Procedure : 2019/0254(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0101/2020

Ingediende teksten :

A9-0101/2020

Debatten :

OJ 15/12/2020 - 17

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


<Date>{11/05/2020}11.5.2020</Date>
<NoDocSe>A9-0101/2020</NoDocSe>
PDF 516kWORD 179k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>     <RefProcLect>***I</RefProcLect>

<Titre>over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een aantal overgangsbepalingen voor de steun uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) in 2021 en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228/2013, (EU) nr. 229/2013 en (EU) nr. 1308/2013 wat betreft de middelen en verdeling ervan voor 2021 en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1305/2013, (EU) nr. 1306/2013 en (EU) nr. 1307/2013 wat betreft de middelen en toepassing ervan in 2021</Titre>

<DocRef>(COM(2019)0581 – C9-0162/2019 – 2019/0254(COD))</DocRef>


<Commission>{AGRI}Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling</Commission>

Rapporteur: <Depute>Elsi Katainen</Depute>

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een aantal overgangsbepalingen voor de steun uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) in 2021 en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228/2013, (EU) nr. 229/2013 en (EU) nr. 1308/2013 wat betreft de middelen en verdeling ervan voor 2021 en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1305/2013, (EU) nr. 1306/2013 en (EU) nr. 1307/2013 wat betreft de middelen en toepassing ervan in 2021

(COM(2019)0581 – C9-0162/2019 – 2019/0254(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

 gezien het voorstel van de Commissie aan het Parlement en de Raad (COM(2019)0581),

 gezien artikel 294, lid 2, artikel 43, lid 2, en artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9-0162/2019),

 gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van ...[1],

 gezien het advies van het Comité van de Regio’s van ...[2],

 gezien het advies van de Rekenkamer van 26 februari 2020[3],

 gezien artikel 59 van zijn Reglement,

 gezien het advies van de Commissie regionale ontwikkeling,

 gezien de brief van de Begrotingscommissie,

 gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A9-0101/2020),

1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2. verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

<RepeatBlock-Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>1</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) De Commissie heeft voorgesteld het GLB te koppelen aan prestaties (“uitvoeringsmodel”). In het nieuwe rechtskader moet de Unie de fundamentele beleidsparameters vaststellen, zoals de GLB-doelstellingen en de basisvereisten, terwijl de lidstaten meer verantwoordelijkheid moeten dragen voor de wijze waarop zij aan de doelstellingen voldoen en de streefcijfers halen. Bijgevolg moeten de lidstaten strategische GLB-plannen opstellen, die door de Commissie moeten worden goedgekeurd en door de lidstaten moeten worden uitgevoerd.

(2) De Commissie heeft voorgesteld het GLB te koppelen aan prestaties (“uitvoeringsmodel”). In het nieuwe rechtskader moet de Unie de beleidsparameters vaststellen, zoals de GLB-doelstellingen en de basisvereisten. Een sterk Uniekader is essentieel om ervoor te zorgen dat het GLB een gemeenschappelijk beleidsterrein blijft en om een gelijk speelveld te garanderen. De lidstaten moeten ook meer verantwoordelijkheid hebben voor de wijze waarop zij aan de doelstellingen voldoen en de streefcijfers halen. Bijgevolg moeten de lidstaten strategische GLB-plannen opstellen, op basis van een analyse vooraf en een beoordeling van de behoeften, die door de Commissie moeten worden goedgekeurd en door de lidstaten moeten worden uitgevoerd.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>2</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 2 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis) Met het oog op de volgende hervorming van het GLB, en rekening houdend met de nieuwe ambities die uiteengezet zijn in mededeling van de Commissie van 11 december 2019 over de Europese Green Deal (“de Europese Green Deal”), moeten de lidstaten de geldende agromilieu- en klimaatmaatregelen en alle andere instrumenten die landbouwers kunnen helpen bij hun inspanningen voor een milieutransitie verder bevorderen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>3</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 2 ter (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 ter) In zijn resolutie van 14 november 2018 over het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 – Standpunt van het Parlement met betrekking tot een akkoord1 bis heeft het Europees Parlement zich uitgesproken voor de handhaving van de financiering van het GLB voor de EU-27 op het niveau van de begroting 2014-2020 in reële termen, terwijl het tegelijkertijd het oorspronkelijke bedrag van de landbouwreserve in de begroting heeft opgenomen, dat wil zeggen 383 255 miljoen EUR in prijzen van 2018 (431 946 miljoen EUR in lopende prijzen). De in deze verordening verstrekte cijfers moeten derhalve worden berekend op basis van de cijfers die zijn overeengekomen voor het MFK 2021-2027 of, indien dat MFK niet tijdig wordt vastgesteld, op basis van de verlengde maxima en bepalingen van 2020, overeenkomstig artikel 312, lid 4, VWEU.

 

__________________

 

1 bis P8_TA(2018)0449.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>4</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 3</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) De wetgevingsprocedure is niet tijdig afgerond, waardoor de lidstaten en de Commissie niet alle elementen kunnen uitwerken die nodig zijn om het nieuwe rechtskader en de strategische GLB-plannen overeenkomstig het oorspronkelijke voorstel van de Commissie toe te passen vanaf 1 januari 2021.

(3) De wetgevingsprocedure is niet tijdig afgerond, waardoor de lidstaten en de Commissie niet alle elementen kunnen uitwerken die nodig zijn om het nieuwe rechtskader en de strategische GLB-plannen overeenkomstig het oorspronkelijke voorstel van de Commissie toe te passen vanaf 1 januari 2021. Deze vertraging leidt tot onzekerheid en risico’s voor landbouwers en de gehele landbouwsector. Om deze onzekerheid te verminderen, moet deze verordening voorzien in de voortgezette toepassing van de huidige regels en ononderbroken betalingen voor de landbouwers en andere begunstigden, en aldus zorgen voor voorspelbaarheid en stabiliteit tijdens de overgangsperiode tot de datum van toepassing van het nieuwe rechtskader (“overgangsperiode”).

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>5</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 3 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis) De continuïteit en de voorspelbaarheid van de steun die door middel van het GLB aan landbouwers wordt verstrekt, zijn essentieel voor de stabiliteit van de landbouwsector, evenals voor het behoud van de vitaliteit van plattelandsgebieden en -regio’s, en leveren een bijdrage aan een duurzaam milieu.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>6</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 4</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) Om ervoor te zorgen dat in 2021 aan landbouwers en andere begunstigden steun kan worden verleend uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF), moet de Unie deze steunverlening derhalve één jaar langer voortzetten onder de voorwaarden van het huidige rechtskader, dat de periode 2014-2020 bestrijkt. Het bestaande rechtskader is met name vervat in de Verordeningen (EU) nr. 1303/20137, (EU) nr. 1305/20138, (EU) nr. 1306/20139, (EU) nr. 1307/201310, (EU) nr. 1308/201311, (EU) nr. 228/201312 en (EU) nr. 229/201313 van het Europees Parlement en de Raad. Voorts moeten ter vergemakkelijking van de overgang van bestaande steunregelingen naar het nieuwe rechtskader, dat de periode vanaf 1 januari 2022 bestrijkt, regels worden vastgesteld voor de wijze waarop steun die op meerjarige basis wordt verleend, wordt geïntegreerd in het nieuwe rechtskader.

(4) Om ervoor te zorgen dat in 2021 en, indien van toepassing, in 2022 aan landbouwers en andere begunstigden steun kan worden verleend uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF), moet de Unie deze steunverlening derhalve één of, indien van toepassing, twee jaar langer voortzetten onder de voorwaarden van het huidige rechtskader, dat de periode 2014-2020 bestrijkt. De lidstaten moeten erop toezien dat die steun voor landbouwers en andere begunstigden tijdens de overgangsperiode ononderbroken wordt voortgezet. Het bestaande rechtskader is met name vervat in de Verordeningen (EU) nr. 1303/20137, (EU) nr. 1305/20138, (EU) nr. 1306/20139, (EU) nr. 1307/201310, (EU) nr. 1308/201311, (EU) nr. 228/201312 en (EU) nr. 229/201313 van het Europees Parlement en de Raad. Voorts moeten ter vergemakkelijking van de overgang van bestaande steunregelingen naar het nieuwe rechtskader, dat volgens de planning de periode vanaf 1 januari 2022 zou bestrijken, regels worden vastgesteld voor de wijze waarop steun die op meerjarige basis wordt verleend, wordt geïntegreerd in het nieuwe rechtskader.

__________________

__________________

7 Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320).

7 Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320).

8 Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 487).

8 Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 487).

9 Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549).

9 Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549).

10 Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 608).

10 Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 608).

11 Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).

11 Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).

12 Verordening (EU) nr. 228/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 247/2006 van de Raad (PB L 78 van 20.3.2013, blz. 23).

12 Verordening (EU) nr. 228/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 247/2006 van de Raad (PB L 78 van 20.3.2013, blz. 23).

13 Verordening (EU) nr. 229/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1405/2006 van de Raad (PB L 78 van 20.3.2013, blz. 41).

13 Verordening (EU) nr. 229/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1405/2006 van de Raad (PB L 78 van 20.3.2013, blz. 41).

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>7</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 4 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis) Deze verordening moet de lidstaten voldoende tijd bieden om hun respectieve nationale strategische GLB-plannen op te stellen en de administratieve structuur voor te bereiden die nodig is voor de succesvolle uitvoering van het nieuwe rechtskader. Dit mag de lidstaten niet ontmoedigen om hun respectieve nationale strategische plannen tijdig te presenteren. Alle strategische GLB-plannen moeten in werking kunnen treden zodra de overgangsperiode is verstreken. Dit zou zorgen voor de broodnodige stabiliteit en zekerheid voor de landbouwsector.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>8</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 4 ter (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 ter) Met het oog op een succesvolle modernisering en vereenvoudiging van het GLB en om bij te dragen aan de Europese Green Deal en de “van boer tot bord”-strategie moeten de lidstaten en de Commissie landbouwers en alle relevante belanghebbenden uitvoerig raadplegen tijdens het opstellen van de strategische GLB-plannen van de lidstaten. De voorbereidende werkzaamheden voor de ontwikkeling van de strategische GLB-plannen van de lidstaten moeten onverwijld worden verricht om een soepele overgang naar een nieuwe programmeringsperiode voor begunstigden te waarborgen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>9</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 5</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) Aangezien de Unie ook in 2021 steun moet verlenen voor plattelandsontwikkeling, moeten de lidstaten die aantonen dat hun middelen dreigen op te raken en geen nieuwe juridische verbintenissen meer kunnen aangaan overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1305/2013, de mogelijkheid krijgen om hun plattelandsontwikkelingsprogramma’s of bepaalde regionale plattelandsontwikkelingsprogramma’s die uit het Elfpo worden gesteund, te verlengen tot en met 31 december 2021 en deze verlengde programma’s te financieren uit de overeenkomstige begrotingstoewijzing voor 2021. Daarbij moet de milieu- en klimaatambitie van de verlengde programma’s procentueel ten minste op hetzelfde niveau blijven.

(5) Aangezien de Unie ook gedurende de hele overgangsperiode steun moet verlenen voor plattelandsontwikkeling, moeten de lidstaten die aantonen dat hun middelen dreigen op te raken en geen nieuwe juridische verbintenissen meer kunnen aangaan voor alle of bepaalde maatregelen en de daaruit voortvloeiende uitgaven overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1305/2013, de mogelijkheid krijgen om hun plattelandsontwikkelingsprogramma’s of bepaalde regionale plattelandsontwikkelingsprogramma’s die uit het Elfpo worden gesteund, te verlengen voor de hele overgangsperiode en deze verlengde programma’s te financieren uit de begrotingstoewijzing voor de desbetreffende jaren. Daarbij moet de milieu- en klimaatambitie van de verlengde programma’s procentueel ten minste op hetzelfde niveau blijven, wat ten minste hetzelfde percentage Elfpo-uitgaven vereist voor de in artikel 59, lid 6, van die verordening vermelde maatregelen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>10</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 6</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6) Aangezien sommige lidstaten wellicht nog over middelen beschikken die de Unie in voorgaande jaren ter beschikking heeft gesteld, moeten de lidstaten ook de mogelijkheid krijgen om hun plattelandsontwikkelingsprogramma’s of bepaalde regionale plattelandsontwikkelingsprogramma’s niet te verlengen. Die lidstaten moeten de Elfpo-begrotingstoewijzing voor 2021 of het deel van de Elfpo-begroting dat overeenkomt met de niet verlengde regionale plattelandsontwikkelingsprogramma’s, kunnen overhevelen naar de financiële toewijzingen voor de jaren 2022 tot en met 2025, overeenkomstig Verordening (EU) .../... van de Raad [verordening tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027]14.

(6) Aangezien sommige lidstaten wellicht nog over middelen beschikken die de Unie in voorgaande jaren ter beschikking heeft gesteld, moeten de lidstaten ook de mogelijkheid krijgen om hun plattelandsontwikkelingsprogramma’s of bepaalde regionale plattelandsontwikkelingsprogramma’s niet te verlengen of, indien nodig, om de resterende middelen aan te vullen met een deel van de toewijzingen voor de jaren van de overgangsperiode. Die lidstaten moeten de Elfpo-begrotingstoewijzing voor 2021 of, indien van toepassing, voor 2022, of het deel van de Elfpo-begroting dat niet is gebruikt voor de verlenging van hun regionale plattelandsontwikkelingsprogramma’s, kunnen overhevelen naar de financiële toewijzingen voor de resterende jaren van de programmeringsperiode, overeenkomstig Verordening (EU) .../... van de Raad [verordening tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027]14.

__________________

__________________

14 Verordening MFK, PB L van , blz. .

14 Verordening MFK, PB L van , blz. .

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>11</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 7</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7) Om de Commissie in staat te stellen de nodige financiële planning op te stellen en de overeenkomstige aanpassingen van de jaarlijkse verdeling van de Uniesteun in de bijlage bij Verordening (EU) nr. 1305/2013 te verrichten, moeten de lidstaten de Commissie snel na de inwerkingtreding van deze verordening meedelen of zij besluiten om hun plattelandsontwikkelingsprogramma’s te verlengen en in het geval van regionale plattelandsontwikkelingsprogramma’s, welke van deze programma’s zij gaan verlengen en dus welk overeenkomstig bedrag van de begrotingstoewijzing voor 2021 niet moet worden overgeheveld naar de daaropvolgende jaren.

(7) Om de Commissie in staat te stellen de nodige financiële planning op te stellen en de overeenkomstige aanpassingen van de jaarlijkse verdeling van de Uniesteun in de bijlage bij Verordening (EU) nr. 1305/2013 te verrichten, moeten de lidstaten de Commissie snel na de inwerkingtreding van deze verordening meedelen of zij besluiten om hun plattelandsontwikkelingsprogramma’s te verlengen en in het geval van regionale plattelandsontwikkelingsprogramma’s, welke van deze programma’s zij gaan verlengen en of zij deze gedeeltelijk willen financieren met middelen die resteren uit de voorgaande begrotingstoewijzing, en dus welk overeenkomstig bedrag van de begrotingstoewijzing voor de jaren van de overgangsperiode niet moet worden overgeheveld naar de daaropvolgende jaren.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>12</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 8</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8) Verordening (EU) nr. 1303/2013 bevat gemeenschappelijke regels voor het Elfpo en een aantal andere fondsen die binnen een gemeenschappelijk kader opereren. Die verordening moet van toepassing blijven op de programma’s waarvoor in de programmeringsperiode 2014-2020 steun wordt verleend uit het Elfpo, en op de uit het Elfpo gesteunde programma’s die de lidstaten besluiten te verlengen tot en met 31 december 2021. Die lidstaten en de Commissie moeten de partnerschapsovereenkomst die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1303/2013 is opgesteld voor de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020, ook voor programmeringsjaar 2021 gebruiken als strategisch document voor de besteding van Elfpo-steun.

(8) Verordening (EU) nr. 1303/2013 bevat gemeenschappelijke regels voor het Elfpo en een aantal andere fondsen die binnen een gemeenschappelijk kader opereren. Die verordening moet van toepassing blijven op de programma’s waarvoor in de programmeringsperiode 2014-2020 steun wordt verleend uit het Elfpo, en op de uit het Elfpo gesteunde programma’s die de lidstaten besluiten te verlengen tot en met 31 december 2021 of, indien van toepassing, tot en met 31 december 2022. Die lidstaten en de Commissie moeten de partnerschapsovereenkomst die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1303/2013 is opgesteld voor de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020, ook voor programmeringsjaar 2021 of, indien van toepassing, voor programmeringsjaar 2022 gebruiken als strategisch document voor de besteding van Elfpo-steun.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>13</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 10</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) Krachtens Verordening (EU) nr. 1310/2013 van het Europees Parlement en de Raad15 en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 807/2014 van de Commissie16 mag voor bepaalde langdurige verbintenissen die zijn aangegaan in het kader van bepaalde verordeningen waarbij vóór Verordening (EU) nr. 1305/2013 steun is verleend voor plattelandsontwikkeling, onder bepaalde voorwaarden ook Elfpo-betalingen worden gedaan in de programmeringsperiode 2014-2020. Die uitgaven moeten in programmeringsjaar 2021 onder dezelfde voorwaarden subsidiabel blijven voor de duur van de desbetreffende juridische verbintenis. Omwille van de rechtszekerheid en juridische helderheid moet ook worden verduidelijkt dat de juridische verbintenissen die zijn aangegaan in het kader van maatregelen die corresponderen met maatregelen van Verordening (EU) nr. 1305/2013 waarop het geïntegreerd beheers- en controlesysteem van toepassing is, ook onder dit geïntegreerd beheers- en controlesysteem moeten vallen en dat betalingen in het kader van deze juridische verbintenissen moeten worden gedaan in de periode 1 december tot en met 30 juni van het daaropvolgende kalenderjaar.

