Procedure : 2019/0096(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0034/2019

Ingediende teksten :

A9-0034/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 26/11/2019 - 8.2

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0060

<Date>{19/11/2019}19.11.2019</Date>
<NoDocSe>A9‑0034/2019</NoDocSe>
PDF 168kWORD 78k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>     <RefProcLect>*</RefProcLect>

<Titre>over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde en Richtlijn 2008/118/EG houdende een algemene regeling inzake accijns wat betreft defensie-inspanningen binnen het Uniekader</Titre>

<DocRef>(COM(2019)0192 – C9‑0003/2019 – 2019/0096(CNS))</DocRef>


<Commission>{ECON}Commissie economische en monetaire zaken</Commission>

Rapporteur: <Depute>Paul Tang</Depute>

(Vereenvoudigde procedure – artikel 52, lid 2, van het Reglement)

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde en Richtlijn 2008/118/EG houdende een algemene regeling inzake accijns wat betreft defensie-inspanningen binnen het Uniekader

(COM(2019)0192 – C9‑0003/2019 – 2019/0096(CNS))

(Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)

Het Europees Parlement,

 gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2019)0192),

 gezien artikel 113 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C9‑0003/2019),

 gezien artikel 82 van zijn Reglement,

 gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A9‑0034/2019),

1. hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2. verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienovereenkomstig te wijzigen;

3. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

<RepeatBlock-Amend><Amend>Amendement  <NumAm>1</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een richtlijn</DocAmend>

<Article>Overweging 4</Article>

 

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) Defensie-inspanningen ter uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het GVDB zien op militaire missies en operaties, activiteiten van gevechtsgroepen, wederzijdse bijstand, projecten inzake permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) en activiteiten van het Europese Defensieagentschap (EDA). Zij bestrijken daarentegen niet activiteiten in het kader van de solidariteitsclausule van artikel 222 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie noch andere bilaterale of multilaterale activiteiten tussen lidstaten die geen verband houden met defensie-inspanningen ter uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het GVDB.

(4) Defensie-inspanningen ter uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het GVDB zien op militaire missies, activiteiten van gevechtsgroepen en andere multinationale formaties of structuren die door de lidstaten in het leven zijn geroepen en opereren in het kader van het GVDB, wederzijdse bijstand, projecten inzake permanente gestructureerde samenwerking (PESCO), activiteiten van het Europese Defensieagentschap (EDA) en activiteiten die gericht zijn op de geleidelijke bepaling van een gemeenschappelijk defensiebeleid. Zij bestrijken daarentegen niet activiteiten in het kader van de solidariteitsclausule van artikel 222 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie noch andere bilaterale of multilaterale activiteiten tussen lidstaten die geen verband houden met defensie-inspanningen ter uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het GVDB. De Commissie dient een overzicht bij te houden van alle defensie-inspanningen ter uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het GVDB waarop vrijstellingen van toepassing zijn.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>2</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een richtlijn</DocAmend>

<Article>Overweging 8</Article>

 

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8) Net zoals de vrijstelling voor de NAVO-defensie-inspanning mag ook de vrijstelling voor de defensie-inspanning die wordt verricht met het oog op de uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het GVDB, slechts een beperkt toepassingsgebied hebben. Alleen uitgaven voor taken die rechtstreeks verband houden met een defensie-inspanning, mogen voor vrijstelling in aanmerking komen. Taken die uitsluitend door burgerpersoneel worden verricht of die uitsluitend met behulp van civiele vermogens worden verricht, mogen niet onder de vrijstelling vallen. De vrijstelling mag ook niet gelden voor zaken zoals reserveonderdelen voor militaire uitrusting of vervoerdiensten die de strijdkrachten van een lidstaat inkopen om in die lidstaat te gebruiken, of voor de bouw van de infrastructuur van vervoers- of communicatie- en informatiesystemen.

