zo bij te dragen aan de doelstelling van de VN inzake duurzame ontwikkeling om enigerlei mariene verontreiniging te voorkomen en aanzienlijk te verminderen.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 ter)  Vaste of drijvende platforms dragen ook bij tot het zwerfvuil op zee en moeten verplicht worden een afvalbeheersplan te hebben, hun afval gescheiden in te zamelen en hun afval regelmatig in havens van de Unie af te geven.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis)  Het Internationaal Verdrag van de IMO van 13 februari 2004 voor de controle en het beheer van ballastwater en sedimenten van schepen (BWM-Verdrag) is op 8 september 2017 in werking getreden. Het BWM-Verdrag verplicht alle schepen om op grond van de IMO-normen procedures voor het beheer van ballastwater te volgen en vereist dat havens en terminals die zijn aangewezen voor het schoonmaken en repareren van ballasttanks, beschikken over adequate voorzieningen voor de ontvangst van sedimenten.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Om het probleem van zwerfvuil op zee doeltreffend aan te pakken, is het van fundamenteel belang dat het juiste niveau van stimulansen wordt gegeven voor de afgifte van afval, en met name vuilnis, aan havenontvangstvoorzieningen. Dit is mogelijk via een kostendekkingssysteem, waarvoor moet worden gewerkt met een indirecte vergoeding, die los staat van het feit of al dan niet afval wordt afgegeven en die het recht verleent afval af te geven zonder dat aanvullende directe vergoedingen hoeven te worden betaald. Aangezien de visserij en de pleziervaart mede verantwoordelijk zijn voor zwerfvuil op zee, moeten ook zij in dit systeem worden opgenomen.

(18)  Om het probleem van zwerfvuil op zee doeltreffend aan te pakken, is het van fundamenteel belang dat het juiste niveau van stimulansen wordt gegeven voor de afgifte van afval, en met name vuilnis, aan havenontvangstvoorzieningen. Dit is mogelijk via een kostendekkingssysteem, waarvoor moet worden gewerkt met een indirecte vergoeding, die los staat van het feit of al dan niet afval wordt afgegeven en die het recht verleent afval af te geven zonder dat aanvullende directe vergoedingen hoeven te worden betaald. Aangezien de visserij en de pleziervaart mede verantwoordelijk zijn voor zwerfvuil op zee, moeten ook zij in dit systeem worden opgenomen. De afgifte van passief opgevist afval mag niet tot extra kosten voor de vissersvaartuigen leiden.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 bis)  Vissers kunnen een belangrijke rol vervullen in het opruimen van zwerfafval op zee door passief opgevist afval terug te brengen naar de haven, zodat het behoorlijk afvalbeheer kan ondergaan. Om de afgifte van passief opgevist afval dat bij normale visserijactiviteiten in netten wordt opgehaald te bevorderen, moeten de lidstaten de kosten in verband met de ophaling in havenontvangstvoorzieningen en het daaropvolgend beheer voor hun rekening nemen, met inkomsten uit alternatieve inkomstenbronnen.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 ter)  Om het probleem van zwerfvuil op zee doeltreffend aan te pakken, mogen de lidstaten geen gelegenheid laten voorbijgaan om, onder meer met behulp van subsidies uit het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV), alsook met de steun van de structuurfondsen en de Europese territoriale samenwerking en met de vereiste actieve betrokkenheid van de regio's, strategieën en plannen uit te werken teneinde het verlies van vistuig op zee tegen te gaan. Ook moeten nieuwe bestuursinstrumenten en beste praktijken worden bevorderd, zoals die met betrekking tot het onderzoek in de Adriatische Zee, in het kader van de uit middelen van de Europese territoriale samenwerking medegefinancierde projecten, ook door de vissersvaartuigen een nieuwe rol als Sea Sentinels toe te kennen.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Met betrekking tot afvalbeheer moet verder werk worden gemaakt van het concept van "groen schip", zodat een effectief beloningssysteem kan worden toegepast voor schepen die hun afval aan boord beperken.

(19)  Op het gebied van afvalbeheer moet het concept van "groen schip" worden toegepast. In de hele Unie moeten minimumvoorschriften worden vastgesteld die veel mogelijk op geharmoniseerde wijze worden nageleefd, zodat een effectief beloningssysteem kan worden toegepast voor schepen die door middel van milieuvriendelijke afvalpreventie en -beheer hun afval aan boord beperken, in overeenstemming met de beste praktijken en de IMO-richtsnoeren van 2017 voor de tenuitvoerlegging van bijlage V bij het MARPOL-verdrag. De lidstaten moeten methoden aanmoedigen die verder gaan dan de vereiste normen.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Ladingresiduen blijven eigendom van de eigenaar van de vracht nadat de vracht in de terminal is gelost, en hebben vaak een economische waarde. Om deze reden hoeven ladingresiduen niet te worden opgenomen in de kostendekkingssystemen en moet er ook geen indirecte vergoeding voor worden betaald. Voor de afgifte van ladingresiduen moet de gebruiker van de ontvangstvoorziening, zoals aangeduid in de contractuele regelingen tussen de betrokken partijen of in andere plaatselijke regelingen, een bijdrage betalen.

(20)  Ladingresiduen blijven eigendom van de eigenaar van de vracht nadat de vracht in de terminal is gelost, en hebben vaak een economische waarde. Om deze reden hoeven ladingresiduen niet te worden opgenomen in de kostendekkingssystemen en moet er ook geen indirecte vergoeding voor worden betaald. Voor de afgifte van ladingresiduen moet de gebruiker van de ontvangstvoorziening, zoals aangeduid in de contractuele regelingen tussen de betrokken partijen of in andere plaatselijke regelingen, een bijdrage betalen. Dit geldt echter niet voor ladingresiduen die niet gemakkelijk worden teruggewonnen, zoals persistente drijvende stoffen met een hoge viscositeit zoals paraffine. Deze stoffen kunnen een lage economische waarde hebben en daarom het risico lopen te worden weggespoeld op zee indien ze niet correct bij de havenontvangstvoorzieningen worden weggespoeld.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis)  Om de maritieme veiligheid en de bescherming van het mariene milieu te verbeteren, moet Richtlijn 2005/35/EG van het Europees Parlement en de Raad1 bis worden gewijzigd om ook verontreiniging vanaf schepen door afval als gedefinieerd in de bijlagen IV tot en met VI bij het MARPOL-verdrag in het recht van de Unie aan te pakken en ervoor te zorgen dat personen die verantwoordelijk zijn voor illegale lozingen passende sancties opgelegd krijgen.

 

_________________

 

1 bis Richtlijn 2005/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 inzake verontreiniging vanaf schepen en de invoering van sancties, met inbegrip van strafrechtelijke sancties, voor verontreinigingsdelicten (PB L 255 van 30.9.2005, blz. 11).

Motivering

In Richtlijn 2005/35/EG worden regels vastgesteld voor het opleggen van sancties in geval van lozingen van verontreinigende stoffen vanaf schepen. Deze richtlijn heeft momenteel alleen betrekking op afval genoemd in de bijlagen I (olie) en II (schadelijke vloeistoffen in bulk) bij het MARPOL-verdrag. De richtlijn dient te worden gewijzigd om ook de lozingen van afvalwater (bijlage IV), van afvalstoffen (bijlage V) en van met luchtverontreiniging verband houdende residuen (bijlage VI) erin op te nemen.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  De monitoring en handhaving moeten worden vergemakkelijkt via een systeem dat gebaseerd is op elektronische rapportering en informatie-uitwisseling. Om dit mogelijk te maken moet het bestaande informatie- en monitoringsysteem dat in het kader van Richtlijn 2000/59/EG is opgezet, verder worden ontwikkeld en worden toegepast op basis van bestaande elektronische informatiesystemen, met name het systeem voor de uitwisseling van maritieme informatie van de Unie (SafeSeaNet) en de inspectiedatabank (THETIS). Ook de informatie over de havenontvangstvoorzieningen die beschikbaar zijn in de verschillende havens moet in het systeem worden ingevoerd.

