Procedure : 2019/0801(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0144/2019

Ingediende teksten :

A8-0144/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/03/2019 - 11.11

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0213

VERSLAG     
PDF 243kWORD 86k
1.3.2019
PE 636.090v02-00 A8-0144/2019

over de aanbeveling van de Raad inzake de benoeming van een lid van de directie van de Europese Centrale Bank

(05940/2019 – C8-0050/2019 – 2019/0801(NLE))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: Roberto Gualtieri

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE 1: CURRICULUM VITAE VAN DE HEER PHILIP R. LANE
 BIJLAGE 2: ANTWOORDEN VAN DE HEER PHILIP R. LANE OP DE VRAGENLIJST

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de aanbeveling van de Raad inzake de benoeming van een lid van de directie van de Europese Centrale Bank

(05940/2019 – C8-0050/2019 – 2019/0801(NLE))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 11 februari 2019 (05940/2019)(1),

–  gezien artikel 283, lid 2, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Europese Raad is geraadpleegd (C8-0050/2019),

–  gezien Protocol nr. 4 betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, en met name artikel 11.2,

–  gezien artikel 122 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A8‑0144/2019),

A.  overwegende dat de Europese Raad het Europees Parlement bij schrijven van 14 februari 2019 heeft geraadpleegd over de benoeming van de heer Philip R. Lane tot lid van de directie van de Europese Centrale Bank voor een ambtstermijn van acht jaar die op 1 juni 2019 ingaat;

B.  overwegende dat zijn Commissie economische en monetaire zaken de kwalificaties van de voorgedragen kandidaat heeft onderzocht, met name gelet op de in artikel 283, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vermelde voorwaarden en het uit artikel 130 van het Verdrag voortvloeiende gebod van totale onafhankelijkheid van de ECB; overwegende dat de commissie in het kader van dit onderzoek een curriculum vitae van de kandidaat heeft ontvangen, alsmede de antwoorden op de hem toegezonden schriftelijke vragenlijst;

C.  overwegende dat de commissie de kandidaat vervolgens op 26 februari 2019 heeft gehoord, waarbij deze een openingsverklaring heeft afgelegd en vervolgens heeft geantwoord op vragen van commissieleden;

D.  overwegende dat het Parlement, ondanks zijn talrijke verzoeken aan de Raad om het gebrek aan genderevenwicht binnen de directie van de ECB aan te pakken, jammer genoeg moet vaststellen dat de Europese Raad aan deze verzoeken geen gevolg heeft gegeven en dat het verlangt dat hij dit bij de volgende benoeming wel doet; overwegende dat vrouwen nog steeds ondervertegenwoordigd zijn in leidinggevende functies op het gebied van bankactiviteiten en financiële diensten; overwegende dat alle Europese en nationale instellingen en organen concrete maatregelen moeten nemen om voor genderevenwicht te zorgen;

1.  brengt positief advies uit inzake de aanbeveling van de Raad om de heer Philip R. Lane tot lid van de directie van de Europese Centrale Bank te benoemen;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Europese Raad, de Raad en de regeringen van de lidstaten.

(1)

Nog niet in het Publicatieblad verschenen.


BIJLAGE 1: CURRICULUM VITAE VAN DE HEER PHILIP R. LANE

CURRICULUM VITAE VAN PHILIP RICHARD LANE, januari 2019

Persoonlijke informatie

Geboortedatum:    27 augustus 1969

Nationaliteit:    Ierland

Opleiding

Gepromoveerd in de economie, Harvard University, 1995.

Master in de economie, Harvard University, 1993.

Bachelor in de economie, summa cum laude en gouden medaille, Trinity College Dublin, 1991.

Benoemingen

Gouverneur van de Centrale bank van Ierland, 2015-.

Whately Professor of Political Economy, Trinity College

Dublin, 2012-2015.

Professor of International Macroeconomics, Trinity College

Dublin, 2004-2012.

Associate Professor of Economics, Trinity College Dublin,

2000-2004.

Lecturer in Economics, Trinity College Dublin, 1997-2000.

Assistant Professor of Economics and International Affairs,

Columbia University, 1995-1997.

Voornaamste beroepsactiviteiten

Voorzitter, Advisory Technical Committee (ATC) van het Europees Comité voor systeemrisico's

(ESRB), 2017-.

Voorzitter, ESRB High-Level Task Force on Safe Assets, 2016-2018.

Voorzitter, Economic Statistics Review Group of the Central Statistics Office,

2016.

Voorzitter, Advisory Scientific Committee (ASC) van het Europees Comité voor systeemrisico's

(ESRB), 2015-.

Medevoorzitter, Joint ATC-ASC-FSC ESRB Task Force on Macroprudential Issues and

Structural Change in a Low Interest Rate Environment 2015.

Directeur van het International Macroeconomics and Finance Programme, Centre for Economic Policy Research (CEPR), 2015; CEPR Research Fellow, 2002-; CEPR Research Fellow, 1997-;

Voorzitter, Irish Economics Association, 2012-2014.

Lid, Royal Irish Academy, 2007-.

Lid, Committee on International Economic Policy and Reform (CIEPR),

2012-2015.

Lid, Bellagio Group, 2010-2015.

Lid, ESRI Council, 2010-2016.

Oprichter, The Irish Economy Blog, 2008-.

Lid, Academic Advisory Panel, Slovak Budget Council, 2013-2015.

Lid, National Statistics Board, 2009-2013.

Lid, ECB Shadow Council, Handelsblatt, 2005-2007.

International Research Fellow, Kiel Institute of World Economics, 2005-.

Lid, External Review Committee (Bank of Finland 2004, Europese Centrale

Bank 2010/2011, Central Bank of Ireland 2011/2012, Bank of Israel 2012)

Academisch consultant (voornaamste activiteiten):

Europese Centrale Bank (2006-2007, 2014-2016); Bank voor Internationale Betalingen (BIB) (2015); Bank of Portugal (2015); Internationaal Monetair Fonds (2014); Wereldbank (2006-2007, 2011, 2014-2015); Monetaire Autoriteit van Singapore (2013); Europese Commissie (2012-2013); Federal Reserve Board (2013); New Zealand Treasury (2010-2011); Aziatische Ontwikkelingsbank (2009-2011);

Oireachtas Joint Committee on Finance and the Public Services (2010); OESO (2009-2010); SIEPS (2009-2010); NESC (2009); ESRI-Japan (2007-2009);

Sveriges Riksbank (2005-2006); National Competitiveness Council on Price and Wage Competitiveness (2004); Department of the Taoiseach (2002).

Incidenteel juridisch consultant; Incidenteel spreker op wetenschappelijke conferenties.

Onderscheidingen, prijzen en toelagen

Royal Irish Academy: Gouden medaille in the Social Sciences, 2015.

Bhagwati Prize (gezamenlijk met Gian Maria Milesi-Ferretti), 2010.

ECB Lamfalussy Fellowship, 2004-2005.

German Bernacer Award in Monetary Economics, 2001.

Barrington Prize 1997-1998.

NSF-sponsored Harvard-MIT Research Training Group in Positive

Political Economy Fellowship, 1994-1995.

John F. Kennedy Fund Scholarship, 1994.

Harvard Graduate Student Fellowship, 1991-1995.

Gouden medaille, Whateley and Bastable prizes in Economics, Trinity

College Dublin, 1991. First-class degree and top-ranked student in economics degree examinations.

Foundation Scholarship, Trinity College Dublin, 1989. Top-ranked student in scholarship examinations.

Entrance Exhibition, Trinity College Dublin, 1987.

Toelagen: Irish Research Council, Institute for New Economic Thinking, Fondation Banque de France, NORFACE, Royal Irish Academy

Academisch profiel

Belangrijkste onderzoeksterreinen: internationale macro-economie; Europese monetaire economie; financiële globalisering; cyclisch gedrag van fiscaal beleid, de Ierse economie.

Gepubliceerd in: Journal of the Statistical and Social Inquiry Society of Ireland, Journal of International Economics, Pacific Economic Review, Fiscal Studies, Scandinavian Journal of Economics, International Journal of Central Banking, National Institute Economic Review, World Economics, Economic and Social Review, Open Economies Review, Journal of International Money and Finance, New Zealand Economic Papers, European Economic Review, Moneda y Credito, World Economy, Journal of Economic Perspectives, International Finance, IMF Economic Review, Nordic Economic Policy Review, American Economic Review, Journal of Money, Credit and Banking, Journal of the Japanese and International Economies, Review of Economics and Statistics, Economic Policy, ,The Economic Journal, Journal of Public Economics, NEER Macroeconomics Annual, Oxford Economic Papers, Canadian Journal of Economics, Journal of Development Economics.


BIJLAGE 2: ANTWOORDEN VAN DE HEER PHILIP R. LANE OP DE VRAGENLIJST

A.  Persoonlijke achtergrond en beroepservaring

1.  Licht de belangrijkste aspecten toe van uw professionele vaardigheden inzake monetaire, financiële en zakelijke aangelegenheden, en die van uw ervaring op Europees en internationaal gebied.

Ik ben gouverneur van de Centrale bank van Ierland sinds eind 2015. Naast mijn rol bij de Raad van bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB), leid ik een organisatie van ongeveer 2000 personen die verantwoordelijk is voor de taken van de nationale centrale bank en optreedt als de nationale bevoegde autoriteit voor het toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsmaatschappijen en beleggingsondernemingen, terwijl zij ook de toezichthouder voor effecten en markten en de nationale financiële toezichthouder is. De centrale bank van Ierland is ook de nationale macroprudentiële autoriteit, de nationale afwikkelingsautoriteit en de beheerder van het nationale depositogarantiestelsel. Dit ruime takenpakket betekent dat ik, naast mijn taken in verband met de centrale bank, rechtstreeks betrokken ben geweest bij een breed scala aan regelgevingskwesties.

Vanaf 1995-2015 was ik een academisch econoom, met als belangrijkste onderzoeksterrein de financiële mondialisering en de Europese monetaire integratie. De empirische aard en de beleidsmatige focus van mijn onderzoek hebben sinds het midden van de jaren 1990 geleid tot vele samenwerkingsverbanden en interacties met beleidsinstellingen, waaronder de ECB, de Europese Commissie, het Internationaal Monetair Fonds, de OESO en de Bank voor Internationale Betalingen (BIB). In 2001 had ik de eer de eerste ontvanger te zijn van de Duitse Bernacer-prijs voor "uitzonderlijke bijdragen aan de Europese monetaire economie".

Tijdens mijn hele loopbaan heb ik uitgebreide bijdragen geleverd over de macrofinanciële gevolgen van de monetaire unie. Hierin begrepen zijn een reeks artikelen in de periode 1996-1998 over de macro-economische uitdagingen waarmee Ierland in het kader van de monetaire unie wordt geconfronteerd; vele artikelen over de impact van de monetaire unie op de groei van grensoverschrijdende financiële stromen en externe onevenwichtigheden; en twee grote overzichtsartikelen (2006, 2012) over de eurozone voor het Journal of Economic Perspectives, het belangrijkste beleidsblad van de American Economic Association. In het artikel van 2006 werden de risico's van een periode van financiële onrust voor de stabiliteit van de eurozone beschreven, alsmede de interventietypes die in zulk scenario vereist zijn.

2.  Hebt u zaken, financiële belangen of andere verplichtingen waardoor een conflict met uw toekomstige taken zou kunnen optreden, en zijn er verder enige relevante factoren van persoonlijke of andere aard die door het Parlement in aanmerking genomen moeten worden met betrekking tot uw kandidaatstelling?

Nee.

