Procedure : 2017/0123(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0116/2020

Ingediende teksten :

A9-0116/2020

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0186

<Date>{10/06/2020}10.6.2020</Date>
<NoDocSe>A9‑0116/2020</NoDocSe>
PDF 187kWORD 54k

<TitreType>ONTWERPAANBEVELING VOOR DE TWEEDE LEZING</TitreType>     <RefProcLect>***II</RefProcLect>

<Titre>over het standpunt van de Raad in eerste lezing met het oog op de vaststelling van een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1071/2009, (EG) nr. 1072/2009 en (EU) nr. 1024/2012 teneinde ze aan te passen aan ontwikkelingen in de wegvervoersector </Titre>

<DocRef>(05115/1/2020 – C9‑0105/2020 – 2017/0123(COD))</DocRef>


<Commission>{TRAN}Commissie vervoer en toerisme</Commission>

Rapporteur: <Depute>Ismail Ertug</Depute>

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BEKNOPTE MOTIVERING
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het standpunt van de Raad in eerste lezing met het oog op de vaststelling van een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1071/2009, (EG) nr. 1072/2009 en (EU) nr. 1024/2012 teneinde ze aan te passen aan ontwikkelingen in de wegvervoersector

(05115/1/2020 – C9‑0105/2020 – 2017/0123(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

 gezien het standpunt van de Raad in eerste lezing (05115/1/2020 – C9‑0105/2020),

 gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 18 januari 2018[1],

 gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 1 februari 2018[2],

 gezien het advies van de Commissie (COM(2020)0151),

 gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt[3] inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0281),

 gezien artikel 294, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien het overeenkomstig artikel 74, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord,

 gezien artikel 67 van zijn Reglement,

 gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie vervoer en toerisme (A9‑0116/2020),

1. hecht zijn goedkeuring aan het standpunt van de Raad in eerste lezing;

2. constateert dat de handeling is vastgesteld overeenkomstig het standpunt van de Raad;

3. verzoekt zijn Voorzitter de handeling samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 297, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie te ondertekenen;

4. verzoekt zijn secretaris-generaal de handeling te ondertekenen nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en met de secretaris-generaal van de Raad zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

5. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

 


 

BEKNOPTE MOTIVERING

1. De internationale wegvervoersmarkt

De sector wegvervoer is een uiterst belangrijke sector die werk biedt aan 11 miljoen personen en goed is voor bijna 80 % van het goederenvervoer over land in de EU.

 

Momenteel zijn er twee EU-verordeningen van kracht met de algemene doelstelling om de goede werking van de interne markt voor wegvervoer en de efficiëntie en concurrentiekracht ervan te ondersteunen:

 Verordening (EG) nr. 1071/2009 waarin is vastgesteld aan welke voorschriften ondernemingen moeten voldoen om toegang te krijgen tot het beroep van wegvervoerondernemer (passagiers en goederen);

 Verordening (EG) nr. 1072/2009 waarin is vastgesteld aan welke voorschriften moet worden voldaan door ondernemingen die voornemens zijn activiteiten uit te oefenen op de internationale wegvervoersmarkt en op andere binnenlandse markten dan hun eigen markt (cabotage).

 

Uit ervaringen met de tenuitvoerlegging van deze verordeningen is echter gebleken dat de verschillen in de interpretatie van de bepalingen, inconsistenties in de handhavingspraktijk en een gebrek aan samenwerking tussen de lidstaten de doeltreffendheid ervan heeft verminderd en heeft geleid tot juridische onzekerheid en ongelijke mededingingsvoorwaarden voor wegvervoersondernemingen.

 

2. Het voorstel van de Commissie

Op 31 mei 2017 heeft de Commissie een “Mobiliteitspakket I” aangenomen. Doel hiervan is te zorgen voor eerlijke concurrentie, de bestaande regels te vereenvoudigen, de interne markt van de EU te behouden en de rechten van werknemers in deze sector te waarborgen. Als deel van dit eerste mobiliteitspakket stelde de Commissie voor om de bepalingen waaraan ondernemingen moeten voldoen als ze willen opereren op de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg of op andere nationale markten dan hun eigen (cabotage) te wijzigen.

 

Het voorstel omvatte wijzigingen op vier verschillende gebieden: brievenbusmaatschappijen, lichte bedrijfsvoertuigen, cabotage en handhaving.

 

Om het gebruik van zogeheten brievenbusmaatschappijen (“schijndochterondernemingen” in lidstaten met lage lonen om zo te profiteren van loonverschillen) tegen te gaan stelde de Commissie voor de criteria voor vestiging aan te scherpen, om te waarborgen dat de vervoerder ook echt actief is in diens lidstaat van vestiging.

