Procedure : 2019/0192(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0045/2019

Ingediende teksten :

A9-0045/2019

Debatten :

PV 16/12/2019 - 18
CRE 16/12/2019 - 18

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0085

<Date>{06/12/2019}6.12.2019</Date>
<NoDocSe>A9-0045/2019</NoDocSe>
PDF 189kWORD 78k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>     <RefProcLect>***I</RefProcLect>

<Titre>over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië</Titre>

<DocRef>(COM(2019)0411 – C9-0116/2019 – 2019/0192(COD))</DocRef>


<Commission>{INTA}Commissie internationale handel</Commission>

Rapporteur: <Depute>Luisa Regimenti</Depute>

ERRATA/ADDENDA
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 MINDERHEIDSSTANDPUNT
 BRIEF VAN DE BEGROTINGSCOMMISSIE
 BRIEF VAN DE COMMISSIE BUITENLANDSE ZAKEN
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië

(COM(2019)0411 – C9-0116/2019 – 2019/0192(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

 gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2019)0411),

 gezien artikel 294, lid 2, en artikel 212, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9-0116/2019),

 gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement en de Raad die is aangenomen samen met Besluit nr. 778/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 augustus 2013 tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan Georgië[1],

 gezien artikel 59 van zijn Reglement,

 gezien de brieven van de Begrotingscommissie en de Commissie buitenlandse zaken,

 gezien het verslag van de Commissie internationale handel (A9-0045/2019),

1. stelt zijn standpunt in eerste lezing vast en neemt het voorstel van de Commissie over;

2. verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

 


TOELICHTING

De afgelopen jaren is Jordanië zwaar getroffen door onrust in de regio, met name in de buurlanden Irak en Syrië. Deze onrust in de regio heeft de interne stabiliteit van het land onder druk gezet.

 

Het Syrische conflict heeft Jordanië niet alleen getroffen doordat de handel met en via Syrië verstoord is, maar ook doordat het, volgens schattingen van de Jordaanse autoriteiten, een instroom van ongeveer 1,3 miljoen Syrische vluchtelingen teweeg heeft gebracht, waarvan er 660 330 zijn geregistreerd bij het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen (UNHCR) (gegevens op 4 augustus 2019). Jordanië heeft meer vluchtelingen opgenomen dan enig ander Arabisch land. Deze grote instroom van Syrische vluchtelingen in Jordanië heeft enerzijds de druk op de begrotingssituatie, de overheidsdiensten en de infrastructuur van het land verhoogd, en resulteert er anderzijds in dat Jordanië zoals verwacht de hoge bevolkingsgroei niet in toom kan houden.

Jordanië richt zich met name op de verplichtingen in het kader van het pact EU-Jordanië inzake de toegang tot betaalbare openbare gezondheidszorg en tot de arbeidsmarkt voor Syrische vluchtelingen, om de waardigheid van hun bestaan te waarborgen, ondanks de uitdagingen die nog in het verschiet liggen.

 

De stabiliteit van Jordanië is daarom essentieel bij het voorkomen van een implosie van de situatie in het Midden-Oosten, die verband houdt met de dramatische vluchtelingencrisis.

 

Het is ook belangrijk om te benadrukken dat Jordanië zich door middel van systematische operaties en een aanscherping van de antiterrorismewetgeving blijft inzetten voor de strijd tegen islamitisch terrorisme, een absolute prioriteit voor de EU, haar lidstaten en haar internationale partners.

 

Dankzij een grotendeels passende beleidsreactie en de ontvangen internationale steun heeft het land een zekere stabiliteit weten te handhaven en het democratiseringsproces weten voort te zetten. De Jordaanse economie blijft echter kwetsbaar voor schokken van buitenaf, zoals blijkt uit het feit dat de reële groei in 2018 tot 1,9 % is gedaald, het laagste percentage sinds 1996, terwijl de werkloosheid begin 2019 tot 19 % is gestegen en buitenlandse investeringen sterk zijn afgenomen. 

