Procedure : 2019/2209(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0112/2020

Ingediende teksten :

A9-0112/2020

Debatten :

PV 18/06/2020 - 6
CRE 18/06/2020 - 6

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0167

<Date>{09/06/2020}9.6.2020</Date>
<NoDocSe>A9-0112/2020</NoDocSe>
PDF 229kWORD 78k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>

<Titre>over de aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over het Oostelijk Partnerschap, in de aanloop naar de top van juni 2020</Titre>

<DocRef>(2019/2209(INI))</DocRef>


<Commission>{AFET}{AFET}Commissie buitenlandse zaken</Commission>

Rapporteur: <Depute>Petras Auštrevičius</Depute>

AMENDEMENTEN
ONTWERPAANBEVELING VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BRIEF VAN DE COMMISSIE INTERNATIONALE HANDEL
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPAANBEVELING VAN HET EUROPEES PARLEMENT

aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over het Oostelijk Partnerschap, in de aanloop naar de top van juni 2020

(2019/2209(INI))

Het Europees Parlement,

 gezien de artikelen 2, 3 en 8, en Titel V, met name de artikelen 21, 22, 36 en 37 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), alsook het vijfde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

 gezien de oprichting van het Oostelijk Partnerschap in Praag op 7 mei 2009 als een gemeenschappelijk initiatief van de EU en haar zes Oost-Europese partners Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Georgië, de Republiek Moldavië en Oekraïne,

 gezien de gezamenlijke verklaringen van de toppen van het Oostelijk Partnerschap van 2009 in Praag, van 2011 in Warschau, van 2013 in Vilnius, van 2015 in Riga en van 2017 in Brussel,

 gezien de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds[1], de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds[2], de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds[3], die ook diepe en brede vrijhandelsruimten (DCFTA’s) omvatten, en de brede en versterkte partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds[4],

 gezien de prioriteiten voor het partnerschap tussen de EU en Azerbeidzjan, zoals op 28 september 2018 bekrachtigd door de Samenwerkingsraad[5],

 gezien de slotverklaringen en de aanbevelingen van de bijeenkomsten van de Parlementaire Associatiecomité’s EU-Oekraïne en EU-Moldavië van 19 december 2019,

 gezien het jaarverslag van het Parlement over de uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van 18 december 2019[6],

 gezien Verordening (EU) 2018/1806 van het Europees Parlement en de Raad[7] tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld,

 gezien de overeenkomsten tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië[8] en de Republiek Azerbeidzjan[9] inzake de versoepeling van de afgifte van visa, en de ondertekening van een overeenkomst inzake de versoepeling van de afgifte van visa door de Europese Unie en de Republiek Belarus op 8 januari 2020[10],

 gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid/vicevoorzitter van 18 maart 2020 aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, getiteld “Het beleid inzake het Oostelijk Partnerschap na 2020: de weerbaarheid versterken – een Oostelijk Partnerschap dat iedereen ten goede komt”,

 gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken over het Europees nabuurschapsbeleid en het Oostelijk Partnerschap,

  gezien de aanbevelingen door en de activiteiten van de Parlementaire Vergadering Euronest, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Forum van het maatschappelijk middenveld van het Oostelijk Partnerschap, het Comité van de Regio’s en de Conferentie van de lokale en regionale overheden van het Oostelijk Partnerschap (Corleap),

 gezien de resolutie van de Parlementaire Vergadering Euronest van 9 december 2019 over de toekomst van de trio-plus-strategie 2030 en het werken aan de toekomst van het Oostelijk Partnerschap,

 gezien de integrale EU-strategie en het herziene Europees nabuurschapsbeleid,

 gezien het Kaderverdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van nationale minderheden en het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden,

 gezien zijn resoluties van 20 mei 2010 over de noodzaak van een EU-strategie voor de zuidelijke Kaukasus[11], van 23 oktober 2013 over het Europees nabuurschapsbeleid[12], van 18 september 2014 over de situatie in Oekraïne en de stand van zaken in de betrekkingen tussen de EU en Rusland[13], van 15 januari 2015 over de situatie in Oekraïne[14], van 15 april 2015 over de honderdjarige herdenking van de Armeense genocide[15], van 9 juli 2015 over de herziening van het Europees nabuurschapsbeleid[16], van 21 januari 2016 over de associatieovereenkomsten / diepe en brede vrijhandelsruimten met Georgië, Moldavië en Oekraïne[17], van 23 november 2016 over de strategische communicatie van de EU in reactie op negatieve EU-propaganda door derden[18], van 13 december 2016 over de rechten van vrouwen in de landen van het Oostelijk Partnerschap[19], van 16 maart 2017 over de Oekraïense gevangenen in Rusland en de situatie op de Krim[20], van 19 april 2018 over Belarus[21], van 14 juni 2018 over de Georgische bezette gebieden tien jaar na de Russische inval[22], van 4 juli 2018 over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de goedkeuring, namens de Unie, van de brede en versterkte partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds[23], van 4 oktober 2018 over de achteruitgang van de mediavrijheid in Belarus, met name het geval van Charter ’97[24], van 14 november 2018 over de uitvoering van de associatieovereenkomst tussen de EU en Moldavië[25], van 14 november 2018 over de uitvoering van de associatieovereenkomst tussen de EU en Georgië[26] en van 12 december 2018 over de uitvoering van de associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne[27],

 gezien zijn eerdere resoluties over Rusland, met name degene die betrekking hebben op het optreden van Rusland op het grondgebied van de landen van het Oostelijk Partnerschap, de schendingen van de rechten van de Krim-Tataren, de bezetting van delen van het Georgische grondgebied en de afbakening van grenzen, evenals op vijandige propaganda en desinformatie die is gericht tegen de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap,

 gezien zijn aanbeveling van 15 november 2017 aan de Raad, de Commissie en de EDEO over het Oostelijk Partnerschap, in aanloop naar de top in november 2017[28] en zijn aanbeveling van 4 juli 2018 aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid betreffende de onderhandelingen voor een brede overeenkomst tussen de EU en Azerbeidzjan[29],

 gezien artikel 118 van zijn Reglement,

 gezien de brief van de Commissie internationale handel,

 gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A9-0112/2020),

A. overwegende dat de EU voorlopig de dominante politieke en economische macht in Europa zal blijven en dat zij hierdoor een bepaalde verantwoordelijkheid ten opzichte van haar buurlanden heeft;

B. overwegende dat in de integrale strategie van de EU van juni 2016 wordt gesteld dat het de prioriteit van de EU is in haar nabuurschap veerkrachtige, goed bestuurde, welvarende en verbonden staten te bevorderen;

C. overwegende dat het Oostelijk Partnerschap (OP) inclusief van aard is, gebaseerd is op wederzijdse belangen en begrip, gedeelde betrokkenheid en verantwoordelijkheid, differentiatie en conditionaliteit, en streeft naar een gedeeld engagement van Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Georgië, de Republiek Moldavië, Oekraïne en de Europese Unie om hun betrekkingen te verdiepen en zich te houden aan het internationaal recht en kernwaarden zoals democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden, de rechtsstaat, de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechterlijke macht, een sociale markteconomie, duurzame ontwikkeling en goed bestuur, met als doel het vergroten van de stabiliteit en welvaart;

D. overwegende dat meer samenwerking tussen de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap geen lineair proces is en een volwaardige samenwerking alleen kan worden bereikt en behouden voor zover de Europese kernwaarden en beginselen worden geëerbiedigd in het constitutionele en wetgevende proces en als de bestrijding van corruptie, georganiseerde misdaad, het witwassen van geld, oligarchische structuren en nepotisme wordt gegarandeerd; benadrukt echter dat de samenwerking in ernstige gevallen van terugval kan worden teruggedraaid;

E. overwegende dat bepaalde landen van het Oostelijk Partnerschap ervoor hebben gekozen een sterkere politieke, menselijke en economische integratie met de EU na te streven, die is gebaseerd op het beginsel van differentiatie en aansluit op de resultaten en aspiraties, en ambitieuze associatieovereenkomsten (AO’s) hebben gesloten met diepe en brede vrijhandelsruimten (DCFTA’s), evenals visumvrije regelingen en overeenkomsten inzake een gemeenschappelijke luchtvaartruimte; daarnaast hebben zij verklaard dat het hun strategische doel is lid te worden van de EU en hebben zij aangetoond dat zij kunnen zorgen voor meer stabiliteit, veiligheid, welvaart en weerbaarheid in het Oostelijk Nabuurschap; overwegende dat de publieke steun voor Europese integratie onder hun bevolkingen zeer groot blijft;

F. overwegende dat andere landen van het Oostelijk Partnerschap streven naar een genuanceerder niveau van ambitie met betrekking tot de EU; overwegende dat Armenië deel uitmaakt van de door Rusland geleide economische en militaire regionale integratiestructuren (de Euraziatische Economische Unie en de Organisatie van het Verdrag inzake collectieve veiligheid) en een brede en versterkte partnerschapsovereenkomst met de EU heeft gesloten; overwegende dat Azerbeidzjan sinds 2017 onderhandelt over een nieuwe brede overeenkomst met de EU ter vervanging van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst uit 1999; overwegende dat Belarus geen op een verdrag gebaseerde contractuele relatie met de EU heeft, maar er onlangs overeenkomsten inzake de versoepeling van visumafgifte en overname zijn ondertekend;

G. overwegende dat de partnerlanden sinds de oprichting van het Oostelijk Partnerschap, wegens zowel interne als externe factoren, op een uiteenlopend tempo politieke en economische hervormingen hebben doorgevoerd en mogelijk nog niet het punt hebben bereikt waarop deze hervormingen niet meer kunnen worden teruggedraaid;

H. overwegende dat het blijven bieden van een Europees vooruitzicht op de lange termijn voor de geïnteresseerde landen van het Oostelijk Partnerschap een factor is die de democratisering en verdere hervormingen in de landen van het Oostelijk Partnerschap kan bevorderen;

I. overwegende dat de ontwikkeling moet worden aangemoedigd van op maat gemaakte strategieën voor alle landen van het Oostelijk Partnerschap en dat de stap moet worden gezet naar ambitieuzere vormen van samenwerking en integratie indien de partnerlanden dat willen, en dat een ambitieus tempo moet worden aangehouden bij het doorvoeren van hervormingen voor Europese integratie;

J.  overwegende dat die doelstelling kan worden verwezenlijkt op voorwaarde dat er vorderingen worden gemaakt met de eerbiediging van de rechtsstaat en de versterking van de democratie en tijdig en op authentieke, duurzame en doeltreffende wijze brede hervormingen worden doorgevoerd, met steun vanuit flexibele EU-instrumenten en in overeenstemming met internationale toezeggingen en verplichtingen, waarbij ook de fundamentele mensenrechten en rechten van minderheden in acht worden genomen;

