Procedure : 2018/0218(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0198/2019

Ingediende teksten :

A8-0198/2019

Debatten :

PV 20/10/2020 - 5
CRE 20/10/2020 - 5

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0289

VERSLAG     ***I
PDF 683kWORD 290k
7.5.2019
PE 623.922v02-00 A8-0198/2019

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten, (EU) nr. 1151/2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen, (EU) nr. 251/2014 inzake de definitie, de aanduiding, de aanbiedingsvorm, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gearomatiseerde wijnbouwproducten, (EU) nr. 228/2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie en (EU) nr. 229/2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee

(COM(2018)0394 – C8-0246/2018 – 2018/0218(COD))

Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling

Rapporteur: Eric Andrieu

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten, (EU) nr. 1151/2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen, (EU) nr. 251/2014 inzake de definitie, de aanduiding, de aanbiedingsvorm, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gearomatiseerde wijnbouwproducten, (EU) nr. 228/2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie en (EU) nr. 229/2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee

(COM(2018)0394 – C8-0246/2018 – 2018/0218(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0394),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 43, lid 2, artikel 114, lid 118, eerste alinea, en artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0246/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 17 oktober 2018(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 5 december 2018(2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling en de adviezen en het standpunt in de vorm van amendementen van de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de Commissie begrotingscontrole, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de Commissie regionale ontwikkeling (A8-0198/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  De Commissie heeft in haar mededeling aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 29 november 2017, getiteld "De toekomst van voeding en landbouw", de mogelijke uitdagingen en doelstellingen voor het toekomstig gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) in de periode na 2020 uiteengezet en daarbij aangegeven welke richting het GLB in die periode mogelijk zal uitgaan. Tot deze doelstellingen behoort onder meer dat het GLB meer resultaatgericht moet zijn, moet aanzetten tot modernisering en duurzaamheid, inclusief economische, maatschappelijke, ecologische en klimatologische duurzaamheid van de landbouw-, bosbouw- en plattelandsgebieden, en de uit de wetgeving van de Unie voortvloeiende administratieve lasten voor de begunstigden moet helpen verminderen.

(1)  De Commissie heeft in haar mededeling aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 29 november 2017, getiteld "De toekomst van voeding en landbouw", de mogelijke uitdagingen en doelstellingen voor het toekomstig gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) in de periode na 2020 uiteengezet en daarbij aangegeven welke richting het GLB in die periode mogelijk zal uitgaan. Tot deze doelstellingen behoort onder meer dat het GLB meer resultaatgericht moet zijn, in overeenstemming met de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de Klimaatovereenkomst van Parijs moet aanzetten tot modernisering en duurzaamheid, inclusief economische, maatschappelijke, ecologische en klimatologische duurzaamheid van de landbouw-, bosbouw- en plattelandsgebieden (onder meer door meer nadruk te leggen op boslandbouw), voedselverspilling moet beperken en voorlichting over gezonde eetgewoonten moet bevorderen, voor de productie van gezonde levensmiddelen moet zorgen en de uit de wetgeving van de Unie voortvloeiende administratieve lasten voor de begunstigden moet helpen verminderen. Bovendien wordt in de mededeling de aandacht gevestigd op de mondiale dimensie van het GLB en wordt daarin tevens gewezen op de toezegging van de Unie om beleidscoherentie voor duurzame ontwikkeling te bevorderen.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  De totstandbrenging van handelsovereenkomsten zal voor landbouwproducenten leiden tot grotere internationale concurrentie, maar zal hun tegelijkertijd ook nieuwe mogelijkheden bieden. Om de concurrentie eerlijk te houden en wederkerigheid te waarborgen in de internationale handel, moet de Unie ervoor zorgen dat er productienormen worden gehanteerd die overeenstemmen met de normen voor haar eigen producenten, met name op het gebied van milieu en hygiëne, op basis van wederkerigheid.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Aangezien het GLB betere antwoorden moet bieden op de uitdagingen en mogelijkheden die zich op Unie-, internationaal, nationaal, regionaal en lokaal niveau en binnen landbouwbedrijven voordoen, moet het GLB worden gestroomlijnd qua governance, moet het beter presteren ten aanzien van de doelstellingen van de Unie en moeten de administratieve lasten aanzienlijk worden verminderd. In het GLB dat gebaseerd is op prestaties (het "uitvoeringsmodel"), moet de Unie de fundamentele beleidsparameters vaststellen, zoals de GLB-doelstellingen en de basisvereisten, terwijl de lidstaten meer verantwoordelijkheid moeten dragen over de wijze waarop zij aan de doelstellingen voldoen en de streefcijfers bereiken. Door een grotere subsidiariteit wordt het mogelijk om beter rekening te houden met lokale omstandigheden en behoeften, waarbij de steun beter wordt toegesneden zodat die maximaal bijdraagt aan de doelstellingen van de Unie.

(2)  Aangezien het GLB betere antwoorden moet bieden op de uitdagingen en mogelijkheden die zich op Unie-, internationaal, nationaal, regionaal en lokaal niveau en binnen landbouwbedrijven voordoen, moet het GLB worden gestroomlijnd qua governance, moet het beter presteren ten aanzien van de doelstellingen van de Unie en moeten de administratieve lasten aanzienlijk worden verminderd. Vanuit de overweging dat de nadruk in de eerste plaats moet liggen op de doelstelling om producenten een duurzaam inkomen te bieden, moet de Unie in het GLB dat gebaseerd is op prestaties (het "uitvoeringsmodel") de fundamentele beleidsparameters vaststellen, zoals de GLB-doelstellingen en de basisvereisten, terwijl de lidstaten meer verantwoordelijkheid dragen over de wijze waarop zij aan de doelstellingen voldoen en de streefcijfers bereiken. Door een grotere subsidiariteit wordt het mogelijk om beter rekening te houden met lokale omstandigheden en behoeften, waarbij de steun beter wordt toegesneden zodat die maximaal bijdraagt aan de doelstellingen van de Unie.

Motivering

De lidstaten mogen meer autonomie krijgen over de wijze waarop de GLB-financiering wordt verdeeld, maar sommige doen dit nog steeds aan de hand van een oneerlijk systeem op basis van areaal waarbij de vraag wie de middelen het meest nodig heeft – de kleinere landbouwers – buiten beschouwing wordt gelaten.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  Desalniettemin is er door toenemende prijsvolatiliteit en dalende inkomsten voor de landbouwers, die nog zijn verslechterd door de steeds grotere marktgerichtheid van het GLB, behoefte ontstaan aan nieuwe openbare instrumenten ter regulering van het aanbod om te zorgen voor een eerlijke verdeling van de productie tussen landen en landbouwers.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Ten behoeve van de coherentie moeten alle interventies van het toekomstige GLB deel uitmaken van een strategisch steunplan waarin bepaalde sectorale interventies worden opgenomen die waren vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad10.

(3)  Ten behoeve van de coherentie moeten alle interventies van het toekomstige GLB stroken met de beginselen van duurzame ontwikkeling, gendergelijkheid en de grondrechten, en moeten zij deel uitmaken van een strategisch steunplan waarin bepaalde sectorale interventies worden opgenomen die waren vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad10.

_________________

_________________

10 Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).

10 Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  Om invulling te geven aan de doelstellingen van het GLB zoals vastgelegd in artikel 39 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en om ervoor te zorgen dat de Unie adequaat reageert op haar meest recente uitdagingen, is het passend een reeks algemene doelstellingen vast te stellen die een weerspiegeling zijn van de oriëntaties die in de mededeling "De toekomst van voeding en landbouw" zijn gegeven. Onverminderd de specifieke doelstellingen die zijn vastgesteld in het kader van strategische GLB-plannen, moet onder meer een reeks aanvullende en specifieke doelstellingen voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten worden vastgesteld.

Motivering

Dit amendement is gericht op de vaststelling van specifieke doelstellingen voor de gemeenschappelijke ordening van de markten en moet in samenhang met het voorstel voor een nieuw artikel 1 bis worden gelezen.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 bevat bepaalde definities met betrekking tot onder het toepassingsgebied van die verordening vallende sectoren. De definities met betrekking tot de suikersector in deel II, afdeling B, van die bijlage moeten worden geschrapt omdat zij niet langer van toepassing zijn. Met het oog op de aanpassing van definities inzake andere in die bijlage bedoelde sectoren in het licht van nieuwe wetenschappelijke kennis of nieuwe marktontwikkelingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van die definities. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad. Bijgevolg moet de in deel II, afdeling A, punt 4, van die bijlage aan de Commissie gedelegeerde bevoegdheid om de definitie van inulinestroop te wijzigen, worden geschrapt.

(4)  Bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 bevat bepaalde definities met betrekking tot onder het toepassingsgebied van die verordening vallende sectoren. De definities met betrekking tot de suikersector in deel II, afdeling B, van die bijlage moeten worden geschrapt omdat zij niet langer van toepassing zijn. Met het oog op de aanpassing van definities inzake andere in die bijlage bedoelde sectoren in het licht van nieuwe wetenschappelijke kennis of nieuwe marktontwikkelingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de aanpassing van die definities, zonder toevoeging van nieuwe definities. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad. Bijgevolg moet de in deel II, afdeling A, punt 4, van die bijlage aan de Commissie gedelegeerde bevoegdheid om de definitie van inulinestroop te wijzigen, worden geschrapt.

Motivering

Dit amendement is bedoeld om duidelijk te maken dat deze bevoegdheidsdelegatie tot doel heeft dat de definities worden aangepast om de marktontwikkelingen zo veel mogelijk te weerspiegelen.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  In verscheidene lidstaten is in de periode 2014-2017 de daadwerkelijk met wijnstokken beplante oppervlakte afgenomen, wat kan leiden tot een lagere productie. Daarom moeten de lidstaten kunnen kiezen of zij de in artikel 63, lid 1, bedoelde oppervlakte waarvoor vergunningen voor nieuwe aanplant beschikbaar komen, vaststellen op grond van de huidige oppervlakte of op grond van een percentage van de totale werkelijk met wijnstokken beplante oppervlakte op hun grondgebied op 31 juli 2015 vermeerderd met een oppervlakte die overeenstemt met de aanplantrechten in het kader van Verordening (EG) nr. 1234/2007 die op 1 januari 2016 in de betrokken lidstaat beschikbaar waren voor omzetting.

(8)  Zonder in twijfel te trekken dat een buitensporig snelle toename van het aantal nieuw aangeplante wijnstokken met het oog op de verwachte groei van de internationale vraag op de middellange termijn opnieuw tot een buitensporige voorzieningscapaciteit kan leiden, moet er bij de vaststelling van de in artikel 63, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde oppervlakte waarvoor vergunningen voor nieuwe aanplant beschikbaar komen, rekening mee worden gehouden dat in verscheidene lidstaten in de periode 2014-2017 de daadwerkelijk met wijnstokken beplante oppervlakte is afgenomen, wat kan leiden tot een lagere productie. Daarom moeten de lidstaten kunnen kiezen of die vaststelling wordt gebaseerd op de huidige oppervlakte, of op een percentage van de totale werkelijk met wijnstokken beplante oppervlakte op hun grondgebied op 31 juli 2015 vermeerderd met een oppervlakte die overeenstemt met de aanplantrechten in het kader van Verordening (EG) nr. 1234/2007 die op 1 januari 2016 in de betrokken lidstaat beschikbaar waren voor omzetting.

Motivering

Dit amendement heeft tot doel de aandacht te vestigen op de situatie die heeft geleid tot de duurzame handhaving van een systeem van vergunningen voor aanplantingen in de wijnsector.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)  Om te reageren tegen vormen van omzeiling die in deze verordening niet worden vermeld, moet het de lidstaten worden toegestaan maatregelen te nemen om te vermijden dat de aanvragers van vergunningen de subsidiabiliteits- of prioriteitscriteria omzeilen, voor zover de acties niet reeds onder de in deze verordening vastgestelde specifieke bepalingen tegen omzeiling van de specifieke subsidiabiliteits- en prioriteitscriteria vallen.

Motivering

Dit amendement moet worden gelezen in samenhang met de wijzigingen van de artikelen 63 en 64, waardoor het de lidstaten wordt toegestaan hun regelgevingsbevoegdheid uit te oefenen om ervoor te zorgen dat marktdeelnemers niet proberen om enerzijds de beperkende maatregelen en anderzijds de subsidiabiliteits- of prioriteitscriteria te omzeilen.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  De regels voor de indeling van wijndruivenrassen door de lidstaten moeten worden gewijzigd door opneming van de voordien uitgesloten wijndruivenrassen noah, othello, isabelle, jacquez, clinton en herbemont. Om te garanderen dat de wijnproductie in de Unie een grotere weerstand tegen ziekten ontwikkelt en gebruikmaakt van wijnstokrassen die beter zijn aangepast aan de veranderende klimaatomstandigheden, moet worden toegestaan dat rassen van Vitis labrusca en rassen die voortkomen uit een kruising van Vitis vinifera, Vitis labrusca en andere soorten van het geslacht Vitis, worden aangeplant voor de productie van wijn in de Unie.

Schrappen

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  De bepalingen inzake conformiteitscertificaten en analyseverslagen voor de invoer van wijn moeten worden toegepast in het licht van de internationale overeenkomsten die in overeenstemming met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ("VWEU") zijn gesloten.

(11)  De bepalingen inzake conformiteitscertificaten en analyseverslagen voor de invoer van wijn moeten worden toegepast in het licht van de internationale overeenkomsten die in overeenstemming met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ("VWEU") zijn gesloten, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de traceerbaarheids- en kwaliteitsnormen in overeenstemming zijn met de Europese normen.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  De definitie van oorsprongsbenaming moet in overeenstemming worden gebracht met de definitie in de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom12 ("TRIPS-overeenkomst"), die bij Besluit 94/800/EG van de Raad13 is goedgekeurd, met name met artikel 22, lid 1, daarvan, in die zin dat de naam moet aangeven dat het product zijn oorsprong heeft in een bepaalde regio of een bepaalde plaats.

Schrappen

__________________

 

12 Multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde (1986-1994) – Bijlage 1 – Bijlage 1C – Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (WTO) (PB L 336 van 23.12.1994, blz. 214).

 

13 Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten (PB L 336 van 23.12.1994, blz. 1).

 

Motivering

Aangezien wij de in de internationale Overeenkomst van Lissabon vastgelegde definitie van oorsprongsbenaming hebben behouden, is deze overweging niet langer passend omdat deze verwijst naar een andere definitie van oorsprongsbenaming, zoals die is opgenomen in de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (TRIPS-Overeenkomst).

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Met het oog op een coherente besluitvorming met betrekking tot aanvragen tot bescherming en het aantekenen van bezwaar in de inleidende nationale procedure als bedoeld in artikel 96 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 moet de Commissie tijdig en op regelmatige wijze op de hoogte worden gebracht wanneer een procedure wordt ingeleid bij een nationale rechtbank of een andere instantie met betrekking tot een aanvraag die door een lidstaat overeenkomstig artikel 96, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 naar de Commissie is verzonden. Aan de Commissie moeten uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om, in de genoemde omstandigheden en waar van toepassing, het onderzoek van de aanvraag op te schorten tot de nationale rechtbank of andere nationale instantie een uitspraak heeft gedaan over de betwisting van de beoordeling die de lidstaat ten aanzien van de aanvraag in de inleidende nationale procedure heeft verricht.

(13)  Met het oog op een coherente besluitvorming met betrekking tot aanvragen tot bescherming en het aantekenen van bezwaar in de inleidende nationale procedure als bedoeld in artikel 96 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 moet de Commissie tijdig en op regelmatige wijze op de hoogte worden gebracht wanneer een procedure wordt ingeleid bij een nationale rechtbank of een andere instantie met betrekking tot een aanvraag die door een lidstaat overeenkomstig artikel 96, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 naar de Commissie is verzonden.

Motivering

Dit amendement is gericht op de verwerping van het voorstel van de Europese Commissie, dat zou leiden tot een aanzienlijke toename van het aantal rechtszaken met betrekking tot het systeem van beschermde oorsprongsbenamingen/geografische aanduidingen en dat ervoor kan zorgen dat het hele systeem vastloopt, gezien de tijd die gerechtelijke procedures in beslag nemen. Dit creëert niet alleen rechtsonzekerheid voor marktdeelnemers, maar gaat ook in tegen het beginsel dat een beroep tot nietigverklaring voor de nationale of Europese rechter geen schorsende werking mag hebben.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  De registratie van geografische aanduidingen moet worden vereenvoudigd en versneld door een onderscheid te maken tussen de beoordeling of de regels inzake intellectuele eigendom zijn nageleefd en de beoordeling of het productdossier in overeenstemming is met de eisen die zijn vastgelegd in de handelsnormen en etiketteringsvoorschriften.

Schrappen

Motivering

Dit amendement is gericht op de verwerping van het voorstel van de Europese Commissie, vanuit de overweging dat het kwaliteitsbeleid van de EU niet louter als een mechanisme voor de bescherming van de intellectuele eigendom van geografische aanduidingen kan worden beschouwd.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 bis)  De lidstaten die sinds 2004 tot de Unie zijn toegetreden, moeten worden aangemoedigd om met de procedure voor de registratie van geografische aanduidingen te starten door bevordering van de uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 14 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 ter)  De partners in ontwikkelingslanden moeten hulp krijgen bij het ontwikkelen van een systeem van geografische aanduidingen en keurmerken. Deze aanduidingen en keurmerken moeten vervolgens ook door de Unie en de lidstaten worden erkend.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  De beoordeling door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten is een essentiële stap in de procedure. De kennis, expertise en toegang tot gegevens en informatie waarover de lidstaten beschikken, maakt hen het best geplaatst om na te gaan of de in de aanvraag verstrekte informatie waarheidsgetrouw en juist is. Daarom moeten de lidstaten garanderen dat de uitkomst van die beoordeling, die accuraat moet worden weergegeven in een enig document met een overzicht van de relevante elementen van het productdossier, betrouwbaar en correct is. Rekening houdend met het subsidiariteitsbeginsel moet de Commissie vervolgens de aanvragen onderzoeken om te garanderen dat deze geen kennelijke fouten bevatten en dat er rekening is gehouden met het Unierecht en met de belangen van de belanghebbenden buiten de lidstaat van de aanvraag.

(15)  De beoordeling door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten is een essentiële stap in de procedure. De kennis, expertise en toegang tot gegevens en informatie waarover de lidstaten beschikken, maakt hen het best geplaatst om na te gaan of de in de aanvraag verstrekte informatie waarheidsgetrouw en juist is. Daarom moeten de lidstaten garanderen dat de uitkomst van die beoordeling, die accuraat moet worden weergegeven in een enig document met een overzicht van de relevante elementen van het productdossier, betrouwbaar en correct is. Rekening houdend met het subsidiariteitsbeginsel moet de Commissie vervolgens de aanvragen onderzoeken om te garanderen dat deze geen kennelijke fouten bevatten en dat er rekening is gehouden met het Unierecht en met de belangen van de belanghebbenden buiten de lidstaat van de aanvraag of buiten de Unie.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis)  Uit de ervaring die is opgedaan in het kader van de bescherming van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen in de wijnsector is gebleken dat de huidige procedures voor de registratie, wijziging en annulering van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen van de Unie of van derde landen ingewikkeld, omslachtig en tijdrovend kunnen zijn. Met Verordening (EU) nr. 1308/2013 zijn mazen in de wetgeving gecreëerd, met name met betrekking tot de procedure die gevolgd moet worden voor verzoeken tot wijziging van het productdossier. De procedurevoorschriften voor oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen in de wijnsector zijn niet consistent met de regels die van toepassing zijn op onder het recht van de Unie vallende kwaliteitsregelingen in de sectoren levensmiddelen, gedistilleerde dranken en gearomatiseerde wijnen. Deze situatie leidt tot inconsistenties in de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan die categorie intellectuele-eigendomsrechten. In het licht van het recht op bescherming van de intellectuele eigendom, dat is neergelegd in artikel 17, lid 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, moeten deze inconsistenties worden aangepakt. Daarom moet deze verordening de desbetreffende procedures vereenvoudigen, verduidelijken, aanvullen en harmoniseren. Zo veel mogelijk moeten procedures worden vastgesteld naar het model van doeltreffende en beproefde procedures voor de bescherming van de intellectuele eigendom met betrekking tot landbouwproducten en levensmiddelen, als vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1151/2012 en de uitvoeringsverordeningen daarvan, zonder de specifieke kenmerken van de wijnsector uit het oog te verliezen.

Motivering

Dit amendement heeft tot doel om de tekst van de integrale gemeenschappelijke marktordening af te stemmen op Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33 van 17 oktober 2018, die de Commissie heeft vastgesteld krachtens Verordening (EU) nr. 1308/2013, en om in deze basishandeling de politieke beginselen op te nemen die de grondslag voor deze herziening vormen. Dit amendement stemt overeen met overweging 2 van de genoemde gedelegeerde verordening.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 ter)  Oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen zijn onlosmakelijk verbonden met het grondgebied van de lidstaten. De nationale en plaatselijke autoriteiten hebben de grootste deskundigheid op het gebied van de relevante feiten en zijn hiermee het best bekend. Dit moet in de betrokken procedurevoorschriften tot uiting komen, gezien het subsidiariteitsbeginsel van artikel 5, lid 3, VWEU.

Motivering

Dit amendement heeft tot doel om de tekst van de integrale gemeenschappelijke marktordening af te stemmen op Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33 van 17 oktober 2018, die de Commissie heeft vastgesteld krachtens Verordening (EU) nr. 1308/2013, en om in deze basishandeling de politieke beginselen op te nemen die de grondslag voor deze herziening vormen. Dit amendement stemt overeen met overweging 3 van de genoemde gedelegeerde verordening.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 quater)  De beoordeling door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten is een essentiële stap in de procedure. De kennis, deskundigheid en toegang tot gegevens en feiten waarover de lidstaten beschikken, zorgen ervoor dat zij het best geplaatst zijn om te controleren of een aanvraag voor een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding aan de voorwaarden voor bescherming voldoet. Daarom moeten de lidstaten garanderen dat de uitkomst van die beoordeling, die wordt weergegeven in een enig document met een overzicht van de relevante elementen van het productdossier, betrouwbaar en correct is. Rekening houdend met het subsidiariteitsbeginsel moet de Commissie vervolgens de aanvragen onderzoeken om te garanderen dat deze geen kennelijke fouten bevatten en dat er rekening is gehouden met het recht van de Unie en met de belangen van de belanghebbenden buiten de lidstaat van de aanvraag.

Motivering

Dit amendement heeft tot doel om de tekst van de integrale gemeenschappelijke marktordening af te stemmen op Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33 van 17 oktober 2018, die de Commissie heeft vastgesteld krachtens Verordening (EU) nr. 1308/2013, en om in deze basishandeling de politieke beginselen op te nemen die de grondslag voor deze herziening vormen. Dit amendement stemt overeen met overweging 9 van de genoemde gedelegeerde verordening.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 quinquies)  Producenten van wijnbouwproducten met een naam die als oorsprongsbenaming of geografische aanduiding is beschermd, zijn actief op een veranderende en veeleisende markt. Zij hebben behoefte aan procedures die het hun mogelijk maken zich snel aan de marktvraag aan te passen, maar worden in feite gestraft door de lengte en de complexiteit van de huidige wijzigingsprocedure, waardoor zij minder snel op de markt kunnen reageren. De producenten van wijnbouwproducten met een naam die als oorsprongsbenaming of geografische aanduiding is beschermd, moeten ook de mogelijkheid krijgen om rekening te houden met de ontwikkelingen in de wetenschappelijke en technische kennis en met milieuveranderingen. Om het aantal stappen in die procedures te beperken en op dit gebied het subsidiariteitsbeginsel toe te passen, is het belangrijk dat besluiten over wijzigingen die geen betrekking hebben op de essentiële elementen van het productdossier, op het niveau van de lidstaat kunnen worden goedgekeurd. De producenten moeten in staat worden gesteld die wijzigingen toe te passen zodra de nationale procedure is afgerond. Er mag niet worden verlangd dat de aanvraag opnieuw wordt onderzocht met het oog op goedkeuring op het niveau van de Unie.

Motivering

Dit amendement heeft tot doel om de tekst van de integrale gemeenschappelijke marktordening af te stemmen op Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33 van 17 oktober 2018, die de Commissie heeft vastgesteld krachtens Verordening (EU) nr. 1308/2013, en om in deze basishandeling de politieke beginselen op te nemen die de grondslag voor deze herziening vormen. Dit amendement stemt overeen met overweging 15 van de genoemde gedelegeerde verordening.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 sexies)  Om evenwel de belangen te beschermen van derden die gevestigd zijn in andere lidstaten dan de lidstaat waarin de wijnbouwproducten worden geproduceerd, is het van belang dat de Commissie verantwoordelijk blijft voor de goedkeuring van wijzigingen waarvoor een bezwaarprocedure op het niveau van de Unie vereist is. Daarom moet een nieuwe indeling van de wijzigingen worden ingevoerd, namelijk standaardwijzigingen, die van toepassing worden zodra zij door de lidstaat zijn goedgekeurd aangezien daarvoor geen bezwaarprocedure op het niveau van de Unie nodig is, en wijzigingen op het niveau van de Unie, die slechts van toepassing worden nadat de Commissie die heeft goedgekeurd na afronding van een bezwaarprocedure op het niveau van de Unie.

Motivering

Dit amendement heeft tot doel om de tekst van de integrale gemeenschappelijke marktordening af te stemmen op Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33 van 17 oktober 2018, die de Commissie heeft vastgesteld krachtens Verordening (EU) nr. 1308/2013, en om in deze basishandeling de politieke beginselen op te nemen die de grondslag voor deze herziening vormen. Dit amendement stemt overeen met overweging 16 van de genoemde gedelegeerde verordening.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 septies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 septies)  Het concept "tijdelijke wijziging" moet worden ingevoerd om het mogelijk te maken dat wijnbouwproducten met een beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding verder met de betrokken beschermde naam op de markt worden gebracht in geval van een natuurramp, ongunstige weersomstandigheden of sanitaire of fytosanitaire maatregelen die ervoor zorgen dat de marktdeelnemers tijdelijk niet aan het productdossier kunnen voldoen. Gezien hun dringende aard is het van belang dat de tijdelijke wijzigingen van toepassing worden zodra zij door de lidstaat zijn goedgekeurd. De lijst van spoedeisende gronden voor de vaststelling van tijdelijke wijzigingen is limitatief wegens de buitengewone aard van die wijzigingen.

Motivering

Dit amendement heeft tot doel om de tekst van de integrale gemeenschappelijke marktordening af te stemmen op Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33 van 17 oktober 2018, die de Commissie heeft vastgesteld krachtens Verordening (EU) nr. 1308/2013, en om in deze basishandeling de politieke beginselen op te nemen die de grondslag voor deze herziening vormen. Dit amendement stemt overeen met overweging 17 van de genoemde gedelegeerde verordening.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 octies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 octies)  Het is van belang dat voor wijzigingen op het niveau van de Unie de procedure voor beschermingsaanvragen wordt gevolgd, teneinde dezelfde doeltreffendheid en dezelfde garanties te verkrijgen. Deze procedure moet mutatis mutandis worden toegepast, met uitzondering van een aantal stappen die moeten worden weggelaten om de administratieve lasten te verminderen. De te volgen procedure voor standaardwijzigingen en tijdelijke wijzigingen moet worden vastgesteld om de lidstaten in staat te stellen de aanvragen op passende wijze te beoordelen en om een consistente aanpak in de lidstaten te garanderen. De nauwkeurigheid en de volledigheid van de beoordeling door de lidstaten moeten gelijkwaardig zijn aan de nauwkeurigheid en de volledigheid die vereist zijn voor de beoordeling in het kader van de procedure voor beschermingsaanvragen.

Motivering

Dit amendement heeft tot doel om de tekst van de integrale gemeenschappelijke marktordening af te stemmen op Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33 van 17 oktober 2018, die de Commissie heeft vastgesteld krachtens Verordening (EU) nr. 1308/2013, en om in deze basishandeling de politieke beginselen op te nemen die de grondslag voor deze herziening vormen. Dit amendement stemt overeen met overweging 18 van de genoemde gedelegeerde verordening.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 nonies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 nonies)  Het is van belang dat bij standaardwijzigingen en tijdelijke wijzigingen betreffende beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen van derde landen de voor de lidstaten vastgestelde aanpak wordt gevolgd en dat goedkeuringsbesluiten worden genomen overeenkomstig de in het betrokken derde land geldende regeling.

Motivering

Dit amendement heeft tot doel om de tekst van de integrale gemeenschappelijke marktordening af te stemmen op Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33 van 17 oktober 2018, die de Commissie heeft vastgesteld krachtens Verordening (EU) nr. 1308/2013, en om in deze basishandeling de politieke beginselen op te nemen die de grondslag voor deze herziening vormen. Dit amendement stemt overeen met overweging 19 van de genoemde gedelegeerde verordening.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 decies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 decies)  Voor wijnbouwproducten waarvoor een aanvraag tot bescherming van de naam als oorsprongsbenaming of geografische aanduiding is ingediend, moeten regels inzake voorlopige etikettering en presentatie worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat de rechtmatige belangen van de marktdeelnemers worden beschermd en tegelijk rekening wordt gehouden met het concurrentiebeginsel en de verplichting om aan de consument passende informatie te verstrekken.

Motivering

Dit amendement heeft tot doel om de tekst van de integrale gemeenschappelijke marktordening af te stemmen op Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33 van 17 oktober 2018, die de Commissie heeft vastgesteld krachtens Verordening (EU) nr. 1308/2013, en om in deze basishandeling de politieke beginselen op te nemen die de grondslag voor deze herziening vormen. Dit amendement stemt overeen met overweging 21 van de genoemde gedelegeerde verordening.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis)  Wanneer artikel 119, lid 1, onder g ter), met betrekking tot de verplichte aanduiding op het etiket van de lijst van ingrediënten die de wijn bevat bij gedelegeerde handeling wordt toegepast, mag niet worden verlangd dat deze lijst per partij wordt ingediend.

Motivering

Bij het nemen van maatregelen voor de verplichte aanduiding op het etiket van de lijst van ingrediënten die de wijn bevat, moet ervoor worden gezorgd dat de taak van wijnbouwers niet te zeer wordt bemoeilijkt. Daarom moet worden verlangd dat de te verstrekken informatie betrekking heeft op de gehele productie van een jaar, en niet op de afzonderlijke partijen die op verschillende tijdstippen van dat jaar zijn verkocht.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Overweging 23 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 bis)  Om rechtszekerheid te waarborgen voor de duurzame ontwikkeling van de melkproductie in de Europese Unie en om er rekening mee te houden dat de interne markt kleiner wordt door het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, moeten de toepasselijke kwantitatieve beperkingen van de Europese Unie worden aangepast om uit melkproducenten bestaande producentenorganisaties of unies van producentenorganisaties in staat te stellen om, met betrekking tot de rauwemelkproductie van al hun leden of een gedeelte daarvan, gezamenlijk met een zuivelfabrikant te onderhandelen over contractvoorwaarden, inclusief de prijs.

Motivering

Dit amendement moet worden gelezen in samenhang met de voorgestelde wijzigingen van artikel 149, die gericht zijn op een technische aanpassing van de regels op grond waarvan melkproducenten contractuele onderhandelingen kunnen voeren op voorwaarde dat het volume rauwe melk niet meer dan 3,5 % van de totale productie van de Unie bedraagt. Door de brexit zal de interne markt evenwel kleiner worden. Daarom wordt voorgesteld het volume rauwe melk op de interne markt van 27 lidstaten te verhogen van 3,5 % tot 4 %.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Overweging 23 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 ter)  Om de recente wetgevende ontwikkelingen als neergelegd in Verordening (EU) 2017/2393 in aanmerking te nemen en om een einde te maken aan bepaalde specifieke regels die beperkend zijn geworden ten opzichte van de algemene regeling, moet worden bepaald dat uit melkproducenten bestaande producentenorganisaties of unies van producentenorganisaties erkend kunnen worden op grond van de artikelen 152 en 161 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en dat de specifieke regels in verband met erkende brancheorganisaties in de sector melk en zuivelproducten met betrekking tot hun erkenning en de regels voor de intrekking van die erkenning moeten worden geschrapt.

Motivering

Dit amendement moet worden gelezen in samenhang met de wijzigingen van de artikelen 150, 157, 158 en 163, die bedoeld zijn om duidelijkheid te verschaffen over de mogelijkheden voor erkenning van organisaties van zuivelproducenten en om de uitzonderingsregeling voor brancheorganisaties in de sector melk en zuivelproducten gedeeltelijk in overeenstemming te brengen met de algemene regeling voor brancheorganisaties. Dit laatste onderscheid, dat voortvloeit uit het "zuivelpakket", is niet meer nodig en door de schrapping ervan zullen brancheorganisaties in de zuivelsector bepaalde nieuwe bevoegdheden kunnen verwerven.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Overweging 23 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 quater)  Er moeten regels inzake de erkenning van transnationale producentenorganisaties, transnationale unies van producentenorganisaties en transnationale brancheorganisaties alsook regels ter verduidelijking van de verantwoordelijkheid van de betrokken lidstaten worden vastgesteld. Teneinde de vrijheid van vestiging in acht te nemen en tegelijkertijd nota te nemen van de moeilijkheden voor dergelijke organisaties om erkend te worden door de lidstaat waar zij een aanzienlijk aantal leden hebben of beschikken over een afzetbare productie waarvan het volume of de waarde aanzienlijk is, en voor de lidstaat waarin brancheorganisaties zijn gevestigd om een besluit te nemen over de erkenning van die brancheorganisaties, is het passend dat aan de Europese Commissie de bevoegdheid wordt verleend voor de erkenning van deze organisaties en unies en dat regels worden vastgesteld inzake de verlening van de nodige administratieve bijstand door de lidstaten aan elkaar en aan de Europese Commissie, zodat deze kan bepalen of een organisatie of unie aan de voorwaarden voor erkenning voldoet en kan optreden in gevallen van niet-naleving.

Motivering

Dit amendement moet worden gelezen in samenhang met het voorstel voor een nieuw artikel 158 ter, dat gericht is op de vaststelling in de basishandeling van de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/232 vervatte regels met betrekking tot erkende transnationale organisaties (producentenorganisaties, unies van producentenorganisaties en brancheorganisaties). Het houdt evenwel een aanzienlijke wijziging in, teneinde de Europese Commissie de bevoegdheid te verlenen om een besluit te nemen over deze transnationale organisaties, aangezien de beginselen van administratieve samenwerking tussen de lidstaten met het oog op de erkenning van dergelijke entiteiten hun nut niet hebben bewezen.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Overweging 23 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 quinquies)  Teneinde landbouwproducenten de mogelijkheid te bieden om in te spelen op de toenemende concentratie in andere schakels in de gehele landbouwwaardeketen, moet het voor unies van producentenorganisaties mogelijk worden om deel te nemen aan de totstandbrenging van unies van producentenorganisaties. Evenzo moeten brancheorganisaties unies van brancheorganisaties kunnen oprichten om dezelfde doelstellingen te verwezenlijken.

Motivering

Dit amendement moet worden gelezen in samenhang met de wijzigingen van artikel 156 en het voorstel voor een nieuw artikel 158 bis, die bedoeld zijn om unies van producentenorganisaties toe te staan deel te nemen aan de totstandbrenging van unies van producentenorganisaties, en om in Verordening (EU) nr. 1308/2013 de mogelijkheid op te nemen om unies van brancheorganisaties te erkennen naar het model van unies van producentenorganisaties.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Overweging 23 sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 sexies)  Gezien het belang van beschermde oorsprongsbenamingen (BOB's) en beschermde geografische aanduidingen (BGA's) in de landbouwproductie van de Unie en gezien het succes van de invoering van regels voor het aanbodbeheer voor kazen en gedroogde hammen met een keurmerk om de toegevoegde waarde te waarborgen en de kwaliteit van deze producten te behouden, moeten de voordelen van deze regels worden uitgebreid tot alle landbouwproducten met een keurmerk. Het moet de lidstaten vrij staan om, op verzoek van een brancheorganisatie, een producentenorganisatie of een groepering in de zin van Verordening (EU) nr. 1151/2012, die regels voor de regulering van het gehele aanbod van in een afgebakend geografisch gebied geproduceerde kwaliteitsproducten van de landbouw toe te passen, mits een grote meerderheid van de producenten van het product in kwestie en, in voorkomend geval, van de landbouwproducenten in het desbetreffende geografische gebied die regels steunt.