(24)  De monitoring en handhaving moeten worden vergemakkelijkt via een systeem dat gebaseerd is op elektronische rapportering en informatie-uitwisseling. Om dit mogelijk te maken moet het bestaande informatie- en monitoringsysteem dat in het kader van Richtlijn 2000/59/EG is opgezet, verder worden ontwikkeld en worden toegepast op basis van bestaande elektronische informatiesystemen, met name het systeem voor de uitwisseling van maritieme informatie van de Unie (SafeSeaNet) en de inspectiedatabank (THETIS). Ook de informatie over de havenontvangstvoorzieningen die beschikbaar zijn in de verschillende havens en over het verlies van vistuig moet in het systeem worden ingevoerd.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  Om rekening te houden met ontwikkelingen op internationaal niveau en om milieuvriendelijk afvalbeheer aan boord te bevorderen, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 VWEU worden gedelegeerd aan de Commissie zodat zij deze richtlijn en de bijlagen in overeenstemming kan brengen met internationale instrumenten en verwijzingen naar internationale instrumenten kan aanpassen, teneinde, indien nodig, te voorkomen dat wijzigingen in die instrumenten leiden tot wijzigingen in de richtlijn, en gemeenschappelijke criteria kan opstellen voor de erkenning van "groene schepen", met het oog op de toekenning van een korting op de voor die schepen verschuldigde afvalvergoeding. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet er bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen voor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

(30)  Om rekening te houden met ontwikkelingen op internationaal niveau en om milieuvriendelijk afvalbeheer aan boord te bevorderen, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 VWEU worden gedelegeerd aan de Commissie zodat zij deze richtlijn en de bijlagen in overeenstemming kan brengen met internationale instrumenten en verwijzingen naar internationale instrumenten kan aanpassen, teneinde, indien nodig, te voorkomen dat wijzigingen in die instrumenten leiden tot wijzigingen in de richtlijn, en gemeenschappelijke criteria kan wijzigen voor de erkenning van "groene schepen", rekening houden met de bestaande goede praktijken en bottom-upregelingen, met het oog op de toekenning van een korting op de voor die schepen verschuldigde afvalvergoeding. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet er bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen voor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  "vast of drijvend platform": elk vast of drijvend platform, met inbegrip van boorplatforms, installaties voor drijvende productie, opslag, lading of verlading die worden gebruikt voor de productie en opslag van elke stof of materie, in vaste, vloeibare of gasvormige toestand, dat offshore is gelegen;

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  "afval van schepen": alle afval, met inbegrip van ladingresiduen, dat tijdens de exploitatie van een schip of tijdens laad-, los- en schoonmaakactiviteiten ontstaat, of afval dat tijdens visserijactiviteiten in netten terechtkomt, en dat onder het toepassingsgebied van de bijlagen I, II, IV, V en VI van MARPOL valt;

(c)  "afval van schepen": alle afval, met inbegrip van ladingresiduen, dat tijdens de exploitatie van een schip of een vast of drijvend platform, of tijdens laad-, los-, schoonmaak- en reparatieactiviteiten ontstaat, inclusief sedimenten afkomstig van het schoonmaken of repareren van ballasttanks, of afval dat tijdens visserijactiviteiten in netten terechtkomt, en dat onder het toepassingsgebied van de bijlagen I, II, IV, V en VI van MARPOL valt;

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  "passief opgevist afval": afval dat onbedoeld in netten terechtkomt tijdens visserijactiviteiten;

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  "ladingresiduen": de restanten van lading aan boord die na het laden en lossen achterblijven aan dek of in het ruim, inclusief overschotten of restanten die gevolg zijn van morsen bij het laden en lossen, in natte of droge toestand of meegevoerd in waswater, en exclusief ladingstof dat na vegen op het dek achterblijft of stof op de buitenoppervlakken van het schip;

(d)  "ladingresiduen": de restanten van lading aan boord die na het laden en lossen achterblijven aan dek, in het ruim of in tanks, inclusief overschotten of restanten die gevolg zijn van morsen bij het laden en lossen, in natte of droge toestand of meegevoerd in waswater, en exclusief ladingstof dat na vegen op het dek achterblijft of stof op de buitenoppervlakken van het schip;

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter f bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(f bis)  "vistuig": elk voorwerp of werktuig dat wordt gebruikt in de visserij en de aquacultuur om in zee levende organismen af te zonderen of te vangen, of dat op het zeeoppervlak drijft en wordt uitgezet met als doel dergelijke in zee levende organismen aan te trekken en te vangen;

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter l

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(l)  "toereikende opslagcapaciteit": voldoende capaciteit om het afval aan boord op te slaan vanaf het ogenblik van vertrek tot de volgende aanloophaven, met inbegrip van het afval dat waarschijnlijk zal ontstaan tijdens de reis;

(l)  "toereikende opslagcapaciteit": voldoende capaciteit die specifiek is bestemd voor de opslag van elk soort afval aan boord vanaf het ogenblik van vertrek tot de volgende aanloophaven, met inbegrip van het afval dat waarschijnlijk zal ontstaan tijdens de reis;

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 2 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  de havens en terminals waar het schoonmaken of repareren van ballasttanks plaatsvindt over passende havenontvangstvoorzieningen beschikken om sedimenten op te vangen;

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de havenontvangstvoorzieningen het mogelijk maken afval van schepen op milieuvriendelijke wijze te beheren, overeenkomstig de voorschriften van Richtlijn 2008/98/EG en andere relevante Uniewetgeving inzake afval. Daartoe zorgen de lidstaten ervoor dat het afval van schepen gescheiden wordt ingezameld in de havens, overeenkomstig de afvalwetgeving van de Unie, met name Richtlijn 2008/98/EG, Richtlijn 2012/19/EU en Richtlijn 2006/66/EG. Punt c) doet geen afbreuk aan de strengere eisen die door Verordening (EG) nr. 1069/2009 worden opgelegd voor het beheer van keukenafval en etensresten van internationaal vervoer.

(c)  de havenontvangstvoorzieningen het mogelijk maken afval van schepen op milieuvriendelijke wijze te beheren, overeenkomstig de voorschriften van Richtlijn 2008/98/EG en andere relevante Uniewetgeving inzake afval. Daartoe zorgen de lidstaten ervoor dat het afval van schepen gescheiden wordt ingezameld in de havens, overeenkomstig de afvalwetgeving van de Unie, met name Richtlijn 2008/98/EG, Richtlijn 94/62/EG1 bis, Richtlijn 2012/19/EU en Richtlijn 2006/66/EG, om hergebruik en recycling ter faciliteren. Punt c) doet geen afbreuk aan de strengere eisen die door Verordening (EG) nr. 1069/2009 worden opgelegd voor het beheer van keukenafval en etensresten van internationaal vervoer.

 

_________________

 

1 bis Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval (PB L 365 van 31.12.1994, blz. 10).

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De betreffende havenautoriteiten, ofwel de bevoegde autoriteiten, zorgen ervoor dat de handelingen voor de afgifte of ontvangst van afvalstoffen met voldoende veiligheidsmaatregelen worden uitgevoerd om zowel persoonlijke als milieurisico's in de onder deze richtlijn vallende havens te voorkomen.

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor elke haven moet een passend afvalontvangst- en afvalverwerkingsplan worden opgesteld en toegepast, na regelmatig overleg met de betrokken partijen, met name de havengebruikers en hun vertegenwoordigers. Dit overleg moet zowel tijdens de opstelling van de plannen als na de goedkeuring ervan plaatsvinden, met name wanneer aanzienlijke wijzigingen van de eisen van de artikelen 4, 6 en 7 hebben plaatsgevonden. Nadere voorschriften voor de opstelling van dergelijke plannen zijn opgenomen in bijlage I.

1.  Voor elke haven moet een passend afvalontvangst- en afvalverwerkingsplan worden opgesteld en toegepast, na regelmatig overleg met de betrokken partijen, waaronder met de havengebruikers en hun vertegenwoordigers en het maatschappelijk middenveld. Dit overleg moet zowel tijdens de opstelling van de plannen als na de goedkeuring ervan plaatsvinden, met name wanneer aanzienlijke wijzigingen van de eisen van de artikelen 4, 6 en 7 hebben plaatsgevonden. Nadere voorschriften voor de opstelling van dergelijke plannen zijn opgenomen in bijlage I.

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Zeer kleine havens waar zelden of slechts af en toe verkeer is, uitsluitend van pleziervaartuigen, kunnen worden vrijgesteld van het toepassingsgebied van dit artikel als hun havenontvangstvoorzieningen zijn geïntegreerd in het afvalverwerkingssysteem dat worden beheerd door of namens de gemeente, en de lidstaten waar deze havens zich bevinden, zorgen ervoor dat informatie over het afvalbeheersysteem wordt verstrekt aan de gebruikers van die havens.

 

De lidstaten waar deze havens zich bevinden, brengen deze havens elektronisch op de hoogte in het in artikel 14 bedoelde onderdeel van het informatie-, monitoring- en handhavingssysteem.

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Deel 3 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Afgifte van afval van schepen

Lozing en afgifte van afval van schepen

(Houdt verband met het amendement op artikel 7, lid 1.)

Motivering

In dit deel moet ook worden ingegaan op de lozingsverboden die volgens het MARPOL-verdrag van toepassing zijn.

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Afgifte van afval van schepen

Lozing en afgifte van afval van schepen

(Houdt verband met het amendement op artikel 7, lid 1.)

Motivering

In dit artikel moet ook worden ingegaan op de lozingsverboden die volgens het MARPOL-verdrag van toepassing zijn.

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De kapitein van een schip dat een haven in de Unie aandoet, geeft alvorens de haven te verlaten al het aan boord van het schip meegevoerde afval af aan een havenontvangstvoorziening overeenkomstig de relevante lozingsnormen van het MARPOL-verdrag.

1.  De kapitein van een schip dat een haven in de Unie aandoet, geeft alvorens de haven te verlaten al het aan boord van het schip meegevoerde afval af aan een havenontvangstvoorziening en loost, na de haven te hebben verlaten, geen scheepsafval in zee, overeenkomstig de relevante afgifte- en lozingsnormen en -voorschriften van het MARPOL-verdrag. Deze vereiste geldt ook voor sedimenten van het reinigen en herstellen van ballasttanks, in overeenstemming met het BWM-verdrag.

