Procedure : 2020/2015(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0176/2020

Ingediende teksten :

A9-0176/2020

Debatten :

PV 19/10/2020 - 18
CRE 19/10/2020 - 15
CRE 19/10/2020 - 18

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0277

<Date>{02/10/2020}2.10.2020</Date>
<NoDocSe>A9-0176/2020</NoDocSe>
PDF 240kWORD 85k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>

<Titre>over de intellectuele-eigendomsrechten voor de ontwikkeling van technologieën op het gebied van kunstmatige intelligentie</Titre>

<DocRef>(2020/2015(INI))</DocRef>


<Commission>{JURI}Commissie juridische zaken</Commission>

Rapporteur: <Depute>Stéphane Séjourné</Depute>

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES VAN DE COMMISSIE INTERNE MARKT EN CONSUMENTENBESCHERMING
 ADVIES VAN DE COMMISSIE VERVOER EN TOERISME
 ADVIES VAN DE COMMISSIE CULTUUR EN ONDERWIJS
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de intellectuele-eigendomsrechten voor de ontwikkeling van technologieën op het gebied van kunstmatige intelligentie

(2020/2015(INI))

Het Europees Parlement,

 gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name artikelen 4, 16, 26, 114 en 118,

 gezien de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst,

 gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven[1] en de richtsnoeren van de Commissie voor betere regelgeving (COM(2015)0215),

 gezien het Verdrag van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom (WIPO) inzake het auteursrecht, het Verdrag van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom (WIPO) inzake uitvoeringen en fonogrammen en het herziene WIPO-kaderdocument van 29 mei 2020 over het beleid inzake intellectuele eigendom en kunstmatige intelligentie,

 gezien Richtlijn (EU) 2019/790 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt en tot wijziging van Richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG[2];

 gezien Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken[3],

 gezien Richtlijn 2009/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma’s[4],

 gezien Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan[5],

 gezien Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie[6],

 gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG[7],

 gezien Verordening (EU) 2018/1807 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 inzake een kader voor het vrije verkeer van niet-persoonsgebonden gegevens in de Europese Unie[8],

 gezien Verordening (EU) 2019/1150 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten[9],

 gezien het witboek van de Commissie van 19 februari 2020 over kunstmatige intelligentie – een Europese benadering op basis van excellentie en vertrouwen (COM(2020)0065),

 gezien de werkzaamheden van de door de Commissie opgerichte deskundigengroep op hoog niveau inzake kunstmatige intelligentie,

 gezien de mededelingen van de Commissie getiteld “Een Europese datastrategie” (COM(2020)0066) en “Een nieuwe industriestrategie voor Europa” (COM(2020)0102),

 gezien de handleiding voor onderzoek door het Europees Octrooibureau van november 2019,

 gezien het werkdocument inzake de digitale economie (2016/05) van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie en het Instituut voor technologische prognose (IPTS), dat deel uitmaakt van dit centrum, over een economisch beleidsperspectief voor onlineplatforms,

 gezien de politieke beleidslijnen voor de Europese Commissie 2019-2024 getiteld “Een Unie die de lat hoger legt: Mijn agenda voor Europa”,

 gezien zijn resolutie van 16 februari 2017 met aanbevelingen aan de Commissie over civielrechtelijke regels inzake robotica[10],

 gezien artikel 54 van zijn Reglement,

 gezien de adviezen van de Commissie interne markt en consumentenbescherming, de Commissie vervoer en toerisme en de Commissie cultuur en onderwijs,

 gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A9-0176/2020),

A. overwegende dat het rechtskader van de Unie voor intellectuele eigendom gericht is op de bevordering van innovatie en creativiteit alsook van de toegang tot kennis en informatie;

B. overwegende dat in artikel 118 VWEU is bepaald dat de wetgever van de Unie maatregelen vaststelt voor de totstandbrenging van Europese intellectuele-eigendomsrechten (IER’s) teneinde een eenvormige bescherming van deze rechten in de hele Unie te waarborgen; overwegende dat de interne markt de voorwaarden voor sterkere economische groei bevordert met als doel de welvaart van de EU-burgers te waarborgen;

C. overwegende dat de recente ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie (KI) en vergelijkbare opkomende technologieën een aanzienlijke technologische vooruitgang vormen, die zowel kansen als uitdagingen creëert voor de burgers, bedrijven, overheidsdiensten, scheppende kunstenaars en defensiesector van de Unie;

D. overwegende dat KI-technologieën de traceerbaarheid van IER’s en de toepassing ervan op door KI gegenereerde output kunnen bemoeilijken, waardoor menselijke makers wier originele werk wordt gebruikt om dergelijke technologieën te voeden, niet eerlijk kunnen worden beloond;

E. overwegende dat het streven om van de Unie de wereldwijde koploper te maken op het gebied van KI-technologieën, moet gepaard gaan met inspanningen om de digitale en industriële soevereiniteit van de Unie te herwinnen en te vrijwaren, haar concurrentievermogen te waarborgen en innovatie te bevorderen en beschermen, en een structurele hervorming van het industriebeleid van de Unie vereist, zodat zij een voortrekkersrol kan spelen op het gebied van KI-technologieën, met inachtneming van de culturele diversiteit; overwegende dat het mondiale leiderschap van de Unie op het gebied van KI een doeltreffend systeem voor intellectuele eigendom vereist dat geschikt is voor het digitale tijdperk en dat innovatoren in staat stelt nieuwe producten op de markt te brengen; overwegende dat sterke waarborgen cruciaal zijn om het octrooisysteem van de Unie te beschermen tegen misbruik, aangezien innovatieve KI-ontwikkelaars hierdoor worden benadeeld; overwegende dat een op de mens gerichte benadering van KI, die in overeenstemming is met ethische beginselen en met de mensenrechten, noodzakelijk is opdat de KI-technologie een hulpmiddel blijft dat in dienst staat van de bevolking en het algemeen belang;

F. overwegende dat regelgeving op het gebied van KI-technologieën op het niveau van de Unie moet worden vastgesteld, met als doel versnippering van de interne markt en uiteenlopende nationale bepalingen en richtsnoeren te voorkomen; overwegende dat een volledig geharmoniseerd EU-regelgevingskader op het gebied van KI op internationaal niveau een referentiepunt zal kunnen worden; overwegende dat nieuwe gemeenschappelijke regels voor KI-systemen in de vorm van verordeningen moeten worden vastgesteld om te zorgen voor gelijke normen in de gehele Unie, en overwegende dat de wetgeving toekomstbestendig moet zijn zodat zij gelijke tred kan houden met de snelle ontwikkeling van deze technologie, en moet worden geactualiseerd aan de hand van grondige effectbeoordelingen; overwegende dat rechtszekerheid bijdraagt aan technologische ontwikkeling en dat het vertrouwen van de burger in nieuwe technologieën essentieel is voor de ontwikkeling van deze sector, die het concurrentievoordeel van de Unie vergroot; overwegende dat het regelgevingskader voor KI dan ook vertrouwen moet wekken in de veiligheid en betrouwbaarheid van KI en een evenwicht moet vinden tussen bescherming van het publiek en stimulansen voor bedrijven om te investeren in innovatie;

G. overwegende dat KI en aanverwante technologieën gebaseerd zijn op computermodellen en algoritmen, die worden beschouwd als wiskundige methoden in de zin van het Europees Octrooiverdrag (EOV) en derhalve niet als zodanig octrooieerbaar zijn; overwegende dat wiskundige methoden en computerprogramma’s krachtens artikel 52, lid 3, van het EOV met octrooien kunnen worden beschermd wanneer zij worden gebruikt als onderdeel van een KI-systeem dat bijdraagt aan het produceren van een verder technisch effect; overwegende dat de impact van een dergelijke potentiële octrooibescherming grondig moet worden beoordeeld;

H. overwegende dat KI-technologieën en aanverwante technologieën gebaseerd zijn op de creatie en inwerkingneming van computerprogramma’s, die als dusdanig vallen onder een specifieke regeling voor de bescherming van de auteursrechten, waarbij uitsluitend de uiting van een computerprogramma kan worden beschermd, maar niet de ideeën, methoden en beginselen die aan gelijk welk element van het programma ten grondslag liggen;

I. overwegende dat er een toenemend aantal KI-gerelateerde octrooien wordt verleend;

J. overwegende dat de vooruitgang van KI en gerelateerde technologieën vragen oproept over de bescherming van innovatie op zich en over het inzicht in IER’s van door KI- en gerelateerde technologieën gegenereerde materialen, inhoud of gegevens, die van industriële of artistieke aard kunnen zijn en die diverse commerciële mogelijkheden creëren; overwegende dat het in dit verband belangrijk is een onderscheid te maken tussen het scheppen door mensen met ondersteuning van KI en autonoom door KI gegenereerde creaties;

J. overwegende dat KI-technologieën en aanverwante technologieën sterk afhankelijk zijn van reeds bestaande inhoud en grote hoeveelheden gegevens; overwegende dat transparantere en opener toegang tot bepaalde niet-persoonsgebonden gegevens en databanken in de Unie, met name voor kmo’s en start-ups, evenals de interoperabiliteit van gegevens, die “lock-in”-effecten beperkt, van cruciaal belang zullen zijn om de ontwikkeling van KI in Europa aan te moedigen en om het concurrentievermogen van Europese bedrijven op mondiaal niveau te ondersteunen; overwegende dat de verzameling van persoonsgegevens in overeenstemming moet zijn met de grondrechten en de regels inzake gegevensbescherming en een op maat gesneden beleid vereist, met name wat betreft gegevensbeheer en de transparantie van gegevens die worden gebruikt bij de ontwikkeling en het gebruik van KI-technologieën, en dit gedurende de volledige levenscyclus van een op KI gebaseerd systeem;