(10) Krachtens Verordening (EU) nr. 1310/2013 van het Europees Parlement en de Raad15 en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 807/2014 van de Commissie16 mag voor bepaalde langdurige verbintenissen die zijn aangegaan in het kader van bepaalde verordeningen waarbij vóór Verordening (EU) nr. 1305/2013 steun is verleend voor plattelandsontwikkeling, onder bepaalde voorwaarden ook Elfpo-betalingen worden gedaan in de programmeringsperiode 2014-2020. Die uitgaven moeten in programmeringsjaar 2021 of, indien van toepassing, in programmeringsjaar 2022 onder dezelfde voorwaarden subsidiabel blijven voor de duur van de desbetreffende juridische verbintenis. Omwille van de rechtszekerheid en juridische helderheid moet ook worden verduidelijkt dat de juridische verbintenissen die zijn aangegaan in het kader van maatregelen die corresponderen met maatregelen van Verordening (EU) nr. 1305/2013 waarop het geïntegreerd beheers- en controlesysteem van toepassing is, ook onder dit geïntegreerd beheers- en controlesysteem moeten vallen en dat betalingen in het kader van deze juridische verbintenissen moeten worden gedaan in de periode 1 december tot en met 30 juni van het daaropvolgende kalenderjaar.

__________________

__________________

15 Verordening (EU) nr. 1310/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende bepaalde overgangsbepalingen inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo), houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft middelen en de verdeling ervan met betrekking tot 2014, houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad en de Verordeningen (EU) nr. 1307/2013, (EU) nr. 1306/2013 en (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de toepassing ervan in 2014 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 865).

15 Verordening (EU) nr. 1310/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende bepaalde overgangsbepalingen inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo), houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft middelen en de verdeling ervan met betrekking tot 2014, houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad en de Verordeningen (EU) nr. 1307/2013, (EU) nr. 1306/2013 en (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de toepassing ervan in 2014 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 865).

16 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 807/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake bijstand voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en tot invoering van overgangsbepalingen (PB L 227 van 31.7.2014, blz. 1).

16 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 807/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake bijstand voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en tot invoering van overgangsbepalingen (PB L 227 van 31.7.2014, blz. 1).

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>14</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 14</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14) Aangezien de strategische GLB-plannen die de lidstaten moeten opstellen overeenkomstig het nieuwe juridisch kader, vanaf 1 januari 2022 van toepassing moeten zijn, moeten voorschriften worden vastgesteld voor de overgang van bestaande steunregelingen naar het nieuwe juridisch kader, en met name Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad18 [verordening strategische GLB-plannen].

(14) Aangezien de strategische GLB-plannen die de lidstaten moeten opstellen overeenkomstig het nieuwe juridisch kader, vanaf 1 januari 2022 of, indien van toepassing, vanaf 1 januari 2023 van toepassing moeten zijn, moeten voorschriften worden vastgesteld voor de overgang van bestaande steunregelingen naar het nieuwe juridisch kader, en met name Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad18 [verordening strategische GLB-plannen]. In overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in de Europese gedragscode inzake partnerschap als vastgesteld bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 240/2014 van de Commissie18 bis moeten de lidstaten de deelname waarborgen van regionale en lokale autoriteiten en organisaties uit het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van begunstigden, in alle fasen van de voorbereiding, uitvoering, monitoring en evaluatie van de overgangsmaatregelen en -programma’s.

__________________

__________________

18 Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad van ... [strategische GLB-plannen] (PB L ... van ..., blz. ...).

18 Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad van ... [strategische GLB-plannen] (PB L ... van ..., blz. ...).

 

18 bis Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 240/2014 van de Commissie van 7 januari 2014 betreffende de Europese gedragscode inzake partnerschap in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen (PB L 74 van 14.3.2014, blz. 1).

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>15</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 14 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 bis) De in deze verordening vastgestelde overgangsbepalingen zijn bedoeld om de momenteel geldende maatregelen te kunnen verlengen voor de duur van de overgangsperiode. Om zo goed mogelijk te kunnen anticiperen op de vaststelling van het toekomstige, vernieuwde rechtskader voor het GLB moeten de lidstaten zich tijdens de overgangsperiode bij hun werkzaamheden en overleg over de blauwdruk van hun toekomstige strategische GLB-plannen concentreren op de nieuwe instrumenten waarin wordt voorzien en met name op de mogelijkheid voor nieuwe sectoren om operationele programma’s te ontwikkelen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>16</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 16</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) Verordening (EU) nr. 1308/2013 bevat voorschriften voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en bevat in de artikelen 29 tot en met 60 bepaalde steunregelingen. Die steunregelingen moeten worden geïntegreerd in de toekomstige strategische GLB-plannen van de lidstaten, zoals de in artikel 39, onder a) tot en met e), van Verordening (EU) .../... [verordening strategische GLB-plannen] bedoelde sectorale interventies. Omwille van de coherentie, de continuïteit en een soepele overgang tussen die steunregelingen van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en de sectorale interventietypes van Verordening (EU) [verordening strategische GLB-plannen], moeten regels worden vastgesteld voor de duur van elk van deze steunregelingen, waarbij rekening wordt gehouden met de datum waarop de toekomstige strategische GLB-plannen van de lidstaten rechtsgevolgen krijgen.

(16) Verordening (EU) nr. 1308/2013 bevat voorschriften voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en bevat in de artikelen 29 tot en met 60 bepaalde steunregelingen. Die steunregelingen moeten worden geïntegreerd in de toekomstige strategische GLB-plannen van de lidstaten, zoals de in artikel 39, onder a) tot en met e), van Verordening (EU) .../... [verordening strategische GLB-plannen] bedoelde sectorale interventies. Omwille van de coherentie, de continuïteit en een soepele overgang tussen die steunregelingen van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en de sectorale interventietypes van Verordening (EU) [verordening strategische GLB-plannen], moeten regels worden vastgesteld voor de duur van elk van deze steunregelingen.

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Het moet mogelijk worden gemaakt om de geldende sectorale programma’s te behouden tot de oorspronkelijk geplande einddatum en de producenten zodoende rechtszekerheid te garanderen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>17</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 17</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17) Wat de steunregeling in de sector olijfolie en tafelolijven betreft, moeten de bestaande activiteitenprogramma’s die voor de periode 1 april 2018 tot en met 31 maart 2021 zijn opgesteld, worden verlengd tot en met 31 december 2021. Voor steunregelingen in de sector groenten en fruit moeten regels worden vastgesteld voor de wijziging of vervanging van operationele programma’s.

(17) Wat de steunregeling in de sector olijfolie en tafelolijven betreft, moeten de bestaande activiteitenprogramma’s die voor de periode 1 april 2018 tot en met 31 maart 2021 zijn opgesteld, worden verlengd tot en met het einde van de overgangsperiode. Voor steunregelingen in de sector groenten en fruit moeten regels worden vastgesteld voor de wijziging of vervanging van operationele programma’s. De erkende producentenorganisaties in de sector groenten en fruit moeten ook over de mogelijkheid beschikken om gebruik te blijven maken van het operationele programma tot het afloopt.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>18</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 18</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18) Om de continuïteit van de steunregelingen in de wijnsector en de bijenteeltsector te waarborgen, moeten regels worden vastgesteld op basis waarvan die steunregelingen nog tot het einde van de desbetreffende programmeringsperiode kunnen worden uitgevoerd. Voor deze periode moeten bepaalde voorschriften van Verordening (EU) nr. 1306/2013 derhalve van toepassing blijven op de uitgaven en betalingen die zijn gedaan voor acties die na 31 december 2021 in het kader van Verordening (EU) nr. 1308/2013 worden uitgevoerd, en wel tot het einde van die steunregelingen.

(18) Om de continuïteit van de steunregelingen in de sector groenten en fruit, de wijnsector en de bijenteeltsector te waarborgen, moeten regels worden vastgesteld op basis waarvan die steunregelingen nog tot het einde van de desbetreffende programmeringsperiode kunnen worden uitgevoerd. Voor deze periode moeten bepaalde voorschriften van Verordening (EU) nr. 1306/2013 derhalve van toepassing blijven op de uitgaven en betalingen die zijn gedaan voor acties die na 31 december 2021 in het kader van Verordening (EU) nr. 1308/2013 worden uitgevoerd, en wel tot het einde van die steunregelingen en van de operationele programma’s.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>19</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 19</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19) Om een aanzienlijke overdracht van vastleggingen van de huidige programmeringsperiode voor plattelandsontwikkeling naar de strategische GLB-plannen te beperken, mogen nieuwe meerjarige agromilieuklimaatverbintenissen, biologische-landbouwverbintenissen en bosmilieuverbintenissen worden aangegaan voor een periode van ten hoogste drie jaar. Bestaande verbintenissen mogen met ten hoogste één jaar worden verlengd.

(19) Om een aanzienlijke overdracht van vastleggingen van de huidige programmeringsperiode voor plattelandsontwikkeling naar de strategische GLB-plannen te beperken, mogen nieuwe meerjarige agromilieuklimaatverbintenissen, biologische-landbouwverbintenissen en dierenwelzijnverbintenissen als algemene regel worden aangegaan voor een periode van ten hoogste vijf jaar. Zodra Verordening (EU) .../... [verordening strategische GLB-plannen] van kracht wordt, moeten de regels over die verbintenissen worden aangepast in overeenstemming met die verordening. Bestaande verbintenissen mogen met ten hoogste één jaar worden verlengd.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>20</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 20</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20) Het Elfpo moet steun kunnen verlenen voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling die is opgezet overeenkomstig de nieuwe regels van Verordening (EU) XXXX/XXXX [nieuwe VGB]. Echter, om te voorkomen dat middelen voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling in programmeringsjaar 2021 onbesteed blijven, moeten de lidstaten die besluiten om hun plattelandsontwikkelingsprogramma’s te verlengen tot en met 31 december 2021 en die ook gebruikmaken van de mogelijkheid om bedragen over te hevelen van rechtstreekse betalingen naar plattelandsontwikkeling, de minimumtoewijzing van 5 % voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling alleen kunnen toepassen op de Elfpo-bijdrage voor plattelandsontwikkeling die wordt verlengd tot en met 31 december 2021, zoals berekend vóór de overheveling van bedragen vanuit rechtstreekse betalingen.

(20) Het Elfpo moet steun kunnen verlenen voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling die is opgezet overeenkomstig de nieuwe regels van Verordening (EU) XXXX/XXXX [nieuwe VGB]. Echter, om te voorkomen dat middelen voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling in programmeringsjaar 2021 of, indien van toepassing, in programmeringsjaar 2022 onbesteed blijven, moeten de lidstaten die besluiten om hun plattelandsontwikkelingsprogramma’s te verlengen en die ook gebruikmaken van de mogelijkheid om bedragen over te hevelen van rechtstreekse betalingen naar plattelandsontwikkeling, de minimumtoewijzing van 5 % voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling alleen kunnen toepassen op de Elfpo-bijdrage voor plattelandsontwikkeling die wordt verlengd tot en met 31 december 2021 of, indien van toepassing, tot en met 31 december 2022, zoals berekend vóór de overheveling van bedragen vanuit rechtstreekse betalingen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>21</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 21</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21) Omwille van de continuïteit in de overgangsperiode moet de reserve voor crises in de landbouwsector in stand blijven voor 2021 en moet het desbetreffende bedrag van de reserve voor 2021 worden gekwantificeerd.

(21) Omwille van de continuïteit in de overgangsperiode moet de reserve voor crises in de landbouwsector in stand blijven voor 2021 en, indien van toepassing, voor 2022 en moet het desbetreffende bedrag van de reserve voor 2021 en, indien van toepassing, voor 2022 worden gekwantificeerd.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>22</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 22</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22) Wat de voorfinancieringsregelingen van het Elfpo betreft, moet duidelijk worden gemaakt dat wanneer een lidstaat besluit om de periode 2014-2020 te verlengen tot en met 31 december 2021, dit niet mag leiden tot de toekenning van extra voorfinanciering voor de betrokken programma’s.

(22) Wat de voorfinancieringsregelingen van het Elfpo betreft, moet duidelijk worden gemaakt dat wanneer een lidstaat besluit om de periode 2014-2020 te verlengen tot en met 31 december 2021 of, indien van toepassing, tot en met 31 december 2022, dit niet mag leiden tot de toekenning van extra voorfinanciering voor de betrokken programma’s.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>23</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 23</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23) Artikel 11 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bevat thans alleen voor de jaren 2015 tot en met 2020 een verplichting voor de lidstaten om kennis te geven van hun besluit en de geraamde opbrengst in verband met de verlaging van het deel van het aan een landbouwer voor een bepaald kalenderjaar toe te kennen bedrag aan rechtstreekse betalingen dat hoger is dan 150 000 EUR. Met het oog op de continuering van het bestaande systeem moeten de lidstaten ook kennis geven van hun besluit en de geraamde opbrengst in verband met de verlaging voor kalenderjaar 2021.

(23) Artikel 11 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bevat thans alleen voor de jaren 2015 tot en met 2020 een verplichting voor de lidstaten om kennis te geven van hun besluit en de geraamde opbrengst in verband met de verlaging van het deel van het aan een landbouwer voor een bepaald kalenderjaar toe te kennen bedrag aan rechtstreekse betalingen dat hoger is dan 150 000 EUR. Met het oog op de continuering van het bestaande systeem moeten de lidstaten ook kennis geven van hun besluit en de geraamde opbrengst in verband met de verlaging voor kalenderjaar 2021 en, indien van toepassing, voor kalenderjaar 2022.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>24</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 24</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24) Artikel 14 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 biedt de lidstaten de mogelijkheid om voor de kalenderjaren 2014 tot en met 2020 middelen over te hevelen tussen rechtstreekse betalingen en plattelandsontwikkeling. Om ervoor te zorgen dat de lidstaten hun eigen strategie kunnen blijven volgen, moet de flexibiliteit tussen de pijlers ook mogelijk worden voor kalenderjaar 2021 (d.w.z. begrotingsjaar 2022).

(24) Artikel 14 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 biedt de lidstaten de mogelijkheid om voor de kalenderjaren 2014 tot en met 2020 middelen over te hevelen tussen rechtstreekse betalingen en plattelandsontwikkeling. Om ervoor te zorgen dat de lidstaten hun eigen strategie kunnen blijven volgen, moet de flexibiliteit tussen de pijlers ook mogelijk worden voor kalenderjaar 2021 (d.w.z. begrotingsjaar 2022) en, indien van toepassing, voor kalenderjaar 2022 (d.w.z. begrotingsjaar 2023).

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>25</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 25</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25) Om de Commissie in staat te stellen de begrotingsmaxima vast te stellen overeenkomstig artikel 22, lid 1, artikel 36, lid 4, artikel 42, lid 2, artikel 47, lid 3, artikel 49, lid 2, artikel 51, lid 4, en artikel 53, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1307/2013, moeten de lidstaten hun besluiten inzake de financiële toewijzingen per regeling voor kalenderjaar 2021 uiterlijk op 1 augustus 2020 meedelen.

(25) Om de Commissie in staat te stellen de begrotingsmaxima vast te stellen overeenkomstig artikel 22, lid 1, artikel 36, lid 4, artikel 42, lid 2, artikel 47, lid 3, artikel 49, lid 2, artikel 51, lid 4, en artikel 53, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1307/2013, moeten de lidstaten hun besluiten inzake de financiële toewijzingen per regeling voor kalenderjaar 2021 uiterlijk op 1 augustus 2020 en, indien van toepassing, hun besluiten inzake de financiële toewijzingen per regeling voor kalenderjaar 2022 uiterlijk op 1 augustus 2021 meedelen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>26</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 25 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(25 bis) De lidstaten moeten gedurende de periode waarin deze verordening van toepassing is, gebruik kunnen blijven maken van nationale overgangssteun. Teneinde de concurrentieverschillen tussen landbouwers in de lidstaten als gevolg van verschillen in betalingen per hectare te beperken, moeten de lidstaten de nationale overgangssteun handhaven voor de duur van de overgangsperiode.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>27</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 27</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27) Overeenkomstig het huidige rechtskader hebben de lidstaten in 2014 meegedeeld hoe zij het jaarlijkse nationale maximum voor de basisbetalingsregeling tot en met kalenderjaar 2020 over de regio’s zouden gaan verdelen en, in voorkomend geval, jaarlijkse progressieve wijzigingen zouden gaan doorvoeren over de door Verordening (EU) nr. 1307/2013 bestreken periode. De lidstaten moeten ook meedelen wat zij voor kalenderjaar 2021 hebben besloten.

