Procedure : 2019/2168(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0232/2020

Ingediende teksten :

A9-0232/2020

Debatten :

PV 21/01/2021 - 4
PV 21/01/2021 - 6
CRE 21/01/2021 - 4
CRE 21/01/2021 - 6

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0026

<Date>{25/11/2020}25.11.2020</Date>
<NoDocSe>A9-0232/2020</NoDocSe>
PDF 206kWORD 67k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>

<Titre>over de digitale kloof tussen vrouwen en mannen dichten: de deelname van vrouwen aan de digitale economie</Titre>

<DocRef>(2019/2168(INI))</DocRef>


<Commission>{FEMM}Commissie vrouwenrechten en gendergelijkheid</Commission>

Rapporteur: <Depute>Maria da Graça Carvalho</Depute>

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de digitale kloof tussen vrouwen en mannen dichten: de deelname van vrouwen aan de digitale economie

(2019/2168(INI))

Het Europees Parlement,

 gezien artikel 2 en artikel 3, lid 3, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en artikel 8 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

 gezien artikel 23 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

 gezien de verklaring en het actieprogramma van Peking, die tijdens de vierde Wereldvrouwenconferentie van 1995 werden vastgesteld, en met name het aandachtsgebied “Vrouwen en de media”,

 gezien het Verdrag van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) betreffende geweld en intimidatie (nr. 190) van 2019 en de IAO-aanbeveling betreffende geweld en intimidatie (nr. 206) van 2019,

 gezien het slotdocument d.d. 16 december 2015 van de bijeenkomst op hoog niveau van de Algemene Vergadering van de VN in het kader van de algemene evaluatie van de uitvoering van de conclusies van de Wereldtop over de informatiemaatschappij,

 gezien de mededeling van de Commissie van 6 mei 2015 getiteld “Strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa” (COM(2015)0192) en de tussentijdse evaluatie van de uitvoering daarvan van 10 mei 2017 getiteld “Een connectieve digitale interne markt” (COM(2017)0228),

 gezien de Europese pijler van sociale rechten, en met name de beginselen 1, 2, 3 en 20,

 gezien pijler II (“randvoorwaarden die bevorderlijk zijn voor digitale netwerken en diensten”) en III (“maximaal groeipotentieel voor de Europese digitale economie”) van de strategie van de Commissie voor een digitale eengemaakte markt,

 gezien het strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding,

 gezien de studies van de Commissie getiteld “ICT for work: Digital skills in the workplace” en “Women in the Digital Age”,

 gezien de mededeling van de Commissie van 5 maart 2020 getiteld “Een Unie van gelijkheid: strategie voor gendergelijkheid 2020-2025” (COM(2020)0152),

 gezien de mededeling van de Commissie van 1 juli 2020, getiteld “Europese vaardighedenagenda voor duurzaam concurrentievermogen, sociale rechtvaardigheid en veerkracht” (COM(2020)0274),

 gezien het verslag van de Commissie van 1 oktober 2013 getiteld “Women active in the ICT sector”,

 gezien het onderzoek van het Europees Instituut voor gendergelijkheid (European Institute for Gender Equality – EIGE) van 26 januari 2017 getiteld “Gender and Digital Agenda”,

 gezien de conclusies van de Raad van 30 mei 2016 getiteld “Het ontwikkelen van mediageletterdheid en kritisch denken door onderwijs en opleiding”,

 gezien de conclusies van de Raad van 6 december 2018 getiteld “Gendergelijkheid, jeugdzaken en digitalisering”,

 gezien de conclusies van de Raad van 10 december 2019, getiteld “Gendergelijke economieën in de EU: volgende stappen”,

 gezien het advies van het Raadgevend Comité voor gelijke kansen van mannen en vrouwen van 19 december 2018 getiteld “The future of gender equality strategy after 2019: the battles that we win never stay won”,

 gezien de in 2019 door 27 EU-ministers en vertegenwoordigers van de lidstaten en door Noorwegen ondertekende toezeggingsverklaring “Women in Digital”,

 gezien zijn resolutie van 24 mei 2012 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke werknemers voor gelijke of gelijkwaardige arbeid[1],

 gezien zijn resolutie van 12 maart 2013 over de uitbanning van genderstereotypen in de EU[2],

 gezien zijn resolutie van 12 september 2013 over de digitale agenda voor groei, mobiliteit en werkgelegenheid: tijd voor een hogere versnelling[3], en met name de Grote Coalitie voor digitale banen,

 gezien zijn resolutie van 8 oktober 2015 over de toepassing van Richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep[4],

 gezien zijn resolutie van 28 april 2016 over gendergelijkheid en het versterken van de positie van de vrouw in het digitale tijdperk[5],

 gezien het forum van 2019 in het kader van de Wereldtop over de informatiemaatschappij (WTIM) getiteld “Information and Communication Technologies for achieving the Sustainable Development Goals”,

 gezien het WTIM-forum van 2020 getiteld “Fostering digital transformation and global partnerships: WSIS Action Lines for achieving the Sustainable Development Goals (SDGs)”,

 gezien de vraag aan de Commissie over het versterken van de positie van vrouwen en meisjes via de digitale sector (O-000004/2018 – B8-0010/2018),

 gezien zijn resolutie van 17 april 2018 over het versterken van de positie van vrouwen en meisjes via de digitale sector[6],

 gezien de interparlementaire commissievergadering die op de Internationale Vrouwendag van 2018 werd gehouden over het versterken van de positie van vrouwen en meisjes in de media en in de ICT-sector,

 gezien de diepteanalyse getiteld “Empowering women on the Internet”, die op 30 oktober 2015 door het directoraat-generaal Intern Beleid van het Parlement werd gepubliceerd[7],

 gezien de studie getiteld “The underlying causes of the digital gender gap and possible solutions for enhanced digital inclusion of women and girls”, die op 15 februari 2018 door het directoraat-generaal Intern Beleid werd gepubliceerd[8],

 gezien de studie getiteld “Cyber violence and hate speech online against women”, die op 16 augustus 2018 door het directoraat-generaal Intern Beleid werd gepubliceerd[9],

 gezien de studie getiteld “Education and employment of women in science, technology and the digital economy, including AI and its influence on gender equality”, die op 15 april 2020 door het directoraat-generaal Intern Beleid werd gepubliceerd[10],

 gezien het verslag van het Bureau voor de grondrechten van de Europese Unie (FRA) van 2014 getiteld “Geweld tegen vrouwen: een Europese enquête”,

 gezien Richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan, en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/629/JBZ van de Raad[11],

 gezien de mededeling van de Commissie van 19 juni 2012 getiteld “De EU-strategie voor de uitroeiing van mensenhandel 2012-2016” (COM(2012)0286) en het tussentijds verslag van 17 oktober 2014 over de uitvoering daarvan (SWD(2014)0318),

 gezien het scorebord “Women in Digital”[12],

 gezien artikel 54 van zijn Reglement,

 gezien het verslag van de Commissie vrouwenrechten en gendergelijkheid (A9-0232/2020),