1. neemt nota van het Witboek van de Europese Commissie over kunstmatige intelligentie en een Europese benadering op basis van excellentie en vertrouwen, en met de Europese datastrategie; benadrukt dat de daarin ontwikkelde denkpistes waarschijnlijk zullen bijdragen tot het ontsluiten van het potentieel van op de mens gerichte KI in de EU; merkt echter op dat de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten (IER’s) in de context van de ontwikkeling van KI-technologieën en aanverwante technologieën niet in overweging is genomen door de Commissie, ondanks het cruciale belang van deze rechten; benadrukt dat het noodzakelijk is een gemeenschappelijk Europese dataruimte tot stand te brengen, en is van mening dat het gebruik van deze ruimte een belangrijke rol zal spelen op het vlak van innovatie en creativiteit in de EU-economie, die moeten worden gestimuleerd; beklemtoont dat de Unie een essentiële rol moet spelen bij het vaststellen van fundamentele beginselen met betrekking tot de ontwikkeling, de toepassing en het gebruik van KI, zonder de verdere ontwikkeling ervan te hinderen of concurrentie te belemmeren;

2. beklemtoont dat de ontwikkeling van KI en aanverwante technologieën in de vervoersector en de toeristische sector gepaard zal gaan met innovatie, onderzoek, het aantrekken van investeringen en aanzienlijke voordelen op economisch, maatschappelijk, milieu-, openbaar en veiligheidsgebied, en er tegelijk voor kan zorgen dat deze sectoren aantrekkelijker worden voor toekomstige generaties en nieuwe arbeidskansen en duurzamere bedrijfsmodellen kan creëren, maar benadrukt dat hierdoor in geen geval schade of nadeel mag worden veroorzaakt voor mens of samenleving;

3. wijst op het belang van het creëren van een operationeel en volledig geharmoniseerd regelgevingskader op het gebied van KI-technologieën; stelt voor een dergelijk kader vast te stellen in de vorm van een verordening, in plaats van een richtlijn, teneinde versnippering van de Europese digitale eengemaakte markt te voorkomen en innovatie te bevorderen;

4 verzoekt de Commissie rekening te houden met de zeven essentiële vereisten die in de richtsnoeren van de deskundigengroep op hoog niveau worden genoemd en die de Commissie in haar mededeling van 8 april 2019 toejuicht[11], en verzoekt deze naar behoren toe te passen in alle wetgeving op het gebied van KI;

5. benadrukt dat voor de ontwikkeling, de toepassing en het gebruik van KI-technologieën en voor de groei van de mondiale data-economie belangrijke technische, sociale, economische, ethische en juridische kwesties moeten worden aangepakt op verschillende beleidsterreinen, waaronder dat van IER’s en de impact ervan op deze beleidsterreinen; benadrukt dat het voor het ontsluiten van het potentieel van KI-technologieën noodzakelijk is onnodige juridische belemmeringen weg te nemen, zodat de groei van en de innovatie in de zich ontwikkelende data-economie van de Unie niet wordt gehinderd; dringt aan op een effectbeoordeling met betrekking tot de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten in het kader van de ontwikkeling van KI-technologieën;

6. benadrukt het cruciale belang van een evenwichtige bescherming van intellectuele-eigendomsrechten met betrekking tot KI-technologieën en van het multidimensionale karakter van deze bescherming, en beklemtoont tegelijkertijd het belang van het waarborgen van een hoog niveau van bescherming van IER’s, van het creëren van rechtszekerheid en van de opbouw van het vertrouwen dat nodig is om investeringen in deze technologieën aan te moedigen en de levensvatbaarheid en het gebruik ervan op lange termijn door de consument te garanderen; is van mening dat de Unie de voortrekker kan worden inzake de totstandbrenging van KI-technologieën door een operationeel regelgevingskader vast te stellen dat regelmatig wordt beoordeeld in het licht van technologische ontwikkelingen, en door voor een proactief overheidsbeleid te zorgen, met name op het gebied van opleidingsprogramma’s en financiële steun voor onderzoek en publiek-private samenwerking; herhaalt de noodzaak om voldoende ruimte te creëren voor de ontwikkeling van nieuwe technologieën, producten en diensten; benadrukt dat het creëren van een omgeving die bevorderlijk is voor de creativiteit en innovatie door het gebruik van KI-technologieën door ontwerpers aan te moedigen niet ten koste mag gaan van de belangen van menselijke ontwerpers, noch van de ethische beginselen van de Unie;

7. is eveneens van mening dat de Unie de verschillende dimensies van KI moet integreren aan de hand van technologisch neutrale en voldoende flexibele definities, die ook van toepassing blijven op toekomstige technologische ontwikkelingen en later gebruik; is van mening dat we moeten blijven nadenken over interacties tussen KI en IER’s, vanuit het standpunt van zowel diensten voor intellectuele eigendom als gebruikers; is van oordeel dat het beoordelen van KI-applicaties een uitdaging is die een aantal transparantievoorschriften alsook de ontwikkeling van nieuwe methoden behoeft, aangezien bijvoorbeeld adaptieve leersystemen na elke input opnieuw kunnen worden gekalibreerd, met als gevolg dat bepaalde informatieverstrekking vooraf ondoeltreffend wordt;

8. benadrukt het belang van transparantie en verantwoordingsplicht bij het gebruik van algoritmen door streamingdiensten, zodat de toegang tot culturele en creatieve inhoud in diverse vormen en talen en een eerlijke toegang tot Europese werken beter kan worden gegarandeerd;

9. beschouwt de toenemende behoefte aan KI en aanverwante technologieën in technologieën voor identificatie op afstand of biometrische identificatie, zoals traceringsapps in de sector vervoer en toerisme, als een nieuwe manier om de COVID-19-crisis en mogelijke toekomstige sanitaire en volksgezondheidscrises aan te pakken, waarbij moet worden toegezien op de bescherming van grondrechten, privacy en persoonsgegevens;

10. beveelt aan om de gevolgen van KI-technologieën voor de IER’s te beoordelen per sector en per type; is van mening dat bij een dergelijke benadering onder meer rekening moet worden gehouden met het niveau van menselijke tussenkomst, de autonomie van de KI, de meer of minder grote rol en de oorsprong van de gebruikte gegevens en het gebruikte auteursrechtelijk beschermde materiaal, en de mogelijke invloed van andere factoren; herinnert eraan dat de benadering moet zorgen voor het juiste evenwicht tussen de noodzaak om investeringen van middelen en inspanningen te beschermen en de noodzaak om de creatie en uitwisseling te stimuleren; is van oordeel dat meer diepgaand onderzoek nodig is om de menselijke input met betrekking tot de algoritmische gegevens van KI te evalueren; is van oordeel dat disruptieve technologieën zoals KI zowel kleine, als grote bedrijven in staat stellen marktleidende producten te ontwikkelen; vindt dat alle bedrijven recht hebben op dezelfde, doeltreffende en effectieve bescherming van intellectuele-eigendomsrechten; verzoekt de Commissie en de lidstaten bijgevolg om start-ups en kmo’s via het programma voor de interne markt en de digitale-innovatiehubs steun te bieden bij het beschermen van hun producten;

11. stelt voor om met name de impact en de gevolgen van KI- en gerelateerde technologieën te beoordelen in het kader van het huidige systeem van octrooiwetgeving, merk- en modellenbescherming, auteursrechten en naburige rechten, en onder meer de toepasbaarheid te evalueren van de rechtsbescherming van databanken en computerprogramma’s en de bescherming van niet openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (“bedrijfsgeheimen”) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan; erkent het potentieel van KI-technologieën voor het verbeteren van de handhaving van IER’s, ondanks de noodzaak van menselijke verificatie en evaluatie, met name waar dit juridische consequenties betreft; bevestigt voorts dat er moet worden nagegaan of het contractenrecht met het oog op een optimale bescherming van de consument moet worden bijgewerkt en of de mededingingsregels moeten worden aangepast met als doel marktfalen of misbruik in de digitale economie aan te pakken, dat er een omvattender juridisch kader moet worden gecreëerd voor de economische sectoren die betrokken zijn bij KI, zodat Europese bedrijven en relevante belanghebbenden zich kunnen uitbreiden, en dat er voor rechtszekerheid moet worden gezorgd; benadrukt dat de bescherming van de intellectuele eigendom altijd verenigbaar moet zijn met andere grondrechten en fundamentele vrijheden;

12. herinnert eraan dat mathematische methoden op zich niet octrooieerbaar zijn, tenzij zij worden gebruikt voor technische doeleinden in de context van technische uitvindingen die zelf wel octrooieerbaar zijn op voorwaarde dat de toepasselijke criteria met betrekking tot uitvindingen in acht worden genomen; herinnert eraan dat indien een uitvinding betrekking heeft op een methode waarbij gebruik wordt gemaakt van technische middelen, of op een technisch toestel, het doel van deze uitvinding globaal beschouwd in feite van technische aard is en bijgevolg octrooieerbaar kan zijn; onderstreept in dit verband de rol van de octrooibescherming bij het stimuleren van KI-uitvindingen en het bevorderen van de verspreiding hiervan, alsook de noodzaak om kansen te creëren voor Europese bedrijven en startende ondernemingen en om de ontwikkeling en het gebruik van KI in Europa te stimuleren; wijst erop dat essentiële standaardoctrooien een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling en verspreiding van nieuwe KI- en aanverwante technologieën en bij het garanderen van interoperabiliteit; verzoekt de Commissie de vaststelling van sectoroverschrijdende normen te ondersteunen en formele normalisatie aan te moedigen;

