Procedure : 2018/2179(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0143/2019

Ingediende teksten :

A8-0143/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.40

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0281

VERSLAG     
PDF 186kWORD 62k
1.3.2019
PE 626.809v02-00 A8-0143/2019

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound) voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2179(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Petri Sarvamaa

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2179(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van de Stichting(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan de Stichting te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8‑0069/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden(5), en met name artikel 16,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0143/2019),

1.  verleent de directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Stichting voor het begrotingsjaar 2017;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2179(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van de Stichting(7),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(8) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan de Stichting te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8‑0069/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(9), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(10), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden(11), en met name artikel 16,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(12), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0143/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2179(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0143/2019),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden ("de Stichting") voor het begrotingsjaar 2017 volgens haar staat van ontvangsten en uitgaven(13) 20 480 000 EUR bedroeg, een daling van 1,49 % ten opzichte van 2016; overwegende dat de begroting van de Stichting voornamelijk wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Stichting voor het begrotingsjaar 2017 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Stichting betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  stelt met tevredenheid vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2017 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 100 %, hetzelfde als in 2016; neemt nota van het feit dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 80,7 % bedroeg, wat neerkomt op een daling van 4,1 % ten opzichte van 2016;

Annulering van overdrachten

2.  verwelkomt het feit dat de annuleringen van overdrachten van 2016 naar 2017 in totaal 37 528 EUR bedroegen, d.w.z. 1,2 % van het totale overgedragen bedrag, een daling van 3,7 % ten opzichte van 2016;

Prestaties

3.  stelt met tevredenheid vast dat de Stichting gebruikmaakt van bepaalde essentiële prestatie-indicatoren (KPI's), die deel uitmaken van haar systeem voor prestatietoezicht, dat naast de KPI's bestaat uit "metriek" (andere indicatoren voor operationele processen) en kwalitatieve beoordeling en evaluatie, om de toegevoegde waarde, met inbegrip van het resultaat en de impact van haar activiteiten te beoordelen, en om haar begrotingsbeheer te verbeteren;

4.  wijst erop dat de voor 2017 geplande outputs van het werkprogramma voor 90 % werden verwezenlijkt (35 van de 39 outputs), terwijl vier outputs moesten worden uitgesteld als gevolg van onvoorziene gebeurtenissen, en begin 2018 opnieuw werden gepland, en dat de Stichting bijdroeg aan 194 evenementen op het niveau van de Unie voor beleidsontwikkeling (49 % daarvan waren prioritaire evenementen op het niveau van de Unie);

5.  waardeert dat de kwalitatief hoogwaardige werkzaamheden van de Stichting voor het vergroten en verspreiden van kennis hebben bijgedragen aan het uitwerken en realiseren van betere levens- en arbeidsomstandigheden in de Unie; onderkent dat de Stichting een actieve en essentiële bijdrage levert aan de ontwikkeling van beleid en een actieve rol speelt als bron van informatie voor lopende EU-initiatieven, zoals de implementatie van de Europese pijler van sociale rechten, het combineren van werk en privéleven, toegang tot sociale bescherming en het verbeteren van de arbeidsomstandigheden; verwelkomt de analyse en input van de Stichting wat betreft trends op het gebied van levenskwaliteit tegen de achtergrond van het veranderende sociale en economische profiel in het "overview report" van de vierde Europese levenskwaliteitsenquête;

6.  neemt nota van de door de Stichting geboekte vooruitgang bij het voltooien van haar vierjarige programma waarin vier specifieke, prioritaire beleidsterreinen zijn vastgesteld voor het toekomstige werkprogramma van de Stichting;

7.  stelt met waardering vast dat de Stichting de samenwerking met andere EU-agentschappen heeft voortgezet en acties heeft uitgevoerd die zijn overeengekomen in jaarplannen met het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (EU-OSHA), het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, het Europees Instituut voor gendergelijkheid, de Europese Stichting voor opleiding (ETF) en het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop), en in samenwerking met het Cedefop verder heeft gewerkt aan de vierde Europese bedrijfsenquête en de verdeling van de enquêtekosten; wijst erop dat de Stichting het initiatief heeft genomen tot een nieuw kadercontract tussen agentschappen voor evaluatie- en feedbackdiensten, waaraan acht agentschappen deelnemen;