3.  Welke doelstellingen zult u nastreven tijdens uw mandaat als directielid van de Europese Centrale Bank?

Mijn vaste overtuiging is dat de monetaire unie een sterk platform kan bieden voor stabiliteit en welvaart in heel Europa. Door haar mandaat te vervullen speelt de ECB een centrale rol bij het ondersteunen van het welslagen van de monetaire unie. Als lid van de Raad van bestuur zal mijn voornaamste doel erin bestaan ervoor te zorgen dat de ECB haar mandaat, zoals vastgelegd in de EU-Verdragen, nakomt. Daarnaast is het van vitaal belang dat de leden van de Raad van bestuur het algemene vertrouwen opbouwen in de ECB als instelling die het Europees openbaar belang dient. Intern moeten de leden van de Raad van bestuur een organisatiecultuur behouden die uitmuntendheid bevordert en een bevredigende werkomgeving biedt voor haar personeel.

B.  Monetair beleid van de ECB

4.  Hoe moet de ECB haar monetaire beleid in de huidige macro-economische omstandigheden uitvoeren? Hoe ziet u de prestaties van de ECB met betrekking tot de verwezenlijking van haar hoofddoel, het handhaven van prijsstabiliteit?

De ECB moet haar monetaire beleid in de huidige macro-economische omstandigheden voeren overeenkomstig haar primaire mandaat om de prijsstabiliteit in de eurozone te handhaven, zoals vastgelegd in het Verdrag. Op operationeel niveau wordt dit gedefinieerd als het handhaven van het inflatiepercentage onder, maar dicht bij 2 % op middellange termijn. Door de uitvoering van dit mandaat kan de ECB de burgers van Europa in staat stellen economische en financiële plannen te maken in een stabiele monetaire omgeving, terwijl zij ervoor zorgt dat ondernemingen en investeerders zich kunnen concentreren op het aanpakken van essentiële zakelijke uitdagingen, zonder dat middelen worden afgeleid voor het beheren van de monetaire instabiliteit.

De ECB heeft haar prijsstabiliteitsmandaat tot de financiële crisis grotendeels met succes uitgevoerd, met behulp van haar gebruikelijke instrumenten op het gebied van monetair beleid. Sindsdien heeft het nastreven van deze doelstelling de vaststelling van onconventionele maatregelen vereist. Volgens mijn beoordeling is de huidige strategie, die een combinatie is van: a) de negatieve depositorente op minus 40 basispunten; b) het programma voor de aankoop van activa (asset purchase programme, APP); c) prognoses (forward guidance) inzake rentetarieven en herinvesteringen; en d) transacties zoals de gerichte langlopende herfinancieringstransacties (targeted long-term refinancing operations (TLTRO's), doeltreffend geweest bij het verstrekken van de monetaire accommodatie die vereist is om het economisch herstel te bevorderen, de inflatieverwachtingen te verankeren, deflatierisico's te elimineren en ervoor te zorgen dat de inflatie zich op een duurzaam traject bevindt terug naar het streefdoel van de ECB.

De besluiten over de herijking van de maatregelen in december 2015, maart 2016, december 2016, oktober 2017 en december 2018 waren gebaseerd op interpretaties van de inkomende economische en financiële gegevens (zowel voor de eurozone als voor de wereldeconomie), samen met beoordelingen van de doeltreffendheid en beperkingen van de diverse mogelijke instrumenten op het gebied van monetair beleid. Deze combinatie van kwantitatieve analyse en het gebruik van de economische modellen die nodig zijn om de verschillende beleidsopties te evalueren, heeft de Raad van bestuur in staat gesteld zijn besluiten te nemen op een rigoureuze, datagestuurde manier, die ook door de marktdeelnemers goed wordt begrepen. De ECB moet het monetair beleid voort op deze manier blijven voeren.

5.  Hoe zou u reageren op de kritiek op de lage rentetarieven en de gevolgen daarvan? Hoe ziet u het evenwicht tussen de onbedoelde effecten van het rentebeleid van de ECB en de convergentie naar het beoogde inflatiepercentage op middellange termijn?

De ECB streeft ernaar de prijsstabiliteit op middellange termijn te handhaven. Prijsstabiliteit op middellange termijn is op haar beurt een belangrijke basis voor sterke economische prestaties door een vermindering van de onzekerheid voor bedrijven en gezinnen.

Het huidige beleidspakket is een evenredige reactie op de omstandigheden na de crisis waarmee de ECB te maken kreeg, waar deflatoire druk ontstond en de omvang van de crisis de rentevoeten reeds had doen dalen tot een laag niveau. Het is duidelijk belangrijk de mogelijke neveneffecten in het oog te houden van accommoderende monetaire voorwaarden in verband met risico's voor de financiële stabiliteit. Bovendien is het macroprudentiële beleidsinstrumentarium beschikbaar om deze risico's in te dammen.

Wat het effect op de verdeling van inkomen en vermogen betreft, is de positieve bijdrage van monetaire accommodatie aan de daling van de werkloosheid (en hogere lonen) zeer opvallend. Bovendien is er, net als monetaire accommodatie de prijzen van activa omhoog stuwt, een compensatie tijdens fasen van een krapper monetair beleid, zodat het belangrijk is het verschil te zien tussen tijdelijke en permanente veranderingen van de verdeling.

6.  Wat is uw opvatting over de heterogeniteit van monetaire condities en toegang tot krediet in de eurozone en de invloed hiervan op uniform monetair beleid van de ECB?

De rentetarieven voor gezinnen en niet-financiële ondernemingen zijn sinds 2014 aanzienlijk gedaald. De heterogeniteit van de rentetarieven tussen de landen is duidelijk afgenomen. De ontleningsvoorwaarden blijven verbeteren: uit de enquête over de toegang van bedrijven tot financiering (Survey on the access to finance of enterprises, SAFE) blijkt dat kmo's nog steeds wijzen op verbeteringen in de beschikbaarheid van externe financieringsbronnen, waaronder een grotere bereidheid van de banken om krediet te verstrekken(1).

Deze meer accomoderende financieringsvoorwaarden hebben op hun beurt het herstel ondersteund van de groei van de kredietverlening sinds 2014, die de laatste tijd is voortgegaan. De groei van de kredietverlening aan niet-financiële vennootschappen (non-financial corporations, NFC's) (4 procent per jaar in december 2018) en gezinnen (3,3 procent per jaar in december 2018) wijst op het pass-througheffect van de maatregelen van het monetair beleid(2). De vraag naar leningen van bedrijven en gezinnen is ook blijven stijgen in het vierde kwartaal van 2018 verder toegenomen en zorgt voor continue ondersteuning van het herstel van de groei van de kredietverlening(3). Deze stijging was vooral toe te schrijven aan het lage algemene niveau van de rentetarieven, voorraden en werkkapitaal, fusie- en overnameactiviteit, gunstige vooruitzichten voor de huisvestingsmarkt en consumentenvertrouwen.

Over het geheel genomen hebben de geringe groei van de schuldfinanciering, een solide economische groei en het proces inzake de recuperatie van activa, mede ondersteund door aanpassingen van het monetair beleid, de afgelopen jaren de noodzakelijke schuldafbouw van het bedrijfsleven op het niveau van de eurozone vergemakkelijkt. Het schuldafbouwproces van de NFC's is echter in 2018 tot stilstand gekomen, zoals blijkt uit een lichte verhoging van de NFC-schulden, en een grote schuldvoorraad blijft wegen op de sector(4).

Meer in het algemeen is het belangrijk te erkennen dat een gemeenschappelijk monetair beleid geen garantie biedt voor identieke kredietvoorwaarden in de eurozone. Veeleer is het zo dat de kredietvoorwaarden eveneens afhankelijk zijn van lokale risicopremies, het lokale niveau van de concurrentiedruk in het binnenlandse financiële stelsel en institutionele factoren zoals het vermogen van het rechtsstelsel om problematische leningen aan te pakken.

7.  De verschillen in economische prestaties tussen de kern en de periferie van de EMU zijn de afgelopen tien jaar toegenomen. Wat de toekomst betreft, treffen diverse EU-lidstaten voorbereidingen om tot de eurozone toe te treden. Hoe verwacht u verdere verschillen tussen de lidstaten van de eurozone in de komende tien jaar te voorkomen, gezien het feit dat diverse kandidaat-lidstaten zwakkere economieën hebben? Wat is het geprefereerde economische scenario voor de uitbreiding van de eurozone?

Er is geen specifiek economisch scenario voor de uitbreiding van de eurozone. Alle EU-lidstaten zonder opt-out zullen naar verwachting vroeg of laat de euro aannemen. Wanneer dit gebeurt, hangt af van twee factoren: ten eerste de nationale strategieën voor de invoering van de euro, en ten tweede de gereedheid om de euro in te voeren, zoals beoordeeld op basis van de in de EU-Verdragen vastgelegde convergentiecriteria.

De ECB en de Europese Commissie beoordelen regelmatig de vorderingen die elke lidstaat buiten het eurogebied heeft gemaakt met betrekking tot het voldoen van de op het Verdrag gebaseerde criteria die vereist zijn voor de invoering van de euro, die worden uiteengezet in de convergentieverslagen. Één criterium heeft betrekking op de deelname van een lidstaat gedurende ten minste twee jaar aan het wisselkoersmechanisme (WKM), het WKM II, zonder devaluatie ten opzichte van de euro. Er bestaat nu een consensus dat voor elke aanvragende lidstaat een besluit over deze deelname moet worden genomen op basis van drie factoren: in de eerste plaats moet rekening worden gehouden met de lessen die zijn getrokken uit de crisis in de eurozone; in de tweede plaats moet de nodige aandacht worden besteed aan het feit dat invoering van de euro nu ook lidmaatschap inhoudt van de bankenunie; en in de derde plaats moeten alle landspecifieke beleidsmaatregelen worden uitgevoerd die een soepele deelname aan het WKM II en, later, de eurozone mogelijk maken.

Bovendien is het belangrijk te erkennen dat er veel geleerd is uit de boom-bustcycli die zich hebben voorgedaan tijdens de eerste tien jaar van de euro. Met name is het van essentieel belang dat het nationale begrotings- en macroprudentieel beleid verschillen in de financiële cycli tussen landen indamt.

8.  Hoe ziet u de stappen/timing van de normalisering van het monetaire beleid van de ECB, ook gezien de internationale context? Welk effect verwacht u dat de herbeleggingsstrategie van het APP heeft op de markten? Hoe zal dit van invloed zijn op het instrumentarium van monetaire instrumenten als de algemene omstandigheden verslechteren?

Wat de toekomstige maatregelen op het gebied van het monetaire beleid betreft, is onze koers zowel voor de beleidsrentevoeten als voor herinvestering zeer duidelijk. Ons beleid is data-afhankelijk en zal afhangen van de inflatievooruitzichten. In deze context zal de omvang van de accommodatie worden bepaald aan de hand van wat nodig is om de continue, duurzame convergentie van de inflatie te garanderen op een niveau onder, maar dicht bij 2 % op middellange termijn. Bij onze beoordeling van de doeltreffendheid en het effect van beleidsinstrumenten wordt rekening gehouden met onze interpretatie zowel van de interne als van de internationale economische en financiële gegevens.

De herinvestering van de omvangrijke voorraad activa versterkt de voortzetting van aanzienlijke ondersteuning via het monetair beleid door middel van onze prognoses van de rentevoeten. Wij zullen ons herinvesteringsbeleid zo lang voortzetten als nodig is om ervoor te zorgen dat de inflatie duurzaam blijft convergeren naar ons streefdoel.

We beschikken over voldoende mogelijkheden in ons instrumentarium van het monetair beleid om met de passende monetaire stimulans te reageren indien dit nodig zou zijn.

9.  Hoe garandeert u transparantie met betrekking tot het uitvoeren van het APP? Bent u het ermee eens dat meer transparantie kan worden verstrekt met betrekking tot het ABSPP en het CBPP3?

Bij het ontwerpen van instrumenten op het gebied van monetair beleid of de strategie voor de uitvoering ervan moeten we altijd zorgen voor een evenwicht tussen doeltreffendheid en transparantie. Wat het ABSPP en het CBPP3 betreft, is de ECB reeds zeer transparant en publiceert zij een aanzienlijke hoeveelheid informatie, waaronder: maandelijkse door het Eurosysteem aangehouden activa, nettoaankopen en de split tussen aankopen van primaire en secundaire markten.

