Procedure : 2019/2105(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0055/2020

Ingediende teksten :

A9-0055/2020

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0076

<Date>{03/03/2020}3.3.2020</Date>
<NoDocSe>A9-0055/2020</NoDocSe>
PDF 206kWORD 62k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>

<Titre>over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2018</Titre>

<DocRef>(2019/2105(DEC))</DocRef>


<Commission>{CONT}Commissie begrotingscontrole</Commission>

Rapporteur: <Depute>Joachim Brudziński</Depute>

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES VAN DE COMMISSIE VERVOER EN TOERISME
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2018

(2019/2105(DEC))

Het Europees Parlement,

 gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2018,

 gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2018, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen[1],

 gezien de verklaring van de Rekenkamer[2] voor het begrotingsjaar 2018 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien de aanbeveling van de Raad van 18 februari 2020 betreffende de aan de Gemeenschappelijke Onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2018 (05763/2019 – C9-0071/2019),

 gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad[3], en met name artikel 209,

 gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012[4], en met name artikel 71,

 gezien Verordening (EU) nr. 642/2014 van de Raad van 16 juni 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail[5], en met name artikel 12,

 gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad[6],

 gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) nr. 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad[7],

 gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,

 gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,

 gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0055/2020),

1. verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het begrotingsjaar 2018;

2. formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

 


 

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2018

(2019/2105(DEC))

Het Europees Parlement,

 gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2018,

 gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2018, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen[8],

 gezien de verklaring van de Rekenkamer[9] voor het begrotingsjaar 2018 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien de aanbeveling van de Raad van 18 februari 2020 betreffende de aan de Gemeenschappelijke Onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2018 (05763/2019 – C9-0071/2019),

 gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad[10], en met name artikel 209,

 gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012[11], en met name artikel 71,

 gezien Verordening (EU) nr. 642/2014 van de Raad van 16 juni 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail[12], en met name artikel 12,

 gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad[13],

 gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) nr. 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad[14],

 gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,

 gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,

 gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0055/2020),

1. hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2018;

2. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

 


3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2018

(2019/2105(DEC))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2018,

 gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,

 gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,

 gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0055/2020),

A. overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail (de “Gemeenschappelijke Onderneming”) in juni 2014 bij Verordening (EU) nr. 642/2014[15] werd opgericht voor een periode van tien jaar;

B. overwegende dat de oprichtende leden bestaan uit de Europese Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, en partners uit de spoorwegindustrie (de belangrijkste belanghebbenden, onder wie fabrikanten van spoorwegmateriaal, spoorwegondernemingen, infrastructuurbeheerders en onderzoekscentra), met de mogelijkheid voor andere entiteiten om als geassocieerde leden deel te nemen aan de Gemeenschappelijke Onderneming;

C. overwegende dat de doelstellingen van de Gemeenschappelijke Onderneming zijn om één Europese spoorwegruimte tot stand te brengen, de aantrekkelijkheid en het concurrentievermogen van het Europese spoorwegsysteem te verbeteren, te zorgen voor een modale verschuiving van het wegvervoer naar het spoor, en de leidende positie van de Europese spoorwegindustrie op de wereldmarkt te handhaven;

D. overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming in mei 2016 autonoom is gaan functioneren;

Algemeen

1. stelt vast dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het begrotingsjaar 2018 (het “verslag van de Rekenkamer”) heeft verklaard dat de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van haar financiële situatie op 31 december 2018 en van de resultaten van haar verrichtingen, kasstromen en de veranderingen in haar netto-activa voor het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig de bepalingen van haar financiële regeling en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels;

2. stelt vast dat de Rekenkamer in haar verslag verklaart dat de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het begrotingsjaar 2018 op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;

3. merkt op dat de bijdrage van de Unie aan de werkzaamheden van de Gemeenschappelijke Onderneming maximaal 450 000 000 EUR bedraagt en via Horizon 2020 moet worden betaald; merkt op dat de leden afkomstig uit de industrie van de Gemeenschappelijke Onderneming ten minste 470 000 000 EUR aan middelen moeten bijdragen, waarvan ten minste 350 000 000 EUR aan bijdragen in natura en in contanten voor operationele activiteiten en administratieve kosten van de Gemeenschappelijke Onderneming en ten minste 120 000 000 EUR aan bijdragen in natura voor de aanvullende activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming;

4. merkt op dat efficiënte communicatie essentieel is voor het welslagen van door de Unie gefinancierde projecten; vindt het belangrijk om de prestaties van de Gemeenschappelijke Onderneming zichtbaarder te maken en informatie te verspreiden over de toegevoegde waarde ervan; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming een proactief communicatiebeleid te voeren en wel door de resultaten van haar onderzoek mee te delen aan het grote publiek, onder meer via de sociale media en andere mediakanalen, met als doel de bevolking bewuster te maken van de impact van de steun van de Unie, vooral met betrekking tot de gebruikmaking daarvan op de markt;

5. verzoekt de Rekenkamer om een beoordeling van de degelijkheid en betrouwbaarheid van de methodologie voor de berekening en beoordeling van bijdragen in natura; wijst erop dat er bij deze beoordeling moet worden gekeken naar de opzet en robuustheid van de richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging van de procedure voor bijdragen in natura, teneinde bij te dragen aan de planning, verslaglegging en certificering van de bijdragen in natura.

