Procedure : 2020/2020(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0250/2020

Ingediende teksten :

A9-0250/2020

Debatten :

PV 18/01/2021 - 19
CRE 18/01/2021 - 19

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0007

<Date>{09/12/2020}9.12.2020</Date>
<NoDocSe>A9-0250/2020</NoDocSe>
PDF 247kWORD 84k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>

<Titre>over het versterken van de eengemaakte markt: de toekomst van het vrij verkeer van diensten</Titre>

<DocRef>(2020/2020(INI))</DocRef>


<Commission>{IMCO}Commissie interne markt en consumentenbescherming</Commission>

Rapporteur: <Depute>Morten Løkkegaard</Depute>

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het versterken van de eengemaakte markt: de toekomst van het vrij verkeer van diensten

(2020/2020(INI))

Het Europees Parlement,

 gezien Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (“de dienstenrichtlijn”)[1],

 gezien Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (“de richtlijn beroepskwalificaties”)[2],

 gezien Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt[3],

 gezien Richtlijn (EU) 2018/957 van het Europees Parlement en de Raad van 28 juni 2018 tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten[4],

 gezien Richtlijn (EU) 2018/958 van het Europees Parlement en de Raad van 28 juni 2018 betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan een nieuwe reglementering van beroepen (“de richtlijn evenredigheidsbeoordeling”)[5],

 gezien Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad van 2 oktober 2018 tot oprichting van één digitale toegangspoort voor informatie, procedures en diensten voor ondersteuning en probleemoplossing en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 (“de richtlijn één digitale toegangspoort”)[6],

 gezien Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (“de richtlijn grensoverschrijdende gezondheidszorg”)[7],

 gezien zijn resolutie van 12 december 2018 over het pakket eengemaakte markt[8],

 gezien de studie in opdracht van de Commissie interne markt en consumentenbescherming van februari 2019, getiteld “Contribution to Growth: The Single Market for Services - Delivering economic benefits for citizens and businesses”,

 gezien de mededeling van de Commissie van 19 april 2018 getiteld “Een Europese detailhandel die past bij de 21e eeuw” (COM(2018)0219),

 gezien de mededeling van de Commissie van 10 maart 2020 getiteld “In kaart brengen en aanpakken van belemmeringen voor de eengemaakte markt” (COM(2020)0093),

 gezien de mededeling van de Commissie van 10 maart 2020 getiteld “Langetermijnactieplan voor een betere uitvoering en handhaving van de regels inzake de eengemaakte markt” (COM(2020)0094),

 gezien de mededeling van de Commissie van 13 mei 2020 getiteld “Naar een gefaseerde en gecoördineerde aanpak van het herstel van het vrije verkeer en de opheffing van de binnengrenscontroles – COVID-19” (C(2020)3250),

 gezien de Aanbeveling van de Raad van 26 november 2018 betreffende de bevordering van automatische wederzijdse erkenning van kwalificaties van hoger onderwijs, hoger secundair onderwijs en opleiding en de resultaten van leerperioden in het buitenland[9],

 gezien de brief van de ministers-presidenten van de lidstaten van 26 februari 2019 aan de voorzitter van de Europese Raad over de toekomstige ontwikkeling van de eengemaakte markt,

 gezien het speciaal verslag van de Europese Rekenkamer van 14 maart 2016 getiteld “Heeft de Commissie gezorgd voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van de dienstenrichtlijn?”,

 gezien artikel 54 van zijn Reglement,

 gezien het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

 gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A9‑0250/2020),

A. overwegende dat de dienstenrichtlijn en de richtlijn erkenning beroepskwalificaties belangrijke instrumenten zijn om het vrij verkeer van diensten binnen de Europese Unie te waarborgen, maar dat het potentieel van de eengemaakte markt voor diensten nog steeds voor een deel onbenut blijft;

B. overwegende dat diensten goed zijn voor 73 % van het bbp van de EU en voor 74 % bijdragen aan de werkgelegenheid[10], wat blijkt uit het feit dat maar liefst negen van de tien nieuwe banen in de Europese Unie in deze sector worden gecreëerd, terwijl het aandeel van de diensten in de handel binnen de EU slechts ongeveer 20 % bedraagt, en daarmee maar 6,5 % van het bbp van de EU genereert; overwegende dat uit studies blijkt dat de potentiële voordelen van de verdieping van de eengemaakte markt voor diensten door een doeltreffende tenuitvoerlegging en een betere harmonisatie van de regelgeving wel 297 miljard EUR kunnen bedragen, wat overeenkomt met 2 % van het bbp van de EU; overwegende dat 27 %[11] van de toegevoegde waarde van de in de EU vervaardigde producten wordt gegenereerd door diensten en dat 14 miljoen banen in de dienstensector de productie ondersteunen; overwegende dat er een aantal diensten zijn die complexe toeleveringsketens kennen en daardoor minder aan handel zijn blootgesteld;

C. overwegende dat een evenwicht tussen economische vrijheden, sociale rechten, de belangen van consumenten, werknemers en bedrijven en het algemeen belang primordiaal is voor het kader van de eengemaakte markt; overwegende dat het afstemmen van economische groei op kwalitatieve ontwikkelingsaspecten, zoals verbetering van de kwaliteit en veiligheid van het bestaan en hoogwaardige diensten, van cruciaal belang is voor de evaluatie van de ontwikkeling van de eengemaakte markt en moet leiden tot een verdere verbetering van de rechten van consumenten en werknemers;

D. overwegende dat consumenten baat hebben bij hoogwaardige diensten en dat versnippering van de eengemaakte markt door ongerechtvaardigde nationale regelgeving en bepaalde commerciële praktijken, die onder meer leiden tot minder concurrentie, niet alleen nadelig is voor het bedrijfsleven, maar ook voor consumenten, die hierdoor minder keuze hebben en hogere prijzen betalen;

E. overwegende dat de dienstenrichtlijn, die ongeveer twee derde van de dienstenactiviteiten bestrijkt, in overeenstemming met de bijzondere regelgevingskaders van algemeen belang, artikel 2 van Protocol nr. 26 bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en artikel 14 van het VWEU, sociale diensten, gezondheidsdiensten en andere openbare diensten geheel of gedeeltelijk uitsluit van het toepassingsgebied ervan; overwegende dat diensten van algemeen belang indien nodig door de lidstaten moeten worden aangeboden, besteld en georganiseerd in overeenstemming met de plaatselijke behoeften en omstandigheden om op een zo lokaal mogelijk niveau tegemoet te komen aan de behoeften van de gebruikers;

F. overwegende dat de EU momenteel te kampen heeft met een recessie en een stijgende werkloosheid als gevolg van de COVID-19-pandemie, en dat de verdieping van de eengemaakte markt voor diensten een belangrijke methode is om de handelsstromen van de EU te vergroten en de waardeketens te verbeteren en zo bij te dragen tot economische groei;

G. overwegende dat werknemers in de dienstensector die tijdens de hele COVID-19-pandemie in de Europese Unie onvermoeibaar hebben gewerkt, onevenredig worden getroffen door ernstige economische onzekerheid of blootstelling in de frontlinie; overwegende dat deze kwestie op EU-niveau moet worden aangepakt;

H. overwegende dat de lidstaten de herziene detacheringsrichtlijn[12] correct en tijdig moeten uitvoeren en monitoren, teneinde gedetacheerde werknemers tijdens hun detachering te beschermen en onterechte beperkingen van de vrijheid van dienstverrichting te vermijden, door te voorzien in verplichte bepalingen met betrekking tot arbeidsvoorwaarden en de bescherming van de gezondheid en veiligheid van werknemers;

I. overwegende dat een meer geïntegreerde en onderling verbonden dienstenmarkt nodig is om te voldoen aan de voorwaarden uit hoofde van de Europese pijler van sociale rechten, de klimaatverandering aan te pakken, een duurzame economie, met inbegrip van digitale handel, tot stand te brengen en het volledige potentieel van de Europese Green Deal te benutten;

J. overwegende dat de verschillende keuzes op regelgevingsgebied op zowel EU- als nationaal niveau en de gebrekkige en ontoereikende omzetting en uitvoering van de bestaande regelgeving een hiaat op het gebied van handhaving met zich brengen, aangezien bepalingen die niet naar behoren worden uitgevoerd, ook niet doeltreffend kunnen worden gehandhaafd; overwegende dat coherente en duidelijke regelgeving een voorwaarde is om belemmeringen voor het vrije verkeer van diensten weg te nemen; overwegende dat inbreuken op de regelgeving inzake diensten met de bestaande handhavingsmechanismen moeilijk op te sporen en aan te pakken zijn, met name op lokaal niveau;

K. overwegende dat administratieve procedures, uiteenlopende nationale regelingen en met name belemmeringen voor de toegang tot noodzakelijke informatie het moeilijk maken om grensoverschrijdend handel te drijven, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s); overwegende dat bestaande instrumenten ter ondersteuning van de behoeften van kleinere bedrijven, zoals het Uw Europa-bedrijvenportaal, Solvit-centra voor de behandeling van zaken, de één-loketten, e-overheidportalen, de digitale toegangspoort en andere instrumenten, beter moeten worden gepromoot om de grensoverschrijdende handel in diensten te bevorderen;

L. overwegende dat er geen systematisch EU-breed gegevensverzamelingssysteem voorhanden is om toereikende informatie te verschaffen over mobiele werknemers of hen in staat te stellen de situatie omtrent hun socialezekerheidsdekking vast te stellen en aanspraak te maken op verschillende opgebouwde rechten; overwegende dat toegang tot informatie over toepasselijke regels, in combinatie met doeltreffende naleving, toezicht en handhaving, noodzakelijke voorwaarden zijn voor eerlijke mobiliteit en de bestrijding van misbruik van het systeem; overwegende dat bijgevolg digitale technologie, die het toezicht op en de handhaving van wetgeving ter bescherming van de rechten van mobiele werknemers kan vergemakkelijken, moet worden bevorderd en gebruikt, met inachtneming van de regels inzake gegevensbescherming;

M. overwegende dat het ontbreken van instrumenten voor automatische erkenning van opleidingen, kwalificaties, vaardigheden en competenties tussen lidstaten ongunstig is voor de mobiliteit van studenten, stagiairs, afgestudeerden en gekwalificeerde arbeidskrachten en dat dit de overdracht van ideeën binnen de EU, de innovatiekansen voor de economie van de EU en een echte geïntegreerde eengemaakte markt in de weg staat;