De openbaarmaking van gedetailleerde gegevens over de effecten die worden aangehouden in het kader van de diverse programma's, moet worden afgewogen tegen de negatieve gevolgen die de doeltreffendheid van de programma's ondermijnen. Voor sommige APP-programma's kunnen deze naar verwachting worden ingedamd. Dit is de reden waarom voor het CSPP en het PSPP de mate van transparantie momenteel zeer hoog is, mede gelet op het feit dat in het kader van deze programma's aangekochte effecten beschikbaar zijn voor effectenleningen. Voor andere programma's kan bijkomende openbaarmaking ertoe leiden dat marktdeelnemers conclusies trekken over de door het Eurosysteem aangehouden activa en ertoe leiden dat deelnemers hun gedrag op basis van deze informatie aanpassen. Bovendien moet er rekening mee worden gehouden dat het publiceren van bijkomende gegevens de mededinging kan verstoren en de integriteit van de markt in het gedrang kan brengen.

10.  Wat zijn de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om een rentestijging te beheren zonder verstorende effecten op overheden en markten? Wat is hierbij de taak van de ECB en waar liggen volgens u de verantwoordelijkheden van de lidstaten en de marktdeelnemers?

Wij blijven ervan uitgaan dat de rentetarieven van de ECB ten minste op hun huidige niveau blijven gedurende de hele zomer van 2019, en in elk geval zo lang als nodig om de continue, duurzame convergentie van de inflatie te garanderen op een niveau onder, maar dicht bij 2 % op middellange termijn. Het klopt dat de inkomende informatie zwakker blijft dan verwacht als gevolg van de beperkte externe vraag en van bepaalde land- en sectorspecifieke factoren. Maar onze koers inzake het monetair beleid blijft aangewezen om twee redenen. Ten eerste blijven de zeer soepele financieringsvoorwaarden, een gunstige arbeidsmarktdynamiek en een stijgende loongroei de huidige economische expansie ondersteunen, en dus ons vertrouwen in de continue convergentie van de inflatie in de richting van ons streefdoel. Ten tweede blijft ons monetair beleid zeer accommoderend door onze prognoses inzake beleidsrentevoeten en herinvesteringen.

Wat de voorwaarden betreft waaraan moet worden voldaan, is onze aanpak tweeledig. We gebruiken een op data gebaseerde component – "gedurende de hele zomer" – en we hebben ook een landafhankelijk element – "zo lang als nodig is om de continue, duurzame convergentie van de inflatie te garanderen".

Wat de rol van de marktdeelnemers betreft, is er in het landafhankelijke deel van onze renteprognose in voorzien dat de markten de economie interpreteren en hun verwachtingen voor de beleidsrentevoeten dienovereenkomstig aanpassen. Deze aanpassing van de renteverwachtingen brengt de marktrentevoeten in overeenstemming met de wijze waarop de markt onze reactiefunctie interpreteert. De landafhankelijke component zorgt er ook voor dat een zwakkere prognose tot uiting komt in gunstigere toekomstige rentes en dus soepelere financieringsvoorwaarden. Onze renteprognoses worden verder versterkt door de herinvesteringen van de aanzienlijke hoeveelheid verworven activa, aangezien wij het geplande herinvesteringstijdstip hebben gekoppeld aan de timing van de rentestijging. Dit versterkt de impact van onze renteprognose op de financiële voorwaarden, aangezien de marktverwachtingen voor het herinvesteringstijdstip evolueren volgens de verwachtingen voor de datum van de rentestijging.

De lidstaten hebben duidelijke verantwoordelijkheden onder meer met betrekking tot het nationale begrotingsbeleid, waarvan voorzichtig beheer een aanzienlijke stabiliserende factor kan zijn in geval van een neergang, alsmede hun engagement ten aanzien van de euro en de voltooiing van de EMU, dat het vertrouwen in de munteenheid waarborgt en de eurozone als geheel beter bestand maakt tegen schokken.

11.  Hoe kan volgens u de ECB bijdragen aan economische groei en volledige werkgelegenheid, terwijl zij tegelijk volledig voldoet aan haar primaire doelstelling om de prijsstabiliteit te handhaven? Wat zijn volgens u aanvullende monetaire beleidsmaatregelen die de positieve effecten van het monetaire beleid op de reële economie kunnen verbeteren? Welke rol spelen structurele hervormingen in de lidstaten voor het monetaire beleid en omgekeerd?

De primaire doelstelling van het Eurosysteem en van het gemeenschappelijke monetaire beleid is het handhaven van prijsstabiliteit, zoals bepaald in artikel 127, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Het monetair beleid kan op kortere termijn van invloed zijn op de reële activiteit. Hoewel slecht uitgevoerd monetair beleid de prestaties op lange termijn kan schaden door het genereren van buitensporige volatiliteit, is de levensstandaard op lange termijn uiteindelijk afhankelijk van niet-monetaire factoren zoals productiviteit.

Dit gezegd zijnde is ons mandaat het bewerkstelligen van prijsstabiliteit op middellange termijn en de lengte van de middellange termijn varieert naargelang van de schokken die de economie in de loop der tijd kunnen treffen. Wanneer een schok de totale vraag treft, zodat een negatieve schok zowel leidt tot een economische inzinking als tot een achterblijvende inflatie, is de termijn korter en leidt onze strategie ons tot een krachtiger reactie via het monetair beleid. Het herstellen van de prijsstabiliteit draagt in dit geval ook bij tot het dichten van de outputkloof. Wanneer de schok het aanbod treft, bijvoorbeeld een schok van de energieprijzen waardoor de inflatie hoger uitkomt dan het streefdoel en de output inzinkt, is er een inruil tussen inflatie en groei. In dit geval is de middellange termijn die er voor het beleid toe doet, langer en vergt onze strategie geduld. Hieruit volgt dat wij zowel rekening houden met de economische groei als met de werkloosheid bij het kalibreren van onze reactie via het monetair beleid op de veranderende toestand van de economie, ook al heeft onze primaire doelstelling alleen betrekking op de prijsstabiliteit.

Beleid dat innovatie en investeringen stimuleert en dat de economische veerkracht en het groeipotentieel van de economie vergroot, is van belang voor het bepalen van het groeipotentieel op lange termijn van de economie van de eurozone en het langetermijnrendement. Er is dus een duidelijk verband tussen het groeipotentieel van de economie en het passende niveau van de rente op middellange termijn.

Andersom vermindert het bewerkstelligen van prijsstabiliteit op middellange termijn de onzekerheid en worden ondernemingen en gezinnen hierdoor in staat gesteld om de langetermijninvesteringen te doen die nodig zijn om het groeipotentieel te maximaliseren, ondersteund door passende groei-georiënteerde beleidskaders.

12.  Wat vindt u van de risico's die verbonden zijn aan het aankoopprogramma bedrijfssector (Corporate Sector Purchase Programme – CSPP)? Ziet u binnen de interne markt eventuele verstorende effecten op de mededinging? Hoe denkt u dat mogelijke verstorende effecten van de CSPP kunnen worden geminimaliseerd?

Het CSPP heeft het pass-througheffect van de maatregelen van het monetair beleid van het Eurosysteem in de reële economie versterkt door bij te dragen tot de versoepeling van de financieringsvoorwaarden voor ondernemingen in de eurozone, met inbegrip van dalingen van de spreads voor bedrijfsobligaties, verbeterde leveringsomstandigheden in de primaire markt voor bedrijfsobligaties en, door middel van een substitutiemechanisme, meer kredietverlening door banken aan NFC's die geen toegang hebben tot financiering via obligaties, met inbegrip van kmo's.

Bij het nastreven van haar doelstelling om de prijsstabiliteit te handhaven, heeft de ECB de opdracht te handelen overeenkomstig het principe van een openmarkteconomie met vrije mededinging, waarbij een efficiënte allocatie van middelen wordt bevorderd. Bijgevolg streeft de ECB naar een marktneutrale uitvoering van het APP en daarom worden aankopen in het kader van het CSPP uitgevoerd volgens een benchmark die evenredig is met de marktwaarde van de in aanmerking komende obligaties.

Het vrij verhandelbare gedeelte van de markt voor bedrijfsobligaties blijft relatief hoog, wat de bezorgdheid over een negatief effect van het programma op de marktwerking vermindert. Het continue efficiënte functioneren van de markt komt ook tot uiting in globaal consistente spreidingsbewegingen op traditioneel verwante markten als gevolg van het portefeuilleherschikkingskanaal. De continue nauwlettende monitoring van de marktdynamiek moet ervoor zorgen dat eventuele verstorende effecten tot een minimum kunnen worden beperkt.

13.  Vindt u dat rekening moet worden gehouden met het akkoord van Parijs en de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling en aan welke voorwaarden moet worden voldaan om ervoor te zorgen dat het mandaat en het kader voor risicobeheer van de ECB worden nageleefd? Wat moet de ECB doen om haar activa in overeenstemming te brengen met de VN-doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling en de klimaatovereenkomst van Parijs?

Het is belangrijk dat alle instellingen, zowel openbare als particuliere, de uitdaging van de klimaatverandering ten volle erkennen en binnen hun bevoegdheden en mandaten optreden ter ondersteuning van beleidsmaatregelen die de klimaatverandering aanpakken. Zonder afbreuk te doen aan haar mandaat inzake prijsstabiliteit, kan rekening worden gehouden met andere doelstellingen van de Unie, waaronder milieubescherming.

Het monetaire beleid van de ECB wordt in de eerste plaats gestuurd door haar mandaat inzake prijsstabiliteit. De uitvoering van het APP is gebaseerd op het beginsel van marktneutraliteit en houdt geen positieve of negatieve discriminatie in op grond van milieu- of andere criteria. De criteria om in aanmerking te komen voor het APP worden bewust ruim gedefinieerd om te voorzien in een breed gamma van effecten die kunnen worden aangekocht, om het programma zo doeltreffend mogelijk te maken en verstoringen van specifieke marktsegmenten te voorkomen. Ondanks het ontbreken van een expliciete milieudoelstelling in haar monetaire beleid, houdt de ECB een aanzienlijke hoeveelheid groene obligaties aan in het kader van de aankoopprogramma's zowel voor de overheidssector als voor de particuliere sector.

Bovendien is er, buiten de portefeuille monetair beleid, ruimte om rekening te houden met overwegingen op het gebied van milieubescherming.

Het is goed dat de ECB vorig jaar is toegetreden tot het netwerk voor de vergroening van het financieel systeem. Ik acht het bijzonder belangrijk dat centrale banken en toezichthouders gemeenschappelijke toezicht- en macroprudentiële praktijken ontwikkelen om klimaat- en milieurisico's aan te pakken. In verband hiermee is de ontwikkeling van een gemeenschappelijke taxonomie van duurzame activa erg belangrijk. Het recente initiatief van de Europese Commissie op dit gebied is dan ook een goede zaak, evenals de voorstellen ter versterking van de openbaarmaking met betrekking tot de duurzaamheid, die moeten bijdragen tot een betere prijsstelling van de milieurisico's.

14.  U gaf onlangs een lezing over de klimaatverandering en het Ierse financiële systeem, waarin u stelde dat de centrale banken een voortrekkersrol spelen om ervoor te zorgen dat de klimaatverandering een strategische prioriteit is voor het financiële stelsel als geheel. Hoe zou u er in het algemeen voor zorgen dat de ECB deze voortrekkersrol op zich neemt en hoe zou u in het bijzonder de klimaatrisico's die u in uw lezing beschrijft, proberen te beperken in de balans van de ECB?