13. wijst erop dat octrooibescherming kan worden verleend op voorwaarde dat de uitvinding nieuw en niet voor de hand liggend is en uitvinderswerkzaamheid omvat; merkt voorts op dat het octrooirecht uitgaat van een volledige beschrijving van de onderliggende technologie, hetgeen voor bepaalde KI-technologieën moeilijkheden kan opleveren gezien de complexiteit van de achterliggende redenering; benadrukt ook de juridische uitdagingen van reverse engineering, die een uitzondering op de auteursrechtelijke bescherming van computerprogramma’s en de bescherming van bedrijfsgeheimen, en wijst erop dat deze vormen van bescherming op hun beurt van cruciaal belang zijn voor innovatie en onderzoek en terdege in aanmerking moeten worden genomen in het kader van de ontwikkeling van KI-technologieën; verzoekt de Commissie na te gaan op welke wijze producten adequaat kunnen worden getest, bijvoorbeeld op modulaire wijze, zonder dat dit leidt tot risico’s voor IER-houders of bedrijfsgeheimen als gevolg van de uitgebreide openbaarmaking van gemakkelijk na te maken producten; wijst erop dat KI-technologieën open beschikbaar moeten zijn voor onderwijs- en onderzoeksdoelstellingen, bijvoorbeeld om leermethoden efficiënter te maken;

14. merkt op dat de automatisering van het creatieve proces van het genereren van artistieke inhoud vragen kan oproepen met betrekking tot de eigendom van IER’s voor dergelijke inhoud; is in dit verband van mening dat het niet wenselijk is om KI-technologieën rechtspersoonlijkheid te verstrekken en wijst op de negatieve gevolgen van een dergelijke mogelijkheid voor de stimulansen voor menselijke ontwerpers;

15. wijst op het verschil tussen door KI ondersteunde menselijke creaties en door KI gegenereerde creaties, aangezien deze laatste nieuwe regelgevingsuitdagingen met zich meebrengen voor wat de bescherming van IER’s betreft, zoals problemen inzake eigendom, uitvinderschap en passende vergoedingen en problemen in verband met potentiële marktconcentratie; is voorts van mening dat IER’s voor de ontwikkeling van KI-technologieën moeten worden onderscheiden van IER’s die kunnen worden toegekend voor door KI gegenereerde creaties; benadrukt dat wanneer KI uitsluitend wordt gebruikt als instrument om de auteur te helpen in het creatieproces, het huidige IER-kader van toepassing blijft;

16. is van mening dat technische creaties die door KI-technologie worden gegenereerd, beschermd moeten worden uit hoofde van het IER-rechtskader met als doel investeringen in deze vorm van creatie aan te moedigen en de rechtszekerheid voor burgers, bedrijven en, aangezien zij momenteel tot de belangrijkste gebruikers van KI-technologieën behoren, uitvinders te verbeteren; is van mening dat werken die autonoom door kunstmatige actoren en robots worden gecreëerd, mogelijk niet in aanmerking komen voor auteursrechtelijke bescherming, dit op grond van het beginsel van originaliteit, dat betrekking heeft op een natuurlijke persoon, en aangezien het begrip “intellectuele schepping” is verbonden met de persoonlijkheid van de schepper; verzoekt de Commissie steun te geven aan een horizontale, empirisch onderbouwde en technologisch neutrale benadering van gemeenschappelijke, uniforme auteursrechtelijke regels voor middels KI gegenereerde werken in de Unie, indien ervan wordt uitgegaan dat dergelijke werken in aanmerking kunnen komen voor auteursrechtelijke bescherming; stelt voor om de eigendom van eventuele rechten alleen overdraagbaar te maken aan natuurlijke personen of rechtspersonen die het werk in kwestie rechtmatig hebben gecreëerd, en alleen als de houder van eventueel gebruikt auteursrechtelijk beschermd materiaal hiervoor zijn toestemming heeft verleend, tenzij uitzonderingen of beperkingen op het auteursrecht van toepassing zijn; benadrukt dat het belangrijk is de toegang tot gegevens en het delen van gegevens, open normen en openbrontechnologie te vergemakkelijken en tegelijkertijd investeringen aan te moedigen en innovatie te stimuleren;

17. merkt op dat KI het mogelijk maakt om een groot aantal gegevens te verwerken die betrekking hebben op de stand van de techniek of het bestaan van IER’s; merkt eveneens op dat KI of aanverwante technologie die wordt gebruikt voor de registratieprocedure voor de toekenning van IER’s en voor de vaststelling van de aansprakelijkheid voor inbreuken op IER’s, niet in de plaats mag komen van menselijke verificatie per geval, teneinde de kwaliteit en rechtvaardigheid van besluiten te waarborgen; merkt op dat KI geleidelijk in staat wordt om taken uit te voeren die gewoonlijk door mensen worden uitgevoerd en benadrukt daarom de noodzaak om passende waarborgen in te voeren, met inbegrip van ontwerpsystemen met “human-in-the-loop”-toezicht- en verificatieprocessen, transparantie, verantwoordingsplicht en controle van KI-besluitvorming;

18. stelt, wat het gebruik van niet-persoonsgebonden gegevens door KI-technologieën betreft, dat het gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken en andere materie en hiermee geassocieerde gegevens, inclusief reeds bestaande inhoud, gegevensverzamelingen van hoge kwaliteit en metagegevens, moet worden beoordeeld in het licht van de bestaande regels voor beperkingen en uitzonderingen inzake auteursrechtelijke bescherming, zoals de uitzondering voor tekst- en datamining waarin is voorzien in de richtlijn betreffende het auteursrecht en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt; dringt aan op verdere verduidelijking met betrekking tot de bescherming van gegevens op grond van het auteursrecht en de mogelijke bescherming van handelsmerken en industriële modellen voor werken die autonoom worden gegenereerd via KI-toepassingen; is van mening dat vrijwillige uitwisseling van niet-persoonsgebonden gegevens tussen bedrijven en sectoren moet worden bevorderd en moet stoelen op eerlijke contractuele overeenkomsten, met inbegrip van licentieovereenkomsten; onderstreept de uitdagingen voor IER’s die het gevolg zijn van de creatie van “deepfakes” op basis van misleidende, gemanipuleerde of eenvoudigweg kwalitatief minderwaardige gegevens, ongeacht of dergelijke “deepfakes” gegevens bevatten die aan het auteursrecht zijn onderworpen; is bezorgd over de mogelijkheid dat burgers massaal worden gemanipuleerd om democratieën te destabiliseren, en dringt aan op meer bewustmaking en mediageletterdheid, alsook op het beschikbaar stellen van de hoogstnoodzakelijke KI-technologieën om feiten en informatie te verifiëren; is van mening dat niet-persoonsgebonden en controleerbare registers van gegevens die in de loop van de levenscyclus van op KI gebaseerde technologieën conform de regels inzake gegevensbescherming worden gebruikt, de tracering van het gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken kunnen vergemakkelijken en op die manier de rechthebbenden beter kunnen beschermen en kunnen bijdragen tot de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, indien de verplichting om controleerbare registers bij te houden zou worden uitgebreid tot gegevens met of afkomstig van beelden en/of video’s die biometrische gegevens bevatten; benadrukt dat KI-technologieën nuttig kunnen zijn in het kader van de IER-handhaving, maar dat menselijke verificatie noodzakelijk is en dat er gewaarborgd moet worden dat alle op KI gebaseerde besluitvormingssystemen volledig transparant zijn; benadrukt dat toekomstige KI-regelingen de eventuele vereisten voor openbrontechnologie bij openbare aanbestedingen niet mogen omzeilen en de interconnectiviteit van digitale diensten niet in de weg mogen staan; merkt op dat KI-systemen zijn gebaseerd op software en op statistische modellen, die fouten kunnen bevatten; benadrukt dat KI-gegenereerde output niet discriminerend mag zijn en dat een van de efficiëntste manieren om vooroordelen in KI-systemen te beperken erin bestaat te waarborgen — voor zover het Unierecht dit toelaat — dat er zo veel mogelijk niet-persoonsgebonden gegevens beschikbaar zijn voor opleidingsdoeleinden en machinaal leren; verzoekt de Commissie na te denken over het gebruik van gegevens uit het publieke domein voor dergelijke doeleinden;

19. benadrukt het belang van de volledige tenuitvoerlegging van de strategie voor de digitale eengemaakte markt om de toegankelijkheid en interoperabiliteit van niet-persoonsgebonden gegevens in de EU te verbeteren; benadrukt dat de Europese datastrategie moet zorgen voor een evenwicht tussen het bevorderen van de stroom van, de ruimere toegang tot en het gebruik en de uitwisseling van gegevens, enerzijds, en de bescherming van IER’s en bedrijfsgeheimen, anderzijds, dit alles met inachtneming van de regels inzake gegevensbescherming en privacy; beklemtoont dat er in dit verband moet worden nagegaan of de regels van de Unie inzake intellectuele eigendom een geschikt instrument vormen voor de bescherming van gegevens, inclusief sectorale gegevens die nodig zijn voor de ontwikkeling van KI, en herinnert eraan dat gestructureerde gegevens, zoals databanken, die worden beschermd in het kader van de intellectuele eigendom, in de regel niet als gegevens worden beschouwd; is van mening dat er uitgebreide informatie moet worden verstrekt over het gebruik van door intellectueel eigendom beschermde gegevens, met name in de context van betrekkingen tussen onlineplatforms en ondernemingen; is ingenomen met het voornemen van de Commissie om één enkele Europese dataruimte tot stand te brengen;