Belemmeringen binnen de eengemaakte markt wegnemen

1. benadrukt dat het bevorderen van de eengemaakte markt, met inbegrip van het vrij, eerlijk en veilig verkeer van diensten en personen, de bescherming van consumenten en de strikte naleving van de EU-regelgeving van het allergrootste belang zijn om de economische crisis als gevolg van de COVID-19-pandemie aan te pakken; dringt er bij alle lidstaten op aan de onterechte en onevenredige belemmeringen voor het vrij verkeer van diensten binnen de eengemaakte markt zo snel mogelijk weg te nemen; betreurt dat het door de Commissie voorgestelde herstelplan niet voorziet in specifieke financiering voor het verkeer van diensten, waardoor het belang van dit verkeer als instrument voor economisch herstel niet wordt erkend;

2. benadrukt dat bedrijven en werknemers in de hele Europese Unie over vrij verkeer moeten kunnen beschikken om hun diensten aan te bieden, maar dat ontoereikende tenuitvoerlegging en handhaving van de regelgeving inzake de eengemaakte markt, ontoereikende elektronische procedures, ongerechtvaardigde regelgevingsbeperkingen voor dienstverleners en belemmeringen voor de toegang tot gereglementeerde beroepen belemmeringen blijven creëren die burgers van banen beroven, consumenten van keuzes, en ondernemers, met name kmo’s, micro-ondernemingen en zelfstandigen, van kansen; verzoekt de lidstaten onnodige eisen te schrappen en het documentatieproces voor grensoverschrijdende verlening van diensten te digitaliseren; benadrukt het toenemend belang van serviceverlening, d.w.z. de groeiende rol van diensten in de productiesector, en beklemtoont dat belemmeringen voor de handel in diensten steeds vaker tot belemmeringen bij de productie leiden; benadrukt dat de volledige uitvoering en handhaving van de dienstenrichtlijn de handelsbelemmeringen kan terugdringen en de handel binnen de EU in de dienstensector kan doen groeien; verzoekt de Commissie een schema met specifieke maatregelen vast te stellen met betrekking tot de conclusies van de mededelingen van de Commissie van 10 maart 2020 over het in kaart brengen en aanpakken van belemmeringen voor de eengemaakte markt (COM(2020)0093) en over een langetermijnactieplan voor een betere uitvoering en handhaving van de regels inzake de eengemaakte markt (COM(2020)0094);

3. is ingenomen met het feit dat de harmonisatie van kwalificaties door middel van wederzijdse erkenning, geïnspireerd door de richtlijn erkenning beroepskwalificaties, succesvol is geweest voor meerdere beroepen, en moedigt de lidstaten aan de regels voor de toegang tot en de uitoefening van specifieke activiteiten of beroepen te herzien en te coördineren; benadrukt dat het niveau van beroepskwalificaties beter moet kunnen worden vergeleken om te zorgen voor een vlottere overgang naar wederzijdse erkenning van opleidingstitels ten behoeve van de dienstensector in de hele EU;

4. benadrukt dat de Europese beroepskaart slechts voor vijf gereglementeerde beroepen wordt gebruikt en bijgevolg niet ten volle wordt benut; dringt er bijgevolg bij de Commissie op aan de Europese beroepskaart voor meer beroepen beschikbaar te maken, onder meer specifiek voor engineering;

5. herinnert aan de specifieke status van gereglementeerde beroepen in de eengemaakte markt en aan hun rol bij het beschermen van het algemeen belang; benadrukt dat deze specifieke status niet mag worden gebruikt voor de instandhouding van ongerechtvaardigde nationale monopolies op het gebied van dienstverlening, wat de versnippering van de eengemaakte markt tot gevolg heeft;

6. wijst erop dat de automatische wederzijdse erkenning tussen de lidstaten van opleidingen, kwalificaties, vaardigheden en competenties ook gunstig zal zijn voor de interne markt en het vrij verkeer van werknemers en diensten; is ingenomen met het feit dat de lidstaten de automatische wederzijdse erkenning van in het buitenland verworven kwalificaties en de resultaten van studieperioden in het buitenland willen bevorderen; verzoekt de lidstaten evenwel de wederzijdse erkenning uit te breiden naar alle onderwijsniveaus en de nodige procedures zo spoedig mogelijk te verbeteren of in te voeren;

7. dringt erop aan dat het Europese kwalificatiekader wordt bevorderd en de toepassing ervan in de hele Europese Unie wordt vereenvoudigd, zodat het een algemeen aanvaard erkenningsinstrument wordt; is ingenomen met de inspanningen van de Commissie om onnodige beperkingen op beroepskwalificaties weg te nemen, en is van mening dat zij actief en waakzaam moet blijven bij de uitvoering van haar inbreukbeleid wanneer lidstaten de EU-regelgeving inzake de erkenning van kwalificaties niet naleven;

8. betreurt dat er nog steeds ongerechtvaardigde juridische complicaties en administratieve belemmeringen voor overheidsopdrachten op het gebied van diensten binnen de EU bestaan als gevolg van de uiteenlopende nationale tenuitvoerlegging van Richtlijn 2014/24/EU[13]; verzoekt de Commissie verdere sectorspecifieke harmonisatie van en richtsnoeren inzake openbare aanbestedingsprocedures te monitoren en aan te moedigen, met als uiteindelijk doel de potentiële voordelen te benutten en de kosten van grensoverschrijdende aanbestedingen voor kmo’s, micro-ondernemingen en zelfstandigen te verminderen; wijst op het belang van diensten die een meetbare vermindering van de ecologische voetafdruk van de EU mogelijk maken (“groene diensten”), en dringt er bij de lidstaten op aan het bewustzijn te vergroten en beter gebruik te maken van bestaande regelingen ter bevordering van duurzame diensten bij overheidsopdrachten, teneinde een circulaire en duurzame economie tot stand te brengen;

9. herinnert eraan dat de dienstenrichtlijn tot doel heeft hoogwaardige diensten te waarborgen, de versnippering van de interne markt te verminderen, de integratie en versterking van de eengemaakte markt te verdiepen op basis van transparante en eerlijke concurrentie, het pad te effenen voor bedrijven om hun potentieel ten volle te benutten en ten dienste te staan van de consumenten, en bij te dragen aan duurzame ontwikkeling en aan de groei van het concurrentievermogen van de economie in de EU;

10. is van mening dat de ontwikkeling van diensten die verband houden met revolutionaire of opkomende technologieën samen moet gaan met een passende marktomvang om de investeringen te rechtvaardigen en de groei van de betrokken bedrijven te ondersteunen; merkt op dat de versnippering van de interne markt dergelijke investeringen vaak ontmoedigt;

11. betreurt dat veel innovatieve of groeiende bedrijven zich buiten de EU willen vestigen zodra zij een bepaalde omvang hebben bereikt, maar toch op de eengemaakte markt actief blijven; is van mening dat de verwezenlijking van de vrijheid van dienstverrichting kan bijdragen tot de terugkeer van de productie naar de Europese Unie en tot het concurrentievermogen van EU-bedrijven op de wereldmarkten;

12. wijst erop dat twee derde van de dienstenactiviteiten onder het toepassingsgebied van de dienstenrichtlijn valt, en moedigt de Commissie aan de tenuitvoerlegging ervan te evalueren en te verbeteren om het rechtskader voor de eengemaakte markt te versterken;

13. herinnert eraan dat grensoverschrijdende gezondheidsdiensten binnen de werkingssfeer van de vrijheid van dienstverrichting vallen overeenkomstig de richtlijn beroepskwalificaties, de richtlijn evenredigheidsbeoordeling en de jurisprudentie van het Hof van Justitie, op voorwaarde dat de bijzondere aard van gezondheidsdiensten wordt erkend en de volksgezondheid wordt beschermd; merkt op dat de richtlijn grensoverschrijdende gezondheidszorg ook op basis van artikel 114 van het VWEU werd aangenomen; benadrukt dat nationale regelingen geen bijkomende belemmeringen voor de verlening van grensoverschrijdende gezondheidsdiensten mogen creëren ten opzichte van de richtlijn grensoverschrijdende gezondheidszorg, in overeenstemming met de jurisprudentie van het Hof van Justitie over de toepassing van de Verdragsbepalingen inzake het vrij verkeer van diensten; benadrukt dat ook ongerechtvaardigde en onevenredige belemmeringen op nationaal niveau moeten worden weggenomen en dat tegelijkertijd een hoogwaardige gezondheidszorg voor alle EU-burgers moet worden gewaarborgd;

14. herinnert eraan dat de beginselen van de dienstenrichtlijn en de richtlijn beroepskwalificaties het vrij verkeer van diensten vergemakkelijken; verzoekt de Commissie geactualiseerde richtsnoeren inzake de dienstenrichtlijn uit te brengen om de handhaving, harmonisatie en naleving in alle lidstaten en bij alle dienstverleners te bevorderen;

15. erkent de speciale status van de diensten van algemeen belang en de noodzaak deze in het openbaar belang te waarborgen, zoals bepaald in een arrest van het Hof van Justitie, met inachtneming van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, zoals vastgelegd in protocol (nr. 26) bij het VWEU betreffende de diensten van algemeen belang;  betreurt evenwel het feit dat sommige lidstaten nog steeds ongerechtvaardigde redenen van openbaar belang gebruiken om hun binnenlandse markt af te sluiten voor diensten die wellicht niet als diensten van algemeen belang of diensten van algemeen economisch belang kunnen worden beschouwd;

16. benadrukt dat vereisten zoals ongefundeerde territoriale beperkingen, ongerechtvaardigde taalvereisten en onderzoek naar de economische behoefte, indien buitensporig toegepast, ongerechtvaardigde en onevenredige belemmeringen voor het grensoverschrijdend handelsverkeer vormen;

17. benadrukt dat COVID-19 niet mag worden aangevoerd als rechtvaardiging om het vrij verkeer van diensten op de eengemaakte markt te beperken, tenzij dit afdoende kan worden gemotiveerd, en draagt de Commissie op waakzaam te blijven ten aanzien van elk misbruik van deze rechtvaardiging;

18. betreurt het feit dat, hoewel het de speciale status van openbare diensten en de noodzaak deze in het openbaar belang te waarborgen erkent, de lidstaten het begrip niet-economische diensten van algemeen belang soms gebruiken om bepaalde sectoren van het toepassingsgebied van de regels van de interne markt uit te sluiten, hoewel dit niet gerechtvaardigd wordt door het algemeen belang; onderstreept dat dit begrip verder moet worden gedefinieerd om nationale versnippering en interpretatieverschillen te voorkomen;

19. is ingenomen met de richtsnoeren van de Commissie betreffende seizoenarbeiders van 16 juli 2020 in verband met de uitoefening van het vrije verkeer van grensarbeiders, gedetacheerde werknemers en seizoenarbeiders in de context van de COVID-19-pandemie in de EU, en doet een beroep op de lidstaten ervoor te zorgen dat grensarbeiders en seizoenarbeiders de grens kunnen oversteken, en tegelijkertijd veilige arbeidsomstandigheden te waarborgen;