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Als de volgende aanloophaven zich buiten de Unie bevindt of als er goede redenen zijn om aan te nemen dat in de volgende aanloophaven geen toereikende havenontvangstvoorzieningen beschikbaar zijn, of als deze haven niet bekend is, verplicht de lidstaat het schip om al zijn afval vóór vertrek af te geven.

7.  Indien het op basis van de beschikbare informatie, met inbegrip van informatie die elektronisch beschikbaar is in het in artikel 14 van deze richtlijn bedoelde informatie-, monitoring- en handhavingssysteem of in GISIS, niet mogelijk is vast te stellen of er in de volgende aanloophaven toereikende havenontvangstvoorzieningen beschikbaar zijn, of als deze haven niet bekend is, verplicht de lidstaat het schip om al zijn afval vóór vertrek af te geven.

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

8 bis.  De kapitein van een vast of drijvend platform laat in overeenstemming met het MARPOL-verdrag al het afval op gezette tijden naar een havenontvangstvoorziening brengen.

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 7 bis

 

De kapitein van een schip dat een haven in de Unie aandoet, past alvorens de haven te verlaten voorwasprocedures toe voor persistente drijvende stoffen met een hoge viscositeit, zoals paraffine, in overeenstemming met bijlage II bij het MARPOL-Verdrag, en verwijdert alle residuen en watermengsels in de loshaven totdat de tank leeg is en de afvoerleidingen vrij zijn van residuen.

Motivering

Gelet op de goedkeuring van de ontwerpamendementen door het PPR-panel in februari 2018, die het voorwassen van tanks met persistente drijvers met een hoge viscositeit vereisen en die zullen worden bestudeerd met het oog op de opneming ervan in bijlage II bij MEPC 73, moet de EU deze vereisten in de herziene richtlijn havenontvangstvoorzieningen opnemen, waardoor ze Uniewetgeving vormen, en de verplichting toevoegen om ervoor te zorgen dat afvoerleidingen vrij zijn van residuen. Met name paraffine wordt weggespoeld op zee en bereikt de Europese stranden waar het problemen voor, onder meer, de fauna veroorzaakt.

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de kosten van de werking van havenontvangstvoorzieningen voor de ontvangst en verwerking van afval van schepen, met uitzondering van ladingresiduen, worden gedekt door vergoedingen van schepen. Deze kosten omvatten de in bijlage 4 vermelde elementen.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de kosten van de werking van havenontvangstvoorzieningen voor de ontvangst en verwerking van afval van schepen, inclusief ladingresiduen van persistente drijvende stoffen met een hoge viscositeit, maar geen andere ladingresiduen, worden gedekt door vergoedingen van schepen. Deze kosten omvatten de in bijlage 4 vermelde elementen.

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  om de afgifte van afval zoveel mogelijk te stimuleren, zoals bepaald in bijlage V van MARPOL, met inbegrip van afval dat tijdens visserijactiviteiten in netten terechtkomt, moet de indirecte vergoeding alle kosten van de havenontvangstvoorzieningen voor dit afval dekken en het recht verlenen om afval af te geven zonder dat aanvullende directe vergoedingen hoeven te worden betaald;

(c)  om de afgifte van afval zoveel mogelijk te stimuleren, zoals bepaald in bijlage V van MARPOL, met inbegrip van afval dat tijdens visserijactiviteiten in netten terechtkomt, en ladingresiduen van persistente drijvende stoffen met een hoge viscositeit, moet de indirecte vergoeding alle kosten van de havenontvangstvoorzieningen voor dit afval dekken en het recht verlenen om afval af te geven zonder dat aanvullende directe vergoedingen hoeven te worden betaald;

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  om te voorkomen dat de kosten van de inzameling in havenontvangstvoorzieningen en van de verdere verwerking van passief opgevist afval ten laste komen van de havengebruikers, dekken de lidstaten deze kosten volledig met de inkomsten uit de in bijlage 4 genoemde alternatieve inkomstenbronnen;

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De vergoedingen worden verlaagd als het ontwerp, de apparatuur en de exploitatie van het schip zodanig zijn dat kan worden aangetoond dat het schip beperkte hoeveelheden afval produceert en zijn afval op duurzame en milieuvriendelijke wijze beheert. De Commissie krijgt de bevoegdheid om, aan de hand van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 19, criteria op te stellen om te bepalen of een schip voldoet aan de eisen van deze alinea met betrekking tot afvalbeheer aan boord.

5.  De vergoedingen worden verlaagd als het ontwerp, de apparatuur, het aankoopbeleid en de exploitatie van het schip zodanig zijn dat kan worden aangetoond dat het schip beperkte hoeveelheden afval produceert van de afvalcategorie waarop de vergoeding van toepassing is, en zijn afval op duurzame en milieuvriendelijke wijze beheert overeenkomstig bijlage 4 bis voor schepen die geen vissersvaartuig zijn en overeenkomstig bijlage 4 ter voor vissersvaartuigen. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 19 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlagen 4 bis en 4 ter om de geharmoniseerde minimumvoorschriften te wijzigen.

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  de vrijstelling geen negatieve gevolgen heeft voor de maritieme veiligheid, de gezondheid, het leven of de werkomstandigheden aan boord of het mariene milieu;

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wat schepen betreft die niet onder Richtlijn 2009/16/EG vallen, zien de lidstaten erop toe dat minstens 20 % van het totale aantal individuele vaartuigen uit elk van de hierna vermelde categorieën wordt geïnspecteerd:

1.  Wat schepen betreft die niet onder Richtlijn 2009/16/EG vallen, zien de lidstaten erop toe dat minstens 20 % van het totale aantal individuele vaartuigen per jaar uit elk van de hierna vermelde categorieën wordt geïnspecteerd:

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De lidstaten stellen procedures vast voor inspecties van vissersvaartuigen en pleziervaartuigen van minder dan 100 brutoton, om te garanderen dat ze voldoen aan de toepasselijke voorschriften van deze richtlijn. De lidstaten zorgen er hierbij voor dat per jaar minstens 20 % van het totale aantal individuele vissersvaartuigen en pleziervaartuigen die een haven in de relevante lidstaat aandoen, wordt geïnspecteerd.

Amendement    44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De resultaten van de in lid 1 bedoelde inspecties worden geregistreerd in het in artikel 15 bedoelde gedeelte van het informatie-, monitoring- en handhavingssysteem.

2.  De resultaten van de in de leden 1 en 2 bedoelde inspecties worden geregistreerd in het in artikel 15 bedoelde gedeelte van het informatie-, monitoring- en handhavingssysteem.

Amendement    45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten stellen procedures vast voor inspecties van vissersvaartuigen en pleziervaartuigen van minder dan 100 brutoton, om te garanderen dat ze voldoen aan de toepasselijke voorschriften van deze richtlijn.

Schrappen

Amendement    46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – lid 2 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d bis)  bij verlies van vistuig, de op grond van artikel 48 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad1 bis vereiste informatie;

 

______________

 

1 bis Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1).

Amendement    47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Om uniforme voorwaarden te garanderen voor de rapportering van het verlies van vistuig worden aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden verleend om het formaat voor de rapportering te bepalen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 20, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement    48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Op basis van de overeenkomstig lid 2, onder d bis), gerapporteerde informatie publiceert de Commissie uiterlijk op 31 december 2022 en vervolgens om de twee jaar een samenvattend verslag over het verlies van vistuig.

Amendement    49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De Commissie ziet erop toe dat alle relevante door de lidstaten gerapporteerde gegevens in de inspectiedatabank kunnen worden opgevraagd met het oog op de monitoring van de tenuitvoerlegging van de richtlijn.

4.  De Commissie ziet erop toe dat alle relevante door de lidstaten gerapporteerde gegevens in de inspectiedatabank kunnen worden opgevraagd met het oog op de monitoring van de tenuitvoerlegging van de richtlijn. De Commissie controleert de databank regelmatig om toezicht te houden op de tenuitvoerlegging van de richtlijn en vestigt de aandacht op eventuele twijfels in verband met volledige tenuitvoerlegging om corrigerende maatregelen in werking te stellen.

Amendement    50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie zorgt ervoor dat nationale autoriteiten en deskundigen van de lidstaten, met inbegrip van deskundigen uit de privésector, ervaringen kunnen uitwisselen over de toepassing van deze richtlijn in havens in de Unie.

De Commissie zorgt ervoor dat nationale autoriteiten en deskundigen van de lidstaten, met inbegrip van deskundigen uit de privésector en het maatschappelijk middenveld, ervaringen kunnen uitwisselen over de toepassing van deze richtlijn in havens in de Unie.

Motivering

De uitwisseling van ervaringen moet niet alleen plaatsvinden tussen nationale autoriteiten en deskundigen uit de particuliere sector, maar ook met deskundigen uit het maatschappelijk middenveld.