Wij hebben gezien hoe Jordanië zich inzet voor de bescherming van fundamentele rechten en vrijheden, in die mate dat Jordanië nu beschouwd kan worden als een van de meest democratische staten in het Midden-Oosten.

 

Jordanië behoort tot de landen in het Midden-Oosten met de meest uitgebreide en georganiseerde eerbiediging van de mensenrechten. Deze situatie, die zich voortdurend ontwikkelt, is ook te danken aan de efficiëntie waarmee de Jordaanse autoriteiten de twee voorgaande macrofinanciële hulpprogramma’s van de Europese Unie gebruikt hebben. Deze hebben niet alleen bijgedragen aan het stabiliseren van de economische positie van het land, ze hebben ook sociale en menselijke vooruitgang in Jordanië mogelijk gemaakt, met name wat betreft de rechten van de vrouw, zoals blijkt uit de hervorming van het interne wetboek van strafrecht dat nu grotere bescherming biedt aan vrouwen die het slachtoffer zijn van geweld.

 

Ten slotte is het belangrijk dat het bestaan van een financieel stabiele buitenlandse partner, wat te danken is aan de vooruitgang in de wederzijdse openstelling van markten, een garantie is voor bedrijven uit de EU waarvoor er, dankzij de in de afgelopen jaren gesloten overeenkomsten, betere kansen zouden kunnen ontstaan voor handel, ondernemerschap en investeringen in Jordanië.

 

Wij zijn in dit verband van mening dat Jordanië een land is gebleken dat een dergelijke verdere financiële steun van de EU verdient.

 

Op 11 juli 2019 heeft Jordanië een officieel verzoek ingediend voor macrofinanciële bijstand van de EU ten belope van 500 miljoen EUR, zoals tijdens de Associatieraad EU-Jordanië op 26 juni 2019 in het vooruitzicht was gesteld.

 

In het licht van dit verzoek heeft de Commissie aan het Parlement en de Raad een voorstel voorgelegd om de gevraagde MFB in de vorm van leningen in drie tranches te verstrekken. 

 

De voorgestelde MFB zou de derde MFB zijn die wordt toegewezen aan Jordanië. Het zou volgen op de MFB-I, ten belope van 180 miljoen EUR aan leningen, zoals vastgesteld door het Parlement en de Raad in december 2013 en afgerond in oktober 2015; en op de MFB-II, ten belope van 200 miljoen EUR aan leningen, zoals vastgesteld in december 2016 en afgerond in juli 2019.

 

Het derde MFB-programma maakt deel uit van een bredere inspanning van de EU en andere internationale donoren, waarover een overeenstemming werd bereikt tijdens de conferentie “London Initiative”, d.d. februari 2019, met als doel het herbevestigen van de voornemens om Jordanië te ondersteunen bij zijn pogingen om interne stabiliteit te handhaven en groeiperspectieven te verbeteren.

Het is van essentieel belang dat in het memorandum van overeenstemming, waarover de Commissie en de Jordaanse autoriteiten zullen onderhandelen, wordt bepaald dat de toegekende steun, die groter is dan de twee reeds toegekende programma's, ook daadwerkelijk gericht moet zijn op het stimuleren van de ontwikkeling van ondernemingsgerichte investeringen en projecten van het land, en dat er periodieke controles van het daadwerkelijke gebruik van de middelen moeten plaatsvinden.

 

Gezien het voorgaande is de rapporteur van mening dat de gevraagde MFB een passende interventie is.