Centrale banken en regelgevers in het algemeen spelen een voortrekkersrol bij het identificeren van financiële risico's. Dit omvat het identificeren van de risico's die voortvloeien uit de klimaatverandering en het bieden van een duidelijk kader om de heroriëntatie van de financiële stromen te ondersteunen en de risico's in kwestie te beperken. Een duidelijk beleidskader is een noodzakelijke voorwaarde om de vergroening van onze economie te financieren en het hanteren van milieu-, sociale en governancecriteria door particuliere en openbare instellingen uit te breiden.

Centrale banken kunnen deze aspecten van de klimaatverandering zorgvuldig analyseren en onderzoeken. Deze rol valt volledig onder het mandaat van de centrale banken, aangezien de klimaatverandering de uitvoering van het monetaire beleid kan beïnvloeden door een effect op de frequentie en de verdeling van economische schokken en op de inflatieverwachtingen voor de middellange termijn: 1) frequentere klimaatgerelateerde schokken kunnen de analyse van de inflatoire spanningen op de middellange termijn aan precisie laten inboeten; 2) door meer bovengemiddelde schokken kunnen de rentevoeten in de toekomst vaker tegen de ondergrens aan komen te liggen; en 3) onzekerheid omtrent de snelheid en omvang van de overgang naar een koolstofarme economie kan gevolgen hebben voor de inflatieverwachtingen voor de middellange termijn. Het monetaire beleid van de ECB wordt in de eerste plaats gestuurd door haar mandaat inzake prijsstabiliteit. Buiten de portefeuille monetair beleid moet echter aandacht worden besteed aan het incorporeren van milieu-, sociale en governancenormen.

15.  Hoe beoordeelt u het momenteel toenemende aandeel van het aankoopprogramma bedrijfssector (CSPP) op de primaire markt en tegelijkertijd het huidig dalende aandeel van het overheidsprogramma voor aankopen van activa op de secundaire markt (PSPP)?

Het einde van het APP betekent niet dat we niet meer accommoderend optreden: onze prognoses met betrekking tot de belangrijkste rentetarieven van de ECB, versterkt door de herinvesteringen van de aanzienlijke hoeveelheid verworven activa, blijft de vereiste mate van monetaire accommodatie bieden om een duurzame convergentie van de inflatie naar ons streefdoel te garanderen. Tijdens onze vergadering van juni 2018 hebben wij een begin gemaakt met de roulatie van onze beleidsinstrumenten van het APP naar meer conventionele instrumenten van het monetaire beleid – de beleidsrentevoeten en de prognoses met betrekking tot hun waarschijnlijke toekomstige ontwikkeling. Deze roulatie benadrukt dat de belangrijkste ECB-rentetarieven en de bijbehorende prognoses met betrekking tot hun waarschijnlijke toekomstige ontwikkeling het belangrijkste instrument zijn om de monetaire beleidskoers in de toekomst aan te passen.

Dit wordt versterkt door onze prognoses over herinvestering, waarbij wij het herinvesteringstijdstip hebben gekoppeld aan het tijdstip van de stijging van de beleidsrentevoeten. Deze "kettingprognose" versterkt het effect van onze prognoses van de rentevoeten op de financiële voorwaarden, omdat de marktverwachtingen voor het herinvesteringstijdstip zullen evolueren naar gelang van de verwachtingen voor de datum van de rentestijging. Het vrij verhandelbare gedeelte van de markt voor bedrijfsobligaties blijft relatief hoog, wat de bezorgdheid over een negatief effect van het programma op de marktwerking vermindert.

16.  Wat vindt u van de uitvoering van de noodliquiditeitssteun (Emerging Liquidity Assistance, ELA)? Wat kan er worden verbeterd in het besluitvormingsproces over het verlenen van ELA?

Momenteel ligt de verantwoordelijkheid voor de verstrekking van noodliquiditeitssteun, met inbegrip van de daaraan verbonden kosten en risico's, op nationaal niveau, bij de betrokken nationale centrale banken, overeenkomstig de respectieve nationale wetgeving. De rol van de ECB op grond van artikel 14, lid 4, van de ESCB-statuten is er dus toe beperkt te garanderen dat de verstrekking van noodliquiditeitssteun geen invloed heeft op de taken en doelstellingen van het ESCB. In de toekomst moet de besluitvorming over de verstrekking van noodliquiditeitssteun evolueren op basis van de vooruitgang die wordt geboekt met de totstandbrenging van een volwaardige bankenunie.

17.  Moeten we ons zorgen maken over de huidige niveaus van TARGET-onevenwichtigheden?

Uit talrijke technische analyses blijkt dat het huidige niveau van TARGET-onevenwichtigheden in de eerste plaats de werking weerspiegelt van de APP's. Door de gedecentraliseerde uitvoering van het monetaire beleid worden APP-aankopen en herinvesteringen uitgevoerd door alle nationale centrale banken. Vaker wel dan niet worden deze aankopen gedaan bij tegenpartijen die gevestigd zijn buiten het land van de nationale centrale bank. Wanneer de betalingen door de centrale banken van de aangekochte effecten worden afgewikkeld over de grenzen heen, kunnen de TARGET2-saldi in het geding zijn. Aangezien de netto-aankopen van activa eind vorig jaar zijn afgelopen, zullen de TARGET2-saldi minder waarschijnlijk sterk blijven groeien, hoewel ze gedurende enige tijd hoog kunnen blijven, doordat we vervallende hoofdsombetalingen zullen blijven herinvesteren. Intrasystemische evenwichten zijn een inherent kenmerk van elke gedecentraliseerde monetaire unie. Over het geheel genomen wijst dit niet op een toename van de spanningen op de financiële markten, een toename van de fragmentatie of onhoudbare ontwikkelingen met betrekking tot de betalingsbalans.

18.  Welke risico's voor de monetaire stabiliteit zijn verbonden aan de ontwikkeling van virtuele valuta's als bitcoin? Welke rol dient de ECB volgens u te spelen bij het aanpakken van virtuele valuta's?

Ik deel de heersende consensus dat er slechts een zeer beperkte rol is weggelegd voor particuliere virtuele valuta's. Cryptoactiva in het algemeen leveren op dit moment geen materieel risico op voor het financiële stelsel van de EU of voor de monetaire stabiliteit. Voortdurend toezicht op cryptoactiva is evenwel nodig voor een beoordeling van de risico's die zij kunnen opleveren voor de financiële stabiliteit en van de eventuele negatieve gevolgen voor het gebruik van de euro, de uitvoering van het monetaire beleid en de veiligheid en efficiëntie van de marktinfrastructuren en de betalingen.

Technologische innovatie biedt het potentieel om de efficiëntie van de financiële markten te vergroten. Mits een gelijk speelveld wordt gehandhaafd, kunnen zowel fintechbedrijven als banken profiteren van de mogelijkheden van technologische innovatie. In deze context moeten we ook waakzaam zijn ten aanzien van de noodzaak van harmonisatie om versnippering te voorkomen door de vaststelling van verschillende regelgevingskaders op het gebied van fintech. Wat de rol betreft die de ECB moet spelen, hebben cryptoactiva het potentieel om tal van aspecten van de werkzaamheden van de ECB te beïnvloeden, zodat de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten moeten worden gehouden om gelijke tred te houden en om een analyse te maken van de potentiële gevolgen voor het monetaire beleid en van de risico's die kunnen ontstaan voor het soepel functioneren van de marktinfrastructuren en de betalingen, alsmede voor de stabiliteit van het financiële stelsel.

19.  Hoe beoordeelt u de interacties tussen betalingssystemen en monetair beleid? Wat moet de rol van de ECB als centrale bank van uitgifte zijn bij het toezicht op centrale tegenpartijen (CTP's)? Welke wettelijke bepalingen moet de wijziging van artikel 22 van de statuten van het ESCB en de ECB in deze context bevatten?

Centrale clearing biedt grote voordelen bij het verbeteren van de stabiliteit van de financiële markten. Tegelijkertijd betekent de centrale rol van CTP's dat regelgevend toezicht van essentieel belang is, met inbegrip van een belangrijke rol voor centrale banken. De voorgestelde herziening van de EMIR-verordening en de statuten strookt volledig met de doelstelling om de rol van de centrale banken in de EU te versterken en hun de passende instrumenten te verschaffen om de risico's voor de uitvoering van hun mandaat inzake monetair beleid in de gaten te houden en aan te pakken. Het is ook essentieel dat centrale banken beschikken over minimumwaarborgen met betrekking tot CTP's waaraan zij in bepaalde situaties mogelijk liquide middelen moeten verstrekken.

Indien de voorgestelde wijziging van artikel 22 van de ESCB/ECB-statuten door de EU-wetgevers wordt aangenomen, kan de ECB haar rol spelen bij het aanpakken van de risico's die CTP's kunnen opleveren voor haar taken op het gebied van monetair beleid. De onafhankelijkheid van de ECB en haar ruime discretionaire bevoegdheid om de omvang van haar monetair beleid te bepalen, blijven ermee behouden. Zoals bij alle door de ECB verrichte taken zouden de taken ten aanzien van CTP's volledig rechterlijk kunnen worden getoetst en zou de ECB verplicht zijn om te handelen naar evenredigheid en binnen de perken van haar op het Verdrag gebaseerde bevoegdheden.

20.  Wat zijn door de brexit de risico's voor financiële stabiliteit?

Er is veel gedaan om de cliff-edgerisico's in verband met een "no deal"-brexit aan te pakken. Hierin begrepen zijn onder andere de door de regelgevende instanties opgelegde druk om ervoor te zorgen dat ondernemingen de nodige juridische stappen hebben ondernomen om te garanderen dat EU-klanten na de brexit kunnen worden bediend. Ook inbegrepen zijn de diverse stappen die de Europese Commissie heeft ondernomen in verband met het feit dat het belangrijk is de in het VK gevestigde marktinfrastructuren tijdelijk te erkennen in de gevallen waarin het niet mogelijk is op korte termijn naar EU-alternatieven over te schakelen.

Ik ben dan ook van mening dat de grootste risico's in verband met de macrofinanciële impact van de brexit betrekking hebben op de gevolgen voor de Britse bedrijfscyclus, de pond-eurokoers, de prijzen van de activa in het VK en de bijkomende gevolgen voor de EU-regio's die het sterkst aan de economie van het VK zijn blootgesteld. Hoewel deze op lokaal niveau aanzienlijk kunnen zijn, zal de macrofinanciële impact van de brexit op het niveau van de EU-27 waarschijnlijk beperkt zijn, gezien de beperkte omvang van het VK ten opzichte van de EU-27.

21.  Hoe ziet u de rol van de ECB in de context van een mogelijke groeivertraging in de komende kwartalen?

De inkomende informatie blijft zwakker dan verwacht als gevolg van de beperkte externe vraag en van bepaalde land- en sectorspecifieke factoren. In de meest recente beoordeling van de Raad van bestuur van de ECB werd opgemerkt dat een aanzienlijke stimulans via het monetair beleid essentieel blijft om de verdere opbouw van de binnenlandse prijsdruk en de ontwikkelingen op het gebied van de totale inflatie op middellange termijn te ondersteunen. Hiervoor wordt gezorgd door onze prognoses met betrekking tot de belangrijkste rentetarieven van de ECB, versterkt door de herinvesteringen van de aanzienlijke hoeveelheid verworven activa. De Raad van bestuur verklaarde ook bereid te zijn al zijn instrumenten zo nodig aan te passen om ervoor te zorgen dat de inflatie op duurzame wijze in de richting blijft gaan van zijn inflatiedoelstelling. De volledige reactie op een neergang dient ook de passende reactie te omvatten op het gebied van fiscaal beleid en ander stimuleringsbeleid.

22.  Bent u van mening dat de ECB geen munitie meer heeft als er sprake zou zijn van een nieuwe aanzienlijke neergang? Kan de ECB nieuwe onconventionele instrumenten op het gebied van monetair beleid ontwikkelen?