(27) Overeenkomstig het huidige rechtskader hebben de lidstaten in 2014 meegedeeld hoe zij het jaarlijkse nationale maximum voor de basisbetalingsregeling tot en met kalenderjaar 2020 over de regio’s zouden gaan verdelen en, in voorkomend geval, jaarlijkse progressieve wijzigingen zouden gaan doorvoeren over de door Verordening (EU) nr. 1307/2013 bestreken periode. De lidstaten moeten ook meedelen wat zij voor kalenderjaar 2021 en, indien van toepassing, voor kalenderjaar 2022 hebben besloten.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>28</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 28</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28) Het mechanisme van interne convergentie is het kernproces van een billijkere verdeling van rechtstreekse inkomenssteun over de landbouwers. Grote individuele verschillen op basis van oude historische referenties zijn steeds moeilijker te verdedigen. In Verordening (EU) nr. 1307/2013 bestaat het basismodel voor interne convergentie in de toepassing, door de lidstaten, van een uniform forfaitair percentage voor alle betalingsrechten op nationaal of regionaal niveau vanaf 2015. Omwille van een soepelere overgang naar een uniforme waarde is echter een afwijking vastgesteld waarbij het de lidstaten is toegestaan de waarden van de betalingsrechten te differentiëren door toepassing, in de periode 2015-2019, van een gedeeltelijke convergentie, ook wel het “tunnelmodel” genoemd. Sommige lidstaten hebben gebruikgemaakt van deze afwijking. Met het oog op de continuering van het proces dat moet leiden tot een billijkere verdeling van rechtstreekse betalingen, mogen de lidstaten na 2019 verder convergeren naar een nationaal of regionaal gemiddelde en hoeven zij niet naar een uniforme forfaitaire waarde toe te werken of de waarde van de rechten op het niveau van 2019 te houden. Zij moeten jaarlijks meedelen wat zij voor het volgende jaar hebben besloten.

(28) Het mechanisme van interne convergentie is het kernproces van een billijkere verdeling van rechtstreekse inkomenssteun over de landbouwers. Grote individuele verschillen op basis van oude historische referenties zijn steeds moeilijker te verdedigen. In Verordening (EU) nr. 1307/2013 bestaat het basismodel voor interne convergentie in de toepassing, door de lidstaten, van een uniform forfaitair percentage voor alle betalingsrechten op nationaal of regionaal niveau vanaf 2015. Omwille van een soepelere overgang naar een uniforme waarde is echter een afwijking vastgesteld waarbij het de lidstaten is toegestaan de waarden van de betalingsrechten te differentiëren door toepassing, in de periode 2015-2019, van een gedeeltelijke convergentie, ook wel het “tunnelmodel” genoemd. Sommige lidstaten hebben gebruikgemaakt van deze afwijking. Met het oog op de continuering van het proces dat moet leiden tot een billijkere verdeling van rechtstreekse betalingen, moeten de lidstaten na 2019 verder convergeren naar een nationaal of regionaal gemiddelde en hoeven zij niet naar een uniforme forfaitaire waarde toe te werken. Zij moeten jaarlijks meedelen wat zij voor het volgende jaar hebben besloten.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>29</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 29</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29) In artikel 30 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 is bepaald dat de waarde van de uit de reserve toegewezen betalingsrechten jaarlijks progressief moet worden gewijzigd op basis van de jaarlijkse stappen van het nationale maximum zoals vastgesteld in bijlage II bij die verordening, waarmee gestalte wordt gegeven aan een “meerjarig” beheer van de reserve. Die regels moeten zodanig worden aangepast dat het mogelijk wordt om de waarde van alle toegewezen rechten en van de reserve aan te passen op basis van een wijziging, van het ene jaar op het volgende, in de waarde van het in die bijlage II vermelde bedrag. Bovendien wordt in sommige lidstaten die in 2019 nog niet zijn uitgekomen op een forfaitaire waarde, interne convergentie toegepast op jaarbasis. Voor de kalenderjaren 2020 en 2021 dient slechts de waarde van de betalingsrechten van het lopende jaar te worden bepaald in het jaar van toewijzing. De eenheidswaarde van de in een bepaald jaar uit de reserve toe te wijzen rechten moet worden berekend na een eventuele aanpassing van de reserve overeenkomstig artikel 22, lid 5, van die verordening. In een daaropvolgend jaar moet de waarde van de uit de reserve toegewezen betalingsrechten worden aangepast overeenkomstig dat artikel 22, lid 5.

(29) In artikel 30 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 is bepaald dat de waarde van de uit de reserve toegewezen betalingsrechten jaarlijks progressief moet worden gewijzigd op basis van de jaarlijkse stappen van het nationale maximum zoals vastgesteld in bijlage II bij die verordening, waarmee gestalte wordt gegeven aan een “meerjarig” beheer van de reserve. Die regels moeten zodanig worden aangepast dat het mogelijk wordt om de waarde van alle toegewezen rechten en van de reserve aan te passen op basis van een wijziging, van het ene jaar op het volgende, in de waarde van het in die bijlage II vermelde bedrag. Bovendien wordt in sommige lidstaten die in 2019 nog niet zijn uitgekomen op een forfaitaire waarde, interne convergentie toegepast op jaarbasis. Voor de kalenderjaren 2020 en 2021, en, indien van toepassing, voor kalenderjaar 2022 dient slechts de waarde van de betalingsrechten van het lopende jaar te worden bepaald in het jaar van toewijzing. De eenheidswaarde van de in een bepaald jaar uit de reserve toe te wijzen rechten moet worden berekend na een eventuele aanpassing van de reserve overeenkomstig artikel 22, lid 5, van die verordening. In een daaropvolgend jaar moet de waarde van de uit de reserve toegewezen betalingsrechten worden aangepast overeenkomstig dat artikel 22, lid 5.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>30</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 30</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30) Artikel 36 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 voorziet in de toepassing van de regeling inzake een enkele areaalbetaling (REAB) tot en met 31 december 2020. Verordening (EU) .../... [verordening strategische GLB-plannen] biedt lidstaten de mogelijkheid om basisinkomenssteun toe te passen op dezelfde wijze, dat wil zeggen zonder de toewijzing van betalingsrechten op basis van historische referenties. Daarom moet het worden toegestaan om de REAB in 2021 te verlengen.

(30) Artikel 36 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 voorziet in de toepassing van de regeling inzake een enkele areaalbetaling (REAB) tot en met 31 december 2020. Verordening (EU) .../... [verordening strategische GLB-plannen] biedt lidstaten de mogelijkheid om basisinkomenssteun toe te passen op dezelfde wijze, dat wil zeggen zonder de toewijzing van betalingsrechten op basis van historische referenties. Daarom moet het worden toegestaan om de REAB in 2021 en, indien van toepassing, in 2022 te verlengen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>31</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 34</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34) Voorts dienen de wijzigingen in de Verordeningen (EU) nr. 228/2013 en (EU) nr. 229/2013 met ingang van 1 januari 2021 van toepassing te zijn overeenkomstig Verordening (EU) .../... [verordening tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027],

(34) De in de Verordeningen (EU) nr. 228/2013 en (EU) nr. 229/2013 vastgestelde financiële toewijzingen dienen met ingang van 1 januari 2021 van toepassing te zijn overeenkomstig Verordening (EU) .../... [verordening tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027].

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>32</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 34 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(34 bis) Vanwege hun zeer kleine oppervlakte en insulaire karakter zijn lokale markten in ultraperifere gebieden, als genoemd in artikel 349 VWEU, bijzonder gevoelig voor prijsschommelingen die samenhangen met invoerstromen uit de rest van de Unie of uit derde landen. Daarom nemen de op grond van artikel 157 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 erkende brancheorganisaties, in het bijzonder in de veeteeltsector, collectieve maatregelen, met name voor het verzamelen van gegevens en het verspreiden van informatie, om ervoor te zorgen dat de lokale productie concurrerend blijft op de desbetreffende lokale markt. Niettegenstaande de artikelen 28, 29 en 110 VWEU en onverminderd de artikelen 164 en 165 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 is het daartoe aangewezen in het kader van uitgebreide brancheovereenkomsten de desbetreffende lidstaat toe te staan om na overleg met de betrokken belanghebbenden afzonderlijke marktdeelnemers of groeperingen van marktdeelnemers die geen lid van de brancheorganisatie zijn maar die op de lokale markt in kwestie actief zijn, ongeacht de herkomst ervan, alle of een deel van de door hun leden betaalde financiële bijdragen te laten betalen aan die organisatie, ook indien met de opbrengst van deze bijdragen maatregelen worden gefinancierd die enkel gericht zijn op het behoud van de lokale productie of indien de bijdragen in een ander handelsstadium worden gevorderd.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>33</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 34 ter (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(34 ter) Vanwege hun geografische situatie, met name hun grote afstand, insulaire karakter, kleine oppervlakte, moeilijke reliëf en klimaat, worden de ultraperifere gebieden, zoals bedoeld in artikel 349 VWEU, geconfronteerd met specifieke sociaaleconomische problemen in verband met de levering van voedsel en landbouwproducten die essentieel zijn voor consumptie of voor de landbouwproductie. Specifieke maatregelen voor de landbouwsector om de door de specifieke situatie veroorzaakte moeilijkheden te verhelpen, zoals bepaald in bovengenoemd artikel, zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 228/2013. Om het continuïteitsbeginsel in acht te nemen, wordt in deze verordening gepleit voor handhaving van de begroting tijdens de overgangsperiode. Voor het Programma van speciaal op een afgelegen en insulair karakter afgestemde maatregelen (Posei) en voor de specifieke maatregelen voor de landbouw ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee is het passend om de financiële toewijzingen op hun huidige niveau te herstellen zoals bepaald is in de Verordeningen (EU) nr. 228/2013 en (EU) nr. 229/2013.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>34</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 34 quater (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(34 quater) In het geval dat het voorstel voor een verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 (MFK-verordening) en het bijbehorende voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad (verordening strategische GLB-plannen) op 30 oktober 2020 nog niet zijn aangenomen en bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, moet de overgangsperiode die oorspronkelijk was voorgesteld in deze verordening en die eindigt op 31 december 2021 als laatste redmiddel met nog één jaar worden verlengd tot en met 31 december 2022. In dat geval moeten de bijbehorende overgangsregels en -voorwaarden die van toepassing zijn op de oorspronkelijke overgangsperiode blijven gelden tijdens de verlengde overgangsperiode en moeten de begrotingstoewijzingen en toepasselijke tijdschema’s dienovereenkomstig worden aangepast. Dit moet voldoende stimulansen bieden en het Europees Parlement en de Raad in staat stellen het nieuwe wetgevingskader voor het GLB met succes vast te stellen en tegelijkertijd de nodige stabiliteit voor de begunstigden te waarborgen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>35</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel -1 (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel -1

 

Overgangsperiode

 

1. Voor de uitvoering van deze verordening betekent “overgangsperiode” de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021.

 

2. In afwijking van lid 1 van dit artikel en uitsluitend in het geval dat het voorstel voor een verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 en het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad op 30 oktober 2020 nog niet zijn aangenomen en bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, wordt de overgangsperiode voor de uitvoering van deze verordening verlengd tot en met 31 december 2022.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>36</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Titel I – hoofdstuk I – titel</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voortzetting van de toepassing van Verordening (EU) nr. 1303/2013 voor programmeringsjaar 2021 en verlenging van bepaalde perioden in het kader van de Verordeningen (EU) nr. 1303/2013 en (EU) nr. 1310/2013

Voortzetting van de toepassing van Verordening (EU) nr. 1303/2013 tijdens de overgangsperiode en verlenging van bepaalde perioden in het kader van de Verordeningen (EU) nr. 1303/2013 en (EU) nr. 1310/2013

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>37</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 1 – lid 1 – alinea 1</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij programma’s die uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gesteund, mogen lidstaten die door een gebrek aan financiële middelen geen nieuwe juridische verbintenissen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1305/2013 kunnen aangaan, de in artikel 26, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 bedoelde periode verlengen tot en met 31 december 2021.

Bij programma’s die uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gesteund, mogen lidstaten die door een gebrek aan financiële middelen geen nieuwe juridische verbintenissen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1305/2013 kunnen aangaan, de in artikel 26, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 bedoelde periode verlengen met de in artikel -1 van deze verordening bedoelde overgangsperiode.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>38</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 1 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Lidstaten die besluiten gebruik te maken van de in de eerste alinea geboden mogelijkheid kunnen eventuele verlagingen van hun totale toewijzingen in het kader van het Elfpo voor het volgende meerjarig financieel kader (MFK) compenseren met een overeenkomstige verhoging van hun nationale medefinanciering.

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Wat de voortzetting van de huidige GLB-regels betreft, moeten de lidstaten hun medefinanciering kunnen verhogen. De door de Commissie voorgestelde verlagingen voor het Elfpo in het MFK zijn onacceptabel. De huidige programma’s voor plattelandsontwikkeling moeten zonder bezuinigingen voor landbouwers en begunstigden worden voortgezet. Zo zouden de lidstaten hun milieumaatregelen ten minste op het huidige niveau kunnen handhaven, zoals voorgesteld door de Commissie, en zouden de lidstaten en landbouwers hun programma’s kunnen aanpassen of uitbreiden om het hoofd te bieden aan milieu-uitdagingen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>39</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 1 – lid 1 – alinea 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Lidstaten die besluiten gebruik te maken van de in de eerste alinea geboden mogelijkheid, stellen de Commissie binnen tien dagen na de inwerkingtreding van deze verordening in kennis van hun besluit. Wanneer een lidstaat een reeks regionale programma’s overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 heeft ingediend, vermeldt die kennisgeving tevens welke van de regionale programma’s worden verlengd en wat de corresponderende begrotingstoewijzing is binnen de jaarlijkse verdeling voor 2021 zoals vastgelegd in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1305/2013.

Lidstaten die besluiten gebruik te maken van de in de eerste alinea geboden mogelijkheid, stellen de Commissie binnen twee weken na de inwerkingtreding van deze verordening in kennis van hun besluit. Wanneer een lidstaat een reeks regionale programma’s overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 heeft ingediend, vermeldt die kennisgeving tevens welke van de regionale programma’s worden verlengd en wat de corresponderende begrotingstoewijzing is binnen de jaarlijkse verdeling voor 2021 en, wanneer artikel -1, lid 2, van deze verordening van toepassing is, voor 2022, zoals vastgelegd in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1305/2013.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>40</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 1 – lid 1 – alinea 3</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer de Commissie een verlenging van de periode in het kader van de eerste alinea ongegrond acht, stelt zij de lidstaat binnen zes weken na ontvangst van de in de tweede alinea bedoelde kennisgeving daarvan in kennis.

Wanneer de Commissie een verlenging van de periode in het kader van de eerste alinea ongegrond acht, stelt zij de lidstaat binnen vier weken na ontvangst van de in de tweede alinea bedoelde kennisgeving daarvan in kennis. De Commissie baseert de evaluatie van het verzoek om verlenging op heldere en objectieve criteria overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1305/2013, die aan de betrokken lidstaat worden meegedeeld. De Commissie deelt de betrokken lidstaten mee waarom zij de verlenging afwijst, evenals, indien mogelijk, specifieke aanbevelingen voor verbetering van de kennisgeving om deze toepasbaar te maken. De betrokken lidstaat kan binnen vier weken na ontvangst van dergelijke aanbevelingen van de Commissie een bijgewerkte kennisgeving indienen waarin staat uitgelegd hoe de aanbevelingen van de Commissie met betrekking tot de toepasbaarheid van de verlenging zullen worden opgevolgd.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>41</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 1 – lid 1 – alinea 4</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in de tweede alinea bedoelde kennisgeving laat de noodzaak tot indiening van een in artikel 11, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoeld verzoek om wijziging van een plattelandsontwikkelingsprogramma voor 2021 onverlet. De totale Elfpo-uitgaven aan de in artikel 59, lid 6, van die verordening bedoelde maatregelen blijven bij een dergelijke wijziging procentueel ten minste op hetzelfde peil.

De in de tweede alinea bedoelde kennisgeving laat de noodzaak tot indiening van een in artikel 11, punt a), van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoeld verzoek om wijziging van een plattelandsontwikkelingsprogramma voor 2021 en, wanneer artikel -1, lid 2, van deze verordening van toepassing is, voor 2022 onverlet. Met een dergelijke wijziging zal geen rekening worden gehouden bij de berekening van de limiet voor jaarlijkse wijzigingen die zijn voorzien in de op grond van artikel 12, van Verordening (EU) nr. 1305/2013 vastgestelde voorschriften. Met die wijziging wordt hetzelfde percentage van de Elfpo-uitgaven gegarandeerd voor de in artikel 59, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde maatregelen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>42</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 1 – lid 2 – alinea 1</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor lidstaten die besluiten geen gebruik te maken van de in lid 1 van dit artikel geboden mogelijkheid, is artikel [8] van Verordening (EU) .../... [verordening tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027] van toepassing op de niet voor 2021 gebruikte toewijzing als vermeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1305/2013.

