Procedure : 2019/2082(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0062/2020

Ingediende teksten :

A9-0062/2020

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0109

<Date>{03/03/2020}3.3.2020</Date>
<NoDocSe>A9-0062/2020</NoDocSe>
PDF 191kWORD 70k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>

<Titre>over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving voor het begrotingsjaar 2018</Titre>

<DocRef>(2019/2082(DEC))</DocRef>


<Commission>{CONT}Commissie begrotingscontrole</Commission>

Rapporteur: <Depute>Ryszard Czarnecki</Depute>

AMENDEMENTEN
1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES VAN DE COMMISSIE BURGERLIJKE VRIJHEDEN, JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving voor het begrotingsjaar 2018

(2019/2082(DEC))

Het Europees Parlement,

 gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving voor het begrotingsjaar 2018,

 gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2018, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen[1],

 gezien de verklaring van de Rekenkamer[2] voor het begrotingsjaar 2018 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, als bedoeld in artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien de aanbeveling van de Raad van 18 februari 2020 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2018 (05761/2020 – C9-0049/2020),

 gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002[3], en met name artikel 208,

 gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012[4], en met name artikel 70,

 gezien Verordening (EU) 2015/2219 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) en tot vervanging en intrekking van Besluit 2005/681/JBZ van de Raad[5], en met name artikel 20,

 gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad[6], en met name artikel 108,

 gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad[7], en met name artikel 105,

 gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,

 gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,

 gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0062/2020),

1. verleent de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2018;

2. formuleert zijn opmerkingen in bijgevoegd resolutie;

3. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

 

 


 

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving voor het begrotingsjaar 2018;

(2019/2082(DEC))

Het Europees Parlement,

 gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving voor het begrotingsjaar 2018,

 gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2019, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen[8],

 gezien de verklaring van de Rekenkamer[9] voor het begrotingsjaar 2018 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, als bedoeld in artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien de aanbeveling van de Raad van 18 februari 2020 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2018 (05761/2020 – C9-0049/2020),

 gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002[10], en met name artikel 208,

 gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012[11], en met name artikel 70,

 gezien Verordening (EU) 2015/2219 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) en tot vervanging en intrekking van Besluit 2005/681/JBZ van de Raad[12], en met name artikel 20,

 gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad[13], en met name artikel 108,

 gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad[14], en met name artikel 105,

 gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,

 gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,

 gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0062/2020),

1. hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving voor het begrotingsjaar 2018;

2. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

 


 

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving voor het begrotingsjaar 2018

(2019/2082(DEC))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving voor het begrotingsjaar 2018,

 gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,

 gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,

 gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0062/2020),

A. overwegende dat de definitieve begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (“het Agentschap”) voor het begrotingsjaar 2018 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven[15] 10 416 720 EUR bedroeg, een daling van 1,02 % ten opzichte van 2017; overwegende dat het Agentschap voornamelijk wordt gefinancierd met een bijdrage van de Unie;

B. overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over het Agentschap betreffende het begrotingsjaar 2018 (hierna: “het verslag van de Rekenkamer”) heeft verklaard redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Begroting en financieel management

1. merkt met tevredenheid op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2018 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 97,97 %, hetgeen neerkomt op een stijging van 0,88 % ten opzichte van het jaar 2017; merkt op dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 76,51 % bedroeg, wat neerkomt op een daling van 7,51 % ten opzichte van het voorgaande jaar;

Prestaties

2. stelt vast dat het Agentschap kernprestatie-indicatoren gebruikt om zijn opleidingsactiviteiten en het effect ervan - met name de tevredenheid van de deelnemers - te meten om de toegevoegde waarde ervan te beoordelen, en prestatie-indicatoren gebruikt om haar begrotingsbeheer te verbeteren;

3. stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap zijn mandaat in 2018 met succes heeft uitgevoerd, en dat het in een aantal gevallen de doelstellingen in zijn werkprogramma 2018 zelfs heeft overtroffen;