K. overwegende dat de verworvenheden van en het hogere niveau van differentiatie in de bilaterale betrekkingen tussen de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap waarmee zij een associatieovereenkomst heeft ondertekend welkome ontwikkelingen zijn, en dat dit het moment is om deze landen duidelijkere oriëntatie te bieden met betrekking tot specifieke hervormingsprioriteiten, aanpassingscriteria en de volgende stappen in het proces van EU-integratie;

L. overwegende dat de nodige voorwaarden scheppen voor een snellere politieke associatie en verdere economische integratie tussen de EU en geïnteresseerde partnerlanden het voornaamste doel van de associatieovereenkomsten en de DCFTA’s is;

M. overwegende dat de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van de landen van het Oostelijk Partnerschap nog altijd worden geschonden door onopgeloste regionale conflicten, externe agressie en de aanhoudende bezetting van grondgebied van sommige van die landen, die de mensenrechtensituatie ondermijnen, een barrière vormen voor de totstandbrenging van meer welvaart, stabiliteit en groei in het Oostelijk Partnerschap en het optreden van de EU in het gedrang brengen, waardoor het gehele project van het Oostelijk Partnerschap in gevaar wordt gebracht; overwegende dat Rusland in de meerderheid van deze conflicten een actieve rol speelt als agressor, door middel van zijn hybride oorlogsvoering, beleid van illegale bezetting en annexatie, cyberaanvallen, propaganda en desinformatie, waardoor de Europese veiligheid in haar geheel in gevaar wordt gebracht;

N. overwegende dat de Europese welvaart en veiligheid nauw samenhangen met de situatie in de buurlanden, in het bijzonder die in de landen van het Oostelijk Partnerschap; overwegende dat het Oostelijk Partnerschap gemeenschappelijke doelstellingen nastreeft van goede betrekkingen met buurlanden en regionale samenwerking, en het herziene Europese nabuurschapsbeleid het vermogen om bilaterale conflicten op te lossen moet vergroten en versterken en dat er mee moet worden gestreefd naar verzoening tussen gemeenschappen in het Oostelijk Nabuurschap;

O. overwegende dat het Europees Parlement de schendingen van de soevereiniteit en territoriale integriteit van landen van het Oostelijk Partnerschap veroordeelt, de gedwongen wijzigingen van hun grenzen en pogingen tot annexatie van hun grondgebied niet erkent en het gebruik van geweld of de dreiging van geweld verwerpt en zich achter de inzet van de EU schaart voor het bevorderen van vreedzame oplossingen voor conflicten via diplomatieke kanalen en in overeenstemming met de normen en beginselen van het internationaal recht het VN-Handvest en de Slotakte van Helsinki, met name in de conflicten waarbij Rusland partij is;

P. overwegende dat de EU sinds de oprichting van het Oostelijk Partnerschap haar politieke en economische aanwezigheid en betrokkenheid bij de veiligheid in de landen van het Oostelijk Partnerschap heeft vergroot, en zich daarom goed heeft gepositioneerd en kansen heeft geschapen om haar waarden en beginselen te bevorderen en de onderlinge afhankelijkheid tussen de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap te vergroten;

Q. overwegende dat de landen van het Oostelijk Partnerschap als betrouwbare Oost-Europese partners een aanzienlijke rol kunnen spelen door rechtstreekse toegang tot Centraal-Azië te bieden en een bijdrage te leveren aan de EU-strategie voor Centraal-Azië;

R. overwegende dat de EU via het Oostelijk Partnerschap heeft kunnen helpen met het in gang zetten van structurele hervormingen van onder meer instellingen en governancesstructuren en het leggen van de basis voor een diepe sociaal-economische en politieke transformatie in het Oostelijk Nabuurschap; overwegende dat is bereikt dat de landen van het Oostelijk Partnerschap zich meer hebben aangepast aan het regelgevingskader van de EU en de bijbehorende normen, standaarden en werkwijzen;

S. overwegende dat het Oostelijk Partnerschap er rechtstreeks aan heeft bijgedragen dat het maatschappelijk middenveld mondiger werd en hogere verwachtingen kreeg omtrent en bij de regeringen van partnerlanden sterker aandrong op verantwoording en transparantie, hetgeen een enorme interne stimulans is gebleken voor hervormingen; overwegende dat een geslaagde transformatie in de landen van het Oostelijk Partnerschap, met name de drie geassocieerde partnerlanden, als positief voorbeeld kan dienen voor andere landen;

T. overwegende dat onafhankelijke aanklagers en rechters, ongebonden rechtbanken en instellingen, een sterk maatschappelijk middenveld en onafhankelijke media - die allemaal fungeren als waakhonden - cruciale elementen zijn die de EU actief moet blijven ondersteunen en bevorderen in de landen van haar Oostelijk Nabuurschap;

U. overwegende dat sterke, weerbare instellingen, de eerbiediging van de rechtstaat, de uitvoering van justitiële hervormingen en de bestrijding van corruptie en van het witwassen van geld cruciaal zijn voor de totstandbrenging van een eerlijk, stabiel en betrouwbaar klimaat dat investeringen en groei op de lange termijn kan aantrekken en vasthouden in de landen van het Oostelijk Partnerschap;

V. overwegende dat de Europese Raad ter gelegenheid van het tienjarig jubileum van het Oostelijk Partnerschap het belang benadrukte van het strategische partnerschap met de landen van het Oostelijk Partnerschap en de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid verzocht beleidsvoorstellen voor de lange termijn te doen in voorbereiding op de top van juni 2020;

W. overwegende dat het Europees Parlement zich ertoe verbindt jaarlijkse resoluties aan te nemen over de uitvoering van associatieovereenkomsten en de DCFTA’s door de geassocieerde landen en ten minste elke twee jaar aanbevelingen te doen over de betrekkingen met de andere landen van het Oostelijk Partnerschap en het OP-beleid in algemene zin;

1. beveelt de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid aan:

(a) te erkennen dat de landen van het Oostelijk Partnerschap steeds meer verantwoordelijkheid voor het OP-initiatief hebben genomen en betrokkenheid bij het initiatief hebben getoond; nadrukkelijk erop te wijzen dat het belangrijk is te streven naar een voortdurende impuls voor doeltreffende samenwerking, intensieve dialoog en een nauw partnerschap met het OP, die wordt versterkt door het transformerende effect van het OP-beleid, dat hervormingen bevordert die politieke, sociale, economische en juridische veranderingen tot stand brengen in alle landen van het Oostelijk Partnerschap, en hierbij rekening te houden met hun niveau van ambitie met betrekking tot de EU; erop te wijzen dat de geassocieerde landen streven naar steeds nauwere betrekkingen met de EU; het soevereine recht te bevestigen dat de landen van het Oostelijk Partnerschap hebben om hun individuele niveau van samenwerking of integratie met de EU vrij te kiezen en externe druk om invloed uit te oefenen op die keuze af te keuren;

(b) te benadrukken dat elke Europese staat krachtens artikel 49 VEU kan verzoeken lid te worden van de EU, mits deze staat de in artikel 2 VEU genoemde waarden van menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en mensenrechten eerbiedigt; te onderkennen dat het OP-kader dan wel niet voorziet in toetreding, maar het OP-beleid een proces van geleidelijke integratie in de EU mogelijk kan maken; te beseffen dat zowel de EU als het betrokken land van het Oostelijk Partnerschap voor een eventueel toetredingsproces goed voorbereid moet zijn, waarbij rekening moet worden gehouden met de toekomstige hervormingsprocessen van de EU en de aanpassing van het partnerland aan het acquis van de EU, evenals de mate waarin het voldoet aan de criteria voor lidmaatschap van de EU; te garanderen dat de volledige uitvoering van de huidige afspraken tussen de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap de eerste stap zal zijn in dit proces van geleidelijke integratie;

(c) spoedig te handelen naar een strategische en toekomstgerichte visie voor het volgende decennium van het OP-beleid na 2020, met als primair doel het genereren van voordelen voor burgers, het vergroten van de weerbaarheid, het bevorderen van duurzame ontwikkeling, het verwezenlijken van onomkeerbare resultaten en de verdieping van de samenwerking tussen de EU en het Oostelijk Partnerschap en het integratieproces, hetgeen vanuit een veiligheids- en economisch perspectief in het belang van de EU is;

(d) ervoor te zorgen dat in de conclusies van de in juni 2020 te houden top een duidelijke strategie en een gemeenschappelijke langetermijnvisie voor verdere betrokkenheid bij en ontwikkeling van het Oostelijk Partnerschap na 2020, krachtigere toezeggingen van de EU en politieke stimulansen, evenals een belofte van de landen van het Oostelijk Partnerschap om op hun beurt resultaten te behalen worden opgenomen; de toekomstige voorzitterschappen van de Raad van de EU in overeenstemming met de resoluties en aanbevelingen van het Europees Parlement aan te moedigen gedetailleerde en ambitieuze agenda’s op te stellen voor de samenwerking met landen van het Oostelijk Partnerschap, die helpen de betrekkingen met de landen van het Oostelijk Partnerschap de komende decennia in een voor alle partijen wenselijke richting te duwen;

(e) te erkennen dat het Oostelijk Partnerschap een aantrekkelijk kader voor samenwerking moet blijven en dit proces in overeenstemming met het “meer voor meer”-beginsel te ondersteunen, teneinde de landen van het Oostelijk Partnerschap te stimuleren hun hervormingsproces en traject naar de EU voort te zetten;

(f) te erkennen dat het Oostelijk Partnerschap twee kanten op werkt, aangezien de ervaring van landen van het Oostelijk Partnerschap kan worden gedeeld zodat zowel de EU en haar lidstaten als andere landen van het Oostelijk Partnerschap ervan kunnen profiteren;

(g) een benadering te handhaven die in balans is tussen op maat gemaakte differentiatie binnen het Oostelijk Partnerschap en de inclusiviteit, samenhang en consistentie van het multilaterale kader, dat nog steeds een belangrijke referentie vormt voor alle landen van het Oostelijk Partnerschap; te voorkomen dat het Oostelijk Partnerschap wordt verdeeld aan de hand van het niveau van ambitie dat de verschillende landen hebben met betrekking tot de EU; er rekening mee te houden dat de reikwijdte en diepte van de samenwerking tussen de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap moet worden bepaald aan de hand van de ambities van de partijen en de hervormingen die zij doorvoeren; te erkennen dat de associatieovereenkomsten en DCFTA’s die zijn ondertekend met Georgië, de Republiek Moldavië en Oekraïne het bewijs vormen van een gedifferentieerde benadering en moeten leiden tot formaten en stappenplannen voor nog intensievere bilaterale betrekkingen op basis van het “meer voor meer”-beginsel;

