Procedure : 2020/0104(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0214/2020

Ingediende teksten :

A9-0214/2020

Debatten :

PV 09/02/2021 - 3
CRE 09/02/2021 - 3

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0038

<Date>{10/11/2020}10.11.2020</Date>
<NoDocSe>A9-0214/2020</NoDocSe>
PDF 1317kWORD 507k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>     <RefProcLect>***I</RefProcLect>

<Titre>over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een faciliteit voor herstel en veerkracht</Titre>

<DocRef>(COM(2020)0408 – C9-0150/2020 – 2020/0104(COD))</DocRef>


<Commission>{CJ16}Begrotingscommissie
Commissie economische en monetaire zaken</Commission>

Rapporteurs: <Depute>Eider Gardiazabal, Siegfried Muresan, Dragos Pîslaru</Depute>

(Gezamenlijke commissieprocedure – Artikel 58 van het Reglement)

Rapporteurs voor advies (*):

Dragoș Pîslaru, Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

Pascal Canfin, Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

François-Xavier Bellamy, Commissie industrie, onderzoek en energie

Roberts Zīle, Commissie vervoer en toerisme

(*) Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 57 van het Reglement

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
 ADVIES VAN DE COMMISSIE MILIEUBEHEER, VOLKSGEZONDHEID EN VOEDSELVEILIGHEID
 ADVIES VAN DE COMMISSIE INDUSTRIE, ONDERZOEK EN ENERGIE
 ADVIES VAN DE COMMISSIE VERVOER EN TOERISME
 ADVIES VAN DE COMMISSIE BEGROTINGSCONTROLE
 ADVIES VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING
 STANDPUNT IN DE VORM VAN AMENDEMENTEN VAN DE COMMISSIE VROUWENRECHTEN EN GENDERGELIJKHEID
 BRIEF VAN DE COMMISSIE CONSTITUTIONELE ZAKEN
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een faciliteit voor herstel en veerkracht

(COM(2020)0408 – C9-0150/2020 – 2020/0104(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

 gezien het voorstel van de Commissie aan het Parlement en de Raad (COM(2020)0408),

 gezien artikel 294, lid 2, en artikel 175, derde alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9-0150/2020),

 gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien artikel 59 van zijn Reglement,

 gezien het gezamenlijk overleg van de Begrotingscommissie en de Commissie economische en monetaire zaken overeenkomstig artikel 58 van het Reglement,

 gezien de adviezen van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie industrie, onderzoek en energie, de Commissie vervoer en toerisme, de Commissie begrotingscontrole en de Commissie regionale ontwikkeling,

 gezien het standpunt in de vorm van amendementen van de Commissie vrouwenrechten en gendergelijkheid,

 gezien de brief van de Commissie constitutionele zaken,

 gezien het verslag van de Begrotingscommissie en de Commissie economische en monetaire zaken (A9‑0214/2020),

1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2. verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

 

Amendement  1

AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT[*]

op het voorstel van de Commissie

---------------------------------------------------------

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot instelling van een faciliteit voor herstel en veerkracht

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 175, derde alinea,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[1],

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s[2],

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Overeenkomstig de artikelen 120 en 121 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) zijn de lidstaten verplicht hun economisch beleid te voeren teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie en in het kader van de door de Raad vastgestelde richtsnoeren. Op grond van artikel 148 VWEU voeren de lidstaten werkgelegenheidsbeleid uit waarbij rekening wordt gehouden met de richtsnoeren voor de werkgelegenheid. De coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten is derhalve een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang.

(2) Artikel 175 VWEU bepaalt onder meer dat de lidstaten hun economische beleid moeten coördineren om de in artikel 174 neergelegde doelstellingen inzake economische, sociale en territoriale samenhang te bereiken.

(2 bis) In artikel 174 VWEU is bepaald dat de Unie haar optreden gericht op de versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang moet ontwikkelen en vervolgen, teneinde de harmonische ontwikkeling van de Unie in haar geheel te bevorderen. Voorts is bepaald dat de Unie zich in het bijzonder ten doel moet stellen de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio’s en de achterstand van de minst begunstigde regio’s te verkleinen. Bij de betrokken regio’s moet bijzondere aandacht worden besteed aan plattelandsgebieden, gebieden die een industriële overgang doormaken, eilanden, ultraperifere gebieden en regio’s die te kampen hebben met ernstige en permanente natuurlijke of demografische nadelen, zoals de meest noordelijke regio’s met hun zeer geringe bevolkingsdichtheid, alsmede eiland-, grens- en berggebieden, en hun uitgangspositie en specifieke kenmerken moeten in aanmerking worden genomen bij de uitvoering van het Uniebeleid.

(3) Op het niveau van de Unie zijn het Europees Semester voor coördinatie van het economisch beleid (“Europees Semester”), met inbegrip van de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten, de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties, de nationale energie- en klimaatplannen die zijn aangenomen in het kader van de governance van de energie-unie, en de plannen voor een rechtvaardige transitie, ▌kaders om nationale hervormingsprioriteiten te bepalen en de uitvoering ervan te monitoren. Ook structurele hervormingen op basis van solidariteit, integratie, sociale rechtvaardigheid, en een eerlijke verdeling van de rijkdom zijn vereist, met als doel hoogwaardige werkgelegenheid en duurzame groei te scheppen, de gelijkheid van en toegang tot kansen en sociale bescherming te waarborgen, kwetsbare groepen te beschermen en de levensstandaard van alle burgers te verbeteren. De lidstaten ontwikkelen hun eigen nationale meerjarige investeringsstrategie om deze hervormingen te ondersteunen. Die strategieën moeten waar passend in aansluiting met de jaarlijkse nationale hervormingsprogramma’s worden gepresenteerd als een manier om de prioritaire investeringsprojecten die nationale of Uniefinanciering moeten krijgen, vast te stellen en te coördineren.

(3 bis) Zoals de Commissie heeft uiteengezet in de jaarlijkse strategie voor duurzame groei 2020 en het voorjaars- en zomerpakket 2020 van het Europees Semester, moet het Europees Semester bijdragen tot de uitvoering van de Europese Green Deal, de Europese pijler van sociale rechten en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties.

(4) De uitbraak van ▌COVID-19 in het begin van 2020 heeft de economische, sociale en budgettaire vooruitzichten voor de komende jaren in de Unie en in de rest van de wereld veranderd, en vraagt om een snelle en gecoördineerde reactie, zowel op het niveau van de Unie als op nationaal niveau, om het hoofd te bieden aan de enorme economische en sociale gevolgen voor alle lidstaten. De uitdagingen die zijn verbonden aan de demografische context, sociale inclusie en cohesie zijn versterkt door COVID-19, hetgeen tot asymmetrische gevolgen voor de lidstaten leidt. De ▌COVID-19-crisis en de eerdere economische en financiële crisis hebben duidelijk gemaakt dat het ontwikkelen van deugdelijke, duurzame en veerkrachtige economieën, financiële stelsels en stelsels van sociale voorzieningen op basis van sterke economische en maatschappelijke structuren de lidstaten helpt om efficiënter te reageren op schokken en daar sneller van te herstellen, op billijke en inclusieve wijze. Een gebrek aan veerkracht kan ook leiden tot funeste overloopeffecten van schokken tussen lidstaten of binnen de Unie als geheel, wat uitdagingen voor convergentie en cohesie in de Unie met zich meebrengt. In dit opzicht kunnen bezuinigingen op de uitgaven voor onderwijs, cultuur en gezondheidszorg een snel herstel in de weg staan. De gevolgen op middellange en lange termijn van de COVID-19-crisis zullen in belangrijke mate afhangen van de vraag hoe snel de economieën en samenlevingen van de lidstaten zich van de crisis zullen herstellen, wat weer afhankelijk is van de fiscale ruimte en maatregelen waarover de lidstaten beschikken om de sociale en economische gevolgen van de crisis te beperken, en van de veerkracht van hun economieën en maatschappelijke structuren. Duurzame en groeibevorderende hervormingen en investeringen om de structurele zwakke punten van de economieën aan te pakken, ▌versterken de veerkracht van de lidstaten, verhogen de productiviteit en het concurrentievermogen, en verminderen de afhankelijkheid van koolstofenergie. Deze zullen dus van essentieel belang zijn om de economieën weer op het juiste pad ▌te brengen en ongelijkheden en ▌verschillen in de Unie te beperken.

(5) De uitvoering van duurzame en groeibevorderende hervormingen en investeringen die bijdragen tot cohesie en het opbouwen van een hoge mate van veerkracht van de binnenlandse economieën, samenlevingen en instellingen, het versterken van de aanpassingscapaciteit en het ontsluiten van het groeipotentieel, op een manier die compatibel is met de Overeenkomst van Parijs, behoren tot de beleidsprioriteiten van de Unie. Zij zijn ▌van cruciaal belang om het herstel op een houdbaar, eerlijk en inclusief pad vast te stellen en het proces van opwaartse economische en sociale convergentie te ondersteunen. Dit is des te noodzakelijker in de nasleep van de pandemie, om de weg vrij te maken voor een snel herstel.

(5 bis) In artikel 2 en artikel 8 VWEU is bepaald dat de Unie bij elk optreden ernaar streeft de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen op te heffen en de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen. Daarom moet gendermainstreaming, met inbegrip van genderbudgettering, in alle beleidsmaatregelen en wetgeving van de Unie worden toegepast.

(5 ter) Vrouwen staan tijdens de COVID-19-crisis in de frontlinie, vertegenwoordigen het grootste deel van de gezondheidswerkers in de EU en moeten onbetaalde zorgtaken combineren met de verantwoordelijkheden op hun werk. De situatie is met name erg moeilijk voor alleenstaande ouders, waar vrouwen 85 % van uitmaken. Investeren in een degelijke zorginfrastructuur is ook van essentieel belang om gendergelijkheid te waarborgen, de economische empowerment van vrouwen te bevorderen, veerkrachtige samenlevingen tot stand te brengen, slechte omstandigheden in een sector waar overheersend vrouwen werkzaam zijn te bestrijden, de werkgelegenheid te bevorderen, en armoede en sociale uitsluiting te voorkomen, en heeft een positief effect op het bbp, aangezien meer vrouwen betaald werk kunnen verrichten als er een degelijke zorginfrastructuur is.

(6) Uit eerdere ervaringen is gebleken dat investeringen tijdens crises vaak drastisch worden verminderd. Het is daarom van essentieel belang dat strategische publieke en private investeringen met Europese meerwaarde in deze specifieke situatie worden ondersteund om de gevolgen van de pandemie te bestrijden, het herstel te versnellen, bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese Green Deal, sociale inclusie en cohesie, het groeipotentieel op de lange termijn te versterken met concrete resultaten in de reële economie, en de institutionele veerkracht en crisisparaatheid te versterken. Investeren in groene en digitale technologieën, onderzoek en innovatie (O&I), ook in een kenniseconomie, capaciteiten en processen die gericht zijn op het ondersteunen van de overgang naar schone energie en de circulaire transitie, het stimuleren van de energie-efficiëntie van woningen en andere belangrijke sectoren van de economie, zijn van belang om eerlijke, inclusieve en duurzame groei te realiseren en banen te helpen scheppen. Dergelijke investeringen zullen de Unie ook veerkrachtiger en minder afhankelijk maken door diversificatie van de belangrijkste toeleveringsketens. Het is net zo belangrijk om te investeren in diensten van algemeen economisch belang en maatschappelijke diensten van algemeen belang om sociale inclusie en sociale cohesie te bevorderen.

(6 bis) Herstel moeten worden verwezenlijkt en de veerkracht van de Unie en haar lidstaten moet worden versterkt aan de hand van de financiering van zes Europese prioriteiten, te weten billijke groene transitie, digitale transformatie, economische cohesie, productiviteit en concurrentievermogen, sociale en territoriale cohesie, institutionele veerkracht en maatregelen om ervoor te zorgen dat de volgende generatie Europeanen geen “lockdown-generatie” wordt.

(6 ter) Investeringen in groene technologieën, capaciteiten en hervormingen die gericht zijn op het ondersteunen van de billijke groene transitie en het stimuleren van de transitie naar duurzame energie, energiezekerheid en energie-efficiëntie in huisvesting en andere belangrijke sectoren van de economie zijn belangrijk om bij te dragen tot de decarbonisatie van de economie op de lange termijn en de klimaat- en milieudoelstellingen van de Unie, om biodiversiteit te bevorderen, om duurzame groei tot stand te brengen, om de circulaire economie te bevorderen en om banen te helpen scheppen.

(6 quater) Investeringen in digitale technologieën, infrastructuur en processen zullen het concurrentievermogen van de Unie op mondiaal niveau vergroten en zullen de Unie ook veerkrachtiger, innovatiever en minder afhankelijk helpen maken door de belangrijkste toeleveringsketens te diversifiëren. Hervormingen en investeringen moeten met name de digitalisering van diensten, de ontwikkeling van digitale en data-infrastructuur, clusters en digitale-innovatiehubs en open digitale oplossingen bevorderen. Die digitale transitie moet ook de digitalisering van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) stimuleren. Bij overheidsopdrachten moeten de beginselen van interoperabiliteit, energie-efficiëntie en de bescherming van persoonsgegevens in acht worden genomen, moet deelname van kmo’s en startende ondernemingen mogelijk worden gemaakt en moet het gebruik van open-source-oplossingen worden bevorderd.

(6 quinquies) Hervormingen en investeringen die gericht zijn op het vergroten van de economische cohesie en het verhogen van de productiviteit, op kmo’s, op het versterken van de eengemaakte markt en op het concurrentievermogen moeten een duurzaam herstel van de economie van de Unie mogelijk maken. Deze hervormingen en investeringen moeten ook het ondernemerschap, de sociale economie, de ontwikkeling van duurzame infrastructuur en vervoer en industrialisering en herindustrialisering bevorderen, en de gevolgen beperken die de crisis heeft voor het proces van de invoering van de eenheidsmunt door lidstaten buiten de eurozone.

(6 quinquies bis) Hervormingen en investeringen moeten ook de sociale cohesie versterken en bijdragen tot de bestrijding van armoede en werkloosheid. Zij moeten leiden tot het scheppen van hoogwaardige en stabiele banen en de inclusie van kansarme groepen en categorieën van burgers, en moeten het versterken van de maatschappelijke infrastructuur en diensten, de sociale dialoog, de sociale bescherming en de sociale zekerheid mogelijk maken. Dergelijke maatregelen zijn van het grootste belang voor het herstel van onze economieën, waarbij niemand tussen wal en schip mag vallen.

(6 sexies) De Unie moet maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de volgende generatie Europeanen niet permanent de gevolgen van de COVID-19-crisis moet dragen en dat de generatiekloof niet verder wordt verdiept. Hervormingen en investeringen zijn essentieel voor de bevordering van onderwijs en vaardigheden, met inbegrip van digitale vaardigheden, onder meer door middel van bijscholing, omscholing en herkwalificatie van de actieve beroepsbevolking met aandacht voor specifieke behoeften van de verschillende generaties, het integratieprogramma voor werklozen, beleidsmaatregelen om te investeren in toegang en kansen voor kinderen en jongeren in verband met onderwijs, gezondheid, voeding, banen en huisvesting, en beleidsmaatregelen om de generatiekloof te overbruggen.

(6 septies) De COVID-19-crisis heeft ook duidelijk gemaakt hoe belangrijk het is om de institutionele en administratieve veerkracht en crisisparaatheid te versterken, met name door de continuïteit van bedrijven en publieke diensten en de toegankelijkheid en de capaciteit van de gezondheids- en zorgstelsels te verbeteren en de doeltreffendheid van het openbaar bestuur en de nationale stelsels te vergroten, onder meer door de administratieve lasten tot een minimum te beperken, de doeltreffendheid van de rechtsstelsels te vergroten en de fraudepreventie en het toezicht op de bestrijding van het witwassen van geld te verbeteren. Het is van belang dat uit de crisis lering wordt getrokken en dat de institutionele weerbaarheid van de lidstaten wordt versterkt.

(6 octies) Ten minste 40 % van het bedrag voor elk plan voor herstel en veerkracht in het kader van de faciliteit voor herstel en veerkracht (“de faciliteit”) moet bijdragen tot de mainstreaming van klimaat en biodiversiteit, waarbij er rekening mee moet worden gehouden dat ten minste 37 % van het bedrag voor elk plan voor herstel en veerkracht moet worden geoormerkt voor de financiering van klimaatmainstreaming. De plannen voor herstel en veerkracht moeten in overeenstemming zijn met de Gendergelijkheidsstrategie 2020-2025 van de Unie.

(6 nonies) Ten minste 20 % van het bedrag voor elk plan voor herstel en veerkracht in het kader van de faciliteit moet bijdragen tot de Europese digitale strategie en de totstandbrenging van een digitale eengemaakte markt, teneinde het concurrentievermogen van de Unie op mondiaal niveau te vergroten en bij te dragen tot het veerkrachtiger, innovatiever en strategisch onafhankelijk maken van de Unie.

(6 decies) Ten minste 7 % van het bedrag voor elk plan voor herstel en veerkracht in het kader van de faciliteit moet bijdragen aan investerings- en hervormingsmaatregelen die onder elk van de zes Europese prioriteiten vallen, waarbij de financiële toewijzing van de faciliteit volledig onder de zes Europese prioriteiten moet vallen.

(6 undecies) De algemene doelstelling van de faciliteit moet het leveren van een bijdrage zijn aan de aanpak van de uitdagingen die de zes Europese prioriteiten vastgesteld in deze verordening met zich meebrengen, door middel van de bevordering van economische, sociale en territoriale cohesie, alsmede het leveren van een bijdrage aan de doelstellingen van het beleid van de Unie, de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties, de Europese pijler van sociale rechten, de Overeenkomst van Parijs en de versterking van de eengemaakte markt. Daartoe moet de faciliteit bijdragen aan het verbeteren van de veerkracht en het aanpassingsvermogen van de lidstaten, het beperken van de sociale en economische gevolgen van de crisis, en het ondersteunen van de groene en de digitale transitie ▌, waardoor het groeipotentieel van de economieën van de Unie wordt hersteld, het scheppen van werkgelegenheid in de nasleep van de COVID-19-crisis wordt bevorderd en duurzame groei wordt gestimuleerd.

(6 duodecies) De faciliteit moet bijdragen tot herstel en veerkracht door middel van hervormingen en investeringen die ten goede komen aan de samenleving, de demografie, en met name kinderen, jongeren en kwetsbare groepen, door middel van onderwijs en opleiding, en moet het ondernemingsklimaat, de insolventiekaders en de strijd tegen agressieve belastingpraktijken verbeteren en onze economieën en industrie, O&I, duurzame digitale, energie- en vervoersinfrastructuur en connectiviteit moderniseren. De faciliteit moet ook bijdragen tot de ontwikkeling van een duurzame circulaire economie, moet het ondernemerschap ondersteunen, ook voor kmo’s, in de gezondheids- en zorgsector, cultuur en media, sport, toerisme en horeca, en de landbouw- en agrovoedingssector, moet de biodiversiteit, milieubescherming, en de voedselvoorzieningsketens versterken, moet de groene transitie bevorderen door mitigatie van en aanpassing aan de klimaatverandering, en moet bijdragen aan investeringen in duurzame en energie-efficiënte huisvesting. De hervormingen en investeringen moeten de stelsels voor sociale bescherming en sociale zekerheid, het openbaar bestuur en de diensten van algemeen belang, waaronder justitie en democratie, versterken, en moeten bijdragen tot het aanpakken van demografische uitdagingen.

(6 terdecies) De COVID-19-crisis heeft een zware impact op de sociale activiteiten in alle lidstaten. Het onderwijs, de culturele en creatieve sector, evenals de horeca en het toerisme, zijn tot stilstand gekomen. De Unie en de lidstaten moeten ook in deze uiterst belangrijke sectoren investeren. De lidstaten moeten worden aangemoedigd om ten minste 2 % van de totale begroting te besteden aan de culturele en creatieve sector, en 10 % aan investeringen in hoogwaardig en inclusief onderwijs.

(7) Momenteel voorziet geen enkel instrument in rechtstreekse financiële steun in verband met de verwezenlijking van resultaten en de uitvoering van hervormingen en overheidsinvesteringen van de lidstaten in antwoord op een crisis die zo groot is als de COVID-19-crisis. Het herstel van de economie van de Unie in haar geheel kan worden verwezenlijkt door, onder meer, investeringen door te sluizen en de hervormingen toe te spitsen op bestaande EU-strategieën en uitdagingen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, de strategieën en uitdagingen die zijn vastgesteld in het Europees Semester, de Europese pijler van sociale rechten, de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN, de nationale klimaatenergieplannen die zijn aangenomen in het kader van de governance van de energie-unie, en de plannen voor een rechtvaardige transitie, met als doel een blijvend effect te hebben op de veerkracht van de lidstaten.

(8) Tegen deze achtergrond is het noodzakelijk het huidige kader voor de verstrekking van ondersteuning aan de lidstaten te versterken en de lidstaten directe financiële ondersteuning te bieden door middel van een innovatief instrument. Hiertoe moet op grond van deze verordening een faciliteit ▌ worden vastgesteld die doeltreffende financiële en significante steun moet verstrekken om de uitvoering van duurzame hervormingen en de bijbehorende particuliere en overheidsinvesteringen in de lidstaten te versterken als een specifiek instrument om de schadelijke effecten en gevolgen van de COVID-19-crisis in de Unie tegen te gaan. De faciliteit moet omvattend zijn en moet profiteren van de ervaring die de Commissie en de lidstaten hebben opgedaan met het gebruik van andere instrumenten en programma’s. De faciliteit kan ook maatregelen omvatten om particuliere investeringen aan te moedigen door middel van steunregelingen, onder meer via financiële instrumenten, subsidies, of vergelijkbare regelingen, op voorwaarde dat de regels inzake overheidssteun in acht worden genomen. De faciliteit kan bovendien ook maatregelen omvatten om de ontwikkeling van nationale stimuleringsbanken te bevorderen.

(9) De soorten financiering en wijzen van uitvoering op grond van deze verordening moeten worden gekozen op basis van hun vermogen om de specifieke doelstellingen van de acties te verwezenlijken en resultaten op te leveren, waarbij ▌het verwachte risico op niet-naleving in aanmerking moet worden genomen. Daarvoor moet ook het gebruik van vaste bedragen, vaste percentages en eenheidskosten worden overwogen, alsmede de in artikel 125, lid 1, onder a), van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad[3] (het Financieel Reglement) bedoelde financiering die niet gekoppeld is aan kosten.

(9 bis) Maatregelen die erop gericht zijn het herstel van de sociale en economische schok van de COVID-19-crisis te bevorderen, moeten berusten op de beginselen van veerkracht en ecologische en sociale duurzaamheid. Ook moet er met deze maatregelen naar worden gestreefd de noodzaak van urgentie te combineren met een langetermijnperspectief. Maatregelen die gestoeld waren op krachtig wetenschappelijk bewijs en brede politieke en sociale instemming mogen niet worden afgezwakt of uitgesteld, maar moeten prioriteit blijven krijgen.

(10) Overeenkomstig Verordening [invorderingsinstrument van de Europese Unie] en binnen de grenzen van de daarin toegewezen middelen, moeten maatregelen voor herstel en veerkracht in het kader van de faciliteit ▌worden verricht om de ongekende sociale en economische gevolgen van de COVID-19-crisis aan te pakken. Deze extra middelen moeten op zodanige wijze worden gebruikt dat de inachtneming van de in Verordening [EURI] vastgestelde termijnen wordt gewaarborgd.

(10 bis) Met de faciliteit moeten projecten worden gesteund met een werkelijke Europese meerwaarde, waarbij het beginsel van additionaliteit van Uniefinanciering wordt gehanteerd. De faciliteit mag niet in de plaats komen van terugkerende nationale uitgaven en mag niet ingaan tegen de strategische en economische belangen van de Unie, en mag daarom niet worden gebruikt voor de financiering van investeringsplannen van derde landen.

(10 ter) Europese meerwaarde zal worden gecreëerd uit de wisselwerking en de onderlinge verbanden tussen de zes Europese prioriteiten, en dit zal samenhang en synergieën genereren, en moet coördinatiewinst, rechtszekerheid, meer efficiëntie en een verbeterde complementariteit opleveren.

(10 quater) Een van de lessen die uit de COVID-19-crisis zijn getrokken, is dat de Unie de essentiële toeleveringsketens moet diversifiëren; bijgevolg moet het een doelstelling van de faciliteit zijn de strategische autonomie van de Unie te verbeteren.

(10 quinquies) De bedragen van ongebruikte vastleggingskredieten en vrijgemaakte kredieten moeten worden gebruikt om programma’s met een Europese meerwaarde te versterken, vooral programma’s onder direct beheer, in gebieden zoals, maar niet beperkt tot, O&I, onderwijs en infrastructuur.

(10 sexies) Plannen voor herstel en veerkracht in het kader van de faciliteit moeten in synergie met het programma InvestEU functioneren, en kunnen bijdragen omvatten aan het lidstaatcompartiment in het kader van InvestEU, met name voor de solvabiliteit van ondernemingen die in de betreffende lidstaten zijn gevestigd. De plannen kunnen ook bijdragen omvatten aan programma’s onder direct beheer in het kader van het MFK (het meerjarig financieel kader) voor kinderen, jongeren, met inbegrip van Erasmus, cultuur, alsook O&I, met inbegrip van Horizon Europa.

(10 septies) NextGenerationEU mag geen financiële last voor de volgende generaties worden, en moet worden terugbetaald met nieuwe eigen middelen van de Unie. Bovendien is het van cruciaal belang dat de leningen die in het kader van NextGenerationEU zijn aangegaan, tijdig worden terugbetaald.

(11) Gezien de Europese Green Deal als de Europese strategie voor duurzame groei en de vertaling van de toezeggingen van de Unie tot uitvoering van de Overeenkomst van Parijs en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties zal de door deze verordening vastgestelde faciliteit een bijdrage leveren om klimaatacties en milieuduurzaamheid te mainstreamen en het globale streefdoel te bereiken dat 30 % van uitgaven uit de Uniebegroting de klimaat- en milieudoelstellingen ondersteunen, alsook het globale streefdoel dat 10 % van de uitgaven uit de Uniebegroting de biodiversiteitsdoelstellingen ondersteunen. De lidstaten moeten in hun plannen voor herstel en veerkracht bijzondere aandacht besteden aan ondersteuning en empowerment van werknemers die onder de gevolgen van de transities te lijden kunnen hebben, in het bijzonder door de Europese pijler van sociale rechten toe te passen en het beginsel van collectieve onderhandelingen te verdedigen.

 

(15) De specifieke doelstelling van de faciliteit moet bestaan in het verstrekken van financiële steun om de duidelijke mijlpalen en streefdoelen van de hervormingen en investeringen zoals vastgelegd in plannen voor herstel en veerkracht te bereiken. Deze specifieke doelstelling moet worden nagestreefd in nauwe samenwerking met de betrokken lidstaten.

(16) Om ervoor te zorgen dat het bijdraagt aan de doelstellingen van de faciliteit, moeten het plan voor herstel en veerkracht maatregelen omvatten voor de uitvoering van hervormingen en openbare investeringsprojecten door middel van een coherent, relevant, doeltreffend en efficiënt plan voor herstel en veerkracht. ▌

(16 bis) In het plan voor herstel en veerkracht moet in detail worden toegelicht hoe de plannen en maatregelen voor herstel en veerkracht bijdragen tot elk van de zes Europese prioriteiten, met inbegrip van de respectieve en totale minimale begrotingstoewijzingen.

(16 ter) In het plan moet ook worden toegelicht hoe het bijdraagt tot, en niet strijdig is met, het Uniebeleid, de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties, de Europese pijler van sociale rechten, de Overeenkomst van Parijs en de versterking van de eengemaakte markt. Ook moet worden toegelicht hoe het plan bijdraagt tot, en niet strijdig is met, de strategische en economische belangen van de Unie. Het plan mag de nationale begrotingsuitgaven niet vervangen, en moet het beginsel van additionaliteit van financiering door de Unie eerbiedigen, alsook het beginsel “geen aanzienlijke schade berokkenen”. In het plan moet worden toegelicht hoe samenhang met de beginselen van de Gendergelijkheidsstrategie 2020-2025 van de Unie wordt verzekerd.

(16 quater) Het nationale plan voor herstel en veerkracht mag geen afbreuk doen aan het recht om collectieve overeenkomsten te sluiten of de naleving ervan af te dwingen, of collectieve actie te ondernemen, in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, alsook nationaal en Unierecht en nationale en Uniegebruiken.

(16 quinquies) In het plan moet worden toegelicht hoe wordt bijgedragen tot de effectieve aanpak van de uitdagingen die zijn vastgesteld in de relevante landspecifieke aanbevelingen aan de betrokken lidstaat of in andere relevante documenten die de Commissie officieel heeft goedgekeurd in het kader van het Europees Semester. Indien in een lidstaat sprake is van onevenwichtigheden of buitensporige onevenwichtigheden zoals vastgesteld door de Commissie na een diepgaande evaluatie, moet het plan een toelichting omvatten over de wijze waarop de aanbevelingen uit hoofde van artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad[4] verenigbaar zijn met de plannen. In het plan moeten ook duidelijke mijlpalen, streefdoelen en een tijdschema voor de uitvoering van de hervormingen en de investeringen worden vastgesteld.

(16 sexies) Het plan moet een uitgebreid pakket hervormingen en investeringen omvatten en moet toelichten hoe verenigbaarheid daarvan verzekerd wordt. In het plan moet toelichting worden gegeven over de beoogde publieke en private investeringsprojecten, alsook de bijbehorende investeringsperiode en informatie over de betrokken private partners, in voorkomend geval. Het plan moet ook de geraamde totale kosten van de hervormingen en investeringen omvatten. Het plan moet, in voorkomend geval, informatie omvatten over de bestaande of geplande financiering van de Unie, en het verband met eerdere of geplande hervormingen in het kader van het steunprogramma voor structurele hervormingen of het instrument voor technische ondersteuning, alsook informatie over eventueel noodzakelijke begeleidende maatregelen, met inbegrip van een tijdschema voor alle beleidsmaatregelen.