20. constateert dat de Commissie heeft besloten haar voorstel voor een kennisgevingsprocedure met betrekking tot diensten in te trekken; betreurt het feit dat op wetgevingsgebied geen resultaat kon worden bereikt op basis van het voorstel van het Parlement dat tot doel had de invoering van onnodige regelgevingsbelemmeringen in de dienstensector te voorkomen middels een partnerschapsbenadering tussen de lidstaten en de Commissie;

21. constateert dat de Commissie onlangs heeft besloten haar voorstellen voor een e-kaart voor diensten in te trekken; herinnert eraan dat de Commissie interne markt en consumentenbescherming deze voorstellen heeft verworpen die waren bedoeld om de resterende complexe administratieve formaliteiten voor grensoverschrijdende dienstverleners aan te pakken; dringt aan op een nieuwe evaluatie van de situatie om de bestaande administratieve problemen op te lossen met inachtneming van de dienstenrichtlijn, alsmede de beginselen van evenredigheid en subsidiariteit;

22. dringt er bij de lidstaten op aan te zorgen voor een goede tenuitvoerlegging en naleving van de huidige wetgeving, de Commissie, overeenkomstig artikel 15, lid 7, van de dienstenrichtlijn, in kennis te stellen van nieuwe wetten en ontwerpwetten of wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die vereisten bevatten als bedoeld in artikel 15, lid 6 van de dienstenrichtlijn, met vermelding van de redenen voor die vereisten, ongerechtvaardigde vereisten te vermijden en ongecompliceerde elektronische procedures aan te bieden om de voor grensoverschrijdende dienstverlening vereiste documenten aan te vragen, en zo te zorgen voor gelijke concurrentievoorwaarden voor bedrijven en werknemers, waarbij tegelijkertijd het hoogst mogelijke niveau van consumentenbescherming wordt geboden;

23. benadrukt dat meer grensoverschrijdende mobiliteit kan worden verwezenlijkt door de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning en de coördinatie van de regels in alle lidstaten; onderstreept dat de Europese Unie de activiteiten van de lidstaten op het gebied van sociaal beleid ondersteunt en aanvult, overeenkomstig artikel 153 van het VWEU, waarin uitdrukkelijk wordt vermeld dat de krachtens artikel 153 vastgestelde bepalingen van de EU het recht van de lidstaten om de fundamentele beginselen van hun socialezekerheidsstelsel vast te stellen onverlet moeten laten en geen aanmerkelijke gevolgen mogen hebben voor het financiële evenwicht van dat stelsel, en niet mogen beletten dat een lidstaat maatregelen met een hogere graad van bescherming handhaaft of invoert welke met de Verdragen verenigbaar zijn;

24. benadrukt dat mensen met een handicap tegen meervoudige obstakels aanlopen die het voor hen moeilijk of onmogelijk maken de voordelen van het vrije verkeer van diensten ten volle te benutten; verzoekt de lidstaten de Europese toegankelijkheidswet onverwijld uit te voeren, teneinde belemmeringen voor mensen met een handicap daadwerkelijk weg te nemen en ervoor te zorgen dat er toegankelijke diensten beschikbaar zijn en dat diensten worden geleverd onder geschikte voorwaarden; onderstreept dat het van het hoogste belang is een volledig toegankelijke eengemaakte markt te verwezenlijken die garant staat voor de gelijke behandeling en inclusie van mensen met een handicap;

25. verzoekt de Commissie de lidstaten van gestructureerde bijstand en richtsnoeren te voorzien over de uitvoering van ex-ante-evaluaties voor de nieuwe nationale regelingen inzake diensten in overeenstemming met de richtlijn evenredigheidsbeoordeling;

26. roept de nationale parlementen ertoe op actief steun te verlenen aan de handhaving van de bestaande regels en gebruik te maken van hun toetsingsbevoegdheden jegens nationale autoriteiten;

27. dringt er bij de belanghebbenden, het bedrijfsleven en de sociale partners op aan hun rol te blijven vervullen bij de oproep aan de regeringen om de dienstensector in de EU nieuw leven in te blazen, en zowel de sectorale als de sectoroverschrijdende interoperabiliteit te intensiveren op gebieden als milieu, vervoer en gezondheidszorg, teneinde onderling verbonden grensoverschrijdende diensten te kunnen realiseren; onderstreept dat een duurzame, eerlijke en op regels gebaseerde eengemaakte markt voor diensten met hoge sociale normen en milieunormen, hoogwaardige diensten en eerlijke concurrentie door alle belanghebbenden dient te worden bevorderd;

Handhaving van de huidige regelgeving waarborgen

28. merkt op dat het vrij verkeer van diensten centraal staat in de eengemaakte markt en aanzienlijke economische voordelen kan opleveren, alsmede  hoge normen inzake de bescherming van het milieu, de consument en werknemers, zolang het evenwicht tussen de markteconomie en de sociale dimensie van de Europese Unie in acht wordt genomen, overeenkomstig artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, mits de bevoegde overheden, de nationale rechtbanken en de Commissie zorgen voor voldoende en actieve handhaving, en bedrijven de nationale en EU-regelingen naleven; onderstreept dat de grenzen tussen de lidstaten open moeten blijven ter waarborging van de grondbeginselen van de EU; onderstreept dat elke tijdelijke herinvoering van controles aan de binnengrenzen gedurende een crisissituatie, zoals een gezondheidscrisis, met zorg moet gebeuren en alleen als laatste redmiddel moet worden gebruikt op basis van zorgvuldige coördinatie tussen de lidstaten, aangezien grenscontroles de grondbeginselen van de EU in gevaar brengen, en benadrukt tevens dat naarmate nationale afzonderingsmaatregelen worden opgeheven, de onmiddellijke aandacht moet uitgaan naar de opheffing van de grenscontroles;

29. wist erop dat bedrijven en consumenten in de gehele Europese Unie baat hebben bij de adequate uitvoering en handhaving van bestaande wetgeving; moedigt de Commissie ertoe aan alle haar ter beschikking staande middelen te gebruiken om de bestaande regels volledig op te leggen en snel over klachten te beslissen, zodat vanuit het oogpunt van de eindgebruiker kwesties doeltreffend worden aangepakt; dringt erop aan de beoordeling van alternatieve geschillenbeslechtingsmechanismen en de inbreukprocedures rigoureus en zonder onnodige vertraging toe te passen, telkens wanneer inbreuken op de toepasselijke wetgeving worden vastgesteld die in strijd zijn met de goede werking van de eengemaakte markt, en onevenredige lasten worden ingevoerd;

30. onderstreept dat de lidstaten uitsluitend dwingende redenen van algemeen belang mogen aanhalen, wanneer hiervoor legitieme gronden bestaan; benadrukt echter het recht van de lidstaten om de dienstensector in het algemeen belang te reguleren ter bescherming van de consumenten en de kwaliteit van de dienstverlening;

31. verzoekt de Commissie beter toezicht te houden op de prestaties en het niveau van kwaliteit dat de lidstaten aan de dag leggen bij de omzetting, uitvoering en handhaving van wetgeving, met inbegrip van een jaarlijks verslag over deze kwesties, en samen met de lidstaten, sociale partners en andere belanghebbenden transparante en participatieve evaluaties te ontwikkelen, die zowel op kwalitatieve als kwantitatieve criteria zijn gebaseerd;

32. betreurt het feit dat maar liefst twintig lidstaten te laat waren bij de omzetting van de dienstenrichtlijn in nationaal recht; herinnert eraan dat het bereik van instrumenten, zoals het éénloketsysteem, nog altijd beperkt is en dat dienstverleners nog steeds onvoldoende op de hoogte zijn van alle hun ter beschikking staande mogelijkheden; verzoekt de Commissie derhalve belanghebbenden onder meer door middel van advertenties op het internet te informeren over de door de richtlijn geboden mogelijkheden;

33. benadrukt dat de totstandbrenging van een dynamische markt en een gelijk speelveld voor de grensoverschrijdende verlening van diensten van de informatiemaatschappij een sleutelrol vervult bij het toekomstig concurrentievermogen van de economie van de EU; doet een beroep op de Commissie en de lidstaten om de resterende belemmeringen voor de grensoverschrijdende verlening van diensten van de informatiemaatschappij aan te pakken in het kader van het wetgevingspakket inzake digitale diensten;

34. verzoekt de Commissie om meer daadkracht teneinde te zorgen voor een efficiënte coördinatie en uitwisseling van informatie tussen de lidstaten, teneinde overlapping van procedures en controles bij grensoverschrijdende dienstverlening te voorkomen;

35. dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de structuur en werkwijze van de nieuwe taskforce voor de handhaving van de eengemaakte markt (SMET) vast te leggen, met inbegrip van de praktische dimensie ervan, en een schema met specifieke maatregelen op te stellen in overeenstemming met de door de SMET vastgestelde prioriteiten[14] door een nieuw langetermijnactieplan op te stellen voor een betere uitvoering en handhaving van de regels inzake de eengemaakte markt, om het potentieel van de eengemaakte markt voor diensten zo groot mogelijk te maken; is van oordeel dat de SMET een meerwaarde kan bieden door te zorgen voor samenhang bij de uitvoering van alle strategieën voor de eengemaakte markt en het uitwisselen van gegevens en cijfers over de resultaten; moedigt de SMET ertoe aan een open en transparante databank in te richten over specifieke nationale niet-tarifaire belemmeringen en lopende inbreukprocedures;

36. onderstreept het belang van prejudiciële beslissingen voor de totstandbrenging van EU-recht; betreurt het feit dat, hoewel de duur van de prejudiciële procedure reeds aanzienlijk is verkort, de gemiddelde duur van 14,4 maanden[15] nog steeds lang is; doet een beroep op het Hof van Justitie om na te gaan hoe de duur nog verder kan worden verkort ter voorkoming van problemen voor dienstverleners en ontvangers van diensten in de eengemaakte markt; onderstreept dat prejudiciële beslissingen een belangrijke weerslag hebben op de ontwikkeling van de eengemaakte markt en het terugdringen van ongerechtvaardigde belemmeringen in deze markt;

Meer informatie en duidelijkheid inzake regelgeving door het versterken van de rol van de één-loketten

37. merkt op dat de COVID-19-pandemie het gebrek aan duidelijkheid in de regelgeving voor het voetlicht heeft gebracht, alsook het gebrek aan communicatie tussen de lidstaten over de snel veranderende regelgeving; benadrukt het grote belang van één digitale toegangspoort en de één-loketten als een onlinetoegangspunt voor nationale en EU-informatie, procedures en ondersteunende diensten in de eengemaakte markt, zoals voorzien in de dienstenrichtlijn;

