Procedure : 2019/0078M(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0023/2020

Ingediende teksten :

A9-0023/2020

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/06/2020 - 2

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0135

<Date>{26/02/2020}26.2.2020</Date>
<NoDocSe>A9-0023/2020</NoDocSe>
PDF 177kWORD 58k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>

<Titre>met een niet-wetgevingsontwerpresolutie over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van het protocol tot uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kaapverdië (2019-2024)</Titre>

<DocRef>(08662/2019 – C9-0004/2019 – 2019/0078M(NLE))</DocRef>


<Commission>{PECH}Commissie visserij</Commission>

Rapporteur: <Depute>Cláudia Monteiro de Aguiar</Depute>

NIET-WETGEVINGSONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES VAN DE COMMISSIE ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

NIET-WETGEVINGSONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van het protocol tot uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kaapverdië (2019-2024)

(08662/2019 – C9-0004/2019 – 2019/0078M(NLE))

Het Europees Parlement,

 gezien het ontwerp van besluit van de Raad (08662/2019),

 gezien het protocol tot uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kaapverdië (2019-2024) (08668/2019),

 gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 43, lid 2, artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), v), en artikel 218, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) (C9-0004/2019),

 gezien zijn wetgevingsresolutie van ... 2020[1] over het ontwerp van besluit,

 gezien artikel 31, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB)[2],

 gezien zijn resolutie van 12 april 2016 over gemeenschappelijke regels met het oog op de toepassing van de externe dimensie van het GVB, met inbegrip van de visserijovereenkomsten[3],

 gezien het eindverslag van februari 2018 met als titel “Ex-post and Ex-ante evaluation study of the Sustainable Fisheries Partnership Agreement between the European Union and the Republic of Cabo Verde” (Studie met een ex-ante- en ex-postbeoordeling van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Kaapverdië),

 gezien artikel 105, lid 2, van zijn Reglement,

 gezien het advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking,

 gezien het verslag van de Commissie visserij (A9-0023/2020),

A. overwegende dat de Commissie en de regering van Kaapverdië hebben onderhandeld over een nieuwe partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij (PODV EU‑Kaapverdië) en een protocol tot uitvoering voor een periode van vijf jaar;

B. overwegende dat de PODV EU-Kaapverdië in het algemeen tot doel heeft de samenwerking op visserijgebied tussen de EU en Kaapverdië te versterken, in het belang van beide partijen, door een beleid voor duurzame visserij en duurzame exploitatie van de visbestanden in de exclusieve economische zone (EEZ) van Kaapverdië te bevorderen;

C. overwegende dat de benutting van de vangstmogelijkheden in het kader van de vorige PODV EU-Kaapverdië tussen 58 % en 68 % lag, met een goed gebruik voor vaartuigen met de zegen en een matig gebruik voor beugschepen en vaartuigen met de hengel;

D. overwegende dat haaien 20 % van de vangsten uitmaken, maar dat het gebrek aan wetenschappelijke gegevens betekent dat het totaalcijfer wellicht niet juist is en veel hoger kan zijn;

E. overwegende dat de PODV EU-Kaapverdië een effectievere duurzame ontwikkeling van de Kaapverdische vissersgemeenschappen en van verwante industrieën en activiteiten moet bevorderen, waaronder visserijwetenschap; overwegende dat de steun die in het kader van het protocol wordt toegekend in samenhang moet zijn met de nationale ontwikkelingsplannen en het actieplan “blauwe groei” voor ontwikkeling binnen ecologische grenzen, dat ontworpen is met de Verenigde Naties om de productie in de sector te verhogen en de sector te professionaliseren om te kunnen voorzien in de behoeften van de lokale bevolking aan voedsel en banen;

F. overwegende dat de verplichtingen van de EU overeenkomstig internationale overeenkomsten ook in het kader van de PODV moeten worden ondersteund, met name wat de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties (SDG’s) betreft, in het bijzonder SDG 14, en overwegende dat alle EU-acties, zoals de PODV, aan die doelstellingen moeten bijdragen;