Amendement    51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten brengen uiterlijk ... [12 maanden na de datum van goedkeuring van deze richtlijn] en vervolgens om de twee jaar verslag uit bij de Commissie uitbrengen over hun beste praktijken met betrekking tot duurzaam afvalbeheer aan boord van schepen en in hun havens. Zes maanden na de indieningstermijn voor elk verslag stelt de Commissie een rapport op over deze beste praktijken dat als leidraad dient op weg naar de verwezenlijking van de doelstellingen van deze richtlijn.

Amendement    52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 bis – lid 1 – punt 1 (nieuw)

Richtlijn 2005/35/EG

Artikel 2 – alinea 1 – punt 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 20 bis

 

Wijzigingen van Richtlijn 2005/35/EG

 

Richtlijn 2005/35/EG wordt als volgt gewijzigd:

 

(1)  Artikel 2, punt 2, wordt vervangen door:

2. "Verontreinigende stoffen": stoffen die vallen onder de bijlagen I (olie) en II (schadelijke vloeistoffen in bulk) van Marpol 73/78.

"2.  "Verontreinigende stoffen": stoffen die vallen onder de bijlagen I (olie), II (schadelijke vloeistoffen in bulk), IV (afvalwater), V (vuilnis) en VI (met luchtverontreiniging verband houdende residuen) van Marpol 73/78, in de meeste actuele versie.".

((https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02005L0035-20091116) (Gekoppeld aan het amendement op artikel 20 bis (nieuw) waarin wordt voorgesteld de definitie van vervuilende stoffen in de richtlijn verontreiniging vanaf schepen te wijzigen.))

Motivering

In Richtlijn 2005/35/EG worden regels vastgesteld voor het opleggen van sancties in geval van lozingen van verontreinigende stoffen vanaf schepen. Deze richtlijn heeft momenteel alleen betrekking op afval genoemd in de bijlagen I (olie) en II (schadelijke vloeistoffen in bulk) bij het MARPOL-verdrag. Ze dient te worden gewijzigd om ook de lozingen genoemd in de bijlagen IV (afvalwater), V (vuilnis) en VI (met luchtverontreiniging verband houdende residuen) erin op te nemen. Indien deze lozingen met opzet gebeuren, door roekeloosheid of door ernstige nalatigheid, worden zij als een strafbaar feit beschouwd.

Amendement    53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 bis – alinea 1 – punt 2 (nieuw)

Richtlijn 2005/35/EG

Artikel 5 – lid 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(2)   Artikel 5, lid 1, wordt vervangen door:

1.   Een lozing van verontreinigende stoffen in een van de in artikel 3, lid 1, bedoelde gebieden wordt niet als inbreuk aangemerkt, wanneer zij voldoet aan de voorwaarden van bijlage I, voorschriften 15, 34, 4.1 of 4.3, of van bijlage II, voorschriften 13, 3.1.1 of 3.1.3 van Marpol 73/78.

“1.   Een lozing van verontreinigende stoffen in een van de in artikel 3, lid 1, bedoelde gebieden wordt niet als inbreuk aangemerkt, wanneer zij voldoet aan de voorwaarden van bijlage I, voorschriften 15, 34, 4.1 of 4.3, bijlage II, voorschriften 13, 3.1.1 of 3.1.3, bijlage IV, voorschriften 3 en 11, bijlage V, voorschriften 4, 5, 6 of 7, of bijlage VI, voorschrift 3, van Marpol 73/78, in de meest actuele versie.".

((https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02005L0035-20091116) (Gekoppeld aan het amendement op artikel 20 bis (nieuw) waarin wordt voorgesteld de definitie van vervuilende stoffen in de richtlijn verontreiniging vanaf schepen te wijzigen.))

Motivering

In het licht van de wijziging van de definitie van verontreinigende stoffen moeten de uitzonderingen dienovereenkomstig worden gewijzigd. De uitzonderingen moeten in overeenstemming zijn met die in het MARPOL-Verdrag.

Amendement    54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 bis – alinea 1 – punt 3 (nieuw)

Richtlijn 2005/35/EG

Artikel 5 – lid 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(3)   Artikel 5, lid 2, van Richtlijn 2005/35/EG wordt vervangen door:

2.   Een lozing van verontreinigende stoffen in de in artikel 3, lid 1, onder c), d) en e), bedoelde gebieden wordt voor de eigenaar, de kapitein of de bemanning niet als inbreuk aangemerkt, wanneer zij voldoet aan de voorwaarden van bijlage I, voorschrift 4.2, of van bijlage II, voorschrift 3.1.2 van Marpol 73/78.

2.   Een lozing van verontreinigende stoffen in de in artikel 3, lid 1, onder c), d) en e), bedoelde gebieden wordt voor de eigenaar, de kapitein of de bemanning niet als inbreuk aangemerkt, wanneer zij voldoet aan de voorwaarden van bijlage I, voorschrift 4.2, bijlage II, voorschrift 3.1.2, bijlage IV, voorschriften 3 en 11, bijlage V, voorschriften 4, 5, 6 of 7, of bijlage VI, voorschrift 3, van Marpol 73/78, in de meest actuele versie.".

((https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02005L0035-20091116) (Gekoppeld aan het amendement op artikel 20 bis (nieuw) waarin wordt voorgesteld de definitie van vervuilende stoffen in de richtlijn verontreiniging vanaf schepen te wijzigen.))

Motivering

In het licht van de wijziging van de definitie van verontreinigende stoffen moeten de uitzonderingen dienovereenkomstig worden gewijzigd. De uitzonderingen moeten in overeenstemming zijn met die in het MARPOL-Verdrag. Voor verontreinigende stoffen die onder de bijlagen IV, V of VI vallen, is er geen reden om verschillende uitzonderingen toe te passen voor zeestraten, de exclusieve economische zone of de volle zee.

Amendement    55

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 4 – kopje 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Categorieën van kosten voor de werking en het beheer van havenontvangstvoorzieningen

Categorieën kosten en netto-inkomsten in verband met de werking en het beheer van havenontvangstvoorzieningen

Motivering

Ook de netto-opbrengsten moeten worden vermeld. Zij moeten onder meer worden gebruikt om de kosten van passief opgevist afval te dekken.

Amendement    56

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 4 – kolom 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Netto-inkomsten

 

Netto-opbrengsten uit afvalbeheerregelingen en nationale/regionale financiering, met inbegrip van de onderstaande inkomstenelementen.

 

-  Financiële nettovoordelen afkomstig van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid;

 

-  Andere netto-inkomsten afkomstig van afvalbeheer zoals recyclingregelingen;

 

-  Financiering in het kader van het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij;

 

-  Andere financiering of subsidies voor havens ten behoeve van afvalbeheer en visserij.

Motivering

De netto-opbrengsten moeten worden vermeld. Zij moeten worden gebruikt om de kosten van passief opgevist afval te dekken.

Amendement    57

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

BIJLAGE 4 bis

 

VEREISTEN WAARAAN VAARTUIGEN DIE GEEN VISSERSVAARTUIG ZIJN MOETEN VOLDOEN OM IN AANMERKING TE KOMEN VOOR EEN VERLAGING VAN DE VERGOEDING ALS BEDOELD IN ARTIKEL 8, LID 5

 

Om voor een verlaging van de vergoeding in aanmerking te komen, moeten vaartuigen die geen vissersvaartuig zijn aan de volgende voorwaarden voldoen:

 

a)  vaststelling van een beheersplan voor afvalvermindering met maatregelen en procedures om het aan boord nemen van materiaal dat afval zou kunnen worden, tot een minimum te beperken;

 

b)  vaststelling van maatregelen en procedures om de afval die wordt geproduceerd bij de aanschaf van goederen en leveringen, te verminderen, onder meer:

 

-  materiaal gebruiken dat geleverd wordt in bulk- en gerecycleerde verpakkingen of herbruikbare verpakkingen en containers;

 

-  het gebruik van wegwerpbekers, -gereedschap, -schotels, -doeken, -vodden en andere gebruiksvoorwerpen zoveel mogelijk vermijden;

 

-  materiaal vermijden dat gemaakt is van of verpakt is in kunststof, tenzij het specifiek is ontworpen voor hergebruik;

 

c)  vaststelling van maatregelen en procedures ter vermindering van de hoeveelheid afval die ontstaat bij de selectie van de materialen voor het stuwen en vastzetten of beschermen van de lading tegen weersomstandigheden, onder meer:

 

-  permanent herbruikbare bekledingen te gebruiken voor de bescherming van de lading in plaats van wegwerp- of recyclebare plastic bekledingen,

 

-  stuwsystemen en -methoden te gebruiken waarbij stuw-, stut-, bekledings- en verpakkingsmateriaal wordt hergebruikt,

 

d)  scheiding aan de bron en inzameling, onder meer door te voorzien in duidelijk gemarkeerde afvalrecipiënten aan boord van het schip, om afval aan de bron op te vangen en te scheiden;

 

e)  voorzien in een opleiding voor de bemanning en invoering van operationele procedures om het onopzettelijk of opzettelijk lozen van afval te beperken;

 

f)  toepassing van tuchtprocedures en opleggen van sancties voor wangedrag van werknemers dat resulteert in het lozen van afval in zee.