Voor lidstaten die besluiten geen gebruik te maken van de in lid 1 van dit artikel geboden mogelijkheid, is artikel [8] van Verordening (EU) .../... [verordening tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027] van toepassing op de niet voor 2021 en, wanneer artikel -1, lid 2, van deze verordening van toepassing is, voor 2022 gebruikte toewijzing als vermeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1305/2013.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>43</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 1 – lid 2 – alinea 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer een lidstaat besluit slechts voor bepaalde regionale programma’s gebruik te maken van de in lid 1 geboden mogelijkheid, is de in de eerste alinea van dit lid bedoelde toewijzing het in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1305/2013 voor die lidstaat voor 2021 vermelde bedrag minus de begrotingstoewijzingen die overeenkomstig lid 2, eerste alinea, zijn gemeld voor de te verlengen regionale programma’s.

Wanneer een lidstaat besluit slechts voor bepaalde regionale programma’s gebruik te maken van de in lid 1 geboden mogelijkheid, is de in de eerste alinea van dit lid bedoelde toewijzing het in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1305/2013 voor die lidstaat voor 2021 en, wanneer artikel -1, lid 2, van deze verordening van toepassing is, voor 2022 vermelde bedrag minus de begrotingstoewijzingen die overeenkomstig lid 2, eerste alinea, zijn gemeld voor de te verlengen regionale programma’s.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>44</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 2 – lid 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Voor programma’s waarvoor de lidstaten besluiten de periode 2014-2020 overeenkomstig artikel 1, lid 1, van deze verordening te verlengen, worden de verwijzingen naar termijnen of uiterste datums in artikel 50, lid 1, artikel 51, lid 1, artikel 57, lid 2, artikel 65, leden 2 en 4, en artikel 76, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 verlengd met één jaar.

2. Voor programma’s waarvoor de lidstaten besluiten de periode 2014-2020 overeenkomstig artikel 1, lid 1, van deze verordening te verlengen, worden de verwijzingen naar termijnen of uiterste datums in artikel 50, lid 1, artikel 51, lid 1, artikel 57, lid 2, artikel 65, leden 2 en 4, en artikel 76, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 verlengd met de duur van de overgangsperiode als bedoeld in artikel -1 van deze verordening.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>45</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 2 – lid 3</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Wanneer een lidstaat besluit de periode 2014-2020 overeenkomstig artikel 1, lid 1, van deze verordening te verlengen, wordt de partnerschapsovereenkomst die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1303/2013 is opgesteld voor de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020, ook voor 2021 door die lidstaat en de Commissie gebruikt als strategisch document voor de besteding van Elfpo-steun.

3. Wanneer een lidstaat besluit de periode 2014-2020 overeenkomstig artikel 1, lid 1, van deze verordening te verlengen, wordt de partnerschapsovereenkomst die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1303/2013 is opgesteld voor de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020, ook gedurende de overgangsperiode door die lidstaat en de Commissie gebruikt als strategisch document voor de besteding van Elfpo-steun.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>46</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – titel</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Subsidiabiliteit van bepaalde soorten uitgaven in 2021

Subsidiabiliteit van bepaalde soorten uitgaven tijdens de overgangsperiode

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>47</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – alinea 1 – inleidende formule</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onverminderd artikel 65, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013, artikel 2, lid 2, van deze verordening en artikel 38 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, komen de uitgaven als bedoeld in artikel 3, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1310/2013 en artikel 16 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 807/2014, in aanmerking voor een Elfpo-bijdrage uit de toewijzing van 2021 voor de uit het Elfpo gesteunde programma’s waarvoor de lidstaten besluiten de periode 2014-2020 overeenkomstig artikel 1, lid 1, van deze verordening te verlengen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

Onverminderd artikel 65, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013, artikel 2, lid 2, van deze verordening en artikel 38 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, komen de uitgaven als bedoeld in artikel 3, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1310/2013 en artikel 16 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 807/2014, in aanmerking voor een Elfpo-bijdrage uit de toewijzingen van de overgangsperiode voor de uit het Elfpo gesteunde programma’s waarvoor de lidstaten besluiten de periode 2014-2020 overeenkomstig artikel 1, lid 1, van deze verordening te verlengen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>48</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – alinea 1 – letter a</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) in dergelijke uitgaven wordt voorzien in het desbetreffende plattelandsontwikkelingsprogramma voor 2021;

(a) in dergelijke uitgaven wordt voorzien in het desbetreffende plattelandsontwikkelingsprogramma voor de jaren van de overgangsperiode;

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>49</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Titel I – hoofdstuk II – titel</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Toepassing van de artikelen 25 tot en met 28 van Verordening (EU) [NIEUWE VGB] voor programmeringsjaar 2021

Toepassing van de artikelen 25 tot en met 28 van Verordening (EU) [NIEUWE VGB] voor programmeringsjaar 2021 en, indien van toepassing, voor programmeringsjaar 2022

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>50</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 5 – lid 1</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Betalingsrechten die vóór 1 januari 2020 aan landbouwers worden toegewezen, worden met ingang van 1 januari 2021 als wettig en conform beschouwd. De waarde van die wettig en regelmatig te achten rechten is de op 31 december 2020 geldende waarde voor kalenderjaar 2020. Dit geldt onverminderd de relevante artikelen van het Unierecht inzake de waarde van betalingsrechten vanaf kalenderjaar 2021 en volgende kalenderjaren, en met name artikel 22, lid 5, en artikel 25, lid 12, van Verordening (EU) nr. 1307/2013.

1. Betalingsrechten die vóór 1 januari 2020 aan landbouwers worden toegewezen, worden met ingang van 1 januari 2020 als wettig en conform beschouwd. De waarde van die wettig en regelmatig te achten rechten is de op 31 december 2019 geldende waarde voor kalenderjaar 2019. Dit geldt onverminderd de relevante artikelen van het Unierecht inzake de waarde van betalingsrechten vanaf kalenderjaar 2020 en volgende kalenderjaren, en met name artikel 22, lid 5, en artikel 25, lid 12, van Verordening (EU) nr. 1307/2013.

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Aanvraagjaar 2020 wordt reeds uit het meerjarig financieel kader (MFK) 2021-2027 gefinancierd. Nu het nieuwe MFK van start gaat, moet er rechtszekerheid en helderheid worden geboden door alle vóór 1 januari 2020 aan de landbouwers toegekende betalingsrechten met ingang van 1 januari 2020 wettig en regelmatig te achten.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>51</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 5 – lid 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Lid 1 is niet van toepassing op betalingsrechten die op basis van feitelijk onjuiste aanvragen aan landbouwers zijn toegewezen, tenzij de landbouwer de fout niet redelijkerwijs had kunnen ontdekken.

2. Lid 1 is niet van toepassing op betalingsrechten die op basis van feitelijk onjuiste aanvragen aan landbouwers zijn toegewezen of die een schending vormen van de regel inzake belangenconflicten als vastgelegd in artikel 61 van Verordening (EU, Euratom) nr. 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad1 bis, tenzij de landbouwer de fout niet redelijkerwijs had kunnen ontdekken.

 

__________________

 

1 bis Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>52</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 6 – lid 1 – inleidende formule</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Uitgaven die verband houden met juridische verbintenissen jegens begunstigden en zijn gedaan in het kader van de in de artikelen 23, 39 en 43 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad19 bedoelde maatregelen die worden gesteund in het kader van Verordening (EU) nr. 1305/2013, blijven in aanmerking komen voor een Elfpo-bijdrage in de periode 2022-2027 van het strategisch GLB-plan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

1. Uitgaven die verband houden met juridische verbintenissen jegens begunstigden en zijn gedaan in het kader van de in de artikelen 23, 39 en 43 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad19 bedoelde maatregelen die worden gesteund in het kader van Verordening (EU) nr. 1305/2013, blijven in aanmerking komen voor een Elfpo-bijdrage in de periode 2022-2027 of, wanneer artikel -1, lid 2, van deze verordening van toepassing is, in de periode 2023-2027 van het strategisch GLB-plan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

__________________

__________________

19 Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) (PB L 277 van 21.10.2005, blz. 1).

19 Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) (PB L 277 van 21.10.2005, blz. 1).

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>53</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 6 – lid 1 – letter a</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) in dergelijke uitgaven wordt voorzien in het desbetreffende strategisch GLB-plan voor 2022-2027 overeenkomstig Verordening (EU) [verordening strategische GLB-plannen] en er wordt voldaan aan Verordening (EU) [horizontale verordening];

(a) in dergelijke uitgaven wordt voorzien in het desbetreffende strategisch GLB-plan voor 2022-2027 of, wanneer artikel -1, lid 2, van deze verordening van toepassing is, voor 2023-2027 overeenkomstig Verordening (EU) [verordening strategische GLB-plannen] en er wordt voldaan aan Verordening (EU) [horizontale verordening];

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>54</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 6 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De eerste alinea is eveneens van toepassing op juridische verbintenissen jegens begunstigden die zijn aangegaan in het kader van de bijbehorende maatregelen in Verordening (EG) nr. 1257/1999 waarvoor steun wordt verleend krachtens Verordening (EU) nr. 1305/2013.

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Overgangsbepalingen moeten het eveneens mogelijk maken om regels vast te stellen voor langetermijnverbintenissen die vóór de periode 2014-2020 zijn aangegaan in het kader van plattelandsontwikkelingsprogramma’s. Met deze aanpak wordt het mogelijk betalingen uit te voeren voor verbintenissen, zoals bebossing, die zijn aangegaan in het kader van plattelandsontwikkelingsprogramma’s voor de periode 2004-2006. Daarom moet lid 1 van artikel 6 worden aangevuld met een extra alinea.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>55</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 6 – lid 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Uitgaven die verband houden met juridische verbintenissen jegens begunstigden en zijn gedaan in het kader van de in de artikelen 28, 29, 33 en 34 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde meerjarige maatregelen, en uitgaven die verband houden met juridische verbintenissen die doorlopen tot na 1 januari 2024 of, in lidstaten die besloten hebben om de periode 2014-2020 overeenkomstig artikel 1, lid 1, van deze verordening te verlengen, doorlopen tot na 1 januari 2025, en zijn gedaan in het kader van de artikelen 14 tot en met 18, artikel 19, lid 1, onder a) en b), artikel 20, de artikelen 22 tot en met 27 en de artikelen 35, 38, 39 en 39 bis van Verordening (EU) nr. 1305/2013 en artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 komen in de periode 2022-2027 van het strategisch GLB-plan in aanmerking voor een Elfpo-bijdrage, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

2. Mits aan de in de tweede alinea vermelde voorwaarden is voldaan, komen de volgende uitgaven in de periode 2022-2027, of, wanneer artikel -1, lid 2, van deze verordening van toepassing is, in de periode 2023-2027 van het strategisch GLB-plan in aanmerking voor een Elfpo-bijdrage:

 

(a) uitgaven die verband houden met juridische verbintenissen jegens begunstigden en zijn gedaan in het kader van de in de artikelen 28, 29, 33 en 34 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde meerjarige maatregelen;

 

(b) uitgaven die verband houden met juridische verbintenissen die doorlopen tot na 1 januari 2024 of, in lidstaten die besloten hebben om de periode 2014-2020 overeenkomstig artikel 1, lid 1, van deze verordening te verlengen, doorlopen tot na 1 januari 2025, en zijn gedaan in het kader van de artikelen 14 tot en met 18, artikel 19, lid 1, onder a) en b), artikel 20, de artikelen 22 tot en met 27 en de artikelen 35, 38, 39 en 39 bis van Verordening (EU) nr. 1305/2013 en artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

 

De in de eerste alinea vermelde voorwaarden voor een Elfpo-bijdrage in de periode 2022-2027, of, wanneer artikel -1, lid 2, van deze verordening van toepassing is, in de periode 2023-2027 van het strategisch GLB-plan zijn:

(a) in dergelijke uitgaven wordt voorzien in het desbetreffende strategisch GLB-plan voor 2022-2027 overeenkomstig Verordening (EU) [verordening strategische GLB-plannen] en er wordt voldaan aan Verordening (EU) [horizontale verordening];

(a) in dergelijke uitgaven wordt voorzien in het desbetreffende strategisch GLB-plan voor 2022-2027 of, wanneer artikel -1, lid 2, van deze verordening van toepassing is, voor 2023-2027 overeenkomstig Verordening (EU) [verordening strategische GLB-plannen] en er wordt voldaan aan Verordening (EU) [horizontale verordening];

(b) het Elfpo-bijdragepercentage van de corresponderende interventie in het strategisch GLB-plan overeenkomstig Verordening (EU) [verordening strategische GLB-plannen] is van toepassing;

(b) het Elfpo-bijdragepercentage van de corresponderende interventie in het strategisch GLB-plan overeenkomstig Verordening (EU) [verordening strategische GLB-plannen] is van toepassing;

(c) het in artikel 63, lid 2, van Verordening (EU) [horizontale verordening] bedoelde geïntegreerde systeem is van toepassing op de juridische verbintenissen die zijn aangegaan in het kader van maatregelen die corresponderen met de areaal- en diergebonden interventietypes als vermeld in titel III, hoofdstukken II en IV, van Verordening (EU) [verordening strategische GLB-plannen], en er wordt duidelijk aangeven om welke verrichtingen het gaat; en

(c) het in artikel 63, lid 2, van Verordening (EU) [horizontale verordening] bedoelde geïntegreerde systeem is van toepassing op de juridische verbintenissen die zijn aangegaan in het kader van maatregelen die corresponderen met de areaal- en diergebonden interventietypes als vermeld in titel III, hoofdstukken II en IV, van Verordening (EU) [verordening strategische GLB-plannen], en er wordt duidelijk aangeven om welke verrichtingen het gaat; en

(d) de betalingen voor de juridische verbintenissen als bedoeld onder c), worden binnen de in artikel 42 van Verordening (EU) [horizontale verordening] vastgelegde periode gedaan.

(d) de betalingen voor de juridische verbintenissen als bedoeld onder c), worden binnen de in artikel 42 van Verordening (EU) [horizontale verordening] vastgelegde periode gedaan.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>56</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 7 – lid 1</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De in artikel 29 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde activiteitenprogramma’s ter ondersteuning van de sector olijfolie en tafelolijven die zijn opgesteld voor de periode 1 april 2018 tot en met 31 maart 2021, worden verlengd en eindigen op 31 december 2021. De relevante producentenorganisaties die in het kader van artikel 152 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 zijn erkend, de relevante unies van producentenorganisaties die in het kader van artikel 156 van die verordening zijn erkend, en de relevante brancheorganisaties die in het kader van artikel 157 van die verordening zijn erkend, wijzigen hun activiteitenprogramma op basis van deze verlenging. De gewijzigde activiteitenprogramma’s worden uiterlijk op 31 december 2020 aan de Commissie toegezonden.

1. De in artikel 29 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde activiteitenprogramma’s ter ondersteuning van de sector olijfolie en tafelolijven die zijn opgesteld voor de periode 1 april 2018 tot en met 31 maart 2021, worden verlengd en eindigen aan het einde van de overgangsperiode. De relevante producentenorganisaties die in het kader van artikel 152 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 zijn erkend, de relevante unies van producentenorganisaties die in het kader van artikel 156 van die verordening zijn erkend, en de relevante brancheorganisaties die in het kader van artikel 157 van die verordening zijn erkend, wijzigen hun activiteitenprogramma op basis van deze verlenging. De gewijzigde activiteitenprogramma’s worden uiterlijk op 31 december 2020 of, wanneer artikel -1, lid 2, van deze verordening van toepassing is, uiterlijk op 31 december 2021 aan de Commissie toegezonden.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>57</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Erkende producentenorganisaties in de sector groenten en fruit met een in artikel 33 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoeld operationeel programma dat door de lidstaat is goedgekeurd en doorloopt tot na 31 december 2021, dienen uiterlijk op 15 september 2021 bij die lidstaat een verzoek in om hun operationele programma:

Erkende producentenorganisaties in de sector groenten en fruit met een in artikel 33 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoeld operationeel programma dat door de lidstaat is goedgekeurd en doorloopt tot na het einde van de overgangsperiode, kunnen uiterlijk op 15 september 2021 bij die lidstaat een verzoek indienen om hun operationele programma:

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>58</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 7 – lid 2 – alinea 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer een erkende producentenorganisatie een dergelijk verzoek niet uiterlijk op 15 september 2021 indient, eindigt haar in het kader van Verordening (EU) nr. 1308/2013 goedgekeurde operationele programma op 31 december 2021.