(16 septies) Aangezien de regionale en lokale autoriteiten het dichtst bij hun burgers staan en uit eerste hand ervaren wat de behoeften en problemen van de lokale gemeenschappen en economieën zijn, spelen zij een cruciale rol in het economisch en maatschappelijk herstel. In dit licht moeten zij nauw worden betrokken bij de planning en uitvoering van de faciliteit, onder meer bij de voorbereiding van de plannen voor herstel en veerkracht en het beheer van de projecten in het kader van de faciliteit. Om het potentieel van de regionale en lokale autoriteiten bij het bereiken van herstel en veerkracht volledig te benutten, zijn deze autoriteiten verantwoordelijk voor een deel van de middelen van de faciliteit voor herstel en veerkracht, met inachtneming van het beginsel van subsidiariteit van de lidstaten.

(16 octies) Het plan moet, in voorkomend geval, het verzoek om leningsteun en de bijkomende mijlpalen toelichten.

(16 nonies) Het plan moet een toelichting omvatten bij de plannen, systemen en concrete maatregelen van de lidstaten om belangenconflicten, corruptie en fraude bij het gebruik van de financiële middelen die zijn ontleend aan de faciliteit, te voorkomen, op te sporen en recht te zetten.

(16 decies) Het plan moet gedetailleerde gegevens omvatten over de door de lidstaten vastgestelde regelingen om te waarborgen dat ontvangende ondernemingen niet betrokken zijn bij meldingsplichtige grensoverschrijdende belastingconstructies in de zin van Richtlijn (EU) 2018/822 van de Raad[5];

(16 undecies) Indien nodig moeten de plannen investeringen omvatten in grensoverschrijdende of pan-Europese projecten ter ondersteuning van de Europese samenwerking.

(16 duodecies) Alle lidstaten die steun uit de faciliteit genieten, moeten de in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie verankerde waarden eerbiedigen en bevorderen. De Commissie moet bevoegd zijn de opschorting in te leiden van de vastleggings- of betalingskredieten aan lidstaten in het kader van deze faciliteit in het geval van algemene tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat die van invloed zijn of kunnen zijn op de beginselen van deugdelijk financieel beheer of de bescherming van de financiële belangen van de Unie. De faciliteit moet voorzien in duidelijke regels en procedures voor het opstarten van het opschortingsmechanisme of de opheffing ervan. Zo mag de procedure voor het inleiden van de opschorting van de financiering in het kader van de faciliteit en de daaropvolgende plaatsing van de middelen in een reserve alleen worden geblokkeerd als een gekwalificeerde meerderheid in de Raad of een meerderheid in het Europees Parlement hier tegen is. Betalingen aan eindbegunstigden of -ontvangers, met inbegrip van lokale en regionale overheden, moeten worden voortgezet.

(16 terdecies) Maatregelen die sinds 1 februari 2020 zijn genomen in verband met de economische en sociale gevolgen van de COVID-19-crisis, moeten in aanmerking komen.

(17) Indien een lidstaat op grond van artikel 12 van Verordening (EU) nr. 472/2013[6] vrijgesteld is van de monitoring en evaluatie van het Europees Semester of op grond van Verordening (EG) nr. 332/2002 van de Raad[7] onderworpen is aan toezicht, moet het mogelijk zijn de bepalingen van onderhavige verordening op de betrokken lidstaat toe te passen met betrekking tot de uitdagingen en prioriteiten die het voorwerp van de in het kader van die verordeningen vastgestelde maatregelen zijn.

(18) Om de voorbereiding en de uitvoering van de plannen voor herstel en veerkracht door de lidstaten mogelijk te maken, moeten het Europees Parlement en de Raad in staat zijn om in het kader van het Europees Semester de stand van de capaciteit voor herstel, veerkracht en aanpassing in de Unie te bespreken. Om een geschikte feitenbasis te verzekeren, moet deze bespreking worden gebaseerd op de in het kader van het Europees Semester beschikbare strategische en analytische informatie van de Commissie en, indien beschikbaar, op de informatie over de uitvoering van de plannen in de voorgaande jaren. De Commissie moet alle relevante informatie tegelijkertijd en onder gelijke voorwaarden beschikbaar stellen aan het Europees Parlement en de Raad. In de relevante commissies van het Europees Parlement moet een dialoog over herstel en veerkracht worden gevoerd, naar het voorbeeld van de bestaande gestructureerde economische dialoog, teneinde transparantie en verantwoording te garanderen.

(19) Om te zorgen voor een zinvolle financiële bijdrage die in verhouding staat tot de daadwerkelijke behoeften van de lidstaten om de in het herstel- en weerbaarheidsplan opgenomen hervormingen en investeringen uit te voeren en te voltooien, is het passend om voor de financiële steun een maximale financiële bijdrage (d.w.z. de niet-terugvorderbare financiële steun) in het kader van de faciliteit beschikbaar te stellen. In 2021 en 2022 moet die maximale bijdrage ▌worden berekend op basis van de bevolkingsomvang, de inverse van het ▌bbp ▌per hoofd van de bevolking en het relatievewerkloosheidspercentage van elke lidstaat voor de periode 2015-2019. In 2023 en 2024 moet die maximale financiële bijdrage worden berekend op basis van de bevolkingsomvang, de inverse van het bbp en het in de periode 2020 tot 2021 waargenomen gecumuleerde verlies aan reëel bbp, ten opzichte van 2019.

(20) Er moet een procedure worden bepaald voor de indiening van voorstellen voor plannen voor herstel en veerkracht door de lidstaten, en de inhoud daarvan. Om de doelmatigheid van de procedures te waarborgen, moet een lidstaat uiterlijk op 30 april een plan voor herstel en veerkracht indienen in de vorm van een afzonderlijke bijlage bij het nationale hervormingsprogramma. Met het oog op een snelle uitvoering moeten de lidstaten de mogelijkheid krijgen om samen met de ontwerpbegroting voor het komende jaar, op 15 oktober van het voorgaande jaar een ontwerpplan in te dienen. Voor de opstelling van de plannen voor herstel en veerkracht kunnen de lidstaten gebruikmaken van het instrument voor technische ondersteuning, overeenkomstig Verordening XX/YYYY [tot vaststelling van het instrument voor technische ondersteuning].

(20 bis) In haar evaluatie moet de Commissie rekening houden met de synergieën die zijn gecreëerd tussen de plannen voor herstel en veerkracht van de verschillende lidstaten en met de complementariteit tussen die plannen en andere investeringsplannen op nationaal niveau. De Commissie moet indien nodig overleg plegen met de relevante belanghebbenden in de hele Unie om hun standpunt te vernemen over de betrokkenheid bij het nationale plan voor herstel en veerkracht en over de consistentie en de doeltreffendheid van dit plan. De Commissie moet ook voorschrijven dat een gendereffectbeoordeling van het plan wordt uitgevoerd door een onafhankelijke deskundige of zelf deze beoordeling uitvoeren.

(22) De Commissie moet het door de lidstaten voorgestelde plan voor herstel en veerkracht beoordelen en daarbij nauw samenwerken met de betrokken lidstaat. De Commissie moet de nationale zeggenschap over het proces volledig respecteren en moet rekening houden met de synergieën die zijn gecreëerd tussen de plannen voor herstel en veerkracht van de verschillende lidstaten en met de complementariteit tussen die plannen en andere investeringsplannen op nationaal niveau. De Commissie moet het plan voor herstel en veerkracht beoordelen op basis van een lijst van vereisten en een lijst van criteria die de doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie en samenhang ervan moeten aantonen, en zij moet hierbij rekening houden met de door de betrokken lidstaat verstrekte motivering en elementen ▌.

(23) In de bijlage bij deze verordening moeten passende richtsnoeren worden opgenomen aan de hand waarvan de Commissie op transparante en billijke wijze de plannen voor herstel en veerkracht kan beoordelen, en de financiële bijdrage kan bepalen conform de in deze verordening vastgelegde doelstellingen en andere vereisten. Met het oog op transparantie en efficiëntie moet een waarderingssysteem voor de beoordeling van de voorstellen voor plannen voor herstel en veerkracht worden ingevoerd. De aan de goedgekeurde plannen toegekende scores moeten openbaar worden gemaakt.

(24) Om ertoe bij te dragen dat plannen van goede kwaliteit worden opgesteld en om de Commissie bij te staan bij de beoordeling van de door de lidstaten ingediende plannen voor herstel en veerkracht en bij de beoordeling van de mate waarin deze zijn verwezenlijkt, moet worden voorzien in het gebruik van advies van deskundigen en, op verzoek van de lidstaat, collegiaal advies en technische ondersteuning. Wanneer de deskundigheid met name betrekking heeft op beleidsterreinen in verband met arbeid, moeten de sociale partners erbij worden betrokken.

(25) Voor de eenvoud moeten de financiële bijdragen aan de hand van eenvoudige criteria worden vastgesteld. De financiële bijdrage moet worden vastgesteld op basis van de geraamde totale kosten van het door de betrokken lidstaat voorgestelde plan voor herstel en veerkracht. Met financiering uit de faciliteit mogen geen maatregelen worden ondersteund die de overheidsinkomsten voor een langere periode of permanent verminderen, zoals belastingverminderingen of verlagingen van heffingen.

(26) Mits het plan voor herstel en veerkracht op afdoende wijze aan de beoordelingscriteria voldoet, moet aan de betrokken lidstaat de maximale financiële bijdrage worden toegewezen indien de geraamde totale kosten van het pakket, verminderd met de nationale cofinanciering, gelijk zijn aan, of hoger zijn dan, het bedrag van de maximale financiële bijdrage zelf. Aan de betrokken lidstaat moet daarentegen een bedrag worden toegewezen dat gelijk is aan de geraamde totale kosten van het plan voor herstel en veerkracht, verminderd met de nationale medefinanciering, indien die geraamde totale kosten, verminderd met de nationale medefinanciering, lager zijn dan de maximale financiële bijdrage zelf. Er mag aan de lidstaat geen enkele financiële bijdrage worden toegekend indien het plan voor herstel en veerkracht onvoldoende beantwoordt aan de beoordelingscriteria. Indien de Commissie van oordeel is dat het plan onvoldoende beantwoordt aan de beoordelingscriteria, moet zij het Europees Parlement en de Raad op de hoogte brengen en de betrokken lidstaat verzoeken een herzien plan in te dienen.

(28) Financiële steun voor een plan van een lidstaat moet mogelijk zijn in de vorm van een lening, onder voorbehoud van het sluiten van een leningsovereenkomst met de Commissie, op basis van een naar behoren gemotiveerd verzoek van de betrokken lidstaat. Leningen ter ondersteuning van de uitvoering van nationale plannen voor herstel en veerkracht moeten worden verstrekt op looptijden die een weerspiegeling vormen van het langetermijnkarakter van dergelijke uitgaven, waarbij een duidelijk en gedetailleerd aflossingsschema moet worden vastgesteld. Deze looptijden kunnen afwijken van de looptijden van de middelen die de Unie leent op de kapitaalmarkten om de leningen te financieren. Daarom moet worden voorzien in de mogelijkheid om af te wijken van het in artikel 220, lid 2, van het Financieel Reglement vastgelegde beginsel dat de looptijden van leningen voor financiële bijstand niet mogen worden getransformeerd.

(29) Het verzoek om een lening moet worden gerechtvaardigd door de financiële behoeften in verband met aanvullende hervormingen en investeringen in het plan voor herstel en veerkracht, die met name relevant zijn voor de groene en de digitale transitie, en derhalve met hogere kosten van het plan dan de maximale financiële bijdrage die via de niet-terugvorderbare bijdrage wordt toegekend. Het moet mogelijk zijn het verzoek om een lening tegelijk met de indiening van het plan kunnen in te dienen. Indien het verzoek om een lening op een ander tijdstip wordt ingediend, moet het vergezeld gaan van een herzien plan met aanvullende mijlpalen en streefdoelen. Om te zorgen dat de middelen vervroegd beschikbaar worden gesteld, moeten de lidstaten een verzoek om steun in de vorm van een lening uiterlijk op 31 augustus 2024 indienen. Met het oog op een goed financieel beheer moet het totale bedrag van alle in het kader van deze verordening verstrekte leningen geplafonneerd zijn. Bovendien mag het maximumvolume van de lening voor elke lidstaat niet meer bedragen dan 6,8 % van het bruto nationaal inkomen van die lidstaat. Een verhoging van het plafond moet in uitzonderlijke omstandigheden, afhankelijk van de beschikbare middelen, mogelijk zijn. Om dezelfde redenen van gezond financieel beheer moet het mogelijk zijn de lening in schijven te betalen aan de hand van het bereiken van de resultaten.

(30) Een lidstaat moet de mogelijkheid hebben om binnen de uitvoeringsperiode een gemotiveerd verzoek tot wijziging van het plan voor herstel en veerkracht in te dienen indien deze handelwijze door objectieve omstandigheden gerechtvaardigd is. De Commissie moet het gemotiveerde verzoek beoordelen en, in voorkomend geval, binnen twee maanden een nieuw besluit nemen. De lidstaat moet op elk moment van het jaar steun kunnen aanvragen via het instrument voor technische ondersteuning, overeenkomstig Verordening XX/YYYY [tot vaststelling van het instrument voor technische ondersteuning], teneinde het plan voor herstel en veerkracht te wijzigen of te vervangen.

(30 bis) De lidstaten en de instellingen van de Unie die bij het besluitvormingsproces betrokken zijn, moeten alles in het werk stellen om de voor de behandeling benodigde tijd te verminderen en de procedures te vereenvoudigen, zodat de besluiten betreffende de beschikbaarstelling en de tenuitvoerlegging van middelen uit de faciliteit probleemloos en snel kunnen worden vastgesteld.

(31) Met het oog op de efficiëntie en de eenvoud van het financieel beheer van het instrument moet de financiële steun van de Unie voor plannen voor herstel en veerkracht de vorm aannemen van financiering op basis van behaalde resultaten, die worden afgemeten aan in de goedgekeurde plannen voor herstel en veerkracht vermelde intermediaire doelen en streefdoelen. Daartoe moet de aanvullende steun in de vorm van een lening worden gekoppeld aan de aanvullende mijlpalen en streefdoelen in vergelijking met die welke relevant zijn voor de financiële steun (d.w.z. niet-terugvorderbare steun). Uitbetalingen moeten worden gedaan bij verwezenlijking van de relevante mijlpalen.

(32) Voor een deugdelijk financieel beheer moeten specifieke regels worden vastgesteld voor de vastleggingen in de begroting, betalingen, en de opschorting, annulering en invordering van middelen. Met het oog op de voorspelbaarheid moet het voor de lidstaten mogelijk zijn om elke twee jaar verzoeken om betaling in te dienen. De betalingen moeten worden gebaseerd op een positieve beoordeling door de Commissie van de uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht door de lidstaat. De Commissie moet voorfinanciering beschikbaar stellen ten belope van maximaal 20 % van de totale steun die wordt verleend met de middelen die zijn vastgesteld in het besluit tot goedkeuring van een plan voor herstel en veerkracht. Opschorting en annulering, alsmede verlaging en terugvordering van de financiële bijdrage moeten mogelijk zijn wanneer het plan voor herstel en veerkracht niet op afdoende wijze is uitgevoerd door de lidstaat of in geval van ernstige onregelmatigheden, met inbegrip van fraude, corruptie en belangenconflicten. De terugvordering moet indien mogelijk worden gewaarborgd door verrekening met uitstaande betalingen in het kader van de faciliteit. Passende procedures op tegenspraak moeten worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat het besluit van de Commissie over de opschorting, annulering en invordering van betaalde bedragen het recht van de lidstaten vrijwaart om opmerkingen te maken.

(32 bis) Om bij de uitvoering van de faciliteit de financiële belangen van de Unie te beschermen moeten de lidstaten ervoor zorgen dat er een doeltreffend en efficiënt internecontrolesysteem in werking is en moeten zij ten onrechte betaalde of verkeerd gebruikte bedragen terugvorderen. De lidstaten moeten gegevens en informatie verzamelen om ernstige onregelmatigheden, met inbegrip van fraude, corruptie en belangenconflicten, met betrekking tot de door de faciliteit ondersteunde maatregelen te voorkomen, op te sporen en te corrigeren.

(33) Voor een doeltreffend toezicht op de uitvoering moeten de lidstaten in het kader van het Europees Semester elk half jaar verslag uitbrengen over de stand van zaken bij de uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht. Dergelijke door de betrokken lidstaten opgestelde verslagen moeten op passende wijze worden weergegeven in de nationale hervormingsprogramma’s, die moeten worden gebruikt als instrument om verslag uit te brengen over de vorderingen bij de voltooiing van de plannen voor herstel en veerkracht. De bevoegde commissies van het Europees Parlement kunnen in elk stadium vertegenwoordigers van de lidstaten horen die verantwoordelijk zijn voor de plannen voor herstel en veerkracht, alsmede andere relevante instellingen en belanghebbenden, om de maatregelen te bespreken waarin voorzien is in en die moeten worden genomen overeenkomstig deze verordening.

(34) Met het oog op de transparantie moeten de door de Commissie aangenomen plannen voor herstel en veerkracht tegelijkertijd worden meegedeeld aan het Europees Parlement en de Raad en moet de Commissie passende communicatieactiviteiten ondernemen. De Commissie moet de zichtbaarheid van de uitgaven in het kader van de faciliteit waarborgen door uitdrukkelijk aan te geven dat bij de ondersteunde projecten duidelijk moet worden vermeld dat het gaat om een “herstelinitiatief van de Europese Unie”.

(35) De uitgaven in het kader van de faciliteit moeten op efficiënte wijze worden gedaan en zullen een dubbel positief effect hebben: op het Europees herstel van de crisis en op de Europese transitie naar een duurzame economie. Met het oog op een efficiënte en coherente toewijzing van de begrotingsmiddelen van de Unie, de inachtneming van het beginsel van deugdelijk financieel beheer en het vermijden van belangenconflicten moeten maatregelen in het kader van deze verordening verenigbaar en complementair zijn met de lopende programma’s van de Unie, waarbij dubbele financiering van dezelfde uitgaven moet worden vermeden. De Commissie en de lidstaat moeten in alle fasen van het proces zorgen voor doeltreffende coördinatie om de consistentie, de coherentie, de complementariteit en de synergie tussen de financieringsbronnen te waarborgen, met inbegrip van de technische bijstand die wordt ontvangen via het instrument voor technische ondersteuning. Daartoe moeten de lidstaten verplicht worden om, wanneer zij hun plannen bij de Commissie indienen, de relevante informatie over bestaande of geplande financiering door de Unie te presenteren. Financiële steun in het kader van de faciliteit moet een aanvulling vormen op de steun uit hoofde van andere fondsen en programma’s van de Unie, en de in het kader van de faciliteit gefinancierde hervormingen en investeringsprojecten moeten in aanmerking kunnen komen voor financiering uit andere programma’s en instrumenten van de Unie, mits die steun niet dezelfde kosten dekt.

(36) Op grond van de alinea’s 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 moet de ▌faciliteit ▌worden geëvalueerd op basis van informatie die op grond van specifieke monitoringvoorschriften is verzameld, waarbij overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, worden vermeden Die voorschriften moeten, als basis voor de evaluatie van de effecten van het programma in de praktijk, waar nodig meetbare indicatoren omvatten. Daartoe moet een speciaal scorebord worden opgezet als aanvulling van het bestaande sociaal scorebord en het bestaande scorebord voor de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden. Uitgaven in het kader van de faciliteit moeten worden onderworpen aan een specifieke kwijtingsprocedure in een afzonderlijk hoofdstuk van het krachtens artikel 318 VWEU ingediende evaluatieverslag voor het verlenen van kwijting aan de Commissie. Gegevens die worden verzameld voor monitoringdoeleinden, moet worden uitgesplitst naar geslacht.

(36 bis) De Commissie moet verantwoording afleggen over de uitvoering van de faciliteit en voor het Europees Parlement verschijnen om indien nodig uitleg te geven, inclusief in gevallen van grove nalatigheid of wangedrag. In dit verband kan het Europees Parlement aanbevelingen doen om de vastgestelde tekortkomingen aan te pakken.

(37) Het is wenselijk dat de Commissie een halfjaarlijks verslag uitbrengt aan het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering van de in deze verordening ingestelde faciliteit. Dit verslag moet gedetailleerde informatie bevatten over de vooruitgang die de lidstaten hebben geboekt, inclusief de stand van de verwezenlijking van de streefdoelen en mijlpalen, in het kader van de goedgekeurde plannen voor herstel en veerkracht; het moet ook informatie bevatten over de hoogte van de opbrengsten die in het kader van het herstelinstrument voor de Europese Unie in het voorgaande jaar aan de faciliteit zijn toegewezen, uitgesplitst naar begrotingsonderdeel, en de bijdrage van de via het herstelinstrument voor de Europese Unie gegenereerde middelen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van faciliteit.

(38) De verwezenlijking van de doelstellingen van de met deze verordening ingestelde faciliteit, de efficiëntie van het gebruik van de middelen en de toegevoegde waarde ervan moeten onafhankelijk worden geëvalueerd. De evaluatie gaat in voorkomend geval vergezeld van een voorstel tot wijziging van deze verordening. In een onafhankelijke ex-postevaluatie moet het langetermijneffect van het programma worden onderzocht.

(38 bis) De Commissie moet evaluaties van de uitvoering van de faciliteit indienen en in voorkomend geval wijzigingen in de verordening voorstellen om volledige vastlegging van de kredieten te waarborgen.

(39) De door de lidstaten uit te voeren plannen voor herstel en veerkracht en de daaraan toegewezen financiële bijdrage moeten bij gedelegeerde handeling worden vastgesteld. De bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 VWEU met betrekking tot de vaststelling van de plannen voor herstel en veerkracht en de betaling van de financiële steun bij vervulling van de relevante mijlpalen en streefdoelen moet aan de Commissie worden overgedragen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen verlopen in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Met name ontvangen het Europees Parlement en de Raad, om te zorgen voor een gelijkwaardige deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. Na de vaststelling van een gedelegeerde handeling moet het voor de betrokken lidstaat en de Commissie mogelijk zijn om met betrekking tot bepaalde operationele regelingen van technische aard overeenstemming te bereiken over de aspecten van de uitvoering met betrekking tot de termijnen, de indicatoren voor de mijlpalen en streefdoelen, en de toegang tot de onderliggende gegevens. Om de voortdurende relevantie van de operationele regelingen met betrekking tot de heersende omstandigheden tijdens de uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht mogelijk te maken, moet het mogelijk zijn dat de onderdelen van dergelijke technische regelingen met wederzijdse instemming kunnen worden gewijzigd. De horizontale regels die door het Europees Parlement en de Raad zijn vastgesteld op basis van artikel 322 VWEU zijn op deze verordening van toepassing. Die regels zijn neergelegd in het Financieel Reglement en bepalen met name de procedure om het budget vast te stellen en uit te voeren door middel van subsidies, aanbestedingen, prijzen en indirecte uitvoering, en voorzien in controles van de verantwoordelijkheid van financiële actoren.  De op grond van artikel 322 VWEU vastgestelde regels hebben eveneens betrekking op de bescherming van de begroting van de Unie bij algemene tekortkomingen in de lidstaten op het gebied van de rechtsstaat, aangezien de rechtsstaat een essentiële voorwaarde is voor deugdelijk financieel beheer en een doeltreffende financiering van de Unie.

(40) Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad[8], Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad[9], Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad[10] en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad[11] moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 administratieve onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad[12]. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer, alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer gelijkwaardige rechten verlenen. Om volledige transparantie te waarborgen moeten de eindontvangers of -begunstigden van financiering uit de faciliteit bekend worden gemaakt. Ten behoeve van de audit en de controle op het gebruik van de middelen moeten de lidstaten informatie in elektronische vorm verstrekken in één databank, zonder onnodige administratieve lasten te creëren.

(41) Aangezien de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten alleen kunnen worden verwezenlijkt en beter op het niveau van de Unie kunnen worden gerealiseerd, kan de Unie maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 VWEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om die doelstelling te verwezenlijken. Evaluaties en regelmatige updates inzake de werking van het programma moeten worden verstrekt aan het Europees Parlement als input voor discussies, bijvoorbeeld in het kader van de conferentie over de toekomst van Europa.

(42) Om de in deze verordening opgenomen maatregelen snel te kunnen uitvoeren, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen en financieel kader

Artikel 1
Voorwerp

Bij deze verordening wordt een faciliteit voor herstel en veerkracht (“de faciliteit”) ingesteld.

In deze verordening worden de doelstellingen van de faciliteit, de financiering, de vormen van financiering door de Unie en de regels voor de verstrekking van die financiering vastgelegd.

Artikel 2
Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1. “fondsen van de Unie”: de fondsen die onder Verordening (EU) YYY/XX van het Europees Parlement en de Raad[13] [opvolger van de GB-verordening] vallen;

2. “financiële bijdrage”: niet-terugvorderbare financiële steun die in het kader van de faciliteit aan de lidstaten kan worden toegewezen of aan de lidstaten is toegewezen; ▌

2 bis. “niet-doorlopende lening”: een aan een lidstaat verstrekte lening met een vast tijdschema voor aflossing in regelmatige termijnen;

3. “Europees Semester voor beleidscoördinatieof “Europees Semester”: het proces als bedoeld in artikel 2 bis van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad[14];

3 bis. “nationale autoriteit”: een of meer openbare autoriteiten op bestuursniveau, met inbegrip van die op regionaal en lokaal niveau, alsmede de organisaties van de lidstaten in de zin van artikel 2, lid 42, van het Financieel Reglement, die samenwerken in een geest van partnerschap in overeenstemming met het institutionele en wettelijke kader van de lidstaten;

3 ter. “additionaliteit” in de zin van deze verordening: de naleving van het vereiste als bedoeld in [artikel 209, lid 2, onder b)] van [het Financieel Reglement] en in voorkomend geval de maximalisering van de particuliere investeringen in overeenstemming met [artikel 209, lid 2, onder d)] van het [Financieel Reglement];

3 quater. “mijlpalen”: duidelijke, kwalitatieve en kwantitatieve, meetbare en verifieerbare verbintenissen die een lidstaat is aangegaan in het kader van de plannen voor herstel en veerkracht;

3 quinquies. “veerkracht”: het vermogen om op een eerlijke, duurzame en inclusieve wijze economische, sociale en ecologische schokken en aanhoudende structurele veranderingen als gevolg van een crisis het hoofd te bieden en het welzijn voor iedereen te bevorderen;

3 sexies. “geen ernstige afbreuk doen”: het niet ondersteunen of uitvoeren van economische activiteiten die ernstige afbreuk doen aan een milieudoelstelling als bedoeld in Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad[15] (EU-taxonomieverordening), indien van toepassing. De Commissie stelt technische richtsnoeren op voor de praktische toepassing van het beginsel “geen ernstige afbreuk doen”, rekening houdend met die verordening;

3 septies. “klimaat- en milieudoelstellingen van de Unie”: de klimaatdoelstellingen en -streefdoelen van de Unie die zijn vastgesteld in Verordening (EU) .../... [Europese klimaatwet].

Artikel 3
Toepassingsgebied

Het toepassingsgebied van de bij deze verordening ingestelde faciliteit heeft betrekking op zes Europese prioriteiten die als volgt in pijlers zijn gestructureerd:

- rechtvaardige groene transitie, rekening houdend met de doelstellingen van de Green Deal;

- digitale transformatie, rekening houdend met de doelstellingen van de Europese digitale strategie;

- economische cohesie, productiviteit en concurrentievermogen, rekening houdend met de doelstellingen van de industriële strategie en de kmo-strategie;

- sociale en territoriale cohesie, rekening houdend met de doelstellingen van de Europese pijler van sociale rechten;

- institutionele veerkracht, met het oog op een vergroting van de crisisparaatheid en de capaciteit om op crises te reageren; en

- beleidsmaatregelen voor de volgende generatie, rekening houdend met de doelstellingen van de vaardighedenagenda voor Europa, de jongerengarantie en de kindergarantie.

In de plannen voor herstel en veerkracht die in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van dit instrument wordt 100 % van de toewijzing, gemeten in totale kosten, toegewezen aan investerings- en hervormingsmaatregelen die onder de zes Europese prioriteiten vallen. In elk nationaal plan voor herstel en veerkracht wordt ten minste 7 % van de toewijzing, gemeten in totale kosten, toegewezen aan investerings- en hervormingsmaatregelen die onder elk van de zes Europese prioriteiten vallen.

De Commissie stelt technische richtsnoeren op voor de praktische toepassing van de toewijzing.

Om een bijdrage te leveren aan en volledig consistent te zijn met de klimaat- en milieudoelstellingen van de Unie, in het bijzonder de transitie naar de verwezenlijking van de geactualiseerde klimaatdoelstellingen van de Unie voor 2030 en de naleving van de doelstelling van de Unie om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn in overeenstemming met [Verordening 2020/XXX tot vaststelling van een kader voor de totstandbrenging van klimaatneutraliteit en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/199 (Europese klimaatwet)], draagt ten minste 40 % van het bedrag voor elk plan voor herstel en veerkracht bij aan de integratie van het klimaat en de biodiversiteit in de zes Europese prioriteiten.

Ten minste 20 % van het bedrag voor elk plan voor herstel en veerkracht draagt bij aan de financiering van digitale uitgaven in de zes Europese prioriteiten, in overeenstemming met de prioriteiten van de Europese digitale strategie en de noodzaak om een digitale eengemaakte markt tot stand te brengen die het concurrentievermogen van de Unie op mondiaal niveau zal verhogen en ook zal helpen de Unie weerbaarder, innovatiever en strategisch onafhankelijker te maken.

Artikel 4
Algemene en specifieke doelstelling

1. De algemene doelstelling van de faciliteit ▌is zich te richten op de in artikel 3 bedoelde zes Europese prioriteiten. Daarbij gaat bijzondere aandacht uit naar de wisselwerking en onderlinge verbanden tussen de zes Europese prioriteiten om te zorgen voor samenhang en synergieën en zo Europese toegevoegde waarde te creëren. De faciliteit bevordert de economische, sociale en territoriale cohesie en convergentie alsook de strategische autonomie van de Unie ▌door de veerkracht, de crisisparaatheid en het aanpassingsvermogen van de lidstaten te verbeteren, de sociale, economische en gendergerelateerde gevolgen van de crisis te verzachten, de rechtvaardige groene en ▌digitale transitie te ondersteunen, ▌ertoe bij te dragen het groeipotentieel van de economieën van de Unie te herstellen, het scheppen van kwalitatief hoogwaardige banen in de nasleep van de COVID-19-crisis te stimuleren en duurzame groei en een versterking van de eurozone te bevorderen.