Motivering

De voorwaarden om in aanmerking te komen voor een verlaging van de vergoeding moeten in een bijlage worden vastgelegd. Deze voorwaarden zijn gebaseerd op de richtsnoeren van MARPOL. De bepalingen inzake de opleiding voor de bemanning en de tuchtprocedures zijn toegevoegd door de rapporteur.

Amendement    58

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

BIJLAGE 4 ter

 

VEREISTEN WAARAAN VISSERSVAARTUIGEN MOETEN VOLDOEN OM IN AANMERKING TE KOMEN VOOR EEN VERLAGING VAN DE VERGOEDING ALS BEDOELD IN ARTIKEL 8, LID 5

 

Om voor een verlaging van de vergoeding in aanmerking te komen, moeten vissersvaartuigen aan de volgende voorwaarden voldoen:

 

1.  Voor alle vissersvaartuigen:

 

-  aanschaffen van vistuig en onderdelen die ontworpen zijn ter bevordering van hergebruik en recycling van afgedankt materiaal;

 

-  opleiding om het verlies van vistuig te voorkomen en verloren vistuig terug te halen;

 

-  afgifte in havenontvangstvoorzieningen van passief opgevist afval dat bij visserijactiviteiten in netten wordt opgehaald;

 

2.  Aanvullend bij punt 1 voor vissersvaartuigen van meer dan 12 meter:

 

a)  vaststelling van een beheersplan voor afvalvermindering met maatregelen en procedures om het aan boord nemen van materiaal dat afval zou kunnen worden, tot een minimum te beperken;

 

b)  vaststelling van maatregelen en procedures om de afval die wordt geproduceerd bij de aanschaf van goederen en leveringen, te verminderen, onder meer:

 

-  materiaal gebruiken dat geleverd wordt in bulk- en gerecycleerde verpakkingen of herbruikbare verpakkingen en containers;

 

-  het gebruik van wegwerpbekers, -gereedschap, -schotels, -doeken, -vodden en andere gebruiksvoorwerpen zoveel mogelijk vermijden;

 

-  materiaal vermijden dat gemaakt is van of verpakt is in kunststof, tenzij het specifiek is ontworpen voor hergebruik;

 

c)  vaststelling van maatregelen en procedures ter vermindering van de hoeveelheid afval die ontstaat bij de selectie van de materialen voor het stuwen en vastzetten of beschermen van de lading tegen weersomstandigheden, onder meer:

 

-  permanent herbruikbare bekledingen te gebruiken voor de bescherming van de lading in plaats van wegwerp- of recyclebare plastic bekledingen,

 

-  stuwsystemen en -methoden te gebruiken waarbij stuw-, stut-, bekledings- en verpakkingsmateriaal wordt hergebruikt,

 

d)  scheiding aan de bron en inzameling, onder meer door te voorzien in duidelijk gemarkeerde afvalrecipiënten aan boord van het schip, om afval aan de bron op te vangen en te scheiden;

 

e)  voorzien in een opleiding voor de bemanning en invoering van operationele procedures om het onopzettelijk of opzettelijk lozen van afval te beperken;

 

f)  toepassing van tuchtprocedures en opleggen van sancties voor wangedrag van werknemers dat resulteert in het lozen van afval in zee.

 

3.  In aanvulling op punt 1 voor vissersvaartuigen van meer dan 12 meter die uitsluitend binnen hun territoriale zeewateren opereren of nooit langer dan 24 uur op zee blijven:

 

-  de middelen aan boord hebben om verloren vistuig terug te halen.

Motivering

De criteria om in aanmerking te komen voor een vergoedingverlaging voor vissersvaartuigen moeten in een bijlage worden vastgelegd. Een aantal voorwaarden moeten van toepassing zijn op alle vissersvaartuigen, een aantal bijkomende voorwaarden alleen voor middelgrote/grote vaartuigen of kleine vaartuigen. Om in aanmerking te komen voor een vergoedingverlaging moeten alle vissersvaartuigen herbruikbare en recycleerbare netten aanschaffen. Middelgrote/grote vissersvaartuigen moeten maatregelen ter vermindering van de hoeveelheid afval vaststellen, gebaseerd op de MARPOL-richtsnoeren. Kleine vissersvaartuigen moeten worden gestimuleerd om de middelen aan boord te hebben waarmee verloren vistuig kan worden teruggehaald.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Havenontvangstvoorzieningen voor de afgifte van scheepsafval

Document- en procedurenummers

COM(2018)0033 – C8-0014/2018 – 2018/0012(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

TRAN

5.2.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

ENVI

5.2.2018

Medeverantwoordelijke commissies - datum bekendmaking

31.5.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Bas Eickhout

7.3.2018

Behandeling in de commissie

20.6.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

13.9.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

35

1

6

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Margrete Auken, Catherine Bearder, Simona Bonafè, Paul Brannen, Soledad Cabezón Ruiz, Nessa Childers, Birgit Collin-Langen, Miriam Dalli, Seb Dance, José Inácio Faria, Elisabetta Gardini, Arne Gericke, Jens Gieseke, Sylvie Goddyn, Françoise Grossetête, Jytte Guteland, Jean-François Jalkh, Urszula Krupa, Giovanni La Via, Jo Leinen, Peter Liese, Jiří Maštálka, Rory Palmer, Massimo Paolucci, Gilles Pargneaux, Bolesław G. Piecha, John Procter, Annie Schreijer-Pierik, Davor Škrlec, Renate Sommer, Adina-Ioana Vălean, Damiano Zoffoli

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Linnéa Engström, Elena Gentile, Carolina Punset, Bart Staes, Tiemo Wölken

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

José Blanco López, Santiago Fisas Ayxelà, Tonino Picula, Lieve Wierinck

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

35

+

ALDE

Catherine Bearder, Carolina Punset, Lieve Wierinck

GUE/NGL

Jiří Maštálka

PPE

Birgit Collin-Langen, José Inácio Faria, Santiago Fisas Ayxelà, Jens Gieseke, Françoise Grossetête, Giovanni La Via, Peter Liese, Annie Schreijer-Pierik, Renate Sommer, Adina-Ioana Vălean

S&D

José Blanco López, Simona Bonafè, Paul Brannen, Soledad Cabezón Ruiz, Nessa Childers, Miriam Dalli, Seb Dance, Elena Gentile, Jytte Guteland, Jo Leinen, Rory Palmer, Massimo Paolucci, Gilles Pargneaux, Tonino Picula, Tiemo Wölken, Damiano Zoffoli

Verts/ALE

Marco Affronte, Margrete Auken, Linnéa Engström, Davor Škrlec, Bart Staes

1

-

ECR

John Procter

6

0

ECR

Arne Gericke, Urszula Krupa, Bolesław G. Piecha

ENF

Sylvie Goddyn, Jean-François Jalkh

PPE

Elisabetta Gardini

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie visserij (13.7.2018)

aan de Commissie vervoer en toerisme

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake havenontvangstvoorzieningen voor de afgifte van scheepsafval, tot intrekking van Richtlijn 2000/59/EG en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG en Richtlijn 2010/65/EU

(COM(2018)0033 – C8-0014/2018 – 2018/0012(COD))

Rapporteur voor advies: Cláudia Monteiro de Aguiar

AMENDEMENTEN

De Commissie visserij verzoekt de bevoegde Commissie vervoer en toerisme onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis) In doelstelling 14 van de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling wordt gewezen op de bedreigingen als gevolg van vervuiling van de zee, eutrofiëring, uitputting van hulpbronnen en klimaatverandering, die alle voornamelijk worden veroorzaakt door activiteiten van de mens. Deze bedreigingen zorgen voor toenemende druk op milieusystemen, zoals biodiversiteit en natuurlijke infrastructuur, en tevens voor wereldwijde sociaaleconomische problemen, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, veiligheid en financiële risico's. De Europese Unie moet zich inzetten voor de bescherming van mariene soorten en steun verlenen aan degenen die zijn aangewezen op de zee, zij het voor hun werk, voor hulpbronnen dan wel voor recreatie.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis) Initiatieven in de visserijsector die tot doel hebben de hoeveelheid van de visserij afkomstig afval te verminderen of om plastic afval, waaronder verloren vistuig, te bergen, zijn een goede zaak.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) Richtlijn 2008/98/EG bevat de belangrijkste beginselen inzake afvalstoffenbeheer, zoals het beginsel "de vervuiler betaalt" en de afvalhiërarchie, volgens dewelke het hergebruik en de recycling van afval voorrang moeten krijgen op andere vormen van hergebruik en verwijdering van afval, en op grond waarvan systemen voor gescheiden afvalinzameling moeten worden opgezet. Deze verplichtingen gelden ook voor het beheer van afval van schepen.

