Procedure : 2019/0807(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0009/2019

Ingediende teksten :

A9-0009/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 10/10/2019 - 8.2

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0023

<Date>{24/09/2019}24.9.2019</Date>
<NoDocSe>A9-0009/2019</NoDocSe>
PDF 164kWORD 57k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>     <RefProcLect>*</RefProcLect>

<Titre>over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Raad tot goedkeuring van de sluiting door Eurojust van de Overeenkomst betreffende samenwerking tussen Eurojust en Servië</Titre>

<DocRef>(10334/2019 – C9-0041/2019 – 2019/0807(CNS))</DocRef>


<Commission>{LIBE}Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken</Commission>

Rapporteur: <Depute>Juan Fernando López Aguilar</Depute>

(Simplified procedure – Rule 52(1) of the Rules of Procedure)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Raad tot goedkeuring van de sluiting door Eurojust van de Overeenkomst betreffende samenwerking tussen Eurojust en Servië

(10334/2019 – C9-0041/2019 – 2019/0807(CNS))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

 gezien het ontwerp van de Raad (10334/2019),

 gezien artikel 39, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, zoals gewijzigd bij het Verdrag van Amsterdam, en artikel 9 van Protocol nr. 36 betreffende de overgangsbepalingen, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C9-0041/2019),

 gezien Besluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken[1], en met name artikel 26 bis, lid 2,

 gezien artikel 82 van zijn Reglement,

 gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A9-0009/2019),

1. hecht zijn goedkeuring aan het ontwerp van de Raad;

2. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

3. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in de door het Parlement goedgekeurde tekst;

4. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


 

TOELICHTING

 

De samenwerkingsovereenkomst tussen Eurojust en Servië volgt het model van soortgelijke overeenkomsten die in het verleden door Eurojust zijn gesloten (bijv. Eurojust-Fyrom, Eurojust-VS, Eurojust-Noorwegen, Eurojust-Zwitserland, Eurojust-Albanië en, het meest recent, Eurojust-Georgië). Het doel van dergelijke overeenkomsten is het bevorderen van samenwerking bij de bestrijding van zware criminaliteit, met name georganiseerde criminaliteit en terrorisme. Ze voorzien onder meer in verbindingsfunctionarissen, contactpunten en informatie-uitwisseling. Dergelijke samenwerkingsovereenkomsten zijn gebaseerd op artikel 26 bis, lid 2, van Besluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken.

 

De bovengenoemde overeenkomst sluit aan bij de strategie van de Europese Commissie voor de Westelijke Balkan van 2018[2]. De Europese Commissie wees in dit verband op de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit en terrorisme en stelde het volgende: “De georganiseerde misdaad blijft een zeer ernstig probleem in de Westelijke Balkan en Turkije. Via Turkije en de Westelijke Balkan lopen belangrijke smokkelroutes. Machtige criminele netwerken met een internationaal bereik blijven vanuit en via deze landen opereren. [...] De Westelijke Balkan heeft de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet om het wettelijke en institutionele kader inzake terrorismebestrijding te moderniseren. De operationele samenwerking met de EU-lidstaten en EU-agentschappen is verder verbeterd en geïntensiveerd. Alle landen van de Westelijke Balkan nemen actief deel aan het terrorismebestrijdingsinitiatief van de Westelijke Balkan (WBCTi). De meeste landen moeten evenwel nog meer inspanningen leveren om het probleem van de terugkerende buitenlandse strijders aan te pakken en extremisme en radicalisering te voorkomen, ook in gevangenissen.” In dat verband hebben andere kandidaat-lidstaten in de regio (Montenegro, Noord-Macedonië en Albanië) al soortgelijke overeenkomsten gesloten. Daarnaast vermeldde de Commissie in haar verslag van 2019 het volgende: “Servië moet meer doen om de tekortkomingen aan te pakken en in het bijzonder een overtuigende staat van dienst opbouwen wat betreft onderzoeken, vervolgingen en veroordelingen in zaken van georganiseerde criminaliteit.” Daarnaast vermeldde de Commissie dat Servië van de landen in de regio de meeste verzoeken in het kader van door Eurojust behandelde zaken ontvangt, en van de derde landen in totaal de op één na meeste verzoeken. In het verslag van de Commissie werd vermeld dat Servië in 2018 betrokken was bij 34 zaken[3].