Zoals altijd duidelijk wordt gemaakt in onze beleidscommunicatie kan de Raad van bestuur reageren op een aanzienlijke neergang door middel van een pakket maatregelen dat diverse elementen van het beleidsinstrumentarium omvat. Net zoals de huidige strategie profiteert van de complementariteit tussen de diverse elementen die momenteel deel van het beleidspakket uitmaken, kan bij de formulering van een passende reactie op een aanzienlijke neergang gebruikgemaakt worden van een reeks opties.

23.  Hoe kan het kader voor economische governance en met name de uitvoering ervan worden verbeterd? Wat is nodig om de EMU te verdiepen? Bent u van mening dat de zogenaamde "heilzame driehoek" van investeringen, structurele hervormingen en overheidsfinanciën ook maatregelen moet omvatten om de onevenwichtigheden aan te pakken als gevolg van de verschillende belastingstelsels van de lidstaten?

In de afgelopen jaren heeft het governancekader van de EMU zich ontwikkeld op basis van meerdere dimensies. Op één niveau is er sprake van een opmerkelijke toename van het gezamenlijke overheidsoptreden door de oprichting en ontwikkeling van het GTM, de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (GAR) en het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM). Het evenwicht tussen de communautaire methode en de intergouvernementele aanpak van de governance van de gedeelde instellingen moet parallel evolueren met het wegebben van de financiële asymmetrieën tussen de lidstaten en de heropbouw van wederzijds vertrouwen.

Wat de verdieping van de EMU betreft, kan de voltooiing van de bankenunie in hoge mate bijdragen tot de verbetering van de veerkracht van de monetaire unie, met een bijkomende verbetering door middel van de kapitaalmarktenunie. Eveneens duidelijk is dat, mits de vereiste politieke consensus wordt opgebouwd om de legitimiteit ervan te waarborgen, mechanismen voor het delen van fiscale risico's ook nuttig zouden zijn om de veerkracht te verbeteren, met name in verband met grote schokken. Er zijn tal van opties voor het ontwerpen van dergelijke systemen voor het delen van fiscale risico's met betrekking tot de gevolgen voor de nationale belasting- en socialezekerheidsstelsels.

Wat het belastingbeleid en de relevantie ervan voor de EMU betreft, vindt altijd een inruil plaats bij de decentralisatie van het belastingbeleid. Dit geldt op regionaal niveau in federale stelsels en op nationaal niveau, zowel binnen de Europese Unie als wereldwijd. Hoewel deze spanningen bestaan voor de belasting van werknemers en goederen en diensten, heeft het meest acute debat betrekking op de belasting van mondiale bedrijven, met name gezien het tweeledige belang van immateriële (en mobiele) soorten kapitaal en digitalisering, hetgeen heeft geresulteerd in het groeiende marktaandeel van superstarondernemingen. Dit verschijnsel doet zich voor over de grenzen tussen valutazones heen en de oplossing ervoor ligt bij de politieke leiders, niet bij de functionarissen van de centrale banken.

24.  Wat is uw kijk in het kader van de huidige discussie over het aanhoudend hoge niveau van particuliere en overheidsschulden in de eurozone?

Het is belangrijk een geïntegreerde kijk te hebben op de sectorale balansen. Zo is de combinatie van een overheid die een hoge schuldenlast torst met de positie van sterk netto crediteur (bijvoorbeeld Japan) duidelijk verschillend wat risicoprofiel betreft van een situatie met "dubbele schulden", waarbij zowel de overheid als de bevolking nettodebiteur zijn.

Het is ook belangrijk de terugkoppelingseffecten te zien tussen het schuldniveau en de groeiprestaties. In één richting kan een te snelle schuldafbouw in de publieke of particuliere sector te veel kosten opleveren in de vorm van negatieve gevolgen voor de macro-economische prestaties. Evenwel houden de volgens het tijdstip en per staat variërende risicopremies die aan hoge schuld gekoppeld kunnen zijn, evenzeer in dat het belangrijk is, met name in gunstige fasen, om een buitensporige schuldenlast op duurzame wijze te verminderen. Samen maakt dit een genuanceerde analyse van de gemeenschappelijke dynamiek van het schuldniveau en de output nodig om ervoor te zorgen dat een optimaal tempo van de schuldafbouw wordt gerealiseerd.

25.  Wat vindt u van de kritiek dat het onderpandkader van de ECB niet geleidelijk genoeg is en te veel steunt op externe ratingbureaus? Vindt u dat de EU haar eigen publieke ratingbureau moet oprichten voor de rating van bepaalde activa?

Het Eurosysteem heeft een wettelijke verplichting om ervoor te zorgen dat zijn transacties gedekt zijn door voldoende onderpand. Daarom is het zo belangrijk dat er degelijke risicocontrolemaatregelen zijn om de aan zijn activiteiten verbonden financiële risico's te beperken. In deze context moet worden opgemerkt dat het Eurosysteem bij de beoordeling van de zekerheden die het bij zijn krediettransacties aanvaardt, niet uitsluitend steunt op ratingbureaus, maar gebruikmaakt van vier verschillende bronnen: externe kredietbeoordelingsinstellingen; de interne kredietbeoordelingssystemen van de nationale centrale banken; op interne ratings gebaseerde systemen van tegenpartijen; en de ratinginstrumenten van externe dienstverleners.

Ongeacht de identiteit van een ratingbureau is cycliciteit een onvermijdelijk kenmerk van kredietbeoordelingen: een ongunstig macro-economisch klimaat leidt tot slechtere kredietvooruitzichten. Het risico van hoogst eigen beoordelingen door afzonderlijke ratingbureaus wordt beperkt door de diversiteit van de pool van ratingbureaus en dit moet regelmatig worden gecontroleerd. Meer in het algemeen zijn de ECB-regels inzake geschiktheid als onderpand voldoende algemeen voor de presentatie van een breed scala aan activa, met passende verschillen wat het surpluspercentage betreft.

26.  Bent u van mening dat Griekse obligaties kunnen en moeten worden opgenomen in de herinvesteringsfase van het PSPP en het CSPP?

Griekse staatsobligaties komen momenteel niet in aanmerking voor aankoop, aangezien Griekenland niet voldoet aan de minimumvereisten voor krediet en niet langer in een aanpassingsprogramma zit. Als Griekse staatsobligaties geschikt worden voor aankoop in een periode dat het Eurosysteem herinvesteringen uitvoert, kan een weloverwogen opbouw van Griekse overheidsactiva worden overwogen.

27.  Hoe beoordeelt u de recente ontwikkeling van de wisselkoers tussen de US-dollar en de euro?

De wisselkoers van de euro is sinds het eerste kwartaal van 2018 in waarde gedaald ten opzichte van de Amerikaanse dollar, wat tot op zekere hoogte is toe te schrijven aan het verbeterde macro-economische klimaat in de Verenigde Staten en aan de verkrappingscyclus van de Federal Reserve. In dezelfde periode is de wisselkoers van de euro echter vrijwel stabiel gebleven ten opzichte van de valuta van andere belangrijke handelspartners. Dat wijst erop dat de waardedaling van de euro in nominaal-effectieve zin veel beperkter is. Over het algemeen strookt dit met de opvatting dat de ontwikkelingen van de wisselkoers van de euro sinds maart 2018 vooral toe te schrijven zijn aan Amerikaanse factoren.

28.  Hoe beoordeelt u de resultaten van de G20? Wat vindt u van het huidige niveau van coördinatie tussen de belangrijkste centrale banken?

De G20 is een belangrijk forum voor multilaterale dialoog en voor het zoeken naar samenwerkingsoplossingen: opkomende landen hebben een steeds groter aandeel in de mondiale economie en het is dus van vitaal belang dat een sterk institutioneel kader wordt opgezet om de regeringen van de belangrijkste ontwikkelde en opkomende economieën bijeen te brengen. De richtsnoeren van de G20 voor de werkzaamheden van de Raad voor financiële stabiliteit zijn van belang gebleken om een breed gedragen benadering van financiële regelgeving op mondiaal niveau te verzekeren. Zoals in de periode 2009-2010 is aangetoond, kan de G20 ook een belangrijk forum zijn om gemeenschappelijke reacties te formuleren in geval van een ernstige wereldwijde schok.

De belangrijkste centrale banken onderhouden sterke multilaterale en bilaterale betrekkingen via kaders zoals de BIB, de G20, de G7, het IMF en de OESO. De toenemende integratie van de wereldeconomie en het financiële stelsel houdt in dat alle centrale banken rekening moeten houden met overloop- en terugslageffecten tussen binnenlandse en internationale beleidsmaatregelen, terwijl zij ook steeds hun individuele mandaten in acht moeten blijven nemen. Wetenschappelijk onderzoek wijst erop dat deze gemengde aanpak van onafhankelijke beleidsbeslissingen binnen een sterk multilateraal kader over het algemeen doeltreffend zal zijn.

29.  Moet de ECB concrete maatregelen nemen om de euro als internationale munt te stimuleren?

De internationale rol van de euro wordt ondersteund door een gezond economisch beleid in de eurozone en een diepere en volledigere economische en monetaire unie na te streven, met inbegrip van de voltooiing van de bankenunie en de bevordering van de kapitaalmarktenunie. In die zin zal de voltooiing van de EMU-architectuur door de eurozone veerkrachtiger te maken helpen om het gebruik van de euro aantrekkelijker te maken. Initiatieven van het Eurosysteem op het gebied van marktinfrastructuur en -betalingen, die bijdragen tot meer efficiëntie en integratie van de financiële markten in de eurozone, kunnen ook een positieve bijdrage leveren. Ook het vergroten van het aanbod van in euro luidende activa met een laag risico is van essentieel belang voor het vertrouwen van mondiale investeerders in de euro als een "veilige haven".

30.  Hoe realistisch acht u het dat de JPY of de CNY de euro als de op één na belangrijkste internationale munt naar de kroon zal steken?

Op lange termijn is het mogelijk een multipolair internationaal financieel stelsel te ontwikkelen waarin geen enkele munt een duidelijk overwicht heeft. Aangezien zowel de handel in goederen als de handel in activa sterk de invloed van de "zwaartekracht" ondervinden, is het aannemelijk dat een of meer Aziatische valuta op regionaal en op mondiaal niveau een prominentere grensoverschrijdende rol zullen gaan spelen. Dit is afhankelijk van verdere vooruitgang in de ontwikkeling van de binnenlandse financiële stelsels in deze landen, de volledige liberalisering van financiële rekeningen en het binnenlands monetair beleid.

31.  Wat zijn de belangrijkste risico's en de grootste kansen voor de euro in de toekomst?

De institutionele hervormingen na de crisis hebben de veerkracht van de eurozone verbeterd. Tegelijkertijd zou de samenhang van de eurozone worden verbeterd door meer vooruitgang te boeken op het gebied van de bankenunie, de kapitaalmarktenunie en een betere risicodeling (samen met de versterking het van nationale beleid). Daarom moeten beleidsmakers de kans grijpen om, vooral buiten crisissituaties, institutionele vooruitgang te boeken op nationaal niveau en op het niveau van de eurozone. Een primaire risicofactor daarentegen, is het nastreven van alternatieve beleidsopties die de kwetsbaarheid vergroten en die de collectieve inspanningen met het oog op een veerkrachtige eurozone op losse schroeven zetten.

32.  Moet de ECB zich zorgen maken over het risico van een mogelijke "valutaoorlog" met de VS? Moet de ECB overwegen een explicieter communicatiebeleid met betrekking tot het wisselkoersbeleid van de euro aan te nemen?

De eurozone en de Verenigde Staten zijn grote valutagebieden die nationaal georiënteerde monetaire strategieën kunnen toepassen, gezien de overheersende rol van de euro en de dollar voor de werking van deze economieën en financiële stelsels. Hoewel de wisselkoers een belangrijk transmissiemechanisme voor monetair beleid kan zijn, moeten noch de ECB noch de Federal Reserve zich richten op het niveau van de wisselkoers om prijsstabiliteit te bewerkstelligen. Tegelijkertijd kunnen grote en plotselinge valutabewegingen een verstorend effect hebben, en moeten grote centrale banken dus de mogelijkheid behouden om op atypische basis in te grijpen in valutamarkten.