38. beveelt de lidstaten aan de digitale toegangspoort op een kmo- en consumentvriendelijke manier ten uitvoer te leggen en hun één-loketten te veranderen van louter regelgevingsportalen in volledig functionerende portalen; is van mening dat dit kan worden bereikt door op de toegangspoort gebruikersgerichte informatie, ondersteunende diensten en vereenvoudigde procedures ter beschikking te stellen en de digitale toegangspoort te koppelen aan de één-loketten en zo ervoor te zorgen dat de toegangspoort zoveel mogelijk als een virtueel éénloketsysteem fungeert en dat gebruikersgerichtheid centraal staat; stelt voor de ontwerpnormen van de Europa Web Guide over te nemen om een gebruikersvriendelijke en herkenbare interface voor alle één-loketten te waarborgen;

39. beveelt de Commissie en de lidstaten aan om via één digitale toegangspoort systematisch gebruikersvriendelijke informatie te verstrekken over alle nieuwe EU-regelgeving die rechten of verplichtingen voor consumenten en bedrijven creëert; beveelt hiertoe aan dat de Commissie en de lidstaten vaak de belanghebbenden raadplegen; onderstreept dat transparantie, gelijke behandeling en non-discriminatie van essentieel belang zijn voor het vrij verkeer van diensten;

40. stelt vast dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat alle haalbare administratieve procedures die betrekking hebben op de vestiging van bedrijven en de vrijheid van dienstverlening, binnen een digitale omgeving kunnen worden afgewikkeld, overeenkomstig de verordening inzake één digitale toegangspoort; dringt bij de lidstaten erop aan hun digitaliseringswerk te versnellen, vooral voor procedures die gevolgen hebben voor bedrijven en consumenten, teneinde hen in staat te stellen de administratieve procedures op afstand en online af te wikkelen; spoort de Commissie ertoe aan erop toe te zien dat de betrokken partijen hun inspanningen verdubbelen, en met name de ondermaats presterende lidstaten actief te ondersteunen;

41. beveelt aan dat de Commissie de nationale autoriteiten in elke lidstaat bijstaat bij het verbeteren van de één-loketten teneinde de communicatie in het Engels, naast de plaatselijke taal, tussen de betrokken autoriteiten te vergemakkelijken, en als bemiddelaar op te treden wanneer deadlines niet worden nagekomen of verzoeken niet worden beantwoord; onderstreept dat het éénloketsysteem aan consumenten, werknemers en bedrijven de volgende informatie en ondersteuning moet verschaffen, met naleving van korte termijnen:

- de nationale en EU-voorschriften die bedrijven in de betrokken lidstaat moeten toepassen, alsook informatie voor werknemers, met inbegrip van informatie over het arbeidsrecht, gezondheids- en veiligheidsprotocollen, de toepasselijke collectieve overeenkomsten, de organisaties van sociale partners en de begeleidingsstructuren voor arbeidskrachten en werknemers, zodat zij zich kunnen informeren over hun rechten en misstanden kunnen melden;

- de maatregelen die bedrijven moeten nemen om aan deze voorschriften te voldoen, samengevat per procedure, met stapsgewijze richtsnoeren;

- de documenten waarover bedrijven moeten beschikken, en binnen welke termijn;

- de autoriteiten die bedrijven moeten contacteren om de nodige vergunningen te krijgen enz.;

42. onderstreept dat de één-loketten alle nodige informatie moeten verstrekken over bedrijfsgerelateerde vereisten voor bedrijven in de betrokken lidstaat; merkt op dat hieronder bijvoorbeeld de vereisten betreffende beroepskwalificaties vallen, alsook verplichtingen ten aanzien van btw (tarieven, registratievoorschriften, rapportageverplichtingen enz.), inkomstenbelasting, sociale zekerheid en arbeidsrechtelijke verplichtingen; benadrukt dat alle relevante regelgevings- en administratieve informatie, evenals alle relevante documenten die door elk één-loket worden verstrekt, in de Engelse taal beschikbaar moeten zijn, indien mogelijk en passend, evenals in de plaatselijke taal;

43. beveelt aan dat de één-loketten beter met elkaar verbonden worden en informatie uitwisselen over vereisten en procedures waaraan bedrijven in hun lidstaten moeten voldoen, alsmede sectorspecifieke informatie over beroepskwalificaties; beveelt voorts aan dat de één-loketten ondersteuning bieden aan buitenlandse bedrijven die in de betrokken lidstaat zaken willen doen, alsook aan plaatselijke bedrijven die diensten en goederen naar andere lidstaten willen uitvoeren door hen de uitgewisselde informatie en de nodige contactgegevens te verschaffen; moedigt de  Commissie in dit verband ertoe aan naar verdere synergieën te zoeken met bijvoorbeeld de Europese Arbeidsautoriteit (ELA) teneinde deze uitwisseling van informatie te bevorderen; doet een beroep op de Commissie om in samenwerking met de lidstaten na te gaan of de één-loketten meer middelen nodig hebben om deze taken uit te voeren;

44. dringt aan op samenwerking tussen de één-loketten van de lidstaten om ervoor te zorgen dat bedrijven, werknemers en andere belanghebbenden snelle, correcte, volledige en actuele informatie krijgen in de plaatselijke taal en het Engels;

45. verzoekt de Commissie een coördinerende rol te vervullen bij het delen van informatie tussen de één-loketten en waar nodig de lidstaten door middel van richtsnoeren te helpen de procedures te vereenvoudigen, met name voor kmo’s; onderstreept dat deze coördinatie ook het delen van kennis tussen de lidstaten moet waarborgen, ook over mobiele werknemers, zowel met betrekking tot optimale praktijken inzake communicatie, als met betrekking tot administratieve vereisten en onnodige vereisten in verband met de eengemaakte markt;

46. benadrukt dat alle één-loketten gemakkelijk toegankelijk moeten zijn via de digitale toegangspoort, en volledig toegankelijke informatie en administratieve diensten van de lidstaten moeten verstrekken in begrijpelijke taal, met behulp van goed opgeleide helpdeskmedewerkers, die doeltreffende gebruikersvriendelijke ondersteuning bieden;

47. dringt bij de lidstaten erop aan zich ten volle in te zetten voor de digitalisering van overheidsdiensten en alle componenten van het systeem voor de elektronische uitwisseling van socialezekerheidsgegevens ten uitvoer te leggen, teneinde de samenwerking tussen de lidstaten en de socialezekerheidsinstellingen te versterken en de vrije en eerlijke mobiliteit van EU-werknemers te bevorderen; verzoekt de lidstaten de samenwerking en de informatie-uitwisseling met betrekking tot de socialezekerheidsstelsels te verbeteren;

48. verzoekt de Commissie en de lidstaten het gebruik van digitale instrumenten te bevorderen, en verzoekt de lidstaten om de arbeidsinspecties voldoende middelen ter beschikking te stellen om alle vormen van misbruik te kunnen aanpakken; verzoekt de Commissie te komen met een initiatief voor een socialezekerheidsnummer van de EU, teneinde werknemers en bedrijven rechtszekerheid te bieden, en tegelijkertijd onderaannemingspraktijken doeltreffend te controleren en socialezekerheidsfraude zoals schijnzelfstandigheid, schijndetachering en brievenbusmaatschappijen te bestrijden; verzoekt de lidstaten voorts ervoor te zorgen dat de controles op evenredige, rechtvaardige en niet-discriminerende wijze worden uitgevoerd; dringt er bij de Commissie op aan de ELA zo snel mogelijk volledig operationeel te maken om te zorgen voor een betere coördinatie tussen de nationale arbeidsinspecties en om grensoverschrijdende sociale dumping aan te pakken;

49. dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat in alle nieuwe richtlijnen, verordeningen of aanbevelingen betreffende de eengemaakte markt voor diensten de verplichting wordt opgenomen om de één-loketten in hun functies te versterken en toereikende middelen te reserveren voor het uitvoeren van eventuele aanvullende functies in het kader van de dienstenrichtlijn waarbij de toewijzing van functies en bevoegdheden aan de instanties binnen de nationale stelsels onverlet wordt gelaten;

Evalueren: scorebord van de eengemaakte markt en restrictiviteitsindicatoren

50. steunt het voorlopige initiatief van de Commissie om het scorebord van de eengemaakte markt te actualiseren aan de hand van een nieuwe reeks indicatoren waarmee de tenuitvoerlegging door de lidstaten van de relevante regelgeving voor de eengemaakte markt kan worden geëvalueerd; moedigt de Commissie ertoe aan de gepubliceerde gegevens aan te vullen met relevante gegevens van IMI, Solvit, het centrale klachtenregister van CHAP en andere relevante bronnen; benadrukt dat speciale aandacht moet uitgaan naar de kwaliteit van de uitvoering;

51. beveelt aan dat in het geactualiseerde scorebord van de eengemaakte markt de nadruk komt te liggen op de melding van relevante kwesties vanuit het oogpunt van de eindgebruiker en dat wordt nagegaan of bekommernissen en klachten worden geregeld, bijvoorbeeld in het kader van Solvit of het Netwerk van Europese consumentencentra; betreurt voorts dat het Solvit-instrument in de lidstaten nauwelijks wordt gebruikt en vaak over weinig geavanceerde digitale mogelijkheden beschikt; benadrukt dat het niveau van transparantie inzake inbreuken op de vrijheid van dienstverrichting verhoogd moet worden; is van mening dat het scorebord van de eengemaakte markt passende informatie moet bevatten, met inbegrip van het aantal klachten, het aantal gestarte procedures, de sector waarin de inbreuk heeft plaatsgevonden, het aantal afgewikkelde zaken, en het resultaat of de reden van afsluiting van de zaak;

52. dringt bij de Commissie erop aan een kwantitatieve en kwalitatieve evaluatiemethode in te voeren in samenspraak met alle betrokken belanghebbenden waarbij met name aandacht moet worden besteed aan het algemeen belang en de kwaliteit van de verrichte dienst;  benadrukt dat de methode voor het vaststellen van kwalitatieve indicatoren transparant moet zijn en de verschillen in regelgeving vooraf en achteraf moet evalueren; wijst erop dat het belangrijk is na te gaan of de desbetreffende EU-richtlijnen op tijd worden uitgevoerd en op de wijze die de EU-medewetgevers beoogden;