(11) Richtlijn 2008/98/EG bevat de belangrijkste beginselen inzake afvalstoffenbeheer, zoals het beginsel "de vervuiler betaalt" en de afvalhiërarchie, volgens dewelke het hergebruik en de recycling van afval voorrang moeten krijgen op andere vormen van hergebruik en verwijdering van afval, en op grond waarvan systemen voor gescheiden afvalinzameling moeten worden opgezet. Een ander leidend beginsel van de afvalstoffenwetgeving van de Unie is de uitbreiding van de aansprakelijkheid van producenten, op grond waarvan producenten gedurende de gehele levenscyclus van hun producten verantwoordelijk zijn voor de milieueffecten ervan. Die verplichtingen gelden ook voor het beheer van afval van schepen.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18 bis) In sommige lidstaten zijn regelingen ingevoerd voor financiering van de kosten die voor vissers kunnen ontstaan bij het inleveren van afgedankt vistuig of actief en passief opgevist afval. Dergelijke regelingen zouden kunnen worden ondersteund door regelingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die de overeenkomstig onderhavige richtlijn ingevoerde kostendekkingssystemen aanvullen. Als zodanig zouden deze kostendekkingssystemen vissersvaartuigen en havengemeenschappen niet mogen ontmoedigen om aan bestaande inleverregelingen voor actief en passief opgevist afval deel te nemen.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 ter) Om de afgifte van passief opgevist afval dat bij normale visserijactiviteiten in netten wordt opgehaald te bevorderen, moeten de lidstaten de kosten in verband met de inzameling in havenontvangstvoorzieningen en het daaropvolgend beheer voor hun rekening nemen met inkomsten uit alternatieve inkomstenbronnen.

Motivering

Deze richtlijn moet ook betrekking hebben op passief opgevist afval. De afgifte van passief opgevist afval mag niet tot extra kosten voor de vissersvaartuigen leiden. De kosten van de inzameling van passief opgevist afval in havenontvangstvoorzieningen en de verdere verwerking dienen te worden gefinancierd uit alternatieve inkomstenbronnen.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19) Met betrekking tot afvalbeheer moet verder werk worden gemaakt van het concept van "groen schip", zodat een effectief beloningssysteem kan worden toegepast voor schepen die hun afval aan boord beperken.

(19) Met betrekking tot afvalbeheer moet het concept van "groen schip" worden toegepast. In de hele Unie moeten minimumvoorschriften worden vastgesteld, zodat een effectief beloningssysteem kan worden toegepast voor schepen die hun afval aan boord beperken, in overeenstemming met de beste praktijken en de IMO-richtsnoeren voor 2017 voor de tenuitvoerlegging van bijlage V bij het MARPOL-verdrag. Daarnaast wordt afvalvermindering in de eerste plaats bewerkstelligd door een effectieve gescheiden afvalinzameling aan boord van schepen, in overeenstemming met de IMO-richtsnoeren voor MARPOL-bijlage V en de normen van de Internationale Organisatie voor normalisatie.

Motivering

Het concept van "groen schip" moet nu al worden toegepast, temeer daar er al duidelijke richtsnoeren voor bestaan.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 bis) Vistuig van kunststof heeft een groot recyclingpotentieel, met name wanneer het op de juiste wijze is ontworpen. In overeenstemming met het beginsel dat de vervuiler betaalt, moeten er daarom regelingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid worden vastgesteld om een gezond afvalbeheer van vistuig en onderdelen van vistuig te financieren en hoge niveaus van inzameling te bereiken.

Motivering

De vereisten van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid moeten ook gelden voor vistuig.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 32 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32 bis)   De specifieke kenmerken van de ultraperifere regio's, erkend in artikel 349 van het VWEU, moeten in aanmerking worden genomen, daar deze regio's mogelijk niet voor adequate havenontvangstvoorzieningen kunnen zorgen. Er moet dus rekening worden gehouden met hun bijzondere status. Om die reden moeten lidstaten dus in staat worden gesteld specifieke financieringsmaatregelen te treffen zodat deze regio's voor adequate ontvangstvoorzieningen kunnen zorgen.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  "afval van schepen": alle afval, met inbegrip van ladingresiduen, dat tijdens de exploitatie van een schip of tijdens laad-, los- en schoonmaakactiviteiten ontstaat, of afval dat tijdens visserijactiviteiten in netten terechtkomt, en dat onder het toepassingsgebied van de bijlagen I, II, IV, V en VI van MARPOL valt;

c)  "afval van schepen": alle afval, met inbegrip van ladingresiduen, dat tijdens de exploitatie van een schip of tijdens laad-, los- en schoonmaakactiviteiten ontstaat, en dat onder het toepassingsgebied van de bijlagen I, II, IV, V en VI van MARPOL valt;

Motivering

Alle vormen van afval in verband met visserij moeten worden gedefinieerd om ervoor te zorgen dat onrechtvaardige verplichtingen worden uitgesloten, bijvoorbeeld betreffende visafval in verband met activiteiten aan boord.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  "afval van schepen": alle afval dat tijdens de exploitatie van een schip of tijdens laad-, los- en schoonmaakactiviteiten ontstaat, en dat rechtstreeks onder het toepassingsgebied van de bijlagen I, II, IV, V en VI van MARPOL valt, maar uitgezonderd verse hele vis of niet-verse vis afkomstig van visserijactiviteiten die tijdens de reis of aquacultuuractiviteiten worden uitgevoerd.

Motivering

Alle vormen van afval in verband met visserij moeten worden gedefinieerd om ervoor te zorgen dat onrechtvaardige verplichtingen worden uitgesloten, bijvoorbeeld betreffende visafval in verband met activiteiten aan boord.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter c ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c ter)  "passief verzameld afval": afval dat in netten terechtkomt tijdens visserijactiviteiten.

Motivering

Alle vormen van afval in verband met visserij moeten worden gedefinieerd om ervoor te zorgen dat onrechtvaardige verplichtingen worden uitgesloten, bijvoorbeeld betreffende visafval in verband met activiteiten aan boord.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter c quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c quater)  "actief verzameld afval": afval dat wordt verzameld tijdens voor andere doeleinden dan visserij plaatsvindende reizen die uitsluitend tot doel hebben afval uit de zee te verwijderen;

Motivering

Alle vormen van afval in verband met visserij moeten worden gedefinieerd om ervoor te zorgen dat onrechtvaardige verplichtingen worden uitgesloten, bijvoorbeeld betreffende visafval in verband met activiteiten aan boord.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – letter f bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f bis)  "visreis": elke verplaatsing die een vissersvaartuig met het oog op het verrichten van visserijactiviteiten maakt en die begint wanneer het vissersvaartuig een haven verlaat en eindigt wanneer het in de haven van vertrek aankomt dan wel in een andere haven waar het zijn lading lost;

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. De lidstaten stellen uitgebreide regelingen voor producentenaansprakelijkheid vast voor vistuig en onderdelen van vistuig die voldoen aan de minimumvereisten zoals neergelegd in artikel 8 bis van Richtlijn 2008/98/EG en die voorzien in gedifferentieerde financiële bijdragen welke het op de markt brengen aanmoedigen van vistuig dat ontworpen is om te worden gerecycled;

Motivering

De lidstaten moeten verplichte regelingen voor uitgebreide producentenaansprakelijkheid vaststellen en ten uitvoer leggen in havens, in overeenstemming met de minimumexploitatievoorwaarden van de herziene kaderrichtlijn afvalstoffen, met de nadruk op gedifferentieerde vergoedingen om te stimuleren dat vistuig zo wordt ontworpen dat het gemakkelijk kan worden gerecycled.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4 bis.  Gezien de specifieke kenmerken van de ultraperifere regio's, erkend in artikel 349 van het VWEU, kunnen de lidstaten specifieke financieringsmaatregelen treffen zodat deze regio's voor adequate ontvangstvoorzieningen kunnen zorgen. Daarnaast kan de lidstaten voor hun ultraperifere regio's een ontheffing van twee jaar van bovengenoemde verplichtingen worden verleend indien ervan moet worden uitgegaan dat dat deze regio's niet voor adequate havenontvangstvoorzieningen kunnen zorgen.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze eis geldt niet in kleine onbemande havens of in afgelegen havens, mits de lidstaat waarin een dergelijke haven is gelegen, deze informatie elektronisch heeft ingevoerd in het in artikel 14 van deze richtlijn bedoelde luik van het informatie-, monitoring- en handhavingssysteem.

Deze eis geldt niet in onbemande, kleine havens of in afgelegen havens, mits de lidstaat waarin een dergelijke haven is gelegen, deze informatie elektronisch heeft ingevoerd in het in artikel 14 van deze richtlijn bedoelde luik van het informatie-, monitoring- en handhavingssysteem.

Motivering

Indien een schip zijn afval in kleine havens aflevert buiten werkdagen of buiten de normale werktijd, is er wellicht onvoldoende menskracht aanwezig en krijgt het schip geen bewijs van de afgifte van afval.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis. Als het verloren vistuig niet kan worden teruggehaald, neemt de kapitein van het vaartuig de informatie over het verloren vistuig in het logboek op. De bevoegde autoriteit van de vlaggenlidstaat brengt de bevoegde autoriteit van de kustlidstaat op de hoogte.

 

De lidstaten verzamelen en registreren informatie over verloren vistuig en verstrekken die informatie jaarlijks aan de Commissie.