4. stelt vast dat het Agentschap twee nieuwe, door de Unie gefinancierde projecten is gestart, te weten het tweede partnerschap EU/MENA voor opleiding op het gebied van terrorismebestrijding en het in-service opleidingsprogramma voor financiële onderzoeken in de Westelijke Balkan, die er beide van getuigen dat het Agentschap meer en meer gezien wordt als een belangrijk Unie-orgaan, dat een bijdrage levert aan de Europese veiligheid door middel van extern optreden;

5. stelt vast dat het Agentschap in 2018 het proefproject “EU-Strategic Training Needs Assessment (EU-STNA)” heeft uitgevoerd en dat meer dan 87 % van de residentiële en onlineopleidingsevents (residentiële activiteiten, webinars, onlinecursussen) gericht waren op het aanpakken van capaciteitstekorten in verband met kritische veiligheidsdreigingen naar aanleiding van de Europese Veiligheidsagenda.

6. verwelkomt dat het Agentschap onverminderd nauw samenwerkt met het netwerk van agentschappen op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken, en met de negen agentschappen die er onderdeel van uitmaken, waaronder in het bijzonder het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving en het Europees Grens- en kustwachtagentschap; merkt op dat zij opleiding delen en samen cursussen organiseren; spoort het Agentschap ten zeerste aan om actief te zoeken naar verdere en bredere samenwerking met alle agentschappen van de Unie; spoort het Agentschap aan te onderzoeken waar hulpbronnen kunnen worden gedeeld bij overlappende taken, zoals IT en andere diensten, met agentschappen in de buurt, in het bijzonder het Bureau van de Europese Unie voor grondrechten in Wenen en Europese Arbeidsautoriteit in Bratislava;

7. is niet overtuigd van de noodzaak van een agentschap dat zich uitsluitend bezighoudt met opleiding op het gebied van rechtshandhaving; vraagt de Commissie te overwegen het Agentschap samen te voegen met het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol); onderstreept dat het Agentschap en Europol een zeer gelijkaardig werkingsgebied hebben en dat een fusie de financiering van beide agentschappen zou vereenvoudigen en het netwerk van Europese agentschappen zou verduidelijken ten aanzien van het grote publiek; 

8. verzoekt de Commissie een haalbaarheidsstudie uit te voeren van de mogelijkheid om synergie-effecten tot stand te brengen met het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol), en misschien ook wel van de mogelijkheid om het Agentschap en Europol samen te voegen; verzoekt de Commissie om beide scenario's te beoordelen, d.w.z. zowel de overplaatsing van het Agentschap naar het hoofdkantoor van Europol in Den Haag, als de overplaatsing van het hoofdkantoor van Europol naar het hoofdkantoor van het Agentschap in Boedapest; merkt op dat een fusie zou inhouden dat beide agentschappen zakelijke en ondersteunende diensten, het beheer van gemeenschappelijke gebouwen, ICT- en telecommunicatiesystemen en internet-infrastructuur delen, waardoor enorm veel geld zou worden bespaard, wat vervolgens gebruikt zal worden voor de verdere financiering van beide agentschappen;

9. stelt vast dat het Agentschap, na de in januari 2016 afgeronde vijfjaarlijkse periodieke externe evaluatie, in het kader waarvan het Agentschap vóór eind 2018 corrigerende maatregelen moest treffen, het evaluatieverslag heeft goedgekeurd, inclusief 17 aanbevelingen met betrekking tot vijf gebieden die verband houden met de structuur van het Agentschap en zijn manier van werken; stelt vast dat sinds de goedkeuring van het actieplan 24 acties zijn afgerond, drie acties in verband met de verdere ontwikkeling van e-net nog lopen, vier acties niet langer relevant worden geacht, en één actie tijdelijk is stopgezet;

10. spoort het Agentschap ertoe aan zijn diensten verder te digitaliseren;

11. is ingenomen met het feit dat de Rekenkamer heeft verklaard dat de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van Cepol voor het begrotingsjaar 2018 op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn en dat de financiële situatie van Cepol op 31 december 2018 correct is weergegeven; herinnert eraan dat de begroting van het Agentschap is gestegen van 9 miljoen EUR tot 10 miljoen EUR (+ 11 %) terwijl zijn personeelsbestand is gedaald van 53 naar 51 (– 4 %) in vergelijking met 2017; betreurt evenwel het feit dat Cepol een aantal gegronde en legitieme verzoeken van de lidstaten voor opleiding op essentiële rechtshandhavingsterreinen vanwege een gebrek aan begrotingsmiddelen niet heeft kunnen honoreren; vreest dat Cepol op dit moment niet in staat is in voldoende mate te voorzien in de behoefte van de lidstaten aan onderwijs en opleiding voor rechtshandhavingsinstanties in de Unie en haar buurlanden;

