Procedure : 2020/0806(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0249/2020

Ingediende teksten :

A9-0249/2020

Debatten :

Stemmingen :

PV 15/12/2020 - 2

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0339

<Date>{09/12/2020}9.12.2020</Date>
<NoDocSe>A9-0249/2020</NoDocSe>
PDF 196kWORD 62k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>

<Titre>over de voordracht van Marek Opiola voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer</Titre>

<DocRef>(C9-0350/2020 – 2020/0806(NLE))</DocRef>


<Commission>{CONT}Commissie begrotingscontrole</Commission>

Rapporteur: <Depute>Matteo Adinolfi</Depute>

VOORSTEL VOOR EEN BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE 1: CURRICULUM VITAE VAN MAREK OPIOLA
 BIJLAGE 2: ANTWOORDEN VAN MAREK OPIOLA OP DE VRAGENLIJST
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

VOORSTEL VOOR EEN BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de voordracht van Marek Opiola voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer

(C9-0350/2020 – 2020/0806(NLE))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

 gezien artikel 286, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C9-0350/2020),

 gezien artikel 129 van zijn Reglement,

 gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0249/2020),

A. overwegende dat de Raad bij schrijven van 5 november 2020 het Europees Parlement heeft geraadpleegd over de benoeming van Marek Opiola tot lid van de Rekenkamer;

B. overwegende dat zijn Commissie begrotingscontrole de kwalificaties van de voorgedragen kandidaat heeft onderzocht, met name gelet op de in artikel 286, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vermelde voorwaarden;

C. overwegende dat deze commissie de kandidaat vervolgens op 7 december 2020 heeft gehoord, waarbij hij een inleidende verklaring heeft afgelegd en daarna de door de leden van de commissie gestelde vragen heeft beantwoord;

1. brengt negatief advies uit over de voordracht van de Raad voor de benoeming van Marek Opiola tot lid van de Rekenkamer;

2. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en, ter informatie, aan de Rekenkamer, de overige instellingen van de Europese Unie en de controle-instellingen van de lidstaten.

 


 

BIJLAGE 1: CURRICULUM VITAE VAN MAREK OPIOLA

Beroepservaring:

 

27 november 2019 → nu

Hoge Rekenkamer van Polen

Vicevoorzitter

 

12 november 2019 – 27 november 2019

Sejm, het parlement van de Republiek Polen, 9e zittingsperiode

Parlementslid - afgevaardigde van de Sejm

 Commissie speciale diensten

 Commissie regels, ledenzaken en immuniteiten

 Nationale defensiecommissie

 

2015 – 2019

Sejm, het parlement van de Republiek Polen, 8e zittingsperiode

Parlementslid - afgevaardigde van de Sejm

 Commissie speciale diensten

Voorzitter (van 2015 tot 2019)

 Nationale defensiecommissie

Vicevoorzitter (van 2015 tot 2019)

 Delegatie van de Sejm en de Senaat van de Republiek Polen bij de Parlementaire Vergadering van de NAVO

Delegatiehoofd (van 2016 tot 2019)

 

2011 – 2015

Sejm, het parlement van de Republiek Polen, 7e zittingsperiode

Parlementslid - afgevaardigde van de Sejm

 Commissie speciale diensten

Voorzitter (van februari 2013 tot augustus 2013)

Vicevoorzitter (van juli 2012 tot februari 2013)

 Nationale defensiecommissie

Subcommissie internationale samenwerking en NAVO

Voorzitter (van 2011 tot 2013)

 

 Delegatie van de Sejm en de Senaat van de Republiek Polen bij de Parlementaire Vergadering van de NAVO

Plaatsvervangend delegatiehoofd (van 2012 tot 2015)

 

2007 – 2011

Sejm, het parlement van de Republiek Polen, 6e zittingsperiode

Parlementslid - afgevaardigde van de Sejm

 Commissie speciale diensten

 Nationale defensiecommissie

Subcommissie internationale samenwerking en NAVO

Voorzitter (van 2009 tot 2011)

 Delegatie van de Sejm en de Senaat van de Republiek Polen bij de Parlementaire Vergadering van de NAVO

Plaatsvervangend delegatiehoofd (van 2007 tot 2011)

 

2005 – 2007

Sejm, het parlement van de Republiek Polen; 5e zittingsperiode

Parlementslid - afgevaardigde van de Sejm

 Nationale defensiecommissie

Vicevoorzitter (van 2006 tot 2007)

 Commissie speciale diensten

 Commissie regels, ledenzaken en immuniteiten

 

2002 – 2005

Hoofdkantoor Partij Recht en Rechtvaardigheid

 Voorzitter

 Uitvoerend bestuurder

Deskundige

Militaire ervaring:

1997 – 2002

Militaire troepen, eenheid nr. 2420

Burgerpersoneel

Onderwijs:

2003 – 2004

Universiteit van Warschau

Postdoctorale studie nationale veiligheid

Postdoctoraal diploma

 

1995 – 2003

Universiteit van Warschau

Faculteit Journalistiek en Politieke Wetenschappen Master of Arts in Politieke WetenschappenTalen:

Niveau van taalvaardigheid – Engels: goed

 

Toegang tot gerubriceerde informatie:

Toegang tot de als top secret, EU secret, NATO secret gerubriceerde informatie

 

Hobby’s en interesses:

Schieten, kanovaren, zeilen

 

 


 

BIJLAGE 2: ANTWOORDEN VAN MAREK OPIOLA OP DE VRAGENLIJST

Beroepservaring

1. Gelieve uw beroepservaring op het gebied van overheidsfinanciën te vermelden, of dat nu ervaring is op het gebied van begrotingsplanning, begrotingsuitvoering of -beheer, begrotingscontrole of audits.