(h) in het licht van een op maat gemaakte aanpak te overwegen voor de drie geassocieerde landen een versterkte samenwerkingsstrategie op te zetten, waarbinnen een steunprogramma voor hervormingen en investeringen kan worden opgericht op terreinen als onder meer capaciteitsontwikkeling, vervoer, infrastructuur, connectiviteit, energie, justitie en de digitale economie, waarin de mogelijkheid is opgenomen van toekomstige uitbreiding naar de resterende landen van het Oostelijk Partnerschap op basis van individuele beoordelingen van EU-hervormingstoezeggingen en de gemaakte vorderingen, waarbij rekening wordt gehouden met de noodzaak de samenhang van het Oostelijk Partnerschap te behouden, en in overeenstemming met het beginsel van inclusiviteit; deze dialoog kan structurele bijeenkomsten in de marge van de Europese Raad met leiders van de geassocieerde landen en regelmatige deelname van hun vertegenwoordigers aan de bijeenkomsten van de werkgroepen en comités van de Europese Raad omvatten;

(i) een proces te beginnen dat leidt tot integratie met de vier vrijheden om een gemeenschappelijke economische ruimte te creëren die diepere economische integratie en convergentie van de landen van het Oostelijk Partnerschap met het EU-beleid en een diepere economische samenwerking tussen de landen van het Oostelijk Partnerschap zelf mogelijk maakt, door gebruik te maken van het traject dat is toegepast voor de landen van de Westelijke Balkan;

(j) aanvullende maatregelen te lanceren voor een diepere integratie en verdere sectorale samenwerking van de landen van het Oostelijk Partnerschap met de EU en hun deelname aan bepaalde EU-agentschappen, platforms van het investeringskader, programma’s en initiatieven binnen de EU, in volledige overeenstemming met de bestaande voorwaarden en volgens de op stimuleringsmaatregelen gebaseerde benadering van de EU om verdere convergentie te realiseren in de geest van het “meer-voor-meer”-beginsel en met inachtneming van de beste werkwijzen om hervormingen te bevorderen;

(k) meer financiële ondersteuning te verlenen aan de landen van het Oostelijk Partnerschap en hier voorwaarden aan te verbinden, ook in de context van de lopende wetgevingsonderhandelingen over de externe financieringsinstrumenten voor de periode 2021-2027; ervoor te zorgen dat die ondersteuning moet worden afgestemd op de specifieke behoeften van de afzonderlijke landen van het Oostelijk Partnerschap, onder begeleiding van het Europees Parlement via gedelegeerde handelingen, en worden gebruikt om activiteiten in het kader van het OP-programma uit te voeren; te erkennen dat de financiële steun van de EU ook een investering in de toekomst is, aangezien ermee wordt bijgedragen aan hervormingen die de economische en sociale stabiliteit van landen van het Oostelijk Partnerschap vergroten en de basis wordt gelegd voor een succesvolle toekomstige samenwerking;

(l) te erkennen dat er behoefte is aan een aanvullend kader voor politieke, bestuurlijke en financiële ondersteuning voor de drie geassocieerde landen binnen het algehele Oostelijk Partnerschap op basis van individuele benaderingen, waarin aandacht wordt besteed aan hun specifieke behoeften op het gebied van structurele hervormingen, modernisering en institutionele ontwikkeling; op te merken dat deze toegang tot EU-financiering moet worden gekoppeld aan de hervormingstoezeggingen en een reeks ambitieuze benchmarks moet bevatten;

(m) prioriteit toe te kennen aan de noodzaak van “meer voor meer” wat democratie en de rechtstaat betreft, met het oog op de recente ontwikkelingen in zowel de EU als de landen van het Oostelijk Partnerschap, en te garanderen dat de werking en weerbaarheid van democratische instellingen, de rechtsstaat, goed bestuur, de strijd tegen corruptie en nepotisme, persvrijheid en eerbiediging van de mensenrechten de belangrijkste criteria en voorwaarden blijven voor een nauwer politiek partnerschap en financiële steun;

(n) regelmatig beoordelingen uit te voeren van de effecten van de EU-steunprogramma’s teneinde hun efficiëntie te verhogen en tijdige aanpassingen te doen; sneller te reageren op de verzwakking van de rechtstaat en de democratische verantwoording in de landen van het Oostelijk Partnerschap en slimme voorwaarden te stellen, onder meer door de koppeling van macrofinanciële bijstand aan democratisering en hervormingen, om te voorkomen dat de regeringen van partnerlanden verder afglijden; de voorwaarden te creëren om steun aan een bepaald land van het Oostelijk Partnerschap van de centrale overheid weg te leiden naar lokale overheden of actoren uit het maatschappelijk middenveld als de centrale overheid zich niet aan de afspraken houdt;

(o) de rol te vergroten die het Europees Parlement via gedelegeerde handelingen speelt bij de controle en het toezicht op programma’s in het kader van de toepassing van de EU-instrumenten voor externe financiering;

(p) meer gebruik te maken van parlementaire diplomatie en de werking van Euronest te herzien zodat het volledige potentieel kan worden benut;

Gestructureerde dialoog, staatsopbouw en democratische verantwoordingsplicht

(q) de status van geassocieerd partner van gevorderde landen van het Oostelijk Partnerschap te erkennen, in het bijzonder van de ondertekenaars van associatieovereenkomsten met DCFTA’s, en samen met hen meer platforms voor versterkte politieke dialoog te creëren om verdere economische integratie en harmonisatie van de wetgeving te bevorderen, maar tegelijkertijd de inclusieve aard van het Partnerschap te behouden en contacten te blijven onderhouden met alle landen van het Oostelijk Partnerschap; de geassocieerde landen bijvoorbeeld als waarnemer te betrekken bij de procedures van de comités die zijn vastgesteld op grond van artikel 291 VWEU en Verordening (EU) nr. 182/2011 om te laten zien dat de EU zich inzet voor verdere integratie en om de hervormingsgerichtheid van de landen en hun bestuurlijke kennis te vergroten;

(r) zich samen met de landen van het Oostelijk Partnerschap verder in te zetten voor staatsopbouw en de versterking van instellingen en hun verantwoordingsplicht door instrumenten die vergelijkbaar zijn met de steungroep voor Oekraïne beschikbaar te stellen aan alle landen van het Oostelijk Partnerschap, waarbij de geassocieerde partners prioriteit hebben; bestaande en nieuwe EU-instrumenten op het gebied van de rechtstaat en goed bestuur te ontwikkelen om de vorderingen van geassocieerde partners te volgen en beoordelen, in het bijzonder het EU-scorebord voor justitie en het mechanisme voor de rechtstaat; doeltreffende richtsnoeren en benchmarks te verschaffen voor hervormingen, onder meer door stappenplannen vast te stellen om de voor associatie vereiste toezeggingen te specificeren; gedetailleerde werkdocumenten te ontwikkelen met een duidelijke methodologie en een comparatief perspectief, zoals eerder gebeurde voor het actieplan en het toetredingsproces voor visumliberalisering, ook om de huidige voortgangsverslagen en associatie-agenda’s aan te vullen;

(s) controle door verschillende belanghebbende in het beoordelingsproces van hervormingen in de landen van het Oostelijk Partnerschap verplicht te stellen en dit, zoals al gebeurt in Oekraïne, verplicht te stellen voor de regeringen van het Oostelijk Partnerschap; de aanhoudende publicatie te garanderen van de jaarlijkse associatie-uitvoeringsverslagen door de Commissie en de EDEO, waarin verslag wordt uitgebracht over de vorderingen die zijn gemaakt door de drie geassocieerde partners, en een uniforme evaluatiemethode toe te passen, met name wanneer hervormingen op dezelfde gebieden en in dezelfde sectoren worden geanalyseerd; regelmatig, ten minste tweejaarlijks, verslagen te publiceren over de betrekkingen met niet-geassocieerde landen van het Oostelijk Partnerschap; een uitvoeringsverslag te verstrekken over de handels- en associatieovereenkomsten tussen de Unie en de landen van het Oostelijk Partnerschap, waarbij de sociale, milieu- en economische ontwikkeling in de samenlevingen van de landen van het Oostelijk Partnerschap centraal staat, ook in het kader van de Overeenkomst van Parijs;

(t) te erkennen dat sterke, onafhankelijke en efficiënte instellingen op centraal en lokaal niveau van essentieel belang zijn voor de democratische verantwoordingsplicht, de-oligarchisatie en de strijd tegen corruptie en “state capture”; daarom aan te dringen op nieuwe inspanningen bij de landen van het Oostelijk Partnerschap om brede hervormingen van de rechterlijke macht en het openbaar bestuur door te voeren die erop zijn gericht de onafhankelijkheid, bekwaamheid en op merite gebaseerde werving van rechters en ambtenaren te waarborgen, en erop aan te dringen dat prioriteit wordt toegekend aan de bestrijding van corruptie, onder meer door de ruimte voor corruptie te verkleinen door middel van meer transparantie, verantwoording en de bevordering van ethisch gedrag onder de bevolking in haar geheel, het versterken van de rechtsstaat en het bevorderen van goed bestuur; te erkennen dat het, als de hierboven genoemde doelstellingen niet worden gerealiseerd, praktisch onmogelijk zal zijn om duurzame groei te bewerkstelligen, de economische activiteit en ontwikkeling te vergroten, armoede terug te dringen, meer buitenlandse directe investeringen (BDI) aan te trekken en het maatschappelijk vertrouwen en de politieke stabiliteit te vergroten;

(u) stappen voorwaarts te maken met een breder spectrum van juridische en economische hervormingen door de ervaring die is opgedaan door de EU-lidstaten over te dragen door middel van samenwerkingsprojecten, met name door het samenwerkingsprogramma uit te breiden naar lokale en regionale overheden;

(v)  een openbaar bestuur van Europese kwaliteit te ontwikkelen in de geassocieerde landen van het Oostelijk Partnerschap door regelingen voor meeloopstages op te zetten zodat ambtenaren uit deze landen tijdelijk en op specifieke terreinen kunnen werken bij de relevante diensten van de EU-instellingen en lidstaten;

(w) het werk te bevorderen van politieke stichtingen die de volgende generatie politieke leiders in de landen van het Oostelijk Partnerschap kunnen voortbrengen;

(x) de initiatieven van de regeringen van geassocieerde staten om hun wederzijdse samenwerking en gezamenlijke standpunten binnen het Oostelijk Partnerschap een impuls te geven, te onderkennen en de uitbreiding ervan op multisectoraal niveau aan te moedigen, in het bijzonder op het gebied van energie, vervoer, digitale aangelegenheden, cyberbeveiliging, milieubescherming, de maritieme economie, grensbewaking, douanesamenwerking, handelsbevordering en justitie en binnenlandse aangelegenheden; een soortgelijke benadering moet worden toegepast ten aanzien van de samenwerking tussen alle landen van het Oostelijk Partnerschap inzake verschillende kwesties;