20. merkt op dat de Commissie overweegt of er wetgevende maatregelen moeten worden genomen met betrekking tot kwesties die van invloed zijn op interactie tussen economische actoren die tot doel hebben voordeel te halen uit niet-persoonsgebonden gegevens, en verheugt zich over een mogelijke herziening van de richtlijn databanken en een mogelijke verduidelijking van de toepassing van de richtlijn inzake de bescherming van bedrijfsgeheimen als algemeen kader; kijkt uit naar de resultaten van de door de Commissie gelanceerde openbare raadpleging over de Europese gegevensstrategie;

21. benadrukt dat de Commissie met name in het kader van internationale onderhandelingen moet streven naar een evenwichtige en door innovatie gedreven bescherming van intellectuele eigendom ten gunste van Europese ontwikkelaars van KI, met als doel het internationale concurrentievermogen van Europese ondernemingen te vergroten en hen te wapenen tegen potentieel misbruik van procesrecht, en met het oog op een zo groot mogelijke rechtszekerheid voor gebruikers van KI, en denkt hierbij met name aan internationale onderhandelingen en in het bijzonder aan de lopende besprekingen over KI en de datarevolutie binnen de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom (WIPO); is verheugd over de recente inzending door de Commissie van de standpunten van de Unie voor de openbare raadpleging van de WIPO over het ontwerp voor een kaderdocument over het beleid inzake intellectuele eigendom en kunstmatige intelligentie; herinnert in dit verband aan de ethische plicht van de EU om ontwikkeling overal ter wereld te steunen door de grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van KI te vergemakkelijken, onder meer door middel van beperkingen en uitzonderingen voor grensoverschrijdend onderzoek en grensoverschrijdende tekst- en datamining, waarin is voorzien in de richtlijn betreffende het auteursrecht en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt;

22. is zich er ten volle van bewust dat vooruitgang op het gebied van KI gepaard zal moeten gaan met openbare investeringen in infrastructuur, opleiding op het gebied van digitale vaardigheden en aanzienlijke verbeteringen in verband met connectiviteit en interoperabiliteit om optimaal te kunnen gedijen; wijst daarom op het belang van beveiligde en duurzame 5G-netwerken voor de volledige uitrol van KI-technologieën, maar vooral ook op het belang van de noodzakelijke werkzaamheden op het niveau van infrastructuur en de beveiliging daarvan in de hele Unie; neemt kennis van de intensieve octrooieringsactiviteit die zich wat KI betreft voordoet in de vervoersector; vreest dat dit kan leiden tot een groot aantal rechtsgeschillen die de sector als geheel schade kunnen toebrengen en ook gevolgen kunnen hebben voor de verkeersveiligheid als we niet dringend op EU-niveau wetgeving vaststellen inzake de ontwikkeling van KI-gerelateerde technologieën;

23. steunt de bereidheid van de Commissie om de belangrijkste actoren uit de productiesector – fabrikanten uit de vervoersector, innovators op het gebied van KI en connectiviteit, dienstverleners uit de toeristische sector en andere spelers in de waardeketen van de automobielsector – bijeen te brengen om afspraken te maken over de voorwaarden waaronder zij bereid zouden zijn hun data te delen;

24. verzoekt zijn Voorzitter om deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie en aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 


 

TOELICHTING

Kunstmatige intelligentie (KI) is een wetenschappelijk onderzoeksgebied waarvan de oorsprong teruggaat tot het midden van de 20e eeuw. Het doel van dit onderzoek is ambitieus: inzicht verkrijgen in de manier waarop het menselijke cognitieve systeem werkt, en dit systeem reproduceren met als doel vergelijkbare besluitvormingsprocessen te creëren. Sinds enkele jaren is er een nieuw tijdperk aangebroken voor KI. De reden hiervoor is het gelijktijdige voorkomen van een enorme rekencapaciteit, een toename van het aantal datasets en krachtige algoritmen.

 

Deze nieuwe situatie bevordert de ontwikkeling en inzet van KI in vele sectoren. KI maakt het bijvoorbeeld mogelijk de analyse van klinische monsters te automatiseren en verkeerslichten aan te passen aan het wegverkeer, zonder menselijke tussenkomst. In termen van innovatie is het potentieel van KI met andere woorden enorm. Het is de taak van de Europese Unie om een operationeel rechtskader uit te werken voor de ontwikkeling van Europese KI, alsook overheidsbeleid dat is opgewassen tegen de kwesties die op het spel staan, met name wat betreft de voorlichting en opleiding van de Europese bevolking en de financiële steun voor toegepast en fundamenteel onderzoek. Dit kader moet noodzakelijkerwijs een visie op intellectuele-eigendomsrechten (IER’s) omvatten, om innovatie en creativiteit op dit gebied aan te moedigen en te beschermen.

 

Over de definitie van KI wordt weliswaar nog gediscussieerd, maar rechtszekerheid is bevorderlijk voor het stimuleren van de noodzakelijke investeringen in de EU op het vlak van KI. Er moet dus voor een zekere flexibiliteit in de regelgeving worden gezorgd, rekening houdend met de vele facetten van KI en met de toekomstige ontwikkelingen (en technologische vorderingen) op dit gebied.

 

Om te beginnen moeten we overwegen om het octrooirecht te herzien, in het licht van de ontwikkeling van AI. Octrooien beschermen technische uitvindingen, d.w.z. producten die een nieuwe technische oplossing bieden voor een bepaald technisch probleem. Algoritmen, wiskundige methoden en computerprogramma’s zijn als zodanig niet octrooieerbaar, maar zij kunnen worden opgenomen in een technische uitvinding die wel octrooieerbaar kan zijn. Het is van cruciaal belang voor de uitrol van KI in Europa dat de economische actoren en met name Europese start-ups van deze mogelijkheid op de hoogte zijn.

 

Het aantal door het Europees Octrooibureau geregistreerde octrooiaanvragen voor uitvindingen die rechtstreeks verband houden met de exploitatie van AI (KI-kerntechnologieën) is de voorbije tien jaar meer dan verdrievoudigd: van 396 in 2010 tot 1264 in 2017. Er zij echter op gewezen dat er in sommige derde landen in absolute cijfers meer zulke octrooiaanvragen worden ingediend, en dat de internationale concurrentie op dit strategische gebied groot is.

 

KI wordt overigens ook door octrooibureaus zelf gebruikt om het onderzoek naar de stand van de techniek te vergemakkelijken. In dit verband lijkt het belangrijk erop te wijzen dat technologie een nuttig hulpmiddel is maar niet in de plaats mag komen van een menselijke analyse en beoordeling met het oog op de verstrekking van rechten. Op het gebied van octrooien moet er ook op worden gewezen dat de complexiteit van de redenering achter sommige KI-technologieën het moeilijk kan maken om te controleren of deze uitvindingen voldoen aan de bestaande voorschriften.

 

Daarnaast kan de toenemende automatisering van bepaalde besluitvormingsprocessen tot technische of artistieke creaties leiden. De beoordeling van alle IER’s in het licht van deze ontwikkelingen moet een prioriteit vormen voor dit onderdeel van het EU-recht, met als doel een gunstig klimaat te creëren voor creativiteit en innovatie door ontwerpers te belonen. Menselijke tussenkomst blijft een fundamentele rol spelen bij de programmering van apparatuur die gebruik maakt van KI, de selectie van binnenkomende gegevens en de verfijning van de behaalde resultaten. De mogelijkheid van een ‘sterke’ KI, dat wil zeggen een KI die zich bewust is van haar eigen bestaan, lijkt hoogst futuristisch.

 

Wat het auteursrecht betreft, kan de voorwaarde van oorspronkelijkheid, die op het werk het stempel van de persoonlijkheid van de auteur drukt, een belemmering vormen voor de bescherming van door KI gegenereerde creaties. Deze voorwaarde lijkt echter te evolueren in de richting van een objectieve interpretatie, die erin bestaat een nieuwe eigenschap te identificeren aan de hand waarvan het beschermde werk zich onderscheidt van al bestaande werken. Zowel door KI gegenereerde creaties als ‘traditionele’ creaties leiden tot de groei van het cultureel erfgoed, ook al gebeurt de creatie op een andere manier. Het aantal door KI gecreëerde kunstwerken neemt toe. Een voorbeeld is het schilderij “The Next Rembrandt”[12], dat is ontstaan dankzij de digitalisering van 346 werken van Rembrandt met het oog op de verwerking ervan door KI. Een door KI gegenereerde creatie kan een echt kunstwerk zijn, als we het creatieve resultaat bekijken en niet zozeer het creatieve proces. Ook moet worden opgemerkt dat een gebrek aan bescherming van door KI gegenereerde creaties ertoe zou kunnen leiden dat de vertolkers van dergelijke creaties over geen enkel recht beschikken, aangezien bescherming in het kader van het systeem van naburige rechten pas mogelijk is als er een auteursrecht op het vertolkte werk bestaat.

 

Daarom wordt voorgesteld te beoordelen of het aangewezen is om het auteursrecht van een dergelijke ‘kunstcreatie’ toe te kennen aan de natuurlijke persoon die de creatie rechtmatig bewerkt en openbaar maakt, op voorwaarde dat de ontwerper(s) van de achterliggende technologie geen bezwaar maakt (maken) tegen het gebruik van deze technologie. Deze redenering wordt ook gevolgd in het kader van de Europese regeling voor de bescherming van ‘datakunst’: deze kunst kan worden gebruikt voor het ‘trainen’ van KI-technologieën die secundaire creaties genereren, ook voor commerciële doeleinden, mits hun rechthebbenden dit gebruik niet uitdrukkelijk hebben voorbehouden.