Personeelsbeleid

12. stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2018 voor 100 % ingevuld was, aangezien 32 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 32 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (tegenover 31 toegestane posten in 2017); stelt vast dat in 2018 verder nog 18 arbeidscontractanten en vier gedetacheerde nationale deskundigen voor het Agentschap werkten;

13. merkt op dat de verhuizing van het Verenigd Koninkrijk naar Hongarije en de daaruit voortvloeiende lagere aanpassingscoëfficiënt die op de salarissen van het personeel wordt toegepast tot gevolg had dat het personeelsverloop hoog was en dat het geografische evenwicht niet altijd gewaarborgd is doordat er minder sollicitaties zijn uit andere lidstaten dan het gastland; stelt vast dat het Agentschap in 2018 ook weer een groot aantal sollicitaties van Hongaarse staatsburgers heeft ontvangen en dat de onderdanen van het gastland oververtegenwoordigd waren in het totale personeelsbestand; stelt vast dat het juridische geschil over de verhuizing in de loop van 2018 door de Rekenkamer is afgesloten, en dat de oorspronkelijk uitspraak is bekrachtigd; geeft aan dat de toepassing van een lage aanpassingscoëfficiënt op de salarissen van het personeel tot problemen kan leiden waardoor het zelfs zo zou kunnen zijn dat het Agentschap zijn dagelijkse taken niet meer naar behoren kan uitvoeren; wijst erop dat agentschappen die gevestigd zijn in landen met een lage aanpassingscoëfficiënt van de Commissie extra ondersteuning moeten krijgen voor het nemen van bijkomende maatregelen waardoor zij aantrekkelijker worden voor huidige en toekomstige personeelsleden; verzoekt de Commissie om de gevolgen en de haalbaarheid van de toepassing van aanpassingscoëfficiënten op de salarissen in de toekomst te evalueren;

14. herinnert aan de suggestie van de Rekenkamer om vacatures te publiceren op de website van het Europees Bureau voor personeelsselectie om er meer de aandacht op te vestigen; heeft begrip voor het antwoord van het Agentschap dat deze publicatie hoge vertaalkosten met zich meebrengt; neemt er verder kennis van dat het Agentschap in 2018 al zijn vacatures ook gepubliceerd heeft op het door het netwerk van EU-agentschappen ontwikkelde banenportaal; wijst er evenwel nog eens op dat het Agentschap, om hoge vertaalkosten te vermijden, een eerste stap in die richting zou moeten zetten en gebruik zou moeten maken van de mogelijkheid om dergelijke vacatures te publiceren in alle officiële talen van de Unie, met een link naar de volledige tekst uitsluitend in het Engels;

15. stelt met tevredenheid vast dat in 2018 genderevenwicht is bereikt op het vlak van de hogere leidinggevende functies (3 mannen en 3 vrouwen), maar merkt op dat het evenwicht niet in dezelfde mate is bereikt in de raad van bestuur (17 mannen en 9 vrouwen);

Aanbestedingen

16. verwijst naar de opmerking in het verslag van de Rekenkamer dat het Agentschap eind 2017 nog niet alle instrumenten had ingevoerd die de Commissie heeft ingezet voor de invoering van één oplossing voor de elektronische uitwisseling van informatie met derden die deelnemen aan openbare aanbestedingsprocedures (e‑aanbesteding); stelt vast dat het Agentschap heeft geantwoord dat het e-facturering en e-aanbesteden heeft geïntroduceerd, en dat het voornemens is ook e-inschrijving mogelijk te maken; verzoekt het Agentschap om uiterlijk in juni 2020 aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de vooruitgang die in dit verband is geboekt;