53. beveelt aan dat een geactualiseerd scorebord van de eengemaakte markt de kwaliteit van de tenuitvoerlegging koppelt aan bestaande restrictiviteitsindicatoren, en beperkingen van de dienstverlening in nieuwe en bestaande beleidsdomeinen en de verschillende niveaus van tenuitvoerlegging en handhaving van de EU-regelgeving in kaart brengt; beveelt voorts aan dat het Europees Semester ook wordt gebruikt voor het versterken van de eengemaakte markt, nu het wegnemen van de meest problematische regelgevende en administratieve lasten nog altijd een punt van aandacht is; spoort de Commissie ertoe aan in haar landspecifieke aanbevelingen aandacht te besteden aan de activiteiten van de lidstaten voor de middellange termijn die gericht zijn op het wegnemen van de resterende administratieve en regelgevende belemmeringen in de eengemaakte markt voor diensten;

54. is van mening dat de Europese Commissie bij het beoordelen van de vooruitgang van de lidstaten met betrekking tot het doorvoeren van structurele hervormingen, hun prestaties moet evalueren ten aanzien van de verwezenlijking van het potentieel van de eengemaakte markt en het streven naar een duurzamere economie;

55. verzoekt de Commissie de bestaande indicatoren bij te werken en nieuwe indicatoren in te voeren om de lidstaten te helpen vast te stellen op welk gebied inspanningen kunnen worden geleverd om de resultaten van hun beleid te verbeteren, en om hun inspanningen bij de reductie van beperkingen te volgen;

56. dringt er bij de lidstaten op aan jaarlijkse nationale streefcijfers voor de openstelling van de handel in diensten vast te stellen en in dit verband evaluaties uit te voeren;  beveelt de Commissie aan het scorebord van de eengemaakte markt te gebruiken om, in navolging van het Europees innovatiescorebord, te laten zien hoe open de handel in diensten in de lidstaten is, zodat de lidstaten geloofwaardige, concrete en meetbare toezeggingen kunnen doen teneinde beter te presteren op het gebied van tenuitvoerlegging en handhaving waar het de handel in diensten binnen de EU betreft;

°

° °

57. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

 


TOELICHTING

De economische gevolgen van de coronapandemie hebben alleen maar de urgentie vergroot om het volledige potentieel van de dienstensector voor groei en werkgelegenheid te benutten. Bijgevolg moet het vrij verkeer van diensten binnen de eengemaakte markt bovenaan de politieke agenda staan. Deze resolutie heeft tot doel bedrijven en consumenten meer duidelijkheid en transparantie te bieden en de versnippering van de eengemaakte markt aan te pakken door de lidstaten te wijzen op hun verantwoordelijkheid om de letter en de geest van de dienstenrichtlijn naar behoren uit te voeren.

De rapporteur beveelt daarom aan om (I) de nationale belemmeringen binnen de eengemaakte markt rechtstreeks aan te pakken, (II) te zorgen voor een adequate handhaving van de bestaande regelgeving, (III) meer helderheid over de regelgeving te verschaffen door nationale informatieportalen op te richten, en (IV) aanvullende evaluatie-instrumenten aan te bieden in de vorm van scoreborden van de eengemaakte markt en restrictiviteitsindicatoren.

Het onbenutte potentieel van diensten om groei en banen te genereren

 

De dienstensector is de onontbeerlijke groeimotor van de Europese Unie. Deze sector is goed voor ongeveer 70 % van het bbp van de EU en voor een vergelijkbaar aandeel in de werkgelegenheid. Gezien de aard ervan is dienstverlening sterk verweven met andere economische sectoren zoals de industrie en de digitale economie. Een beter functionerende interne markt voor diensten is dan ook van cruciaal belang voor een meer concurrentiële en innovatieve Europese economie.

 

De dienstenrichtlijn en de richtlijn betreffende de erkenning van beroepskwalificaties zijn belangrijke mijlpalen voor het aanpakken van de bestaande belemmeringen voor het vrij verkeer van diensten binnen de EU. Het potentieel van de eengemaakte markt voor diensten blijft echter grotendeels onbenut. Zelfs na meerdere jaren zijn de richtlijnen nog altijd niet in alle lidstaten volledig ten uitvoer gelegd. Er bestaan tal van voorbeelden van het feit hoe bureaucratische rompslomp, discriminerende praktijken en regelgevingsbeperkingen leiden tot ongerechtvaardigde belemmeringen die burgers van banen, consumenten van keuzes en ondernemers van kansen beroven. De voltooiing van de eengemaakte markt wordt ook gehinderd door ontoereikende handhavingsmaatregelen, zowel van de Commissie als van lokale, regionale en nationale autoriteiten.

 

Gezien de historische recessie en stijgende werkloosheid als gevolg van de coronapandemie is een ambitieuze Europese reactie van cruciaal belang. De voltooiing van de eengemaakte markt voor diensten is een van de weinige gebieden waar groei kan worden gegenereerd zonder de overheidsschuld te verhogen. Uit studies blijkt immers dat de voordelen van een doeltreffende tenuitvoerlegging en een betere harmonisatie van de regelgeving voor diensten ten minste 297 miljard EUR kunnen bedragen, wat overeenkomt met 2 % van het bbp van de EU.

Nationale belemmeringen binnen de eengemaakte markt wegnemen

 

Ontoereikende tenuitvoerlegging en gebrekkige handhaving hebben schadelijke gevolgen voor zowel consumenten als aanbieders van diensten in de Europese Unie. Met name kmo’s lijden onder administratieve rompslomp en onterechte administratieve belemmeringen. Helaas gebruiken sommige lidstaten vaak redenen van openbaar belang om hun binnenlandse markt af te sluiten. Met name vormen overregulering, omslachtige vereisten inzake rechtsvorm, territoriale beperkingen en onderzoek naar de economische behoefte een belemmering voor de verlening van diensten en sluiten zij bepaalde belanghebbenden uit de markt.

 

In dit verband is de rapporteur ingenomen met de inspanningen van de Commissie om administratieve belemmeringen weg te nemen, bijvoorbeeld via het voorstel voor een e-kaart, en benadrukt hij het belang van de toepassing van de bestaande regelgeving, zoals de digitale toegangspoort, op een kmo-vriendelijke manier.

Handhaving van de huidige regelgeving waarborgen

 

Bedrijven en consumenten, die stuiten op belemmeringen en frustraties wanneer zij proberen diensten te verhandelen in de hele EU, benadrukken vaak dat hun problemen niet voortvloeien uit een gebrek aan regelgeving. Zij wijzen eerder op een ernstig gebrek aan uitvoering en handhaving van bestaande regels.

Alle lidstaten hebben een gedeelde verantwoordelijkheid om de gemeenschappelijke regels voor de handel in diensten binnen de EU om te zetten, uit te voeren en te handhaven. De rapporteur is zich bewust van de verschillende situaties in de lidstaten en van de moeilijkheden bij het openstellen van de nationale markten voor meer concurrentie. Maar het is ook belangrijk de geboekte vooruitgang te erkennen. Er mag echter niet met twee maten worden gemeten, en er mogen geen uitzonderingen worden gemaakt. Evenmin mogen de lidstaten de coronacrisis niet gebruiken als excuus om de uitvoering van relevante regelgeving voor de eengemaakte markt uit te stellen. Integendeel, we moeten de Europeanen in staat stellen zo vrij mogelijk handel te drijven om het herstel na de crisis te ondersteunen en om het Europese langetermijngroeitraject te verbeteren.

Om deze redenen is de rapporteur ingenomen met de recente mededeling van de Commissie getiteld “Langetermijnactieplan voor een betere uitvoering en handhaving van de regels inzake de eengemaakte markt” en steunt hij de daarin geschetste initiatieven. De rapporteur pleit echter ook voor krachtigere handhavingsmaatregelen door de Commissie. Het volledige instrumentarium, met inbegrip van versnelde inbreukprocedures, moet optimaal worden gebruikt. Er moeten consequenties zijn wanneer ontoereikende nationale uitvoering de kansen van de Europese burgers en het concurrentievermogen van de Europese economie belemmert.

Meer duidelijkheid scheppen in de regelgeving: nationale informatieportalen

 

Bij het voorstellen, goedkeuren en ten uitvoer leggen van Europese regelgeving is het van belang voortdurend om feedback te vragen van marktdeelnemers die geacht worden baat te hebben bij deze regels. De eengemaakte markt voor diensten vormt hier geen uitzondering op. Een opvallende boodschap van bedrijven en consumenten in heel Europa is dat het in de praktijk vaak zeer moeilijk is om de nodige informatie te verkrijgen over de regels die moeten worden nageleefd, welke procedures moeten worden gevolgd en welke autoriteiten moeten worden gecontacteerd in de lidstaat waar zij handel willen drijven. Bovendien is de verstrekte informatie vaak enkel beschikbaar in de plaatselijke taal. Zoals opgemerkt in de zeer relevante mededeling van de Commissie getiteld “In kaart brengen en aanpakken van belemmeringen voor de eengemaakte markt”, meldt 36 % van de bedrijven taalbarrières wanneer zij proberen handel te drijven in de eengemaakte markt. Dit schrikt kmo’s er vaak van af het zelfs te proberen.

Gezien deze realiteit is de rapporteur van mening dat er behoefte is aan een meer gecoördineerde aanpak voor de uitwisseling van informatie op het terrein. Bijgevolg bevat het verslag een aantal voorstellen voor de oprichting van nationale informatieportalen die de gunstige effecten van één digitale toegangspoort moeten versterken. Dergelijke portalen bundelen de bestaande contactpunten in één algemeen toegangsportaal en informeren bedrijven en consumenten over alle eisen waaraan moet worden voldaan om zaken te doen. Al deze informatie moet in de plaatselijke taal en in het Engels beschikbaar zijn.

De Commissie moet de werkzaamheden van de afzonderlijke nationale informatieportalen coördineren. Alle informatie moet toegankelijk zijn via de digitale toegangspoort. Dit is gewoon een logische eerste stap om de handel in diensten binnen Europa te bevorderen: zorg ervoor dat bedrijven weten welke regels ze moeten naleven en welke procedures ze moeten volgen.

Evalueren: scorebord van de eengemaakte markt en restrictiviteitsindicatoren

 

Om de eengemaakte markt voor diensten te verbeteren is het absoluut noodzakelijk dat de prestaties van de lidstaten op het gebied van zowel uitvoering als verstrekking van informatie worden geëvalueerd. Hierdoor kunnen de lidstaten via goede praktijken van elkaar leren en wordt broodnodige druk uitgeoefend om de bestaande (en toekomstige) Europese regelgeving beter te doen functioneren.