 

Momenteel zijn lichte bedrijfsvoertuigen (voertuigen van minder dan 3,5 ton) uitgesloten van het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 1071/2009. De lidstaten mogen echter een aantal bepalingen van de verordening toepassen op lichte bedrijfsvoertuigen die geregistreerd staan op hun grondgebied. Dit leidt tot een lappendeken aan vereisten binnen de EU. Omdat het gebruik van lichte bedrijfsvoertuigen naar verwachting de komende jaren alleen maar zal toenemen, stelde de Commissie voor deze voertuigen te onderwerpen aan een aantal van de regels met betrekking tot de toegang tot het beroep.

 

Momenteel is cabotage – het vervoer van goederen binnen een lidstaat door een vervoersbedrijf dat gevestigd is in een andere lidstaat – onderworpen aan bepaalde beperkingen. Op grond van de huidige EU-regels mogen er cabotageactiviteiten plaatsvinden binnen zeven dagen van een internationale levering. De Commissie stelt een nieuwe regel voor: onbeperkte cabotageactiviteiten binnen vijf dagen na internationaal vervoer.

 

Tot slot stelde de Commissie een aantal maatregelen voor om de verschillende niveaus van effectiviteit van controles tussen lidstaten aan te pakken, waaronder jaarlijkse verplichte drempels voor cabotagecontroles en gezamenlijke grensoverschrijdende controles, het verbeteren van de samenwerking tussen de lidstaten door middel van regels inzake de uitwisseling van informatie, het mogelijk maken van gerichte controles door te voorzien in een risicobeoordeling op basis van een Europees register van wegvervoersondernemingen, alsook het verder stimuleren van het gebruik van slimme tachografen en e-documenten.

 

 

3. Interinstitutionele onderhandelingen

Na de vaststelling van het standpunt van het Parlement in eerste lezing op 4 april 2019 zijn er van oktober tot december 2019 onder het Finse voorzitterschap van de Raad interinstitutionele onderhandelingen gevoerd (met het oog op een vroegtijdig akkoord voor de tweede lezing). Na vier trialoogrondes, waaronder een aantal gezamenlijke, bereikte het onderhandelingsteam van het Parlement tijdens de laatste trialoog die begon op 11 december 2019 een voorlopig akkoord met het voorzitterschap van de Raad.

De tekst van het voorlopig akkoord werd aan de Commissie vervoer en toerisme (TRAN) voorgelegd en op 21 januari 2020 goedgekeurd. Op basis van de goedkeuring door TRAN heeft de voorzitter van TRAN in haar brief aan de voorzitter van het Comité van permanente vertegenwoordigers (COREPER I) aangegeven dat zij de plenaire vergadering zal aanbevelen zonder wijzigingen in te stemmen met het standpunt van de Raad, mits dit overeenkomt met het voorlopig akkoord dat tussen de twee instellingen is bereikt. Na de verificatie door de juristen-vertalers heeft de Raad op 7 april 2020 via de schriftelijke procedure zijn standpunt in overeenstemming met het voorlopig akkoord formeel vastgesteld.

 

 

4. Voornaamste elementen van het akkoord

Het algemene akkoord dat het Parlement met de Raad heeft bereikt hield een verdere versterking van het voorstel in, om evenwichtige voorwaarden voor eerlijke concurrentie en een gedegen handhaving te waarborgen. Met name is het volgende overeengekomen:

 Om brievenbusondernemingen beter te kunnen bestrijden zijn de bepalingen inzake het bestaan van een werkelijke en duurzame vestiging van een werkelijke bedrijfsaanwezigheid verduidelijkt en versterkt, zodat een reële band met de lidstaat van vestiging kan worden aangetoond. Hiertoe behoren ook vereisten inzake de aanwezigheid van de door de vervoerondernemer gebruikte voertuigen in de lidstaat van vestiging (eens in de 8 weken) en inzake de normale plaats van tewerkstelling van de bestuurders.

 Wat betreft de opname van lichte bedrijfsvoertuigen: Om de administratieve last te verminderen worden lichte bedrijfsvoertuigen die uitsluitend nationaal vervoer verrichten, alsmede zeer lichte bedrijfsvoertuigen (van minder dan 2,5 ton) van het bereik uitgesloten. Anderzijds moeten lichte bedrijfsvoertuigen die binnen het bereik vallen zich aan gelijksoortige regels houden als zware vrachtvoertuigen, om een eerlijke concurrentie te waarborgen;

 Terwijl de huidige cabotageregeling wordt gehandhaafd, wordt een “afkoelperiode” van 4 dagen ingevoerd, waarin geen cabotageactiviteiten in die lidstaat zijn toegestaan. Het doel hiervan is het tegengaan van systematische cabotage, die leidt tot nomadische bestuurders en sociale dumping. Daarnaast wordt het mogelijke misbruik van de richtlijn gecombineerd vervoer door sommige ondernemingen met het oog op het ontwijken van de cabotageregels aangepakt;

 Om de handhaving van de regels verder te versterken en te stroomlijnen, zijn specifieke bepalingen opgenomen om de administratieve samenwerking tussen de lidstaten te verbeteren, meer relevante gegevens over vervoersondernemingen te verzamelen in nationale elektronische registers en gemakkelijker toegang te verlenen tot de gegevens tijdens wegcontroles, regelmatiger te controleren of de vergunningsvereisten nog steeds worden nageleefd, onder meer via inspecties ter plaatse, en de schaarse nationale handhavingscapaciteit te richten op ondernemingen met een hoog risico;