Begroting en financieel beheer

6. merkt op dat de definitieve begroting 2018 die beschikbaar was voor tenuitvoerlegging 84 756 000 EUR aan vastleggingskredieten en 71 890 204 EUR aan betalingskredieten omvatte; benadrukt dat de benuttingspercentages voor de vastleggings- en betalingskredieten respectievelijk 100 % en 82,3 % bedroegen, wat vooral in het geval van de betalingskredieten een laag percentage is; merkt op dat het uitvoeringspercentage voor de betalingskredieten dat lager is dan verwacht, is toe te schrijven aan een juridisch besluit over het lidmaatschap van de Gemeenschappelijke Onderneming dat nog in behandeling is; wijst op het lage uitvoeringspercentage (63,4 %) van de betalingskredieten in titel 2 (administratieve uitgaven, goed voor 3 % van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming) als gevolg van vertragingen bij de facturering door de leveranciers in het kader van meerjarige raamovereenkomsten; stelt bovendien vast dat de meeste betalingen die de Gemeenschappelijke Onderneming in 2018 verrichtte, tussentijdse betalingen waren voor de Horizon 2020-projecten die waren geselecteerd in het kader van de oproepen tot het indienen van voorstellen van 2015 en 2016 alsmede voorfinancieringsbetalingen voor de Horizon 2020-projecten die waren geselecteerd in het kader van de oproepen tot het indienen van voorstellen van 2018;

7. merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming eind 2018 van de 411 200 000 EUR (inclusief 158 900 000 EUR van de maximale contante bijdrage van de Unie en de contante bijdrage van 6 500 000 EUR van de uit de industrie afkomstige leden aan de administratieve kosten van de Gemeenschappelijke Onderneming) voor 84 756 000 EUR aan vastleggingen en voor 59 155 000 EUR aan betalingen had gedaan voor de uitvoering van de eerste reeks projecten; constateert dat de Gemeenschappelijke Onderneming momenteel in overeenstemming met haar meerjarig werkprogramma onderling afhankelijke meerjarige subsidieovereenkomsten en aanbestedingsovereenkomsten heeft ondertekend voor de uitvoering van 39 % van haar onderzoeks- en innovatieprogramma;

8. is ermee ingenomen dat de uit de industrie afkomstige leden van de 350 000 000 EUR die zij moesten bijdragen aan de operationele activiteiten en de administratieve kosten van de Gemeenschappelijke Onderneming, eind 2018 – dat wil zeggen vier maanden nadat de Gemeenschappelijke Onderneming van start was gegaan met haar eerste Horizon 2020-projecten – bijdragen in natura van 63 700 000 EUR hadden gerapporteerd voor operationele activiteiten, waarvan 21 700 000 EUR was gecertificeerd; merkt bovendien op dat de uit de industrie afkomstige leden van de 120 000 000 EUR die zij moesten bijdragen aan aanvullende activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming, bijdragen in contanten van 6 500 000 EUR hadden gerapporteerd voor andere activiteiten buiten het werkplan van de Gemeenschappelijke Onderneming;

9. merkt op dat de totale bijdragen van de uit de industrie afkomstige leden eind 2018 goed waren voor 252 300 000 EUR, terwijl de bijdrage in contanten van de Unie 158 900 000 EUR bedroeg;

10. stelt vast dat als gevolg van de oproepen tot het indienen van voorstellen van 2018 de Gemeenschappelijke Onderneming in 2018 zeventien subsidieovereenkomsten heeft ondertekend, en dat de waarde van de onderzoeks- en innovatieactiviteiten van die oproepen tot het indienen van voorstellen 152 600 000 EUR bedroeg, die voor maximaal 77 300 000 EUR moeten worden medegefinancierd door de Gemeenschappelijke Onderneming; merkt op dat de overige leden ermee hebben ingestemd hun verzoek om medefinanciering te beperken tot 44,44 % van de totale projectkosten, het laagste totale bedrag voor het kaderprogramma Horizon 2020; stelt met spijt vast dat slechts 76 kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) hebben deelgenomen aan de oproep van 2018 (120 in 2017) en dat 40 kmo’s (50 in 2017) geselecteerd waren voor financiering (21,6 % van alle voor financiering geselecteerde deelnemers);

Prestaties

11. merkt op dat de derde reeks kernprestatie-indicatoren vanwege de aard van de projecten zal worden ontwikkeld op basis van de eerste resultaten van Horizon 2020; constateert verder dat de Gemeenschappelijke Onderneming de ontwikkeling van een model voor de kernprestatie-indicatoren heeft voortgezet om de bijdrage van de onderzoeks- en innovatieactiviteiten aan bovengenoemde verordening te meten; merkt op dat deze werkzaamheden nog niet zijn afgerond en dat de eerste resultaten in december 2018 aan de raad van bestuur zijn voorgelegd;