Motivering

Dit amendement moet worden gelezen in samenhang met de wijzigingen van artikel 172 en is bedoeld om het succes te onderkennen van de mechanismen voor het aanbodbeheer voor kaas en ham waarin de artikelen 150 en 172 van deze verordening voorzien, en om deze mogelijkheden uit te breiden tot andere landbouwproducten met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding overeenkomstig artikel 5, leden 1 en 2, van Verordening (EU) nr. 1151/2012. De bestaande specifieke kenmerken van kazen als vermeld in artikel 150 blijven evenwel behouden.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Overweging 23 septies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 septies)  Met het oog op een betere transmissie van marktsignalen en het versterken van de verbanden tussen producentenprijzen en toegevoegde waarde in de hele bevoorradingsketen, moeten de mechanismen voor de verdeling van waarde tussen landbouwers, met inbegrip van verenigingen van landbouwers, met hun eerste kopers, worden uitgebreid tot de rest van die sectoren van producten met een keurmerk dat in het Unierecht en het nationale recht wordt erkend. Het moet landbouwers, met inbegrip van verenigingen van landbouwers, worden toegestaan om met actoren die actief zijn in verschillende stadia van de productie, verwerking en afzet tot overeenstemming te komen over waardeverdelingsclausules, onder meer over op de markt gegenereerde winsten en verliezen.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Overweging 23 octies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 octies)  Teneinde het doeltreffende gebruik van alle soorten waardeverdelingsclausules te verzekeren, moet worden gespecificeerd dat dergelijke clausules met name gebaseerd kunnen worden op economische indicatoren in verband met de relevante kosten voor productie en afzet en de ontwikkeling daarvan, de op de betrokken markt of markten genoteerde prijzen van landbouwproducten en levensmiddelen en de ontwikkeling daarvan, of op de hoeveelheden, samenstelling, kwaliteit, traceerbaarheid of, indien van toepassing, de naleving van het productdossier.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Overweging 27 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(27 bis)  Om de doelstelling om bij te dragen tot de stabiliteit van de landbouwmarkten te verwezenlijken, moeten de instrumenten die zorgen voor de transparantie van landbouwmarkten worden versterkt. Aangezien uit de ervaring met de verschillende Europese sectorale waarnemingscentra voor de landbouwmarkten is gebleken dat deze de marktdeelnemers en de overheidsinstanties in hun geheel hebben geholpen om met kennis van zaken keuzes te maken en dat zij de waarneming en registratie van marktontwikkelingen hebben vereenvoudigd, moet een Europees waarnemingscentrum voor de landbouwmarkten worden opgericht en moet een kennisgevingssysteem worden opgezet om de informatie te melden die vereist is voor de werkzaamheden van het waarnemingscentrum.

Motivering

Dit amendement moet worden gelezen in samenhang met het voorstel voor een nieuw artikel 218 bis, dat gericht is op de opneming in de integrale-GMO-verordening van een waarnemingscentrum voor de landbouwmarkten op basis van de werkzaamheden van de verschillende sectorale waarnemingscentra, en op de opzet van een kennisgevingssysteem om de informatie te melden die vereist is voor de werkzaamheden van het waarnemingscentrum.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Overweging 27 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(27 ter)  Opdat de instellingen en organen van de Unie met kennis van zaken keuzes kunnen maken en om de doeltreffendheid te vergroten van de maatregelen voor het voorkomen en beheren van marktverstoringen, moet worden voorzien in een mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing waarbij het Europees waarnemingscentrum voor de landbouwmarkten aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie kennisgeeft van dreigende marktverstoringen en, in voorkomend geval, aanbevelingen voor te nemen maatregelen doet. De Commissie, het enige orgaan met initiatiefrecht op dit gebied, zou daarbij dertig dagen de tijd hebben om aan het Europees Parlement en de Raad de gepaste maatregelen voor de aanpak van die marktverstoringen voor te stellen of de afwezigheid van dergelijke maatregelen te motiveren.

Motivering

Dit amendement moet worden gelezen in samenhang met het voorstel om een nieuw artikel 218 ter toe te voegen om een mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing in te stellen teneinde aan de Commissie, het Europees Parlement en de Raad kennis te geven van dreigende marktverstoringen en er bij de Europese Commissie op aan te dringen om maatregelen voor te stellen of de afwezigheid daarvan te motiveren binnen dertig dagen na kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  Aangezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad17 bij Verordening (EU) …/… (verordening inzake de strategische GLB-plannen) is ingetrokken, moeten de bepalingen die betrekking hebben op controles en sancties inzake handelsnormen en beschermde oorsprongsbenamingen, geografische aanduidingen en traditionele aanduidingen worden opgenomen in Verordening (EU) nr. 1308/2013.

(29)  Aangezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad17 bij Verordening (EU) …/… (horizontale verordening), is ingetrokken, moeten de bepalingen die betrekking hebben op controles en sancties inzake handelsnormen en beschermde oorsprongsbenamingen, geografische aanduidingen en traditionele aanduidingen worden opgenomen in Verordening (EU) nr. 1308/2013, waarbij met het oog op de efficiëntie moet worden gespecificeerd dat deze controles kunnen bestaan uit controles van de documenten en uit controles ter plaatse, die alleen nodig zouden zijn indien het productdossier eisen bevat waarvan de naleving niet op een betrouwbare manier kan worden gecontroleerd met een controle van de documenten.

__________________

__________________

17 Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549).

17 Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549).

Motivering

Dit is een zuiver technisch amendement, dat bedoeld is om een redactionele fout van de Commissie te corrigeren en om in samenhang met het nieuwe lid 3 bis dat wordt voorgesteld in het kader van artikel 116 bis, duidelijk te maken dat deze controles met het oog op de efficiëntie zouden bestaan uit controles van de documenten en uit controles ter plaatse en dat controles ter plaatse alleen nodig zouden zijn indien het productdossier eisen bevat waarvan de naleving niet op een betrouwbare manier kan worden gecontroleerd met een controle van de documenten.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Overweging 30 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(30 bis)  Om de suikersector te blijven ondersteunen bij zijn ontwikkeling en overgang na het verstrijken van de quotaregeling, moet gespecificeerd worden dat de marktprijsmeldingen ook betrekking hebben op ethanol, moet het gebruik van verzoenings- en bemiddelingsmechanismen als alternatief voor arbitrage worden toegestaan, en moet de waardeverdelingsclausule in deze verordening worden vastgesteld.

Motivering

Dit amendement moet worden gelezen in samenhang met de wijzigingen van artikel 126 en bijlage X.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Overweging 33 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(33 bis)  Er moet worden voorzien in rechtsmechanismen om ervoor te zorgen dat producten met de facultatieve kwaliteitsaanduiding "product uit de bergen" slechts op de markt zijn in een ander land indien dit niet in strijd is met de voorschriften inzake het gebruik van die kwaliteitsaanduiding in het desbetreffende land, indien dergelijke voorschriften van toepassing zijn.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Overweging 34 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(34 bis)  De lijst met producten die kunnen worden beschermd als BOB (beschermde oorsprongsbenaming) of BGA (beschermde geografische aanduiding), moet worden uitgebreid met producten waarnaar een steeds grotere vraag is van consumenten van de Unie, zoals bijenwas, dat steeds meer toepassingen vindt in de sectoren voeding en cosmetische producten.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  De bedragen van de beschikbare financiële middelen voor de financiering van maatregelen in het kader van de Verordeningen (EU) nr. 228/201320 en (EU) nr. 229/201321 van het Europees Parlement en de Raad moeten worden geactualiseerd.

(35)  De bedragen van de beschikbare financiële middelen voor de financiering van maatregelen in het kader van de Verordeningen (EU) nr. 228/201320 en (EU) nr. 229/201321 van het Europees Parlement en de Raad moeten worden gehandhaafd.

__________________

__________________

20 Verordening (EU) nr. 228/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 247/2006 van de Raad (PB L 78 van 20.3.2013, blz. 23).

20 Verordening (EU) nr. 228/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 247/2006 van de Raad (PB L 78 van 20.3.2013, blz. 23).

21 Verordening (EU) nr. 229/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1405/2006 van de Raad (PB L 78 van 20.3.2013, blz. 41).

21 Verordening (EU) nr. 229/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1405/2006 van de Raad (PB L 78 van 20.3.2013, blz. 41).

Motivering

Dit amendement is bedoeld om de bedragen te herstellen die aan de ultraperifere gebieden worden toegewezen in het kader van Posei, in overeenstemming met de resolutie van het Europees Parlement van 14 november 2018 over het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 – Standpunt van het Parlement met betrekking tot een akkoord, en de toezeggingen van Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker op 27 oktober 2017 in Cayenne.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Overweging 35 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(35 bis)  De krachtens artikel 157 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 erkende brancheorganisaties zijn marktdeelnemers met een essentiële rol voor de ontwikkeling van verschillende landbouwsectoren in de ultraperifere gebieden, met name in de veeteelt. Vanwege de zeer beperkte omvang en het insulaire karakter van de ultraperifere gebieden zijn de lokale markten van deze gebieden immers bijzonder gevoelig voor prijsschommelingen die samenhangen met de invoer uit de rest van de Unie of uit derde landen. Die brancheorganisaties verenigen alle op de markt in enig stadium actieve marktdeelnemers en zij nemen collectieve maatregelen, met name voor het verzamelen van gegevens of het verspreiden van informatie, om ervoor te zorgen dat de lokale gewassen concurrerend blijven op de desbetreffende markt. Niettegenstaande de artikelen 28, 29 en 110 VWEU en onverminderd de artikelen 164 en 165 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 is het daartoe aangewezen in het kader van uitgebreide brancheovereenkomsten de desbetreffende lidstaat toe te staan om na overleg met de betrokken actoren afzonderlijke marktdeelnemers of groeperingen van marktdeelnemers die geen lid van de organisatie zijn en die op de lokale markt actief zijn, ongeacht de herkomst ervan, te verplichten een financiële bijdrage te laten betalen, ook indien met de opbrengst van deze bijdragen maatregelen worden gefinancierd die enkel gericht zijn op de lokale productie of indien de bijdragen worden afgehouden in een ander handelsstadium.

Motivering

Met dit amendement wordt beoogd om de regelgeving inzake de uitbreiding van de brancheregels af te stemmen op de reële situatie van de ultraperifere gebieden. Deze organisaties zijn marktdeelnemers met een essentiële rol voor de ontwikkeling van de sectoren in de ultraperifere gebieden, waarvan de markten worden blootgesteld aan prijsschommelingen. Deze organisaties nemen maatregelen voor het verzamelen van gegevens en het verspreiden van informatie, en de overeenkomstig deze overeenkomsten geïnde bijdragen moeten door de lidstaat kunnen worden uitgebreid tot alle landbouwproducten die in de lokale handel worden gebracht, ongeacht de herkomst ervan.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Overweging 25 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1)  De volgende overweging wordt ingevoegd:

 

"(25 bis)  Met de steun die uit hoofde van de schoolregeling wordt toegewezen voor de verstrekking van producten moeten waar mogelijk producten met een korte bevoorradingsketen worden bevorderd."

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Overweging 127 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1 bis)  De volgende overweging wordt ingevoegd:

 

"(127 bis)  Schriftelijke contracten in de sector melk en zuivelproducten die in sommige lidstaten mogelijk verplicht zijn of waar producenten, producentenorganisaties of unies van producentenorganisaties in elk geval om kunnen verzoeken, moeten onder meer de voor de levering verschuldigde prijs bevatten, die idealiter de productiekosten dekt en die kan worden berekend aan de hand van eenvoudig toegankelijke en duidelijke indicatoren van de productie- en afzetkosten die de lidstaten kunnen bepalen volgens objectieve criteria en op basis van studies over de productie en de voedselketen."

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Overweging 139 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1 ter)  De volgende overweging wordt ingevoegd:

 

"(139 bis)  Schriftelijke contracten die in sommige lidstaten mogelijk verplicht zijn of waar producenten, producentenorganisaties of unies van producentenorganisaties in elk geval om kunnen verzoeken, moeten onder meer de voor de levering verschuldigde prijs bevatten, die idealiter de productiekosten dekt en die kan worden berekend aan de hand van eenvoudig toegankelijke en duidelijke indicatoren van de productie- en afzetkosten die de lidstaten kunnen bepalen volgens objectieve criteria en op basis van studies over de productie en de voedselketen."

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 quater (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-1 quater)  Artikel 1 wordt vervangen door:

Artikel 1

"Artikel 1

Toepassingsgebied

Toepassingsgebied

1.  Bij deze verordening wordt een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten vastgesteld, d.w.z. alle in bijlage I bij de Verdragen vermelde producten, met uitzondering van de visserij- en de aquacultuurproducten die zijn vermeld in de wetgevingshandelingen van de Unie houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten.

1.  Bij deze verordening wordt een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten vastgesteld, d.w.z. alle in bijlage I bij de Verdragen vermelde producten, met uitzondering van de visserij- en de aquacultuurproducten die zijn vermeld in de wetgevingshandelingen van de Unie houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten. In deze verordening worden de openbare normen, de regels inzake transparantie van de markt en de instrumenten voor crisisbeheer vastgesteld waarmee overheidsinstanties, en met name de Commissie, kunnen zorgen voor toezicht op en beheer en regulering van de landbouwmarkten.

2.  De in lid 1 bedoelde landbouwproducten worden ingedeeld in de volgende, in de respectievelijke delen van bijlage I vermelde sectoren:

2.  De in lid 1 bedoelde landbouwproducten worden ingedeeld in de volgende, in de respectievelijke delen van bijlage I vermelde sectoren:

a) granen, deel I;

a) granen, deel I;

b) rijst, deel II;

b) rijst, deel II;

c) suiker, deel III;

c) suiker, suikerbieten en suikerriet, deel III;

d) gedroogde voedergewassen, deel IV;

d) gedroogde voedergewassen, deel IV;

e) zaaizaad, deel V;

e) zaaizaad, deel V;

f) hop, deel VI;

f) hop, deel VI;

g) olijfolie en tafelolijven, deel VII;

g) olijfolie en tafelolijven, deel VII;

h) vlas en hennep, deel VIII;

h) vlas en hennep, deel VIII;

i) groenten en fruit, deel IX;

i) groenten en fruit, deel IX;

j) verwerkte groenten en fruit, deel X;

j) verwerkte groenten en fruit, deel X;

k) bananen, deel XI;

k) bananen, deel XI;

l) wijn, deel XII;

l) wijn, deel XII;

m) levende planten en producten van de bloementeelt, deel XIII;

m) levende planten en producten van de bloementeelt, deel XIII;

n) tabak, deel XIV;

n) tabak, deel XIV;

o) rundvlees, deel XV;

o) rundvlees, deel XV;

p) melk en zuivelproducten, deel XVI;

p) melk en zuivelproducten, deel XVI;

q) varkensvlees, deel XVII;

q) varkensvlees, deel XVII;

r) schapen- en geitenvlees, deel XVIII;

r) schapen- en geitenvlees, deel XVIII;

s) eieren, deel XIX;

s) eieren, deel XIX;

t) pluimveevlees, deel XX;

t) pluimveevlees, deel XX;

u) ethylalcohol uit landbouwproducten, deel XXI;

u) ethylalcohol uit landbouwproducten, deel XXI;

v) producten van de bijenteelt, deel XXII;

v) producten van de bijenteelt, deel XXII;

w) zijderupsen, deel XXIII;

w) zijderupsen, deel XXIII;

x) andere producten, deel XXIV.

x) andere producten, deel XXIV. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 quinquies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1 quinquies)   Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 1 bis

 

Specifieke doelstellingen

 

Onverminderd de toepassing van de algemene en specifieke doelstellingen die zijn vastgesteld in de artikelen 5 en 6 van Verordening (EU) …/… [strategische GLB-plannen] en overeenkomstig artikel 39 VWEU draagt de gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten als bedoeld in artikel 1 bij tot de verwezenlijking van de volgende specifieke doelstellingen:

 

a) bijdragen tot de stabilisatie van de landbouwmarkten en de transparantie ervan vergroten;

 

b) de goede werking van de agrovoedselvoorzieningsketen bevorderen en een eerlijk inkomen voor landbouwproducenten waarborgen;

 

c) de positie van producenten in de waardeketen verbeteren en de concentratie in de landbouwwaardeketen bevorderen;

 

d) bijdragen tot de verbetering van de economische omstandigheden voor de productie en afzet van landbouwproducten en de kwaliteit van de Europese landbouwproductie verbeteren."

Motivering

Met dit amendement wordt de invoering beoogd van doelstellingen voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten, die onverminderd de toepassing van de doelstellingen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) [strategische GLB-plannen] en overeenkomstig artikel 39 VWEU zouden gelden.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 - punt -1 sexies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-1 sexies)  Artikel 2 wordt vervangen door:

Artikel 2

"Artikel 2

Algemene bepalingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB)

Algemene bepalingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB)

Verordening (EU) nr. 1306/2013 en de op grond daarvan vastgestelde bepalingen zijn van toepassing op de in de onderhavige verordening bepaalde maatregelen.

Verordening (EU) […/…] [horizontale verordening] en de op grond daarvan vastgestelde bepalingen zijn van toepassing op de in de onderhavige verordening bepaalde maatregelen."

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20180101&from=NL)

Motivering

Dit amendement is louter een technische wijziging in verband met de huidige herziening van de horizontale GLB-verordening.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 – letter b

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 3 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de definities inzake de in bijlage II vermelde sectoren voor zover dit noodzakelijk is om de definities aan de marktontwikkelingen aan te passen.

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de definities inzake de in bijlage II vermelde sectoren om deze definities aan de marktontwikkelingen aan te passen, zonder nieuwe definities te ontwikkelen.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Artikel 6 wordt geschrapt.

Schrappen

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 6

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(3 bis)  Artikel 6 wordt vervangen door:

Artikel 6

"Artikel 6

Verkoopseizoenen

Verkoopseizoenen

De volgende verkoopseizoenen worden vastgesteld:

De volgende verkoopseizoenen worden vastgesteld:

a) 1 januari tot en met 31 december van een bepaald jaar voor de sector groenten en fruit, de sector verwerkte groenten en fruit en de sector bananen;

a) 1 januari tot en met 31 december van een bepaald jaar voor de sector groenten en fruit, de sector verwerkte groenten en fruit en de sector bananen;

b) 1 april tot en met 31 maart van het daaropvolgende jaar voor de sector gedroogde voedergewassen en de sector zijderupsen;

b) 1 april tot en met 31 maart van het daaropvolgende jaar voor de sector gedroogde voedergewassen en de sector zijderupsen;

c) 1 juli tot en met 30 juni van het daaropvolgende jaar voor:

c) 1 juli tot en met 30 juni van het daaropvolgende jaar voor:

i) de sector granen;

i) de sector granen;

ii) de sector zaaizaad;

ii) de sector zaaizaad;

iii) de sector olijfolie en tafelolijven;

iii) de sector vlas en hennep;

iv) de sector vlas en hennep;

iv) de sector melk en zuivelproducten;

v) de sector melk en zuivelproducten;

 

d) 1 augustus tot en met 31 juli van het daaropvolgende jaar voor de wijnsector;

d) 1 augustus tot en met 31 juli van het daaropvolgende jaar voor de wijnsector;

e) 1 september tot en met 31 augustus van het daaropvolgende jaar voor de rijstsector;

e) 1 september tot en met 31 augustus van het daaropvolgende jaar voor de rijstsector en de sector tafelolijven;

f) 1 oktober tot en met 30 september van het daaropvolgende jaar voor de suikersector.

f) 1 oktober tot en met 30 september van het daaropvolgende jaar voor de suikersector en de sector olijfolie. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 11

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(3 ter)  Artikel 11 wordt vervangen door:

Artikel 11

"Artikel 11

Voor openbare interventie in aanmerking komende producten

Voor openbare interventie in aanmerking komende producten

De openbare interventie geldt, onder de in deze afdeling vastgestelde voorwaarden en overeenkomstig eventuele aanvullende eisen en voorwaarden die de Commissie door middel van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 19 en uitvoeringshandelingen overeenkomstig artikel 20 kan vaststellen, voor de volgende producten:

De openbare interventie geldt, onder de in deze afdeling vastgestelde voorwaarden en overeenkomstig eventuele aanvullende eisen en voorwaarden die de Commissie door middel van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 19 en uitvoeringshandelingen overeenkomstig artikel 20 kan vaststellen, voor de volgende producten:

a) zachte tarwe, durumtarwe, gerst en maïs;

a) zachte tarwe, durumtarwe, gerst en maïs;

b) padie;

b) padie;

c) vers of gekoeld rundvlees van de GN-codes 0201 10 00 en 0201 20 20 tot en met 0201 20 50;

c) vers of gekoeld rundvlees van de GN-codes 0201 10 00 en 0201 20 20 tot en met 0201 20 50;

d) boter die in een erkend bedrijf in de Unie rechtstreeks en uitsluitend is geproduceerd uit rechtstreeks en uitsluitend uit koemelk verkregen room en die een minimumgehalte aan botervet van 82 gewichtspercenten en een maximumgehalte aan water van 16 gewichtspercenten heeft;

d) boter die in een erkend bedrijf in de Unie rechtstreeks en uitsluitend is geproduceerd uit rechtstreeks en uitsluitend uit koemelk verkregen room en die een minimumgehalte aan botervet van 82 gewichtspercenten en een maximumgehalte aan water van 16 gewichtspercenten heeft;

e) mageremelkpoeder van eerste kwaliteit dat in een erkend bedrijf in de Unie volgens het verstuivingsprocedé uit koemelk is bereid en een minimumgehalte aan eiwit van 34,0 gewichtspercenten op de vetvrije droge stof heeft.

e) mageremelkpoeder van eerste kwaliteit dat in een erkend bedrijf in de Unie volgens het verstuivingsprocedé uit koemelk is bereid en een minimumgehalte aan eiwit van 34,0 gewichtspercenten op de vetvrije droge stof heeft;

 

e bis) witte suiker;

 

e ter) vlees van schapen, van GN-code 0104 10 30 of 0204;

 

e quater) vlees van varkens, vers, gekoeld of bevroren, van GN-code 0203;

 

e quinquies) kip, vers, gekoeld of bevroren, van GN-code 0207. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 quater (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 12

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(3 quater)  Artikel 12 wordt vervangen door:

Artikel 12

"Artikel 12

Openbare-interventieperioden

Openbare-interventieperioden

De openbare interventie is open:

De openbare interventie is het hele jaar door open voor de in artikel 11 vermelde producten. "

a) voor zachte tarwe, durumtarwe, gerst en maïs, van 1 november tot en met 31 mei;

 

b) voor padie, van 1 april tot en met 31 juli;

 

c) voor rundvlees, het gehele jaar door;

 

d) voor boter en mageremelkpoeder, van 1 maart tot en met 30 september.

 

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 quinquies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 13

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(3 quinquies)  Artikel 13 wordt vervangen door:

Artikel 13

"Artikel 13

Opening en sluiting van de openbare interventie

Opening en sluiting van de openbare interventie

1.  Gedurende de in artikel 12 genoemde perioden geldt dat de openbare interventie:

1.  Gedurende de in artikel 12 genoemde perioden geldt dat de openbare interventie:

a) open is voor zachte tarwe, boter en magere melkpoeder;

a) open is voor boter en mageremelkpoeder;

b) door de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen kan worden geopend voor durumtarwe, gerst, maïs en padie (inclusief specifieke variëteiten of types padie) indien de marktsituatie dat vereist. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 229, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

b) door de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen kan worden geopend voor zachte tarwe, durumtarwe, gerst, maïs en padie (inclusief specifieke variëteiten of types padie), witte suiker, vlees van schapen, vlees van varkens of kip, indien de marktsituatie dat vereist. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 229, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld;

c) door de Commissie, door middel van uitvoeringshandelingen die zonder toepassing van de procedure bedoeld in artikel 229, lid 2 of lid 3, worden vastgesteld, kan worden geopend voor rundvlees, wanneer, gedurende een overeenkomstig artikel 20, eerste alinea, onder c), vastgestelde representatieve periode, de gemiddelde marktprijs die in een lidstaat, of een regio van een lidstaat, op basis van het in bijlage IV, punt A, bedoelde schema van de Unie voor de indeling van karkassen van runderen wordt genoteerd, onder 85 % van de in artikel 7, lid 1,onder d), bedoelde referentiedrempel blijft.

c) door de Commissie, door middel van uitvoeringshandelingen die zonder toepassing van de procedure bedoeld in artikel 229, lid 2 of lid 3, worden vastgesteld, kan worden geopend voor rundvlees, wanneer, gedurende een overeenkomstig artikel 20, eerste alinea, onder c), vastgestelde representatieve periode, de gemiddelde marktprijs die in een lidstaat, of een regio van een lidstaat, op basis van het in bijlage IV, punt A, bedoelde schema van de Unie voor de indeling van karkassen van runderen wordt genoteerd, onder 85 % van de in artikel 7, lid 1, onder d), bedoelde referentiedrempel blijft.

2.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de openbare interventie voor de runds- en kalfsvleessector wordt gesloten wanneer gedurende een overeenkomstig artikel 20, eerste alinea, onder c), vastgestelde representatieve periode de in lid 1, onder c), van het onderhavige artikel bepaalde voorwaarden niet langer vervuld zijn. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld zonder toepassing van de in artikel 229, lid 2 of lid 3, bedoelde procedure.

2.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de openbare interventie voor de runds- en kalfsvleessector wordt gesloten wanneer gedurende een overeenkomstig artikel 20, eerste alinea, onder c), vastgestelde representatieve periode de in lid 1, onder c), van het onderhavige artikel bepaalde voorwaarden niet langer vervuld zijn. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld zonder toepassing van de in artikel 229, lid 2 of lid 3, bedoelde procedure. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 - punt 3 sexies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 14

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(3 sexies)  Artikel 14 wordt vervangen door:

Artikel 14

Artikel 14

Aankoop tegen een vaste prijs of in het kader van een openbare inschrijving

Aankoop tegen een vaste prijs of in het kader van een openbare inschrijving

Indien de openbare interventie open is overeenkomstig artikel 13, lid 1, worden de maatregelen inzake de bepaling van aankoopprijzen voor de producten bedoeld in artikel 11, alsmede, indien van toepassing, de maatregelen inzake kwantitatieve beperkingen in het geval van aankopen tegen een vaste prijs, overeenkomstig artikel 43, lid 3 VWEU door de Raad vastgesteld.

"Indien de openbare interventie open is overeenkomstig artikel 13, lid 1, worden de regelingen voor de bepaling van aankoopprijzen voor de producten bedoeld in artikel 11, overeenkomstig artikel 43, lid 3, VWEU door de Raad vastgesteld. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20180101&from=NL)

Motivering

Dit amendement is bedoeld ter verbetering van de interventie om de instrumenten adaptiever en doeltreffender te maken.

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 septies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 15 – lid 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(3 septies)  In artikel 15 wordt lid 1 vervangen door:

1.  Onder openbare-interventieprijs wordt verstaan:

"1.  Onder openbare-interventieprijs wordt verstaan: de maximumprijs waartegen voor openbare interventie in aanmerking komende producten mogen worden aangekocht, in het geval van aankopen in het kader van openbare inschrijvingen. "

a) de prijs waartegen producten in het kader van de openbare interventie worden aangekocht, in het geval van aankopen tegen een vaste prijs, of

 

b) de maximumprijs waartegen voor openbare interventie in aanmerking komende producten mogen worden aangekocht, in het geval van aankopen in het kader van openbare inschrijvingen.

 

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20180101&from=NL)

Motivering

Dit amendement is bedoeld ter verbetering van de interventie om de instrumenten adaptiever en doeltreffender te maken.

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 octies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 15 – lid 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(3 octies)  In artikel 15 wordt lid 2 vervangen door:

2.  De maatregelen inzake de bepaling van het niveau van de openbare-interventieprijs, de bedragen van toeslagen en kortingen daaronder begrepen, worden overeenkomstig artikel 43, lid 3 VWEU door de Raad vastgesteld.

"2.  De regelingen voor de bepaling van het niveau van de openbare-interventieprijs, de bedragen van toeslagen en kortingen daaronder begrepen, worden overeenkomstig artikel 43, lid 3, VWEU door de Raad vastgesteld. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20180101&from=NL)

Motivering

Dit amendement is bedoeld ter verbetering van de interventie om de instrumenten adaptiever en doeltreffender te maken.

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 nonies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 16 – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 nonies)  Aan artikel 16 wordt het volgende lid toegevoegd:

 

"3 bis.  De lidstaten stellen de Commissie in kennis van informatie over de identiteit van de ondernemingen die toegang hebben tot de publieke interventie en over de identiteit van de kopers van openbare interventievoorraden, opdat beter kan worden voldaan aan de leden 1 en 3."

Motivering

Informatie over de identiteit van de kopers van openbare interventievoorraden wordt niet systematisch meegedeeld aan de Commissie. Die is daardoor niet in staat om marktverstorende effecten te onderkennen of de naleving van internationale overeenkomsten te handhaven. Dit is des te meer van belang omdat de verkoop van voorraden via aanbestedingsprocedures ver onder de aankoopprijs kan plaatsvinden, waarbij het verschil als een vorm van steun wordt beschouwd.

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 decies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 17 – alinea 1 – letter b

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(3 decies)  In artikel 17, eerste alinea, wordt punt b) als volgt gewijzigd:

b) olijfolie

"b) olijfolie en tafelolijven; "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20180101&from=NL)

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 undecies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 17 – alinea 1 – letter i bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 undecies)  Aan artikel 17, eerste alinea, wordt het volgende punt toegevoegd:

 

"i bis) rijst. "

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter c – punt ii

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 23 bis – lid 2 – alinea 3 – laatste zin

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  in lid 2, derde alinea, wordt de laatste zin geschrapt;

Schrappen

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 - letter c – punt iii – inleidende formule

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 23 bis – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  lid 4 wordt vervangen door:

iii)  in lid 4 wordt de eerste alinea vervangen door:

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 61

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(4 bis)  Artikel 61 wordt vervangen door:

Artikel 61

"Artikel 61

Duur

Duur

Het in dit hoofdstuk vastgestelde vergunningenstelsel voor nieuwe aanplant van wijnstokken is van toepassing met ingang van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2030; de Commissie verricht een evaluatie halverwege om het functioneren van de regeling te beoordelen en doet, indien nodig, wetgevingsvoorstellen

Het in dit hoofdstuk vastgestelde vergunningenstelsel voor nieuwe aanplant van wijnstokken is van toepassing met ingang van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2050; de Commissie verricht om de tien jaar en voor het eerst op 1 januari 2023 een evaluatie om het functioneren van de regeling te beoordelen en doet, indien nodig, wetgevingsvoorstellen ter verbetering van de doeltreffendheid ervan. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 62 – lid 4

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(4 ter)  In artikel 62 wordt lid 4 vervangen door:

4.  Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het beplanten of herbeplanten van oppervlakten voor experimentele doeleinden of voor de teelt van moederplanten voor entstokken, noch op oppervlakten waarvan de opbrengst aan wijn of wijnproducten uitsluitend bestemd is voor consumptie door de wijnbouwer en zijn gezin of oppervlakten die voor het eerst zullen worden beplant, als resultaat van verplichte aankopen in het openbaar belang overeenkomstig de nationale wetgeving.

"4.  Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het beplanten of herbeplanten van oppervlakten voor experimentele doeleinden of voor de teelt van moederplanten voor entstokken, noch op het beplanten of herbeplanten van oppervlakten waarvan de opbrengst aan wijnbouwproducten uitsluitend bestemd is voor de productie van druivensap, noch op oppervlakten waarvan de opbrengst aan wijn of wijnproducten uitsluitend bestemd is voor consumptie door de wijnbouwer en zijn gezin of oppervlakten die voor het eerst zullen worden beplant, als resultaat van verplichte aankopen in het openbaar belang overeenkomstig de nationale wetgeving. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 63 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  In artikel 63 wordt lid 1 vervangen door:

Schrappen

"1.  De lidstaten stellen elk jaar vergunningen voor nieuwe aanplant beschikbaar voor ofwel:

 

a)  1 % van de totale werkelijk met wijnstokken beplante oppervlakte op hun grondgebied, zoals gemeten op 31 juli van het voorgaande jaar; ofwel

 

b)  1 % van de oppervlakte die bestaat uit de totale werkelijk met wijnstokken beplante oppervlakte op hun grondgebied, zoals gemeten op 31 juli 2015, en de oppervlakte op hun grondgebied waarvoor overeenkomstig artikel 85 nonies, artikel 85 decies of artikel 85 duodecies van Verordening (EG) nr. 1234/2007 aan producenten aanplantrechten zijn verleend en die op 1 januari 2016 beschikbaar waren voor omzetting als bedoeld in artikel 68 van de onderhavige verordening. ".

 

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 63

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(5 bis)  Artikel 63 wordt vervangen door:

Artikel 63

"Artikel 63

Vrijwaringsmechanisme voor nieuwe aanplant

Vrijwaringsmechanisme voor nieuwe aanplant

1.  De lidstaten stellen elk jaar vergunningen voor nieuwe aanplant beschikbaar voor 1 % van de totale werkelijk met wijnstokken beplante oppervlakte op hun grondgebied, zoals gemeten op 31 juli van het voorgaande jaar.

1.  De lidstaten stellen elk jaar vergunningen voor nieuwe aanplant beschikbaar voor ofwel:

 

a) 1 % van de totale werkelijk met wijnstokken beplante oppervlakte op hun grondgebied, zoals gemeten op 31 juli van het voorgaande jaar; ofwel

 

b) 1 % van de oppervlakte die bestaat uit de werkelijk met wijnstokken beplante oppervlakte op hun grondgebied, zoals gemeten op 31 juli 2015, en de oppervlakte op hun grondgebied waarvoor overeenkomstig artikel 85 nonies, artikel 85 decies of artikel 85 duodecies van Verordening (EG) nr. 1234/2007 aan producenten aanplantrechten zijn verleend en die op 1 januari 2016 beschikbaar waren voor omzetting als bedoeld in artikel 68 van de onderhavige verordening.

2.  De lidstaten kunnen besluiten:

2.  De lidstaten kunnen besluiten:

a) op nationaal niveau een lager dan het in lid 1 vermelde percentage toe te passen;

a) op nationaal niveau een lager dan het in lid 1 vermelde percentage toe te passen;

b) de afgifte van vergunningen op regionaal niveau te beperken voor specifieke oppervlakten die in aanmerking komen voor de productie van wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming, voor oppervlakten die in aanmerking komen voor de productie van wijnen met een beschermde geografische aanduiding, of voor oppervlakten zonder geografische aanduiding.

b) de afgifte van vergunningen op regionaal niveau te beperken voor specifieke oppervlakten die in aanmerking komen voor de productie van wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming, voor oppervlakten die in aanmerking komen voor de productie van wijnen met een beschermde geografische aanduiding, of voor oppervlakten zonder geografische aanduiding; die vergunningen worden gebruikt in die gebieden.

3.  Elk van de in lid 2 bedoelde beperkingen draagt bij tot een ordelijke groei van de aanplant, wordt boven 0 % vastgesteld, en wordt op een of meer van de volgende specifieke gronden gerechtvaardigd:

3.  Elk van de in lid 2 bedoelde beperkingen draagt bij tot een ordelijke groei van de aanplant, wordt boven 0 % vastgesteld, en wordt op een of meer van de volgende specifieke gronden gerechtvaardigd:

a) de noodzaak een voldoende aangetoond risico van overaanbod van wijnproducten in verhouding tot de marktvooruitzichten voor die producten te vermijden, met dien verstande dat de beperking deze noodzaak niet overschrijdt;

a) de noodzaak een voldoende aangetoond risico van overaanbod van wijnproducten in verhouding tot de marktvooruitzichten voor die producten te vermijden, met dien verstande dat de beperking deze noodzaak niet overschrijdt;

b) de noodzaak een voldoende aangetoond risico van aanzienlijke waardevermindering van een bepaalde beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding te vermijden.

b) de noodzaak een voldoende aangetoond risico van waardevermindering van een bepaalde beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding te vermijden;

 

b bis) de wil om bij te dragen aan de ontwikkeling van de betrokken producten en tegelijkertijd de kwaliteit ervan in stand te houden.