Ik ben de afgelopen 15 jaar op het gebied van openbaar bestuur werkzaam geweest. Na gedurende vijf ambtstermijnen lid van de Sejm van de Republiek Polen te zijn geweest, trad ik aan als vicevoorzitter van de Hoge Rekenkamer. Tijdens het vervullen van deze rollen heb ik uitgebreide ervaring met wetgeven opgedaan op het gebied van overheidsfinanciën en het opzetten, controleren en toezicht houden op procedures voor de uitvoering van de overheidsbegroting.

Ik was gedurende meer dan 14 jaar lid van de Sejm van de Republiek Polen en zetelde in die periode in verschillende commissies: de Commissie regels, ledenzaken en immuniteiten, de Nationale defensiecommissie en de Commissie speciale diensten, waarvan ik vicevoorzitter en voorzitter was. Het werk van deze commissies was onder meer gericht op de volgende prioritaire taken: jaarlijkse goedkeuring van ontwerpbegrotingen en verslagen over de uitvoering van de overheidsbegroting, waaronder die van hoge instellingen zoals de Kanselarij van de president van de Poolse Republiek, de Kanselarijen van de Sejm en de Senaat, het nationaal verkiezingsbureau, het Ministerie van Nationale Defensie en de speciale veiligheidsdiensten, waaronder geclassificeerde begrotingen en alle begrotingen met de hoogste veiligheidsclassificatie. Gedurende mijn ambtstermijnen was ik betrokken bij 14 overheidsbegrotingen waarin 50 geclassificeerde begrotingen, 30 begrotingen van de hoogste kanselarijen en bureaus in het land en 14 begrotingen met betrekking tot nationale defensie waren opgenomen.

De ervaring die ik opdeed met het opstellen en uitvoeren van de overheidsbegroting op parlementair niveau was een nuttige voorbereiding voor de volgende stap in mijn carrière als vicevoorzitter van de Hoge Rekenkamer. Bijgevolg vergemakkelijkte het ook de overgang van parlementair toezicht op overheidsfinanciën naar het door een externe auditor uitgevoerde onafhankelijk toezicht. Dankzij mijn taken als vicevoorzitter van de Hoge Rekenkamer heb ik ruime ervaring kunnen opdoen via mijn bijdragen aan de jaarlijkse werkcyclus van de Rekenkamer, gaande van de ontwikkeling van een werkplan voor het volgende jaar, de planning van controles, zelfmonitoring en de goedkeuring van definitieve documenten tot de publicatie van controleresultaten. Mijn bevoegdheden bestaan uit het toezicht houden op een deel van de controle van de uitvoering van de staatsbegroting, hetgeen de belangrijkste controle is die de Hoge Rekenkamer uitvoert.

Dit jaar heb ik toezicht gehouden op meer dan tachtig controles voor entiteiten die werkzaam zijn in de sector overheidsfinanciën in het kader van controles voor begrotingsuitvoering en toezicht op monetair overheidsbeleid. Bovendien houd ik momenteel toezicht op vijftig geplande en ad-hoccontroles van de Hoge Rekenkamer met als doel het toezicht houden op het gebruik van overheidsmiddelen, waaronder middelen op zowel nationaal als EU-niveau. Volgens de passende veiligheidsregelingen heb ik toezicht gehouden op zes controles die in het kader van de overheidsbegroting 2019 als staatsgeheim waren gecategoriseerd en vier geplande controles die als gerubriceerde informatie waren gecategoriseerd. Overeenkomstig de normale gang van zaken hield de Hoge Rekenkamer in 2019 toezicht op ongeveer 400 instellingen en had direct leiding over controles bij ongeveer 10 % daarvan, als grondslag voor het opstellen van de Analyse van de uitvoering van de staatsbegroting en het monetair beleid in 2019. Ik hield toezicht op begrotingscontroleprocedures voor de beheerders van belangrijke begrotingslijnen, waaronder 16 fondsen met een specifiek doel onder beheer van centrale overheidsorganen, lagere beheerders en uitvoerende agentschappen, de speciale eenheden onder auspiciën van het Ministerie van Nationale Defensie, alsook de speciale troepen voor de openbare orde en veiligheid onder auspiciën van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Bestuur. Ook hield ik toezicht op begrotingscontroles op lokaal niveau met betrekking tot lagere beheerders, uitvoerende agentschappen, juridische overheidsentiteiten, het provinciale bestuur in verband met de uitvoering van de provinciale begrotingen en de lokale overheden en begunstigden van financiering in het kader van de staats- en EU-begrotingen als onderdeel van het operationele programma “Infrastructuur en Milieu”.