12. merkt op dat de beheerkostenratio (administratieve/operationele begroting) onder de 5 % blijft, wat wijst op een vrij slanke en efficiënte organisatiestructuur van de Gemeenschappelijke Onderneming;

13. stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming heeft bijgedragen aan de totstandbrenging van continuïteit en een gemeenschappelijke visie op spoorwegonderzoek binnen de spoorwegsector; merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming daarnaast heeft bijgedragen aan het opbouwen van vertrouwen tussen actoren die anders niet de mogelijkheid zouden hebben om ideeën uit te wisselen en gemeenschappelijke belangen te hebben buiten het kader van een commerciële situatie; merkt op dat de aanwezigheid van spoorwegexploitanten in de Gemeenschappelijke Onderneming mettertijd moet worden versterkt;

14. merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming moet bijdragen aan de aanpak van de uitdagingen waarmee de spoorwegsector kampt, waarbij de nadruk ligt op de behoeften van het spoorwegsysteem en de gebruikers ervan, met inbegrip van de lidstaten die niet beschikken over een spoorwegsysteem op hun grondgebied; merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming via samenwerking tussen belanghebbenden en lidstaten uitvoering geeft aan het Shift2Rail-programma en aan onderzoeks- en innovatieactiviteiten in de Europese spoorwegsector; merkt op dat er bijzondere aandacht moet worden besteed aan de bevordering van concrete maatregelen voor het wegnemen van de resterende technische belemmeringen voor het vergroten van de interoperabiliteit, en aan acties ter ondersteuning van een meer geïntegreerde, efficiënte en veilige Europese spoorwegmarkt, met als uiteindelijke doel de totstandbrenging van een gemeenschappelijke Europese spoorwegruimte;

15. merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming de oproep tot het indienen van voorstellen voor subsidies van 2018 uitsluitend voor haar leden heeft laten uitgaan, als een forfaitaire financieringsregeling; constateert echter dat de bij de subsidiebeoordeling betrokken financiële deskundigen een aantal relevante afwijkingen in de financiële voorstellen aan het licht hebben gebracht; stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming de voorbereidende fase van de subsidies heeft gebruikt om de verklaringen van de begunstigden voor de afwijkingen te analyseren en, indien gerechtvaardigd, het forfaitaire bedrag te corrigeren; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming de financiële gegevens in haar gegevensbank van begunstigden verder te blijven verbeteren en in het samenvattende evaluatieverslag belangrijke opmerkingen van de financiële deskundigen openbaar te maken; neemt kennis van het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming dat alle wettelijke en financiële aspecten van het Commissiebesluit C(2017)7151[16] strikt zijn opgevolgd en dat de ordonnateur ervoor heeft gezorgd dat alle opmerkingen van de deskundigen – op technisch en financieel gebied – naar behoren in overweging zijn genomen; stelt bovendien vast dat het hele proces, rekening houdend met de aanbeveling van de Rekenkamer, verder zal worden verbeterd in het kader van de oproep tot het indienen van voorstellen in 2019;

16. merkt op dat volgens het jaarlijks activiteitenverslag 2018 van de Gemeenschappelijke Onderneming de kernprestatie-indicatoren voor het genderevenwicht voor dat jaar een zeer laag percentage vrouwen – slechts 15 % – in de raad van bestuur laten zien, terwijl zij 34 % vormden van de vertegenwoordigers van de Gemeenschappelijke Onderneming en 40 % van het wetenschappelijk comité;

Selectie en aanwerving van personeel

17. constateert dat de Gemeenschappelijke Onderneming in 2018 in overeenstemming met de personeelsformatie twee nationale deskundigen in dienst heeft genomen en met instemming van de begrotingsautoriteiten een derde nationale deskundige heeft aangesteld voor een detachering van één jaar, ter vervanging van één programmamanager;

18. stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming eind 2018 in totaal 22 van de 23 in de personeelsformatie voorziene personeelsleden in dienst had;

Interne controles

19. stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming betrouwbare procedures voor vooraf uitgevoerde controles heeft opgezet die zijn gebaseerd op financiële en operationele controles van stukken, en dat de gemeenschappelijke auditdienst van het directoraat-generaal Onderzoek en Innovatie van de Commissie (de “gemeenschappelijke auditdienst”) verantwoordelijk is voor de achteraf uitgevoerde controles van declaraties van projectkosten in het kader van Horizon 2020; merkt bovendien op dat de situatie eind 2018 liet zien dat de belangrijkste internecontrolenormen grotendeels ten uitvoer zijn gelegd, waarbij sommige acties in 2019 nog moesten worden voltooid, met name de herziening van het model voor kernprestatie-indicatoren;