G. overwegende dat de EU, via het Europees Ontwikkelingsfonds, een meerjarige begroting ten bedrage van 55 miljoen EUR bijdraagt aan Kaapverdië en deze middelen concentreert op één centraal domein, namelijk het contract inzake goed bestuur en ontwikkeling (Good Governance and Development Contract, GGDC);

H. overwegende dat de PODV moet bijdragen aan de bevordering en ontwikkeling van de Kaapverdische visserijsector en dat elementaire infrastructuur – met name havens, aanlandings-, opslag- en verwerkingsplaatsen – nog ontbreekt of moet worden gerenoveerd;

I. overwegende dat het Europees Parlement onmiddellijk en volledig moet worden geïnformeerd over alle fasen van de procedures betreffende het protocol en de verlenging ervan;

1. is van mening dat de PODV EU-Kaapverdië twee even belangrijke doelen moet nastreven: 1) voorzien in vangstmogelijkheden voor EU-vaartuigen in de EEZ van Kaapverdië, op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke kennis en adviezen en zonder te tornen aan de maatregelen voor instandhouding en beheer die worden genomen door de regionale organisaties waar Kaapverdië bij is aangesloten – met name de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (Iccat) – of het beschikbare overschot te overschrijden; en 2) verdere economische, financiële, technische en wetenschappelijke samenwerking tussen de EU en Kaapverdië op het gebied van duurzame visserij bevorderen, alsook een verantwoorde exploitatie van de visbestanden in de Kaapverdische EEZ, zonder de soevereine keuzes en strategieën van Kaapverdië ten aanzien van zijn eigen ontwikkeling te ondermijnen; meent tegelijkertijd dat de overeenkomst, gezien de grote mariene biodiversiteit in de Kaapverdische wateren, moet waarborgen dat er maatregelen worden genomen om de bijvangst door EU-reders in de Kaapverdische EEZ te beperken;

2. meent dat er maatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat het in de overeenkomst vastgestelde referentietonnage niet wordt overschreden;

3. vestigt de aandacht op de bevindingen van de retrospectieve en prospectieve beoordelingen van het protocol bij de PODV EU-Kaapverdië 2014-2018, bekendgemaakt in mei 2018, waarin wordt gesteld dat het protocol in het algemeen had bewezen effectief en efficiënt te zijn en was afgestemd op de desbetreffende belangen, alsook consistent was met het Kaapverdische sectorale beleid en in hoge mate aanvaardbaar was voor de belanghebbenden, en waarin de mogelijkheid werd aanbevolen een nieuw protocol te sluiten; onderstreept dat er ruimte is voor vooruitgang in de samenwerking op het gebied van visserij tussen de EU en Kaapverdië en is daarom van mening dat het nieuwe protocol verder moet gaan dan de voorgaande protocollen met betrekking tot de uitvoering van deze overeenkomst, met name wat betreft de ontwikkelingshulp voor de Kaapverdische visserijsector;

4. onderschrijft de noodzaak van verdere ontwikkeling van de Kaapverdische visserijsector, ook wat betreft de aanverwante bedrijfstakken en activiteiten, en vraagt de Commissie alle nodige maatregelen te nemen, zoals een eventuele herziening en verhoging van het onderdeel sectorale steun van de overeenkomst, en het scheppen van de juiste voorwaarden voor een betere absorptie van deze steun;

5. is van oordeel dat de doelstellingen van de PODV EU-Kaapverdië niet bereikt zullen worden zo lang deze niet bijdraagt aan de verhoging van de toegevoegde waarde in Kaapverdië als resultaat van de exploitatie van de visbestanden;