A. overwegende dat de Unie er overeenkomstig artikel 8 VWEU bij elk optreden naar streeft de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen op te heffen en de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen; overwegende dat meisjes en jonge vrouwen ter verwezenlijking van gendergelijkheid gelijke toegang moeten hebben tot technologie en digitale opleiding en veilig moeten zijn op het internet; overwegende dat duurzameontwikkelingsdoelstelling (Sustainable Development Goal – SDG) 5 betrekking heeft op gendergelijkheid en de versterking van de positie van vrouwen, waarbij het gebruik van technologie en internet een rol speelt;

B. overwegende dat de digitalisering de meeste facetten van ons leven ingrijpend heeft veranderd op manieren die niet alleen talloze kansen, maar ook nieuwe uitdagingen met zich meebrengen; overwegende dat de COVID-19-crisis en de nasleep ervan waarschijnlijk zullen leiden tot permanente veranderingen voor het leven van Europeanen, waarbij digitalisering een grote rol zal spelen; overwegende dat het effect van digitalisering op de arbeidsperspectieven van vrouwen en de gevolgen van telewerken moeten worden onderzocht en geëvalueerd; overwegende dat het in evenwicht houden van telewerk, privéleven en zorgtaken voor extra druk zorgt en dat vrouwen daarom zwaarder emotioneel, geestelijk en sociaal worden belast; overwegende dat de arbeidsmarkt een grote digitale transformatie doormaakt om het hoofd te bieden aan de uitdagingen die met de pandemie gepaard gaan;

C. overwegende dat genderstereotypen een ernstige belemmering vormen voor de verwezenlijking van gelijkheid tussen mannen en vrouwen en daarmee bijdragen aan de gendersegregatie in het onderwijs en op de werkvloer, de kloof tussen mannen en vrouwen in de digitale sector verder verdiepen en de volledige deelname van vrouwen als gebruikers, vernieuwers en makers in de weg staan; overwegende dat hoogintellectuele vaardigheden vaak eerder met mannen dan met vrouwen worden geassocieerd en dat dergelijke stereotypen al door kinderen, en met name door meisjes, van zes jaar worden onderschreven en de interesses van deze kinderen beïnvloeden;

D. overwegende dat uit de gendergelijkheidsindex van 2019 blijkt dat in de digitale sector nog altijd sprake is van hardnekkige genderongelijkheden;

E. overwegende dat gegevens van Eurostat aantonen dat in 2018 ongeveer 1,3 miljoen mensen in de Europese Unie informatie- en communicatietechnologie (ICT) studeerden en dat meisjes en vrouwen onder hen sterk in de minderheid waren, aangezien ze slechts 17 % van alle ICT-studenten in de EU uitmaakten;

F. overwegende dat 73 % van de jongens tussen de vijftien en zestien jaar geen probleem hebben om digitale apparaten te gebruiken waarmee ze minder bekend zijn, ten opzichte van 63 % van de meisjes uit dezelfde leeftijdsgroep[13], die zichzelf onderschatten, ondanks het feit dat ze over de vaardigheden beschikken om op het gebied van digitale geletterdheid beter te presteren dan jongens;

 

G. overwegende dat genderstereotypen een grote invloed hebben op de keuze voor bepaalde vakken; overwegende dat zeer weinig tienermeisjes in de lidstaten (minder dan 3 %) erin geïnteresseerd zijn op hun dertigste een baan in de ICT-sector te hebben[14]; overwegende dat leraren en ouders genderstereotypen kunnen versterken door meisjes af te raden een loopbaan in de ICT-sector na te streven; overwegende dat het wegnemen van genderspecifieke verwachtingen over beroepen en het bevorderen van vrouwelijke rolmodellen op het gebied van wetenschap, technologie, engineering en wiskunde (“science, technology, engineering and mathematics” – STEM) en ICT meisjes kunnen aansporen ICT te studeren;

H. overwegende dat vrouwen die in de ICT-sector werken 19 % minder verdienen dan mannen; overwegende dat de genderloonkloof rechtstreeks bijdraagt aan de genderpensioenkloof tussen mannen en vrouwen[15]; overwegende dat het salarisniveau van mannen en vrouwen moet stroken met het beginsel van billijkheid en gelijkheid;

I. overwegende dat vrouwen als bevolkingsgroep wereldwijd minder vaak gebruikmaken van het internet dan mannen om software te installeren, online naar de radio te luisteren of televisie te kijken, te internetbankieren of e-handelsdiensten te gebruiken;

J. overwegende dat het aantal vrouwen dat werkzaam is in de cyberbeveiligingssector de afgelopen jaren is gestegen, maar dat dit aantal niettemin nog altijd zeer laag is, aangezien minder dan 20 % van de cyberbeveiligingsprofessionals in Europa vrouw is;

K. overwegende dat in de toekomst naar verwachting meer dan 90 % van de banen een zekere mate van e-vaardigheden en digitale geletterdheid vereist;

L. overwegende dat het voor vrouwen als gevolg van verschillende belemmeringen, zoals genderstereotypen en door mannen gedomineerde werkplekken met een gebrek aan diversiteit, vaak lastiger is om hun plek te vinden in de ICT-sector; overwegende dat er in de ICT-sector sprake is van aanzienlijke verticale en horizontale segregatie en dat vrouwen vaak overgekwalificeerd zijn voor de functies die ze bekleden; overwegende dat slechts een klein aantal vrouwen een hogere leidinggevende functie als software-engineer bekleedt;

M. overwegende dat het gebruik en de ontwikkeling van software van cruciaal belang zijn voor de digitale transformatie; overwegende dat de genderkloof onder softwareontwikkelaars en -engineers problematisch is wat betreft de betrokkenheid van vrouwen bij de aangelegenheden in de sector en potentiële, bewuste en onbewuste gendervertekening in kunstmatig intelligente toepassingen, videogames, speelgoed en andere toepassingen;

N. overwegende dat uit de enquête van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA) over geweld tegen vrouwen is gebleken dat 14 % van de vrouwen sinds de leeftijd van vijftien jaar te maken heeft gehad met cyberpesten[16]; overwegende dat er op STEM-onderwijslocaties, waaronder op scholen, universiteiten en werkplekken, veelvuldig melding wordt gemaakt van seksuele intimidatie, waardoor vrouwen nog sterker van de sector worden uitgesloten; overwegende dat veel vrouwen tijdens de COVID-19-pandemie het slachtoffer zijn geworden van nieuwe vormen van online seksuele en psychologische intimidatie en onder meer te maken hebben gekregen met “Zoom-bombing” of zijn gestalkt of bedreigd; overwegende dat er dringend maatregelen nodig zijn om deze nieuwe vormen van seksuele en psychologische intimidatie aan te pakken; overwegende dat het tot lustobject maken alsook de overseksualisering en uitbuiting van vrouwen op het internet, met name via online pornografie, verwoestende gevolgen hebben voor de ontwikkeling van seksualiteit en gendergelijkheid in het algemeen;

