Procedure : 2019/2039(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0013/2019

Ingediende teksten :

A9-0013/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 10/10/2019 - 8.4

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0025

<Date>{03/10/2019}3.10.2019</Date>
<NoDocSe>A9-0013/2019</NoDocSe>
PDF 155kWORD 57k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>

<Titre>over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Besluit (EU) 2019/276 wat betreft aanpassingen van de uit het flexibiliteitsinstrument ter beschikking gestelde bedragen voor 2019 die moeten worden gebruikt voor migratie, vluchtelingeninstroom en veiligheid</Titre>

<DocRef>(COM(2019)0600 – C9-0029/2019 – 2019/2039(BUD))</DocRef>


<Commission>{BUDG}Begrotingscommissie</Commission>

Rapporteur: <Depute>John Howarth</Depute>

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Besluit (EU) 2019/276 wat betreft aanpassingen van de uit het flexibiliteitsinstrument ter beschikking gestelde bedragen voor 2019 die moeten worden gebruikt voor migratie, vluchtelingeninstroom en veiligheid (COM(2019)0600 — C9‑0029/2019 — 2019/2039(BUD))

Het Europees Parlement,

 gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2019)0600 – C9-0029/2019),

 gezien Besluit (EU) 2019/276 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2018 over de terbeschikkingstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument ter versterking van belangrijke programma’s betreffende het concurrentievermogen van de EU en ter financiering van onmiddellijke budgettaire maatregelen voor de aanpak van de huidige met migratie, vluchtelingeninstroom en veiligheid verband houdende problemen[1],

 gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2019, definitief vastgesteld op 12 december 2018[2],

 gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020[3],

 gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer[4],

 gezien Besluit 2014/335/EU, Euratom van de Raad van 26 mei 2014 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie[5],

 gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 4/2019, goedgekeurd door de Commissie op 2 juli 2019 (COM(2019)0610),

 gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A9-0013/2019),

A. overwegende dat het Europees Parlement en de Raad hebben besloten om in 2019 middelen uit het flexibiliteitsinstrument ter beschikking te stellen voor een bedrag van 1 164 miljoen EUR: 179 miljoen EUR voor rubriek 1a (Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid) om voor het concurrentievermogen cruciale programma’s te versterken (met name Horizon 2020 en Erasmus+), en 985,6 miljoen EUR voor rubriek 3, zoals voorgesteld door de Commissie;

B. overwegende dat de Commissie ontwerp van gewijzigde begroting nr. 4/2019 heeft voorgesteld, dat voorziet in verlaging van de vastleggingskredieten voor zowel rubriek 1a als rubriek 3, waardoor in 2019 ook minder gebruik hoeft te worden gemaakt van het flexibiliteitsinstrument;

C. overwegende dat de Commissie daarom heeft voorgesteld de uit het flexibiliteitsinstrument ter beschikking gestelde bedragen dienovereenkomstig te verlagen tot 1090 miljoen EUR, waarvan 160 miljoen EUR voor rubriek 1a en 930 miljoen EUR voor rubriek 3;

D. overwegende dat bij het voorstel voor een besluit tot terbeschikkingstelling Besluit (EU) 2019/276 van 12 december 2018 wordt gewijzigd[6];

 

E. overwegende dat, als gevolg van het standpunt van het Parlement inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 4/2019, de voorgestelde aanpassingen ongeldig zijn geworden;

1. verwerpt het voorstel van de Commissie;

2. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


 

 

BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Besluit (EU) 2019/276 wat betreft aanpassingen van de uit het flexibiliteitsinstrument ter beschikking gestelde bedragen voor 2019

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer[7], en met name punt 12,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Met het flexibiliteitsinstrument kunnen nauwkeurig bepaalde uitgaven worden gefinancierd die niet binnen de voor een of meer andere rubrieken beschikbare maxima konden worden gefinancierd.

(2) Het jaarlijks voor het flexibiliteitsinstrument beschikbare maximumbedrag is gelijk aan 600 000 000 EUR (prijzen van 2011), zoals vastgesteld in artikel 11 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad[8], te verhogen in voorkomend geval met vervallen bedragen die ter beschikking worden gesteld overeenkomstig lid 1, tweede alinea, van dat artikel.


(3) Op 12 december 2018 hebben het Europees Parlement en de Raad Besluit (EU) 2019/276[9] vastgesteld, waarbij voor het begrotingsjaar 2019 middelen uit het flexibiliteitsinstrument ter beschikking worden gesteld boven het maximum van rubriek 1a (Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid) ter hoogte van 178 715 475 EUR ter versterking van voor het concurrentievermogen van de EU cruciale programma’s, en boven het maximum van rubriek 3 (Veiligheid en burgerschap) ter hoogte van 985 629 138 EUR voor de financiering van maatregelen op het gebied van migratie, vluchtelingen en veiligheid.