17. stelt bezorgd vast dat het Agentschap een kadercontract voor reisarrangementen voor het eigen personeel en voor de deelnemers aan opleidingen heeft toegekend zonder de winnende inschrijver om uitleg te vragen over zijn ongebruikelijk lage inschrijving; stelt vast dat het Agentschap in zijn antwoord aangeeft dat het beoordelingscomité geen verduidelijkingen heeft gevraagd omdat het, in het kader van zijn dagelijkse werkzaamheden, reeds op de hoogte was van de prijzen van het bedrijf waarmee voorheen een contract was gesloten; neemt er kennis van dat het Agentschap aangeeft de opmerking van de Rekenkamer te accepteren dat deze beoordeling in het evaluatieverslag niet geformaliseerd was; verzoekt het Agentschap altijd te vragen naar de redenen achter potentieel ongebruikelijk lage inschrijvingen, en deze redenen te analyseren, en ervoor te zorgen dat alle beoordelingen in toekomstige evaluatieverslagen naar behoren worden geformaliseerd;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

18. waardeert de genomen maatregelen en de niet-aflatende inspanningen van het Agentschap om te zorgen voor transparantie, inzake de preventie van en de omgang met belangenconflicten, en inzake de bescherming van klokkenluiders; stelt vast dat het Agentschap interne voorschriften inzake klokkenluiders heeft opgesteld en ingevoerd, en dat het cv’s en belangenverklaringen van de leden van de raad van bestuur en van de uitvoerend directeur openbaar heeft gemaakt;

Andere opmerkingen

19. juicht toe dat het Agentschap in februari 2017 met succes de ISO 9001:2015-certificering van zijn managementsysteem heeft afgerond om zijn inzet voor kwaliteit te verbeteren en beter aan te tonen; stelt vast dat het Agentschap op basis van de positieve resultaten van de in 2018 en aan het begin van 2019 uitgevoerde audits zijn certificering heeft behouden;

20. stelt met bezorgdheid vast dat het Agentschap, in tegenstelling tot de meeste andere agentschappen, geen alomvattende analyse heeft uitgevoerd van de waarschijnlijke gevolgen van het besluit van het Verenigd Koninkrijk om zich uit de Europese Unie terug te trekken voor zijn organisatie, activiteiten en rekeningen; stelt vast dat het Agentschap in zijn antwoord aangeeft dat de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie besproken is in managementvergaderingen, alsook tijdens de discussies in het netwerk van inkoopfunctionarissen en het juridisch netwerk voor agentschappen, en dat terdege rekening wordt gehouden met de mededelingen van de Commissie, en dat de desbetreffende risico’s als “beperkt” zijn ingeschat;

21. neemt kennis van de inspanningen van het Agentschap om een kosteneffectieve en milieuvriendelijke werkplek te garanderen; betreurt dat het Agentschap niet over een regeling voor koolstofcompensatie beschikt, maar neemt kennis van het antwoord van het Agentschap dat zijn beperkte financiële middelen de deelname aan een dergelijke regeling niet toestaan; stelt vast dat het Agentschap zijn personeel aanspoort gebruik te maken van het openbaar vervoer om emissies te reduceren;

22. vraagt het Agentschap zich te richten op de verspreiding van de resultaten van zijn onderzoek onder het grote publiek en contact te leggen met het publiek via sociale en andere media;

o

o  o

23. verwijst voor andere, horizontale opmerkingen bij zijn kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van … maart 2020[16] over de prestaties en het financiële beheer van en het toezicht op de agentschappen.


 

ADVIES VAN DE COMMISSIE BURGERLIJKE VRIJHEDEN, JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN (21.1.2020)

<CommissionInt>aan de Commissie begrotingscontrole</CommissionInt>


<Titre>inzake het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) voor het begrotingsjaar 2018</Titre>

<DocRef>(2019/2082(DEC))</DocRef>

Rapporteur voor advies: <Depute>Roberta Metsola</Depute>

 

SUGGESTIES

De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken verzoekt de bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1. wijst nogmaals op de taak van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (“Cepol” of “het Agentschap”) om nationale deskundigen op het gebied van rechtshandhaving te voorzien van informatie over de meest recente ontwikkelingen op het gebied van rechtshandhaving, en om het delen van beste praktijken te vergemakkelijken;