20. constateert dat het restfoutenpercentage voor het Horizon 2020-programma volgens de Rekenkamer onder de materialiteitsdrempel lag, namelijk op 0,97 %; neemt in aanmerking dat de Gemeenschappelijke Onderneming eind 2018 haar berekening van het foutenpercentage baseerde op vier verslagen over achteraf uitgevoerde controles: één met betrekking tot de risicogebaseerde controle en drie met betrekking tot de representatieve steekproef van de Gemeenschappelijke Onderneming;

21. neemt ter kennis dat de dienst Interne Audit (IAS) de rol van intern controleur van de Gemeenschappelijke Onderneming vervult en in deze hoedanigheid indirect verslag uitbrengt aan de raad van bestuur en de uitvoerend directeur; stelt vast dat de eerste controleopdracht bestond uit het schetsen van een risicoprofiel van de Gemeenschappelijke Onderneming met het doel een driejarenplan voor interne controles vast te stellen; merkt op dat het strategische plan voor interne controles voor 2017-2019 van de IAS in juni 2017 werd gepresenteerd; constateert bovendien dat de IAS in overeenstemming met dit plan in 2018 een beperkte evaluatie heeft uitgevoerd van de tenuitvoerlegging van de internecontrolenormen; merkt met tevredenheid op dat van de vijf aanbevelingen aan het management om de vastgestelde tekortkomingen aan te pakken die nog niet volledig zijn opgeheven, er voor slechts één aanbeveling nog uitvoeringsmaatregelen vereist waren in 2019;

22. betreurt het dat de specifieke ontwikkelingen die nodig zijn voor de verwerking van de bijdragen in natura voor de Gemeenschappelijke Onderneming in het kader van de gemeenschappelijke instrumenten voor subsidiebeheer en monitoring voor Horizon 2020 van de Commissie eind 2017 nog niet voltooid waren; merkt echter op dat bijdragen in natura door de uitvoerend directeur in 2018 zijn gevalideerd;

23. merkt op dat de Commissie de tussentijdse evaluatie van de operationele activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming in het kader van Horizon 2020 voor de periode 2014-2016 heeft uitgevoerd; merkt op dat de raad van bestuur in juni 2018 een actieplan heeft opgesteld en goedgekeurd; houdt er rekening mee dat niet alle aanbevelingen die in de tussentijdse evaluatie aan de orde zijn gesteld, zullen worden behandeld in het kader van het huidige financiële kaderprogramma; merkt evenwel op dat sommige acties in het actieplan reeds zijn geïnitieerd, terwijl andere naar verwachting uiterlijk in 2020 zullen worden uitgevoerd;

Overige punten

24. benadrukt het belang van samenwerking tussen de Gemeenschappelijke Onderneming en het Spoorwegbureau van de Europese Unie (ERA); is verheugd over de deelname van het ERA aan de vergaderingen van de raad van bestuur van de Gemeenschappelijke Onderneming en aan de groepen die het meerjarenactieplan hebben opgesteld; merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming de verzoeken om onderzoek en innovatie van de ERA heeft beoordeeld om overlappende activiteiten te vermijden en de overheidsfinanciering zo efficiënt mogelijk te besteden;

25. stelt vast dat één geassocieerd lid in 2018 een volledige dochteronderneming van een oprichtend lid is geworden, waardoor de vertegenwoordiging van dit oprichtende lid in de raad van bestuur toenam; merkt op dat de bepalingen van het huidige rechtskader van de Gemeenschappelijke Onderneming onvoldoende betrekking hebben op bedrijfsovernames onder de uit de industrie afkomstige leden van de Gemeenschappelijke Onderneming en op de gevolgen die deze kunnen hebben voor de evenwichtige vertegenwoordiging van leden in de raad van bestuur; neemt kennis van het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming dat het binnen de Gemeenschappelijke Onderneming vastgestelde rechtskader de uitbreiding van de invloed van een oprichtend lid op het besluitvormingsproces en de algemene governance niet mogelijk maakt; merkt op dat de bevinding van de Rekenkamer bij een eventuele wijziging van de verordening in aanmerking zal worden genomen;

26. constateert dat de tussentijdse evaluatie van de Gemeenschappelijke Onderneming is afgerond binnen de in haar rechtskader vastgestelde termijn; betreurt het dat het in dit vroege stadium van haar activiteiten niet de beste toegevoegde waarde voor het besluitvormingsproces van de Gemeenschappelijke Onderneming kon bieden; neemt kennis van het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming dat de evaluatie in het prille begin na de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming plaatsvond, maar dat dit vereiste in overeenstemming was met de verordening tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming en het algemene programma Horizon 2020;

27. stelt vast dat het personeelsverloop de afgelopen twee jaar volledig is veroorzaakt door het verloop van arbeidscontractanten; is ingenomen met de stappen die de Gemeenschappelijke Onderneming heeft ondernomen om deze situatie het hoofd te bieden; merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming gebruik heeft gemaakt van tijdelijke medewerkers, die ongeveer 17 % van het totale personeelsbestand vormden; neemt kennis van het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming dat de belangrijkste redenen daarvoor voortkomen uit de huidige structuur van de personeelsformatie, die de Gemeenschappelijke Onderneming niet toestaat dezelfde gunstige contractuele voorwaarden te bieden als andere organen en instellingen; stelt vast dat er zachte maatregelen zijn genomen om het grote verloop terug te dringen; verzoekt de Commissie dit punt op te volgen.