 

Tot slot rijzen er gezien de essentiële rol van gegevens en gegevensselectie bij de ontwikkeling van KI-technologieën diverse vragen over de toegankelijkheid van deze gegevens, met name wat betreft de afhankelijkheid van gegevens, de gevolgen van de vergrendeling van gegevens, de dominante positie van bepaalde ondernemingen en, in het algemeen, het ontoereikende circuleren van gegevens. Het is belangrijk om het delen van gegevens die in de Europese Unie zijn gecreëerd, aan te moedigen, zodat innovaties op het vlak van kunstmatige intelligentie worden gestimuleerd. Op korte termijn kan dit gebeuren middels de omzetting van de richtlijn inzake open data en de bevordering van het gebruik van licentieovereenkomsten om de uitwisseling van industriële gegevens aan te moedigen. Op middellange termijn is het komende voorstel van de Commissie over een algemeen wetgevingskader voor het beheer van gemeenschappelijke Europese gegevensruimten van cruciaal belang, met name voor de toegang tot gevoeligegegevensbanken zoals binnen de gezondheidszorg.


 

ADVIES VAN DE COMMISSIE INTERNE MARKT EN CONSUMENTENBESCHERMING (9.7.2020)

<CommissionInt>aan de Commissie juridische zaken</CommissionInt>


<Titre>inzake de intellectuele-eigendomsrechten voor de ontwikkeling van technologieën op het gebied van kunstmatige intelligentie</Titre>

<DocRef>(2020/2015(INI))</DocRef>

Rapporteur voor advies: <Depute>Adam Bielan</Depute>

 

 

SUGGESTIES

De Commissie interne markt en consumentenbescherming verzoekt de bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1. wijst op het potentieel van kunstmatige intelligentie (KI) om bedrijven, consumenten en de publieke sector innovatieve diensten te bieden; beklemtoont dat KI-technologieën een essentiële rol kunnen vervullen bij de digitalisering van de economie in een groot aantal sectoren, zoals de industrie, de gezondheidszorg, en de bouw en het vervoer, hetgeen kan resulteren in het ontstaan van nieuwe bedrijfsmodellen; onderstreept dat de Unie de ontwikkelingen op dit gebied actief moet omarmen, teneinde de digitale interne markt vooruit te brengen; onderstreept dat de ontwikkeling en het gebruik van KI in de interne markt baat zal hebben bij een betrouwbaar, evenwichtig en doeltreffend systeem van intellectuele-eigendomsrechten; geeft aan dat het belangrijk is onderscheid te maken tussen KI-toepassingen of -algoritmes, met KI gegenereerde technologie en producten, en gegevensbanken en individuele data, die verschillende vormen van rechten behoeven;

2. is van oordeel dat disruptieve technologieën zoals KI zowel kleine, als grote bedrijven in staat stellen marktleidende producten te ontwikkelen; vindt dat alle bedrijven of andere eigenaren van dergelijke producten recht hebben op een even doeltreffende en effectieve bescherming van intellectuele-eigendomsrechten; is van oordeel dat dit de ontwikkeling van Europese kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) zou kunnen bevorderen en in een aanzienlijk concurrentievoordeel in de Unie zou kunnen resulteren; dringt aan op een beoordeling van de impact van abusieve praktijken door zogenaamde “patent trolls” en van strategische juridische procedures in verband met intellectuele-eigendomsrechten, die een kunstmatige belemmering kunnen vormen voor nieuwe marktdeelnemers en bestaande partijen juist beschermen; beklemtoont dat KI-technologieën belangrijk zijn met het oog op een transparanter, doeltreffender en betrouwbaarder beheer van die aspecten van transacties die met de intellectuele eigendom verband houden;

3. beklemtoont het belang van maatregelen en informatiekanalen die kmo’s en start-ups helpen effectief gebruik te maken van de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten in KI-technologieën; verzoekt de Commissie en de lidstaten start-ups en kmo’s via het programma voor de interne markt en de digitale-innovatiehubs steun te bieden bij het ontwikkelen en beschermen van hun producten, en hen zo in staat te stellen hun potentieel voor groei en banen in Europa ten volle te benutten; beklemtoont het belang van coördinatie tussen de Commissie en de lidstaten enerzijds en andere belangrijke mondiale actoren anderzijds wat intellectuele-eigendomsrechten betreft voor de ontwikkeling van KI, teneinde een wereldwijd compatibele benadering tot stand te brengen, hetgeen goed zou zijn voor zowel kmo’s als start-ups:

4. onderstreept het belang van het beschermen van intellectuele-eigendomsrechten, inclusief bedrijfsgeheimen, in elk regelgevingskader voor KI, met name wat de gedetailleerde vereisten voor de beperkte groep zogenaamde “hoog risico”-applicaties betreft, en onderkent dat hieromtrent voor compatibiliteit moet worden gezorgd met andere openbaarbeleidsdoelstellingen, waaronder de eerbiediging van de grondrechten of de fundamentele vrijheden; is van oordeel dat de ontwikkeling van KI die de mens centraal stelt en waar de mens vertrouwen in kan hebben, staat of valt met een doeltreffende tenuitvoerlegging van de wetgeving inzake klokkenluiders;

5. onderstreept dat het, naast het beschermen van intellectuele-eigendomsrechten, in het belang van consumenten is om over juridische zekerheid te beschikken met betrekking tot het toegestane gebruik van beschermde werken, met name in het geval van ingewikkelde algoritmische producten; verzoekt de Commissie voorstellen te presenteren voor de traceerbaarheid van data, rekening houdend met zowel de rechtmatigheid van de verwerving van data, als de bescherming van de consument en de grondrechten;

6. is van oordeel dat het beoordelen van KI-applicaties een uitdaging is die de ontwikkeling van nieuwe methoden behoeft, alsook voldoende administratieve capaciteit bij de markttoezichtsautoriteiten; wijst erop dat adaptieve leersystemen na elke input kunnen herkalibreren, waarmee bepaalde ex-ante-openbaarmakingen alléén hun relevantie verliezen;

7. is van oordeel dat wanneer KI-applicaties worden gecertificeerd, moet worden aangetoond dat zij transparant, (in de mate van het mogelijke) uitlegbaar, en verenigbaar met ethische normen zijn; is van oordeel dat deze doelstelling niet uitsluitend middels het simpelweg openbaar maken van het algoritme of de code kan worden verwezenlijkt, en mogelijkerwijs zelfs helemaal niet; herinnert eraan dat datareeksen in dit proces ook belangrijk zijn;

8. verzoekt de Commissie erover na te denken op welke wijzen producten kunnen worden getest, bijvoorbeeld op modulaire wijze of middels verificatie-instrumenten die het mogelijk maken producten adequaat te testen met inachtneming van de vertrouwelijkheid, teneinde de bedrijfsgeheimen van de houders van intellectuele-eigendomsrechten te beschermen.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

7.7.2020

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

43

0

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Alex Agius Saliba, Andrus Ansip, Brando Benifei, Adam Bielan, Hynek Blaško, Biljana Borzan, Vlad-Marius Botoş, Markus Buchheit, Dita Charanzová, Deirdre Clune, David Cormand, Petra De Sutter, Carlo Fidanza, Evelyne Gebhardt, Alexandra Geese, Sandro Gozi, Maria Grapini, Svenja Hahn, Virginie Joron, Eugen Jurzyca, Arba Kokalari, Marcel Kolaja, Kateřina Konečná, Andrey Kovatchev, Jean-Lin Lacapelle, Maria-Manuel Leitão-Marques, Adriana Maldonado López, Antonius Manders, Beata Mazurek, Leszek Miller, Kris Peeters, Anne-Sophie Pelletier, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Tomislav Sokol, Ivan Štefanec, Kim Van Sparrentak, Marion Walsmann, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

 

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

43

+

ECR

Adam Bielan, Carlo Fidanza, Eugen Jurzyca, Beata Mazurek

PPE

Pascal Arimont, Maria da Graça Carvalho, Deirdre Clune, Arba Kokalari, Andrey Kovatchev, Antonius Manders, Kris Peeters, Andreas Schwab, Tomislav Sokol, Ivan Štefanec, Edina Tóth, Marion Walsmann

GUE/NGL

Kateřina Konečná, Anne-Sophie Pelletier

Verts/ALE

David Cormand, Petra De Sutter, Alexandra Geese, Marcel Kolaja, Kim Van Sparrentak,

ID

Markus Buchheit, Marco Campomenosi, Virginie Joron, Jean-Lin Lacapelle

NI

Marco Zullo

Renew

Andrus Ansip, Vlad-Marius Botoş, Dita Charanzová, Sandro Gozi, Svenja Hahn, Stéphanie Yon-Courtin

S&D

Alex Agius Saliba, Brando Benifei, Biljana Borzan, Evelyne Gebhardt, Maria Grapini, Maria-Manuel Leitão-Marques, Adriana Maldonado López, Leszek Miller, Christel Schaldemose

 

0

-

 

 

 

1

0

ID

Hynek Blaško

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : 

 


 

 

ADVIES VAN DE COMMISSIE VERVOER EN TOERISME (14.7.2020)

<CommissionInt>aan de Commissie juridische zaken</CommissionInt>


<Titre>inzake de intellectuele-eigendomsrechten voor de ontwikkeling van technologieën op het gebied van kunstmatige intelligentie</Titre>

<DocRef>(2020/2015(INI))</DocRef>

Rapporteur voor advies: <Depute>Andor Deli</Depute>

 

SUGGESTIES

De Commissie vervoer en toerisme verzoekt de bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