(y) de interregionale handel tussen landen van het Oostelijk Partnerschap te bevorderen, aangezien meer handel met verschillende partners bijdraagt tot de ontwikkeling van de weerbaarheid van landen en hun economieën; een grotere betrokkenheid te bevorderen van de landen van het Oostelijk Partnerschap bij de uitvoering van macroregionale EU-strategieën en efficiënte interregionale en grensoverschrijdende dialoog om de nationale en regionale capaciteit van partners te vergroten en hun sociale en economische ontwikkeling te bevorderen;

(z) electorale hervormingen te bevorderen teneinde vrije, eerlijke, competitieve en transparante verkiezingen te garanderen en te bevorderen dat verkiezingsprocessen, in het bijzonder wat betreft de vaststelling van wijzigingen in verkiezingswetten en wetgeving inzake de financiering van partijen, volledig voldoen aan de internationale normen, de aanbevelingen van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en de adviezen van de Commissie van Venetië; de landen van het Oostelijk Partnerschap te verzoeken ervoor te zorgen dat politieke spelers die niet op één lijn zitten met de huidige regering niet worden geïntimideerd op justitiële, fysieke dan wel institutionele wijze, en hen te verzoeken de vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering, met inbegrip van het recht op vreedzame demonstraties te waarborgen; de landen van het Oostelijk Partnerschap te prijzen die hebben toegezegd democratiserende politieke hervormingen door te zullen voeren en de versterking van het wetgevingskader voor verkiezingen te ondersteunen door middel van inclusieve politieke dialogen;

(a a) te garanderen dat de landen van het Oostelijk Partnerschap tijdens het proces van wijziging van hun wetgeving inzake verkiezingen gelijke mogelijkheden creëren voor de vertegenwoordiging van alle etnische en nationale minderheden;

(a b) te garanderen dat reguliere Europese verkiezingswaarnemingsmissies naar landen van het Oostelijk Partnerschap afreizen om het proces van versterking van de instellingen, het verkiezingsproces en de democratische verantwoording te ondersteunen;

(a c) bij te dragen aan de preventie van de inmenging van derden in politieke, electorale en andere democratische processen van de landen van het Oostelijk Partnerschap, of die inmenging nu is bedoeld om een verkiezing gunstig te laten verlopen voor de voorkeurskandidaat of -partij of om het vertrouwen in het democratische stelsel te ondermijnen, in het bijzonder door middel van desinformatie, onrechtmatige politieke financiering, cyberaanvallen op politieke en media-actoren of door andere illegale praktijken;

(a d) een EU-sanctiemechanisme voor mensenrechten of een “Magnitsky-wet” goed te keuren, die van toepassing moet zijn op personen of entiteiten waarvan wordt vastgesteld dat ze mensenrechten of essentiële vrijheden hebben geschonden doordat zij zich schuldig hebben gemaakt aan arrestaties, ontvoeringen en mishandeling van vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld of andersdenkende activisten en journalisten of aan de gewelddadige onderdrukking van vreedzame protesten, of betrokken zijn bij zaken van corruptie op hoog niveau in de landen van het Oostelijk Partnerschap;

Sectorale samenwerking voor een gemeenschappelijke economische ruimte

(a e) een constante en effectieve uitvoering van de DCFTA’s aan te moedigen teneinde geleidelijk de voorwaarden te creëren om de interne markt van de EU open te stellen; de oprichting te overwegen van een speciale faciliteit voor juridische aanpassing om geassocieerde partners te helpen met het afstemmen van hun wetgeving op het EU-acquis en de inspanningen om deze wetgeving in te voeren te ondersteunen; te onderschrijven dat de uitvoering van de DCFTA’s diverse positieve resultaten heeft opgeleverd, maar dat er nog steeds enkele kwesties zijn waaraan naar behoren aandacht dient te worden besteed;

(a f) het belang op te merken van een verdieping van de economische samenwerking en marktintegratie met de landen van het Oostelijk Partnerschap via een geleidelijke openstelling van de eengemaakte markt van de EU, met inbegrip van de volledige uitvoering van de DCFTA’s en naleving van juridische, economische en technische voorschriften en normen, en door de oprichting van een gemeenschappelijke economische ruimte;

(a g) de mogelijkheid te onderzoeken en ernaar te streven dat de landen van het Oostelijk Partnerschap die hiervoor in aanmerking komen en dit willen, samenwerken met en sectoren geleidelijk en op basis van differentiatie integreren in, onder meer, de energie-unie, de Vervoersgemeenschap en de digitale eengemaakte markt; bijzondere aandacht te besteden aan telecommunicatie en prioriteit toe te kennen aan het zo spoedig mogelijk realiseren van een roamingvrije zone tussen de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap en tussen de landen van het Oostelijk Partnerschap onderling; vertrouwensdiensten op te zetten, met inbegrip van cybercapaciteiten, om kritieke infrastructuur en persoonsgegevens te beschermen en meer samenwerking op het gebied van douane, bankzaken en financiële diensten te bewerkstelligen, wat zou bijdragen tot de strijd van de landen van het Oostelijk Partnerschap tegen het witwassen van geld en het aanscherpen van het financiële toezicht, maar ook zou leiden tot de eventuele uitbreiding van de gemeenschappelijke betalingsruimte voor de euro (SEPA) naar de landen van het Oostelijk Partnerschap;

(a h) instrumenten zoals juridische screening en sectorale stappenplannen in te voeren om te bepalen in welke mate de landen van het Oostelijk Partnerschap bereid zijn te voldoen aan het EU-acquis en te bevestigen dat zij klaar zijn voor gedifferentieerde sectorale integratie;

(a i) de ontwikkeling bevorderen van zowel commerciële als openbare elektronische diensten en de elektronische economie, evenals een breed scala van capaciteiten voor telewerk, teneinde de weerbaarheid en weerstand in crises als pandemieën te vergroten;

(a j) ervoor te zorgen dat de landen van het Oostelijk Partnerschap sterk betrokken zijn bij en een bijdrage leveren aan de strijd tegen klimaatverandering, onder meer door deel te nemen aan de nieuwe Europese Green Deal en door ervoor te zorgen dat de DCFTA’s niet indruisen tegen de klimaatdoelstellingen en de initiatieven die in dat kader worden ontplooid; dergelijke betrokkenheid moet plaatsvinden via de investeringssteun van de EU, met inbegrip van de EBWO en de EIB en onder voorbehoud van een deugdelijke beoordeling van de milieueffecten en de impact op lokale gemeenschappen, met bijzondere aandacht voor de sectoren die mogelijk getroffen zullen worden en die extra steun nodig hebben;

(a k) ervoor te zorgen dat toereikende maatregelen worden genomen en financiering beschikbaar wordt gesteld om het beheer van afvalwater te verbeteren, in overeenstemming met het absorptievermogen van de partnerlanden, en om de energiezekerheid en interconnectiviteit te verbeteren, in het bijzonder bidirectionele gasstromen, energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energie in de landen van het Oostelijk Partnerschap; de belangrijke rol te erkennen die Azerbeidzjan speelt in de diversifiëring van de energielevering aan de EU, evenals het succes dat de Oekraïne heeft behaald met de ontkoppeling van het systeem voor gastransmissie en de inspanningen voor energieonafhankelijkheid en diversifiëring van de toelevering in de andere landen van het Oostelijk Partnerschap te ondersteunen; de landen van het Oostelijk Partnerschap aan te moedigen hun hervormingen in de energiesector te voltooien, in naleving van de wetgeving van de EU, met inbegrip van de wetgeving inzake milieu- en veiligheidsbeleid;

(a l) constante ondersteuning te bieden voor het upgraden van de systemen voor het beheer van vast afval van de landen van het Oostelijk Partnerschap zodat deze voldoen aan de EU-normen, door streefwaarden voor recycling te formuleren en recyclingsystemen op te zetten om die streefwaarden te realiseren; iets te doen aan de negatieve effecten op het milieu en de volksgezondheid van verouderde afvalvoorzieningen en voorzieningen zonder vergunning; financiële instrumenten te identificeren om financiering door de EU en vanuit nationale/lokale fondsen van projecten op het gebied van afvalbeheer te bevorderen;

(a m) te garanderen dat bestaande en nieuwe nucleaire installaties in de landen van het Oostelijk Partnerschap voldoen aan de hoogste milieunormen en normen van nucleaire veiligheid, in overeenstemming met de internationale verdragen; te garanderen dat onveilige energieprojecten zoals de nucleaire installatie Ostrovets geen deel uitmaken van het Europese elektriciteitsnetwerk;

(a n) een breed plan vast te stellen voor de aanleg van infrastructuur, met inbegrip van grensovergangen, en de uitvoering te ondersteunen van de prioritaire projecten die worden aangemerkt in de voorlopige actieplannen voor TEN-T- en andere investeringen, met als doel het verbeteren van de vervoers-, energie- en digitale connectiviteit tussen de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap en de tussen de landen van het Oostelijk Partnerschap onderling en tegelijkertijd de ecologische duurzaamheid tijdens het uitvoeringsproces te garanderen; de convergentie van regelgeving in de vervoerssector aan te moedigen;

(a o) de landen van het Oostelijk Partnerschap in samenwerking met de Commissie aan te sporen de kansen die zijn gemoeid met het actieplan voor investeringen in het trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-T) volledig te benutten; te onderstrepen dat het noodzakelijk is het connectiviteitspotentieel van de Zwarte Zee beter te benutten en infrastructuurprojecten te ondersteunen die van cruciaal belang zijn om de connectiviteit met de regio en met Centraal Azië te verbeteren; in dit verband te onderkennen dat de landen van het Oostelijk Partnerschap een strategische geografische ligging hebben en als brug kunnen fungeren tussen de Europese Unie, Azië en het bredere nabuurschap, hetgeen toegevoegde waarde zou kunnen opleveren voor het optreden van de EU in het kader van haar buitenlandse beleid;

(a p) de ambitieuze strategie van de EU voor Centraal-Azië uit te voeren met de actieve betrokkenheid van de landen van het Oostelijk Partnerschap, als betrouwbare partners die rechtstreekse toegang tot deze regio hebben;

(a q) te garanderen dat de financiële steun van de EU voor infrastructuur- en investeringsprojecten in de landen van het Oostelijk Partnerschap wordt gewaarborgd in het MFK, zodat zij beter bestand zijn tegen cyberaanvallen en hun onderwijs kunnen verbeteren en moderniseren; actieve maatregelen te treffen om het absorptievermogen van de landen van het Oostelijk Partnerschap te verbeteren; de ervaring met het investeringskader voor de Westelijke Balkan toe te passen om financiële en technische bijstand aan te trekken en te coördineren en de efficiëntie van infrastructuurprojecten te verhogen;