Vervoer en toerisme

28. onderstreept dat de doelstellingen van de Gemeenschappelijke Onderneming het tot stand brengen van één Europese spoorwegruimte en het vergroten van de aantrekkelijkheid en het concurrentievermogen van het spoorwegstelsel van de Unie zijn; wijst erop dat het spoorwegvervoer een essentiële rol zal spelen in toekomstige acties van de Unie om de overgang naar emissiearme mobiliteit te bevorderen en negatieve externe effecten te vermijden; benadrukt dat de Gemeenschappelijke Onderneming de beschikking moet krijgen over de nodige financiële, materiële en personele middelen om die kerndoelstellingen te verwezenlijken en bij te dragen tot een echte modale verschuiving;

29. merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming een publiek-privaat partnerschap is dat in 2014 is opgericht in het kader van het kaderprogramma Horizon 2020; merkt op dat het Shift2Rail-programma gezamenlijk wordt gefinancierd uit bijdragen van de Unie (via de operationele begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming) en bijdragen in natura van de overige leden, d.w.z. de acht andere oprichtende leden (naast de EU) en de negentien geassocieerde leden;

30. merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming in 2018 vooruitgang heeft geboekt in de richting van de verwezenlijking van haar doelstellingen, door de uitvoering van het Shift2Rail-programma te realiseren en een doeltreffend en efficiënt gezond financieel beheer te waarborgen; merkt op dat er in 2018 vooruitgang is geboekt bij de activiteiten op het gebied van onderzoek en innovatie die de afgelopen jaren zijn opgestart en die nu goed op schema liggen en veelal in een hoog tempo worden uitgevoerd; merkt op dat de nieuwe golf van activiteiten op het gebied van onderzoek en innovatie (aanbesteding van 2018) aan het einde van het jaar van start is gegaan; merkt op dat de totale projectkosten van de in 2018 uitgevoerde activiteiten naar schatting 83 400 000 EUR zullen bedragen;

31. wijst erop dat het spoorwegvervoer voor transporteurs en passagiers aantrekkelijker moet worden gemaakt om een duurzame verschuiving van de weg naar het spoor te realiseren, en merkt op dat de komende vijf jaar van cruciaal belang zijn voor het succes van het spoorwegvervoer en dat de Gemeenschappelijke Onderneming een centrale rol speelt om het spoorwegverkeer goedkoper, efficiënter en aantrekkelijker te maken;

32. wijst erop dat wissels of defecte wissels alleen al 25 à 30 % van de onderhoudswerkzaamheden op het spoorwegnet veroorzaken en een aanzienlijk deel van de infrastructuurkosten vertegenwoordigen; is ingenomen met de inspanningen van de Gemeenschappelijke Onderneming om de betrouwbaarheid van het spoorwegstelsel te verbeteren en de kosten te drukken;

33. verwelkomt de doelstellingen van de Gemeenschappelijke Onderneming om de levenscycluskosten van het spoorwegstelsel met de helft te verminderen, de capaciteit te verdubbelen en de betrouwbaarheid en stiptheid met 50 % te verbeteren; pleit ervoor dat de Gemeenschappelijke Onderneming ten volle beschikt over de personele en financiële middelen die nodig zijn om deze doelstellingen te verwezenlijken;

34. is verheugd dat de Gemeenschappelijke Onderneming inspanningen levert om automatische treinbesturing in het spoorwegvervoer te bevorderen; wijst erop dat in het wegvervoer meer vooruitgang is geboekt op het gebied van automatisering;

35. is ingenomen met het besluit van de Gemeenschappelijke Onderneming om aan haar raad van bestuur, als onderdeel van het jaarlijkse werkprogramma 2018, de goedkeuring voor te stellen van subsidiëring via een forfaitair bedrag, die vervolgens ten uitvoer is gelegd via het proefproject voor forfaitaire bedragen in het voor de leden bestemde deel van de aanbesteding van 2018;

36. meent dat het van essentieel belang is om de bepalingen van het wettelijk kader van de Gemeenschappelijke Onderneming inzake bedrijfsovernames onder haar uit de industrie afkomstige leden en de gevolgen daarvan voor het lidmaatschap van de raad van bestuur te verduidelijken, teneinde de juridische transparantie van het besluitvormingsproces en van het bestuur van de Gemeenschappelijke Onderneming in het algemeen te verzekeren; verzoekt de Raad deze kwestie te regelen, mogelijk door amendementen aan te nemen op Verordening (EU) nr. 642/2014 van de Raad[17];

37. merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming in 2018 veertien representatieve audits van haar populatie en één op risicoanalyse gebaseerde audit heeft gestart (naast de vijftien representatieve audits en één op risicoanalyse gebaseerde audit die in 2017 waren gestart), waardoor de rechtstreekse dekking van de audits van de Gemeenschappelijke Onderneming op 4 660 000 EUR is gebracht; merkt op dat het totale percentage vastgestelde fouten voor de drie representatieve audits en de op risicoanalyse gebaseerde audit die op 31 december 2018 waren afgerond, 0,94 % bedraagt met toepassing van een eenvoudig gemiddelde en 1,19 % met een gewogen gemiddelde; merkt op dat alle andere foutenpercentages (representatief en residueel), hoewel zij beperkt zijn wat betreft de dekking ervan, ook onder de beoogde drempel van 2 % liggen;

38. is ingenomen met de voortzetting van de uitvoering van de fraudebestrijdingsstrategie 2017-2020 van de Gemeenschappelijke Onderneming, die tot geen enkel geval heeft geleid van “streng toezicht wegens vaststelling van een hoog frauderisico” en tot geen enkele toezending van een dossier naar OLAF voor onderzoek.


 

 

ADVIES VAN DE COMMISSIE VERVOER EN TOERISME (22.1.2020)

<CommissionInt>aan de Commissie begrotingscontrole</CommissionInt>


<Titre>inzake het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2018</Titre>

<DocRef>(2019/2105(DEC))</DocRef>

Rapporteur voor advies: <Depute>Maria Grapini</Depute>

 

SUGGESTIES

De Commissie vervoer en toerisme verzoekt de bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1. is ingenomen met de conclusie van de Rekenkamer dat de onderliggende verrichtingen bij de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail (“de Onderneming”) over het begrotingsjaar 2018 op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;

2. onderstreept dat de doelstellingen van de Onderneming het tot stand brengen van één Europese spoorwegruimte en het vergroten van de aantrekkelijkheid en het concurrentievermogen van het Europese spoorwegstelsel zijn; wijst erop dat het spoorwegvervoer een essentiële rol zal spelen in toekomstige EU-acties om de overgang naar emissiearme mobiliteit te bevorderen en negatieve externe effecten te vermijden; benadrukt dat de Onderneming de beschikking moet krijgen over de nodige financiële, materiële en personele middelen om die kerndoelstellingen te verwezenlijken en bij te dragen tot een echte modal shift;

3. merkt op dat de Onderneming een publiek-privaat partnerschap is dat in 2014 is opgericht in het kader van het kaderprogramma Horizon 2020; merkt op dat het Shift2Rail-programma gezamenlijk wordt gefinancierd uit bijdragen van de Europese Unie (via de operationele begroting van de Onderneming) en bijdragen in natura van de overige leden, d.w.z. de acht andere stichtende leden (naast de EU) en de 19 geassocieerde leden;

4. merkt op dat de Onderneming in 2018 vooruitgang heeft geboekt in de richting van de verwezenlijking van haar doelstellingen, door de uitvoering van het Shift2Rail-programma te realiseren en een doeltreffend en efficiënt goed financieel beheer te waarborgen; merkt op dat in 2018 vooruitgang is geboekt bij de activiteiten op het gebied van onderzoek en innovatie (O&I) die in de afgelopen jaren zijn opgestart en die nu goed op schema liggen en grotendeels op kruissnelheid zijn gekomen; merkt op dat de nieuwe golf van O&I-activiteiten (aanbesteding 2018) op het einde van het jaar van start is gegaan; merkt op dat de totale projectkosten van de in 2018 uitgevoerde activiteiten naar schatting 83,4 miljoen EUR bedragen;

5. wijst erop dat het spoorwegvervoer voor vrachtvervoerders en passagiers aantrekkelijker moet worden gemaakt om een duurzame verschuiving van de weg naar het spoor te realiseren; wijst erop dat de komende vijf jaar van cruciaal belang zijn voor het succes van het spoorwegvervoer en dat de Onderneming een centrale rol speelt om het spoorwegverkeer goedkoper, efficiënter en aantrekkelijker te maken;

6. wijst erop dat wissels, of defecte wissels, alleen 25-30 % van de onderhoudswerkzaamheden op het spoorwegnet veroorzaken en een aanzienlijk deel van de infrastructuurkosten vertegenwoordigen; is ingenomen met de inspanningen van de Onderneming om de betrouwbaarheid van het spoorwegstelsel te verbeteren en de kosten te verminderen;

7. verwelkomt de doelstellingen van de Onderneming om de levenscycluskosten van het spoorwegstelsel met de helft te verminderen, de capaciteit te verdubbelen en de betrouwbaarheid en stiptheid met 50 % te verbeteren; dringt erop aan dat de Onderneming vrijelijk kan beschikken over de personele en financiële middelen die nodig zijn om deze doelstellingen te verwezenlijken;

8. is verheugd dat de Onderneming inspanningen levert om automatische treinbesturing in het spoorwegvervoer te bevorderen; wijst erop dat in het wegvervoer meer vooruitgang is geboekt op het gebied van automatisering;