1 ter. De faciliteit draagt bij aan het verwezenlijken van de doelstellingen van het Uniebeleid, de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties, de Europese pijler van sociale rechten, de Overeenkomst van Parijs en de versterking van de eengemaakte markt.

2. Met het oog op die algemene doelstelling is de specifieke doelstelling van de faciliteit voor herstel en veerkracht de lidstaten financiële steun te verstrekken ter verwezenlijking van de in hun plannen voor herstel en veerkracht vastgelegde duidelijke mijlpalen en streefdoelen van de duurzame groeibevorderende hervormingen en investeringen. Deze specifieke doelstelling zal worden nagestreefd in nauwe en transparante samenwerking met de betrokken lidstaten.

Artikel 4 bis
Horizontale beginselen

1. De faciliteit is niet in strijd met de strategische en economische belangen van de Unie. Met het oog hierop wordt geen steun verleend aan projecten die deel uitmaken van de strategische investeringsplannen van derde landen die vallen binnen de reikwijdte van de factoren die gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid of de openbare orde waarmee de lidstaten en de Commissie rekening moeten houden overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EU) 2019/452 van het Europees Parlement en de Raad[16].

2. De faciliteit komt niet in de plaats van terugkerende nationale begrotingsuitgaven en is in overeenstemming met het beginsel van additionaliteit van Uniefinanciering.

3. De faciliteit ondersteunt alleen projecten die het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” eerbiedigen.

Artikel 5
Middelen uit het herstelinstrument voor de Europese Unie

1. De in artikel 2 van Verordening [EURI] bedoelde maatregelen worden in het kader van de faciliteit uitgevoerd:

a) met gebruikmaking van een bedrag van 337 968 000 000 EUR als bedoeld in artikel 3, lid 2, onder a), ii), van Verordening [EURI], in lopende prijzen [312 500 000 000 EUR, in prijzen van 2018], beschikbaar voor niet-terugvorderbare steun, onder voorbehoud van artikel 4, leden 4 en 8, van Verordening [EURI].

Deze bedragen vormen externe bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 5, van het Financieel Reglement;

b) met gebruikmaking van een bedrag van 385 856 000 000 EUR als bedoeld in artikel 3, lid 2, onder b), van Verordening [EURI], in lopende prijzen [360 000 000 000 EUR, in prijzen van 2018], beschikbaar voor steun in de vorm van niet-doorlopende leningen voor de lidstaten overeenkomstig de artikelen 12 en 13, onder voorbehoud van artikel 4, lid 5, van Verordening [EURI].

2. De in lid 1, onder a), bedoelde bedragen kunnen ook uitgaven dekken in verband met voorbereidende, monitoring-, controle-, audit- en evaluatieactiviteiten die nodig zijn voor het beheer van de faciliteit en de verwezenlijking van de doelstellingen ervan, met name voor studies, vergaderingen van deskundigen, informatie- en communicatiemaatregelen, waaronder institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de doelstellingen van deze verordening, raadpleging van nationale autoriteiten, de sociale partners, het maatschappelijk middenveld, met name jongerenorganisaties, en andere belanghebbenden, uitgaven in verband met IT-netwerken voor informatieverwerking en -uitwisseling, institutionele informatietechnologie-instrumenten alsmede alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand die de Commissie doet voor het beheer van de faciliteit. De uitgaven kunnen ook de kosten van andere ondersteunende activiteiten zoals kwaliteitscontrole en monitoring van projecten ter plaatse alsmede de kosten van collegiale advisering en van deskundigen voor de evaluatie en de uitvoering van duurzame groeibevorderende hervormingen en investeringen omvatten. Met het oog op dergelijke activiteiten kunnen lidstaten ook technische ondersteuning vragen overeenkomstig Verordening XX/YYYY [tot vaststelling van het instrument voor technische ondersteuning].

2 bis. Uiterlijk op 31 december [2024] beoordeelt de Commissie het bedrag aan ongebruikte vastleggingskredieten en vrijgemaakte kredieten dat naar verwachting beschikbaar zal zijn voor niet-terugvorderbare steun zoals bedoeld in lid 1, onder a), van dit artikel en dat als externe bestemmingsontvangsten in de zin van artikel 21, lid 5, van het Financieel Reglement in de EU-begroting, te weten de ontwerpbegroting van de EU voor 2025, kan worden opgenomen ter versterking van programma’s met een Europese meerwaarde.

De Commissie stelt op individuele basis voor om de in de eerste alinea genoemde programma’s te versterken en dat pas na een beoordeling waarin wordt geconcludeerd dat de betrokken programma’s extra financiering nodig hebben om de in de respectieve wetgeving vastgestelde doelstellingen te verwezenlijken.

De beoordeling van de Commissie wordt aan de begrotingsautoriteit voorgelegd. Het Parlement en de Raad hebben de mogelijkheid om de voorstellen van de Commissie ter versterking van de in de eerste alinea van dit lid genoemde specifieke programma’s afzonderlijk te wijzigen, goed te keuren of te verwerpen.

De bedragen die niet zijn gebruikt ter versterking van de in de eerste alinea van dit lid genoemde programma’s, worden geheel gebruikt voor de terugbetaling van de middelen die de Commissie heeft opgenomen voor de financiering van de faciliteit.

Artikel 6
Middelen uit programma’s in gedeeld beheer

1. De aan de lidstaten in gedeeld beheer toegewezen middelen kunnen op hun verzoek naar de faciliteit worden overgeschreven. De Commissie wendt die middelen op directe wijze aan in overeenstemming met artikel 62, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement. Die middelen worden gebruikt ten voordele van de betrokken lidstaat, met inachtneming van een maximum van 5 % van de begrotingsmiddelen van de lidstaat.

2. De lidstaten kunnen voorstellen om tot 5 % van hun plan voor herstel en veerkracht toe te wijzen aan het instrument voor technische ondersteuning en het InvestEU-programma, met name voor maatregelen ter ondersteuning van de solvabiliteit, alsook aan MFK-programma’s onder direct beheer voor kinderen, jongeren, met inbegrip van Erasmus, cultuur en O&I, met inbegrip van Horizon Europa, uitsluitend indien het toegewezen bedrag bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstellingen en voldoet aan de vereisten van deze verordening overeenkomstig de artikelen 3, 4 en 4 bis en de beoordelingsprocedure van artikel 17 wordt gevolgd. Het toegewezen bedrag wordt aangewend overeenkomstig de regels van het fonds waarnaar de middelen worden overgeschreven en ten voordele van de lidstaat in kwestie. Voor het overgeschreven bedrag is geen medefinanciering vereist. De Commissie voert die middelen uit overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement.

Artikel 7
Uitvoering

De faciliteit ▌wordt door de Commissie uitgevoerd in direct beheer overeenkomstig het Financieel Reglement.

Artikel 8
Additionaliteit en aanvullende financiering

De steun in het kader van de faciliteit ▌vormt een aanvulling op de in het kader van andere fondsen en programma’s van de Unie verstrekte steun en de financiering die wordt verstrekt door de Europese Investeringsbankgroep of andere internationale financiële instellingen waarvan een lidstaat aandeelhouder is. Voor hervormings- en investeringsprojecten kan steun uit andere programma’s en instrumenten van de Unie worden ontvangen, voor zover deze steun niet dezelfde kosten dekt.

Artikel 9
Maatregelen om de faciliteit te koppelen aan gezonde economische governance

Wanneer de algemene ontsnappingsclausule van het stabiliteits- en groeipact wordt gedeactiveerd, stelt de Commissie binnen drie maanden een voorstel tot wijziging van deze verordening voor om de faciliteit te koppelen aan gezonde economische governance zoals bepaald in artikel 15, lid 7, van de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake de [...] [GB-verordening]. ▌

Artikel 9 bis
Maatregelen om de faciliteit in te zetten ter bescherming van de Uniebegroting in geval van algemene tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat

1. De faciliteit is alleen beschikbaar voor lidstaten die zich ertoe verbinden de rechtsstaat en de fundamentele waarden van de Unie te eerbiedigen.

2. De Commissie is bevoegd over te gaan tot opschorting van de vastleggings- of betalingskredieten aan lidstaten in het kader van de faciliteit in geval van algemene tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat die van invloed zijn of kunnen zijn op de beginselen van goed financieel beheer of de bescherming van de financiële belangen van de Unie.

3. Als algemene tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat worden met name beschouwd, wanneer zij van invloed zijn of kunnen zijn op de beginselen van goed financieel beheer of de bescherming van de financiële belangen van de Unie:

a) het in gevaar brengen van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, onder meer door het vaststellen van beperkingen op de autonome uitoefening van de rechterlijke macht door extern in te grijpen in de onafhankelijkheidsgaranties, door de rechtsmacht van buitenaf in te perken, door de regels inzake de benoeming of de arbeidsvoorwaarden van justitieel personeel willekeurig te herzien, door het justitieel personeel te beïnvloeden op een wijze die hun onpartijdigheid in gevaar brengt, of door de onafhankelijkheid van een advocaat aan te tasten;

b) het niet voorkomen, corrigeren en bestraffen van willekeurige of onrechtmatige beslissingen van overheidsinstanties, met inbegrip van rechtshandhavingsinstanties, het onthouden van financiële en personele middelen met als gevolg dat de werking van die instanties wordt aangetast, of het niet uitsluiten van belangenconflicten;

c) het beperken van de beschikbaarheid en doeltreffendheid van rechtsmiddelen, bijvoorbeeld door middel van restrictieve procedurele regels, het niet uitvoeren van vonnissen of het beperken van de doeltreffendheid van het onderzoek, de vervolging of de bestraffing van inbreuken op het recht;

d) het in gevaar brengen van de administratieve capaciteit van een lidstaat om de verplichtingen van het lidmaatschap van de Unie na te komen, met inbegrip van het vermogen om de regels, normen en beleidsmaatregelen waaruit het acquis van de Unie bestaat, effectief ten uitvoer te leggen;

e) maatregelen die de bescherming van de vertrouwelijke communicatie tussen jurist en cliënt verzwakken.

4. Een algemene tekortkoming op het gebied van de rechtsstaat in een lidstaat kan met name worden vastgesteld wanneer een of meer van de volgende punten worden of dreigen te worden aangetast:

a) het goed functioneren van de autoriteiten van de lidstaat die de faciliteit uitvoeren, met name in het kader van openbare aanbestedings- of subsidieprocedures;

b) de goede werking van de markteconomie, waarbij de mededinging en de marktkrachten in de Unie worden gewaarborgd en de verplichtingen van het lidmaatschap daadwerkelijk worden nagekomen, met inbegrip van het streven naar een politieke, economische en monetaire unie;

c) het goed functioneren van de autoriteiten die de financiële controle, het toezicht en de interne en externe audits uitvoeren, en de goede werking van doeltreffende en transparante systemen voor financieel beheer en verantwoording;

d) het goed functioneren van onderzoeks- en vervolgingsinstanties met betrekking tot de vervolging van fraude, met inbegrip van belastingfraude, corruptie en andere inbreuken op het recht van de Unie dat verband houdt met de uitvoering van de faciliteit;

e) de doeltreffende rechterlijke toetsing door onafhankelijke rechters van een handelen of nalaten door de onder a), c) en d) bedoelde autoriteiten;

f) de preventie en bestraffing van fraude, met inbegrip van belastingfraude, corruptie en andere inbreuken op het recht van de Unie dat verband houdt met de uitvoering van de faciliteit en het aan ontvangers opleggen van doeltreffende en afschrikkende sancties door nationale rechters of administratieve autoriteiten;

g) de terugvordering van onverschuldigd betaalde middelen;

h) de preventie en bestraffing van belastingontwijking en belastingconcurrentie, en het goed functioneren van autoriteiten die bijdragen aan administratieve samenwerking in belastingzaken;

i) de doeltreffende en tijdige samenwerking met OLAF en, mits de betrokken lidstaat eraan deelneemt, met het EOM bij hun onderzoeken of vervolgingen krachtens respectieve rechtshandelingen en overeenkomstig het beginsel van loyale samenwerking;

j) de goede uitvoering van de faciliteit ingevolge een systemische schending van de grondrechten.

5. Indien aan de voorwaarden van lid 4 is voldaan, kunnen een of meer van de volgende maatregelen worden vastgesteld:

a) een verbod om nieuwe juridische verbintenissen aan te gaan;

b) een opschorting van vastleggingen;

c) een vermindering van vastleggingen, onder andere door financiële correcties;

d) een beperking van voorfinanciering;

e) een onderbreking van betalingstermijnen;

f) een opschorting van betalingen.

Tenzij in het besluit tot vaststelling van de maatregelen anders wordt bepaald, heeft de oplegging van passende maatregelen geen gevolgen voor de verplichting van een lidstaat om betalingen aan eindontvangers of -begunstigden te doen. Regionale en lokale acties die voor steun in aanmerking komen, blijven van de faciliteit profiteren. In geval van tekortkomingen door een lidstaat blijven regionale en lokale acties die voor steun in aanmerking komen, van de faciliteit profiteren.

De maatregelen die worden genomen zijn evenredig aan de aard, de ernst, de duur en de reikwijdte van de algemene tekortkoming op het gebied van de rechtsstaat. Voor zover mogelijk zijn zij gericht op de acties van de Unie waarvoor deze tekortkoming gevolgen heeft of kan hebben.

De Commissie verstrekt via een website of internetportaal informatie en richtsnoeren ten behoeve van de eindontvangers of -begunstigden over de verplichtingen van de lidstaten.

De Commissie stelt op dezelfde website of internetportaal ook passende instrumenten ter beschikking van de eindontvangers of -begunstigden om de Commissie in kennis te stellen van elke inbreuk op deze verplichtingen die volgens deze eindontvangers of -begunstigden rechtstreeks op hen van invloed is. Informatie die overeenkomstig dit lid door eindontvangers of -begunstigden wordt verstrekt, mag door de Commissie alleen in aanmerking worden genomen indien zij vergezeld gaat van een bewijs dat de betrokken eindontvanger of -begunstigde bij de bevoegde autoriteit een formele klacht heeft ingediend.

Op grond van de door de eindontvangers en -begunstigden verstrekte informatie zorgt de Commissie ervoor dat alle bedragen die de lidstaten verschuldigd zijn daadwerkelijk aan de eindontvangers of -begunstigden worden uitbetaald.

6. Als de Commissie van oordeel is dat zij redelijke gronden heeft om aan te nemen dat aan de voorwaarden van lid 4 is voldaan, zendt zij aan de betrokken lidstaat een schriftelijke kennisgeving, waarin zij de gronden uiteenzet waarop zij haar bevinding heeft gebaseerd. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad onverwijld op de hoogte van een dergelijke kennisgeving en van de inhoud ervan.

Bij het beoordelen of aan alle voorwaarden van lid 4 is voldaan, neemt de Commissie alle relevante informatie in aanmerking, besluiten van het Hof van Justitie van de Europese Unie, resoluties van het Europees Parlement, verslagen van de Rekenkamer, alsook conclusies en aanbevelingen van relevante internationale organisaties en netwerken. De Commissie houdt ook rekening met de criteria die in het kader van de toetredingsonderhandelingen van de Unie worden gehanteerd, met name de hoofdstukken van het acquis inzake de rechterlijke macht en grondrechten, justitie, vrijheid en veiligheid, financiële controle en belastingen, alsmede de richtsnoeren die in het kader van het mechanisme voor samenwerking en toetsing worden gebruikt om de vorderingen van een lidstaat te volgen.

De Commissie wordt bijgestaan door een panel van onafhankelijke deskundigen dat via een gedelegeerde handeling wordt opgericht.

De Commissie kan zowel voor als na een bevinding aanvullende informatie opvragen die zij voor haar beoordeling nodig heeft.

De betrokken lidstaat verstrekt de benodigde informatie en kan opmerkingen indienen binnen een door de Commissie gestelde termijn, die niet korter mag zijn dan één maand en niet langer dan drie maanden vanaf de datum van kennisgeving van de bevinding. In zijn opmerkingen kan de lidstaat voorstellen om corrigerende maatregelen vast te stellen.

Wanneer de Commissie besluit om al dan niet een besluit inzake de in lid 5 bedoelde maatregelen te nemen, houdt zij rekening met de ontvangen informatie en de eventuele opmerkingen die de betrokken lidstaat heeft ingediend, alsook met de adequaatheid van de eventueel voorgestelde corrigerende maatregelen. De Commissie neemt binnen een indicatieve termijn van één maand en in ieder geval binnen een redelijke termijn vanaf de datum van ontvangst van de informatie een besluit over het aan deze ontvangen informatie te geven gevolg.

Bij de beoordeling van de evenredigheid van de op te leggen maatregelen houdt de Commissie naar behoren rekening met de in dit lid bedoelde informatie en richtsnoeren.

Als de Commissie van oordeel is dat de algemene tekortkoming op het gebied van de rechtsstaat vaststaat, stelt zij door middel van een uitvoeringshandeling een besluit inzake de in lid 5 bedoelde maatregelen vast.

Tegelijk met het vaststellen van een besluit dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel in om een bedrag dat overeenkomt met de waarde van de vastgestelde maatregelen naar een begrotingsreserve over te schrijven.

In afwijking van artikel 31, leden 4 en 6, van het Financieel Reglement beraadslagen het Europees Parlement en de Raad over het voorstel tot overschrijving binnen vier weken na ontvangst ervan door beide instellingen. Het voorstel tot overschrijving wordt geacht te zijn goedgekeurd, tenzij het Europees Parlement binnen de termijn van vier weken met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen of de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen het voorstel wijzigt of verwerpt. Indien het Europees Parlement of de Raad het voorstel tot overschrijving wijzigt, is artikel 31, lid 8, van het Financieel Reglement van toepassing.

Het in de achtste alinea bedoelde besluit treedt in werking indien noch het Europees Parlement noch de Raad het voorstel tot overschrijving binnen de in de tiende alinea bedoelde termijn afwijst.

7. De betrokken lidstaat kan op elk moment aan de Commissie een formele kennisgeving met bewijs voorleggen om aan te tonen dat de algemene tekortkoming op het gebied van de rechtsstaat is verholpen of niet meer bestaat.

Op verzoek van de betrokken lidstaat of op eigen initiatief beoordeelt de Commissie de situatie in de betrokken lidstaat binnen een indicatieve termijn van één maand en in ieder geval binnen een redelijke termijn vanaf de datum van ontvangst van de formele kennisgeving. Wanneer de algemene tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat op grond waarvan de in lid 5 bedoelde maatregelen werden vastgesteld, niet of gedeeltelijk niet meer bestaan, stelt de Commissie onverwijld een besluit vast waarbij deze maatregelen geheel of gedeeltelijk worden opgeheven. Tegelijk met het vaststellen van haar besluit dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel in om de in lid 6 bedoelde begrotingsreserve geheel of gedeeltelijk op te heffen. De procedure van lid 5 is hierop van toepassing.

HOOFDSTUK II

Financiële bijdrage, procedure voor toewijzing en leningen

Artikel 10
Maximale financiële bijdrage

Voor de toewijzing van het in artikel 5, lid 1, onder a), bedoelde bedrag wordt voor elke lidstaat een maximale financiële bijdrage berekend aan de hand van de in bijlage I beschreven methode, op basis van de bevolkingsomvang, de inverse van het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking, het relatieve werkloosheidspercentage van elke lidstaat en het in de periode 2020-2021 waargenomen gecumuleerde verlies aan reëel bbp ten opzichte van 2019.

Voor de periode 2021-2022 wordt de maximale financiële bijdrage berekend aan de hand van de in bijlage I beschreven methode, op basis van de bevolkingsomvang, de inverse van het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking en het relatieve werkloosheidspercentage van elke lidstaat voor de periode 2015-2019.

Voor de periode 2023-2024 wordt de maximale financiële bijdrage berekend aan de hand van de in bijlage I beschreven methode, op basis van de bevolkingsomvang, de inverse van het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking en het in de periode 2020-2021 waargenomen gecumuleerde verlies aan reëel bbp ten opzichte van 2019. De bijdrage wordt uiterlijk 30 juni 2022 vastgesteld.

Artikel 11
Toewijzing van financiële bijdrage

1. Voor de periode tot en met 31 december 2022 stelt de Commissie overeenkomstig artikel 5, lid 1, onder a), 337 968 000 000 EUR beschikbaar voor toewijzing. Elke lidstaat kan tot zijn in artikel 10 bedoelde maximale financiële bijdrage aanvragen indienen voor de uitvoering van zijn plannen voor herstel en veerkracht.

2. Voor de periode die begint na 31 december 2022 en loopt tot en met 31 december 2024 kan de Commissie, voor zover financiële middelen beschikbaar zijn, in overeenstemming met het tijdschema van het Europees Semester oproepen tot het indienen van voorstellen organiseren. Daartoe maakt zij een indicatief tijdschema voor de in die periode te organiseren oproepen bekend en geeft zij bij elke oproep het voor toewijzing beschikbare bedrag aan. Elke lidstaat kan voorstellen voor de uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht middelen te ontvangen tot het maximumbedrag dat overeenkomt met zijn toewijzingsaandeel in het voor toewijzing beschikbare bedrag als bedoeld in bijlage I.

Artikel 12
Leningen

1. De Commissie kan in de periode tot en met 31 december 2024 een lidstaat op aanvraag steun in de vorm van leningen verstrekken voor de uitvoering van zijn plannen voor herstel en veerkracht.

2. Een lidstaat kan tegelijkertijd met de indiening van een plan voor herstel en veerkracht als bedoeld in artikel 15 dan wel op een ander tijdstip in de periode tot en met 31 augustus 2024 een lening aanvragen. In laatstbedoeld geval gaat de aanvraag vergezeld van een herzien plan, met inbegrip van aanvullende mijlpalen en streefdoelen.

3. De door een lidstaat ingediende aanvraag voor een lening vermeldt:

a) de redenen voor de steun in de vorm van leningen, die moet worden gerechtvaardigd door de grotere financiële behoeften in verband met aanvullende hervormingen en investeringen;

b) de aanvullende hervormingen en investeringen in overeenstemming met artikel 15;

c) de hogere kosten van het betrokken plan voor herstel en veerkracht in vergelijking met het bedrag van de maximale financiële bijdrage als bedoeld in artikel 10 of de financiële bijdrage die op grond van artikel 17, lid 3, onder b), wordt toegewezen voor het plan voor herstel en veerkracht;

c bis) informatie over hoe de aangevraagde lening past in de algemene financiële planning van de lidstaat en bij de algemene doelstelling van een deugdelijk begrotingsbeleid.

4. De steun in de vorm van leningen voor het plan van de betrokken lidstaat voor herstel en veerkracht mag niet meer bedragen dan het verschil tussen de totale kosten van het plan voor herstel en veerkracht, zoals herzien waar nodig, en de maximale financiële bijdrage als bedoeld in artikel 10. Het maximale leningvolume voor elke lidstaat mag niet meer bedragen dan 6,8 % van zijn bruto nationaal inkomen.

5. In afwijking van lid 4 kan het bedrag van de steun in de vorm van leningen, onder voorbehoud van de beschikbaarheid van middelen, in uitzonderlijke omstandigheden worden verhoogd.

6. De steun in de vorm van leningen wordt in termijnen uitbetaald, op voorwaarde dat de mijlpalen en streefdoelen overeenkomstig artikel 17, lid 4, onder g), worden gehaald.

7. De Commissie neemt een besluit over de aanvraag voor steun in de vorm van leningen in overeenstemming met artikel 17. In voorkomend geval wordt het plan voor herstel en veerkracht dienovereenkomstig gewijzigd.

Artikel 13
Leningsovereenkomst

1. Vóór de sluiting van een leningsovereenkomst met de betrokken lidstaat gaat de Commissie na of:

a) de voor de aanvraag voor de lening en de hoogte ervan aangevoerde redenen redelijk en aannemelijk worden geacht in het licht van de aanvullende hervormingen en investeringen; en

b) de aanvullende hervormingen en investeringen voldoen aan de in artikel 16, lid 3, vermelde criteria.

2. Wanneer de aanvraag voor een lening voldoet aan de in lid 1 bedoelde criteria en nadat zij het in artikel 17, lid 2, bedoelde besluit heeft vastgesteld, sluit de Commissie een leningsovereenkomst met de betrokken lidstaat. Naast de in artikel 220, lid 5, van het Financieel Reglement vermelde elementen bevat de leningsovereenkomst de volgende elementen:

a) het bedrag van de lening in euro’s, inclusief, waar toepasselijk, het bedrag van de voorgefinancierde steun via leningen overeenkomstig artikel XX;

b) de gemiddelde looptijd; artikel 220, lid 2, van het Financieel Reglement is met betrekking tot deze looptijd niet van toepassing;

c) de prijsbepalingsformule en de beschikbaarheidsperiode van de lening;

d) het maximale aantal termijnen en een duidelijk en gedetailleerd aflossingsschema;

e) de overige elementen die nodig zijn voor de uitvoering van de steun in de vorm van leningen in verband met de betrokken hervormingen en investeringsprojecten overeenkomstig het in artikel 17, lid 2, bedoelde besluit.

3. Overeenkomstig artikel 220, lid 5, onder e), van het Financieel Reglement worden de kosten in verband met het lenen van middelen voor de in dit artikel bedoelde leningen gedragen door de begunstigde lidstaten.

4. De Commissie treft de noodzakelijke regelingen voor het beheer van de leningstransacties in verband met overeenkomstig dit artikel verstrekte leningen.

5. Een lidstaat waaraan overeenkomstig dit artikel een lening wordt verstrekt, opent een speciale rekening voor het beheer van de ontvangen lening. Tevens maakt hij de uit hoofde van elke desbetreffende lening verschuldigde aflossingen en rentebetalingen twintig TARGET2-werkdagen vóór de overeenkomstige vervaldata over op een door de Commissie opgegeven rekening in overeenstemming met de overeenkomstig het vorige lid ingevoerde regelingen.

Artikel 13 bis
Evaluaties en herzieningen

1. Uiterlijk eind 2022 presenteert de Commissie een evaluatie van de uitvoering van de in Hoofdstuk II van deze verordening bedoelde middelen. Deze verplichte evaluatie gaat in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel tot herziening van deze verordening om de volledige benutting van de middelen te garanderen.

2. Uiterlijk eind 2024 presenteert de Commissie een evaluatie van de uitvoering van de in Hoofdstuk II van deze verordening bedoelde middelen. Deze verplichte evaluatie gaat vergezeld van de nodige maatregelen tot herziening van deze verordening om de volledige benutting van de vastleggingskredieten te garanderen.

HOOFDSTUK III

Plannen voor herstel en veerkracht

Artikel 14
Voor financiering in aanmerking komende plannen

1. De lidstaten stellen nationale plannen voor herstel en veerkracht op ter verwezenlijking van de in artikel 3 genoemde Europese prioriteiten en de in artikel 4 genoemde doelstellingen. In deze plannen wordt de hervormings- en investeringsagenda van de betrokken lidstaat voor de volgende vier jaar vastgelegd. De plannen voor herstel en veerkracht die in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van dit instrument, omvatten maatregelen voor de uitvoering van hervormingen en projecten voor particuliere en overheidsinvesteringen door middel van een alomvattend en samenhangend pakket. Voor de opstelling van de plannen voor herstel en veerkracht kunnen de lidstaten gebruikmaken van het instrument voor technische ondersteuning, overeenkomstig Verordening XX/YYYY [tot vaststelling van het instrument voor technische ondersteuning].

Maatregelen vanaf 1 februari 2020 in verband met de economische en sociale gevolgen van de COVID-19-crisis komen in aanmerking voor steun uit de faciliteit voor herstel en veerkracht, op voorwaarde dat zij voldoen aan de vereisten van deze verordening.

2. De plannen voor herstel en veerkracht dragen bij aan de zes Europese prioriteiten als omschreven in artikel 3, met inbegrip van de minimale uitgavenpercentages als bedoeld in artikel 3, en aan de algemene en specifieke doelstellingen als omschreven in artikel 4, en eerbiedigen de horizontale beginselen die zijn vastgesteld in artikel 4 bis.

2 bis. In overeenstemming met het toepassingsgebied van de faciliteit dragen de plannen voor herstel en veerkracht op doeltreffende wijze bij tot de aanpak van de uitdagingen die zijn vastgesteld in de desbetreffende landspecifieke aanbevelingen aan de betrokken lidstaat of in andere relevante documenten die de Commissie officieel heeft goedgekeurd in het kader van het Europees Semester, waaronder de relevante aanbevelingen voor de eurozone zoals bekrachtigd door de Raad.

2 ter. De plannen voor herstel en veerkracht zijn ook in overeenstemming met de informatie die door de lidstaten is opgenomen in de nationale hervormingsprogramma’s in het kader van het Europees Semester, in hun nationale energie- en klimaatplannen en de actualiseringen daarvan overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1999[17], in de territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie in het kader van het Fonds voor een rechtvaardige transitie[18], in de uitvoeringsplannen voor de jongerengarantie, in de partnerschapsovereenkomsten en de operationele programma’s in het kader van de fondsen van de Unie, en in acties die verband houden met de uitvoering van de regelgeving en het beleid van de Unie.

2 quater. De plannen voor herstel en veerkracht zijn in overeenstemming met de gendergelijkheidsstrategie 2020-2025 van de Unie, zijn gebaseerd op een gendereffectbeoordeling van de voorgenomen maatregelen, bevatten cruciale acties om de negatieve gevolgen van de crisis op de gendergelijkheid doeltreffend aan te pakken, en worden gecombineerd met maatregelen voor gendermainstreaming. De plannen voor herstel en veerkracht zijn tevens in overeenstemming met de nationale strategieën inzake gendergelijkheid.

2 quinquies. De plannen voor herstel en veerkracht mogen de interne markt niet aantasten.