Wanneer een erkende producentenorganisatie geen dergelijk verzoek indient, is lid 6 van toepassing op haar operationele programma tot dit programma eindigt.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>59</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 7 – lid 3</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De in artikel 40 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde steunprogramma’s in de wijnsector eindigen op 15 oktober 2023. De artikelen 39 tot en met 54 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 blijven na 31 december 2021 van toepassing op uitgaven en betalingen die zijn gedaan voor acties die vóór 16 oktober 2023 overeenkomstig die verordening worden uitgevoerd in het kader van de in de artikelen 39 tot en met 52 van die verordening bedoelde steunregeling.

3. De in artikel 40 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde steunprogramma’s in de wijnsector eindigen op 15 oktober 2023. De artikelen 39 tot en met 54 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 kunnen na het einde van de overgangsperiode van toepassing blijven op acties die vóór 16 oktober 2023 overeenkomstig die verordening worden geselecteerd, voor uitgaven en betalingen die zijn gedaan in het kader van de in de artikelen 39 tot en met 52 van die verordening bedoelde steunregeling.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>60</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 7 – lid 4</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De in artikel 55 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde nationale programma’s in de bijenteeltsector eindigen op 31 juli 2022. De artikelen 55, 56 en 57 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 blijven na 31 december 2021 van toepassing op uitgaven en betalingen die worden gedaan voor acties die vóór 1 augustus 2022 overeenkomstig die verordening worden uitgevoerd in het kader van de in artikel 55 van die verordening bedoelde steunregeling.

4. De in artikel 55 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde nationale programma’s in de bijenteeltsector eindigen op 31 juli 2022. De artikelen 55, 56 en 57 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 kunnen na het einde van de overgangsperiode van toepassing blijven op acties die vóór 1 augustus 2022 overeenkomstig die verordening worden geselecteerd, voor uitgaven en betalingen die zijn gedaan in het kader van de in artikel 55 van die verordening bedoelde steunregeling.

</Amend>

 <Amend>Amendement  <NumAm>61</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 7 – lid 6</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. Wat de in de leden 3 en 4 van het onderhavige artikel bedoelde steunregelingen betreft, blijven artikel 7, lid 3, de artikelen 9, 21, 43, 51, 52, 54, 59, 67, 68, 70 tot en met 75, 77, 91 tot en met 97, 99 en 100, artikel 102, lid 2, en de artikelen 110 en 111 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en de relevante bepalingen van gedelegeerde en uitvoeringshandelingen die verband houden met die artikelen, na 31 december 2021 van toepassing op uitgaven en betalingen die na die datum voor de overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1308/2013 uitgevoerde acties zijn gedaan tot aan het eind van de in de leden 3 en 4 van het onderhavige artikel bedoelde steunregelingen.

6. Wat de in de leden 2, 3 en 4 van het onderhavige artikel bedoelde steunregelingen betreft, blijven artikel 7, lid 3, de artikelen 9, 21, 43, 51, 52, 54, 59, 67, 68, 70 tot en met 75, 77, 91 tot en met 97, 99 en 100, artikel 102, lid 2, en de artikelen 110 en 111 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en de relevante bepalingen van gedelegeerde en uitvoeringshandelingen die verband houden met die artikelen, na het einde van de overgangsperiode van toepassing op uitgaven en betalingen die na die datum voor de overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1308/2013 uitgevoerde acties zijn gedaan tot aan het eind van de in de leden 3 en 4 van het onderhavige artikel bedoelde steunregelingen en, indien van toepassing, tot aan het eind van de in lid 2 van dit artikel bedoelde operationele programma’s.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>62</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1305/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 17 – lid 6 bis (nieuw)</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1) Aan artikel 17 wordt het volgende lid toegevoegd:

 

“6 bis. De lidstaten mogen nieuwe juridische verbintenissen aangaan jegens begunstigden tijdens de in artikel -1 van Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad [overgangsverordening] genoemde overgangsperiode. Verzoeken om steun die vóór 2021 zijn ingediend en niet zijn goedgekeurd vanwege een gebrek aan financiële middelen hiervoor in het betrokken programma, blijven tijdens de overgangsperiode subsidiabel.”.

 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02013R1305-20190301)

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

In deze verordening moet worden verduidelijkt dat verzoeken inzake investeringen in materiële activa die in de huidige programmeringsperiode niet zijn goedgekeurd vanwege een gebrek aan financiële middelen, kunnen worden overgeheveld.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>63</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 – alinea 1 – punt 1</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1305/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 28 – lid 5 – alinea 2</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

“Voor nieuwe verbintenissen die vanaf 2021 worden aangegaan, leggen de lidstaten in hun plattelandsontwikkelingsprogramma een kortere periode van één tot drie jaar vast. Indien een lidstaat overeenkomstig de eerste alinea na afloop van de initiële periode voorziet in een jaarlijkse verlenging van de verbintenissen, bedraagt de verlenging vanaf 2021 niet meer dan één jaar. Vanaf 2021 leggen de lidstaten voor nieuwe verbintenissen die onmiddellijk aansluiten op een verbintenis van de initiële periode, in hun plattelandsontwikkelingsprogramma een periode van één jaar vast.”.

“Voor nieuwe verbintenissen die vanaf het begin van de overgangsperiode als bedoeld in artikel -1 van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening] worden aangegaan, leggen de lidstaten in hun plattelandsontwikkelingsprogramma een kortere periode van één tot vijf jaar vast. Indien dit nodig is om de nagestreefde milieu- en klimaatvoordelen te realiseren of te behouden, kunnen de lidstaten echter een langere periode voor nieuwe verbintenissen vaststellen. In dat geval houden zij er rekening mee dat deze verbintenissen moeten worden aangepast bij de voorbereiding en in de inhoud van het strategisch GLB-plan. Indien een lidstaat overeenkomstig de eerste alinea na afloop van de initiële periode voorziet in een jaarlijkse verlenging van de bestaande verbintenissen, bedraagt de verlenging niet meer dan één jaar vanaf de start van de overgangsperiode. Indien de steun aan de begunstigde lager is dan het in de vorige programmeringsperiode toegekende niveau, kunnen de lidstaten deze begunstigde de mogelijkheid bieden om van de juridische verbintenissen af te zien vóór de oorspronkelijke einddatum ervan.”.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>64</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 – alinea 1 – punt 2</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1305/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 29 – lid 3 – alinea 2</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

“Voor nieuwe verbintenissen die vanaf 2021 worden aangegaan, leggen de lidstaten in hun plattelandsontwikkelingsprogramma een kortere periode van één tot drie jaar vast. Indien een lidstaat overeenkomstig de eerste alinea na afloop van de initiële periode voorziet in een jaarlijkse verlenging van de voortzetting van biologische landbouw, bedraagt de verlenging vanaf 2021 niet meer dan één jaar. Vanaf 2021 leggen de lidstaten voor nieuwe voortzettingsverbintenissen die onmiddellijk aansluiten op de verbintenis van de initiële periode, in hun plattelandsontwikkelingsprogramma een periode van één jaar vast.

“Voor nieuwe verbintenissen die vanaf het begin van de overgangsperiode als bedoeld in artikel -1 van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening] worden aangegaan, leggen de lidstaten in hun plattelandsontwikkelingsprogramma een periode van één tot vijf jaar vast. Zij houden er evenwel rekening mee dat deze verbintenissen moeten worden aangepast bij de voorbereiding en in de inhoud van het strategisch GLB-plan en dat de nagestreefde milieu- en klimaatvoordelen ermee behouden moeten blijven. Indien een lidstaat overeenkomstig de eerste alinea na afloop van de initiële periode voorziet in een jaarlijkse verlenging van de bestaande verbintenissen, bedraagt de verlenging niet meer dan één jaar vanaf de start van de overgangsperiode. Indien de steun aan de begunstigde lager is dan het in de vorige programmeringsperiode toegekende niveau, kunnen de lidstaten deze begunstigde de mogelijkheid bieden om van de juridische verbintenissen af te zien vóór de oorspronkelijke einddatum ervan.”.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>65</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1305/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 31 – lid 5</Article2>

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(2 bis) In artikel 31 wordt lid 5 vervangen door:

5. Naast de in lid 2 bedoelde betalingen kunnen de lidstaten in het kader van deze maatregel in de periode 2014-2020 betalingen toekennen aan begunstigden in gebieden die tijdens de programmeringsperiode 2007-2013 in aanmerking kwamen voor steun op grond van artikel 36, onder a), ii), van Verordening (EG) nr. 1698/2005. Voor begunstigden in gebieden die niet langer voor steun in aanmerking komen na de nieuwe afbakening, bedoeld in artikel 32, lid 3, zijn die betalingen degressief over een periode van ten hoogste vier jaar. Deze periode vangt aan op de datum waarop de afbakening overeenkomstig artikel 32, lid 3, is voltooid en uiterlijk in 2019. Die betalingen bedragen bij hun aanvang niet meer dan 80 % van de gemiddelde betaling die overeenkomstig artikel 36, onder a), ii), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 in het programma voor de programmeringsperiode 2007-2013 is vastgesteld, en zij bedragen uiteindelijk in 2020 niet meer dan 20 %. Wanneer ingevolge de degressiviteit het betalingsniveau van 25 EUR per hectare per jaar is bereikt, kunnen de lidstaten deze betalingen blijven toekennen totdat de periode van geleidelijke afschaffing is verstreken.

“5. Naast de in lid 2 bedoelde betalingen kunnen de lidstaten in het kader van deze maatregel in de periode 2014-2020 betalingen toekennen aan begunstigden in gebieden die tijdens de programmeringsperiode 2007-2013 in aanmerking kwamen voor steun op grond van artikel 36, onder a), ii), van Verordening (EG) nr. 1698/2005. Voor begunstigden in gebieden die niet langer voor steun in aanmerking komen na de nieuwe afbakening, bedoeld in artikel 32, lid 3, zijn die betalingen degressief over een periode van ten hoogste vier jaar. Deze periode vangt aan op de datum waarop de afbakening overeenkomstig artikel 32, lid 3, is voltooid en uiterlijk in 2019. Die betalingen bedragen bij hun aanvang niet meer dan 80 % van de gemiddelde betaling die overeenkomstig artikel 36, onder a), ii), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 in het programma voor de programmeringsperiode 2007-2013 is vastgesteld, en zij bedragen uiteindelijk aan het eind van de in artikel -1 van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening] genoemde overgangsperiode niet meer dan 20 %. Wanneer ingevolge de degressiviteit het betalingsniveau van 25 EUR per hectare per jaar is bereikt, kunnen de lidstaten deze betalingen blijven toekennen totdat de periode van geleidelijke afschaffing is verstreken.

In afwijking van de eerste alinea bedragen de degressieve betalingen, indien die pas in het jaar 2019 van start gaan, bij hun aanvang niet meer dan 80 % van de gemiddelde betaling die in de programmeringsperiode 2014-2020 is vastgesteld. Het betalingsniveau wordt op zodanige wijze vastgesteld dat het uiteindelijke niveau in 2020 de helft van het aanvangsniveau bedraagt.

In afwijking van de eerste alinea bedragen de degressieve betalingen, indien die pas in het jaar 2019 van start gaan, bij hun aanvang niet meer dan 80 % van de gemiddelde betaling die in de programmeringsperiode 2014-2020 is vastgesteld. Het betalingsniveau wordt op zodanige wijze vastgesteld dat het uiteindelijke niveau in 2020 de helft van het aanvangsniveau bedraagt. De lidstaten kunnen tijdens de in artikel -1 van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening] genoemde overgangsperiode hun steun op dit niveau blijven verlenen.

Na de afbakening ontvangen begunstigden in de gebieden die voor steun in aanmerking blijven komen, volledige betalingen in het kader van deze maatregel.

Na de afbakening ontvangen begunstigden in de gebieden die voor steun in aanmerking blijven komen, volledige betalingen in het kader van deze maatregel.”.

 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02013R1305-20190301)

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

De verlengde overgangsperiode voor gebieden met natuurlijke beperkingen die niet langer voor steun in aanmerking komen na de nieuwe afbakening, zorgt voor een soepele aanpassing aan de nieuwe voorwaarden voor de landbouwers in deze gebieden. Het amendement waarborgt zekerheid en continuïteit van steun voor Europese landbouwers in benadeelde gebieden tijdens de overgangsperiode.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>66</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 – alinea 1 – punt 3</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1305/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 33 – lid 2 – alinea 3</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

“Voor nieuwe verbintenissen die vanaf 2021 worden aangegaan, leggen de lidstaten in hun plattelandsontwikkelingsprogramma een kortere periode van één tot drie jaar vast. Indien een lidstaat overeenkomstig de eerste alinea na afloop van de initiële periode voorziet in een jaarlijkse verlenging van de verbintenissen, bedraagt de verlenging vanaf 2021 niet meer dan één jaar.

“Voor nieuwe verbintenissen `die vanaf het begin van de overgangsperiode worden aangegaan, leggen de lidstaten in hun plattelandsontwikkelingsprogramma een kortere periode van één tot vijf jaar vast. Indien dit nodig is om de nagestreefde voordelen op het gebied van dierenwelzijn te realiseren of te behouden, kunnen de lidstaten echter een langere periode voor nieuwe verbintenissen vaststellen. In dat geval houden zij er rekening mee dat deze verbintenissen moeten worden aangepast bij de voorbereiding en in de inhoud van het strategisch GLB-plan. Een lidstaat kan overeenkomstig de eerste alinea na afloop van de initiële periode voorzien in een jaarlijkse verlenging van de verbintenissen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>67</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 – alinea 1 – punt 3 bis (nieuw)</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1305/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 38 – lid 3 – alinea 2</Article2>

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(3 bis) In artikel 38, lid 3, wordt de tweede alinea vervangen door:

In het kader van artikel 36, lid 1, onder b), wordt slechts steun verleend ter dekking van verliezen door ongunstige weersomstandigheden, dier- of plantenziekten of een plaag, of een overeenkomstig Richtlijn 2000/29/EG vastgestelde maatregel om een plantenziekte of plaag uit te roeien of in te dammen waarbij meer dan 30 % van de gemiddelde jaarproductie van de laatste drie jaar of van de gemiddelde productie van drie van de laatste vijf jaar verloren is gegaan, de hoogste en de laagste productie in laatstgenoemd geval niet meegerekend. Indexen kunnen worden gebruikt voor het berekenen van de jaarproductie van de landbouwer. De gehanteerde berekeningsmethode maakt het mogelijk het feitelijke verlies van een landbouwer in een bepaald jaar te bepalen.

“In het kader van artikel 36, lid 1, onder b), wordt slechts steun verleend ter dekking van verliezen door ongunstige weersomstandigheden, dier- of plantenziekten of een plaag, of een overeenkomstig Richtlijn 2000/29/EG vastgestelde maatregel om een plantenziekte of plaag uit te roeien of in te dammen waarbij meer dan 20 % van de gemiddelde jaarproductie van de laatste drie jaar of van de gemiddelde productie van drie van de laatste vijf jaar verloren is gegaan, de hoogste en de laagste productie in laatstgenoemd geval niet meegerekend. Indexen kunnen worden gebruikt voor het berekenen van de jaarproductie van de landbouwer. De gehanteerde berekeningsmethode maakt het mogelijk het feitelijke verlies van een landbouwer in een bepaald jaar te bepalen.”.

 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02013R1305-20190301)

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Dit amendement heeft tot doel te anticiperen op verliezen van ten minste 20 % als aanleiding voor de verstrekking van vergoedingen in verband met risicobeheer. Het ligt in het verlengde van de in het kader van de omnibusverordening aangenomen wijzigingen en bouwt voort op het voorstel van de Commissie in artikel 70 van de verordening strategische GLB-plannen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>68</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 – alinea 1 – punt 3 ter (nieuw)</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1305/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 39 – lid 1</Article2>

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(3 ter) In artikel 39 wordt lid 1 vervangen door:

1. De in artikel 36, lid 1, onder c), bedoelde steun wordt slechts verleend indien het inkomen van een individuele landbouwer is gedaald met meer dan 30 % van het gemiddelde jaarinkomen van die landbouwer in de laatste drie jaar of het gemiddelde inkomen van drie jaren van de laatste vijf jaren, het hoogste en het laagste inkomen niet meegerekend. Voor de toepassing van artikel 36, lid 1, onder c), wordt onder inkomen verstaan de som van de inkomsten die de landbouwer van de markt ontvangt, inclusief overheidssteun en exclusief de kosten van de productiemiddelen. Betalingen uit het onderlinge fonds aan landbouwers compenseren minder dan 70 % van de gederfde inkomsten van de producent in het jaar waarin hij recht krijgt op deze steun. Indexen kunnen worden gebruikt voor het berekenen van het jaarlijks gederfde inkomen van de landbouwer.

“1. De in artikel 36, lid 1, onder c), bedoelde steun wordt slechts verleend indien het inkomen van een individuele landbouwer is gedaald met meer dan 20 % van het gemiddelde jaarinkomen van die landbouwer in de laatste drie jaar of het gemiddelde inkomen van drie jaren van de laatste vijf jaren, het hoogste en het laagste inkomen niet meegerekend. Voor de toepassing van artikel 36, lid 1, onder c), wordt onder inkomen verstaan de som van de inkomsten die de landbouwer van de markt ontvangt, inclusief overheidssteun en exclusief de kosten van de productiemiddelen. Betalingen uit het onderlinge fonds aan landbouwers compenseren minder dan 70 % van de gederfde inkomsten van de producent in het jaar waarin hij recht krijgt op deze steun. Indexen kunnen worden gebruikt voor het berekenen van het jaarlijks gederfde inkomen van de landbouwer.”.