Motivering

Het ontwerpverslag van de ten principale bevoegde commissie TRAN bevat vergelijkbare vereisten, maar deze zouden een overdracht van bevoegdheden aan de Commissie met betrekking tot het formaat van het verslag inhouden. Met een aanpassing van de vereisten aan de formulering in artikel 1, punt 42, van het voorstel voor een verordening wat betreft visserijcontroles (COM(2018) 368 final) wordt voorkomen dat er mogelijk uiteenlopende vereisten worden vastgesteld.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7. Als de volgende aanloophaven zich buiten de Unie bevindt of als er goede redenen zijn om aan te nemen dat in de volgende aanloophaven geen toereikende havenontvangstvoorzieningen beschikbaar zijn, of als deze haven niet bekend is, verplicht de lidstaat het schip om al zijn afval vóór vertrek af te geven.

7. Als de volgende aanloophaven zich buiten de Unie bevindt en als er goede redenen zijn om aan te nemen dat in de volgende aanloophaven geen toereikende havenontvangstvoorzieningen beschikbaar zijn, of als deze haven niet bekend is, verplicht de lidstaat het schip om al zijn afval vóór vertrek af te geven.

Motivering

Indien schepen nog voldoende opslagruimte hebben om hun activiteiten voort te zetten zonder een deel van het afval af te geven, maar vooral in het licht van de brexit gaat het te ver om schepen voor te schrijven dat zij al hun afval voor vertrek in een haven van de Europese Unie moeten afleveren. De vrijstelling zou bijvoorbeeld niet van toepassing zijn op een vissersvaartuig dat uit Frankrijk vertrekt, de vis in een haven van het VK aanlandt en terugkeert naar Frankrijk. Hetzelfde geldt voor de ultraperifere regio's.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de kosten van de werking van havenontvangstvoorzieningen voor de ontvangst en verwerking van afval van schepen, met uitzondering van ladingresiduen, worden gedekt door vergoedingen van schepen. Deze kosten omvatten de in bijlage 4 vermelde elementen.

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de kosten van de werking van havenontvangstvoorzieningen voor de ontvangst en verwerking van afval van schepen, met uitzondering van ladingresiduen, worden gedekt door een combinatie van vergoedingen van schepen, inkomsten uit afvalbeheersregelingen en andere middelen. Deze kosten omvatten de in bijlage 4 vermelde elementen.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  om de afgifte van afval zoveel mogelijk te stimuleren, zoals bepaald in bijlage V van MARPOL, met inbegrip van afval dat tijdens visserijactiviteiten in netten terechtkomt, moet de indirecte vergoeding alle kosten van de havenontvangstvoorzieningen voor dit afval dekken en het recht verlenen om afval af te geven zonder dat aanvullende directe vergoedingen hoeven te worden betaald;

c)  om de afgifte van afval zoveel mogelijk te stimuleren, zoals bepaald in bijlage V van MARPOL, is afval dat actief en passief door vissersvaartuigen is verzameld, vrijgesteld van de toepassing van de in onderhavige richtlijn neergelegde directe-vergoedingsregeling. De indirecte vergoeding moet alle kosten van de havenontvangstvoorzieningen voor dit afval dekken en het recht verlenen om afval af te geven zonder dat aanvullende directe vergoedingen hoeven te worden betaald.

 

Daarnaast kunnen op nationaal en regionaal niveau andere maatregelen worden vastgesteld en gefinancierd om de kosten te drukken en vissers ertoe aan te zetten actief en passief afval te verzamelen;

 

Teneinde te voorkomen dat de kosten van de inzameling in havenontvangstvoorzieningen en van de verdere verwerking van passief opgevist afval ten laste komen van de havengebruikers, dekken de lidstaten deze kosten volledig met de inkomsten uit de in bijlage 4 genoemde alternatieve inkomstenbronnen;

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De vergoedingen kunnen variëren op basis van, bijvoorbeeld, de categorie, het type en de grootte van het schip en het type verkeer waaraan het schip deelneemt, en op basis van diensten die buiten de normale werktijd in de haven worden verleend.

4. De vergoedingen kunnen variëren op basis van, bijvoorbeeld, de categorie, het type en de grootte van het schip, de erkenning ervan als "groen schip" en het type verkeer waaraan het schip deelneemt, van de verschillende soorten en categorieën afval zoals gedefinieerd in bijlage 3, en van de verschillende types ontvangst naar gelang het type haven, alsmede op basis van diensten die buiten de normale werktijd in de haven worden verleend.

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De vergoedingen worden verlaagd als het ontwerp, de apparatuur en de exploitatie van het schip zodanig zijn dat kan worden aangetoond dat het schip beperkte hoeveelheden afval produceert en zijn afval op duurzame en milieuvriendelijke wijze beheert. De Commissie krijgt de bevoegdheid om, aan de hand van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 19, criteria op te stellen om te bepalen of een schip voldoet aan de eisen van deze alinea met betrekking tot afvalbeheer aan boord.

5. De vergoedingen worden verlaagd als het ontwerp, de apparatuur en de exploitatie van het schip zodanig zijn dat kan worden aangetoond dat het schip beperkte hoeveelheden afval produceert of zijn afval op duurzame en milieuvriendelijke wijze beheert via een systeem voor afvalscheiding aan boord overeenkomstig de door de nationale of regionale autoriteiten vastgestelde beheersplannen. De Commissie krijgt de bevoegdheid om, aan de hand van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 19, criteria op te stellen om te bepalen of een schip voldoet aan de eisen van deze alinea met betrekking tot afvalbeheer aan boord.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  het bestaan van een onder b) bedoelde regeling wordt aangetoond door een ondertekende overeenkomst met een haven of afvalbedrijf, door ontvangstbewijzen voor de afgifte van afval, en door de bevestiging dat deze regeling door alle havens op de route van het schip wordt aanvaard. Een schip kan alleen aantonen dat het aan de bepalingen van deze alinea voldoet aan de hand van een regeling voor de levering en betaling van de vergoeding in een haven die in de Unie is gelegen.

c)  het bestaan van een onder b) bedoelde regeling wordt aangetoond door een ondertekende overeenkomst met een haven of afvalbedrijf en door ontvangstbewijzen voor de afgifte van afval. Een schip kan alleen aantonen dat het aan de bepalingen van deze alinea voldoet aan de hand van een regeling voor de levering en betaling van de vergoeding in een haven die in de Unie is gelegen.

Motivering

De verplichting dat alle havens op de route van het schip uitdrukkelijk moeten aanvaarden en bevestigen dat een vaartuig besloten heeft zijn afval af te geven, overeenkomstig een afvalregeling, in een bepaalde haven, zorgt voor overbodige rompslomp en extra werk voor vissersvaartuigen en havenautoriteiten, en draagt niet bij aan het bereiken van de in onderhavige richtlijn neergelegde doelstellingen.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 9 bis

 

Maatregelen van de lidstaten

 

1. De lidstaten zorgen ervoor dat alle havens die ontvangstvoorzieningen voor vissersvaartuigen bieden, met uitzondering van afgelegen havens of havens met slechts een klein aantal vissersvaartuigen, initiatieven voor het bergen van afval ontplooien om het verzamelen en meten van bij normale visserijactiviteiten passief opgevist afval aan te moedigen. 

 

2. Dergelijke regelingen worden opgezet aan de hand van de richtsnoeren in de Ospar-aanbeveling 2016/1 over het verminderen van afval in zee via de uitvoering van initiatieven voor het bergen van afval. 

 

3. De lidstaten kunnen een nationaal fonds oprichten en handhaven voor ondersteuning van het verzamelen van passief opgevist afval van vissersvaartuigen. Dit fonds kan worden gebruikt om de werking van initiatieven voor het bergen van afval te waarborgen, waaronder het verstrekken van speciale voorzieningen voor het opslaan van afval aan boord, toezicht op passief opgevist afval, scholing en bevordering van vrijwillige deelname aan het initiatief, de kosten van afvalverwijdering en de kosten van personeel dat voor het functioneren van dergelijke regelingen nodig is. 

 

4. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de gegevens over de hoeveelheid passief opgevist afval bijeen worden gebracht en worden opgeslagen in een nationale of regionale databank, ten behoeve van monitoring en evaluatie. De lidstaten stellen de Commissie per 31 december [twee jaar na goedkeuring] in kennis van de oprichting van hun nationale fondsen en dienen vervolgens om de twee jaar een verslag in over de activiteiten die krachtens dit artikel gefinancierd worden.