8.  merkt op dat de Stichting samen met het Cedefop, EU-OSHA en de ETF het onderwerp was van de externe evaluatie van de agentschappen, die betrekking had op de periode 2012-2016 en zich toespitste op de beoordeling van de werkzaamheden van de agentschappen wat betreft relevantie, doeltreffendheid, efficiëntie, coherentie en toegevoegde waarde van de Unie, alsook op de toekomst van de vier agentschappen; verzoekt de Stichting aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de resultaten van het eindverslag, met name wat betreft de evaluatie van de toegevoegde waarde die de Stichting levert voor de Unie, en de standpunten over de toekomst van de Stichting;

9.  stelt met voldoening vast dat het voorstel van de Commissie voor een nieuwe oprichtingsverordening voorziet in de verplichting om elke vijf jaar een externe evaluatie uit te voeren;

Personeelsbeleid

10.  wijst erop dat de personeelsformatie op 31 december 2017 voor 95,70 % ingevuld was, aangezien 89 ambtenaren of tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 93 posten die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (95 toegestane posten in 2016); stelt vast dat in 2017 bovendien tien contractanten en één gedetacheerde nationale deskundige voor de Stichting werkten;

11.  verwelkomt de resultaten van het functieonderzoek dat in december 2017 is uitgevoerd, en dat een relatief hoge mate van stabiliteit van jaar tot jaar liet zien;

12.  merkt op dat de Stichting in 2017 beleid heeft vastgesteld ter bescherming van de persoonlijke waardigheid en ter voorkoming van intimidatie, en bovendien een programma voor waardigheid en respect heeft ingevoerd;

13.  stelt op grond van het verslag van de Rekenkamer vast dat de Stichting melding heeft gemaakt van te lage en te hoge betalingen aan 30 personeelsleden in de periode 2005-2014 in verband met de overgang naar het nieuwe Statuut van de Unie in 2005; wijst erop dat de Stichting alle te lage betalingen heeft gecorrigeerd, maar de te hoge betalingen niet zal terugvorderen; merkt op dat er een volledige evaluatie van de salarisadministratie is uitgevoerd en dat er maatregelen zijn genomen, maar dat de kwestie nog niet is afgerond; verzoekt de Stichting zich te blijven inspannen om het probleem op te lossen en de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de voortgang;

Aanbestedingen

14.  merkt op dat de raadgevende commissie voor aankopen en overeenkomsten (ACPC) van de Stichting in 2017 in totaal 30 dossiers heeft onderzocht; wijst erop dat de ACPC een jaarlijkse ex-postverificatie uitvoert van een aantal willekeurig gekozen gegunde opdrachten van lage waarde; stelt met tevredenheid vast dat de ACPC in het algemeen tevreden was over de naleving van de aanbestedingsprocedures door de Stichting in 2017;

15.  neemt kennis van de opmerking in het verslag van de Rekenkamer dat de Stichting eind 2017 nog niet alle instrumenten gebruikte die de Commissie heeft ingezet voor de invoering van één oplossing voor de elektronische uitwisseling van informatie met derden die deelnemen aan openbare aanbestedingsprocedures (e‑aanbesteding); maakt uit het antwoord van de Stichting op dat sommige van de instrumenten reeds worden gebruikt; verzoekt de Stichting alle nodige instrumenten voor het beheer van aanbestedingsprocedures in te voeren en bij de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de uitvoering daarvan;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

16.  neemt kennis van de bestaande maatregelen en lopende inspanningen van de Stichting met het oog op transparantie, preventie van en omgang met belangenconflicten en bescherming van klokkenluiders; is verheugd dat de Stichting in 2017 een ethische code heeft ingevoerd en heeft toegezegd de kwijtingsautoriteit te zullen informeren over alle vermoedelijke of feitelijke gevallen van belangenconflicten;

17.  neemt kennis van de vaststelling in het verslag van de Rekenkamer dat de onafhankelijkheid van de rekenplichtige moet worden versterkt door hem rechtstreeks verantwoording te laten afleggen aan de directeur en de raad van bestuur van de Stichting; is ingenomen met de reeds ondernomen stappen om de onafhankelijkheid van de rekenplichtige te waarborgen;

Interne controles

18.  wijst erop dat de Stichting het internecontrolekader heeft aangepast om het beter af te stemmen op de context van de Stichting, met bijzondere aandacht voor het toezicht op de prestaties van het internecontrolesysteem;

19.  stelt met tevredenheid vast dat de uitvoering van het actieplan voor de bevindingen van de interne auditdienst (IAS) van de Commissie met betrekking tot het projectbeheer is afgerond en dat alle overeengekomen maatregelen zijn ingevoerd;