33.  Moet de ECB volgens u meer EIB-obligaties kopen om Europese investeringen te financieren in overeenstemming met de primaire en secundaire doelstellingen van de ECB?

Supranationale obligaties (met inbegrip van EIB-obligaties) vormen een belangrijk onderdeel van de markt voor obligaties in euro en het Eurosysteem is een belangrijke houder van dergelijke obligaties in het kader van het PSPP. Tegelijkertijd is het universum van supranationale obligaties te klein om deze obligaties als primair doelwit voor de markttransacties van het Eurosysteem te kunnen gebruiken en aldus de verwezenlijking van de doelstelling van het monetaire beleid van het programma mogelijk te maken.

Er zij aan herinnerd dat het Eurosysteem krachtens artikel 123 van het Verdrag geen door de EIB uitgegeven obligaties op de primaire markt mag kopen. Deze obligaties kunnen dus alleen op de secundaire markt worden aangekocht en zijn onderworpen aan bepaalde criteria, zoals beperkingen met betrekking tot emissie en emittent.

34.  Bent u van mening dat nieuwe lidstaten aan aanvullende voorwaarden moeten voldoen vooraleer zij tot de eurozone mogen toetreden, zoals toetreding tot de bankenunie via het GTM, doeltreffend toezicht op witwasrisico’s, onroerendgoedmarkten met een vergelijkbaar niveau van stabiliteit, en doeltreffend toezicht op corruptie?

Het is van essentieel belang dat elk land dat voornemens is de euro in te voeren de juiste route, modaliteiten en timing hanteert, waaronder deelname aan het ERM II zonder moeilijkheden gedurende ten minste twee jaar.

Na de oprichting van de bankenunie zal elk land dat de euro invoert tegelijkertijd ook toetreden tot de bankenunie. Daarom moeten de lidstaten die tot de eurozone willen toetreden, ook klaar zijn om deel te nemen aan het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme en het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme. Bijgevolg wordt de lidstaten verzocht een nauwe samenwerking tot stand te brengen met de ECB, en is als onderdeel van dit proces een uitgebreide beoordeling van de banken van landen in het kader van het bankentoezicht van de ECB vereist.

35.  De Federal Reserve en de Bank of Canada hebben onlangs een herziening van hun monetairbeleidskader aangekondigd. Denkt u dat, twintig jaar na de invoering van de euro, de tijd rijp is om een soortgelijke herziening bij de ECB uit te voeren?

Zoals uit deze voorbeelden blijkt, is het een goed idee om de kaders voor het monetair beleid regelmatig te herzien. Ik ben ervan overtuigd dat de Raad van bestuur deze kwestie te zijner tijd zal onderzoeken.

36.  Welke rol ziet u in de toekomst weggelegd voor transacties in contanten, in vergelijking met digitale transacties?

Digitale transacties hebben duidelijk een aantal voordelen. Tegelijkertijd moet er nog een oplossing worden gevonden voor bepaalde kwesties (zoals het vinden van een evenwicht tussen anonimiteit en traceerbaarheid bij digitale transacties) vooraleer de overgang naar digitale transacties probleemloos zal kunnen. Centrale banken kunnen zich aanpassen aan verschillende gradaties van digitalisering en de mondiale centrale bankwereld is bezig met het bestuderen van deze tendensen.

37.  Wat is uw standpunt over de beperkingen met betrekking tot bepaalde grote coupures?

Ik heb deelgenomen aan en steunde de herziening en het besluit van de Raad van bestuur van mei 2016 met betrekking tot de denominationele structuur van de Europa-serie bankbiljetten. De Raad van bestuur besliste toen om geen biljet van 500 EUR te produceren, gezien de bezorgdheid dat dit illegale activiteiten zou kunnen faciliteren. Het bankbiljet van 500 EUR blijft echter een wettig betaalmiddel en zal altijd zijn waarde behouden en bij de nationale centrale banken kunnen worden ingewisseld.

C.  Financiële stabiliteit en toezicht

38.  Hoe kunnen we de erfenis van de crisis van hoge uitstaande bedragen aan niet-renderende leningen alsmede risico's in de stroom van niet-renderende leningen aanpakken? Hoe beoordeelt u het probleem van niet-renderende leningen in de balansen van kleine en middelgrote kredietinstellingen? Welke maatregelen moet de ECB/het GTM nemen om ervoor te zorgen dat alle banken in de eurozone en niet alleen de grootste op passende wijze met slechte leningen omgaan?

Het is duidelijk dat het probleem van niet-renderende leningen kordaat moet worden aangepakt. Met name niet-renderende leningen die niet worden aangepakt, vergroten de kwetsbaarheid van het bankenstelsel bij een eventuele toekomstige neergang. Het is dus belangrijk om dit probleem in een periode van positieve economische prestaties aan te pakken. De initiatieven van het ECB-bankentoezicht beginnen vruchten af te werpen. Het aandeel van niet-renderende leningen in een aantal belangrijke instellingen is gedaald van ongeveer 7,5 procent in begin 2015 naar 4,2 procent in het derde kwartaal van 2018(5). In de richtsnoeren van maart 2017 van het ECB-bankentoezicht wordt uiteengezet dat banken strategieën voor niet-renderende leningen moeten toepassen om het bestand aan te pakken. De richtsnoeren gelden voor alle belangrijke instellingen in de eurozone en werden aangevuld met een addendum dat in maart 2018 werd gepubliceerd. De EU-wetgeving voor het aanpakken van niet-renderende leningen in het kader van pijler 1 vormt een extra noodzakelijk element om een aantal wetgevingsbepalingen ter zake in te voeren en te versterken hoe EU-banken in de toekomst met niet-presterende leningen omgaan.

Hoewel de beschikbare instrumenten voor grotere banken (met inbegrip van de verkoop van portefeuilles van niet-presterende leningen aan niet-bancaire beleggers) niet in gelijke mate beschikbaar zijn voor kleinere banken, is het het totale bestand aan niet-presterende leningen dat voor de financiële stabiliteit het meest relevant is. Daarom moeten ook de nationale toezichthouders van kleinere banken maatregelen nemen om dit probleem te verhelpen.

39.  Hoe beoordeelt u het hoge niveau van niveau 2- en niveau 3-activa in veel bankbalansen? Wordt er met deze activa op de juiste wijze rekening gehouden door het huidige toezichtkader?

Het GTM heeft de robuustheid van de waarderingspraktijken van banken beoordeeld om het bewustzijn van de inherente risico’s en de toepassing van prudente benaderingen van waardering en risicobeheer te bevorderen met behulp van een combinatie van toezichtinstrumenten. Het GTM heeft al zijn toezichtinstrumenten toegepast om de robuustheid van de waarderingspraktijken van de banken te waarborgen. Sinds de aanvang van het GTM zijn hiervoor heel wat middelen ingezet, te beginnen bij de beoordeling van de kwaliteit van de activa als onderdeel van de uitgebreide beoordeling van 2014. De GTM-benadering van het waarderingsrisico van complexe activa is gebaseerd op een combinatie van verbeterde monitoring, "deep dives" en inspecties ter plaatse. Bij deze inspecties wordt ingegaan op de robuustheid en doeltreffendheid van het waarderingskader en het toezicht op de prijsstellingsmodellen die worden gebruikt om reële waarden te produceren. Bij de missies ligt de nadruk op de correcte toewijzing van de posities aan de reëlewaardehiërarchie (d.w.z. juiste classificatie) en op het testen van specifieke transacties. Het relatieve belang van de reële waarde van activa en passiva (1, 2 en 3 samen) is de afgelopen jaren aanzienlijk afgenomen voor GTM-banken.

40.  Wat is uw standpunt over de regulering van het schaduwbankstelsel? Moet het GTM de bevoegdheid krijgen toezicht te houden op schaduwbankieren? Wat zijn volgens u de mazen in de regelgeving en het toezicht die op korte termijn aangepakt moeten worden? Wat moet de rol van het GTM zijn ten aanzien van fintech?

Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt bij de versterking van het regelgevings- en toezichtskader van de EU voor niet-banken. Met name de regelgevingskaders na de crisis voor securitisatie, geldmarktfondsen en beleggingsfondsen vormen een hoeksteen om de risico’s in de niet-bancaire financiële sector te beperken. Tegelijkertijd is het aandeel van niet-bancaire financiële intermediatie zowel in Europa als in de rest van de wereld gegroeid, hetgeen gevolgen kan hebben voor de financiële stabiliteit en de financiering van de reële economie. Zo is bijvoorbeeld de sector van beleggingsfondsen in de eurozone de afgelopen tien jaar snel gegroeid: de totale activa zijn gestegen van 4,5 biljoen EUR aan het eind van 2008 tot 12,2 biljoen EUR eind 2018(6). De obligatiefondsen van de EU hebben geleid tot een toename van de liquiditeitstransformatie, waardoor ook krediet- en renterisico groter werden. Om nieuwe en opkomende risico’s van niet-bancaire financiële intermediairs aan te pakken, moeten we de sector van nabij monitoren en de macroprudentiële toolkit voor investeringsfondsen en niet-bancaire financiering verder ontwikkelen. Voor beleggingsondernemingen die groot, complex en onderling verbonden zijn, die aan bankactiviteiten verwante activiteiten verrichten, en die systeemrisico’s kunnen opleveren, moeten we er dus voor zorgen dat hun regulering en toezicht in overeenstemming worden gebracht met die van tot het systeem behorende bankinstellingen. Het zou bijvoorbeeld zinvol zijn dat het GTM toezicht uitoefent op grote ondernemingen van verhandelaars-makelaars, gezien de nauwe banden tussen de activiteiten van verhandelaars-makelaars en het bankwezen.

Concurrentie van fintechbedrijven en niet-bancaire financiële intermediairs kan een uitdaging vormen voor het rendement van banken, maar kan ook mogelijkheden bieden om de inkomsten te diversifiëren en de kosten te drukken. Toezichthouders (met inbegrip van het GTM) moeten dus neutraal zijn tussen traditionele bedrijven en fintechbedrijven, met dezelfde regelgevingsverwachtingen voor beide groepen.

41.  Wat vindt u van de mogelijke stappen in de richting van de voltooiing van de bankenunie met een Europees depositogarantiestelsel en een budgettair vangnet, inclusief de noodzakelijke invoering van de bestaande wetgeving van de bankenunie en de lopende werkzaamheden met betrekking tot risicodeling en risicovermindering?

De overeenkomst over het gemeenschappelijke vangnet voor het GAF is een belangrijke stap in de richting van een voltooide bankenunie. Tegelijkertijd kan de potentiële winst van een volledige bankenunie alleen worden ontsloten met een nog grotere gezamenlijke inzet voor financiële stabiliteit en een gemeenschappelijk depositogarantiestelsel. Een dergelijke hoge mate van risicodeling gaat op zijn beurt vanzelfsprekend hand in hand met een vermindering van asymmetrische risico’s tussen landen. Naast de maatregelen om de soliditeit van de banksector verder te versterken, blijft de gevoeligheid van nationale bankenstelsels voor hun eigen staat de voltooiing van de bankenunie belemmeren. Een van de elementen die deze potentiële vicieuze cirkel kunnen doorbreken, is het verkleinen van de "thuisvoorkeur" inzake overheidsobligaties van banken. Dit kan op verschillende manieren worden bereikt, onder meer door innovaties zoals het faciliteren van door overheidsobligaties gedekte effecten (SBBS's).

42.  Welke risico's voor de financiële stabiliteit ziet u met betrekking tot hefboomfinancieringsleningen?

De groei van de markt voor hefboomfinancieringsleningen de afgelopen jaren wordt grondig bestudeerd door centrale banken en financiële toezichthouders. Hoewel er duidelijke bezwaren zijn met betrekking tot deze kredietcategorie, is het ook belangrijk rekening te houden met de relatief beperkte grootte van deze markt en de verspreiding van de risico's over de verschillende soorten uiteindelijke investeerders.