 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02013R1305-20190301)

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Dit amendement heeft tot doel te anticiperen op verliezen van ten minste 20 % als aanleiding voor de verstrekking van vergoedingen in verband met risicobeheer. Het ligt in het verlengde van de in het kader van de omnibusverordening aangenomen wijzigingen en bouwt voort op het voorstel van de Commissie in artikel 70 van de verordening strategische GLB-plannen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>69</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 – alinea 1 – punt 5 bis (nieuw)</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1305/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 51 – lid 2 – alinea 3 bis (nieuw)</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis) Aan artikel 51, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

 “Als een lidstaat besluit gebruik te maken van de in artikel 1, lid 1, van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening] geboden mogelijkheid, kan die lidstaat besluiten het maximum van 4 % als bedoeld in dit lid te verhogen tot 6 % voor de duur van de in artikel -1 van die verordening genoemde overgangsperiode. Het bedrag van deze verhoging wordt gecompenseerd door een lager percentage technische bijstand in de jaren 2022-2027 of, als artikel -1, lid 2, van die verordening van toepassing is, in de jaren 2023-2027.”

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

De aard van de voorgestelde wijzigingen in de GLB-hervorming zal een aanzienlijke hoeveelheid planning en toezeggingen van de landbouwsector en de nationale overheden vereisen voor de uitvoering ervan en om de doelstellingen en de ambitie ervan te realiseren. Door de lidstaten toe te staan tijdens de overgangsperiode een groter percentage te gebruiken van de middelen die zijn toegewezen voor technische bijstand, worden zij geholpen om naar behoren de nodige instrumenten en maatregelen te ontwikkelen om de vastgestelde streefdoelen te halen. Het hogere bedrag aan technische bijstand moet na afloop van de overgangsperiode worden gecompenseerd en mag dus niet worden opgelegd aan de landbouwers.

</Amend>

 <Amend>Amendement  <NumAm>70</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 – alinea 1 – punt 6 – letter a</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1305/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 58 – lid 1 – alinea 2</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onverminderd de leden 5, 6 en 7 is het totale bedrag van de steun van de Unie voor plattelandsontwikkeling in het kader van deze verordening voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021, ten hoogste 11 258 707 816 EUR, in lopende prijzen, overeenkomstig het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021 tot en met 2027.

Onverminderd de leden 5, 6 en 7 is het totale bedrag van de steun van de Unie voor plattelandsontwikkeling in het kader van deze verordening voor de in artikel -1 van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening] bedoelde overgangsperiode, ten hoogste X EUR*, in lopende prijzen, overeenkomstig het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021 tot en met 2027.

 

__________________

 

* In zijn resolutie van 14 november 2018 over het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 – Standpunt van het Parlement met betrekking tot een akkoord (P8_TA(2018)0449) heeft het Parlement zich uitgesproken voor de handhaving van de financiering van het GLB voor de EU-27 op het niveau van de begroting 2014-2020 in reële termen, terwijl het tegelijkertijd het oorspronkelijke bedrag van de landbouwreserve in de begroting heeft opgenomen, dat wil zeggen 383,255 miljard EUR in prijzen van 2018 (431,946 miljard EUR in lopende prijzen). De in deze verordening verstrekte cijfers moeten daarom worden berekend op basis van de cijfers die zijn overeengekomen voor het MFK 2021-2027 of, indien dat MFK niet tijdig wordt vastgesteld, op basis van de verlengde maxima en bepalingen van 2020, overeenkomstig artikel 312, lid 4, VWEU.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>71</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 – alinea 1 – punt 9 bis (nieuw)</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1305/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 82 bis (nieuw)</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis) Aan het eind van titel VIII wordt het volgende artikel toegevoegd:

 

“Artikel 82 bis

 

Nationale fiscale maatregelen

 

Om de gevolgen van inkomensschommelingen te beperken, zijn de artikelen 107, 108 en 109 VWEU niet van toepassing op nationale fiscale maatregelen waarbij de lidstaten besluiten om van de algemene belastingregels af te wijken door toe te staan dat de voor landbouwers geldende heffingsgrondslag voor de inkomstenbelasting wordt berekend op basis van een meerjarige periode, onder meer door belastinglatentie voor een deel van de belastinggrondslag, of door toe te staan dat bedragen die op een speciale spaarrekening voor landbouwers zijn geplaatst, worden uitgesloten.”.

 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02013R1305-20190301)

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Dit amendement heeft tot doel te anticiperen op de inwerkingtreding van een nieuwe regelgevende maatregel die is voorgesteld in artikel 133 van Verordening COM(2018) 392 inzake strategische GLB-plannen en die in april 2019 door de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling is goedgekeurd. Het heeft tot doel landbouwers in staat te stellen om regelingen voor voorzorgssparen op te zetten zonder dat deze onder de staatssteunregeling vallen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>72</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 9 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1306/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 25</Article2>

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-1) Artikel 25 wordt vervangen door:

Artikel 25

“Artikel 25

Reserve voor crises in de landbouwsector

Reserve voor crises in de landbouwsector

Een reserve met als doel het beschikbaar stellen van aanvullende steun voor de landbouwsector in geval van ernstige crisissituaties die de landbouwproductie of -distributie treffen (“de reserve voor crises in de landbouwsector”), wordt aangelegd door aan het begin van elk jaar een vermindering op de rechtstreekse betalingen toe te passen door middel van het in artikel 26 bedoelde mechanisme voor financiële discipline.

Een reserve met als doel het beschikbaar stellen van aanvullende steun voor de landbouwsector in geval van ernstige crisissituaties die de landbouwproductie of -distributie treffen (“de reserve voor crises in de landbouwsector”), wordt aan het begin van elk jaar binnen het ELGF aangelegd.

De reserve bedraagt in totaal 2 800 miljoen EUR met gelijke jaarlijkse termijnbetalingen van 400 miljoen EUR (in prijzen 2011) voor de periode 2014-2020, en wordt opgenomen in hoofdstuk 2 van het Meerjarig financieel kader als opgenomen in de bijlage bij Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013.

De reserve bedraagt in totaal 2 800 miljoen EUR met gelijke jaarlijkse termijnbetalingen van 400 miljoen EUR (in prijzen 2011) voor de periode 2014-2020, en wordt opgenomen in hoofdstuk 2 van het Meerjarig financieel kader als opgenomen in de bijlage bij Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013.

 

Voor 2021 bedraagt de reserve 400 miljoen EUR (in prijzen van 2011) bovenop de ELGF- en de Elfpo-begroting en dit bedrag wordt opgenomen in rubriek 3 van het meerjarig financieel kader zoals vastgelegd in de bijlage bij Verordening (EU) .../...van de Raad* [MFK].

 

Aan het begin van de jaren na 2021 is het bedrag van de reserve ten minste gelijk aan het in 2021 toegewezen initiële bedrag en wordt het aangepast via de jaarlijkse begrotingsprocedure of, in voorkomend geval, in de loop van het jaar gelet op de ontwikkeling van marktcrises of de vooruitzichten van het lopende of het volgende jaar, rekening houdend met de beschikbare bestemmingsontvangsten voor het ELGF of de beschikbare marges onder het ELGF-submaximum.

 

Indien deze beschikbare kredieten niet toereikend zijn, mag in laatste instantie gebruik worden gemaakt van de financiële discipline om de reserve te financieren tot maximaal het in de derde alinea van dit artikel genoemde bedrag voor het jaar 2021.

 

In afwijking van artikel 12, lid 2, onder d), van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad* worden niet-vastgelegde kredieten van de reserve overgedragen zonder beperking in de tijd voor het financieren van de reserve in de volgende begrotingsjaren.”.

 

__________________

 

* Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).”

https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:32013R1306

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Overeenkomstig het standpunt van het Europees Parlement over het meerjarig financieel kader heeft dit amendement tot doel in het artikel over de crisisreserve aan te geven dat het initiële kapitaal van deze reserve voor de periode 2021-2027 bovenop de GLB-begroting moet komen en aan het begin van de programmeringsperiode in de reserve moet worden opgenomen. Bovendien moet, om dit geld niet te verliezen na afloop van het eerste jaar, op de hervorming van de werking van de reserve worden geanticipeerd door mogelijk te maken dat niet-vastgelegde middelen van 2021 worden overgedragen naar de volgende jaren.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>73</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 9 – alinea 1 – punt 1</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1306/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 25 – alinea 3</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) Aan artikel 25 wordt de volgende derde alinea toegevoegd:

Schrappen

“Voor 2021 bedraagt de reserve 400 miljoen EUR (in prijzen van 2011) en dit bedrag wordt opgenomen in hoofdstuk 3 van het meerjarig financieel kader zoals vastgelegd in de bijlage bij Verordening (EU) [xxxx/xxxx] van de Raad* [MFK].

 

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>74</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 9 – alinea 1 – punt 3</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1306/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 35 – lid 5</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Voor programma’s waarvoor een lidstaat besluit om de periode 2014-2020 overeenkomstig artikel 1, lid 1, van Verordening (EU) [XXXX/XXXX] [de onderhavige verordening] te verlengen, wordt geen voorfinanciering toegekend voor de toewijzing van 2021..

5. Voor programma’s waarvoor een lidstaat besluit om de periode 2014-2020 overeenkomstig artikel 1, lid 1, van Verordening (EU) [XXXX/XXXX] [de onderhavige verordening] te verlengen, wordt geen voorfinanciering toegekend voor de toewijzingen tijdens de in artikel -1 van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening] bedoelde overgangsperiode.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>75</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – alinea 1 – punt 1</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 11 – lid 6 – alinea 4</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor het jaar 2021 stellen de lidstaten de Commissie uiterlijk op 1 augustus 2020 in kennis van de overeenkomstig dit artikel genomen besluiten en van de geraamde opbrengst van de verlagingen.

Voor elk jaar van de in artikel -1 van Verordening (EU) .../2020 van het Europees Parlement en de Raad [overgangsverordening] bedoelde overgangsperiode stellen de lidstaten de Commissie uiterlijk op 1 augustus van het voorgaande jaar in kennis van de overeenkomstig dit artikel genomen besluiten en van de geraamde opbrengst van de verlagingen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>76</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – alinea 1 – punt 2 – letter a</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 14 – lid 1 – alinea 7</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uiterlijk op 1 augustus 2020 kunnen de lidstaten besluiten om tot 15 % van hun jaarlijkse nationale maxima die in bijlage II bij deze verordening voor het kalenderjaar 2021 zijn vastgesteld, beschikbaar te stellen als aanvullende steun voor het begrotingsjaar 2022 die uit het Elfpo wordt gefinancierd. Het desbetreffende bedrag is daardoor niet meer beschikbaar voor de toekenning van rechtstreekse betalingen. Dat besluit, waarin het gekozen percentage wordt vermeld, wordt uiterlijk op 1 augustus 2020 aan de Commissie meegedeeld.

Uiterlijk op 31 december 2020 kunnen de lidstaten besluiten om tot 15 % van hun jaarlijkse nationale maxima die in bijlage II bij deze verordening voor het kalenderjaar 2021 zijn vastgesteld, beschikbaar te stellen als aanvullende steun voor het begrotingsjaar 2022 die uit het Elfpo wordt gefinancierd. Het desbetreffende bedrag is daardoor niet meer beschikbaar voor de toekenning van rechtstreekse betalingen. Dat besluit, waarin het gekozen percentage wordt vermeld, wordt uiterlijk op 31 december 2020 aan de Commissie meegedeeld.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>77</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – alinea 1 – punt 2 – letter a bis (nieuw)</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 14 – lid1 – alinea 7 bis (nieuw)</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis) aan lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

“Wanneer artikel -1, lid 2, van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening] van toepassing is, kunnen de lidstaten uiterlijk op 31 december 2020 besluiten om tot 15 % van hun in bijlage II bij deze verordening vastgestelde jaarlijkse nationale maxima voor kalenderjaar 2022 beschikbaar te stellen als uit het Elfpo gefinancierde aanvullende steun in begrotingsjaar 2023. Het desbetreffende bedrag is daardoor niet meer beschikbaar voor de toekenning van rechtstreekse betalingen. Dat besluit, waarin het gekozen percentage wordt vermeld, wordt uiterlijk op 31 december 2020 aan de Commissie meegedeeld.”.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>78</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – alinea 1 – punt 2 – letter b</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 14 – lid 2 – alinea 7</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uiterlijk op 1 augustus 2020 kunnen lidstaten die voor begrotingsjaar 2022 geen besluit als bedoeld in lid 1 nemen, besluiten om tot 15 % of, in het geval van Bulgarije, Estland, Spanje, Letland, Litouwen, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije, Finland en Zweden, tot 25 % van het bedrag dat op grond van wetgeving van de Unie die wordt vastgesteld na de vaststelling van Verordening (EU) [xxxx/xxxx] van de Raad* [MFK], wordt toegewezen voor steun voor begrotingsjaar 2022 die uit het Elfpo wordt gefinancierd, beschikbaar te stellen als rechtstreekse betalingen. Het desbetreffende bedrag is daardoor niet meer beschikbaar voor steun die uit het Elfpo wordt gefinancierd. Dat besluit, waarin het gekozen percentage wordt vermeld, wordt uiterlijk op 1 augustus 2020 aan de Commissie meegedeeld.

Uiterlijk op 31 december 2020 kunnen lidstaten die voor begrotingsjaar 2022 geen besluit als bedoeld in lid 1 nemen, besluiten om tot 15 % of, in het geval van Bulgarije, Estland, Spanje, Letland, Litouwen, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije, Finland en Zweden, tot 25 % van het bedrag dat op grond van wetgeving van de Unie die wordt vastgesteld na de vaststelling van Verordening (EU) [xxxx/xxxx] van de Raad* [MFK], wordt toegewezen voor steun voor begrotingsjaar 2022 die uit het Elfpo wordt gefinancierd, beschikbaar te stellen als rechtstreekse betalingen. Het desbetreffende bedrag is daardoor niet meer beschikbaar voor steun die uit het Elfpo wordt gefinancierd. Dat besluit, waarin het gekozen percentage wordt vermeld, wordt uiterlijk op 31 december 2020 aan de Commissie meegedeeld.

_______________

_______________

* Verordening (EU) [...] van de Raad van [...] tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 (PB …).”

* Verordening (EU) [...] van de Raad van [...] tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 (PB …).”

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>79</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – alinea 1 – punt 2 – letter b bis (nieuw)</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 14 – lid 2 – alinea 7 bis (nieuw)</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis) aan lid 2 wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

“Wanneer artikel -1, lid 2, van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening] van toepassing is, kunnen lidstaten die voor begrotingsjaar 2023 geen besluit als bedoeld in lid 1 van dit artikel nemen, uiterlijk op 31 december 2020 besluiten om tot 15 % of, in het geval van Bulgarije, Estland, Spanje, Letland, Litouwen, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije, Finland en Zweden, tot 25 % van het bedrag dat op grond van wetgeving van de Unie die wordt vastgesteld na de vaststelling van Verordening (EU) .../... van de Raad [MFK], wordt toegewezen voor uit het Elfpo gefinancierde steun voor begrotingsjaar 2023, beschikbaar te stellen als rechtstreekse betalingen. Het desbetreffende bedrag is daardoor niet meer beschikbaar voor steun die uit het Elfpo wordt gefinancierd. Dat besluit, waarin het gekozen percentage wordt vermeld, wordt uiterlijk op 31 december 2020 aan de Commissie meegedeeld.”.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>80</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – alinea 1 – punt 3</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/20133</DocAmend2>

<Article2>Artikel 15 bis – titel</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Kennisgevingen voor kalenderjaar 2021

Kennisgevingen voor de kalenderjaren van de overgangsperiode

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>81</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – alinea 1 – punt 3</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 15 bis – alinea 1</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uiterlijk op 1 augustus 2020 delen de lidstaten voor kalenderjaar 2021 de percentages van het jaarlijkse nationaal maximum mee als bedoeld in artikel 22, lid 2, artikel 42, lid 1, artikel 49, lid 1, artikel 51, lid 1, en artikel 53, lid 6.

Uiterlijk op 1 augustus van het voorgaande jaar delen de lidstaten voor elk kalenderjaar van de overgangsperiode de percentages van het jaarlijkse nationaal maximum mee als bedoeld in artikel 22, lid 2, artikel 42, lid 1, artikel 49, lid 1, artikel 51, lid 1, en artikel 53, lid 6.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>82</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – alinea 1 – punt 4</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 22 – lid 5 – alinea 2</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien het maximum voor een lidstaat, zoals vastgesteld door de Commissie uit hoofde van lid 1, voor kalenderjaar 2021 verschilt van dat van het voorgaande jaar als gevolg van een wijziging in het bedrag dat in bijlage II is vermeld, of als gevolg van een besluit dat die lidstaat heeft genomen overeenkomstig lid 3 van dit artikel, artikel 14, lid 1 of lid 2, artikel 42, lid 1, artikel 49, lid 1, artikel 51, lid 1, of artikel 53, verlaagt of verhoogt die lidstaat de waarde van alle betalingsrechten lineair en/of verlaagt of verhoogt hij de nationale reserve of regionale reserves lineair om aan het bepaalde in lid 4 van dit artikel te voldoen.