 

3 bis.  De lidstaten kunnen alle nodige regelgevende maatregelen nemen om te voorkomen dat marktdeelnemers krachtens de leden 2 en 3 genomen beperkende maatregelen zouden omzeilen.

4.  De lidstaten maken alle ingevolge lid 2 genomen besluiten openbaar en motiveren deze naar behoren. De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van alle door hen genomen besluiten, met de motivering.

4.  De lidstaten maken alle ingevolge lid 2 genomen besluiten openbaar en motiveren deze naar behoren. De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van alle door hen genomen besluiten, met de motivering.

 

4 bis.  Voor aanplant die is bedoeld voor de instandhouding van de genetische hulpbronnen in de wijnbouw, kunnen de lidstaten vergunningen afgeven waarmee de in dit artikel bedoelde grenzen worden overschreden. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 64

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(5 ter)  Artikel 64 wordt vervangen door:

Artikel 64

"Artikel 64

Verlening van vergunningen voor nieuwe aanplant

Verlening van vergunningen voor nieuwe aanplant

1.  Indien de totale oppervlakte waarop de subsidiabele aanvragen in een bepaald jaar betrekking hebben, niet groter is dan de door de lidstaat beschikbaar gestelde oppervlakte, worden al die aanvragen aanvaard.

1.  Indien de totale oppervlakte waarop de subsidiabele aanvragen in een bepaald jaar betrekking hebben, niet groter is dan de door de lidstaat beschikbaar gestelde oppervlakte, worden al die aanvragen aanvaard.

De lidstaten kunnen voor de toepassing van dit artikel één of meer van de volgende objectieve en niet-discriminerende subsidiabiliteitscriteria toepassen:

De lidstaten kunnen voor de toepassing van dit artikel één of meer van de volgende objectieve en niet-discriminerende subsidiabiliteitscriteria toepassen op nationaal of regionaal niveau:

a) de aanvrager beschikt over cultuurgrond met een oppervlakte die niet kleiner is dan de oppervlakte waarvoor hij de vergunning aanvraagt;

a) de aanvrager beschikt over cultuurgrond met een oppervlakte die niet kleiner is dan de oppervlakte waarvoor hij de vergunning aanvraagt;

b) de aanvrager beschikt over voldoende vakbekwaamheid en deskundigheid;

b) de aanvrager beschikt over voldoende vakbekwaamheid en deskundigheid;

c) de aanvraag houdt geen aanzienlijk risico van misbruik van de bekendheid van de specifieke beschermde oorsprongsbenamingen in, hetgeen wordt verondersteld tenzij het bestaan van een dergelijk risico wordt aangetoond door de overheidsinstanties;

c) de aanvraag houdt geen aanzienlijk risico van misbruik van de bekendheid van de specifieke beschermde oorsprongsbenamingen in, hetgeen wordt verondersteld tenzij het bestaan van een dergelijk risico wordt aangetoond door de overheidsinstanties;

c bis) de aanvrager heeft geen wijnstokken aangeplant zonder de in artikel 71 van deze verordening bedoelde vergunning of zonder een in de artikelen 85 bis en 85 ter van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoeld aanplantrecht;

c bis) de aanvrager heeft geen wijnstokken aangeplant zonder de in artikel 71 van deze verordening bedoelde vergunning of zonder een in de artikelen 85 bis en 85 ter van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoeld aanplantrecht;

d) in naar behoren gemotiveerde gevallen, één of meer van de in lid 2 bedoelde criteria, mits deze op objectieve en niet-discriminerende wijze worden toegepast.

d) in naar behoren gemotiveerde gevallen, één of meer van de in lid 2 bedoelde criteria, mits deze op objectieve en niet-discriminerende wijze worden toegepast.

2.  Indien de in lid 1 bedoelde totale oppervlakte waarop de subsidiabele aanvragen in een bepaald jaar betrekking hebben, groter is dan de door de lidstaat beschikbaar gestelde oppervlakte, worden de vergunningen verhoudingsgewijs per hectare over alle aanvragers verdeeld op basis van de oppervlakte waarvoor zij de vergunning hebben ingediend. Bij de verlening van de vergunningen kan een minimum- en/of een maximumoppervlakte per aanvrager worden vastgesteld en zij kunnen tevens geheel of gedeeltelijk worden verleend overeenkomstig één of meer van de volgende objectieve en niet-discriminerende prioriteitscriteria:

2.  Indien de in lid 1 bedoelde totale oppervlakte waarop de subsidiabele aanvragen in een bepaald jaar betrekking hebben, groter is dan de door de lidstaat beschikbaar gestelde oppervlakte, worden de vergunningen verhoudingsgewijs per hectare over alle aanvragers verdeeld op basis van de oppervlakte waarvoor zij de vergunning hebben aangevraagd. Bij de verlening van de vergunningen kan een minimum- en/of een maximumoppervlakte per aanvrager worden vastgesteld en zij kunnen tevens geheel of gedeeltelijk worden verleend overeenkomstig één of meer van de volgende objectieve en niet-discriminerende prioriteitscriteria:

a) producenten die voor het eerst wijnstokken planten en die bedrijfshoofd zijn (nieuwkomers);

a) producenten die voor het eerst wijnstokken planten en die bedrijfshoofd zijn (nieuwkomers);

b) gebieden waar wijngaarden bijdragen tot behoud van het milieu;

b) gebieden waar wijngaarden bijdragen tot behoud van het milieu of de instandhouding van de genetische hulpbronnen in de wijnbouw;

c) oppervlakten die voor het eerst zullen worden beplant, in het kader van landconsolidatiesprojecten;

c) oppervlakten die voor het eerst zullen worden beplant, in het kader van landconsolidatiesprojecten;

d) gebieden met natuurlijke of andere specifieke beperkingen;

d) gebieden met natuurlijke of andere specifieke beperkingen;

e) de duurzaamheid van ontwikkelings- of herbeplantingsprojecten op basis van een economische evaluatie;

e) de duurzaamheid van ontwikkelings- of herbeplantingsprojecten op basis van een economische evaluatie;

f) voor het eerst te beplanten oppervlakten die bijdragen tot verhoging van het concurrentievermogen op bedrijfs- en regionaal niveau;

f) voor het eerst te beplanten oppervlakten die bijdragen tot verhoging van het concurrentievermogen van het bedrijf, op regionaal, nationaal en internationaal niveau;

g) projecten die de mogelijkheid bieden de kwaliteit van producten met geografische aanduidingen te verbeteren;

g) projecten die de mogelijkheid bieden de kwaliteit van producten met geografische aanduidingen te verbeteren;

h) voor het eerst te beplanten oppervlakten in het kader van het vergroten van de omvang van kleine en middelgrote bedrijven.

h) voor het eerst te beplanten oppervlakten in het kader van het vergroten van de omvang van kleine en middelgrote bedrijven.

2 bis.  Indien de lidstaat besluit een of meer van de in lid 2 bedoelde criteria toe te passen, kan hij besluiten de extra voorwaarde toe te voegen dat de aanvrager een natuurlijk persoon moet zijn die niet ouder is dan 40 jaar in het jaar van de indiening van de aanvraag.

2 bis.  Indien de lidstaat besluit een of meer van de in lid 2 bedoelde criteria toe te passen, kan hij besluiten de extra voorwaarde toe te voegen dat de aanvrager een natuurlijk persoon moet zijn die niet ouder is dan 40 jaar in het jaar van de indiening van de aanvraag.

 

2 ter.  De lidstaten kunnen alle nodige regelgevende maatregelen nemen om te voorkomen dat de beperkende criteria die zij overeenkomstig de leden 1, 2 en 2 bis hanteren, door de marktdeelnemers zouden worden omzeild.

3.  De lidstaten maken de in de leden 1, 2 en 2 bis bedoelde criteria die zij toepassen, bekend en stellen de Commissie onverwijld daarvan in kennis.

3.  De lidstaten maken de in de leden 1, 2 en 2 bis bedoelde criteria die zij toepassen, bekend en stellen de Commissie onverwijld daarvan in kennis.

 

3 bis.  Indien op regionaal niveau een beperking geldt overeenkomstig artikel 63, lid 2, onder b), kunnen op dat niveau prioriteits- en subsidiabiliteitscriteria worden toegepast die in overeenstemming worden geacht met artikel 64. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 quater (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 65 – alinea 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 quater)  In artikel 65 wordt na de eerste alinea de volgende alinea ingevoegd:

 

Bij de toepassing van artikel 63, lid 2, stellen de lidstaten een voorafgaande procedure in om rekening te kunnen houden met de adviezen van op regionaal niveau erkende representatieve handelsorganisaties, overeenkomstig de wetgeving van de betrokken lidstaat.

Motivering

Het is belangrijk dat de nationale en regionale handelsorganisaties betrokken worden bij de procedure voor de afgifte van vergunningen voor nieuwe aanplant als bedoeld in artikel 63, lid 2.

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 quinquies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 69 – alinea 1 – letter e bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 quinquies)  Aan artikel 69 wordt het volgende punt toegevoegd:

 

e bis) de criteria met betrekking tot de instandhouding van de genetische hulpbronnen in de wijnbouw.

Motivering

De Commissie moet worden gemachtigd om bij gedelegeerde handeling criteria vast te stellen met betrekking tot de instandhouding van de genetische hulpbronnen in de wijnbouw.

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 - punt 5 sexies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 73

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(5 sexies)  Artikel 73 wordt vervangen door:

Artikel 73

"Artikel 73

Toepassingsgebied

Toepassingsgebied

Onverminderd andere bepalingen die op landbouwproducten van toepassing zijn, en de bepalingen die in de veterinaire sector, de fytosanitaire sector en de levensmiddelensector zijn vastgesteld om te garanderen dat de producten aan de hygiëne- en gezondheidsnormen voldoen en om de gezondheid van dieren, planten en mensen te beschermen, worden in deze afdeling voorschriften betreffende handelsnormen voor landbouwproducten vastgesteld.

Onverminderd andere bepalingen die op landbouwproducten van toepassing zijn, en de bepalingen die in de veterinaire sector, de fytosanitaire sector en de levensmiddelensector zijn vastgesteld om te garanderen dat de producten aan de hygiëne- en gezondheidsnormen voldoen en om de gezondheid van dieren, planten en mensen te beschermen, en om voor eerlijke concurrentie tussen producenten in de Unie en producenten in derde landen te zorgen, worden in deze afdeling voorschriften betreffende handelsnormen voor landbouwproducten vastgesteld.

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02013R1308-20180101)

Motivering

In de GMO zijn afzetvoorschriften voor een groot aantal producten vastgesteld. Als deze niet worden nageleefd, mogen de producten niet in de EU in de handel worden gebracht. Deze handelsnormen moeten zorgen voor eerlijke concurrentievoorwaarden voor Europese producenten en producenten in derde landen, ter waarborging van het gelijkwaardigheidsbeginsel.

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 septies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 75

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(5 septies)  Artikel 75 wordt vervangen door:

Artikel 75

"Artikel 75

Vaststelling en inhoud

Vaststelling en inhoud

1.  Handelsnormen kunnen worden toegepast op een of meer van de volgende producten en sectoren:

1.  Handelsnormen kunnen worden toegepast op een of meer van de volgende producten en sectoren:

a) olijfolie en tafelolijven;

a) olijfolie en tafelolijven;

b) groenten en fruit;

b) groenten en fruit;

c) op basis van groenten en fruit verwerkte producten;

c) op basis van groenten en fruit verwerkte producten;

d) bananen;

d) bananen;

e) levende planten;

e) levende planten;

f) eieren;

f) eieren;

g) pluimveevlees;

g) pluimveevlees;

h) smeerbare vetproducten voor menselijke consumptie;

h) smeerbare vetproducten voor menselijke consumptie;

i) hop.

i) hop;

 

i bis) rijst;

 

i ter) melk en zuivelproducten;

 

i quater) honing en producten van de bijenteelt;

 

i quinquies) rundvlees;

 

i sexies) schapenvlees;

 

i septies) varkensvlees.

2.  Teneinde rekening te houden met de verwachtingen van de consument en de economische voorwaarden voor de productie en de afzet voor landbouwproducten, alsmede de kwaliteit van de onder de leden 1 en 4 van dit artikel vallende producten te verbeteren, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot sector- of productspecifieke handelsnormen voor alle handelsstadia, alsmede afwijkingen en vrijstellingen van de toepassing van die normen, met het doel in te spelen op voortdurend veranderende marktomstandigheden, op de veranderende vraag van de consument, op ontwikkelingen in de toepasselijke internationale normen en op het voorkomen van hindernissen voor productinnovatie.

2.  Teneinde rekening te houden met de verwachtingen van de consument en de economische voorwaarden voor de productie en de afzet voor landbouwproducten, alsmede de kwaliteit van de onder de leden 1 en 4 van dit artikel vallende producten te verbeteren, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot sector- of productspecifieke handelsnormen voor alle handelsstadia, alsmede afwijkingen en vrijstellingen van de toepassing van die normen, met het doel in te spelen op voortdurend veranderende marktomstandigheden, op de veranderende vraag van de consument, op ontwikkelingen in de toepasselijke internationale normen en op het voorkomen van hindernissen voor productinnovatie.

3.  Onverminderd artikel 26 van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad10 kunnen de in lid 1 bedoelde handelsnormen betrekking hebben op een of meer van de volgende elementen te bepalen op sector- of productspecifieke grondslag, die berusten op de kenmerken van de sector, op de noodzaak het op de markt brengen te reguleren en op de in lid 5 van dit artikel bepaalde voorwaarden:

3.  Onverminderd artikel 26 van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad10 kunnen de in lid 1 bedoelde handelsnormen betrekking hebben op een of meer van de volgende elementen te bepalen op sector- of productspecifieke grondslag, die berusten op de kenmerken van de sector, op de noodzaak het op de markt brengen te reguleren en op de in lid 5 van dit artikel bepaalde voorwaarden:

a) de technische definities, aanduidingen en verkoopbenamingen voor andere sectoren dan die welke in artikel 78 zijn vermeld;

a) de technische definities, aanduidingen en verkoopbenamingen voor andere sectoren dan die welke in artikel 78 zijn vermeld;

b) de indelingscriteria, zoals indeling in klassen, naar gewicht, naar grootte, naar leeftijd en in categorieën;

b) de indelingscriteria, zoals indeling in klassen, naar gewicht, naar grootte, naar leeftijd en in categorieën;

c) de soort, het planten- of dierenras of het handelstype;

c) de soort, het planten- of dierenras of het handelstype;

d) de aanbiedingsvorm, de met de verplichte handelsnormen verband houdende etikettering, de verpakking, de voor verpakkingscentra geldende voorschriften, het merken, het oogstjaar en het gebruik van specifieke aanduidingen, onverminderd de artikelen 92 tot en met 123;

d) de aanbiedingsvorm, de met de verplichte handelsnormen verband houdende etikettering, de verpakking, de voor verpakkingscentra geldende voorschriften, het merken, het oogstjaar en het gebruik van specifieke aanduidingen, onverminderd de artikelen 92 tot en met 123;

e) criteria zoals uiterlijk, consistentie, bevleesdheid, productkenmerken en watergehalte (uitgedrukt in procenten);

e) criteria zoals uiterlijk, consistentie, bevleesdheid, productkenmerken en watergehalte (uitgedrukt in procenten);

f) de specifieke stoffen die bij de productie worden gebruikt, of de componenten of bestanddelen, met inbegrip van hun gewichtsaandeel, zuiverheid en identificatie;

f) de specifieke stoffen die bij de productie worden gebruikt, of de componenten of bestanddelen, met inbegrip van hun gewichtsaandeel, zuiverheid en identificatie;

g) de productierichting en de productiemethode, met inbegrip van oenologische procédés en geavanceerde systemen van duurzame productie;

g) de productierichting en de productiemethode, met inbegrip van oenologische procedés, praktijken voor het voederen van dieren en geavanceerde systemen van duurzame productie;

h) de versnijding van most en wijn, met inbegrip van definities daarvan, het mengen en de daarvoor geldende beperkingen;

h) de versnijding van most en wijn, met inbegrip van definities daarvan, het mengen en de daarvoor geldende beperkingen;

i) de frequentie van inzameling, levering, bewaring en behandeling, de bewaarmethode en -temperatuur, de opslag en het vervoer;

i) de frequentie van inzameling, levering, bewaring en behandeling, de bewaarmethode en -temperatuur, de opslag en het vervoer;

j) de ligging van het landbouwbedrijf, en/of de oorsprong, uitgezonderd voor vlees van pluimvee en smeerbare vetproducten;

j) de ligging van het landbouwbedrijf, en/of de oorsprong;

k) de beperkingen wat het gebruik van bepaalde stoffen en bepaalde procedés betreft;

k) de beperkingen wat het gebruik van bepaalde stoffen en bepaalde procedés betreft;

l) het specifieke gebruik;

l) het specifieke gebruik;

m) de voorwaarden inzake het afzetten, in bezit hebben, in het verkeer brengen en gebruiken van producten die niet in overeenstemming zijn met de op grond van lid 1 vastgestelde handelsnormen of de in artikel 78 bedoelde definities, aanduidingen en verkoopbenamingen, en inzake het verwijderen van bijproducten.

m) de voorwaarden inzake het afzetten, in bezit hebben, in het verkeer brengen en gebruiken van producten die niet in overeenstemming zijn met de op grond van lid 1 vastgestelde handelsnormen of de in artikel 78 bedoelde definities, aanduidingen en verkoopbenamingen, en inzake het verwijderen van bijproducten;

 

m bis) het dierenwelzijn.

4.  Naast hetgeen is bepaald in lid 1, mogen de handelsnormen op de wijnsector worden toegepast. Lid 3, onder f), g), h), k) en m) is van toepassing op de wijnsector.

4.  Naast hetgeen is bepaald in lid 1, mogen de handelsnormen op de wijnsector worden toegepast. Lid 3, onder f), g), h), k) en m), is van toepassing op de wijnsector.

5.  De op grond van lid 1 van dit artikel vastgestelde sector- of productspecifieke handelsnormen gelden onverminderd hetgeen in de artikelen 84 tot en met 88 en bijlage IX is bepaald, met inachtneming van het volgende:

5.  De op grond van lid 1 van dit artikel vastgestelde sector- of productspecifieke handelsnormen gelden onverminderd hetgeen in de artikelen 84 tot en met 88 en bijlage IX is bepaald, met inachtneming van het volgende:

a) de specifieke kenmerken van het betrokken product;

a) de specifieke kenmerken van het betrokken product;

b) de noodzaak om de voorwaarden te bewerkstelligen die het op de markt brengen van de producten vergemakkelijken;

b) de noodzaak om de voorwaarden te bewerkstelligen die het op de markt brengen van de producten vergemakkelijken;

c) het belang van de producent om het product en de productiekenmerken kenbaar te maken en het belang dat de consumenten hebben bij het ontvangen van adequate en transparante productinformatie, onder meer over de ligging van het landbouwbedrijf die per geval op het geschikte geografische niveau moet worden vastgesteld, na verrichting van een beoordeling die met name betrekking heeft op de kosten en administratieve lasten voor de marktdeelnemers, evenals op de voordelen voor de producenten en de eindconsument;

c) het belang van de producent om het product en de productiekenmerken kenbaar te maken en het belang dat de consumenten hebben bij het ontvangen van adequate en transparante productinformatie, onder meer over de ligging van het landbouwbedrijf die per geval op het geschikte geografische niveau moet worden vastgesteld, na verrichting van een beoordeling die met name betrekking heeft op de kosten en administratieve lasten voor de marktdeelnemers, evenals op de voordelen voor de producenten en de eindconsument;

d) de beschikbare methoden om de fysische, chemische en organoleptische kenmerken van de producten te bepalen;

d) de beschikbare methoden om de fysische, chemische en organoleptische kenmerken van de producten te bepalen;

e) de standaardaanbevelingen van de internationale instanties;

e) de standaardaanbevelingen van de internationale instanties;

f) het feit dat de natuurlijke en essentiële kenmerken van het product dienen te worden behouden en dat de samenstelling van het product geen ingrijpende veranderingen mag ondergaan.

f) het feit dat de natuurlijke en essentiële kenmerken van het product dienen te worden behouden en dat de samenstelling van het product geen ingrijpende veranderingen mag ondergaan.

6.  Teneinde rekening te houden met de verwachtingen van de consument en de noodzaak om de kwaliteit en de economische voorwaarden voor de productie en afzet van landbouwproducten te verbeteren, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in lid 1 vervatte lijst van sectoren te wijzigen. Die gedelegeerde handelingen zijn strikt beperkt tot de aangetoonde behoeften die voortvloeien uit de veranderende vraag van de consument, de technische vooruitgang of de behoefte aan productinnovatie, en worden behandeld in een verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en aan de Raad waarin met name de behoeften van de consument, de kosten en de administratieve lasten voor de marktdeelnemers, waaronder het effect op de interne markt en op de internationale handel, alsook de voordelen voor producenten en de eindconsument worden beoordeeld.

6.  Teneinde rekening te houden met de verwachtingen van de consument en de noodzaak om de kwaliteit en de economische voorwaarden voor de productie en afzet van landbouwproducten te verbeteren, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in lid 1 vervatte lijst van sectoren te wijzigen. Die gedelegeerde handelingen zijn strikt beperkt tot de aangetoonde behoeften die voortvloeien uit de veranderende vraag van de consument, de technische vooruitgang of de behoefte aan productinnovatie, en worden behandeld in een verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en aan de Raad waarin met name de behoeften van de consument, de kosten en de administratieve lasten voor de marktdeelnemers, waaronder het effect op de interne markt en op de internationale handel, alsook de voordelen voor producenten en de eindconsument worden beoordeeld.

_________________

_________________

10 Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 18).

10 Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 18). "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 octies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 78

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(5 octies)  Artikel 78 wordt vervangen door:

Artikel 78

"Artikel 78

Definities, aanduidingen en verkoopbenamingen voor bepaalde sectoren en producten

Definities, aanduidingen en verkoopbenamingen voor bepaalde sectoren en producten

1.  Naast de toepasselijke handelsnormen, in voorkomend geval, gelden de in bijlage VII opgenomen definities, aanduidingen en verkoopbenamingen voor de volgende sectoren of producten:

1.  Naast de toepasselijke handelsnormen, in voorkomend geval, gelden de in bijlage VII opgenomen definities, aanduidingen en verkoopbenamingen voor de volgende sectoren of producten:

a) rundvlees;

a) rundvlees;

 

a bis) schapenvlees;

b) wijn;

b) wijn;

c) melk en zuivelproducten voor menselijke consumptie;

c) melk en zuivelproducten voor menselijke consumptie;

d) pluimveevlees;

d) pluimveevlees;

e) eieren;

e) eieren;

f) smeerbare vetproducten voor menselijke consumptie; en

f) smeerbare vetproducten voor menselijke consumptie; en

g) olijfolie en tafelolijven.

g) olijfolie en tafelolijven.

2.  De in bijlage VII opgenomen definitie, aanduiding of verkoopbenaming mag in de Unie uitsluitend worden gebruikt voor het afzetten van een product dat voldoet aan de overeenkomstige in die bijlage vastgestelde eisen.

2.  De in bijlage VII opgenomen definitie, aanduiding of verkoopbenaming mag in de Unie uitsluitend worden gebruikt voor het afzetten en promoten van een product dat voldoet aan de overeenkomstige in die bijlage vastgestelde eisen. In bijlage VII kunnen de voorwaarden worden vastgesteld waaronder de aanduiding of verkoopbenaming tijdens de afzet of promotie wordt beschermd tegen onrechtmatig commercieel gebruik, misbruik, nabootsing of voorstelling.

3.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijzigingen, afwijkingen of vrijstellingen van de in bijlage VII opgenomen definities en verkoopbenamingen. Die gedelegeerde handelingen hebben uitsluitend betrekking op de aangetoonde behoeften die voortvloeien uit de evoluerende vraag van de consument, technische vooruitgang of de behoeften aan productinnovatie.

3.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijzigingen, afwijkingen of vrijstellingen van de in bijlage VII opgenomen definities en verkoopbenamingen. Die gedelegeerde handelingen hebben uitsluitend betrekking op de aangetoonde behoeften die voortvloeien uit de evoluerende vraag van de consument, technische vooruitgang of de behoeften aan productinnovatie.

4.  Teneinde ervoor te zorgen dat de definities en verkoopbenamingen in bijlage VII voor zowel de marktdeelnemers als de lidstaten duidelijk en goed te begrijpen zijn, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot bepaling van de voorschriften voor de nadere invulling en de toepassing daarvan.

4.  Teneinde ervoor te zorgen dat de definities en verkoopbenamingen in bijlage VII voor zowel de marktdeelnemers als de lidstaten duidelijk en goed te begrijpen zijn, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot bepaling van de voorschriften voor de nadere invulling en de toepassing daarvan.

5.  Teneinde rekening te houden met de verwachtingen van de consumenten en met de ontwikkeling van de zuivelsector, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de zuivelproducten te bepalen waarvoor moet worden vermeld van welke diersoort de melk afkomstig is, indien zij niet afkomstig is van runderen, en om de nodige voorschriften vast te stellen.

5.  Teneinde rekening te houden met de verwachtingen van de consumenten en met de ontwikkeling van de zuivelsector, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de zuivelproducten te bepalen waarvoor moet worden vermeld van welke diersoort de melk afkomstig is, indien zij niet afkomstig is van runderen, en om de nodige voorschriften vast te stellen. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 nonies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 79 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 nonies)  Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

Artikel 79 bis

 

Vermenging van olijfolie met andere plantaardige oliën

 

1.  Vermenging van olijfolie met andere plantaardige oliën is verboden.

 

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door sancties in te stellen voor marktdeelnemers die zich niet houden aan lid 1.

Motivering

Het is onmogelijk om in oliemengsels van olijfolie en andere soorten plantaardige oliën het percentage van elke soort olie te meten. Om de consument niet te misleiden, moeten deze mengsels worden verboden.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 decies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 79 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 decies)  Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

Artikel 79 ter

 

Afzetvoorschriften voor de sector olijven en olijfolie

 

Teneinde rekening te houden met de specifieke kenmerken van de sector olijven en olijfolie is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door de afzetvoorschriften voor tafelolijven en olijfolie te harmoniseren.

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 81 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  In artikel 81 wordt lid 2 vervangen door:

Schrappen

"2.  De lidstaten stellen in een indeling vast welke wijndruivenrassen op hun grondgebied mogen worden aangeplant, heraangeplant of geënt met het oog op de wijnbereiding, met inachtneming van lid 3.

 

Een wijndruivenras mag in de indeling van de lidstaten worden opgenomen indien:

 

a)  het betrokken ras behoort tot de soort Vitis vinifera of Vitis labrusca; of

 

b)  het betrokken ras voortkomt uit een kruising van de soort Vitis vinifera, Vitis labrusca en andere soorten van het geslacht Vitis.

 

Indien een wijndruivenras uit de in de eerste alinea bedoelde indeling wordt geschrapt, worden de wijnstokken van dit ras binnen vijftien jaar na die schrapping gerooid. ".

 

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 81 – lid 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(6 bis)  In artikel 81 wordt lid 2 vervangen door:

2.  De lidstaten stellen in een indeling vast welke wijndruivenrassen op hun grondgebied mogen worden aangeplant, heraangeplant of geënt met het oog op de wijnbereiding, met inachtneming van lid 3.

"2.  De lidstaten stellen in een indeling vast welke wijndruivenrassen op hun grondgebied mogen worden aangeplant, heraangeplant of geënt met het oog op de wijnbereiding, met inachtneming van lid 3.

Uitsluitend wijndruivenrassen die voldoen aan de volgende voorwaarden mogen in de indeling van de lidstaten worden opgenomen:

Een wijndruivenras mag in de indeling van de lidstaten worden opgenomen indien:

a) het betrokken ras behoort tot de soort Vitis vinifera of is verkregen uit een kruising van deze soort met andere soorten van het geslacht Vitis;

a) het betrokken ras behoort tot de soort Vitis vinifera of het betrokken ras is verkregen uit een kruising van deze soort met andere soorten van het geslacht Vitis;

b) het ras is niet een van de volgende rassen: Noah, Othello, Isabelle, Jacquez, Clinton of Herbemont.

b) het ras niet een van de volgende rassen is: Noah, Othello, Isabelle, Jacquez, Clinton of Herbemont.

 

In afwijking van de tweede alinea kunnen de lidstaten toestemming verlenen voor de herbeplanting met Vitis labrusca of de in de tweede alinea, onder b), bedoelde rassen in bestaande historische wijngaarden, op voorwaarde dat de bestaande beplante oppervlakte niet toeneemt.

Indien een wijndruivenras uit de in de eerste alinea bedoelde indeling wordt geschrapt, worden de wijnstokken van dit ras binnen vijftien jaar na die schrapping gerooid.

Indien een wijndruivenras uit de in de eerste alinea bedoelde indeling wordt geschrapt, worden de wijnstokken van dit ras binnen vijftien jaar na die schrapping gerooid. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 8

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 90 bis – lid 2 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het opzetten van een analytische databank van isotopische gegevens op basis van door de lidstaten verzamelde monsters, om fraude te helpen constateren;

a)  het opzetten of onderhouden van een analytische databank van isotopische gegevens op basis van door de lidstaten verzamelde monsters, om fraude te helpen constateren;

Motivering

In enkele lidstaten bestaat reeds een analytische databank van isotopische gegevens. Het volstaat om deze databank te onderhouden, er hoeft geen nieuwe te worden gemaakt.

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 8 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 92 – lid 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(8 bis)  In artikel 92 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:

1.  De in deze afdeling vastgestelde voorschriften inzake oorsprongsbenamingen, geografische aanduidingen en traditionele aanduidingen zijn van toepassing op de producten, bedoeld in bijlage VII, deel II, punten 1, 3 tot en met 6, 8, 9, 11, 15 en 16.

1.  De in deze afdeling vastgestelde voorschriften inzake oorsprongsbenamingen, geografische aanduidingen en traditionele aanduidingen zijn uitsluitend van toepassing op de producten, bedoeld in bijlage VII, deel II, punten 1, 3 tot en met 6, 8, 9, 11, 15 en 16.

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter a

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 93 – lid 1 – letter a – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  "oorsprongsbenaming": een naam die een in artikel 92, lid 1, bedoeld product aanduidt:

a)  "oorsprongsbenaming": de naam van een regio, een bepaalde plaats of - in uitzonderlijke gevallen en mits naar behoren gemotiveerd - een land, die wordt gebruikt voor de beschrijving van een in artikel 92, lid 1, bedoeld product:

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter a

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 93 – lid 1 – letter a – punt i

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  waarvan de kwaliteit of de kenmerken hoofdzakelijk of uitsluitend zijn toe te schrijven aan de specifieke geografische omgeving met haar eigen door de natuur en, waar van toepassing, de mens bepaalde factoren;

i)  waarvan de kwaliteit of de kenmerken hoofdzakelijk of uitsluitend zijn toe te schrijven aan de specifieke geografische omgeving met haar door de natuur en de mens bepaalde factoren;

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter a

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 93 – lid 1 – letter a – punt ii

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  dat afkomstig is uit een bepaalde plaats, een bepaalde streek of, in uitzonderlijke gevallen, een bepaald land;

Schrappen

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter a

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 93 – lid 1 – letter a – punt v bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

v bis)  dat geen product met verlaagd alcoholgehalte of gedealcoholiseerd product is als bedoeld in bijlage VII, deel II, punten 18 en 19.

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 94 – lid 1 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  In artikel 94, lid 1, wordt de inleidende zin vervangen door:

Schrappen

"Een aanvraag om een naam te beschermen als oorsprongsbenaming of als geografische aanduiding omvat:".

 

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 94

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(10 bis)  Artikel 94 wordt vervangen door:

Artikel 94

Artikel 94

Beschermingsaanvraag

Beschermingsaanvraag

1.  Een aanvraag om een naam te beschermen als oorsprongsbenaming of als geografische aanduiding omvat een technisch dossier met de volgende gegevens:

"1.  Een aanvraag om een naam te beschermen als oorsprongsbenaming of als geografische aanduiding omvat:

a) de naam die moet worden beschermd;

a) de naam die moet worden beschermd;

b) de naam en het adres van de aanvrager;

b) de naam en het adres van de aanvrager;

c) het in lid 2 bedoelde productdossier; en

c) het in lid 2 bedoelde productdossier; en

d) het algemeen document, waarin het in lid 2 bedoelde productdossier is samengevat.

d) het algemeen document, waarin het in lid 2 bedoelde productdossier is samengevat.

2.  De betrokken partijen kunnen aan de hand van het productdossier de omstandigheden nagaan in verband met de betrokken oorsprongsbenaming of geografische aanduiding.Het productdossier bestaat ten minste uit de volgende elementen:

2.  De betrokken partijen kunnen aan de hand van het productdossier de omstandigheden nagaan in verband met de betrokken oorsprongsbenaming of geografische aanduiding.Het productdossier bestaat ten minste uit de volgende elementen:

a) de naam die moet worden beschermd;

a) de naam die moet worden beschermd;

b) een beschrijving van de wijn(en):

b) een beschrijving van de wijn(en):

i) met betrekking tot een oorsprongsbenaming, de belangrijkste analytische en organoleptische kenmerken;

i) met betrekking tot een oorsprongsbenaming, de belangrijkste analytische en organoleptische kenmerken;

ii) met betrekking tot een geografische aanduiding, de belangrijkste analytische kenmerken en een beoordeling of indicatie van de organoleptische kenmerken;

ii) met betrekking tot een geografische aanduiding, de belangrijkste analytische kenmerken en een beoordeling of indicatie van de organoleptische kenmerken;

c) in voorkomend geval, de specifieke bij de productie van de wijn(en) gebruikte oenologische procedés, alsmede de betrokken beperkingen bij de productie ervan;

c) in voorkomend geval, de specifieke bij de productie van de wijn(en) gebruikte oenologische procedés, alsmede de betrokken beperkingen bij de productie ervan;

d) de afbakening van het betrokken geografische gebied;

d) de afbakening van het betrokken geografische gebied;

e) de maximumopbrengst per hectare;

e) de maximumopbrengst per hectare;

f) het wijndruivenras of de wijndruivenrassen waarvan de wijn(en) is (zijn) verkregen;

f) het wijndruivenras of de wijndruivenrassen waarvan de wijn(en) is (zijn) verkregen;

g) de gegevens tot staving van het verband bedoeld in artikel 93, lid 1, onder a), i), of, in voorkomend geval, in artikel 93, lid 1, onder b), i);

g) de gegevens tot staving van het verband bedoeld in artikel 93, lid 1, onder a), i), of, in voorkomend geval, in artikel 93, lid 1, onder b), i):

 

i) met betrekking tot een beschermde oorsprongsbenaming, het verband tussen de kwaliteit of de kenmerken van het product en de geografische omgeving, als bedoeld in artikel 93, lid 1, onder a), i); de gegevens betreffende de menselijke factoren van die geografische omgeving, indien van toepassing, kunnen worden beperkt tot een beschrijving van het bodem- en landschapsbeheer, teeltpraktijken of een andere relevante menselijke bijdrage aan de instandhouding van de natuurlijke factoren van de geografische omgeving, als bedoeld in artikel 93, lid 1;

 

ii) met betrekking tot een beschermde geografische aanduiding, het verband tussen een bepaalde kwaliteit, faam of ander kenmerk van het product en de geografische oorsprong, als bedoeld in artikel 93, lid 2;

h) de toepasselijke eisen die zijn vastgesteld in Uniewetgeving of in nationale wetgeving of, indien daarin door de lidstaten is voorzien, door een organisatie die de beschermde oorsprongsbenaming of de beschermde geografische aanduiding beheert, met dien verstande dat die eisen objectief, niet-discriminerend en verenigbaar met het Unierecht moeten zijn;

h) de toepasselijke eisen die zijn vastgesteld in Uniewetgeving of in nationale wetgeving of, indien daarin door de lidstaten is voorzien, door een organisatie die de beschermde oorsprongsbenaming of de beschermde geografische aanduiding beheert, met dien verstande dat die eisen objectief, niet-discriminerend en verenigbaar met het Unierecht moeten zijn;

i) de naam en het adres van de autoriteiten of organen die verifiëren of de bepalingen van het productdossier worden nageleefd, alsmede hun specifieke taken.

i) de naam en het adres van de autoriteiten of organen die verifiëren of de bepalingen van het productdossier worden nageleefd, alsmede hun specifieke taken.