 


3.12.2019

 

 

MINDERHEIDSSTANDPUNT

ingediend overeenkomstig artikel 55, lid 4, van het Reglement

Jérémy Decerle, Kathleen Van Brempt, Heidi Hautala, Helmut Scholz

 

 

 

Als pro-Europese fracties, overtuigd van het nut en het belang van het Europees Nabuurschapsbeleid, geven Renew, S&D, de Groenen/EFA en GUE/NGL volledig steun aan de benadering van de Commissie van het toekennen van financiële steun aan Jordanië, waarvan de economie zwaar getroffen is door regionale onrust, in het bijzonder in Irak en Syrië. In dit verband steunen onze fracties het wetgevingsverslag van mevrouw Luisa Regimenti houdende bekrachtiging van de toewijzing aan dit land van een derde pakket macrofinanciële bijstand ten belope van 500 miljoen EUR voor het herstel van zijn economie en het implementeren van hervormingen. Overigens vinden onze fracties het belangrijk erop te wijzen dat onze steun voor dit verslag, opgesteld door een rapporteur van de ID-Fractie, ons op geen enkele wijze verbindt met deze fractie en de door haar ingenomen Eurosceptische standpunten, waarvan we ons met kracht distantiëren.

 

 

 


 

 

BRIEF VAN DE BEGROTINGSCOMMISSIE

De heer Bernd Lange, voorzitter

Commissie internationale handel

BRUSSEL

Betreft: <Titre>Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië</Titre> <DocRef>(COM(2019)0411 – C9-0000/2019 – 2019/0192(COD))</DocRef>

Geachte voorzitter,

De Commissie internationale handel werkt momenteel aan een verslag over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië (2019/0192(COD)) ter hoogte van 500 miljoen EUR.

De coördinatoren van de Begrotingscommissie hebben besloten een advies in briefvorm uit te brengen:

A. overwegende dat de Jordaanse economie en samenleving het zwaar te verduren hebben onder de onrust in de regio, met name in Irak en Syrië, evenals onder de instroom van Syrische vluchtelingen, en bovendien lijden onder de bredere economische en financiële gevolgen van de crisis in Syrië en de regionale instabiliteit; overwegende dat Jordanië ongeveer 1,3 miljoen Syrische vluchtelingen heeft binnengelaten en daarom moet worden geprezen;

B. overwegende dat de Unie sinds het begin van de crisis in Syrië in 2011 meer dan 2,1 miljard EUR aan Jordanië beschikbaar heeft gesteld in het kader van verschillende instrumenten (waaronder 380 miljoen EUR in het kader van de MFB-programma’s van 2013 en 2016), waarvan bijna 1,3 miljard EUR werd ingezet om het land te helpen het hoofd te bieden aan de gevolgen van de crisis; overwegende dat voor 2019 in totaal 125 miljoen EUR is toegezegd voor maatregelen in Jordanië zelf, voornamelijk uit het Europees nabuurschapsinstrument (99 miljoen EUR aan vastleggingskredieten), maar ook dankzij humanitaire hulp (20 miljoen EUR) en het instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede (6 miljoen EUR); overwegende dat in Jordanië ook het Madad-trustfonds in respons op de Syrische crisis, dat grotendeels uit het Europees nabuurschapsinstrument wordt gefinancierd, op grote schaal is gebruikt;

C. overwegende dat de steun van de EU, met inbegrip van de MFB-pakketten van 2013 en 2016 ter hoogte van respectievelijk 180 miljoen EUR en 200 miljoen EUR aan leningen, deel uitmaakt van een bredere inspanning van de EU en andere internationale donoren, waarover overeenstemming werd bereikt tijdens de conferentie “Supporting Syria and the Region”, die op 4 februari 2016 in Londen plaatsvond; overwegende dat de gedane toezeggingen met betrekking tot de macro-economische stabiliteit en groeiperspectieven van Jordanië sindsdien door de internationale gemeenschap zijn bevestigd, onder meer tijdens de twee conferenties “Supporting Syria and the Region” van 2017 en 2018 in Brussel, de conferentie “London Initiative” van februari 2019 en de Brussel III-conferentie van maart 2019;