O. overwegende dat er naar verhouding weinig vrouwen werkzaam zijn in de ICT-sector; overwegende dat een groot aantal vrouwen hogere opleiding, academische kansen en een loopbaan op het gebied van ICT opgeeft (een verschijnsel dat ook wel bekendstaat als de “lekkende pijplijn”) vanwege een slecht evenwicht tussen werk en privéleven, beperkingen van organisatorische aard en een door mannen gedomineerde werkomgeving; overwegende dat het jaarlijkse productiviteitsverlies voor de Europese economie als gevolg van vrouwen die digitale banen opgeven en inactief worden, 16,1 miljard EUR bedraagt[17];

P. overwegende dat het aantal vrouwelijke bestuursleden in de IT-sector aanzienlijk is toegenomen, maar dat de sector tegelijkertijd het grootste aantal uitsluitend uit mannen bestaande bestuursraden heeft;

Q. overwegende dat digitale vaardigheden inhouden dat men over het vermogen beschikt om digitale informatie te verwerven, te verwerken en door te geven; overwegende dat de sociaal-culturele en economische achtergrond van mensen van invloed zijn op hun digitale vaardigheden; overwegende dat vrouwen meer tijd besteden aan onbetaalde zorgtaken en huishoudelijk werk; overwegende dat dit een beperking vormt op hun vrije tijd, de tijd die ze besteden aan betaald werk en hun kansen om digitale en internetvaardigheden te ontwikkelen; overwegende dat acties die gericht zijn op bewustmaking, het bestrijden van genderstereotypen en -normen, en het tot stand brengen van een betere verdeling van onbetaalde kinderzorg en huishoudelijk werk de deelname van vrouwen aan (digitale) arbeidsmarkten en opleidingen zouden bevorderen en vrouwen in staat zouden stellen hun digitale vaardigheden beter te ontwikkelen;

R. overwegende dat slechts een zeer klein percentage van verschaffers van risicokapitaal, zogenaamde “business angels” en investeerders vrouw is; overwegende dat meisjes doorgaans van de basisschool tot de universiteit minder ICT- en STEM-vakken volgen, waardoor er uiteindelijk aanzienlijk minder vrouwen in deze bedrijfstakken werken of een eigen onderneming of start-up opzetten of bezitten; overwegende dat dit lagere aantal vrouwen dat in technologische bedrijfstakken werkt rechtstreeks van invloed is op alle maatschappelijke ontwikkelingen en leidt tot vertekening op het gebied van innovatie, die doorvloeit naar de soorten innovaties en nieuwe technologieën die aan consumenten worden verkocht;

S. overwegende dat er een dalende trend te zien is ten opzichte van 2011 in het aantal vrouwen dat besluit hoger onderwijs op het gebied van ICT te volgen; overwegende dat slechts 17 % van de acht miljoen ICT-specialisten in de EU vrouw is; overwegende dat de digitale sector enorm zou profiteren van een onaangeboorde talentenpool van vaardigheden en uiteenlopende oogpunten als meer vrouwen zich op de digitale arbeidsmarkt zouden begeven, aangezien dit de Europese economie een jaarlijkse bnp-impuls van 16 miljard EUR zou geven;

T. overwegende dat volgens het Global Gender Gap Report 2018 van het Economisch Wereldforum slechts 22 % van de mensen die werkzaam zijn op het gebied van kunstmatige intelligentie vrouw is en maar liefst 78 % man, wat betekent dat er nog altijd sprake is van een genderkloof van 72 % die moet worden gedicht; overwegende dat van elke 100 USD die in 2019 in Europese technologiebedrijven werd geïnvesteerd, 92 USD werd besteed aan het opzetten van teams die uitsluitend uit mannen bestonden[18];

U. overwegende dat digitale inclusie inhoudt dat alle individuen en gemeenschappen toegang hebben tot en gebruik kunnen maken van ICT; overwegende dat het gebrek aan toegang, betaalbaarheid en onderwijs, evenals gendergerelateerde verwachtingen en sociaal-culturele normen, een geringere deelname aan onderwijs op het gebied van STEM en ICT, beperkt gebruik van digitale hulpmiddelen en een lagere activiteit op sociale platforms als gevolg van cybergeweld ten aanzien van meisjes en vrouwen stuk voor stuk bijdragen aan de uitsluiting van meisjes en vrouwen van digitale inclusie; overwegende dat gendergerelateerde digitale inclusie deel moet uitmaken van alle EU-initiatieven en -investeringen op het gebied van ICT en digitalisering;

V. overwegende dat digitale financiële inclusie betekent dat formele financiële diensten die zijn toegespitst op specifieke behoeften en op verantwoordelijke wijze en tegen een betaalbare prijs worden verleend, digitaal toegankelijk zijn en kunnen worden gebruikt; overwegende dat wetten en normen die het recht van vrouwen kunnen ondermijnen om deel uit te maken van de beroepsbevolking, vermogen te beheren, een formele onderneming op te richten en de nodige financiering te vergaren om groei te verwezenlijken, en hun eigen financiële beslissingen te nemen, de voornaamste redenen zijn achter de financiële uitsluiting van vrouwen; overwegende dat ongeveer een miljard vrouwen nog altijd geen toegang heeft tot formele financiële diensten vanwege een gebrek aan toegang tot identificatiedocumenten, mobiele telefoons, digitale vaardigheden en financiële kennis, en vanwege ongeschikte producten; overwegende dat betere toegang tot en een beter gebruik van verantwoordelijke digitale financiële diensten de financiële kracht en economische onafhankelijkheid van vrouwen kunnen bevorderen;

W. overwegende dat de mogelijkheden van vrouwen wat betreft de toegang tot en het gebruik van digitale technologieën door veel factoren worden beïnvloed, waaronder door investeringen, regelgeving en mededinging; overwegende dat vrouwen en meisjes in plattelandsgebieden en gebieden die moeilijk te bereiken zijn op problemen en belemmeringen stuiten wanneer zij toegang proberen te krijgen tot internet en digitale technologieën en voorzieningen, waardoor ze niet in staat zijn ten volle de vruchten te plukken van het digitale potentieel van moderne technologieën; overwegende dat vrouwen en meisjes, met name in ontwikkelingslanden, in het algemeen in de landbouw werken en onbetaald en onzeker werk verrichten, waardoor ze in een technologiearme omgeving wonen en maar moeilijk toegang kunnen krijgen tot digitale technologieën;