(a r) prioriteit toe te kennen aan de behoefte aan duurzame en geloofwaardige investeringen in landen van het Oostelijk Partnerschap door een strategie te formuleren voor betrokkenheid op de lange termijn waarin de nadruk niet alleen ligt op stabilisatie, maar met ook op democratisering;

(a s) de benadering die door de EU wordt gehanteerd om het herstel van de Oekraïense economie te ondersteunen, uit te breiden naar andere geassocieerde partners, onder meer door middel van op maat gemaakte en flexibele macrofinanciële bijstand en instrumenten en de betrokkenheid en coördinatie van internationale financiële instellingen en donors, en door het verbeteren van het klimaat voor buitenlandse directe investeringen (FDI), met inachtneming van de sociale, arbeids- en milieurechten; van de bevordering van BDI uit de EU een centraal aspect te maken van het OP-beleid en hiertoe een actieplan te formuleren om het zakelijke klimaat verder te verbeteren en rechtszekerheid te waarborgen;

(a t) meer diversifiëring en het concurrentievermogen van de economieën van de landen van het Oostelijk Partnerschap te ondersteunen, door middel van meer steun aan kmo’s, demonopolisering, de-oligarchisatie en privatisering, door de reikwijdte, geografische dekking en relevantie voor de behoeften van de ontvangers van programma’s als EU4Business te vergroten en te verbreden; in het bijzonder kredieten te verstrekken aan kmo’s in lokale valuta, nieuwe initiatieven te ontwikkelen die zijn bedoeld om durfkapitaal aan te trekken voor de landen van het Oostelijk Partnerschap en constante ondersteuning te bieden voor de ontwikkeling van op export gerichte sectoren;

(a u) iets te doen aan de kloof tussen stedelijke en plattelandsgebieden in de landen van het Oostelijk Partnerschap door middel van effectieve financiële en technische stimuleringsmaatregelen voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, kleinschalige landbouwers en familiebedrijven in plattelands- en voorstedelijke gebieden en door de verbindingen tussen mensen en infrastructuur tussen steden en het platteland te verbeteren teneinde de sociale samenhang te bevorderen;

Het menselijk kapitaal vergroten

(a v) de verhoging van de arbeidsmobiliteit tussen de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap en tussen deze landen onderling te bevorderen, met een sterke nadruk op de legaliteit en duurzaamheid van het proces, waarbij de uitwisseling van vaardigheden en ervaringen mogelijk wordt gemaakt en een braindrain en lokale arbeidstekorten worden voorkomen; in dit verband een volledige inventaris op te maken van de geslaagde invoering van visumvrije regelingen met de drie geassocieerde landen;

(a w) rekening te houden met de uitdagingen waarmee de landen van het Oostelijk Partnerschap worden geconfronteerd als gevolg van de braindrain en deze uitdagingen aan te pakken door kwalitatief hoogwaardige en inclusieve onderwijs-, beroepsopleidings- en andere opleidingsprogramma’s te bevorderen en werkgelegenheid te scheppen teneinde jongeren en gezinnen in hun lokale gemeenschappen sociaal-economische vooruitzichten te bieden;

(a x) iets te doen aan de gevolgen van ontvolking en migratie in de landen van het Oostelijk Partnerschap door hen te betrekken bij de Europese migratieagenda;

(a y) actieplannen per land te lanceren en te ondersteunen om de werkloosheid en sociale en regionale verschillen aan te pakken; te investeren in jongeren, ondernemerschap te bevorderen en nieuwe programma’s en maatregelen te ontwikkelen om jonge professionals te motiveren terug te keren naar de arbeidsmarkt van de landen van het Oostelijk Partnerschap;

(a z) de landen van het Oostelijk Partnerschap aan te moedigen te streven naar uitgebreide hervormingen van het arbeidsbeleid teneinde de arbeidsomstandigheden en rechten van werknemers te verbeteren; een actieplan te ontwikkelen om illegale arbeid te bestrijden, de oprichting van volwaardige vakbonden te ondersteunen en aan te dringen op de omzetting van de IAO-verdragen in de nationale wetgeving en op de uitvoering ervan;

(b a) iets te doen aan de tekortkomingen in de uitvoering van de toezeggingen met betrekking tot sociaal beleid en arbeidsrechten en de arbeidsmarkt van de EU te beschermen tegen sociale dumping; niet alleen te controleren of relevante EU-richtlijnen en -normen zijn omgezet in de nationale wetgeving, maar ook of ze daadwerkelijk worden toegepast; samen met de landen van het Oostelijk Partnerschap een regeling op te zetten voor toezicht op fundamentele arbeidsrechten en hier vakbonden en organisaties van het maatschappelijk middenveld bij te betrekken; de betaling van macrofinanciële bijstand te gebruiken om af te dwingen of als voorwaarde te stellen dat de landen van het Oostelijk Partnerschap hun arbeidsomstandigheden verbeteren;

(b b) ondersteuning te bieden voor onderwijshervormingen in de bereidwillige landen van het Oostelijk Partnerschap, aangezien dit van cruciaal belang is voor hun toekomst, met onder meer als doel iets te doen aan de kloof tussen de hervormingen van het onderwijsstelsel en de vraag op de arbeidsmarkt, en beroepsopleiding te bevorderen; het belang te onderkennen van grensoverschrijdende mobiliteit voor het versterken van de contacten tussen mensen, en de financiering voor en de deelname van de landen van het Oostelijk Partnerschap aan onderwijs- en uitwisselingsprogramma’s en programma’s voor de verbetering van beroepsvaardigheden zoals Erasmus+ en Creatief Europa uit te breiden en het vermogen van de landen van het Oostelijk Partnerschap om deel te nemen aan Horizon Europa te versterken;

(b c) de academische en educatieve samenwerking tussen de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap en ook tussen de landen van het Oostelijk Partnerschap onderling te versterken door: (i) een regionaal programma op te zetten voor de ondersteuning van centra voor academische topkwaliteit en onderzoek van topkwaliteit in de regio; (ii) een Universiteit van het Oostelijk Partnerschap op te richten in Oekraïne; (iii) gerichte programma’s op te zetten bij gespecialiseerde universiteiten en een elektronisch onderwijsplatform die gericht zijn op Europese waarden en de rechtsstaat, goed bestuur, bestuurskunde en het uitbannen van corruptie in de landen van het Oostelijk Partnerschap; en (iv) een forum te verschaffen voor de gezamenlijke opleiding van ambtenaren uit de landen van het Oostelijk Partnerschap, ook op het niveau van regionale en lokale overheden;

(b d) een proefproject te lanceren voor de oprichting van een open wetenschaps- en innovatiecentrum van het Oostelijk Partnerschap, een netwerk van thematische competentiecentra in elk land van het Oostelijk Partnerschap die ondersteuning en diensten op het gebied van onderzoek en innovatie bieden;

(b e) ervoor te zorgen dat alle EU-steunprogramma’s een consequente dimensie gendergelijkheid en mensenrechten bevatten en gericht zijn op de meest achtergestelde en kwetsbaarste groepen in de samenleving, met inbegrip van etnische en andere minderheden zoals Roma, vluchtelingen en intern ontheemden uit gebieden waar gewelddadige conflicten gaande zijn; initiatieven voor de politieke en sociaaleconomische empowerment van die groepen te versterken en hun toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en fatsoenlijke huisvesting te verbeteren;

(b f) te garanderen dat de EU-steun en programma’s de lokale niveaus bereiken, ook in de afgelegen delen van de landen van het Oostelijk Partnerschap, in het bijzonder op plattelandsgebieden, om de inwoners in staat te stellen positieve veranderingen te bewerkstelligen in hun gemeenschappen, in het bijzonder de gemeenschappen die kwetsbaarder zijn voor post-Sovjet-sentimenten en manipulatie door Rusland;

(b g) sterk aan te dringen op de non-discriminatie van LGBTI+-personen, hun wettelijke bescherming tegen discriminatie en de vervolging van alle gevallen van misbruik, haatzaaien en fysiek geweld tegen hen; de geassocieerde landen van het Oostelijk Partnerschap te erkennen die hun juridische kader overeenkomstig hebben afgestemd;

(b h) de vrijheid van geloof en meningsuiting en het recht op informatie in de moedertaal die alle burgers hebben te ondersteunen; haatzaaien en discriminatie op basis van etniciteit of taal, evenals nepnieuws en misinformatie gericht tegen etnische en nationale minderheden te veroordelen en te bestrijden;

(b i) het fundamentele recht op vrijheid van godsdienst en geloof te waarborgen door de rechten van alle in de regio aanwezige religieuze segmenten te beschermen en bevorderen op basis van het concept van volledig en gelijkwaardig staatsburgerschap;

(b j) de dialoog en samenwerking te versterken met kerken en religieuze gemeenschappen en organisaties op gebieden als vredesopbouw en verzoening en zodoende het vertrouwen in een rechtvaardige en vrije maatschappij en onderwijs, gezondheidszorg en elementaire sociale diensten versterken;

Veiligheid, stabiliteit, territoriale integriteit en conflictoplossing

(b k) te erkennen dat de EU door politieke, culturele en economische investeringen te doen in de landen van het Oostelijk Partnerschap investeert in de veiligheid en stabiliteit van de regio;

(b l) te onderkennen dat de EU en het Oostelijk Partnerschap voor hun veiligheid steeds meer van elkaar afhankelijk zijn en te onderkennen dat veiligheid, stabiliteit en vrede van belang zijn voor de toekomstige ontwikkeling van de landen van het Oostelijk Partnerschap, in aanmerking genomen dat derde landen zoals China, Turkije en bepaalde Golfstaten interesse en ambities hebben getoond met betrekking tot deze landen en dat zij niet per definitie de waarden en belangen van de EU delen; de samenwerking tussen de EU en het Oostelijk Partnerschap op het gebied van veiligheid en defensie te intensiveren door bijzondere aandacht te schenken aan de vreedzame oplossing van regionale conflicten en het voorkomen en oplossen van de nieuwe soorten uitdagingen als hybride bedreigingen, cyberaanvallen, met inbegrip van cyberinmenging in verkiezingen, desinformatie- en propagandacampagnes en de inmenging van derden in politieke, electorale en andere democratische processen; de samenwerking en steun in verband met de weerbaarheid van de landen van het Oostelijk Partnerschap tegen corruptie, het witwassen van geld, terrorisme en georganiseerde misdaad in het algemeen te versterken en te wijzen op de noodzaak van het versterken van de weerbaarheid van personen, gemeenschappen en overheidsinstanties;

(b m) het belang dat de EU hecht aan de soevereiniteit, territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid van alle landen van het Oostelijk Partnerschap binnen hun internationaal erkende grenzen opnieuw te onderstrepen en hun inspanningen om deze beginselen volledig te handhaven, te ondersteunen; in dit opzicht het belang te onderstrepen van eenheid en solidariteit onder de lidstaten;