(4) Gewijzigde begroting nr. 4 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2019 voorziet in verlaging van de vastleggingskredieten voor zowel rubriek 1a als rubriek 3, waardoor ook minder gebruik hoeft te worden gemaakt van het flexibiliteitsinstrument. Het is daarom passend de in het kader van Besluit (EU) 2019/276 voor 2019 ter beschikking gestelde bedragen uit het flexibiliteitsinstrument dienovereenkomstig aan te passen. Het is ook passend om het verwachte betalingsprofiel aan te passen.

(5) Besluit (EU) 2019/276 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 1 van Besluit (EU) 2019/276 wordt als volgt gewijzigd:

(1) in lid 1 wordt de eerste alinea als volgt gewijzigd:

(a) het bedrag “178 715 475 EUR” wordt vervangen door het bedrag “160 195 475 EUR”;

(b) het bedrag “985 629 138 EUR” wordt vervangen door het bedrag “930 188 138 EUR”.


(2) Het bepaalde in lid 2, eerste alinea, onder a) tot en met e), wordt vervangen door:

“(a) 511 468 976 EUR in 2019;

(b) 242 308 256 EUR in 2020;

(c) 126 300 853 EUR in 2021;

(d) 131 990 641 EUR in 2022;

(e) 78 314 887 EUR in 2023.”

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te […],

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

 

 


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

1.10.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

30

4

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Rasmus Andresen, Clotilde Armand, Robert Biedroń, Anna Bonfrisco, Jonathan Bullock, Olivier Chastel, Lefteris Christoforou, David Cormand, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Valentino Grant, Elisabetta Gualmini, Valerie Hayer, Niclas Herbst, Monika Hohlmeier, John Howarth, Mislav Kolakušić, Joachim Kuhs, Ioannis Lagos, Pierre Larrouturou, Rupert Lowe, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Henrik Overgaard Nielsen, Karlo Ressler, Bogdan Rzońca, Nicolae Ştefănuță, Nils Torvalds, Nils Ušakovs, Johan Van Overtveldt, Rainer Wieland, Angelika Winzig

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Damian Boeselager, Dinesh Dhamija, Henrike Hahn, Eva Kaili

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 209, lid 7)

Sara Cerdas

 


 

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

30

+

ECR

Bogdan Rzońca, Johan Van Overtveldt

NI

Mislav Kolakušić

PPE

Lefteris Christoforou, José Manuel Fernandes, Niclas Herbst, Monika Hohlmeier, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Karlo Ressler, Rainer Wieland, Angelika Winzig

RENEW

Clotilde Armand, Olivier Chastel, Dinesh Dhamija, Valerie Hayer, Nils Torvalds, Nicolae Ştefănuță

S&D

Robert Biedroń, Sara Cerdas, Eider Gardiazabal Rubial, Elisabetta Gualmini, John Howarth, Eva Kaili, Pierre Larrouturou, Nils Ušakovs

VERTS/ALES

Rasmus Andresen, Damian Boeselager, David Cormand, Henrike Hahn

 

4

-

NI

Jonathan Bullock, Ioannis Lagos, Rupert Lowe, Henrik Overgaard Nielsen

 

3

0

ID

Anna Bonfrisco, Valentino Grant, Joachim Kuhs

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

[1] PB L 54 van 22.2.2019, blz. 3.

[2] PB L 67 van 7.3.2019.

[3] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

[4] PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

[5] PB L 168 van 7.6.2014, blz. 105.

[6] Besluit (EU) 2019/276 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2018 over de terbeschikkingstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument ter versterking van belangrijke programma’s betreffende het concurrentievermogen van de EU en ter financiering van onmiddellijke budgettaire maatregelen voor de aanpak van de huidige met migratie, vluchtelingeninstroom en veiligheid verband houdende problemen (PB L 54 van 22.2.2019, blz. 3).

[7] PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

[8] Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).

[9] Besluit (EU) 2019/276 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2018 over de terbeschikkingstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument ter versterking van belangrijke programma’s betreffende het concurrentievermogen van de EU en ter financiering van onmiddellijke budgettaire maatregelen voor de aanpak van de huidige met migratie, vluchtelingeninstroom en veiligheid verband houdende problemen (PB L 54 van 22.2.2019, blz. 3).

Laatst bijgewerkt op: 7 oktober 2019Juridische mededeling - Privacybeleid