6. stelt dat de PODV EU-Kaapverdië en het bijbehorende protocol moeten worden afgestemd op de nationale ontwikkelingsplannen en het actieplan “blauwe groei” voor de ontwikkeling binnen ecologische grenzen van de Kaapverdische visserijsector, die voor de EU-steun prioritair zijn en waarvoor de nodige technische en financiële bijstand moeten worden ingezet, met name met het oog op:

 een versterking van de institutionele capaciteit en een verbetering van de governance: de opstelling van wetgeving, de verdere ontwikkeling van beheersplannen en de ondersteuning van de uitvoering van deze wetgeving en beheersplannen;

  een verscherping van de monitoring, controle en bewaking in de EEZ van Kaapverdië en de omliggende gebieden;

 een versterking van maatregelen ter bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij-activiteiten (IOO-visserij), ook in de binnenwateren;

 een versterking van de partnerschappen met andere landen die visserijactiviteiten willen ontplooien in de EEZ van Kaapverdië, met name door middel van visserijovereenkomsten, en waarborging van transparantie door de inhoud van die overeenkomsten bekend te maken en een regionaal programma op te zetten om waarnemers op te leiden en in te zetten;

 steun voor de opzet en verbetering van een programma voor het verzamelen van gegevens om de Kaapverdische autoriteiten in staat te stellen inzicht te verkrijgen in de beschikbaarheid van bestanden en ter ondersteuning van de wetenschappelijke beoordeling van de bestanden, met het oog op een besluitvorming die gebaseerd is op de beste beschikbare wetenschappelijke kennis;

 het mogelijk maken van de opbouw en/of renovatie van voor de visserij en aanverwante activiteiten relevante infrastructuur, zoals loskades en aanlandingshavens (voor de industriële en ambachtelijke visserij, bijvoorbeeld in de haven van Mindelo op het eiland São Vicente), plaatsen voor de opslag en verwerking van vis, markten, distributie- en afzetinfrastructuur en laboratoria voor kwaliteitsanalyse;

 steun voor en verbetering van de arbeidsomstandigheden voor alle werknemers, met name voor vrouwen, in alle visserijgerelateerde activiteiten, met inbegrip van de commercialisering, maar ook transformatie, visserijbeheer en wetenschap;

 steun voor de wetenschappelijke kennis die nodig is voor de totstandbrenging van beschermde mariene gebieden, met inbegrip van de uitvoering, de monitoring en de controle ervan;

 de beperking van bijvangsten van kwetsbare soorten, zoals zeeschildpadden;

 de versterking van organisaties die mannen en vrouwen in de visserijsector vertegenwoordigen, met name waar het gaat om kleinschalige ambachtelijke visserij, om zo hun technische, beheers- en onderhandelingsvaardigheden te helpen verbeteren;

 de oprichting en/of renovatie van centra voor basis- en beroepsopleiding, om het vaardigheidsniveau van vissers, zeelieden en vrouwen in de visserijsector te verhogen en andere activiteiten in verband met de blauwe economie naar een hoger plan te tillen;

 de versterking van maatregelen om jongeren warm te laten lopen voor een baan in de visserij;

 een verbetering van de wetenschappelijke onderzoekscapaciteit en het vermogen om toezicht te houden op de visbestanden en het mariene milieu;

 een verbetering van de duurzaamheid van mariene hulpbronnen in het algemeen;

7. is tevreden met het feit dat de overeenkomst geen betrekking heeft op kleine pelagische soorten, die van groot belang zijn voor de lokale bevolking en waarvoor er geen overschot is;

8. uit zijn bezorgdheid over de potentieel schadelijke gevolgen van visserijactiviteiten voor de haaienpopulatie in de Kaapverdische EEZ;

9. is van mening dat de voordelen die de toepassing van het protocol zal opleveren voor de lokale economie (werkgelegenheid, infrastructuur, sociale verbeteringen) meer in detail moeten worden beoordeeld;