(b n) de aanhoudende schendingen door de Russische Federatie van de fundamentele beginselen en normen van het internationaal recht in de regio van het Oostelijk Partnerschap, en met name de destabilisatie, inval, de bezetting en annexatie van grondgebied van verschillende landen van het Oostelijk Partnerschap en de weigering van de Russische Federatie om te voldoen aan de beslissingen van internationale tribunalen en gerechten, met klem te veroordelen; het beleid van de EU-lidstaten naar de Russische Federatie toe beter te coördineren, met name als het gaat om de betrokkenheid bij kwesties die verband houden met de landen van het Oostelijk Partnerschap;

(b o)  op te roepen tot de onmiddellijke terugtrekking van buitenlandse troepen van alle bezet grondgebied en tot de beëindiging van de vijandigheden, die onnodige doden onder burgers en soldaten opleveren en de sociaaleconomische ontwikkeling afremmen, zodat honderdduizenden binnenlands ontheemden weer naar huis terug kunnen keren;

(b p) een actievere rol voor de EU te ontwikkelen, vertegenwoordigd door de vicevoorzitter van de Europese Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, bij de vreedzame oplossing van de huidige conflicten en de voorkoming van eventuele toekomstige conflicten in haar Oostelijk Nabuurschap en hierbij de overeengekomen formats en processen voor onderhandeling zoals het internationaal overleg van Genève, de Minskgroep van de OVSE, het Normandiëkwartet en de 5+2-besprekingen te erkennen; een bijzondere EU-gezant voor de Krim en het Donetsbekken te benoemen;

(b q) door te gaan met het bevorderen van een klimaat dat gunstig is voor de oplossing van conflicten en activiteiten te ondersteunen die het vertrouwen en de contacten tussen mensen in door conflicten verdeelde gemeenschappen bevorderen; prioriteit toe te kennen aan preventieve vredesopbouw, met inbegrip van preventieve diplomatie, evenals mechanismen voor vroegtijdige waarschuwing en actie, en de financiering hiervoor te vergroten;

(b r) opnieuw steun te betuigen voor de inspanningen van de medevoorzitters van de Minskgroep van de OVSE om het conflict in Nagorno-Karabach op te lossen en voor hun elementaire beginselen uit 2009, met het oog op het bereiken van een oplossing op basis van de normen en beginselen van het internationale recht, het VN-Handvest en de Slotakte van Helsinki van de OVSE uit 1975; alle partijen aan te moedigen de dialoog te intensiveren en zich te onthouden van opruiende retoriek die de kans op een oplossing verkleint;

(b s) actie te ondernemen om doeltreffende activiteiten en de uitvoering van een volledig mandaat te garanderen voor de volgende lopende EU-missies in de regio van het Oostelijk Partnerschap, met inbegrip van de coördinatie van hun activiteiten: de EU-waarnemingsmissie in Georgië, de EU-adviesmissie in Oekraïne, de EU-missie voor bijstandverlening inzake grensbeheer in Moldavië en Oekraïne, en de missie van de bijzondere EU-vertegenwoordiger voor de Zuid-Kaukasus en de crisis in Georgië;

(b t) rekening te houden met de verzoeken van de Oekraïense regering om een uitgebreide internationale vredesmacht te stationeren langs de Oekraïens-Russische grens en in de districten Loehansk en Donetsk; zodra de situatie dit toelaat een door de EU geleide GVDB-missie aan te bieden aan de bij het conflict betrokken partijen, als onderdeel van de volledige uitvoering van de akkoorden van Minsk, waarbij deze missie ondersteuning biedt bij taken als het opruimen van mijnen, hulp bij de voorbereiding van lokale verkiezingen en het garanderen van onbelemmerde toegang voor humanitaire hulporganisaties;

(b u) de vrijheid van scheepvaart te ondersteunen en ernstig bezwaar te maken tegen de blokkade van de Zee van Azov en de aanhoudende geleidelijke annexatie van de Zwarte Zee door de Russische Federatie;

(b v) de unieke ervaring en deskundigheid van de landen van het Oostelijk Partnerschap te onderkennen; te onderkennen dat de landen van het Oostelijk Partnerschap een bijdrage leveren aan missies, gevechtsgroepen en operaties in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB); de hervorming van de veiligheidssector (SSR) te blijven ondersteunen; de samenwerking op het gebied van aan de EU gerelateerd defensiebeleid te verdiepen, met inbegrip van deelname aan PESCO, zodra de kwestie van deelname van derde landen is opgelost;

(b w) te onderkennen dat cyberbeveiliging een van de terreinen is waarop de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap effectiever kunnen samenwerken en te onderkennen dat de EU kan profiteren van de ervaring van de landen van het Oostelijk Partnerschap bij de bestrijding van hybride bedreigingen en bedreigingen van de cyberveiligheid; een formele cyberdialoog op te zetten met de geïnteresseerde landen van het Oostelijk Partnerschap en platforms voor samenwerking tussen de landen in de regio van het Oostelijk Partnerschap te bevorderen om doeltreffender korte metten te maken met hybride dreigingen, met de intentie de weerbaarheid van deze landen te vergroten, in het bijzonder naar aanleiding van de grootschalige cyberaanval door de Russische Federatie op Georgië in oktober 2019;

(b x) de betrokkenheid van derde landen bij het ondermijnen van de democratische orde van de landen van het Oostelijk Partnerschap, het beïnvloeden van de verkiezingen, de verspreiding van desinformatie en het voeren van gerichte desinformatiecampagnes te veroordelen;

(b y) de samenwerking voor het opbouwen van de maatschappelijke en institutionele weerbaarheid van de landen van het Oostelijk Partnerschap te versterken met een sterke nadruk op het bestrijden van desinformatie, propaganda, manipulatie en vijandige beïnvloeding door externe krachten waarmee wordt gepoogd de landen van het Oostelijk Partnerschap te verdelen en te destabiliseren en hun politieke processen en betrekkingen met de EU te ondermijnen; de geïnteresseerde landen van het Oostelijk Partnerschap te helpen bij de activiteiten die op EU-niveau worden ondernomen om de bovengenoemde vijandelijkheden tegen te gaan, waaronder de toepassing van goede praktijken en oplossingen zoals het actieplan tegen desinformatie en de EU-praktijkcode betreffende desinformatie, ook door gebruik te maken van de expertise van het Helsinki European Centre of Excellence for Countering Hybrid Threats, het Riga NATO StratCom Centre of Excellence en de EU East StratCom Task Force;

(b z) geïntegreerd grensbeheer en samenwerking op dit gebied tussen de EU en de geassocieerde landen te bevorderen en stappen voorwaarts te maken met de samenwerking op het gebied van wetshandhaving;

(c a) verdere samenwerking tussen de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap met het oog op de bevordering van internationale stabiliteit en veiligheid, in overeenstemming met de integrale EU-strategie te verwelkomen en nieuwe vormen van vrijwillige samenwerking voor te stellen op het gebied van veiligheid en defensie en dit in de nabije toekomst als gebied van ambitie te beschouwen aangezien de EU ernaar streeft geleidelijk een Europese defensie-unie op te richten;

(c b) O&O en industriële samenwerking tussen de EU-lidstaten en de landen van het Oostelijk Partnerschap te bevorderen op het gebied van de ontwikkeling van wapens en militaire technologie en capaciteiten;

(c c) te erkennen dat elke vorm van afwezigheid van de EU of passiviteit jegens haar oostelijke partners ruimte zal creëren die kan worden benut door andere spelers op het wereldtoneel; de samenwerking te vergroten of een forum op te richten van gelijkgezinde democratische bondgenoten en internationale spelers teneinde de negatieve invloed van derden in de regio van het Oostelijk Partnerschap af te zwakken en tegen te gaan;

Lokale en regionale autoriteiten en het maatschappelijk middenveld

(c d) rekening te houden met de bijdrage van actoren en organisaties van het maatschappelijk middenveld van de landen van het Oostelijk Partnerschap aan de democratiserings- en hervormingsprocessen in hun landen en de gehele regio van het Oostelijk Partnerschap en bij de regeringen in de landen van het Oostelijk Partnerschap aan te dringen op meer openheid en betrokkenheid naar hen toe, en in het bijzonder een zinvollere en doeltreffendere betrokkenheid bij de beleidsvormingsprocessen;

(c e) een brede dialoog te blijven onderhouden met de actoren van het maatschappelijk middenveld van de landen van het Oostelijk Partnerschap en de EU-steun voor de activiteiten van democratisch georiënteerde maatschappelijke organisaties uit te breiden door hun activiteiten te ondersteunen en hun werkomgeving te waarborgen;

(c f) de inspanningen van de EU op te schalen om de betrokkenheid bij en steun voor initiatieven aan de basis in regio’s en plattelandsgebieden te verhogen teneinde de organisatorische en toezichtcapaciteiten van het maatschappelijk middenveld en lokale democratische praktijken te ontwikkelen;

(c g) het vermogen van het maatschappelijk middenveld in het Oostelijk Partnerschap te vergroten om te fungeren als waakhond voor hervormingen en om de respectievelijke overheidsinstellingen tot de verantwoording te roepen, door de bureaucratie terug te dringen en hun aanwezigheid te garanderen in trilaterale bijeenkomsten, met inbegrip van alle mensenrechtendialogen en in associatie- en samenwerkingsraden;

(c h) samenwerking te bevorderen tussen het maatschappelijk middenveld in de landen van het Oostelijk Partnerschap door een regionaal centrum op te richten om hun competenties te vergroten en beste praktijken en werkwijzen uit te wisselen, in het kader van het nieuwe project van de universiteit van het Oostelijk Partnerschap in Oekraïne;

(c i) structurele financiële ondersteuning en ondersteuning voor capaciteitsontwikkeling te blijven bieden aan organisaties die onafhankelijke prodemocratische spelers in het maatschappelijk middenveld bijstaan; erop aan te dringen dat programma’s van de EU en van de EU-lidstaten en onafhankelijke programma’s die democratie, mensenrechten en de rechtsstaat bevorderen, met inbegrip van het Europees Fonds voor Democratie, vrij moeten kunnen blijven opereren, zonder intimidatie of juridische beperkingen; alle mogelijke maatregelen te treffen om te voorkomen dat onafhankelijke ngo’s worden weggedrukt doordat er juridische beperkingen en financiële barrières worden opgelegd, wettelijke bepalingen selectief worden toegepast of er meer door de overheid georganiseerde ngo’s bijkomen;

(c j) bewustzijn te kweken omtrent de aanvallen op burgeractivisten in de landen van het Oostelijk Partnerschap door extremistische stromingen en ook door autoriteiten, die de EU-waarden, internationale mensenrechtennormen en gezamenlijke verplichtingen op grond van het EVRM ondermijnen;