Wat het thematisch toepassingsgebied betreft, hebben mijn toezichthoudende activiteiten als vicevoorzitter van de Hoge Rekenkamer betrekking gehad op alle soorten door de Rekenkamer uitgevoerde controles, waardoor ik mij uitvoerig vertrouwd kon maken met de kenmerken van geplande en ad-hoccontroles. Sommige controles waarop ik tijdens mijn professionele loopbaan tot op heden toezicht heb gehouden, hadden betrekking op openbare veiligheid. Mijn dagelijkse taken bestaan uit het volgen van de vooruitgang in de productie van controledocumenten, waaronder gerubriceerde documenten, en het uitvoeren van controletaken volgens de algemeen geldende wettelijke voorschriften, normen en doelstellingen voor controles en de controleprocedure van de Hoge Rekenkamer. Ik onderzoek en los punten van zorg op van directeuren van de organisatorische eenheden die verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van controles, en het toezicht houden op en goedkeuren van de definitieve documenten behoort ook tot mijn bevoegdheden. Ik ben actief betrokken bij de werkzaamheden van de Raad van de Hoge Rekenkamer, die het hoogste orgaan binnen die instelling is. Mijn activiteiten binnen dat orgaan bestaan uit het onderzoeken van punten van zorg van de centrale autoriteiten ten aanzien van begrotingsaangelegenheden en geplande controles, het goedkeuren van de analyse van de uitvoering van de staatsbegroting en het monetair beleid en het goedkeuren van een advies over de verlening van kwijting aan de ministerraad. Als lid van de planninggroep werk ik ook mee aan het werkprogramma van de Hoge Rekenkamer, zoals het opzetten van controles van de uitvoering van de staatsbegroting.

2. Wat zijn de belangrijkste successen die u tijdens uw loopbaan heeft geboekt?

Mijn belangrijkste succes die ik tijdens mijn loopbaan heb geboekt, is het vertrouwen dat de Poolse bevolking in mij heeft gesteld door mij gedurende 14 achtereenvolgende jaren de taak van lid van de Sejm van de Republiek Polen toe te vertrouwen. Ik ben er trots op dat mijn werk door mijn kiezers gedurende zoveel jaren zo hoog werd gewaardeerd. Ik wil ook graag een aantal projecten vermelden die de afgelopen jaren onder mijn hoede zijn geïntroduceerd en uitgevoerd. Het eerste is het Płock Oncology Project, dat een politiek en instellingen overstijgend project is ter bevordering van de gezondheid van inwoners in Płock en de omliggende regio door de verlening van toegang tot oncologische radiotherapie, opleiding voor medisch personeel en voorlichting over kankerpreventie.

Milieuactie is altijd een belangrijk punt van zorg voor mij geweest. Het Oncology Project omvat daarom onderzoek naar de gevolgen van luchtkwaliteit voor de menselijke gezondheid. Ik ben van mening dat het evenzeer belangrijk is om jongeren van het probleem bewust te maken. Dit wordt beoogd door de EkoMonster-wedstrijd; dat is een door mij opgezette regeling gericht op basisschoolleerlingen in de regio waarvoor machines of installaties moeten worden ontworpen die belangrijke milieubedreigingen met betrekking tot luchtkwaliteit belichamen. Succes op regionaal niveau werd omgezet in succes op nationaal niveau in de vorm van een wedstrijd die plaatsvond in het kader van het Educational Anti-Smog Network van Polen. De winnende scholen kregen smogmeters en toegang tot interactieve tabellen met gegevens over de actuele luchtkwaliteit op scholen. Bovendien wordt op basis daarvan een speciaal onderwijsproject door het Scientific and Academic Computer Network (nationaal onderzoeksinstituut) uitgevoerd.

Mijn derde belangrijkste succes is het verslag over de situatie betreffende hinderlijke geuren in Polen, dat in de loop van drie jaar in samenwerking met andere landen en nationale instellingen werd opgesteld; hiervoor werden door de Hoge Rekenkamer opgestelde verslagen gebruikt en dit vormde de aanleiding voor actie op nationaal niveau om een wet inzake preventie van hinderlijke geuren goed te keuren.

3. Wat is uw beroepservaring op het gebied van internationale multiculturele en meertalige organisaties of instellingen buiten uw thuisland?

Vanaf 2005 maakte ik deel uit van de delegatie van de Sejm en de Senaat van de Republiek Polen bij de Parlementaire Vergadering van de NAVO; in 2007-2015 was ik vicevoorzitter, en in 2016-2019 was ik delegatiehoofd.

De Parlementaire Vergadering van de NAVO, die wordt gehouden in Brussel, bestaat uit enkele honderden parlementsleden van de 29 NAVO-lidstaten, 16 geassocieerde landen en 8 waarnemers. De hoofdprioriteiten bestaan uit het versterken van de banden tussen de NAVO-lidstaten, het bevorderen van de parlementaire democratie en markteconomie, het uitoefenen van parlementair toezicht op de strijdkrachten en het veiligheidsbeleid, het aangaan van de dialoog met Rusland en Oekraïne en het aanknopen en onderhouden van contacten tussen de NAVO en het nationaal parlement.