3. Wanneer een lidstaat op grond van artikel 12 van Verordening (EU) nr. 472/2013 is vrijgesteld van de monitoring en evaluatie van het Europees Semester of is onderworpen aan toezicht uit hoofde van Verordening (EG) nr. 332/2002 van de Raad, zijn de bepalingen van de onderhavige verordening op de betrokken lidstaat van toepassing wat de uitdagingen en prioriteiten betreft die voorwerp van de maatregelen in het kader van die verordeningen zijn.

3 bis. De nationale plannen voor herstel en veerkracht mogen geen afbreuk doen aan het recht om collectieve overeenkomsten te sluiten, de naleving ervan af te dwingen of collectieve actie te ondernemen overeenkomstig het nationale recht en nationale gebruiken, in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en met het nationaal en Unierecht en nationale en Uniegebruiken.

Artikel 15
Plan voor herstel en veerkracht

1. Een lidstaat die in aanmerking wil komen voor een financiële bijdrage als voor toewijzing beschikbaar gemaakt overeenkomstig artikel 11, lid 1, dient bij de Commissie een plan voor herstel en veerkracht als bedoeld in artikel 14, lid 1, in.

Nadat de Commissie het in artikel 11, lid 2, bedoelde bedrag beschikbaar heeft gemaakt voor toewijzing, actualiseert de lidstaat, voor zover relevant, het in lid 1 bedoelde plan voor herstel en veerkracht zodat rekening wordt gehouden met de geactualiseerde maximale financiële bijdrage die in overeenstemming met artikel 10, lid 2, is berekend, en dient hij dit plan bij de Commissie in.

2. Het ▌plan voor herstel en veerkracht ▌van de betrokken lidstaat wordt samen met het nationale hervormingsprogramma in één geïntegreerd document en in de regel uiterlijk op 30 april officieel ingediend. De lidstaat kan vanaf 15 oktober van het voorgaande jaar een ontwerpplan indienen, samen met de ontwerpbegroting voor het daaropvolgende jaar.

Een lidstaat die steun in het kader van de faciliteit wenst te ontvangen zet een dialoog op meerdere niveaus op, waarin lokale en regionale overheden, sociale partners, maatschappelijke organisaties, met name jongerenorganisaties, andere relevante belanghebbenden en het brede publiek actief kunnen participeren en kunnen debatteren over de voorbereiding en de uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht. Het ontwerpplan wordt vóór de datum van indiening bij de Commissie ter raadpleging voorgelegd aan lokale en regionale overheden, sociale partners, maatschappelijke organisaties, met name jongerenorganisaties, andere relevante belanghebbenden en het brede publiek, en de sociale partners hebben ten minste 30 dagen de tijd om schriftelijk te reageren, overeenkomstig het partnerschapsbeginsel.

3. Het plan voor herstel en veerkracht wordt deugdelijk gemotiveerd en onderbouwd. Het bevat met name de volgende elementen:

a) een gedetailleerde toelichting over hoe de plannen en maatregelen voor herstel en veerkracht bijdragen aan elk van de zes Europese prioriteiten zoals bedoeld in artikel 3, en of ze bijdragen aan en niet in strijd zijn met de doelstellingen van artikel 4, lid 1, onder b);

ab) in overeenstemming met het toepassingsgebied van de faciliteit, een toelichting over hoe het plan op doeltreffende wijze bijdraagt tot de aanpak van de uitdagingen die zijn vastgesteld in de desbetreffende landspecifieke aanbevelingen aan de betrokken lidstaat of in andere relevante documenten die de Commissie officieel heeft goedgekeurd in het kader van het Europees Semester, waaronder de relevante aanbevelingen voor de eurozone zoals bekrachtigd door de Raad;

ac) indien in een lidstaat sprake is van onevenwichtigheden of buitensporige onevenwichtigheden zoals vastgesteld door de Commissie na een diepgaande evaluatie, een toelichting over de wijze waarop de aanbevelingen uit hoofde van artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 verenigbaar zijn met de plannen;

ad)  een gedetailleerde toelichting over hoe het plan in overeenstemming is met de minimale toewijzingsaandelen voor elk van de zes Europese prioriteiten als bedoeld in artikel 3;

ae) een gedetailleerde toelichting over de wijze waarop ten minste 40 % van het gevraagde bedrag voor het plan voor herstel en veerkracht bijdraagt aan de mainstreaming van klimaat- en biodiversiteitsacties, op basis van de door de Commissie aangeleverde traceringsmethodologie. Vóór de inwerkingtreding van de verordening stelt de Commissie via een gedelegeerde handeling de desbetreffende methodologie vast, in voorkomend geval aan de hand van de in de EU-duurzaamheidstaxonomie vastgestelde criteria;

af) een toelichting over de wijze waarop de maatregelen in het plan naar verwachting zullen bijdragen aan digitale acties en of ze goed zijn voor een bedrag van minstens 20 % van de totale toewijzing voor het plan, op basis van de methodologie voor digitale tagging als omschreven in bijlage ...; de methodologie wordt dienovereenkomstig gebruikt voor maatregelen die niet rechtstreeks kunnen worden toegewezen aan een in de tabel vermeld interventiegebied; de coëfficiënten voor ondersteuning van de digitale doelstellingen kunnen worden verhoogd voor individuele investeringen om rekening te houden met flankerende hervormingsmaatregelen die het effect ervan op de digitale doelstellingen bevorderen;

ag) een toelichting over de wijze waarop de maatregelen niet in strijd zijn met de strategische en economische belangen van de Unie, niet in de plaats komen van terugkerende nationale begrotingsuitgaven, en het additionaliteitsbeginsel en het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” eerbiedigen, overeenkomstig artikel 4 bis;

ah) een toelichting over de wijze waarop het plan voor herstel en veerkracht in overeenstemming is met de strategie inzake gendergelijkheid 2020-2025 van de Unie en met de nationale strategie inzake gendergelijkheid, een gendereffectbeoordeling en een toelichting over de wijze waarop de in het plan opgenomen maatregelen naar verwachting zullen bijdragen tot de bevordering van gendergelijkheid, het beginsel van gendermainstreaming en de bestrijding van genderdiscriminatie of zullen helpen om het hoofd te bieden aan de daaruit voortvloeiende uitdagingen;

d) de beoogde duidelijke mijlpalen en streefdoelen alsmede een indicatief tijdschema voor de uitvoering van de hervormingen binnen een periode van maximaal vier jaar en van de investeringen binnen een periode van maximaal zeven jaar;

d bis) een toelichting over de wijze waarop de plannen voor herstel en veerkracht een alomvattend hervormings- en investeringspakket vormen en consistent zijn, en over de verwachte synergieën met plannen, strategieën en programma’s zoals vastgelegd in documenten als bedoeld in artikel 14, lid 2 ter;

e) de beoogde publieke en private investeringsprojecten, de bijbehorende investeringsperiode en, in voorkomend geval, informatie over de betrokken private partners;

e bis) indien de maatregelen van het plan voor herstel en veerkracht niet zijn vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting voor staatssteun als bedoeld in artikel 108, lid 3, VWEU overeenkomstig Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie[19], wordt het plan voor herstel en veerkracht met prioriteit door de Commissie geanalyseerd om na te gaan of het in overeenstemming is met de staatssteun- en mededingingsregels;

f) de geraamde totale kosten van de hervormingen en investeringen die worden gedekt door het ingediende plan voor herstel en veerkracht (ook “geraamde totale kosten van het plan voor herstel en veerkracht” genoemd), met een duidelijke, door een onafhankelijk overheidsorgaan gevalideerde motivering en met een toelichting over de wijze waarop die kosten in verhouding staan tot de verwachte sociale en economische gevolgen, overeenkomstig het beginsel van kostenefficiëntie;

g) indien van toepassing, informatie over bestaande of geplande financiering door de Unie en het verband met eerdere of voorgenomen hervormingen in het kader van het steunprogramma voor structurele hervormingen of het instrument voor technische ondersteuning;

h) de mogelijk noodzakelijke begeleidende maatregelen, waaronder een tijdschema voor alle beleidsmaatregelen;

i) een overzicht van de dialoog op meerdere niveaus als bedoeld in lid 2, tweede alinea, met vermelding van de wijze waarop rekening is gehouden met de inbreng van de belanghebbenden, of hun adviezen op hun verzoek bij de nationale plannen voor herstel en veerkracht zijn gevoegd, en met een gedetailleerde beschrijving van de raadplegingen en dialogen die gepland zijn in verband met de uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht, met inbegrip van de relevante mijlpalen en doelstellingen;

j) de regelingen voor de doeltreffende monitoring en uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht door de betrokken lidstaat, met inbegrip van de voorgestelde kwalitatieve en kwantitatieve duidelijke mijlpalen en streefdoelen, alsmede de bijbehorende indicatoren, onder meer de wijze waarop het plan de prestaties van het land op het sociaal scorebord en op het scorebord van de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden verbetert;

k) in voorkomend geval, de aanvraag voor steun in de vorm van leningen en de aanvullende mijlpalen als bedoeld in artikel 12, leden 2 en 3, en de onderdelen daarvan; en

k bis) een toelichting over de plannen, systemen en concrete maatregelen van de lidstaten om belangenconflicten, corruptie en fraude te voorkomen, op te sporen en recht te zetten bij het gebruik van de financiële middelen die zijn ontleend aan de faciliteit, met inbegrip van die welke gericht zijn op het voorkomen van dubbele financiering in het kader van andere programma’s van de Unie en op terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen en, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties;

k ter) door de lidstaten getroffen regelingen om te waarborgen dat begunstigde ondernemingen niet betrokken zijn bij meldingsplichtige grensoverschrijdende belastingconstructies in de zin van Richtlijn (EU) 2018/822;

l) alle overige relevante informatie.

4. Bij het opstellen van voorstellen voor hun plan voor herstel en veerkracht kunnen de lidstaten de Commissie verzoeken een uitwisseling van goede praktijken te organiseren, zodat de lidstaten die een aanvraag indienen kunnen profiteren van de ervaringen van andere lidstaten. Ook kunnen de lidstaten op elk moment van het jaar verzoeken om technische ondersteuning in het kader van het instrument voor technische ondersteuning in overeenstemming met de desbetreffende verordening. De technische ondersteuning is volledig in overeenstemming met de nationale regels en praktijken inzake collectieve onderhandelingen. Activiteiten op het gebied van technische ondersteuning mogen de rol van de sociale partners niet ondermijnen of de autonomie van collectieve onderhandelingen in het gedrang brengen.

4 bis. Met het oog op een grotere transparantie en verantwoordingsplicht verschijnen vertegenwoordigers van de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor het plan voor herstel en veerkracht en, in voorkomend geval, onafhankelijke begrotingsinstellingen, op uitnodiging voor de bevoegde commissies van het Europees Parlement om het plan voor herstel en veerkracht te presenteren. De Commissie stelt alle relevante informatie gelijktijdig en onder gelijke voorwaarden beschikbaar aan het Europees Parlement en de Raad.

Artikel 16
Beoordeling door Commissie

1. Bij de beoordeling van het plan voor herstel en veerkracht en in voorkomend geval de door de lidstaat overeenkomstig artikel 15, lid 1, ingediende actualisering ervan werkt de Commissie nauw samen met de betrokken lidstaat. De Commissie kan opmerkingen maken of om aanvullende informatie verzoeken. De betrokken lidstaat verstrekt de gevraagde aanvullende informatie en kan het plan zo nodig herzien voordat of nadat het officieel wordt ingediend. De betrokken lidstaat en de Commissie kunnen overeenkomen de in artikel 17, lid 1, vastgestelde termijn zo nodig met een redelijke termijn te verlengen.

1 bis. In haar evaluatie houdt de Commissie rekening met de synergieën die tot stand zijn gebracht tussen de plannen voor herstel en veerkracht van de verschillende lidstaten en de complementariteit tussen die plannen en andere nationale investeringsplannen.

2. Bij de beoordeling van het plan voor herstel en veerkracht en bij de vaststelling van het aan de betrokken lidstaat toe te wijzen bedrag houdt de Commissie rekening met de in het kader van het Europees Semester beschikbare analytische informatie over de betrokken lidstaat, met de door de betrokken lidstaat verstrekte motivering en elementen als bedoeld in artikel 15, lid 3, alsook met alle overige relevante informatie, waaronder met name de informatie die is opgenomen in het nationale hervormingsprogramma en het nationale energie- en klimaatplan van de betrokken lidstaat, in de territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie in het kader van het Fonds voor een rechtvaardige transitie en in de plannen voor de uitvoering van de jongerengarantie, alsmede, indien van toepassing, met informatie uit de via het instrument voor technische ondersteuning verstrekte technische ondersteuning.

Zij houdt eveneens rekening met de informatie die is opgenomen in het jaarlijks verslag over de toestand van de rechtsstaat, het EU-scorebord voor justitie, het scorebord voor de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden en het sociaal scorebord. De Commissie verlangt ook een gendereffectbeoordeling van het plan. Zij laat deze uitvoeren door een onafhankelijke deskundige of voert deze zelf uit.

Indien nodig raadpleegt de Commissie de relevante belanghebbenden in de hele Unie om hun standpunt te vernemen over de betrokkenheid bij het nationale plan voor herstel en veerkracht en de samenhang en doeltreffendheid ervan.

3. De Commissie beoordeelt de doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie en samenhang van het plan voor herstel en veerkracht ▌, en neemt daarbij de volgende elementen in aanmerking:

De Commissie beoordeelt of alle plannen voor herstel en veerkracht aan de volgende vereisten voldoen:

a) of ten minste 40 % van het bedrag voor het plan bijdraagt aan klimaat- en biodiversiteitsmainstreaming en of de in artikel 15, lid 3, onder ae), bedoelde traceringsmethodologie op de juiste wijze wordt toegepast;

b) of ten minste 20 % van het bedrag voor het plan bijdraagt aan digitale acties en of de in artikel 15, lid 3, onder af), bedoelde traceringsmethodologie op de juiste wijze wordt toegepast;

c) of maatregelen niet in strijd zijn met de strategische en economische belangen van de Unie, niet in de plaats komen van terugkerende nationale begrotingsuitgaven, en het additionaliteitsbeginsel en het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” eerbiedigen, overeenkomstig artikel 4 bis;

d) of het plan in overeenstemming is met de minimale toewijzingsaandelen voor de verschillende Europese prioriteiten als bedoeld in artikel 3;

e) of de door de lidstaten getroffen regelingen waarborgen dat begunstigde ondernemingen niet betrokken zijn bij meldingsplichtige grensoverschrijdende belastingconstructies in de zin van Richtlijn (EU) 2018/822;

Doeltreffendheid:

f) of het plan voor herstel en veerkracht bijdraagt aan elk van de zes Europese prioriteiten zoals bedoeld in artikel 3, en of het bijdraagt en niet in strijd is met de doelstellingen van artikel 4, lid 1, onder b);

g) of de dialoog op meerdere niveaus, zoals bedoeld in artikel 15, lid 2, tweede alinea, heeft plaatsgevonden en of de relevante belanghebbenden doeltreffende mogelijkheden krijgen om deel te nemen aan de voorbereiding en de uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht;

h) of de door de betrokken lidstaten voorgestelde regelingen naar verwachting zullen zorgen voor een doeltreffende monitoring en uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht, met inbegrip van de voorgestelde duidelijke kwalitatieve en kwantitatieve mijlpalen en streefdoelen alsmede de bijbehorende indicatoren, en of het plan de prestaties van het land op het sociaal scorebord en het scorebord van de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden verbetert;

i) of het plan voor herstel en veerkracht naar verwachting een blijvend effect zal sorteren voor de betrokken lidstaat;

j) of het plan voor herstel en veerkracht investeringen in grensoverschrijdende of pan-Europese projecten omvat die Europese toegevoegde waarde opleveren, rekening houdend, waar passend, met de beperkingen die voortvloeien uit de geografische ligging van de lidstaten;

Efficiëntie:

k) of de door de lidstaat verstrekte motivering van de geraamde totale kosten van het ingediende plan voor herstel en veerkracht redelijk en aannemelijk is, en of die kosten in verhouding staan tot de verwachte sociale en economische gevolgen overeenkomstig het beginsel van kostenefficiëntie;

l) of de door de lidstaten voorgestelde regelingen naar verwachting belangenconflicten, corruptie en fraude bij het gebruik van de financiële middelen die afkomstig zijn van de faciliteit zullen voorkomen, opsporen en rechtzetten, waaronder regelingen die gericht zijn op het voorkomen van dubbele financiering met middelen van andere EU-programma’s;

Relevantie:

m) of het plan maatregelen bevat die, in overeenstemming met het toepassingsgebied van de faciliteit, op doeltreffende wijze bijdragen tot de aanpak van de uitdagingen die zijn vastgesteld in de desbetreffende landspecifieke aanbevelingen aan de betrokken lidstaat of in andere desbetreffende documenten die de Commissie officieel heeft goedgekeurd in het kader van het Europees Semester, waaronder de relevante aanbevelingen voor de eurozone zoals bekrachtigd door de Raad;

n) of het plan, indien in een lidstaat sprake is van onevenwichtigheden of buitensporige onevenwichtigheden zoals vastgesteld door de Commissie na een diepgaande evaluatie, strookt met de aanbevelingen uit hoofde van artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/201;

o) of het plan de in artikel 15 bedoelde correcte informatie bevat;

Samenhang:

p) of het plan een uitgebreid pakket hervormingen en investeringen omvat, en of de regelingen voor samenhang en synergie zorgen, zoals bedoeld in artikel 14, lid 2 ter;

q) of het plan in overeenstemming is met de EU-strategie inzake gendergelijkheid 2020-2025 en de nationale strategie inzake gendergelijkheid, of er een gendereffectbeoordeling is uitgevoerd en of de in het plan opgenomen maatregelen naar verwachting zullen bijdragen tot de bevordering van gendergelijkheid, het beginsel van gendermainstreaming en de bestrijding van genderdiscriminatie of zullen helpen om het hoofd te bieden aan de daaruit voortvloeiende uitdagingen.

Deze beoordelingscriteria worden toegepast overeenkomstig bijlage II.

4. Wanneer de betrokken lidstaat steun in de vorm van leningen als bedoeld in artikel 12 heeft aangevraagd, gaat de Commissie na of de aanvraag voor steun in de vorm van leningen voldoet aan de criteria van artikel 13, lid 1, met name of de aanvullende hervormingen en investeringen waarop de leningaanvraag betrekking heeft voldoen aan de in lid 3 vermelde beoordelingscriteria.

4 bis. Wanneer de Commissie een plan voor herstel en veerkracht negatief beoordeelt, doet zij de lidstaat binnen de in lid 17, lid 1, vastgestelde termijn een naar behoren gemotiveerde beoordeling toekomen.

5. Voor de beoordeling van de door de lidstaten ingediende plannen voor herstel en veerkracht kan de Commissie worden bijgestaan door deskundigen, waaronder deskundigen aangewezen door het Europees Parlement.

Artikel 17
Besluit van de Commissie

1. De Commissie stelt binnen twee maanden nadat de lidstaat het plan voor herstel en veerkracht officieel heeft ingediend, bij wege van een gedelegeerde handeling een besluit vast, overeenkomstig artikel 25 bis. Wanneer de Commissie een plan voor herstel en veerkracht positief beoordeelt, worden in dat besluit de door de lidstaat uit te voeren hervormingen en investeringsprojecten, met inbegrip van de mijlpalen en streefdoelen die vereist zijn voor de verdeling van de tranche van de overeenkomstig artikel 11 toegewezen financiële bijdrage, vastgelegd.

2. Als de betrokken lidstaat steun in de vorm van leningen aanvraagt, worden in dat besluit ook het bedrag van de steun in de vorm van leningen als bedoeld in artikel 12, leden 4 en 5, alsmede de aanvullende hervormingen en investeringsprojecten die moeten worden uitgevoerd door de lidstaat die de steun in de vorm van leningen ontvangt, met inbegrip van de aanvullende mijlpalen en streefdoelen, vastgelegd.

3. De hoogte van de financiële bijdrage voor de plannen voor herstel en veerkracht die voldoen aan de in artikel 16, lid 3, vermelde criteria ▌wordt als volgt vastgesteld:

a) wanneer het plan voor herstel en veerkracht op bevredigende wijze voldoet aan de criteria van artikel 16, lid 3, en het bedrag van de geraamde totale kosten van het plan voor herstel en veerkracht gelijk is aan of hoger is dan de maximale financiële bijdrage voor die lidstaat als bedoeld in artikel 10, is de aan de betrokken lidstaat toegewezen financiële bijdrage gelijk aan het totale bedrag van de maximale financiële bijdrage als bedoeld in artikel 10;

b) wanneer het plan voor herstel en veerkracht op bevredigende wijze voldoet aan de criteria van artikel 16, lid 3, en het bedrag van de geraamde totale kosten van het plan voor herstel en veerkracht lager is dan de maximale financiële bijdrage voor die lidstaat als bedoeld in artikel 10, is de aan de lidstaat toegewezen financiële bijdrage gelijk aan het bedrag van de geraamde totale kosten van het plan voor herstel en veerkracht;

b bis) wanneer het plan voor herstel en veerkracht op bevredigende wijze voldoet aan de criteria van artikel 16, lid 3, wordt de financiële toewijzing 2 % per criterium verlaagd voor elke derde en volgende B die het plan scoort op de in artikel 16, lid 3, onder h), i), l), m), en p), vastgestelde criteria, waarbij de totale verlaging niet meer bedraagt dan 6 % van de totale financiële toewijzing;

c) wanneer het plan voor herstel en veerkracht niet voldoet aan de criteria van artikel 16, lid 3, wordt aan de betrokken lidstaat geen financiële bijdrage toegewezen. De desbetreffende lidstaat kan een verzoek om technische ondersteuning indienen in het kader van het instrument voor technische ondersteuning teneinde een betere voorbereiding van het voorstel voor daaropvolgende cycli mogelijk te maken.

4. In het in lid 1 bedoelde besluit wordt/worden tevens vastgesteld:

a) de financiële bijdrage die alleen in termijnen moet worden uitbetaald zodra de lidstaat de desbetreffende mijlpalen en streefdoelen die zijn vastgesteld in verband met de uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht, op bevredigende wijze heeft uitgevoerd;

a bis) de financiële bijdrage en, waar toepasselijk, het bedrag van de steun via leningen die na de goedkeuring van het plan voor herstel en veerkracht moet worden betaald in de vorm van voorfinanciering overeenkomstig artikel 11 bis;

b) de beschrijving van de hervormingen en van de investeringsprojecten alsmede het bedrag van de geraamde totale kosten van het plan voor herstel en veerkracht;

c) de termijn voor uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht, als volgt:

1) wat de voltooiing van de investering betreft, eindigt de investeringsperiode waarbinnen het investeringsproject moet worden uitgevoerd uiterlijk zeven jaar na de vaststelling van het besluit;

2) wat de voltooiing van de hervormingen betreft, eindigt de periode waarbinnen de hervormingen moeten worden doorgevoerd, uiterlijk vier jaar na de vaststelling van het besluit.

d) de regelingen en het tijdschema voor de monitoring en uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht, met inbegrip van duidelijke kwalitatieve en kwantitatieve mijlpalen en, indien nodig, noodzakelijke maatregelen om aan artikel -19 te voldoen;

e) de relevante indicatoren voor het bereiken van de beoogde mijlpalen en streefdoelen, met inbegrip van de methoden om de verwezenlijking van de uitgavenstreefcijfers voor klimaat en milieu te meten, zoals bedoeld in artikel 15, en

f) de regelingen voor volledige toegang door de Commissie tot de relevante onderliggende gegevens en verslagen;

g) in voorkomend geval, het bedrag van de in termijnen uit te betalen lening en de aanvullende mijlpalen en streefdoelen in verband met de uitbetaling van de steun in de vorm van leningen.

5. Wanneer de Commissie een plan voor herstel en veerkracht negatief beoordeelt, doet zij de lidstaat binnen twee maanden na indiening van het voorstel een naar behoren gemotiveerde beoordeling toekomen. Deze beoordeling omvat ook een aanbeveling voor de lidstaat om gebruik te maken van het instrument voor technische ondersteuning overeenkomstig Verordening XX/YYYY [tot vaststelling van het instrument voor technische ondersteuning] teneinde het plan voor herstel en veerkracht te wijzigen of te vervangen overeenkomstig artikel 18 van deze verordening. Op uitnodiging van het Europees Parlement verschijnt de Commissie voor de bevoegde commissies om de negatieve beoordeling van het plan voor herstel en veerkracht toe te lichten. De Commissie stelt alle relevante informatie gelijktijdig en onder gelijke voorwaarden beschikbaar aan het Europees Parlement en de Raad.

6. De regelingen en het tijdschema voor de uitvoering als bedoeld in lid 4, onder d), de relevante indicatoren voor het bereiken van de beoogde mijlpalen en streefdoelen als bedoeld in lid 4, onder e), de regelingen voor toegang door de Commissie tot de onderliggende gegevens als bedoeld in lid 4, onder f), en, in voorkomend geval, de aanvullende mijlpalen en streefdoelen in verband met de uitbetaling van de steun in de vorm van leningen als bedoeld in lid 4, onder g), van dit artikel, worden nader uitgewerkt in een na de vaststelling van het in lid 1, van dit artikel, bedoelde besluit door de betrokken lidstaat en de Commissie overeen te komen operationele regeling. De Commissie stelt het goedgekeurde plan en alle andere relevante informatie, met inbegrip van de in lid 6 bedoelde operationele regeling, onmiddellijk na het besluit en de publicatie ervan op de website van de Commissie, gelijktijdig en onder gelijke voorwaarden beschikbaar aan het Europees Parlement en de Raad. Met het oog op de bevordering van de samenhang en vergelijkbaarheid van de nationale plannen voor herstel en veerkracht van de lidstaten, alsook de verstrekking van gestandaardiseerde gegevens voor het in artikel 21 bis genoemde scorebord voor herstel en veerkracht, preciseert de Commissie bij de in lid 1 van dit artikel bedoelde gedelegeerde handeling de inhoud van de operationele regelingen.

7. De in de leden 1 en 2 bedoelde gedelegeerde handelingen worden vastgesteld volgens ▌artikel 25 bis.

Artikel 18
Wijziging van het plan van de lidstaat voor herstel en veerkracht

1. Wanneer het plan voor herstel en veerkracht van een lidstaat, met inbegrip van de desbetreffende mijlpalen en streefdoelen, voor de betrokken lidstaat op grond van objectieve omstandigheden deels of in zijn geheel niet langer te verwezenlijken is, wanneer de betrokken lidstaat belangrijke aanvullende investerings- en hervormingsmaatregelen heeft vastgesteld die in aanmerking komen voor steun in het kader van deze verordening of wanneer de betrokken lidstaat een aanzienlijke verbetering nastreeft van het resultaat van de beoordeling uit hoofde van de artikelen 16 en 17, kan de betrokken lidstaat een met redenen omkleed verzoek aan de Commissie richten om de in artikel 17, leden 1 en 2, bedoelde besluiten te wijzigen of te vervangen. Daartoe kan de lidstaat een voorstel voor een gewijzigd of een nieuw plan voor herstel en veerkracht indienen. De lidstaat kan op elk moment van het jaar verzoeken om gebruik te mogen maken van het instrument voor technische ondersteuning, overeenkomstig Verordening XX/YYYY [tot vaststelling van het instrument voor technische ondersteuning], teneinde het plan voor herstel en veerkracht te wijzigen of te vervangen.

2. Wanneer de Commissie van oordeel is dat de door de betrokken lidstaat aangevoerde redenen een wijziging van het desbetreffende plan voor herstel en veerkracht rechtvaardigen, beoordeelt zij het nieuwe plan overeenkomstig artikel 16 en neemt zij binnen twee maanden na de officiële indiening van het verzoek een nieuw besluit overeenkomstig artikel 17.

3. Wanneer de Commissie van oordeel is dat de door de betrokken lidstaat aangevoerde redenen een wijziging van het desbetreffende plan voor herstel en veerkracht niet rechtvaardigen, wijst zij het verzoek binnen twee maanden na de officiële indiening ervan af, nadat zij de betrokken lidstaat in de gelegenheid heeft gesteld binnen één maand na de mededeling van haar conclusies opmerkingen te maken. Op uitnodiging van het Europees Parlement verschijnt de Commissie voor de bevoegde commissies om de negatieve beoordeling van het plan voor herstel en veerkracht toe te lichten.

3 bis. In voorkomend geval stemmen de lidstaten hun plannen voor herstel en veerkracht af op de geactualiseerde klimaatdoelstelling voor 2030 van de Verordening tot vaststelling van een kader voor de totstandbrenging van klimaatneutraliteit en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1999 (Europese klimaatwet). Deze actualisering dient binnen zes maanden na de bekendmaking van deze verordening in het Publicatieblad plaats te hebben. De Commissie beoordeelt de geactualiseerde plannen voor herstel en veerkracht overeenkomstig de vereisten van artikel 16 en neemt binnen twee maanden na de officiële indiening van het verzoek een nieuw besluit overeenkomstig artikel 17.

HOOFDSTUK IV

Financiële bepalingen

Artikel -19
Bescherming van de financiële belangen van de Unie

1. Bij de uitvoering van de faciliteit nemen de lidstaten, als begunstigden of leningnemers in het kader van de faciliteit, alle nodige maatregelen om de financiële belangen van de Unie te beschermen, en met name ervoor te zorgen dat maatregelen voor de uitvoering van hervormingen en investeringsprojecten in het kader van het plan voor herstel en veerkracht in overeenstemming zijn met het toepasselijke Unie- en nationaal recht.