D. overwegende dat Jordanië van oudsher een onmisbare rol speelt bij de opvang van Palestijnse vluchtelingen met de steun van de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA), die in het land actief is; overwegende dat de EU elk jaar een bijdrage levert aan de financiering van deze VN‑organisatie;

E. overwegende dat de voorgestelde macrofinanciële bijstand (MFB) 500 miljoen EUR bedraagt en in de vorm van leningen in drie tranches zal worden verstrekt; overwegende dat de eerste twee tranches in 2020 zullen worden uitbetaald en in totaal 300 miljoen EUR zullen bedragen en dat de derde tranche in 2021 zal wordt uitbetaald en 200 miljoen EUR zal bedragen; overwegende dat de overeenkomstige voorzieningsbedragen pas twee jaar later in de Uniebegroting zullen worden opgenomen, namelijk 27 miljoen EUR in 2022 en 18 miljoen EUR in 2023;

De Begrotingscommissie ziet graag dat de behoeften aan een strenge beoordeling worden onderworpen en:

1. is van oordeel dat het MFB III-pakket snel moet worden goedgekeurd als onderdeel van de toezeggingen van de Unie om de weerbaarheid van Jordanië en andere gastgemeenschappen te versterken;

2. dringt erop aan dat de Unie zich er tegelijkertijd van moet verzekeren dat doeltreffende democratische mechanismen, alsook de rechtsstaat en de mensenrechten, in Jordanië worden geëerbiedigd; de macro-economische bijstand van de Unie moet bovendien de efficiëntie, transparantie en verantwoording met betrekking tot de beheersystemen voor de overheidsfinanciën in Jordanië bevorderen en bijdragen aan structurele hervormingen die gericht zijn op de bevordering van duurzame en inclusieve groei, het scheppen van werkgelegenheid en begrotingsconsolidatie, met name door de structurele verliezen van de nationale elektriciteits- en watermaatschappijen aan de orde te stellen; neemt daarnaast kennis van de kwetsbaarheid van de Jordaanse samenleving op het gebied van werkloosheid (19 % in het eerste kwartaal van 2019), met name onder jongeren (38,5 %);

3. verzoekt de Commissie uitgebreid verslag uit te brengen aan het Parlement over het verloop van de uitbetalingen van de leningen en de overeenkomstige behoeften in verband met de voorziening van het Garantiefonds voor externe acties van de EU;

4. wijst erop dat de verstrekking van MFB-leningen slechts een van de beschikbare middelen is ter ondersteuning van Jordanië en dat de verlening van MFB-subsidies in het kader van macrofinanciële bijstand ook in overweging had kunnen worden genomen;

5. verzoekt de Commissie de EU-steun aan Jordanië te blijven opvoeren om Jordanië te helpen het hoofd te bieden aan de problemen waarmee het land te maken heeft, en is in dit verband dan ook bereid om passende begrotingsvoorstellen in het kader van de desbetreffende instrumenten in ogenschouw te nemen;


6. is zich volledig bewust van het tekort aan beschikbare middelen in rubriek 4 (“Europa als wereldspeler”) en staat er derhalve op dat in het volgend meerjarig financieel kader ruimte wordt gelaten voor een langdurige en daadkrachtige doch flexibele reactie van de EU op de behoeften van haar partners, in het bijzonder in een snel veranderende omgeving.

 

Hoogachtend,

 

 

 

 

Johan Van Overtveldt


BRIEF VAN DE COMMISSIE BUITENLANDSE ZAKEN

Ref: D(2019) 44467

 

De heer Bernd Lange

Voorzitter

Commissie internationale handel

 

Betreft:  Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië

Geachte Voorzitter,

De Commissie internationale handel werkt momenteel aan een verslag over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië (2019/0192 (COD) - COM (2019) 0411) ten belope van 500 miljoen EUR.

De coördinatoren van de Commissie buitenlandse zaken hebben mij gevraagd middels dit schrijven de belangrijkste observaties en opmerkingen van mijn commissie over het voorstel van de Commissie en het ontwerpbesluit van de Raad kenbaar te maken.