3.  Een beschermingsaanvraag met betrekking tot een geografisch gebied in een derde land bevat naast de in de leden 1 en 2 vermelde elementen het bewijs dat de betrokken naam in het land van oorsprong van het betrokken product beschermd is.

3.  Een beschermingsaanvraag met betrekking tot een geografisch gebied in een derde land bevat naast de in de leden 1 en 2 vermelde elementen het bewijs dat de betrokken naam in het land van oorsprong van het betrokken product beschermd is. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 96 – lid 5 – alinea 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  Aan artikel 96, lid 5, wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

Een lidstaat die een beschermingsaanvraag naar de Commissie zendt overeenkomstig de eerste alinea van dit lid, voegt daarbij een verklaring dat de lidstaat van oordeel is dat de ingediende aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor bescherming als bedoeld in deze afdeling en verklaart dat het in artikel 94, lid 1, onder d), bedoelde enig document een getrouwe samenvatting van het productdossier is.

 

De lidstaten stellen de Commissie in kennis van ontvankelijke bezwaarschriften die overeenkomstig de nationale procedure zijn ingediend.

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 11

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 96 – lid 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  In voorkomend geval kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen om het in artikel 97, lid 2, bedoelde onderzoek van een aanvraag op te schorten tot een nationale rechtbank of andere nationale instantie een uitspraak heeft gedaan over een betwisting van een beschermingsaanvraag waarvan de lidstaat in een inleidende nationale procedure overeenkomstig lid 5 heeft geoordeeld dat aan de eisen is voldaan.

Schrappen

Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld zonder toepassing van de in artikel 229, lid 2 of lid 3, bedoelde procedure.".

 

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 97 – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie onderzoekt de beschermingsaanvragen die zij overeenkomstig artikel 94 en artikel 96, lid 5, ontvangt. Zij gaat na of er sprake is van kennelijke fouten, rekening houdend met de uitkomst van de inleidende nationale procedure die door de betrokken lidstaat is gevolgd.

De Commissie onderzoekt de beschermingsaanvragen die zij overeenkomstig artikel 94 en artikel 96, lid 5, ontvangt. Zij gaat na of er sprake is van kennelijke fouten, rekening houdend met de uitkomst van de inleidende nationale procedure die door de betrokken lidstaat is gevolgd. Dat onderzoek spitst zich in het bijzonder toe op het in artikel 94, lid 1, onder d), bedoelde enig document.

Motivering

Dit amendement heeft tot doel om de tekst van de integrale gemeenschappelijke marktordening af te stemmen op Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33 van 17 oktober 2018, die de Commissie heeft vastgesteld krachtens Verordening (EU) nr. 1308/2013, en om in de basishandeling de politieke beginselen op te nemen die de grondslag voor deze herziening vormen. Dit amendement stemt overeen met artikel 10 van de genoemde gedelegeerde verordening.

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 14

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 103 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  In artikel 103 wordt het volgende lid 4 toegevoegd:

Schrappen

"4.  De in lid 2 bedoelde bescherming is ook van toepassing op goederen die het douanegebied van de Unie binnenkomen zonder dat zij binnen het douanegebied van de Unie in het vrije verkeer worden gebracht, en op goederen die in de Unie via elektronische handel worden verkocht. ".

 

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 14 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 103

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(14 bis)  Artikel 103 wordt vervangen door:

Artikel 103

"Artikel 103

Bescherming

Bescherming

1.  Beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen mogen worden gebruikt door alle marktdeelnemers die een overeenkomstig het betrokken productdossier geproduceerde wijn afzetten.

1.  Beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen mogen worden gebruikt door alle marktdeelnemers die een overeenkomstig het betrokken productdossier geproduceerde wijn afzetten.

2.  Beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen, alsmede de wijnen die deze beschermde namen overeenkomstig het productdossier dragen, worden beschermd tegen:

2.  Beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen, alsmede de wijnen die deze beschermde namen overeenkomstig het productdossier dragen, worden beschermd tegen:

a) elk direct of indirect gebruik door de handel van de beschermde naam:

a) elk direct of indirect gebruik door de handel van de beschermde naam:

i) voor vergelijkbare producten die niet in overeenstemming zijn met het bij de beschermde naam horende productdossier; of

i) voor vergelijkbare producten die niet in overeenstemming zijn met het bij de beschermde naam horende productdossier; of

ii) voor zover dat gebruik neerkomt op het uitbuiten van de reputatie van een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding;

ii) voor zover dat gebruik neerkomt op het uitbuiten, ondermijnen of afzwakken van de reputatie van een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding, ook wanneer een geregistreerde naam als ingrediënt wordt gebruikt;

b) elk misbruik, elke nabootsing of voorstelling, zelfs indien de werkelijke oorsprong van het product of de dienst is aangegeven of indien de beschermde naam is vertaald, getranscribeerd of getranslitereerd of vergezeld gaat van uitdrukkingen zoals "soort", "type", "methode", "op de wijze van", "imitatie", "smaak", "zoals" en dergelijke;

b) elk misbruik, elke nabootsing of voorstelling, zelfs indien de werkelijke oorsprong van het product of de dienst is aangegeven of indien de beschermde naam is vertaald, getranscribeerd of getranslitereerd of vergezeld gaat van uitdrukkingen zoals "soort", "type", "methode", "op de wijze van", "imitatie", "smaak", "zoals" en dergelijke, ook wanneer die geregistreerde namen als ingrediënt worden gebruikt;

c) elke andere onjuiste of misleidende aanduiding met betrekking tot de herkomst, de oorsprong, de aard of de wezenlijke kenmerken van het product op de binnen- of buitenverpakking of in reclamemateriaal of documenten betreffende het betrokken wijnproduct, alsmede het verpakken in een recipiënt die aanleiding kan geven tot misverstanden over de oorsprong van het product;

c) elke andere onjuiste of misleidende aanduiding met betrekking tot de herkomst, de oorsprong, de aard of de wezenlijke kenmerken van het product op de binnen- of buitenverpakking of in reclamemateriaal of documenten betreffende het betrokken wijnproduct, alsmede het verpakken in een recipiënt die aanleiding kan geven tot misverstanden over de oorsprong van het product;

d) andere praktijken die de consument kunnen misleiden aangaande de werkelijke oorsprong van het product.

d) andere praktijken die de consument kunnen misleiden aangaande de werkelijke oorsprong van het product;

 

d bis) iedere aanduiding, te kwader trouw, van een domeinnaam die een gelijkenis vertoont of geheel of gedeeltelijk verward kan worden met een beschermde naam.

3.  Beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen worden in de Unie geen soortnamen in de zin van artikel 101, lid 1.

3.  Beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen worden in de Unie geen soortnamen in de zin van artikel 101, lid 1.

 

3 bis.  De in lid 2 bedoelde bescherming is ook van toepassing op goederen die het douanegebied van de Unie binnenkomen zonder dat zij binnen het douanegebied van de Unie in het vrije verkeer worden gebracht, en op goederen die in de Unie via elektronische handel worden verkocht. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 14 ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 105

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(14 ter)  Artikel 105 wordt vervangen door:

Artikel 105

"Artikel 105

Wijzigingen van het productdossier

Wijzigingen van het productdossier

Een aanvrager die voldoet aan de in artikel 95 vastgestelde voorwaarden, mag om goedkeuring van een wijziging van het productdossier inzake een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding verzoeken, met name om rekening te houden met wetenschappelijke en technische ontwikkelingen of om de in artikel 94, lid 2, tweede alinea, onder d), bedoelde afbakening van het geografische gebied te herzien. In het verzoek worden de voorgestelde wijzigingen beschreven en gemotiveerd.

1.  Een aanvrager die voldoet aan de in artikel 95 vastgestelde voorwaarden, mag om goedkeuring van een wijziging van het productdossier inzake een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding verzoeken, met name om rekening te houden met wetenschappelijke en technische ontwikkelingen of om de in artikel 94, lid 2, tweede alinea, onder d), bedoelde afbakening van het geografische gebied te herzien. In het verzoek worden de voorgestelde wijzigingen beschreven en gemotiveerd.

 

1 bis.  Wijzigingen van een productdossier worden naargelang de belangrijkheid ervan ingedeeld in twee categorieën: wijzigingen waarvoor een bezwaarprocedure op het niveau van de Unie moet worden gevolgd ("wijzigingen op het niveau van de Unie") en wijzigingen die moeten worden behandeld op het niveau van een lidstaat of derde land ("standaardwijzigingen").

 

Een wijziging wordt beschouwd als een wijziging op het niveau van de Unie indien zij:

 

a) een wijziging behelst van de naam van de beschermde oorsprongsbenaming of de beschermde geografische aanduiding;

 

b) bestaat uit een wijziging, schrapping of toevoeging van een categorie wijnbouwproducten, als bedoeld in deel II van bijlage VII;

 

c) het verband als bedoeld in artikel 93, lid 1, onder a), i), of onder b), i), potentieel kan tenietdoen;

 

d) verdere beperkingen meebrengt voor het in de handel brengen van het product.

 

Aanvragen voor wijzigingen op het niveau van de Unie die door derde landen of producenten van derde landen worden ingediend, bevatten bewijsstukken waaruit blijkt dat de gevraagde wijziging strookt met de wetgeving inzake de bescherming van oorsprongsbenamingen of geografische aanduidingen die in die derde landen van kracht is.

 

Alle andere wijzigingen worden als standaardwijzigingen aangemerkt.

 

1 ter.  Een tijdelijke wijziging is een standaardwijziging betreffende een tijdelijke verandering van het productdossier ingevolge een verplichte gezondheids- of fytosanitaire maatregel die door de overheid is opgelegd of ingevolge door de bevoegde autoriteiten officieel erkende natuurrampen of ongunstige weersomstandigheden. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    91

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 14 quater (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 105 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 quater)  Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

Artikel 105 bis

 

Wijzigingen op het niveau van de Unie

 

1.  Een aanvraag tot goedkeuring van een wijziging op het niveau van de Unie van het productdossier volgt mutatis mutandis de in de artikelen 94 en 96 tot en met 99 vastgestelde procedure. Een aanvraag tot goedkeuring van een wijziging op het niveau van de Unie van het productdossier wordt geacht ontvankelijk te zijn indien zij overeenkomstig artikel 105 wordt ingediend, volledig is en naar behoren is ingevuld. De goedkeuring door de Commissie van een aanvraag tot goedkeuring van een wijziging op het niveau van de Unie van het productdossier heeft enkel betrekking op de in de aanvraag zelf voorgelegde wijzigingen.

 

2.  Indien de Commissie op grond van het uit hoofde van artikel 97, lid 2, verrichte onderzoek van oordeel is dat aan de voorwaarden van artikel 97, lid 3, is voldaan, maakt zij de aanvraag voor een wijziging op het niveau van de Unie openbaar in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het definitieve besluit over de goedkeuring van de wijziging wordt vastgesteld zonder toepassing van de in artikel 229, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure, tenzij een ontvankelijk bezwaarschrift is ingediend of de wijzigingsaanvraag is afgewezen, in welk geval artikel 99, tweede alinea, van toepassing is.

 

3.  Als de aanvraag als onontvankelijk wordt beschouwd, worden de bevoegde autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of de in een derde land gevestigde aanvrager in kennis gesteld van de redenen voor de niet-ontvankelijkheid.

 

4.  Een aanvraag tot goedkeuring van wijzigingen op het niveau van de Unie bevat uitsluitend wijzigingen op het niveau van de Unie. Als een aanvraag voor wijzigingen op het niveau van de Unie ook standaardwijzigingen of tijdelijke wijzigingen bevat, geldt de procedure voor wijzigingen op het niveau van de Unie alleen voor de wijzigingen op het niveau van de Unie. De standaardwijzigingen en de tijdelijke wijzigingen worden als niet ingediend beschouwd.

 

5.  Bij het onderzoek van de wijzigingsaanvraag spitst de Commissie zich toe op de voorgestelde wijzigingen.

Amendement    92

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 14 quinquies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 105 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 quinquies)  Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

Artikel 105 ter

 

Standaardwijzigingen

 

1.  Standaardwijzigingen worden goedgekeurd en openbaar gemaakt door de lidstaten waartoe het geografische gebied van de oorsprongsbenaming of geografische aanduiding behoort.

 

Aanvragen tot goedkeuring van een standaardwijziging van een productdossier worden ingediend bij de autoriteiten van de lidstaat waartoe het geografische gebied van de benaming of aanduiding behoort. De aanvragers voldoen aan de voorwaarden van artikel 95. Als de aanvraag tot goedkeuring van een standaardwijziging van een productdossier niet afkomstig is van de aanvrager die de beschermingsaanvraag voor de naam of namen waarop het productdossier betrekking heeft, heeft ingediend, geeft de lidstaat die aanvrager — indien die nog bestaat — de kans opmerkingen te maken over de aanvraag.

 

In de aanvraag voor een standaardwijziging worden de standaardwijzigingen beschreven, wordt samengevat waarom die wijzigingen noodzakelijk zijn en wordt aangetoond dat de voorgestelde wijzigingen als standaardwijzigingen kunnen worden aangemerkt overeenkomstig artikel 105.

 

2.  Als de lidstaat van oordeel is dat aan de vereisten is voldaan, kan hij de standaardwijziging goedkeuren en openbaar maken. Het goedkeuringsbesluit bevat het geconsolideerde gewijzigde enig document en, in voorkomend geval, het geconsolideerde gewijzigde productdossier.

 

De standaardwijziging is in de lidstaat van toepassing zodra zij openbaar is gemaakt. Uiterlijk één maand na de datum waarop het nationale goedkeuringsbesluit openbaar is gemaakt, deelt de lidstaat de Commissie de standaardwijzigingen mee.

 

3.  Besluiten tot goedkeuring van standaardwijzigingen betreffende wijnbouwproducten van oorsprong uit derde landen worden genomen overeenkomstig de in het betrokken derde land geldende regeling en worden uiterlijk één maand na de datum waarop zij openbaar zijn gemaakt, door een individuele producent of groep producenten met een rechtmatig belang aan de Commissie meegedeeld, hetzij rechtstreeks, hetzij via de autoriteiten van dat derde land.

 

4.  Indien het geografische gebied zich uitstrekt op het grondgebied van meer dan één lidstaat, passen de betrokken lidstaten de procedure voor standaardwijzigingen afzonderlijk toe voor het deel van het gebied dat tot hun grondgebied behoort. De standaardwijziging wordt van toepassing nadat het laatste nationale goedkeuringsbesluit van toepassing is geworden. De lidstaat die als laatste de standaardwijziging goedkeurt, zendt de Commissie deze wijziging toe uiterlijk één maand na de datum waarop zijn besluit tot goedkeuring van de standaardwijziging openbaar is gemaakt.

 

Als een of meer betrokken lidstaten het in de eerste alinea bedoelde nationale goedkeuringsbesluit niet vaststellen, kan elke betrokken lidstaat een aanvraag indienen in het kader van een procedure voor wijzigingen op het niveau van de Unie. Die regel is ook van overeenkomstige toepassing wanneer een of meer van de betrokken landen een derde land is.

Amendement    93

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 - punt 14 sexies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 105 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 sexies)  Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

Artikel 105 quater

 

Tijdelijke wijzigingen

 

1.  Tijdelijke wijzigingen worden goedgekeurd en openbaar gemaakt door de lidstaat waartoe het geografische gebied van de oorsprongsbenaming of geografische aanduiding behoort. Uiterlijk één maand na de datum waarop het nationale goedkeuringsbesluit openbaar is gemaakt, worden zij, samen met de redenen voor de tijdelijke wijzigingen, aan de Commissie meegedeeld. Tijdelijke wijzigingen zijn in de lidstaat van toepassing zodra zij openbaar zijn gemaakt.

 

2.  Indien het geografische gebied zich uitstrekt op het grondgebied van meer dan één lidstaat, geldt de procedure voor tijdelijke wijzigingen afzonderlijk in de betrokken lidstaten voor het deel van het gebied dat tot hun grondgebied behoort. De tijdelijke wijziging wordt pas van toepassing wanneer het laatste nationale goedkeuringsbesluit van toepassing is geworden. De lidstaat die als laatste de tijdelijke wijziging goedkeurt, deelt de Commissie die tijdelijke wijziging mee uiterlijk één maand na de datum waarop zijn goedkeuringsbesluit openbaar is gemaakt. Ook wanneer een of meer van de betrokken landen een derde land is, is die regel van overeenkomstige toepassing.

 

3.  Tijdelijke wijzigingen betreffende wijnbouwproducten van oorsprong uit derde landen worden, samen met de redenen voor de tijdelijke wijzigingen, uiterlijk één maand na de datum van goedkeuring ervan, door een individuele producent of een groep producenten met een rechtmatig belang aan de Commissie meegedeeld, hetzij rechtstreeks, hetzij via de autoriteiten van dat derde land.

 

4.  De Commissie maakt deze wijzigingen openbaar binnen drie maanden na de datum waarop de mededeling van de lidstaat, het derde land of de individuele producent of groep producenten van het derde land is ontvangen. Een tijdelijke wijziging is op het grondgebied van de Unie van toepassing zodra zij door de Commissie openbaar is gemaakt.

Amendement    94

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 15

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 106

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Artikel 106 wordt vervangen door:

Schrappen

"Artikel 106

 

Annulering

 

De Commissie kan, op eigen initiatief of naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek van een lidstaat, een derde land of een natuurlijke of rechtspersoon met een rechtmatig belang, in een van de volgende omstandigheden uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de bescherming van een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding wordt geannuleerd:

 

a)  wanneer de naleving van het desbetreffende productdossier niet langer gegarandeerd is;

 

b)  wanneer gedurende ten minste zeven opeenvolgende jaren geen product met de oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding in de handel is gebracht;

 

c)  wanneer een aanvrager die voldoet aan de voorwaarden van artikel 95, verklaart dat hij de bescherming van een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding niet langer wil behouden.

 

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 229, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. "

 

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1 – punt 15 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 106

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(15 bis)  Artikel 106 wordt vervangen door:

Artikel 106

"Artikel 106

Annulering

Annulering

De Commissie kan, op eigen initiatief of naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek van een lidstaat, een derde land of een natuurlijke of rechtspersoon met een rechtmatig belang, uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de bescherming van een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding wordt geannuleerd indien de naleving van het betrokken productdossier niet langer kan worden gegarandeerd. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 229, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

1.  De Commissie kan, op eigen initiatief of naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek van een lidstaat, een derde land of een natuurlijke of rechtspersoon met een rechtmatig belang, in een van de volgende omstandigheden uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de bescherming van een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding wordt geannuleerd:

 

a) wanneer de naleving van het desbetreffende productdossier niet langer gegarandeerd is;

 

b) wanneer gedurende ten minste zeven opeenvolgende jaren geen product met de oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding in de handel is gebracht;

 

c) wanneer een aanvrager die voldoet aan de voorwaarden van artikel 95, verklaart dat hij de bescherming van een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding niet langer wil behouden. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 229, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

 

1 bis.  Wanneer de Commissie van oordeel is dat het annuleringsverzoek onontvankelijk is, stelt zij de autoriteit van de lidstaat of van het derde land of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het verzoek heeft ingediend, in kennis van de redenen voor de niet-ontvankelijkverklaring.

 

1 ter.  Met redenen omklede bezwaarschriften tegen de annulering zijn slechts ontvankelijk indien erin wordt aangetoond dat een belanghebbende persoon commercieel afhankelijk is van de geregistreerde naam. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    96

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 15 ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 106 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 ter)  Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

Artikel 106 bis

 

Tijdelijke etikettering en presentatie

 

Nadat een aanvraag tot bescherming van een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding naar de Commissie is doorgestuurd, mogen de producenten die benaming of aanduiding bij de etikettering en presentatie vermelden en nationale logo's en aanduidingen gebruiken overeenkomstig het recht van de Unie, en met name Verordening (EU) nr. 1169/2011.

 

De symbolen van de Unie waarop de beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding wordt vermeld, de aanduidingen van de Unie "beschermde oorsprongsbenaming" of "beschermde geografische aanduiding" en de afkortingen "BOB" of "BGA" mogen pas op het etiket worden aangebracht na de openbaarmaking van het besluit waarbij die oorsprongsbenaming of geografische aanduiding is beschermd.

 

Wanneer de aanvraag wordt afgewezen, mogen wijnbouwproducten die overeenkomstig de eerste alinea zijn geëtiketteerd, worden verhandeld totdat de voorraden zijn uitgeput.

Amendement    97

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 15 quater (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 107 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 quater)  Het volgende artikel wordt toegevoegd:

 

"Artikel 107 bis

 

Toepassing van productdossier op oppervlakten waarop wijn-eau-de-vie wordt geproduceerd

 

Lidstaten kunnen een productdossier als bedoeld in artikel 94, lid 2, toepassen op oppervlakten waarop wijn wordt geproduceerd die geschikt is voor de productie van wijn-eau-de-vie met een geografische aanduiding als geregistreerd in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 110/2008.".

Motivering

Dit nieuwe artikel heeft tot doel de lidstaten de mogelijkheid te bieden om een productdossier als bedoeld in artikel 94, lid 2, toe te passen op oppervlakten waarop wijn wordt geproduceerd die geschikt is voor de productie van wijn-eau-de-vie met een geografische aanduiding als geregistreerd in bijlage III bij de verordening betreffende gedistilleerde dranken, zodat het aanbod beter wordt afgestemd op de vraag.

Amendement    98

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 17

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 116 bis – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  In de Unie wordt jaarlijks de naleving van het productdossier tijdens de productie van de wijn en tijdens of na de verpakking ervan gecontroleerd door de in lid 2 bevoegde autoriteit of door een of meer gemachtigde instanties in de zin van artikel 3, punt 5, van Verordening (EU) 2017/625 die optreden als certificerende instantie voor het product overeenkomstig de in titel II, hoofdstuk III, van die verordening vastgestelde criteria.

3.  In de Unie wordt jaarlijks de naleving van het productdossier tijdens de productie van de wijn en tijdens of na de verpakking ervan gecontroleerd, ten minste in de lidstaat waarin de wijn wordt geproduceerd, door de in lid 2 bedoelde bevoegde autoriteit of door een of meer gemachtigde instanties in de zin van artikel 3, punt 5, van Verordening (EU) 2017/625 die optreden als certificerende instantie voor het product overeenkomstig de in titel II, hoofdstuk III, van die verordening vastgestelde criteria.

Amendement    99

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 17

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 116 bis – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De in lid 3 bedoelde controles bestaan uit administratieve controles en controles ter plaatse. Deze controles kunnen worden beperkt tot administratieve controles, mits zij betrouwbaar zijn en het mogelijk maken om te waarborgen dat de in het productdossier vervatte eisen en voorwaarden volledig worden nageleefd.

Amendement    100

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 17

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 116 bis – lid 3 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.  Om de naleving van het productdossier te controleren, kunnen de in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteiten of controle-instanties de marktdeelnemers controleren die in een andere lidstaat zijn gevestigd, indien zij betrokken zijn bij de verpakking van een product met een op hun grondgebied geregistreerde beschermde oorsprongsbenaming. Gezien het vertrouwen dat zij op grond van de resultaten van eerdere controles kunnen stellen in marktdeelnemers en in hun producten, kunnen de in lid 3 bedoelde controle-instanties zich toespitsen op de belangrijkste te controleren punten van het productdossier die vooraf zijn bepaald en ter kennis van die marktdeelnemers zijn gebracht.

Amendement    101

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 18

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 119 – leden 1 en 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Artikel 119 wordt als volgt gewijzigd:

Schrappen

a)   in lid 1 wordt de inleidende zin vervangen door:

 

"Bij de etikettering en presentatie van de in bijlage VII, deel II, punten 1 tot en met 11, 13, 15, 16, 18 en 19, vermelde producten die in de Unie in de handel worden gebracht of bestemd zijn voor uitvoer, worden de volgende aanduidingen vermeld: ';

 

b)   het volgende lid 4 wordt toegevoegd:

 

"4.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in lid 1 genoemde producten die niet overeenkomstig deze verordening zijn geëtiketteerd, hetzij niet in de handel worden gebracht, hetzij, indien zij reeds in de handel zijn gebracht, uit de handel worden genomen.".

 

Amendement    102

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 18 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 119

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(18 bis)  Artikel 119 wordt vervangen door:

Artikel 119

"Artikel 119

Verplichte aanduidingen

Verplichte aanduidingen

1. Bij de etikettering en presentatie van de in bijlage VII, deel II, punten 1 tot en met 11, 13, 15 en 16, vermelde producten die in de Unie in de handel worden gebracht of bestemd zijn voor uitvoer, worden de volgende aanduidingen vermeld:

1. Bij de etikettering en presentatie van de in bijlage VII, deel II, punten 1 tot en met 11, 13, 15, 16, 18 en 19, vermelde producten die in de Unie in de handel worden gebracht of bestemd zijn voor uitvoer, worden de volgende aanduidingen vermeld:

a) één van de in bijlage VII, deel II, opgenomen categorieën van wijnbouwproducten;

a) één van de in bijlage VII, deel II, opgenomen categorieën van wijnbouwproducten;

b) voor wijn met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding:

b) voor wijn met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding:

i) de vermelding "beschermde oorsprongsbenaming" of "beschermde geografische aanduiding"; en

i) de vermelding "beschermde oorsprongsbenaming" of "beschermde geografische aanduiding";

ii) de naam van de beschermde oorsprongsbenaming of de beschermde geografische aanduiding;

(ii) de naam van de beschermde oorsprongsbenaming of de beschermde geografische aanduiding;

c) het effectieve alcoholvolumegehalte;

c) het effectieve alcoholvolumegehalte;

d) de herkomst;

d) de herkomst;

e) de bottelaar of, indien het mousserende wijn, mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd, mousserende kwaliteitswijn of aromatische mousserende kwaliteitswijn betreft, de naam van de producent of de verkoper;

e) de bottelaar of, indien het mousserende wijn, mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd, mousserende kwaliteitswijn of aromatische mousserende kwaliteitswijn betreft, de naam van de producent of de verkoper;

f) de importeur, indien het ingevoerde wijn betreft; en

f) de importeur, indien het ingevoerde wijn betreft;

g) indien het mousserende wijn, mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd, mousserende kwaliteitswijn of aromatische mousserende kwaliteitswijn betreft, het suikergehalte.

g) indien het mousserende wijn, mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd, mousserende kwaliteitswijn of aromatische mousserende kwaliteitswijn betreft, het suikergehalte;

 

g bis) de voedingswaardevermelding, waarvan de inhoud mag worden beperkt tot de energetische waarde; en

 

g ter) de lijst van ingrediënten.

2.  In afwijking van het bepaalde in lid 1, onder a), mag de vermelding van de categorie van het wijnbouwproduct worden weggelaten indien op het etiket de beschermde oorsprongsbenaming of de beschermde geografische aanduiding wordt vermeld.

2.  In afwijking van het bepaalde in lid 1, onder a), mag de vermelding van de categorie van het wijnbouwproduct worden weggelaten indien op het etiket de beschermde oorsprongsbenaming of de beschermde geografische aanduiding wordt vermeld.

3.  In afwijking van het bepaalde in lid 1, onder b), mag de vermelding "beschermde oorsprongsbenaming" of "beschermde geografische aanduiding" in de volgende gevallen worden weggelaten:

3.  In afwijking van het bepaalde in lid 1, onder b), mag de vermelding "beschermde oorsprongsbenaming" of "beschermde geografische aanduiding" in de volgende gevallen worden weggelaten:

a) indien op het etiket een traditionele aanduiding overeenkomstig artikel 112, onder a), wordt vermeld conform het in artikel 94, lid 2, bedoelde productdossier;

a) indien op het etiket een traditionele aanduiding overeenkomstig artikel 112, onder a), wordt vermeld conform het in artikel 94, lid 2, bedoelde productdossier;

b) in uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde omstandigheden die de Commissie door middel van overeenkomstig artikel 227 vastgestelde gedelegeerde handelingen bepaalt teneinde te waarborgen dat de bestaande etiketteringspraktijken worden nageleefd.

b) in uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde omstandigheden die de Commissie door middel van overeenkomstig artikel 227 vastgestelde gedelegeerde handelingen bepaalt teneinde te waarborgen dat de bestaande etiketteringspraktijken worden nageleefd.

 

3 bis.  Om een eenvormige toepassing van het bepaalde in lid 1, onder g bis), te waarborgen, wordt de energetische waarde:

 

a) uitgedrukt in cijfers en woorden of symbolen, en meer bepaald het symbool (E) voor energie;

 

b) berekend aan de hand van de in bijlage XIV bij Verordening (EU) nr. 1169/2011 vermelde omrekeningsfactoren;

 

c) uitgedrukt in de vorm van gemiddelde waarden in kcal op basis van:

 

i) de analyse van de wijn door de producent; of

 

ii) een berekening aan de hand van algemeen vastgestelde en aanvaarde gegevens op basis van gemiddelde waarden van typische en karakteristieke wijnen;

 

d) uitgedrukt per 100 ml. De waarde mag bovendien worden uitgedrukt per gemakkelijk door de consument te herkennen consumptie-eenheid, op voorwaarde dat de eenheid op het etiket wordt gekwantificeerd en dat wordt vermeld hoeveel eenheden er in de verpakking zitten.

 

3 ter.  In afwijking van het bepaalde in lid 1, onder g ter), mag de lijst van ingrediënten ook worden verstrekt door andere middelen dan het op de fles of eender welke andere soort recipiënt aangebrachte etiket, op voorwaarde dat het etiket een duidelijke en rechtstreekse verwijzing bevat. De lijst mag niet samen worden vermeld met andere, voor verkoop- of marketingdoeleinden bestemde informatie.

 

3 quater.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in lid 1 genoemde producten die niet overeenkomstig deze verordening zijn geëtiketteerd, hetzij niet in de handel worden gebracht, hetzij, indien zij reeds in de handel zijn gebracht, uit de handel worden genomen.

 

3 quinquies.  Marktdeelnemers die consumenten vrijwillig op de hoogte willen stellen van de calorieën in wijnbouwproducten van een verkoopseizoen dat vóór de inwerkingtreding van deze verordening aanvangt, passen artikel 119 in zijn geheel toe. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    103

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 19 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 120 – lid 1 – letter f bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(19 bis)  Het volgende punt wordt ingevoegd:

 

f bis) de voorwaarden met betrekking tot de instandhouding van de genetische hulpbronnen in de wijnbouw;

Amendement    104

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 20

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 122 – lid 1 – letters b, c en d

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  In artikel 122 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:

Schrappen

a)  in punt b) wordt punt ii) geschrapt;

 

b)  in punt c) wordt het volgende punt iii) toegevoegd:

 

"iii)  de aanduidingen die naar een bedrijf verwijzen en de voorwaarden voor het gebruik daarvan; "

 

c)  in punt d) wordt punt i) vervangen door:

 

"i)  de voorwaarden voor het gebruik van bepaalde flesvormen en van sluitingen, en een lijst van bepaalde specifieke flesvormen; "

 

Amendement    105

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 20 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 122

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(20 bis)  Artikel 122 wordt vervangen door:

Artikel 122

"Artikel 122

Gedelegeerde bevoegdheden

Gedelegeerde bevoegdheden

1.  Teneinde rekening te houden met de specifieke kenmerken van de wijnsector is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot voorschriften en beperkingen inzake:

1.  Teneinde rekening te houden met de specifieke kenmerken van de wijnsector is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot voorschriften en beperkingen inzake:

a) de presentatie en het gebruik van andere etiketteringsaanduidingen dan die waarin bij deze afdeling wordt voorzien;

a) de presentatie en het gebruik van andere etiketteringsaanduidingen dan die waarin bij deze afdeling wordt voorzien;

b) verplichte aanduidingen betreffende:

b) verplichte aanduidingen betreffende:

i) de formulering van de verplichte aanduidingen en de voorwaarden voor het gebruik daarvan;

i) de formulering van de verplichte aanduidingen en de voorwaarden voor het gebruik daarvan;

ii) de aanduidingen die naar een bedrijf verwijzen en de voorwaarden voor het gebruik daarvan;

 

iii) bepalingen waarbij de producerende lidstaten toestemming wordt verleend aanvullende voorschriften inzake verplichte aanduidingen vast te stellen;

iii) bepalingen waarbij de producerende lidstaten toestemming wordt verleend aanvullende voorschriften inzake verplichte aanduidingen vast te stellen;

iv) bepalingen waarbij extra afwijkingen worden toegestaan naast de in artikel 119, lid 2, bedoelde afwijkingen betreffende het weglaten van de vermelding van de categorie van het wijnproduct;

iv) bepalingen waarbij extra afwijkingen worden toegestaan naast de in artikel 119, lid 2, bedoelde afwijkingen betreffende het weglaten van de vermelding van de categorie van het wijnproduct;

v) bepalingen inzake het gebruik van talen;

v) bepalingen inzake het gebruik van talen; en

 

v bis) de bepalingen van artikel 119, lid 1, onder g ter);

 

 

c) facultatieve aanduidingen, met name met betrekking tot:

c) facultatieve aanduidingen, met name met betrekking tot:

i) de formulering van de facultatieve aanduidingen en de voorwaarden voor het gebruik daarvan;

i) de formulering van de facultatieve aanduidingen en de voorwaarden voor het gebruik daarvan;

ii) bepalingen waarbij de producerende lidstaten toestemming wordt verleend aanvullende voorschriften inzake facultatieve aanduidingen vast te stellen;

ii) bepalingen waarbij de producerende lidstaten toestemming wordt verleend aanvullende voorschriften inzake facultatieve aanduidingen vast te stellen;

 

ii bis) de aanduidingen die naar een bedrijf verwijzen en de voorwaarden voor het gebruik daarvan;

d) de presentatie, met name met betrekking tot:

d) de presentatie, met name met betrekking tot:

i) de voorwaarden voor het gebruik van bepaalde flesvormen, en een lijst van bepaalde specifieke flesvormen;

i) de voorwaarden voor het gebruik van bepaalde flesvormen en van sluitingen, en een lijst van bepaalde specifieke flesvormen;

ii) de voorwaarden voor het gebruik van flessen en sluitingen van het type dat wordt gebruikt voor "mousserende wijnen";

ii) de voorwaarden voor het gebruik van flessen en sluitingen van het type dat wordt gebruikt voor "mousserende wijnen";

iii) bepalingen waarbij de producerende lidstaten toestemming wordt verleend aanvullende voorschriften inzake de presentatie vast te stellen;

iii) bepalingen waarbij de producerende lidstaten toestemming wordt verleend aanvullende voorschriften inzake de presentatie vast te stellen;

iv) bepalingen inzake het gebruik van talen.

iv) bepalingen inzake het gebruik van talen.

 

De Commissie stelt de onder b), v bis), bedoelde gedelegeerde handelingen uiterlijk 18 maanden na … [datum van inwerkingtreding van deze verordening] vast.

2.  Teneinde de bescherming van de rechtmatige belangen van de marktdeelnemers te waarborgen, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot voorschriften inzake de tijdelijke etikettering en presentatie van wijnen met een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding, mits die oorsprongsbenaming of geografische aanduiding voldoet aan de nodige eisen.

2.  Teneinde de bescherming van de rechtmatige belangen van de marktdeelnemers te waarborgen, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot voorschriften inzake de tijdelijke etikettering en presentatie van wijnen met een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding, mits die oorsprongsbenaming of geografische aanduiding voldoet aan de nodige eisen.

3.  Teneinde ervoor te zorgen dat marktdeelnemers niet worden benadeeld, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot overgangsbepalingen voor wijn die overeenkomstig de vóór 1 augustus 2009 geldende toepasselijke voorschriften in de handel is gebracht en geëtiketteerd.

3.  Teneinde ervoor te zorgen dat marktdeelnemers niet worden benadeeld, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot overgangsbepalingen voor wijn die overeenkomstig de vóór 1 augustus 2009 geldende toepasselijke voorschriften in de handel is gebracht en geëtiketteerd.