Motivering

Initiatieven voor het bergen van afval zijn voor het eerst gelanceerd in Zweden in 2002. De hoeveelheid afval die via dergelijke regelingen wordt verzameld, kan aanzienlijk zijn. Het Ospar-verdrag bevat richtsnoeren voor de manier waarop een project voor het bergen van afval kan worden opgezet (Ospar-overeenkomst 2017-08). Zulke regelingen zijn vrijwillig, maar vereisen een aanzienlijke inzet om te waarborgen dat de bemanning van schepen aan de regeling deelneemt. Vissersvaartuigen moeten worden uitgerust met een grote stevige zak om passief opgevist afval separaat te verzamelen, en als het vaartuig teruggekeerd is in de haven moet het afval worden gewogen en moeten de gegevens worden verzameld alvorens het afval wordt verwijderd. Gezien de kosten van het opzetten en runnen van dergelijke regelingen kan het zijn dat de 100 % indirecte vergoeding van de kosten van afvalafgifte in havens aanzienlijk wordt verhoogd. Aangezien het meeste passief opgeviste afval wellicht niet afkomstig is van visserijactiviteiten kan beargumenteerd worden dat vissersvaartuigen niet mogen worden verplicht om hiervoor te betalen. Zouden zij wel moeten betalen, zou dit een stimulans zijn om niet aan dergelijke activiteiten deel te nemen. Een nationaal fonds zou de kosten voor het bergen van afval over alle vaartuigen in dat gebied verdelen.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 9 ter

 

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid

 

De lidstaten stellen regelingen vast inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor vistuig en onderdelen van vistuig. Bovenop de minimumvereisten van artikel 8 bis van Richtlijn 2008/98/EG omvatten dergelijke regelingen een gedifferentieerde vergoeding ter aanmoediging van het in de handel brengen van vistuig dat is ontworpen en voorbereid voor hergebruik en recycling.

Motivering

De lidstaten moeten verplichte regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vaststellen en ten uitvoer leggen, in overeenstemming met de minimumvereisten van de herziene kaderrichtlijn afvalstoffen, met de nadruk op gedifferentieerde vergoedingen om te stimuleren dat vistuig zo wordt ontworpen dat het gemakkelijk kan worden gerecycled.

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 4 – tabel – kolom 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Inkomsten

 

Inkomsten uit de regeling inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (EPR) en beschikbare nationale/regionale financiering, met inbegrip van de hieronder genoemd elementen.

 

- Inzameling, vervoer en behandeling van niet gescheiden ingezameld afval (afval dat onder de EPR valt maar niet in een afzonderlijk inzamelingskanaal komt, bijvoorbeeld afval dat samen met gemengd gemeentelijk afval wordt ingezameld);

 

- Voorlichting aan en bewustmaking van het publiek;

 

- Maatregelen ter voorkoming van het ontstaan van afval;

 

- Voorkoming en beheer van zwerfafval;

 

- Handhaving van en toezicht op het EPR-systeem (met inbegrip van audits, maatregelen tegen profiteurs, enz.);

 

- Administratie, communicatie alsmede gegevensbeheer en verslaglegging met betrekking tot het inzetten van collectieve regelingen;

 

- Financiering uit hoofde van het EFMZV;

 

- Andere financiering of subsidies voor havens ten behoeve van afvalbeheer en visserij.

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 4 – titel 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Categorieën van kosten voor de werking en het beheer van havenontvangstvoorzieningen

Categorieën van kosten en netto-inkomsten in verband met de werking en het beheer van havenontvangstvoorzieningen

Motivering

Er dient ook te worden gewezen op de netto-inkomsten, die onder meer moeten worden gebruikt om de kosten van passief opgevist afval te dekken.

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 4 – tabel – kolom 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Netto-inkomsten

 

Netto-opbrengsten uit afvalbeheerregelingen en nationale/regionale financiering, met inbegrip van de onderstaande inkomstenelementen:

 

– financiële nettovoordelen afkomstig van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid;

 

– andere netto-inkomsten afkomstig van afvalbeheer zoals recyclingregelingen;

 

– financiering in het kader van het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij;

 

– andere financiering of subsidies voor havens ten behoeve van afvalbeheer en visserij.

Motivering

Er dient ook te worden gewezen op de netto-inkomsten, die onder meer moeten worden gebruikt om de kosten van passief opgevist afval te dekken.

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 5 – regel 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

[naam van het schip] [IMO-nummer] [naam van de vlaggenstaat]

[naam van het schip] [IMO-nummer] [naam van de vlaggenstaat]

voert geregelde diensten uit, waarbij frequent en regelmatig havens worden aangedaan in [naam van de lidstaat] volgens een dienstregeling of een vooraf vastgestelde route:

voert geregelde diensten of visreizen uit, waarbij frequent en regelmatig havens worden aangedaan in [naam van de lidstaat] volgens een dienstregeling of een vooraf vastgestelde route:

Motivering

Het is duidelijk dat de richtlijn vooral gericht is op maritiem vervoer, maar visserij- en pleziervaartuigen voeren ook geregelde diensten uit waarbij frequent en regelmatig havens worden aangedaan, zodat er een ontheffing mogelijk zou moeten zijn van de eisen inzake verplichte afgifte van scheepsafval, de voorafgaande kennisgeving van afval, en de betaling van de verplichte vergoeding in bepaalde havens langs de route.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Havenfaciliteiten voor het lossen van scheepsafval

Document- en procedurenummers

COM(2018)0033 – C8-0014/2018 – 2018/0012(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

TRAN

5.2.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

PECH

19.4.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Cláudia Monteiro de Aguiar

20.3.2018

Behandeling in de commissie

21.3.2018

20.6.2018

 

 

Datum goedkeuring

11.7.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

22

1

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Clara Eugenia Aguilera García, Alain Cadec, Richard Corbett, Linnéa Engström, João Ferreira, Sylvie Goddyn, Mike Hookem, Ian Hudghton, Werner Kuhn, António Marinho e Pinto, Norica Nicolai, Liadh Ní Riada, Ulrike Rodust, Annie Schreijer-Pierik, Remo Sernagiotto, Ricardo Serrão Santos, Isabelle Thomas, Ruža Tomašić, Peter van Dalen

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Izaskun Bilbao Barandica, Giuseppe Ferrandino, Francisco José Millán Mon

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Deirdre Clune, Dieter-Lebrecht Koch, Fernando Ruas, Wim van de Camp

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

22

+

ALDE

António Marinho e Pinto, Norica Nicolai

ECR

Peter van Dalen, Remo Sernagiotto, Ruža Tomašić

PPE

Alain Cadec, Wim van de Camp, Deirdre Clune, Dieter-Lebrecht Koch, Werner Kuhn, Francisco José Millán Mon, Fernando Ruas, Annie Schreijer-Pierik

S&D

Clara Eugenia Aguilera García, Nicola Caputo, Giuseppe Ferrandino, Ulrike Rodust, Ricardo Serrão Santos, Isabelle Thomas

VERTS/ALE

Marco Affronte, Linnéa Engström, Ian Hudghton

1

-

EFDD

Mike Hookem

3

0

ENF

Sylvie Goddyn

GUE/NGL

João Ferreira, Liadh Ní Riada

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Havenontvangstvoorzieningen voor de afgifte van scheepsafval

Document- en procedurenummers

COM(2018)0033 – C8-0014/2018 – 2018/0012(COD)

Datum indiening bij EP

16.1.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

TRAN

5.2.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

ENVI

5.2.2018

PECH

19.4.2018

 

 

Medeverantwoordelijke commissies

       Datum bekendmaking

ENVI

31.5.2018

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Gesine Meissner

19.2.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

10.7.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

9.10.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

46

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Daniela Aiuto, Marie-Christine Arnautu, Inés Ayala Sender, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Deirdre Clune, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Andor Deli, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Jacqueline Foster, Tania González Peñas, Dieter-Lebrecht Koch, Merja Kyllönen, Innocenzo Leontini, Bogusław Liberadzki, Peter Lundgren, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Marian-Jean Marinescu, Georg Mayer, Gesine Meissner, Renaud Muselier, Markus Pieper, Gabriele Preuß, Christine Revault d’Allonnes Bonnefoy, Dominique Riquet, Massimiliano Salini, Claudia Schmidt, Jill Seymour, Claudia Țapardel, Keith Taylor, Pavel Telička, Peter van Dalen, Wim van de Camp, Marie-Pierre Vieu, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Janusz Zemke, Kosma Złotowski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Francisco Assis, Jakop Dalunde, Michael Detjen, Maria Grapini, Ryszard Antoni Legutko, Marek Plura

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Angel Dzhambazki, John Howarth, Clare Moody

Datum indiening

15.10.2018


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

46

+

ALDE

Izaskun Bilbao Barandica, Gesine Meissner, Dominique Riquet, Pavel Telička

ECR

Angel Dzhambazki, Ryszard Antoni Legutko, Peter Lundgren, Kosma Złotowski, Peter van Dalen

EFDD

Daniela Aiuto

ENF

Marie-Christine Arnautu, Georg Mayer

GUE/NGL

Tania González Peñas, Merja Kyllönen, Marie-Pierre Vieu

PPE

Georges Bach, Deirdre Clune, Andor Deli, Dieter-Lebrecht Koch, Innocenzo Leontini, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Marian-Jean Marinescu, Renaud Muselier, Markus Pieper, Marek Plura, Massimiliano Salini, Claudia Schmidt, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Luis de Grandes Pascual, Wim van de Camp

S&D

Francisco Assis, Inés Ayala Sender, Isabella De Monte, Michael Detjen, Ismail Ertug, Maria Grapini, John Howarth, Bogusław Liberadzki, Clare Moody, Gabriele Preuß, Christine Revault d'Allonnes Bonnefoy, Claudia Țapardel, Janusz Zemke

VERTS/ALE

Michael Cramer, Jakop Dalunde, Keith Taylor

2

-

ECR

Jacqueline Foster

EFDD

Jill Seymour

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 6 november 2018Juridische mededeling - Privacybeleid