43.  Met welke uitdagingen denkt u dat de ECB geconfronteerd zal worden als het Europees stabiliteitsmechanisme (ESM) wordt omgezet in een Europees Monetair Fonds (EMF)?

Het akkoord om het ESM te versterken en het te voorzien van de nodige financiële instrumenten om zijn taken te vervullen is een positieve ontwikkeling. Wat de follow-up betreft, zijn er twee duidelijke prioriteiten. Ten eerste is het belangrijk dat in het akkoord de rollen worden geëerbiedigd die uit hoofde van de EU-verdragen en afgeleid recht, zoals de GTM-verordening, aan de verschillende instellingen zijn toegewezen. Ten tweede is de opening van het ESM-verdrag een goede gelegenheid om het governancekader van het ESM te versterken. De duidelijke structuur voor de onafhankelijkheid van het personeel van het IMF vormt bijvoorbeeld een goed model voor het ESM. Deze factoren worden nader toegelicht in een recent advies van de ECB ter zake(7).

44.  Hoe beoordeelt u de betrokkenheid van de ECB in het kader van financiële steunprogramma's? Hoe ziet u de mogelijke betrokkenheid van de ECB bij financiële bijstandsprogramma’s en post-programmatoezicht in de toekomst evolueren?

Op verzoek van de lidstaten heeft de ECB deelgenomen aan aanpassingsprogramma's, om de deskundigheid van de Commissie aan te vullen. De betrokkenheid van de ECB moet duidelijk toegespitst zijn op kwesties in verband met financiële stabiliteit en de financiële sector, en op de macro-economische dimensie van het begrotingsbeleid. Met betrekking tot zijn mandaat houdt dit in dat het niet passend is de ECB te betrekken bij micro-economische kwesties zoals begrotingsposten, het ontwerp van socialebeschermingsstelsels, privatiseringsprogramma’s en structurele hervormingen van de arbeids- en productmarkten.

45.  Wat vindt u van de noodzaak om een strikte scheiding tussen het monetaire beleid en het bankentoezicht te waarborgen en wat zijn volgens u de hervormingen die deze scheiding verbeteren en begunstigen?

Ik sta achter dit scheidingsbeginsel. In de praktijk, wat de werking van het GTM betreft, werkt dit zeer goed. Bovendien is het duidelijk dat het lidmaatschap van eenzelfde organisatie belangrijke wederzijdse voordelen oplevert voor toezichthouders en ambtenaren van centrale banken. In de ene richting helpt de blootstelling aan de macro-economische expertise van het ECB-personeel de toezichthouders om kredietrisico’s in te schatten; omgekeerd helpt de analyse van geaggregeerde bankgegevens de ambtenaren die zich bezighouden met het monetair beleid om meer zicht te krijgen op het financiële transmissiekanaal.

46.  Hoe kunnen het GTM en de GAR hun samenwerking versterken?

In lijn met het memorandum van overeenstemming blijft de samenwerking tussen de ECB en de GAR verbeteren, en wordt informatie op regelmatige en op ad-hocbasis uitgewisseld. Dit geldt zowel voor dagelijkse activiteiten als voor crisissituaties (bv. FOLTF-beoordelingen). Ik begrijp dat er sprake is van actieve samenwerking tussen de raden van bestuur, en nauwe samenwerking op technisch niveau. Naarmate het GTM en de GAR institutioneel tot volle wasdom komen, zal hun samenwerking zonder twijfel nog sterker worden.

47.  Wat vindt u van de huidige institutionele opzet van het Europees Comité voor systeemrisico's (ESRB) onder het dak van de ECB, aangaande concrete resultaten in macroprudentieel toezicht?

Macroprudentieel en monetair beleid zijn complementair. Wanneer het macroprudentieel beleid de risico's voor de financiële stabiliteit op nationaal en eurozoneniveau beperkt, kan het monetair beleid in volledige vrijheid zijn eigen doelstelling nastreven, namelijk de instandhouding van de prijsstabiliteit. De besluitvormingsprocedures en organen van het ESRB (Algemene Raad) en van de ECB (Raad van Bestuur) worden in het EU-recht duidelijk van elkaar gescheiden. Ik zie geen materieel belangenconflict tussen de beoordeling van de financiële stabiliteit van het ESRB en de monetaire beleidsfunctie van de ECB. Gezien de deskundigheid van het personeel van de ECB zou het bovendien inefficiënt en prijzig zijn om de samenwerking tussen het secretariaat van het ESRB en de ECB te verbieden.

48.  Wat zijn uw standpunten met betrekking tot de structurele hervorming van de banksector met betrekking tot instellingen die te groot of te verweven zijn om failliet te kunnen gaan, spaarbanken, de algemene kwestie van de winstgevendheid van de banksector in de EU, en de architectuur van de sector in de toekomst om te voorzien in de behoeften van de reële economie en de langetermijnfinanciering?

Banken in de eurozone worden met uiteenlopende uitdagingen geconfronteerd, met betrekking tot zowel conjuncturele als structurele kenmerken van de markten waarop zij actief zijn. Hoewel sommige van de conjuncturele uitdagingen voor de winstgevendheid van banken zijn gaan liggen, is nog steeds sprake van een aantal structurele problemen die de winstgevendheid van banken in de weg staan. Er bestaat geen structurele uniforme wijziging die de banken in de eurozone kunnen doorvoeren om te waarborgen dat het bankwezen voorziet in de behoeften van de reële economie. De optimale strategie zal afhangen van vele factoren, waaronder mogelijkheden om kosten te besparen, zoals het stroomlijnen van distributiekanalen en het terugdringen van uitgaven, en de verbetering van IT-systemen evenals maatregelen om de op vergoedingen gebaseerde inkomstenbronnen uit te breiden. Vele bankbedrijfsmodellen moeten opnieuw bekeken worden, zodat duurzame manieren gecreëerd kunnen worden om winst te genereren in het post-crisistijdperk. De overcapaciteit en de versnippering langs nationale lijnen zijn in zekere zin een rem op de winstgevendheid van sommige banksectoren in de eurozone. Grensoverschrijdende dienstverlening, met fusies en overnames in het eurogebied, gekoppeld aan inkrimpingen in een bankenunie in evolutie zijn noodzakelijk voor consolidatie in de banksector.

49.  Hoe kan het witwassen van geld en de financiering van terrorisme doeltreffender worden aangepakt in de bankenunie? Welke rol kan de ECB/het GTM hierbij vervullen?

Betrokkenheid bij witwassen of financiering van terrorisme kan een aanzienlijk risico voor een bank vormen, en uiteindelijk zelfs haar levensvatbaarheid in gevaar brengen. Om deze reden neemt de ECB, binnen de grenzen van haar toezichthoudende taken, de prudentiële implicaties van witwasrisico’s zeer ernstig. De ECB is echter niet verantwoordelijk voor de handhaving van de wetgeving inzake voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of de financiering van terrorisme. Die taak behoort toe aan de nationale autoriteiten inzake de bestrijding van het witwassen van geld en het financieren van terrorisme (AML/CFT). Deze problemen zouden effectiever aangepakt kunnen worden als de bevoegde autoriteiten tijdig betrouwbare informatie zouden krijgen van de onder toezicht staande entiteiten over de risico's en schendingen met betrekking tot AML/CFT-vereisten.

50.  In een recente zaak waarbij de Maltese Pilatus Bank betrokken was, ondervond de ECB juridische belemmeringen om de vergunning om leningen te verstrekken in te trekken nadat de voorzitter van de bank in maart in de Verenigde Staten werd aangehouden wegens vermeende witwaspraktijken en bankfraude. Deze vertraging zou zijn veroorzaakt door onduidelijke regels en buitensporige discretionaire bevoegdheden voor nationale toezichthouders. Hoe beoordeelt u het vermogen van de ECB om witwassen te voorkomen en doeltreffend te handelen in situaties als deze in de toekomst, op basis van haar huidige prudentiële bevoegdheden?

De ECB is volledig afhankelijk van de informatie die haar door de nationale AML/CFT-autoriteiten wordt verstrekt (direct of indirect via nationale prudentiële toezichthouders). Het doel van de overeenkomst tussen de ECB en de nationale AML/CFT-toezichthouders is de uitwisseling van AML/CFT-gerelateerde informatie tussen de deelnemende autoriteiten te vergemakkelijken. In de overeenkomst wordt met name de procedure voor het opvragen en verstrekken van de informatie beschreven (op verzoek en op eigen initiatief) en wordt voorzien in contactpunten die de ondertekenaars te allen tijde beschikbaar zullen houden.

51.  In verband met de recente schandalen in de EU, hoe denkt u dat rekening zal worden gehouden met witwasrisico’s wanneer de ECB de financiële stabiliteit van banken beoordeelt? Staat u achter het idee dat het toezicht op AML in de EU in één agentschap gecentraliseerd moet worden, en dat, in de tussentijd, de bevoegde autoriteiten belastinggegevens moeten kunnen gebruiken voor AML-doeleinden?

De bestrijding van witwassen moet op pan-Europees niveau benaderd worden. Aangezien het witwassen van geld vaak een grensoverschrijdend verschijnsel is, kan het huidige kader maar zo doeltreffend zijn als de zwakste nationale schakel onder de lidstaten. De laatste herziening van de AML-richtlijn volstaat misschien niet om een vlotte en volledige samenwerking tussen de betrokken toezichthoudende autoriteiten te waarborgen. Een grotere mate van harmonisatie van de toepasselijke moet worden overwogen. Het is echter in de eerste plaats de bevoegdheid van de Europese Commissie om de nodige beoordelingen uit te voeren en voorstellen te doen over hoe het AML/CFT-kader van de EU verder ontwikkeld kan worden.

52.  In vergelijking met de eurozone heeft de VS een meer geïntegreerde financiële sector, die van groot belang is om het effect van negatieve schokken te verzachten (veerkracht). De mondiale financiële crisis heeft evenwel de veerkrachtige-doch-fragiele aard van financiële netwerken aangetoond: dezelfde kenmerken die het systeem onder bepaalde omstandigheden veerkrachtiger maken, kunnen onder andere voorwaarden juist grote bronnen van systeemrisico en instabiliteit zijn. Is een grotere financiële integratie altijd in overeenstemming met de doelstelling van financiële stabiliteit? Wat moeten de doelstellingen van de kapitaalmarktenunie zijn?

Het "financieel trilemma" stelt basisvereisten vast voor de succesvolle vereniging van financiële integratie en financiële stabiliteit. Het vereist met name een gemeenschappelijk regelgevings- en toezichtskader, samen met centrale banken die in staat zijn om tijdens crisissituaties op te treden op een manier die de financiële stabiliteit ondersteunt. De tragedie van het eerste decennium van monetaire unie was dat de snelle groei van grensoverschrijdend krediet niet gepaard ging met een integratie van het financieel toezicht. In de nasleep van de crisis hebben we nu het GTM en de Europese toezichthoudende autoriteiten (EBA, ESMA, EIOPA) die bijdragen aan de ontwikkeling van een gemeenschappelijke benadering van het toezicht, binnen het gemeenschappelijke rechtskader dat in de CRR/CRD is vastgelegd. De integratie van het financiële stelsel is ook gepaard gegaan met de oprichting van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad, het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en het ESM. Bovendien kan het actieve gebruik van macroprudentieel beleid helpen om de potentiële risico’s voor de financiële stabiliteit als gevolg van financiële integratie te beperken.

Financiële integratie kan ook zeer veel voordelen opleveren. Geografische diversificatie zorgt niet alleen voor de schaalvergroting die nodig is om de concurrentie te bevorderen en voor kostenverbeteringen in de marktsegmenten met hoge vaste kosten; het beschermt investeerders en consumenten ook tegen landspecifieke risico's. Verdere vooruitgang op het gebied van de bankenunie en de kapitaalmarktenunie kan dan ook de stabiliteit van alle lidstaten bevorderen.