9. merkt op dat de Onderneming voor 2018 een begroting had van 84,7 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en 81,6 miljoen EUR aan betalingskredieten; merkt op dat het uitvoeringspercentage van de begroting 100 % bedroeg voor de vastleggingskredieten en 82,3 % voor de betalingskredieten; merkt op dat het lagere uitvoeringspercentage voor de betalingskredieten dan verwacht is toe te schrijven aan een juridisch besluit over het lidmaatschap van de Onderneming dat nog in behandeling is; wijst op het lage uitvoeringspercentage (63,4 %) van de betalingskredieten in titel 2 (administratieve uitgaven, goed voor 3 % van de begroting van de Onderneming) als gevolg van vertragingen bij de facturering door de leveranciers in het kader van meerjarige raamovereenkomsten;

10. merkt op dat op de uiterste datum van 31 januari 2019 geen van de overige leden een certificering van zijn kosten in verband met de operationele bijdragen in natura voor 2018 kon krijgen; merkt op dat de certificaten van 2018 die in het valideringsproces zijn ingevoerd in 2019, naar verwachting zullen resulteren in operationele bijdragen in natura ten belope van 52,6 miljoen EUR (bovenop de 18,6 miljoen EUR die reeds gecertificeerd is voor 2018); merkt op dat de overige leden eind 2018 voor 160,4 miljoen EUR aan cumulatieve bijdragen in natura voor aanvullende activiteiten hebben gedeclareerd, waarvan 118,6 miljoen EUR reeds door de Onderneming is gecertificeerd;

11. merkt op dat de Onderneming in 2018 19 subsidies heeft toegekend als gevolg van de oproep van 2018, die werd gestart in januari 2018, met medefinanciering door de Onderneming tot een bedrag van 77,3 miljoen EUR (voor een totale waarde van 152,6 miljoen EUR); merkt op dat de overige leden ermee hebben ingestemd hun verzoek om medefinanciering te beperken tot 44,44 % van de totale projectkosten, het laagste totale bedrag voor het H2020-programma; stelt met spijt vast dat slechts 76 kmo’s hebben deelgenomen aan de oproep van 2018 (120 in 2017) en dat 40 kmo’s (50 in 2017) geselecteerd werden voor financiering (21,6 % van alle voor financiering geselecteerde deelnemers);

12. is ingenomen met het besluit van de Onderneming om aan haar raad van bestuur, als onderdeel van het jaarlijkse werkprogramma 2018, de goedkeuring voor te stellen van subsidiëring via een forfaitair bedrag, die vervolgens ten uitvoer is gelegd via het proefproject voor forfaitaire bedragen in het voor de leden bestemde deel van de aanbesteding van 2018;

13. meent dat het van essentieel belang is om de bepalingen van het wettelijk kader van de Onderneming inzake bedrijfsovernames onder haar uit de industrie afkomstige leden en de gevolgen daarvan voor het lidmaatschap van de raad van bestuur te verduidelijken, teneinde de juridische transparantie van het besluitvormingsproces en van het bestuur van de Onderneming in het algemeen te verzekeren; verzoekt de Raad deze kwestie te regelen in mogelijke wijzigingen op Verordening (EU) nr. 642/2014[18];

14. merkt op dat de Onderneming in 2018 14 representatieve audits van haar populatie en één op risicoanalyse gebaseerde audit heeft gestart (naast de 15 representatieve audits en één op risicoanalyse gebaseerde audit die in 2017 waren gestart), waardoor de rechtstreekse dekking van de audits van de Onderneming op 4,66 miljoen EUR is gebracht; merkt op dat het totale percentage vastgestelde fouten voor de drie representatieve audits en de op risicoanalyse gebaseerde audit die op 31 december 2018 waren afgerond, 0,94 % bedraagt met toepassing van een eenvoudig gemiddelde en 1,19 % met toepassing van een gewogen gemiddelde; merkt op dat alle andere foutenpercentages (representatief en residueel), hoewel zij beperkt zijn wat de dekking ervan betreft, ook onder de beoogde drempel van 2 % liggen;

15. is ingenomen met de voortzetting van de uitvoering van de fraudebestrijdingsstrategie 2017-2020 van de Onderneming, die tot geen enkel geval heeft geleid van streng toezicht wegens vaststelling van een hoog frauderisico en tot geen enkele toezending van een dossier aan OLAF voor onderzoek;

16. stelt voor dat het Parlement aan de uitvoerend directeur van de Onderneming kwijting verleent voor de uitvoering van de begroting van de Onderneming voor het begrotingsjaar 2018.