Voor elk kalenderjaar van de overgangsperiode geldt dat indien het maximum voor een lidstaat, zoals vastgesteld door de Commissie uit hoofde van lid 1, voor dat jaar verschilt van dat van het voorgaande jaar als gevolg van een wijziging in het bedrag dat in bijlage II is vermeld, of als gevolg van een besluit dat die lidstaat heeft genomen overeenkomstig lid 3 van dit artikel, artikel 14, lid 1 of lid 2, artikel 42, lid 1, artikel 49, lid 1, artikel 51, lid 1, of artikel 53, die lidstaat de waarde van alle betalingsrechten lineair verlaagt of verhoogt en/of hij de nationale reserve of regionale reserves lineair verlaagt of verhoogt om aan het bepaalde in lid 4 van dit artikel te voldoen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>83</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – alinea 1 – punt 5</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 23 – lid 6 – alinea 4</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor kalenderjaar 2021 stellen de lidstaten die de eerste alinea van lid 1 toepassen, de Commissie uiterlijk op 1 augustus 2020 in kennis van de in de leden 2 en 3 bedoelde besluiten.

Voor elk kalenderjaar van de overgangsperiode stellen de lidstaten die de eerste alinea van lid 1 toepassen, de Commissie uiterlijk op 1 augustus van het voorgaande jaar in kennis van de in de leden 2 en 3 bedoelde besluiten.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>84</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – alinea 1 – punt 6</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 25 – lid 11– alinea 1 – inleidende formule</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Na toepassing van de correctie als bedoeld in artikel 22, lid 5, kunnen de lidstaten die gebruik hebben gemaakt van de afwijking waarin lid 4 van dit artikel voorziet, besluiten om betalingsrechten die de landbouwers op 31 december 2019 bezitten en die een lagere waarde hebben dan de nationale of regionale eenheidswaarde voor 2020 zoals berekend overeenkomstig de tweede alinea van dit lid, te verhogen tot de nationale of regionale eenheidswaarde in 2020. Bij de berekening van de verhoging moeten de volgende voorwaarden in acht worden genomen:

Na toepassing van de correctie als bedoeld in artikel 22, lid 5, zorgen de lidstaten die gebruik hebben gemaakt van de afwijking waarin lid 4 van dit artikel voorziet, ervoor dat betalingsrechten die de landbouwers op 31 december 2019 en, wanneer artikel -1, lid 2, van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening] van toepassing is, op 31 december 2020 bezitten en die een lagere waarde hebben dan de nationale of regionale eenheidswaarde voor het daaropvolgende jaar van de overgangsperiode zoals berekend overeenkomstig de tweede alinea van dit lid, worden verhoogd tot de nationale of regionale eenheidswaarde in het desbetreffende jaar. Bij de berekening van de verhoging moeten de volgende voorwaarden in acht worden genomen:

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>85</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – alinea 1 – punt 6</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 25 – lid 11 – alinea 1 – letter b</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) ter financiering van de verhoging worden alle of een deel van de betalingsrechten, in eigendom of gehuurd, die de landbouwers op 31 december 2019 bezitten en die in 2020 een hogere waarde hebben dan de nationale of regionale eenheidswaarde zoals berekend overeenkomstig de tweede alinea, verlaagd. Die verlaging geldt voor het verschil tussen de waarde van die rechten en de nationale of regionale eenheidswaarde in 2020. De toepassing van die verlaging berust op objectieve en niet-discriminerende criteria, met als mogelijk criterium de vaststelling van een maximumverlaging.

b) ter financiering van de verhoging worden alle of een deel van de betalingsrechten, in eigendom of gehuurd, die de landbouwers op 31 december 2019 en, wanneer artikel -1, lid 2, van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening] van toepassing is, op 31 december 2020 bezitten en die in het daaropvolgende jaar van de overgangsperiode een hogere waarde hebben dan de nationale of regionale eenheidswaarde zoals berekend overeenkomstig de tweede alinea, verlaagd. Die verlaging geldt voor het verschil tussen de waarde van die rechten en de nationale of regionale eenheidswaarde in het desbetreffende jaar. De toepassing van die verlaging berust op objectieve en niet-discriminerende criteria, met als mogelijk criterium de vaststelling van een maximumverlaging.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>86</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – alinea 1 – punt 6</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 25 – lid 11 – alinea 2</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in de eerste alinea bedoelde nationale of regionale eenheidswaarde voor 2020 wordt berekend door het overeenkomstig artikel 22, lid 1, of artikel 23, lid 2, voor 2020 vastgestelde nationale of regionale maximum voor de basisbetalingsregeling, exclusief het bedrag van de nationale of regionale reserve(s), te delen door het aantal betalingsrechten, in eigendom of gehuurd, die de landbouwers op 31 december 2019 bezitten.

De in de eerste alinea bedoelde nationale of regionale eenheidswaarde voor de jaren van de overgangsperiode wordt berekend door het overeenkomstig artikel 22, lid 1, of artikel 23, lid 2, voor het jaar in kwestie vastgestelde nationale of regionale maximum voor de basisbetalingsregeling, exclusief het bedrag van de nationale of regionale reserve(s), te delen door het aantal betalingsrechten, in eigendom of gehuurd, die de landbouwers op 31 december van het voorgaande jaar bezitten.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>87</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – alinea 1 – punt 6</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 25 – lid 11 – alinea 3</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In afwijking van de eerste alinea kunnen de lidstaten die gebruik hebben gemaakt van de afwijking waarin lid 4 voorziet, besluiten om de waarde van de overeenkomstig dat lid berekende waarde op dat niveau te houden, onverminderd de in artikel 22, lid 5, bedoelde correctie.

Schrappen

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>88</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – alinea 1 – punt 7</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 25 – lid 12</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

12. Voor kalenderjaar 2021 kunnen de lidstaten besluiten tot een verdere interne convergentie door toepassing van lid 11 op het desbetreffende jaar.

12. Voor de gehele toepassingsperiode van deze verordening passen de lidstaten een verdere interne convergentie toe door toepassing van lid 11 op het desbetreffende jaar.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>89</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – alinea 1 – punt 8</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 29 – alinea 2 bis (nieuw)</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Wanneer artikel -1, lid 2, van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening] van toepassing is, delen de lidstaten uiterlijk op 1 augustus 2021 voor kalenderjaar 2022 eventuele in artikel 25, lid 12, van deze verordening bedoelde besluiten mee.

 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02013R1307-20200201)

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>90</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – alinea 1 – punt 9</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 30 – lid 8 – alinea 4</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor toewijzingen uit de reserve in 2021 wordt het bedrag van de reserve dat overeenkomstig de tweede alinea is uitgezonderd, gecorrigeerd overeenkomstig artikel 22, lid 5, tweede alinea. De derde alinea van het onderhavige lid geldt niet voor toewijzingen uit de reserve in 2021.

Voor toewijzingen uit de reserve in 2021 en, wanneer artikel -1, lid 2, van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening] van toepassing is, voor toewijzingen uit de reserve in 2022 wordt het bedrag van de reserve dat overeenkomstig de tweede alinea is uitgezonderd, gecorrigeerd overeenkomstig artikel 22, lid 5, tweede alinea. De derde alinea van het onderhavige lid geldt niet voor toewijzingen uit de reserve in 2021 en, wanneer artikel -1, lid 2, van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening] van toepassing is, voor toewijzingen uit de reserve in 2022.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>91</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – alinea 1 – punt 10 bis (nieuw)</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 37 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis) Aan artikel 37, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

“Lidstaten die in 2020 nationale overgangssteun toekennen, mogen dit blijven doen tot aan het einde van de overgangsperiode als bedoeld in artikel -1 van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening].”.

 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02013R1307-20200201)

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>92</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – alinea 1 – punt 10 ter (nieuw)</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 37 – lid 4 – streepjes 6 bis en 6 ter (nieuw)</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 ter) Aan artikel 37, lid 4, worden de volgende streepjes toegevoegd:

 

“- 50 % in 2021,

 

- wanneer artikel -1, lid 2, van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening] van toepassing is, 50 % in 2022.”

 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02013R1307-20200201)

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>93</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – alinea 1 – punt 13</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 58 – lid 3 – alinea 2 – streepje 1</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 Bulgarije: 624,11 EUR,

 Bulgarije: EUR*,

 

__________________

 

* In zijn resolutie van 14 november 2018 over het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 – Standpunt van het Parlement met betrekking tot een akkoord (P8_TA(2018)0449) heeft het Parlement zich uitgesproken voor de handhaving van de financiering van het GLB voor de EU-27 op het niveau van de begroting 2014-2020 in reële termen, terwijl het tegelijkertijd het oorspronkelijke bedrag van de landbouwreserve in de begroting heeft opgenomen, dat wil zeggen 383,255 miljard EUR in prijzen van 2018 (431,946 miljard EUR in lopende prijzen). De in deze verordening verstrekte cijfers moeten daarom worden berekend op basis van de cijfers die zijn overeengekomen voor het MFK 2021-2027 of, indien dat MFK niet tijdig wordt vastgesteld, op basis van de verlengde maxima en bepalingen van 2020, overeenkomstig artikel 312, lid 4, VWEU.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>94</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – lid 1 – punt 13</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 58 – lid 3 – alinea 2 – streepje 2</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 Griekenland: 225,04 EUR,

 Griekenland: EUR*,

 

__________________

 

* In zijn resolutie van 14 november 2018 over het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 – Standpunt van het Parlement met betrekking tot een akkoord (P8_TA(2018)0449) heeft het Parlement zich uitgesproken voor de handhaving van de financiering van het GLB voor de EU-27 op het niveau van de begroting 2014-2020 in reële termen, terwijl het tegelijkertijd het oorspronkelijke bedrag van de landbouwreserve in de begroting heeft opgenomen, dat wil zeggen 383,255 miljard EUR in prijzen van 2018 (431,946 miljard EUR in lopende prijzen). De in deze verordening verstrekte cijfers moeten daarom worden berekend op basis van de cijfers die zijn overeengekomen voor het MFK 2021-2027 of, indien dat MFK niet tijdig wordt vastgesteld, op basis van de verlengde maxima en bepalingen van 2020, overeenkomstig artikel 312, lid 4, VWEU.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>95</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – lid 1 – punt 13</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 58 – lid 3 – alinea 2 – streepje 3</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 Spanje: 348,03 EUR,

 Spanje: EUR*,

 

__________________

 

* In zijn resolutie van 14 november 2018 over het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 – Standpunt van het Parlement met betrekking tot een akkoord (P8_TA(2018)0449) heeft het Parlement zich uitgesproken voor de handhaving van de financiering van het GLB voor de EU-27 op het niveau van de begroting 2014-2020 in reële termen, terwijl het tegelijkertijd het oorspronkelijke bedrag van de landbouwreserve in de begroting heeft opgenomen, dat wil zeggen 383,255 miljard EUR in prijzen van 2018 (431,946 miljard EUR in lopende prijzen). De in deze verordening verstrekte cijfers moeten daarom worden berekend op basis van de cijfers die zijn overeengekomen voor het MFK 2021-2027 of, indien dat MFK niet tijdig wordt vastgesteld, op basis van de verlengde maxima en bepalingen van 2020, overeenkomstig artikel 312, lid 4, VWEU.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>96</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – lid 1 – punt 13</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 58 – lid 3 – alinea 2 – streepje 4</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 Portugal: 219,09 EUR.

 Portugal: X EUR*.;

 

__________________

 

* In zijn resolutie van 14 november 2018 over het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 – Standpunt van het Parlement met betrekking tot een akkoord (P8_TA(2018)0449) heeft het Parlement zich uitgesproken voor de handhaving van de financiering van het GLB voor de EU-27 op het niveau van de begroting 2014-2020 in reële termen, terwijl het tegelijkertijd het oorspronkelijke bedrag van de landbouwreserve in de begroting heeft opgenomen, dat wil zeggen 383,255 miljard EUR in prijzen van 2018 (431,946 miljard EUR in lopende prijzen). De in deze verordening verstrekte cijfers moeten daarom worden berekend op basis van de cijfers die zijn overeengekomen voor het MFK 2021-2027 of, indien dat MFK niet tijdig wordt vastgesteld, op basis van de verlengde maxima en bepalingen van 2020, overeenkomstig artikel 312, lid 4, VWEU.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>97</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – lid 1 – punt 13</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1307/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 58 – lid 3 – alinea 2 – streepje 2 bis (nieuw)</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Wanneer artikel -1, lid 2, van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening] van toepassing is, wordt het bedrag van de gewasspecifieke betaling per hectare subsidiabel areaal voor 2022 berekend door de in lid 2 vastgestelde opbrengsten te vermenigvuldigen met de volgende referentiebedragen:

 

– Bulgarije: X EUR*,

 

– Griekenland: X EUR*,

 

– Spanje: X EUR*,

 

– Portugal: X EUR*bis.

 

__________________

 

* In zijn resolutie van 14 november 2018 over het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 – Standpunt van het Parlement met betrekking tot een akkoord (P8_TA(2018)0449) heeft het Parlement zich uitgesproken voor de handhaving van de financiering van het GLB voor de EU-27 op het niveau van de begroting 2014-2020 in reële termen, terwijl het tegelijkertijd het oorspronkelijke bedrag van de landbouwreserve in de begroting heeft opgenomen, dat wil zeggen 383,255 miljard EUR in prijzen van 2018 (431,946 miljard EUR in lopende prijzen). De in deze verordening verstrekte cijfers moeten daarom worden berekend op basis van de cijfers die zijn overeengekomen voor het MFK 2021-2027 of, indien dat MFK niet tijdig wordt vastgesteld, op basis van de verlengde maxima en bepalingen van 2020, overeenkomstig artikel 312, lid 4, VWEU.

 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02013R1307-20200201)

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>98</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 11 – alinea 1 – punt 1</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1308/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 29 – lid 2 – alinea 2 – letter a</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) 10 666 000 EUR voor Griekenland;

a) X EUR* voor Griekenland;

 

__________________

 

* In zijn resolutie van 14 november 2018 over het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 – Standpunt van het Parlement met betrekking tot een akkoord (P8_TA(2018)0449) heeft het Parlement zich uitgesproken voor de handhaving van de financiering van het GLB voor de EU-27 op het niveau van de begroting 2014-2020 in reële termen, terwijl het tegelijkertijd het oorspronkelijke bedrag van de landbouwreserve in de begroting heeft opgenomen, dat wil zeggen 383,255 miljard EUR in prijzen van 2018 (431,946 miljard EUR in lopende prijzen). De in deze verordening verstrekte cijfers moeten daarom worden berekend op basis van de cijfers die zijn overeengekomen voor het MFK 2021-2027 of, indien dat MFK niet tijdig wordt vastgesteld, op basis van de verlengde maxima en bepalingen van 2020, overeenkomstig artikel 312, lid 4, VWEU.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>99</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 11 – alinea 1 – punt 1</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1308/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 29 – lid 2 – alinea 2 – letter b</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) 554 000 EUR voor Frankrijk;

b) X EUR* voor Frankrijk;

 

__________________

 

* In zijn resolutie van 14 november 2018 over het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 – Standpunt van het Parlement met betrekking tot een akkoord (P8_TA(2018)0449) heeft het Parlement zich uitgesproken voor de handhaving van de financiering van het GLB voor de EU-27 op het niveau van de begroting 2014-2020 in reële termen, terwijl het tegelijkertijd het oorspronkelijke bedrag van de landbouwreserve in de begroting heeft opgenomen, dat wil zeggen 383,255 miljard EUR in prijzen van 2018 (431,946 miljard EUR in lopende prijzen). De in deze verordening verstrekte cijfers moeten daarom worden berekend op basis van de cijfers die zijn overeengekomen voor het MFK 2021-2027 of, indien dat MFK niet tijdig wordt vastgesteld, op basis van de verlengde maxima en bepalingen van 2020, overeenkomstig artikel 312, lid 4, VWEU.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>100</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 11 – alinea 1 – punt 1</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1308/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 29 – lid 2 – alinea 2 – letter c</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c) 34 590 000 EUR voor Italië.”.

c) EUR* voor Italië.”.