Inleiding

1. is ingenomen met de ambities op het gebied van kunstmatige intelligentie (KI) en data die de Commissie in haar mededelingen van 19 februari 2020, evenals in haar witboek over kunstmatige intelligentie – een Europese benadering op basis van excellentie en vertrouwen, alsook in de Europese datastrategie heeft geformuleerd; merkt echter op dat de kwestie van de bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten in het kader van de ontwikkeling van KI en aanverwante technologieën meer gewicht moet krijgen;

2. wijst erop dat de ontwikkeling en toepassing van KI en aanverwante technologieën vereisen dat er aandacht wordt besteed aan technische, sociale, economische, ethische en juridische kwesties en sectoroverschrijdende gevolgen op diverse beleidsgebieden, waaronder intellectuele-eigendomsrechten, en dat er antwoorden worden geboden en beleid wordt opgesteld op Europees niveau;

3. beklemtoont dat de ontwikkeling van KI en aanverwante technologieën in de vervoersector en de toeristische sector gepaard zal gaan met innovatie, onderzoek, het aantrekken van investeringen en aanzienlijke voordelen op economisch, maatschappelijk, milieu-, openbaar en veiligheidsgebied, en er tegelijk voor kan zorgen dat deze sectoren aantrekkelijker worden voor toekomstige generaties en nieuwe arbeidskansen en duurzamere bedrijfsmodellen kan creëren, maar dat hierdoor in geen geval schade of nadeel mag worden veroorzaakt voor mens of samenleving;

4. stelt vast dat er wereldwijde concurrentie heerst tussen ondernemingen en economische regio’s bij de ontwikkeling van KI-oplossingen voor de vervoersector; benadrukt dat het internationale concurrentievermogen van Europese ondernemingen in de vervoersector moet worden versterkt door in de EU een gunstig klimaat tot stand te brengen voor de ontwikkeling en toepassing van KI-oplossingen; onderstreept bovendien dat KI moet worden ingezet in alle vervoerswijzen, in zowel stedelijke als landelijke gebieden, en dat er daarom een holistische, technologisch neutrale en flexibele benadering nodig is om alle uitdagingen in de sector vervoer en mobiliteit naar behoren aan te pakken;

5.  stelt dat de vaststelling op EU-niveau van een adequaat rechtskader inzake intellectuele-eigendomsrechten voor KI en innovaties op het gebied van connectiviteit, alsook inzake de toegang tot en beveiliging van data, van cruciaal belang zal zijn voor de ontwikkeling en de soepele, veilige en brede verspreiding van KI en aanverwante technologieën in de ecosystemen van vervoer en toerisme;

6.  is van mening dat strategieën ter bescherming van intellectuele eigendom voortdurend zullen wijzigen naargelang van de ontwikkelingen op het gebied van KI, en dat het noodzakelijk zal zijn rekening te houden met kwesties als aanpassing aan deze veranderende omstandigheden met behulp van flexibel auteursrecht, octrooibescherming, bescherming van handelsmerken en modellen of zelfs de regels inzake bedrijfsgeheimen, en na te gaan welk traject innovators de meest uitgebreide en degelijke bescherming van intellectuele eigendom zal bieden waarbij zowel rechtszekerheid wordt geboden als wordt aangemoedigd tot nieuwe investeringen in particuliere ondernemingen, universiteiten, kmo’s en clusters door middel van publiek-private samenwerking ter ondersteuning van onderzoek en ontwikkeling;

7. verzoekt de Commissie rekening te houden met de zeven essentiële vereisten die in de richtsnoeren van de deskundigengroep op hoog niveau worden genoemd en die de Commissie in haar mededeling van 8 april 2019[13] toejuicht, en verzoekt deze naar behoren toe te passen in alle wetgeving op het gebied van KI;

8. beschouwt de toenemende behoefte aan KI en aanverwante technologieën in technologieën voor identificatie op afstand of biometrische identificatie, zoals traceringsapps in de sector vervoer en toerisme, als een nieuwe manier om de COVID-19-crisis en mogelijke toekomstige sanitaire en volksgezondheidscrises aan te pakken, waarbij moet worden toegezien op de bescherming van grondrechten, privacy en persoonsgegevens;

Intellectuele-eigendomsrechten en KI-innovaties

9. merkt op dat het huidige versnipperde rechtskader inzake intellectuele-eigendomsrechten en de rechtsonzekerheid gevolgen hebben voor de ontwikkeling van KI en aanverwante technologieën in de vervoersector; verzoekt de Commissie daarom te evalueren of haar regelingen op het gebied van intellectuele eigendom geschikt zijn voor de ontwikkeling van KI-technologieën, en om op basis van een grondige analyse en evaluatie van de huidige wetgeving de volgens haar noodzakelijke wetgevingsvoorstellen in te dienen om vertrouwen, rechtszekerheid en transparantie te waarborgen en verdere versnippering te voorkomen, en zo investeringen in deze technologieën te stimuleren;

10. merkt op dat KI weliswaar de mogelijkheid biedt om grote hoeveelheden data in verband met intellectuele-eigendomsrechten te verwerken, maar niet in de plaats mag komen van menselijke verificatie bij het toekennen van intellectuele-eigendomsrechten en het vaststellen van de aansprakelijkheid bij inbreuken op de intellectuele-eigendomsrechten;

11. stelt, in verband met het gebruik van data door KI, dat het gebruik van auteursrechtelijk beschermde data moet worden beoordeeld in het licht van de uitzonderingen voor tekst- en datamining waarin is voorzien in de richtlijn inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt, alsook in het licht van alle vormen van gebruik die onder beperkingen of uitzonderingen op de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten vallen;

12. verzoekt de Commissie om na te gaan of het voor ondernemingen, waaronder kmo’s, mogelijk en zinvol is octrooien te verkrijgen op basis van software of algoritmen, zowel met het oog op de bescherming van innovaties als met het oog op het waarborgen van de transparantie die vereist is voor betrouwbare KI en de beschikbaarheid van algoritmen die worden gebruikt voor openbare doeleinden; wijst erop dat het noodzakelijk is om een gelijk speelveld voor deze ondernemingen in stand te houden en dat het belangrijk is om de consistentie met het mededingingsrecht te handhaven;

13. is zich er ten volle van bewust dat vooruitgang op het gebied van KI gepaard zal moeten gaan met openbare investeringen in infrastructuur, opleiding op het gebied van digitale vaardigheden en aanzienlijke verbeteringen in verband met connectiviteit en interoperabiliteit om optimaal te kunnen gedijen; wijst daarom op het belang van beveiligde en duurzame 5G-netwerken voor de volledige uitrol van KI-technologieën, maar vooral ook op het belang van de noodzakelijke werkzaamheden op het niveau van infrastructuur en de beveiliging daarvan in de hele Unie; neemt kennis van de intensieve octrooieringsactiviteit die zich wat KI betreft voordoet in de vervoersector; is bezorgd dat dit eventueel kan leiden tot een groot aantal rechtsgeschillen die de sector als geheel schade kunnen toebrengen en ook gevolgen kunnen hebben voor de verkeersveiligheid als we niet dringend op Europees niveau wetgeving vaststellen inzake de ontwikkeling van KI-gerelateerde technologieën;

14. wijst erop dat essentiële standaardoctrooien (SEP’s) een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling en verspreiding van nieuwe KI- en aanverwante technologieën en het garanderen van interoperabiliteit; verzoekt de Commissie de opkomst van sectoroverschrijdende normen en formele normalisatie aan te moedigen; wijst in dit verband op de mededeling van de Commissie van 29 november 2017 over de verlening van licenties voor SEP’s en de kernbeginselen die hierin zijn vastgesteld met het oog op transparantie van SEP’s, met name eerlijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden (FRAND) voor de verlening van een licentie en de handhaving daarvan; vestigt met name de aandacht op SEP’s die de toegankelijkheid, verkeersveiligheid en beveiliging voor gebruikers van vervoer kunnen verbeteren;

Intellectuele-eigendomsrechten en data

15. is verheugd over de bereidheid van de Commissie om te waarborgen dat data worden verzameld en gebruikt met volledige inachtneming van de algemene verordening gegevensbescherming en andere strenge EU-regels inzake gegevensbescherming; benadrukt dat de bescherming van de gegevens van Europese burgers moet worden voortgezet, maar dat er een goed evenwicht moet worden gezocht tussen gegevensbescherming en regels inzake intellectuele eigendom, zodat innovators op het gebied van KI de nodige flexibiliteit wordt geboden;

16. is tevreden dat de Commissie ernaar streeft een gemeenschappelijke Europese dataruimte tot stand te brengen met investeringen in normen, instrumenten en infrastructuur; is met name voorstander van de totstandbrenging van een gemeenschappelijke Europese ruimte voor mobiliteitsdata, waarbij rekening wordt gehouden met het bestaande Europese wetgevingskader inzake gegevensbescherming;

17. verzoekt de Commissie om op passende wijze en met spoed aandacht te besteden aan de kwestie van de bescherming van gegevens en intellectuele eigendom en om met wetgevingsvoorstellen op dit gebied te komen, waarbij wordt gezorgd voor eerlijke en passende flexibiliteit en inachtneming van het beginsel van technologische neutraliteit, ook door initiatieven te ontwikkelen voor de uitwisseling van beste praktijken en te investeren in onderzoek op dit gebied;

18. is verheugd over de toekomstige totstandbrenging van een flexibel wetgevingskader waarmee het mogelijk wordt de governance van gemeenschappelijke Europese dataruimtes te regelen, alsook over de bereidheid van de Commissie om datadeling van bedrijven naar overheden en van bedrijven naar bedrijven te stimuleren en om de verplichte toegang tot data onder FRAND-voorwaarden te beperken tot de gevallen waarin specifieke omstandigheden dit vereisen; benadrukt het belang van toegang tot data die door voertuigen worden gegenereerd voor alle belanghebbenden op het gebied van mobiliteit, teneinde de ontwikkeling van innovatieve datagestuurde diensten te bevorderen;

19. verzoekt de Commissie bijzondere aandacht te besteden aan de toegang van kmo’s en clusters tot data die hun activiteiten een impuls kunnen geven, alsook tot technologiecentra en universiteiten om hun onderzoeksprogramma’s te bevorderen;

20. steunt de bereidheid van de Commissie om de belangrijkste actoren uit de productiesector – fabrikanten uit de vervoersector, innovators op het gebied van KI en connectiviteit, dienstverleners uit de toeristische sector en andere spelers in de waardeketen van de automobielsector – bijeen te brengen om afspraken te maken over de voorwaarden waaronder zij bereid zouden zijn hun data te delen.