Ik werkte gedurende een periode van 12 jaar doorlopend samen met de leden van de nationale delegaties, door onder meer elk jaar deel te nemen aan twee plenaire zittingen, een tiental externe commissievergaderingen en andere evenementen die werden georganiseerd door de Parlementaire Vergadering van de NAVO en andere internationale organisaties zoals de Atlantische Raad, de Associatie van het Atlantische Verdrag, de Industriële Adviesgroep van de NAVO, het Geneva Centre for the Democratic Control of Armed Forces, de Amerikaanse National Defense University, ISAF en de OSVE. Daardoor had ik de kans om op te treden als waarnemer tijdens korte verkiezingswaarnemingsmissies, onder andere in Oekraïne en Georgië.

Als delegatiehoofd speelde ik een actieve rol op speciale vergaderingen van de Noord-Atlantische Raad in Brussel, waar ik regelmatig de prioriteiten van Polen voor transatlantisch beleid, veiligheid en defensie onder de aandacht kon brengen. Tweemaal (in 2010 en 2018) heb ik zittingen geleid van de Parlementaire Vergadering van de NAVO in Warschau, die werden bijgewoond door enkele honderden deelnemers uit alle lidstaten. In 2016 woonde ik de NAVO-top bij. Als lid van de Commissie veiligheid en defensie en de speciale groep voor het Middellandse Zeegebied en het Midden-Oosten kon ik nauw samenwerken met mijn collega’s in andere landen om de actuele geopolitieke situatie te volgen. Dit omvatte bezoeken aan NAVO-lidstaten en andere landen binnen de belangensfeer van de NAVO. Door dit soort samenwerking en de noodzaak Engels als werktaal te gebruiken (voor documenten, vergaderingen en officieuze gesprekken met vertegenwoordigers van andere delegaties), kreeg ik ervaring met het aanknopen van contacten op internationaal niveau en het verwerven van kennis; hiermee kon ik uitvoerige discussies met andere leden aangaan over de definitieve documenten en adviezen die door de leden tijdens de plenaire zittingen van de Parlementaire Vergadering van de NAVO voorgesteld en besproken zouden worden.

Een goed voorbeeld van directe bilaterale samenwerking is de relatie die ik kon opbouwen met de vertegenwoordigers van het parlement van Afghanistan, die later de voorjaarszitting van de Parlementaire Vergadering van de NAVO in Warschau bijwoonden.

4. Heeft men u kwijting verleend voor de managementtaken die u voorheen uitvoerde, indien een dergelijke procedure van toepassing is?

Vanwege de aard van de rollen die ik tot op heden tijdens mijn loopbaan heb vervuld, is mij nog geen kwijting verleend. Tegelijkertijd ben ik echter van mening dat ik een soortgelijke controle heb ondergaan; ten eerste door de kiezers in de opeenvolgende verkiezingen waarbij ik werd verkozen of herverkozen voor de Sejm van de Republiek Polen, en ten tweede tijdens mijn voorzitterschap van diverse parlementaire commissies, aangezien geen verzoeken tot afzetting werden ingediend.

5. Welke van de door u vervulde functies waren het gevolg van een politieke benoeming?

De enige politieke benoemingen die ik tijdens mijn carrière heb ontvangen, hadden betrekking op mijn opneming in de kieslijst door mijn politieke partij. Ik verwierf mijn andere openbare rollen op basis van democratische verkiezingen, hetzij algemene verkiezingen (voor het nationaal parlement) hetzij parlementaire verkiezingen, ofwel op grond van unaniem binnen een parlementair forum (commissie- of delegatievoorzitter of vicevoorzitter van de Hoge Rekenkamer) genomen besluiten.

6. Wat zijn de drie belangrijkste beslissingen waarbij u tijdens uw loopbaan betrokken bent geweest?

In 2016 wendde ik de aan mij als delegatiehoofd van de Sejm en de Senaat van de Republiek van Polen bij de Parlementaire Vergadering van de NAVO toegewezen bevoegdheden aan om een besluit tot stand te brengen om in 2018 de voorjaarszitting van de Parlementaire Vergadering van de NAVO in Warschau te organiseren. Die datum was geen toevallige keuze, aangezien Polen in 2018 de honderdste verjaardag van zijn onafhankelijkheid vierde. Ik kan met genoegen melden dat het evenement een groot succes was en dat tal van parlementsleden uit de hele wereld daarna meermaals voor privédoeleinden naar Polen terugkeerden om mijn land met hun hele gezin te bezoeken.

Ik ben ook trots op mijn besluit mijn inspanningen aan sociale en ecologische projecten te wijden. Zowel het voornoemde Oncology Project als het op scholen geïnstalleerde netwerk van luchtkwaliteitsmeters komen momenteel burgers ten goede en zullen dat nog vele jaren blijven doen.

De pandemie die de wereld sinds het begin van het jaar teistert, heeft ons voor een ongekende uitdaging gesteld. Elk van ons heeft zich moeten aanpassen aan het nieuwe normaal op het werk, thuis en in onze relaties met anderen. In mijn hoedanigheid van vicevoorzitter van de Hoge Rekenkamer heb ik op deze crisis moeten reageren en heb ik besluiten moeten nemen over de beste manier om in deze uitzonderlijke omstandigheden de instelling te leiden. De pandemie sloeg toe tijdens een begrotingscontrole, wat een extra uitdaging meebracht voor de doeltreffendheid, integriteit en betrouwbaarheid van het controleproces. Dankzij de besluitvaardige stappen die ik nam om manieren van werken op afstand met behulp van moderne digitale systemen in te voeren, kon niet alleen de begrotingscontrole op tijd worden afgerond maar kon ook een alomvattend verslag aan het parlement worden voorgelegd.