(8) Net zoals de vrijstelling van de btw en accijns voor de NAVO-defensie-inspanning mogen ook de vrijstellingen voor de defensie-inspanning die wordt verricht met het oog op de uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het GVDB, slechts een beperkt toepassingsgebied hebben. De vrijstellingen mogen alleen gelden voor situaties waarin de strijdkrachten taken uitvoeren die rechtstreeks verband houden met een defensie-inspanning in het kader van het GVDB. Deze vrijstellingen mogen geen betrekking hebben op civiele missies in het kader van het GVDB. Goederen of diensten die worden geleverd voor het gebruik door burgerpersoneel kunnen derhalve alleen onder de vrijstellingen vallen wanneer het burgerpersoneel de strijdkrachten begeleidt bij de uitvoering van taken die rechtstreeks verband houden met een defensie-inspanning in het kader van het GVDB buiten hun lidstaat. Taken die uitsluitend door burgerpersoneel worden verricht of die uitsluitend met behulp van civiele vermogens worden verricht, mogen niet als defensie-inspanning worden beschouwd. Ook mogen de vrijstellingen in geen geval gelden voor goederen en diensten die de strijdkrachten inkopen voor gebruik door de strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel in hun eigen lidstaat.

</Amend>

</RepeatBlock-Amend>


 

 

TOELICHTING

De btw-richtlijn voorziet niet in een algemene vrijstelling voor de levering van goederen of diensten voor veiligheids- en defensiedoeleinden. Wel voorziet de richtlijn in een vrijstelling voor leveringen aan de strijdkrachten van elke staat die partij is bij het Noord-Atlantisch Verdrag, voor zover deze strijdkrachten deelnemen aan een gemeenschappelijke defensie-inspanning buiten hun eigen staat.

 

In de accijnsrichtlijn is een vergelijkbare vrijstelling van accijns opgenomen voor overbrengingen van accijnsgoederen naar de strijdkrachten van alle staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag (NAVO).

Waar er voor de defensie-inspanning in het kader van de NAVO een regeling is opgenomen in de btw-richtlijn sinds 1977 en in de accijnsrichtlijn sinds 1993, gelden geen van beide vrijstellingen voor prestaties die verband houden met de gemeenschappelijke defensie-inspanningen binnen het Uniekader omdat er vooralsnog geen gemeenschappelijk EU-defensiebeleid bestaat. Het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB), dat in 2000 werd opgezet als het Europees veiligheids- en defensiebeleid (EVDB), is evenwel een wezenlijk instrument voor extern optreden en voorziet in de geleidelijke bepaling van een gemeenschappelijk defensiebeleid.

 

In maart 2018 hebben de Commissie en de hoge vertegenwoordiger een gezamenlijke mededeling over het actieplan voor militaire mobiliteit gepresenteerd. In het actieplan wordt erkend dat defensie-inspanningen op een gelijkwaardige manier moeten worden behandeld, teneinde de administratieve last te beperken en vertragingen en kosten op het gebied van militaire mobiliteit te vermijden, en de lidstaten te stimuleren om mee te werken. De Commissie wordt gevraagd te beoordelen of het haalbaar is om de btw-behandeling van de defensie-inspanningen binnen het Uniekader en onder de koepel van de NAVO op elkaar af te stemmen.

 

Dit voorstel strekt ertoe de btw-behandeling van de defensie-inspanningen binnen het Uniekader en onder de koepel van de NAVO op één lijn te brengen voor zover dit mogelijk is. De regelingen voor accijnsvrijstellingen die in de accijnsrichtlijn zijn opgenomen, dienen op dezelfde manier te worden aangepast.

 

De rapporteur staat volledig achter het voorstel van de Commissie.

 

Hij stelt evenwel voor de definitie van het begrip defensie-inspanning binnen het Uniekader te verruimen, voornamelijk om ervoor te zorgen dat deze niet alleen alle missies en activiteiten omvat die worden uitgevoerd uit hoofde van artikel 42 VEU inzake het toepassingsgebied van het GVDB, maar ook alle formaties en structuren die op grond van dat artikel opereren.

PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde en Richtlijn 2008/118/EG houdende een algemene regeling inzake accijns wat betreft defensie-inspanningen binnen het Uniekader

Document- en procedurenummers

COM(2019)0192 – C9-0003/2019 – 2019/0096(CNS)

Datum raadpleging EP

14.5.2019

 

 

 

Bevoegde commissie

 Datum bekendmaking

ECON

15.7.2019

 

 

 

Rapporteurs

 Datum benoeming

Paul Tang

18.7.2019

 

 

 

Vereenvoudigde procedure - datum besluit

4.11.2019

Behandeling in de commissie

4.11.2019

 

 

 

Datum goedkeuring

19.11.2019

 

 

 

Datum indiening

19.11.2019

 

 

Laatst bijgewerkt op: 21 november 2019Juridische mededeling - Privacybeleid