4.  Teneinde rekening te houden met de specifieke kenmerken van de handel tussen de Unie en bepaalde derde landen, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot afwijkingen van het bepaalde in deze afdeling ten aanzien van de uit te voeren producten, indien die op grond van het recht van het betrokken derde land zijn vereist.

4.  Teneinde rekening te houden met de specifieke kenmerken van de handel tussen de Unie en bepaalde derde landen, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot afwijkingen van het bepaalde in deze afdeling ten aanzien van de uit te voeren producten, indien die op grond van het recht van het betrokken derde land zijn vereist. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    106

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 21 – letter b bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 125 – titel

 

Bestaande tekst

Amendement

 

b bis)  In artikel 125 wordt de titel vervangen door:

Overeenkomsten in de suikersector

"Overeenkomsten in de sector suikerbieten en suikerriet"

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20180101&from=NL)

Motivering

Dit amendement heeft tot doel de termen "suikerbieten" en "suikerriet" duidelijk te vermelden teneinde rekening te houden met de huidige situatie op de markt en met de secundaire wetgeving, overeenkomstig de definitie van de sector suiker in deel III van bijlage I bij deze verordening.

Amendement    107

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 21 – letter b ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 126 – titel

 

Bestaande tekst

Amendement

 

b ter)  In artikel 126 wordt de titel vervangen door:

Mededeling van de prijzen in de suikermarkt

Mededeling van de prijzen in de markten

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20180101&from=NL)

Motivering

Dit amendement heeft tot doel de termen "suikerbieten" en "suikerriet" duidelijk te vermelden teneinde rekening te houden met de huidige situatie op de markt en met de secundaire wetgeving, overeenkomstig de definitie van de sector suiker in deel III van bijlage I bij deze verordening. Bovendien wordt voorgesteld ethanol ook onder de verplichtingen inzake de mededeling van de prijzen te laten vallen, aangezien ethanol cruciaal is voor het evenwicht op de suikermarkt.

Amendement    108

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 21 – letter b quater (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 126 – alinea 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

b quater)  In artikel 126 wordt de eerste alinea vervangen door:

De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen om een informatiesysteem inzake prijzen op de suikermarkt op te zetten, met inbegrip van een systeem voor de bekendmaking van de prijsniveaus voor deze markt. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 229, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. Het in de eerste alinea bedoelde systeem is gebaseerd op informatie die wordt verstrekt door ondernemingen die witte suiker produceren, of door andere bij de handel in suiker betrokken marktdeelnemers. Deze informatie wordt vertrouwelijk behandeld.

"De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen om een informatiesysteem inzake prijzen op de markt voor enerzijds suikerbieten en suikerriet en anderzijds suiker en ethanol op te zetten, met inbegrip van een systeem voor de bekendmaking van de prijsniveaus voor deze markt. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 229, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. Het in de eerste alinea bedoelde systeem is gebaseerd op informatie die wordt verstrekt door ondernemingen die suiker of ethanol produceren, of door andere bij de handel in suiker of ethanol betrokken marktdeelnemers. Deze informatie wordt vertrouwelijk behandeld."

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20180101&from=NL)

Motivering

Dit amendement heeft tot doel de termen "suikerbieten" en "suikerriet" duidelijk te vermelden teneinde rekening te houden met de huidige situatie op de markt en met de secundaire wetgeving, overeenkomstig de definitie van de sector suiker in deel III van bijlage I bij deze verordening. Bovendien wordt voorgesteld ethanol ook onder de verplichtingen inzake de mededeling van de prijzen te laten vallen, aangezien ethanol cruciaal is voor het evenwicht op de suikermarkt.

Amendement    109

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 148

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(22 bis)  Artikel 148 wordt vervangen door:

Artikel 148

"Artikel 148

Contractuele betrekkingen in de sector melk en zuivelproducten

Contractuele betrekkingen in de sector melk en zuivelproducten

1.  Indien een lidstaat besluit dat voor elke levering van rauwe melk op zijn grondgebied door een landbouwer aan een verwerker van rauwe melk, een schriftelijk contract tussen de partijen moet worden gesloten en/of besluit dat een eerste koper een landbouwer voor een contract betreffende de levering van rauwe melk een schriftelijk voorstel moet doen, dienen dat contract en/of dat voorstel voor een contract te voldoen aan de in lid 2 vastgestelde voorwaarden.

1.  Indien een lidstaat besluit dat voor elke levering van rauwe melk op zijn grondgebied door een landbouwer aan een verwerker van rauwe melk, een schriftelijk contract tussen de partijen moet worden gesloten en/of besluit dat een eerste koper een landbouwer voor een contract betreffende de levering van rauwe melk een schriftelijk voorstel moet doen, dienen dat contract en/of dat voorstel voor een contract te voldoen aan de in lid 2 vastgestelde voorwaarden.

Een lidstaat die besluit dat voor leveringen van rauwe melk van een landbouwer aan een verwerker van rauwe melk een schriftelijk contract tussen de partijen moet worden gesloten, bepaalt tevens, indien de rauwe melk door één of meer inzamelaars wordt geleverd, welk leveringsstadium of welke leveringsstadia onder dit contract vallen.

Een lidstaat die besluit dat voor leveringen van rauwe melk van een landbouwer aan een verwerker van rauwe melk een schriftelijk contract tussen de partijen moet worden gesloten, bepaalt tevens, indien de rauwe melk door één of meer inzamelaars wordt geleverd, welk leveringsstadium of welke leveringsstadia onder dit contract vallen.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "inzamelaar" verstaan: een onderneming die rauwe melk vervoert van een landbouwer of een andere inzamelaar naar een verwerker van rauwe melk of een andere inzamelaar, met dien verstande dat de eigendom van de melk telkens wordt overgedragen.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "inzamelaar" verstaan: een onderneming die rauwe melk vervoert van een landbouwer of een andere inzamelaar naar een verwerker van rauwe melk of een andere inzamelaar, met dien verstande dat de eigendom van de melk telkens wordt overgedragen.

1 bis.  Indien de lidstaten geen gebruikmaken van de mogelijkheden die worden geboden in lid 1 van dit artikel, kunnen producenten, een producentenorganisatie of een unie van producentenorganisaties eisen dat voor een levering van rauwe melk aan een verwerker van rauwe melk een schriftelijk contract wordt gesloten tussen de partijen en/of dat een schriftelijk voorstel voor een contract wordt gedaan door de eerste kopers, onder de in lid 4, eerste alinea, van dit artikel vastgestelde voorwaarden.

1 bis.  Indien de lidstaten geen gebruik maken van de mogelijkheden die worden geboden in lid 1 van dit artikel, kunnen producenten, een producentenorganisatie of een unie van producentenorganisaties eisen dat voor een levering van rauwe melk aan een verwerker van rauwe melk een schriftelijk contract wordt gesloten tussen de partijen en/of dat een schriftelijk voorstel voor een contract wordt gedaan door de eerste kopers, onder de in lid 4, eerste alinea, van dit artikel vastgestelde voorwaarden.

Indien de eerste koper een kleine, middelgrote of micro-onderneming in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG is, is het contract en/of het voorstel voor een contract niet verplicht, onverminderd de mogelijkheid voor de partijen om gebruik te maken van een door een brancheorganisatie opgesteld standaardcontract.

Indien de eerste koper een kleine, middelgrote of micro-onderneming in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG is, is het contract en/of het voorstel voor een contract niet verplicht, onverminderd de mogelijkheid voor de partijen om gebruik te maken van een door een brancheorganisatie opgesteld standaardcontract.

2.  Het contract en/of het voorstel voor een contract bedoeld in de leden 1 en 1 bis:

2.  Het contract en/of het voorstel voor een contract bedoeld in de leden 1 en 1 bis:

a) worden vóór de levering gesloten;

a) worden vóór de levering gesloten;

b) worden schriftelijk opgesteld; en

b) worden schriftelijk opgesteld; en

c) bevatten in het bijzonder de volgende gegevens:

c) bevatten in het bijzonder de volgende gegevens:

i) de voor de levering verschuldigde prijs, die:

i) de voor de levering verschuldigde prijs, die:

— statisch moet zijn en in het contract moet zijn vermeld, en/of

— statisch moet zijn en in het contract moet zijn vermeld, en/of

— wordt berekend op grond van een combinatie van verschillende in het contract opgenomen factoren, zoals marktindicatoren die de ontwikkeling van de marktsituatie weerspiegelen, de geleverde hoeveelheid en de kwaliteit of de samenstelling van de geleverde rauwe melk;

— wordt berekend op grond van een combinatie van verschillende in het contract opgenomen factoren, zoals objectieve, eenvoudig toegankelijke en duidelijke indicatoren van de productie- en afzetkosten die de ontwikkeling van de marktsituatie weerspiegelen, de geleverde hoeveelheid en de kwaliteit of de samenstelling van de geleverde rauwe melk.

 

Daartoe kunnen de lidstaten die hebben besloten lid 1 toe te passen, indicatoren vaststellen, overeenkomstig objectieve criteria en op basis van studies over de productie en de voedselketen, teneinde deze te allen tijde te kunnen vaststellen;

ii) de hoeveelheid rauwe melk die kan en/of moet worden geleverd en de leveringstermijn daarvan,

ii) de hoeveelheid rauwe melk die kan /of moet worden geleverd en de leveringstermijn daarvan. Er kunnen geen boeteclausules worden vastgesteld voor maandelijkse inbreuken;

iii) de looptijd van het contract, waarbij onder vermelding van verstrijkingsbepalingen, hetzij bepaalde, hetzij een onbepaalde looptijd is toegestaan;

iii) de looptijd van het contract, waarbij onder vermelding van verstrijkingsbepalingen, hetzij een bepaalde, hetzij een onbepaalde looptijd is toegestaan;

iv) details betreffende betalingstermijnen en -procedures;

iv) details betreffende betalingstermijnen en -procedures;

v) de modaliteiten voor de inzameling of levering van de rauwe melk, en

v) de modaliteiten voor de inzameling of levering van de rauwe melk; en

vi) de voorschriften bij overmacht.

vi) de voorschriften bij overmacht.

3.  In afwijking van de leden 1 en 1 bis is een contract en/of een voorstel voor een contract niet vereist wanneer rauwe melk door een lid van een coöperatie wordt geleverd aan de coöperatie waarbij dat lid is aangesloten, op voorwaarde dat in de statuten van die coöperatie of in de bij deze statuten vastgestelde of daaruit voortvloeiende voorschriften en besluiten bepalingen zijn opgenomen van dezelfde strekking als het bepaalde in lid 2, onder a), b) en c).

3.  In afwijking van de leden 1 en 1 bis is een contract en/of een voorstel voor een contract niet vereist wanneer rauwe melk door een lid van een coöperatie wordt geleverd aan de coöperatie waarbij dat lid is aangesloten, op voorwaarde dat in de statuten van die coöperatie of in de bij deze statuten vastgestelde of daaruit voortvloeiende voorschriften en besluiten bepalingen zijn opgenomen van dezelfde strekking als het bepaalde in lid 2, onder a), b) en c).

4.  De partijen onderhandelen in alle vrijheid over alle elementen in door producenten, inzamelaars of verwerkers van rauwe melk gesloten contracten voor de levering van rauwe melk, met inbegrip van de in lid 2, onder c), bedoelde elementen.

4.  De partijen onderhandelen in alle vrijheid over alle elementen in door producenten, inzamelaars of verwerkers van rauwe melk gesloten contracten voor de levering van rauwe melk, met inbegrip van de in lid 2, onder c), bedoelde elementen.

Niettegenstaande de eerste alinea geldt één of meer van de volgende mogelijkheden:

Niettegenstaande de eerste alinea geldt één of meer van de volgende mogelijkheden:

a) indien een lidstaat besluit dat voor de levering van rauwe melk overeenkomstig lid 1 een schriftelijk contract moet worden gesloten, kan de lidstaat:

a) indien een lidstaat besluit dat voor de levering van rauwe melk overeenkomstig lid 1 een schriftelijk contract moet worden gesloten, kan de lidstaat:

i) een verplichting voor de partijen vaststellen om een verhouding overeen te komen tussen een bepaalde geleverde hoeveelheid en de prijs die voor die levering moet worden betaald;

i) een verplichting voor de partijen vaststellen om een verhouding overeen te komen tussen een bepaalde geleverde hoeveelheid en de prijs die voor die levering moet worden betaald;

ii) een minimale looptijd vaststellen die echter alleen van toepassing is op schriftelijke contracten tussen een landbouwer en de eerste koper van rauwe melk; de aldus vastgestelde minimale looptijd bedraagt ten minste zes maanden en mag de goede werking van de interne markt niet in het gedrang brengen;

ii) een minimale looptijd vaststellen die echter alleen van toepassing is op schriftelijke contracten tussen een landbouwer en de eerste koper van rauwe melk; de aldus vastgestelde minimale looptijd bedraagt ten minste zes maanden en mag de goede werking van de interne markt niet in het gedrang brengen;

b) indien een lidstaat besluit dat de eerste koper van rauwe melk de landbouwer voor een contract overeenkomstig lid 1 een schriftelijk voorstel dient te doen, kan de lidstaat bepalen dat het voorstel de ter zake in het nationale recht geldende minimale looptijd voor het contract moet omvatten; de aldus vastgestelde minimale looptijd bedraagt ten minste zes maanden, en mag de goede werking van de interne markt niet in het gedrang brengen.

b) indien een lidstaat besluit dat de eerste koper van rauwe melk de landbouwer voor een contract overeenkomstig lid 1 een schriftelijk voorstel dient te doen, kan de lidstaat bepalen dat het voorstel de ter zake in het nationale recht geldende minimale looptijd voor het contract moet omvatten; de aldus vastgestelde minimale looptijd bedraagt ten minste zes maanden, en mag de goede werking van de interne markt niet in het gedrang brengen.

De tweede alinea laat de rechten onverlet van de landbouwer om een dergelijke minimale looptijd schriftelijk te weigeren. In dat geval onderhandelen de partijen in alle vrijheid over alle elementen van het contract, met inbegrip van de in lid 2, onder c), bedoelde elementen.

De tweede alinea laat de rechten onverlet van de landbouwer om een dergelijke minimale looptijd schriftelijk te weigeren. In dat geval onderhandelen de partijen in alle vrijheid over alle elementen van het contract, met inbegrip van de in lid 2, onder c), bedoelde elementen.

5.  De lidstaten die van de bij dit artikel geboden mogelijkheden gebruik maken, stellen de Commissie in kennis van de wijze waarop de mogelijkheden worden toegepast.

5.  De lidstaten die van de bij dit artikel geboden mogelijkheden gebruikmaken, stellen de Commissie in kennis van de wijze waarop de mogelijkheden worden toegepast.

6.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen met de nodige maatregelen voor de uniforme toepassing van lid 2, onder a) en b), en lid 3, alsook voorschriften met betrekking tot de kennisgevingen die krachtens dit artikel door de lidstaten moeten worden gedaan. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 229, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

6.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen met de nodige maatregelen voor de uniforme toepassing van lid 2, onder a) en b), en lid 3, alsook voorschriften met betrekking tot de kennisgevingen die krachtens dit artikel door de lidstaten moeten worden gedaan. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 229, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    110

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 149

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(22 ter)  Artikel 149 wordt vervangen door:

Artikel 149

"Artikel 149

Contractuele betrekkingen in de sector melk en zuivelproducten

Contractuele betrekkingen in de sector melk en zuivelproducten

1.  Een producentenorganisatie in de sector melk en zuivelproducten die krachtens artikel 161, lid 1, is erkend, kan namens haar leden uit de landbouwsector, met betrekking tot de volledige gezamenlijke productie van die leden of een gedeelte daarvan, onderhandelen over contracten voor de levering van rauwe melk door een landbouwer aan een verwerker van rauwe melk of aan een inzamelaar in de zin van artikel 148, lid 1, derde alinea.

1.  Een producentenorganisatie in de sector melk en zuivelproducten die krachtens artikel 161, lid 1, is erkend, kan namens haar leden uit de landbouwsector, met betrekking tot de volledige gezamenlijke productie van die leden of een gedeelte daarvan, onderhandelen over contracten voor de levering van rauwe melk door een landbouwer aan een verwerker van rauwe melk of aan een inzamelaar in de zin van artikel 148, lid 1, derde alinea.

2.  De producentenorganisatie kan de onderhandelingen voeren:

2.  De producentenorganisatie kan de onderhandelingen voeren:

a) ongeacht of de eigendom van de rauwe melk door de landbouwers wordt overgedragen aan de producentenorganisatie;

a) ongeacht of de eigendom van de rauwe melk door de landbouwers wordt overgedragen aan de producentenorganisatie;

b) ongeacht of de via onderhandelingen tot stand gekomen prijs geldt voor de gezamenlijke productie van alle, dan wel een deel van de aangesloten landbouwers;

b) ongeacht of de via onderhandelingen tot stand gekomen prijs geldt voor de gezamenlijke productie van alle, dan wel een deel van de aangesloten landbouwers;

c) op voorwaarde dat, voor een welbepaalde producentenorganisatie aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

c) op voorwaarde dat, voor een welbepaalde producentenorganisatie aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

i) het volume rauwe melk waarover onderhandeld wordt niet meer dan 3,5 % van de totale productie van de Unie bedraagt,

i) het volume rauwe melk waarover onderhandeld wordt niet meer dan 4,5 % van de totale productie van de Unie bedraagt,

ii) het volume rauwe melk waarover onderhandeld wordt en dat in een bepaalde lidstaat wordt geproduceerd niet meer dan 33 % van de totale nationale productie van die lidstaat bedraagt, en

ii) het volume rauwe melk waarover onderhandeld wordt en dat in een bepaalde lidstaat wordt geproduceerd niet meer dan 33 % van de totale nationale productie van die lidstaat bedraagt, en

iii) het volume rauwe melk waarover onderhandeld wordt en dat in een bepaalde lidstaat wordt geleverd, niet meer dan 33 % van de totale nationale productie van die lidstaat bedraagt;

iii) het volume rauwe melk waarover onderhandeld wordt en dat in een bepaalde lidstaat wordt geleverd, niet meer dan 33 % van de totale nationale productie van die lidstaat bedraagt;

d) op voorwaarde dat de betrokken landbouwers niet zijn aangesloten bij een andere producentenorganisatie die eveneens namens hen onderhandelingen over contracten voert; lidstaten kunnen evenwel in naar behoren gemotiveerde gevallen afwijken van deze voorwaarde indien landbouwers twee verschillende productie-eenheden hebben die zich in verschillende geografische gebieden bevinden;

d) op voorwaarde dat de betrokken landbouwers niet zijn aangesloten bij een andere producentenorganisatie die eveneens namens hen onderhandelingen over contracten voert; lidstaten kunnen evenwel in naar behoren gemotiveerde gevallen afwijken van deze voorwaarde indien landbouwers twee verschillende productie-eenheden hebben die zich in verschillende geografische gebieden bevinden;

e) op voorwaarde dat het lidmaatschap van de landbouwer van een coöperatie geen verplichting inhoudt dat de rauwe melk dient te worden geleverd overeenkomstig de voorwaarden die in de statuten van de coöperatie of de op grond van deze statuten vastgestelde voorschriften en besluiten zijn neergelegd; en

e) op voorwaarde dat het lidmaatschap van de landbouwer van een coöperatie geen verplichting inhoudt dat de rauwe melk dient te worden geleverd overeenkomstig de voorwaarden die in de statuten van de coöperatie of de op grond van deze statuten vastgestelde voorschriften en besluiten zijn neergelegd; en

f) op voorwaarde dat de producentenorganisatie de bevoegde autoriteiten van de lidstaat of lidstaten waar zij actief is, in kennis stelt van het volume rauwe melk waarover onderhandeld wordt.

f) op voorwaarde dat de producentenorganisatie de bevoegde autoriteiten van de lidstaat of lidstaten waar zij actief is, in kennis stelt van het volume rauwe melk waarover onderhandeld wordt.

3.  Niettegenstaande de voorwaarden bepaald in lid 2, onder c), ii) en iii), mogen producentenorganisaties de onderhandelingen krachtens lid 1 voeren op voorwaarde dat per producentenorganisatie het volume rauwe melk waarover onderhandeld wordt en dat in een lidstaat met een totale jaarlijkse rauwe melkproductie van minder dan 500 000 ton wordt geproduceerd of geleverd, niet meer dan 45 % van de totale nationale productie van die lidstaat bedraagt.

3.  Niettegenstaande de voorwaarden bepaald in lid 2, onder c), ii) en iii), mogen producentenorganisaties de onderhandelingen krachtens lid 1 voeren op voorwaarde dat per producentenorganisatie het volume rauwe melk waarover onderhandeld wordt en dat in een lidstaat met een totale jaarlijkse rauwe melkproductie van minder dan 500 000 ton wordt geproduceerd of geleverd, niet meer dan 45 % van de totale nationale productie van die lidstaat bedraagt.

4.  Voor de toepassing van dit artikel wordt met "producentenorganisatie" tevens "een unie van producentenorganisaties" bedoeld.

4.  Voor de toepassing van dit artikel wordt met "producentenorganisatie" tevens "een unie van producentenorganisaties" bedoeld.

5.  Voor de toepassing van lid 2, onder c), en lid 3, maakt de Commissie aan de hand van de meest recente beschikbare gegevens op de door haar passend geachte wijze de in de Unie en de lidstaten geproduceerde hoeveelheden rauwe melk bekend.

5.  Voor de toepassing van lid 2, onder c), en lid 3, maakt de Commissie aan de hand van de meest recente beschikbare gegevens op de door haar passend geachte wijze de in de Unie en de lidstaten geproduceerde hoeveelheden rauwe melk bekend.

6.  In afwijking van lid 2, onder c), en lid 3 kan de in de tweede alinea van het onderhavige lid bedoelde mededingingsautoriteit, zelfs wanneer de daarin vastgestelde maxima niet worden overschreden, in een individueel geval besluiten dat de onderhandelingen door de producentenorganisatie moeten worden heropend of dat niet door de producentenorganisatie mag worden onderhandeld, indien zij dit noodzakelijk acht om te voorkomen dat de mededinging wordt uitgesloten of dat de kmo's de rauwe melk op haar grondgebied verwerken, ernstig worden benadeeld.

6.  In afwijking van lid 2, onder c), en lid 3 kan de in de tweede alinea van het onderhavige lid bedoelde mededingingsautoriteit, zelfs wanneer de daarin vastgestelde maxima niet worden overschreden, in een individueel geval besluiten dat de onderhandelingen door de producentenorganisatie moeten worden heropend of dat niet door de producentenorganisatie mag worden onderhandeld, indien zij dit noodzakelijk acht om te voorkomen dat de mededinging wordt uitgesloten of dat de kmo's die rauwe melk op haar grondgebied verwerken, ernstig worden benadeeld.

Het in de eerste alinea bedoelde besluit wordt, met betrekking tot onderhandelingen over meer dan één lidstaat, door de Commissie genomen zonder toepassing van de in artikel 229, lid 2 of lid 3, bedoelde procedure. In andere gevallen wordt dit besluit genomen door de nationale mededingingsautoriteit van de lidstaat waarop de onderhandelingen betrekking hebben.

Het in de eerste alinea bedoelde besluit wordt, met betrekking tot onderhandelingen over meer dan één lidstaat, door de Commissie genomen zonder toepassing van de in artikel 229, lid 2 of lid 3, bedoelde procedure. In andere gevallen wordt dit besluit genomen door de nationale mededingingsautoriteit van de lidstaat waarop de onderhandelingen betrekking hebben.

De in dit lid bedoelde besluiten worden pas van toepassing op de datum van kennisgeving van het besluit aan de betrokken ondernemingen.

De in dit lid bedoelde besluiten worden pas van toepassing op de datum van kennisgeving van het besluit aan de betrokken ondernemingen.

7.  Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

7.  Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

a) "nationale mededingingsautoriteit": de autoriteit als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad22;

a) "nationale mededingingsautoriteit": de autoriteit als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad22;

b) "KMO": een kleine, middelgrote of micro-onderneming in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG.

b) "kmo": een kleine, middelgrote of micro-onderneming in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG.

8.  De lidstaten waar de in dit artikel bedoelde onderhandelingen plaatsvinden, stellen de Commissie in kennis van de toepassing van lid 2, onder f), en van lid 6.

8.  De lidstaten waar de in dit artikel bedoelde onderhandelingen plaatsvinden, stellen de Commissie in kennis van de toepassing van lid 2, onder f), en van lid 6.

__________________

__________________

22 Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag (PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1).

22 Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag (PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1). "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    111

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 quater (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 150

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(22 quater)  Artikel 150 wordt vervangen door:

Artikel 150

"Artikel 150

Regulering van het aanbod van kaas met een beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding

Regulering van het aanbod van kaas met een beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding

1.  Op verzoek van een krachtens artikel 152, lid 3, erkende producentenorganisatie, een krachtens artikel 157, lid 3, erkende brancheorganisatie of een groepering van marktdeelnemers als bedoeld in artikel 3, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1151/2012, kunnen lidstaten voor een beperkte periode bindende voorschriften vaststellen tot regulering van het aanbod van kaas met een beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding overeenkomstig artikel 5, lid 1 en 2 van Verordening (EU) nr. 1151/2012.

1.  Op verzoek van een krachtens artikel 152, lid 1, of artikel 161, lid 1, erkende producentenorganisatie, een krachtens artikel 157, lid 1, erkende brancheorganisatie of een groepering van marktdeelnemers als bedoeld in artikel 3, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1151/2012, kunnen lidstaten voor een beperkte periode bindende voorschriften vaststellen tot regulering van het aanbod van kaas met een beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding overeenkomstig artikel 5, leden 1 en 2, van Verordening (EU) nr. 1151/2012.

2.  De in lid 1 van dit artikel bedoelde voorschriften worden vooraf goedgekeurd door de partijen in het in artikel 7, lid 1, onder c), van Richtlijn (EU) nr. 1151/2012 bedoelde geografische gebied. Een desbetreffende overeenkomst wordt gesloten tussen ten minste twee derde van de melkproducenten of hun vertegenwoordigers met een aandeel van ten minste twee derde in de totale rauwemelkproductie die wordt gebruikt voor het vervaardigen van de in lid 1 bedoelde kaas en, in voorkomend geval, ten minste twee derde van de producenten van deze kaas met een aandeel van ten minste twee derde in de productie van de kaas in het in artikel 7, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 bedoelde geografische gebied.

2.  De in lid 1 van dit artikel bedoelde voorschriften worden vooraf goedgekeurd door de partijen in het in artikel 7, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 bedoelde geografische gebied. Een desbetreffende overeenkomst wordt gesloten tussen ten minste twee derde van de melkproducenten of hun vertegenwoordigers met een aandeel van ten minste twee derde in de totale rauwemelkproductie die wordt gebruikt voor het vervaardigen van de in lid 1 bedoelde kaas en, in voorkomend geval, ten minste twee derde van de producenten van deze kaas of hun vertegenwoordigers met een aandeel van ten minste twee derde in de productie van de kaas in het in artikel 7, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 bedoelde geografische gebied.

3.  Voor de toepassing van lid 1 met betrekking tot kaas met een beschermde geografische aanduiding is het in het productdossier van de kaas vastgestelde geografische gebied van oorsprong van de rauwe melk hetzelfde als het in artikel 7, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 bedoelde geografische gebied voor deze kaas.

3.  Voor de toepassing van lid 1 met betrekking tot kaas met een beschermde geografische aanduiding is het in het productdossier van de kaas vastgestelde geografische gebied van oorsprong van de rauwe melk hetzelfde als het in artikel 7, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 bedoelde geografische gebied voor deze kaas.

4.  De in lid 1 bedoelde voorschriften:

4.  De in lid 1 bedoelde voorschriften:

a) hebben uitsluitend betrekking op de regulering van het aanbod van het betrokken product, met het doel het aanbod van de kaas af te stemmen op de vraag;

a) hebben uitsluitend betrekking op de regulering van het aanbod van het betrokken product, met het doel het aanbod van de kaas af te stemmen op de vraag;

b) hebben uitsluitend betrekking op het betrokken product;

b) hebben uitsluitend betrekking op het betrokken product;

c) mogen niet voor langer dan drie jaar verplicht worden gesteld en mogen na deze periode worden verlengd middels een nieuw verzoek als bedoeld in lid 1;

c) mogen niet voor langer dan vijf jaar verplicht worden gesteld en mogen na deze periode worden verlengd middels een nieuw verzoek als bedoeld in lid 1;

d) brengen geen schade toe aan de handel in andere producten dan die waarop die voorschriften betrekking hebben;

d) brengen geen schade toe aan de handel in andere producten dan die waarop die voorschriften betrekking hebben;

e) hebben geen betrekking op transacties nadat de kaas in kwestie voor de eerste keer op de markt is gebracht;

e) hebben geen betrekking op transacties nadat de kaas in kwestie voor de eerste keer op de markt is gebracht;

f) leiden niet tot de afkondiging van vaste prijzen, zelfs niet van richt- of adviesprijzen;

f) leiden niet tot de afkondiging van vaste prijzen, zelfs niet van richt- of adviesprijzen;

g) leiden niet tot het onverkrijgbaar zijn van grote hoeveelheden van het betrokken product die anders wel verkrijgbaar waren geweest;

g) leiden niet tot het onverkrijgbaar zijn van grote hoeveelheden van het betrokken product die anders wel verkrijgbaar waren geweest;

h) leiden niet tot discriminatie, vormen geen obstakel voor nieuwe toetreders tot de markt, of hebben geen negatieve gevolgen voor kleine producenten;

h) leiden niet tot discriminatie, vormen geen obstakel voor nieuwe toetreders tot de markt, en hebben geen negatieve gevolgen voor kleine producenten;

i) dragen bij tot de kwaliteitshandhaving of ontwikkeling van het betrokken product.

i) dragen bij tot de kwaliteitshandhaving of ontwikkeling van het betrokken product;

j) laten het bepaalde in artikel 149 onverlet.

j) laten het bepaalde in artikel 149 onverlet.

5.  De in lid 1 bedoelde voorschriften worden bekendgemaakt in een officiële publicatie van de betrokken lidstaat.

5.  De in lid 1 bedoelde voorschriften worden bekendgemaakt in een officiële publicatie van de betrokken lidstaat.

6.  De lidstaten verrichten controles om zich ervan te verzekeren dat de in lid 4 vastgestelde voorwaarden zijn vervuld en indien de bevoegde nationale instanties oordelen dat de voorwaarden niet zijn vervuld, trekken de lidstaten de in lid 1 bedoelde voorschriften in.

6.  De lidstaten verrichten controles om zich ervan te verzekeren dat de in lid 4 vastgestelde voorwaarden zijn vervuld en indien de bevoegde nationale instanties oordelen dat de voorwaarden niet zijn vervuld, trekken de lidstaten de in lid 1 bedoelde voorschriften in.

7.  De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van de in lid 1 bedoelde voorschriften die zij hebben vastgesteld. De Commissie stelt de overige lidstaten op de hoogte van deze kennisgevingen.

7.  De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van de in lid 1 bedoelde voorschriften die zij hebben vastgesteld. De Commissie stelt de overige lidstaten op de hoogte van deze kennisgevingen.

8.  De Commissie kan te allen tijde uitvoeringshandelingen vaststellen waarbij wordt bepaald dat een lidstaat de door hem overeenkomstig lid 1 vastgestelde voorschriften intrekt, indien de Commissie van oordeel is dat deze voorschriften niet voldoen aan de in lid 4 vastgestelde voorwaarden, de mededinging in een wezenlijk deel van de interne markt voorkomen of verstoren, de vrije handel belemmeren of het bereiken van de doelstellingen van artikel 39 VWEU in het gedrang brengen. Die uitvoeringshandelingen worden zonder toepassing van de in artikel 229, lid 2 of lid 3 van deze verordening, bedoelde procedure vastgesteld.

8.  De Commissie kan te allen tijde uitvoeringshandelingen vaststellen waarbij wordt bepaald dat een lidstaat de door hem overeenkomstig lid 1 vastgestelde voorschriften intrekt, indien de Commissie van oordeel is dat deze voorschriften niet voldoen aan de in lid 4 vastgestelde voorwaarden, de mededinging in een wezenlijk deel van de interne markt voorkomen of verstoren, de vrije handel belemmeren of het bereiken van de doelstellingen van artikel 39 VWEU in het gedrang brengen. Die uitvoeringshandelingen worden zonder toepassing van de in artikel 229, lid 2 of lid 3, van deze verordening bedoelde procedure vastgesteld. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    112

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 quinquies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 151

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(22 quinquies)  Artikel 151 wordt vervangen door:

Artikel 151

"Artikel 151

Verplichte aangiften in de sector melk en zuivelproducten

Verplichte aangiften in de sector melk en zuivelproducten

Met ingang van 1 april 2015 geven eerste kopers van rauwe melk bij de bevoegde nationale autoriteit aan hoeveel rauwe melk maandelijks aan hen is geleverd.

Met ingang van 1 april 2015 geven eerste kopers van rauwe melk bij de bevoegde nationale autoriteit aan hoeveel rauwe melk maandelijks aan hen is geleverd, evenals de betaalde gemiddelde prijs. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen biologische en niet-biologische landbouwproducten. Indien de eerste koper een coöperatie is, wordt de gemiddelde prijs meegedeeld aan het einde van het in artikel 6, onder c), v), bedoelde verkoopseizoen.

 

De informatie over de gemiddelde prijs wordt als vertrouwelijk beschouwd en de bevoegde autoriteit zorgt ervoor dat de specifieke gemiddelde prijzen en de namen van individuele marktdeelnemers niet bekend worden gemaakt.

Voor de toepassing van dit artikel en artikel 148 wordt onder "eerste koper" verstaan een onderneming of groepering die van een producent melk koopt:

Voor de toepassing van dit artikel en artikel 148 wordt onder "eerste koper" verstaan een onderneming of groepering die van een producent melk koopt:

a) om deze, ook in het kader van een contract, in te zamelen, te verpakken, op te slaan, te koelen of te verwerken;

a) om deze, ook in het kader van een contract, in te zamelen, te verpakken, op te slaan, te koelen of te verwerken;

b) om deze door te verkopen aan een of meer ondernemingen die melk of andere zuivelproducten behandelen of verwerken.

b) om deze door te verkopen aan een of meer ondernemingen die melk of andere zuivelproducten behandelen of verwerken.

De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de in de eerste alinea bedoelde hoeveelheid rauwe melk.

De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de in de eerste alinea bedoelde hoeveelheid rauwe melk en gemiddelde prijs.