Onafhankelijkheid

7. In het Verdrag wordt bepaald dat de leden van de Rekenkamer hun ambt “volkomen onafhankelijk” uitoefenen. Hoe zou u bij de uitoefening van uw toekomstige functie invulling geven aan deze verplichting?

Ik ben van mening dat transparantie en ethisch gedrag van de kant van ambtenaren absoluut noodzakelijk zijn voor het vertrouwen van de burgers. Ik vervul mijn rol van vicevoorzitter van de Hoge Rekenkamer met de grootst mogelijke zorgvuldigheid en onpartijdigheid, en mijn onafhankelijkheid is dan ook nooit in twijfel getrokken; ik ben ervan overtuigd dat hetzelfde zou gelden mocht ik benoemd worden tot lid van de Rekenkamer, die ik beschouw als een uiterst betrouwbare, onafhankelijke en ethische instelling die ten dienste staat van de burgers van de EU. Ik verzeker u hierbij dat ik mijn taken onpartijdig, eerlijk en verantwoordelijk zal uitvoeren en dat ik de beginselen van inzet voor mijn werk, collegialiteit en vertrouwelijkheid zal eerbiedigen. Mocht het ooit nodig zijn, zou ik mij uit de relevante controletaak ontheffen en geen verdere rol meer vervullen in besluiten en besprekingen ter zake.

8. Heeft u of hebben uw naaste familieleden (uw ouders, broers en zussen, wettelijke partner en kinderen) zakelijke of financiële belangen of andere verplichtingen waardoor een conflict met uw toekomstige taken zou kunnen optreden?

Ik noch mijn naaste familieleden hebben zakelijke of financiële belangen en ik ben niet betrokken bij zakelijke of financiële activiteiten waardoor een conflict met mijn toekomstige taken als lid van de Rekenkamer zou kunnen optreden.

9. Bent u bereid om al uw financiële belangen en andere verplichtingen aan de voorzitter van de Rekenkamer te onthullen en ze openbaar te maken?

Met betrekking tot de rollen die ik heb vervuld en in het licht van mijn loopbaan tot nu toe wens ik te benadrukken geen financiële belangen of verplichtingen te hebben die onder enige vorm van geheimhoudingsplicht vallen en dat mijn financiële situatie volledig transparant is. Ik verbind mij ertoe al mijn financiële belangen aan de voorzitter van de Rekenkamer te onthullen en de publicatie van een staat van mijn vermogen toe te staan. Ik wens te benadrukken dat ik gedurende de 15 jaar als lid van de Sejm van de Republiek van Polen verklaringen van financiële belangen heb ingediend die blijk geven van transparantie, overeenkomstig het beginsel van openbare controle van politieke zaken. Vanwege de veiligheidsregelingen die op mij van toepassing zijn, onder meer voor toegang tot gerubriceerde EU- en NAVO-informatie op hoog niveau, hebben de bevoegde instellingen sinds 2006 ook mijn vermogen gecontroleerd en counterintelligence-controles uitgevoerd.

10. Bent u momenteel betrokken bij een gerechtelijke procedure? Zo ja, verstrek nadere bijzonderheden.

Ik ben nooit betrokken geweest bij enige gerechtelijke procedure.

11. Hebt u een actieve of uitvoerende rol in de politiek? Zo ja, op welk niveau? Hebt u de afgelopen 18 maanden een politieke functie vervuld? Zo ja, verstrek nadere bijzonderheden.

Momenteel heb ik geen actieve, passieve of uitvoerende rol in de politiek en ben ik geen lid van een politieke partij. Ik heb op 27 november 2019 mijn parlementaire zetel opgegeven, het lidmaatschap van mijn politieke partij stopgezet en mijn ontslag genomen als secretaris van het politiek comité ervan.

12. Zou u een functie waarvoor u gekozen bent, of een actieve functie met verantwoordelijkheden in een politieke partij opgeven als u wordt benoemd tot lid van de Rekenkamer?

Als ik word benoemd tot lid van de Rekenkamer, zal ik de functie van vicevoorzitter van de Hoge Rekenkamer neerleggen. Ik wens hieraan toe te voegen geen lid van een politieke partij te zijn.

13. Hoe zou u te werk gaan bij een zaak die verband houdt met een ernstige onregelmatigheid, of zelfs fraude en/of corruptie, waarbij personen uit uw lidstaat van herkomst betrokken zijn?

Mijn reactie op een zaak die verband houdt met een ernstige onregelmatigheid, fraude of corruptie, zou uitsluitend gebaseerd zijn op een eerlijke en objectieve beoordeling van de situatie en de controleresultaten, ongeacht de betrokken lidstaat. Als er sprake zou zijn van enig vermoeden van frauduleus gedrag, zou ik onmiddellijk en in overleg maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat de kwestie naar het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) wordt verwezen. Deze gang van zaken zou niet open staan voor discussie, ongeacht het betrokken land of individu. Als vicevoorzitter van de Hoge Rekenkamer heb ik kritische verslagen met eerlijk onderzoek naar onregelmatigheden ingediend, die onder meer resulteerden in meldingen van strafbare feiten en schendingen van de begrotingsdiscipline.