2. De in artikel 13, lid 2, en in artikel 19, lid 1, genoemde overeenkomsten voorzien in de verplichtingen van de lidstaten:

a) om regelmatig na te gaan dat de verstrekte middelen naar behoren zijn gebruikt volgens alle toepasselijke regels en dat maatregelen voor de uitvoering van hervormingen en investeringsprojecten in het kader van het plan voor herstel en veerkracht naar behoren zijn uitgevoerd in overeenstemming met alle toepasselijke regels, waaronder het Unie- en nationaal recht;

b) om passende maatregelen te nemen om fraude, corruptie en belangenconflicten in de zin van artikel 61, leden 2 en 3, van het Financieel Reglement die de financiële belangen van de Unie schaden te voorkomen, op te sporen en te corrigeren, en juridische stappen te ondernemen om middelen waaraan geen wettige bestemming is gegeven terug te vorderen, onder meer in verband met maatregelen voor de uitvoering van hervormingen en investeringsprojecten in het kader van het plan voor herstel en veerkracht;

c) om een verzoek tot betaling vergezeld laten gaan van:

i) een beheersverklaring die bevestigt dat de middelen zijn ingezet voor hun beoogde doel, dat de samen met de betalingsaanvraag ingediende informatie volledig, nauwkeurig en betrouwbaar is en dat de ingevoerde controlesystemen de nodige garanties bieden dat de middelen zijn beheerd volgens alle toepasselijke regels, in het bijzonder inzake het voorkomen van belangenconflicten, fraude, corruptie, en dubbele financiering overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer; en

ii) een gedetailleerd overzicht van de audits, een door een onafhankelijk overheidsorgaan gevalideerde passende motivering, effectbeoordelingen, financiële overzichten en andere relevante gegevens, evenals de uitgevoerde controles, in het bijzonder met betrekking tot investeringsprojecten, met inbegrip van vastgestelde zwakke plekken en de genomen corrigerende maatregelen;

d) om met het oog op het verrichten van audits naar en controles op het gebruik van middelen in verband met maatregelen voor de uitvoering van hervormingen en investeringsprojecten in het kader van het plan voor herstel en veerkracht, in elektronische vorm de volgende categorieën gegevens te verzamelen in één enkele databank die, zonder onnodige administratieve lasten met zich mee te brengen, de onderzoeks- en controle-instanties van de Unie een gelijke mate van toegang biedt:

i) de naam van de eindontvanger van de middelen;

ii) de naam van de contractant en de subcontractant, indien de eindontvanger van de middelen een aanbestedende dienst is overeenkomstig Unie- of nationaalrechtelijke bepalingen inzake overheidsopdrachten;

iii) de voorna(a)m(en), achterna(a)m(en) en geboortedatum van de eindbegunstigde(n) van de ontvanger van middelen of de contractant, in de zin van artikel 3, lid 6, van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad[20];

iv) een lijst van maatregelen voor de uitvoering van hervormingen en investeringsprojecten in het kader van het plan voor herstel en veerkracht, het totale bedrag aan overheidsfinanciering, door opgaaf van het bedrag van in het kader van de faciliteit en andere fondsen van de Unie betaalde middelen;

e) om de Commissie, OLAF, EPPO en de Rekenkamer uitdrukkelijk toestemming te verlenen voor de uitoefening van hun rechten als bedoeld in artikel 129, lid 1, van het Financieel Reglement, en vergelijkbare verplichtingen op te leggen aan alle eindontvangers van middelen die betaald zijn om hervormingen door te voeren en investeringsprojecten uit te voeren in het kader van het plan voor herstel en veerkracht, of aan alle overige personen of entiteiten die betrokken zijn bij de uitvoering ervan;

f) om een boekhouding bij te houden overeenkomstig artikel 132 van het Financieel Reglement;

f bis) om een boekhouding bij te houden overeenkomstig artikel 75 van het Financieel Reglement. Bijgevolg worden bewijsstukken met betrekking tot de uitvoering van de begroting bewaard gedurende een periode van ten minste vijf jaar na de datum waarop het Europees Parlement kwijting verleent. Bewijsstukken inzake verrichtingen worden in ieder geval bewaard tot het einde van het jaar dat volgt op de definitieve afsluiting van die verrichtingen. In geval van gerechtelijke procedures wordt de termijn opgeschort totdat de laatste gerechtelijke beroepsmogelijkheid is verstreken;

g) in de bewijsstukken opgenomen persoonsgegevens worden waar mogelijk verwijderd, wanneer deze gegevens niet noodzakelijk zijn voor begrotingskwijting, controle en audit. Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad[21] is van toepassing voor wat betreft de bewaring van verkeersgegevens.

 

3. De lidstaten zijn de uitvoerende partners en zorgen voor het traceren, verzamelen en opslaan van informatie over de ontvangers van financiering voor projecten die onder de faciliteit vallen.

De Commissie blijft verantwoording verschuldigd aan de begrotingsautoriteit in het kader van de jaarlijkse kwijtingsprocedure, en presenteert de faciliteit als specifieke kwijtingsprocedure in een afzonderlijk hoofdstuk van het evaluatieverslag van de Commissie over de kwijting uit hoofde van artikel 318 VWEU.

4. De in het kader van de faciliteit uitbetaalde middelen van de Unie zijn onderworpen aan de externe controle van de Europese Rekenkamer overeenkomstig artikel 287 VWEU.

5. De Commissie, OLAF, EPPO en de Rekenkamer krijgen uit hoofde van deze verordening uitdrukkelijk toestemming van de lidstaten om hun rechten als bepaald in artikel 129, lid 1, van het Financieel Reglement uit te oefenen.

OLAF kan in overeenstemming met de bepalingen en procedures van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad administratieve onderzoeken verrichten, waaronder controles en inspecties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in verband met steun in het kader van de faciliteit.

De Commissie neemt doeltreffende en evenredige fraudepreventiemaatregelen op basis van de vastgestelde risico’s. De Commissie zorgt met het oog hierop voor ontwikkeling of aanpassing van bestaande IT-systemen om een digitaal prestatieverslagleggingssysteem op te zetten dat monitoring, opsporing en melding van onregelmatigheden of fraude mogelijk maakt.

6. De in artikel 13, lid 2, en artikel 19, lid 1, bedoelde overeenkomsten voorzien tevens in het recht van de Commissie om bij fraude, corruptie en belangenconflicten die de financiële belangen van de Unie schaden of bij schending van de uit die overeenkomsten voortvloeiende verplichtingen de steun in het kader van de faciliteit verhoudingsgewijs te verminderen en aan de Uniebegroting verschuldigde bedragen terug te vorderen of te verzoeken om een vervroegde aflossing van de lening.

Wanneer de Commissie een besluit neemt over een terug te vorderen bedrag, een verlaging of een vroegtijdige aflossing past zij het evenredigheidsbeginsel toe en houdt zij rekening met de ernst van de fraude, corruptie en belangenconflicten die de financiële belangen van de Unie schaden dan wel van de schending van verplichtingen. De lidstaat krijgt de gelegenheid opmerkingen te maken voordat tot de verlaging wordt besloten of om vroegtijdige aflossing wordt verzocht.

Artikel 19
Vastlegging van de financiële bijdrage

1. Het in artikel 17, lid 1, bedoelde besluit ▌vormt een individuele juridische verbintenis in de zin van het Financieel Reglement, die op globale vastleggingen gebaseerd kan zijn. In voorkomend geval kunnen de begrotingsvastleggingen worden verdeeld in over verschillende jaren verspreide jaartranches.

1 bis. Begrotingsvastleggingen kunnen op globale vastleggingen worden gebaseerd en kunnen waar passend worden opgesplitst in over verschillende jaren verspreide jaartranches.

Artikel 19 bis
Regels inzake betaling, opschorting en annulering van financiële bijdragen

2. De betaling van de financiële bijdragen aan de betrokken lidstaat op grond van dit artikel vindt plaats in overeenstemming met de begrotingskredieten en onder voorbehoud van de beschikbaarheid van middelen. De in dit artikel bedoelde besluiten ▌worden vastgesteld overeenkomstig artikel 25 bis ▌.

2 bis. De Commissie financiert in 2021, na de goedkeuring door de Commissie van de in artikel 19, lid 1, van deze verordening bedoelde juridische verbintenis en op verzoek van een lidstaat, samen met de indiening van het plan voor herstel en veerkracht, vooraf maximaal 20 % van de juridische verbintenis in de vorm van niet-terugvorderbare steun en, in voorkomend geval, maximaal 20 % van de steun in de vorm van leningen bij wijze van leningactiva overeenkomstig artikel 19 van deze verordening. In afwijking van artikel 116, lid 1, van het Financieel Reglement keert de Commissie de desbetreffende betaling binnen twee maanden na haar goedkeuring van de in artikel 19 van deze verordening bedoelde juridische verbintenis uit.

In het geval van voorfinanciering uit hoofde van lid 2 bis worden de uit te keren financiële bijdragen en, in voorkomend geval, de steun in de vorm van leningen als bedoeld in artikel 17, lid 4, onder a), evenredig aangepast.

Indien het voorfinancieringsbedrag van de financiële bijdrage in de vorm van in 2021 betaalde niet-terugvorderbare steun op grond van lid 1 in de periode tot en met 30 juni 2022 meer bedraagt dan 20 % van de overeenkomstig artikel 10, lid 2, berekende maximale financiële bijdrage, wordt de volgende betaling waartoe overeenkomstig artikel 19 bis, lid 3, opdracht wordt gegeven, alsmede indien nodig de daaropvolgende betalingen, verminderd totdat het surplusbedrag tenietgedaan is. Indien de resterende betalingen niet volstaan, wordt het surplusbedrag teruggestort.

2 ter. De in artikel 13, lid 2, en artikel 19, lid 1, bedoelde overeenkomsten en besluiten voorzien tevens in het recht van de Commissie om bij niet door de lidstaat gecorrigeerde fraude, corruptie en belangenconflicten die de financiële belangen van de Unie schaden of bij ernstige schending van de uit die overeenkomsten en besluiten voortvloeiende verplichtingen de steun in het kader van de faciliteit verhoudingsgewijs te verminderen en aan de Uniebegroting verschuldigde bedragen terug te vorderen of te verzoeken om vervroegde aflossing van de lening.

Wanneer een besluit wordt genomen over het bedrag van de terugvordering, de vermindering of het vervroegd af te lossen bedrag neemt de Commissie het evenredigheidsbeginsel in acht en houdt zij rekening met de ernst van de fraude, corruptie en belangenconflicten die de financiële belangen van de Unie schaden of van de schending van verplichtingen. De lidstaat krijgt de gelegenheid opmerkingen te maken voordat tot de verlaging wordt besloten of om vroegtijdige aflossing wordt verzocht.

3. Rekening houdend met de voorfinanciering op grond van artikel 19, lid 2 bis, dient de betrokken lidstaat, na het bereiken van de desbetreffende overeengekomen mijlpalen en streefdoelen die zijn vermeld in het bij de gedelegeerde handeling van de Commissie goedgekeurde plan voor herstel en veerkracht, bij de Commissie een naar behoren gemotiveerd verzoek tot betaling van het deel van de financiële bijdrage dat overeenkomt met de uitvoering van de streefdoelen en mijlpalen en, waar van toepassing, van de leningtranche in. Dergelijke betalingsverzoeken worden, waar van toepassing, door de lidstaten tweemaal per jaar bij de Commissie ingediend. De Commissie gaat binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek na of de desbetreffende mijlpalen en streefdoelen die zijn vastgelegd in het in artikel 17, lid 1, bedoelde besluit, op bevredigende wijze zijn gerealiseerd. Bij deze beoordeling wordt ook de in artikel 17, lid 6, bedoelde operationele regeling in aanmerking genomen. De uitbetaling van de middelen komt overeen met de mate van uitvoering van de overeengekomen mijlpalen en streefdoelen. De Commissie kan worden bijgestaan door deskundigen, waaronder door het Europees Parlement aangewezen deskundigen.

In geval van een positieve beoordeling stelt de Commissie een besluit houdende toestemming voor de betaling van de financiële bijdrage vast in overeenstemming met het Financieel Reglement. Er mag uitsluitend worden overgegaan tot uitbetaling indien relevante mijlpalen en streefdoelen zijn gehaald waaruit meetbare vooruitgang blijkt.

4. Wanneer de Commissie naar aanleiding van de in lid 3 bedoelde beoordeling vaststelt dat de mijlpalen en streefdoelen die zijn vastgelegd in het in artikel 17, lid 1, bedoelde besluit niet op bevredigende wijze zijn gerealiseerd, wordt het desbetreffende deel van de betalingsaanvraag ▌opgeschort. De betrokken lidstaat kan binnen één maand na de mededeling van de beoordeling van de Commissie opmerkingen maken.

De opschorting wordt alleen opgeheven indien de lidstaat de nodige maatregelen heeft genomen die nodig zijn om te waarborgen dat de in artikel 17, lid 1, bedoelde mijlpalen en streefdoelen op bevredigende wijze worden gerealiseerd.

5. In afwijking van artikel 116, lid 2, van het Financieel Reglement gaat de betalingstermijn in op de datum van mededeling van de positieve uitkomst aan de betrokken lidstaat overeenkomstig lid 3, tweede alinea, of op de datum van mededeling van de opheffing van de opschorting overeenkomstig lid 4, tweede alinea.

6. Wanneer de betrokken lidstaat niet binnen zes maanden na de opschorting de noodzakelijke maatregelen heeft genomen, vermindert de Commissie de financiële bijdrage evenredig op grond van artikel 14, lid 1, van het Financieel Reglement, nadat zij de betrokken lidstaat in de gelegenheid heeft gesteld binnen twee maanden na de mededeling van haar conclusies opmerkingen te maken.

7. Wanneer de betrokken lidstaat binnen achttien maanden na de datum van vaststelling van het in artikel 17, lid 1, bedoelde besluit geen concrete vorderingen ten aanzien van de relevante intermediaire doelen en streefdoelen heeft gemaakt, beëindigt de Commissie de overeenkomsten of besluiten als bedoeld in artikel 13, lid 2, en artikel 19, lid 1, van deze verordening en maakt zij onverminderd artikel 14, lid 3, van het Financieel Reglement het bedrag van de financiële bijdrage vrij. Eventuele voorfinanciering uit hoofde van lid 2 bis van dit artikel wordt volledig teruggevorderd.

De Commissie neemt een besluit over de annulering van de financiële bijdrage en, waar van toepassing, de terugvordering van de voorfinanciering, nadat zij de betrokken lidstaat in de gelegenheid heeft gesteld binnen twee maanden na de mededeling van haar beoordeling van de vraag of geen concrete vorderingen zijn gemaakt, opmerkingen te maken.

7 bis. In uitzonderlijke omstandigheden kan de vaststelling van het besluit met de opdracht tot betaling van de financiële bijdrage overeenkomstig artikel 19 bis, lid 3, met maximaal drie maanden worden uitgesteld.

8. De bepalingen van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvullende steun in de vorm van leningen in overeenstemming met de bepalingen van de in artikel 13 bedoelde leningsovereenkomst en van het in artikel 17, lid 2, bedoelde besluit.

HOOFDSTUK V

Verslaglegging en informatie

Artikel 20
Verslaglegging door de lidstaat in het kader van het Europees Semester

De betrokken lidstaat brengt in het kader van het Europees Semester op kwartaalbasis verslag uit over de vorderingen bij de verwezenlijking van de plannen voor herstel en veerkracht, met inbegrip van de in artikel 17, lid 6, bedoelde operationele regeling, de uitvoering van afzonderlijk voorgestelde mijlpalen, streefdoelen en de bijbehorende indicatoren en de aanbevelingen van de Commissie als onderdeel van de technische ondersteuning indien de lidstaat daarom heeft verzocht. Daartoe worden de kwartaalverslagen van de lidstaten op passende wijze in aanmerking genomen in de nationale hervormingsprogramma’s, die worden gebruikt als instrument om verslag uit te brengen over de vorderingen bij de voltooiing van de plannen voor herstel en veerkracht. Met het oog op meer transparantie en een grotere verantwoordingsplicht verschijnen vertegenwoordigers van de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor de plannen voor herstel en veerkracht, alsmede de relevante instellingen en belanghebbenden, op verzoek van het Europees Parlement voor de bevoegde commissies om de krachtens deze verordening voorziene en te nemen maatregelen te bespreken. De lidstaten stellen in elke fase van het proces relevante informatie gelijktijdig beschikbaar aan het Europees Parlement en de Raad.

Onafhankelijke begrotingsinstellingen, zoals bepaald in Richtlijn 2011/85/EU van de Raad[22], worden verzocht zulke verslagen tweemaal per jaar aan te vullen en te beoordelen, waarbij zij zich richten op de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie, gegevens en vooruitzichten alsook de prestaties en de algemene vooruitgang bij de verwezenlijking van de plannen voor herstel en veerkracht.

Artikel 20 bis
Dialoog voor herstel en veerkracht

1. Om de dialoog tussen de instellingen van de Unie, met name het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, te intensiveren en om meer transparantie en een grotere verantwoordingsplicht te waarborgen, kunnen de ter zake bevoegde commissies van het Europees Parlement vertegenwoordigers van de Raad en zijn voorbereidende instanties, van de Commissie en in voorkomend geval van de eurogroep uitnodigen om voor de commissies te verschijnen teneinde alle maatregelen die krachtens deze verordening zijn genomen en die overeenkomstig Verordening XXX[EURI] van de Raad zijn goedgekeurd, te bespreken.

2. Met het oog op meer transparantie en een grotere verantwoordingsplicht kan (kunnen) de ter zake bevoegde commissie(s) van het Europees Parlement vertegenwoordigers van de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor het plan voor herstel en veerkracht en, in voorkomend geval, de nationale onafhankelijke begrotingsinstellingen, uitnodigen om voor de commissies te verschijnen teneinde het plan voor herstel en veerkracht en de krachtens deze verordening voorziene en te nemen maatregelen voor te stellen.

3. De Commissie stelt alle door de lidstaten verstrekte informatie die relevant is voor de instellingen om hun mandaat krachtens deze verordening uit te voeren, gelijktijdig beschikbaar aan het Europees Parlement en de Raad. Gevoelige of vertrouwelijke informatie kan worden doorgegeven met inachtneming van specifieke geheimhoudingsverplichtingen.

4. Door de Commissie aan de Raad of aan zijn voorbereidende instanties in de context van deze verordening of de uitvoering ervan meegedeelde informatie wordt gelijktijdig aan het Europees Parlement beschikbaar gesteld, indien nodig met inachtneming van geheimhoudingsregelingen. Relevante resultaten van besprekingen in de voorbereidende instanties van de Raad worden gedeeld met de relevante commissies van het Europees Parlement.

Artikel 21
Verstrekking van informatie aan het Europees Parlement en de Raad en communicatie over de plannen van de lidstaten voor herstel en veerkracht

1. De Commissie doet de plannen voor herstel en veerkracht als goedgekeurd bij haar gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 17, alsmede alle andere relevante informatie, gelijktijdig, onder gelijke voorwaarden en onverwijld aan het Europees Parlement en de Raad toekomen. In een dergelijk geval overlegt de Commissie met het Parlement en de Raad over hoe de geredigeerde informatie op vertrouwelijke wijze aan hen ter beschikking kan worden gesteld. Met het oog op meer transparantie en een grotere verantwoordingsplicht verschijnen vertegenwoordigers van de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor de plannen voor herstel en veerkracht, alsmede de relevante instellingen en belanghebbenden, op verzoek van het Europees Parlement voor de bevoegde commissies om de krachtens deze verordening voorziene en te nemen maatregelen te bespreken. De lidstaten stellen in elke fase van het proces relevante informatie gelijktijdig beschikbaar aan het Europees Parlement en de Raad.

2. De Commissie kan communicatieactiviteiten ontplooien om zichtbaarheid te geven aan de financiering door de Unie voor de in het desbetreffende plan voor herstel en veerkracht beoogde financiële steun door een goed zichtbaar Unielabel af te beelden, onder meer door gezamenlijke communicatieactiviteiten met de betrokken nationale autoriteiten. De Commissie waarborgt de zichtbaarheid van de uitgaven in het kader van de faciliteit door uitdrukkelijk aan te geven dat bij de gesteunde projecten duidelijk moet worden vermeld dat het gaat om het “EU-initiatief voor herstel”.

2 bis. De Commissie brengt tweemaal per jaar verslag uit aan het Europees Parlement over de geboekte vooruitgang bij de uitvoering van de mijlpalen en streefdoelen van de plannen voor herstel en veerkracht, alsmede over de complementariteit van de plannen met de bestaande programma’s van de Unie.

2 ter. De Commissie bezorgt het Europees Parlement en de Raad tweemaal per jaar een gedetailleerd verslag over de financiële verplichtingen die zij met derden voor de financiering van de faciliteit is aangegaan. Het verslag bevat een duidelijk en geloofwaardig terugbetalingsplan, zonder een beroep te doen op het MFK overeenkomstig artikel 7. Gevoelige of vertrouwelijke informatie wordt in een vooraf overeengekomen kader van strikte vertrouwelijkheid aan de leden van het Europees Parlement beschikbaar gesteld.

Artikel 21 bis
Scorebord voor herstel en veerkracht

1. De Commissie voert een scorebord voor herstel en veerkracht (het “scorebord”) in, dat zonder wijzigingen het bestaande sociale scorebord aanvult met indicatoren die zijn vastgelegd in de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties en het bestaande scorebord voor macro-economische onevenwichtigheden. Op het scorebord wordt de mate van uitvoering van de overeengekomen hervormingen en duurzame investeringen in het kader van de plannen voor herstel en veerkracht van elke lidstaat alsook de status van de uitbetaling van tranches aan de lidstaten gekoppeld aan de bevredigende verwezenlijking van de concrete mijlpalen en streefdoelen.

2. Het scorebord geeft de vooruitgang die is geboekt met de plannen voor herstel en veerkracht weer voor elk van de zes prioriteiten waarmee het toepassingsgebied van deze verordening is afgebakend.

3. Het scorebord bevat belangrijke indicatoren in verband met de in artikel 3 genoemde Europese prioriteiten, de specifieke doelstellingen van artikel 4 en de horizontale beginselen van artikel 4 bis, zoals sociale, economische en milieu-indicatoren om de vooruitgang te evalueren die is geboekt met de plannen voor herstel en veerkracht voor elk van de zes Europese prioriteiten van artikel 3 waarmee het toepassingsgebied van deze verordening is afgebakend alsook een samenvatting van het monitoringproces wat betreft de inachtneming van de minimale uitgavenpercentages voor klimaat- en andere milieudoelstellingen.

4. Het scorebord vermeldt de mate waarin de relevante mijlpalen van de plannen voor herstel en veerkracht zijn verwezenlijkt en de vastgestelde tekortkomingen bij de uitvoering ervan, alsmede de aanbevelingen van de Commissie om deze tekortkomingen aan te pakken.

5. Het scorebord vermeldt de regelingen en het tijdschema voor de uitvoering van de plannen voor herstel en veerkracht alsook voor de uitbetaling van tranches gekoppeld aan de bevredigende verwezenlijking van de concrete mijlpalen en streefdoelen.

6. Het scorebord dient als basis voor een permanente uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten, die zal plaatsvinden in de vorm van een gestructureerde dialoog die op regelmatige basis wordt georganiseerd.

7. Het scorebord wordt voortdurend bijgewerkt en openbaar gemaakt op de website van de Commissie. Het geeft de status van de betalingsaanvragen, betalingen, opschortingen en annuleringen van financiële bijdragen aan.

8. De Commissie presenteert het scorebord tijdens een door de bevoegde commissies van het Europees Parlement georganiseerde hoorzitting.

9. Bij de invoering van het scorebord moet de Commissie zich zoveel mogelijk baseren op dashboards op grond van meerdere indicatoren voor de monitoring van de sociale en economische dimensie van veerkracht en dashboards voor de monitoring van de groene en digitale dimensie van veerkracht die als bijlage aan haar verslag inzake strategische prognoses “De koers naar een veerkrachtiger Europa” uit 2020 zijn gehecht.

HOOFDSTUK VI

Complementariteit, monitoring en evaluatie

Artikel 22
Coördinatie en complementariteit

De Commissie en de betrokken lidstaten bevorderen binnen hun respectieve bevoegdheden synergieën en zorgen voor doeltreffende coördinatie tussen de bij deze verordening ingestelde faciliteit en andere programma’s en instrumenten van de Unie, waaronder het instrument voor technische ondersteuning en met name met uit de fondsen van de Unie gefinancierde maatregelen en financiering verstrekt door de Europese Investeringsbankgroep of andere internationale financiële instellingen waarvan een lidstaat aandeelhouder is. Daartoe:

a) zorgen zij zowel in de planningsfase als tijdens de uitvoering voor complementariteit, synergie, coherentie en consistentie tussen de verschillende instrumenten op Unie-, nationaal, en, waar van toepassing, regionaal niveau, met name wat uit de fondsen van de Unie gefinancierde maatregelen betreft,

b) optimaliseren zij de coördinatiemechanismen om dubbel werk te voorkomen; en

c) zorgen zij voor nauwe samenwerking tussen de instanties die op Unie-, nationaal, en, waar van toepassing, regionaal niveau voor de uitvoering, de controle en het toezicht verantwoordelijk zijn, ter verwezenlijking van de doelstellingen van de in het kader van deze verordening ingestelde instrumenten.

Artikel 23
Monitoring van de uitvoering

1. De Commissie monitort de uitvoering van de faciliteit en meet de verwezenlijking van de in artikel 4 genoemde doelstellingen. De indicatoren die moeten worden gebruikt voor de verslaglegging over de vorderingen en voor de monitoring en evaluatie van de faciliteit met het oog op de verwezenlijking van de algemene en specifieke doelstellingen, zijn vastgelegd in bijlage III. De monitoring van de uitvoering is gericht op en evenredig met de activiteiten die in het kader van de faciliteit worden uitgevoerd.

2. Het prestatieverslagleggingssysteem waarborgt dat de gegevens voor het monitoren van de uitvoering van de activiteiten en de resultaten op efficiënte en doeltreffende wijze en tijdig worden verzameld en uitgesplitst naar gender en inkomen. Daartoe worden evenredige verslagleggingsvereisten opgelegd aan de eindbegunstigden en ontvangers van middelen van de Unie.

2 bis. Het Europees Parlement heeft het recht de uitgavenbesluiten van de Commissie volledig te controleren. De Commissie verleent het desbetreffende orgaan van het Europees Parlement en de leden van het Europees Parlement daartoe volledige toegang. De Commissie stelt het Europees Parlement elk kwartaal in kennis van de status van de goedgekeurde plannen, de in die plannen goedgekeurde wijzigingen, de ingediende betalingsaanvragen, de genomen betalingsbesluiten, de opschorting van de betalingen, de annulering van betalingen en de terugvordering van middelen. De Commissie presenteert elk kwartaal een overzicht van deze informatie tijdens een door de bevoegde commissies van het Europees Parlement georganiseerde hoorzitting.

2 bis ter. De Commissie stelt het Europees Parlement elk kwartaal op de hoogte door een openbaar toegankelijke databank met openbare gegevens van de eindbegunstigden van de middelen van de faciliteit aan te leggen. Gevoelige of vertrouwelijke informatie wordt in een vooraf overeengekomen kader van strikte vertrouwelijkheid aan de leden van het Europees Parlement beschikbaar gesteld.

2 bis quater. De Commissie brengt elk kwartaal via openbare hoorzittingen aan het Europees Parlement verslag uit over de tenuitvoerlegging van de faciliteit in de lidstaten. Deze verslagen bevatten gedetailleerde informatie over de vastgelegde en aan de lidstaten betaalde bedragen, de stand van zaken met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de overeengekomen mijlpalen, alsmede alle relevante informatie om volledige transparantie en openbaarmaking van de faciliteit te waarborgen. 

2 bis quinquies. De Commissie stelt een doeltreffend monitoringkader voor de voltooide projecten in.

Artikel 24
Halfjaarlijks verslag

1. De Commissie brengt halfjaarlijks verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering van de bij deze verordening ingestelde faciliteit.

2. Het halfjaarlijks verslag bevat informatie over de vorderingen van de betrokken lidstaten bij de uitvoering van de plannen voor herstel en veerkracht in het kader van de faciliteit.

3. Het halfjaarlijks verslag bevat daarnaast de volgende gegevens:

a) de omvang van de opbrengsten die in het kader van het herstelinstrument voor de Europese Unie in het voorgaande jaar aan de faciliteit zijn toegewezen, uitgesplitst naar begrotingsonderdeel;

b) de bijdrage van de via het herstelinstrument voor de Europese Unie gegenereerde bedragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de faciliteit;

b bis) details over de verzoeken om gebruikmaking van het instrument voor technische ondersteuning met betrekking tot het opstellen, herzien, uitvoeren en verbeteren van het plan voor herstel en veerkracht;

b ter) de stand van zaken omtrent de verwezenlijking van de streefdoelen en mijlpalen voor elke lidstaat, de bedragen die zijn vastgelegd voor en uitbetaald aan elke lidstaat en in totaal, de ingediende betalingsaanvragen, de vastgestelde betalingsbesluiten, de opschortingen en annuleringen van betalingen, de terugvorderingen van middelen, de ontvangers van de middelen en alle andere relevante informatie die nodig is om volledige transparantie en verantwoording te waarborgen, alsmede over de complementariteit van de plannen met de bestaande programma’s van de Unie;

b quater) een gedeelte voor elke lidstaat met details over de wijze waarop het beginsel van goed financieel beheer overeenkomstig artikel 61 van het Financieel Reglement in acht wordt genomen;

b quinquies) het percentage van de faciliteit dat bijdraagt tot de klimaat- en milieudoelstellingen van de Unie;

b sexies) een lijst van ontvangers en eindbegunstigden van de middelen uit de faciliteit.

4. Het verslag wordt aan het Europees Parlement en de Raad bezorgd in het kader van de geïntegreerde verslaglegging over financiële verantwoording en maakt uit hoofde van artikel 318 VWEU, als afzonderlijk hoofdstuk van het evaluatieverslag van de Commissie over de kwijting, deel uit van de specifieke kwijtingsprocedure.

 

Artikel 25
Evaluatie en ex-postevaluatie van de faciliteit

1. De Commissie legt vier jaar na de inwerkingtreding van deze verordening aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s een onafhankelijk evaluatieverslag over de uitvoering ervan en uiterlijk 12 maanden na het einde van 2027 een onafhankelijk ex-postevaluatieverslag voor.

2. In het evaluatieverslag wordt met name beoordeeld in hoeverre de doelstellingen zijn bereikt, of de middelen efficiënt zijn ingezet en of er sprake is van Europese meerwaarde. In dit verslag wordt voorts nagegaan of alle doelstellingen en maatregelen nog steeds relevant zijn.

3. De evaluatie gaat in voorkomend geval vergezeld van een voorstel tot wijziging van deze verordening.

4. Het ex-postevaluatieverslag bestaat uit een algemene beoordeling van de bij deze verordening ingestelde instrumenten en bevat informatie over het effect ervan op lange termijn.