 


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

21.1.2020

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

39

10

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Scott Ainslie, Izaskun Bilbao Barandica, David Bull, Marco Campomenosi, Ciarán Cuffe, Johan Danielsson, Andor Deli, Anna Deparnay-Grunenberg, Ismail Ertug, Gheorghe Falcă, Giuseppe Ferrandino, Søren Gade, Isabel García Muñoz, Jens Gieseke, Kateřina Konečná, Elena Kountoura, Julie Lechanteux, Bogusław Liberadzki, Peter Lundgren, Benoît Lutgen, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Marian-Jean Marinescu, Tilly Metz, Cláudia Monteiro de Aguiar, June Alison Mummery, Caroline Nagtegaal, Jan-Christoph Oetjen, Philippe Olivier, Dominique Riquet, Vera Tax, Barbara Thaler, Petar Vitanov, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Lucia Vuolo, Roberts Zīle, Kosma Złotowski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Clotilde Armand, Leila Chaibi, Angel Dzhambazki, Markus Ferber, Maria Grapini, Pierre Karleskind, Andrey Novakov, Catherine Rowett, Henna Virkkunen

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 209, lid 7)

Tiziana Beghin, Elena Lizzi, Juozas Olekas, Tsvetelina Penkova

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

39

+

ECR

Angel Dzhambazki, Roberts Zīle, Kosma Złotowski

GUE/NGL

Elena Kountoura

NI

Tiziana Beghin

PPE

Andor Deli, Gheorghe Falcă, Markus Ferber, Jens Gieseke, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Benoît Lutgen, Marian-Jean Marinescu, Cláudia Monteiro de Aguiar, Andrey Novakov, Barbara Thaler, Henna Virkkunen, Elissavet Vozemberg-Vrionidi

RENEW

Clotilde Armand, Izaskun Bilbao Barandica, Søren Gade, Pierre Karleskind, Caroline Nagtegaal, Jan-Christoph Oetjen, Dominique Riquet

S&D

Johan Danielsson, Ismail Ertug, Giuseppe Ferrandino, Isabel García Muñoz, Maria Grapini, Bogusław Liberadzki, Juozas Olekas, Tsvetelina Penkova, Vera Tax, Petar Vitanov

VERTS/ALE

Scott Ainslie, Ciarán Cuffe, Anna Deparnay-Grunenberg, Tilly Metz, Catherine Rowett

 

10

-

ECR

Peter Lundgren

GUE/NGL

Leila Chaibi, Kateřina Konečná

ID

Marco Campomenosi, Julie Lechanteux, Elena Lizzi, Philippe Olivier, Lucia Vuolo

NI

David Bull, June Alison Mummery

 

0

0

 

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

 

 

 


 

 

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

19.2.2020

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

19

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Caterina Chinnici, Lefteris Christoforou, Ryszard Czarnecki, Luke Ming Flanagan, Daniel Freund, Isabel García Muñoz, Cristian Ghinea, Monika Hohlmeier, Jean-François Jalkh, Joachim Kuhs, Sabrina Pignedoli, Michèle Rivasi, Angelika Winzig, Lara Wolters, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Katalin Cseh, Maria Grapini, David Lega, Mikuláš Peksa, Ramona Strugariu

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 209, lid 7)

József Szájer

 


 

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

19

+

ECR

Ryszard Czarnecki

GUE/NGL

Luke Ming Flanagan

NI

Sabrina Pignedoli

PPE

Lefteris Christoforou, Monika Hohlmeier, David Lega, József Szájer, Angelika Winzig, Tomáš Zdechovský

RENEW

Katalin Cseh, Cristian Ghinea, Ramona Strugariu

S&D

Caterina Chinnici, Isabel García Muñoz, Maria Grapini, Lara Wolters

VERTS/ALE

Daniel Freund, Mikuláš Peksa, Michèle Rivasi

 

2

-

ID

Jean-François Jalkh, Joachim Kuhs

 

0

0

 

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

 

[1] PB C 426 van 18.12.2019, blz. 57.

[2] PB C 0 van 0.0.0000, blz. .

[3] PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

[4] PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.

[5] PB L 177 van 17.6.2014, blz. 9.

[6]  PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

[7]  PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16.

[8]  PB C 426 van 18.12.2019, blz. 57.

[9]  PB C 0 van 0.0.0000, blz. 0.

[10]  PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

[11]  PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.

[12]  PB L 177 van 17.6.2014, blz. 9.

[13]  PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

[14]  PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16.

[15] Verordening (EU) nr. 642/2014 van de Raad van 16 juni 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail (PB L 177 van 17.6.2014, blz. 9)

[16] Besluit C(2017)7151 van de Commissie van 27 oktober 2017 betreffende het verlenen van een vergunning voor het gebruik van vergoeding op basis van een forfaitair bedrag voor de subsidiabele kosten van acties in het kader van het Horizon 2020-kaderprogramma voor onderzoek en innovatie en in het kader van het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2014-2018)

[17] Verordening (EU) nr. 642/2014 van de Raad van 16 juni 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail (PB L 177 van 17.6.2014, blz. 9).

[18] Verordening (EU) nr. 642/2014 van de Raad van 16 juni 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail (PB L 177 van 17.6.2014, blz. 9).

Laatst bijgewerkt op: 8 april 2020Juridische mededeling - Privacybeleid