 Invoering van co-aansprakelijkheid in de bevoorradingsketen om de verantwoordelijkheid van de actoren stroomopwaarts in de bevoorradingsketen (verzenders, expediteurs, aannemers en onderaannemers) te vergroten en ervoor te zorgen dat de vervoersdiensten die zij in opdracht geven, niet in strijd zijn met de wet;

 Verdere verduidelijking van de regels om het gelijke speelveld en de eerlijke concurrentie in de sector te verbeteren, waarbij ook rekening wordt gehouden met de technologische verbetering en de digitalisering van het vervoer.

 

5. Aanbeveling

Aangezien het standpunt van de Raad overeenkomt met het in de interinstitutionele onderhandelingen bereikte voorlopige akkoord, beveelt de rapporteur aan om hier zonder verdere wijzigingen mee in te stemmen.

 

 


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1071/2009 en Verordening (EG) nr. 1072/2009 teneinde ze aan te passen aan ontwikkelingen in de sector

Document- en procedurenummers

05115/1/2020 – C9-0105/2020 – 2017/0123(COD)

Datum eerste lezing EP – P-nummer

4.4.2019 T8-0341/2019

Voorstel van de Commissie

COM(2017)0281 - C8-0169/2017

Datum bekendmaking ontvangst standpunt van de Raad in eerste lezing

17.4.2020

Bevoegde commissie

 Datum bekendmaking

TRAN

17.4.2020

 

 

 

Rapporteurs

 Datum benoeming

Ismail Ertug

12.7.2017

 

 

 

Behandeling in de commissie

28.4.2020

 

 

 

Datum goedkeuring

8.6.2020

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

33

16

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Magdalena Adamowicz, Andris Ameriks, José Ramón Bauzá Díaz, Izaskun Bilbao Barandica, Marco Campomenosi, Ciarán Cuffe, Jakop G. Dalunde, Johan Danielsson, Andor Deli, Karima Delli, Anna Deparnay-Grunenberg, Ismail Ertug, Gheorghe Falcă, Giuseppe Ferrandino, Mario Furore, Søren Gade, Isabel García Muñoz, Elsi Katainen, Kateřina Konečná, Elena Kountoura, Julie Lechanteux, Bogusław Liberadzki, Peter Lundgren, Benoît Lutgen, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Marian-Jean Marinescu, Tilly Metz, Giuseppe Milazzo, Cláudia Monteiro de Aguiar, Caroline Nagtegaal, Jan-Christoph Oetjen, Philippe Olivier, Rovana Plumb, Tomasz Piotr Poręba, Dominique Riquet, Dorien Rookmaker, Massimiliano Salini, Sven Schulze, Vera Tax, Barbara Thaler, István Ujhelyi, Petar Vitanov, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Lucia Vuolo, Roberts Zīle, Kosma Złotowski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Leila Chaibi, Roman Haider, Henna Virkkunen

Datum indiening

10.6.2020

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

33

+

ECR

Peter Lundgren

GUE/NGL

Leila Chaibi, Kateřina Konečná, Elena Kountoura

ID

Marco Campomenosi, Roman Haider, Julie Lechanteux, Philippe Olivier, Lucia Vuolo

NI

Mario Furore

PPE

Benoît Lutgen, Giuseppe Milazzo, Massimiliano Salini, Sven Schulze, Henna Virkkunen, Elissavet Vozemberg‑Vrionidi

Renew

José Ramón Bauzá Díaz, Izaskun Bilbao Barandica, Søren Gade, Elsi Katainen, Caroline Nagtegaal, Jan‑Christoph Oetjen, Dominique Riquet

S&D

Johan Danielsson, Ismail Ertug, Giuseppe Ferrandino, Isabel García Muñoz, Vera Tax

Verts/ALE

Ciarán Cuffe, Jakop G. Dalunde, Karima Delli, Anna Deparnay‑Grunenberg, Tilly Metz

 

16

-

ECR

Tomasz Piotr Poręba, Roberts Zīle, Kosma Złotowski

NI

Dorian Rookmaker

PPE

Magdalena Adamowicz, Andor Deli, Gheorghe Falcă, Marian‑Jean Marinescu, Cláudia Monteiro de Aguiar, Barbara Thaler, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska

S&D

Andris Ameriks, Bogusław Liberadzki, Rovana Plumb, István Ujhelyi, Petar Vitanov

 

0

0

 

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

[1] PB C 197 van 8.6.2018, blz. 38.

[2]  PB C 176 van 23.5.2018, blz. 57.

[3] Aangenomen teksten van 4.4.2019, P8_TA(2019)0341.

Laatst bijgewerkt op: 24 juni 2020Juridische mededeling - Privacybeleid