Algemeen

1. verzoekt de Commissie en de lidstaten de maatregelen ter bevordering van de digitale transitie in overeenstemming te brengen met de doelstellingen van de Unie inzake gendergelijkheid; beklemtoont dat niemand tijdens de digitale transitie buiten de boot mag vallen; is ingenomen met de in de strategie voor gendergelijkheid 2020-2025 opgenomen toezeggingen van de Commissie om de deelname van vrouwen aan de digitale economie en informatiemaatschappij te stimuleren; verzoekt de Commissie de diepe genderkloof binnen de ICT-sector aan te pakken in de digitale agenda, de Europese digitale strategie en alle andere beleidsmaatregelen en initiatieven op het gebied van digitale vaardigheden en digitaal onderwijs, met concrete maatregelen die specifiek gericht zijn op het bevorderen van de aanwezigheid van vrouwen en meisjes in de sector; benadrukt dat de grotere deelname van vrouwen aan de digitale sector een belangrijk effect kan hebben op de bestrijding van genderongelijkheid, -stereotypen en -discriminatie, de verbetering van de toegang van vrouwen tot de arbeidsmarkt en van hun arbeidsomstandigheden, en het dichten van de genderloonkloof; verzoekt de Commissie en de lidstaten passende financiering ter beschikking te stellen voor programma’s die erop gericht zijn de interesse van meer meisjes en vrouwen te wekken voor STEM-opleidingen en -beroepen, ondernemerschapsprogramma’s op te zetten die erop gericht zijn financiering te verstrekken aan meisjes en vrouwen die technologieprojecten of nieuwe ondernemingen opzetten, strategieën vast te stellen die erop gericht zijn de digitale (financiële) inclusie van meisjes en vrouwen te bevorderen op het gebied van STEM en kunstmatige intelligentie, alsook in de onderzoeks- en innovatiesector, en een meerlagige aanpak te hanteren waarmee de genderkloof in alle lagen van het onderwijs en het bedrijfsleven in de digitale sector aan de orde kan worden gesteld;

2. verzoekt de Commissie bij de onderhandelingen over de programma’s in het kader van het volgende meerjarig financieel kader (MFK) en de fondsen en leningen in het kader van het herstelplan rekening te houden met gelijke kansen voor mannen en vrouwen en met de digitale genderkloof, en de kennis van deze mechanismen onder vrouwen te vergroten; benadrukt dat gendermainstreaming en genderbudgettering met meetbare indicatoren deel uit moeten maken van beleid ter ondersteuning van ontwikkeling op het gebied van ICT; verzoekt de Commissie te zorgen voor gendermainstreaming van de wet inzake digitale diensten en alle toekomstige voorstellen met betrekking tot de digitale wereld;

3. verzoekt de Commissie en de lidstaten zorg te dragen voor de volledige uitvoering van de ministeriële toezeggingsverklaring “Women in Digital”; verzoekt de Commissie toe te zien op de uitvoering van de sectoroverschrijdende nationale plannen inzake vrouwen in de digitale sector;

Onderwijs

4. onderstreept dat het belangrijk is om ervoor te zorgen dat gendermainstreaming op alle niveaus van het digitaal onderwijs wordt gehandhaafd, ook voor buitenschoolse activiteiten, informeel en niet-formeel onderwijs, en het onderwijzend personeel; pleit voor specifieke strategieën voor verschillende leeftijdsgroepen;

5. spoort de Commissie en de lidstaten, alsook ontwikkelaars, bedrijven en universiteiten aan om de genderkloof in de ICT-sector te dichten en samen te werken om oplossingen te vinden en beste praktijken uit te wisselen voor de betere inclusie van meisjes in vakken die van belang zijn voor digitaal onderwijs vanaf jonge leeftijd; verzoekt de EU en de lidstaten de door de VN en de VN-organen bepleite acties vorm te geven, te ondersteunen en uit te voeren;

6. verzoekt de Commissie de kwestie van het kleine aantal vrouwelijke ICT-studenten en -professionals grondig aan te pakken en een krachtig genderperspectief op te nemen in het programma Digitaal Europa en het bijgewerkte actieplan voor digitaal onderwijs, waarbij zij er onder meer voor moet zorgen dat digitaal materiaal toegankelijk en betaalbaar is; verzoekt onderwijsinstellingen een gendercomponent op te nemen in alle lesprogramma’s, -materialen en -methoden op het gebied van STEM en ICT om meisjes vanaf jonge leeftijd aan te sporen op school wiskunde, programmeren, ICT en exacte vakken te volgen en zich daarin ook later te blijven verdiepen; spoort de Commissie en de lidstaten aan samen te werken met onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties om de vorm van ICT-onderwijs onder de loep te nemen en opnieuw vorm te geven;

7. onderstreept hoe belangrijk het is dat vrouwen en meisjes worden betrokken bij de vormgeving van hun toekomst in STEM-studies en -beroepen, en dat ICT een integraal onderdeel uitmaakt van voorschools en basisonderwijs, zodat korte metten kan worden gemaakt met schadelijke genderstereotypen voor jongens en meisjes;

8. verzoekt de Commissie en de lidstaten bij de vaststelling van digitaal-onderwijsbeleid rekening te houden met het genderperspectief om zowel mannelijke als vrouwelijke studenten in staat te stellen toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden; verzoekt de Commissie en de lidstaten voor alle onderwijsniveaus mentorprogramma’s op te zetten met vrouwelijke rolmodellen uit de ICT-sector; verzoekt de Commissie en de lidstaten zich hard te maken voor bewustmakingscampagnes die gericht zijn op zowel studenten als ouders en genderstereotypen in schoolprojecten en banen tegengaan; beklemtoont hoe belangrijk het is om vrouwen erkenning te geven voor hun werk, zodat meisjes niet alleen over mannelijke wetenschappers lezen, maar ook vrouwelijke rolmodellen hebben;

9. verzoekt de Commissie en de lidstaten een leven lang leren te ondersteunen om de beroepsmatige overgang van vrouwen naar ICT-functies te bevorderen, evenals opleidingen en regelingen om de e-vaardigheden en de bij- en omscholing van meisjes en vrouwen te bevorderen; benadrukt dat de aanbeveling van de Raad inzake beroepsonderwijs en -opleiding en de bijgewerkte Europese vaardighedenagenda moeten zorgen voor een genderperspectief;

10. verzoekt de Commissie en de lidstaten beleid en maatregelen vast te stellen om lekkende-pijplijnverschijnsel aan te pakken;

11. pleit ervoor dat gendergelijkheid consequent en structureel wordt opgenomen in toekomstige EU-strategieën en -beleidsmaatregelen voor jongeren;