(c k) de ondersteuning en initiatieven van de EU op te schalen om de lokale autoriteiten en hun verenigingen te versterken en hen in staat te stellen de nationale hervormingen op lokaal niveau uit te voeren; de rol van lokale overheden als beleidsmakers en besluitvormers te bevorderen en te stimuleren dat centrale en lokale overheden regelmatig uitwisselingen houden over de hervormingsagenda’s, met actieve en inclusieve deelname van het maatschappelijk middenveld en andere relevante belanghebbenden;

(c l) stappenplannen en indicatoren per land te ontwikkelen voor contacten met lokale en regionale overheden, door voorbeelden te volgen van vergelijkbare contacten met het maatschappelijk middenveld;

(c m) bij de vorming en uitvoering van beleid voor het Oostelijk Partnerschap de vertegenwoordiging uit te breiden van de Conferentie van lokale en regionale overheden van het Oostelijk Partnerschap (Corleap) en haar vermogen te vergroten om lokale en regionale overheden te ondersteunen door middel van substantiële acties; in samenwerking met Corleap en het Europees Comité van de Regio’s een programma voor capaciteitsopbouw te ontwikkelen voor lokale en regionale overheden in de landen van het Oostelijk Partnerschap, met systematische stappen om de rol van deze autoriteiten te vergroten;

(c n) de substantiële deelname aan te moedigen van burgers van het Oostelijk Partnerschap aan door de EU gefinancierde projecten en hun beheer, in overeenstemming met een “bottom-up”-benadering op basis van EU-waarden en -normen;

Beter beheer van media, communicatie en beleid

(c o) te onderkennen dat de afwezigheid van een gedegen communicatie- en informatiecampagne terwijl de landen van het Oostelijk Partnerschap worden blootgesteld aan een golf van desinformatie ertoe kan leiden dat de decennialange inspanningen, investeringen en verworvenheden van dit partnerschap verloren gaan; daarom de inspanningen op het gebied van strategische communicatie te intensiveren en in een open dialoog met burgers de zichtbaarheid van de door de EU verleende ondersteuning in de landen van het Oostelijk Partnerschap te vergroten, zowel op nationaal als op lokaal niveau; hiertoe contact te leggen met mensen in kleine gemeenschappen en plattelandsgebieden, zakelijke en gemeenschapsleiders, diasporagemeenschappen en nationale minderheden, naast de segmenten die al EU-gezind zijn;

(c p) anti-EU-desinformatie en -propaganda te bestrijden door de weerbaarheid met betrekking tot informatie en het bewustzijn van de burgers van het de EU en het Oostelijk Partnerschap over het Oostelijk Partnerschap en de kansen en voordelen die dit partnerschap oplevert, te vergroten, in het bijzonder de voordelen en kansen die voortvloeien uit een nauwe politieke en economische samenwerking tussen de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap en de uitvoering van de associatieovereenkomst of DCFTA, en deze voordelen en kansen te koppelen aan economische groei en meer handel;

(c q) de bestaande EU-structuren als de East StratCom Task Force van de EDEO efficiënter te benutten om desinformatie- en propagandacampagnes die de betrekkingen tussen de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap en de doelstellingen daarvan ondermijnen, te detecteren en erop te reageren;

(c r) de EU-delegaties in de landen van het Oostelijk Partnerschap te versterken en hen in staat stellen de landen van het Oostelijk Partnerschap te helpen bij de voltooiing van de hervormingen en beter te communiceren hoe de EU burgers daar helpt; meer horizontale koppelingen tot stand te brengen en de samenwerking tussen EU-delegaties te bevorderen en regelmatige uitwisselingen van informatie, expertise en succesvolle werkwijzen aan te moedigen;

(c s) en actievere rol van de liaisonbureaus van de EU in de lidstaten te waarborgen door ervoor te zorgen dat zij het belang van de landen van het Oostelijk Partnerschap voor het Europese project onderstrepen;

(c t) het delen van informatie tussen de instellingen van de EU, vooral de Europese Commissie en de EDEO, te verbeteren en het institutionele geheugen te koesteren, in het bijzonder als het gaat om vergeven steun en uitgevoerde technische-bijstandsprojecten, teneinde voort te borduren op de behaalde resultaten wanneer er nieuwe projecten en programma’s worden gelanceerd;

(c u) de vruchten te plukken van het programma Jonge Ambassadeurs en de beurzen van het Forum van het maatschappelijk middenveld van het Oostelijk Partnerschap door een actief netwerk van oud-leerlingen op te zetten op basis van bestaande succesvolle modellen;

(c v) vrije media en vrijheid van meningsuiting te bevorderen als fundamenteel beginsel, en daarom in de landen van het Oostelijk Partnerschap een democratisch, onafhankelijk, pluralistisch en evenwichtig medialandschap te steunen waardoor de bescherming van lokale journalisten, opiniemakers en dissidenten tegen pesterijen en intimidatie wordt gewaarborgd, niet-discriminerende toegang tot online- en offline-informatie en zinvolle burgerparticipatie mogelijk worden gemaakt en de mensen- en civiele rechten worden gewaarborgd en gegarandeerd;

(c w) de inspanningen te intensiveren om de lokale strijd tegen nepnieuws, hybride oorlogvoering in communicatie en de verschraling van mediaprogramma’s te steunen, die factoren zijn die de strijd tegen corruptie en tegen de verspreiding van onjuiste informatie voor economische of politiek gewin kunnen ondermijnen; de ontwikkeling voort te zetten van acties om de volledige transparantie met betrekking tot het eigendom van media te waarborgen; het lokale officiële toezichthoudende agentschap in elk land van het Oostelijk Partnerschap constant te helpen en monitoren;

(c x) programma’s en hervormingen met betrekking tot media- en informatiegeletterdheid te ondersteunen, gezien het belang van deze vaardigheden in het huidige digitale tijdperk;

(c y) het uitzenden van Europese mediaproducties in de landen van het Oostelijk Partnerschap en de producties van de landen van het Oostelijk Partnerschap in de EU te bevorderen om de culturele verschillen tussen de Europese Unie en deze landen, die zijn veroorzaakt door de geschiedenis en het in het laatste decennium verspreide nepnieuws, te overbruggen; de lokale media te ondersteunen bij het verkrijgen van toegang tot Europese mediaprogramma’s en initiatieven voor nauwe samenwerking tussen media uit de Europese Unie en het Oostelijk Partnerschap;

(c z) het misbruik door autoriteiten van aan de pandemie verwante maatregelen als manier om de politieke oppositie, het maatschappelijk middenveld en de media monddood te maken door hun legitieme rechten te beperken, te veroordelen;

(d a) de gemeenschappelijke inspanningen van de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap op het gebied van contacten tussen personen en uitwisselingen om een wederzijds positief beeld te stimuleren onder de bevolking te versterken en, indien mogelijk, uit te breiden, en te profiteren van het pro-Europese sentiment onder de burgers van het Oostelijk Partnerschap;

(d b) inclusieve en participatieve platforms voor dialoog en samenwerking te bevorderen die belanghebbenden van verschillende sectoren en niveaus samenbrengen, waaronder beleidsmakers, economische spelers, academici, het maatschappelijk middenveld, en ook kerken, religieuze gemeenschappen en burgers met minder kansen, teneinde polariserende en extremistische tendensen in de politiek en maatschappij te kenteren en de effecten van desinformatie- en propagandacampagnes te beperken;

2. verzoekt zijn Voorzitter deze aanbeveling te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid.


BRIEF VAN DE COMMISSIE INTERNATIONALE HANDEL

 

David McALLISTER

Commissie buitenlandse zaken

Voorzitter

 

 

 

Betreft: Advies van INTA bij het verslag van AFET over het Oostelijk Partnerschap

 

Geachte heer McAllister,

 

In mijn hoedanigheid van rapporteur voor advies van INTA bij het verslag van AFET getiteld “Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over het Oostelijk Partnerschap, in de aanloop naar de top van juni 2020” richt ik mij tot u met dit schrijven.

 

Volgens de planning zou de commissie INTA in maart stemmen over dit advies, maar gezien de uitzonderlijke omstandigheden in verband met COVID-19 zijn de oorspronkelijk geplande gewone vergaderingen geannuleerd. Op grond van de momenteel beschikbare informatie zal INTA mogelijk geen stemming over een formeel advies kunnen houden vóór de goedkeuring van het verslag als gepland door de commissie AFET.

 

Gezien de uiterst beperkte vergadermogelijkheden enerzijds en de politieke prerogatieven van AFET in verband met een tijdige input van het Parlement in de voorbereidingen voor de top anderzijds, hebben de INTA-coördinatoren op hun vergadering van 1 april besloten uitzonderlijk in te stemmen met een presentatie van het standpunt van INTA in de vorm van compromisamendementen (overeengekomen door de fracties) die door middel van een brief worden toegezonden aan AFET, op voorwaarde dat deze brief in wezen wordt behandeld als een advies en naar behoren in aanmerking wordt genomen.

 

Daarom vraag ik u deze brief te delen met uw rapporteur en de bijgevoegde amendementen in overweging te nemen als bijdrage van INTA aan het AFET-verslag over het Oostelijk Partnerschap. Gezien deze uitzonderlijke omstandigheden reken ik erop dat u deze brief dienovereenkomstig behandelt tijdens de stemmingsprocedure van uw commissie.