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

14.7.2020

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

41

2

6

Bij de eindstemming aanwezige leden

Magdalena Adamowicz, Andris Ameriks, José Ramón Bauzá Díaz, Izaskun Bilbao Barandica, Marco Campomenosi, Ciarán Cuffe, Jakop G. Dalunde, Johan Danielsson, Andor Deli, Karima Delli, Anna Deparnay-Grunenberg, Ismail Ertug, Gheorghe Falcă, Giuseppe Ferrandino, Mario Furore, Søren Gade, Isabel García Muñoz, Jens Gieseke, Elsi Katainen, Kateřina Konečná, Elena Kountoura, Julie Lechanteux, Bogusław Liberadzki, Benoît Lutgen, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Marian-Jean Marinescu, Tilly Metz, Giuseppe Milazzo, Cláudia Monteiro de Aguiar, Caroline Nagtegaal, Jan-Christoph Oetjen, Philippe Olivier, Rovana Plumb, Dominique Riquet, Dorien Rookmaker, Massimiliano Salini, Barbara Thaler, István Ujhelyi, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Lucia Vuolo, Roberts Zīle, Kosma Złotowski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Leila Chaibi, Angel Dzhambazki, Markus Ferber, Carlo Fidanza, Maria Grapini, Roman Haider, Alessandra Moretti

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

41

+

ECR

Angel Dzhambazki, Carlo Fidanza, Roberts Zīle, Kosma Złotowski

NI

Mario Furore, Dorien Rookmaker

PPE

Magdalena Adamowicz, Andor Deli, Gheorghe Falcă, Markus Ferber, Jens Gieseke, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Benoît Lutgen, Marian-Jean Marinescu, Giuseppe Milazzo, Cláudia Monteiro de Aguiar, Massimiliano Salini, Barbara Thaler, Elissavet Vozemberg-Vrionidi

RENEW

José Ramón Bauzá Díaz, Izaskun Bilbao Barandica, Søren Gade, Elsi Katainen, Caroline Nagtegaal, Jan-Christoph Oetjen, Dominique Riquet

S&D

Andris Ameriks, Johan Danielsson, Ismail Ertug, Giuseppe Ferrandino, Isabel García Muñoz, Maria Grapini, Bogusław Liberadzki, Alessandra Moretti, Rovana Plumb, István Ujhelyi

VERTS/ALE

Ciarán Cuffe, Jakop G. Dalunde, Karima Delli, Anna Deparnay-Grunenberg, Tilly Metz

 

2

-

GUE/NGL

Leila Chaibi, Kateřina Konečná

 

6

0

GUE/NGL

Elena Kountoura

ID

Marco Campomenosi, Roman Haider, Julie Lechanteux, Philippe Olivier, Lucia Vuolo

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthoudingen


 

ADVIES VAN DE COMMISSIE CULTUUR EN ONDERWIJS (3.9.2020)

<CommissionInt>aan de Commissie juridische zaken</CommissionInt>


<Titre>inzake intellectuele-eigendomsrechten voor de ontwikkeling van technologieën op het gebied van kunstmatige intelligentie</Titre>

<DocRef>(2020/2015(INI))</DocRef>

Rapporteur: <Depute>Sabine Verheyen</Depute>

 

 


 

SUGGESTIES

De Commissie cultuur en onderwijs verzoekt de bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1. herinnert eraan dat kunstmatige intelligentie (KI) en aanverwante technologieën ten dienste moeten staan van de mensheid en dat de voordelen ervan breed moeten worden gedeeld, zonder discriminatie; beklemtoont dat KI, aangezien KI een steeds veranderende verzameling technologieën is die met grote snelheid worden ontwikkeld en KI steeds meer taken kan uitvoeren die gewoonlijk door mensen worden uitgevoerd, op de lange termijn de menselijke intellectuele vermogens op bepaalde gebieden wel eens zou kunnen overstijgen; beklemtoont dan ook dat er passende vrijwaringsmaatregelen moeten worden getroffen, waaronder, waar redelijk, ontwerpsystemen met human-in-the-loop-toezicht- en -verificatieprocessen, transparantie en verificatie van KI-besluiten; erkent dat makers in de culturele en creatieve sectoren al uitgebreid gebruikmaken van nieuwe KI-technologieën om hun kunstwerken te maken;

2. beklemtoont dat de Unie een essentiële rol moet spelen bij het vaststellen van fundamentele beginselen met betrekking tot de ontwikkeling, de toepassing, de programmering en het gebruik van KI, zonder de verdere ontwikkeling ervan te hinderen of concurrentie te belemmeren, in het bijzonder in voorschriften en gedragscodes van de Unie; herinnert eraan dat Richtlijn (EU) 2019/790 voorziet in een wettelijk kader voor het gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken in tekst- en dataminingprocessen, die essentieel zijn voor alle KI-gerelateerde processen; benadrukt derhalve de vereiste dat op rechtmatige wijze toegang moet worden verkregen tot alle werken die worden gebruikt, evenals het voor houders van rechten gewaarborgde recht om bij voorbaat uit te sluiten dat hun werken worden gebruikt in een KI-gerelateerd proces zonder dat zij hiervoor toestemming hebben gegeven; benadrukt tevens dat een ethisch rechtskader en een strategie voor digitale gegevens moeten worden gebruikt, indien nodig vergezeld van wetgeving waarin de grondrechten en de waarden van de Unie verankerd liggen;

3. onderstreept het belang van het gebruik van KI op scholen en universiteiten, zodat deze nieuwe en efficiëntere leermethoden kunnen gebruiken die de succespercentages van leerlingen en studenten zullen doen toenemen; wijst op het belang van de bevordering van KI-curricula die zijn ontworpen om leerlingen en studenten te helpen de kennis te verwerven die nodig is voor toekomstige banen; wijst erop dat KI-technologieën open beschikbaar moeten zijn voor onderwijs- en onderzoeksdoelstellingen;

4. wijst erop dat een open en gelijke toegang tot KI in de EU en binnen de lidstaten essentieel is; wijst erop dat de EU-steun voor innovatie en onderzoek op het gebied van KI breed beschikbaar moet zijn in de gehele Unie; benadrukt dat speciale steun moet worden verleend aan ontwikkelaars en begunstigden van KI uit achtergestelde groepen of met een handicap;

5. is van mening dat richtsnoeren en advies voor ontwikkelaars en gebruikers van KI over de bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten breed beschikbaar moeten zijn;

6. herinnert eraan dat KI niet alleen activiteiten kan verrichten die voorheen uitsluitend door mensen konden worden gedaan, maar ook autonome en cognitieve kenmerken kan verwerven en ontwikkelen door middel van ervaringsleren of versterkend leren; wijst op de kwestie van aansprakelijkheid met betrekking tot KI-systemen die in staat zijn tot versterkend leren; beklemtoont dat getrainde KI-systemen op bijna autonome wijze culturele en creatieve werken kunnen maken en genereren, met slechts een minimale menselijke input; merkt daarnaast op dat KI-systemen op onvoorspelbare wijze kunnen evolueren, door originele werken te maken die zelfs bij hun oorspronkelijke programmeurs onbekend zijn, hetgeen in aanmerking moet worden genomen bij de vaststelling van een kader voor de bescherming van de uit dergelijke werken afgeleide exploitatierechten; herhaalt evengoed dat KI de menselijke creatieve geest moet helpen, niet vervangen;

7. neemt er nota van dat KI-systemen op software gebaseerd zijn en intelligent gedrag vertonen op basis van een analyse van hun omgeving; benadrukt dat deze analyse is gebaseerd op statistische modellen waarvan fouten onvermijdelijk deel uitmaken, soms met terugkoppelingen die al bestaande vooroordelen, fouten en aannames repliceren, versterken en verlengen; merkt op dat ervoor moet worden gezorgd dat systemen en methoden beschikbaar zijn waarmee algoritmes kunnen worden geverifieerd en verklaard, en eventuele problemen kunnen worden opgelost;

8. is van mening dat de intellectuele-eigendomsrechten voor de ontwikkeling van KI-technologieën moeten worden onderscheiden van de intellectuele-eigendomsrechten voor inhoud die door KI wordt gegenereerd; wijst op de noodzaak om onnodige wettelijke belemmeringen voor de ontwikkeling van KI weg te nemen om het potentieel van dergelijke technologieën op het gebied van cultuur en onderwijs te ontsluiten;