Werkgelegenheid en ondernemerschap

12. spoort de lidstaten aan de richtlijn betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven volledig om te zetten en uit te voeren en vraagt de Commissie daar op doeltreffende wijze op toe te zien, zodat beide ouders kunnen profiteren van betaald vaderschapsverlof, ouderschapsverlof en zorgverlof; spoort de lidstaten aan om ICT te beschouwen als middel waarmee het evenwicht tussen werk en privéleven kan worden bevorderd en trends in de digitalisering van het bedrijfsleven in de gaten kunnen worden gehouden, zodat zij in voorkomend geval hun bestaande maatregelen voor evenwicht tussen werk en privéleven bij kunnen stellen en hun stelsels kunnen bevorderen en versterken om te zorgen voor een gelijke verdeling van zorgtaken; spoort de Commissie en de lidstaten in dit verband aan beleid vast te stellen om de situatie van zelfstandigen, en met name die van vrouwelijke ondernemers in de ICT- en de digitale sector evenals hun behoefte aan toegang tot socialebeschermingsstelsels, zwangerschapsverlof en kinderopvang aan de orde te stellen; wijst erop dat telewerken vrouwen in staat stelt thuis te werken en daarmee kan zorgen voor een beter evenwicht tussen werk en privéleven; merkt niettemin op dat de lidstaten hierop moeten toezien en ervoor moeten zorgen dat dit naar behoren wordt geregeld;

13. benadrukt dat de genderloonkloof negatieve gevolgen heeft voor de socialezekerheidsuitkeringen van vrouwen en de pensioenkloof, onder meer in de digitale sector; is verheugd dat de Commissie heeft toegezegd om voor het einde van 2020 bindende maatregelen met betrekking tot loontransparantie voor te leggen en daarbij naar behoren rekening te houden met de unieke omstandigheden van Europese kleine en middelgrote ondernemingen en de verschillende arbeidsmarktmodellen die in de EU bestaan, om de genderloonkloof, de pensioenkloof en armoede onder ouderen op doeltreffende wijze aan te pakken;

14. verzoekt de Commissie en de lidstaten gendergelijkheid te bevorderen binnen ondernemingen in de ICT-sector en in aanverwante sectoren, alsook in de digitale economie, en horizontale beleidsmaatregelen vast te stellen om de genderkloof in de digitale economie aan te pakken met behulp van gerichte maatregelen, waaronder Europese fondsen voor de financiering van door vrouwen geleide projecten in de digitale sector, de bevordering van een minimumaantal vrouwelijke deelnemers aan onderzoeksprojecten op het gebied van ICT, voorlichting voor HR-afdelingen over “onbewuste gendervertekening” ter bevordering van evenwichtige aanwerving, de totstandbrenging van prijzen en stimuleringsregelingen voor ondernemingen en organisaties die actief genderneutraal beleid voeren op basis van meetbare streefcijfers, de bevordering van gendermainstreaming in bedrijfsstrategieën voor de productie, vormgeving en marketing van ICT-producten, jaarverslagen van ICT-ondernemingen over diversiteit en de genderloonkloof, beleidsmaatregelen en/of richtsnoeren voor openbare aanbestedingen voor de aanschaf van ICT-diensten van dienstverleners die aandacht besteden aan de evenwichtige samenstelling van hun onderneming en bestuursraad, de vergemakkelijking van de distributie van Europese middelen aan ondernemingen die de criteria voor genderevenwicht in acht nemen, de aansporing van de uitvoering van plannen en protocollen inzake gendergelijkheid ter verbetering en monitoring van de prestaties van ondernemingen op het gebied van de deelname van vrouwen, onder meer op management- en leidinggevend niveau, en de invoering van mentorprogramma’s;

15. verzoekt de Commissie en de lidstaten onderzoek te doen naar de oorzaken en factoren die schuilgaan achter het hoge uitvalpercentage onder vrouwen in de digitale sector; verzoekt de Commissie en de lidstaten na te gaan wat voor gevolgen een gebrekkig evenwicht tussen werk en privéleven heeft voor de mogelijkheid van vrouwen om deel te nemen aan de bijscholing die nodig is om het vereiste vaardighedenniveau in de ICT-sector te behouden; verzoekt de Commissie en de lidstaten mechanismen en programma’s te ontwikkelen om vrouwen en meisjes te betrekken bij onderwijs-, opleidings- en werkgelegenheidsinitiatieven in de digitale sector, ongeacht hun wettelijke migratiestatus;

16. verzoekt de Commissie en de lidstaten vrouwelijk ondernemerschap en de betrokkenheid van vrouwen bij innovatie te bevorderen, meer financieringskansen te bieden voor vrouwelijke ondernemers en door vrouwen geleide, digitale start-ups, de toegankelijkheid van bestaande fondsen te verbeteren zodat vrouwen gelijke kansen krijgen om te concurreren op de digitale eengemaakte markt, en aan te sporen tot de genderevenwichtigere samenstelling van financiële instellingen;

17. spoort de Commissie en de lidstaten aan om de financiering voor onderzoek naar gendergerelateerde kwesties in de ICT-sector op te voeren;

18. is van oordeel dat het van het allergrootste belang is om te zorgen voor meer vrouwelijke rolmodellen en een groter aantal vrouwen in leidinggevende functies in de ICT-sector; roept mannelijke rolmodellen op zich uit te spreken voor gendergelijkheid binnen de digitale economie; benadrukt hoe belangrijk het voor ICT-bedrijven is om HR-praktijken in te voeren die diversiteit bevorderen, zoals genderevenwicht in functies in het midden- en hoger management en in bestuursraden; is ingenomen met het uitgesproken voornemen van de Commissie om aan te dringen op de goedkeuring van het voorstel van 2012 voor een richtlijn inzake de man-vrouwverhouding bij niet-uitvoerende bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen (de richtlijn vrouwelijke bestuurders), en verzoekt de Raad dit voorstel te deblokkeren en aan te nemen;

De culturele en audiovisuele sector en de media

19. vestigt de aandacht op de rol die de culturele en audiovisuele sector, de reclamesector en de media spelen bij de totstandkoming en versterking van genderstereotypen en de opwerping van normatieve en culturele barrières, die door middel van de gebruikte taal en verspreide beelden worden gereproduceerd;

20. verzoekt de audiovisuele sector en de media meer vrouwen te tonen die werkzaam zijn op het gebied van STEM en ICT, en een beeld te schetsen van de diversiteit en mogelijkheden binnen deze sectoren; verzoekt de media meer vrouwen op te nemen in discussiepanels, krantenartikelen en andere platforms waar de publieke opinie en het publieke debat over technologische thema’s wordt vormgegeven;

21. wijst erop dat algoritmen, kunstmatig intelligente toepassingen, videogames en speelgoed die schadelijke genderstereotypen in stand houden, moeten worden vrijgemaakt van bewuste en onbewuste gendervertekening, aangezien deze leidt tot een kleinere deelname van vrouwen in de digitale sector en op het gebied van kunstmatige intelligentie en ICT; benadrukt dat de innovatievertekening in de ICT-sector moet worden aangepakt, aangezien de ontwerpers en ontwikkelaars van diensten, software en toepassingen voor gebruikers overwegend mannen zijn en de gebruikers overwegend vrouwen;