Artikel 25 bis
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2. De in de artikelen 17 en 19 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend tot en met 31 december 2027.

3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 17 en 19 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6. Een overeenkomstig de artikelen 17 en 19 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.

HOOFDSTUK VII

Communicatie en slotbepalingen

Artikel 26
Informatie, communicatie en publiciteit

1. De ontvangers van Uniefinanciering erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie door een goed zichtbaar Unielabel af te beelden, met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten, door meerdere doelgroepen, waaronder de media, de sociale media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren. Ontvangers waarborgen de zichtbaarheid van de uitgaven in het kader van de faciliteit door bij de gesteunde projecten duidelijk te vermelden dat het gaat om het “EU-initiatief voor herstel”.

2. De Commissie voert informatie- en communicatiemaatregelen uit met betrekking tot de bij deze verordening ingestelde faciliteit, de maatregelen en de resultaten ervan. De financiële middelen die worden toegewezen aan de bij de verordening ingestelde instrumenten dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in artikel 4 bedoelde doelstellingen.

2 bis. Bij de bevordering van acties en de resultaten daarvan informeren de ontvangers van Uniefinanciering en de Commissie de vertegenwoordigingen van het Europees Parlement en de Commissie regelmatig over projecten in de betreffende lidstaat en betrekken hen hierbij.

Artikel 28
Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter


BIJLAGE I

Methodiek voor de berekening van de maximale financiële bijdrage (d.w.z. de niet terug te betalen financiële steun) per lidstaat in het kader van de faciliteit

 

In deze bijlage wordt de methodiek beschreven voor de berekening van de maximale financiële bijdrage die voor elke lidstaat beschikbaar is overeenkomstig artikel 10. In de methode wordt rekening gehouden met:

 bevolkingsomvang;

 de inverse van het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking;

 het gemiddelde werkloosheidspercentage in de afgelopen 5 jaar in vergelijking met het EU-gemiddelde (2015-2019);

 de cumulatieve daling van het reële bbp in de periode 2020-2021, te weten de wijziging van het reële bbp in 2021 ten opzichte van 2019.

Om een buitensporige concentratie van middelen te voorkomen:

 wordt de inverse van het bbp per hoofd van de bevolking afgetopt op 150 % van het EU-gemiddelde;

 wordt de afwijking van het werkloosheidspercentage van het individuele land ten opzichte van het EU-gemiddelde afgetopt op 150 % van het EU-gemiddelde;

 wordt, om rekening te houden met de in het algemeen stabielere arbeidsmarkten van welvarender lidstaten (waarvan het bni per hoofd van de bevolking boven het EU-gemiddelde ligt), de afwijking van hun werkloosheidspercentage van het EU-gemiddelde afgetopt op 75 %.

Voor 2021 en 2022 wordt de maximale financiële bijdrage van een lidstaat uit de faciliteit (MFCi) als volgt bepaald:

MFCi(2021-2022) = αi × 0,6 × (FS)

Voor 2023 en 2024 wordt de maximale financiële bijdrage van een lidstaat uit de faciliteit (MFCi) als volgt bepaald:

MFCi(2023-2024) = betai × [ 0,4(FS) + niet-vastgelegd bedrag (2021-2022)

waarbij:

 

FS (Financial Support — financiële ondersteuning) de in artikel 5, lid 1, onder a), bedoelde financiële toewijzing in het kader van de faciliteit is; en de verdeelsleutel voor lidstaat i is, gedefinieerd als:

 

,

 

waarbij:

de verdeelsleutel voor land i is;

het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking in 2019 voor land i is;

het gewogen gemiddelde bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking van de EU-27 in 2019 is;

𝑝𝑜𝑝𝑖  de totale bevolking in land i in 2019 is;

𝑝𝑜𝑝𝐸𝑈 de totale bevolking van de EU-27 in 2019 is;

𝑈𝑖 het gemiddelde werkloosheidspercentage in de periode 2015-2019 van land i is;

𝑈𝐸𝑈 het gemiddelde werkloosheidspercentage in de periode 2015-2019 in de EU-27 is;

FS (Financial Support — financiële ondersteuning) de in artikel 5, lid 1, onder a), bedoelde financiële toewijzing in het kader van de faciliteit is; en

betai de verdeelsleutel voor lidstaat i is, gedefinieerd als:

waarbij:

de verdeelsleutel voor land i is;

het bbp per hoofd van de bevolking in 2019 voor land i is;

het gewogen gemiddelde bbp per hoofd van de bevolking van de EU-27 in 2019 is;

de totale bevolking in land i in 2019 is;

de totale bevolking van de EU-27 in 2019 is;

het gecumuleerde verlies aan reëel bbp in land i in de periode 2020-2021 is;

het gecumuleerde verlies aan reëel bbp van de EU-27 in de periode 2020-2021 is.

De verdeelsleutel voor de periode 2023-2024 wordt op 30 juni 2022 berekend op basis van de gegevens van Eurostat.

Toepassing van de methodologie levert de volgende aandelen en bedragen voor de maximale financiële bijdrage per lidstaat op:

 

Maximale financiële bijdrage per EU-lidstaat

 

Aandeel (% van totaalbedrag)

Bedrag (miljoen, prijzen 2018)

BE

1,55

4 821

BG

1,98

6 131

CZ

1,51

4 678

DK

0,56

1 723

DE

6,95

21 545

EE

0,32

1 004

IE

0,39

1 209

EL

5,77

17 874

ES

19,88

61 618

FR

10,38

32 167

HR

1,98

6 125

IT

20,45

63 380

CY

0,35

1 082

LV

0,70

2 170

LT

0,89

2 766

LU

0,03

101

HU

1,98

6 136

MT

0,07

226

NL

1,68

5 197

AT

0,95

2 950

PL

8,65

26 808

PT

4,16

12 905

RO

4,36

13 505

SI

0,55

1 693

SK

1,98

6 140

FI

0,71

2 196

SE

1,24

3 849

Totaal

100,00

310 000

 


BIJLAGE II

Beoordelingsrichtsnoeren voor de faciliteit

1. Toepassingsgebied

Deze beoordelingsrichtsnoeren moeten samen met deze verordening voor de Commissie een basis vormen om de door de lidstaten voorgestelde plannen voor herstel en veerkracht op transparante en billijke wijze te beoordelen en de financiële bijdrage te bepalen in overeenstemming met de in deze verordening neergelegde doelstellingen en andere toepasselijke voorschriften. Deze richtsnoeren vormen met name de basis voor de toepassing van de beoordelingscriteria en de bepaling van de financiële bijdrage, zoals bedoeld in respectievelijk artikel 16, lid 3, en artikel 17, lid 3.

De richtsnoeren voor de beoordeling zijn bedoeld om:

a) een leidraad te verschaffen voor het proces van beoordeling van de voorgestelde plannen voor herstel en veerkracht die door de lidstaten zijn ingediend;

b) nadere gegevens te verstrekken over de beoordelingscriteria en te voorzien in een waarderingssysteem, dat moet worden ingesteld om een billijk en transparant proces te waarborgen; en

c) het verband te bepalen tussen de beoordeling die de Commissie op basis van de beoordelingscriteria moet uitvoeren, en de vaststelling van de financiële bijdrage die voor de geselecteerde hervormingstoezeggingen in het besluit van de Commissie moet worden vastgelegd.

De richtsnoeren zijn een instrument om de beoordeling door de Commissie van de door de lidstaten voorgestelde plannen voor herstel en veerkracht te vergemakkelijken en ervoor te zorgen dat die plannen steun bieden aan hervormingen en overheidsinvesteringen die relevant en in overeenstemming met het beginsel van additionaliteit van Uniefinanciering zijn en een werkelijke Europese meerwaarde bieden, terwijl daarbij de gelijke behandeling van de lidstaten gewaarborgd is.

2. Beoordelingscriteria

Overeenkomstig artikel 16, lid 3, beoordeelt de Commissie de doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie en samenhang van het plan voor herstel en veerkracht ▌, en zij neemt daarbij de volgende elementen in aanmerking:

De Commissie beoordeelt of alle plannen voor herstel en veerkracht aan de volgende vereisten voldoen:

a) of ten minste 40 % van het bedrag voor het plan bijdraagt aan klimaat- en biodiversiteitsmainstreaming en of de in artikel 15, lid 3, onder ae), bedoelde traceringsmethodologie op de juiste wijze wordt toegepast;

b) of ten minste 20 % van het bedrag voor het plan bijdraagt aan digitale acties en of de in artikel 15, lid 3, onder af), bedoelde traceringsmethodologie op de juiste wijze wordt toegepast;

c) of maatregelen niet in strijd zijn met de strategische en economische belangen van de Unie, niet in de plaats komen van terugkerende nationale begrotingsuitgaven, en het additionaliteitsbeginsel en het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” eerbiedigen, overeenkomstig artikel 4 bis (nieuw);

d) of het plan in overeenstemming is met de minimale toewijzingsaandelen voor de verschillende Europese prioriteiten als bedoeld in artikel 3;

e) of de door de lidstaten vastgestelde regelingen waarborgen dat begunstigde ondernemingen niet betrokken zijn bij meldingsplichtige grensoverschrijdende belastingconstructies in de zin van Richtlijn (EU) 2018/822;

Doeltreffendheid:

f) of het plan voor herstel en veerkracht bijdraagt aan elk van de zes Europese prioriteiten zoals bedoeld in artikel 3, en of het bijdraagt en niet in strijd is met de doelstellingen van artikel 4, lid 1, onder b);

g) of de dialoog op meerdere niveaus, zoals bedoeld in artikel 15, lid 2, tweede alinea, heeft plaatsgevonden en of de respectieve belanghebbenden doeltreffende mogelijkheden krijgen om deel te nemen aan de voorbereiding en de uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht;

h) of de door de betrokken lidstaten voorgestelde regelingen naar verwachting zullen zorgen voor een doeltreffende monitoring en uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht, de voorgestelde duidelijke kwalitatieve en kwantitatieve mijlpalen en streefdoelen en de bijbehorende indicatoren, en of het plan de prestaties van het land op het sociaal scorebord en het scorebord van de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden verbetert;

i) of het plan voor herstel en veerkracht naar verwachting een blijvend effect zal sorteren voor de betrokken lidstaat;

j) of het plan voor herstel en veerkracht investeringen in grensoverschrijdende of pan-Europese projecten omvat die Europese toegevoegde waarde opleveren, rekening houdend, waar passend, met de beperkingen die voortvloeien uit de geografische ligging van de lidstaten;

Efficiëntie:

k) of de door de lidstaat verstrekte motivering van de geraamde totale kosten van het ingediende plan voor herstel en veerkracht redelijk en aannemelijk is, en of die kosten in verhouding staan tot de verwachte sociale en economische gevolgen, overeenkomstig het beginsel van kostenefficiëntie;

l) of de door de lidstaten voorgestelde regelingen naar verwachting belangenconflicten, corruptie en fraude bij het gebruik van de financiële middelen die afkomstig zijn van deze faciliteit zullen voorkomen, opsporen en rechtzetten, waaronder regelingen die gericht zijn op het voorkomen van dubbele financiering met middelen van andere EU-programma’s;

Relevantie:

m) of het plan maatregelen bevat die, in overeenstemming met het toepassingsgebied van de faciliteit, op doeltreffende wijze bijdragen tot de aanpak van de uitdagingen die zijn vastgesteld in de desbetreffende landspecifieke aanbevelingen aan de betrokken lidstaat of in andere relevante documenten die de Commissie officieel heeft goedgekeurd in het kader van het Europees Semester, waaronder de relevante aanbevelingen voor de eurozone zoals bekrachtigd door de Raad;

n) of het plan, indien in een lidstaat sprake is van onevenwichtigheden of buitensporige onevenwichtigheden zoals vastgesteld door de Commissie na een diepgaande evaluatie, strookt met de aanbevelingen uit hoofde van artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/2011;

o) of het plan de in artikel 15 bedoelde correcte informatie bevat;

Samenhang:

p) of het plan een uitgebreid pakket hervormingen en investeringen omvat en of de regelingen voor samenhang en synergie zorgen, zoals bedoeld in artikel 14, lid 2 ter;

q) of het plan in overeenstemming is met de EU-strategie inzake gendergelijkheid 2020-2025 en de nationale strategie inzake gendergelijkheid, of er een gendereffectbeoordeling is uitgevoerd en of de in het plan opgenomen maatregelen naar verwachting zullen bijdragen tot de bevordering van gendergelijkheid, het beginsel van gendermainstreaming en de bestrijding van genderdiscriminatie of zullen helpen om het hoofd te bieden aan de daaruit voortvloeiende uitdagingen.

▌Als gevolg van de beoordelingsprocedure kent de Commissie aan de door de lidstaten ingediende plannen voor herstel en veerkracht voor elk beoordelingscriterium in artikel 16, lid 3, een score toe om de doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie en samenhang van de plannen te beoordelen en de financiële toewijzing vast te stellen overeenkomstig artikel 17, lid 3.

Omwille van de vereenvoudiging en de efficiëntie moet het waarderingssysteem de scores A tot en met C omvatten, zoals hieronder uiteengezet:

Scores voor de punten a) t/m e)

A - Aan criterium voldaan

C - Niet aan criterium voldaan

Scores voor de punten f), g), h), i), j), k), l), m), n), o), p), q)

A - In hoge mate aan criterium voldaan / Passende regelingen voor doeltreffende tenuitvoerlegging van h)

B - In redelijke mate aan criterium voldaan / Minimale regelingen voor doeltreffende tenuitvoerlegging van h)

C - In beperkte mate aan criterium voldaan / Onvoldoende regelingen voor doeltreffende tenuitvoerlegging van h)

Voor criterium j) is alleen score A of B van toepassing en er wordt geen score gegeven voor landen met objectieve beperkingen die voortvloeien uit hun geografische ligging.

▌3. Vaststelling van de financiële bijdrage in het kader van het begrotingsinstrument voor herstel en veerkracht

Overeenkomstig artikel 17, lid 3, houdt de Commissie bij de bepaling van de financiële bijdrage rekening met het belang en de samenhang van het door de betrokken lidstaat voorgestelde plan voor herstel en veerkracht, volgens de beoordeling op basis van de criteria van artikel 17, lid 3. Daarbij worden de volgende criteria toegepast:

a) indien het plan voor herstel en veerkracht op bevredigende wijze voldoet aan de criteria van artikel 16, lid 3, en het bedrag van de geraamde totale kosten van het plan voor herstel en veerkracht gelijk is aan of hoger is dan de maximale financiële bijdrage voor die lidstaat als bedoeld in artikel 10, is de aan de betrokken lidstaat toegewezen financiële bijdrage gelijk aan het totale bedrag van de maximale financiële bijdrage als bedoeld in artikel 10;

b) indien het plan voor herstel en veerkracht op bevredigende wijze voldoet aan de criteria van artikel 16, lid 3, en het bedrag van de geraamde totale kosten van het plan voor herstel en veerkracht lager is dan de maximale financiële bijdrage voor die lidstaat als bedoeld in artikel 10, is de aan de lidstaat toegewezen financiële bijdrage gelijk aan het bedrag van de geraamde totale kosten van het plan voor herstel en veerkracht;

b bis) indien het plan voor herstel en veerkracht op bevredigende wijze voldoet aan de criteria van artikel 16, lid 3, wordt de financiële toewijzing 2 % per criterium verlaagd voor elke derde en volgende B die het plan scoort op de in artikel 16, lid 3, onder h), i), l), m) en p), vastgestelde criteria, waarbij de totale verlaging niet meer bedraagt dan 6 % van de totale financiële toewijzing;

c) indien het plan voor herstel en veerkracht niet op bevredigende wijze voldoet aan de criteria van artikel 16, lid 3, wordt aan de betrokken lidstaat geen financiële bijdrage toegewezen.

Voor de toepassing van deze alinea gelden de volgende formules:

 voor a):      ontvangt lidstaat i  

 voor b):    <  ontvangt lidstaat i  

 waarbij: 

 i  verwijst naar de betrokken lidstaat

 MFC  staat voor de maximale financiële bijdrage voor de betrokken lidstaat 

 C  staat voor de geraamde totale kosten van het plan voor herstel en veerkracht

 

Uitgaande van het resultaat van het beoordelingsproces overeenkomstig artikel 16, lid 3, en rekening houdend met de scores:

voldoet het plan voor herstel en veerkracht op bevredigende wijze aan de beoordelingscriteria:

 

als de eindscore voor de criteria a) tot en met q) is opgebouwd uit de volgende scores:

 

- een A voor de criteria a) tot en met f);

 

en voor de overige criteria:

 

- alleen maar A’s,

 

of

 

- meer A’s dan B’s en geen C’s;

De financiële toewijzing wordt 2 % per criterium verlaagd voor elke derde en volgende B die het plan scoort op de in artikel 16, lid 3, onder h), i), l), m), en p), vastgestelde criteria, waarbij de totale verlaging niet meer bedraagt dan 6 % van de totale financiële toewijzing.

voldoet het plan voor herstel en veerkracht niet op bevredigende wijze aan de beoordelingscriteria:

 

als de eindscore voor de criteria a) tot en met q) is opgebouwd uit de volgende scores:

 

- geen A voor de criteria a) tot en met f);

 

en voor de overige criteria:

 

- meer B’s dan A’s,

 

of

 

- ten minste één C.

 

 

 

BIJLAGE III

Indicatoren

De verwezenlijking van de doelstellingen bedoeld in artikel 4 wordt gemeten aan de hand van de volgende indicatoren, uitgesplitst naar lidstaat en interventiegebied.

De indicatoren worden gebruikt overeenkomstig de beschikbare gegevens en informatie, waaronder kwantitatieve en/of kwalitatieve gegevens.

  Outputindicatoren:

a) het aantal goedgekeurde plannen voor herstel en veerkracht ▌;

b) de totale aan het plan voor herstel en veerkracht toegewezen financiële bijdrage;

  Resultaatindicatoren:

c) het aantal uitgevoerde plannen voor herstel en veerkracht; Bij deze verordening vastgestelde impactindicatoren

d) de doelstellingen van het plan voor herstel en veerkracht die mede zijn verwezenlijkt dankzij de algehele financiële steun (in voorkomend geval met inbegrip van de steun via leningen) die is ontvangen in het kader van de bij deze verordening ingestelde faciliteit voor herstel en veerkracht.

De in artikel 25 bedoelde ex-postevaluatie wordt door de Commissie uitgevoerd met onder meer als doel de verbanden vast te stellen tussen de algehele financiële ondersteuning (in voorkomend geval met inbegrip van de steun via leningen) uit de faciliteit voor herstel en veerkracht en de uitvoering van de desbetreffende maatregelen in de betrokken lidstaat met het oog op het stimuleren van het herstel, de veerkracht, duurzame groei, werkgelegenheid en cohesie.

 


 

 

 

 

ADVIES VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN (16.10.2020)

<CommissionInt>aan de Begrotingscommissie en de Commissie economische en monetaire zaken</CommissionInt>


<Titre>inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een faciliteit voor herstel en veerkracht</Titre>

<DocRef>(COM(2020)0408 – C9-0150/2020 – 2020/0104(COD))</DocRef>

Rapporteur voor advies: <Depute>Dragoș Pîslaru</Depute>

 

 


BEKNOPTE MOTIVERING

Op 28 mei 2020 diende de Commissie een voorstel in tot instelling van een faciliteit voor herstel en veerkracht, dat het ingetrokken voorstel van de Commissie voor een steunprogramma voor hervormingen vervangt. Het nieuwe voorstel is gebaseerd op de meest recente tekst over het steunprogramma voor hervormingen en sluit nauw aan bij de beleidsrichtsnoeren in het kader van het Europees Semester. De doelstellingen ervan zijn herzien en de wijze waarop de faciliteit wordt uitgevoerd is aangepast aan de nieuwe realiteit als gevolg van de COVID-19-pandemie. In deze nieuwe context is het van cruciaal belang het herstel strategisch te plannen en voor duurzame groei te zorgen door de veerkracht van de Europese economieën en samenlevingen te versterken.

De faciliteit voor herstel en veerkracht wordt een belangrijk programma van het herstelinstrument voor de Europese Unie binnen het herziene meerjarig financieel kader. De faciliteit maakt ook deel uit van een reeks maatregelen die zijn ontwikkeld in reactie op de huidige COVID-19-pandemie, zoals het corona-investeringsinitiatief.

De faciliteit heeft tot doel grootschalige financiële steun te bieden om het ontwerp en de uitvoering van hoognodige langetermijnhervormingen en de bijbehorende overheidsinvesteringen in de lidstaten te stimuleren. De algemene doelstelling van de faciliteit is de economische, sociale en territoriale samenhang van de Unie te bevorderen door middel van maatregelen die de betrokken lidstaten in staat stellen om sneller en op duurzamere wijze te herstellen en om veerkrachtiger te worden, waarbij de sociale en economische impact van de crisis wordt opgevangen en de groene en digitale transities worden ondersteund, het scheppen van banen wordt gestimuleerd en duurzame groei wordt bevorderd.

In een breder perspectief zal de faciliteit voor herstel en veerkracht ook bijdragen tot de uitvoering van de verbintenissen van de Unie en de lidstaten in het kader van de Europese pijler van sociale rechten en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

In het kader van de faciliteit zal steun worden verleend naar aanleiding van een verzoek op vrijwillige basis van de betrokken lidstaat. Deze steun zal worden verleend in de vorm van niet-terugvorderbare steun onder direct beheer en in de vorm van leningen.

De lidstaten moeten nationale plannen voor herstel en veerkracht opstellen die maatregelen voor de uitvoering van hervormingen en projecten voor overheidsinvesteringen door middel van een samenhangend pakket omvatten, en in overeenstemming moeten zijn met de desbetreffende landspecifieke uitdagingen en prioriteiten die in het kader van het Europees Semester zijn vastgesteld, met de nationale hervormingsprogramma’s, de nationale energie- en klimaatplannen, de plannen voor een rechtvaardige transitie en de in het kader van de fondsen van de Unie vastgestelde partnerschapsovereenkomsten en operationele programma’s. Deze plannen zullen een bijlage bij het nationale hervormingsprogramma vormen en in het kader van het Europees Semester zal verslag worden uitgebracht over de vorderingen bij de uitvoering van deze plannen.

Parallel met de faciliteit voor herstel en veerkracht heeft de Commissie een verordening tot vaststelling van een instrument voor technische ondersteuning voorgesteld, dat steun zal verlenen voor het versterken van de bestuurlijke capaciteit en structurele langetermijnhervormingen in de lidstaten en de uitvoering van de landspecifieke aanbevelingen voor de lidstaten in de context van het Europees Semester zal bevorderen.

De rapporteur is ingenomen met het nieuwe voorstel van de Commissie tot instelling van een faciliteit voor herstel en veerkracht en is ervan overtuigd dat deze faciliteit een cruciale rol zal spelen bij het herstel en de vernieuwing van de Unie. Hij pleit ervoor binnen deze faciliteit een specifieke pijler voor hervormingen en investeringen te creëren die ontworpen zijn voor de volgende generatie, in het bijzonder voor jongeren en kinderen. Dit strookt met de vaste overtuiging van de rapporteur dat de faciliteit voor herstel en veerkracht een toekomstgericht instrument moet zijn dat zo is ontworpen dat het ten goede komt aan de volgende generatie.

Het huidige advies bouwt voort op het advies inzake het de vaststelling van het steunprogramma voor hervormingen (2018/0213(COD)), dat de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken op 26 mei 2020 heeft goedgekeurd. Het bevat derhalve alle amendementen die ook relevant zijn voor de faciliteit voor herstel en veerkracht.

Voorts stelt de rapporteur aanvullende wijzigingen voor die de nadruk leggen op het belang van structurele hervormingen op basis van solidariteit, integratie en sociale rechtvaardigheid als onderdeel van de doelstellingen van het Europees Semester teneinde de gelijkheid van en toegang tot kansen en sociale bescherming te garanderen, kwetsbare groepen te beschermen en de levensstandaard van alle burgers te verbeteren. Naar mening van de rapporteur kunnen de nagestreefde hervormingen brede steun krijgen als de lidstaten als onderdeel van het proces van het indienen van verzoeken om financiële steun in het kader van de faciliteit raadplegingen organiseren met de relevante belanghebbenden en de nationale parlementen.

De rapporteur stelt voor het toepassingsgebied van de faciliteit (artikel 3) uit te breiden met een brede waaier aan beleidsterreinen, bijvoorbeeld maatregelen voor onderwijs, een leven lang leren en opleiding; maatregelen voor een betere toekomst van achtergestelde kinderen, jongeren, ouderen en mensen met een handicap; maatregelen ter vermindering van genderdiscriminatie en ter bevordering van gendergelijkheid; maatregelen ter bevordering van de voorwaarden voor het vergroten van de mogelijkheden voor ondernemerschap en vaardigheden; maatregelen voor klimaatactie; maatregelen ter verbetering van de capaciteit van overheidsinstellingen om mobiele en grensoverschrijdende rechten van werknemers te waarborgen; maatregelen voor beroepsonderwijs en -opleiding en de integratie van jongeren op de arbeidsmarkt; maatregelen voor pensioenhervorming en maatregelen ter verbetering van volksgezondheidsstelsels.

De rapporteur stelt ook een wijziging voor waarmee specifiek wordt ingegaan op de situatie van lidstaten met buitensporige onevenwichtigheden en lidstaten die geen onderdeel van de eurozone uitmaken en met een significante achterstand op het vlak van structurele ontwikkeling kampen.

AMENDEMENTEN

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de bevoegde Begrotingscommissie en de bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

<RepeatBlock-Amend><Amend>Amendement  <NumAm>1</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 2 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis) In de artikelen 2 en 8 van het Verdrag wordt bepaald dat de gelijkheid tussen mannen en vrouwen een waarde van de Unie is en dat de Unie bij al haar activiteiten moet streven naar het opheffen van ongelijkheden tussen mannen en vrouwen en de gelijkheid van mannen en vrouwen moet bevorderen. Daarom moet gendermainstreaming, met inbegrip van genderbudgettering, in alle beleidsvormen en verordeningen van de Unie worden toegepast.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>2</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 3</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) Op het niveau van de Unie is het Europees Semester voor coördinatie van het economisch beleid (“Europees Semester”), met inbegrip van de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten, het kader om nationale hervormingsprioriteiten te bepalen en de uitvoering ervan te monitoren. De lidstaten ontwikkelen hun eigen nationale meerjarige investeringsstrategie om deze hervormingen te ondersteunen. Die strategieën moeten in aansluiting met de jaarlijkse nationale hervormingsprogramma’s worden gepresenteerd als een manier om de prioritaire investeringsprojecten die nationale of Uniefinanciering moeten krijgen, vast te stellen en te coördineren.

(3) Op het niveau van de Unie is het Europees Semester voor coördinatie van het economisch beleid (“Europees Semester”), met inbegrip van de doelstellingen van de Europese Green Deal, de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten (EPSR) en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties (UNSDG’s), het kader om nationale hervormingsprioriteiten te bepalen en de uitvoering ervan te monitoren. Als onderdeel van het Europees Semester gaat het ook om structurele hervormingen op basis van solidariteit, integratie en sociale rechtvaardigheid, met als doel hoogwaardige werkgelegenheid en groei te scheppen, de gelijkheid van en toegang tot kansen en sociale bescherming te waarborgen, kwetsbare groepen te beschermen en de levensstandaard van iedereen te verbeteren. De lidstaten ontwikkelen hun eigen nationale meerjarige investeringsstrategie om deze hervormingen te ondersteunen. Die strategieën moeten in aansluiting met de jaarlijkse nationale hervormingsprogramma’s worden gepresenteerd als een manier om de prioritaire investeringsprojecten die nationale of Uniefinanciering moeten krijgen, vast te stellen en te coördineren.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>3</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 4</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) De uitbraak van de pandemie COVID-19 in het begin van 2020 heeft de economische vooruitzichten voor de komende jaren in de Unie en in de rest van de wereld veranderd, en vraagt om een snelle en gecoördineerde reactie van de Unie om het hoofd te bieden aan de enorme economische en sociale gevolgen voor alle lidstaten. De uitdagingen die zijn verbonden aan de demografische context zijn versterkt door COVID-19. De huidige de COVID-19-pandemie en de voorafgaande economische en financiële crisis hebben duidelijk gemaakt dat het ontwikkelen van deugdelijke en veerkrachtige economieën en financiële stelsels op basis van sterke economische en maatschappelijke structuren de lidstaten helpt om efficiënter te reageren op schokken en daar sneller van te herstellen. De gevolgen op middellange en lange termijn van de COVID-19-crisis zullen in belangrijke mate afhangen van de vraag hoe snel de economieën van de lidstaten zich van de crisis zullen herstellen, wat weer afhankelijk is van de budgettaire ruimte waarover de lidstaten beschikken om de sociale en economische gevolgen van de crisis te beperken, en van de veerkracht van hun economieën. Daarom zullen hervormingen en investeringen om de structurele zwakke punten van de economieën aan te pakken en hun veerkracht te versterken, van essentieel belang zijn om de economieën weer op een pad van duurzaam herstel te brengen en te voorkomen dat de verschillen in de Unie verder toenemen.