10. acht het wenselijk de kwantiteit en nauwkeurigheid van gegevens over alle vangsten (doelsoorten en bijvangsten), over de staat van instandhouding van visbestanden te verbeteren en over de impact van visserijactiviteiten op het mariene milieu, en te zorgen voor een betere tenuitvoerlegging van de financiële middelen voor sectorale steun, zodat het effect van de overeenkomst op het mariene ecosysteem, de visbestanden en de lokale gemeenschappen nauwkeuriger kan worden beoordeeld, met inbegrip van de sociale en economische impact van de overeenkomst;

11. is van mening, gezien de mogelijke stopzetting van de visserij of het invoeren van beperkingen erop, dat eerst moet worden voorzien in de lokale visserijbehoeften, op basis van gedegen wetenschappelijk advies, om ervoor te zorgen dat de bestanden duurzaam zijn;

12. verzoekt de Commissie en de Kaapverdische autoriteiten de gegevensverzameling voor en de monitoring van de bestanden in het kader van overbevissing, met bijzondere aandacht voor haaien, te verbeteren;

13. verzoekt de Commissie en de lidstaten om er in hun op Kaapverdië gerichte beleid inzake ontwikkelingssamenwerking en officiële ontwikkelingshulp rekening mee te houden dat het Europees Ontwikkelingsfonds en de sectorale steun in het kader van deze PODV elkaar moeten aanvullen om te kunnen bijdragen aan een versterking van de lokale vissersgemeenschappen en te waarborgen dat het land volledige soevereiniteit heeft over zijn eigen rijkdommen; spoort de Commissie ertoe aan via het Europees Ontwikkelingsfonds en andere relevante instrumenten de nodige stappen te zetten om te voorzien in infrastructuur die gezien de omvang en kosten niet kan worden opgezet met alleen de sectorale steun uit de PODV; merkt op dat hierbij onder meer moet worden gedacht aan havens, zowel voor de industriële als ambachtelijke visserij;

14. pleit voor een verhoging van de bijdrage van de PODV aan het scheppen van lokale, directe en indirecte werkgelegenheid, op schepen die actief zijn in het kader van de PODV of in aan de visserij verwante activiteiten, zowel op het gebied van de toelevering als de verwerking; meent dat de lidstaten een belangrijke en actieve rol kunnen spelen bij de capaciteitsopbouw en de opleidinginspanningen hiervoor;

15. verzoekt de Commissie en de lidstaten hun samenwerking met Kaapverdië verder te versterken en mogelijkheden te bestuderen om de toekomstige ontwikkelingshulp te verhogen, voornamelijk in het kader van het nieuwe instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) dat is voorgesteld als onderdeel van de EU-begroting voor 2021-2027, en hierbij met name rekening te houden met de goede benutting van EU-middelen in Kaapverdië en de politieke stabiliteit van het land in een complexe geopolitieke context, hetgeen moet worden gesteund en beloond;

16. verzoekt de Commissie om de Republiek Kaapverdië ertoe aan te sporen de financiële bijdrage waarin is voorzien uit hoofde van het protocol, te gebruiken om de nationale visserijsector op lange termijn te versterken, de vraag naar lokale investerings- en industriële projecten te stimuleren en de groei van een duurzame blauwe economie te bevorderen, om zo lokale banen te creëren en visserijactiviteiten aantrekkelijker te maken voor de jonge generaties;

17. verzoekt de Commissie de notulen en conclusies van de vergaderingen van de gemengde commissie waarin is voorzien in artikel 9 van de overeenkomst toe te zenden aan het Parlement en openbaar te maken, net als de bevindingen van de jaarlijkse evaluaties; verzoekt de Commissie voorts de deelname van vertegenwoordigers van het Parlement als waarnemer op de bijeenkomsten van de gemengde commissie mogelijk te maken en de deelname van Kaapverdische vissersgemeenschappen en de bijbehorende belanghebbenden aan te moedigen;

18. is van mening dat er informatie moet worden ingewonnen over de voordelen die de toepassing van het protocol zal opleveren voor de lokale economie (werkgelegenheid, infrastructuur, sociale verbeteringen);