14. Wat zijn volgens u de belangrijkste kenmerken van een cultuur van goed financieel beheer in eender welke openbare dienst? Hoe zou de Rekenkamer hiertoe kunnen bijdragen?

Ik ben sterk de mening toegedaan dat goed financieel beheer bij het uitvoeren van eender welke begroting, met inbegrip van de EU-begroting, gebaseerd moet zijn op de beginselen van zuinigheid, doeltreffendheid en efficiëntie. Op grond van mijn ervaring bij de Hoge Rekenkamer zijn naar mijn mening twee elementen van bijzonder belang. Het eerste is het beperken van het oordeel van ambtenaren om willekeurige besluiten te nemen en het wegnemen van belangenconflicten. Het tweede element is transparantie in het gebruik van overheidsmiddelen en een doeltreffend controlesysteem te waarborgen. Naar mijn mening is de duidelijke vaststelling van streefdoelen en prestatie-indicatoren van cruciaal belang, net als doeltreffende, efficiënte en op resultaten gebaseerde externe controles. Transparante verslaglegging over resultaten in het belang van democratische verantwoordingsplicht is eveneens van uitermate belang. Tijdens mijn werk bij de Hoge Rekenkamer heb ik altijd sterk aangedrongen op de regels voor financieel beheer, die zijn uiteengezet in de wettelijke controlecriteria (wettigheid, zuinigheid, ontvankelijkheid en betrouwbaarheid). Ik ben er sterk van overtuigd dat deze beginselen door alle overheidsinstellingen toegepast zouden moeten worden.

De unieke positie van de Rekenkamer impliceert dat haar controles – waarvan de resultaten een significante rol spelen bij de verlening van kwijting voor de uitvoering van de communautaire begroting – helpen een cultuur van goed financieel beheer te handhaven door de eerbiediging van deze beginselen te waarborgen. Als deze controles een nog grotere rol moeten vervullen, is het niet alleen van cruciaal belang dat zij juist worden uitgevoerd, maar ook dat de output van de Rekenkamer van de hoogst mogelijke kwaliteit is, zodat zij dienst kunnen doen als goede basis voor politieke beleidsmakers die governance trachten te bevorderen. Hieruit volgt dat controleverslagen een duidelijke boodschap moeten bevatten en begrijpelijk en evenwichtig moeten zijn; ze zouden niet alleen aandacht moeten besteden aan de onregelmatigheden die zijn vastgesteld, maar ook aan eventuele beste praktijken die zijn geïdentificeerd, teneinde de verdere verspreiding ervan te bevorderen.

De Rekenkamer draagt bij aan goed financieel beheer door ten eerste passende aanbevelingen te doen en door ten tweede de uitvoering ervan in een later stadium te volgen. Juiste, haalbare en kosteneffectieve aanbevelingen zouden een grotere impact hebben en meer waarde toevoegen; ze zouden ook helpen geld te besparen en waar mogelijk regelgeving te stroomlijnen en de administratieve rompslomp te verminderen. Het is bovendien van cruciaal belang aanbevelingen op maat te maken van het relevante publiek en een termijn voor de uitvoering ervan vast te stellen als grondslag voor toekomstige voortgangscontroles.

15. Volgens het Verdrag moet de Rekenkamer het Parlement bijstaan in de uitoefening van zijn bevoegdheid voor controle op de uitvoering van de begroting. Hoe zou u de samenwerking tussen de Rekenkamer en het Europees Parlement (in het bijzonder de Commissie begrotingscontrole) verder verbeteren om zowel het publieke toezicht op de algemene uitgaven als het rendement ervan te bevorderen?

Gedurende mijn 15 jaar beroepservaring in het Poolse parlement en de Hoge Rekenkamer heb ik geleerd dat parlementair toezicht om de juiste uitvoering van de begroting te waarborgen, van cruciaal belang is, zowel op nationaal als op Europees niveau. Daarom pleit ik voor nauwe samenwerking tussen de Rekenkamer en het Europees Parlement, met name zijn Commissie begrotingscontrole.

Uit ervaring weet ik hoe belangrijk het is om controles tijdig en gericht uit te voeren. Naar mijn mening moeten verslagen van de Rekenkamer tijdig worden gepubliceerd, terwijl zij nog betekenis hebben voor het Europees Parlement. Ik ben ook voorstander om aandachtig te luisteren naar voorstellen van het Europees Parlement over aan controles gerelateerde onderwerpen. Daarom is het cruciaal om, niet in het minst in het belang van beter wetgeven, naar behoren rekening te houden met het werkprogramma van het Parlement en de wetgevingsprocedure bij het plannen van controles, zodat leden van het Europees Parlement toegang kunnen krijgen tot nuttige informatie als basis voor hun openbare debatten. De Rekenkamer heeft al stappen in die richting gezet en maakt bij het plannen van haar werkzaamheden gebruik van de door de Conferentie van commissievoorzitters geformuleerde voorstellen. Een goede samenwerking vraagt niet alleen om regelmatige vergaderingen tussen de leden van de Rekenkamer en de leden van de Commissie begrotingscontrole, maar ook om vergaderingen tussen de leden die de individuele kamers van de Rekenkamer vertegenwoordigen en leden van de sectorale comités van het Parlement, waardoor de dialoog tussen beide instellingen wordt bevorderd.