(4) De uitbraak van de pandemie COVID-19 in het begin van 2020 heeft de economische vooruitzichten voor de komende jaren in de Unie en in de rest van de wereld veranderd, en vraagt om een snelle en gecoördineerde reactie van de Unie om het hoofd te bieden aan de enorme economische en sociale gevolgen voor alle lidstaten. De uitdagingen die zijn verbonden aan de demografische en sociale context zijn versterkt door COVID-19, met name voor vrouwen en meisjes als gevolg van de bestaande ongelijkheid. De huidige COVID-19-pandemie en de voorafgaande economische en financiële crisis hebben duidelijk gemaakt dat het ontwikkelen van deugdelijke en veerkrachtige economieën en stelsels van financiële en sociale voorzieningen op basis van sterke economische en maatschappelijke structuren de lidstaten helpt om efficiënter te reageren op schokken en daar sneller van te herstellen. De gevolgen op middellange en lange termijn van de COVID-19-crisis zullen in belangrijke mate afhangen van de vraag hoe snel de economieën van de lidstaten zich van de crisis zullen herstellen, wat weer afhankelijk is van de budgettaire ruimte waarover de lidstaten beschikken om de sociale en economische gevolgen van de crisis te beperken, en van de veerkracht van hun economieën. Daarom zullen hervormingen en investeringen om de structurele zwakke punten van de economieën aan te pakken en hun economische, sociale, ecologische en administratieve veerkracht te versterken, van essentieel belang zijn om de economieën weer op een pad van duurzaam herstel te brengen en te voorkomen dat de verschillen in de Unie verder toenemen en dat er zich “spill-over”-effecten van schokken tussen lidstaten of binnen de Unie als zodanig voordoen, met - in het verlengde daarvan - uitdagingen voor convergentie en cohesie.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>4</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 4 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis) De socialewelvaartsstelsels van de lidstaten garanderen samenlevingen en burgers integrale diensten en economische baten voor een fatsoenlijk leven op de volgende interventiegebieden: sociale zekerheid, gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting, werkgelegenheid, justitie en maatschappelijke diensten voor kwetsbare groepen. Ze spelen een cruciale rol in het bewerkstelligen van duurzame ontwikkeling, de bevordering van gelijkheid en sociale rechtvaardigheid. Door de COVID-19-crisis worden de socialewelvaartsstelsels van de lidstaten geconfronteerd met een ongekende situatie van stress en druk, aangezien niet voorzien was dat zij moesten tegemoetkomen aan de toenemende maatschappelijke vraag in het kader van een noodsituatie op gezondheids- en economisch gebied. De socialewelvaartsstelsels moeten worden versterkt op een manier die garandeert dat zij resultaten kunnen leveren en de gehele bevolking kunnen bedienen, met name in situaties van crisis of systeemschokken.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>5</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 4 ter (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 ter) De economische gevolgen van de COVID-19-crisis hebben de bewegingsruimte binnen de begroting van veel lidstaten ernstig beperkt, waardoor hun vermogen wordt ondermijnd om belangrijke prioritaire hervormingen en investeringen uit te voeren. Het Europees Semester is het Uniekader voor het bepalen van de prioritaire economische hervormingen en investeringen, maar de behoefte aan herstel en vergroting van de veerkracht, die door de COVID-19-crisis extra werd blootgelegd, overstijgt het domein van economisch beleid en hier moet op adequate wijze prioriteit aan worden gegeven bij het ontwerp en de invulling van het Europees Semester.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>6</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 5</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) De uitvoering van hervormingen die bijdragen tot een hoge mate van veerkracht van de binnenlandse economieën, het versterken van de aanpassingscapaciteit en het ontsluiten van het groeipotentieel, behoren tot de beleidsprioriteiten van de Unie. Zij zijn daarom van cruciaal belang om het herstel op een houdbaar pad vast te stellen en het proces van opwaartse economische en sociale convergentie te ondersteunen. Dit is des te noodzakelijker in de nasleep van de pandemie, om de weg vrij te maken voor een snel herstel.

(5) De uitvoering van hervormingen die bijdragen tot een hoge mate van veerkracht van de binnenlandse economieën en samenlevingen, het versterken van de aanpassingscapaciteit, het ontsluiten van het potentieel voor inclusieve groei en aanpassing aan technologische ontwikkelingen behoren tot de beleidsprioriteiten van de Unie. Zij zijn daarom van cruciaal belang om het herstel op een houdbaar pad vast te stellen en het proces van opwaartse economische en sociale convergentie te ondersteunen. Ook al vóór de COVID-19-crisis bevonden de economieën en samenlevingen van de Unie zich in een proces van vergaande veranderingen als gevolg van klimaatverandering, milieu-, digitale en demografische uitdagingen, en een sociale-investeringskloof. Dit is des te noodzakelijker in de nasleep van de pandemie, om de weg vrij te maken voor een snel herstel. Sociale duurzaamheid en inclusie moeten een hoeksteen vormen van dit proces om samenlevingen inclusief en veerkrachtig te maken.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>7</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 5 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis) Vrouwen staan tijdens de COVID-19-crisis in de frontlinie, vertegenwoordigen het grootste deel van de gezondheidswerkers in de Unie, en moeten onbetaalde zorgtaken combineren met de verantwoordelijkheden op hun werk, hetgeen met name erg moeilijk is voor alleenstaande ouders, waar vrouwen 85 % van uitmaken. Investeringen in robuuste zorginfrastructuur is essentieel om gelijkheid tussen mannen en vrouwen te garanderen, de economische empowerment van vrouwen te bevorderen, samenlevingen veerkrachtig te maken, onzekere omstandigheden in sectoren waar met name vrouwen werkzaam zijn te bestrijden, de werkgelegenheid te bevorderen, en armoede en sociale uitsluiting te voorkomen. Bovendien hebben dergelijke investeringen een positief effect op het bbp omdat ze erin resulteren dat meer vrouwen betaald werk kunnen doen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>8</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 6</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6) Uit eerdere ervaringen is gebleken dat investeringen tijdens crises vaak drastisch worden verminderd. Het is echter van essentieel belang dat investeringen in deze specifieke situatie worden ondersteund om het herstel te versnellen en het groeipotentieel op de lange termijn te versterken. Investeren in groene en digitale technologieën, capaciteiten en processen die gericht zijn op het ondersteunen van de overgang naar schone energie, het stimuleren van de energie-efficiëntie van woningen en andere belangrijke economische sectoren, zijn van belang om duurzame groei te realiseren en banen te helpen scheppen. Dit zal de Unie ook veerkrachtiger en minder afhankelijk maken door diversificatie van de belangrijkste toeleveringsketens.

(6) Uit eerdere ervaringen is gebleken dat investeringen tijdens crises vaak drastisch worden verminderd. Het is echter van essentieel belang dat investeringen in deze specifieke situatie worden ondersteund om het economisch en sociaal herstel te versnellen en het duurzame groeipotentieel op de lange termijn te versterken, de sociale veerkracht en samenhang te vergroten, en een toename van ongelijkheid en armoede te vermijden. Investeren in groene en digitale technologieën, capaciteiten en processen die gericht zijn op het ondersteunen van de overgang naar schone energie, het stimuleren van de energie-efficiëntie van woningen en andere belangrijke economische sectoren, zijn van belang om duurzame groei te realiseren, hoogwaardige banen te helpen scheppen en behouden, en veerkrachtige arbeidsmarkten tot stand te brengen. Dit zal de Unie ook veerkrachtiger en onafhankelijker maken door diversificatie van de belangrijkste toeleveringsketens.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>9</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 8</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8) Tegen deze achtergrond is het noodzakelijk het huidige kader voor de verstrekking van ondersteuning aan de lidstaten te versterken en de lidstaten directe financiële ondersteuning te bieden door middel van een innovatief instrument. Hiertoe moet op grond van deze verordening een faciliteit voor herstel en veerkracht (“de faciliteit”) worden vastgesteld die doeltreffende financiële en significante steun moet verstrekken om de uitvoering van hervormingen en de bijbehorende overheidsinvesteringen in de lidstaten te versterken. De faciliteit moet omvattend zijn en moet profiteren van de ervaring die de Commissie en de lidstaten hebben opgedaan met het gebruik van andere instrumenten en programma’s.

(8) Tegen deze achtergrond is het noodzakelijk het huidige kader voor de verstrekking van ondersteuning aan de lidstaten te versterken en een mechanisme te ontwikkelen voor het bieden van directe financiële ondersteuning aan de lidstaten door middel van een innovatief instrument. Hiertoe moet op grond van deze verordening een faciliteit voor herstel en veerkracht (“de faciliteit”) worden vastgesteld die doeltreffende financiële en significante steun moet verstrekken om de uitvoering van hervormingen die gekoppeld zijn aan de landenspecifieke aanbevelingen van de Commissie in het kader van het Europees Semester en de bijbehorende overheidsinvesteringen in de lidstaten te versterken, met name gezien de doelstellingen van de nieuwe strategie voor duurzame groei in het kader van de Europese Green Deal, de beginselen van de EPSR en de UNSDG’s om tot sociale en territoriale cohesie te komen. De faciliteit moet omvattend zijn en moet profiteren van de ervaring die de Commissie en de lidstaten hebben opgedaan met het gebruik van andere instrumenten en programma’s.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>10</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 10 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis) De faciliteit werkt in synergie met en in aanvulling op InvestEU, zodat de lidstaten in hun plannen voor herstel en veerkracht een bedrag kunnen toewijzen dat via InvestEU beschikbaar zal worden gesteld om de solvabiliteit te ondersteunen van bedrijven die in de lidstaten gevestigd zijn, alsook voor hun voorbereidende, monitoring-, controle-, audit- en evaluatieactiviteiten.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>11</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 11</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) Gezien de Europese Green Deal als de Europese strategie voor duurzame groei en de vertaling van de toezeggingen van de Unie tot uitvoering van de Overeenkomst van Parijs en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties zal de door deze verordening vastgestelde faciliteit een bijdrage leveren om klimaatacties en milieuduurzaamheid te mainstreamen en het globale streefdoel te bereiken dat 25 % van uitgaven uit de EU-begroting de klimaatdoelstellingen ondersteunen.

(11) Gezien de Europese Green Deal als de Europese strategie voor duurzame groei en de vertaling van de toezeggingen van de Unie tot uitvoering van de Overeenkomst van Parijs en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties zal de door deze verordening vastgestelde faciliteit een bijdrage leveren om klimaatacties en milieuduurzaamheid te mainstreamen en om een billijke transitie tot stand te brengen waarbij niemand buiten de boot valt en het globale streefdoel te bereiken dat 37 % van uitgaven uit de EU-begroting de klimaatdoelstellingen ondersteunen, waarbij geen middelen zullen worden bestemd voor maatregelen die negatieve gevolgen hebben voor de verwezenlijking van de doelstelling om de Unie in 2050 klimaatneutraal te maken. Voorts moet in het kader van de faciliteit in gelijke mate prioriteit worden toegekend aan socialeduurzaamheidsbehoeften, aangezien de Agenda 2030 een holistische en sectoroverschrijdende beleidsbenadering vereist teneinde te garanderen dat economische, sociale en milieu-uitdagingen integraal worden aangepakt.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>12</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 11 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis) In overeenstemming met de EPSR als de sociale strategie van Europa om te waarborgen dat de transities op het gebied van klimaatneutraliteit, digitalisering en demografische verandering, evenals het herstel van de COVID-19-crisis, vanuit maatschappelijk oogpunt eerlijk en rechtvaardig verlopen, zal de faciliteit bijdragen aan de uitvoering van de 20 beginselen daarvan en aan de verwezenlijking van doelstellingen en mijlpalen met betrekking tot sociale vooruitgang.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>13</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 13</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) Opdat er, ter waarborging van uniforme uitvoeringsvoorwaarden, maatregelen genomen kunnen worden om de faciliteit aan gezond economisch bestuur te koppelen, moet de Raad de bevoegdheid krijgen om, op voorstel van de Commissie, uitvoeringshandelingen vast te stellen ten aanzien van de opschorting van de termijnen voor de vaststelling van besluiten over voorstellen voor plannen voor herstel en veerkracht en de opschorting van de betalingen in het kader van die faciliteit bij kennelijke niet-naleving in relevante gevallen in het kader van het proces van economisch bestuur als bedoeld in Verordening (EU) nr. XXX/XX van het Europees Parlement en de Raad [VGB] (...). Ook moet de Raad met betrekking tot dezelfde relevante gevallen de bevoegdheid krijgen om, op voorstel van de Commissie, deze opschortingen door middel van uitvoeringshandelingen op te heffen.

(13) Opdat er maatregelen genomen kunnen worden om de faciliteit aan gezond economisch bestuur te koppelen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen betreffende het al dan niet opschorten van de termijnen voor de vaststelling van besluiten over voorstellen voor plannen voor herstel en veerkracht en betalingen, geheel of gedeeltelijk, in het kader van die faciliteit bij kennelijke niet-naleving in relevante gevallen in het kader van het proces van economisch bestuur als bedoeld in Verordening (EU) nr. XXX/XX van het Europees Parlement en de Raad [VGB] (...). Het besluit om betalingen op te schorten is niet van toepassing, op voorwaarde dat de algemene ontsnappingsclausule actief is. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>14</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 13 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis) Het toepassingsgebied van de faciliteit moet beleidsgebieden bestrijken die samenhangen met de economische, sociale en territoriale cohesie, de groene en de digitale transitie, gezondheid, concurrentievermogen, ondernemerschap, veerkracht, productiviteit, de stabiliteit van de financiële stelsels, cultuur, onderwijs en vaardigheden, kinder- en jeugdbeleid, onderzoek en innovatie, slimme, duurzame en inclusieve groei, volksgezondheidsstelsels, evenals beleid in overeenstemming met de EPSR dat bijdraagt tot de verwezenlijking van de beginselen daarvan, zoals sociale bescherming, hoogwaardige banen en investeringen, gendergelijkheid en de integratie van personen met een handicap, sociale dialoog ter versterking van democratische stelsels, met inbegrip van een doeltreffende en onafhankelijke rechterlijke macht, alsook mediapluralisme en persvrijheid.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>15</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 14</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14) De algemene doelstelling van de faciliteit moet de bevordering van economische, sociale en territoriale cohesie zijn. Daartoe moet de faciliteit bijdragen aan het verbeteren van de veerkracht en het aanpassingsvermogen van de lidstaten, het beperken van de sociale en economische gevolgen van de crisis, en het ondersteunen van de groene en de digitale transitie die gericht zijn op het realiseren van een klimaatneutraal Europa in 2050, waardoor het groeipotentieel van de economieën van de Unie in de nasleep van de crisis wordt hersteld, het scheppen van werkgelegenheid wordt bevorderd en duurzame groei wordt gestimuleerd.

(14) De algemene doelstelling van de faciliteit moet de bevordering van economische, sociale en territoriale cohesie zijn, en het leveren van een bijdrage aan de doelstellingen van het beleid van de Unie, de UNSDG’s, de EPSR, de Overeenkomst van Parijs, het versterken van de interne markt, veerkrachtige economische en maatschappelijke structuren, veerkrachtige arbeidsmarkten, het aanpakken van demografische uitdagingen, en de versterking van de administratieve en institutionele capaciteit. Daartoe moet de faciliteit bijdragen aan het verbeteren van de veerkracht en het aanpassingsvermogen van de lidstaten, het beperken van de sociale en economische gevolgen van de crisis, met name voor kwetsbare groepen, en het ondersteunen van de groene en de digitale transitie die gericht zijn op het realiseren van een klimaatneutraal Europa in 2050, waardoor het groeipotentieel van de economieën van de Unie in de nasleep van de crisis wordt hersteld, het scheppen van hoogwaardige banen wordt bevorderd en duurzame groei en gendergelijkheid, evenals innovatieve en duurzame herindustrialisering en infrastructuur, hervormingen van onderwijs-, opleidings-, omscholings- en bijscholingsstelsels, en steun voor hervormingen voor lidstaten buiten de eurozone om te faciliteren dat zij de euro aannemen als munt worden gestimuleerd.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>16</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 15</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15) De specifieke doelstelling van de faciliteit moet bestaan in het verstrekken van financiële steun om de mijlpalen en streefdoelen van de hervormingen en investeringen zoals vastgelegd in plannen voor herstel en veerkracht te bereiken. Deze specifieke doelstelling moet worden nagestreefd in nauwe samenwerking met de betrokken lidstaten.

(15) De specifieke doelstelling van de faciliteit moet bestaan in het verstrekken van financiële steun aan lidstaten om projecten te stimuleren die een impuls geven aan hun ontwikkeling en investeringen in productieve en strategische sectoren, en die bijdragen tot de structurering van universele, gratis en hoogwaardige openbare diensten. Deze specifieke doelstelling moet worden nagestreefd met inachtneming van de specifieke ontwikkelingsstrategieën van de betrokken lidstaten, moet een zinnige bijdrage leveren aan het treffen van onmiddellijke tegenmaatregelen voor de COVID-19-crisis en moet overheidsinvesteringen aanwenden om sociale en territoriale cohesie van de lidstaten en de Unie te structureren.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>17</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 16</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) Om ervoor te zorgen dat het bijdraagt aan de doelstellingen van de faciliteit, moeten het plan voor herstel en veerkracht maatregelen omvatten voor de uitvoering van hervormingen en openbare investeringsprojecten door middel van een coherent plan voor herstel en veerkracht. Het herstel- en weerbaarheidsplan moet in overeenstemming zijn met de desbetreffende landspecifieke uitdagingen en prioriteiten die in het kader van het Europees Semester zijn vastgesteld, met de nationale hervormingsprogramma’s, de nationale energie- en klimaatplannen, de rechtvaardige overgangsplannen en de in het kader van de fondsen van de Unie vastgestelde partnerschapsovereenkomsten en operationele programma’s. Om acties te stimuleren die binnen de prioriteiten van de Europese Groene Deal en de Digitale Agenda vallen, moet het plan ook maatregelen bevatten die relevant zijn voor de groene en de digitale transitie. De maatregelen moeten een snelle verwezenlijking van de in de nationale energie- en klimaatplannen en de actualiseringen daarvan vastgestelde streefcijfers, doelstellingen en bijdragen mogelijk maken. Alle ondersteunde activiteiten moeten worden voortgezet met volledige inachtneming van de klimaat- en milieuprioriteiten van de Unie.

(16) Om ervoor te zorgen dat het bijdraagt aan de doelstellingen van de faciliteit, moeten het plan voor herstel en veerkracht maatregelen omvatten voor de uitvoering van hervormingen en openbare investeringsprojecten door middel van een coherent plan voor herstel en veerkracht. Om ervoor te zorgen dat de nagestreefde hervormingen breed worden gesteund, moeten de lidstaten die van de faciliteit gebruik willen maken in het kader van het opstellen van de plannen voor herstel en veerkracht overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de gedragscode voor partnerschap die in het kader van het cohesiebeleid geldt, raadplegingen organiseren met de lokale en regionale overheden en gemeenten en andere belanghebbenden, waaronder de sociale partners en organisaties van het maatschappelijk middenveld, evenals met nationale parlementen. Het herstel- en weerbaarheidsplan moet in overeenstemming zijn met de strategische autonomie van de Unie, de UNSDG’s, de toezeggingen van de Unie in het kader van de Overeenkomst van Parijs en het beginsel “doe geen ernstige afbreuk”, en de landspecifieke uitdagingen en prioriteiten die in het kader van het Europees Semester zijn vastgesteld, in het bijzonder die op het gebied van het sociaal en het werkgelegenheidsbeleid, en met inachtneming van de voor elke lidstaat geïdentificeerde specifieke sociale indicatoren, met de nationale hervormingsprogramma’s, de nationale energie- en klimaatplannen, de rechtvaardige overgangsplannen, en de in het kader van de fondsen van de Unie vastgestelde partnerschapsovereenkomsten en operationele programma’s. Het plan voor herstel en veerkracht moet ook specifieke sociale indicatoren bevatten waaraan voldaan moet worden, alsook een gendereffectbeoordeling die aansluit bij de doelstellingen van de Europese gendergelijkheidsstrategie 2020-2025. Om acties te stimuleren die binnen de prioriteiten van de Europese Green Deal en de Digitale Agenda, de kindergarantie, de jongerengarantie en de EPSR-beginselen vallen, moet het plan ook maatregelen bevatten die relevant zijn voor en een directe bijdrage leveren aan de zes beleidsterreinen die in deze verordening zijn vastgesteld. De maatregelen moeten een snelle verwezenlijking van de in de nationale energie- en klimaatplannen en de actualiseringen daarvan vastgestelde streefcijfers, doelstellingen en bijdragen mogelijk maken. Alle ondersteunde activiteiten moeten worden voortgezet met volledige inachtneming van de klimaat- en milieuprioriteiten van de Unie. De lidstaten moeten garanderen dat de sociale partners worden geraadpleegd wanner de nationale plannen voor herstel en veerkracht worden opgesteld, en dat zij in een vroeg stadium input kunnen geven.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>18</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 18</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18) Om de voorbereiding en de uitvoering van de plannen voor herstel en veerkracht door de lidstaten mogelijk te maken, moet de Raad in staat zijn om het kader van het Europees Semester de stand van de capaciteit voor herstel, veerkracht en aanpassing in de Unie te bespreken. Om een geschikte feitenbasis te verzekeren, moet deze bespreking worden gebaseerd op de in het kader van het Europees Semester beschikbare strategische en analytische informatie van de Commissie en, indien beschikbaar, op de informatie over de uitvoering van de plannen in de voorgaande jaren.

(18) Om de voorbereiding en de uitvoering van de plannen voor herstel en veerkracht door de lidstaten mogelijk te maken, moeten het Europees Parlement en de Raad in staat zijn om in het kader van het Europees Semester de stand van de capaciteit voor herstel, veerkracht en aanpassing in de Unie te bespreken. Om een geschikte feitenbasis te verzekeren, moet deze bespreking worden gebaseerd op de in het kader van het Europees Semester beschikbare strategische en analytische informatie van de Commissie en, indien beschikbaar, op de informatie over de uitvoering van de plannen in de voorgaande jaren.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>19</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 21</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21) Om nationale betrokkenheid bij en concentratie op relevante hervormingen en investeringen te garanderen, moeten lidstaten die steun wensen te ontvangen, bij de Commissie een terdege gemotiveerd en onderbouwd plan voor herstel en veerkracht indienen. Het plan voor herstel en veerkracht moet de gedetailleerde reeks maatregelen voor de uitvoering omvatten, met inbegrip van doelstellingen en mijlpalen, en het verwachte effect van het plan voor herstel en veerkracht op het groeipotentieel, het scheppen van banen en de economische en sociale veerkracht; het moet ook maatregelen omvatten die relevant zijn voor de groene en de digitale transities; het moet ook een toelichting omvatten over de afstemming van het voorgestelde plan voor herstel en veerkracht op de relevante landspecifieke uitdagingen en prioriteiten die zijn vastgesteld in het kader van het Europees Semester. De Commissie en de lidstaten moeten tijdens het hele proces streven naar een nauwe samenwerking.

(21) Om nationale betrokkenheid bij en concentratie op relevante hervormingen en investeringen te garanderen, moeten lidstaten die steun wensen te ontvangen, bij de Commissie een terdege gemotiveerd en onderbouwd plan voor herstel en veerkracht indienen. Het plan voor herstel en veerkracht moet de gedetailleerde reeks maatregelen voor de uitvoering omvatten, de mate waarin regionale en lokale autoriteiten en andere belanghebbenden, met inbegrip van de sociale partners en organisaties van het maatschappelijk middenveld, werden geraadpleegd voordat het plan werd ingediend, met inbegrip van doelstellingen en mijlpalen, en het verwachte effect van het plan voor herstel en veerkracht op de doelstellingen van de Europese Green Deal, de beginselen van de EPSR en de UNSDG’s, in het bijzonder het potentieel voor duurzame groei, het scheppen van hoogwaardige banen en de economische en sociale veerkracht, evenals de sociale indicatoren die moeten verbeteren, in overeenstemming met de beginselen van de EPSR en de UNSDG’s; het moet ook maatregelen omvatten die relevant zijn voor en direct bijdragen aan de groene en de digitale transities, en, in voorkomend geval, een inschatting van de impact van de groene en digitale transities wat betreft het aantal banen dat verdwijnt en het gebrek aan sociale bescherming, evenals van passende maatregelen om deze problemen aan te pakken; het moet ook een toelichting omvatten over de afstemming van het voorgestelde plan voor herstel en veerkracht op de relevante landspecifieke uitdagingen en prioriteiten die zijn vastgesteld in het kader van het Europees Semester en laten zien hoe het plan naar verwachting zal bijdragen aan gendergelijkheid en genderevenwichtige groei en nieuwe banen. De Commissie en de lidstaten moeten tijdens het hele proces streven naar een nauwe samenwerking.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>20</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 22</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22) De Commissie moet het door de lidstaten voorgestelde plan voor herstel en veerkracht beoordelen en daarbij nauw samenwerken met de betrokken lidstaat. De Commissie zal de nationale zeggenschap over het proces volledig respecteren en zal daarom rekening houden met de door de betrokken lidstaat verstrekte motivering en elementen en zal nagaan of het door de lidstaat voorgestelde plan voor herstel en veerkracht naar verwachting zal bijdragen tot de effectieve aanpak van de uitdagingen die zijn vastgesteld in de desbetreffende landspecifieke aanbeveling die tot de betrokken lidstaat is gericht of in andere relevante documenten die de Commissie officieel heeft goedgekeurd in het kader van het Europees Semester; of het plan maatregelen bevat die doeltreffend bijdragen tot de groene en digitale overgang en aan het aangaan van de daaruit voortvloeiende uitdagingen; of te verwachten valt dat het plan voor herstel en veerkracht een blijvend effect zal hebben op de betrokken lidstaat; of te verwachten valt dat het plan voor herstel en veerkracht daadwerkelijk ertoe zal bijdragen het groeipotentieel, het scheppen van banen en de economische en sociale veerkracht van de lidstaat te versterken, de economische en sociale gevolgen van de crisis op te vangen en de economische, sociale en territoriale cohesie te bevorderen; of de door de lidstaat verstrekte motivering van de geraamde totale kosten van het ingediende plan voor herstel en veerkracht redelijk en aannemelijk is, en of die kosten in verhouding staan tot de verwachte impact op de economie en de werkgelegenheid; of het voorgestelde plan voor herstel en veerkracht maatregelen bevat voor de uitvoering van hervormingen en projecten voor overheidsinvesteringen die coherente acties behelzen; en of te verwachten valt dat de door de betrokken lidstaat voorgestelde regeling zal zorgen voor daadwerkelijke uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht, met inbegrip van de beoogde mijlpalen en streefdoelen alsmede de bijbehorende indicatoren.

(22) De Commissie moet het door de lidstaten voorgestelde plan voor herstel en veerkracht beoordelen en daarbij nauw samenwerken met de betrokken lidstaat, met deelname van de sociale partners en de maatschappelijke organisaties. De Commissie zal de nationale zeggenschap over het proces volledig respecteren en zal daarom rekening houden met de door de betrokken lidstaat verstrekte motivering en elementen en zal nagaan of het door de lidstaat voorgestelde plan voor herstel en veerkracht naar verwachting zal bijdragen tot de effectieve aanpak van de uitdagingen die zijn vastgesteld in de desbetreffende landspecifieke aanbeveling die tot de betrokken lidstaat is gericht of in andere relevante documenten die de Commissie officieel heeft goedgekeurd in het kader van het Europees Semester; of het plan maatregelen bevat die doeltreffend bijdragen tot de groene en digitale overgang en aan het aangaan van de daaruit voortvloeiende uitdagingen; of te verwachten valt dat het plan voor herstel en veerkracht een blijvend effect zal hebben op de betrokken lidstaat; of te verwachten valt dat het plan voor herstel en veerkracht daadwerkelijk ertoe zal bijdragen het groeipotentieel, het scheppen van hoogwaardige banen en de economische en sociale veerkracht van de lidstaat te versterken, de economische en sociale gevolgen van de crisis op te vangen, met name wat betreft kwetsbare groepen en jongeren, bij te dragen aan de verwezenlijking van de strategische autonomie van de Unie en de toezeggingen van de lidstaten, in het bijzonder de Overeenkomst van Parijs, de UNSDG’s en de EPSR, en de economische, sociale en territoriale cohesie te bevorderen, en de infrastructuurkloof te verkleinen; of de door de lidstaat verstrekte motivering van de geraamde totale kosten van het ingediende plan voor herstel en veerkracht redelijk en aannemelijk is, en of die kosten in verhouding staan tot de verwachte impact op de economie, de werkgelegenheid en sociale vooruitgang; of het voorgestelde plan voor herstel en veerkracht maatregelen bevat voor de uitvoering van hervormingen en projecten voor overheidsinvesteringen die coherente acties behelzen; en of te verwachten valt dat de door de betrokken lidstaat voorgestelde regeling zal zorgen voor daadwerkelijke uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht, met inbegrip van de beoogde mijlpalen en streefdoelen alsmede de bijbehorende indicatoren.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>21</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 24</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24) Om ertoe bij te dragen dat plannen van goede kwaliteit worden opgesteld en om de Commissie bij te staan bij de beoordeling van de door de lidstaten ingediende plannen voor herstel en veerkracht en bij de beoordeling van de mate waarin deze zijn verwezenlijkt, moet worden voorzien in het gebruik van advies van deskundigen en, op verzoek van de lidstaat, collegiaal advies.

(24) Om ertoe bij te dragen dat plannen van goede kwaliteit worden opgesteld en om de Commissie bij te staan bij de beoordeling van de door de lidstaten ingediende plannen voor herstel en veerkracht en bij de beoordeling van de mate waarin deze zijn verwezenlijkt, moet worden voorzien in het gebruik van advies van deskundigen en, op verzoek van de lidstaat, collegiaal advies. Wanneer dergelijk advies van deskundigen betrekking heeft op arbeidsgerelateerd beleid, worden de sociale partners op de hoogte gebracht en eventueel betrokken. Er moet niet om technische ondersteuning worden gevraagd op terreinen die volledig of deels binnen het mandaat van de sociale partners vallen, tenzij de sociale partners hiermee instemmen. Deze ondersteuning mag de rol van de sociale partners niet uithollen of de autonomie van collectieve onderhandelingen in gevaar brengen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>22</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 29</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29) Het verzoek om een lening moet worden gerechtvaardigd door de financiële behoeften in verband met aanvullende hervormingen en investeringen in het plan voor herstel en veerkracht, die met name relevant zijn voor de groene en de digitale transitie, en derhalve met hogere kosten van het plan dan de maximale financiële bijdrage die via de niet-terugvorderbare bijdrage wordt toegekend. Het moet mogelijk zijn het verzoek om een lening tegelijk met de indiening van het plan kunnen in te dienen. Indien het verzoek om een lening op een ander tijdstip wordt ingediend, moet het vergezeld gaan van een herzien plan met aanvullende mijlpalen en streefdoelen. Om te zorgen dat de middelen vervroegd beschikbaar worden gesteld, moeten de lidstaten een verzoek om steun in de vorm van een lening uiterlijk op 31 augustus 2024 indienen. Met het oog op een goed financieel beheer moet het totale bedrag van alle in het kader van deze verordening verstrekte leningen geplafonneerd zijn. Bovendien mag het maximumvolume van de lening voor elke lidstaat mag niet meer bedragen dan 4,7 % van het bruto nationaal inkomen van die lidstaat. Een verhoging van het plafond moet in uitzonderlijke omstandigheden, afhankelijk van de beschikbare middelen, mogelijk zijn. Om dezelfde redenen van gezond financieel beheer moet het mogelijk zijn de lening in schijven te betalen aan de hand van het bereiken van de resultaten.