19. verzoekt de Commissie en de Raad om binnen de grenzen van hun bevoegdheden het Parlement onmiddellijk en volledig te informeren in alle fasen van de procedures betreffende het protocol en in voorkomend geval de verlenging ervan, overeenkomstig artikel 13, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 218, lid 10, VWEU;

20. wijst de Commissie en met name de Raad erop dat het in strijd is met de leidende beginselen van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven om steeds weer over te gaan tot de voorlopige toepassing van internationale overeenkomsten voordat het Parlement zijn goedkeuring heeft gegeven; wijst erop dat deze praktijk de status van het Parlement als enige rechtstreeks en democratisch verkozen EU-instelling aanzienlijk aantast en ook afbreuk doet aan het democratische gehalte van de EU als geheel;

21. vraagt de Commissie de gedane aanbevelingen beter te verwerken in de PODV EU-Kaapverdië en er bijvoorbeeld rekening mee te houden bij de procedures voor de verlenging van het protocol;

22. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de regering en het parlement van de Republiek Kaapverdië.

 


 

 

 

ADVIES VAN DE COMMISSIE ONTWIKKELINGSSAMENWERKING (3.12.2019)

<CommissionInt>aan de Commissie visserij</CommissionInt>


<Titre>inzake een niet-wetgevingsontwerpresolutie over het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van het protocol tot uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kaapverdië (2019-2024)</Titre>

<DocRef>(2019/0078M(NLE))</DocRef>

Rapporteur voor advies: <Depute>Catherine Chabaud</Depute>

 

 

SUGGESTIES

De Commissie ontwikkelingssamenwerking verzoekt de bevoegde Commissie visserij onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1. merkt op dat, rekening houdend met de overbevissing van de visbestanden en ondanks het feit dat de EU zich ertoe heeft verbonden doelstellingen te verwezenlijken inzake duurzame ontwikkeling (SDG’s), met inbegrip van duurzameontwikkelingsdoelstelling 14 voor de instandhouding en het duurzame gebruik van de oceanen, zeeën en mariene hulpbronnen voor duurzame ontwikkeling, de nieuwe referentiehoeveelheid 60 % hoger is dan het huidige protocol; verzoekt bijgevolg om een zeer nauwe follow-up van de situatie van de visbestanden, met bijzondere aandacht voor pelagische haaien, waarvan de kwetsbaarheid door wetenschappers wordt benadrukt;

2. dringt erop aan dat het gebruik van bijvangstbeperkende maatregelen expliciet verplicht wordt gesteld in alle partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij voor de vollezeevloot van de EU;

3. dringt erop aan dat de Europese Commissie en Kaapverdië nadere gegevens verstrekken over de cumulatieve effecten die de verschillende visserijovereenkomsten in de betrokken exclusieve economische zone op de visbestanden hebben, alsook gegevens over de ontwikkeling van de industrievisserij in de regio;

4. is van mening dat dit protocol en de financiële tegenprestatie, gezien de vele uitdagingen waarmee Kaapverdië wordt geconfronteerd, moeten bijdragen tot de volgende prioriteiten:

  een duurzame blauwe economie bevorderen door steun te verlenen aan de plaatselijke kleinschalige visserij, de koelketen, de modernisering van de haveninfrastructuur, hygiëne en voedselzekerheid, en de rol van vrouwen en jongeren in de plaatselijke visserij, die een belangrijke rol spelen bij de afzet en verwerking;

 het ondersteunen van de kleinschalige visserij en het beter betrekken van de plaatselijke visserijgemeenschappen bij het bepalen van de acties die moeten worden uitgevoerd in het kader van sectorale steun, bijvoorbeeld steun in de vorm van opleiding;