16. Wat is volgens u de toegevoegde waarde van doelmatigheidscontroles en hoe moeten de bevindingen worden geïntegreerd in de beheerprocedures?

Zowel doelmatigheidscontroles als financiële en nalevingscontroles verschaffen cruciale informatie over het gebruik van middelen en zijn daarom belangrijke factoren voor goede governance en transparantie.

De toegevoegde waarde van doelmatigheidscontroles bestaat uit het feit dat zij objectieve informatie verschaffen en resulteren in aanbevelingen ten aanzien van overheidsuitgaven volgens de beginselen van zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid. De resultaten van doelmatigheidscontroles zouden moeten worden gebruikt als grondslag voor het verbeteren van de beheerprocedures van bestuursstructuren, waarbij de werking van gecontroleerde entiteiten wordt verbeterd en er wordt gewaarborgd dat het geld van de belastingbetalers beter wordt besteed.

Naar mijn mening moeten EU-burgers niet alleen weten of het geld overeenkomstig de geldende regelgeving is uitgegeven, maar ook of de beoogde resultaten zijn behaald. Duidelijke voorbeelden van beste praktijken zouden voorhanden moeten worden gemaakt. In mijn ogen heeft de Rekenkamer een verstandige stap gezet naar grotere betrokkenheid bij de uitvoering van doelmatigheidscontroles. Door de huidige sociale en economische crisis als gevolg van de pandemie is het meer dan ooit van belang dat met EU-uitgaven de beoogde resultaten zo snel mogelijk worden behaald. Bovendien wordt het door de begrotingsbeperkingen die nu en in de toekomst van toepassing zijn, steeds belangrijker om overheidsuitgaven in overeenstemming te brengen met de beginselen van zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid. Ik ben er sterk van overtuigd dat dit het democratische toezicht op de uitvoering van de begroting zal vergroten en het vertrouwen in de EU en haar instellingen zal bevorderen.

17. Hoe kan de samenwerking tussen de Rekenkamer, de nationale controle-instanties en het Europees Parlement (Commissie begrotingscontrole) worden verbeterd op het punt van de controle van de EU-begroting?

Dankzij mijn beroepservaring binnen het nationale parlement en de Hoge Rekenkamer van Polen ben ik voorstander van een actieve samenwerking tussen alle betrokken partijen, op grond van wederzijds vertrouwen en met inachtneming van institutionele onafhankelijkheid. Regelmatige uitwisseling van informatie en ervaringen tussen de Rekenkamer, de nationale controle-instanties en de Commissie begrotingscontrole op beleidsterreinen onder gedeeld beheer helpt het toezicht op de EU-begroting te verbeteren. Het spreekt voor zich dat de samenwerking tussen de Rekenkamer en de nationale controle-instanties ook wordt beïnvloed door de verschillende bevoegdheden, werkwijzen en rechtsvormen van de hoge controleorganen.

Het uitwisselen van informatie in een vroeg stadium van het werkplanningsproces versterkt de samenwerking tussen de controle-instanties als grondslag voor verbeterde coördinatie van het optreden. Dit zou ook meer manoeuvreerruimte bieden om gezamenlijke controles uit te voeren. Ik zie dit als een nuttig initiatief dat waardevolle en interessante resultaten zou opleveren. Naar mijn mening zal het de dialoog tussen de Rekenkamer en de EU-instellingen, met name de Raad, het Parlement en de Commissie, bevorderen waardoor op kwesties die normaal gesproken niet onder controles vallen, kan worden ingegaan.

De Europese Rekenkamer werkt samen met nationale controleorganen op tal van niveaus, bijvoorbeeld binnen EUROSAI en INTOSAI, het Contactcomité en het netwerk van nationale controleorganen in de kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten van de EU, waar kwesties van gemeenschappelijk belang die als grondslag voor samenwerking kunnen dienen, worden besproken. De Rekenkamer neemt deel aan collegiale toetsingen, die een bijzonder waardevolle vorm van samenwerking zijn. Bevindingen van andere nationale controleorganen zijn niet alleen nuttig omdat ze een objectieve beoordeling geven van actuele activiteiten en verbeterpunten aanduiden, maar ook omdat ze bijdragen aan institutionele transparantie.

In het belang van een breder publiek debat zou het een goed idee zijn als de Rekenkamer actief met de nationale controleorganen en andere instellingen in de lidstaten samenwerkt in de vorm van frequentere verkennende inventarisaties. Binnen de grenzen van mijn toekomstige opdracht zal ik mij inspannen om te zorgen voor een frequentere opstelling van dit soort verslagen, aangezien zij een overkoepelend perspectief bieden van het EU-optreden en controlemaatregelen tot dusver. Aan de hand van verkennende inventarisaties komen langetermijntrends en grote bedreigingen en problemen aan het licht, waardoor dit dus voor het Europees Parlement een uiterst nuttig instrument is op het vlak van EU-begrotingscontrole. Bovendien kan hiermee de richting van toekomstige controlewerkzaamheden worden aangegeven door gebieden te belichten die voorheen buiten het toepassingsgebied van controles vielen.