 

Daarnaast deelde de Europese Commissie in haar tweede verslag in het kader van het opschortingsmechanisme voor de visumvrijstelling het volgende mee: “Wat georganiseerde misdaad betreft, behoren Servische onderdanen nog steeds tot de nationaliteiten die het vaakst voorkomen in statistieken over georganiseerde vermogensdelicten in de EU, met name in België, Duitsland, Frankrijk en Italië. Servische onderdanen blijven ook behoren tot de meest voorkomende slachtoffers van mensenhandel die afkomstig zijn uit de Westelijke Balkan. Misdaadorganisaties bestaande uit Iraanse onderdanen zijn betrokken bij heroïnesmokkel langs deze route, alsook langs de route van de Zuidelijke Kaukasus. Er zijn nog steeds aanzienlijke wapenvoorraden in Servië, wat een risico inhoudt op het gebied van illegale handel in vuurwapens.”[4]

 

Een dergelijke overeenkomst kan dus intensievere samenwerking bewerkstelligen bij de bestrijding van georganiseerde criminaliteit en is in het belang van zowel Servië als de EU-lidstaten, aangezien georganiseerde criminaliteit een transnationaal probleem is. Ook op het gebied van justitiële samenwerking is een dergelijke overeenkomst gewenst, gezien de reeds bestaande overeenkomst tussen Europol en Servië en de werkovereenkomst tussen Cepol en Servië inzake politiële samenwerking.

 

Overeenkomstig het huidige Eurojust-besluit mogen dergelijke samenwerkingsovereenkomsten tussen Eurojust en derde landen die bepalingen bevatten over de uitwisseling van persoonsgegevens, alleen worden gesloten als de betrokken entiteit onder het Verdrag van de Raad van Europa van 28 januari 1981 valt of nadat er een evaluatie is uitgevoerd waaruit blijkt dat die entiteit een afdoende niveau van gegevensbescherming waarborgt. In dat verband moet erop worden gewezen dat Servië dit verdrag in 2005 en het bijbehorende aanvullende protocol in 2008 heeft geratificeerd. Op 28 maart 2019 heeft het gemeenschappelijk controleorgaan van Eurojust omtrent de bepalingen inzake gegevensbescherming een positief advies over de overeenkomst uitgebracht. Het gemeenschappelijk controleorgaan wees onder meer op de vaststelling van Servische wetgeving inzake gegevensbescherming in 2018[5]. De nieuwe Verordening (EU) 2018/1727 betreffende Eurojust tot vervanging en intrekking van Besluit 2002/187/JBZ van de Raad voorziet bovendien in de mogelijkheid van overeenkomsten met derde landen, waarbij deze overeenkomsten een mogelijke basis vormen voor de doorgifte van persoonsgegevens, onder de voorwaarde dat de algemene beginselen inzake de doorgifte van operationele persoonsgegevens aan derde landen worden geëerbiedigd (zie in dit verband artikel 56 van de verordening).

 

Bijgevolg en op basis van bovenstaande overwegingen steunt de rapporteur het ontwerpuitvoeringsbesluit van de Raad betreffende het ontwerp van samenwerkingsovereenkomst tussen Eurojust en Servië.

 

PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Uitvoeringsbesluit van de Raad tot goedkeuring van de sluiting door Eurojust van de Overeenkomst betreffende samenwerking tussen Eurojust en Servië

Document- en procedurenummers

10334/2019 – C9-0041/2019 – 2019/0807(CNS)

Datum raadpleging EP

9.7.2019

 

 

 

Bevoegde commissie

 Datum bekendmaking

LIBE

18.7.2019

 

 

 

Medeadviserende commissies

 Datum bekendmaking

AFET

18.7.2019

JURI

18.7.2019

 

 

Geen advies

 Datum besluit

AFET

9.9.2019

JURI

3.9.2019

 

 

Rapporteurs

 Datum benoeming

Juan Fernando López Aguilar

4.9.2019

 

 

 

Vereenvoudigde procedure - datum besluit

24.7.2019

Behandeling in de commissie

4.9.2019

12.9.2019

 

 

Datum goedkeuring

12.9.2019

 

 

 

Datum indiening

24.9.2019

 

 

[1] PB L 63 van 6.3.2002, blz. 1.

[2] Een geloofwaardig vooruitzicht op toetreding en een grotere EU-betrokkenheid bij de Westelijke Balkan, COM(2018) 65 final.

[3] Mededeling over het uitbreidingsbeleid van de EU, Verslag over Servië van 2019, werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2019) 219 final).

[5] Zakon o zaštiti podataka o ličnosti (Sl. glasnik RS, br. 87/2018).

Laatst bijgewerkt op: 30 september 2019Juridische mededeling - Privacybeleid