De Commissie buitenlandse zaken geeft haar volledige steun aan het voorstel van de Commissie omdat:

(i) het verwijst naar de positieve resultaten van de macrofinanciële steun van de EU voor Jordanië tot nu toe,

(ii) er het belang in wordt onderkent van het doorgaan met het bieden van stimulansen voor het intensiveren van de hervormingsinspanningen van Jordanië, en

(iii) het de macrofinanciële steun voor Jordanië koppelt aan doeltreffende democratische mechanismen en de eerbiediging van de mensenrechten.

Het aanslepende conflict in Syrië, de kwetsbaarheid van Irak en de dreiging van ISIS langs de Jordaans-Irakese grens, alsook de voortdurende precaire politieke en economische stabiliteit van Libanon, hebben allemaal de mogelijkheden voor Jordanië om naar de regio te exporteren aanzienlijk gereduceerd en hebben een negatieve impact gehad op de economische situatie in Jordanië, in het bijzonder op de jeugdwerkloosheid en op de kansen op sociaal-economische en politieke stabiliteit. Daarnaast heeft Jordanië onderdak geboden aan 1,3 miljoen Syriërs, alsook aan vluchtelingengemeenschappen uit Irak.

In dit verband zij erop gewezen dat Jordanië door gegaan is met het proces van het implementeren van democratische en economische hervormingen. Er is veel gedaan en het werk is nog lang niet voltooid, en de Europese Unie moet doorgaan met het ondersteunen (in de vorm van macrofinanciële steun) van de omstandigheden voor sociaal-economische stabiliteit die Jordanië op zijn beurt in staat zullen stellen te blijven investeren in het hervormingsproces in het land.

Jordanië is onverminderd een belangrijke regionale partner voor de EU gezien:

(i) de inzet van Jordanië voor het vooruitbrengen van het vredesproces in het Midden-Oosten en de tweestatenoplossing,

(ii) de rol van Jordanië als hoeder van de heilige plaatsen in Jeruzalem, en als belangrijke pleitbezorger van de dialoog tussen religies en religieuze verdraagzaamheid,

(iii) de inzet van Jordanië voor een enge dialoog en samenwerking met de EU met betrekking tot het proces van politieke en economische hervormingen, en regionale uitdagingen,

(iv) de toegewijdheid van Jordanië aan een sterkere en doeltreffender Unie voor het gebied van de Middellandse Zee. 

Gezien dit alles is de Commissie buitenlandse zaken van oordeel dat:

a) het belangrijk is te wijzen op de rol van Jordanië als één van de ankers van het vredesproces in het Midden-Oosten en de mogelijkheid van het dichterbij brengen van de twee-statenoplossing. Vandaar dat het belangrijk is Jordanië te helpen bij zijn inspanningen gericht op het handhaven van sociaal-economische stabiliteit - en dus politieke stabiliteit - en de voorwaarden voor het proces van hervormingen. Een politiek en sociaal stabiel Jordanië zal een belangrijke rol kunnen blijven spelen als voorvechter van vrede in de regio en van onderhandelingen gericht op een twee-statenoplossing. Zoals onlangs ook aangegeven door koning Abdullah II zal de jeugdwerkloosheid essentieel zijn voor de stabiliteit van het land en de regio.

b) Het is belangrijk te onderstrepen dat Jordanië besloten heeft eerste relevante stappen te zetten in de richting van de sociaal-economische integratie van de grote Syrische vluchtelingengemeenschap in het land. In een context waarin Syrische vluchtelingen mogelijkerwijs niet veel langer meer vrijwillig naar Syrië zullen kunnen terugkeren, is dit een belangrijk initiatief gericht op het tot stand brengen van voorwaarden voor langetermijnintegratie, economische onafhankelijkheid, en een bijdrage aan de economische groei van Jordanië. Jordanië heeft zich ook gecommitteerd aan de toegang tot onderwijs voor elk kind op zijn grondgebied, en moet toegang houden tot financiële middelen om deze doelstelling te verwezenlijken.