 

In dit verband steunt de rapporteur nadrukkelijk het gebruik van het scorebord van de eengemaakte markt en de toezegging van de Commissie om dit via nieuwe indicatoren te actualiseren. Het scorebord kan nog actiever worden ingezet, bijvoorbeeld door gebruik te maken van zowel kwantitatieve als kwalitatieve indicatoren en door de lidstaten te rangschikken volgens hun openheid voor de handel in diensten. Hierdoor zouden consumenten en bedrijven kunnen zien hoeveel vooruitgang er wordt geboekt en op welke gebieden, en zou de Commissie voorrang kunnen geven aan handhavingsmaatregelen op gebieden die ver achterblijven.

 

Kortom, de rapporteur is van mening dat de Europese eengemaakte markt voor diensten enkel kan worden voltooid door een gezamenlijke inspanning van het Parlement, de Commissie en de afzonderlijke lidstaten, en dit niet alleen via nieuwe, gerichte regelgeving, maar ook en vooral via veel betere handhaving, informatie-uitwisseling en evaluatie.


 

 

 

ADVIES VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN (2.10.2020)

<CommissionInt>aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming</CommissionInt>


<Titre>inzake de versterking van de eengemaakte markt: de toekomst van het vrij verkeer van diensten </Titre>

<DocRef>(2020/2020(INI))</DocRef>

Rapporteur voor advies: <Depute>Marc Botenga</Depute>

 

 

 

SUGGESTIES

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A. overwegende dat de Unie overeenkomstig artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie als doel heeft sociale rechtvaardigheid en bescherming te bevorderen; overwegende dat het vrije verkeer van werknemers een fundamenteel beginsel van de Europese Unie is; overwegende dat de Unie krachtens artikel 9 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) bij de bepaling en de uitvoering van haar beleid en optreden rekening moet houden met de eisen in verband met de bevordering van een hoog niveau van werkgelegenheid, de waarborging van een adequate sociale bescherming, de bestrijding van sociale uitsluiting alsmede een hoog niveau van onderwijs, opleiding en bescherming van de volksgezondheid; overwegende dat het beginsel van gelijke behandeling verankerd is in artikel 45, lid 2, van het VWEU, uit hoofde waarvan elke discriminatie op grond van de nationaliteit tussen de werknemers van de lidstaten, wat betreft de werkgelegenheid, de beloning en de overige arbeidsvoorwaarden wordt verboden;

B. overwegende dat meer dan 2,3 miljoen werknemers in een andere lidstaat zijn gedetacheerd voor het verlenen van diensten; overwegende dat het vrij verrichten van diensten cruciaal is voor de eengemaakte markt en ten dienste moet staan van het welzijn van eenieder; overwegende dat het vrij verkeer van diensten en werknemers in de eengemaakte markt moet worden toegestaan, maar dat de rechten van werknemers daarbij moeten worden gewaarborgd en bedrijven niet het recht mogen hebben om wetgeving en praktijken op sociaal en werkgelegenheidsgebied te omzeilen; overwegende dat milieugerelateerde en sociale overwegingen de nodige aandacht moeten krijgen om de weg vrij te maken voor een duurzame dienstenmarkt die vrij is van milieu- en sociale dumping;

C. overwegende dat een meer geïntegreerde en onderling verbonden dienstenmarkt noodzakelijk is om de klimaatverandering aan te pakken; overwegende dat economische, milieugerelateerde en sociale overwegingen elk evenveel aandacht moeten krijgen om de weg vrij te maken voor een duurzame dienstenmarkt die vrij is van milieu- en sociale dumping, in overeenstemming met de rechtvaardige transitie;

D. overwegende dat bedrijven door het vrije verkeer van diensten bij aanwervingen toegang hebben tot een grotere pool van talent en alle groepen, met name jongeren, migranten en langdurig werklozen; overwegende dat de eengemaakte markt alleen duurzaam kan zijn en de welvaart alleen kan vergroten wanneer ze gebaseerd is op eerlijke en gemeenschappelijke regels; overwegende dat de bescherming en bevordering van eerlijke lonen, gendergelijkheid en fatsoenlijke arbeids- en werkgelegenheidsvoorwaarden van cruciaal belang zijn voor de totstandbrenging van een goed functionerende, eerlijke en duurzame eengemaakte markt voor hoogwaardige diensten; overwegende dat het in dit verband noodzakelijk is de wetgeving van de Unie inzake het vrije en eerlijke verkeer van personen, werknemers, goederen en diensten doeltreffend en consequent uit te voeren en te monitoren; overwegende dat de rol van de Europese Arbeidsautoriteit (ELA) er hoofdzakelijk in bestaat toe te zien op de naleving van het Unierecht op het gebied van arbeidsmobiliteit;

E. overwegende dat 27 % van de toegevoegde waarde van geproduceerde goederen in de EU door diensten wordt gegenereerd en dat de dienstensector ter ondersteuning van de productie-industrie goed is voor 14 miljoen banen[16];

F. overwegende dat het vrije verkeer van diensten niet mag leiden tot een aantasting van arbeidsvoorwaarden, waaronder de gezondheid en veiligheid van werknemers; overwegende dat door de huidige crisis de bestaande tekortkomingen op het vlak van de bescherming van mobiele en grensoverschrijdende werknemers aan het licht zijn gekomen; overwegende dat in de richtsnoeren van de Commissie over het herstel van het vrije verkeer de nadruk meer ligt op het verlenen van veilige diensten aan burgers en inwoners dan op het waarborgen van veilige arbeidsomstandigheden voor werknemers; overwegende dat de grootschalige uitbraak van COVID-19 de mogelijke gevolgen van slechte arbeidsomstandigheden voor mobiele werknemers illustreert;

G. overwegende dat de meerderheid van de werknemers in de Europese Unie in dienst is bij een kleine of middelgrote onderneming (kmo); overwegende dat inbreuken op de Uniewetgeving inzake de verlening van diensten nog steeds voorkomen; overwegende dat kmo’s het meest kwetsbaar zijn voor dergelijke inbreuken; overwegende dat initiatieven die gericht zijn op kmo’s en start-ups bedrijven moeten helpen de bestaande regels na te leven; overwegende dat oneerlijke concurrentie een belangrijke bron van problemen is voor kmo’s;

H. overwegende dat de sociale gevolgen van het vrije verkeer van diensten zich zowel voordoen in de regio’s van oorsprong als in de regio’s die mobiele werknemers ontvangen, en dat deze zowel positief als negatief van aard kunnen zijn; overwegende dat het succes van industriële vernieuwing ernstig wordt beïnvloed door de demografische uitdagingen in de EU; overwegende dat de EU bijgevolg een krachtig cohesiebeleid en een eerlijk en geografisch evenwichtig industriebeleid nodig heeft waarmee wordt bijgedragen aan het scheppen van banen en opwaartse sociale convergentie; overwegende dat doeltreffende regelgeving en collectieve overeenkomsten cruciaal zijn om fatsoenlijke arbeids- en werkgelegenheidsvoorwaarden, hoogwaardige diensten en eerlijke concurrentie te waarborgen;

I. overwegende dat de toegankelijkheidsrichtlijn tot doel heeft bij te dragen aan de goede werking van de interne markt door de wetten, regels en administratieve bepalingen van de lidstaten inzake de vereisten voor de toegankelijkheid van bepaalde diensten op elkaar af te stemmen, met name door het wegnemen en voorkomen van belemmeringen voor het vrije verkeer van bepaalde toegankelijke producten en diensten die voortvloeien uit uiteenlopende toegankelijkheidsvereisten in de lidstaten, en overwegende dat de vraag naar toegankelijke diensten hoog is en dat uit prognoses blijkt dat het aantal personen met een handicap aanzienlijk zal toenemen;

J. overwegende dat het vrije verkeer van diensten in overeenstemming moet zijn met de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten en geen nadelige gevolgen mag hebben voor de verdere uitvoering ervan; overwegende dat het van essentieel belang is dat openbare autoriteiten en de lidstaten het recht behouden om de dienstensector te reguleren indien dit in het algemeen belang is; overwegende dat sociale diensten, gezondheidsdiensten en andere openbare diensten geheel of gedeeltelijk zijn uitgezonderd van de dienstenrichtlijn en dat dit te maken heeft met de speciale regelgevingskaders die voor die diensten nodig zijn om het algemene belang te dienen, in overeenstemming met Protocol nr. 26 bij en artikel 14 van het VWEU;

K. overwegende dat er geen systematisch EU-breed gegevensverzamelingssysteem voorhanden is om toereikende informatie te verschaffen over mobiele werknemers of hen in staat te stellen de situatie omtrent hun socialezekerheidsdekking vast te stellen en aanspraak te maken op verschillende opgebouwde rechten; overwegende dat toegang tot informatie over toepasselijke regels, in combinatie met doeltreffende naleving, toezicht en handhaving, noodzakelijke voorwaarden zijn voor eerlijke mobiliteit en de bestrijding van misbruik van het systeem; overwegende dat bijgevolg digitale technologie, die het toezicht op en de handhaving van wetgeving ter bescherming van de rechten van mobiele werknemers kan vergemakkelijken, moet worden bevorderd en gebruikt, met inachtneming van de regels inzake gegevensbescherming;

1. wijst erop dat het vrije verkeer van diensten bijdraagt tot economische groei in de EU en werkgelegenheid creëert; merkt op dat de bepaling betreffende het land van bestemming het leidende beginsel is van de dienstenrichtlijn, en is van mening dat deze bepaling niet mag worden gewijzigd; benadrukt dat het vrije verkeer van diensten moet worden verwezenlijkt zonder de rechten van werknemers en de sociale rechten in het gedrang te brengen; herinnert eraan dat de beginselen van gelijke behandeling en vrij verkeer niet alleen gelden voor dienstverleners, maar evenzeer voor werknemers; is van oordeel dat het vrije verkeer van diensten hand in hand gaat met vrije en eerlijke mobiliteit van de werknemers die deze diensten verlenen, en dat de interne markt gebaat is bij de naleving van de regels inzake arbeidsvoorwaarden en de bescherming van de gezondheid en veiligheid van mobiele werknemers; onderstreept dat de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten als minimumnorm kan bijdragen tot een verbetering van de rechten en de bescherming van Europese werknemers;

2. benadrukt dat de Uniewetgeving met betrekking tot het vrije verkeer van diensten op geen enkele wijze afbreuk mag doen aan de uitoefening van de grondrechten zoals erkend in de lidstaten en op Unieniveau, waaronder het recht om te staken of andere maatregelen te nemen in het kader van de specifieke stelsels van arbeidsverhoudingen in de lidstaten, in overeenstemming met nationale wetgeving en/of praktijken, en evenmin afbreuk mag doen aan het recht om over collectieve arbeidsovereenkomsten te onderhandelen en deze te sluiten en te handhaven of om collectieve actie te ondernemen in overeenstemming met nationale wetgeving en/of praktijken; benadrukt dat kwaliteitsvolle wetgeving en een doeltreffende uitvoering ervan een langetermijninvestering zijn;