De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen tot bepaling van voorschriften betreffende inhoud, vorm en termijnen van dergelijke aangiften en tot bepaling van maatregelen in verband met de kennisgevingen die overeenkomstig dit artikel door de lidstaten moeten worden gedaan. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 229, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen tot bepaling van voorschriften betreffende inhoud, vorm en termijnen van dergelijke aangiften en tot bepaling van maatregelen in verband met de kennisgevingen die overeenkomstig dit artikel door de lidstaten moeten worden gedaan. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 229, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    113

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 - punt 22 sexies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 152

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(22 sexies)  Artikel 152 wordt vervangen door:

Artikel 152

"Artikel 152

Producentenorganisaties

Producentenorganisaties

1.  De lidstaten kunnen, op verzoek, producentenorganisaties erkennen, die:

1.  De lidstaten kunnen, op verzoek, producentenorganisaties erkennen, die:

a) bestaan uit, en overeenkomstig artikel 153, lid 2, onder c), gecontroleerd worden door, producenten uit een in artikel 1, lid 2, bedoelde specifieke sector;

a) bestaan uit, en overeenkomstig artikel 153, lid 2, onder c), gecontroleerd worden door, producenten uit een in artikel 1, lid 2, bedoelde specifieke sector;

b) zijn opgericht op initiatief van de producenten zelf en ten minste een van de volgende activiteiten verrichten:

b) zijn opgericht op initiatief van de producenten zelf en ten minste een van de volgende activiteiten verrichten:

i) gezamenlijke verwerking;

i) gezamenlijke verwerking;

ii) gezamenlijke distributie, waaronder gezamenlijke verkoopplatformen of gezamenlijk vervoer;

ii) gezamenlijke distributie, waaronder gezamenlijke verkoopplatformen of gezamenlijk vervoer;

iii) gezamenlijke verpakking, etikettering of verkoopbevordering;

iii) gezamenlijke verpakking, etikettering of verkoopbevordering;

iv) gezamenlijke organisatie van kwaliteitscontrole;

iv) gezamenlijke organisatie van kwaliteitscontrole;

v) gezamenlijk gebruik van uitrusting of opslagfaciliteiten;

v) gezamenlijk gebruik van uitrusting of opslagfaciliteiten;

vi) gezamenlijk beheer van afval dat rechtstreeks voortkomt uit de productie;

vi) gezamenlijk beheer van afval dat rechtstreeks voortkomt uit de productie;

vii) gezamenlijke aanschaf van productiemiddelen;

vii) gezamenlijke aanschaf van productiemiddelen;

viii) andere gezamenlijke activiteiten in verband met diensten waarbij een van de onder c) van dit lid opgesomde doelstellingen wordt nagestreefd;

viii) andere gezamenlijke activiteiten in verband met diensten waarbij een van de onder c) van dit lid opgesomde doelstellingen wordt nagestreefd;

c) een specifieke doelstelling nastreven, die kan bestaan uit ten minste één van de volgende doelen:

c) een specifieke doelstelling nastreven, die kan bestaan uit ten minste één van de volgende doelen:

i) verzekeren dat de productie wordt gepland en op de vraag wordt afgestemd, met name wat omvang en kwaliteit betreft;

i) verzekeren dat de productie wordt gepland en op de vraag wordt afgestemd, met name wat omvang en kwaliteit betreft;

ii) het aanbod en de afzet van de producten van haar leden concentreren, ook via direct marketing;

ii) het aanbod en de afzet van de producten van haar leden concentreren, ook via direct marketing;

iii) de productiekosten en het rendement op investeringen om de normen met betrekking tot milieu en dierenwelzijn te halen, optimaliseren en de producentenprijzen stabiliseren;

iii) de productiekosten en het rendement op investeringen om de normen met betrekking tot milieu en dierenwelzijn te halen, optimaliseren en de producentenprijzen stabiliseren;

iv) onderzoek verrichten en initiatieven ontwikkelen op het gebied van duurzame productiemethoden, innovatieve praktijken, economische concurrentiekracht en marktontwikkelingen;

iv) onderzoek verrichten en initiatieven ontwikkelen op het gebied van duurzame productiemethoden, innovatieve praktijken, economische concurrentiekracht en marktontwikkelingen;

v) het gebruik van milieuvriendelijke teeltmethoden, productietechnieken en goede praktijken en technieken op het gebied van dierenwelzijn bevorderen en daarvoor technische bijstand verstrekken;

v) het gebruik van milieuvriendelijke teeltmethoden, productietechnieken en goede praktijken en technieken op het gebied van dierenwelzijn bevorderen en daarvoor technische bijstand verstrekken;

vi) het gebruik van productienormen bevorderen en daarvoor technische bijstand verstrekken, de productkwaliteit verbeteren en producten ontwikkelen met een beschermde oorsprongsbenaming, een beschermde geografische aanduiding of een nationaal kwaliteitskeurmerk;

vi) het gebruik van productienormen bevorderen en daarvoor technische bijstand verstrekken, de productkwaliteit verbeteren en producten ontwikkelen met een beschermde oorsprongsbenaming, een beschermde geografische aanduiding of een nationaal kwaliteitskeurmerk;

vii) bijproducten, en met name afval, beheren ter bescherming van de water-, bodem- en landschapskwaliteit, en de biodiversiteit in stand houden of verbeteren;

vii) bijproducten, residustromen en met name afval, beheren en valoriseren ter bescherming van de water-, bodem- en landschapskwaliteit, en de biodiversiteit in stand houden of verbeteren en impulsen geven aan circulariteit;

viii) bijdragen tot duurzaam gebruik van de natuurlijke hulpbronnen en tot matiging van de klimaatverandering;

viii) bijdragen tot duurzaam gebruik van de natuurlijke hulpbronnen en tot matiging van de klimaatverandering;

ix) initiatieven ontwikkelen op het gebied van afzetbevordering;

ix) initiatieven ontwikkelen op het gebied van afzetbevordering;

x) het beheer waarnemen van de onderlinge fondsen die zijn bedoeld in de operationele programma's in de sector groenten en fruit bedoeld in artikel 33, lid 3, onder d), van deze verordening en artikel 36 van Verordening (EU) nr. 1305/2013;

x) het beheer waarnemen van de onderlinge fondsen;

xi) de nodige technische ondersteuning verlenen voor het gebruik van de regelingen voor termijnmarkten en landbouwverzekeringsstelsels;

xi) de nodige technische ondersteuning verlenen voor het gebruik van de regelingen voor termijnmarkten en landbouwverzekeringsstelsels.

1 bis.  In afwijking van artikel 101, lid 1, VWEU, kan een op grond van lid 1 van dit artikel erkende producentenorganisatie namens haar leden met betrekking tot de totale productie van die leden of een gedeelte daarvan, de productie plannen, de productiekosten optimaliseren, producten op de markt brengen en over contracten voor de levering van landbouwproducten onderhandelen.

1 bis.  In afwijking van artikel 101, lid 1, VWEU, kan een op grond van lid 1 van dit artikel erkende producentenorganisatie namens haar leden met betrekking tot de totale productie van die leden of een gedeelte daarvan, de productie plannen, de productiekosten optimaliseren, producten op de markt brengen en over contracten voor de levering van landbouwproducten onderhandelen.

De in de eerste alinea bedoelde activiteiten kunnen worden verricht:

De in de eerste alinea bedoelde activiteiten kunnen worden verricht:

a) op voorwaarde dat een of meer van de activiteiten als bedoeld in lid 1, onder b), i) tot en met vii), werkelijk worden verricht, waardoor wordt bijgedragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 39 VWEU;

a) op voorwaarde dat een of meer van de activiteiten als bedoeld in lid 1, onder b), i) tot en met vii), werkelijk worden verricht, waardoor wordt bijgedragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 39 VWEU;

b) op voorwaarde dat de producentenorganisatie het aanbod concentreert en de producten van zijn leden op de markt brengt, ongeacht of de eigendom van de landbouwproducten door de producenten wordt overgedragen aan de producentenorganisatie;

b) op voorwaarde dat de producentenorganisatie het aanbod concentreert en de producten van zijn leden op de markt brengt, ongeacht of de eigendom van de landbouwproducten door de producenten wordt overgedragen aan de producentenorganisatie;

c) ongeacht of de onderhandelde prijs geldt voor de gezamenlijke productie van alle, dan wel een deel van de leden;

c) ongeacht of de onderhandelde prijs geldt voor de gezamenlijke productie van alle, dan wel een deel van de leden;

d) op voorwaarde dat de betrokken producenten niet zijn aangesloten bij een andere producentenorganisatie wat betreft de producten waarop in de eerste alinea bedoelde activiteiten betrekking hebben;

d) op voorwaarde dat de betrokken producenten niet zijn aangesloten bij een andere producentenorganisatie wat betreft de producten waarop in de eerste alinea bedoelde activiteiten betrekking hebben;

e) op voorwaarde dat het lidmaatschap van de landbouwer van een coöperatie die zelf geen lid is van de betrokken producentenorganisaties, geen verplichting inhoudt dat het landbouwproduct dient te worden geleverd overeenkomstig de voorwaarden die in de statuten van de coöperatie of de bij die statuten vastgestelde of daaruit voortvloeiende voorschriften en besluiten zijn neergelegd.

e) op voorwaarde dat het lidmaatschap van de landbouwer van een coöperatie die zelf geen lid is van de betrokken producentenorganisaties, geen verplichting inhoudt dat het landbouwproduct dient te worden geleverd overeenkomstig de voorwaarden die in de statuten van de coöperatie of de bij die statuten vastgestelde of daaruit voortvloeiende voorschriften en besluiten zijn neergelegd.

Lidstaten kunnen evenwel in naar behoren gemotiveerde gevallen afwijken van de in de tweede alinea, punt d), omschreven voorwaarde indien landbouwers twee verschillende productie-eenheden hebben die zich in verschillende geografische gebieden bevinden.

Lidstaten kunnen evenwel in naar behoren gemotiveerde gevallen afwijken van de in de tweede alinea, punt d), omschreven voorwaarde indien landbouwers twee verschillende productie-eenheden hebben die zich in verschillende geografische gebieden bevinden.

1 ter.  Voor de toepassing van dit artikel worden met "producentenorganisaties" tevens unies van producentenorganisaties die zijn erkend op grond van artikel 156, lid 1, bedoeld, voor zover dergelijke unies voldoen aan de vereisten van het eerste lid van dit artikel.

1 ter.  Voor de toepassing van dit artikel worden met "producentenorganisaties" tevens unies van producentenorganisaties die zijn erkend op grond van artikel 156, lid 1, bedoeld, voor zover dergelijke unies voldoen aan de vereisten van het eerste lid van dit artikel.

1 quater.  De nationale mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1/2003 kan in individuele gevallen besluiten dat, in de toekomst, een of meer van de in lid 1 bis, eerste alinea, bedoelde activiteiten moeten worden aangepast, stopgezet of helemaal niet mogen plaatshebben, indien zij dit noodzakelijk acht om te voorkomen dat de mededinging wordt uitgesloten of indien zij van oordeel is dat de doelstellingen van artikel 39 VWEU in gevaar worden gebracht.

1 quater.  De nationale mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1/2003 kan in individuele gevallen besluiten dat, in de toekomst, een of meer van de in lid 1 bis, eerste alinea, bedoelde activiteiten moeten worden aangepast, stopgezet of helemaal niet mogen plaatshebben, indien zij dit noodzakelijk acht om te voorkomen dat de mededinging wordt uitgesloten of indien zij van oordeel is dat de doelstellingen van artikel 39 VWEU in gevaar worden gebracht.

Het in de eerste alinea van dit lid bedoelde besluit wordt, met betrekking tot onderhandelingen over meer dan één lidstaat, door de Commissie genomen zonder toepassing van de in artikel 229, lid 2 of lid 3, bedoelde procedure.

Het in de eerste alinea van dit lid bedoelde besluit wordt, met betrekking tot onderhandelingen over meer dan één lidstaat, door de Commissie genomen zonder toepassing van de in artikel 229, lid 2 of lid 3, bedoelde procedure.

Wanneer de nationale mededingingsautoriteit overeenkomstig de eerste alinea van dit lid handelt, stelt zij de Commissie vóór of onmiddellijk na het initiëren van de eerste formele maatregel van het onderzoek hiervan schriftelijk op de hoogte, en deelt zij de Commissie de besluiten mee direct nadat ze genomen zijn.

Wanneer de nationale mededingingsautoriteit overeenkomstig de eerste alinea van dit lid handelt, stelt zij de Commissie vóór of onmiddellijk na het initiëren van de eerste formele maatregel van het onderzoek hiervan schriftelijk op de hoogte, en deelt zij de Commissie de besluiten mee direct nadat ze genomen zijn.

De in dit lid bedoelde besluiten worden pas van toepassing op de datum van kennisgeving van het besluit aan de betrokken ondernemingen.

De in dit lid bedoelde besluiten worden pas van toepassing op de datum van kennisgeving van het besluit aan de betrokken ondernemingen.

2.  Een uit hoofde van lid 1 erkende producentenorganisatie kan verder erkend blijven indien zij actief is in de afzet van andere producten die onder GN-code ex 22 08 vallen dan die bedoeld in bijlage I bij de Verdragen, mits het aandeel van deze producten niet meer bedraagt dan 49 % van de totale waarde van de in de handel gebrachte productie van de producentenorganisatie en deze producten geen steunmaatregelen van de Unie genieten. Deze producten worden, voor de producentenorganisaties in de sector groeten en fruit, niet in aanmerking genomen bij de berekening van de waarde van de afgezette productie met het oog op de toepassing van artikel 34, lid 2.

2.  Een uit hoofde van lid 1 erkende producentenorganisatie kan verder erkend blijven indien zij actief is in de afzet van andere producten die onder GN-code ex 2208 vallen dan die bedoeld in bijlage I bij de Verdragen, mits het aandeel van deze producten niet meer bedraagt dan 49 % van de totale waarde van de in de handel gebrachte productie van de producentenorganisatie en deze producten geen steunmaatregelen van de Unie genieten. Deze producten worden, voor de producentenorganisaties in de sector groeten en fruit, niet in aanmerking genomen bij de berekening van de waarde van de afgezette productie met het oog op de toepassing van artikel 34, lid 2. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    114

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 septies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 153

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(22 septies)  Artikel 153 wordt vervangen door:

Artikel 153

"Artikel 153

Statuten van producentenorganisaties

Statuten van producentenorganisaties

  Op grond van de statuten van een producentenorganisatie zijn de aangesloten producenten met name verplicht:

1.  Op grond van de statuten van een producentenorganisatie zijn de aangesloten producenten met name verplicht:

a) de door de producentenorganisaties vastgestelde voorschriften inzake de verstrekking van productiegegevens, productie, afzet en milieubescherming toe te passen;

a) de door de producentenorganisaties vastgestelde voorschriften inzake de verstrekking van productiegegevens, productie, afzet en milieubescherming toe te passen;

b) zich per geproduceerd product slechts bij een enkele producentenorganisatie aan te sluiten; lidstaten kunnen evenwel in naar behoren gemotiveerde gevallen afwijken van deze voorwaarde indien landbouwers twee verschillende productie-eenheden hebben die zich in verschillende geografische gebieden bevinden;

b) zich per geproduceerd product slechts bij een enkele producentenorganisatie aan te sluiten; lidstaten kunnen evenwel in naar behoren gemotiveerde gevallen afwijken van deze voorwaarde indien landbouwers twee verschillende productie-eenheden hebben die zich in verschillende geografische gebieden bevinden, of indien de specifieke producten van de aangesloten producenten duidelijk herkenbaar zijn en bestemd zijn voor verschillende doeleinden;

c) de door de producentenorganisatie voor statistische doeleinden gevraagde inlichtingen te verstrekken.

c) de door de producentenorganisatie voor statistische doeleinden gevraagde inlichtingen te verstrekken.

2.  De statuten van een producentenorganisatie voorzien ook in:

2.  De statuten van een producentenorganisatie voorzien ook in:

a) procedures voor het bepalen, het vaststellen en het wijzigen van de in lid 1, onder a), bedoelde voorschriften;

a) procedures voor het bepalen, het vaststellen en het wijzigen van de in lid 1, onder a), bedoelde voorschriften;

b) door de leden te betalen financiële bijdragen voor de financiering van de producentenorganisatie;

b) door de leden te betalen financiële bijdragen voor de financiering van de producentenorganisatie;

c) voorschriften op grond waarvan de aangesloten producenten op democratische wijze toezicht kunnen uitoefenen op hun organisatie en haar besluiten;

c) voorschriften op grond waarvan de aangesloten producenten op democratische wijze toezicht kunnen uitoefenen op hun organisatie en haar besluiten, evenals op haar boekhouding en begrotingen;

d) sancties bij overtreding van de statutaire verplichtingen, met name bij niet-betaling van de financiële bijdragen, of van de door de telersvereniging vastgestelde voorschriften;

d) sancties bij overtreding van de statutaire verplichtingen, met name bij niet-betaling van de financiële bijdragen, of van de door de telersvereniging vastgestelde voorschriften;

e) voorschriften ten aanzien van de toelating van nieuwe leden, in het bijzonder een minimale lidmaatschapsduur van een jaar;

e) voorschriften ten aanzien van de toelating van nieuwe leden, in het bijzonder een minimale lidmaatschapsduur van een jaar;

f) de voor de werking van de organisatie vereiste boekhoudkundige en budgettaire voorschriften.

f) de voor de werking van de organisatie vereiste boekhoudkundige en budgettaire voorschriften.

3.  De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op producentenorganisaties in de sector melk en zuivelproducten.

3.  De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op producentenorganisaties in de sector melk en zuivelproducten. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    115

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1 – punt 22 octies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 154

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(22 octies)  Artikel 154 wordt vervangen door:

Artikel 154

"Artikel 154

Erkenning van producentenorganisaties

Erkenning van producentenorganisaties

1.  Teneinde erkend te worden door een lidstaat, is de producentenorganisatie die deze erkenning vraagt een rechtspersoon of een duidelijk omschreven deel van een rechtspersoon die:

1.  Teneinde erkend te worden door een lidstaat, is de producentenorganisatie die deze erkenning vraagt een rechtspersoon of een duidelijk omschreven deel van een rechtspersoon die:

a) voldoet aan de in artikel 152, lid 1, onder a), b) en c), gestelde eisen;

a) voldoet aan de in artikel 152, lid 1, onder a), b) en c), gestelde eisen;

b) een door de betrokken lidstaat vast te stellen minimum ledental heeft en/of over een minimale hoeveelheid of waarde afzetbare producten beschikt in het afzetgebied waar zij actief is;

b) een door de betrokken lidstaat vast te stellen minimum ledental heeft en/of over een minimale hoeveelheid of waarde afzetbare producten beschikt in het afzetgebied waar zij actief is. Deze bepalingen mogen geen belemmering vormen voor de erkenning van producentenorganisaties met een marginale productie;

c) voldoende bewijs levert dat zij in staat is haar werk naar behoren te verrichten, vanuit het oogpunt van duur, efficiëntie, personele, materiële en technische ondersteuning van haar leden, alsook zoals passende van concentratie van het aanbod;

c) voldoende bewijs levert dat zij in staat is haar werk naar behoren te verrichten, vanuit het oogpunt van duur, efficiëntie, personele, materiële en technische ondersteuning van haar leden, alsook zoals passende van concentratie van het aanbod;

d) over statuten beschikt die in overeenstemming zijn met de onder a), b) en c).

d) over statuten beschikt die in overeenstemming zijn met het bepaalde onder a), b) en c).

1 bis.  De lidstaten kunnen, op verzoek, besluiten meer dan één erkenning toe te kennen aan een producentenorganisatie die in verscheidene van de in artikel 1, lid 2, bedoelde sectoren werkzaam is, op voorwaarde dat die producentenorganisatie voor elke sector waarvoor zij de erkenning vraagt, aan de in lid 1 van dit artikel bedoelde voorwaarden voldoet.

1 bis.  De lidstaten kunnen, op verzoek, besluiten meer dan één erkenning toe te kennen aan een producentenorganisatie die in verscheidene van de in artikel 1, lid 2, bedoelde sectoren werkzaam is, op voorwaarde dat die producentenorganisatie voor elke sector waarvoor zij de erkenning vraagt, aan de in lid 1 van dit artikel bedoelde voorwaarden voldoet.

2.  De lidstaten kunnen besluiten dat producentenorganisaties die vóór 1 januari 2018 zijn erkend en die aan de voorwaarden van lid 1 van dit artikel voldoen, geacht worden als producentenorganisatie erkend te zijn overeenkomstig artikel 152.

2.  De lidstaten kunnen besluiten dat producentenorganisaties die vóór 1 januari 2018 zijn erkend en die aan de voorwaarden van lid 1 van dit artikel voldoen, geacht worden als producentenorganisatie erkend te zijn overeenkomstig artikel 152.

3.  De lidstaten trekken de erkenning van producentenorganisaties die zijn erkend vóór 1 januari 2018, maar die niet voldoen aan de voorwaarden van lid 1 van dit artikel, uiterlijk op 31 december 2020 in.

3.  De lidstaten trekken de erkenning van producentenorganisaties die zijn erkend vóór 1 januari 2018, maar die niet voldoen aan de voorwaarden van lid 1 van dit artikel, uiterlijk op 31 december 2020 in.

4.  De lidstaten:

4.  De lidstaten:

a) nemen, binnen vier maanden na de indiening van een van alle relevante bewijsstukken vergezeld erkenningsverzoek, een besluit inzake de erkenning van een producentenorganisatie; dit verzoek wordt ingediend in de lidstaat waar de organisatie haar hoofdzetel heeft;

a) nemen, binnen vier maanden na de indiening van een van alle relevante bewijsstukken vergezeld erkenningsverzoek, een besluit inzake de erkenning van een producentenorganisatie; dit verzoek wordt ingediend in de lidstaat waar de organisatie haar hoofdzetel heeft;

b) verrichten op gezette tijden die zij zelf bepalen, controles om zich ervan te verzekeren dat de erkende producentenorganisaties dit hoofdstuk naleven;

b) verrichten op gezette tijden die zij zelf bepalen, controles om zich ervan te verzekeren dat de erkende producentenorganisaties dit hoofdstuk naleven;

c) leggen die producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties in geval van niet-naleving van of onregelmatigheden bij de toepassing van de in dit hoofdstuk bedoelde maatregelen de toepasselijke sancties op die zij hebben vastgesteld, en besluiten zo nodig de erkenning in te trekken;

c) leggen die producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties in geval van niet-naleving van of onregelmatigheden bij de toepassing van de in dit hoofdstuk bedoelde maatregelen de toepasselijke sancties op die zij hebben vastgesteld, en besluiten zo nodig de erkenning in te trekken;

d) brengen de Commissie elk jaar uiterlijk op 31 maart, op de hoogte van alle gedurende het voorgaande kalenderjaar genomen besluiten tot toekenning, weigering of intrekking van erkenning.

d) brengen de Commissie elk jaar, uiterlijk op 31 maart, op de hoogte van alle gedurende het voorgaande kalenderjaar genomen besluiten tot toekenning, weigering of intrekking van erkenning. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    116

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 nonies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 156

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(22 nonies)  Artikel 156 wordt vervangen door:

Artikel 156

"Artikel 156

Unies van producentenorganisaties

Unies van producentenorganisaties

1.  De lidstaten kunnen, op verzoek, unies van producentenorganisaties erkennen die actief zijn in een in artikel 1, lid 2, bedoelde specifieke sector en die zijn opgericht op initiatief van erkende producentenorganisaties. Met inachtneming van de op grond van artikel 173 vastgestelde voorschriften kunnen unies van producentenorganisaties dezelfde activiteiten of taken uitvoeren als producentenorganisaties.

1.  De lidstaten kunnen, op verzoek, unies van producentenorganisaties erkennen die actief zijn in een in artikel 1, lid 2, bedoelde specifieke sector en die zijn opgericht op initiatief van erkende producentenorganisaties en/of unies van producentenorganisaties. Met inachtneming van de op grond van artikel 173 vastgestelde voorschriften kunnen unies van producentenorganisaties dezelfde activiteiten of taken uitvoeren als producentenorganisaties.

2.  In afwijking van lid 1, kunnen de lidstaten, op verzoek, een unie van erkende producentenorganisaties in de sector melk en zuivelproducten erkennen indien de betrokken lidstaat van oordeel is dat de unie in staat is alle activiteiten van een erkende producentenorganisatie daadwerkelijk te verrichten en voldoet aan de in artikel 161, lid 1, vastgestelde voorwaarden.

2.  In afwijking van lid 1, kunnen de lidstaten, op verzoek, een unie van erkende producentenorganisaties in de sector melk en zuivelproducten erkennen indien de betrokken lidstaat van oordeel is dat de unie in staat is alle activiteiten van een erkende producentenorganisatie daadwerkelijk te verrichten en voldoet aan de in artikel 161, lid 1, vastgestelde voorwaarden. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    117

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 decies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 157

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(22 decies)  Artikel 157 wordt vervangen door:

Artikel 157

"Artikel 157

Brancheorganisaties

Brancheorganisaties

1.  De lidstaten kunnen daarom verzoekende brancheorganisaties erkennen die actief zijn in een specifieke, in artikel 1, lid 2, vermelde sector en die:

1.  De lidstaten kunnen daarom verzoekende brancheorganisaties erkennen die actief zijn in een specifieke, in artikel 1, lid 2, vermelde sector en die:

a) bestaan uit vertegenwoordigers van beroepsgroepen die betrokken zijn bij de productie en bij ten minste een van de volgende stadia van de toeleveringsketen: de verwerking of verhandeling, met inbegrip van de distributie, van producten van één of meer sectoren;

a) bestaan uit vertegenwoordigers van beroepsgroepen die betrokken zijn bij de productie en bij ten minste een van de volgende stadia van de toeleveringsketen: de verwerking of verhandeling, met inbegrip van de distributie, van producten van één of meer sectoren;

b) zijn opgericht op initiatief van alle of een deel van de aangesloten organisaties of unies;

b) zijn opgericht op initiatief van alle of een deel van de aangesloten organisaties of unies;

c) ter behartiging van de belangen van hun leden en de consumenten een specifieke doelstelling nastreven, die in het bijzonder kan bestaan uit één van de volgende doelen:

c) ter behartiging van de belangen van al hun leden en de consumenten een specifieke doelstelling nastreven, die in het bijzonder kan bestaan uit één van de volgende doelen:

i) de kennis inzake en de doorzichtigheid van de productie en de markt verbeteren, onder meer door bekendmaking van geaggregeerde statistische gegevens over de productiekosten en de prijzen - eventueel vergezeld van prijsindicatoren, de volumes en de looptijd van vooraf gesloten contracten - alsook middels terbeschikkingstelling van analyses van potentiële toekomstige marktontwikkelingen op regionaal, nationaal of internationaal niveau;

i) de kennis inzake en de doorzichtigheid van de productie en de markt verbeteren, onder meer door bekendmaking van geaggregeerde statistische gegevens over de productiekosten en de prijzen - eventueel vergezeld van prijsindicatoren, de volumes en de looptijd van vooraf gesloten contracten - alsook middels terbeschikkingstelling van analyses van potentiële toekomstige marktontwikkelingen op regionaal, nationaal of internationaal niveau;

ii) de raming van het productiepotentieel, en de notering van de publieke marktprijzen;

ii) de raming van het productiepotentieel, en de notering van de publieke marktprijzen;

iii) bijdragen tot een betere coördinatie van de wijze waarop producten op de markt worden gebracht, in het bijzonder aan de hand van onderzoek en marktstudies;

iii) bijdragen tot een betere coördinatie van de wijze waarop producten op de markt worden gebracht, in het bijzonder aan de hand van onderzoek en marktstudies;

iv) verkenning van potentiële exportmarkten;

iv) verkenning van potentiële exportmarkten;

v) onverminderd de artikelen 148 en 168, het opstellen van standaardcontracten die verenigbaar zijn met de voorschriften van de Unie voor de verkoop van landbouwproducten aan kopers en/of de toelevering van verwerkte producten aan distributeurs en kleinhandelaren, rekening houdend met de noodzaak om eerlijke mededingingsvoorwaarden tot stand te brengen en verstoringen van de markt te voorkomen;

v) onverminderd de artikelen 148 en 168, het opstellen van standaardcontracten die verenigbaar zijn met de voorschriften van de Unie voor de verkoop van landbouwproducten aan kopers en/of de toelevering van verwerkte producten aan distributeurs en kleinhandelaren, rekening houdend met de noodzaak om eerlijke mededingingsvoorwaarden tot stand te brengen en verstoringen van de markt te voorkomen. Die standaardcontracten kunnen betrekking hebben op twee of meer ondernemingen die werkzaam zijn in een verschillend stadium van de productie-, verwerkings- of distributieketen, en relevante indicatoren en economische indices bevatten op basis van de relevante productiekosten en de ontwikkeling daarvan, waarbij evenwel ook rekening wordt gehouden met productcategorieën en de verschillende marktkansen daarvan, indicatoren voor de waardebepaling van producten, de op de markten waargenomen prijzen van landbouwproducten en levensmiddelen en de schommelingen van die prijzen, en met de criteria die verband houden met de samenstelling, kwaliteit, traceerbaarheid en inhoud van het productdossier;

vi) het potentieel van de producten optimaal benutten, ook wat de afzetmogelijkheden betreft, en initiatieven ontwikkelen om de economische concurrentiekracht en het innovatievermogen te verbeteren;

vi) het potentieel van de producten optimaal benutten, ook wat de afzetmogelijkheden betreft, en initiatieven ontwikkelen om de economische concurrentiekracht en het innovatievermogen te verbeteren;

vii) gegevens verschaffen en onderzoek verrichten om de productie en in voorkomend geval de verwerking en de afzet te vernieuwen, te rationaliseren, te verbeteren en te richten op producten die beter op de eisen van de markt en op de smaak en de verwachtingen van de consument zijn afgestemd, met name wat de kwaliteit van de producten betreft, inclusief de specifieke kenmerken van producten met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding, en wat de bescherming van het milieu betreft;

vii) gegevens verschaffen en onderzoek verrichten om de productie en in voorkomend geval de verwerking en de afzet te vernieuwen, te rationaliseren, te verbeteren en te richten op producten die beter op de eisen van de markt en op de smaak en de verwachtingen van de consument zijn afgestemd, met name wat de kwaliteit van de producten betreft, inclusief de specifieke kenmerken van producten met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding, en wat de bescherming van het milieu, klimaatactie, diergezondheid en dierenwelzijn betreft;

viii) methoden zoeken die minder diergeneesmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen vergen, het verbruik van andere productiemiddelen optimaliseren, de kwaliteit van de producten en het behoud van bodem en water garanderen, de voedselveiligheid met name middels traceerbaarheid van producten bevorderen, alsook de gezondheid en het welzijn van dieren verbeteren;

viii) methoden zoeken die minder diergeneesmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen vergen, het verbruik van andere productiemiddelen optimaliseren, de kwaliteit van de producten en het behoud van bodem en water garanderen, de voedselveiligheid met name middels traceerbaarheid van producten bevorderen, alsook de gezondheid en het welzijn van dieren verbeteren;

ix) methoden en instrumenten ontwikkelen om de kwaliteit van het product te verbeteren in alle stadia van de productie, alsook in voorkomend geval van de verwerking en de afzet;

ix) methoden en instrumenten ontwikkelen om de kwaliteit van het product te verbeteren in alle stadia van de productie, alsook in voorkomend geval van de verwerking en de afzet;

x) alles in het werk stellen om de biologische landbouw, de oorsprongsbenamingen, de kwaliteitslabels en de geografische aanduidingen te verdedigen, te beschermen en te bevorderen;

x) alles in het werk stellen om de biologische landbouw, de oorsprongsbenamingen, de kwaliteitslabels en de geografische aanduidingen te verdedigen, te beschermen en te bevorderen;

xi) onderzoek naar een geïntegreerde, duurzame productie of naar andere milieuvriendelijke productiemethoden bevorderen en verrichten;

xi) onderzoek naar een geïntegreerde, duurzame productie of naar andere milieuvriendelijke productiemethoden bevorderen en verrichten;

xii) een gezonde en verantwoorde consumptie van de producten in de interne markt stimuleren en/of voorlichting verstrekken over de schade die wordt veroorzaakt door riskante consumptiepatronen;

xii) een gezonde en verantwoorde consumptie van de producten in de interne markt stimuleren en/of voorlichting verstrekken over de schade die wordt veroorzaakt door riskante consumptiepatronen;

xiii) de consumptie van de producten bevorderen en/of voorlichting over de producten in de interne markt en de externe markten verstrekken;

xiii) de consumptie van de producten bevorderen en/of voorlichting over de producten in de interne markt en de externe markten verstrekken;

xiv) bijdragen aan het beheer van bijproducten en de beperking en het beheer van afvalstoffen;

xiv) bijdragen aan het beheer van en initiatieven ontwikkelen voor de valorisatie van bijproducten en de beperking en het beheer van afvalstoffen;

xv) standaardclausules betreffende waardeverdeling, waaronder op de markt gegenereerde winsten en verliezen, in de zin van artikel 172 bis vaststellen, waarin wordt bepaald hoe ontwikkelingen van de relevante marktprijzen van de betrokken producten of andere grondstoffenmarkten tussen hen moeten worden toegewezen;

xv) standaardclausules betreffende waardeverdeling, waaronder op de markt gegenereerde winsten en verliezen, vaststellen, waarin wordt bepaald hoe ontwikkelingen van de relevante marktprijzen van de betrokken producten of andere grondstoffenmarkten tussen marktdeelnemers in de bevoorradingsketen moeten worden toegewezen;

 

xv bis) standaardclausules vaststellen voor een billijke vergoeding van de kosten die landbouwers maken om te voldoen aan bovenwettelijke vereisten inzake milieu, klimaat, diergezondheid en dierenwelzijn, met inbegrip van methoden om die kosten te berekenen;

xvi) maatregelen uitvoeren om risico's in verband met de gezondheid van dieren, gewasbescherming en het milieu te voorkomen en te beheren.

xvi) maatregelen uitvoeren om risico's in verband met de gezondheid van dieren, gewasbescherming en het milieu te voorkomen en te beheren of om preventie en bestrijding op fytosanitair gebied te bevorderen, onder meer door het opzetten en beheren van onderlinge fondsen;

 

xvi bis) bijdragen tot transparante handelsbetrekkingen tussen de verschillende stadia van de keten, met name via de ontwikkeling en toepassing van en de controle op het voldoen aan technische normen door leden van de sector.

1 bis.  De lidstaten kunnen, op verzoek, besluiten meer dan één erkenning toe te kennen aan een brancheorganisatie die in verscheidene van de in artikel 1, lid 2, bedoelde sectoren werkzaam is, op voorwaarde dat die brancheorganisatie voor elke sector waarvoor zij de erkenning vraagt, aan de in lid 1 en, in voorkomend geval, lid 3 bedoelde voorwaarden voldoet.

1 bis.  De lidstaten kunnen, op verzoek, besluiten meer dan één erkenning toe te kennen aan een brancheorganisatie die in verscheidene van de in artikel 1, lid 2, bedoelde sectoren werkzaam is, op voorwaarde dat die brancheorganisatie voor elke sector waarvoor zij de erkenning vraagt, aan de in lid 1 en, in voorkomend geval, lid 3 bedoelde voorwaarden voldoet.

2.  In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen de lidstaten evenwel volgens objectieve en niet-discriminerende criteria besluiten dat de voorwaarde in artikel 158, lid 1, onderc), vervuld is door het aantal brancheorganisaties op regionaal of nationaal niveau te beperken, indien de nationale voorschriften die vóór 1 januari 2014 van kracht zijn, daarin voorzien en indien de werking van de interne markt daardoor niet wordt gehinderd.

2.  In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen de lidstaten evenwel volgens objectieve en niet-discriminerende criteria besluiten dat de voorwaarde in artikel 158, lid 1, onder c), vervuld is door het aantal brancheorganisaties op regionaal of nationaal niveau te beperken, indien de nationale voorschriften die vóór 1 januari 2014 van kracht zijn, daarin voorzien en indien de werking van de interne markt daardoor niet wordt gehinderd.

3.  In afwijking van lid 1, kunnen de lidstaten in de sector melk en zuivelproducten erkenning verlenen aan brancheorganisaties die:

 

a) formeel erkenning hebben aangevraagd en bestaan uit vertegenwoordigers van beroepsgroepen die betrokken zijn bij de productie van rauwe melk en betrokken zijn bij ten minste een van de volgende stadia van de bevoorradingsketen: de verwerking of verhandeling, inclusief distributie, van producten van de sector melk en zuivelproducten;

 

b) zijn samengesteld op initiatief van alle of sommige van de onder a) bedoelde vertegenwoordigers;

"

c) in één of meer regio's van de Unie één of meer van de hieronder vermelde activiteiten uitoefenen, daarbij rekening houdend met de belangen van de leden van deze brancheorganisaties en van de consument:

 

i) het verbeteren van de kennis inzake en de doorzichtigheid van de productie en de markt, onder meer door statistische gegevens over de prijzen, de volumes en de looptijd van vooraf gesloten contracten voor de levering van rauwe melk bekend te maken en door analyses van potentiële toekomstige marktontwikkelingen op regionaal, nationaal en internationaal niveau te verstrekken;

 

ii) het bijdragen tot een betere coördinatie van de wijze waarop producten van de sector melk en zuivelproducten op de markt worden gebracht, onder meer door middel van onderzoek en marktstudies;

 

iii) het bevorderen van consumptie van en informatieverstrekking over melk en zuivelproducten op zowel de interne als de externe markten;

 

iv) verkenning van potentiële exportmarkten;

 

v) het opstellen van standaardcontracten die verenigbaar zijn met de voorschriften van de Unie voor de verkoop van rauwe melk aan afnemers of de levering van verwerkte producten aan distributeurs en de kleinhandel, rekening houdend met de noodzaak eerlijke concurrentievoorwaarden te verwezenlijken en marktverstoringen te voorkomen;

 

vi) het verstrekken van informatie en het verrichten van onderzoek om de productie af te stemmen op de eisen van de markt en op de smaak en de wensen van de consument, met name inzake productkwaliteit en milieubescherming;

 

vii) het in stand houden en ontwikkelen van het productiepotentieel van de sector melk en zuivelproducten, onder meer door het bevorderen van innovatie en het ondersteunen van programma's voor toegepaste onderzoek en ontwikkeling om het potentieel van melk en zuivelproducten ten volle te benutten, vooral om producten met toegevoegde waarde te creëren die aantrekkelijker zijn voor de consument,

 

viii) het zoeken naar methoden die minder veterinaire producten vergen; het verbeteren van het beheer van andere productiemiddelen en het bevorderen van de voedselveiligheid en de diergezondheid;

 

ix) het ontwikkelen van methoden en instrumenten om de kwaliteit van het product te verbeteren in alle stadia van de productie en de afzet;

 

x) het beter benutten van het potentieel van de biologische landbouw en het bevorderen van deze landbouw alsmede van de vervaardiging van producten met oorsprongsbenamingen, kwaliteitsmerken en geografische aanduidingen; en

 

xi) het bevorderen van geïntegreerde productie of van andere milieuvriendelijke productiemethoden.