(29) Het verzoek om een lening moet worden gerechtvaardigd door de financiële behoeften in verband met aanvullende hervormingen en investeringen in het plan voor herstel en veerkracht, die met name relevant zijn voor de groene en de digitale transitie, en derhalve met hogere kosten van het plan dan de maximale financiële bijdrage die via de niet-terugvorderbare bijdrage wordt toegekend. Het moet mogelijk zijn het verzoek om een lening tegelijk met de indiening van het plan kunnen in te dienen. Indien het verzoek om een lening op een ander tijdstip wordt ingediend, moet het vergezeld gaan van een herzien plan met aanvullende mijlpalen en streefdoelen. Om te zorgen dat de middelen vervroegd beschikbaar worden gesteld, moeten de lidstaten een verzoek om steun in de vorm van een lening uiterlijk op 31 augustus 2024 indienen. Met het oog op een goed financieel beheer moet het totale bedrag van alle in het kader van deze verordening verstrekte leningen geplafonneerd zijn. Bovendien mag het maximumvolume van de lening voor elke lidstaat niet meer bedragen dan 6,8 % van het bruto nationaal inkomen van die lidstaat. Een verhoging van het plafond moet in uitzonderlijke omstandigheden, afhankelijk van de beschikbare middelen, mogelijk zijn. Om dezelfde redenen van gezond financieel beheer moet het mogelijk zijn de lening in schijven te betalen aan de hand van het bereiken van de resultaten. De Commissie moet het verzoek om steun in de vorm van een lening binnen twee maanden vanaf de datum van indiening ervan beoordelen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>23</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 32 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(32 bis) Zijn de plannen voor herstel en veerkracht, inclusief de desbetreffende mijlpalen en streefdoelen op grond van objectieve omstandigheden (geheel of gedeeltelijk) niet langer haalbaar, of hebben veranderingen van de sociale en economische indicatoren een significante invloed op het oorspronkelijke, door de lidstaat ingediende plan, dan kan de betrokken lidstaat een met redenen omkleed verzoek aan de Commissie richten om het besluit te wijzigen of te vervangen. Hiertoe moet de lidstaat wijzigingen van het plan voor herstel en veerkracht kunnen voorstellen en gebruik kunnen maken van het instrument voor technische ondersteuning.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>24</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 32 ter (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(32 ter) Indien de Commissie besluit de toekenning van financiering aan een lidstaat in verband met tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat op te schorten, moeten in aanmerking komende regionale en plaatselijke acties van de faciliteit blijven profiteren.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>25</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 32 quater (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(32 quater) Lidstaten met buitensporige onevenwichtigheden, lidstaten die geen onderdeel van de eurozone uitmaken en lidstaten die met een significante achterstand op het vlak van structurele ontwikkeling kampen, moeten in hun plannen voor herstel en veerkracht hervormingen kunnen voorstellen voor het aanpakken van de problemen die tot deze buitensporige ontwikkelingen hebben geleid.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>26</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 34 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(34 bis) De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de communicatieactiviteiten, in het bijzonder met betrekking tot de verplichting de in het kader van de faciliteit verleende steun zichtbaar te maken, adequaat worden verspreid op het passende regionale en lokale niveau, via verschillende kanalen en op niet-discriminerende wijze.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>27</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 39</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(39) De door de lidstaten uit te voeren plannen voor herstel en veerkracht en de daaraan toegewezen financiële bijdrage moeten door de Commissie bij uitvoeringshandeling worden vastgesteld. Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. De uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot de vaststelling van de plannen voor herstel en veerkracht en de betaling van de financiële steun bij vervulling van de relevante mijlpalen en streefdoelen moet door de Commissie worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad, volgens de onderzoeksprocedure daarvan13. Na de vaststelling van een uitvoeringshandeling moet het voor de betrokken lidstaat en de Commissie mogelijk zijn om met betrekking tot bepaalde operationele regelingen van technische aard overeenstemming te bereiken over de aspecten van de uitvoering met betrekking tot de termijnen, de indicatoren voor de mijlpalen en streefdoelen, en de toegang tot de onderliggende gegevens. Om de voortdurende relevantie van de operationele regelingen met betrekking tot de heersende omstandigheden tijdens de uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht mogelijk te maken, moet het mogelijk zijn dat de onderdelen van dergelijke technische regelingen met wederzijdse instemming kunnen worden gewijzigd. De horizontale regels die door het Europees Parlement en de Raad zijn vastgesteld op basis van artikel 322 VWEU op deze verordening van toepassing. Deze regels zijn neergelegd in het Financieel Reglement en bepalen met name de procedure om het budget vast te stellen en uit te voeren door middel van subsidies, aanbestedingen, prijzen en indirecte uitvoering, en voorzien in controles van de verantwoordelijkheid van financiële actoren. De op grond van artikel 322 VWEU vastgestelde regels hebben eveneens betrekking op de bescherming van de begroting van de Unie bij algemene tekortkomingen in de lidstaten op het gebied van de rechtsstaat, aangezien de rechtsstaat een essentiële voorwaarde is voor deugdelijk financieel beheer en een doeltreffende EU-financiering.

(39) Aan de Commissie moet de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen met betrekking tot het vaststellen van de door de lidstaten uit te voeren plannen voor herstel en veerkracht en de daaraan toe te wijzen financiële bijdrage. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad. Na de vaststelling van een gedelegeerde handeling moet het voor de betrokken lidstaat en de Commissie mogelijk zijn om met betrekking tot bepaalde operationele regelingen van technische aard overeenstemming te bereiken over de aspecten van de uitvoering met betrekking tot de termijnen, de indicatoren voor de mijlpalen en streefdoelen, en de toegang tot de onderliggende gegevens. Om de voortdurende relevantie van de operationele regelingen met betrekking tot de heersende omstandigheden tijdens de uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht mogelijk te maken, moet het mogelijk zijn dat de onderdelen van dergelijke technische regelingen met wederzijdse instemming kunnen worden gewijzigd. De door het Europees Parlement en de Raad op grond van artikel 322 van het Verdrag vastgestelde financiële voorschriften zijn op deze verordening van toepassing. Deze regels zijn neergelegd in het Financieel Reglement en bepalen met name de procedure om het budget vast te stellen en uit te voeren door middel van subsidies, aanbestedingen, prijzen en indirecte uitvoering, en voorzien in controles van de verantwoordelijkheid van financiële actoren. De op grond van artikel 322 van het Verdrag vastgestelde regels hebben eveneens betrekking op de bescherming van de begroting van de Unie bij algemene tekortkomingen in de lidstaten op het gebied van de rechtsstaat, aangezien de rechtsstaat, een onafhankelijke rechterlijke macht en mediapluralisme en -vrijheid essentiële voorwaarden zijn voor deugdelijk financieel beheer en een doeltreffende Unie-financiering.

________________________________

 

13 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

 

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>28</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het toepassingsgebied van de bij deze verordening ingestelde faciliteit voor herstel en veerkracht bestrijkt beleidsgebieden die samenhangen met de economische, sociale en territoriale cohesie, de groene en de digitale transitie, gezondheid, concurrentievermogen, veerkracht, productiviteit, opleiding en vaardigheden, onderzoek en innovatie, slimme, duurzame en inclusieve groei, banen en investeringen, alsmede de stabiliteit van de financiële stelsels.

Het toepassingsgebied van de bij deze verordening ingestelde faciliteit voor herstel en veerkracht bestrijkt, door het tot stand brengen van een betere toekomst voor de volgende generatie, het verbeteren van de economische, sociale en territoriale cohesie, het bevorderen van groeibevorderende hervormingen, en het versterken van de interne markt, de onderstaande zes beleidsgebieden:

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>29</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – letter a (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a) groene transitie, rekening houdend met de doelstellingen van de Europese Green Deal;

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>30</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – letter b (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b) digitale transformatie, rekening houdend met de doelstellingen van de digitale agenda;

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>31</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – letter c (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c) economische cohesie, productiviteit en concurrentievermogen, rekening houdend met de doelstellingen van de strategieën van de Unie voor de industrie en kmo’s;

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>32</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – letter d (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d) sociale cohesie, rekening houdend met de doelstellingen van de EPSR;

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>33</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – letter e (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e) institutionele veerkracht en opbouw van capaciteit;

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>34</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – letter f (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f) beleidsmaatregelen voor de volgende generatie, rekening houdend met de doelstellingen van de jongerengarantie en de kindergarantie.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>35</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 3 bis

 

1. Bij toepassing van deze verordening wordt artikel 152 van het Verdrag volledig in acht genomen, en de krachtens deze verordening opgestelde nationale plannen voor herstel en veerkracht houden rekening met de nationale praktijken en instellingen voor loonvorming. Deze verordening respecteert artikel 28 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en doet bijgevolg geen afbreuk aan het recht om over collectieve arbeidsovereenkomsten te onderhandelen en deze te sluiten en naleving ervan af te dwingen, of om collectieve actie te voeren overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijken.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>36</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 4 – lid 1</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De algemene doelstelling van de faciliteit voor herstel en veerkracht is de economische, sociale en territoriale cohesie van de Unie te bevorderen door de veerkracht en het aanpassingsvermogen van de lidstaten te verbeteren, de sociale en economische gevolgen van de crisis te verzachten en de groene en de digitale transitie te ondersteunen, en aldus ertoe bij te dragen het groeipotentieel van de economieën van de Unie te herstellen, het scheppen van banen in de nasleep van de COVID-19-crisis te stimuleren en duurzame groei te bevorderen.

1. De algemene doelstelling van de faciliteit voor herstel en veerkracht is het leveren van een bijdrage aan de aanpak van de uitdagingen die de in artikel 3 vastgestelde zes beleidsgebieden met zich meebrengen, om daarmee de economische, sociale en territoriale cohesie van de Unie te bevorderen door de veerkracht en het aanpassingsvermogen van de lidstaten te verbeteren, de sociale en economische gevolgen van de crisis te verzachten, de groene en de digitale transitie te ondersteunen, ertoe bij te dragen het groeipotentieel van de economieën van de Unie te herstellen, het scheppen van banen in de nasleep van de COVID-19-crisis te stimuleren, duurzame groei te bevorderen en Europese meerwaarde te genereren.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>37</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. De faciliteit draagt bij aan de doelstellingen van de beleidsmaatregelen van de Unie, de toezeggingen van de Unie in het kader van de Overeenkomst van Parijs, versterking van de interne markt, de EPSR, de UNSDG’s, middels de tenuitvoerlegging van maatregelen zoals:

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>38</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 4 – lid 1 bis – letter a (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a) maatregelen voor de transitie naar een klimaatneutrale Unie tegen 2050, een rechtvaardige transitie met ondersteuning van de zwaarst getroffen regio’s, duurzame mobiliteit en infrastructuur, de bestrijding van energiearmoede, het bevorderen van energie- en hulpbronnenefficiëntie, hernieuwbare energiebronnen, het bewerkstelligen van energiediversificatie en het waarborgen van de energiezekerheid, maatregelen voor de landbouwsector, de visserij en de duurzame ontwikkeling van plattelands- en grensoverlappende gebieden;

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>39</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw) – letter b (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b) maatregelen voor de digitalisering en uitbreiding van de rol van publieke werkgelegenheidsdiensten, en maatregelen die digitale infrastructuur bevorderen, de toegang tot digitaal werken verbeteren en de ontwikkeling van digitale vaardigheden bevorderen;

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>40</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw) – letter c (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c) maatregelen voor het tot stand brengen van veerkrachtige arbeidsmarkten met fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden, het versterken van de interne, het bevorderen van investeringen en het ondersteunen van het proces van opwaartse economische en sociale convergentie, maatregelen voor het bevorderen van ondernemerschapskansen en -vaardigheden, het creëren van een gunstig klimaat voor investeringen en kmo’s, waaronder voor innovatieve en duurzame herindustrialisering, investeringen in de industriesector, het consolideren van de productieve en strategische capaciteit van de Unie, het ontwikkelen van industriële ecosystemen, en het ondersteunen van de lidstaten die niet tot de eurozone behoren bij hun pogingen om de gemeenschappelijke munt in te voeren;

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>41</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw) – letter d (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d) maatregelen voor sociale inclusie, het versterken van de socialezekerheids-, socialewelvaarts- en socialebeschermingsstelsels, sociale dialoog, het ontwikkelen van sociale infrastructuur, hoogwaardige banen, de integratie van mensen met een handicap, gendergelijkheid, het aanpakken van armoede en ongelijkheid, de gendersalariskloof, passende verlof- en flexibele arbeidsregelingen, en het vergroten van de arbeidsparticipatie van vrouwen, waaronder middels het waarborgen van gelijke kansen en loopbaanontwikkeling;

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>42</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw) – letter e (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e) maatregelen voor het versterken van de administratieve en institutionele capaciteit van de lidstaten en van hun respectieve regionale en plaatselijke autoriteiten in verband met uitdagingen waarvoor instellingen, het bestuur, overheden, en de economische en sociale sectoren zich gesteld zien, voor het verbeteren van de volksgezondheid en de gezondheidszorgstelsels, met inbegrip van betere crisisresponscapaciteit, het ontwikkelen van hoogwaardige en betaalbare zorg- en thuiszorgdiensten, veiliger, hoogwaardiger en beter toegankelijke verpleeg- en zorgcentra, medische apparatuur en toegankelijke medische diensten voor alle burgers, maatregelen voor het verbeteren van de capaciteit van publieke instellingen om de rechten van mobiele en grensoverschrijdende werkenden te waarborgen, inclusief veilige en gelijke arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden, lonen in overeenstemming met de wet en alle noodzakelijke informatie, maatregelen voor de stabiliteit van het financiële stelsel, voor het versterken van een doeltreffende en onafhankelijke rechterlijke macht, en voor het bevorderen van mediapluralisme en persvrijheid;

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>43</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw) – letter f (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f) maatregelen voor het aanpakken van demografische uitdagingen, en voor cultuur, onderwijs, levenslang leren en beroepsonderwijs en -opleiding, waaronder het ontwikkelen van nationale en regionale bij- en omscholingsstrategieën en -acties, voor het beter voorspellen van arbeidsmarktontwikkelingen, kinder- en jeugdbeleid, gelijke kansen en toegang voor eenieder, pensioenhervormingen, met bijzonder aandacht voor duurzaamheid en geschiktheid van de pensioenstelsels voor werknemers en zelfstandigen, alsook gelijke kansen voor vrouwen en mannen om pensioenrechten op te bouwen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>44</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 4 – lid 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Met het oog op die algemene doelstelling is de specifieke doelstelling van de faciliteit voor herstel en veerkracht de lidstaten financiële steun te verstrekken ter verwezenlijking van de in hun plannen voor herstel en veerkracht vastgelegde mijlpalen en streefdoelen van de hervormingen en investeringen. Deze specifieke doelstelling zal worden nagestreefd in nauwe samenwerking met de betrokken lidstaten.

2. Met het oog op die algemene doelstelling is de specifieke doelstelling van de faciliteit voor herstel en veerkracht de lidstaten financiële steun te verstrekken ter verwezenlijking van de in hun plannen voor herstel en veerkracht vastgelegde mijlpalen en streefdoelen van de hervormingen en investeringen, maar tegelijkertijd rekening te houden met het feit dat grote economische verschillen, sociale ongelijkheid en een povere sociale bescherming overloopeffecten hebben die de algehele stabiliteit van de Unie ondermijnen. Deze specifieke doelstelling zal worden nagestreefd in nauwe samenwerking met de betrokken lidstaten.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>45</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 4 – lid 2 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Lidstaten die geen deel uitmaken van de eurozone die met een significante achterstand op het vlak van structurele ontwikkeling kampen, kunnen plannen voor herstel en veerkracht voorstellen die hun problemen aanpakken.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>46</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 4 – lid 2 ter (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter. Hervormingen en investeringen waartoe de lidstaten na 1 februari 2020 het initiatief nemen, komen in aanmerking voor de faciliteit voor herstel en veerkracht.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>47</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 5 – lid 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De in lid 1, onder a), bedoelde bedragen kunnen ook uitgaven dekken in verband met voorbereidende, monitoring-, controle-, audit- en evaluatieactiviteiten die nodig zijn voor het beheer van elk instrument en de verwezenlijking van de doelstellingen ervan, met name voor studies, vergaderingen van deskundigen, informatie- en communicatiemaatregelen, waaronder institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de doelstellingen van deze verordening, uitgaven in verband met IT-netwerken voor informatieverwerking en -uitwisseling, institutionele informatietechnologie-instrumenten alsmede alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand die de Commissie doet voor het beheer van elk instrument. De uitgaven kunnen ook de kosten van andere ondersteunende activiteiten zoals kwaliteitscontrole en monitoring van projecten ter plaatse alsmede de kosten van collegiale advisering en van deskundigen voor de evaluatie en de uitvoering van hervormingen en investeringen omvatten.

2. De in lid 1, onder a), bedoelde bedragen kunnen ook uitgaven dekken in verband met voorbereidende, monitoring-, controle-, audit- en evaluatieactiviteiten die nodig zijn voor het beheer van elk instrument en de verwezenlijking van de doelstellingen ervan, voor zover zij verband houden met de doelstellingen van deze verordening, en mits het geen maatregelen zijn die in aanmerking komen voor technische ondersteuning uit hoofde van artikel 7 van verordening ... [tot vaststelling van een instrument voor technische ondersteuning, 2020/0103 (COD)]. Indien een lidstaat geen gebruik maakt van de toegekende financiering, kan deze financiering door de Commissie beschikbaar worden gesteld voor voorstellen die zijn opgesteld na raadpleging van regionale en plaatselijke autoriteiten en andere belanghebbenden, met inbegrip van de sociale partners en organisaties van het maatschappelijk middenveld, teneinde een open debat te stimuleren om acties ter bevordering van onderzoek en publiek debat te ondersteunen en informatie te verspreiden over de hervormingen die noodzakelijk zijn om de negatieve gevolgen van de COVID-19-crisis aan te pakken.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>48</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 9 – lid 1</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Bij significante niet-naleving in verband met een van de in artikel 15, lid 7, van de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake [...] [GB-verordening] bedoelde gevallen stelt de Raad, op voorstel van de Commissie, bij wege van uitvoeringshandeling een besluit vast tot opschorting van de termijn voor de vaststelling van de in artikel 17, leden 1 en 2, bedoelde besluiten of tot opschorting van de betalingen in het kader van de faciliteit voor herstel en veerkracht.

1. Bij significante niet-naleving in verband met een van de in artikel 15, lid 7, van de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake [...] [GB-verordening] bedoelde gevallen stelt de Commissie een gedelegeerde handeling vast overeenkomstig artikel 27 bis houdende een besluit tot opschorting van de termijn voor de vaststelling van de in artikel 17, leden 1 en 2, bedoelde besluiten of tot opschorting van de betalingen, geheel of gedeeltelijk, in het kader van de faciliteit voor herstel en veerkracht.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>49</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 9 – lid 1 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Het in de eerste alinea bedoelde besluit tot opschorting van de betalingen is van toepassing op betalingsaanvragen die na de datum van het besluit tot opschorting worden ingediend.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>50</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article> Artikel 9 – lid 1 ter (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.  De opschorting van de in artikel 17 bedoelde termijn is van toepassing met ingang van de dag volgende op de vaststelling van het in lid 1 van dit artikel bedoelde besluit.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>51</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 9 – lid 1 quater (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quater.  Het in lid 1 bedoelde besluit tot opschorting van de betalingen is niet van toepassing, op voorwaarde dat de algemene ontsnappingsclausule actief is.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>52</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 9 – lid 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Doet zich een van de in artikel 15, lid 11, van de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake [...] bedoelde gevallen voor, dan stelt de Raad, op voorstel van de Commissie, bij wege van uitvoeringshandeling een besluit vast tot opheffing van de in het vorige lid bedoelde opschorting van de termijn of van de betalingen.

2. Doet zich een van de in artikel 15, lid 11, van de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake [...] bedoelde gevallen voor, dan stelt de Commissie een gedelegeerde handeling vast overeenkomstig artikel 27 bis houdende een besluit tot opheffing van de in het vorige lid bedoelde opschorting van de termijn of van de betalingen. De desbetreffende procedures of betalingen worden hervat op de dag volgende op de opheffing van de opschorting.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>53</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 9 – lid 2 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Indien de Commissie besluit de toekenning van financiering aan een lidstaat in verband met tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat op te schorten, blijven in aanmerking komende regionale en plaatselijke acties steun van de faciliteit ontvangen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>54</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 12 – lid 4</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De steun in de vorm van leningen voor het plan van de betrokken lidstaat voor herstel en veerkracht mag niet meer bedragen dan het verschil tussen de totale kosten van het plan voor herstel en veerkracht, zoals herzien waar nodig, en de maximale financiële bijdrage als bedoeld in artikel 10. Het maximale leningvolume voor elke lidstaat mag niet meer bedragen dan 4,7 % van zijn bruto nationaal inkomen.

4. De steun in de vorm van leningen voor het plan van de betrokken lidstaat voor herstel en veerkracht mag niet meer bedragen dan het verschil tussen de totale kosten van het plan voor herstel en veerkracht, zoals herzien waar nodig, en de maximale financiële bijdrage als bedoeld in artikel 10. Het maximale leningvolume voor elke lidstaat mag niet meer bedragen dan 6,8 % van zijn bruto nationaal inkomen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>55</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 13 – lid 1 – letter b bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis) een toelichting van de verwachte wijze waarop de maatregelen bijdragen aan de aanpak van tekortkomingen met betrekking tot de in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde waarden;

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>56</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 13 – lid 1 – letter b ter (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b ter) een toelichting van hoe de maatregelen in het plan rekening houden met de input van maatschappelijke organisaties zonder winstoogmerk en van plaatselijke en regionale autoriteiten in de lidstaat.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>57</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 14 – lid 1</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten stellen nationale plannen voor herstel en veerkracht op ter verwezenlijking van de in artikel 4 genoemde doelstellingen. In deze plannen wordt de hervormings- en investeringsagenda van de betrokken lidstaat voor de volgende vier jaar vastgelegd. De plannen voor herstel en veerkracht die in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van dit instrument, omvatten maatregelen voor de uitvoering van hervormingen en projecten voor overheidsinvesteringen door middel van een samenhangend pakket.

1. De lidstaten stellen nationale plannen voor herstel en veerkracht op ter verwezenlijking van de in artikel 4 genoemde doelstellingen. In deze plannen wordt de hervormings- en investeringsagenda van de betrokken lidstaat voor de volgende vier jaar vastgelegd. De plannen voor herstel en veerkracht die in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van dit instrument, omvatten maatregelen voor de uitvoering van hervormingen en projecten voor overheidsinvesteringen door middel van een samenhangend pakket. Voor de opstelling van de plannen voor herstel en veerkracht kunnen de lidstaten gebruikmaken van het instrument voor technische ondersteuning, overeenkomstig Verordening XX/YYYY [tot vaststelling van het instrument voor technische ondersteuning].

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>58</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 14 – lid 1 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Tenminste 37 % van het bedrag voor elk plan voor herstel en veerkracht draagt bij aan de mainstreaming van klimaat- en biodiversiteitsacties en aan doelstellingen voor ecologische duurzaamheid, in overeenstemming met de Europese Green Deal als Europese strategie voor duurzame groei en de omzetting van de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de UNSDG’s uit te voeren. De Commissie stelt door middel van een gedelegeerde handeling de relevante methodologie vast om de lidstaten te helpen aan dat vereiste te voldoen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>59</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 14 – lid 1 ter (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.  In overeenstemming met de EPSR als de Europese strategie voor sociale vooruitgang draagt een aanzienlijk deel van het bedrag van elk plan voor herstel en veerkracht bij aan de uitvoering van de EPSR-doelstellingen. De Commissie stelt door middel van een gedelegeerde handeling de relevante methodologie vast om de lidstaten te helpen aan dat vereiste te voldoen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>60</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 14 – lid 1 quater (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quater.  Elk plan voor herstel en veerkracht draagt bij aan het aanpakken van het risico op aantasting op lange termijn van de vooruitzichten op de arbeidsmarkt voor jongeren en van hun algehele welzijn, door middel van maatregelen op het gebied van hoogwaardige werkgelegenheid, onderwijs- en kwalificatie-oplossingen gericht op jongeren, in aansluiting op het toekomstgerichte karakter van het Europese herstelinstrument “Next Generation EU” en onder verwijzing naar het belang van de digitale vaardighedenagenda voor Europa, de kindergarantie en de jongerengarantie.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>61</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 14 – lid 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De plannen voor herstel en veerkracht zijn afgestemd op de desbetreffende landspecifieke uitdagingen en prioriteiten die zijn vastgesteld in het kader van het Europees Semester, vooral die welke van belang zijn voor of voortvloeien uit de groene en de digitale transitie. De plannen voor herstel en veerkracht zijn ook in overeenstemming met de informatie die door de lidstaten is opgenomen in de nationale hervormingsprogramma’s in het kader van het Europees Semester, in hun nationale energie- en klimaatplannen en de actualiseringen daarvan overeenkomstig Verordening (EU) 2018/199921, in de territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie in het kader van het Fonds voor een rechtvaardige transitie22 alsmede in de partnerschapsovereenkomsten en de operationele programma’s in het kader van de fondsen van de Unie.

2. De plannen voor herstel en veerkracht zijn afgestemd op de desbetreffende landspecifieke uitdagingen en prioriteiten die zijn vastgesteld in het kader van het Europees Semester, vooral die welke van belang zijn voor de in artikel 3 vermelde beleidsgebieden, alsook territoriale, sociale en economische cohesie, waarbij rekening wordt gehouden met de investeringsbehoeften en -uitdagingen die samenhangen met regionale en lokale verschillen. De plannen voor herstel en veerkracht dragen bij aan de strategische autonomie van de Unie, de transitie naar klimaatneutraliteit tegen 2050, en sociale duurzaamheid middels de tenuitvoerlegging van de EPSR en de UNSDG’s. De plannen voor herstel en veerkracht zijn ook in overeenstemming met de informatie die door de lidstaten is opgenomen in de nationale hervormingsprogramma’s in het kader van het Europees Semester, in hun nationale energie- en klimaatplannen en de actualiseringen daarvan overeenkomstig Verordening (EU) 2018/199921, in de territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie in het kader van het Fonds voor een rechtvaardige transitie22 alsmede in de partnerschapsovereenkomsten en de operationele programma’s in het kader van de fondsen van de Unie.

______________________________

________________________

21 Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie.

21 Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie.

22 […]

22 […]

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>62</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 14 – lid 2 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. De plannen voor herstel en veerkracht worden opgesteld na raadpleging van regionale en plaatselijke autoriteiten en andere belanghebbenden, waaronder de sociale partners en organisaties van het maatschappelijk middenveld, overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU)XX/xx van het Europees Parlement en de Raad1 bis;

 

____________________________

 

1 bis Verordening (EU) XX/xx van het Europees Parlement en de Raad van XX houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel en migratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor grensbeheer en visa (PB L ...).

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>63</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 14 – lid 2 ter (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter. Rekening houdend met technologische ontwikkelingen kan de faciliteit bijdragen aan de vaststelling van geïntegreerde investeringsplannen op het gebied van digitale infrastructuur en vaardigheden, alsook aan de totstandbrenging van een doeltreffend financieringskader, teneinde ervoor te zorgen dat regio’s in de Unie zo concurrerend mogelijk zijn.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>64</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 15 – lid 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Het door de betrokken lidstaat voorgelegde plan voor herstel en veerkracht vormt een bijlage bij zijn nationale hervormingsprogramma en wordt uiterlijk op 30 april officieel ingediend. De lidstaat kan te rekenen vanaf 15 oktober van het voorgaande jaar een ontwerpplan indienen, samen met de ontwerpbegroting voor het daaropvolgende jaar.

2. Het door de betrokken lidstaat voorgelegde plan voor herstel en veerkracht vormt een bijlage bij zijn nationale hervormingsprogramma en wordt uiterlijk op 30 april officieel ingediend. De lidstaat kan te rekenen vanaf 15 oktober van het voorgaande jaar een ontwerpplan indienen, samen met de ontwerpbegroting voor het daaropvolgende jaar. Deze ontwerpplannen worden ten laatste in februari, vóór de deadline voor de officiële indiening van het plan bij de Commissie (april), ter raadpleging voorgelegd aan de sociale partners, zodat deze ten minste 30 dagen de tijd hebben om schriftelijke feedback te geven.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>65</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 15 – lid 3 – letter a</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) een toelichting over de verwachte wijze van aanpak van de relevante landspecifieke uitdagingen en prioriteiten die zijn vastgesteld in het kader van het Europees Semester;

a) een toelichting over de wijze waarop de landspecifieke uitdagingen en prioriteiten die in het kader van het Europees Semester zijn vastgesteld, en met name die in verband met het sociale en het werkgelegenheidsbeleid, waarschijnlijk zullen worden aangepakt;

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>66</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 15 – lid 3 – letter b</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) een toelichting over de wijze waarop het plan het groeipotentieel en de economische en sociale veerkracht van de betrokken lidstaat versterkt en het scheppen van banen stimuleert, de economische en sociale gevolgen van de crisis verzacht en tot meer economische, sociale en territoriale cohesie en convergentie bijdraagt;

b) een toelichting over de wijze waarop het plan het groeipotentieel en de sociale vooruitgang en de economische en sociale veerkracht van de betrokken lidstaat versterkt en het scheppen van hoogwaardige banen stimuleert, de infrastructurele kloof verkleint, de economische en sociale gevolgen van de crisis verzacht, met name voor de meest kwetsbare groepen en voor jongeren, alsook de economische gevolgen voor kmo’s, en tot meer economische, sociale en territoriale cohe