20.  stelt met waardering vast dat de Stichting en de IAS zijn overeengekomen om in 2018 een doelmatigheidscontrole uit te voeren met betrekking tot de "Prioritering van activiteiten en toewijzing van middelen"; verzoekt de Stichting de resultaten van deze controle aan de kwijtingsautoriteit te rapporteren;

Overige opmerkingen

21.  wijst op de voorlopige inspanningen van de Stichting om een kosteneffectieve en milieuvriendelijke werkplek te garanderen; wijst er echter op dat de Stichting geen aanvullende maatregelen heeft genomen om CO2-emissies terug te dringen of te compenseren;

o

o o

22.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van ... 2019(14) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

25.1.2019

ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound) voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2179(DEC))

Rapporteur voor advies: Marian Harkin

SUGGESTIES

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  spreekt zijn tevredenheid uit over het feit dat de Rekenkamer heeft verklaard dat de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van de Stichting voor het begrotingsjaar 2017 wettig en regelmatig zijn en dat de financiële situatie van de Stichting per 31 december 2017 correct is weergegeven;

2.  waardeert dat de kwalitatief hoogwaardige werkzaamheden van de Stichting voor het vergroten en verspreiden van kennis hebben bijgedragen aan het uitwerken en realiseren van betere levens- en arbeidsomstandigheden in de Unie; onderkent dat de Stichting een actieve en essentiële bijdrage levert aan de ontwikkeling van beleid en een actieve rol speelt als bron van informatie voor lopende EU-initiatieven, zoals de implementatie van de Europese pijler van sociale rechten, het combineren van werk en privé, toegang tot sociale bescherming en het verbeteren van de arbeidsomstandigheden; verwelkomt de analyse en input van de Stichting wat betreft trends op het gebied van levenskwaliteit tegen de achtergrond van het veranderende sociale en economische profiel in het "overview report" van de vierde Europese levenskwaliteitsenquête;

3.  beklemtoont het belang van goede samenwerking tussen de agentschappen op het gebied van werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie, en in het bijzonder tussen de Stichting, EU-OSHA, Cedefop en EIGE; acht het bovendien van belang door te gaan met de nauwe samenwerking tussen de Stichting en de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, teneinde de constructieve en op feiten gebaseerde discussies te continueren;

4.  neemt nota van de door de Stichting geboekte vooruitgang bij het voltooien van haar vierjarige programma waarin vier specifieke, prioritaire beleidsterreinen zijn vastgesteld voor het toekomstige werkprogramma van de Stichting;

5.  is verheugd dat de Stichting sinds 2017 over een gedragscode beschikt en bereid is om de kwijtingsautoriteit te informeren over alle vermoedelijke of echte gevallen van belangenconflicten; is ook verheugd dat de Stichting heeft toegezegd om de mogelijkheden voor de oprichting van een onafhankelijk onthullings-, advies- en verwijzingsorgaan te beoordelen;

6.  is verheugd dat de Stichting kenbaar heeft gemaakt dat zij de nieuwe oprichtingsverordening ziet als kans om het punt van grotere onafhankelijkheid van de rekenplichtige in de toekomst opnieuw te beoordelen en om regelmatige externe beoordelingen uit te voeren;

7.  is verheugd dat de Stichting de mogelijkheden onderzoekt om de software voor e-aanbesteding ook open te stellen voor gunningen via onderhandelingen; stelt vast dat e‑aanbesteding en e-prior op dit moment nog niet zijn ingevoerd;

8.  stelt vast dat de Rekenkamer het noodzakelijk acht om de onafhankelijkheid van de rekenplichtige te versterken door hem of haar rechtstreeks verantwoording te laten afleggen aan de directeur van Eurofound (administratief) en de raad van bestuur (functioneel), maar dat de raad van bestuur zijn tevredenheid uitspreekt over de onafhankelijkheid van de rekenplichtige en erop wijst dat de rekenplichtige al gerechtigd is om rechtstreeks verantwoording af te leggen aan de voorzitter; verzoekt Eurofound om de onafhankelijkheid van de rekenplichtige te versterken door hem rechtstreeks verantwoording te laten afleggen aan de directeur van de Stichting (administratief) en de raad van bestuur (functioneel);

9.  merkt op dat het personeelsbestand met grote moeite is verkleind en herhaalt dat het zich grote zorgen maakt over verdere inkrimpingen die het vermogen van Eurofound om haar mandaat uit te oefenen in zijn ogen zonder twijfel zouden beperken; beklemtoont in dit verband dat het belangrijk is de Stichting voldoende personele en financiële middelen ter beschikking te stellen zodat de Stichting in staat is haar taken uit te voeren; uit zijn bezorgdheid over de budgettaire gevolgen van de stijging van de coëfficiënt voor Ierland tot 119,8 in 2017; onderstreept dat de instellingen onverwijld maatregelen moeten nemen om de budgettaire gevolgen te ondervangen, zoals aangegeven in het standpunt van het Parlement over de ontwerpbegroting;