 

xii) standaardclausules betreffende waardeverdeling, waaronder op de markt gegenereerde winsten en verliezen, in de zin van artikel 172 bis vaststellen, waarin wordt bepaald hoe ontwikkelingen van de relevante marktprijzen van de betrokken producten of andere grondstoffenmarkten tussen hen moeten worden toegewezen; en

 

xiii) maatregelen uitvoeren om risico's in verband met de gezondheid van dieren, gewasbescherming en het milieu te voorkomen en te beheren.

 

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    118

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 undecies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 158 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 undecies)  In hoofdstuk III, afdeling 1, wordt het volgende artikel ingevoegd:

 

"Artikel 158 bis

 

Unies van brancheorganisaties

 

De lidstaten kunnen, op verzoek, unies van brancheorganisaties erkennen die actief zijn in een in artikel 1, lid 2, bedoelde specifieke sector en die zijn opgericht op initiatief van erkende brancheorganisaties.

 

Met inachtneming van de op grond van artikel 173 vastgestelde voorschriften kunnen unies van producentenorganisaties dezelfde activiteiten of taken uitvoeren als brancheorganisaties.

Motivering

Dit amendement heeft tot doel in Verordening nr. 1308/2013 de mogelijkheid in te voeren tot erkenning van unies van brancheorganisaties naar het voorbeeld van unies van producentenorganisaties.

Amendement    119

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 duodecies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 158 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 duodecies)  In hoofdstuk III, afdeling 1, wordt het volgende artikel ingevoegd:

 

Artikel 158 ter

 

Transnationale producentenorganisaties, transnationale unies van producentenorganisaties en transnationale brancheorganisaties

 

1.  Voor de toepassing van deze verordening worden met producentenorganisaties, unies van producentenorganisaties en brancheorganisaties tevens transnationale producentenorganisaties, transnationale unies van producentenorganisaties en transnationale brancheorganisaties bedoeld die zijn erkend op grond van dit artikel.

 

2.  Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

 

a) "transnationale producentenorganisatie": een producentenorganisatie waarbij de bedrijven van de aangesloten producenten in meer dan een lidstaat zijn gevestigd;

 

b) "transnationale unie van producentenorganisaties": een unie van producentenorganisaties waarvan de aangesloten organisaties in meer dan een lidstaat zijn gevestigd;

 

c) "transnationale brancheorganisatie": een brancheorganisatie waarvan de leden in meer dan een lidstaat activiteiten verrichten die verband houden met productie, verwerking of afzet van de onder de activiteiten van de organisatie vallende producten.

 

3.  De Commissie neemt een besluit over de erkenning van transnationale producentenorganisaties, transnationale unies van producentenorganisaties en transnationale brancheorganisaties.

 

De in de artikelen 154, 156 en 158 bedoelde algemene regels inzake erkenning en de in de artikelen 161 en 163 bedoelde specifieke regels inzake erkenning in de sector melk en zuivelproducten zijn van overeenkomstige toepassing.

 

4.  De lidstaat waar een transnationale producentenorganisatie of een transnationale unie van producentenorganisaties een aanzienlijk aantal leden of aangesloten organisaties heeft of beschikt over een afzetbare productie waarvan het volume of de waarde aanzienlijk is, of de lidstaat waar een transnationale brancheorganisatie haar hoofdzetel heeft, evenals de andere lidstaten waar de leden van die organisatie of unie zijn gevestigd, leggen aan de Commissie de informatie over die zij nodig heeft om zich ervan te verzekeren dat aan de voorwaarden voor erkenning is voldaan, en bieden haar alle nodige administratieve bijstand.

 

5.  De Commissie en de in lid 4 bedoelde lidstaat stellen op verzoek van een andere lidstaat waar leden van een dergelijke organisatie of unie zijn gevestigd, alle relevante informatie beschikbaar.

Motivering

Dit amendement is gericht op de vaststelling in de basishandeling van de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/232 vervatte regels met betrekking tot erkende transnationale organisaties (producentenorganisaties, unies van producentenorganisaties en brancheorganisaties). Het houdt evenwel een aanzienlijke wijziging in, teneinde de Europese Commissie de bevoegdheid te verlenen om een besluit te nemen over deze transnationale organisaties, aangezien de beginselen van administratieve samenwerking tussen de lidstaten met het oog op de erkenning van dergelijke entiteiten hun nut niet hebben bewezen.

Amendement    120

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1 – punt 22 terdecies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 160

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(22 terdecies)  Artikel 160 wordt vervangen door:

Artikel 160

"Artikel 160

Producentenorganisaties in de sector groenten en fruit

Producentenorganisaties in de sector groenten en fruit

In de sector groenten en fruit streven productenorganisaties ten minste één van de in artikel 152, lid 1, onder c), i), ii), en iii), genoemde doelstellingen na.

1.  In de sector groenten en fruit streven productenorganisaties ten minste één van de in artikel 152, lid 1, onder c), i), ii), en iii), genoemde doelstellingen na.

Op grond van de statuten van een producentenorganisatie zijn de aangesloten producenten verplicht hun volledige productie via de producentenorganisatie af te zetten.

1 bis.  Op grond van de statuten van een producentenorganisatie zijn de aangesloten producenten verplicht hun volledige productie via de producentenorganisatie af te zetten.

 

In afwijking van de eerste alinea mogen de aangesloten producenten, wanneer de producentenorganisatie daarvoor in haar statuten toestemming verleent:

 

a) producten rechtstreeks of buiten hun bedrijf om aan consumenten verkopen voor persoonlijk gebruik;

 

b) zelf of via een andere, door hun eigen producentenorganisatie aan te wijzen producentenorganisatie hoeveelheden producten verkopen die slechts een marginaal deel vertegenwoordigen van het volume of de waarde van de afzetbare producten in kwestie van hun organisatie;

 

c) zelf of via een andere, door hun eigen producentenorganisatie aan te wijzen producentenorganisatie producten afzetten die, gezien de kenmerken ervan of gezien de qua volume of waarde beperkte productie van de aangesloten producenten, normaliter niet onder de commerciële activiteiten van de producentenorganisatie vallen.

 

2.  Het percentage van de productie die de aangesloten producenten buiten de producentenorganisatie om afzetten, is qua volume of waarde van de afzetbare productie van elke aangesloten producent niet hoger dan het percentage dat is vastgesteld bij de in artikel 173 van deze verordening bedoelde gedelegeerde handeling.

 

De lidstaten kunnen voor de productie die de aangesloten producenten buiten de producentenorganisatie om mogen afzetten echter een lager percentage vaststellen dan dat welk bij de in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handeling is vastgesteld, met een minimum van 10 %.

 

3.  In geval van producten die onder Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad vallen of wanneer aangesloten producenten hun productie via een andere, door hun eigen producentenorganisatie aan te wijzen producentenorganisatie afzetten, is het percentage van de productie die de aangesloten producenten buiten de producentenorganisatie om afzetten, als bedoeld in lid 1 bis, qua volume of waarde van de afzetbare productie van elke aangesloten producent niet hoger dan het percentage dat is vastgesteld bij de in artikel 173 van deze verordening bedoelde gedelegeerde handeling.

 

De lidstaten kunnen voor de productie die deze aangesloten producenten buiten de producentenorganisatie om mogen afzetten echter een lager percentage vaststellen dan dat welk bij de in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handeling is vastgesteld, met een minimum van 10 %.

Producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties in de sector groenten en fruit worden geacht in economische aangelegenheden binnen hun mandaat op te treden in naam van, en namens, hun leden.

Producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties in de sector groenten en fruit worden geacht in economische aangelegenheden binnen hun mandaat op te treden in naam van, en namens, hun leden. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    121

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 quaterdecies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 163

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(22 quaterdecies)  Artikel 163 wordt vervangen door:

Artikel 163

"Artikel 163

Erkenning van brancheorganisaties in de sector melk en zuivelproducten

Erkenning van brancheorganisaties in de sector melk en zuivelproducten

1.  De lidstaten kunnen brancheorganisaties in de sector melk en zuivelproducten erkennen op voorwaarde dat deze organisaties:

1.  De lidstaten kunnen brancheorganisaties in de sector melk en zuivelproducten erkennen op voorwaarde dat deze organisaties:

a) voldoen aan de in artikel 157, lid 3, vastgestelde voorwaarden;

a) voldoen aan de in artikel 157, lid 3, vastgestelde voorwaarden;

b) in een of meer regio's van het betrokken gebied actief zijn;

b) in een of meer regio's van het betrokken gebied actief zijn;

c) een aanzienlijk deel van de in artikel 157, lid 3, onder a), genoemde economische activiteiten vertegenwoordigen;

c) een aanzienlijk deel van de in artikel 157, lid 3, onder a), genoemde economische activiteiten vertegenwoordigen;

d) zich niet zelf bezig houden met de productie, de verwerking of de verhandeling van producten in de sector melk en zuivelproducten.

d) zich niet zelf bezighouden met de productie, de verwerking of de verhandeling van producten in de sector melk en zuivelproducten.

2.  De lidstaten kunnen besluiten dat brancheorganisaties die krachtens nationaal recht vóór 2 april 2012 zijn erkend en die de in lid 1 bepaalde voorwaarden vervullen, worden geacht overeenkomstig artikel 157, lid 3, als brancheorganisatie erkend te zijn.

2.  De lidstaten kunnen besluiten dat brancheorganisaties die krachtens nationaal recht vóór 2 april 2012 zijn erkend en die de in lid 1 bepaalde voorwaarden vervullen, worden geacht overeenkomstig artikel 157, lid 3, als brancheorganisatie erkend te zijn.

3.  Wanneer de lidstaten gebruik maken van de mogelijkheid een brancheorganisatie te erkennen overeenkomstig lid 1 of lid 2,

3.  Wanneer de lidstaten gebruikmaken van de mogelijkheid een brancheorganisatie te erkennen overeenkomstig lid 1 of lid 2,

a) nemen zij, binnen vier maanden na de indiening van een van alle relevante bewijsstukken vergezeld erkenningsverzoek, een besluit inzake de erkenning van de brancheorganisatie; dit verzoek wordt ingediend in de lidstaat waar de organisatie haar hoofdzetel heeft;

a) nemen zij, binnen vier maanden na de indiening van een van alle relevante bewijsstukken vergezeld erkenningsverzoek, een besluit inzake de erkenning van de brancheorganisatie; dit verzoek wordt ingediend in de lidstaat waar de organisatie haar hoofdzetel heeft;

b) verrichten zij op gezette tijden die zij zelf bepalen, controles om zich ervan te verzekeren dat de erkende brancheorganisaties voldoen aan de voorwaarden die aan hun erkenning verbonden zijn;

b) verrichten zij op gezette tijden die zij zelf bepalen, controles om zich ervan te verzekeren dat de erkende brancheorganisaties voldoen aan de voorwaarden die aan hun erkenning verbonden zijn;

c) leggen zij de brancheorganisaties in geval van niet-naleving van of onregelmatigheden bij de uitvoering van de in deze verordening bedoelde maatregelen de toepasselijke sancties op die zij hebben vastgesteld en besluiten zij zo nodig de erkenning in te trekken;

c) leggen zij de brancheorganisaties in geval van niet-naleving van of onregelmatigheden bij de uitvoering van de in deze verordening bedoelde maatregelen de toepasselijke sancties op die zij hebben vastgesteld en besluiten zij zo nodig de erkenning in te trekken;

d) trekken zij de erkenning in als:

d) trekken zij de erkenning in als niet langer wordt voldaan aan de in dit artikel vastgestelde eisen en voorwaarden voor erkenning;

i) niet langer wordt voldaan aan de in dit artikel vastgestelde eisen en voorwaarden voor erkenning;

 

ii) de brancheorganisatie zich aansluit bij één van de overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen bedoeld in artikel 210, lid 4; die intrekking van de erkenning geldt onverminderd de uit hoofde van het nationaal recht op te leggen sancties;

 

iii) de brancheorganisatie niet voldoet aan de in artikel 210, lid 2, eerste alinea, onder a) genoemde kennisgevingsverplichting;

 

e) brengen zij de Commissie elk jaar, uiterlijk op 31 maart, op de hoogte van alle gedurende het vorige kalenderjaar genomen besluiten tot toekenning, weigering of intrekking van erkenning.

e) brengen zij de Commissie elk jaar, uiterlijk op 31 maart, op de hoogte van alle gedurende het vorige kalenderjaar genomen besluiten tot toekenning, weigering of intrekking van erkenning. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    122

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 quindecies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 164

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(22 quindecies)  Artikel 164 wordt vervangen door:

Artikel 164

"Artikel 164

Uitbreiding van de voorschriften

Uitbreiding van de voorschriften

1.  Als een erkende producentenorganisatie, een erkende unie van producentenorganisaties of een erkende brancheorganisatie die in één of meer specifieke economische regio's van een lidstaat werkzaam is, wordt beschouwd als representatief voor de productie, de verhandeling of de verwerking van een bepaald product, kan de betrokken lidstaat op verzoek van die organisatie of unie bepaalde overeenkomsten, besluiten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen van die organisatie of unie voor een beperkte periode verbindend te verklaren voor andere marktdeelnemers of groeperingen van marktdeelnemers, die in de betrokken economische regio of regio's werkzaam zijn en die niet bij deze organisatie of unie zijn aangesloten.

1.  Als een erkende producentenorganisatie, een erkende unie van producentenorganisaties of een erkende brancheorganisatie die in één of meer specifieke economische regio's van een lidstaat werkzaam is, wordt beschouwd als representatief voor de productie, de verhandeling of de verwerking van een bepaald product, kan de betrokken lidstaat op verzoek van die organisatie of unie bepaalde overeenkomsten, besluiten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen van die organisatie of unie voor een beperkte periode verbindend verklaren voor andere marktdeelnemers of groeperingen van marktdeelnemers die in de betrokken economische regio of regio's werkzaam zijn en die niet bij deze organisatie of unie zijn aangesloten.

2.  Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder "economische regio" verstaan: een geografische zone die bestaat uit aan elkaar grenzende of naburige productiegebieden met homogene productie- en afzetomstandigheden.

2.  Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder "economische regio" verstaan: een geografische zone die bestaat uit aan elkaar grenzende of naburige productiegebieden met homogene productie- en afzetomstandigheden.

3.  Een organisatie of unie wordt als representatief beschouwd wanneer deze in de betrokken economische regio of de betrokken economische regio's van een lidstaat het volgende vertegenwoordigt:

3.  Een organisatie of unie wordt als representatief beschouwd wanneer deze in de betrokken economische regio of de betrokken economische regio's van een lidstaat het volgende vertegenwoordigt:

a) een aandeel van de productie, verhandeling of verwerking van het betrokken product of de betrokken producten dat overeenstemt met:

a) een aandeel van de productie, verhandeling of verwerking van het betrokken product of de betrokken producten dat overeenstemt met:

i) ten minste 60 % voor producentenorganisaties in de sector groenten en fruit, of

i) ten minste 60 % voor producentenorganisaties in de sector groenten en fruit, of

ii) ten minste twee derde in andere gevallen, en

ii) ten minste twee derde in andere gevallen, en

b) in het geval van producentenorganisaties, meer dan 50 % van de betrokken producenten.

b) in het geval van producentenorganisaties, meer dan 50 % van de betrokken producenten.

Indien, met betrekking tot brancheorganisaties, de bepaling van het aandeel van de productie, de verhandeling of de verwerking van het betrokken product of de betrokken producten praktische moeilijkheden oplevert, kan een lidstaat evenwel nationale voorschriften vaststellen om het in de eerste alinea, onder a), ii) bedoelde niveau van representativiteit te bepalen.

Indien, met betrekking tot brancheorganisaties, de bepaling van het aandeel van de productie, de verhandeling of de verwerking van het betrokken product of de betrokken producten praktische moeilijkheden oplevert, kan een lidstaat evenwel nationale voorschriften vaststellen om het in de eerste alinea, onder a), ii), bedoelde niveau van representativiteit te bepalen.

Wanneer het verzoek tot het verbindend verklaren van de voorschriften voor andere marktdeelnemers betrekking heeft op meer dan één economische regio, levert de organisatie of de unie het bewijs van de in de eerste alinea gedefinieerde minimumrepresentativiteit voor elke bij haar aangesloten branche in elke betrokken economische regio.

Wanneer het verzoek tot het verbindend verklaren van de voorschriften voor andere marktdeelnemers betrekking heeft op meer dan één economische regio, levert de organisatie of de unie het bewijs van de in de eerste alinea gedefinieerde minimumrepresentativiteit voor elke bij haar aangesloten branche in elke betrokken economische regio.

4.  Een verzoek tot verbindendverklaring voor andere marktdeelnemers, als bedoeld in lid 1, kan slechts worden ingediend voor voorschriften die gericht zijn op één van de volgende doelen:

4.  Een verzoek tot verbindendverklaring voor andere marktdeelnemers, als bedoeld in lid 1, kan slechts worden ingediend voor voorschriften die gericht zijn op één van de volgende doelen:

a) rapportage over productie en afzet;

a) rapportage over productie en afzet;

b) productievoorschriften die stringenter zijn dan de in de nationale of de regelgeving van de Unie vastgestelde voorschriften;

b) productievoorschriften die stringenter zijn dan de in de nationale of de regelgeving van de Unie vastgestelde voorschriften;

c) de opstelling van met de regelgeving van de Unie verenigbare standaardcontracten;

c) de opstelling van met de regelgeving van de Unie verenigbare standaardcontracten en clausules betreffende waardeverdeling en billijke vergoeding;

d) de afzet;

d) de afzet;

e) de milieubescherming;

e) de milieubescherming;

f) maatregelen om het potentieel van producten te bevorderen en optimaal te benutten;

f) maatregelen om het potentieel van producten te bevorderen en optimaal te benutten;

g) maatregelen ter bescherming van de biologische landbouw, oorsprongsbenamingen, kwaliteitslabels en geografische aanduidingen;

g) maatregelen ter bescherming van de biologische landbouw, oorsprongsbenamingen, kwaliteitslabels en geografische aanduidingen;

h) onderzoek met het oog op de valorisatie van de producten, met name via nieuwe gebruiksmogelijkheden die de volksgezondheid niet in gevaar brengen;

h) onderzoek met het oog op de valorisatie van de producten, met name via nieuwe gebruiksmogelijkheden die de volksgezondheid niet in gevaar brengen;

i) studies om de productkwaliteit te verbeteren;

i) studies om de productkwaliteit te verbeteren;

j) onderzoek naar met name teeltmethoden die een geringer gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of diergeneesmiddelen mogelijk maken en het behoud van de bodem en het behoud of de verbetering van het milieu garanderen;

j) onderzoek naar met name teeltmethoden die een geringer gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of diergeneesmiddelen mogelijk maken en het behoud van de bodem en het behoud of de verbetering van het milieu garanderen;

k) de definitie van minimumkenmerken en -normen inzake verpakking en aanbiedingsvorm;

k) de definitie van minimumkenmerken en -normen inzake verpakking en aanbiedingsvorm;

l) het gebruik van gecertificeerd zaaizaad en de monitoring van de kwaliteit van de producten;

l) het gebruik van gecertificeerd zaaizaad en de monitoring van de kwaliteit van de producten;

m) de gezondheid van dieren of planten of de voedselveiligheid;

m) de gezondheid van dieren of planten of de voedselveiligheid;

n) het beheer van bijproducten.

n) het beheer en de valorisatie van bijproducten;

 

n bis) de ontwikkeling en toepassing van en controle op technische normen voor de nauwkeurige beoordeling van de kenmerken van een product.

Deze voorschriften mogen andere marktdeelnemers in de betrokken lidstaat of in de Unie geen schade berokkenen, mogen geen van de in artikel 210, lid 4, bedoelde gevolgen hebben en mogen niet op andere wijze onverenigbaar zijn met het Unierecht of met de vigerende nationale voorschriften.

Deze voorschriften mogen andere marktdeelnemers, biomarktdeelnemers daaronder begrepen, geen schade berokkenen, noch voorkomen dat nieuwe marktdeelnemers de markt betreden in de betrokken lidstaat of in de Unie, zij mogen geen van de in artikel 210, lid 4, bedoelde gevolgen hebben en mogen niet op andere wijze onverenigbaar zijn met het Unierecht of met de vigerende nationale voorschriften.

 

4 bis.  Wanneer de Commissie op grond van artikel 222 van deze verordening een uitvoeringshandeling vaststelt volgens welke artikel 101, lid 1, VWEU niet van toepassing is op de overeenkomsten en besluiten als bedoeld in artikel 222, lid 1, van deze verordening, kunnen deze overeenkomsten en besluiten worden uitgebreid overeenkomstig de voorwaarden van dit artikel.

 

4 ter.  Wanneer de lidstaat de in lid 1 bedoelde voorschriften uitbreidt, voorziet de betrokken organisatie in evenredige maatregelen die tot doel hebben de naleving te verzekeren van de voorschriften van deze overeenkomsten, die in het kader van de uitbreiding verplicht zijn gesteld.

5. De uitbreiding van de in lid 1 bedoelde voorschriften wordt integraal ter kennis van de marktdeelnemers gebracht door middel van bekendmaking in een officiële publicatie van de betrokken lidstaat.

5.  De uitbreiding van de in lid 1 bedoelde voorschriften wordt integraal ter kennis van de marktdeelnemers gebracht door middel van bekendmaking in een officiële publicatie van de betrokken lidstaat.

6. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de uit hoofde van dit artikel genomen besluiten.

6.  De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de uit hoofde van dit artikel genomen besluiten."

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    123

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 sexdecies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 165

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(22 sexdecies)  Artikel 165 wordt vervangen door:

Artikel 165

"Artikel 165

Financiële bijdragen van niet-leden

Financiële bijdragen van niet-leden

Indien de voorschriften van een erkende producentenorganisatie, een erkende unie van producentenorganisaties of een erkende brancheorganisatie krachtens artikel 164 worden uitgebreid en de activiteiten waarop die voorschriften van toepassing zijn, van algemeen economisch belang zijn voor marktdeelnemers wier activiteiten met de betrokken producten verband houden, kan de lidstaat die de erkenning heeft verleend nadat zij alle relevante belanghebbenden heeft geraadpleegd, besluiten dat ook niet bij de organisatie of de unie aangesloten individuele marktdeelnemers of groepen die voordeel hebben bij deze activiteiten, de volle financiële bijdrage die de leden betalen of een gedeelte daarvan aan de organisatie of de unie moeten betalen, voor zover die financiële bijdragen bestemd zijn voor de kosten die rechtstreeks uit de betrokken activiteiten voortvloeien.

Indien de voorschriften van een erkende producentenorganisatie, een erkende unie van producentenorganisaties of een erkende brancheorganisatie krachtens artikel 164 worden uitgebreid en de activiteiten waarop die voorschriften van toepassing zijn, van algemeen economisch belang zijn voor marktdeelnemers wier activiteiten met de betrokken producten verband houden, kan de lidstaat die de erkenning heeft verleend nadat hij alle relevante belanghebbenden heeft geraadpleegd, besluiten dat ook niet bij de organisatie of de unie aangesloten individuele marktdeelnemers of groeperingen van marktdeelnemers die in de praktijk voordeel hebben bij deze activiteiten, de volle financiële bijdrage die de leden betalen of een gedeelte daarvan aan de organisatie of de unie moeten betalen, voor zover die financiële bijdragen bestemd zijn voor de kosten die uit een of meer van de in artikel 164, lid 4, bedoelde activiteiten voortvloeien. De gedetailleerde begrotingen in verband met deze activiteiten worden op transparante wijze bekendgemaakt, zodat alle marktdeelnemers of groeperingen van marktdeelnemers die een bijdrage leveren deze kunnen bestuderen, ongeacht of zij bij de organisatie of de unie zijn aangesloten. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&qid=1553179697934&from=NL)

Amendement    124

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 septdecies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 166 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 septdecies)  Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 166 bis

 

Regulering van het aanbod van andere landbouwproducten dan kaas, wijn en ham met een beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding

 

1.  Onverminderd de artikelen 150, 167 en 172, kunnen lidstaten, op verzoek van een krachtens artikel 152, lid 1, van deze verordening, erkende producentenorganisatie, een krachtens artikel 157, lid 1, van deze verordening erkende brancheorganisatie of een groepering van marktdeelnemers als bedoeld in artikel 3, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1151/2012, voor een beperkte periode bindende voorschriften vaststellen tot regulering van het aanbod van andere landbouwproducten dan kaas, wijn en ham met een beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding overeenkomstig artikel 5, leden 1 en 2, van Verordening (EU) nr. 1151/2012.

 

2.  De in lid 1 van dit artikel bedoelde voorschriften worden vooraf goedgekeurd door de partijen in het in artikel 7, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 bedoelde geografische gebied.

 

De desbetreffende overeenkomst wordt gesloten tussen:

 

a) ten minste twee derde van de producenten van het product in kwestie of van de grondstoffen die worden gebruikt voor het vervaardigen van het product in kwestie, of hun vertegenwoordigers, in het in artikel 7, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 bedoelde geografische gebied; en

 

b) in voorkomend geval, ten minste twee derde van de verwerkers van dat landbouwproduct die ten minste twee derde van de productie van het product in kwestie vertegenwoordigen, of hun vertegenwoordigers, in het geografische gebied als bedoeld in dat punt.

 

In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen de lidstaten, indien het in deze alinea, onder a) en/of b), bedoelde niveau van representativiteit niet kan worden bereikt in het in artikel 7, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 bedoelde geografische gebied of indien de bepaling van dat niveau praktische problemen oplevert, nationale voorschriften vaststellen om een toereikend niveau van representativiteit te bepalen en regelingen voor overleg te treffen met het oog op voorafgaande goedkeuring door de partijen.

 

3.  De in lid 1 bedoelde voorschriften:

 

a) hebben uitsluitend betrekking op de regulering van het aanbod van het betrokken product, met het doel het aanbod van het betrokken product af te stemmen op de vraag;

 

b) hebben uitsluitend betrekking op het betrokken product;

 

c) mogen niet voor langer dan drie jaar verplicht worden gesteld en mogen na deze periode worden verlengd middels een nieuw verzoek als bedoeld in lid 1;

 

d) brengen geen schade toe aan de handel in andere producten dan die waarop die voorschriften betrekking hebben;

 

e) hebben geen betrekking op transacties nadat het betrokken product voor de eerste keer op de markt is gebracht;

 

f) leiden niet tot de afkondiging van vaste prijzen, zelfs niet van richt- of adviesprijzen;

 

g) leiden niet tot het onverkrijgbaar zijn van grote hoeveelheden van het betrokken product die anders wel verkrijgbaar waren geweest;

 

h) leiden niet tot discriminatie, vormen geen obstakel voor nieuwe toetreders tot de markt, en hebben geen negatieve gevolgen voor kleine producenten;

 

i) dragen bij tot het behoud van de kwaliteit (ook op het gebied van gezondheid) of tot de ontwikkeling van het betrokken product.

 

4.  De in lid 1 bedoelde voorschriften worden bekendgemaakt in een officiële publicatie van de betrokken lidstaat.

 

5.  De lidstaten verrichten controles om zich ervan te verzekeren dat de in lid 3 vastgestelde voorwaarden zijn vervuld, en indien de bevoegde nationale instanties oordelen dat de voorwaarden niet zijn vervuld, trekken de lidstaten de in lid 1 bedoelde voorschriften in.

 

6.  De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van de in lid 1 bedoelde voorschriften die zij hebben vastgesteld. De Commissie stelt de overige lidstaten op de hoogte van deze kennisgevingen.

 

7.  De Commissie kan te allen tijde uitvoeringshandelingen vaststellen waarbij wordt bepaald dat een lidstaat de door hem overeenkomstig lid 1 vastgestelde voorschriften intrekt, indien de Commissie van oordeel is dat deze voorschriften niet voldoen aan de in lid 3 vastgestelde voorwaarden, de mededinging in een wezenlijk deel van de interne markt voorkomen of verstoren, de vrije handel belemmeren of het bereiken van de doelstellingen van artikel 39 VWEU in het gedrang brengen. Die uitvoeringshandelingen worden zonder toepassing van de in artikel 229, lid 2 of lid 3, van deze verordening bedoelde procedure vastgesteld."

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&qid=1553179697934&from=NL)

Amendement    125

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 octodecies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 167 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 octodecies)  In titel II, hoofdstuk III, afdeling 4, wordt het volgende artikel ingevoegd:

 

Artikel 167 bis

 

Afzetvoorschriften ter verbetering en stabilisering van de werking van de gemeenschappelijke markt voor olijfolie

 

1.  Teneinde de werking van de gemeenschappelijke markt in de sector olijfolie te verbeteren en te stabiliseren, kunnen de producerende lidstaten afzetvoorschriften vaststellen om het aanbod te reguleren.

 

Die voorschriften moeten in verhouding staan tot het nagestreefde doel en:

 

a) hebben geen betrekking op transacties nadat het betrokken product voor de eerste keer op de markt is gebracht;

 

b) leiden niet tot de afkondiging van vaste prijzen, zelfs niet van richt- of adviesprijzen;

 

c) leiden niet tot het onverkrijgbaar zijn van grote hoeveelheden van de opbrengst die anders wel verkrijgbaar waren geweest.

 

2.  De in lid 1 bedoelde voorschriften worden integraal ter kennis van de marktdeelnemers gebracht door middel van bekendmaking in een officiële publicatie van de betrokken lidstaat.

 

3.  De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de uit hoofde van dit artikel genomen besluiten.

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20180101&qid=1543573613250&from=NL)

Motivering

Opneming van een nieuw artikel opdat in de olijfoliesector een mechanisme kan worden toegepast dat vergelijkbaar is met dat van artikel 167 voor de wijnsector, waardoor het mogelijk zou worden in te spelen op de specifieke behoeften van de sector door het zelfregulerend vermogen ervan te verbeteren.

Amendement    126

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 novodecies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 168

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(22 novodecies)  Artikel 168 wordt vervangen door:

Artikel 168

"Artikel 168

Contractuele betrekkingen

Contractuele betrekkingen

1.  Onverminderd het bepaalde in artikel 148 inzake de sector melk en zuivelproducten en artikel 125 inzake de suikersector, geldt dat indien een lidstaat inzake landbouwproducten afkomstig van een in artikel 1, lid 2, bedoelde andere sector dan melk en zuivelproducten en suiker, het volgende besluit:

1.  Onverminderd het bepaalde in artikel 148 inzake de sector melk en zuivelproducten en artikel 125 inzake de suikersector, geldt dat indien een lidstaat inzake landbouwproducten afkomstig van een in artikel 1, lid 2, bedoelde andere sector dan melk en zuivelproducten en suiker, het volgende besluit:

a) dat elke levering op zijn grondgebied van die producten door een producent aan een verwerker of een distributeur, verplicht moet worden gesloten met een schriftelijk contract tussen de partijen, en /of

a) dat elke levering op zijn grondgebied van die producten door een producent aan een verwerker of een distributeur, verplicht moet worden gesloten met een schriftelijk contract tussen de partijen, en /of

b) dat de eerste kopers een schriftelijk voorstel moeten doen voor een contract betreffende de levering op zijn grondgebied van die landbouwproducten door de producent, dat contract of dat voorstel voor een contract aan de in de leden 4 en 6 van dit artikel vastgestelde voorwaarden moet voldoen.

b) dat de eerste kopers een schriftelijk voorstel moeten doen voor een contract betreffende de levering op zijn grondgebied van die landbouwproducten door de producent, dat contract of dat voorstel voor een contract aan de in de leden 4 en 6 van dit artikel vastgestelde voorwaarden moet voldoen.

1 bis.  Indien de lidstaten geen gebruikmaken van de mogelijkheden die worden geboden in lid 1 van dit artikel, kan een producent, een producentenorganisatie of een unie van producentenorganisaties, inzake landbouwproducten afkomstig van een in artikel 1, lid 2, bedoelde andere sector dan melk en zuivelproducten en suiker, eisen dat voor een levering van zijn producten aan een verwerker of een distributeur een schriftelijk contract wordt gesloten tussen de partijen en/of dat een schriftelijk voorstel voor een contract wordt gedaan door de eerste kopers, onder de in lid 4 en lid 6, eerste alinea, van dit artikel vastgestelde voorwaarden.

1 bis.  Indien de lidstaten geen gebruik maken van de mogelijkheden die worden geboden in lid 1 van dit artikel, kan een producent, een producentenorganisatie of een unie van producentenorganisaties, inzake landbouwproducten afkomstig van een in artikel 1, lid 2, bedoelde andere sector dan melk en zuivelproducten en suiker, eisen dat voor een levering van zijn producten aan een verwerker of een distributeur een schriftelijk contract wordt gesloten tussen de partijen en/of dat een schriftelijk voorstel voor een contract wordt gedaan door de eerste kopers, onder de in lid 4 en lid 6, eerste alinea, van dit artikel vastgestelde voorwaarden.

Indien de eerste koper een kleine, middelgrote of micro-onderneming in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG is, is het contract en/of het voorstel voor een contract niet verplicht, onverminderd de mogelijkheid voor de partijen om gebruik te maken van een door een brancheorganisatie opgesteld standaardcontract.

Indien de eerste koper een kleine, middelgrote of micro-onderneming in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG is, is het contract en/of het voorstel voor een contract niet verplicht, onverminderd de mogelijkheid voor de partijen om gebruik te maken van een door een brancheorganisatie opgesteld standaardcontract.

2.  Indien een lidstaat besluit dat voor leveringen van de onder dit artikel vallende producten van producent aan een koper een schriftelijk contract tussen de partijen moet worden gesloten, dan bepaalt de lidstaat tevens welke leveringsstadia onder dit contract vallen ingeval de levering van de desbetreffende producten via een of meer tussenpersonen gaat.

2.  Indien een lidstaat besluit dat voor leveringen van de onder dit artikel vallende producten van een producent aan een verwerker een schriftelijk contract tussen de partijen moet worden gesloten, dan bepaalt de lidstaat tevens welke leveringsstadia onder dit contract vallen ingeval de levering van de desbetreffende producten via een of meer tussenpersonen gaat.

De lidstaten zorgen ervoor dat de bepalingen die zij uit hoofde van dit artikel vaststellen, de goede werking van de interne markt niet in het gedrang brengen.

De lidstaten zorgen ervoor dat de bepalingen die zij uit hoofde van dit artikel vaststellen, de goede werking van de interne markt niet in het gedrang brengen.

3.  In het in lid 2 beschreven geval kunnen de lidstaten een bemiddelingsmechanisme instellen voor gevallen waarin er geen onderlinge overeenstemming over het sluiten van een dergelijk contract is, zodat billijke contractuele betrekkingen worden gegarandeerd.

3.  In het in lid 2 beschreven geval kunnen de lidstaten een bemiddelingsmechanisme instellen voor gevallen waarin er geen onderlinge overeenstemming over het sluiten van een dergelijk contract is, zodat billijke contractuele betrekkingen worden gegarandeerd.