9. benadrukt dat aandacht moet worden geschonken aan auteursrechtelijke kwesties in verband met middels KI gegenereerde culturele en creatieve werken; beklemtoont dat het werk van mensen als makers en producenten de basis moet vormen voor het systeem van intellectuele-eigendomsrechten; merkt bovendien op dat de vraag in hoeverre door KI gecreëerde werken kunnen worden toegeschreven aan een menselijke maker, van centraal belang is; wijst erop dat moet worden bepaald of er sprake kan zijn van een “originele creatie” zonder menselijke tussenkomst; is van mening dat diepgravend onderzoek nodig is om te kunnen vaststellen of het automatisch toekennen van het auteursrecht op middels KI gegenereerde werken aan de houder van het auteursrecht op de KI-software, of het KI-algoritme of -programma, de beste oplossing is, aangezien een mens nodig is om te worden beschouwd als de auteur van een nieuw creatief werk; is verheugd over het verzoek van de Commissie om een studie naar auteursrechten en nieuwe technologieën;

10. spreekt zijn bezorgdheid uit over het potentiële vacuüm tussen intellectuele-eigendomsrechten en de ontwikkeling van KI, dat de culturele en creatieve sector en het onderwijs kwetsbaar zou kunnen maken voor middels KI gegenereerde auteursrechtelijk beschermde werken; maakt zich zorgen over mogelijke inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten en onderstreept de noodzaak om tekortkomingen van de markt of schade die zich voordoen te monitoren; verzoekt de Commissie steun te geven aan een horizontale, empirisch onderbouwde en technologisch neutrale benadering van gemeenschappelijke, uniforme auteursrechtelijke regels voor middels KI gegenereerde werken in de Unie, hetgeen hun groei zou bevorderen en tevens investeringen uit de private sector zou aantrekken voor de technologische en economische ontwikkeling van de sector voor KI en robotica;

11. wijst op de ontwikkeling van KI-toepassingen voor de verspreiding van onjuiste informatie en het creëren van desinformatie; is bezorgd over de talrijke inbreuken op de wetgeving inzake intellectuele eigendom die hieruit kunnen voortvloeien en maakt zich bovendien ernstig zorgen over de mogelijkheid dat burgers massaal worden gemanipuleerd met het oogmerk om democratieën te destabiliseren; dringt in dit verband aan op de versterking van de media- en informatiegeletterdheid, waarbij in aanmerking moet worden genomen dat digitale transformatie daar een onmisbaar onderdeel van uitmaakt; dringt erop aan dat prioriteit wordt gegeven aan de ontwikkeling van software voor de verificatie van feiten en informatie;

12. herinnert eraan dat data het centrale element zijn van de ontwikkeling en opleiding van KI-systemen; wijst erop dat dit gestructureerde data omvat, zoals databanken, auteursrechtelijk beschermde werken en andere creaties die worden beschermd in het kader van de intellectuele eigendom die in de regel wellicht niet als data worden beschouwd; wijst er derhalve op dat het ook belangrijk is om de notie van het voor de intellectuele eigendom relevante gebruik in verband met de werking van KI-technologieën te behandelen;

13. wijst erop dat de efficiëntste manier om vooroordelen in KI-systemen te beperken erin bestaat te waarborgen dat zo veel mogelijk data beschikbaar zijn om deze systemen op te leiden, waarvoor het noodzakelijk is om eventuele onnodige belemmeringen voor tekst- en datamining te beperken en het grensoverschrijdend gebruik mogelijk te maken;

14. wijst erop dat wanneer KI uitsluitend wordt gebruikt als instrument om de auteur te helpen in het creatieproces, het huidige auteursrechtkader van toepassing blijft op het gecreëerde werk en de tussenkomst van KI niet in acht wordt genomen;

15. beveelt aan speciale beveiligingskenmerken en -regels in te voeren om de privacyrechten in verband met KI-technologieën te beschermen; wijst erop dat privacycontroles van KI-technologieën verplicht moeten zijn;

16. herinnert er daarnaast aan dat met de herziening van het EU-auteursrecht een uitzondering voor tekst- en datamining werd ingevoerd op grond waarvan wetenschappelijk onderzoek kan profiteren van het vrije gebruik van data en dat tekst- en datamining voor andere doeleinden ook is toegestaan onder de nieuwe uitzondering wanneer aan de vereisten is voldaan;

17. benadrukt dat KI ook een doeltreffend instrument kan zijn om de aanwezigheid van auteursrechtelijk beschermde inhoud online op te sporen en te melden; benadrukt tevens dat aandacht moet worden geschonken aan de kwestie van de aansprakelijkheid voor inbreuken op het auteursrecht en ander intellectueel eigendom door KI-systemen, alsook aan de problematiek van het eigendom van data; wijst er echter op dat een duidelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen autonome inbreuken en het kopiëren van werken van derden dat werd vergemakkelijkt of niet werd voorkomen door de beheerder van de KI-software; wijst erop dat traceerbaarheid een eerste vereiste is voor de toekenning van aansprakelijkheid, aangezien aldus enerzijds rechtsmiddelen kunnen worden ingesteld en anderzijds storingen kunnen worden gediagnosticeerd en gecorrigeerd;

18. benadrukt het belang van transparantie en verantwoordingsplicht bij het gebruik van algoritmen door streamingdiensten, zodat de toegang tot culturele en creatieve inhoud in diverse vormen en talen en een eerlijke toegang tot Europese werken beter kan worden gegarandeerd;

19. herinnert aan de ethische plicht van de EU om ontwikkeling overal ter wereld te steunen door de grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van KI te vergemakkelijken, onder meer door middel van beperkingen en uitzonderingen voor grensoverschrijdend onderzoek en grensoverschrijdende tekst- en datamining, en dringt derhalve aan op een sneller internationaal optreden van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom om dit te bereiken;

20. erkent dat de Unie vanwege de technologische vooruitgang van bepaalde staten een fundamentele plicht heeft om het delen van de voordelen van KI te bevorderen, waarbij een aantal instrumenten wordt gebruikt, waaronder investeringen in onderzoek in alle lidstaten.

 

 


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

1.9.2020

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

28

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Isabella Adinolfi, Christine Anderson, Ilana Cicurel, Gilbert Collard, Gianantonio Da Re, Laurence Farreng, Tomasz Frankowski, Romeo Franz, Hannes Heide, Irena Joveva, Petra Kammerevert, Niyazi Kizilyürek, Predrag Fred Matić, Dace Melbārde, Victor Negrescu, Peter Pollák, Marcos Ros Sempere, Andrey Slabakov, Massimiliano Smeriglio, Michaela Šojdrová, Sabine Verheyen, Salima Yenbou, Milan Zver

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Isabel Benjumea Benjumea, Christian Ehler, Ibán García Del Blanco, Bernard Guetta, Marcel Kolaja, Elżbieta Kruk, Martina Michels

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

28

+

PPE

Isabel Benjumea Benjumea, Christian Ehler, Tomasz Frankowski, Peter Pollák, Michaela Šojdrová, Sabine Verheyen, Milan Zver

S&D

Ibán García del Blanco, Hannes Heide, Petra Kammerevert, Predrag Fred Matić, Victor Negrescu, Marcos Ros Sempere, Massimiliano Smeriglio

RENEW

Ilana Cicurel, Laurence Farreng, Bernard Guetta, Irena Joveva

ID

Gilbert Collard

VERTS/ALE

Romeo Franz, Marcel Kolaja, Salima Yenbou

ECR

Elżbieta Kruk, Dace Melbārde, Andrey Slabakov

GUE/NGL

Niyazi Kizilyürek, Martina Michels

NI

Isabella Adinolfi

 

1

-

ID

Christine Anderson

 

1

0

ID

Gianantonio Da Re

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 


 

 

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

1.10.2020

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

19

3

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Manon Aubry, Gunnar Beck, Geoffroy Didier, Angel Dzhambazki, Ibán García Del Blanco, Jean-Paul Garraud, Esteban González Pons, Mislav Kolakušić, Gilles Lebreton, Karen Melchior, Jiří Pospíšil, Franco Roberti, Marcos Ros Sempere, Liesje Schreinemacher, Stéphane Séjourné, Raffaele Stancanelli, József Szájer, Marie Toussaint, Adrián Vázquez Lázara, Axel Voss, Tiemo Wölken, Javier Zarzalejos

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Patrick Breyer, Evelyne Gebhardt

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

19

+

EPP

Geoffroy Didier, Esteban González Pons, Jiří Pospíšil, József Szájer, Axel Voss, Javier Zarzalejos

S&D

Ibán García Del Blanco, Evelyne Gebhardt, Franco Roberti, Marcos Ros Sempere, Tiemo Wölken

RENEW

Liesje Schreinemacher, Stéphane Séjourné, Adrián Vázquez Lázara

ID

Jean-Paul Garraud, Gilles Lebreton

ECR

Angel Dzhambazki, Raffaele Stancanelli

NI

Mislav Kolakušić

 

3

-

VERTS/ALE

Patrick Breyer, Marie Toussaint

GUE/NGL

Manon Aubry

 

2

0

RENEW

Karen Melchior

ID

Gunnar Beck

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

[1] PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

[2] PB L 130 van 17.5.2019, blz. 92.

[3] PB L 77 van 27.3.1996, blz. 20.

[4] PB L 111 van 5.5.2009, blz. 16.

[5] PB L 157 van 15.6.2016, blz. 1.

[6] PB L 172 van 26.6.2019, blz. 56.

[7] PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.

[8] PB L 303 van 28.11.2018, blz. 59.

[9] PB L 186 van 11.7.2019, blz. 57.

[10] PB C 252 van 18.7.2018, blz. 239.

[11] “Vertrouwen kweken in mensgerichte kunstmatige intelligentie” (COM(2019)0168).

[13] “Vertrouwen kweken in mensgerichte kunstmatige intelligentie” (COM(2019)0168).

Laatst bijgewerkt op: 19 oktober 2020Juridische mededeling - Privacybeleid