10.  merkt eens te meer op dat er dringend een onafhankelijk onthullings-, advies- en verwijzingsmechanisme met voldoende begrotingsmiddelen moet worden ontwikkeld om personen die melding maken te helpen de juiste kanalen te gebruiken om hun informatie over mogelijke onregelmatigheden met betrekking tot de financiële belangen van de Unie te onthullen en tegelijkertijd hun geheimhouding te beschermen en de nodige ondersteuning en advies te bieden overeenkomstig de richtlijn inzake personen die inbreuken op het Unierecht melden, waarover nu interinstitutionele onderhandelingen lopen;

11.  beveelt op grond van de beschikbare gegevens aan de directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound) kwijting te verlenen voor de uitvoering van de begroting van de Stichting voor het begrotingsjaar 2017.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.1.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

42

1

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Laura Agea, Guillaume Balas, David Casa, Ole Christensen, Michael Detjen, Martina Dlabajová, Lampros Fountoulis, Arne Gericke, Marian Harkin, Czesław Hoc, Agnes Jongerius, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Jean Lambert, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Verónica Lope Fontagné, Javi López, Thomas Mann, Miroslavs Mitrofanovs, Elisabeth Morin-Chartier, Emilian Pavel, João Pimenta Lopes, Georgi Pirinski, Marek Plura, Dennis Radtke, Terry Reintke, Robert Rochefort, Claude Rolin, Romana Tomc, Yana Toom, Marita Ulvskog, Jana Žitňanská

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Georges Bach, Amjad Bashir, Heinz K. Becker, Lynn Boylan, Eduard Kukan, Christelle Lechevalier, Paloma López Bermejo, António Marinho e Pinto, Alex Mayer, Csaba Sógor, Flavio Zanonato

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Angélique Delahaye, Monika Smolková

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

42

+

ALDE

Martina Dlabajová, Marian Harkin, António Marinho e Pinto, Robert Rochefort, Yana Toom

ECR

Amjad Bashir, Arne Gericke, Czesław Hoc, Jana Žitňanská

GUE/NGL

Lynn Boylan, Paloma López Bermejo, João Pimenta Lopes

PPE

Georges Bach, Heinz K. Becker, David Casa, Angélique Delahaye, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Eduard Kukan, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Verónica Lope Fontagné, Thomas Mann, Elisabeth Morin-Chartier, Marek Plura, Dennis Radtke, Claude Rolin, Csaba Sógor, Romana Tomc

S&D

Guillaume Balas, Ole Christensen, Michael Detjen, Agnes Jongerius, Javi López, Alex Mayer, Emilian Pavel, Georgi Pirinski, Monika Smolková, Marita Ulvskog, Flavio Zanonato

Verts/ALE

Jean Lambert, Miroslavs Mitrofanovs, Terry Reintke

1

-

NI

Lampros Fountoulis

2

0

EFDD

Laura Agea

ENF

Christelle Lechevalier

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

20.2.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

19

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Jean-François Jalkh, Wolf Klinz, Monica Macovei, Georgi Pirinski, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Marco Valli, Derek Vaughan, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Karin Kadenbach

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Petra Kammerevert

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

19

+

ALDE

Nedzhmi Ali, Martina Dlabajová, Wolf Klinz

ECR

Monica Macovei

EFDD

Marco Valli

GUE/NGL

Dennis de Jong

PPE

Tamás Deutsch, Ingeborg Gräßle, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Joachim Zeller

S&D

Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Karin Kadenbach, Petra Kammerevert, Georgi Pirinski, Derek Vaughan

Verts/ALE

Bart Staes

1

-

ENF

Jean-François Jalkh

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB C 434 van 30.11.2018, blz. 94.

(2)

PB C 434 van 30.11.2018, blz. 94.

(3)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.

(5)

PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1.

(6)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(7)

PB C 434 van 30.11.2018, blz. 94.

(8)

PB C 434 van 30.11.2018, blz. 94.

(9)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(10)

PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.

(11)

PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1.

(12)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(13)

PB C 108/40 van 22.3.2018, blz. 207.

(14)

Aangenomen teksten, P8_TA-PROV(2019)0000.

Laatst bijgewerkt op: 19 maart 2019Juridische mededeling - Privacybeleid