D.  Functioneren van de ECB en democratische verantwoording en transparantie

53.  Waaruit zal bij de ECB uw persoonlijke aanpak van de sociale dialoog bestaan?

De sociale dialoog is een fundamenteel onderdeel van het Europees sociaal model. Zowel op het niveau van de ECB als op het niveau van het ECSB is het belangrijk dat er een rechtstreekse lijn is tussen de leiding en de personeelsvertegenwoordigers. Ik heb vernomen dat de afgelopen tijd bij de ECB vooruitgang is geboekt op het gebied van de werklast, de werktijden en de flexibiliteit. Zelf ben ik ervan overtuigd dat een grote betrokkenheid en gesprekken met personeelsvertegenwoordigers om te verzekeren dat hun standpunten voldoende gehoord en begrepen worden een belangrijk element zijn om een duurzame en bevredigende werkomgeving te creëren.

54.  Het EP speelt een belangrijke rol in de verantwoordingsplicht van de ECB. Welke conclusies trekt u uit de vergelijking met andere rechtsgebieden? (bv. het Amerikaanse Congres/de Fed, vs. het Britse Parlement/de Bank of England, vs. het EP/de ECB)

Onafhankelijkheid moet hand in hand gaan met verantwoording. Als centrale banken een hoge mate van onafhankelijkheid krijgen, moet ook aangetoond worden dat zij deze onafhankelijkheid op passende wijze uitoefenen.

Het Europees Parlement heeft, als de instelling die de burgers van de EU vertegenwoordigt, een fundamentele rol in het ter verantwoording roepen van de ECB. Dit gebeurt door de regelmatige aanwezigheid van de president van de ECB in de commissie ECON en bij andere debatten tijdens de plenaire vergadering, de voorstelling van het jaarverslag in ECON, de schriftelijke (openbare) antwoorden op vragen van EP-leden, en andere mechanismen. Het is in het belang van de ECB om volledig en tijdig te antwoorden op vragen van leden via deze fora, aangezien deze vragen doorgaans betrekking hebben op algemene bezorgdheden van de bevolking in de verschillende lidstaten. Bovendien verbetert het algemene begrip van het beleid van de ECB ook de doeltreffendheid van dit beleid, dat doorgaans afhankelijk is van huishoudens, ondernemingen en marktdeelnemers die op deze beleidsmaatregelen reageren.

De ECB heeft geleerd van andere rechtsgebieden (en heeft lessen getrokken uit de bredere evolutie in het denken over de verantwoordingsplicht van onafhankelijke instellingen) en heeft gereageerd door de manier waarop zij communiceert te veranderen. Zo kunnen de leden van het Europees Parlement, de marktdeelnemers en de burgers dankzij de publicatie van de besprekingen in de Raad van Bestuur meer inzicht krijgen in onze redeneringen. De grote hoeveelheid publicaties van de ECB is ook een belangrijk element om te verzekeren dat de beleidsvormingsprocedure zo transparant mogelijk is, wat nog verder versterkt wordt door communicatie via nieuwe sociale media.

De gewoonte van de ECB om na het nemen van een besluit over het monetair beleid een persconferentie te organiseren wordt nu overigens ook op andere plaatsen toegepast.

Bij het aannemen van nieuwe verantwoordelijkheden – toezicht, bijvoorbeeld – werd een herzien verantwoordingskader opgezet. De ECB opereert in een unieke institutionele omgeving en heeft gereageerd op de nieuwe vraag naar meer toezicht, transparantie en verantwoording. Meer in het algemeen ben ik ervan overtuigd dat de communicatiestrategie van de ECB de komende jaren zal blijven ontwikkelen.

55.  Welke maatregelen en toekomstige hervormingen kunnen volgens u de democratische verantwoording van de ECB tegenover het Europees Parlement versterken?

Eerst en vooral is het belangrijk ervoor te zorgen dat het huidige betrokkenheidsmodel tussen de ECB en het Europees Parlement (zoals hierboven uiteengezet) zo goed mogelijk functioneert. De ECB moet bijvoorbeeld altijd openstaan voor feedback van leden over de kwaliteit en de tijdigheid van door haar verstrekte antwoorden. De ECB moet ook openstaat voor nieuwe vormen van dialoog, gezien de ontwikkelingen en innovaties met betrekking tot communicatiemiddelen.

Tijdens mijn ambtstermijn als gouverneur van de centrale bank van Ierland stonden verantwoording en transparantie centraal, in overeenstemming met onze opvatting dat we het vertrouwen van de bevolking en het respect van onze collega’s moesten verdienen. De Centrale Bank van Ierland heeft zelfs de prijs voor transparantie gewonnen bij de Central Banking Awards, ter erkenning van onze hoge normen voor transparantie en verantwoording. Wat hiertoe bijdroeg, waren onze werkzaamheden met betrekking tot de behandeling van verzoeken om vrijheid van informatie, de publicatie van de rekeningen van de Commissie van de bank (de raad van bestuur) en van afschriften van belangrijke interviews in de media, en transparantie over zaken als reisvergoedingen, organisatorisch beleid en salarisschalen. We moeten altijd bereid zijn om te leren, te ontwikkelen en te innoveren.

56.  Wat kan de ECB concreet doen om in de toekomst vrouwelijke kandidaten voor ECB-topposities te krijgen en om de algehele genderdiversiteit binnen de ECB te verbeteren? Hoe wilt u persoonlijk de genderbalans binnen de ECB verbeteren?

Genderdiversiteit (met name op hogere niveaus) is niet alleen voor de ECB een punt van zorg, maar ook voor het Eurosysteem, centrale banken wereldwijd en zelfs de macro-economische en financiële wereld. Bij de Centrale Bank van Ierland werden de vier topbeleidsfuncties (gouverneur, twee adjunct-gouverneurs en de directeur-generaal voor financieel beheer) bekleed door twee mannen en twee vrouwen. Meer in het algemeen worden 40 % van onze hogere leidinggevende functies en 46 % van de posten voor afdelingshoofden bekleed door een vrouw. Ik zie alle dagen de waarde van genderdiversiteit voor beleidsvorming en organisatorische ontwikkeling.

Een eerste belangrijke voorwaarde om te kunnen spreken van een duurzame, progressieve werkplek is de bevordering van een gezond evenwicht tussen werk en privéleven. Dit komt zowel mannen als vrouwen ten goede en maakt het gemakkelijker om de eisen van een hoge positie en het gezinsleven met elkaar te verzoenen.

Een tweede belangrijk principe is dat de criteria voor promotie toegespitst zijn op het potentieel van kandidaten, en niet op de lengte van hun cv. Deze aanpak maakt het gemakkelijker om meer gevarieerde loopbanen te kunnen accommoderen.

Een derde beginsel is dat een portefeuillebenadering moet worden gehanteerd voor benoemingen op verschillende niveaus in een organisatie, opdat het collectieve profiel van elke laag goed uitgebalanceerd is.

57.  Hoe ziet u mogelijke verbeteringen voor de verantwoordingsplicht van de ECB ten opzichte van de Europese Rekenkamer (ERK) in termen van operationele efficiëntie?

Het Verdrag definieert het mandaat van de Rekenkamer om de doelmatigheid van de ECB te controleren. De afgelopen jaren heeft de ECB met de Rekenkamer samengewerkt, en heeft zij de werkzaamheden en de bijdragen van de Rekenkamer aan de verdere versterking van de doelmatigheid van de ECB gewaardeerd.

Ik sta open voor verdere samenwerking en dialoog over de modaliteiten van eventuele interinstitutionele regelingen voor de uitwisseling van informatie met de Rekenkamer, binnen de grenzen van het Verdrag. Het is in het belang van de ECB om te verzekeren dat de Rekenkamer haar taken doeltreffend kan uitvoeren.

58.  Wat vindt u van het feit dat de Raad in het verleden ooit de mening van het Europees Parlement over de benoeming van een bestuurslid negeerde?

Het is passend om het ontwerp van de benoemingsprocedure voor bestuursleden aan de EU-wetgevers over te laten.

59.  Zal u uw benoeming tot directielid van de ECB aanvaarden als het EP tegen dat besluit zou stemmen?

Ik voel mij vereerd om te worden voorgedragen door mijn regering, en door de Raad Economische en Financiële Zaken te worden aanbevolen aan de Europese Raad. Ik hoop van harte dat ook het Europees Parlement een gunstig advies zal uitbrengen over de aanbeveling van de Raad.

60.  Hoe beoordeelt u het feit dat ECB-president Mario Draghi lid is van de Groep van Dertig (G30)? Bent u het eens met het verzoek van de Europese Ombudsman dat de president van de ECB zijn lidmaatschap van de G30 moet beëindigen om de integriteit van de Europese instellingen als geheel te vrijwaren?

Het is van cruciaal belang dat de directieleden van de ECB zich houden aan de beginselen van solide transparantie en goed bestuur.

In haar antwoord op het besluit van de Europese Ombudsman houdt de ECB vol dat het de leden van haar besluitvormende organen moet worden toegestaan zich aan te sluiten bij fora waaraan onder meer vertegenwoordigers van onder toezicht staande entiteiten deelnemen, en de vergaderingen van deze fora bij te wonen, indien deze bijeenkomsten relevant en nuttig worden geacht voor centrale bankiers bij de uitvoering van hun mandaat, op voorwaarde dat hun lidmaatschap van het forum compatibel is met de beginselen van goed bestuur. Ik ben het met dit standpunt eens. Daarnaast ben ik ingenomen met de recente maatregelen van de G30 om de transparantie te verbeteren door, onder andere, de agenda's van vergaderingen te publiceren.

PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Benoeming van een lid van de directie van de Europese Centrale Bank

Document- en procedurenummers

05940/2019 – C8-0050/2019 – 2019/0801(NLE)

Datum raadpleging / verzoek om goedkeuring

14.2.2019

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ECON

 

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Roberto Gualtieri

11.2.2019

 

 

 

Behandeling in de commissie

26.2.2019

 

 

 

Datum goedkeuring

26.2.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

33

8

6

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pervenche Berès, Esther de Lange, Markus Ferber, Jonás Fernández, Giuseppe Ferrandino, Sven Giegold, Roberto Gualtieri, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Cătălin Sorin Ivan, Petr Ježek, Othmar Karas, Wolf Klinz, Werner Langen, Bernd Lucke, Olle Ludvigsson, Ivana Maletić, Gabriel Mato, Alex Mayer, Bernard Monot, Luděk Niedermayer, Stanisław Ożóg, Ralph Packet, Dariusz Rosati, Pirkko Ruohonen-Lerner, Anne Sander, Molly Scott Cato, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Theodor Dumitru Stolojan, Paul Tang, Ramon Tremosa i Balcells, Ernest Urtasun, Marco Valli, Babette Winter, Sotirios Zarianopoulos

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Eric Andrieu, Nessa Childers, Bas Eickhout, Sophia in ‘t Veld, Jeppe Kofod, Aleksejs Loskutovs, Thomas Mann, Andreas Schwab, Lieve Wierinck

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Ole Christensen, Danilo Oscar Lancini

Datum indiening

1.3.2019

(1)

Zie "Survey on the Access to Finance of Enterprises in the Euro Area: April to September 2018", ECB, november 2018.

(2)

Zie "Monetary Developments in the Euro Area: December 2018", ECB, januari 2019.

(3)

Zie “The euro area bank lending survey: Fourth quarter of 2018", ECB, januari 2019.

(4)

Zie "Financial Stability Review, November 2018,", ECB, november 2018.

(5)

Zie "Supervisory Banking Statistics: Third Quarter 2018", ECB-bankentoezicht, januari 2019.

(6)

Bron: Balansstatistieken beleggingsfondsen, Statistical Data Warehouse van de ECB.

(7)

Zie ECB-advies (CON/2018/20).

Laatst bijgewerkt op: 8 maart 2019Juridische mededeling - Privacybeleid