2. is ingenomen met het feit dat de Rekenkamer heeft verklaard dat de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van Cepol voor het begrotingsjaar 2018 op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn en dat de financiële situatie van Cepol op 31 december 2018 correct is weergegeven; herinnert eraan dat de begroting van het Agentschap is gestegen van 9 miljoen EUR tot 10 miljoen EUR (+ 11 %) terwijl zijn personeelsbestand is gedaald van 53 naar 51 (– 4 %) in vergelijking met 2017; betreurt evenwel het feit dat Cepol een aantal gegronde en legitieme verzoeken van de lidstaten voor opleiding op essentiële rechtshandhavingsterreinen vanwege een gebrek aan begrotingsmiddelen niet heeft kunnen honoreren; vreest dat Cepol op dit moment niet in staat is in voldoende mate te voorzien in de behoefte van de lidstaten aan onderwijs en opleiding voor rechtshandhavingsinstanties in de Unie en haar buurlanden;

3. merkt op dat Cepol in december 2017 een aanbesteding heeft uitgeschreven voor een kadercontract voor reisdiensten met een geschat marktvolume van 8,5 miljoen EUR over een periode van vier jaar; merkt op dat, ondanks de gunning van het contract aan de goedkoopste inschrijver wiens bod 56 % van het gemiddelde van zijn twee concurrenten bedraagt, de in 2018 gedane betalingen (2,06 miljoen EUR) bijna het geschatte marktvolume van 2,13 miljoen EUR bedroegen; deelt de mening van de Rekenkamer dat in gevallen waarin biedingen van inschrijvers abnormaal laag lijken te zijn, het Agentschap de onderliggende redenen moet analyseren om ervoor te zorgen dat zijn schatting van het marktvolume correct is en dat het contract wordt gegund aan de inschrijver die de beste prijs-kwaliteitverhouding biedt; 

4.  merkt met bezorgdheid op dat Cepol nog steeds te maken heeft met een groot personeelsverloop en maar weinig sollicitaties uit andere lidstaten ontvangt; herhaalt zijn bezorgdheid over het feit dat dit van invloed kan zijn op de werkzaamheden van het Agentschap; merkt in dit verband op dat het Statuut de nodige flexibiliteit biedt om rekening te houden met de arbeidsmarktomstandigheden in de Unie als er functionarissen moeten worden aangeworven om in de specifieke behoeften van de instellingen te voorzien; verzoekt Cepol om maatregelen te nemen om de situatie te verbeteren;

5. is ingenomen met het feit dat Cepol twee van de zes openstaande aanbevelingen van de Rekenkamer heeft uitgevoerd, namelijk die betreffende het opnieuw valideren van het boekhoudsysteem en de uitgebreide analyse van de impact van de brexit;

6. betreurt het dat de corrigerende maatregelen in verband met twee openstaande aanbevelingen van de Rekenkamer, te weten die betreffende het grote personeelsverloop en die betreffende de bekendmaking van vacatures op de website van het Europees Bureau voor personeelsselectie, nog niet zijn afgerond, en verzoekt het Agentschap derhalve het nodige te doen om deze corrigerende maatregelen tijdig af te ronden en zonder uitstel voor follow-up te zorgen van de nog openstaande aanbeveling betreffende e-aanbesteding, te weten de invoering van e-inschrijving;

7. beklemtoont het belang van op gender gebaseerde data om de ontwikkeling van het genderevenwicht onder het personeel en de bestuursorganen van het Agentschap te kunnen analyseren.


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

13.1.2020

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

48

5

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Konstantinos Arvanitis, Malik Azmani, Pietro Bartolo, Nicolas Bay, Vladimír Bilčík, Vasile Blaga, Saskia Bricmont, Damien Carême, Caterina Chinnici, Tudor Ciuhodaru, Clare Daly, Lena Düpont, Cornelia Ernst, Sylvie Guillaume, Evin Incir, Sophia in ‘t Veld, Patryk Jaki, Assita Kanko, Fabienne Keller, Alice Kuhnke, Jeroen Lenaers, Juan Fernando López Aguilar, Roberta Metsola, Javier Moreno Sánchez, Maite Pagazaurtundúa, Kostas Papadakis, Nicola Procaccini, Emil Radev, Paulo Rangel, Terry Reintke, Michal Šimečka, Birgit Sippel, Sylwia Spurek, Tineke Strik, Tom Vandendriessche, Bettina Vollath, Ann Widdecombe, Elena Yoncheva, Javier Zarzalejos