3. roept op tot een efficiëntere coördinatie op EU-niveau en tot grotere inspanningen om de belangrijkste sociale uitdagingen aan te pakken, rekening houdend met de diversiteit van nationale systemen en met inachtneming van de bevoegdheden van de lidstaten en de beginsels van evenredigheid en subsidiariteit; herinnert aan het fundamentele recht van de lidstaten om verder te gaan dan de minimumniveaus die zijn vastgesteld bij richtlijnen van de Europese Unie, zonder onnodige en onevenredige belemmeringen op te werpen; benadrukt de noodzaak van goede samenwerking tussen de lidstaten inzake het verzamelen van gegevens over mobiele werknemers, teneinde het probleem van ontbrekende gegevens in nationale praktijken op te vangen, betere toegang te verkrijgen tot beschikbare informatie en een voorspelbare en toegankelijke interne arbeidsmarkt tot stand te brengen;

4. verzoekt de lidstaten om overeenkomstig de Uniewetgeving alle informatie over de voorwaarden voor detachering te publiceren op gestandaardiseerde websites, met name informatie over lokale en regionale collectieve overeenkomsten en algemeen geldende overeenkomsten; benadrukt dat toegang tot informatie van cruciaal belang is, omdat dit rechtszekerheid biedt voor werkgevers en zorgt voor een betere bescherming van werknemersrechten; verzoekt de lidstaten om de herziene detacheringsrichtlijn op correcte en tijdige wijze uit te voeren en te monitoren, teneinde gedetacheerde werknemers tijdens hun detachering te beschermen wat de vrijheid van dienstverrichting betreft, door te voorzien in verplichte bepalingen met betrekking tot arbeidsvoorwaarden en de bescherming van de gezondheid en veiligheid van werknemers; verzoekt de Commissie de bescherming van de rechten van werknemers met betrekking tot het vrije verkeer van diensten te waarborgen; verzoekt de Commissie om de prestaties van de lidstaten bij de omzetting en uitvoering van wetgeving te blijven monitoren en samen met de lidstaten, sociale partners en belanghebbenden transparante en participatieve evaluaties te ontwikkelen, die zowel op kwalitatieve als kwantitatieve criteria moeten worden gebaseerd;

5. onderstreept dat de ambitie van de Europese Green Deal en de behoefte aan rechtvaardige transities ook hun beslag moeten krijgen in de benadering van de interne dienstenmarkt, door een hoog niveau van sociale en milieunormen te bevorderen als voorwaarde voor een stijging van de productiviteit; wijst op de rol die overheidsopdrachten moeten spelen om deze doelstellingen te halen; dringt er bij de lidstaten op aan de bestaande regelingen[17] voor de bevordering van groene diensten in overheidsopdrachten[18] meer bekendheid te geven en beter te benutten, teneinde een circulaire economie tot stand te brengen; benadrukt het belang van diensten die een meetbare vermindering van de ecologische voetafdruk mogelijk maken (groene diensten)[19]; verzoekt de Commissie werk te maken van een gemeenschappelijke definitie van groene diensten;

6. onderstreept dat de doelstellingen van de Europese pijler van sociale rechten, de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN, de Europese Green Deal en de strategie voor gendergelijkheid ook hun beslag moeten krijgen in de benadering van de eengemaakte dienstenmarkt, door een hoog niveau van sociale en milieunormen te bevorderen als voorwaarde voor een stijging van de productiviteit; wijst op het belang van overheidsopdrachten om deze doelstellingen te halen;

7. verzoekt de Commissie, de lidstaten en de plaatselijke autoriteiten om samen met de sociale partners en de ELA specifieke sectorale strategieën te ontwikkelen om vrijwillige mobiliteit van werknemers te waarborgen, te bevorderen en te vergemakkelijken, door het desbetreffende overheidsbeleid uit te voeren en te zorgen voor hoogwaardige werkgelegenheidskansen en fatsoenlijke lonen die zijn afgestemd op de vaardigheden van werknemers; verzoekt de lidstaten bijgevolg om de naleving te handhaven, teneinde eerlijke en gelijke voorwaarden te garanderen voor mobiele werknemers, bij te dragen aan opwaartse sociale convergentie en te zorgen voor een intensievere administratieve samenwerking tussen nationale en lokale besturen; onderstreept de noodzaak van een goed functionerende dienstenmarkt om jeugdwerkloosheid te bestrijden en mensen aan het werk te krijgen;

8. dringt er bij de openbare autoriteiten op aan geen ongerechtvaardigde en onevenredige mobiliteitsbelemmeringen voor werknemers en bedrijven te creëren die burgers zouden beroven van banen, welvaart en sociale uitkeringen, en ondernemers zouden beroven van de mogelijkheid om de Europese dienstensector nieuw leven in te blazen en bij te dragen tot opwaartse convergentie en sociale cohesie; wijst er echter op dat de lidstaten de mogelijkheid hebben om redenen van algemeen belang in te roepen om bepalingen inzake grensoverschrijdende dienstverlening te begrenzen of te beperken, zoals bepaald in een arrest van het Hof van Justitie; verzoekt de lidstaten hun inspanningen op te voeren om de schaduweconomie en zwartwerk aan te pakken, aangezien deze verschijnselen negatieve gevolgen hebben voor de bescherming van werknemers en de mededinging verstoren; verzoekt tegelijkertijd dat werkgevers worden ondersteund door te zorgen voor voorspelbare en niet-discriminerende voorwaarden inzake bedrijfsvoering, zodat ze voor groei kunnen blijven zorgen en banen kunnen blijven creëren; is van mening dat nationale bepalingen, praktijken en regelgeving inzake de toegang tot en de uitoefening van specifieke beroepen en diensten met het oog op de bescherming van het publieke belang en de bescherming van werknemers en/of consumenten, geen obstakel vormen voor de verdieping van de eengemaakte markt;

9. wijst erop dat de grote economische gevolgen van de COVID-19-pandemie het vrije verkeer van diensten en werknemers hebben ondermijnd; is ingenomen met de snelle publicatie door de Commissie van haar richtsnoeren betreffende seizoenarbeiders van 16 juli 2020 in verband met de uitoefening van het vrije verkeer van grensarbeiders, gedetacheerde werknemers en seizoenarbeiders in de context van de coronapandemie in de EU; dringt er in het licht van deze uitzonderlijke situatie bij de lidstaten op aan snel specifieke procedures vast te stellen om ervoor te zorgen dat grensarbeiders en seizoenarbeiders de grens kunnen oversteken, en tegelijkertijd veilige arbeidsomstandigheden te waarborgen; is van mening dat na het einde van de COVID-19-pandemie alle desbetreffende EU-beleidslijnen, met name beleidsmaatregelen om de interne markt te versterken, gericht moeten worden op het herstel van hoogwaardige werkgelegenheid en dienstverleningskansen in de hele Unie, met het oog op ondersteuning van een gelijkmatige en duurzame ontwikkeling van alle EU-regio’s; is van mening dat het creëren van een degelijk langetermijnbeleid het scheppen van hoogwaardige banen stimuleert;

10. merkt op dat, gezien de vergrijzing van de Europese samenlevingen, het tekort aan geschoolde arbeidskrachten steeds meer een probleem aan het worden is, en dat een van de bepalende factoren voor het huidige en toekomstige overleven van de industrie de ontwikkeling van een vraaggestuurd opleidingsstelsel is waarin stelsels voor hoger onderwijs en beroepsopleiding een centrale rol moeten krijgen en waarmee naast het beginsel van generationele vernieuwing ook digitalisering wordt bevorderd;

11. verzoekt de Commissie om na te gaan of er met betrekking tot Richtlijn 2008/104/EG betreffende uitzendarbeid sprake is van lacunes op het gebied van bescherming en of er een herziening nodig is, teneinde fatsoenlijke arbeids- en werkgelegenheidsvoorwaarden te waarborgen voor uitzendkrachten; herinnert eraan hoe belangrijk het is om de sociale partners te betrekken bij het ontwerp en de uitvoering van regelgeving betreffende dienstverlening en beroepen; benadrukt in dit verband dat de bescherming van werknemers en de betrokkenheid van de sociale partners centraal moeten staan om democratische werking, economische groei en hoge sociale en milieunormen te waarborgen; verzoekt de Commissie om de toegang van vakbonden tot werkplaatsen te bevorderen en de lidstaten om dit te waarborgen, in overeenstemming met nationale praktijken; verzoekt de Commissie en de lidstaten om maatregelen te nemen om sociale dialoog en de autonomie van de sociale partners te versterken en te bevorderen, en werknemers ertoe aan te sporen zich te organiseren, als cruciaal instrument om hoge normen op het gebied van werkgelegenheid tot stand te brengen;

12. verzoekt de Commissie meer inspanningen te leveren op dit gebied en de ELA onverwijld operationeel te maken, teneinde de toepassing en handhaving van het Unierecht met betrekking tot arbeidsmobiliteit en de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels te verbeteren;

13. dringt er bij de lidstaten op aan zich ten volle in te zetten voor de digitalisering van overheidsdiensten en alle componenten van het systeem voor de elektronische uitwisseling van socialezekerheidsgegevens ten uitvoer te leggen, teneinde de samenwerking tussen de lidstaten en de socialezekerheidsinstellingen te versterken en de vrije en eerlijke mobiliteit van Europese werknemers te bevorderen; verzoekt de lidstaten de samenwerking en de informatie-uitwisseling met betrekking tot de socialezekerheidsstelsels te verbeteren;

14. verzoekt de Commissie en de lidstaten het gebruik van digitale instrumenten te bevorderen, en verzoekt de lidstaten om de arbeidsinspecties voldoende middelen ter beschikking te stellen om alle vormen van misbruik te kunnen aanpakken; verzoekt de Commissie te komen met een initiatief voor een Europees socialezekerheidsnummer, teneinde werknemers en bedrijven rechtszekerheid te bieden, en tegelijkertijd onderaannemingspraktijken doeltreffend te controleren en socialezekerheidsfraude zoals schijnzelfstandigheid, schijndetachering en brievenbusmaatschappijen te bestrijden; verzoekt de lidstaten voorts ervoor te zorgen dat de controles op evenredige, rechtvaardige en niet-discriminerende wijze worden uitgevoerd; dringt er bij de Commissie op aan de ELA zo snel mogelijk volledig operationeel te maken om te zorgen voor een betere coördinatie tussen de nationale arbeidsinspecties en om grensoverschrijdende sociale dumping aan te pakken;