c) Als onderdeel van haar inspanningen gericht op economische stabiliteit op de lange termijn in Jordanië moet de EU Jordanië helpen bij het waarborgen van ononderbroken toegang tot energiebronnen, onder bijzondere verwijzing naar investeringen in hernieuwbare energiebronnen en aardgasbronnen in de regio, en de mogelijkheid van de stabiele levering op de lange termijn van aardgas uit Egypte en Israël. De partnerschapsprioriteiten voor samenwerking tussen de EU en Jordanië tot eind 2020 en daarna kunnen worden geïntegreerd om het belang van de EU-bijstand voor Jordanië ook in de energiesector te weerspiegelen.

Ik vertrouw erop dat de Commissie internationale handel bij het vaststellen van haar standpunt terdege rekening zal houden met deze opmerkingen.

Met de meeste hoogachting,

 

 

 

 

David McAllister

 


 

PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Macrofinanciële bijstand aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië

Document- en procedurenummers

COM(2019)0411 – C9-0116/2019 – 2019/0192(COD)

Datum indiening bij EP

6.9.2019

 

 

 

Bevoegde commissie

 Datum bekendmaking

INTA

16.9.2019

 

 

 

Medeadviserende commissies

 Datum bekendmaking

AFET

16.9.2019

BUDG

16.9.2019

 

 

Geen advies

 Datum besluit

AFET

30.9.2019

 

 

 

Rapporteurs

 Datum benoeming

Luisa Regimenti

23.9.2019

 

 

 

Behandeling in de commissie

2.10.2019

6.11.2019

 

 

Datum goedkeuring

3.12.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

36

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nikos Androulakis, Geert Bourgeois, Jordi Cañas, Daniel Caspary, Ellie Chowns, Miroslav Číž, Arnaud Danjean, Nicola Danti, Barbara Ann Gibson, Enikő Győri, Roman Haider, Christophe Hansen, Heidi Hautala, Danuta Maria Hübner, Jude Kirton-Darling, Maximilian Krah, Danilo Oscar Lancini, Bernd Lange, Samira Rafaela, Luisa Regimenti, Inma Rodríguez-Piñero, André Rougé, Massimiliano Salini, Helmut Scholz, Liesje Schreinemacher, Sven Simon, Mihai Tudose, Kathleen Van Brempt, Marie-Pierre Vedrenne, Jörgen Warborn, Iuliu Winkler, Jan Zahradil

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Saskia Bricmont, Jérémy Decerle, Seán Kelly, Witold Jan Waszczykowski

Datum indiening

6.12.2019

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

36

+

ECR

Geert Bourgeois, Witold Jan Waszczykowski, Jan Zahradil

GUE/NGL

Helmut Scholz

ID

Roman Haider, Maximilian Krah, Danilo Oscar Lancini, Luisa Regimenti, André Rougé

PPE

Daniel Caspary, Arnaud Danjean, Enikő Győri, Christophe Hansen, Danuta Maria Hübner, Seán Kelly, Massimiliano Salini, Sven Simon, Jörgen Warborn, Iuliu Winkler

RENEW

Jordi Cañas, Jérémy Decerle, Barbara Ann Gibson, Samira Rafaela, Liesje Schreinemacher, Marie-Pierre Vedrenne

S&D

Nikos Androulakis, Miroslav Číž, Nicola Danti, Jude Kirton-Darling, Bernd Lange, Inma Rodríguez-Piñero, Mihai Tudose, Kathleen Van Brempt

VERTS/ALE

Saskia Bricmont, Ellie Chowns, Heidi Hautala

 

0

-

 

 

 

0

0

 

 

 

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

[1] PB L 218 van 14.8.2013, blz. 15.

Laatst bijgewerkt op: 13 december 2019Juridische mededeling - Privacybeleid