  wetenschappelijke kennis en samenwerking bevorderen in deze oceaanregio door lokale wetenschappers toe te staan aan boord te gaan op de schepen die in het gebied actief zijn, met het oog op het Decennium van Oceaanwetenschappen voor Duurzame Ontwikkeling van de Verenigde Naties (2021-2030), met als doel deze kennis over te brengen naar de plaatselijke bevolking en hen ontvankelijk te maken voor de toepassing ervan;

  de plaatselijke economische ontwikkeling bevorderen en de kustgemeenschappen versterken die afhankelijk zijn van mariene hulpbronnen;

  mee zorgen voor een ambitieuze bijdrage van de Europese Unie en Kaapverdië aan het Internationaal Decennium van de Oceaanwetenschappen voor Duurzame Ontwikkeling;

  in het kader van sectorale steun de monitoring, controle en bewaking van de visserij versterken om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, met name door de governance, de capaciteitsopbouw van lokale actoren, de opleiding en de samenwerking met de plaatselijke overheid te verbeteren, maar ook door steun te verlenen aan de invoering van innovatieve bewakingstechnieken zoals een satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen, in het bijzonder met betrekking tot kleine eilanden die hun visserijactiviteiten moeten beheren binnen 200 mijl van hun exclusieve economische zone (EEZ);

  een nauwere samenwerken tussen de Unie en de Republiek Kaapverdië nastreven om, overeenkomstig de doelstelling van het protocol, een duurzaam visserijbeleid en een verantwoorde exploitatie van de visbestanden in de wateren van Kaapverdië te bevorderen, waarbij elke vorm van overbevissing in de Kaapverdische EEZ wordt vermeden;

  de vervuiling bestrijden door de inzameling van kunststoffen door lokale vissers te ondersteunen;

5. dringt aan op transparantie bij het gebruik van de sectorale EU-financiering om een betere monitoring mogelijk te maken; roept op tot nauwere samenwerking tussen de verschillende betrokken diensten van de Commissie en stelt voor dat de EU-delegatie in Kaapverdië een bijdrage levert aan de follow-up van dit protocol;

6. herinnert eraan dat transparante wetenschappelijke gegevens altijd de basis moeten vormen van het Europese besluitvormingsproces met betrekking tot de hernieuwing van het protocol, zodat de EU haar milieuverbintenissen kan nakomen;

7. benadrukt dat deze overeenkomst moet worden aangepast aan de behoeften en prioriteiten van Kaapverdië, met name met de behoeften en prioriteiten die zijn uitgedrukt in het plan voor de blauwe economie van Kaapverdië;

8. verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat het Pan African Fisheries Policy Framework de deelname van meer belanghebbenden (het maatschappelijk middenveld, plaatselijke vissersgemeenschappen, wetenschappers) aan beide zijden uitdrukkelijk organiseert in het kader van de onderhandelingen over en de uitvoering van het protocol;

9. beveelt aan dat deze overeenkomst in overeenstemming wordt gebracht met andere programma’s die door andere donoren en internationale partners worden gefinancierd, zoals de Wereldbank, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties of de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, om dubbel werk te voorkomen en het publiek bewust te maken van de verschillende bronnen die het project financieren;

10. herinnert eraan dat de rijkdommen van de zee grensoverschrijdend zijn; verzoekt dat er rekening wordt gehouden met de cumulatieve effecten van de verschillende visserijovereenkomsten tussen de omliggende landen, om de regionale en globale strategieën voor de governance van de visserij met derde landen te versterken.


PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Sluiting van het protocol tot uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kaapverdië (2019-2024)

Document- en procedurenummers

2019/0078M(NLE)

Bevoegde commissie

 

PECH

 

 

 

 

Advies uitgebracht door

 Datum bekendmaking

DEVE

24.10.2019

Rapporteur voor advies

 Datum benoeming

Catherine Chabaud

17.9.2019

Behandeling in de commissie

7.11.2019

 

 

 

Datum goedkeuring

3.12.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

22

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Hildegard Bentele, Dominique Bilde, Charles Goerens, Mónica Silvana González, Pierrette Herzberger-Fofana, György Hölvényi, Martin Horwood, Rasa Juknevičienė, Beata Kempa, Pierfrancesco Majorino, Lukas Mandl, Norbert Neuser, Michèle Rivasi, Louis Stedman-Bryce, Marc Tarabella, Tomas Tobé, Miguel Urbán Crespo, Chrysoula Zacharopoulou, Bernhard Zimniok

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Alessandra Basso, Stéphane Bijoux, Marlene Mortler, Caroline Roose, Carlos Zorrinho

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

22

+

ECR

Beata Kempa

GUE/NGL

Miguel Urbán Crespo

ID

Alessandra Basso, Bernhard Zimniok

PPE

Hildegard Bentele, György Hölvényi, Rasa Juknevičienė, Lukas Mandl, Marlene Mortler, Tomas Tobé

RENEW

Stéphane Bijoux, Charles Goerens, Martin Horwood, Chrysoula Zacharopoulou

S&D

Mónica Silvana González, Pierfrancesco Majorino, Norbert Neuser, Marc Tarabella, Carlos Zorrinho

VERTS/ALE

Pierrette Herzberger-Fofana, Michèle Rivasi, Caroline Roose

 

2

-

ID

Dominique Bilde

NI

Louis Stedman-Bryce

 

0

0

 

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 


 

 

PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Sluiting van het protocol tot uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kaapverdië (2019-2024)

Document- en procedurenummers

2019/0078M(NLE)

Datum raadpleging / verzoek om goedkeuring

16.10.2019

 

 

 

Bevoegde commissie

 Datum bekendmaking

PECH

24.10.2019

 

 

 

Adviserende commissies

 Datum bekendmaking

DEVE

24.10.2019

BUDG

24.10.2019

 

 

Geen advies

 Datum besluit

BUDG

24.9.2019

 

 

 

Rapporteurs

 Datum benoeming

Cláudia Monteiro de Aguiar

24.7.2019

 

 

 

Behandeling in de commissie

20.1.2020

 

 

 

Datum goedkeuring

19.2.2020

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

23

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Clara Aguilera, François-Xavier Bellamy, Isabel Carvalhais, Rosa D’Amato, Giuseppe Ferrandino, João Ferreira, Søren Gade, Francisco Guerreiro, Anja Hazekamp, Niclas Herbst, France Jamet, Pierre Karleskind, Predrag Fred Matić, Francisco José Millán Mon, Cláudia Monteiro de Aguiar, Grace O’Sullivan, Manuel Pizarro, Caroline Roose, Bert-Jan Ruissen, Ruža Tomašić, Peter van Dalen

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Benoît Biteau, Nicolás González Casares, Gabriel Mato, Annalisa Tardino, Javier Zarzalejos

Datum indiening

26.2.2020

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

23

+

ECR

Bert-Jan Ruissen, Ruža Tomašić

GUE/NGL

João Ferreira

ID

Annalisa Tardino

NI

Rosa D'Amato

PPE

François-Xavier Bellamy, Peter van Dalen, Niclas Herbst, Gabriel Mato, Francisco José Millán Mon, Cláudia Monteiro de Aguiar, Javier Zarzalejos

RENEW

Søren Gade, Pierre Karleskind

S&D

Clara Aguilera, Isabel Carvalhais, Giuseppe Ferrandino, Nicolás González Casares, Predrag Fred Matić, Manuel Pizarro

VERTS/ALE

Francisco Guerreiro, Grace O'Sullivan, Caroline Roose

 

2

-

GUE/NGL

Anja Hazekamp

ID

France Jamet

 

0

0

 

 

 

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

[1] Aangenomen teksten, P9_TA(0000)0000.

[2] PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22.

[3] PB C 58 van 15.2.2018, blz. 93.

Laatst bijgewerkt op: 18 maart 2020Juridische mededeling - Privacybeleid