De versterking van de maatschappelijke, politieke en economische positie van vrouwen

22. benadrukt dat ICT een grote invloed kan hebben op de mogelijkheid van vrouwen om deel te nemen aan verkiezingsprocessen, openbare raadplegingen, enquêtes en debatten en om zich te verenigen en zich in te zetten voor vrouwenrechten; verzoekt de Commissie en de lidstaten bij het vaststellen van e-overheidsinitiatieven rekening te houden met de genderdimensie; vestigt de aandacht op de doeltreffendheid van het gebruik van internet voor campagnes, fora en de verbetering van de zichtbaarheid van vrouwelijke rolmodellen;

23. verzoekt de Commissie en de lidstaten constructief samen te werken met en ondersteuning te bieden aan digitale maatschappelijke organisaties en deze organisaties aan te sporen gebruik te gaan maken van internetgovernance; verzoekt de Commissie en de lidstaten ook bij de vormgeving en uitvoering van openbaar technologiebeleid nauw samen te werken met vrouwen en maatschappelijke organisaties voor vrouwen en deze meer bij de processen te betrekken om beter in te kunnen spelen op de zorgen waarmee vrouwen en meisjes in hun dagelijks leven te maken krijgen en deze zorgen te kunnen verlichten; verzoekt de Commissie en de lidstaten bovendien de economische en digitale inclusie van vrouwen te bevorderen;

24. spoort de lidstaten en de Commissie aan om bewustmakings-, voorlichtings- en gendermainstreamingcampagnes te organiseren om het belang van ICT-vaardigheden voor de versterking van de economische positie van vrouwen onder de aandacht te brengen;

25. is van oordeel dat vrouwen moeten worden aangemoedigd om een belangrijkere rol te spelen bij het ontwerp, de ontwikkeling, de bouw en het onderhoud van slimme steden en dorpen;

Gegevensverzameling

26. is ingenomen met de totstandbrenging van het scorebord “Women in Digital” als integraal onderdeel van de index van de digitale economie en samenleving, alsook met de vier nieuwe indicatoren die in het verslag van het EIGE van 2018, getiteld “Gender equality and youth: opportunities and risks of digitalisation”, worden voorgesteld;

27. verzoekt de Commissie en de lidstaten, alsook platforms en bedrijven, vergelijkbare, naar gender en leeftijd uitgesplitste gegevens te verzamelen over het gebruik van ICT en initiatieven, waaronder onderzoek, voor te stellen om de onderliggende oorzaken van de digitale genderkloof beter te begrijpen en aan te pakken; verzoekt de Commissie en de lidstaten met klem bestaande naar gender uitgesplitste gegevens te verzamelen en in te zetten ter bevordering van nader onderzoek naar de wisselwerking van de verschillende factoren die de digitale inclusie van vrouwen en meisjes in de weg staan; beklemtoont dat geharmoniseerde gegevensverzameling de vergelijking en uitwisseling van gegevens en voorbeelden van beste praktijken tussen de lidstaten vergemakkelijkt;

De bestrijding van gendergerelateerd geweld: cybergeweld

28. neemt met grote bezorgdheid kennis van de toename van het aantal digitale misdrijven en gevallen van intimidatie, pesterijen, ongewenst gedrag en geweld ten aanzien van vrouwen in de digitale wereld; vestigt de aandacht op het belang van digitale en mediageletterdheid, cyberhygiëne en cyberveiligheid; pleit ervoor dat er middelen worden vrijgemaakt en campagnes worden opgezet om mensen bewust te maken van deze problemen en vrouwen voor te lichten over manieren waarop ze hun accounts en gesprekken kunnen beveiligen om zichzelf op het internet te beschermen, en over respectvolle sociale communicatie op het internet om vrouwen te waarschuwen voor potentiële aanvallers en andere gebruikers die mogelijk ongewenst gedrag kunnen vertonen; merkt op dat deze middelen en campagnes bovendien moeten worden ingezet om vrouwen te laten weten waar ze hulp kunnen zoeken in geval van nood; is van oordeel dat deze campagnes gericht moeten zijn op de bestrijding van gendergerelateerd geweld en genderstereotypen, de voorlichting van mannen over de manier waarop ze zich op het internet ten aanzien van vrouwen moeten gedragen, en de veiligstelling van de vrijheid van meningsuiting van vrouwen, evenals hun betekenisvolle deelname aan het openbaar debat; is bovendien van mening dat ondernemingen en ontwikkelaars gendergerelateerd geweld op het internet en misbruik van hun voorzieningen moeten aanpakken met behulp van doeltreffende meldings- en schorsingsmechanismen; verzoekt de lidstaten genoeg ruimte te bieden voor meldingskanalen en de ontwikkeling van opleidingsinstrumenten voor de politie, justitie en de ICT-sector te ondersteunen om rechtshandhavingsinstanties in staat te stellen doeltreffend onderzoek in te stellen naar kwaadwillige aanvallers en deze te vervolgen, en bijstand te bieden aan slachtoffers van intimidatie en geweld op het internet;

29. vraagt de instellingen, organen en instanties van de EU, alsook de lidstaten en hun rechtshandhavingsinstanties, samen te werken en concrete stappen te zetten om hun acties voor het tegengaan van het gebruik van ICT om misdrijven te begaan, waaronder online seksuele intimidatie en mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting, te coördineren en naar gender uitgesplitste gegevens met betrekking tot online gendergerelateerd geweld te verzamelen; is verheugd over de aankondiging door de Commissie van een enquête over gendergerelateerd geweld; verzoekt de Commissie en de lidstaten met klem te voorzien in passende financiering voor de ontwikkeling van kunstmatig intelligente oplossingen ter voorkoming en bestrijding van cybergeweld, seksuele intimidatie op het internet en de uitbuiting van vrouwen en meisjes, en intimidatie op de werkvloer; vraagt de lidstaten hun strafrecht te herzien om ervoor te zorgen dat nieuwe vormen van digitaal geweld worden gedefinieerd, erkend en strafbaar worden gesteld; verzoekt de lidstaten bovendien het IAO-verdrag van 2019 betreffende geweld en intimidatie te ratificeren, dat onder meer van toepassing is op beroepsmatige communicatie;