4.  Alle in de leden 1 en 1 bis bedoelde contracten of voorstellen voor contracten:

4.  Alle in de leden 1 en 1 bis bedoelde contracten of voorstellen voor contracten:

a) worden vóór de levering gesloten;

a) worden vóór de levering gesloten;

b) worden schriftelijk opgesteld; en

b) worden schriftelijk opgesteld; en

c) bevatten in het bijzonder de volgende gegevens:

c) bevatten in het bijzonder de volgende gegevens:

i) de voor de levering verschuldigde prijs, die: — statisch moet zijn en in het contract moet zijn vermeld, en/of — wordt berekend op grond van een combinatie van verschillende in het contract opgenomen factoren, zoals bijvoorbeeld marktindicatoren die de ontwikkeling van de marktsituatie weerspiegelen, de geleverde hoeveelheid en de kwaliteit of de samenstelling van de geleverde landbouwproducten;

i) de voor de levering verschuldigde prijs, die: — statisch moet zijn en in het contract moet zijn vermeld, en/of — wordt berekend op grond van een combinatie van verschillende in het contract opgenomen factoren, zoals bijvoorbeeld objectieve, eenvoudig toegankelijke en duidelijke indicatoren van de productie- en afzetkosten die de ontwikkeling van de marktsituatie weerspiegelen, de geleverde hoeveelheid en de kwaliteit of de samenstelling van de geleverde landbouwproducten. Daartoe kunnen de lidstaten die hebben besloten lid 1 toe te passen, indicatoren vaststellen, overeenkomstig objectieve criteria en op basis van studies over de productie en de voedselketen, teneinde die te allen tijde te kunnen vaststellen;

ii) de hoeveelheid en kwaliteit van de desbetreffende producten die geleverd kunnen of moeten worden en de leveringstermijn daarvan;

ii) de hoeveelheid en kwaliteit van de desbetreffende producten die geleverd kunnen of moeten worden en de leveringstermijn daarvan;

iii) de looptijd van het contract, waarbij onder vermelding van verstrijkingsbepalingen hetzij een bepaalde hetzij een onbepaalde looptijd is toegestaan;

iii) de looptijd van het contract, waarbij onder vermelding van verstrijkingsbepalingen hetzij een bepaalde hetzij een onbepaalde looptijd is toegestaan;

iv) details betreffende betalingstermijnen en -procedures;

iv) details betreffende betalingstermijnen en -procedures;

v) de modaliteiten voor de inzameling of levering van de landbouwproducten; en (vi) de voorschriften bij overmacht.

v) de modaliteiten voor de inzameling of levering van de landbouwproducten; en (vi) de voorschriften bij overmacht.

5.  In afwijking van de leden 1 en 1 bis is een contract of een voorstel voor een contract niet vereist wanneer de betrokken producten door een lid van een coöperatie worden geleverd aan de coöperatie waarbij dat lid is aangesloten, op voorwaarde dat in de statuten van die coöperatie of in de bij deze statuten vastgestelde of daaruit voortvloeiende voorschriften en besluiten bepalingen zijn opgenomen van vergelijkbare strekking als het bepaalde in lid 4, onder a), b) en c).

5.  In afwijking van de leden 1 en 1 bis is een contract of een voorstel voor een contract niet vereist wanneer de betrokken producten door een lid van een coöperatie worden geleverd aan de coöperatie waarbij dat lid is aangesloten, op voorwaarde dat in de statuten van die coöperatie of in de bij deze statuten vastgestelde of daaruit voortvloeiende voorschriften en besluiten bepalingen zijn opgenomen van vergelijkbare strekking als het bepaalde in lid 4, onder a), b) en c).

6.  De partijen onderhandelen in alle vrijheid over alle elementen in door producenten, inzamelaars, verwerkers of distributeurs van landbouwproducten gesloten contracten, met inbegrip van de in lid 4, c), bedoelde elementen.Niettegenstaande de eerste alinea geldt één of beide van de volgende mogelijkheden:

6.  De partijen onderhandelen in alle vrijheid over alle elementen in door producenten, inzamelaars, verwerkers of distributeurs van landbouwproducten gesloten contracten, met inbegrip van de in lid 4, c), bedoelde elementen.Niettegenstaande de eerste alinea geldt één of beide van de volgende mogelijkheden:

(a) indien een lidstaat besluit dat voor de levering van landbouwproducten overeenkomstig lid 1 een schriftelijk contract moet worden gesloten, kan de lidstaat een minimale looptijd vaststellen die echter uitsluitend van toepassing is op schriftelijke contracten tussen een producent en de eerste koper van de landbouwproducten. De aldus vastgestelde minimale looptijd bedraagt ten minste zes maanden en mag de goede werking van de interne markt niet in het gedrang brengen;

(a) indien een lidstaat besluit dat voor de levering van landbouwproducten overeenkomstig lid 1 een schriftelijk contract moet worden gesloten, kan de lidstaat een minimale looptijd vaststellen die echter uitsluitend van toepassing is op schriftelijke contracten tussen een producent en de eerste koper van de landbouwproducten. De aldus vastgestelde minimale looptijd bedraagt ten minste zes maanden en mag de goede werking van de interne markt niet in het gedrang brengen;

(b) indien een lidstaat besluit dat de eerste koper van landbouwproducten de producent voor een contract overeenkomstig lid 1 een schriftelijk voorstel dient te doen, kan de lidstaat bepalen dat het voorstel de ter zake in de nationale wetgeving geldende minimale looptijd voor het contract moet omvatten. De aldus vastgestelde minimale looptijd bedraagt ten minste zes maanden en mag de goede werking van de interne markt niet in het gedrang brengen.

(b) indien een lidstaat besluit dat de eerste koper van landbouwproducten de producent voor een contract overeenkomstig lid 1 een schriftelijk voorstel dient te doen, kan de lidstaat bepalen dat het voorstel de ter zake in de nationale wetgeving geldende minimale looptijd voor het contract moet omvatten. De aldus vastgestelde minimale looptijd bedraagt ten minste zes maanden en mag de goede werking van de interne markt niet in het gedrang brengen.

De tweede alinea laat de rechten van de producent om een dergelijke minimale looptijd schriftelijk te weigeren onverlet. In dat geval onderhandelen de partijen in alle vrijheid over alle elementen van het contract, met inbegrip van de in lid 4, c), bedoelde elementen.

De tweede alinea laat de rechten van de producent om een dergelijke minimale looptijd schriftelijk te weigeren onverlet. In dat geval onderhandelen de partijen in alle vrijheid over alle elementen van het contract, met inbegrip van de in lid 4, c), bedoelde elementen.

7.  De lidstaten die van de bij dit artikel geboden mogelijkheden gebruik maken, zorgen ervoor dat de bepalingen die zij vaststellen, de goede werking van de interne markt niet in het gedrang brengen.De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de wijze waarop zij de uit hoofde van dit artikel ingevoerde maatregelen toepassen.

7.  De lidstaten die van de bij dit artikel geboden mogelijkheden gebruikmaken, zorgen ervoor dat de bepalingen die zij vaststellen, de goede werking van de interne markt niet in het gedrang brengen.De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de wijze waarop zij de uit hoofde van dit artikel ingevoerde maatregelen toepassen.

8.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen met de nodige maatregelen voor de uniforme toepassing van lid 4, onder a) en b), en lid 5, alsook voorschriften met betrekking tot de kennisgevingen die krachtens dit artikel door de lidstaten moeten worden gedaan.

8.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen met de nodige maatregelen voor de uniforme toepassing van lid 4, onder a) en b), en lid 5, alsook voorschriften met betrekking tot de kennisgevingen die krachtens dit artikel door de lidstaten moeten worden gedaan.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 229, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 229, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    127

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 vicies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 172 – lid 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(22 vicies)  In artikel 172 wordt lid 2 vervangen door:

2.  De in lid 1 van dit artikel bedoelde voorschriften worden vooraf goedgekeurd door de partijen in het in artikel 7, lid 1, onder c), van Richtlijn (EU) nr. 1151/2012 bedoelde geografische gebied. Een dergelijke overeenkomst zal na overleg met de varkenshouders in het geografische gebied worden gesloten tussen ten minste twee derde van de verwerkers van die ham die ten minste twee derde van de productie van die ham vertegenwoordigen in het geografisch gebied bedoeld in artikel 7, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 en, indien zulks door de lidstaat passend wordt geacht, ten minste twee derde van de varkenshouders in het geografisch gebied bedoeld in artikel 7, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1151/2012.

"2.  De in lid 1 van dit artikel bedoelde voorschriften worden vooraf goedgekeurd door de partijen in het in artikel 7, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 bedoelde geografische gebied. Een dergelijke overeenkomst zal na overleg met de varkenshouders in het geografische gebied worden gesloten tussen ten minste twee derde van de verwerkers van die ham die ten minste twee derde van de productie van die ham vertegenwoordigen, of hun vertegenwoordigers, in het geografische gebied bedoeld in artikel 7, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 en, indien zulks door de lidstaat passend wordt geacht, ten minste twee derde van de varkenshouders in het geografische gebied als bedoeld in dat punt."

https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?qid=1543420057169&uri=CELEX:02013R1308-20180101

Motivering

Artikel 150 stelt dat de producenten mogen worden vertegenwoordigd, maar de formulering van lid 2 laat uitschijnen dat verwerkers dat niet mogen. Dit is problematisch voor sectoren met een groot aantal verwerkingsinstallaties. Dat uitsluitend vertegenwoordigers van kaasproducenten, maar niet die van verwerkers worden vermeld, is kennelijk een vergissing.

Amendement    128

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1 – punt 22 unvicies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 172 bis

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(22 unvicies)  Artikel 172 bis wordt vervangen door:

Artikel 172 bis

"Artikel 172 bis

Waardeverdeling

Waardeverdeling

Onverminderd eventuele specifieke clausules betreffende waardeverdeling in de suikersector, kunnen landbouwers, met inbegrip van landbouworganisaties, en hun eerste koper clausules betreffende waardeverdeling, waaronder op de markt gegenereerde winsten en verliezen, overeenkomen waarin wordt bepaald hoe ontwikkelingen van de relevante marktprijzen van de betrokken producten of andere grondstoffenmarkten tussen hen moeten worden toegewezen.

Onverminderd eventuele specifieke clausules betreffende waardeverdeling in de suikersector, kunnen landbouwers, met inbegrip van landbouworganisaties, en hun eerste koper evenals een of meer ondernemingen die werkzaam zijn in een verschillend stadium van de productie-, verwerkings- of distributieketen clausules betreffende waardeverdeling, waaronder op de markt gegenereerde winsten en verliezen, overeenkomen waarin wordt bepaald hoe ontwikkelingen van de relevante marktprijzen van de betrokken producten of andere grondstoffenmarkten tussen hen moeten worden toegewezen."

Amendement    129

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 duovicies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 172 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 duovicies)  Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 172 ter

 

Verdeling van waarde voor producten met een beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding

 

Voor producten met een overeenkomstig het Unierecht erkende beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding kunnen landbouwers, met inbegrip van landbouworganisaties, en marktdeelnemers die actief zijn in verschillende stadia van de productie, verwerking en afzet in de sector, clausules betreffende waardeverdeling, waaronder op de markt gegenereerde winsten en verliezen, overeenkomen waarin wordt bepaald hoe ontwikkelingen van de relevante marktprijzen van de betrokken producten of andere grondstoffenmarkten tussen hen moeten worden toegewezen."

Amendement    130

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 tervicies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 173 – lid 1 – letter b

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(22 tervicies)  In artikel 173, lid 1, wordt punt b) vervangen door:

b) de voorschriften van die organisaties en unies, de statuten van andere organisaties dan producentenorganisaties, de specifieke voorwaarden die van toepassing zijn op de statuten van producentenorganisaties in bepaalde sectoren, daaronder begrepen de afwijkingen van de in artikel 160, tweede alinea, bedoelde verplichting de volledige productie via de producentenorganisatie af te zetten, de structuur, de lidmaatschapsduur, de omvang, de verantwoordingsplicht en de activiteiten van die organisaties en verenigingen, de gevolgen van de erkenning, de intrekking van de erkenning, alsmede fusies;

b) de voorschriften van die organisaties en unies, de statuten van andere organisaties dan producentenorganisaties, de specifieke voorwaarden die van toepassing zijn op de statuten van producentenorganisaties in bepaalde sectoren, daaronder begrepen de afwijking van de in artikel 160, lid 1 bis, tweede alinea, bedoelde verplichting de volledige productie via de producentenorganisatie af te zetten door het vaststellen van de in de leden 2 en 3 van dat artikel bedoelde percentages, evenals de productcategorieën van lid 1 bis van dat artikel waarop deze percentages van toepassing zijn, de structuur, de lidmaatschapsduur, de omvang, de verantwoordingsplicht en de activiteiten van die organisaties en verenigingen, de gevolgen van de erkenning, de intrekking van de erkenning, alsmede fusies;

 

"

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&qid=1553179697934&from=NL)

Amendement    131

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 quatervicies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 176 – lid 3

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(22 quatervicies)  In artikel 176 wordt lid 3 vervangen door:

3.  De certificaten zijn in de hele Unie geldig.

3.  De certificaten zijn in de hele Unie geldig. Alle informatie met betrekking tot aanvragers, die door de lidstaten wordt verzameld met het oog op de afgifte van certificaten, wordt elke maand aan de Commissie meegedeeld.

Motivering

Hoewel artikel 177 de Commissie aanzienlijke bevoegdheden toekent, maakt die daar kennelijk niet systematisch gebruik van. De informatie hoeft slechts één keer te worden verzameld, zonder administratieve moeilijkheden voor de gebruikers. De Commissie moet overigens verzocht worden procedures voor te stellen waarbij ten volle gebruik wordt gemaakt van de nieuwe informatie- en communicatietechnologieën om de last voor de gebruikers te verminderen en het gebruik van die informatie te optimaliseren.

Amendement    132

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 quinvicies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 177 – lid 2 – letter d

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 quinvicies)  In artikel 177, lid 2, wordt punt d) geschrapt.

Motivering

Punt d) wordt geschrapt in verband met het verzoek van de Commissie om artikel 189 betreffende de invoer van hennep en hennepzaad te schrappen.

Amendement    133

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 sexvicies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 182 – lid 1 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 sexvicies)  Aan artikel 182, lid 1, eerste alinea, wordt het volgende punt toegevoegd:

 

b bis) het invoervolume in een bepaald jaar tegen preferentiële tarieven waarover de Unie en derde landen het eens zijn geworden in het kader van vrijhandelsovereenkomsten, een bepaald niveau overschrijdt ("marktblootstellingsvolume").

Motivering

In dit amendement wordt een nieuw criterium voorgesteld voor de toepassing van het aanvullend invoerrecht waarin de GMO-verordening voorziet om de mogelijke nadelige gevolgen van de invoer voor de markt van de Unie te voorkomen of te neutraliseren.

Amendement    134

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 septvicies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 182 – lid 1 – alinea 1 – letter b ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 septvicies)  Aan artikel 182, lid 1, eerste alinea, wordt het volgende punt toegevoegd:

 

b ter) derde landen de EU-normen op het gebied van gewasbescherming en dierenwelzijn niet naleven.

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:32013R1308&from=NL)

Motivering

Bij uitwisselingen met derde landen moet meer wederkerigheid op het gebied van gewasbescherming worden gestimuleerd.

Amendement    135

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 octovicies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 182 – lid 1 – alinea 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(22 octovicies)  In artikel 182, lid 1, wordt de tweede alinea vervangen door:

Het reactievolume is gebaseerd op de markttoegang, d.w.z. de invoer, uitgedrukt als percentage van het betrokken interne verbruik in de voorgaande drie jaren.

"Het reactievolume is gebaseerd op de markttoegang, d.w.z. de invoer, uitgedrukt als percentage van het betrokken interne verbruik in de voorgaande drie jaren. Dit volume wordt regelmatig opnieuw bepaald om rekening te houden met wijzigingen van de omvang van de markt van de Unie. De reactieprijs wordt regelmatig opnieuw bepaald om rekening te houden met ontwikkelingen op de wereldmarkten en in de productiekosten."

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02013R1308-20180101)

Motivering

In dit amendement wordt voorgesteld dat de reactieprijzen en ‑volumes die de Unie meer dan twintig jaar geleden aan de WTO heeft gemeld, moeten worden afgestemd op de omvang van de markt (afgenomen vleesconsumptie, de brexit en de overgang naar een markt met 27 lidstaten). Er wordt aan herinnerd dat artikel 182 het mogelijk maakt om mogelijke nadelige gevolgen van die invoer voor de markt van de Unie te voorkomen of te neutraliseren.

Amendement    136

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 novovicies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 182 – lid 1 – alinea 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 novovicies)  Aan artikel 182, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

"Het marktblootstellingsvolume is gebaseerd op de invoer tegen preferentiële tarieven, uitgedrukt als percentage van het totale niveau van blootstelling aan de markt dat door de betrokken sectoren kan worden gedragen."

Motivering

In dit amendement wordt een nieuw criterium voorgesteld voor de toepassing van een aanvullend invoerrecht waarin de GMO-verordening voorziet om mogelijke nadelige gevolgen van die invoer voor de markt van de Unie te voorkomen of te neutraliseren.

Amendement    137

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 tricies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 184 – lid 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(22 tricies)  In artikel 184 wordt lid 2 vervangen door:

2.  De tariefcontingenten worden beheerd op een wijze die elke vorm van discriminatie tussen de betrokken marktdeelnemers voorkomt, door één van de volgende methoden of een combinatie daarvan of een andere passende methode toe te passen:

"2.  De tariefcontingenten worden beheerd op een wijze die elke vorm van discriminatie tussen de betrokken marktdeelnemers voorkomt, door één van de volgende methoden of een combinatie daarvan of een andere passende methode toe te passen:

a) op basis van de chronologische volgorde waarin de aanvragen zijn ingediend (het beginsel "wie het eerst komt, het eerst maalt");

a) op basis van de chronologische volgorde waarin de aanvragen zijn ingediend (het beginsel "wie het eerst komt, het eerst maalt");

b) op basis van de evenredige verdeling van de hoeveelheden waarom bij de indiening van de aanvragen is verzocht (de "methode van het gelijktijdige onderzoek");

b) op basis van de evenredige verdeling van de hoeveelheden waarom bij de indiening van de aanvragen is verzocht (de "methode van het gelijktijdige onderzoek");

c) op basis van de traditionele handelsstromen (de "methode van de traditionele/nieuwe marktdeelnemers").

c) op basis van de traditionele handelsstromen (de "methode van de traditionele/nieuwe marktdeelnemers").

 

d) via verdeling onder een verscheidenheid aan marktdeelnemers, onder meer door rekening te houden met de relevante sociale normen en milieunormen, zoals de fundamentele IAO-verdragen en multilaterale milieuovereenkomsten waarbij de Unie partij is."

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02013R1308-20180101)

Motivering

Door deze methode toe te voegen, moet bevorderd worden dat bij het beheer van tariefcontingenten een verscheidenheid aan marktdeelnemers in aanmerking wordt genomen, in plaats van de grote spelers voorrang te verlenen, en dat bij de verdeling van de tariefcontingenten rekening wordt gehouden met sociale normen en milieunormen.

Amendement    138

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 22 tricies semel (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 188 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 tricies semel)  aan hoofdstuk III wordt het volgende artikel toegevoegd:

 

"Artikel 188 bis

 

Invoer van landbouw- en agrovoedingsproducten uit derde landen

 

Landbouw- en agrovoedingsproducten mogen uitsluitend worden ingevoerd uit derde landen wanneer zij voldoen aan productienormen en -verplichtingen die stroken met de normen en verplichtingen die met name op het gebied van milieu- en gezondheidsbescherming zijn vastgesteld voor soortgelijke producten die in de Unie worden geoogst of uit dergelijke in de Unie geoogste producten worden vervaardigd. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen voorschriften inzake naleving vaststellen voor de marktdeelnemers met betrekking tot de invoer, rekening houdend met wederkerigheidsovereenkomsten met derde landen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 229, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld."

Amendement    139

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 23

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 189

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Artikel 189 wordt geschrapt.

Schrappen

Amendement    140

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 26 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 206

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(26 bis)  Artikel 206 wordt vervangen door:

Artikel 206

"Artikel 206

Richtsnoeren van de Commissie betreffende de toepassing van mededingingsregels op landbouw

Richtsnoeren van de Commissie betreffende de toepassing van mededingingsregels op landbouw

Tenzij in deze verordening anders is bepaald, en overeenkomstig artikel 42 VWEU, gelden de artikelen 101 tot en met 106 VWEU, evenals de daarvoor vastgestelde uitvoeringsbepalingen, voor alle in artikel 101, lid 1, en artikel 102 VWEU bedoelde overeenkomsten, besluiten en feitelijke gedragingen die betrekking hebben op de productie van of de handel in landbouwproducten, onder voorbehoud van de artikelen 207 tot en met 210 van deze verordening.

Tenzij in deze verordening anders is bepaald, en overeenkomstig artikel 42 VWEU, gelden de artikelen 101 tot en met 106 VWEU, evenals de daarvoor vastgestelde uitvoeringsbepalingen, voor alle in artikel 101, lid 1, en artikel 102 VWEU bedoelde overeenkomsten, besluiten en feitelijke gedragingen die betrekking hebben op de productie van of de handel in landbouwproducten, onder voorbehoud van de artikelen 207 tot en met 210 van deze verordening.

Teneinde de werking van de interne markt en de eenvormige toepassing van de mededingingsregels van de Unie te waarborgen, passen de Commissie en de mededingingsautoriteiten van de lidstaten de mededingingsregels van de Unie in nauw overleg toe.

Teneinde de werking van de interne markt en de eenvormige uitlegging en toepassing van de mededingingsregels van de Unie te waarborgen, werken de Commissie en de mededingingsautoriteiten van de lidstaten nauw samen en coördineren zij hun optreden zo veel mogelijk bij de toepassing van de mededingingsregels van de Unie.

Voorts publiceert de Commissie, waar nodig, richtsnoeren ten behoeve van de nationale mededingingsautoriteiten en de ondernemingen.

Voorts publiceert de Commissie, waar nodig, richtsnoeren ten behoeve van de nationale mededingingsautoriteiten en de ondernemingen. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:32013R1308&from=NL)

Amendement    141

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 26 ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 207

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(26 ter)  Artikel 207 wordt vervangen door:

Artikel 207

"Artikel 207

Relevante markt

Relevante markt

Door de relevante markt te definiëren, kunnen de grenzen van de mededinging tussen ondernemingen worden vastgesteld en afgebakend. Het gaat hierbij om twee elkaar aanvullende dimensies:

Door de relevante markt te definiëren, kunnen de grenzen van de mededinging tussen ondernemingen worden vastgesteld en afgebakend. Het gaat hierbij om twee elkaar aanvullende dimensies:

a) de relevante productmarkt : onder "productmarkt" wordt voor de doeleinden van dit hoofdstuk verstaan de markt die alle producten bevat die op grond van hun kenmerken, hun prijzen en het gebruik waarvoor zij zijn bestemd, door de consument als onderling verwisselbaar of substitueerbaar worden beschouwd;

a) de relevante productmarkt: onder "productmarkt" wordt voor de doeleinden van dit hoofdstuk verstaan de markt die alle producten bevat die op grond van hun kenmerken, hun prijzen en het gebruik waarvoor zij zijn bestemd, door de afnemer en door de consument als onderling verwisselbaar of substitueerbaar worden beschouwd;

b) de relevante geografische markt : onder "geografische markt" wordt voor de doeleinden van dit hoofdstuk verstaan de markt die het gebied omvat waarbinnen de betrokken ondernemingen de relevante producten aanbieden, waarbinnen de concurrentievoorwaarden voldoende homogeen zijn en dat van aangrenzende gebieden kan worden onderscheiden, met name doordat daar duidelijk afwijkende concurrentievoorwaarden heersen.

b) de relevante geografische markt: onder "geografische markt" wordt voor de doeleinden van dit hoofdstuk verstaan de markt die het gebied omvat waarbinnen de betrokken ondernemingen de relevante producten aanbieden, waarbinnen de concurrentievoorwaarden voldoende homogeen zijn en dat van aangrenzende gebieden kan worden onderscheiden, met name doordat daar duidelijk afwijkende concurrentievoorwaarden heersen. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:32013R1308&from=NL)

Amendement    142

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 26 quater (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 208

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(26 quater)  Artikel 208 wordt vervangen door:

Artikel 208

"Artikel 208

Machtspositie

Machtspositie

Onder "machtspositie" wordt voor de doeleinden van dit hoofdstuk verstaan: het feit dat een onderneming een dusdanig economisch sterke positie inneemtdat zij daardoor de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging op de relevante markt kan belemmeren. en zich in belangrijke mate onafhankelijk kan gedragen tegenover haar concurrenten, haar afnemers en, uiteindelijk, de consumenten.

Onder "machtspositie" wordt voor de doeleinden van dit hoofdstuk verstaan: het feit dat een onderneming een dusdanig economisch sterke positie inneemt dat zij daardoor de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging op de relevante markt kan belemmeren en zich in belangrijke mate onafhankelijk kan gedragen tegenover haar concurrenten, haar leveranciers, haar afnemers en, uiteindelijk, de consumenten. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:32013R1308&from=NL)

Amendement    143

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 26 quinquies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 210

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(26 quinquies)  Artikel 210 wordt vervangen door:

Artikel 210

"Artikel 210

Overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van erkende brancheorganisaties

Overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van erkende brancheorganisaties

1. Artikel 101, lid 1, VWEU is niet van toepassing op overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van krachtens artikel 157 van deze verordening erkende brancheorganisaties die dienen voor de uitvoering van de in artikel 157, lid 1, onder c), en wat de sector melk en zuivelproducten betreft, artikel 157, lid 3, onder c), van deze verordening vermelde activiteiten, en wat de sector olijfolie en tafelolijven en de sector tabak betreft, voor de uitvoering van de in artikel 162 van deze verordening bedoelde activiteiten.

1. Artikel 101, lid 1, VWEU is niet van toepassing op overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van krachtens artikel 157 van deze verordening erkende brancheorganisaties die nodig zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 157, lid 1, onder c), van deze verordening en, wat de sector olijfolie en tafelolijven en de sector tabak betreft, van artikel 162 van deze verordening.

 

Overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die aan de in de eerste alinea van dit lid bedoelde voorwaarden voldoen, zijn van toepassing zonder dat daartoe een voorafgaand besluit vereist is. Krachtens artikel 157 van deze verordening erkende brancheorganisaties kunnen de Commissie evenwel om advies vragen over de verenigbaarheid van die overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen met de doelstellingen van artikel 39 VWEU. De Commissie behandelt verzoeken om advies onverwijld en zij stuurt de aanvrager binnen vier maanden na ontvangst van een volledig verzoek haar advies toe. De Commissie kan, op eigen initiatief of op verzoek van een lidstaat, de inhoud van een advies wijzigen, met name wanneer de aanvrager onjuiste gegevens heeft verstrekt of misbruik heeft gemaakt van het advies.

2.  Lid 1 is van toepassing mits:

2.  Artikel 101, lid 1, VWEU is niet van toepassing op overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van krachtens artikel 157 van deze verordening erkende brancheorganisaties, voor zover deze betrekking hebben op andere activiteiten dan die welke in overeenstemming zijn met de doelstellingen van artikel 157, lid 1, onder c), en, wat de sector olijfolie en tafelolijven en de sector tabak betreft, van artikel 162 van deze verordening, mits:

a) de overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen daarin vermeld zijn aan de Commissie gemeld; en

a) de overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen daarin vermeld aan de Commissie zijn gemeld; en

b) de Commissie niet binnen twee maanden na ontvangst van alle vereiste gegevens heeft vastgesteld dat deze overeenkomsten, besluiten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen onverenigbaar zijn met de Unievoorschriften.

b) de Commissie niet binnen twee maanden na ontvangst van alle vereiste gegevens heeft vastgesteld dat deze overeenkomsten, besluiten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen onverenigbaar zijn met de Unievoorschriften.

Indien de Commissie vaststelt dat de overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen vermeld in lid 1 onverenigbaar zijn met de Unievoorschriften, formuleert zij haar bevindingen zonder toepassing van de in artikel 229, lid 2 of lid 3, bedoelde procedure.

Indien de Commissie vaststelt dat de overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen vermeld in lid 2 onverenigbaar zijn met de Unievoorschriften, formuleert zij haar bevindingen zonder toepassing van de in artikel 229, lid 2 of lid 3, bedoelde procedure.

3.  De in lid 1 bedoelde overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen mogen pas na het verstrijken van de in lid 2, eerste alinea, onder b), bedoelde termijn van twee maanden ten uitvoer worden gelegd.

3.  De in lid 2 bedoelde overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen worden ten uitvoer gelegd wanneer de in lid 2, eerste alinea, onder b), bedoelde termijn van twee maanden is verstreken.

4.  Overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen worden in ieder geval als onverenigbaar met de Unievoorschriften aangemerkt indien zij:

4.  Overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen zijn in ieder geval onverenigbaar met de Unievoorschriften indien zij:

a) kunnen leiden tot compartimentering van de markten binnen de Unie, ongeacht in welke vorm;

a) kunnen leiden tot compartimentering van de markten binnen de Unie, ongeacht in welke vorm;

b) de goede werking van de marktordening in gevaar kunnen brengen;

b) de goede werking van de marktordening in gevaar kunnen brengen;

c) concurrentieverstoringen kunnen teweegbrengen die niet volstrekt noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de met de activiteit van de brancheorganisatie nagestreefde doelstellingen van het GLB;

c) concurrentieverstoringen kunnen teweegbrengen die niet volstrekt noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de met de activiteit van de brancheorganisatie nagestreefde doelstellingen van het GLB;

d) de vaststelling van prijzen of quota omvatten;

d) de verplichting omvatten om een vaste prijs of vaste volumes te hanteren;

e) discriminatie kunnen veroorzaken of de concurrentie voor een aanzienlijk deel van de betrokken producten kunnen uitschakelen.

e) discriminatie kunnen veroorzaken of de concurrentie voor een aanzienlijk deel van de betrokken producten kunnen uitschakelen.

5.  Indien de Commissie na het verstrijken van de in lid 2, eerste alinea, onder b), bedoelde termijn van twee maanden constateert dat niet aan de voorwaarden voor de toepassing van lid 1 is voldaan, stelt zij zonder toepassing van de in artikel 229, lid 2 of lid 3, bedoelde procedure, een besluit vast waarin zij verklaart dat artikel 101, lid 1, VWEU van toepassing is op de betrokken overeenkomst, het betrokken besluit of de betrokken onderling afgestemde feitelijke gedraging.

5.  Indien de Commissie constateert dat niet of niet langer is voldaan aan de voorwaarden voor de toepassing van lid 1, of, na het verstrijken van de in lid 2, eerste alinea, onder b), bedoelde termijn van twee maanden, aan de voorwaarden als bedoeld in lid 2, stelt zij zonder toepassing van de in artikel 229, lid 2 of lid 3, bedoelde procedure een besluit vast waarin zij verklaart dat artikel 101, lid 1, VWEU voortaan van toepassing is op de betrokken overeenkomst, het betrokken besluit of de betrokken onderling afgestemde feitelijke gedraging.

Dit besluit van de Commissie wordt niet eerder van toepassing dan op de dag van kennisgeving ervan aan de betrokken brancheorganisatie, tenzij deze laatste onjuiste gegevens heeft verstrekt of misbruik heeft gemaakt van de in lid 1 bedoelde vrijstelling.

Dit besluit van de Commissie wordt niet eerder van toepassing dan op de dag van kennisgeving ervan aan de betrokken brancheorganisatie, tenzij deze laatste onjuiste gegevens heeft verstrekt of misbruik heeft gemaakt van de in lid 1 of lid 2 bedoelde vrijstelling.

6.  In het geval van meerjarenovereenkomsten geldt de melding voor het eerste jaar ook voor de volgende jaren van de overeenkomst. In dat geval kan de Commissie evenwel, op eigen initiatief of op verzoek van een andere lidstaat, te allen tijde verklaren dat er sprake is van onverenigbaarheid.

6.  In het geval van meerjarenovereenkomsten geldt de melding voor het eerste jaar ook voor de volgende jaren van de overeenkomst. In dat geval kan de Commissie evenwel, op eigen initiatief of op verzoek van een andere lidstaat, te allen tijde verklaren dat er sprake is van onverenigbaarheid.

7.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen met de nodige maatregelen voor de uniforme toepassing van dit artikel. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 229, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

7.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen met de nodige maatregelen voor de uniforme toepassing van dit artikel. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 229, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. "

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

Amendement    144

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 - punt 26 sexies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 210 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(26 sexies)  Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 210 bis

 

Verticale duurzaamheidsinitiatieven

 

1.  Artikel 101, lid 1, VWEU is niet van toepassing op verticale overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen met betrekking tot de in artikel 1, lid 2, bedoelde producten die gericht zijn op de toepassing van normen inzake milieu, diergezondheid of dierenwelzijn welke hoger liggen dan de EU- of nationale wetgeving vereist, mits de voordelen voor het algemeen belang die zij opleveren, opwegen tegen de nadelen voor de consument en mits uitsluitend beperkingen worden opgelegd die onmisbaar zijn voor de verwezenlijking van de beoogde doelstelling.

 

2.  Artikel 101, lid 1, VWEU is niet van toepassing op overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen als bedoeld in lid 1, mits:

 

a) de overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen daarin vermeld aan de Commissie zijn gemeld; en

 

b) de Commissie niet binnen twee maanden na ontvangst van alle vereiste gegevens heeft vastgesteld dat deze overeenkomsten, besluiten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen onverenigbaar zijn met de Unievoorschriften.

 

Indien de Commissie vaststelt dat de overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen vermeld in lid 1 onverenigbaar zijn met de Unievoorschriften, formuleert zij haar bevindingen zonder toepassing van de in artikel 229, lid 2 of lid 3, bedoelde procedure."

Amendement    145

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 26 septies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 214 bis

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(26 septies)  Artikel 214 bis wordt vervangen door:

Artikel 214 bis

Artikel 214 bis

Nationale betalingen voor bepaalde sectoren in Finland

Nationale betalingen voor bepaalde sectoren in Finland

Onder voorbehoud van toestemming van de Commissie mag Finland de nationale steun die het in 2013 op basis van artikel 141 van de Toetredingsakte van 1994 heeft toegekend, voor de periode 2014-2020 blijven toekennen op voorwaarde dat:

Onder voorbehoud van toestemming van de Commissie mag Finland de nationale steun die het in 2020 aan producenten heeft toegekend, voor de periode 2021-2027 blijven toekennen op voorwaarde dat:

a) het bedrag aan inkomenssteun over de gehele periode geleidelijk wordt verminderd en in 2020 nog maximaal 30 % van het in 2013 toegekende bedrag bedraagt; en

a) het totale bedrag aan inkomenssteun over de gehele periode geleidelijk wordt verminderd, en

b) alvorens van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, voor de betrokken sectoren ten volle gebruik is gemaakt van de regelingen inzake steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

b) alvorens van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, voor de betrokken sectoren ten volle gebruik is gemaakt van de regelingen inzake steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

De Commissie stelt haar toestemming vast zonder toepassing van de in artikel 229, lid 2 of 3, van deze verordening bedoelde procedure.

De Commissie stelt haar toestemming vast zonder toepassing van de in artikel 229 van deze verordening bedoelde procedure. "

https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL

Amendement    146

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1 – punt 26 octies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Deel IV – hoofdstuk II bis – artikel 218 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(26 octies)  In deel IV wordt het volgende hoofdstuk en wordt het volgende artikel ingevoegd:

 

"Hoofdstuk II bis

 

Transparantie van de markten voor landbouwproducten

 

Artikel 218 bis

 

EU-waarnemingscentrum voor de landbouwmarkten

 

1.  Teneinde de agrovoedselvoorzieningsketen transparanter te maken, teneinde de marktdeelnemers en de overheidsinstanties in hun geheel te helpen om met kennis van zaken keuzes te maken en teneinde de waarneming en registratie van marktontwikkelingen te vereenvoudigen, richt de Commissie een EU-waarnemingscentrum voor de landbouwmarkten op ("het waarnemingscentrum").

 

2.  Het waarnemingscentrum volgt ten minste de volgende landbouwsectoren als bepaald in artikel 1, lid 1:

 

a) granen;

 

b) suiker, suikerbieten en suikerriet;

 

c) olijfolie;

 

d) groenten en fruit;

 

e) wijn;

 

f) melk en zuivelproducten;

 

g) rundvlees;

 

h) varkensvlees;

 

i) schapen- en geitenvlees;

 

j) pluimveevlees.