 

__________________

 

* In zijn resolutie van 14 november 2018 over het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 – Standpunt van het Parlement met betrekking tot een akkoord (P8_TA(2018)0449) heeft het Parlement zich uitgesproken voor de handhaving van de financiering van het GLB voor de EU-27 op het niveau van de begroting 2014-2020 in reële termen, terwijl het tegelijkertijd het oorspronkelijke bedrag van de landbouwreserve in de begroting heeft opgenomen, dat wil zeggen 383,255 miljard EUR in prijzen van 2018 (431,946 miljard EUR in lopende prijzen). De in deze verordening verstrekte cijfers moeten daarom worden berekend op basis van de cijfers die zijn overeengekomen voor het MFK 2021-2027 of, indien dat MFK niet tijdig wordt vastgesteld, op basis van de verlengde maxima en bepalingen van 2020, overeenkomstig artikel 312, lid 4, VWEU.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>101</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 11 – alinea 1 – punt 1</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1308/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 29 – lid 2 – alinea 2 bis (nieuw)</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Wanneer artikel -1, lid 2, van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening] van toepassing is, bedraagt de Uniefinanciering voor de in lid 1 bedoelde activiteitenprogramma's voor 2022:

 

a) X EUR* voor Griekenland;

 

b) X EUR* voor Frankrijk; en

 

c) X EUR* voor Italië.

 

__________________

 

* In zijn resolutie van 14 november 2018 over het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 – Standpunt van het Parlement met betrekking tot een akkoord (P8_TA(2018)0449) heeft het Parlement zich uitgesproken voor de handhaving van de financiering van het GLB voor de EU-27 op het niveau van de begroting 2014-2020 in reële termen, terwijl het tegelijkertijd het oorspronkelijke bedrag van de landbouwreserve in de begroting heeft opgenomen, dat wil zeggen 383,255 miljard EUR in prijzen van 2018 (431,946 miljard EUR in lopende prijzen). De in deze verordening verstrekte cijfers moeten daarom worden berekend op basis van de cijfers die zijn overeengekomen voor het MFK 2021-2027 of, indien dat MFK niet tijdig wordt vastgesteld, op basis van de verlengde maxima en bepalingen van 2020, overeenkomstig artikel 312, lid 4, VWEU.

 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02013R1308-20190101)

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>102</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 11 – alinea 1 – punt 2</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1308/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 58 – lid 2 – alinea 2</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Uniefinanciering van de steun aan de producentenorganisaties als bedoeld in lid 1, bedraagt voor 2021 voor Duitsland 2 188 000 EUR.

De Uniefinanciering van de steun aan de producentenorganisaties als bedoeld in lid 1, bedraagt voor 2021 voor Duitsland X* EUR.

 

__________________

 

* In zijn resolutie van 14 november 2018 over het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 – Standpunt van het Parlement met betrekking tot een akkoord (P8_TA(2018)0449) heeft het Parlement zich uitgesproken voor de handhaving van de financiering van het GLB voor de EU-27 op het niveau van de begroting 2014-2020 in reële termen, terwijl het tegelijkertijd het oorspronkelijke bedrag van de landbouwreserve in de begroting heeft opgenomen, dat wil zeggen 383,255 miljard EUR in prijzen van 2018 (431,946 miljard EUR in lopende prijzen). De in deze verordening verstrekte cijfers moeten daarom worden berekend op basis van de cijfers die zijn overeengekomen voor het MFK 2021-2027 of, indien dat MFK niet tijdig wordt vastgesteld, op basis van de verlengde maxima en bepalingen van 2020, overeenkomstig artikel 312, lid 4, VWEU.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>103</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 11 – alinea 1 – punt 2</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1308/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 58 – lid 2 – alinea 2 bis (nieuw)</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Wanneer artikel -1, lid 2, van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening] van toepassing is, bedraagt de Uniefinanciering voor de steun aan de producentenorganisaties als bedoeld in lid 1 voor 2022 voor Duitsland X EUR*.

 

__________________

 

* In zijn resolutie van 14 november 2018 over het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 – Standpunt van het Parlement met betrekking tot een akkoord (P8_TA(2018)0449) heeft het Parlement zich uitgesproken voor de handhaving van de financiering van het GLB voor de EU-27 op het niveau van de begroting 2014-2020 in reële termen, terwijl het tegelijkertijd het oorspronkelijke bedrag van de landbouwreserve in de begroting heeft opgenomen, dat wil zeggen 383,255 miljard EUR in prijzen van 2018 (431,946 miljard EUR in lopende prijzen). De in deze verordening verstrekte cijfers moeten daarom worden berekend op basis van de cijfers die zijn overeengekomen voor het MFK 2021-2027 of, indien dat MFK niet tijdig wordt vastgesteld, op basis van de verlengde maxima en bepalingen van 2020, overeenkomstig artikel 312, lid 4, VWEU.

 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02013R1308-20190101)

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>104</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 11 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1308/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 68 – lid 1</Article2>

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(2 bis) In artikel 68 wordt lid 1 vervangen door:

1. De aan producenten overeenkomstig de artikelen 85 nonies, 85 decies en 85 duodecies van Verordening (EG) nr. 1234/2007 vóór 31 december 2015 verleende aanplantrechten die niet door die producenten zijn gebruikt en op die datum nog geldig zijn, kunnen per 1 januari 2016 worden omgezet in vergunningen onder dit hoofdstuk.

“1. De aan producenten overeenkomstig de artikelen 85 nonies, 85 decies en 85 duodecies van Verordening (EG) nr. 1234/2007 vóór 31 december 2015 verleende aanplantrechten die niet door die producenten zijn gebruikt en op die datum nog geldig zijn, kunnen per 1 januari 2016 worden omgezet in vergunningen onder dit hoofdstuk. Die omzetting vindt plaats wanneer die producenten daartoe voor 31 december 2015 een verzoek indienen. De lidstaten kunnen besluiten producenten toe te staan een dergelijk verzoek tot omzetting van rechten in vergunningen in te dienen tot en met 31 december van het laatste jaar van de in artikel -1 van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening] bedoelde overgangsperiode.”

Die omzetting vindt plaats wanneer die producenten daartoe voor 31 december 2015 een verzoek indienen. De lidstaten kunnen besluiten producenten toe te staan een dergelijk verzoek tot omzetting van rechten in vergunningen in te dienen tot en met 31 december 2020.

 

 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02013R1308-20190101)

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>105</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 11 – alinea 1 – punt 2 ter (nieuw)</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1308/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 68 – lid 2</Article2>

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(2 ter) In artikel 68 wordt lid 2 vervangen door:

2. Ingevolge lid 1 verleende vergunningen hebben dezelfde geldigheidsduur als de in lid 1 vermelde aanplantrechten. Niet-gebruikte vergunningen lopen uiterlijk af op 31 december 2018, of, indien een lidstaat het in lid 1, tweede alinea, bedoelde besluit heeft genomen, uiterlijk op 31 december 2023.

“2. Ingevolge lid 1 verleende vergunningen hebben dezelfde geldigheidsduur als de in lid 1 vermelde aanplantrechten. Niet-gebruikte vergunningen lopen uiterlijk af op 31 december 2018, of, indien een lidstaat het in lid 1, tweede alinea, bedoelde besluit heeft genomen, uiterlijk op 31 december van het derde jaar na afloop van de in artikel -1 van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening] bedoelde overgangsperiode.”

 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02013R1308-20190101)

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>106</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 11 – alinea 1 – punt 2 quater (nieuw)</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1308/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 167 bis (nieuw)</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 quater) In titel II, hoofdstuk III, afdeling 4, wordt het volgende artikel toegevoegd:

 

“Artikel 167 bis

 

Afzetvoorschriften ter verbetering en stabilisering van de werking van de gemeenschappelijke markt in de sector olijfolie

 

1. Teneinde de werking van de gemeenschappelijke markt in de sector olijfolie te verbeteren en te stabiliseren, kunnen de producerende lidstaten afzetvoorschriften vaststellen om het aanbod te reguleren. Die voorschriften moeten in verhouding staan tot het nagestreefde doel en mogen geen voorschriften betreffen:

 

a) die betrekking hebben op transacties die volgen op het tijdstip waarop het betrokken product voor het eerst is afgezet;

 

b) die prijsstellingen mogelijk maken, zelfs als het richtsnoeren of aanbevelingen betreft;

 

c) die een buitensporig groot gedeelte van de normaliter beschikbare oogst blokkeren.

 

2. De in lid 1 bedoelde voorschriften worden integraal ter kennis van de marktdeelnemers gebracht door middel van hun bekendmaking in een officiële publicatie van de betrokken lidstaat.

 

3. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de uit hoofde van dit artikel genomen besluiten.”.

 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Invoeging van een nieuw artikel met het doel om voor de sector olijfolie een mechanisme toe te passen dat vergelijkbaar is met datgene van artikel 167 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 voor de wijnsector, zodat in de specifieke behoeften van de sector kan worden voorzien door uitbreiding van zijn mogelijkheden voor zelfregulering.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>107</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 11 – alinea 1 – punt 2 quinquies (nieuw)</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1308/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 211 – lid 2 bis (nieuw)</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 quinquies) Aan artikel 211 wordt het volgende lid toegevoegd:

 

“2 bis. In afwijking van lid 1 en om de gevolgen van inkomensschommelingen te beperken, door de landbouwers aan te moedigen spaartegoeden op te bouwen in goede jaren als buffer voor mindere jaren, zijn de artikelen 107, 108 en 109 VWEU niet van toepassing op nationale fiscale maatregelen waarbij de lidstaten besluiten om van de algemene belastingregels af te wijken door toe te staan dat de voor landbouwers geldende heffingsgrondslag voor de inkomstenbelasting wordt berekend op basis van een meerjarige periode, onder meer door een deel van de belastinggrondslag over te dragen, inclusief belastinglatentie voor een deel van de belastinggrondslag, of door toe te staan dat bedragen die op een speciale spaarrekening voor landbouwers zijn geplaatst, worden uitgesloten.”.

 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Om landbouwers te helpen inkomensschommelingen op te vangen, mogen de lidstaten hun nationale belastingmaatregelen aanpassen door toe te staan dat de heffingsgrondslag wordt berekend op basis van een meerjarige periode of dat bedragen op een speciale spaarrekening worden uitgesloten. Deze maatregelen moeten vrijgesteld zijn van de regels inzake staatssteun.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>108</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 11 – alinea 1 – punt 2 sexies (nieuw)</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1308/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 214 bis – lid 1 bis (nieuw)</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 sexies) In artikel 214 bis wordt na de eerste alinea de volgende alinea ingevoegd:

 

“In afwijking van alinea 1 en onder voorbehoud van toestemming van de Commissie mag Finland tijdens de overgangsperiode als bedoeld in artikel -1 van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening] de nationale steun die het in 2020 op basis van dit artikel aan producenten heeft toegekend, blijven toekennen.”.

 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02013R1308-20190101)

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>109</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 11 – alinea 1 – punt 3 bis (nieuw)</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1308/2013</DocAmend2>

<Article2>Bijlage VIII – deel I – afdeling D – punt 7 bis (nieuw)</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis) Aan bijlage VIII, deel I, punt D, wordt het volgende punt toegevoegd:

 

“7 bis. In afwijking van de punten 1 en 3 mogen de lidstaten in welbepaalde en naar behoren gemotiveerde gevallen en wanneer sprake is van gelijke productie- en milieukenmerken, de in de punten B en C genoemde behandelingen toestaan in een wijnbouwzone die grenst aan de zone waar de gebruikte verse druiven zijn geoogst.”.

 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>110</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 11 – alinea 1 – punt 3 ter (nieuw)</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1308/2013</DocAmend2>

<Article2>Bijlage VIII – deel I – afdeling D – punt 7 ter (nieuw)</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 ter) Aan bijlage VIII, deel I, punt D, wordt het volgende punt toegevoegd:

 

“7 ter. In afwijking van de punten 1 en 3 kunnen de lidstaten in wijnbouwgebieden die gevolgen ondervinden van het gebied dat aan de twee wijnbouwzones grenst, wanneer sprake is van gelijke productie- en milieukenmerken, de in de punten B en C genoemde behandelingen toestaan in een wijnbouwzone die grenst aan de zone waar de gebruikte verse druiven zijn geoogst.”.

 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R1308-20190101&from=NL)

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>111</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 12 – alinea -1 (nieuw)</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 228/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 22 bis (nieuw)</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1) Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

“Artikel 22 bis

 

Brancheovereenkomsten

 

1. Indien een krachtens artikel 157 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 erkende brancheorganisatie die in een ultraperifeer gebied werkzaam is, wordt beschouwd als representatief voor de productie, verhandeling of verwerking van een of meer producten van dit gebied, kan de betrokken lidstaat op verzoek van die brancheorganisatie, in afwijking van de artikelen 164 en 165 van Verordening (EU) nr. 1308/2013, overeenkomsten, besluiten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die binnen die organisatie zijn overeengekomen, voor een verlengbare termijn van een jaar verplicht maken voor andere, al dan niet individuele marktdeelnemers die in het betrokken ultraperifere gebied actief zijn en geen lid zijn van die organisatie.

 

2. Indien de voorschriften van een erkende brancheorganisatie krachtens lid 1 worden uitgebreid en de activiteiten waarop die voorschriften van toepassing zijn, van algemeen economisch belang zijn voor marktdeelnemers wier activiteiten verband houden met producten die uitsluitend bestemd zijn voor de lokale markt van dat ultraperifeer gebied, kan de lidstaat na raadpleging van de belanghebbenden besluiten dat niet bij die brancheorganisatie aangesloten individuele marktdeelnemers of groeperingen van marktdeelnemers die op de desbetreffende markt actief zijn, verplicht zijn om aan de organisatie de volledige of een deel van de financiële bijdrage te betalen die de leden ervan betalen, voor zover die bijdragen bestemd zijn om de kosten te dekken die rechtstreeks voortvloeien uit het uitoefenen van de activiteiten in kwestie.

 

3. De betrokken lidstaat stelt de Commissie in kennis van elke overeenkomst waarvan het toepassingsgebied overeenkomstig dit artikel wordt uitgebreid.”.

 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02013R0228-20191214)

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>112</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 12 – alinea 1</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 228/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 30 – lid 2</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Voor elk begrotingsjaar financiert de Unie de maatregelen waarin de hoofdstukken III en IV voorzien, tot het volgende jaarlijkse bedrag:

Schrappen

 voor de Franse overzeese departementen: 267 580 000 EUR,

 

 voor de Azoren en Madeira: 102 080 000 EUR,

 

 voor de Canarische Eilanden: 257 970 000 EUR.

 

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>113</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 12 – alinea 1</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 228/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 30 – lid 3 – alinea 1 – streepje 1</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 voor de Franse overzeese departementen: 25 900 000 EUR,

 voor de Franse overzeese departementen: 35 000 000 EUR,

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>114</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 12 – alinea 1</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 228/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 30 – lid 3 – alinea 1 – streepje 2</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 voor de Azoren en Madeira: 20 400 000 EUR,

Schrappen

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>115</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 12 – alinea 1</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 228/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 30 – lid 3 – alinea 1 – streepje 3</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 voor de Canarische Eilanden: 69 900 000 EUR.

Schrappen

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>116</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 13</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 229/2013</DocAmend2>

<Article2>Artikel 18 – leden 2 en 3</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 13

Schrappen

Wijzigingen in Verordening (EU) nr. 229/2013

 

In artikel 18 van Verordening (EU) nr. 229/2013 worden de leden 2 en 3 vervangen door:

 

 

2. De Unie financiert de maatregelen waarin de hoofdstukken III en IV voorzien, tot een bedrag van 23 000 000 EUR.

 

3. Voor de in hoofdstuk III bedoelde specifieke voorzieningsregeling wordt ten hoogste 6 830 000 EUR toegewezen.

 

 

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>117</NumAm>

 

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage I – alinea 1 – punt 2</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1305/2013</DocAmend2>

<Article2>Bijlage I – deel 2 – titel</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deel 2: Verdeling van de steun van de Unie voor plattelandsontwikkeling (2021)

Deel 2: Verdeling van de steun van de Unie voor plattelandsontwikkeling (jaarlijks voor de overgangsperiode als bedoeld in artikel -1 van Verordening (EU) .../... [overgangsverordening])

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>118</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage I – alinea 1 – punt 2</Article>

<DocAmend2>Verordening (EU) nr. 1305/2013</DocAmend2>

<Article2>Bijlage I – deel 2 – tabel</Article2>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

(lopende prijzen in EUR)

 

2021

België

67 178 046

Bulgarije

281 711 396

Tsjechië

258 773 203

Denemarken

75 812 623

Duitsland

989 924 996

Estland

87 875 887

Ierland

264 670 951

Griekenland

509 591 606

Spanje

1 001 202 880

Frankrijk

1 209 259 199

Kroatië

281 341 503

Italië

1 270 310 371

Cyprus

15 987 284

Letland

117 307 269

Litouwen

195 182 517

Luxemburg

12 290 956

Hongarije

416 202 472

Malta

12 207 322

Nederland

73 151 195

Oostenrijk

480 467 031

Polen

1 317 890 530

Portugal

493 214 858

Roemenië

965 503 339

Slovenië

102 248 788

Slowakije

227 682 721

Finland

292 021 227

Zweden

211 550 876

Totaal EU

11 230 561 046

Technische bijstand

28 146 770

Totaal

11 258 707 816

 

Amendement

(lopende prijzen in EUR)