15. benadrukt dat er aanvullende manieren moeten worden gecreëerd om talent en veelgevraagde vaardigheden aan te trekken; verzoekt de Commissie, de lidstaten en de lokale autoriteiten samen te werken met de sociale partners om de bij- en omscholing van werknemers te ondersteunen, zodat zij ten volle kunnen profiteren van hoogwaardige arbeidskansen, met name door digitale vaardigheden te verwerven; dringt aan op een betere wederzijdse erkenning van de verenigbaarheid van vaardigheden en kwalificaties, ondersteund door bestaande erkenningsmechanismen zoals het Eures-portaal voor beroepsmobiliteit, het online Europass-platform en het ESCO-classificatiesysteem;

16. onderstreept dat het voorstel van de Commissie voor een herziene kennisgevingsprocedure met betrekking tot diensten de interventiemogelijkheden van de lidstaten en de lokale autoriteiten op een ongerechtvaardigde manier zou beperken en hun wetgevende bevoegdheid op het gebied van diensten zou ondermijnen; verzoekt de Commissie derhalve dit voorstel in te trekken;

17. herinnert eraan dat het Parlement de Commissie op 21 oktober 2019 heeft verzocht haar voorstel voor een Europese e-kaart voor diensten in te trekken; herhaalt derhalve zijn verzoek aan de Commissie om het voorstel in te trekken;

18. benadrukt dat werknemers met een handicap tegen meervoudige obstakels aanlopen die het voor hen moeilijk of onmogelijk maken de voordelen van het vrije verkeer van diensten ten volle te benutten; verzoekt de lidstaten de Europese toegankelijkheidswet onverwijld uit te voeren, teneinde belemmeringen voor werknemers met een handicap daadwerkelijk weg te nemen en ervoor te zorgen dat er toegankelijke diensten beschikbaar zijn en dat diensten worden geleverd onder geschikte voorwaarden; merkt op dat het van het allergrootste belang is om een volledig toegankelijke eengemaakte markt tot stand te brengen waar werknemers met een handicap gelijk behandeld worden en economisch en sociaal worden geïntegreerd;

19. dringt erop aan dat Richtlijn (EU) 2019/882 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten zo spoedig mogelijk wordt omgezet;

20. verzoekt de Commissie om gezondheid en veiligheid op het werk te integreren als cruciale aspecten om de eengemaakte markt op een sociale en duurzame manier te versterken en eerlijke concurrentie tot stand te brengen op de eengemaakte markt; meent dat de Commissie een nieuw en ambitieus strategisch EU-kader voor veiligheid en gezondheid op het werk moet vaststellen met als doelstelling het aantal werkgerelateerde sterfgevallen tot nul te herleiden; verzoekt de Commissie door te gaan met het vaststellen van bindende grenswaarden voor de blootstelling aan kankerverwekkende stoffen op het werk;

21. verzoekt de Commissie en de lidstaten om de EU-regelgeving en de coördinatie tussen de nationale autoriteiten te verbeteren, teneinde belastingontduiking makkelijker te kunnen opsporen; moedigt de Commissie en de lidstaten aan te komen met een bindend actieplan ter bestrijding van belastingontduiking.


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

2.10.2020

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

46

2

7

Bij de eindstemming aanwezige leden

Atidzhe Alieva-Veli, Abir Al-Sahlani, Marc Angel, Dominique Bilde, Gabriele Bischoff, Vilija Blinkevičiūtė, Andrea Bocskor, Milan Brglez, Sylvie Brunet, David Casa, Leila Chaibi, Margarita de la Pisa Carrión, Klára Dobrev, Jarosław Duda, Estrella Durá Ferrandis, Lucia Ďuriš Nicholsonová, Rosa Estaràs Ferragut, Nicolaus Fest, Loucas Fourlas, Cindy Franssen, Heléne Fritzon, Helmut Geuking, Alicia Homs Ginel, France Jamet, Agnes Jongerius, Radan Kanev, Ádám Kósa, Stelios Kympouropoulos, Katrin Langensiepen, Miriam Lexmann, Elena Lizzi, Radka Maxová, Kira Marie Peter-Hansen, Dragoș Pîslaru, Manuel Pizarro, Dennis Radtke, Elżbieta Rafalska, Guido Reil, Daniela Rondinelli, Mounir Satouri, Monica Semedo, Beata Szydło, Eugen Tomac, Romana Tomc, Marie-Pierre Vedrenne, Marianne Vind, Maria Walsh, Stefania Zambelli, Tatjana Ždanoka, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Konstantinos Arvanitis, Brando Benifei, Marc Botenga, Samira Rafaela, Eugenia Rodríguez Palop

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

46

+

ECR

Lucia Ďuriš Nicholsonová, Helmut Geuking, Elżbieta Rafalska, Beata Szydło, Margarita de la Pisa Carrión

GUE/NGL

Konstantinos Arvanitis, Marc Botenga, Leila Chaibi, Eugenia Rodríguez Palop

NI

Daniela Rondinelli

PPE

Andrea Bocskor, David Casa, Jarosław Duda, Rosa Estaràs Ferragut, Loucas Fourlas, Cindy Franssen, Radan Kanev, Ádám Kósa, Stelios Kympouropoulos, Miriam Lexmann, Dennis Radtke, Eugen Tomac, Romana Tomc, Maria Walsh, Tomáš Zdechovský

Renew

Sylvie Brunet, Dragoș Pîslaru, Samira Rafaela, Monica Semedo, Marie-Pierre Vedrenne

S&D

Marc Angel, Brando Benifei, Gabriele Bischoff, Vilija Blinkevičiūtė, Milan Brglez, Klára Dobrev, Estrella Durá Ferrandis, Heléne Fritzon, Alicia Homs Ginel, Agnes Jongerius, Manuel Pizarro, Marianne Vind

Verts/ALE

Katrin Langensiepen, Kira Marie Peter-Hansen, Mounir Satouri, Tatjana Ždanoka

 

2

-

ID

Nicolaus Fest, Guido Reil

 

7

0

Renew

Atidzhe Alieva-Veli, Abir Al-Sahlani, Radka Maxová

ID

Dominique Bilde, France Jamet, Elena Lizzi, Stefania Zambelli

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

 

 


 

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

2.12.2020

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

31

3

11

Bij de eindstemming aanwezige leden

Alex Agius Saliba, Andrus Ansip, Pablo Arias Echeverría, Alessandra Basso, Brando Benifei, Adam Bielan, Hynek Blaško, Vlad-Marius Botoş, Markus Buchheit, Anna Cavazzini, Dita Charanzová, Deirdre Clune, David Cormand, Carlo Fidanza, Evelyne Gebhardt, Alexandra Geese, Sandro Gozi, Maria Grapini, Svenja Hahn, Virginie Joron, Eugen Jurzyca, Arba Kokalari, Kateřina Konečná, Jean-Lin Lacapelle, Maria-Manuel Leitão-Marques, Morten Løkkegaard, Adriana Maldonado López, Antonius Manders, Beata Mazurek, Leszek Miller, Dan-Ştefan Motreanu, Kris Peeters, Anne-Sophie Pelletier, Miroslav Radačovský, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Tomislav Sokol, Ivan Štefanec, Róża Thun und Hohenstein, Kim Van Sparrentak, Marion Walsmann, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Anna-Michelle Asimakopoulou, Claude Gruffat, Tsvetelina Penkova

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

31

+

ECR

Adam Bielan, Eugen Jurzyca, Beata Mazurek

EPP

Pablo Arias Echeverría, Anna-Michelle Asimakopoulou, Deirdre Clune, Arba Kokalari, Antonius Manders, Dan-Ştefan Motreanu, Kris Peeters, Andreas Schwab, Tomislav Sokol, Ivan Štefanec, Róża Thun und Hohenstein, Marion Walsmann

NI

Miroslav Radačovský

RENEW

Andrus Ansip, Vlad-Marius Botoş, Dita Charanzová, Sandro Gozi, Svenja Hahn, Morten Løkkegaard

S&D

Alex Agius Saliba, Brando Benifei, Evelyne Gebhardt, Maria Grapini, Maria-Manuel Leitão-Marques, Adriana Maldonado López, Leszek Miller, Tsvetelina Penkova, Christel Schaldemose

 

3

-

EUL/NGL

Kateřina Konečná, Anne-Sophie Pelletier

ID

Hynek Blaško

 

11

0

ECR

Carlo Fidanza

GREENS/EFA

Anna Cavazzini, David Cormand, Alexandra Geese, Claude Gruffat, Kim Van Sparrentak

ID

Alessandra Basso, Markus Buchheit, Virginie Joron, Jean-Lin Lacapelle

NI

Marco Zullo

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthoudingen

 

 

[1] PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36.

[2] PB L 255 van 30.9.2005, blz. 22.

[3] PB L 159 van 28.5.2014, blz. 11.

[4] PB L 173 van 9.7.2018, blz. 16.

[5] PB L 173 van 9.7.2018, blz. 25.

[6] PB L 295 van 21.11.2018, blz. 1.

[7] PB L 88 van 4.4.2011, blz. 45.

[8] PB C 388 van 13.11.2020, blz. 39.

[9] PB C 444 van 10.12.2018, blz. 1.

[10] Eurostat, The European economy since the start of the millennium, Europese Unie, Brussel, 2018.

[11] Rytter Synesen, E. en Hvidt Thelle, M., Making EU Trade in Services Work for All, Copenhagen Economics, Kopenhagen, 2018.

[12] Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (PB L 18 van 21.1.1997, blz. 1).

[13] Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).

[14] Mededeling van de Commissie getiteld “In kaart brengen en aanpakken van belemmeringen voor de eengemaakte markt” (COM(2020)0093).

[15] Hof van Justitie van de Europese Unie, The Year in Review: Annual Report 2019.

[16] Rytter Synesen, E., Hvidt Thelle, E., Making EU Trade in Services Work for All, Copenhagen Economics, Kopenhagen, 2018.

[18] Beleidsondersteunende afdeling van het Europees Parlement, The European Services Sector and the Green Transition (De Europese dienstensector en de groene transitie), Europese Unie, 2020, beschikbaar op: https://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/BRIE/2020/648768/IPOL_BRI(2020)648768_EN.pdf

[19] Beleidsondersteunende afdeling van het Europees Parlement, The European Services Sector and the Green Transition (De Europese dienstensector en de groene transitie), Europese Unie, 2020, beschikbaar op: https://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/BRIE/2020/648768/IPOL_BRI(2020)648768_EN.pdf

Laatst bijgewerkt op: 8 januari 2021Juridische mededeling - Privacybeleid