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Damian Boeselager, Patrick Breyer, Delara Burkhardt, Lucia Ďuriš Nicholsonová, Beata Kempa, Ondřej Kovařík, Kris Peeters, Robert Roos, Miguel Urbán Crespo, Loránt Vincze, Petar Vitanov, Maria Walsh, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 209, lid 7)

Lukas Mandl

 


 

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

48

+

ECR

Lucia Ďuriš Nicholsonová, Patryk Jaki, Assita Kanko, Beata Kempa, Nicola Procaccini

GUE/NGL

Konstantinos Arvanitis, Clare Daly, Cornelia Ernst, Miguel Urbán Crespo

PPE

Vladimír Bilčík, Vasile Blaga, Lena Düpont, Jeroen Lenaers, Lukas Mandl, Roberta Metsola, Kris Peeters, Emil Radev, Paulo Rangel, Loránt Vincze, Maria Walsh, Javier Zarzalejos, Tomáš Zdechovský

RENEW

Malik Azmani, Sophia in 't Veld, Fabienne Keller, Ondřej Kovařík, Maite Pagazaurtundúa, Michal Šimečka

S&D

Pietro Bartolo, Delara Burkhardt, Caterina Chinnici, Tudor Ciuhodaru, Sylvie Guillaume, Evin Incir, Juan Fernando López Aguilar, Javier Moreno Sánchez, Birgit Sippel, Sylwia Spurek, Petar Vitanov, Bettina Vollath, Elena Yoncheva

VERTS/ALE

Damian Boeselager, Patrick Breyer, Saskia Bricmont, Damien Carême, Alice Kuhnke, Terry Reintke, Tineke Strik

 

5

-

ECR

Robert Roos

ID

Nicolas Bay, Tom Vandendriessche

NI

Kostas Papadakis, Ann Widdecombe

 

0

0

 

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

 


 

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

19.2.2020

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Matteo Adinolfi, Olivier Chastel, Caterina Chinnici, Lefteris Christoforou, Ryszard Czarnecki, José Manuel Fernandes, Luke Ming Flanagan, Isabel García Muñoz, Cristian Ghinea, Monika Hohlmeier, Jean-François Jalkh, Joachim Kuhs, Sabrina Pignedoli, Michèle Rivasi, Nico Semsrott, Angelika Winzig, Lara Wolters, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Maria Grapini, David Lega, Mikuláš Peksa, Ramona Strugariu

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 209, lid 7)

József Szájer

 

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

21

+

ECR

Ryszard Czarnecki

GUE/NGL

Luke Ming Flanagan

ID

Jean-François Jalkh

NI

Sabrina Pignedoli

PPE

Lefteris Christoforou, José Manuel Fernandes, Monika Hohlmeier, David Lega, József Szájer, Angelika Winzig, Tomáš Zdechovský

RENEW

Olivier Chastel, Cristian Ghinea, Ramona Strugariu

S&D

Caterina Chinnici, Isabel García Muñoz, Maria Grapini, Lara Wolters

VERTS/ALE

Mikuláš Peksa, Michèle Rivasi, Nico Semsrott

 

2

-

ID

Matteo Adinolfi, Joachim Kuhs

 

0

0

 

 

 

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

 

[1] PB C 417 van 11.12.2019, blz. 1.

[2] PB C 417 van 11.12.2019, blz. 109.

[3] PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

[4] PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.

[5] PB L 319 van 4.12.2015, blz. 1.

[6] PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

[7] PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.

[8] PB C 417 van 11.12.2019, blz. 1.

[9] PB C 417 van 11.12.2019, blz. 109.

[10] PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

[11] PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.

[12] PB L 319 van 4.12.2015, blz. 1.

[13] PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

[14] PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.

[15] PB C 7 van 9.1.2019, blz. 1.

[16] Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0000.

Laatst bijgewerkt op: 17 april 2020Juridische mededeling - Privacybeleid