30. is van oordeel dat het voor de verwezenlijking van gendergelijkheid van essentieel belang is om alomvattende, leeftijdsgeschikte seksuele en relationele voorlichting tot stand te brengen waarin onder meer aandacht wordt besteed aan de bestrijding van cybergeweld en seksuele intimidatie op het internet, alsook aan het tegengaan van het tot lustobject maken en de overseksualisering en seksuele uitbuiting van vrouwen op het internet; verzoekt de Commissie en de lidstaten beleid en maatregelen vast te stellen om de seksuele intimidatie op STEM-onderwijslocaties en op scholen, evenals in de ICT-sector, aan te pakken; roept werkgevers op hun HR-maatregelen aan te passen om zowel oude als nieuwe vormen van online intimidatie aan te kunnen pakken met behulp van verplichte voorlichting en noodnummers voor slachtoffers;

31. pleit voor verdere, juridisch bindende maatregelen en voor een richtlijn ter voorkoming en bestrijding van gendergerelateerd geweld, waaronder cybergeweld, dat vaak gericht is op vrouwen en waarmee onder meer wordt beoogd prominente vrouwelijke figuren en vrouwelijke politici en activisten het zwijgen op te leggen, alsook van haatzaaiende taal ten aanzien van vrouwen op het internet; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat in het aankomende voorstel voor een wet inzake digitale diensten en een nieuw kader voor samenwerking tussen internetplatforms ook aandacht wordt besteed aan de verantwoordelijkheden van deze platforms met betrekking tot de verspreiding door gebruikers van haatzaaiende uitlatingen en andere schadelijke, beledigende of seksistische inhoud, ter bescherming van de veiligheid van vrouwen op het internet; verzoekt de Commissie geharmoniseerde juridische definities van cybergeweld te formuleren en een nieuwe gedragscode voor internetplatforms vast te stellen ter bestrijding van gendergerelateerd geweld op het internet;

Opkomende gebieden

32. roept de nationale overheden en de EU-instellingen op de handen ineen te slaan met de private sector om EU-brede rolmodelcampagnes op te zetten en jonge vrouwelijke professionals via deze weg aan te sporen een baan te zoeken op het gebied van cyberbeveiliging, wat de vaardighedenkloof aanzienlijk zou verkleinen, de economie een impuls zou geven en de algehele veerkracht van de cyberbeveiligingsindustrie in Europa zou verbeteren;

33. beklemtoont dat er nadere inspanningen moeten worden geleverd op regelgevingsgebied om ervoor te zorgen dat kunstmatige intelligentie strookt met de beginselen en waarden op het gebied van gendergelijkheid en non-discriminatie, zoals verankerd in artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie;

34. benadrukt dat er behoefte is aan een dieper inzicht, vanuit een genderperspectief, in opkomende gebieden zoals algoritmische besluitvorming, blockchaintechnologie, cryptovaluta en gegevenstoezicht, en dat in dit verband speciale strategieën moeten worden opgesteld;

Gendergelijkheid in ontwikkelingsbeleid

35. uit zijn bezorgdheid over de mogelijkheid dat de digitale genderkloof in ontwikkelingslanden en -gebieden tijdens de huidige crisis nog groter wordt; vestigt de aandacht op het belang van de bevordering van de digitale geletterdheid van en de digitale toegankelijkheid en betaalbaarheid voor vrouwen en meisjes als instrumenten voor de verwezenlijking van gendergelijkheid in ontwikkelingsstrategieën; onderstreept dat ontwikkelingsmiddelen moeten worden ingezet voor de bevordering van digitaal onderwijs voor meisjes en vrouwen, en de ondersteuning van door vrouwen geleide projecten in de digitale sector, en met name projecten met een maatschappelijke impact;

36. brengt in herinnering dat mensen met een handicap, (etnische) minderheden, vrouwen met uiteenlopende sociaal-economische achtergronden, oudere vrouwen, vrouwen in plattelandsgebieden en vrouwelijke vluchtelingen en migranten op problemen kunnen stuiten bij het verkrijgen van toegang tot digitale diensten en aanverwante voorzieningen; onderstreept het belang van een intersectionele aanpak voor alle initiatieven op het gebied van gendermainstreaming met betrekking tot de bevordering van de toegang van vrouwen tot digitale diensten en hun gebruik daarvan, alsook van het onderwijs en werk in de digitale economie en samenleving; verzoekt de lidstaten de digitale uitsluiting van alle kwetsbare groepen in de samenleving aan te pakken en ICT-onderwijs aan deze groepen beschikbaar te stellen door de onderwijsmethoden en tijdschema’s af te stemmen op de verschillende factoren die bepalend zijn voor de toegang van vrouwen tot onderwijs;

°

° °

37. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

 


 

TOELICHTING

De digitalisering heeft onze levens fundamenteel veranderd en heeft nieuwe mogelijkheden gecreëerd, maar brengt ook meerdere uitdagingen met zich mee. Gelijke kansen op de arbeidsmarkt, gelijke behandeling op het werk en streven naar een evenwicht tussen mannen en vrouwen in de digitale sector is van het uiterste belang, niet enkel voor de economie van de EU, bijvoorbeeld in termen van groei van het bbp, maar ook om alle getalenteerde vrouwen en meisjes die kiezen voor een carrière in de STEM-sector (wetenschap, technologie, engineering, wiskunde) een eerlijke kans te geven.

 

De huidige COVID-19-crisis, die de manier waarop mensen en bedrijven ICT en andere digitale technologieën gebruiken om te werken en te communiceren radicaal heeft veranderd, heeft nog eens benadrukt dat er in deze sector dringend een evenwicht tussen mannen en vrouwen moet worden bewerkstelligd.

 

De ongelijkheden zijn tientallen jaren geleden vastgesteld en over de jaren heen zijn inspanningen geleverd om deze ongelijkheden aan te pakken. Desondanks blijven vooroordelen en ongelijkheden aanwezig in STEM-sectoren en de digitale sector (zoals digitale technologieën, computerwetenschappen, informatietechnologie, informatie- en communicatietechnologie, kunstmatige intelligentie, cyberbeveiliging). Dit is aangetoond in een recente studie in opdracht van de beleidsondersteunende afdeling Rechten van de burger en Constitutionele Zaken van het Europees Parlement, op verzoek van de commissie FEMM.

 

In dit verslag worden twee grote fenomenen aangewezen die bijdragen tot deze realiteit. Aan de ene kant zijn meisjes om een aantal culturele redenen geneigd om deze vakgebieden uit de weg te gaan omdat ze een carrière in deze sectoren niet zien als een reële optie. Aan de andere kant stappen veel van degenen die wel deze weg kiezen na een tijdje van dit pad af, als student of als werkende. Dit wordt ook wel het “lekkende pijplijn”-effect genoemd. De verschillen tussen mannen en vrouwen worden al vroeg duidelijk en blijven zichtbaar tijdens hun leven. Van de jongens tussen de 15 en 16 jaar oud gebruikt 73 % met gemak elektronische apparaten, terwijl dit slechts geldt voor 63 % van de meisjes in dezelfde leeftijdsgroep. Nog verontrustender is dat slechts 3 % van de tienermeisjes geïnteresseerd lijkt in een carrière als een ICT-professional.