 

Hoogachtend,

 

 

Markéta GREGOROVÁ

 

 

Cc: Bernd LANGE, voorzitter INTA

 Petras AUŠTREVIČIUS, rapporteur AFET

 

Bijlage: Standpunt van INTA in de vorm van een brief

Aanbeveling aan de Raad, de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over het Oostelijk Partnerschap, in de aanloop naar de top van juni 2020

 

Standpunt van INTA in de vorm van een brief

(Rapporteur voor advies INTA: Markéta Gregorová)

 

1. benadrukt dat het Oostelijk Partnerschap (OP) een belangrijk onderdeel vormt van het EU-Nabuurschapsbeleid en gericht is op politieke associatie, teneinde te zorgen voor meer economische integratie, welvaart te bevorderen en een platform te creëren om gemeenschappelijke uitdagingen aan te gaan, met inbegrip van duurzame ontwikkeling;

2. herinnert eraan dat het Parlement beoogt de sociale en economische integratie van de OP-landen te versterken en dat inclusieve economische ontwikkeling de gemeenschappelijke doelstelling blijft; acht het met het oog hierop belangrijk om extra marktkansen te creëren zoals toegang tot diensten en meer digitale economie en connectiviteit, met name voor openbare aanbestedingen en energie- en vervoersinfrastructuur; benadrukt dat projecten in de energiesector, met name projecten waarbij de EIB, de EBWO en andere openbare financiële instellingen betrokken zijn, moeten voldoen aan de klimaatdoelstellingen en in overeenstemming moeten zijn met de EU-milieuwetgeving, met name wat betreft het behoud van de biodiversiteit en raadplegingen over projecten die gevolgen hebben voor beschermde gebieden, waarbij tevens het standpunt van de lokale gemeenschap moet meewegen; benadrukt dat het in het kader van de connectiviteitsstrategie van de EU noodzakelijk is om hoge prioriteit aan de OP-regio te geven en merkt in dit verband op dat het belangrijk is groei van de ICT-sector en ambitieuze infrastructuur te ondersteunen; dringt er bij de OP-landen en de Unie op aan de financiering van de noodzakelijke hervormingen samen ter hand te nemen, hetgeen hun wederzijdse betrekkingen verder kan verdiepen, zowel bilateraal als multilateraal;

3.  merkt op dat problemen zoals een hoge mate van corruptie, bankfraude, de invloed van oligarchen, de informele economie en slecht bestuur in de OP-landen aanleiding geven tot bezorgdheid; dringt er bij de OP-landen op aan de rechtsstaat te verbeteren, deze problemen aan te pakken en illegale handel tegen te gaan; moedigt de ontwikkeling van Europees beleid aan dat de OP-landen ondersteunt bij de kwalitatieve verbetering van het bestuur en bij de modernisering van de samenleving; verzoekt de OP-landen te waarborgen dat de mensenrechten en de democratie ten volle geëerbiedigd worden; benadrukt dat de voortzetting van justitiële hervormingen, het terugdringen van corruptie, de toepassing van Europese normen, waarborging van de concurrentie en verbetering van het ondernemingsklimaat essentieel zijn om economische belanghebbenden, waaronder investeerders, meer zekerheid en veiligheid te bieden, zodat het aantal investeringen toeneemt en het volledige potentieel van economische ontwikkeling beter gerealiseerd kan worden; wijst erop dat de associatieovereenkomsten en de diepe en brede vrijhandelsovereenkomsten met Georgië, Moldavië en Oekraïne, en de brede en versterkte partnerschapsovereenkomst met Armenië als stappenplannen voor hervormingen fungeren;

4.  benadrukt het belang van de diepe en brede vrijhandelsruimten (DCFTA’s), de brede economische partnerschapsovereenkomsten en de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomsten tussen OP-landen en de EU, en het belang van volledige tenuitvoerlegging ervan; dringt er bij de EU op aan de tenuitvoerlegging ervan nauwlettend te volgen en te steunen middels gecoördineerde bijstand, bevordering van duurzame ontwikkeling, verwezenlijking van de doelen inzake duurzame ontwikkeling van de VN vóór 2030, met inbegrip van economische ontwikkeling, en economische hervormingen te steunen, alsmede ingrijpende hervormingen in de financiële en banksector om witwassen en belastingontduiking te bestrijden; dringt er bij de EU op aan ervoor te zorgen dat de DCFTA’s niet indruisen tegen de klimaatdoelstellingen en initiatieven die worden ontplooid in het kader van de Europese Green Deal; herinnert eraan dat de DCFTA’s altijd krachtige, bindende en te handhaven hoofdstukken inzake duurzame ontwikkeling moeten bevatten, die volledig in overeenstemming zijn met internationale toezeggingen, met name de Overeenkomst van Parijs, en waarin de WTO-regels worden nageleefd; benadrukt hoe belangrijk het is dat de EU de OP-landen ondersteunt bij de verwezenlijking van deze doelen; verwacht dat de verdieping van de handelsbetrekkingen met de EU door het sluiten van de DCFTA en door de omvangrijkere handelsstromen op korte termijn zal bijdragen aan het voorkomen van een plotselinge economische neergang in de OP-landen, en op lange termijn gunstige effecten kan hebben;

5.  verzoekt de Europese Commissie de hervormingen in de OP-landen te blijven ondersteunen met bijkomende technische en financiële bijstand om het kader voor buitenlandse investeringen te verbeteren, met name wat betreft voorspelbaarheid, zekerheid en bescherming van beleggers en om bij te dragen tot duurzame langetermijninvesteringen in het OP; benadrukt in dit opzicht het belang van economische diversificatie en het ondersteunen van een gunstig ondernemingsklimaat voor kmo’s voor de ontwikkeling van het innovatievermogen van de regio in diverse economische sectoren; verzoekt de Commissie na te gaan hoe de sectorale samenwerking kan worden versterkt op het gebied van onderwijs en onderzoek, innovatie, de ICT-sector en digitalisering, alsook groene technologieën, teneinde knowhow en beste praktijken te delen; onderstreept het belang van gerichte programma’s voor jongeren in de OP-landen, teneinde hun kansen op de arbeidsmarkt te verbeteren, fatsoenlijke banen te creëren en mobiliteit en cirkelmigratie te bevorderen;

6.  verzoekt de Commissie zo spoedig mogelijk een effectbeoordeling achteraf op te stellen van de handels- en associatieovereenkomsten tussen de Unie en de OP-landen, waarbij de sociale en economische ontwikkeling in de samenlevingen van de OP-landen centraal staat, ook in het kader van de Overeenkomst van Parijs; verzoekt de Europese Commissie de samenwerking met onze Oostelijke partners uit te breiden en de rol van het maatschappelijk middenveld bij de controle van handelsovereenkomsten en -betrekkingen te versterken.

 

 


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

19.5.2020

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

54

12

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Alviina Alametsä, Alexander Alexandrov Yordanov, Maria Arena, Petras Auštrevičius, Traian Băsescu, Lars Patrick Berg, Anna Bonfrisco, Reinhard Bütikofer, Fabio Massimo Castaldo, Susanna Ceccardi, Włodzimierz Cimoszewicz, Katalin Cseh, Tanja Fajon, Anna Fotyga, Michael Gahler, Giorgos Georgiou, Sunčana Glavak, Raphaël Glucksmann, Klemen Grošelj, Bernard Guetta, Márton Gyöngyösi, Sandra Kalniete, Karol Karski, Dietmar Köster, Andrius Kubilius, Ilhan Kyuchyuk, David Lega, Miriam Lexmann, Nathalie Loiseau, Antonio López-Istúriz White, Lukas Mandl, Thierry Mariani, David McAllister, Vangelis Meimarakis, Sven Mikser, Francisco José Millán Mon, Javier Nart, Gheorghe-Vlad Nistor, Urmas Paet, Demetris Papadakis, Kostas Papadakis, Tonino Picula, Manu Pineda, Kati Piri, Giuliano Pisapia, Diana Riba i Giner, Jérôme Rivière, María Soraya Rodríguez Ramos, Nacho Sánchez Amor, Isabel Santos, Jacek Saryusz-Wolski, Andreas Schieder, Radosław Sikorski, Sergei Stanishev, Hermann Tertsch, Hilde Vautmans, Harald Vilimsky, Idoia Villanueva Ruiz, Viola Von Cramon-Taubadel, Thomas Waitz, Witold Jan Waszczykowski, Charlie Weimers, Isabel Wiseler-Lima, Željana Zovko

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Attila Ara-Kovács, Nicolas Bay, Markéta Gregorová, Andrzej Halicki, Marisa Matias, Mounir Satouri

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

54

+

ECR

Anna Fotyga. Karol Karski,Jacek Saryusz-Wolski, Hermann Tertsch, Witold Jan Waszczykowski

NI

Márton Gyöngyösi

PPE

Alexander Alexandrov Yordanov, Traian Băsescu, Michael Gahler, Sunčana Glavak, Sandra Kalniete, Andrius Kubilius, David Lega, Miriam Lexmann, Antonio López-Istúriz White, David McAllister, Lukas Mandl, Vangelis Meimarakis, Francisco José Millán Mon, Gheorghe-Vlad Nistor, Radosław Sikorski, Isabel Wiseler-Lima, Željana Zovko, Andrzej Halicki

RENEW

Petras Auštrevičius, Katalin Cseh, Klemen Grošelj, Bernard Guetta, Ilhan Kyuchyuk, Nathalie Loiseau, Javier Nart, Urmas Paet, María Soraya Rodríguez Ramos, Hilde Vautmans

S&D

Maria Arena, Włodzimierz Cimoszewicz, Tanja Fajon, Raphaël Glucksmann, Sven Mikser, Demetris Papadakis, Tonino Picula, Kati Piri, Giuliano Pisapia, Nacho Sánchez Amor, Isabel Santos, Andreas Schieder, Attila Ara-Kovács

Verts/ALE

Alviina Alametsä, Reinhard Bütikofer, Diana Riba i Giner, Viola Von Cramon-Taubadel, Thomas Waitz, Markéta Gregorová, Mounir Satouri

 

12

-

ID

Anna Bonfrisco, Susanna Ceccardi, Thierry Mariani, Jérôme Rivière, Harald Vilimsky, Nicolas Bay

GUE

Giorgos Georgiou, Manu Pineda, Idoia Villanueva Ruiz, Marisa Matias

NI

Kostas Papadakis

S&D

Dietmar Köster

 

4

0

ECR

Charlie Weimers

ID

Lars Patrick Berg

NI

Fabio Massimo Castaldo

S&D

Sergei Stanishev

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

[1] PB L 261 van 30.8.2014, blz. 4.

[2] PB L 260 van 30.8.2014, blz. 4.

[3] PB L 161 van 29.5.2014, blz. 3.

[4] PB L 23 van 26.1.2018, blz. 4.

[5] Aanbeveling nr. 1/2018 van de samenwerkingsraad EU-Azerbeidzjan van 28 september 2018 betreffende de prioriteiten van het partnerschap EU-Azerbeidzjan, PB L 265 van 24.10.2018, blz. 18.

[6] Resolutie van het Europees Parlement van 15 januari 2020 over de uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid – jaarverslag. Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0008.

[7] Verordening (EU) 2018/1806 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (PB L 303 van 28.11.2018, blz. 39).

[8] PB L 289 van 31.10.2013, blz. 2.

[9] PB L 128 van 30.4.2014, blz. 49.

[10] 12363/19 VISA 191 COEST 210.

[11] Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0193.

[12] Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0446.

[13] Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0025.

[14] Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0011.

[15] PB C 328 van 6.9.2016, blz. 2.

[16] PB C 265 van 11.8.2017, blz. 110.

[17] PB C 11 van 12.1.2018, blz. 82.

[18] PB C 224 van 27.6.2018, blz. 58.

[19] PB C 238 van 6.7.2018, blz. 42.

[20] Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0087.

[21] PB C 390 van 18.11.2019, blz. 100.

[22] PB C 28 van 27.1.2020, blz. 97.

[23] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0284.

[24] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0375.

[25] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0458.

[26] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0457.

[27] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0518.

[28] PB C 356 van 4.10.2018, blz. 130.

[29] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0294.

Laatst bijgewerkt op: 12 juni 2020Juridische mededeling - Privacybeleid