Volgens mij bestaat een van de taken van een lid van de Rekenkamer erin positieve relaties met het nationale controleorgaan in zijn of haar thuisland te onderhouden en onderlinge samenwerking te verbeteren, bijvoorbeeld door deel te nemen aan presentaties, conferenties en workshops waar informatie over werkresultaten, toegepaste controlemethoden, beste praktijken, eventuele ondervonden problemen en bijbehorende oplossingen tussen de twee instellingen kan worden uitgewisseld. De Hoge Rekenkamer van Polen en de Europese Rekenkamer kennen van oudsher een uiterst constructieve samenwerking, die hopelijk zou worden voortgezet mocht ik als lid van de Rekenkamer worden benoemd.

18. Hoe zou u de verslaglegging van de Rekenkamer verder ontwikkelen teneinde het Europees Parlement van alle noodzakelijke informatie te voorzien met betrekking tot de juistheid van de gegevens die door de lidstaten aan de Europese Commissie worden verstrekt?

De juistheid van de aan de Europese Commissie ter beschikking gestelde gegevens, met inbegrip van de door de lidstaten verstrekte gegevens, is van cruciaal belang voor een goede begrotingscontrole. Dit is een bijzonder belangrijk element met betrekking tot de beleidsterreinen onder gedeeld beheer, die goed zijn voor 80 % van de EU-begroting. De door de lidstaten verstrekte gegevens zouden juist, volledig en betrouwbaar moeten zijn en tijdig moeten worden doorgestuurd om begrotingsbeheer en -toezicht te vergemakkelijken. Deze gegevens vormen een wezenlijk aspect in de kwaliteit van de door de Europese Commissie opgestelde verslagen over de resultaten die door de uitgavenprogramma’s van de EU zijn behaald. Verder vormen betrouwbare gegevens een essentiële voorwaarde voor goede politieke besluitvorming, aangezien ze ervoor zorgen dat middelen worden gereserveerd voor het doel dat de beste resultaten zal opleveren.

Verslaglegging door de lidstaten en de betrouwbaarheid van gegevens zijn zeer actuele onderwerpen voor de Europese Rekenkamer en worden daarom in haar verslagen onderzocht. Naar mijn mening zou zij haar activiteiten op dat gebied moeten voortzetten en haar bevindingen over de in de nationale verslagleggingssystemen vastgestelde tekortkomingen alsook de door haar aanbevolen verbeteringen, met inachtneming van de potentiële baten en kosten, aan het Parlement voorleggen.

Tegelijkertijd denk ik dat het ook zinvol zou zijn voor de Rekenkamer en de nationale controleorganen in de lidstaten om gezamenlijke controles uit te voeren als grondslag voor het onderzoeken van de juistheid van de door laatstgenoemde verstrekte gegevens.

Andere kwesties

19. Zou u uw kandidatuur intrekken indien het Parlement een ongunstig advies uitbrengt over uw benoeming als lid van de Rekenkamer?

De betrekkingen tussen de Europese Rekenkamer en het Europees Parlement zijn gestoeld op wederzijds respect en de bereidheid te luisteren naar de standpunten en argumenten van de ander; daarom ben ik van mening dat zij van cruciaal belang zijn. Indien het Parlement een ongunstig advies uitbrengt over mijn benoeming als lid van de Rekenkamer, zal ik de relevante nationale instantie die mij als kandidaat heeft voorgedragen, raadplegen met het verzoek verdere actie te ondernemen, wat misschien het voordragen van een nieuwe kandidaat kan inhouden.


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Gedeeltelijke vervanging van de leden van de Rekenkamer - kandidaat PL

Document- en procedurenummers

12496/2020 – C9-0350/2020 – 2020/0806(NLE)

Datum raadpleging / verzoek om goedkeuring

5.11.2020

 

 

 

Bevoegde commissie

 Datum bekendmaking

CONT

11.11.2020

 

 

 

Rapporteurs

 Datum benoeming

Matteo Adinolfi

13.11.2020

 

 

 

Behandeling in de commissie

7.12.2020

 

 

 

Datum goedkeuring

7.12.2020

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

7

23

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Matteo Adinolfi, Olivier Chastel, Caterina Chinnici, Lefteris Christoforou, Corina Crețu, Ryszard Czarnecki, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, José Manuel Fernandes, Luke Ming Flanagan, Daniel Freund, Isabel García Muñoz, Cristian Ghinea, Monika Hohlmeier, Jean-François Jalkh, Pierre Karleskind, Joachim Kuhs, Ryszard Antoni Legutko, Claudiu Manda, Younous Omarjee, Tsvetelina Penkova, Sabrina Pignedoli, Michèle Rivasi, Petri Sarvamaa, Angelika Winzig, Lara Wolters, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Joachim Stanisław Brudziński, Niclas Herbst, Mikuláš Peksa

Datum indiening

9.12.2020

 

 

Laatst bijgewerkt op: 10 december 2020Juridische mededeling - Privacybeleid