 

Het “lekkende pijplijn”-effect verwijst naar de situatie waarin het zo is dat hoe verder een vrouw komt in haar academische studies en carrière, hoe groter de kans is dat ze ermee zal stoppen. Deze lekkende pijplijn wordt veroorzaakt door een aantal zaken, zoals werkplekken die niet familievriendelijk zijn, een gebrek aan vrouwelijke collega’s en mentoren en een gebrek aan professionele erkenning.

 

 

Doel en maatregelen

 

Met dit initiatiefverslag wordt getracht de onderliggende oorzaken van de bestaande digitale kloof tussen mannen en vrouwen aan te pakken, te reflecteren op de beschikbare data en concrete maatregelen en acties voor te stellen om de deelname van vrouwen en meisjes aan de digitale economie te bevorderen.

 

Er zijn meerdere oorzaken voor de digitale kloof tussen mannen en vrouwen. De rapporteur heeft het verslag gestructureerd volgens een traject dat loopt van de eerste fase, het onderwijs, tot werkgelegenheid, en ook rekening houdt met de sociale en culturele invloeden, in een poging om positieve terugkoppelingen in kaart te brengen en vast te stellen welke knelpunten de volledige integratie van vrouwen en meisjes in de digitale sector belemmeren.

 

Dit verslag omvat een aantal aanbevelingen aan de Commissie, de lidstaten en de samenleving in het algemeen.

 

De rapporteur benadrukt dat het niet enkel aan de overheidsinstanties en -organen is om op passende wijze de digitale kloof tussen mannen en vrouwen aan te pakken. Verschillende actoren - prominente figuren, private spelers of wetenschappers - kunnen gericht actie ondernemen om op doeltreffende wijze de participatie en rol van vrouwen en meisjes in de digitale economie te verbeteren.

 

De participatie van vrouwen in technische en hoogwaardige beroepen moet worden bevorderd. Daartoe moeten belemmeringen op het gebied van onderwijs en van professionele aard al vanaf een vroeg stadium worden bestreden en waarborgen worden gecreëerd voor digitaal een leven lang leren voor vrouwen.

 

Dit verslag bevat ook enkele aanbevelingen die erop gericht zijn de digitale kloof tussen mannen en vrouwen op verschillende vlakken aan te pakken, zoals de culturele en audiovisuele sector en de media, en de maatschappelijke, politieke en economische participatie van vrouwen.

 

Het belang van gegevensverzameling, cyberbeveiliging en verder onderzoek naar genderkwesties in ICT wordt ook benoemd.

 

Het is de overtuiging van de rapporteur dat het dichten van de kloof tussen mannen en vrouwen ervoor zal zorgen dat de welvaart op alle niveaus toeneemt en dat meer gelijkheid tussen vrouwen en mannen sociale rechtvaardigheid waarborgt.

 

 


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

12.11.2020

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

28

3

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Christine Anderson, Simona Baldassarre, Robert Biedroń, Vilija Blinkevičiūtė, Annika Bruna, Margarita de la Pisa Carrión, Rosa Estaràs Ferragut, Frances Fitzgerald, Cindy Franssen, Heléne Fritzon, Lina Gálvez Muñoz, Lívia Járóka, Arba Kokalari, Alice Kuhnke, Karen Melchior, Maria Noichl, Sandra Pereira, Pina Picierno, Sirpa Pietikäinen, Samira Rafaela, Evelyn Regner, Diana Riba i Giner, Eugenia Rodríguez Palop, María Soraya Rodríguez Ramos, Sylwia Spurek, Jessica Stegrud, Isabella Tovaglieri, Ernest Urtasun, Hilde Vautmans, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Chrysoula Zacharopoulou

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Maria da Graça Carvalho, Jadwiga Wiśniewska


 

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

28

+

PPE

Maria da Graça Carvalho, Rosa Estaràs Ferragut, Frances Fitzgerald, Cindy Franssen, Lívia Járóka, Arba Kokalari, Sirpa Pietikäinen, Elissavet Vozemberg-Vrionidi

S&D

Robert Biedroń, Vilija Blinkevičiūtė, Heléne Fritzon, Lina Gálvez Muñoz, Maria Noichl, Pina Picierno, Evelyn Regner

Renew

Karen Melchior, Samira Rafaela, María Soraya Rodríguez Ramos, Hilde Vautmans, Chrysoula Zacharopoulou

ID

Simona Baldassarre, Isabella Tovaglieri

Verts/ALE

Alice Kuhnke, Diana Riba i Giner, Sylwia Spurek, Ernest Urtasun

GUE/NGL

Eugenia Rodríguez Palop

ECR

Jadwiga Wiśniewska

 

3

-

ID

Christine Anderson

ECR

Margarita de la Pisa Carrión, Jessica Stegrud

 

2

0

ID

Annika Bruna

GUE/NGL

Sandra Pereira

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

 

 

[1] PB C 264 E van 13.9.2013, blz. 75.

[2] PB C 36 van 29.1.2016, blz. 18.

[3] PB C 93 van 9.3.2016, blz. 120.

[4] PB C 349 van 17.10.2017, blz. 56.

[5] PB C 66 van 21.2.2018, blz. 44.

[6] PB C 390 van 18.11.2019, blz. 28.

[7] Diepteanalyse “Empowering women on the Internet”, Europees Parlement, directoraat-generaal Intern Beleid, beleidsondersteunende afdeling C – Rechten van de burger en constitutionele zaken, 30 oktober 2015.

[8] Studie “The underlying causes of the digital gender gap and possible solutions for enhanced digital inclusion of women and girls”, Europees Parlement, directoraat-generaal Intern Beleid, beleidsondersteunende afdeling C – Rechten van de burger en constitutionele zaken, 15 februari 2018.

[9] Studie “Cyber violence and hate speech online against women”, Europees Parlement, directoraat-generaal Intern Beleid, beleidsondersteunende afdeling C – Rechten van de burger en constitutionele zaken, 16 augustus 2018.

[10] Studie “Education and employment of women in science, technology and the digital economy, including AI and its influence on gender equality”, Europees Parlement, directoraat-generaal Intern Beleid, beleidsondersteunende afdeling C – Rechten van de burger en constitutionele zaken, 15 april 2020.

[11] PB L 101 van 15.4.2011, blz. 1.

[13] EIGE-indicator 6. Bron: EIGE-informatieblad “Gender equality and digitalisation in the European Union”, gepubliceerd op 11 oktober 2018.

[14] EIGE-informatieblad “Gender equality and digitalisation in the European Union”, gepubliceerd op 11 oktober 2018.

[17] Studie van de Commissie getiteld “Women in the Digital Age” (2018).

Laatst bijgewerkt op: 4 december 2020Juridische mededeling - Privacybeleid